Muziek als magisch middel (1966)

image_pdf

4 juli 1966

Ik wil niet zeggen: we zijn heden entre nous, maar we zijn wel en petit comité. En desondanks moet ik u er nog wel even aan herinneren dat we weliswaar als sprekers van deze groep niet onfeilbaar zijn of alwetend, maar dat we toch proberen om wat we weten aan u over te dragen. En nu komen we op het onderwerp van hedenavond. U krijgt na de pauze de gelegenheid om daar vragen over te stellen.

Muziek is geluid. Geluid is te ontleden in klank en ritme. Muziek is een samenvoeging van klanken en ritmen plus klankassociaties. Op het ogenblik dat een mens spreekt, brengt hij trillingen teweeg die eerst in hem de schedel beroeren, invloed hebben op de hersenen, op zijn zenuwstelsel en op zijn stemmingen. Wanneer een mens spreekt tot een ander, dan wekt hij bij die ander niet alleen begrippen maar ook emoties. Anders is het precies hetzelfde of een dwaas iets zegt met een hoog piepstemmetje of dat iemand het sonoor en dramatisch zegt, dan zou het alleen om de inhoud gaan. Er is dus een overdracht van een bepaalde waarde.

De overdracht van deze waarde vinden wij al heel primitief in het verre verleden, waar wij de eerste vorm van incantatie, de eerste vorm van mantram vinden. Hier heeft men nog niets te maken met de zin van de woorden. Later wordt het anders. Het gaat alleen om de eenvoudige klankroep en dat is meestal gescandeerd roepen dat te vergelijken is met een yell van deze tijd, zoals je zou zeggen: ki-ka-kolonel, bij wijze van spreken, dan heb je in het ki-ka-ko iets dat je terug kunt vinden bij primitieve stammen, zelfs nog in deze tijd. Deze mensen gaan dus allereerst uit van het ritme. Zij kunnen dat ritme gebruiken omdat ze de intervallen steeds verkorten. We krijgen het opzwepende ritme dat wij van bepaalde volksdansen ook kennen. Denkt u maar eens als voorbeeld aan een czardas. En als u klassieker wilt zijn, denkt u eens aan het langzaam klimmen van het ritme hoofdzakelijk – in vele variaties van muziek overigens – bij Ravel in de Bolero, of de omzetting van een geluidsritme, waarbij we eigenlijk niet kunnen zeggen dat het muziek is. Het is klank tot een melodie in de bekende wals van dezelfde componist. We zien dus dat in dit primitieve ritme op zich een magie zit.

En de eerste muziek op aarde is zeer waarschijnlijk de trom geweest. Het is dus slaan op een voorwerp. Later zien we die trommen zich ontwikkelen in allerhand soorten slaginstrumenten en ik geloof, als je de ontwikkeling helemaal volgt, dat je uiteindelijk terecht komt in de buurt van de moderne gamelan.

Maar wat is hetgeen hier in feite gebeurt? Men begint met een primitief ritme, dat de mens beroert. Later gaat men dat ritme kruisen met een ander ritme. Bij de Bantoes hebben ze bepaalde drumsoli, waarbij werkelijk vijftien verschillende drumpartijen worden geslagen. Dat zijn vijftien ritmen die zich op een bepaalde manier ritmisch samenvoegen en van elkaar verwijderen. Hier is de beïnvloeding hoofdzakelijk via het geluid alleen door de slag, het ritme, de steeds weerkerende schok. Later wordt dat verrijkt met de toon. We gaan drums of trommen maken met een verschillende klank. De tong-tong bv bij de Voodoo. We vinden bij de drums en de trommen, wanneer het een volledige uitvoering is, liefst dertig verschillende uitvoeringen, gaande van kleine kalebastrommen, handtrommen via verschillende soorten hand- en draagtrommen tot staande trommen en de ouderwetse tamtam, de bloktrommen. Ook hier echter moest men langzaam maar zeker gaan definiëren en men ging aan het timbre van de trom het denkbeeld van een bepaalde stem verbinden.

Als u bv. de vertellende muziek bij een Wayang Wong-voorstelling hebt gevolgd, dan zult u ontdekt hebben dat bepaalde instrumenten bepaalde emoties vertolken – dat ligt in een bepaalde toonhoogte – en dat verder de ontwikkeling van die emoties, afflauwend of opgaand, meestal wordt aangegeven door een dalende klank of een stijgende klank. En daar zijn we dus midden in de magie, want de voorstelling wordt bepaald door de vorming van het geluid en wij kunnen dus één en hetzelfde woord, alleen door toonhoogte en het ritme ervan te variëren, velerlei verschillende betekenissen geven.

In China is het zelfs zo, dat één en hetzelfde woord – op een verschillende toonhoogte gesproken – ook een andere betekenis heeft. Dat vinden we vooral in de buurt van Hoenan bv. en bij Kunzei, daar is de taal zodanig zangerig dat je een muzikaal oor moet hebben om te kunnen praten. Uit dit alles kunt u wel afleiden: klank kan worden gebruikt om emoties op te roepen of uit te drukken; ritme kan worden gebruikt om de menselijke zinnen a.h.w. te verwarren en ook daarin associaties op te roepen.

Ik mag aannemen dat u daartegen zover geen bezwaar hebt, of wel? Dan moeten we eens gaan kijken, wat krijgen we dan eigenlijk? En laten we dan naar de muzikale kant gaan kijken even. Wanneer u bv. het Kol Nidrei hoort – dat is een lied – dan heeft u een eigenaardig, weemoedig, melodisch geheel. Dit is een lied dat bij een bepaald feest hoort van de Joden. Dat begint n.l……(neuriënd gezang) Ja, neemt u mij niet kwalijk, ik heb ook maar een geleend instrument, zo mooi zing ik natuurlijk niet. Maar wanneer ik dat nu doe – ik overdrijf hier de uithaal een beetje – dan merk je, daar zit nog veel meer in. Daar zit niet alleen een ritme in, maar dat zwellen van de klank en dat terugnemen van de klank geeft spanning, en een spanning die men voelen kan.

Misschien heeft u dat zelf al wel eens meegemaakt, in een orkestsuite b.v. dat er dan ineens één ding komt, dat tot je zegt: “dat doet me wat”. Dat kan net zo goed zijn de ezelroep uit “Oberen” of misschien Solveig’s lied uit de Peer Gyntsuite, of, waarom niet, het lied van Van der Dekke van Wagner, “De Vliegende Hollander”. Zo’n klank die zegt iets, die beroert je, die maakt je anders.

Nu kunnen we dat ook anders zeggen: die stemt je ergens op af. Wanneer je door zo’n fragment gegrepen wordt, dan ben je a.h.w. geconditioneerd. Al hetgeen daarop volgt ligt binnen het kader van die eerste emotie. En als je daar nu eenmaal aan gaat denken, dan wordt het duidelijk dat het in feite een afstemmen van het wezen is. Ik beïnvloed het denken, ik beïnvloed de sensatie, ik vergroot of ik verminder de gevoeligheid voor de omgeving, ik verander dus de drempel van het waakbewustzijn, ik breng verder een emotionele toestand of geladenheid teweeg, die niet alleen beperkt blijft tot het lichamelijke, maar die uitstraalt vanuit het lichaam. Een telepathische invloed misschien, daarnaast ongetwijfeld ook een astrale invloed en vaak één die ook in de levenskracht zelf als een vibratie, als een eigenaardig afgestemd zijn op iets, tot uiting komt.

Kijk, dan ga je begrijpen dat al die magie, waarbij we dus ook liederen en klanken gebruiken, niets anders doet dan de mensen afstemmen. Dat afstemmen is eigenlijk helemaal niet afhankelijk van het mooie. De Hohe Messe van Bach bv. is kunstig, is fantastisch mooi, maar er ontbreekt iets aan. De muziek spreekt vaak teveel voor zichzelf en zij is te weinig dienend ten aanzien van het altaargebeuren. We kunnen dus zeggen, dat is eigenlijk niets. En dan bestaan er eenvoudige volksmissen, die dat wèl hebben. Waarom? Ja, waarom? Omdat de mens alle hulpmiddelen nodig heeft wanneer hij tot zijn God wil gaan, wanneer hij tot de geest wil gaan.

Eén van de meest bekende voorbeelden bij degenen die een beetje op occultisme ingesteld zijn, is wel dat bekende woord AUM. Men verwart vaak de zaken zeer, en men zegt dus ook wel: Aum Mane Padme Hum (Kleinood in de Lotus, vrij vertaald). En men zegt: in dit gebed is het Aum aanwezig, dus de kracht van het Aum. Maar dat is helemaal niet waar. Aum is een zeer eigenaardig woord; het is een klanksamenstelling. Als u de mond volgt wanneer u het zo goed mogelijk uitspreekt, dan zult u ontdekken dat u werkelijk van groot naar klein gaat. Dat u dus langzaam a.h.w. die vibratie gaat dragen naar beneden. Aum is het woord waarmee de mens zich afstemt op de hoogste krachten, deze gelijktijdig in zichzelf actief makend. Dus een overeenstemming.

En als ik nu gewoon zeg: “Aum”, dan zeg ik niets, maar laat ik het resoneren, geef ik het dus ook zijn klankinhoud, zijn klankbetekenis, laat ik de woordmelodie spelen, dan is het ineens een machtwoord geworden.

We zullen het niet al te erg maken want anders dan moeten we dadelijk de G.G.D. bellen om de aanwezigen weer tot zichzelf te brengen en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Maar een klein beetje kunnen we het wel proberen. Let u eens op! Of ik nu zeg: Aum, of dat ik zeg Aummmm! Nu wou ik het gewoon op een toon door zeggen, dan zegt het al wat anders. Ga ik het nu nog variëren in toon, dan krijg je nog een veel grotere werking. Laat ik het Aum naar boven gaan, dan krijg je een werking die vooral op keelkop- voorhoofd- en kruinchakrum werkt. Laat ik het naar beneden gaan, dan krijg ik een aanmerkelijke versnelling tijdelijk bij de mens van bepaalde levensprocessen o.a. stofwisseling en lichte versnelling van de bloedsomloop.

