Mystiek in het dagelijkse leven

image_pdf

5 januari 1976

Mag ik u er wel aan herinneren dat wij, sprekers van deze groep, niet alwetend of onfeilbaar zijn. ‘t Is prettig als u er aan denkt, denkt u zelf ook een keer na, misschien komen we dan verder. Het onderwerp voor vandaag, zoals u weet door uzelf gekozen en gesteld, is: Mystiek in het dagelijkse leven

Je zou eigenlijk kunnen zeggen: huiskamermystiek. En nu is het wonderlijke dit:

Wanneer we zeggen: Mystiek, dan denken de mensen alleen maar aan vreemde, hoge sferen, een vreemde, hoge belevenis. Maar eigenlijk zit in het woord mystiek ook het woord ‘mythos’. Mythos, dat is, tja, de mythe. En het hele leven van de mens wordt geregeerd door allerhande mythen. En om aan die gebondenheid te ontvluchten, door te breken naar iets, wat als werkelijkheid dan toch weer aanvaardbaar is voor hem, zoekt hij inderdaad, wat wij dan mystiek noemen, een beleving op een ander niveau, op een groter vlak. En het is dat waar we vandaag over gaan praten.

Om te begrijpen wat mystiek is, doen we het beste, niet meteen naar de grote mystici te kijken. Deze mensen hebben belevingen, die eigenlijk niet beschrijfbaar zijn. Nu is dat ook heel begrijpelijk. Wanneer u hier zit en u hebt een kubus, dan kunt u misschien nog u een vierdimensionale uitslag voorstellen. Dat ziet er dan als een soort kruis uit, naar alle kanten. Dan zeg je: ja, dat kan ik mij nog voorstellen. Maar maak nu eens een vijf dimensionale uitslag daarvan. Dan blijkt dat vele vlakken op dat ogenblik samenvallen. Dat wil zeggen, dat plaats en tijd verwisselbaar zijn geworden.

Als je in een wereld komt die zuiver geestelijk is, dan wordt je in de eerste plaats geconfronteerd met een wereld die je niet kunt omschrijven. Je hebt geen referentietermen. En dat wil dus zeggen, dat iemand die mystiek een beleving doormaakt, dus altijd zal proberen die te draaien, totdat het weer past in zijn eigen denkpatroon. In die gewoonten, die ervaringen van vroeger, in de geloofsleer, die hij misschien een keertje heeft meegekregen. En dan kan iemand dus een beleving hebben gehad, waarbij hij gewoon geconfronteerd met iets, wat ik dan licht noem vanuit mijn standpunt, en voor zo iemand is dat dan een verschijning van, noemt u maar op: de Here Jezus, de Maagd Maria, Mohamed, compleet met paard, een paar oude Meesters, een stelletje Boeddha’s, een Bodhisattva of wat ook meer. Want iedereen vertaalt het op zijn manier.

Kijkt u eens naar al die grote mystici en kijk wat zij zeggen. Dan blijft er niet veel over van hun beleving. Het enige wat overblijft, is een soort filosofie, een filosofie die benadert een andere. Het is alsof we proberen de grenzen van het gewone dagelijkse bestaan op een of andere wijze te doorbreken, of misschien, wat nog beter is, te verschuiven.

En wanneer u nu gewoon leeft, in het dagelijks leven, dan wordt u ook omringd door allerhande psychisch pressie veroorzakende situaties en toestanden. Laten we maar een paar heel eenvoudige dingen bij de kop nemen:

Werken hoort. Als je niet werkt, tel je niet mee, ben je niets waard. Nu, dat vind ik kolder! Ik ken mensen die niets doen en die veel harder werk hebben om niets te doen dan mensen die werken. Dus, laten we even eerlijk zijn, dit is gewoon een kwestie van dwaasheid. Er zijn ook mensen, die doen niets. Die zeggen: ja, ik doe niets, ik denk. En zo zijn er mensen, die zijn esoterisch en dan vallen ze ‘s middags in slaap en doen een dutje; en als je ze dan wakker maakt, dan zeggen ze: dat moet je niet zo schielijk doen, hoor, ik was uitgetreden. Nu ja, dat uittreden is dan wel met geluidseffecten gepaard gegaan, een soort boomstamdoorzaaggeluid – zeer waarschijnlijk in een zeer bosrijke streek uitgetreden geweest – maar: mythos! Ergens gaan we de zaak verdringen. We hebben een beeld van onszelf en dat beeld willen we graag handhaven. En dat beeld moet ook gehandhaafd worden, wanneer we geconfronteerd worden met wat men de harde werkelijkheid pleegt te noemen. Dus: de gemeenschappelijke waandenkbeelden van de gemeenschap waarin je leeft. Want daar komt het op neer.

Nu zult u, wanneer u met een groot denker te maken krijgt, altijd wel mooie woorden krijgen. Maar als we gewoon in het dagelijks leven met die mystiek omgaan, dan wordt het een beetje anders. Dan is het eigenlijk een soort dagdroom geworden. En zegt u me niet dat u geen dagdromen kent. Dagdromen is iets wat elke mens doet. Een enkele komt er voor uit, dat is dan een dwaas in de ogen van anderen. Weer anderen komen er alleen tegenover bepaalde personen voor uit, dat zijn mensen die naar een psychiater gaan of zo, omdat ze gewoon de moed niet hebben om naar zichzelf te kijken, dus het graag in de spiegel van een ander zien, en je hebt ook mensen die publiceren het en dat zijn vaak zeer succesvolle schrijvers.

Wanneer u op een gegeven ogenblik onder pressie staat in wereld, u weet niet meer waar u naar toe moet of wat u moet, wat gaat u dan doen? U gaat proberen te ontkomen aan die beperking door een hogere waarde te postuleren. Die hogere waarde kan ‘de wil van God’ zijn, ‘het offertje dat wij brengen voor het welzijn van de mensen’, het kan net zo goed zijn ‘de beleving van een hogere wereld’, ‘een taak die ons gegeven is’ of wat dan ook meer. En neemt u me nu niet kwalijk, er zijn natuurlijk mensen die zeggen: ja, maar dat vind ik vervelend dat je dat nou gaat vertellen, want ik heb dat gevoel van gezondenheid. En nu zegt u dat het daar vandaan komt.

Maar, dan heeft u ook nog niet helemaal alles gehoord, natuurlijk. Wanneer je een grote schok doormaakt, dan kun je helemaal wegslaan. Dan blijft er niets over dan een onwerkelijke wereld. Maar het is ook mogelijk dat je visie op de wereld verandert. Dat je andere dingen gaat beleven en gaat zien, die er normalerwijze niet zijn.

Wanneer mensen bij elkaar komen, laten we zeggen in een huwelijk bijvoorbeeld – hoewel dat tegenwoordig zo nodig niet meer is – dan zijn er mensen, daar zeg je van: dat klikt! Ja, dat is de enige manier waarop je het zeggen kunt als mens. De feiten zijn hierbij: er ontstaat een eenheid die niet alleen op biochemische reactie is gebaseerd en niet alleen op de waanbeelden die de wereld projecteert van mens tegenover mens, maar die verder gaat, doordat er een onderlinge mentale aanvulling ontstaat. Het is alsof men elkaar stimuleert tot grotere mentale prestaties. En als u dat dan nog iets verder uitbreidt, dan blijkt dat bij deze mensen ook zogenaamde paranormale prestaties meer voorkomen. ‘t Is heel eenvoudig: vrouwtje voelt dat mannetje naar huis komt. Ze zet de aardappels op, ofschoon hij altijd op ongeregelde tijden thuiskomt. Hoe weet ze dat? Ze weet het niet. Ze denkt het gewoon en ze doet het. Maar ze zijn een tijdlang met elkaar getrouwd. De een zegt een woord, de ander zegt een woord en een vreemdeling vraagt zich af waar ze het over hebben. Maar voor hun eigen gevoel hebben ze een complete conversatie. Ze zijn in een wereld terechtgekomen waarin, als het ware, een woord gelijkstaat, alleen al door intonatie en klank, met misschien wel vijftig zinnen, elk van tien woorden of zo. Dat is misschien wat moeilijk om je voor te stellen, maar het is inderdaad zo. Je dringt dan door in een werkelijkheid, die eigenlijk op aarde niet bestaat. De gewone gemeenschappelijke werkelijkheid die zegt: wanneer er iets is, dan moet je dat uitdrukken. Maar dat je het op zo’n manier kunt uitdrukken, dat je in een soort privé-wereldje contact hebt met een ander en een volledig begrip, zonder dat die buitenwereld er met z’n snuffel bij kan, dat zit moeilijk.

