Mogelijkheden van de mens

03 augustus 2007

Een mens in de stof, die denkt nogal eens dikwijls dat hij,of zij eigenlijk redelijk logisch handelt. Maar in veel gevallen is dit niet zo. Want een mens handelt maar volgens bepaalde gevoelsmatigheden. Volgens bepaalde reactiepatronen van het lichaam. U zult toch zelf al wel opgemerkt hebben, dat op bepaalde ogenblikken u als mens zaken doet, wanneer u daar logisch bij stilstaat u er eigenlijk niet met akkoord gaat, maar dat u het toch niet kunt laten van ze te volvoeren. Dit kan soms gaan doordat bepaalde hormonale toestanden van het lichaam het veroorzaken, maar dit kan ook gaan doordat u beïnvloed wordt door uw omgeving en dan bedoel ik nog niet onze zijde, maar gewoon door de mensen in uw omgeving, waardoor bepaalde emoties heel sterk oplaaien. Wanneer u in deze wereld rondom u kijkt, dan ziet u, zeker op het ogenblik in gebieden waar het nogal onrustig is, dat mensen de meest rare zaken uithalen. U moet niet denken dat dit heel rationeel overdacht is. Neen, in vele gevallen zijn deze handelingen puur gedreven door de gedachte en de invloeden die de velen rondom de persoon in kwestie veroorzaken, waardoor dat er tot een eigenlijk onoordeelkundig en onlogisch handelen komt.

Maar dat is niet het enige waar een stofmens mee te maken heeft. Een stofmens kan ook niet anders dan bepaalde wegen gaan. Het is nu eenmaal zo dat wanneer u geboren wordt, het lichaam zich ontwikkelt. Dat u een bepaalde periode van jeugd doormaakt, een bepaalde periode dat u volwassen bent, om uiteindelijk in een periode te komen dat het lichaam veroudert en zich afbouwt.  Een mens denkt dan nogal eens van: we staan voor de dood. Hier wil ik opmerken dat dood in wezen niet bestaat. Er bestaat alleen een verandering van toestand. Een stoffelijk lichaam is eindig, al wat met de stof te maken heeft kent op een bepaald ogenblik een eindpunt. Omdat het opgebruikt is, omdat het niet meer werkbaar is.

Maar, dat wil niet zeggen, omdat de stof eindig is, dat het leven eindig is. Het leven zelf, is oneindig. Wanneer u, als mens, maar u mag niet vergeten dat die mens een geest heeft, dus dat stoffelijke voertuig,  is maar een heel klein, beperkt deel van de werkelijkheid. Buiten dat stoffelijke voertuig, dat maar een omhulsel is, hebt u uw fijnstoffelijk lichaam en alles wat daarmee verbonden is, hebt u uw geestelijke lichaam en hebt u natuurlijk wat u zou kunnen omschrijven in deze westerse wereld, als de ziel, de Goddelijke vonk, of de kern van het wezen.

Nu, wanneer ik dat plaatje zo schep, dan begrijpt u dat wanneer gewoon één klein stukje, dat stoffelijke gedeelte, niet meer functioneerbaar is, dat dit voor de rest van het geheel eigenlijk niet zo problematisch is. Integendeel, wanneer iets wat u hier in de stof gebruikt versleten is, wanneer u het niet meer kunt gebruiken, omdat het te oud is, niet sterk genoeg meer is, te dun geworden is of kapot is gegaan, dan doet u het ook van de hand, en u gaat uitkijken: kan ik het vervangen door iets nieuws ?

Voor de geest en voor het leven als dusdanig is dit juist hetzelfde. Wanneer dat een lichaam niet meer voldoet, dan zijn er verscheidene mogelijkheden. Het kan zijn dat het natuurlijk langere tijd inactief wordt, dat de geest van die inactiviteit nog wilt profiteren om bepaalde zaken te leren en te ondervinden. Maar het kan ook zijn, en dat is een totaal andere kant, dat de geest zegt van: ach, het is goed geweest, dat stukje stof heeft mij bijgebracht wat ik zocht, ik kan er verder niets meer uithalen, dus laat ik het los. En op dat ogenblik, breekt de geest de gouden koord in twee. Hij laat ze los. Wanneer, de gouden koord gebroken wordt, dan is er geen levensvatbaarheid meer. Dan vallen alle energiestromen, alle impulsen, alles wat een stoflichaam als stoflichaam maakt en laat leven, weg. De geest trekt zich terug. En het fijnstoffelijk, daarvan kunnen we zeggen, dijt langzaam uit. Dat is ongeveer, kort geschetst, de twee uitersten.

Binnen die twee uitersten zijn natuurlijk heel veel overgangsgebieden. Niet iedere geest is even sterk, niet iedere geest staat even ver, niet iedere geest wil dezelfde ervaring meemaken. Daarom gaan we even kijken wat er zo rondom ons is dat ons bijstaat. Welke werelden er rondom ons zijn die, wanneer we beslist hebben, of wanneer het lichaam niet meer kan functioneren, er voor zorgen dat we verder kunnen. Dat we, wanneer we een klein beetje kunnen aanvaarden dat het leven verder gaat, niet komen vast te zitten. Voor degene die al meer over overgang gehoord en gelezen hebben, zij weten dat geen mens overgaat zonder dat er van onze zijde hulp wordt geboden.