Dus met dat woord ‘Aum’ kun je mee werken als met een werktuig en dat is alleen maar een woord. Het gaat kennelijk niet om de betekenis van dat woord, ook al zie ik het als de geest Gods, dat maakt weinig uit, want als ik ‘de geest Gods’ zeg, doet het me niets; zeg ik ‘Aum’ dan zegt het me wel wat. De betekenis is secundair.

Wanneer ik een aantal woorden aaneen ga rijgen – of ze begrijpelijk zijn of niet – en zij beantwoorden in hun klankwaarde, in hun ritme aan iets dat in de mens leeft, dan zal de mens reageren en hij zal zich in die reactie minder kunnen beheersen dan de mens, die alleen de zin volgt en die dus zelf eerst begrijpen moet. Misschien is het !t beste om hier te wijzen op bepaalde vormen van gesproken woord, maar dan op een bepaalde toonhoogte. Denk eens aan de partij van de Radamès in Aïda. Dat zijn recitativo’s die achter elkaar doorgaan in sonore stemmen en die vreemd genoeg een bepaald karakter geven aan het geheel. De stemmen van de priesteressen zouden lang zoveel niet doorwerken in de rest van deze opera wanneer daar niet dat sonore recitatief tegenover zou staan. Er moet een balans zijn. En nu zijn we vanzelf bij de muziek beland, want het woord is eigenlijk de muziek van de menselijke stem en willen we de muziek ontleden, dan hebben we heel veel instrumenten met heel veel timbres.

En het maakt veel verschil bv. van wat voor materiaal een viool is gemaakt, als alles verder gelijk is en de een is gemaakt van beukenhout bij wijze van spreken, en de ander is gemaakt van cypressenhout, en de derde van een kalebas, dan hebben ze alle drie een heel eigen klank en eigen eigenschappen. We kunnen dus veel meer doen, maar het gaat ons niet alleen om die eigen klank, het gaat om de zegging die van de muziek uitgaat.

Ik had het daarnet over de Peer Gyntsuite. U kent daar dat gedeelte dat plechtig wordt genoemd ‘in der Halle des Bergkönigs’. Wat hebben we daar dus in? We hebben een tegenstelling. Die tegenstelling is magisch, omdat zij de verbeelding oproept … (neuriet) enzovoorts hè? En dat wordt herhaald, sneller. In andere woorden ‘opwinding’. Hier hebben we een ritmisch element dat versterkt wordt door de klanken en vooral door die laatste klankuitbarstingen waarbij alle instrumenten eigenlijk samen iets toepen als: Help! Tjom-tjom-tjom, hè? En dan krijgen we er opeens achteraan dat slepende …(neuriet). En dan weer dat ritme er door, maar dan lichter, op een hogere toon. Het mag niet al te dreigend zijn. Het is een spel van natuurgeesten, het overweldigt, maar het is niet helemaal kwaadaardig. Men zou het kunnen overwinnen, maar de werveling wordt te sterk, hij beheerst zichzelf niet en dat is het einde.

Als je zo’n gewoon stukje descriptieve muziek gaat ontleden, dan kom je tot de conclusie, dat er niet alleen iets is gezegd over het verloop der dingen, maar dat er wel degelijk iets is gezegd omtrent de inhoud, de emotie, En dan kunnen we natuurlijk wel zeggen: tja, maar is dat nu magie? Misschien kan ik het het beste zo zeggen: als je eens terecht komt in een of andere kleine kapel of kloosterkerk en er is een misoffer aan de gang en ze zijn allemaal stil, dan zegt dat weinig, u volgt het wel. U bent misschien katholiek en onder de indruk, wie zal het zeggen, maar er mankeert iets. En nu krijg je daar gewoon eenstemmig dat eigenaardige Gregoriaans en die eigenaardige galmende muziek en dan is het net of die hele kerk begint te leven. Het is of dat je niet meer een plechtigheid beziet, maar of je in een plechtigheid gehuld bent. En juist omdat je die woorden eigenlijk maar half begrijpt, juist omdat die klanken maar heel weinig gewone associaties wekken, juist daarom word je getrokken tot een eenheid met het gebeuren op het altaar.

Is het een wonder dat ook in de gewone, de zuivere magie, gebruik wordt gemaakt van dit eigenaardige principe van klank, dat men ook hier een bepaalde opbouw pleegt door namen aan elkaar te rijen, niet alleen maar als een gewone incantatie, maar als een melodie?

Als men Jehova roept – men roept daar El Shadaï – dan is dat op zichzelf een aanduiding van God, van een functie Gods, maar wanneer ik datzelfde melodisch ga zetten, dan heb ik geen aanduiding van God, dan heb ik een werking van God. Dan wordt er in de mens iets wakker waardoor hij zich associeert met die God. Dat is geen verstandelijk proces. Daarom zeg ik dat er in de muziek enorm veel magie leeft.

Soms séanceren de mensen weleens en wanneer er bij die séance bepaalde krachten nodig zijn, dan zegt men wel eens: “we moeten muziek maken”, of “we moeten geluid maken”. Maar nu het eigenaardige. U kunt niet met elke melodie dezelfde effecten verwachten. Het ene muziekstuk brengt heel eigenaardige spotgeestverschijnselen bij wijze van spreken, het andere brengt misschien iemand van het Leger des Heils. Toch kan de muziek op zich met geen van beide worden geassocieerd, het heeft er niets mee te maken. Het zijn gewoon ‘klanken’. Misschien is het wel goed om eens op deze manier over muziek te denken als je geconfronteerd wordt met modernismen, die men tegenwoordig niet zo erg op prijs pleegt te stellen.

Denkt u maar eens aan Musique Concrète, waarbij geluiden, klanken uit het dagelijkse leven eenvoudig door elkaar gegooid worden, elektronische klanken er tussen worden gezet. We zeggen: dat is geen muziek! Ja, dat is wel muziek, wanneer het niet alleen maar een constructie is, maar een emotie, want ook die eigenaardige ijle piep toontjes van genererende lampen, ook dat gedaver van een auto langs de weg of misschien de achteruit gespoelde preektoon van een dominee hebben een bepaalde betekenis en waarde als ze op de juiste manier zijn samen gevoegd.

Het is hier nu niet mijn tijd of mijn beurt om nu eens te gaan zeggen: kom, mensen, laten we nu eens gezellig gaan zingen, kun je nog zingen, zing dan mee, of incanteren, kunt u incanteren, incanteer dan mee, dat is ook zoiets. Nee, dat zou ik werkelijk niet willen. Maar ik kan wel proberen u begrip bij te brengen voor iets. Als u nu bv. luistert naar een nachtegaal – u hoort hem tegen het heel verre geruis in de verte of misschien alleen naar het ritselen van de bladeren in de bomen zingen: zo’n rol, weet u wel, trrr-tjitjitji-tjii, zo die bekende melodierol die hij geeft – dan zegt u dat wat. Waarom? Dat het een vogel is, die zingt? Het beest adverteert zichzelf, natuurlijk, maar ik geloof dat er iets van de werkelijkheid breekt, uw eigen werkelijkheid wordt doorbroken door het lied van die vogel. Zoals soms een windvlaag vlak voor een onweer, ook wanneer je deze niet ziet, gehoord wordt, een suizen wat naderbij komt, een ogenblik haast gromt en dan wegsist ergens in de verte. Als je zoiets hoort, dan associeer je dat, dat is het onweer, dat is de wind, dat is de beweging, dat is het leven dat voorbij gaat. Als je dat in melodie kunt zetten, blijft de werking hetzelfde. Of het nu een nachtegaal is die zingt, of dat het een dwarsfluit enthousiast is uit de dagen van dolle Fritz, dat maakt heus geen verschil uit wanneer de klank gelijk blijft.

Denkt u maar … een zangeres … ze zingt het Ave Maria van Gounod, het klinkt schitterend, het ontroert u en ondertussen staat zij te denken, goddorie, wat heb ik een jeuk, een jeuk, een jeuk, ik wou dat het voorbij was … Het is niet haar emotie of haar gevoel dat erin ligt, maar het is haar haast automatisch vormen van de klanken op een juiste manier. Maar als zij dat kan, als ze dat timbre heeft, dan is ze voor u een mens die het doorleeft. Dat hoeft ze niet te doen, het is voor u waar.

Wanneer ik klanken op de juiste manier bij elkaar weet te voegen, kan ik een intensiteit creëren, die geestelijk desnoods niet aanwezig hoeft te zijn, en daarmee een mentale, om niet te zeggen geestelijke band en afstemming vormen voor anderen. Dat kunt u ook.