Daar heb je het begin van wat ik toch wel de mystiek van het dagelijkse leven zou willen noemen.

De situatie van eenheid is eigenlijk te herleiden tot een ‘totaaleenheid’. En in die totaaleenheid wordt je geconfronteerd met heel iets anders dan een menselijke wereld. Nu is het wonderlijke, dat een mens in zijn dagelijkse leven voortdurend gedomineerd wordt door die wereld rond hem en de opvattingen van die wereld rond hem, maar dat hij gelijktijdig zoekt naar een weg om juist die sleur te doorbreken. Er zijn mensen, die doorbreken dat door dingen te doen, waarvan iedereen zegt dat ze verkeerd zijn. Er zijn ook mensen, die ze doorbreken kunnen door in zichzelf een nieuwe betekenis te zien voor de totaliteit. Ze gaan zichzelf niet meer zien als iets wat staat tegenover een complete wereld, erboven nog een boze God en onder nog een verlokkende duivel. Trouwens, die duivel vind ik altijd een erg interessante figuur, ik kan het niet helpen. Het is altijd de verbeelding, die de mens geeft van de duivel is in feite de verbeelding van hun eigen intiemste wensen, waarvoor hij bang is. Maar goed.

Wanneer ik dan zie dat die mensen proberen te doorbreken, dan komt er een ogenblik dat je zegt: ja, ik ben eigenlijk wel mezelf, maar niet alleen mezelf. Ik ben niet een wezen dat los staat van alles, nee, ik ben een wezen dat functioneert in alles. En dat is helemaal geen mystiek, waarvan je kunt zeggen: nou, dat kun je alleen in een kerkgeloof of na langdurige meditatie. Het is een gevoel dat even over je komt. Soms is het alleen maar een weersaanvaarding, de eerste zonnige dag bv., een andere keer is het een ontvluchten aan problemen die te zwaar zijn, door te zeggen: laat ze allemaal barsten! Maar hoe het ook zij, je hebt even het gevoel: ik hoor erbij, het komt er niet zo erg op aan wat ik ben en wat ik doe. Want ik ben deel van dat geheel en ik hoor erbij. En in dat geheel heeft alles wat ik doe toch zijn betekenis. Ik kan gewoon niet mislukken.

Dat is iets wat in de huiskamer weleens beseft wordt. Maar zodra je naar buiten gaat? Nou ja, u weet het allemaal. Er zijn mensen die binnen lopen met een kleding die zeer gemakkelijk is, soms ook wel zeer summier en die in de meeste gevallen nu niet zich graag in die situatie aan anderen willen laten zien. En dan gaan ze naar buiten toe en wat doen ze? Ze trekken het korset der welvoeglijkheid aan, compleet met alle kleren, waardoor je kunt laten zien wat je bent, hè? En net kunt doen of je meer bent, dan je bent. Of je anders bent, dan je bent.

Zo gaat het ook in ons dagelijks leven, we hebben steeds die momenten dat we ervaren dat er een eenheid is, een totaliteit. Maar er is altijd ook weer het ogenblik dat we losbreken eruit, omdat we willen beantwoorden aan een ik-voorstelling, die niets met de feiten, niets met de werkelijkheid heeft te maken, die kosmisch geen betekenis heeft, maar die voor ons de enige mogelijkheid is om een antwoord te vinden op de conditionering, waarom je in je hele leven van kind af aan – het begint bij wijze van spreken in moeders schoot – bent gericht op bepaalde waarderingen, op een bepaald oordeel. Oordeel is eigenlijk dwaas. Een oordeel is niets anders dan een beslissing. Een beslissing nemen omtrent dingen waar je niets aan kunt veranderen, is dwaasheid. Oordelen over dingen waar je geen invloed op hebt, is eveneens dwaasheid.

Wanneer elke mens zich alleen bezig zou houden met een oordeel, daar waar hij zelf invloed heeft, dan zou de wereld al een eind anders zijn en beter. En het wonderlijke is: in het eigen huis doe je dat. Je gooit je vermomming een beetje af. Pa, die buitenshuis zo ontzettend joviaal is, altijd een bron van veerkracht, is thuis een ineengezakte figuur in een wat bevlekte pantalon, met een stuk vrijetijdskleding dat z’n beste tijd gehad heeft en hij hangt in zijn stoel achter een krant, die hij niet eens begrijpt en waarvan hij hoogstens het hoofdartikel drie keer herkauwd, om morgen op kantoor een gefundeerde mening te hebben. Dat is allemaal mooi. Toch is die man thuis meer zichzelf dan buiten. Waarom? Omdat hij thuis de behoefte niet meer heeft om komedie te spelen.

Oh, wanneer er spanningen komen binnenshuis, dan spelen ze ook weer komedie. Dan heeft Ma opeens vapeurs – oh, neemt u mij niet kwalijk, dat is tegenwoordig niet meer in de mode nu zal het enorme hoofdpijn zijn, een pijn in de lenden, en ik heb een beetje last van mijn arm, of van mijn been – doe jij nu ook eens iets! En dan denkt ze er achteraan: ‘Lamzak’, maar dat zegt ze niet, want anders gaat het vaatwerk eraan. Ja, u lacht er een beetje om, maar is het eigenlijk niet zo? Ik overdrijf natuurlijk een beetje, maar het zit dicht bij de werkelijkheid. Het zit dicht bij de werkelijkheid die we dromen. We dromen, we dromen, we dromen.  We proberen altijd iets anders te zijn dan we zelf zijn.

En dan komt er een ogenblik dat we onszelf zijn. Soms alleen maar in een droom. Wat dat betreft is het in dromen te zien. Ik heb in dromen zeer wulpse begijntjes gezien. En ik heb zeer lichtzinnige vrouwen gezien, die in hun droom een soort beschouwend nonnenleven voerden. En die droom ligt dichter bij hun werkelijkheid dan hetgeen ze in feite doen.

Ergens komt het ogenblik dat er in jezelf een kleine verschuiving plaatsvindt. Ergens komt er een ogenblik dat je jezelf overwint, dat je illusie je keurslijf van wat je zou willen zijn, van wat je zou moeten zijn, opzij gooit en, al is het maar voor een ogenblik, voor jezelf adem haalt, omdat je het gevoel hebt: nou ja, ik ben toch ook eigenlijk deel van die hele wereld, die hele wereld is deel van mij, wat kan me gebeuren?

En dat noem ik dan: de mystiek van het dagelijkse leven.

En nu kunt u natuurlijk zeggen: ja, jij hebt makkelijk praten.

