Mogelijkheden

21 september 1970

Wij willen elke bijeenkomst trachten een probleem aan de orde te stellen. Wij willen verder proberen deze problemen na de pauze te doen volgen door een beschouwing, die samenhangt met de innerlijke waarden. Om u een voorbeeld te geven zouden wij kunnen spreken over de relatie van de mens met de buitenwereld en dan zal dat gevolgd worden door een beschouwing over de inwerking van de buitenwereld in de mens en de gevolgen die dit heeft voor zijn innerlijk besef. Met een dergelijke opzet hopen wij het volgende te bereiken: U een probleem voor te leggen waarvoor geen absolute oplossing wordt gegeven. Denkmateriaal. Wij hopen, dat u daar zelf over wilt nadenken en zullen u zeker zo nu en dan in de gelegenheid stellen – misschien een keer gedurende deze cursus – om bepaalde denkbeelden naar voren te brengen. Door nadruk te leggen op de relaties die de contacten met de buitenwereld hebben op de innerlijke mens, hopen wij u duidelijk te maken hoe uw eigen houding in de wereld, uw relatie tot die wereld en uw eigen innerlijk werkzaam zijn, een grote samenhang vertoont. Hoe een innerlijk verkeerde benadering als resultaat een uiterlijk mislukken van relaties ten gevolge heeft, om een voorbeeld te geven, of omgekeerd hoe een verkeerd aanpakken van een probleem in de wereld, een zakenprobleem b.v. een terugslag heeft in je innerlijk denken en beleven en daardoor heel vaak een geestelijke bereiking tijdelijk onmogelijk kan maken.

U krijgt dus in feite een probleem om over na te denken en u krijgt een beschouwing over wat ook uw eigen problemen zouden kunnen zijn. Wanneer u meent dat deze opzet niet aanvaardbaar is, dan kunt u daartegen aan het begin van de volgende bijeenkomst protesteren en uw eigen voorstellen kenbaar maken.

Misschien bent u op de hoogte met de stelling dat elke mogelijkheid ergens in het Al gerealiseerd is. Dat elke mens uit de bestaande mogelijkheden een keuze doet en zo voor zichzelf een ontwikkeling opbouwt door het voor zich waarmaken van een reeks bestaande mogelijkheden. Wanneer u die stelling kent, dan redeneert u ongeveer als volgt: ik kan dus nooit vooruitzien wat er gaat gebeuren, tenzij ik weet welke mogelijkheden ik neem. En daar het kiezen van mogelijkheden, van heel veel factoren afhankelijk is, zal ik nooit zeker zijn. Ik kan de toekomst altijd benaderen vanuit een algemeen standpunt, maar die omvat dan altijd nog zoveel verschillende mogelijkheden dat een werkelijke definitie moeilijk zo al bereikbaar is. Die mogelijkheden kunt u natuurlijk eenvoudig voorstellen als parallelle werelden, u kunt spreken over de mogelijkheid om in verschillende levens bepaalde parallelle reeksen van mogelijkheden afzonderlijk af te werken, maar dat is eigenlijk alleen maar een poging voor jezelf om de gemiste mogelijkheden, de verkeerd gedane keuze, aanvaardbaar te maken.

Ik geef u nu een opzet van de feiten, zoals wij die hebben leren kennen en ik hoop, dat dit voor u een aanleiding zal zijn om uw persoonlijke levensfeiten eens een keer nader te bezien en u af te vragen, wat daar misschien de samenhang zou kunnen zijn.

  1. Ik kan nooit een keuze onbevooroordeeld doen. Het doen van een keuze betekent voor de mens het zich bevinden in een bepaalde toestand. De toestand zelf bepaalt de keuzemogelijkheid. Er is dus geen vrijdom van keuze, alles is ten dele geconditioneerd.
  2. Naarmate een keuze kritieker en moeilijker wordt, zal de mens minder in staat zijn deze keuze bewust te doen. Hij zal dan beïnvloed worden door kleinigheden en een geluid op straat kan de beslissing vormen in een keuze. Veelal zijn het juist deze keuzemomenten die voor langere tijd de levensgang van een mens bepalen.

De mens heeft allerlei dingen, waar hij graag mee opschept. Besef, rede, intuïtie, geweten. Deze dingen spelen een grote rol in de rationalisatie die de mens geeft voor hetgeen hij doet, ze zijn slechts zelden de verklaring voor hetgeen hij doet. Je kunt dus niet uitgaan van een menselijk geweten. Je kunt alleen uitgaan van een menselijke gevoelsinhoud, bepaald door de wereld buiten, waaruit later zich iets distilleert, dat die mens geweten noemt.

Hiermede hebben wij de eerste serie afgehandeld. Samenvattend betekenen deze punten dus: het merendeel van de keuze, die een mens doet in zijn leven, het merendeel van de mogelijkheden, die hij realiseert, worden niet door zijn besef bepaald. Waardoor dan wel? Wij stellen:

  1. Wanneer een mens eenmaal geestelijk een bepaald standpunt heeft bereikt, beziet hij de wereld volgens dit innerlijk bereikte standpunt. Hij zal dus een visie op de wereld hebben die bepalend is voor zijn realisatie van de aanwezige mogelijkheden.
  2. De mens hanteert maatstaven, meestal niet zijn eigen maatstaven van goed en kwaad, aanvaardbaar en onaanvaardbaar. Deze maatstaven bepalen niet de keuze die hij doet, maar wel de reactie, die hijzelf op de gedane keuze zal hebben.
  3. Het geestelijk leven van de mens heeft behoefte aan bepaalde uitingen, maar deze uitingen kunnen alleen dan gerealiseerd worden, wanneer omstandigheden en mogelijkheden gelijkvallen met de realisatie van een innerlijk bestaande noodzaak. Dit gebeurt slechts zelden.
  4. Samenvattend: Het is duidelijk dat een keuze uit mogelijkheden voor de mens niet bepaald wordt door het besef van alle mogelijkheden. Integendeel. Veelal zal hij de meest juiste mogelijkheden voorbijgaan, zich vastklampend aan dat gedeelte, wat binnen zijn gezichtsvermogen valt. Hij komt hierdoor voortdurend met zichzelf in strijd, maar begrijpt de oorzaak en reden daarvan niet. Het resultaat is meestal het voortzetten van een foutieve keuze in de wereld, waardoor hij voor zich minder aanvaardbare mogelijkheden realiseert.

Hier heeft u twee reeksen, waarover u eens moet denken. En nu gaan wij proberen dit om te zetten in een meer practisch beeld.

Wanneer wij moeten kiezen tussen oorlog en vrede, kiezen wij allen voor vrede. Maar de vrede, die wij kiezen, kan in vele gevallen zodanig zijn gesitueerd dat daardoor oorlog onvermijdelijk wordt of bijna onvermijdelijk. Denk aan de vrede van Versailles in 1918. Wanneer wij een dergelijke fout maken, menen wij de vrede gekozen te hebben. Maar wij kozen geen werkelijke vrede of een werkelijke bewustwording of wat dan ook. Wij kozen voor een verloop van gebeurtenissen, op dit moment voor ons strelend en bevredigend. Het resultaat is dat wij later met de tegenslagen te kampen krijgen die wij dan onrechtvaardig vinden en waarvoor wij geen begrip hebben. Indien wij echter kiezen voor oorlog, dan is het ook weer de vraag, hoe wij die oorlog zien. Wat is de keuze die wij doen? Ook dan ontstaat er een reeks van ontwikkelingen die wij niet in de hand hebben. Want het moment, waarop wij weer nieuwe mogelijkheden zien houdt in zichzelf een beperking in van de realisatie van alle mogelijkheden, die wij bezitten. Hier krijg je alweer een zeker gedefinieerd zijn.