Denkt u zich maar eens even in – er zijn toch wel dames aanwezig, hè? – hoor nu eens, of je nu zegt: “Hé Jaaa-an?” of dat u zegt: “Hè Jan?!”. Denkt u niet dat de reactie verschillend zal zijn? (gelach, opmerking) Daar spreekt een vrouw uit ervaring! Maar als u daar nu eens even over nadenkt, is het toch eigenlijk krankzinnig. Zou dat toontje dan zoveel doen? Ja! En om daar wat praktische conclusies aan te verbinden, het is de moeite waard om te leren je spreekwijze, de melodie van je spreken aan te passen. U kunt natuurlijk spreken als bv. het kamerlid – dat is de methode om aan het woord te blijven, zonder gehoor af te dwingen – : “Maar u moet zeer wel begrijpen, dat wij in verband met het geheel moeten overwegen, hoe wij deze totaliteit van klank tot uitdrukking kunnen brengen en deze kunnen inzetten ten bate van het gemeenschappelijk nut.” (gelach)

Wat zit daarin? Geen uitgebalanceerd ritme, geen uitgebalanceerde voordracht misschien. Maar het doet wat. We kunnen natuurlijk preken. En ook bij een predicatie vinden we die eigenaardige tegenstelling. Ook dit is muziek, want je kunt met je stem muziek maken. Wanneer ik daar sta en ik begin: “Want de Here sprak tot Jonah: Ga naar Ninive….”. Nu ja, goed, dan lijkt het wel de veemarkt, dat Niniveee-ee heeft ‘m dat gedaan. Ja, u lacht er om, maar is het niet zo? Wel nee, je kunt het ook spannend maken. Je kunt het beleven, en dan hoef je het heus zelf niet te beleven? “En de Heer sprak tot Jonah: “Ga uit tot Ninive”, en dan is het meteen heel wat anders. Waarom? Omdat het een ander ritme heeft.

Als je de mensen met God wilt vervelen in de predicatie, dan moet je vooral spreken met een galm, alsof je ergens een echokeldertje hebt onder je. Dat is irreëel, dat is onwerkelijk. Je moet die melodie overbrengen, ik zeg u, ik heb hier geen instrument, ik kan het u alleen niet allemaal voor gaan zingen, maar ik kan het u toch wel duidelijk maken.

Wanneer ik de mensen hier bij elkaar heb en ik wil daar wat op gaan bouwen, dan moet ik niet alleen maar werken met een ritme en niet alleen met begrip en met woordjes, dan moet ik a.h.w. ook met het gewone stemgebruik zingen. Ook een stem heeft een melodie.

Wanneer ik u spreek van de vlinderlichte blaadjes die op de wind gedreven aankondigen dat de lente eigenlijk al voorbij is, dat dan de tijd komt van de zinderende hitte, van de warmte, van de rijping van de oogst, dan heb ik een liedje gezongen.

En wanneer ik moet spreken over de kou en over de kilte – we zijn hier in Nederland en niet in Vlaanderen – maar… u weet het, Guido Gezelle, daar heb je dat ritme en die dingen waarin hij heel sterk is: “Langzaam rolt de witte wagen door de stille straten heen”. Daar zitten we meteen in de begrafenis. En deze man, die doet het anders, hè?

“Dat krink’lende , wink’lende waterding. . . .” . Het Schrijverke; zeg dat maar eens op voor uzelf. Of het leutige van Boerke Naas. Probeer het maar! En luister er eens naar als een ander het voordraagt; als het goed wordt voorgedragen is het een liedje, is het een melodie en wanneer u iets tegen een ander zegt, is het een melodie. Je kunt met die klank meer zeggen dan alleen maar in het woord is opgesloten.

Dat is de magie van de muziek, dat is de magie van het woord, dat is de magie van de mens die de begrenzing van het redelijk begrip kan overschrijden. Dat is de mens die met dat heel kleine beetje extra, een liedje als “Marietje die met een huzaar vrijt” kan maken tot een drama, tot een klucht of alleen maar tot een gedachteloze opsomming van feiten.

U heeft er misschien nooit over gedacht, maar als u alleen al eens luistert naar mensen van verschillende landen, die hebben hun eigen zang, hun eigen melodie. Een Fransman spreekt een klein beetje zo op en neer, weet u wel, die heeft dat kleine, dat vlugge, dat watervlugge, hij heeft dat eigenaardige waarmee hij wil proberen om… Ja, en toch heb ik geen enkel Frans accent gebruikt, let u wel.

Als de Engelsman: “Die ouwe jongens onder mekaar de zaak toch werkelijk – begrijp, je Fred? – moeten bekijken.” U lacht er misschien om een beetje in uzelf. U zegt: “Is dat nu magie?”

Ja, want wanneer ik mens ben en ik wil één zijn met God, dan moet ik in mijzelf de melodie vinden, die God is. God is een lied, God is een klank, God is meer dan ik kan zeggen met woorden en begrippen, maar ik kan het maken tot een vibratie, ik kan het maken tot een denken, tot iets dat samensmelt, en als ik dat uit, uit ik niet mezelf, maar uit ik God.

Je moet niet denken dat je God uit de hemel kunt plukken en hier neerzetten, maar je kunt hier de hemel voor een ogenblik waar maken en dat is heel wat anders. Wij kunnen ons door middel van die afstemming brengen in contact met het diepste en demonische dat er maar denkbaar is in de chaos, of wij kunnen ons verheffen, wij kunnen uitgrijpen naar het hogere en een ogenblikje vanuit onszelf a.h.w. openstaan om elk contact te leggen.

Dat is de magie van de muziek. En degenen onder u die werkelijk van muziek houden, zullen misschien ook wel zeggen: “Het is gek, maar ik vind dat in alle soorten muziek.” Of je nu naar Bach luistert of naar Chopin, of dat je je bezig gaat houden met Schubert of zelfs met Pijpers, elke keer zijn er fragmenten waarvan je zegt: “Ja, daar spreekt iets hogers in”.

En nu is magie niets anders dan gebruikmaking van de menselijke contacten, van de natuurlijke vibraties die er zijn. Een man die het publiek wil beheersen, gebruikt muziek. Waarom dacht u dat er zoveel van die echte tsjing-boem-muziek is?

Dat is heel eigenaardig, maar de stemming verandert! Wilt u het genoeglijk hebben? Wel natuurlijk, dan heb je het Phomphom – phom.. Ja., dat is boertig. Maar moeten we nu werkelijk de mensen opzwepen, wat hebben we dan nodig? Tsjioen-pa-tsjioem….Ritme! Mensen, marionetten! Dat hebben we nodig. En dan er achteraan? Rettetteh-rettetteh-rrtt! Weg met het gezonde verstand, mensen, jullie zijn marionetten, er wordt aan de touwtjes getrokken, dans! En de mensen dansen de oorlog in! Bij een begrafenis wordt dan gespeeld. Een batterij kanonnen, onderstreept door het geknetter van de geweren en het gekerm van de gewonden. Dat is ook muziek.

Muziek kan een mens heel dicht bij de hemel brengen, ze kan hem meesleuren naar de hel. Muziek beroert de emotie van de mens. De muziek is een parafrasering van het woord, dat machtiger is naarmate het minder begrepen wordt.

En wanneer wij bij elkaar staan en we zingen een liedje, dan zegt dat misschien weinig als we naar de tekst luisteren. Het vreemde is dat in deze onrustige tijd uw eigen muziek dit vreemde, magische element weer heeft gekregen. Laten we eerlijk zijn, wat zit er voor verdienste in als er iemand staat te galmen? Ahahahah Baby! Hè? Vreselijk, zegt u. Maar wat neem ik? Ik neem een aantal versterkers, dan gaat het goed galmen. Ik zet er een basgitaar neer, die dreunt. Dat dreunt en als je op de vloer staat en je bent doof dan voel je dat dreunen nog. Het ritme! Het ritme waarover we het gehad hebben daarnet, het ritme dat je dwingt, dat je tot een marionet maakt, waarin je jezelf kunt verliezen. We gaan er nog wat akkoorden tegenaan gooien – het mag wel vals zijn, dat geeft niet – en dan gaan we daar tegenin schreeuwen. En een hele opstand, oorlog, een gevoel van macht tegenover de wereld is er! Dan staan ze daar, de tieners, die in de wereld eigenlijk niet weten wat ze moeten. De muziek wordt hun god, omdat ze eindelijk binnen het bereik van die wereld van chaos staan, waarin ze zelf menen te kunnen scheppen. Maar aan die roes gaan ze ten onder, omdat ze menen dat het werkelijkheid is.

Zeg nu nog eens dat er geen magie is in de muziek. Het jammere is, dat de meeste mensen niet begrijpen dat die magie er in schuilt. Je kunt dat niet met muziekleer vertellen, dat gaat niet. Je kunt zeggen: “Ja, er zijn mensen die schilderen met klanken. Dat is tot op zekere hoogte waar, want een klank heeft ook zijn eigen kleur, zijn timbre en de lijnen van een schilderstuk hebben hun melodische werking, die vormen akkoorden en zelfs dissonanten, hebben als punt en contrapunt een werking. Maar de achtergrond is eigenlijk dit: het schilderstuk zie je, moet je zelf uitwerken. De muziek kan je domineren, kan je overheersen. Muziek maakt je tot iets anders dan je bent.

Wanneer u de juiste muziek kent, maakt u een ander misschien niet tot iets anders wat u bent, maar u maakt in hem andere delen van zijn wezen wakker. Je kunt alleen met het timbre van een stem of met een stukje muziek in de mens de romanticus of de cynicus wakker maken. Je kunt hem verleiden tot zelfopzweping en tomeloze drift of tot een verstilde overdenking. Is dat geen magisch middel?

Dan zijn we er nog niet. Ik ben bijna aan het einde van deze inleiding, hoor, en ik vind dat u buitengewoon geduldig bent om zo eerlijk naar mij te luisteren, maar heeft u wel eens nagedacht over die gekke berichten? In India hebben ze ontdekt dat bepaalde graanvelden beter groeien wanneer er zo nu en dan een fluitspeler kalme melodietjes speelt. Hoor ik niemand zeggen dat dat onmogelijk is? Het is zo. En we horen ook dat kippen beter aan de leg gaan van Brahms dan van Boyd Bachman. Ik weet niet of de naam recent genoeg is. Ook daar zit dus ergens iets in, hè? Je kunt wel zeggen, het is misschien een hoop overdreven, maar die muziek doet kennelijk iets, ook bij de dieren die van muziek geen verstand hebben.