Maar, als je de totaliteit nu eens gaat bekijken. Dat is dan een beetje filosofie voor u, u zult de werkelijkheid er later wat beter van ervaren, dacht ik. Dan zeg ik: kijk eens, alle dingen horen toch eigenlijk bij elkaar. Er is een Kracht, daar is het hele Heelal uit ontstaan. Kunnen we nu zeggen dat die kracht ergens op een wolkje zit te wachten totdat wij heilig worden? Kijk maar uit! Wij zijn deel van die kracht, elk ogenblik, elk moment, voortdurend. En dan kunnen we die kracht opnoemen, we kunnen hem aanbidden, we kunnen zeggen dat God niet bestaat, maar die kracht is er. Het is de essentie van je leven. En die kracht kun je niet in stukjes hakken. Want wat u nu bent, of wat u nu schijnt, kan veranderen. Maar die kracht blijft hetzelfde. ‘t Is net als met een batterijtje. Je kunt het gebruiken om een lampje op te laten branden, je kunt er een transistorradio op laten werken, je kunt er misschien een stuk kinderspeelgoed mee laten bewegen, of iets anders, maar het blijft dezelfde elektriciteit. Dezelfde chemische werking waaruit een potentiaalverschil ontstaat.

Zo is het nu eigenlijk met ons ook. Wij zijn deel van die Kracht. En op welke manier die kracht in ons gebruikt wordt en geuit, het is en het blijft diezelfde kracht. Het is de essentie van die kracht, die het leven in feite bepaalt. Al het andere is in wezen onbelangrijk.

Wanneer wij handelen, dan zijn er een hoop mensen die denken: ja, wat is nu eigenlijk goed, wat is kwaad? Dan zeg ik: kijk eens, bij God kan er geen goed en geen kwaad bestaan. Bij die kracht ook niet. Al hetgeen mogelijk is, is aanvaardbaar, anders zou het niet bestaan in en uit die kracht. Dan is het alleen onze eigen visie tegenover de vele mogelijkheden, waardoor goed en kwaad bepaald wordt. Maar dan moeten we ook een stap verder durven gaan. En dan moeten we durven zeggen: Ja, maar lieve mensen, wanneer het nu alleen maar een kwestie is van: wat Ik doe, dan moet ik niet kijken: wat is een regel buiten mij, dan moet ik mij afvragen: wat is in mij mijn functie, wat is in mij mijn taak? Niet: wat is de taak die ik gekregen heb, of een die ik waarmaak, nee, het is mijn wezen, dat op zijn eigen bijdraagt aan een totaliteit, waarin ik altijd ben, altijd gebonden zal blijven.

Als je het zo durft te zeggen, dan heb je eigenlijk de kern van het mystiek van het dagelijks leven meteen te pakken. Het is niet belangrijk of je slaagt dan wel faalt. Het is belangrijk, dat je bent. Het is niet belangrijk, of de wereld zegt dat je goed doet of dat je verkeerd doet. Het enig belangrijke is, dat je jezelf kunt aanvaarden zoals je bent in dat, wat je dan bent in de ogen van anderen. Je moet jezelf zijn, je moet waar zijn, je moet de kracht van de totaliteit voortdurend uiten in jezelf als deel van die totaliteit. Wanneer je beantwoordt aan datgene wat werkelijk in je leeft, dan beantwoordt je aan het geheel waarvan je deel uitmaakt.

Als je het zo bekijkt, dan wordt het natuurlijk een beetje anders. Tja, erg vervelend voor die mensen die op een geëxalteerde manier anderen zitten te vertellen wat ze niet moeten doen. Dat is heel opvallend trouwens; ik weet niet of u ze kent. Er zijn een hele hoop mensen, die zijn voortdurend bezig om anderen te vertellen dat het verkeerd is, de dingen die ze zelf zouden willen doen, wanneer ze de moed zouden kunnen vinden om ze te doen, maar die ze niet doen, omdat ze angst hebben voor hetgeen er zou kunnen gebeuren, wanneer ze het zouden doen. Daarom achten ze het niet doenlijk om dat bij een ander te tolereren. Een groot gedeelte van de verbodsbepalingen in maatschappij, ook in de religieuze delen ervan, neemt u mij niet kwalijk, zijn in feite gebaseerd op de angst van veel mensen voor zichzelf en hun na-ijver ten aanzien van mensen die op een andere manier zouden willen reageren.

O, dat mag je ook niet zeggen! Nee, waar zouden we naar toegaan, zeg, wanneer we de hele zedenleer overhoop zouden gooien. Zeden zijn nodig, de hele maatschappij is gebaseerd op zeden. Moraal is noodzakelijk. Moraal bepaalt de samenhang waarin we met elkaar verkeren. Het is precies hetzelfde als een statistiek. Een statistiek kan de grootste leugen in cijfers zijn, maar je hebt het nodig. Alleen op die manier kun je duidelijk maken waarom je doet, wat je gedaan hebt. En daarvoor hebben ze ook een heel ‘Bureau voor de Statistiek’.

Wat voor ons dus het belangrijke is, is dus helemaal niet dat we ons opeens losmaken van alle zeden en alle moraal. De meesten van ons zouden het niet eens kunnen wanneer we op aarde zijn. En wanneer we het doen in een verzet, dan is het heel vaak alleen maar een proberen om onszelf te rechtvaardigen, door niet te zijn wat we voelen te moeten zijn, om zo te worden wat we voelen, wat we nog niet kunnen worden. Dat is een woordspeling misschien, maar het is nog waar ook.

Neen. Ik zeg, in het dagelijks leven hebben we altijd weer het ogenblik dat alles klikt, dat we in harmonie zijn met onze omgeving. En het gekke is, dat het dan net is of je hele omgeving ook rekening houdt met ons. Dan halen we net die tram, die trein, dan stopt die auto precies op het juiste moment, dan kunnen we precies ons lievelingsgerecht krijgen, omdat dat vandaag in het restaurant wordt gemaakt. En dan hebben de mensen plotseling begrip voor ons en iedereen glimlacht een beetje en iedereen helpt je. Dan zeg je: nu heb ik een dag dat het meeloopt. Nee! Nou heb ik een dag dat ik een beetje normaal ben. Op dit ogenblik ben ik niet in strijd met mijzelf. Daarom aanvaard ik de totaliteit. Maar als deel van die totaliteit functioneer ik nu in overeenstemming met alle delen van dat geheel die rond me zijn en dan op wat men noemt: een harmonische wijze. Dus op zo’n wijze dat alle acties voortdurend in elkaar passen. Dan zeg ik: wat heb ik een goede dag!

Maar misschien dat je dan ook nog wel eens een ogenblik nadenkt, dat je zegt: Ja, God is nu toch wel met me vandaag. Dat kan natuurlijk vrome praat zijn. Maar het kan net zo goed een poging zijn iets uit te drukken, wat in mensenwoorden zo moeilijk is weer te geven. God! God is eigenlijk alles. God is met mij! Vandaag ben ik deel van het geheel geweest. En soms blijft het een beetje na sudderen. En dan heb je ineens in jezelf allerhande dromen. Je valt in slaap en je bent in een lichtere wereld en je wordt wakker en je weet eigenlijk niet waarom. Ben ik nu vandaag zo uitgeslapen en waarom voel ik mij zo licht en zo groot? O ja, ik heb iets gedroomd en dan komt er een gek ding: een wit keeshondje dat stond te kwispelstaarten. Nou, je hebt helemaal geen keeshond gezien. Natuurlijk niet. Maar voor u is het iets dierbaars, of iets liefs geweest, waarschijnlijk, en daarom hebt u dat symbool gekozen. U hebt iets meegemaakt van een totale eenheid, dat is u zo dierbaar en zo lief, dat ziet u nu als een kwispelstaartend keeshondje, of voor mijn part als een blikopener die alle blikjes openmaakt, als je ze er maar tegen aanhoudt. Want dat is maar precies zoals u associeert.