Wij hebben, en dan spreek ik voor de ganse geestenwereld, aan onze zijde vele verschillende afhaaldiensten. U zou dit een beetje kunnen vergelijken wanneer een mens geboren wordt, dan is er meestal een dokter bij, of een vroedvrouw, wanneer je bij ons geboren wordt, dan zijn er entiteiten die een beetje gespecialiseerd zijn in het opvangen van de geest die de stof heeft losgelaten. Want het is natuurlijk een verandering van sfeer. Een verandering van wereld. Zoals bij de geboorte in de stof het niet evident is dat u direct als kind begint te praten en te lopen en wiskundige formules te brabbelen, is het wanneer u het stoflichaam loslaat, niet evident dat u zomaar ineens u kunt aanpassen en verder gaan aan onze zijde. Buiten de uitzonderingen van de hoog-ingewijden, de hoog-bewuste, maar dat is niet het merendeel van de mensheid.

Het merendeel van de mensen dat overgaat wordt opgevangen, ongeveer een maand voor het begin van de overgang. Dit is misschien voor u, stofmens, nogal moeilijk te plaatsen, maar ongeveer een 30-tal dagen, bij de één wat meer, bij de andere wat minder, beginnen onze afhaaldiensten eigenlijk de zaak voor te bereiden en het stoffelijke lichaam begint de eerste kenmerken van overgang eigenlijk te vertonen. Dat kunnen kleine feilen zijn, u gaat dat niet direct opmerken als zijnde: er is iets fout. Maar toch is het een vorm van voorbereiding. Bij sommigen kan dit redelijk sterk gaan, dat zij plots waarnemingen doen, vooral ongeveer kort voor de overgang zult u nogal eens horen dat iemand vertelt van: ik heb plots nonkel die of tante die gehoord of gezien, hetzij in dromen, hetzij in dagdromen, of een andere reeds langer overgegane persoon. Wanneer u met heel vrome personen te maken hebt, zou het kunnen zijn dat zij vertellen dat Jezus aan hun bed is geweest of Maria is verschenen, zulke zaken vinden overal plaats. Ik spreek nu hier in het christelijke, maar als u gaat naar het boeddhisme kunt u horen spreken dat zij contact hebben gehad met de Boeddha. De Hindoe kan met een andere god contact gehad hebben, dit maakt niet uit of met een overleden persoon, al naar gelang uw geloof kunt u bepaalde reacties hebben. Deze beelden, deze reacties ontstaan uit de hersenreacties van de mens, in vertaling van hetgeen wat wij aan onze zijde trachten voor te bereiden om de persoon in kwestie te helpen. Dit wil nog altijd niet zeggen dat de persoon in kwestie, zelfs de geest die er bij betrokken is, akkoord gaat. Soms wel, soms niet, zoveel mensen er zijn, zoveel mogelijkheden zijn er. U mag er niet vanuit gaan dat er een uitgeschreven scenario bestaat van: hoe ga ik nou het best naar gene zijde? Dat bestaat niet.  Dit is voor ieder mens anders. Maar ik tracht hier voor u, om u verder te helpen, een gewoon, globaal beeld te geven waar dat ieder wel enkele aanknopingspunten kan in vinden. Dan komt het moment van overgang. Dit moment kan een moment zijn dat er gewoon in het lichaam een vitaal orgaan stopt met functioneren, het moment van overgang kan ook een ongeluk zijn, waardoor het niet meer mogelijk is van verder te leven. Ook zoveel mensen er zijn, zoveel mogelijkheden zijn er.

Maar wat belangrijk is, is dat het moment van overgang de geest met daarin omsloten de zielenkern, aan onze zijde komt. We trachten dan op dat ogenblik, of toch diegenen die zich gespecialiseerd hebben in de afhaling, zoveel mogelijk de sfeerbeelden die de geest in zich draagt op te vangen en ons te manifesteren in een sfeer, een vorm, die aanvaardbaar is voor degene die aan onze zijde komt, om zo te voorkomen dat de geest zich afsluit of weigert, want dit kan, te aanvaarden dat hij geen controle meer heeft over de stof. Dit komt meer voor dan dat u denkt. Vooral geesten die nog niet veel ervaring hebben met overgang, die nog maar in een beginstadia zijn, kunnen nogal dikwijls eens weigeren te aanvaarden dat zij de stof niet meer controleren en zo proberen zich vast te ankeren aan een stoflichaam waar zij eigenlijk niets meer met kunnen. Soms is het ook zo dat bepaalde geesten vinden, dat zij nog bepaalde zaken hadden moeten afwerken. Dat zij ook eigenlijk de overgang niet op het juiste moment vinden. Waardoor zij gaan proberen van weer de stof te beïnvloeden, wat spijtig genoeg, op dat moment voor hen helemaal geen mogelijkheden meer inhoudt. Eens de gouden koord gebroken, dan is er geen weg meer terug. De broeders die afhalen trachten zoveel mogelijk daar harmonieën te creëren, en dit kan oneindig zijn! Meestal zullen we proberen van voor de entiteit beelden te vormen die hij kan erkennen. Wanneer hij heel hard gehangen heeft aan bepaalde familieleden of bepaalde vrienden die al aan onze zijde zijn, kan het zijn dat broeders van de afhaaldienst zich voordoen als zijnde dat familielid. Voor ons is dit niet moeilijk, want wanneer we kunnen aflezen wat er omgaat, dan kunnen we zo de beeldopbouw vormen. Voor u is dit misschien onvoorstelbaar, maar wat wij aan onze zijde denken, als geest, als entiteit, realiseert zich op het ogenblik dat wij dit denken. Wanneer een zeer gelovig katholiek overgaat en deze verwacht dat hij afgehaald wordt door de engelen van God, dan is het soms dat één van ons zich zo’n engelenpakje aan meet om de persoon in kwestie mee te krijgen. Maar het kan evengoed zijn dat iemand anders een andere figuur verwacht. We trachten daar zoveel mogelijk op in te spelen, indien dit de mogelijkheid om de overgegane te helpen mee te gaan in het Licht. Ook vooral om de gedachte en de band naar de oude stof los te laten. Als we daarmee resultaat boeken, dan kunnen we toch nog wel alle mogelijke vormen en personages aannemen.