Nu heb ik zieke mensen. Zieke mensen leg ik in een kamer, waarin de kleuren passen, weet u wel, als ze een beetje opgewekt moeten zijn, zonnig geel en zo. Maar moet ik het daarbij laten? Zou ik niet ergens op de achtergrond – niet al te hard, het mag niet domineren – een vrolijke melodie kunnen laten gaan, een vrolijk geruis desnoods maar? Denkt u niet dat die mens daar onbewust die veerkracht en dat optimisme op kan pakken, waardoor hij sneller geneest. Ik garandeer u dat dat waar is.

Een tandarts in de V.S. heeft een middel uitgevonden om zonder verdoving toch pijnloos te trekken. Hij zet zijn mensen een koptelefoon op en laat ze het geruis horen van de Niagara Falls. Behalve degenen die er op hun huwelijksreis heen zijn geweest en er een lichte nachtmerrie van overhielden, zijn de meesten dan zo overdonderd door het geluid, dat ze niet merken wat er gebeurt. Raar hè? Gevoeligheid en ongevoeligheid. Heb ik dus iemand die pijn heeft, dan zou ik hem wanneer ik het juiste ritme, het juiste geluid kan vinden, van die pijn een hoop kunnen ontnemen. Niet dat die pijn lichamelijk minder wordt, maar zij wordt minder in het bewustzijn gevoeld en daardoor niet alleen lichamelijk gemakkelijker te dragen, maar te hanteren. We kunnen genezen met klanken tot op zekere hoogte.

Nu kunnen we wel eens de schouders ophalen als we horen van de priesters vroeger, die voor hun God stonden en die daar hele verhalen uitslaan en we lachen misschien om David die daar met zijn harpje voor de Ark uit huppelde, maar ja, in dit verband gezien is het volkomen logisch.

De wereld van het geluid betekent meer dan alleen maar geluid. Het is een beroering van het materiële wezen, die doorwerkt tot in de geest toe. Het is een afstemmen van de stoffelijke faculteiten van de mens op geestelijke of andere mogelijkheden. Per slot van rekening, de vrijgezel Don Juan houdt in deze tijd ook wat plaatjes bij de hand “for romantic mood and love”, waar of niet? Waarom daar wel en waarom elders niet?

Waarom wel gezegd: “0, wat kan die sopraan met die coloratuur mooi zingen!”, maar niet getracht om het eventjes in je sprekend door te laten. Waarom alleen zomaar praten en waarom niet begrijpen dat er een ritme in zit? Per slot van rekening, het is eenvoudig genoeg. Als een Hollander zegt: “Geachte dame, ik kus uw hand… dan klinkt dat belachelijk. Maar denkt u eens eventjes in Oostenrijk; “Aber wie geht’s denn, küsse die Hand, gnadige Frau Baronin…” Dat is direct wat anders. De melodie is anders. Omdat de melodie anders is, is de reactie anders, is het leven, is de aanvaarding anders. Die aanvaarding blijft heus niet alleen bij de frase van: “Küss’ die Hand, gnadige Frau.” Dat gaat verder. Dat blijft ook niet steken bij een romantische stemming of een verstild zijn. Die gaat verder totdat de mens met God spreekt. Die gaat verder totdat de mens zich één voelt met de krachten der sferen en vanuit die sferen de kracht uit op aarde, omdat hij de melodie van die sferen door zichzelf als het ware opnieuw afspeelt.

Ja, muziek is magie voor diegene die haar gebruikt. Klank, ritme, zijn magische middelen voor degene die ze begrijpt. En zelfs de stem, de wijze waarop ze gezoet wordt, gevormd wordt, hoe het geluid naar buiten komt, is magie. Tussen de zienlijke en de onzienlijke wereld ligt die eigenaardige onbewuste reactie, die door de klank wordt bepaald en bespeeld. En het is deze door de mens niet gekende en onbeheerste reactie juist, die zijn bewuste contacten en bindingen met het hogere bepaalt of teniet doet.

Ik zou zeggen, dit is een inleiding. Denkt u er eens over na. Heeft u in dit verband opmerkingen, vragen, commentaren, ik zou zeggen, gaat uw gang na de pauze, zodat u eventjes een klein beetje bij kunt komen en meteen uw vraag kunt formuleren. Nu, dan dank ik u voor uw aandacht en ik hoop dat ik althans mijn eigen theorie zover in praktijk heb kunnen brengen, dat u zich in geen geval verveeld heeft.

Vragen

  • Hoe verklaart u in dit verband de gebedsmolens en het rozenkransgebed, waarvan men toch zeker aanneemt dat er werking van uitgaat?

De gebedsmolen op zichzelf is – geloof ik – meer een uiting van de menselijke gemakzucht. We hebben zoveel tijd nodig voor iets anders, laten we maar een machine maken om te bidden. Dat een machine niet bidden kan, omdat de machine geen contact met God kan krijgen, dat laat men dan maar buiten beschouwing. Wel kunnen we natuurlijk zeggen dat bepaalde gebedsmolens, en dan denk ik vooral aan de waterwielgebedsmolens en aan de gebedsvanen, door de associatie die aan hun geluid verbonden zit, het idee van contact met de godheid kunnen bevorderen. Maar verder gaat het geloof ik niet.

Wat betreft het rozenkransgebed zouden we kunnen zeggen, het is een deun. Het rozenkransgebed is dus eigenlijk een ritme, want er zijn mensen die gaan door een rozenhoedje heen als één of andere renner door de vierdaagse, óf wat is ’t, de tour de France ? … pardon! En als je dat dus werkelijk gelijkmatig blijft bidden, dan krijg je ook weer een zekere afstomping. En die afstomping van zintuigen, dat automatische maakt wel bepaalde functies vrij. Dat is dus heel iets anders dan het mechanische van de gebedsmolens zonder meer.

  • Zou de beïnvloeding van klanken groter zijn dan die van kleuren? Vooral als therapeutische werking in de geneeskunde en opvoedkunde?

Dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Het is n.l. zo, dat de klank zijn optimale werking krijgt in een omgeving waarin de sfeer juist is en die sfeer heeft onder meer te maken met de lijnen en met de kleur van de ruimte, waarin men zich bevindt. Dus om dat precies helemaal uit te rekenen, nee, ik geloof niet dat dat mogelijk is. Wel kunnen we zeggen dat de kleur over het algemeen òf alleen een achtergrond schept, dan wel een eigen actie vereist. De klank daarentegen is zonder meer een beïnvloeding. De klankwaardering blijkt meer algemeen te zijn dan de kleurwaardering. Het is dus gemakkelijker om een gemeenschappelijke waarde te vinden. Ik zou dus zeggen: in het praktisch gebruik is de klank, ook therapeutisch, zeker beter en gemakkelijker bruikbaar dan de kleur. Maar aangezien zij een voortdurende, actieve beïnvloeding is en men deze misschien wil voorkomen, zal men – waar de voortdurende actieve beïnvloeding niet gewenst is – de kleur kunnen gebruiken als een aanvullende, minder opvallende en minder speciaal dirigerende factor.

Kleurentherapie zou ik dus willen beschouwen als de achtergrond, waarbij een milieu wordt geschapen en daarnaast de klanktherapie als één die stuwend is en dus de directe beïnvloeding van het lichaam tot stand brengt, ook buiten eigen wil en reactie van de mens om. Daar is dus zelfs het eigen onderbewustzijn niet bij nodig.

  • Heeft de klank eigenlijk ook invloed op iemand die totaal doof is?

Zover als de klank die persoon bereikt, ja. Een voorbeeld kan ik er misschien wel van geven. Er is tegenwoordig een therapie, bewegingstherapie, die gebaseerd is op de overdracht van ritmische geluiden via het vloeroppervlak. En men komt daarbij zo ver dat men op een gegeven ogenblik de vloer tot een soort vibrerende klankbodem maakt voor orkestwerken. Nu is het eigenaardige dat die kinderen de muziek niet horen, maar dat zij via de vibraties komen tot een erkenning van kwaliteit in de muziek, die zij met gebaren kunnen uitdrukken. En daaruit zou dus m.i. moeten blijken dat de muziek een mentale beïnvloeding heeft, al wordt zij niet gehoord, punt 1. En punt 2, op grond hiervan, dat de beïnvloeding van het lichaam – zover de vibratie het lichaam beroert – dus eveneens actief is.

  • U zei dat klank of geruis, of hoe dan ook, in een ziekenhuis erg op zijn plaats zou zijn. Ik heb verscheidene malen in het ziekenhuis gelegen en ik weet nog wel dat als men ’s morgens de deur van de kamer openzette voor de morgenwijding – wat toch ook klanken zijn – dat ik niet wist hoe gauw genoeg ik bellen moest voor de zuster om te vragen of alsjeblieft die deur dicht mocht. Die klanken waren volgens mij alleen maar hinderlijk. Ik las liever een boek of een tijdschrift; ik kan dus door mijn ervaringen niet met u instemmen.

Dan zouden we van tevoren moeten vragen, wat is eigenlijk die klank? Punt 1! Punt 2: wat is uw associatie met het gebeuren? Kijk eens, ik ken iemand die heel muzikaal was (dat is al een hele tijd geleden) en die was van plan om in Berlijn naar de toen pas geopende Wintergarten te gaan, maar hij kwam door een ongeval terecht bij een nieuwe montering van Wagner. Het was de “Fliegender Hollander”. Ja. En deze man heeft het in het begin bekeken, hij zei: “Nou, ze pakken het nogal groot aan”. Maar toen het lied van Jacopo kwam, u weet wel dat is in het eerste bedrijf, praktisch de eerste aria ‘Der Sturmwind weht vom Süden her’, toen zei hij: “Nou die vent kan er geen pest van!” Toen zei een ander tegen hem dat hij in de opera zat. Maar deze man had een danseres willen zien, en de muziek van Wagner die anderen overdondert en overweldigt, maakte hem alleen maar twistziek. Hij onderging de invloed, maar mentaal zette hij ze om in een uiting van energie, die niet de juiste was. Ik denk dat uw geprikkeldheid door die morgenwijding in verband zal gestaan hebben met uw eigen relatie tot de omgeving, en misschien zelfs tot God. Het was voor u de uitdrukking van iets onoprechts, ergens voor uzelf. Daarom kon u niet aanvaarden.