Het lijkt een beetje gek wanneer je zegt: voor mystiek hoef je niet naar een kerk te gaan, je hoeft eigenlijk niets te doen. Toch is het waar. Wij kunnen ons niet losmaken van het geheel waar we bijhoren. Je kunt het wel proberen. Je kunt proberen je eens een keer af te zetten tegen de mensen of zo, dat is helemaal niet erg. Maar we kunnen ons niet loshaken. Je kunt niet buiten de gemeenschap gaan staan. Op het ogenblik dat je buiten de gemeenschap gaat staan door je gedrag, schep je gelijktijdig weer een relatie tot die gemeenschap. Je bent deel van het geheel, je kunt je niet losmaken. En wanneer je dat geheel kunt beleven, dan komt er een mystiek tot stand, een reeks dus van, zeg maar, dromen en bovenzinnelijke belevingen, of noemt u het uittredingen of iets anders, of openbaringen of wat ook, waardoor het op den duur komt tot een beleving die ik niet helemaal weer kan geven. Wanneer ik het probeer, ja, dan zou ik waarschijnlijk een beetje associatief poëtisch klinken, maar, laat ik een poging wagen.

Het is net alsof de hele wereld ergens antwoordt. Je gaat, en je voelt je niet meer gedreven om te gaan in een bepaalde richting en toch ga je. Je weet wat er gaat gebeuren. Je weet wat er om een hoek ligt, al kun je het met je ogen niet zien. Je hoort stemmen uit het verleden of stemmen uit een verre toekomst en je weet eigenlijk niet precies of ze belangrijk zijn. Al het gebeuren is geregistreerd. En soms schrik je wel een beetje en zeg je: is dat nu wel nodig?

Zou dat nu niet anders kunnen? Maar je gaat verder. Want je bent deel van het geheel. Je hebt het gevoel: ik maak mezelf waar op die manier. En terwijl je zo die weg gaat, is het alsof er allemaal stromen van licht of van kleur rond je zijn.

Soms lijk je op een regenboog te lopen en het volgende ogenblik dan is het net of wattenwolken als een mist rond je heen liggen, terwijl je, net voor je door een gaatje dat doel kunt zien waar je toch wel naar toe moet. Je droomt misschien dat je met een grote schoonheid een hele wereld regeert. Je droomt misschien dat je eindelijk de verbondenheid of de zekerheid hebt gevonden die je belangrijk vindt. Je droomt dat je volledig, volmaakt tevreden en gelukkig bent. En dan verdwijnt het weer. Maar op dat ogenblik heb je contact gehad met de werkelijkheid van het bestaan. De werkelijkheid van het bestaan die overblijft, wanneer je alle pretentie wegneemt.

Dat is natuurlijk erg moeilijk. De meeste mensen leven krachtens hun pretenties. Wel eens opgemerkt? Oh, dat mag je eigenlijk niet zeggen. Maar luister nu eens even. Wanneer een staatsman bij een officiële handeling zijn broek scheurt, is hij opeens iemand anders. Niet dat hij veranderd is. Maar in uw ogen. Zijn pretentie van onaantastbaarheid heeft plotseling geleden. Wanneer een politicus, in plaats van geduldig en met vurige argumenten voortdurend  te spreken over hetgeen hoogst noodzakelijk is en wat voor het land goed is en dan zegt: ach, kletsen jullie maar raak, als ik in ieder geval mijn salaris maar houd! (dat meent hij echt), dan deugt hij niet meer. Als een pastoor eens een keer zegt: Al die stomme zonden! Als die mensen nu eindelijk eens een keer origineel konden zijn in de biechtstoel! Dan zou men zeggen: dat is geen goede pastoor, die deugt niet. Een pastoor, ach, die mag met collega’s onderling nog wel eens een keer lekker grinniken om iets, wat ‘op het hellend vlak’ heet. In ieder geval, wanneer dat in het publiek gebeurt, dan hoort hij toch met een wat bleek en ernstig gelaat te kijken met de weemoedig trieste ogen van een spaniël, alsof hij zeggen wil: nou ja, je bent een gewoon mens, God zal jullie zonden wel vergeven. Het is toch zo?

En kunt u zich een komiek voorstellen, die ineens midden op de bühne gaat zitten en zegt: Ja, jullie zitten je allemaal rot te lachen, maar ik sta hier ook maar voor mijn boterham, ik ben kotsmisselijk van jullie allemaal. En toch gebeurt het wel. Kwestie van pretentie. die komiek, dat is een vrolijke man, maar die pastoor is een waardig man, gezegend en gedragen door de geest Gods. En dan is daar de psychiater. Die psychiater begrijpt alle dingen. Dat hij zich soms afvraagt, hoe de mensen zo stom komen, mag hij toch niet zeggen? Neen, hij heeft begrip, begrip, begrip. En die tandarts, die moet maar voortdurend vullen, boren, vullen, boren, trekken, kunstgebit inzetten. Dat is zijn leven. En dat die man daar buiten misschien nog wel eens wat anders wil, misschien flessentrekken of zo, daar mag je niet aan denken. Alles heeft zijn uiterlijke functie!

Kijk maar naar de mode. Dames: Er is een tijdje geweest dat het kastrandje modern was, weet u wel? Maar let u op, over tien jaar is het onfatsoenlijk, dan mag het niet meer. Dan mag u de dingen niet meer laten zien, waarvan iedereen kan denken dat ze er zijn. Dat zijn allemaal van die gekke dingen. En als je al die dingen bij elkaar pakt, dan moet je toch zeggen: de mensen leven in een wereld van illusies. Waarom is het een nu goed en het ander niet?

Kijk, daar is een ernstig zakenman. Nu ja, hij beduvelt de kluit natuurlijk ook, hoor. After all, hoe kun je zaken doen als je af en toe niet een beetje handiger bent dan een ander, hè? En daar is een meisje van lichte zeden. Foei! Luister, die lieve meid verkoopt haar lichaam, maar ze is vaak eerlijker met haar handelswaar dan de zakenman. Wat is nu het verschil tussen die twee? Als je eerlijk bent, dan moet je zeggen: Het is, omdat ik dat gedoe, daar voel ik niet voor, hè, ben ik een beetje bang voor. En dat, nou ja, ik zou ook wel op een handige manier een hoop geld willen hebben. Daar komt het toch op neer? Het is toch, wat je zelf hebt, wat je zelf zoekt, wat je zelf denkt? Je leeft in een wereld die opgebouwd is op allerhande illusies. Een politieagent is een waardige verdediger van het recht. Nou ja, dat is natuurlijk niet altijd opgegaan. Was het niet in New York, waar ze een stel agenten hadden, die zo’n goede verdediger hadden? Die gingen geregeld inbreken. En dat hebben ze hen erg kwalijk genomen; niet al deze inbraken, maar dat ze het in diensttijd deden. Dat gaat niet. Ik maak het nu een beetje belachelijk. Elke mens is toch een mens. Wat die mens doet, ach, dat is niet zo belangrijk, wanneer hij maar voelt dat hij het moet doen. Dat het voor hem aanvaardbaar is, om het te doen. Op het ogenblik dat hij het tegen wil en dank in, alleen maar om anderen de illusie te geven van iets wat niet werkelijk bestaat, dan zeg ik: dat is fout. En zolang je gewoon jezelf bent, ben je mens, ben je deel van de hele mensheid. Die hele mensheid moet overal uit bestaan. Laten we nu eerlijk zijn, lieve mensen.