En nu moet u niet denken: maar in feite is dit dan een beetje komedie dat gespeeld wordt. Nee, dit is het niet. Dit is gewoon trachten te zorgen dat de entiteit zich kan goed voelen in zijn nieuwe situatie. Dat is alles. Zo goed dat wanneer u in de stof geboren wordt, dat u een tik op de billen krijgt omdat u zelfstandig zou ademen. Daar gaat u ook niet van zeggen: dit is mishandeling, nee, dit is een noodzakelijk gebaar omdat het kind zou beginnen zelfstandig te ademen. Zo zou u aan onze zijde deze figuratie die we opbouwen, kunnen bekijken.

U moet er dan ook van uitgaan dat wanneer u aan onze zijde komt dat het, al naargelang uw eigen bewustzijn, het ongeveer 48 uur, minimum, tot ongeveer enkele dagen, een 6-tal tot een 10-tal dagen zal duren eer dat u zich geheroriënteerd hebt. Eer dat u zich kunt als entiteit bewegen tussen ons. Want wanneer ik nu terug naar de pasgeborene kijk, deze moet ook terug leren lopen, moet leren zijn handen gebruiken, zijn voeten gebruiken, zijn benen. Nu moet u voorstellen dat wanneer u aan onze zijde komt, dat u, wanneer u denkt, iets waar maakt. Dus het niet zo evident dat u, wanneer u bij ons bent, ineens dat allemaal beheerst. Daarom zult u na de afhaling, meestal nog langere tijd één à twee entiteiten hebben die u begeleiden tot het ogenblik dat u de evenwichten terug hebt gevonden. Bij sommigen gaat dat zeer snel, bij anderen kan dit soms iets langer duren. Van op het ogenblik dat u als entiteit terug een beetje de evenwichten aan onze zijde hebt kunnen vastleggen, kunnen opnemen, dan begint eigenlijk de weg door de sferen.

Het ganse ervaringspakket, niet alleen van het laatste stoffelijke bestaan, maar van het totale bestaan, gaat mondjesmaat bij mondjesmaat aan u duidelijk worden. Voor de ene entiteit zal dat inhouden dat hij in een bepaalde sfeer komt, meestal beginnen we nogal met wat u zou kunnen omschrijven in stoffelijke term: een nevelachtige, fijn mistachtige sfeer, geen duistere sfeer. Duistere sferen zijn de sferen die entiteiten creëren wanneer zij zich afsluiten voor elke hulp. Wanneer zij weigeren te aanvaarden dat zij overgegaan zijn, wanneer zij ook maar enige hulp weigeren. Dan creëren zij voor zichzelf hun eigen duister, zoals de mensen soms zeggen, hun eigen hel.

Maar dat laten we terzijde. De meeste gaan eerst zich trachten te heroriënteren, dit gebeurt meestal in een nogal mistige sfeer, een Nevellandsfeer, zoals wij dit noemen. Om zo langzaam maar zeker verder te kunnen gaan eens de evenwichten gevonden worden. Eens hoe u ervaart hoe u zich kunt gedragen aan onze zijde, dan gaat die nevel door het Licht langzaam opschuiven en kunt u als geest, die juist de menselijke vorm heeft verlaten, u bevinden in wat we noemen: de Laag-Zomerlandsfeer. Ik noem het hier wat in het westen gangbaar is, want andere culturen zullen andere namen gebruiken, maar de weg die u gaat is hetzelfde, de naam is bijzaak. In die Laag-Zomerlandsfeer ziet u al meer Licht. Gaat u ook op dat ogenblik al heel gemakkelijk contact hebben met andere entiteiten. Gaat u opmerken dat op dat ogenblik, menselijk uitgedrukt, gedachten u benaderen en dat u daar met gedachten op antwoordt. Het zijn energieën, maar ik houd het in deze vorm.