Een mens kan natuurlijk ook op veel kleinere punten een keuze doen er, laten wij maar weer een van de meest eenvoudige nemen. Je zit aan tafel en je kan kiezen of je een gerecht zal eten of niet eten. Twee mogelijkheden. Wanneer je niet eet, is het mogelijk dat de gastheer beledigd is. Wanneer je wel eet, bestaat de mogelijkheid dat je ziek zult worden. Dat weet je. Is er nog een derde mogelijkheid? Ja, ik kan doen alsof. Maar doen alsof betekent, dat beide gevaren aanwezig zijn, want ik zal iets moeten eten en het is mogelijk, dat juist dit opvalt. Wij hebben dus niet alleen een rechtlijnige mogelijkheid, maar wij hebben altijd nog een keuze, waarin alle mogelijkheden bepaald worden door een toeval en zich onttrekken aan onze beheersing. En dit is een zeer belangrijk punt. Wanneer ik een keuze doe, die in feite een compromis is, verlies ik de beheersing over de werkelijke ontwikkeling, voor zover ze mij betreft. Elk compromis, op welk terrein ook, is dus gevaarlijk. U zult zich afvragen of dit in het dagelijkse leven ook van belang kan zijn.

Laten wij zeggen, dat het gaat om een contract. U kunt tekenen of niet. U kunt staan op een versie van het contract die voor u volledig bevredigend is. U kunt ook een compromis aangaan, waarbij u denkt: ik kan dit nog net accepteren en de ander is enigszins tevreden. Nu lijkt het of zo’n contract iets vastlegt. Men fixeert daarin a.h.w. toekomstige mogelijkheden, maar helemaal juist is het niet. Op het ogenblik dat ik het geheel naar mij toe fixeer, heb ik weliswaar voor mij de meest juiste keuze gedaan, omdat mijn eigen handeling voor mij logisch en rechtlijnig blijft. Maar het is bijna zeker dat hierdoor situaties ontstaan, waarbij ik – gezien de mogelijkheden van het contract en de eisen die ik daarop baseer – moet vechten om mijzelf door te zetten. In het andere geval heb ik een contract geaccepteerd. Ik was het er niet mee eens. Ik zal daardoor voor mijzelf en vanuit mijzelf de vervulling van dit contract steeds moeilijker maken. Het resultaat is dat ik in grote moeilijkheden kom t.a.v. het contract. In het geval van het compromis ontstaat aan beide zijden onrust en is het bijna zeker dat het contract waardeloos wordt op een gegeven ogenblik, maar het is niet zeker van welke kant dit zal gebeuren, of ik dat zal doen of ter andere zijde. Wanneer ik dus te maken heb met een contract, moet ik nagaan in hoeverre dit binnen het kader van mijn eigen mogelijkheden ligt. En in hoeverre kan ik dit aanvaarden? Zolang er een aanvaardbaarheid voor mij aanwezig is, die volledig is, kan ik door het standpunt dat ik inneem, elke verdere toekomstige mogelijkheid ook zelf bepalen. Ik blijf dan a.h.w. heer en meester van de situatie, zolang ik niet vergeet om bewust elke keer de mogelijkheden na te gaan en een keuze te doen.

In het tegengestelde geval heb ik zelf geen binding met het contract. Het is voor mij geen realiteit. Maar als het voor mij geen realiteit is, zal ik – bewust of onbewust – handelen alsof het er niet zo erg op aan komt. De vraag is nu: hoelang kan ik dit volhouden? Meestal veel minder lang dan je denkt en meestal komen daaruit pressiemiddelen voort, die een ander tegen jou gebruikt en zo je eigen mogelijkheid tot keuze aanmerkelijk inkrimpt en op den duur misschien zelfs wegneemt.

Je moet een zekere vrijheid bewaren. Nu is vrijheid een moeilijk ding. Maar het begin van alle vrijheid is – geloof ik – de vrijheid van denken. Of het nu gaat om oorlog of vrede om een contract, een huiselijk probleem of wat anders, ik moet in de eerste plaats vrij blijven om na te denken. Ik moet elke beperktheid of eenzijdigheid in mijn denken proberen te voorkomen. Hoe ruimer ik het geheel kan overzien, hoe eenvoudiger het voor mij wordt de mogelijkheden in te schatten Laat ik mij echter leiden door bepaalde begeerten, bepaalde angsten, dan neem ik van deel van mijn erkenning weg, dan zal ik erkende mogelijkheden opzij drukken en eenvoudig doen of ze niet bestaan. Het resultaat is dat mijn keuze verkeerd zal zijn, maar óók dat mijn denken daardoor schokken ondergaat, waarmee ik niet zonder meer klaar kan komen.

Een noodzaak is het verder om, als je gedacht hebt, niet te blijven denken. Misschien een hatelijke opmerking, maar u kent een rondetafelconferentie. Daaruit komt zelden iets goeds voort, omdat het blijft bij heen en weer praten. Er zou een ogenblik moeten zijn dat men zegt: nu is het afgelopen. Eindconclusie! Ieder van u geve zijn eindconclusie en op grond van die eindconclusies bepalen wij het resultaat. Zo zou het met uw denken ook moeten zijn. U overweegt de toestand. U ziet de mogelijkheden. Wanneer u de mogelijkheden hebt overzien, doet u een keuze. Aan die keuze houdt u zich vast. Die mogelijkheid moet gerealiseerd worden, niet omdat er geen andere mogelijkheden zijn, maar eenvoudig omdat u door die keuze uzelf dwingt verder te gaan, een nieuw standpunt in te nemen en dus ook een nieuw besef te krijgen van hetgeen er verder gaat gebeuren. U zou hier misschien met allerlei psychologische argumenten kunnen komen aandragen en zelfs met enkele dieptepsychologische argumenten. Ik geloof niet dat dat hier op dit moment belangrijk is.

Een bijzonder vervelend verschijnsel is wel het: “ja maar en wanneer”. Ja maar. Een voorbehoud tegen een erkenning. Wanneer. Het stellen van een mogelijkheid die in feite niet aanwezig is. Of wij dit nu doen met een esoterisch probleem of dat wij dat nu doen met een zakelijk probleem: ik stipuleer een mogelijke voorwaarde, die echter volgens mijzelf op dit moment niet voldoende of niet volledig aanwezig is. Doe ik dit, dan is het gevaar groot dat ik dat als werkelijkheid ga behandelen. En dan kies ik een niet bestaande mogelijkheid. Een niet bestaande mogelijkheid kan ik niet realiseren. Ik word gedreven door gebeurtenissen, die ik weliswaar zelf wek, maar waarvan ik geen begrip heb en waarvan ik de omvang niet kan overzien.