  • Ja dat is wel zo. Als u dat zo zegt, ja.

Dus heeft u de emotie van gebondenheid en berusting, die voor anderen misschien in hetzelfde gelegen heeft, misschien getransponeerd. U heeft ze omgezet in verzet, in onrust. De kracht, die genezend had moeten zijn, was voor u omgezet in ergernis. Kunt u begrijpen wat ik bedoel?

  • Ja.

Daaruit kunnen we dus nog een conclusie trekken, n.l. dat de muziek, of de klank ergens neutraal moet zijn zover het de associatie betreft. We moeten dus geen geluiden nemen die met iemand worden vergeleken. Ik kan me voorstellen dat een oud-nazi opfleurt bij ‘Mein Führer ruft!’. Ik kan me ook voorstellen dat er iemand is, die zich ineens prettig voelt als hij, hoe heet ie ook al weer, de heer Koekoek hoort praten, (gelach). En er zullen mensen zijn die krijgen ergens een soort pijn van binnen, wanneer Prins Claus spreekt. En er zijn anderen misschien, die genieten er van. Dat zijn de associaties, die moeten we weghalen. We hebben die associaties niet nodig.

Maar laten we de zaak nu eens gewoon zo zeggen: wij hebben rust nodig, de mensen moeten rustig zijn. Nu laat ik daarachter keurig een melodietje gaan en dan hoeft dat nog niet eens iets plechtigs te zijn. Nu ja, b.v. Debussy of zo. Laten we er gewoon maar iets voor nemen, laat eens kijken, wat heb je? 0 ja, Mellegrino Strings geloof ik, dus zo’n beetje schmelzend. Dan ontspannen de mensen beter. En als ik dan eens werkelijk een beetje opgewektheid nodig heb, waarom ZOU ik er dan niet een stelletje volksliedjes tegenaan gooien?

Ik bedoel dus niet elk geluid, want we moeten met de associatie toch wel degelijk rekening houden, maar een geluidsachtergrond. En u zult ook wel opgemerkt hebben dat ik niet heb aanbevolen een geluidstherapie, waarbij je met het geluid overweldigd wordt. Dat is n.l. voor de zieke over het algemeen teveel van het goede.

Maar ik kan me voorstellen dat mensen die absoluut niet vroom zijn en die een kerk binnenkomen en in die schemering daar plotseling als een stortbad een prelude van een orgel over zich heen voelen vallen, dat die mensen ineens anders zijn. Daar wel. Maar in een ziekenhuis zijn de verschillen te groot. Het enige dat je daar kunt doen is een therapeutische achtergrond scheppen, die een lichamelijke stimulans betekent in de goede richting. En als je dat verder zou willen uitwerken, zou je dus moeten zeggen b.v. voor een afdeling beenbreuken – gebroken botjes – hebben dus wel iets anders nodig dan b.v. voor de afdeling hysterie. En die hebben allebei nog weer wat anders nodig dan de mensen die een blinde darm tekort komen dankzij medisch ingrijpen. Elke kwaal heeft weer een nadruk op een bepaalde gemoedstoestand die het best is, een nadruk op een bepaalde beïnvloeding van het lichaam, die het meest gunstig is, eventueel een stimulans of een afzwakking van bepaalde interne secreties, goed, laten we de geluidsachtergrond scheppen, die dat geeft. Het is dus niet zo dat ze ergens een traporgeltje in de gang van het hospitaal neerzetten met een aantal mensen van goede wil en – hopenlijk – van goede stem, en dan maar lostrappen. Of het nu “Jarig Jetje” is b.w.v. spreken of “Er rijdt langs de Wolken”, we moeten de zaak aanpassen. Denk nu dan maar aan wat ik daarnet heb gezegd over Jan, dan wordt het u misschien duidelijk wat ik bedoel. Je moet het juiste timbre vinden dat bij de juiste situatie past. Is dit voldoende?

  • Nu, om het iedereen naar de zin te maken …

Neen, je hoeft het niet iedereen naar de zin te maken. Je hoeft ze het niet naar de zin te maken, je moet een achtergrond scheppen. Maar die achtergrond moet dus qua geluidswaarde aangepast zijn aan de werkelijk bestaande behoefte. Er zullen een hele hoop mensen zijn, misschien, die rustige muziek moeten aanhoren en die zeggen: “Hé, jongens, draai nu eens een lekker moppie!” Dat kan ik me best voorstellen, maar daar gaat het niet om. Het is therapie. En per slot van rekening komen ze u ook niet vragen: “Mevrouw, hoe wilt u uw pilletje hebben, in suiker of ietsje bitter”, hè? Dat doen ze ook niet.

  • Helemaal geen pil.

Nu dan heeft u in ieder geval veel met een aantal heren in het Vaticaan gemeen.

  • Is u het boek van Cyril Scott bekend over de invloed van de muziek op het onderbewustzijn en op de ontwikkeling van de volkeren enz.?

Er is mij wel het een en ander over bekend, ofschoon het verschenen is nadat ik verdwenen was. Maar er is mij wel iets van bekend.

  • Hebt u er een oordeel over?

Het is heel moeilijk een oordeel te vestigen over iets dat je bij proxy krijgt, omdat daar altijd een interpretatie van de lezers bijkomt en die is in dit geval nogal verschillend. Maar als u het mij over het algemeen vraagt, ik geloof dat de basisidee gezond is, maar dat de uitwerking hier en daar ofwel onvoldoende duidelijk is – dat is mogelijk – ófwel onjuist is. Dat is dus aan de hand van de reacties.

  • Mag ik iets vragen? Ik verbaas me op het ogenblik zeer. U leest dus gewoon boeken?

Nou, dat niet helemaal. Ik laat ze me voorlezen. U leest een boek, ik heb interesse, ik luister even mee. Ja, dat is misschien wel omslachtig, maar het is dé methode om kennis te nemen van de dingen. Wil je op de hoogte blijven van wat er op de wereld is. Want er worden zoveel kranten gelezen in grote delen van de wereld dat je je alleen maar over het algemeen op de krantenlezer in hoeft te stellen om een beeld te krijgen vol tegenstrijdigheden en je de onbelangrijkheden tegen elkaar wegstreept. Wat er overblijft is dan ongeveer een weergave van de feitelijke situatie op aarde.

  • Dus dan leest u ten slotte de gedachten.

Ja, daar komt het op neer.

  • Oh, dus dan hoef je het niet hardop te lezen?

Nee, helemaal niet.

  •  O, maar u zei dat het voorgelezen moest worden.

Neemt u mij niet kwalijk, dat was een fout mijnerzijds. Maar wanneer u leest en uw gedachten zijn niet afgesloten, dan leest u voor. Want dan kan uw omgeving dus inschakelen op hetgeen u denkt daarbij en dat wil zeggen dat uw persoonlijke interpretaties scherp op de voorgrond komen. Het is heel moeilijk om de literaire mérites van een werk b.v. op die manier te beoordelen, en in sommige gevallen is het ook heel erg moeilijk om een wetenschappelijke inhoud te beoordelen. Wanneer die n.l. door verscheidenen verschillend geïnterpreteerd wordt, dan komt er wel eens een moeilijkheid bij. Dan zeg je: “Ik kan niet precies nagaan, wat er nu eigenlijk staat; wat is er bedoeld”? En dan kun je dus ook niet zeggen: “Ja, de schrijver heeft een fout gemaakt”. Je kunt alleen zeggen: “in het werk schuilen dus verscheidene dingen, die een tegenstrijdige verklaring mogelijk maken”.

  • Als ik een blad om zou slaan, zou u dan niet zelf kunnen lezen?

Nu nee, ik geloof het niet. Het zou theoretisch mogelijk zijn, mits ik ZOU komen tot een behoorlijke astrale verdichting plus een betrekkelijk grote concentratie, maar ik geloof niet dat er veel boeken zijn die die moeite waard zijn.

Ik kan u misschien een ding zeggen in dit opzicht: het staat misschien een beetje buiten het onderwerp, maar er zijn mensen die kunnen uit een keukenmeidenroman wijsheid peuren. Er zijn mensen die uit een filosofisch betoog van grote waarde niets anders halen dan onzin. En aangezien wij niet alleen het boek, maar ook de reactie van de lezer krijgen – automatisch – maakt het voor ons toch wel een heel groot verschil uit wie Vicky Baum leest of Boudier Bakker of Corsari. Dus het gaat erom wie ze leest. De één leest een doodgewoon liefdesromannetje, en die ziet op de achtergrond, herkent die persoon niet en denkt: ja, dat is nu wel een beetje overdreven, maar zo is het toch en bouwt daar dus een heel psychologisch concept op. Dat concept kan heel belangrijk en waardevol zijn, terwijl het romannetje op zichzelf niets is dan een wensdroom met een sausje.

  • Als we nu een boek lezen dat we erg moeilijk vinden, is het dan mogelijk dat u ons beïnvloedt zodat je ’t snapt?

Het is wel eens mogelijk, maar helaas veel te zelden. Want dat vraagt dus van u een voldoende concentratie op een boek, want anders kunnen wij het niet voldoende aflezen. Niet de poging om voor uzelf het niet-begrepene terzijde te verklaren, weg te verklaren of opzij te gooien en een voldoende openstaan voor wat we dan telepathische beïnvloeding kunnen noemen. Dus dat zijn nogal voorwaarden die er gesteld worden.