Wanneer er geen mode was, dan zou de textielindustrie in moeilijkheden komen. Wanneer er geen kanonnen werden gemaakt op deze wereld, dan zou de metaalindustrie in moeilijkheden komen. Wanneer er geen pastoors waren, wat zouden dan de kerken moeten beginnen? Wat zou je moeten beginnen met al dat geloof, dat zou niet gekanaliseerd worden. Als er geen politieke partijen waren, dan zouden de mensen misschien tot de conclusie komen dat ze zelf hun mond moeten opendoen en dan zou het helemaal mis gaan. U weet toch wat een politieke partij is, hè? Kijk, een politiek partij is een verzameling van een aantal mensen, die het over een principe eens zijn en dan bepaalde mensen uit hun midden aanstellen, om middels parlementaire acties diezelfde principes voortdurend te verloochenen. Dat is democratie ook. Weet u, wat democratie is? Dat is de illusie, die men aan de mensen geeft, dat ze mee mogen praten.

Maar wanneer we dat nu eens wegnemen, al die rommel, al die illusies, dat we gewoon er tegenaan kijken zoals het is en dan niet gaan zeggen: we gaan die wereld veranderen, maar gaan zeggen: ik ga eerst eens leven zoals ik zelf ben in die wereld, ik ga proberen in die wereld mee te functioneren, zodat ik gelukkig ben, zodat ik geluk van mij uit kan stralen, zodat er tevredenheid is, dat er harmonie is, zouden we dan niet veel beter af zijn dan met al die komedie?

Daar staan ze, de heren van het Corps Diplomatique. Ze verstaan geen barst van wat er gezegd wordt. Maar kijk naar hun gezichten. Het lijkt alsof ze de woorden van de spreker oplikken alsof zijn speeksel, dat met enthousiasme wordt uitgesproeid, niets anders zou zijn als de heerlijkste honing. En ondertussen zitten ze de tafels van vermenigvuldiging op te zeggen, in de hoop dat ze zo hun schijnslaap kunnen handhaven. Is dat nodig?

Wanneer ik een woord gebruik dat u nu toevallig niet begrijpt – u begrijpt natuurlijk alle woorden, dat is dan weer zo’n illusie van: iedereen begrijpt iedereen; als dat waar was, dan zouden de mensen nog veel meer ruzie hebben, maar goed wanneer ik dan een woord zou zeggen dat u niet begrijpt, dan is het toch niet dom om te zeggen: zeg, wat bedoel je? Maar dat mag niet. Het is toch eenvoudiger om te zeggen: ik wil iets begrijpen, of, het heeft voor mij zin, of, het heeft betekenis om die of die reden voor mij, het kan voor jou anders zijn. Smaken verschillen. Dat mag je op elk terrein zeggen, behalve wanneer het gaat over het leven zelf. Maar het leven zelf is een eenheid, waarin die smaken, die verschillen, juist die eenheid mogelijk maken, opdat die hele diversiteit dan een afgerond geheel maakt.

Wanneer je je daarvan bewust wordt, wanneer je innerlijk daarmee een beetje meer gaat leven, wanneer je het niet meer zo sterk afhankelijk maakt van wat er op de bankrekening komt, van wat de buren denken, medemensen misschien daarover zeggen, maar je gewoon zegt: ik wil in mijzelf zijn, ik wil iets waarmaken wat in mij ligt als mogelijkheid, ik wil dat uitstralen naar alle kanten, dan heb je eigenlijk de bereiking, de topbereiking, de mystieke beleving. Dan treedt je de wereld van een nieuwe werkelijkheid binnen, met nieuwe krachten, met nieuwe mogelijkheden. Dan ben je niet meer bang om je intuïtie te laten werken, dan ben je niet bang, wanneer er een telepathisch rapport ontstaat. Dan ben je niet bang, wanneer je ontdekt dat er ook nog geestelijke werelden zijn. Dan ben je gelukkig dat je leeft. Dat zijn van die dingen, daar moet je toch werkelijk rekening mee houden.

Mystiek is ons zoeken naar de werkelijkheid. En het verliezen van het hoge contact en het elke keer weer vinden is gelegen in onze behoefte om anders te zijn dan we zijn. Onze angst misschien voor een wereld en een gemeenschap waar we geen raad mee weten.

Maar ik zeg dat er mensen zijn, die bewust of onbewust, hun medemens aflezen en weten wat er aan de hand is. Ik zeg u dat er voortdurend mensen zijn, die niet zich afvragen hoe het hoort, maar die zich afvragen wat op dit moment het meest juiste is. En die dan niet reageren volgens een principe, maar gewoon volgens een totaliteit die ze op dat ogenblik voor zichzelf concretiseren. Dat zijn de mensen die dromen van licht. Dat zijn de mensen die het gevoel hebben soms, dat ze ineens veel groter zijn geworden. Dat zijn die mensen die over hun wereld uitkijken, terwijl ze er gelijktijdig doorheen lopen.

Mystiek in het dagelijkse leven. De hele wereld is vol met mogelijkheden tot mystiek en mystieke beleving. U kunt ze overal vinden. In een kerk en in een tweepersoonsbed. Gewoon op de straat bij de verkeersdrukte, in de eenzaamheid van de een of andere hermitage boven in de bergen. Mystiek is overal. Omdat overal rond ons de mythos van het bestaan is. Of moet ik zeggen: Maya, illusie.

En omdat wij steeds weer voelen dat dit een illusie is, en dat we steeds weer de behoefte hebben om uit te reiken boven die begrensdheid uit, en daar soms in slagen, omdat we altijd in ons leven weer een ogenblik vinden dat we even vrede hebben, ook al zou je stoffelijk gezien er niet eens aanleiding toe kunnen vinden. Maar: nu ben ik tevreden en het is plotseling of alles juist reageert en juist harmoniseert. Dan zeg ik: Kijk, dat is nu de mystiek van het dagelijkse leven. Het is een werking van het grotere leven binnen de beperking van het droomleven dat jullie hebben opgebouwd en dat jullie, als mensen, helaas zien als DE werkelijkheid.

Hebt u commentaar?

U mag er ook eerst over nadenken, hoor, dan gaan we intussen pauzeren. Nou, dat doen we dan maar. En, o ja, niet boos worden omdat ik allemaal van die hatelijke dingen heb gezegd.

  • We zijn verdraagzaam.

Ook ik ben dat ongetwijfeld, zo goed als ik kan. Maar onze verdraagzaamheid wordt ook weer een belasting op het ogenblik dat wij dingen verdragen, die wij innerlijk onverdraaglijk achten. Verdraagzaamheid is de erkenning en aanvaarding van het anders-zijn van de ander, maar het betekent niet zonder meer de onderwerping van jezelf aan de maatstaven van een ander. Als je dat maar in de gaten houdt.

Nu, dat was het dan, vrienden, voor het eerste gedeelte. Na de pauze graag eerst over de dingen die we besproken hebben, als even gaat. Er zitten voldoende punten in waar u iets over kunt vragen of waar u het niet mee eens zou kunnen zijn. Als er tijd overblijft, kijken we weer verder. Ik kom terug na de pauze, dus geen andere persoonlijkheid vandaag.

Tweede gedeelte

We zijn er weer. En nu gaan we eens kijken of het een interessante avond wordt. Want nu komt u aan het woord en dat is meestal het meest interessante van de avond. Voor mij tenminste. Zullen we beginnen met de schriftelijke vragen?

  • Is het mogelijk door bewustzijnstraining, meditatie en dergelijke, geestelijk totaal te worden en heeft dit ook een lichamelijk totaal-zijn tot gevolg?