En langzaam maar zeker evolueert u dan verder. Naar Zomerlandsferen, naar Hoog-Zomerland, en gaat u verder in het Licht, dit kan een periode in beslag nemen. Naar gelang u verder evolueert, kan het zijn dat u als entiteit alles achterlaat wat met de aarde te maken heeft, omdat een stoffelijk bestaan als deze, op deze planeet, u niet meer aantrekt en dat u er ook geen behoefte meer aan hebt. Voor anderen kan het zijn dat zij wel degelijk behoefte hebben om nog andere ervaringen op te doen en dat zij op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden. Dus terug in deze stof een lichaam zoeken, incarneren, om weer verder in de stof te kunnen ontwikkelen en zo weer een meerwaarde naar de geest te brengen.  Zo kunnen we zeggen: de cirkel is rond.

Wanneer we dat nu een beetje samenvatten, dan kunt u zeggen: wanneer u als mens op aarde leeft, dan kunt u er niet rond dat op een bepaald ogenblik u terug aan onze zijde komt. Dat is nu eenmaal een wetmatigheid van het leven. Maar het leven, groter bekeken dan alleen maar het stoffelijke bestaan. En er is niets vreemds aan. Het is een heel normale kosmische weg. Iedere entiteit, alle leven, maakt dit door. Het is ook niet iets waar u angst voor moet hebben. Het is ook iets waar u zich eigenlijk niet mee bezig moet houden. Het komt vanzelf. En in dit ganse kader wil ik u enkele raadgevingen geven.

Tracht, wanneer u in de stof bent, gewoon als stofmens te leven en niet met de dood bezig te zijn. Die komt van zelfs wel, het heeft geen enkele zin of nut, noch waarde voor de geest, dat wanneer u in de stof leeft, dat u zich zorgen maakt over de overgang.

Wanneer u in de stof leeft, leef in het heden. Leef vandaag. Leef niet in het verleden, het verleden van de stof is voor u voorbij. Wat in het verleden is gebeurd, wat heeft plaats gegrepen, kunt u vandaag de dag niet meer ongedaan maken. Dit is een deel van uw weg geweest, u kunt er uw lessen uit trekken, maar het is geweest.

Leef vandaag, maar leef ook niet morgen. Leef vandaag, en tracht vandaag te doen wat u aanvoelt wat voor u als stofmens juist is. Wat voor u de juiste ervaringen zijn, laat u daarbij niet beïnvloeden, noch door wetten en regels, noch door de maatschappij zelf. Wanneer u zaken ziet of ervaart waar u niet met akkoord bent, laat ze terzijde. Ga voor hetgeen wat u aanvoelt als zijnde juist.

Ik zou daarbij willen voegen: maak geen plan op lange termijn. Dat kunt u niet. Er zijn mensen die leven en die zeggen: binnen 10 jaar zal ik dit of dat. Wanneer u vandaag zegt: binnen 10 jaar zal ik dit of dat, kunt u er van op aan, zelfs als u nog 10 jaar leeft, dat wanneer u op dat moment gekomen bent, dat de idee die u toen had, 10 jaar terug, helemaal niet meer uitvoerbaar, noch realiseerbaar is. Zo hebt u mensen die een werk aannemen tegen hun zin. Die werken alleen omdat ze denken: hier kan ik heel veel mee verdienen, dan binnen 10 jaar kan ik leven zoals ik nu denk dat ik zou willen leven. Zij vergeten dan, wanneer zij die 10 jaar vol kunnen maken, zij 10 ongelukkige jaren hebben doorgemaakt en dat het leven dat ze dan  zouden willen leven, niet meer beantwoordt aan hetgeen zij 10 jaar daarvoor dachten. Maar integendeel, degene die vandaag leeft en zegt: dit wil ik doen vandaag en daar ga ik voor, of dat nu veel opbrengt of weinig opbrengt, dat trek ik mij niet aan, maar dat is hetgeen wat ik wil, dat is de mens die gelukkig zal zijn. Die zal kunnen iets doen dat hem een meerwaarde geeft en uiteindelijk, wanneer u op het einde de rekening maakt, zal hij er waarschijnlijk veel meer aan overhouden dan degene die 10 jaar tegen zijn zin gewerkt heeft om zogezegd meer te verdienen. Maar ik weet het, het past niet in deze maatschappij. Toch, is het van belang dat u dit beseft.

Leef vandaag, maak geen plannen voor de verre toekomst. Maakt gewoon plan voor hetgeen wat u vandaag kunt uitvoeren, wat u morgen kunt doen, niet iets wat heel ver in de toekomst ligt.