Nu zijn er natuurlijk allerlei problemen met die mogelijkheidswaarden verbonden. Wij kunnen het het eenvoudigst zo zeggen: Er is een mogelijkheid geweest, dat Hitler de oorlog zou winnen. Er is ook een mogelijkheid geweest dat die wereld dan toch niet zo fascistisch zou zijn als u gedacht zou hebben. Beide mogelijkheden zijn niet waar geworden. Maar deze mogelijkheden bestaan in de kosmos. Neemt u dat nu even aan als basisstelling – die op dit moment niet te bewijzen is – dat elke mogelijkheid aanwezig is in al zijn facetten. Elke mogelijkheid, hoe klein ook, betekent een verandering.

Die kan gering zijn, die kan groot zijn. Elke verandering betreft een groot aantal individuen. Maar doen al die individuen dan allemaal dezelfde keuze? Vaak niet. En dan komt u tot een heel eigenaardige conclusie, waar u toch eens over na moet denken.

Het is mogelijk dat mensen gezamenlijk leven in een wereld; terwijl de waarde en inhoud van die wereld voor hen geheel verschillend is, gebaseerd op verschillende mogelijkheden en ook hun eigen keuzemogelijkheid is een totaal differente. Zij beschouwen elkaar slechts als deel van eigen mogelijkheidskeuze en komen er daardoor niet toe te beseffen dat ze in feite in verschillende werelden, voorstellingswerelden, leven. Voorbeeld: het is mogelijk dat Jan verliefd is op Marie en Marie denkt dat Jan op haar verliefd is. Voor Marie is dus een later gezamenlijk verdergaan een onvermijdelijke zekerheid. Jan vindt Marie aardig en er zijn ook anderen die hij aardig vindt. Voor hem is Marie dus niet de basis, waarop hij zijn keuze zal maken. Nu komt er een ogenblik dat Jan a.h.w. weggezweefd is naar een heel andere relatie en verhouding, terwijl Marie nog steeds denkt, dat Jan alleen maar aan haar denkt. Er is hier dus een vervreemdingseffect dat voortkomt uit een verschil van voorstelling en daarmede een verschil van keuze. Dit gaat nu net zo lang verder, totdat er een keuzemoment ontstaat, waarbij mogelijkheden voor beiden ongeveer gelijk zijn. Dan kunnen ze elkaars keuze overzien en op dat moment pas zal Marie zich realiseren hoe Jan over haar dacht en op dat moment pas zal Jan zich realiseren, wat Marie heeft geprobeerd te doen. Op dat moment ontstaat een nieuwe relatie, waarbij mogelijk beider werkelijkheid weer dezelfde wordt en daarbij ook de mogelijkheden voor beiden weer in dezelfde lijn liggen of wat men noemt: een absolute vervreemding. Bij deze absolute vervreemding kunnen materiële banden blijven voortbestaan – dat gebeurt zelfs wel in huwelijken – terwijl gelijktijdig het geestelijk leven en het wereldbesef zodanig verschillend worden, dat de handelingen van beiden niet alleen een totaal andere inhoud krijgen, maar bovenal dat hun keuze totaal andere gevolgen heeft.

Om u een eenvoudig voorbeeld te geven: er is een auto met een defecte stuurinrichting. Wanneer Marie zegt: ik zal er nog mee rijden, want het kan nog wel, krijgt zij geen ongeluk. Jan, onder dezelfde condities, maar met een andere benadering zegt, ik zal het proberen. Misschien is het zo erg niet. Jan krijgt wel een ongeluk. De condities zijn precies gelijk, behalve dat de instelling van de personen een andere is. De persoon leeft in dezelfde wereld als een ander, maar doordat de mogelijkheden anders worden gezien en gewaardeerd, is niet alleen het keuze‑element anders, maar ook de eigen relatie met de wereld.

Wanneer de harmonie of de relatie met de wereld een andere is, zullen onder volkomen gelijkblijvende omstandigheden de resultaten in de wereld van een identieke actie onder identieke voorwaarden, voor beiden geheel different zijn. Nu gaat u misschien ook begrijpen dat er mensen zijn die een lot kopen in de loterij en zeggen: even naar de datum kijken, dan kan ik de prijs ophalen. Dit klopt altijd. Er zijn anderen die hun gehele leven alle loterijen najagen en die altijd net dat nummer hebben dat er even boven of onder zit. U zegt dat is praktisch onmogelijk, zeker wanneer men uit hetzelfde bosje loten kan kiezen. Dan is er toch evenveel kans om de hoofdprijs te trekken? Dat dacht u. Door het verschil van instelling bepaalt men het gevolg, de relatie. Daardoor trekt de één net dat briefje daarna. Hij had het bijna goed, maar net niet. Daardoor trekt die ander die niet eens nadenkt, er het goede briefje uit.

Een beetje overdreven misschien maar u hebt allemaal wel dergelijke gevallen meegemaakt van mensen die altijd tegenslagen hebben, die denken dat ze iets bereikt hebben en dan ondervinden dat het weer niets is. Aan de andere kant zijn er mensen die zich nooit moeite geven iets te bereiken, en elke keer weer met een kostelijke schat naar voren komen en het misschien niet eens waarderen. Dan moet u dus weer van die mogelijkheden‑kwestie uitgaan. Hoe zie ik de mogelijkheden Op het moment dat ik zeg: de mogelijkheid is er dat ik kan winnen, heb ik ook gezegd: ik kan verliezen. Ik heb dus een tegenstelling, een “onbeslist” in het leven geroepen. Het is maar de vraag wat domineert mijn instelling? In 9 van de 10 gevallen die van: “Ik hoop dat het iets zal zijn” Maar niet: “Ik zal wel zien”. “Ik zal wel zien” laat zijn behoefte aan de prijs beslissen. Degene, die de mogelijkheden overweegt, laat zijn eigen zoeken naar de prijs overheersen, en schakelt zo de intuïtieve benadering van een prijs uit.

Wij hebben een horoscoop. Drie mensen trekken een horoscoop voor dezelfde persoon. Drie mensen werken eraan, elk op zijn eigen manier. Een heeft het van het begin tot het einde juist. De twee anderen, die misschien veel consciëntieuzer werken, komen tot conclusies die nergens op lijken. De horoscoop van nr. 1 is niets anders dan humbug, van nr. 2 is het een reeks van gemeenplaatsen die met moeite passend gemaakt kan worden en voor nr. 3 is het een aanduiding van de kritieke punten in het leven, dat je zegt: daar zit wat in. Hoe komt dat? Dat ligt ook weer aan de wijze, waarop de drie te werk zijn gegaan. Voor alle drie is er de mogelijkheid de horoscoop wel of niet te trekken. Ze hebben gekozen het wel te doen. Nu komt de vraag: hoe zal ik dat doen? En nu gaat het niet alleen om het uitzetten van planeten, de huizen etc., het gaat er om: hoe beleef ik deze horoscoop? Voor degene die zegt: dit is een mensenleven voor mij, wordt het makkelijker, omdat hij niet meer planeten interpreteert, maar een menselijk bestaan. Hij komt dus dicht bij de waarheid. Een ander gaat uit van gemeenschappelijke interpretaties, zoals die in boeken staan. Omdat hij kiest naar deze boekinterpretaties toe, zal zijn weergave volgens de boeken volledig zuiver zijn, alleen geen rekening houden met de specifieke elementen van de mens, die niet alle in de horoscoop zonder meer te vermelden zijn. En nr. 3 heeft gedacht: wanneer ik het allemaal maar netjes erin zet, dan klopt het, maar die heeft helemaal vergeten, dat er kennis en intuïtie bij nodig zijn.