Luister, u kunt natuurlijk gaan trainen. Maar u moet een ding niet vergeten. Wanneer u traint, wat traint u? Geestelijke training is heel erg moeilijk, mentaal training is mogelijk. En mentale training kan u helpen om meer van uw eigen geestelijke aspecten te beseffen, dat is ongetwijfeld waar. Maar, wanneer u daar te ver mee gaat, dan komt u op een gegeven ogenblik in conflict met uzelf en met de wereld. En dat kan lastig zijn.

Wanneer je gaat zitten mediteren, kun je ook dichter bij de werkelijkheid komen. Dat is ongetwijfeld waar. En wanneer je de juiste meditatietechnieken hebt en er is iemand die precies kan zien hoe ver je nu eigenlijk gekomen bent en zo, dan is het inderdaad ook wel mogelijk, om daardoor een gevoel voor het totaal te bereiken.

Maar, wanneer je dat op je eigen houtje doet, dan zal die meditatie voor een groot gedeelte door je eigen visie bepaald worden. En wanneer je dan toch tot een totaal beleving komt, dan zou dat inderdaad weleens fataal kunnen zijn. U moet een ding niet vergeten: Leven is niet alleen maar een bewustzijnsverschijnsel, het is ook een vorm van energie. En wanneer je één wordt met die totaliteit, dan is eigenlijk dat ego, dat ik besef, je eigen functie in het geheel een soort filter, waardoor u niet meer uit die totale energie verkrijgt dan voor u te verwerken is. Maar op het ogenblik dat u een stap te ver gaat en uw eigen persoonlijkheid volledig zou uitschakelen, dan krijgt u te maken met de totale levenskracht. En dat betekent een enorme schok. En ja, als je dat nu helemaal moet gaan beschrijven, dat wordt een beetje moeilijk. Maar om het heel simpel te zeggen: in de eerste plaats betekent het, dat in uw spierstelsel bepaalde spieren zijn, de dwarsgestreepte, die elektriciteit opwekken en die gaan dus veel sneller functioneren en er komt een hogere lading van uw zenuwstelsel. En dat betekent weer, dat er allerhande signalen door het lichaam gaan, dat raakt helemaal in de war. En dan begint het hart zo ontzettend snel te kloppen, zo snel, dat het geen bloed eigenlijk meer rond stuwt. Dat gaat gewoon te vlug.

En wanneer dat gebeurt en het duurt te lang, ja, dan zal men u ongetwijfeld op een waardige wijze ter aarde bestellen, maar dan vraagt u zich wel af: waar heb ik dat aan verdiend, want ik had het zo goed bedoeld. Dus je moet wel heel duidelijk begrijpen waar je aan bezig bent. Wanneer je in staat zou zijn, om je stoffelijke ontwikkeling voortdurend op een gelijke basis verder te voeren met de geestelijke ontwikkeling, dan zou het in orde zijn. En er zijn dus wel systemen waarmee je dat op een zekere wijze en in zekere mate kunt bereiken, maar om zonder meer te zeggen: kun je dat nu een, twee, drie even waarmaken, dan zou ik zeggen: nee, dat geloof ik niet.

En daarom is het ook zo prettig dat we die alledaagse mystiek hebben. Want met die mystiek kunnen we die beleving op een afstand zetten van datgene dat we werkelijk zijn. En dan blijven we dus onszelf beschermen tegen te grote energieën, tegen te grote krachten, die we lichamelijk niet meer aan zouden kunnen en die misschien geestelijk dan wel erg prettig zijn, maar waarbij je anderen dan toch wel met de stoffelijke rommel laat zitten.

  • Ik dacht dat het eigenlijk alleen bij de kundalini zo gevaarlijk was, maar niet bij de andere.

Ja, kundalini kan ook zeer gevaarlijk zijn. Maar wat is kundalini eigenlijk? Kundalini is het opwekken van een bepaalde energiestroom als je het helemaal zuiver zegt. Dan is dat een stroom die loopt tussen het topchakra en dat gaat langs de ruggengraat. En in die ruggengraat zit het hele zenuwstelsel, dat weten we. En wat gebeurt er nu? U gaat een deel van uw eigen persoonlijkheid, en dan via dat topchakra, wat ook voor iedereen niet even gemakkelijk is, als het ware naar buiten toe persen. Ja, en als dat nu toevallig al te erg is gegaan, dan kun je niet meer terug. Dan is er dus een wegvallen van het bewustzijn. Dat op zichzelf is ook nog niet erg wanneer je nu werkelijk niet meer terug kunt komen, dan betekent het dat dat lichaam alleen nog maar reageert op de automatismen. Dan zou het kunstmatig in leven kunnen worden gehouden, maar in feite zou uw eigen besef zich niet meer kunnen verenigen met dat lichaam. En dat is dus een van de grote gevaren ervan.

Het tweede gevaar is: dat je energieën op gaat nemen – dat doe je dus via de stuitchakra – in zo grote hoeveelheid dat je ze niet verwerken kunt. En dan – u weet, hoe we dat voorstellen, we zeggen dan: het slangenvuur kronkelt zich om die ruggengraat – dan gaat het alle zenuwen aantasten. Als u nu weet dat we daar o.m. zenuwen hebben liggen, die medebepalend zijn voor de longfunctie, die belangrijk zijn voor de functies van andere organen, nieren, milt, enz. om er maar een paar te noemen, dan kunt u wel nagaan dat er op een gegeven ogenblik tamelijk schadelijke ongelukken kunnen gebeuren. En daarom moet je daar dus redelijk voorzichtig mee zijn.

Over het algemeen is het wel zo, dat, wanneer dat kundalinivuur niet hoger komt dan het schouderblad, dan kan er niet veel gebeuren, omdat dan de kleine hersenen, waar die automatismen in zitten, toch zelf volledig functioneel blijven. En die gaan dan vanzelf wel, wanneer er al iets fout zou zijn gegaan, proberen om dus de zenuwbeschadigingen te omgaan. Dan kun je dus zeggen: er kan een lichte schade optreden, maar het kan niet fataal zijn. Maar als het eenmaal tot aan die hersenen is gekomen, hebben we daar te maken met een zodanige hoeveelheid impulsen, dat die cellen een te grote doorlaatbaarheid in alle richtingen krijgen. De eenzijdige doorlaatbaarheid van de hersencellen wordt dan aangetast. En betekent dan wel dat de zaak mooi in de soep loopt. En bovendien dat je daardoor eigenlijk geen houvast meer kunt krijgen als je terug wilt.

  • Je kunt dus in coma raken.

Ja. Een vorm van bewusteloosheid komt veel voor bij degenen die dat beoefenen zonder te weten wat ze doen, maar wanneer je dus werkelijk met volle kracht verder zou zijn gegaan en er niet voldoende van weet om dat, als het ware, met je hele lichaam op te vangen en dat hele lichaam er aan aan te passen, nu ja, dan kom je in een coma terecht en is het de vraag, of je daar weer uit komt.

  • De wereld, waarin wij leven, wordt door u als dusdanig schijnheilig afgeschilderd, dat een persoon die het bij ons niet meer ziet zitten, mede door deze lezingen makkelijker de stap zal kunnen nemen (wanneer dit geaccepteerd zou worden tenminste) over te gaan naar uw wereld. Dit is beslist niet hatelijk bedoeld, maar niets is m.i. zaligmakend. Zoals we het hier zelf moeten doen (handhaven), zal dit in het hiernamaals moeten geschieden. Misschien dat we daar meer geholpen worden met het doorzien van deze schijn.