Laat u vooral niet opjagen door de wereld rondom u. Want u weet, de wereld op het ogenblik is in chaos. Wanneer u gewoon nog maar dagdagelijks luistert dan hoort u niet anders dat dit duurder gaat worden, dan dat er tekort van dat gaat zijn, dat die ziekte versterkt, dat daar gevaar voor is, dat het percentage kankergevallen zo gestegen is. Wanneer u daarin gelooft, dan bent u daar deel aan. Ook dat vormt een wereld, een parallelle wereld. Een wereld waar zeer vele mensen in gaan geloven. Vele mensen zijn gaan geloven dat zij ziek zijn, omdat zij leven in deze wereld. Want men heeft hen gezegd: de lucht is vervuild, uw voedsel is dit of dat, er gebeurt zus en zo. Men is het gaan geloven en men heeft zichzelf in een situatie gebracht waardoor men realiseert  wat de ander heeft opgebouwd. Maar daar hebt u niks aan. Daar hebt u alleen maar ellende aan. Wanneer u voor uzelf zegt: die werelden raken mij niet, die werelden mogen hun eigen gang gaan, maar ik heb het recht van mijn eigen gang te gaan, en die ga ik ook, dan zult u opmerken dat ondanks alle besmettingen, ondanks alle tekorten, ondanks alles wat men de wereld heeft ingezonden, u daar niet door geraakt wordt en u uw weg kunt gaan. En integendeel zelfs, dat u aan de wereld om u heen bewijst dat het anders mogelijk is.

Want op het ogenblik, dat u zich kunt instellen op een positieve wereld, op een harmonische wereld, dan legt u ook verbindingen, dan gaan de krachten die met u harmonisch zijn u ondersteunen. Want zo goed dat u langs de ene kant de negatieve maatschappij hebt, de maatschappij die gebaseerd is op angst, hebt u daar tegenover de andere wereld, de lichtende wereld. Die gebaseerd is op de universele liefde, op harmonie. Wanneer u voor uzelf zegt: daar wil ik voor gaan, dan zult u opmerken dat u de krachten vindt, het Licht ervaart, de juiste inspiratie aanvoelt, om ondanks alles wat rondom u is, juist en evenwichtig uw leven te kunnen leiden.

En wanneer het dan zover is gekomen dat het stoffelijk lichaam aan zijn eindhalte is gekomen, dan kunt u gewoon er uit stappen, zonder dat u daar problemen met hebt.

Laat u niet misleiden, want dikwijls hoort u zeggen dat op het laatste moment een mens angstig was of raar deed ten opzichte van de dood. Maar dit is heel normaal. Het is niet het bewustzijn dat dit veroorzaakt. Maar het is het stoffelijke voertuig dat op het moment dat de geest het loslaat, bepaalde angsten die genetisch eigenlijk ingebouwd zijn, manifesteert. Deze angsten, deze verschijnsels, mogen u niet misleiden. Mogen u niet de idee doen krijgen dat de persoon op dat ogenblik werkelijk angst heeft van de overgang. In vele gevallen is het gewoon het zenuwstelsel, het hormonale gedeelte van het stoffelijke lichaam dat nog een laatste pulsje geeft en een stoffelijk denkpatroon dat in de hersenen verankerd zit dat zich uit. Maar als mens die dit ziet, laat dit aan u voorbij gaan. Houdt op dat ogenblik, als u dit ziet, in gedachte dat de geest op dat moment reeds verder gegaan is met zijn leven. Dan zult u ook als stofmens veel gemakkelijker afscheid kunnen nemen van degene die overgaat. Want wanneer u zich niet laat vangen in de overgangsbeelden van een stoffelijk lichaam, en u concentreert u op de entiteit die verder gaat, dan zult u meestal een gevoel van harmonie kunnen ervaren. En op het ogenblik dat u dan enkel aan positieve, goede zaken van die mens denkt, dan gaat die overgang voor u, stoffelijk emotioneel is het altijd moeilijk, maar geestelijk een meerwaarde kennen. Dan zal, ondanks de tranen die stoffelijk vloeien, uw eigen geest een waardevolle ervaring kunnen opdoen, op het ogenblik dat u merkt dat degene die u dierbaar was in de stof, de stof verlaten heeft, de weg naar het Licht heeft gevonden, en zo verder kan gaan.

Op het ogenblik dat dit plaatsgrijpt, besef dat uw dierbare niet weg is.  Besef dat uw dierbare alleen onder een andere vorm verder leeft. Besef dat u er niet van afgesloten bent, dat is ook belangrijk. Dat, wanneer u in gedachten er aan denkt, u samen bent. Wanneer u beseft dat wanneer uw dierbare is overgegaan en u denkt daaraan, dat u eigenlijk dichter bij elkaar bent dan dat u ooit in de stof bij elkaar hebt kunnen zijn, dan kan dit wel een opluchting zijn. Dit is zo. Niet alleen is uw dierbare in een andere wereld, maar wanneer u, niet alleen in stoffelijke gedachten, maar ook uw eigen geest zich er positief tegenover stelt, dan is er geen scheiding.  Dan kan het zelfs zijn dat wanneer u zich heel rustig zet in meditatie, of wanneer u heel rustig u te ruste begeeft, dat uw eigen geest, zeker de eerste tijd, nog verder contact heeft met de dierbare die u in de stof heeft verlaten. Maar een positief contact.