En nu is de vraag: wat zal die horoscoop uithalen? In het eerste geval kun je zeggen dat die horoscoop altijd ergens ongunstig teruglaat. Misschien dat de mensen het hem kwalijk nemen of hem erom uitlachen of dat hij zelf geschokt wordt door de gebeurtenissen.

In het tweede geval is het net of er een afstand is geschapen. Iemand, die zo horoscopen maakt, vervreemdt niet alleen van degene, voor wie hij de horscoop maakt, maar ook van andere mensen. Er ontstaat een soort formalistisch isolement. Zijn eigen keuze wordt zo bepaald door wat er in de boeken staat, dat het maken van een paar van zulke horoscopen voldoende is om hem zich te doen terugtrekken als een slak in zijn huis.

In het derde geval heeft men niet aan de sterren gedacht, maar aan de mens. Het resultaat is in de eerste plaats een intenser contact met de mensen, maar er is nog een ander aspect nl. de kosmos. In de kosmos zitten dezelfde elementen, die ook in de mens aanwezig zijn. Er ontstaat een grote gevoeligheid voor kosmische harmonie. Dat klinkt allemaal wat vreemd en daarom moeten wij ook nog proberen een kleine sectie te verrichten op het deel van het menselijk besef.

Denken betekent in feite: beelden duiden in woorden, die woorden aanpassen aan bestaande gewoonten en dan pas middels die gewoonten tot realisatie komen. Zodra ik dat ga doen, moet ik mij gaan afvragen: wat speelt in die reden een grote rol? Het ik‑besef van iemand. Overwaardeer je jezelf, dan zal je het altijd mis hebben. Er zijn mensen, die hebben een zó groot zelfbewustzijn dat zij menen dat het voor hen niet nodig is om de zorgvuldigheid of de inspanning te betrachten die een ander zich getroost, dat zij zich niet aan de regels houden die voor anderen wel gelden. Wat is het resultaat daarvan? Dat het in 9 van de 10 gevallen verkeerd gaat. Waarom? Omdat zij voor anderen de regels geldend achten, maar niet voor zichzelf. Omdat zij de inspanning van anderen noodzakelijk achten, maar niet voor zichzelf. Door het zich buiten het geheel plaatsen, terwijl zij deel van het geheel zijn, kiezen zij niet de logische weg, de logische mogelijkheid, maar slaan zij er altijd net naast. Dat zijn mensen, die voortdurend zien, dat hun beste bedoelingen spaak lopen, omdat het eenvoudig niet anders gaat. En dan worden zij wraakzuchtig tegenover de wereld. Dan zeggen zij: nu zal ik eens laten merken, dat ik óók meetel.

Maar vergeet niet dat dit je laten gelden weer voortkomt uit een verkeerde waardering. Dat zijn mensen, die als een boot wegdrijft, zeggen: als ik er genoeg stenen naar gooi, komt de boot wel terug, zonder te beseffen, dat als ze er genoeg ingooien, de boot zinkt of als ze er te veel vóór gooien, de boot eerder wegdrijft, dan dat hij terugkomt. Een dergelijke reeks van mislukkingen kan de mens erg bitter maken en dat zijn heel vaak mensen die menen dat de wereld het bij het verkeerde eind heeft. Je kunt aan de andere kant helemaal volgens de regels gaan leven, maar wat houd je dan nog over? Wat ben je zelf? Een mens die zozeer zich aan regels vastklampt dat hij die vóór alles bepalend acht, heeft geen waardering voor zichzelf, heeft geen zelfvertrouwen. Anders zou je zeggen, ik heb ook een zekere waarde. Zo iemand heeft dus in feite een sterk minderwaardigheidscomplex dat hij dan via die regels probeert op te vullen. Maar hierdoor keren de regels zich ook tegen hemzelf, want hij is niet identiek met de regels waaraan hij zich vastklampt. Hij is een mens met eigen mogelijkheden, met een eigen innerlijk evenwicht. Hij verstoort dit automatisch. Het resultaat is vaak dat zo iemand in een chaotische toestand komt te verkeren, soms tijdens het leven, soms na de dood en dat hij daar met heel veel moeite dan weer een beetje ik‑besef uit tevoorschijn haalt en van daaruit verder kan gaan. Als je de beredeneringen van een mens – onverschillig of die uitgaan van het normale, het paranormale, het mystieke of wat dan ook – onder de loupe neemt, zie je steeds weer dat de waardering die de mens voor zichzelf heeft, in feite onjuist is. En die waardering klinkt dan door in alles wat je doet, ook in alles wat je verneemt.

Laten wij het heel eenvoudig zeggen met een voorbeeld. Iemand schrijft aan een vriendin: gunst, ben je ziek? Rot, meid! Heel vriendelijk ik vind het rot, meid. De ander leest: ben je ziek rotmeid? Een kwestie van een komma, maar ook een kwestie van instelling. Wanneer de ander veroordeling, verwacht, fabriceert hij hem. En wanneer je zegt: het is mogelijk dat u tot de hoogste geest verheven wordt, dan leest zo iemand: Het is mogelijk. Je wordt tot de hoogste geest verheven. Hij zet het eenvoudig een beetje om. Hij ziet eenvoudig niet de juiste relatie. En het vreemde is dat je de juiste relatie wel in jezelf draagt. Er is een reeks van mogelijkheden die nu voor u op dit moment aanwezig zijn. Keuze‑element enz., maar ze zijn er. Denkt u goed na. Zolang u op grond van het aanwezige reageert, is het in orde. Zodra u gaat interpreteren en alleen volgens de interpretatie reageert, is ineens uw eigen mogelijkheid, uw zekerheid weg, u waardeert uw wereld verkeerd. Uw keuze in de mogelijkheden zal verkeerd zijn en het resultaat van de keuze altijd onverwacht. Een droeve situatie.

Je ziet tegenwoordig in de wereld nogal eens de neiging om een dergelijk geestelijk probleem en verschuivingen als een ziekte te beschouwen en dat is het misschien ook wel, maar ik heb ook nooit gehoord dat iemand mazelen genezen heeft met goede woorden. En ik heb nog nooit gehoord, dat iemand de pokken kreeg, omdat een ander ze hem wenste. Maar wanneer wij zeggen: wat moet er gebeuren? Tegen mazelen: medicatie. Eventueel injecties. Bij pokkengevaar: inenting.

Wanneer wij dat weten en wij houden er ons aan, dan kunnen wij de zaak aardig de baas. Maar als wij nu gaan zeggen die kleine operatie is pijnlijk en die kan schokkend zijn, laten wij het uitstellen, dan komt er een ogenblik, dat je de ziekte niet meer meester kunt.