  • Is er een verklaring te geven voor het feit dat de moderne mens behoefte heeft om aan één stuk door muziek – laten we zeggen lawaai – te horen?

Ja, die verklaring is heel wat eenvoudiger dan u misschien zult denken. Het moderne leven heeft een geluidsachtergrond. Die geluidsachtergrond is over het algemeen tamelijk onaangenaam. Zij bestaat uit zeer sterke stoorgeluiden, waarvan de incidentele scherpte vèr boven de gevoeligheidsgrens van de doorsneemens komt. Ik denk hier bv. aan toeteren, auto’s, enz., al dat straat- en machinelawaai, dat men – omdat het teveel verschillende pieken heeft – eigenlijk niet helemaal kan uitschakelen. En dit uitschakelen is onmogelijk. U kunt het ook niet een eigen zin geven. De doorsneemens in de tegenwoordige tijd is dus in feite een vijand van de gemeenschap, al weet hij het zelf niet. Hij eist n.l. dat de gemeenschap zich volgens zijn normen gedraagt en het hem dan bovendien niet lastig maakt. Dan kan hij dus maar één ding doen. Hij kan die geluidsachtergrond – die op zichzelf onaanvaardbaar is – door een andere geluidsachtergrond aanvullen. We krijgen dan de muziek niet als een klank waarnaar geluisterd wordt, maar wij krijgen de muziek als een coulisse die de storing wegdringt. En daardoor ontstaat een gewoonte-luisteren, waarbij men vaak niet eens weet wat men hoort – alleen dus beschermd is – maar Waarbij bepaalde voor het ‘ik’ harmonische klanken dan ineens de aandacht trekken en ten gevolge hebben dat men een ogenblik luistert of mee gaat zingen zelfs. Het meezingen, of het meefluiten, mee neuriën, wordt daardoor vaak heel sterk gestimuleerd. En ook dat meefluiten, meezingen, mee neuriën gebeurt nu weer meer, naarmate de persoon in kwestie minder directe contactmogelijkheden met zijn medemensen heeft.

  • Maar die vliegtuigen die overvliegen, daar kun je toch niet mee meebrommen? Dan ben je toch ook gedwongen om dat aan te horen. Je doet er niets tegen.

Nu ja, je doet er niets tegen. Wat zou je er tegen kunnen doen? De vraag is, wat het zwaarste weegt. Bij de meeste mensen is de moeite die het zou kosten om de ergernis op te ruimen, zo groot en de consequenties ervan zo belangrijk, dat ze de storing graag nemen en voortdurend eisen dat een ander ze teniet zal doen.

  • Het is onbewust natuurlijk hetgeen ik bedoel. Het is me wel eens overkomen, dat ik in een winkel kwam en dan was er aan één stuk door iets aan het jengelen en dat ik dan zei tegen een juffrouw: “Hoe houdt u dat de godganse dag uit met dat gejengel”? Maar zoals u het zegt, dan zou het zijn dat zij dus onbewust de onaangename geluiden overstemt.

Het is een verweer ergens tegen het milieu.

  • Hoe bedoelde u dat van die vliegtuigen? Wat kunnen we daar dan tegen doen?

Nu, u zou bv. allemaal kunnen zeggen: “we betalen geen belasting meer zolang jullie de lucht met die geluiden verpest”.

  • Dan ga je de cel in.

Nu ja, goed, dan is dat een cel waarin tien miljoen mensen zitten, en waar vinden ze dan de bewakers?

  • Maar hoe krijg je dat voor elkaar dat je al die mensen zo ver brengt?

Juist, en dat krijgt u niet, omdat de mensen allemaal voor zich zeggen: ik vind de consequenties te erg, dan kunnen we beter die ergernis maar nemen.

  • Je kunt je beter bezighouden met een actie die betere kans op succes biedt.

Och, ik geloof niet dat er enige actie is die ik de kans geef op blijvend succes. Elke actie op zichzelf blijkt op den duur zichzelf zodanig te perfectioneren, dat ze tot een verstarring komt en door gebrek aan flexibiliteit het tegendeel bereikt van wat ze nastreeft. Neen, u zult het daarmee niet eens zijn, en er zullen een hele hoop mensen zijn die het er niet mee eens zijn. We zullen maar een heel eenvoudig voorbeeld nemen. De vakbonden waren noodzakelijk om de exploitatie van de gewone werkman te doorbreken. Was! Er is ontstaan een apparaat dat alles bij elkaar heeft om de werkman te verzorgen. Het is zo geperfectioneerd dat men de werkman tiranniseert en hem – zij het op een andere wijze – even sterk tracht te domineren en te onderdrukken in zijn persoonlijke belangen en bestrevingen als eens de werknemers deden.

  • Dat is een voorbeeld, ja. Maar je kunt ook voorbeelden geven als …, ik zal maar zeggen, een actie tegen die snelheidswellustelingen; dat je zegt, daar moeten strengere straffen gegeven worden.

En daarmee krijgen we een zodanige vertraging van de gemiddelde verkeersafwikkeling, dat hierdoor het wegennet niet meer toereikend is, het aantal ongevallen toeneemt en dus het instellen van een minimumsnelheid noodzakelijk wordt om nog enige redelijke verkeersafwikkeling mogelijk te maken.

  • Maar als je de straffen verscherpt?

Mijn waarde vriend, nu moet u eens luisteren. Er zijn in Engeland nooit zoveel stropers geweest als in de tijd, dat het schieten van een bok op ’s konings landje je je kop kostte. Straffen zijn geen correctief middel, ze zijn een afschrikkingsmiddel voor de timiden, niet voor degenen die er werkelijk wat in zien, die er werkelijk wat voor willen doen. U kunt met straf niets bereiken. U moet de oorzaak erkennen van het handelen. Kunt u die oorzaak veranderen, dan is alles in orde. Had men in de tijd waarover ik het heb, die tijd van Engeland, – nou ja, rond de tijd van Leeuwenhart zeg maar, de Normandiërs, de Normandische regering, de Normandische baronnen – had men toen gezorgd dat het gewone volk voldoende vlees kon krijgen, dan had men nooit gejaagd op ’s konings herten, gelooft u dat? Het was een behoefte-element. Daardoor werd het een hartstocht en toen de hartstocht er eenmaal was, kon zij niet teniet worden gedaan door strafmaatregelen en zelfs niet meer door het verstrekken van vlees. Ze kon alleen teniet gedaan worden door het wild zo zeldzaam te maken, dat het de moeite niet meer loonde om te gaan jagen. En dat zult u overal zien. Dat is een cyclus, die ligt in oorzaak en gevolg, daar ontkomt u niet aan. Maar we zitten wel heel erg bezijden het onderwerp……

  • Is er verschil in waarde van het gesproken of het gedachte gebed?

Ja, het gesproken gebed is een beïnvloeding door trilling van het eigen wezen, andere wezens, in de buurt aanwezig dus, en van de gehele omgeving. Anders gezegd, het uitgesproken gebed vormt een afgestemd geheel in het milieu.

Het gedachte gebed kan een innerlijke afstemming zijn op het geheel, dat is dus ook mogelijk. Maar de materiële beïnvloeding is niet zo sterk. En de eventuele disharmonie ten opzichte van het gebed en het streven in de omgeving wordt dus minder gemakkelijk onderdrukt. Daar staat tegenover dat – volledig beleefd – het geestelijk gebed een soort uittreding mogelijk maakt, waarbij alle stoffelijke storing weg valt, wat bij het uitgesproken gebed meestal niet mogelijk is. Maar beide zijn dus inderdaad different, we kunnen ze niet op een lijn stellen. Ze hebben elk hun voor- en hun nadelen.

  • En meditatie?

Een meditatief proces kan gemeenschappelijk volvoerd worden en wanneer het goed volvoerd wordt, dan krijgt het een zekere ritus, waarbij de magie van het woord een rol gaat spelen. Die meditatie roept dan een sfeer op, die door allen gedeeld wordt, richt de gevoelsinhoud en brengt ook de eigen gedachte-processen onder een gelijke noemer. En daardoor is die meditatie hardop eigenlijk wel begerenswaardig. Iets anders is het met de contemplatie. Contemplatieve processen zijn gedachte-processen.

  • Er zijn mensen die in eenzaamheid alleen mediteren.

Dat is ongetwijfeld waar, maar de vraag is of hun meditatie dan niet een zeer sterk contemplatief karakter heeft en op den duur verkrijgt. En een tweede vraag is, of de waarde van de meditatie zo totaal zal zijn wanneer ze innerlijk wordt gedaan in stilte als wanneer zij wordt uitgesproken, zelfs al is er dan niemand om te luisteren. De invloed gaat niet alleen naar andere mensen of naar degenen die het begrijpen, maar een vlo die ergens in een kussen zit, kan ook door die trillingen beroerd worden, verandert ook, past zich aan. De muur past zich aan, de bloemetjes die er staan, de grond past zich aan. Dat is dus het belangrijke.

  • Is het slecht voor je gehoor om je af te sluiten voor geluiden?