Nu, in de eerste plaats wil ik wel zeggen, dat ik hoop dat lezingen als deze nu niet direct een enorme toeloop veroorzaken moet aan onze kant, want dan moeten we er toch wel wat aan doen, dat snapt u wel. Dat betekent eigenlijk een hele hoop onnodige zorg en ellende voor degenen die overgaan en voor ons toch ook een hele hoop energie, die we misschien beter anders zouden kunnen besteden. Maar, wanneer ik uw wereld schilder als schijnheilig, dan doe ik dat anders. Nee, ik heb uw wereld geschetst als wat ze is: als een gemeenschappelijke reeks illusies, waardoor de mens maar al te vaak belemmerd wordt om zijn eigen wezen waar te maken en zo juist en harmonisch in het geheel te functioneren. En dat is toch, dacht ik, heel wat anders.

Maar wanneer ik moet beginnen met uw wereld heilig te prijzen – ja, nou klinkt dat erg verwaand, als ik dat allemaal zo zeg – dan denkt u dat ik weer hatelijk ben en dat wil ik helemaal niet zijn. Maar wanneer ik uw wereld nu heilig ga prijzen, als ik ga zeggen dat al die mensen, die in naam van God anderen de duvel aandoen, omdat ze toevallig een beetje anders leven dan degenen die menen Gods wil te kennen, nodig vinden, dat dat niet nodig is, dat dat niet hoeft, dat dat onzin is, dat dat geen maatstaf is die je kunt hanteren, dan zegt u misschien ook dat ik iets verkeerd doe. Maar toch is het zo.

Ik zal nooit of te nimmer zeggen: wanneer u voelt, dat iets juist en goed is in uw wereld en u kunt dit doen op een wijze waardoor u met die wereld in harmonie bent, moet u het laten om die en die reden. Dat zal ik nooit zeggen. Maar ik kan wel proberen u duidelijk te maken hoezeer die wereld is gebouwd op illusies. Die wereld is het sprookje van Andersen: Het kleed van de Koning.

En het beroerde is, dat niet alleen de koning in zijn hemd staat, de hele wereld staat in zijn hemd en niemand wil het weten. Dan kunt u zeggen: ja, iemand die het toch al niet zo ziet zitten, die geeft er dan de brui aan. Dan zeg ik nu: dat is toch het stomste wat je kunt doen. Als je nu eens dat kleine kind nadoet uit dat sprookje en je zegt: Hé, de koning loopt in zijn hemd!, misschien dat anderen het dan ook gaan zien. Misschien denk je dat juist, omdat je de zaak doorziet, weet wat belangrijk is en op de juiste manier gaan leven.

Wat u voorstelt dat zou gewoon zijn: Iemand is zover gekomen, dat hij eindelijk wat kan zijn en wat kan betekenen in menselijke zin en vorm en die gaat dan zeggen: ja, maar nu bevalt het me niet meer, nu ga ik weg! Dat is een dokter, die zijn hele studie afmaakt en als hij dan eindelijk ook zijn specialisme chirurgie of wat dan ook klaar heeft, kijkt naar die wereld en zegt: ach, laat ze, het is toch allemaal rommel, laat ze maar verrekken! Ik hang me op. Dat is toch kolder? Juist iemand die in staat is een beetje door die schijn van die wereld heen te zien, die moet het gevoel krijgen: Ik ben vrijer. Nu durf ik eindelijk te aanvaarden wat ik zelf ben. En juist doordat ik aanvaard wat ik ben, kan ik nu ook wezenlijk betekenis hebben voor mijn medemensen. Mijn isolement is voorbij, mijn isolement was een illusie. En ik dacht dat – als je het zo bekijkt en zo bekijk ik het – dat ik niet heb gezegd, dat zo iemand zelfmoord hoeft te plegen. “Dan ben ik liever dood!” Dat vind ik doodsbenauwd, eigenlijk. Ik vind het griezelig.

Mag ik een voorbeeld geven? We hebben toevallig bij ons zoiets binnen gekregen, kort geleden. In onze wereld is er ook im- en export. Bij ons is de export datgene wat tot rust is gekomen en de import is iets wat je tot rust moet brengen, dat is de moeilijkheid. Dat was dus iemand die dacht: De grote liefde te hebben. Dat was een persoon, die had in een medemens zichzelf gevonden. Helemaal niet beseffend dat dat ook nog iemand was die een eigen Ik had. En op een gegeven ogenblik, bom, was die binding voorbij. En toen was die man – man, nou ja, goed, man, ik heb het gezegd – zo ontzettend nijdig of hij een Chinees was die wraak wou nemen en zelfmoord heeft gepleegd in het pandje waar zijn geliefde, die hem verstoten had, leefde. En dan komt hij aan onze kant. Die man had alleen zichzelf lief gehad, want anders zou hij hebben begrepen dat een ander ook een persoonlijkheid heeft. En dat moeten wij hem nu bij gaan brengen. Is dat niet griezelig? Dat je gewoon jezelf, als wraak tegen een wereld die niet is zoals jij wilt, gewoon jezelf dan maar doodmaakt of een ander doodmaakt, doodgewoon, omdat je niet de werkelijkheid kunt aanvaarden zoals ze is. Dat is iets griezeligs. En juist, wanneer je dat ziet, dan zeg je: nu, potverdorie, dan heb ik het verkeerd gehad, dan moet ik nu kijken hoe ik het nu anders en beter doe!

Wat die man betreft, nou ja, voor zijn spanningen had hij wel andere uitwegen kunnen vinden, dat was helemaal niet zo belangrijk geweest. Maar voor zijn illusies kon hij geen uitweg vinden. Hij kon niet iets, wat voor hem “mijn” was geworden, niet ineens weer zien als iets wat niet deel van hemzelf was, maar wat iets anders ook nog was, een andere persoonlijkheid.

Kijk, wanneer dergelijke dingen gebeuren, dan zeg ik: ja, opvangen moet je ze, je probeert het, soms lukt het. Maar eigenlijk zijn dat mensen die met een valse mystiek werken, met een bezitsmystiek. Ik heb jou, en ik heb dit, en ik heb dat, en ik heb mijn recht. Dat zijn mensen die zeggen: omdat ik een televisie heb, mogen ze alleen de programma’s uitzenden die ik mooi vind. Begrijpt u wel? Ja, die zijn er! Nou, in die termen denken en spreken die dus. Dan kun je toch zeggen: dat is dwaas, dat is verwerpelijk.

En wanneer iemand het in zijn bolle hoofd haalt, hier aanwezig zijnde op dit moment, om zelfmoord te plegen, omdat er toch niks aan deze wereld te veranderen is, dan zou ik zeggen: moeten we je dan weer helemaal in mekaar maken, omdat je jezelf zo verknipt hebt? Kun je dan zelf niet proberen om iets zelf te zijn? Wil je dan alleen maar een illusie zijn, een droombeeld, een weerkaatsing van de verlangens van anderen? Of ben je zelf iemand?

Maar als je zelf iemand bent, probeer dat dan eerst eens te zijn, zonder je af te vragen wat die wereld er van zegt en zonder te vragen dat die wereld je daarvoor ineens erkent en bejubelt. En ga dan eens kijken wat je in die wereld kunt vinden, waar je mee samen kunt werken, wat er voor een taak in die wereld is, waarin je denkt dat je wat kunt zijn. En als je dan moet zeggen: ik misluk, nou ja, als je dan aan onze kant komt, zeggen we in ieder geval: hij heeft zijn best gedaan. Maar als je bij ons komt na een zelfmoord, omdat je, nu ja, geen zin meer hebt en dan maar naar de sociale zorg loopt – want daar komt het dan op neer – dan vind ik het toch wel een beetje. . .

  • Nu, het lijkt me moeilijk, om eerst zelfmoord te plegen en dan hierheen te komen.