Dat zien wij dus psychologisch vaak gebeuren. Iemand heeft inderdaad een complex of een afwijkinkje of een neurose. Dat komt zo vaak voor. Nu gaan wij zeggen: dat is natuurlijk zo, dat mogen wij hem/ haar niet kwalijk nemen. We moeten dat maar door de vingers zien, want het is uiteindelijk een ziekelijke afwijking van de norm. Wanneer wij een norm hanteren, moeten wij vanuit die norm blijven reageren, ongeacht de erkenning voor de reden, waarom die norm op een gegeven moment niet werd geaccepteerd of verworpen. Wij moeten eenvoudig daarop ingaan. Om het heel eenvoudig te zeggen: er zijn heel veel psychopaten die je niet met een pak slaag kunt genezen. Volkomen waar. Maar wanneer wij hen op grond van hun afwijkend geestelijk leven een zekere vrijdom geven van straf of een zeker contact met de maatschappij ontzeggen, dan maken wij de kwaal hoogstens erger en de symptomen zullen veelal gevaarlijker worden.

We moeten eerst normaal volgens de norm reageren en dan pas kunnen wij vanuit ons begrip proberen de reactie van de persoon aan te passen aan de norm. Wij moeten eerst zelf volgens de norm reageren. Dat geldt voor mensen die tijdelijk ontoerekenbaar zijn, maar hoe staat het met onszelf? Wij hebben ook afwijkingen. Normale mensen bestaan niet. Henri zou zeggen: een normaal mens is abnormaal.

Wij hebben bepaalde normen die voor ons belangrijk zijn. Wij hebben een bepaalde visie op het leven, op de wereld van onze mogelijkheden. Dan mogen wij onszelf geen afwijking daarvan gedogen. Wij mogen niet zeggen: maar ik ben dit of dat en daarom mag dat wel of is dat voor mij niet erg. Wij moeten er ons strikt aan houden. Wij moeten eerst beginnen de algemeen geldende consequenties voor onszelf te accepteren en pas na dat accepteren en nooit daarvoor, mogen wij dus vragen: wat zijn nu de mogelijkheden die voor ons overblijven. En dan kunnen wij weer kiezen naar de beste mogelijkheid die voor ons bestaat.

Op deze wijze zou de mens dus eigenlijk loskomen van al zijn Pavlovsche reflexen. De mens is gedresseerd. Op het ogenblik dat hij van die dressuur afwijkt, is hij niet alleen met de wereld in conflict, maar ook met zichzelf. En dat is de moeilijkheid. Het is gemakkelijk te zeggen: mensen, er zijn mogelijkheden te over, kies alleen het beste. En misschien dat je daar redelijk toe in staat zou zijn, maar je bent een geconditioneerd wezen; door die conditionering zul je op bepaalde punten eenvoudig niet verder kunnen. Dan maak je het jezelf onmogelijk een gedane keuze te volgen. Dan maak je het jezelf eenvoudig onmogelijk te doen wat je juist acht. Dan zou je dus, wanneer je geen rekening zou houden met die conditionering, in feite voor jezelf conflict na conflict tot stand brengen. In een poging om vrij te zijn, proberen veel mensen deze conditionering opzij te gooien. Het resultaat is vaak afschrikwekkend. Ofwel zij krijgen een vlucht uit de werkelijkheid, ofwel zij brengen zichzelf in situaties die niet alleen treurig, maar verder zelfs tragisch zijn.

Je moet durven accepteren dat je tot op zekere hoogte geconditioneerd bent. Die conditionering kan langzaam maar zeker iets slijten, veranderen of verminderen, maar ze kan nooit helemaal verdwijnen. Wanneer wij rekening houden met die conditionering, erkennen dat wij ons niet helemaal los kunnen maken van wat wij geleerd en geloofd hebben, dan pas is er de mogelijkheid om een stap verder te gaan. Want dan hebben wij schuldbesef, behoefte aan bestraffing die ons a.h.w. ingeschapen is en waar wij weinig tegen kunnen doen, eindelijk ontlopen of gaan beheersen.

En kijk, dat is een punt waar u heus eens over moet nadenken. Je ziet zoveel van die krankzinnige dingen. Er zijn mensen die bv. geleerd hebben altijd beleefd te zijn. Het resultaat is dat zij zich tegen die conditionering verzetten door steeds onbeschoft te zijn. Het schijnt dat veel mensen zich zo tegen hun conditionering verzetten in deze dagen. En het eigenaardige is nu dat zij met die onbeschoftheid geen rekening meer houden met het belangrijke voor henzelf, maar een voortdurend conflict met de buitenwereld oproepen. Iets waaraan zij niets hebben en er ook niet beter van worden. Voor uzelf kan ditzelfde gelden.

Er zijn ook mensen die ongeveer 1x per jaar trouwen. Vlugger kan niet, want de scheiding valt er altijd tussen. Nu zou je zeggen: waarom nu dat huwelijk? Het is toch veel gemakkelijker in vrije liefde te leven? En waarschijnlijk zou dat ook nog blijvender zijn door allerhande psychologische bijkomstigheden. Als je dit nu nagaat, dan blijkt dat deze mensen huwelijk met respectabiliteit en zekerheid zijn gaan verwarren. En zo gaan ze een formaliteit een belangrijkheid verlenen die ze nooit gehad heeft en zullen over die formaliteit de werkelijk belangrijke menselijke aspecten verwaarlozen. Die verwaarlozing ontdekken ze dan, wanneer het huwelijk een feit is; met het gevolg dat de echtscheiding alweer in het verschiet ligt.

Dat zijn dingen die niet leuk zijn, maar nu moet je je toch ook gaan afvragen: zouden die mensen niet beter doen zich eerst eens te realiseren, waarom zij op een bepaalde manier willen denken en reageren, leven? Als je weet dat je geconditioneerd bent, is het veel eenvoudiger om de mogelijkheden die je voor jezelf ziet, te kiezen in overeenstemming met die conditionering. En dan blijkt op den duur dat ze onbelangrijker wordt, zodat het element van vrijheid van keuze groter wordt. Maar je kunt nooit zeggen: ik verwerp het, want dan zit je vast en kun je er nooit meer onderuit.

Ik heb getracht hiermee een beeld op te bouwen van wat het begrip van mogelijkheden, mogelijkheids-werelden betekent. Voor u betekent het dus in de eerste plaats dat, al bent u dan niet helemaal vrij en zijn alle mogelijkheden die u zich zou wensen nooit voorhanden, toch wel degelijk de meest gunstige mogelijkheid bewust kunt kiezen en realiseren. Dat betekent dat u uw eigen leven niet alleen een beetje in handen kunt nemen maar dat u uw eigen leven op den duur zelf kunt leren vormen, wanneer u rekening houdt met uw conditionering, met uw beperkingen, met uw vastgelegde reacties. En naarmate u ouder bent, zult u aan die reacties minder kunnen veranderen. Ernstig is dat zeker niet, want er zijn zoveel mogelijkheden die goed zijn dat bij een bewuste keuze die uitgaat van eigen persoonlijkheid en harmonische mogelijkheden en eigen reactie, er altijd een goed resultaat mogelijk is.