Nu, voor het gehoor op zichzelf niet. Maar wanneer het afsluiten van geluiden automatisme wordt, dan betekent dit dus het automatisch uitschakelen van alle soortgelijke geluidsimpulsen. Om nu eens een gekke vergelijking te maken: je staat in een fabriek bij een stoomhamer en daarnaast ratelt een stel stellingen van een soort jakobsladder. Je wordt daardoor gestoord, je sluit je er voor af. Dat is gemakkelijk mogelijk, dat zien we altijd gebeuren. Maar nu loopt zo iemand over de straat, hij kijkt niet uit en daar komt een enorme stoomwals aanratelen. De man hoort deze eenvoudig niet. Of niet tot het ogenblik misschien dat de stoomwals begint hem te pletten, dan merkt hij natuurlijk dat deze er is. Maar ja, het is een gevoelskwestie, inderdaad, u heeft gelijk. U kunt zeggen: “Dat is meestal nogal gevoelig.” Maar wat ik dus zeggen wil, je sluit ook vaak dingen uit die eigenlijk belangrijk kunnen zijn. Je kunt je aanwennen om, als de mensen je roepen, niet te luisteren. Dat is best. Maar als je die gewoonte eenmaal hebt, kan het zijn dat vlak naast je iemand je nodig heeft om in leven te blijven, en dat je het ook niet hoort.

Voor het gehoor is het niet belangrijk, het is een mentale kwestie, maar ik vind het toch ergens een bedenkelijke mentaliteit, wanneer men bepaalde geluiden a priori en als gewoonte gaat uitsluiten. Ik acht dat niet juist.

  • Het is ook altijd zo grappig dat, als je intens een boek leest, je dan de klok niet hoort slaan en dat je toch niet bewust zegt: “Ik wil niet luisteren naar dat getik.”

Nee, maar op dat ogenblik leeft u in een andere wereld.

  • Mag ik nog even vragen over dat meelezen? Kunt u dat in alle talen?

Aangezien gedachten geen taal zijn: in alle talen. Zoals u… hoe heten die dingen ook weer in de kranten? Strips! Zoals strips dus qua tekening internationaal zijn en overal gelezen kunnen worden, zo is het met gedachten ook. Een gedachte is geen letterwoord, het is een beeldend iets, een soort rebussymbool, zeg het zo maar.

  • Muziek als magisch middel heeft natuurlijk een grens. Of als – mag ik er misschien bij aansluiten – muziek van Beethoven bv. kan op twintigjarige leeftijd onbevredigender zijn als bv. op veertigjarige leeftijd of nog later. Ik bedoel, er is een verandering van het ondergaan van de muziek.

Ja, een verandering van waardering. Maar de verandering van waardering op zichzelf houdt nog niet in een verandering van beïnvloeding. Zo zitten in de Pastorale van Beethoven drie elementen die de mens zeer sterk beïnvloeden. Of je ze nu mooi vindt of niet, als je ze hoort, onderga je de werking. En dan kan de één zeggen: “Bah, Beethoven”, de ander zegt: “Beethoven, hoera!”, en de derde zegt: “Ik hou meer van de Beatles”. Dat maakt dus niets uit. Je moet dus een onderscheid maken tussen de muzikale waardering en de beïnvloeding door muziek. Natuurlijk krijgen we het gemakkelijkste en het beste resultaat, wanneer de mentale werking van de muziek, de associatie in en met de muziek ook aanwezig is. We krijgen dan een bewuster proces, dat ben ik wel met u eens. Maar het verandert de waarde van de klank, de magische waarde van de klank op zichzelf niet. Die blijft men ondergaan.

  • Maar hoe kun je nu leren onderscheid te maken? Wat voor soort muziek zou je eigenlijk het meest moeten beluisteren?

Ik geloof dat dat een zuiver persoonlijke kwestie is, maar misschien kan ik het zo zeggen: er zijn sommige melodieën, daar kun je naar luisteren met tranen in je ogen. Dat zijn dus alle dingen, dat soort melodieën, dat soort muziek, die instrumenten, dat timbre. Ook zul je ze altijd kunnen gebruiken wanneer je wilt mediteren over het lijden van de mensheid, of wanneer je iets aan het lijden van de medemens wilt doen.

Dan zijn er andere dingen bij, die irriteren je, daar wordt je haast driftig van. Wanneer je een beetje lome bui hebt en je hebt energie nodig, zet zo’n plaat op! Dat helpt. Op die manier moet je dat a.h.w. proefondervindelijk doen. Denkt u maar eens aan een wekker. Een wekker is misschien niet erg muzikaal, maar als ik af mag gaan op de reacties van de meeste mensen, dan is dat gerinkel van die wekker een zodanige ergernis, dat het ontwaken daardoor inderdaad bevorderd wordt.

En als u dus iets hebt dat voor u een bepaald iets wekt, een gevoel van gezelligheid, van zekerheid, van geborgenheid, wat geeft het dan welke muziek het is? Er is n.l. geen voorkeur te geven, Beethoven noch Berlin, Rachmaninoff of de Tigerrag, b.w.v. spreken. Het maakt geen verschil. Het is alleen maar wat wil je bereiken, wat zegt de muziek? En dan zult u tot uw verbazing ontdekken dat doodeenvoudige liedjes en moderne deunen vaak dezelfde melodische en klankachtergrond hebben als klassieke werken.

  • Dat kan ik me voorstellen. Maar dat u zegt: het is onverschillig of je er gevoelig voor bent of niet gevoelig voor bent. Dat u zegt i.v.m. de Pastorale, net of je……

Geen twee dingen door elkaar a.u.b.! De muziek houdt haar eigen werking. Wanneer u ontdekt dat u erg gevoelig bent voor een saxofoon, dan kunt u dat in een modern stuk doen, dat u niet mooi vindt, of in een ouderwets stukje dat voor u lieve herinneringen heeft. In het eerste geval zult u zeggen: “Hè, bah” en de tweede keer: “Hé ja!”, maar de invloed van dat geluid blijft het zelfde. Dat is punt 1.

En punt twee: wat voor muziek moeten we dan nemen om naar te luisteren? Heel eenvoudig. We moeten registreren voor onszelf wat voor muziek voor ons bepaalde emoties, bepaalde gevoelens, geprikkeldheid, opgewektheid etc. brengt. En wanneer we behoefte hebben aan die toestand dan moeten we de muziek gebruiken, omdat ze daardoor gemakkelijk gewekt wordt.

Het ritme in de Pastorale spreekt tot je gevoel, maar het kan ook louter ongedurigheid wekken, het kan verveling wekken, enfin, er zijn duizend en één mogelijkheden. Maar wanneer wij iets nodig hebben dus, dan kunnen we dat meestal in het arsenaal vinden van de muziek die beschikbaar is. En door dat bewuste gebruik kunnen we al een hele hoop bereiken.

Ik heb daarnet geprobeerd iets van het Kol Nidrei te laten horen, maar geloof me, wanneer je een absolute nederigheid, eigenlijk haast melancholie zoekt en je wilt even zitten en je wilt God toch ergens nabij voelen, dan is dat Kol Nidrei heus zo gek niet. En zo zijn er duizend en éen dingen. Maar een mens moet toch zelf hier ook wel een keuze doen. Ik kan dus niet zeggen: “déze muziek is beter dan gene”. Dat zal een persoonlijke kwestie zijn. Maar ik kan wel zeggen, een bepaalde geluidscombinatie, bepaalde klankcombinatie zal in elk muziekstuk zijn gelijke werking behouden mits daaraan voorafgaande en daarop volgende geen totaaldifferente frasen voorkomen.

  • Ja, maar je moet het toch ook leren appreciëren?

U hoeft muziek niet te appreciëren. U vergist u. U gaat weer uit van appreciatie. Appreciatie is mentaal. Klankinvloed is lichamelijk, is materieel. Die twee dingen kunt u toch niet met elkaar vermengen. Bij uw keuze zult u zich laten leiden natuurlijk door uw mentaal beeld van aangenaam en aanvaardbaar, maar dan zult u daarin de klankcombinaties vinden die ook elders voorkomen en voor een bepaald doel net zo bruikbaar zijn voor u, ook al zijn de combinaties waarin ze voorkomen voor u niet mentaal bruikbaar.

Ik vind het trouwens helemaal een lastig ding. Ik hoor zo vaak zeggen, ja maar de mensen moeten leren de muziek te appreciëren. Waarom? De muziek is een magische werking en zonder muziek leeft geen enkel mens. Ergens is er altijd een ritme of een klank die in je leven betekenis heeft. Wat maakt het nu werkelijk uit of je naar Zandvoort wilt gaan, niet waar, u weet wel: “We gaan naar Zandvoort. . .” , of dat u misschien een aria of een ding van Scarlatti wilt horen. Wat maakt dat nu eigenlijk voor verschil uit? Is het ene mooier omdat de componist dood is en dat andere lelijk, omdat de componist nog leeft? Dat heeft er niks mee te maken, dat is zuiver persoonlijk. Ik geloof dat de grote fout is die men maakt met muziek, dat men niet begrijpt dat muziek een middel tot een doel is en niet een onaantastbare waarde op zichzelf. Er zitten een hele hoop mensen te luisteren naar muziek van Beethoven, die veel gelukkiger zouden zijn als ze konden luisteren naar Bert van Dongen. Het gaat er toch om dat de mens er gelukkig mee is.

  • Mag ik nog één ding vragen dat ik erg belangrijk vind? Ik heb twee kleine kinderen en u hebt het zelf gezegd dat die Beatle muziek dus echt wel inferieur is op een bepaald punt. Kan je dan de hele dag radio Veronica aan hebben zonder dat dit invloed heeft op die kinderen? Een invloed dus die je eigenlijk liever niet zou willen hebben?