Want wanneer u het anders doet, wanneer u in de stof gaat jammeren en klagen, wanneer u in de stof u zelf gaat beklagen dat het toch erg is dat uw dierbare u verlaten heeft, dan trekt u muren op en wordt uw dierbare onbereikbaar. Niet voor uw geest. Maar u zult het in de stof niet ervaren. En u zult het erg vinden. Want uw eigen geest blijft steeds in staat van de contacten te behouden. Ten andere, wanneer u uittreedt, is er voor uzelf niet veel anders, buiten één punt: dat de gouden koord niet gebroken wordt. Maar u ervaart hetzelfde! Wanneer u uittreedt wordt u ook door ons begeleid en opgevangen, want anders zouden de meeste uittredingen wel eens fout kunnen aflopen.

Dus in wezen: een overgang is een heel normaal gebeuren in de kosmos. Een overgang is iets wat ieder van u reeds vele malen heeft meegemaakt en ook nog zult meemaken. Gelukkig maar. Want stel u maar voor dat u zou gebonden blijven aan dat voertuig dat bij wijze van spreken helemaal niet meer functioneerbaar is. Dan zou u maar eerst een hel op aarde meemaken. En dat wens ik niemand toe.

Ik hoop dat het voor ieder van u het inzicht en de kracht geeft om anders te staan tegenover de overgang. Want, het is misschien in uw oren geen al te best nieuws, maar naar de toekomst toe zal u nog met veel overgangen geconfronteerd worden. Door de kennis, door hetgeen ik u hier heb medegedeeld, hebt u toch de werktuigen in handen om u juist te positioneren bij deze overgangen. Om niet degene te zijn die daar emotioneel naar de buitenwereld toe een theateropvoering geeft, maar iemand die ondanks de emotie, heel gemodereerd de juiste hulp kan bieden. Niet alleen voor degene of de dierbare die overgegaan is, maar ook voor degenen die achter gebleven zijn.

Kijk, wanneer u een geboorte meemaakt, dan bent u allemaal gelukkig. U vindt dit fijn. Wel, tracht nu eens te begrijpen dat er iemand aan onze zijde geboren is.  Dat een geboorte aan onze zijde steeds een gelukkig weerzien is.

Deel 2

Mag ik vragen wat de vragen die er eventueel zijn eerst gesteld worden?

  • Broeder, ik vroeg mij af of dat het mogelijk is dat iemand die moeilijk over een verdriet geraakt, van bv. een ouder die gestorven is, zodanig naar de dood kan verlangen dat op een zeker moment hij overgaat; dat de geest daarop ingaat?

U kunt als mens, wanneer u een overgang verkeerd bekijkt, natuurlijk zeer veel stoffelijk leed doormaken. U kunt zelf, wanneer u dit zo sterk laat ontwikkelen, zover komen dat bepaalde ziektepatronen, maar in meeste gevallen zal het met de zenuwen en de hersenen te maken hebben, zich manifesteren. Maar dit zijn zaken die louter en alleen te maken hebben met het stoffelijk voertuig. Geestelijk gezien, de geest van het voertuig zal, t.o.v. iemand die is overgegaan, zelfs wanneer dat dit geestelijk gezien iemand is die u zeer nabij is, ik bedoel hier niet direct mee ‘stoffelijk’ een vader of een moeder, dat hoeft niet, zal daarop eigenlijk nooit treurig zijn. Omdat wanneer een geest het stoffelijk lichaam loslaat, voor een andere geest dit een normaal verloop van een situatie is.

Stoffelijk gezien kan het natuurlijk zijn dat iemand totaal de verkeerde weg uitgaat, maar in de meeste gevallen is dit dan zelfbeklag. Omdat men zaken verliest waarvan men gehoopt had dat men daar voor zich van alles kon uithalen. Dit is zeker niet het geval van wat u hier aanhaalt, hoor! Maar ik wil maar duidelijk stellen wat er allemaal kan plaats hebben.

  • Broeder, in het eerste gedeelte is er gezegd dat de gouden koord gebroken wordt bij overgang en dat het fijnstoffelijke lichaam ‘uitdijt’. Hoe moet ik mij dat voorstellen?

Kijk, dat is heel simpel, Je hebt een stoffelijk lichaam, en dat ken je. Het fijnstoffelijk lichaam daar zit een menging in van het geestelijke aspect en de uitstraling  van het stoffelijke, dat zit daar allemaal in verweven. Het is een soort ‘weefsel’ zou je kunnen zeggen, maar dan onder de vorm van een energie. Daardoor kun je bij de stofmens via dat fijnstoffelijke invloed hebben op het stoffelijke. Maar je kunt ook via dat fijnstoffelijke contact hebben met de geest. Als je dat fijnstoffelijke niet had, dan zou bv. het stoffelijke deel nooit kunnen begrijpen wat dus het nietstoffelijke deel eigenlijk verlangt. Het fijnstoffelijke, uw aura, is daar eigenlijk een soort overgangsvorm, waar de twee mekaar kunnen vinden.