U zult begrijpen dat dit een grote invloed heeft op het innerlijke leven van de mens. Deze dingen die mentaal, instinctief bijna, in de mens zijn vastgelegd, beïnvloeden niet alleen zijn verhouding met de omgeving, maar ook zijn eigen innerlijke leven. En in dat innerlijke leven krijgen ze dan een droomgestalte Hierover zal u na, de, pauze meer verteld worden. Ik wil er alleen dit over zeggen: Onze misverstanden in de wereld vervormen zich meestal tot droombeelden of idealen die wij in onszelf trachten te koesteren. Zo vervalsen wij de werkelijke innerlijke weg en innerlijke waarde en komen wij tot een voortdurend zelfbedrog, wat in feite vaak een terugkeer naar de verwarring ten gevolge heeft. Dit vermijden is mogelijk wanneer je uitgaat van een redelijke zelf-erkenning van jezelf, je beperkingen en je conditionering en een herkenning van de noodzaak, bewust steeds weer te kiezen in je relatie met de omgeving.

Tweede gedeelte

Wij zullen nu de ontwikkeling van mogelijkheden bezien, zoals die in de mens bestaan en zich van binnenuit ontwikkelen En nu weten wij allemaal dat in de esoterie de mens in de eerste plaats zoekt naar zichzelf, maar daarnaast ook naar de verbindingen die hij heeft met de kosmos en met het levend beginsel van die kosmos. Veel mensen blijven in de esoterie steken bij een reeks mooie formules, maar wanneer je verdergaat moet je over jezelf denken. En denken over jezelf betekent denken in de termen van de wereld, waarin je leeft. Je gaat bewust of onbewust een relatie leggen tussen wat er buiten je gebeurt en wat er in je zou kunnen bestaan. Een bekende zegswijze is dan ook: de mens die in zichzelf zoekt naar de waarheid over zichzelf, beschouwt zijn spiegelbeeld zoals zich dit toont in de wereld. Nu is dat wat overdreven, want wij zien de wereld niet helemaal en wat wij in onszelf zoeken is ook niet zo precies te definiëren.

Maar in de praktijk hebben wij dan het volgende ontdekt: Wanneer ik zoek naar een waarheid, zoek ik in de eerste plaats naar een waarheid die mijn wezen bevestigt, zoals ik dit zelf in de wereld beleef en ben. In de esoterie is zelfbevestiging één van de eerste factoren waarmee ik te maken krijg. Ik kies dus in mijzelf uit de vele mogelijkheden en wegen altijd weer die weg, die mij zo gunstig mogelijk naar voren doet komen. En dat is ook weer begrijpelijk. De mens zoekt in zichzelf naar God en daar wil hij nu niet in zijn versleten pak van zonden aankomen. Maar daardoor schakelt hij een groot gedeelte van zijn kosmische harmonieën uit.

Wanneer je in jezelf reikt naar een waarheid en die waarheid moet beantwoorden aan je belevenissen en je visie op jezelf, zoals die in de wereld bestaat, dan zal elke mogelijkheid die je ontdekt gelijktijdig in jezelf een droom worden. Een droom die je gebruikt om je zelferkenning daarin vast te leggen. Heel veel mensen dromen zoveel dat wat zij in zichzelf vastleggen, in feite een droombeeld is, dat met hun werkelijke ik weinig gemeen heeft. Maar stel, dat je dus toch ergens je eigen werkelijkheid gaat ontdekken. Dan blijkt dat elke stap naar grotere zelferkenning, gelijktijdig een erkenning is van een verbinding die er bestaat tussen het ik en de kosmos.

Die kosmos wordt dan vaak vertaald in tijd. Dus in je eigen wereld. Maar dat is niet waar. Die kosmos is tijdloos. De kern van het menselijk wezen is tijdloos. En die tijdloosheid zal nooit in één leven of op één moment bepaalbaar tot uiting komen. Ik krijg geen contact met Jan, Piet of Klaas. Ik krijg contact met een entiteit die in één van zijn bestaanswaarden misschien eens Jan, Piet of Klaas geweest is of wezen zal.

Ik kan de hoofdtendens van harmonie in mijzelf wel erkennen, maar zodra ik die kosmisch ga bepalen in mijn eigen wereld en tijd, zie ik het verkeerd. Dan schep ik in mijzelf beelden en verwachtingen die ik naar buiten toe niet waar kan maken en de teleurstelling daarover brengt mij dan vaak tot een nieuwe keuze en die keuze is dan gebaseerd op een ontwikkeling en mogelijkheid die ik zelf niet beamen kan. Resultaat: ik ga mijzelf anders zien. Ik wil twee wegen tegelijk gaan.

U kent u allen het schema van de levensboom, waarbij wij dus gaan langs de verschillende wegen van het zijn en daarbij van punt tot punt gaande voortdurend een wereld ontdekken. Die wereld is, in beschouwing van mogelijkheden, eigenlijk de realisatie van het kosmisch bestaande, waarin ik mijzelf waarmaak, steeds op een ander gebied, maar ook steeds in contact en steeds in verbinding met de eeuwigheid. De schaduw daarvan keert vaak tot het menselijk bewustzijn terug als een visioen, een droom, een zekerheid. Dat heeft niets met de werkelijkheid van dat moment te maken, het is alleen maar iets dat weerkaatst, wat je in jezelf hebt gevonden. En wat je in jezelf vindt, is eigenlijk een contact met het onbekende dat wij God noemen. Je moet het dus niet voorstellen als: ik klim in mijzelf een soort louteringsberg op en daarboven wacht God als een hervormde Beatrice mij op. Het is helemaal geen klimpartij. Het is doodgewoon ik ontmoet God steeds weer. En ik zou zeggen: elke keer dat ik God ontmoet, is het een korrel zand. En pas wanneer ik voldoende korrels heb, kan ik zien of het een duinlandschap of een strand is. En dan kan ik mij daar bewegen. Ik moet zoveel van de kosmische harmonie, van de kosmische contacten in mijzelf vinden, dat mijn tijdloze persoonlijkheid zich bewegen kan in deze tijdloze openbaring van het Zijnde, waarin alle mogelijkheid voortdurend en volledig bevat is. Wie doet dat? Misschien ben ik een pessimist, maar als ik mij herinner dat lievelingen van mij in historisch opzicht als b.v. Franciscus van Assisi, God wel vaak ontmoette, maar meestal alleen maar als een klein stukje zandsteen en niet tot een verdere definitie kwam, maar alleen tot een overgave, dan zeg ik: het is eigenlijk haast niet mogelijk voor een mens om zich los te branden uit zijn tijdsbesef. En toch is dat de enige manier om die vol‑esoterische bewustwording te vinden, waarin de uiteindelijke openbaring mogelijk is.