Ach, ik geloof niet dat die invloed zo funest zal zijn, tenzij de geluidssterkte erg hoog wordt. Bij deze zgn. tienermuziek – ik zeg niet zgn. muziek, ik zeg tienermuziek –  vinden wij het ritmisch element dat buitengewoon sterk is. Maar dit ritmisch element krijgt pas zijn werking als het milieu domineert. Doordat de geluidssterkte dus in verhouding zeer groot is. Wanneer u dat voorkomt, dan voorkomt u ook die opwindingstoestanden en de schade die vanuit die tienermuziek inderdaad voortkomt. Want de werking van de moderne tienermuziek (in de uitvoering zoals die gangbaar is) door deze groepen mag u vergelijken met de oorlogsdansen van Indianen, van negers. Het is dus een opzwepend ritme dat in grote mate de zelfbeheersing aantast – daarvoor hebben we een rage gehad waarbij het sentiment en daarbij ook de beheersing werd aangetast, tegenwoordig is dit vaak vooral ritmisch – en zij de remmen los gooien. De oerinstincten nemen het over van het verstand en zelfs van de scholing en dit is dus in het algemeen verwerpelijk. Wilt u voorkomen dat dit werkelijk uw kinderen beïnvloedt, dan zou ik zeggen: laat hun actief bezoek aan dergelijke jazzbijeenkomsten niet al te vaak plaatsvinden. Zeker niet wanneer dat over die echte lawaaiholen gaat. Laat ze rustig over de radio er naar luisteren, mits zij ’t ding niet te hard zetten. Dan zal het hun heel weinig doen. Het is hier de geluidssterkte die eigenlijk de verdovende – en daardoor ook – de ontketenende werking heeft. Ik hoop dat ik het voldoende duidelijk zeg.

  • Is er nog tijd om één vraag te stellen, waarvan ik zeker weet dat die buiten het onderwerp ligt, maar die me hevig bezighoudt?

Als de anderen het er mee eens zijn, heb ik er geen bezwaar tegen.

  • Ik heb laatst een ‘Sleutel’ gelezen waarin een van uw collega’s of broeders zei, dat er in Zevenburgen, dat is in Transsylvanië of Roemenië, een oude school van zwarte magie was overgebleven. Nu vraag ik me af of dit soms in verband staat met die vampierlegendes die daar in de buurt voorkomen, o.a.de graaf Dracula. Wat ik tot nog toe altijd bespottelijk heb gevonden, maar waar ik me nu van ga afvragen, zit daar soms een grond van waarheid in?

Daar zit wel ergens een grond van waarheid in, maar u moet wel begrijpen, dat zijn niet de doden die zo opstaan zoals u dat in die vampierlegenden hoort. Er is in Zevenburgen even boven de zgn. IJzeren Poort een school geweest die zich bezighield met het zgn. oproepen van doden; dus bezweringen werden daar geleerd en daarnaast werd geleerd beïnvloeding van de natuur. Deze school is later uiteengevallen en daar zijn een vier- of vijftal scholen uit ontstaan, die over het algemeen allemaal zwart magisch waren. Enkele daarvan gingen heel sterk de kant uit van het satanisme, het satanistisch ritueel, waarbij bloedoffers worden gebracht en ook mensenoffers. Daaruit komt die vampierlegende eigenlijk, omdat deze mensen over het algemeen goede hypnotiseurs waren. Zij beschikten over verschillende andere gaven ten aanzien van de natuur en wanneer zij bij die mensen kwamen om slachtoffers te zoeken, dan… ja, dan was het net of een vampier ze leeg zoog. En soms hadden ze bloed nodig en dan werd er alleen bloed afgetapt. Dat is inderdaad waar.

  • Maar dan deden ze dat dus niet met hun tanden?

Neen, dat is later weer gekomen en het beeld van de vampier zoals dat rond 1850-1860 werd gehanteerd, wordt wel heel sterk beïnvloed door de overleveringen van vooral de Fransen. De Fransen zijn n.l. terecht gekomen in de buurt van Haïti en die hebben in Zuid-Amerika kennis gemaakt, ook in de buurt van Louisiana met vampiers, dus de vleermuis. Dat draagt men dan weer over. Het transformatiegeloof is veel ouder, dat vinden we al bij de Romeinen. De transformatie van de ene vorm op de andere.

  • Wat u nu zegt, dat ken ik niet.

Kent u dat niet? Een vampier kan zich toch veranderen?

  • Oh, dat ook nog!

Ja, wist u dat niet?

  • Dat wist ik niet.

Een vampier verandert zich opeens in een vleermuis en die vliegt weg; zoals de weerwolf (een andere soort) zich dus verandert in een wolf.

  • Oh, maar dat is nu allemaal onzin eigenlijk.

Tot op zekere hoogte … lycantropie bestaat. Er zijn mensen die op een gegeven ogenblik – meestal onder invloed van de maan – iets krijgen dat lijkt op epilepsie, maar waarbij hun gedragspatroon dierlijk wordt. Maar ze krijgen geen wolvenkop en zo. Ze gaan zich alleen als zodanig gedragen en dat hoort weer helemaal in die magie thuis, of die oude magie. Maar we kennen toch die tijgermannen, de krokodilmannen, de leeuwmannen, de luipaardmannen? Daar hebt u toch ook van gehoord? Die kunnen ook een dergelijke transformatietechniek gebruiken en dat is waarschijnlijk in de oudheid ook het geval geweest in Roemenië, Transsylvanië enz.

  • Is het niet beter zich daarmee helemaal niet te bemoeien of zich daarop te concentreren, op de zwarte kant? Is dat niet negatief?

Ik geloof dat het niet negatief is, tenzij je daaraan de mogelijkheid verbindt dat je daar zelf iets mee zou kunnen doen.

  • Nee, maar ik dacht dat het eigenlijk tijdverlies zou zijn. Dat als je meer aan het zwarte denkt, je niet aan het witte kan denken.

Als u alles wat tijdverspilling is (en dat is aan het witte denken ook vaak), wilt uitroeien, mensenkinderen, wat moet u dan met al uw tijd beginnen? Er zijn zoveel dingen overbodig. Dan ligt het maar aan uzelf. Als iemand er belangstelling voor heeft, waarom zou hij zich daar niet mee bezighouden? Alleen probeer a.u.b. niet jezelf als een vampier voor te stellen hoe jij dan zou doen. Dat is uit den boze, dan trek je het demonische aan door de afstemming die je veroorzaakt, maar voor de rest… Per slot van rekening u zegt toch ook niet tegen de mensen “Lees geen detectiveromannetjes, want er vallen lijken in, dat is negatief”. Dan ZOU U tegen de politici moeten zeggen: “Mensen, praat niet zoveel, want jullie zit toch niets als woorden te verspillen”. Dan zou ik tegen de predikanten moeten zeggen: “Mensen, preek niet zoveel. Leeft wat de Christen doet”. Uw hele maatschappij bestaat nu eenmaal voor negen tiende uit het verspillen van tijd en energie. Daar woont u nog steeds in het paradijs.

Het schone woord

Dan zou ik nu willen besluiten. En laten we dat dan maar doen met het schone woord. Dat lijkt me dan een aardige demonstratie van hetgeen ik heb gezegd over het woord en over de klank. Heeft u bepaalde voorkeur? Ik hoor allerhand fluisterstemmen. Een onderwerpje b.v.?

  • Een symfonie?

Nog meer?

  • Het woord AUM.

Dat is heel aardig. Daar laten we het maar bij. Dan zeggen we n.l. dit: AUM is de symfonie der klanken waarin de Geest van God zich in de mens reeds openbaart. Dat is nog waar ook. Let op!

De sterren zingen de geest der dingen.
Klinkt mij aan als een klok die luidt
Ik voel mij gebonden
Ik wilde, ik kon breken uit mezelf
Ik zou willen zijn een deel van het Lied dat door de sferen klinkt.
Maar het is mijn hart slechts dat hier zingt
En mijn mond . . . . . hij spreekt AUM.

Ik zou willen gaan tot de weiden van licht
Waar de sterren als bloemen bloeien
Waar God treedt temidden van hen die met Hem gaan
Waar ik overzie de tijd en het hele bestaan.
Ik zou willen zijn het licht dat daar gloeit
Ik zou willen zijn een plant die bloeit en groeit daar in des Heren kracht.
Ik zou willen zijn één enkel straaltje van Zijn wondermacht
Maar heel de melodie der sferen
Deez’ kosmisch grootste symfonie kan ik nog niet begrijpen
Ik moet haar leren
En omdat ik de waarheid nog niet zie
Zing ik een eigen lied … AUM.

In mij zingen de sterren en de aarde geeft een eigen klank
En uit het ledig klinken stemmen die brengen mij den Schepper dank.
Ik hoor de verten, ik hoor het kleine dat rond mij is en gans nabij
Ben één met het Al en één geworden nu weer de stemming weergegeven
Hier wordt symfonisch streven de éénheid der totaliteit waarin mijn hart bestaat
En nu eindelijk mijn wezen Gods kracht en éénheid ondergaat
Nu wil ik zingen Hem
En geven Hem de eer en roem
Het blijft hetzelfde woord … AUM.

Dat is een kleine improvisatie op de twee woorden. U hebt misschien gemerkt dat ik een aardigheidje heb uitgehaald? Ik heb n.l. een afdalend ritme gebruikt. Dat is ook wel noodzakelijk, want van het hogere dat ik niet besef, moet ik naar het lagere gaan om besef te krijgen, maar we kunnen gelukkig ook dit zeggen:

Wanneer ik mijzelf aanvaard zo ik ben,
Wanneer ik de kracht die in mij leeft erken als kracht van God
Wanneer ik zie de werkelijkheid, het lot
ls deel van al wat mij als taak hier werd gegeven.
Dan ken ik God en zal ik in en uit Zijn kracht uiteindelijk wetend leven.

Dat is dan de klimmende reeks en laten we daarmee dan maar afscheid nemen. Vrienden, ik hoop dat u tussen alle bijkomstigheden van deze avond toch wel het een en ander geleerd hebt en dat het mag voeren tot een wat bewuster selecteren van uw klank en klankachtergronden, zowel in uw contact met anderen als tot het scheppen van de invloeden die voor u belangrijk zijn.

image_pdf