Wanneer je vroeger, bij het begin van de elektriciteit was er nogal eens dat er verschillende spanningen waren. Bij de een was het 110, bij de ander was het 220 en zo verder, en toen gebruikten de mensen transformatoren om omzetting te hebben. Want anders kon je niet van 220 naar 110, of 110 naar 220 in de huizen. Zo zou je het kunnen vergelijken. Ik weet, het is een manke vergelijking, maar het is om duidelijk te maken dat het één het andere niet zou kunnen bereiken wanneer je het fijnstoffelijk niet hebt. Op het moment dat de geest de stof loslaat, is eigenlijk dat overgangsgebied van geen nut meer. Hetgeen wat van de geest als het ware daarin aanwezig is en voor hem nuttig is, ja, kun je zeggen, gaat gewoon mee. Het andere van het fijnstoffelijke, dijt gewoon met de stof uit, en verdwijnt.

Ik ga daar nog één zaak bijvoegen. Er zijn heel veel andere, naar de stof toe, lichamen, maar die niet behoren tot de stof, of het fijnstoffelijke en die toch behoren tot het totaal-geestelijk pakket. Een ander punt wat ik kan aanhalen, is: u hebt toch allen al gehoord van ‘astrale lichamen’. Astrale lichamen kunnen maar bestaan doordat zij energie krijgen van andere lichamen. Op de moment dat een astraal lichaam niet meer gevoed wordt, hetzij door gedachten, hetzij door energieën, gaat het astrale lichaam gewoon opgaan in de kosmos, en bestaat als dusdanig niet meer, omdat het geen eigen bezieling heeft. Je kunt uw aura, of uw fijnstoffelijk lichaam eigenlijk zo bekijken. Het is geen astrale vorm, het is nog iets anders. Maar het zou ons te ver leiden. Maar van op de moment dat het geen input meer krijgt van de stof of geen input meer krijgt van de geest, dan houdt het gewoon op. Zo simpel is het.

  • Broeder, er is ooit gesteld dat als een dierbare overgaat, dat je die moet loslaten. Maar in het eerste deel is gezegd: dat als je ermee in contact wil komen, dat hij dichterbij is dan je denkt. Als je dat op een positieve manier doet is dat dan niet negatief voor de overgegane?

Dit is niet contradictorisch. Het is wel degelijk zo dat, wanneer iemand overgaat, dat je die moet loslaten. Maar dat wil niet zeggen, als je iemand loslaat, dat je niet positief kunt denken. Het probleem is dat, wanneer iemand overgaat, zeer velen voor zichzelf dit niet aanvaarden en in zelfbeklag vervallen: ‘waarom moet dat nu mij overkomen dat hij dood gaat?’, enz., enz., en daardoor een negatieve sfeer naar de overgegane creëren. Wat niet goed is. Dit kan vanuit de stof naar de geest een emotionele band gaan creëren met alle gevolgen van dien.

Daarom zeggen we: wanneer iemand overgaat, moet je die loslaten. Maar wanneer dat je, zoals in het eerste gedeelte gesteld werd, er positief aan denkt, bv. denkt van: ‘kijk, bedankt voor al het goede of al de goede momenten die ik met u beleefd heb, en je hebt dat en dat in uw leven toch fantastisch gedaan’ enz., dan geef je naar de overgegane een impuls van Licht. Dat is iets totaal anders. Dan ga je die niet trachten tegen te houden.

Wanneer bv. een man overlijdt en de vrouw begint te denken: ‘ja, ik heb er gans mijn leven een beestenleven mee gehad en die rotzak zit nu aan de andere kant en ik zit hier met de miserie, want ik weet niet hoe iets in mekaar zit en waar hij zijn geld gestoken heeft en ik wil het niet!’ Ik stel het nu heel extreem en ludiek, maar dat is een totaal verkeerde benadering. Dat kun je begrijpen. Want dan gaat er een vorm van agressie, van haat naar de overgegane, men zal dat proberen af te blokken in zover dat dat mogelijk is.

Wanneer nu iemand overgaat en de andere partij denkt: ‘bedankt voor het goede leven dat ik met u heb mogen hebben, bedankt voor alle liefde die je mij gegeven hebt,’ dat is een totaal andere ingesteldheid. Is een positieve ingesteldheid die ook door de overgegane aangevoeld wordt. En waar die in zijn nieuwe oriëntatie, in zijn nieuwe wereld iets aan heeft. En daarom is gesteld in het eerste gedeelte: denk er positief aan. Denk aan het goede.

Meditatie: De kern in ons

Laat ons gewoon even met onze gedachten naar binnen keren. Laat ons even ons eigen lichaam van binnen uit benaderen. En dan voelen we binnenin een kern.

Ach, we weten eigenlijk niet wat die kern juist is. Het is voor ons een mysterie. We zouden het misschien kunnen vergelijken zoals de kern van de aarde waarop we leven een mysterie is. We veronderstellen dat de kern van de aarde bestaat uit metalen enz., maar eigenlijk weten we dat niet zeker.

En wanneer we nu naar onze eigen kern gaan, ja, wat is die kern? Er is ons verteld dat dit de ‘ziel’ is. En dat de ‘ziel’ eigenlijk de vertegenwoordiger, de ambassadeur is van de Vader, of van God. Wanneer we vroeger op aarde geleefd hebben, ach, dan waren het goden. En dan spraken we van de ‘godenkracht’ in ons.