Wanneer je kiest uit 5 mogelijkheden, dan kies je niet alleen maar een daad. Je kiest ook de gevolgen van die daad. Omdat je meestal wel de daad kiest en aan de gevolgen niet denkt, zie je de gevolgen niet als een normale samenhang met de daad, maar eerder als een correctieve factor die ingrijpt in je leven, of – als je wat opstandiger bent – als een onrecht je aangedaan. Vandaar dat er zoveel mensen zijn die zeggen dat het leven zo onrechtvaardig is. De werkelijkheid is echter dat ik met de daad het gevolg kies. Ik kies dus een complex: Elke mogelijkheid bestaat uit een complex geheel. Niet slechts uit één factor. De keuze voor de mogelijkheid wordt van mij uit bepaald, maar de mogelijkheid gekozen hebbende, kan ik haar niet ontdoen van de bijkomende factoren, of ik deze nu beseft heb of niet.

Het resultaat is dus eigenlijk heel eenvoudig. Ik voel in mijzelf de gevolgen veel zwaarder dan mijn keuze van mogelijkheid en daardoor geef ik veel meer nadruk aan de gevolgen, dan aan mijn keuze. Deze gevolgen verwerk ik in de eerste plaats emotioneel. Dat is voor een esotericus zeker niet helemaal kwaad, want uit de emotie komt tenslotte de mystiek en de mystieke beleving. Maar ik heb erkenning in mijzelf nodig. Ik moet harmonie vinden en bereiken en dat kan ik niet alleen maar door mijn gevoelens, zonder meer. Daar moet a.h.w. het hele begrip van de mens een rol spelen. Zijn bewuste keuze, zijn bewuste gerichtheid. Want pas dan weet hij wat die harmonie is die hij bereikt heeft. En daarom zou je de gevolgen eigenlijk eerst in een logisch samenhang moeten brengen met je eigen keuze, want dan pas ga je begrijpen, wat zij in jezelf betekent. Dan kun je de complexe beleving weer samenvatten tot iets, waarin God, het Hogere, aanwezig is. En door de erkenning van de kosmische kracht, de kosmische mogelijkheid daarin, zul je vanuit jezelf een verruiming van bewustzijn ondergaan. Niet een verruiming in de zin van “we halen er nog een kamer bij”, het is een verruiming in die zin dat wij er een dimensie bij krijgen. Wij zien een nieuwe relatie met het bestaan en dat kan van elke kleine keuze reeds uitgaan.

Nu denkt u: dan krijgen wij een enorme reeks van dimensies, maar dat is niet waar. Deze dimensies zijn alleen maar onze benoeming van het anders voor ons onkenbare en onmeetbare. We zetten een groot aantal punten neer in verschillende primaire kleuren, maar doordat wij ze op het juiste punt fixeren, krijgen wij een samenhang waarin voorstelling groeit. Je kunt als mens – ook in de esoterie – niet helemaal zonder een voorstelling. Je hebt mensen die zeggen: God is voor mij een gevoel. Maar ook dat gevoel moet je kunnen omschrijven. Je moet iets hebben waardoor je kunt zeggen: dit is God en dat niet. Er is een kennen nodig. En dat kennen is alleen mogelijk wanneer er een vorm is. Die vorm – of dat nu een gevoelsomschrijving is of een woord dat je hoort of een voorstelling die je ziet – moet echter alle dingen kunnen omvatten, die je bent en die je kent. En daar onze voorstelling steeds weer ergens tekort schiet, het onverwachte gebeurt, het onverwachte gevolg, misschien ook de plotselinge noodzaak tot kiezen die wij niet verwachten, moeten wij proberen elke relatie met de buitenwereld, met haar consequenties, haar gevolgen en ontwikkelingen samen te voegen in ons complex van gevoel, dit is het Hogere. En zo komen wij dan tot wat men inwijding noemt.

Nu is inwijding op zichzelf een woord geworden, waarmee de mensen geen raad weten. Het duidt eigenlijk vaag alles aan, waarop men zich zou kunnen, mogen en moeten verheffen. Maar wanneer ik hier zeg inwijding, bedoel ik het doordringen tot een diepere mogelijkheid en betekenis in het bestaan. Er zijn enkele dingen die hierbij belangrijk kunnen zijn, zoals het besef b.v. “ik ben niet alleen maar zo geboren op de wereld, ik was al iemand, ik had eigenschappen, kwaliteiten en mogelijkheden”. Dat wil niet zeggen, dat u die kent – ook al pretendeert u dat – maar het is goed dat u weet: ik ben niet van voren af aan begonnen. Ik had dus al een zekere stap gedaan in een bepaalde richting. En het is het meest logische, wanneer ik ook in mijzelf in die richting verderga. Maar kan ik dat? Dat kan ik al wanneer ik begin met mijn persoonlijkheid, zoals zij is, te accepteren. Esoterie begint altijd met de aanvaarding van wat je bent. In waarheid, voor zover je waarheid kunt beseffen. Van daaruit krijg je dus de correctie a.h.w. Zo ziet de mens het toch door de gevolgen van elke mogelijkheid die je voor jezelf tot waarheid maakt. Ik mag deze dan, omdat ik nu eenmaal in één richting werk, niet gaan interpreteren op 5 verschillende manieren. Wanneer ik een weg gekozen heb, dan moet alles binnen het kader van die keuze geïnterpreteerd worden. God manifesteert zich, maar die manifestatie moet niet gezocht worden op vele verspreide punten, want dan kom ik niet verder.

Tenslotte: in de eeuwigheid vormt zich hetzelfde beeld. Maar ik moet zover komen, dat ik iets ga zien van de lijn of kleur, van het gevoel of emotie, of wat dan ook, wat voor mij identiek is met Godsbereiking. Dat kan ik alleen doen door mijn interpretatie in mijzelf steeds weer te baseren op wat ik weet van mijzelf en op de gerichtheid die ik in mijzelf erkend heb of heb aangenomen. Zo bouw je een beeld op, dat je God noemt, maar een beeld dat in feite een harmonie betekent met de kosmos, de gekende en de niet gekende.

Doordat je een relatie hebt met iets wat buiten je bestaat – of je het kent of niet – ontstaat een wisselwerking in de esoterie wordt elke bereiking gekenmerkt door een wisselwerking tussen het ik en het ongeziene, die binnen het ik beseft en meestal ook vanuit het ik gemanifesteerd kan worden. Dus het is niet zo dat je in jezelf tot ongekende hoogten stijgt en aan de buitenkant machteloos blijft. Verhoging van harmonie is verhoging van beheersing. Verhoging van harmonie kan nooit ontstaan vanuit de behoefte of noodzaak om dat andere te domineren. De kern van een esoterische bereiken op dit niveau is versmelting. Er is geen verschil meer tussen de kracht buiten mij en de kracht in mij. Wat in feite ontstaat, doet denken aan de werking van communicerende vaten, het houdt elkaar in balans. Maar voor het ik moet eenvoudig het onderscheid worden weggedacht, voor zover het het innerlijk betreft. Ik werk naar buiten uit a.h.w. vanuit mijzelf naar die kosmos, maar op het ogenblik dat ik contact heb met die kosmos, hoe dan ook, in welk erkend of doorleefd facet dan ook, keert deze kosmos in tot mij. Er is geen verschil meer tussen wat in mij en wat buiten mij bestaat. Vanuit een dergelijke benadering ontstaat het verbreken van de persoonlijkheidsgrens. Dat is ook weer een term, waar de meeste mensen moeilijkheden mee hebben.