Nu dat we wat verder geëvolueerd zijn is het de ‘Godskracht’ in ons. En voor sommigen is het al minder gedefinieerd, het is die kosmische energie die er voor zorgt dat alles functioneert, dat alles bestaat.

Ach, wij arme stofmensen zijn toch zo beperkt in onze mogelijkheden om dit sleutelbegrip te ontcijferen. We zijn er indertijd wel in geslaagd om de hiërogliefen te lezen, we hebben andere geschriften, zoals het spijkerschrift ontcijferd. Maar de sleutel van het diepste geheim in ons, dat vinden we toch zo moeilijk.

We trachten daar alle mogelijke definities aan te geven, ingewikkelde formules bedenken, maar één ding vergeten we: het gewoon trachten op de meest simpele wijze te benaderen. En de meest simpele wijze, vrienden, is gewoon uw gevoel open zetten. Uw aanvoelen te laten spreken. En probeer het even. Probeer even te voelen wat die kern voor jou betekent.

Ach, en wanneer je dat gevoel laat spelen, dan word je ineens heel licht. Je begint u ineens gelukzalig goed te voelen, je begint plotseling rondom u één te worden met alles wat bestaat. Plots geeft uw gevoel u een idee, deel te zijn van de ganse Schepping. Plots ervaar je een Eenheid, je ervaart een Licht, een Licht waarin je opgaat. Een schittering, waarin vorm geen rol meer speelt, je bent één met dit Licht. Eén met die Kracht.

En je beseft dat in dit Licht, in die Kracht alles aanwezig is. Je beseft dat je dit Licht en deze Kracht met alles wat in de Kosmos bestaat deelt. Dat je daar één mee bent, één Kracht. Je beseft dat termen zoals ‘leven’, termen zoals ‘sterven’, ‘overgaan’, ‘dood’, ‘verder gaan’ geen enkel belang hebben. Het is allemaal een Eenheid. Je bent één en je voelt je één met al wat in de Kosmos bestaat. Je stoffelijk voertuig hindert je niet meer, je geest geeft je de mogelijkheid te ervaren. En je beseft de Eenheid van alles dat bestaat.

Je bent ineens deel van de ganse Kosmos, je bent de Vader, je bent de God, onafscheidelijk; er is geen verschil tussen het heden, het verleden of de toekomst. Alles Is.  Is Eenheid.  Nu. Er is geen hoogte, er is geen diepte, er is geen lengte, er is geen breedte, er is alleen Zijn.

Maar dat Zijn is een enorme Kracht, een enorme Energie, een Gevoel, voor de stof niet vatbaar, voor de geest onbeschrijfbaar, maar het is de werkelijkheid. Het is het Bestaan, het is het Zijn, het is de Kracht, het is de Vader.

Dat Gevoel, deze Emotie, die ligt in elk van ons. En telkens wanneer we ons even terug trekken uit de drukte van het stoffelijk bestaan, wanneer we even in ons zelf keren, dan zijn we één met deze Kracht.

En dan is het mooie, dat wanneer we terug vanuit deze sfeer in onze normale wereld komen, dat we dit kunnen overdragen, dat we dit kunnen meegeven, dat we dit kunnen doorgeven aan al degenen die we liefhebben, al degenen die met ons deze harmonie kunnen beleven.

En zo zijn we samen sterk, zo kunnen we alle stormen aan. Geen orkaan is te sterk, geen vloedgolf overspoelt ons, geen vuur vernietigt ons. Geen beving geeft ons angst. Want wij beseffen dat dankzij deze mystieke ervaring wij de Eenheid hebben erkend van het Al-bestaande. Dat wij dankzij deze mystieke doorleving, we de eenheid met de Vader hebben gevoeld, ieder van ons op zijn eigenste wijze. Niet vertaalbaar naar de ander. Want dit Gevoel leeft in uw kern, maar is niet in woorden te verklaren. Maar het is wel te delen met al degenen die voor het Licht en voor de Harmonie willen openstaan.

Het is te delen met al diegenen die op zoek zijn naar het ware Licht, die op zoek zijn naar de Waarheid, die op zoek zijn naar de sleutel van het bestaan, die gelegen is in deze schittering van het Licht.

En laat ons dan langzaam maar zeker terug keren tot onze stoffelijke werkelijkheid. En laat ons dan deze meerwaarde die we nu gevoeld hebben als permanent Licht uit ons gaan naar al degenen die zoekende zijn naar het Licht. Laat ons dit Licht delen met onze broeders en zusters, zodat moment na moment, dag na dag, het Licht in ons, sterker en groter mag worden. Want hoe meer we geven, hoe meer we dit Licht doorgeven, hoe sterker en groter het Licht in onszelf wordt.

Want dat is een kosmische wet: geef, en er zal u meer gegeven worden. Geef het Licht, en het Licht versterkt dingen.

Vrienden, mijn tijd om afscheid te nemen deze avond, is gekomen. Ik heb het Licht met jullie gedeeld, en ik ben blij dat ik dit heb mogen doen. Tracht nu in zover het voor jullie mogelijk is, dit Licht zonder restrictie, zonder voorwaarden, door te geven aan ieder die het zoekt.

Ik wens jullie veel succes op jullie tocht door het bestaan.