Verduidelijking: de mens is als een bok aan een lijn. De kring, waarbinnen hij grazen kan, is zijn persoonlijkheidsgrens. Zijn besef, zijn mogelijkheden en zijn consumptieve aanleg kunnen niet verdergaan dan een bepaalde lijn. Op het ogenblik, dat die bok een eindje meer in contact is met die buitenwereld, kan het touw geen belemmering meer zijn. Het is alsof het los raakt van de pen en de bok kan gaan dwalen. Wanneer de bok dat in één richting doet, is hij later zijn huis kwijt. Wanneer hij alleen zijn terrein uitbreidt, krijgt hij meer te eten. Wanneer een kosmische harmonie ontstaat, vergroot het terrein waar wij kunnen consumeren, kiezen en ervaren de mogelijkheden die wij zien. Zolang wij dit doen, terwijl wij blijven in de buurt van het middelpunt van waaruit wij zijn gegaan, gaan wij meer beheersen. Wij zijn vrijer, maar gelijktijdig kennen wij het terrein beter. Wanneer wij weglopen, verliezen wij onze achtergrond. Het is mogelijk, dat een ziel opgaat tot God of één facet van harmonie. Maar dan is het niet mogelijk dat het begrip van de godheid door die ziel wordt teruggebracht in het eigen ik. Esoterie is volgens mij niet alleen maar een retourtje naar de hemel, maar een langzaam maar zeker één‑maken van jezelf en je wereld met die hemel of die kosmos. Dat kan via een geleidelijke uitbreiding.

Nu zult u zeggen: wat heeft die kwestie van mogelijkheden daar nog mee te maken? Je hebt nog wel degelijk keuze en sommige mogelijkheden zijn goed en andere niet. Je moet blijven afwegen. Maar naarmate je meer mogelijkheden ziet, kun je een juistere keuze doen. Stel dat onze bok gek is op klitkruid of distel, dan kan hij uit de vele mogelijkheden voor zich deze delicatessen a.h.w. halen en daarom voor zichzelf tevreden zijn. Wanneer wij het terrein van bereikbare en overzienbare mogelijkheden voor onszelf vergroten, kunnen wij – rekening houdend met wat wij zijn, de richting van ontwikkeling die wij al gekozen hebben – de meest juiste mogelijkheden en ervaringen pakken en onszelf dus juistere gestalte geven, met een gelijktijdig groter contact met de werkelijkheid.

U leeft in de tijd. Dat is voor een esotericus even belangrijk als voor een niet-esotericus. Als ik in die tijd leef, dan is die tijd en zijn de waarden van die tijd voor mij dus belangrijk, niet omdat zij die eeuwigheid zijn of zelfs maar beïnvloeden, maar omdat zij die eeuwigheid in mij uitdrukken. Hoe meer de keuze die in mij aanwezig is, de gerichtheid door mijn keuze van mogelijkheden buiten mijzelf wordt bevestigd, hoe groter mijn harmonie met het totaal en daardoor de mogelijkheid langzaam te stijgen tot een nieuw punt van overzicht, waarin de mogelijkheden in een juister verband worden gezien.

Eindconclusie: esoterie is een jezelf zodanig in jezelf beseffen dat je hierdoor de werkelijkheid buiten je beter leert aanvaarden en uit deze aanvaarding tot een beter overzicht van je mogelijkheden komt. En een juist gebruik van je mogelijkheden betekent een verhoging van je harmonische mogelijkheid, van je harmonische inhoud en daarmede een vergroting van je contact met een Goddelijke werkelijkheid.

Innerlijke vrede

Hoe kun je innerlijke vrede hebben, wanneer je niet in vrede bent met wat er buiten je bestaat? Hoe kan het ik de eenheid en de harmonie erkennen die in het ik bestaat, wanneer niet gelijktijdig ook erkend wordt de zin van al het Zijnde, dat rond dat ik aanwezig is? U zoekt innerlijke vrede, maar dan moet je die vrede zien als de bevestiging van dat wat bestaat. Want op het ogenblik dat je wat je in de wereld beleeft, ondergaat of mist, samen gaat voegen als een klacht, een aanklacht of een streven, heb je geen innerlijke vrede meer.

Innerlijke vrede is een tevredenheid met dat wat er bestaat, bewust aanvaarden van een totaal wat er geboren is, wat voortbestaat of misschien zal ondergaan voor uw besef. En uit die aanvaarding komt het werkelijke leven, een streven wel dat echter uit een innerlijke vrede voortkomt. Uit een aanvaardingen een harmonie die bestaat tussen het ik en de ongenoemde waarden van het Zijn. Dan bouw je niet de wereld op die je voor jezelf wilt zien. Dan maak je niet jezelf tot middelpunt van al wat er gebeurt. Dan maak je waar wat in je beeld van vrede is. Dan bouw je Goddelijke oneindigheid uit in een miniatuur dat binnen de tijd gevangen, toch oneindig heen en weer zweeft voor je bestaan. Doven van een werkelijkheid is het ondergaan van al het belangrijke, wanneer je niet in jezelf die vrede hebt. Daar heb je in jezelf vrede met wat er is, zoals het is, dan kun je aanvaarden wat er is te allen tijde. Maak je slechts waar, wat je in jezelf als eeuwigheid erkent zonder aan te tasten vrede met het bestaande, dan is er geen dood, omdat de harmonie die in je is, blijft voortbestaan en vorm slechts uiting is van werkelijkheid die nog in het ik leeft, niet meer een wereld die de waarde, de betekenis geeft aan wat je denkt te zijn.

Innerlijke vrede is een kracht die alle pijn kan terugdringen tot een zoete, soms wat wrange vreugd van zelferkenning. Innerlijke vrede is de macht, waardoor je al wat de wereld aan geweld, aan kracht en verleiding biedt, herleidt tot niet. Tot iets, wat je hanteert en waarmee je soms jongleert. Vijf, zes, zeven werelden tegelijk in de lucht, alleen maar een vlucht, geleid door een werkelijkheid die niet voort bestaat, dan kun je werkelijk manipuleren. Maar dan is het doel niet de vlucht van de ballen, dan is het doel niet de schijn die ontstaat, het doel is te zijn wat je in jezelf ondergaat door de vrede die je hebt gevonden. Totaal aanvaarden van het bestaan en van jezelf. Diep in jezelf weten: niets is meer nodig. Al is overbodig buiten dit: Ik ben en ken dat wat ik ben. Schep daaruit dan je wereld, bouw daaruit dan je eindigheden, bouw daaruit dromen van het verleden, die uitbloeien naar een toekomst die je misschien al hebt geschetst. Het is spel, want alle tijd verbleekt, valt weg, terwijl de vrede voortbestaat en zij is het die inhoud geeft aan wat dan blijft. Totaliteit van zijn, de werkelijkheid van het eeuwige ik, verbonden in een eeuwig zijn met kracht, die zelf dit Zijn bezielt.

Dat is een werkelijkheid, maar slechts voor hem die vrede in zichzelf zoekt en in zichzelf bewaart en niet verglijdt vanuit zijn vrede naar de waan van wereld die uiteindelijk dan beheerst en – eerst geketend met de ketenen van tijd en eeuwigheid – niet meer beseft.