Nu, ik zou zeggen, wanneer u zelfmoord pleegt, dan wordt u aan onze kant opgevangen (gelach van de vrager) en dan zijn er altijd mensen – of geesten, zegt u dan tegen ons: ja, behalve mensen, die bang voor ons zijn, die noemen we spoken, maar dat zijn alleen de nozems in de geest – dus dan komt u bij ons en dan wordt u wel geholpen. Maar in feite moet u dan geholpen worden, omdat zij u moeten helpen tot stand te brengen wat u op uw eigen houtje had kunnen doen, wanneer u niet de verantwoordelijkheid, de aansprakelijkheid voor wat u zelf bent had willen afschuiven. En dat betekent niet dat we u enige ervaring kunnen besparen; we kunnen u hoogstens helpen om die ervaring te aanvaarden. En dat had u op aarde gemakkelijker kunnen doen.

  • U zegt: oordeel niet over iets wat niet veranderd kan worden. Ik zet hierbij een vraagteken. Denk aan de criticus en de kritiek. Bovendien wordt door oordelen iets duidelijker voor jezelf.

Wanneer u het zo stelt, dat ‘oordelen’ erkennen is, dan wil ik mijn woord graag terugnemen. Maar ‘oordelen’ is voor de meeste mensen ‘veroordelen’, ontleden in twee delen en dan een deel verwerpen. En dat is nu de grote fout.

Kijk, wanneer een toneelcriticus – om dan een voorbeeld te nemen – bijvoorbeeld schrijft: “Dit stuk, dat op zichzelf zeer amusant was, had enkele feilen.” Dan zeg ik: nu ja, goed, dat mag je nog zeggen. Maar als hij dan die feilen uit gaat werken en niet vertelt wat hij goed heeft gevonden, dan vraag ik me wel af of dit nog kritiek is. Dan heeft die man een oordeel geveld door het te verwerpen. Maar, met de fouten was het een aardig stuk. Begrijpt u wat ik bedoel? En dat is het belangrijke.

Het is precies hetzelfde, als er mensen zijn die – laten we eenvoudig zeggen: Hilversum 3; ik leen uit het medium en meen daaruit te kunnen vernemen dat het een reldeldelzender is. Nu kun je natuurlijk zeggen: wat een idioterie, om de hele dag van dat bla-bla-bla en rel-del-del door de lucht te sturen. Maar je kunt ook zeggen: nu, luister jij dan naar iets anders? Want, als er niet veel mensen zouden zijn die het wel leuk vonden, zou dat ding niet draaien. En dan is het verkeerd om dus te veroordelen, omdat je zelf iets niet leuk vindt.

Ik heb het gevoel – en nu moeten critici mij niet kwalijk nemen, dat ik dat zeg – dat critici in vele gevallen hun woede over hun eigen onvermogen afreageren door een verscherping van hun kritiek, die juist daardoor in wezen een onrecht wordt, daar ze de werkelijke betekenis of waarde van het bekritiseerde buiten beschouwing laten. Nu…..  Geen commentaar? Ah, u dacht, dat u er af was.

  • Nee, want een radio, daar zit een knop aan. En u kunt kiezen. U hoeft Hilversum 3 niet op te zetten, u kunt ook Hilversum 1 nemen of 2. ‘t Is aan u om te kiezen.

Ja, goed. Maar is dat niet altijd? Weet u, ik heb zo het gevoel dat mensen zeggen: ja, ik kan niet kiezen. Ze zeggen: ik heb een baan en nu moet ik dat wel doen, maar ik wil het niet en het is tegen mijn persoonlijkheid in.

Dan zeg ik: nee, wacht even. Het feit dat die baan je een zekerheid verschaft, is belangrijker voor je dan dat je je eigen integriteit behoudt. Erken dat dan, en mopper er niet over dat je je integriteit op moet offeren, want dat doe je tegen betaling, die je belangrijker vindt dan je integriteit. Begrijpt u wat ik bedoel?

Er zijn mensen, die zeggen: Ik wil in deze maatschappij niet leven. Dan zeg ik: Je kunt helemaal niet leven zonder je medemensen. Maar zoek dan een gaatje waar je zelf wel kunt leven. Als die maatschappij dat niet goed vindt, nu ja, dan moet je de consequentie daarvan nemen. Als je geen zin hebt om te werken, dan zul je het moeten doen met wat je door die arbeidzame maatschappij dan nog wordt toegeworpen. Maar is dat erg? Helemaal niet. Bent u daardoor minder dan een ander? In zijn ogen misschien, maar maakt u dat wat uit? Maar het kan betekenen dat je op een gegeven ogenblik zonder huis bent, het kan betekenen dat je moet slapen ergens op een bankje in de stad. En dan kun je zeggen: O, dat is zo verschrikkelijk, maar je kunt niet alles tegelijk hebben. Je hebt een keuze gemaakt. Goed. Aanvaard die. Maar aanvaardt dan ook het feit dat, wanneer je dergelijke dingen niet wenst je daarvoor andere dingen op moet offeren. En onthoudt daarnaast dat, wanneer je voor materiele voordelen je eigen integriteit prijsgeeft, je daar altijd op den duur zelf toch de dupe van wordt. Integriteit, dat betekent trouw zijn aan je innerlijke waarde, verder niets, althans in dit verband.

  • U stelde dat dromen de waarheid kunnen bevatten. Wat nu, als iemand zich nooit een droom herinnert?

Nou, dan heeft hij waarschijnlijk een zo hoge waarheid, dat hij ze zich niet herinnert. Dat is de meest vleiende uitleg.

Maar, laten we het heel eenvoudig stellen. De meeste mensen dromen. Maar alleen dromen, die dus een bijzondere doordringing hebben voor een bepaald persoon blijven dus hangen in het geheugen.  In dat geheugen worden ze dan vaak nog verder getekend. De meeste dromen, die onthouden worden, zijn over het algemeen wekdromen. Dat wil zeggen: droomtoestanden die ontstaan in de korte tijd tussen slapen en volledig ontwaken. Integraal dromen, die tijdsgelijk lopen, dat wil zeggen dat de droomtijd en de normale tijd in uw wereld praktisch parallel lopen, gelijkwaardig zijn, kunnen ook vaak een bijzondere indruk maken. Maar ze kunnen ook evengoed helemaal geen indruk nalaten, om de doodeenvoudige reden dat die belevingen deel zijn van het onbewuste en dus als het ware onderbewust aanwezig levende niet op de voorgrond behoeven te treden, omdat er geen relatie is met emoties in uw eigen wereld. Dus: wel of niet dromen, elke mens droomt. Niet elke mens kan zich een droom herinneren.

Dat is precies hetzelfde. Praktisch elke mens treedt in zijn leven meermalen uit, maar er zijn er maar weinig die dat kunnen onthouden. En degenen die het kunnen onthouden, zijn over het algemeen degene die leren het beheersen.

Wanneer u elke keer wanneer een droomactiviteit kenbaar is – u zou het met een trans-kuch kuch-kuch kunnen doen bv. of iets dergelijks, zelfs met een leugendetector, temperatuurs- en afscheidingsverschillen van de huid meten alleen al – zou u kunnen, wanneer er dus een droomactiviteit is en iemand zou onmiddellijk, wanneer die curve zakt, u wakker maken en zeggen: wat heb je gehad? dan weet u het. Maar het is doodgewoon niet belangrijk genoeg voor u. Het heeft niet voldoende emoties gewekt bijvoorbeeld, om die herinnering naar voren te brengen. Ik geloof niet dat je moet zeggen: omdat ik niet droom, ben ik minderwaardig. Maar je moet wel dit zeggen: wanneer ik droom, dan weerspiegelen zich daarin bewustzijnsinhouden. Mijn droom is er niet voor niets.

Om u een eenvoudig voorbeeld te geven: iemand heeft een nachtmerrie, droomt dat hij in een voertuig zit, een auto, en er zit geen stuur in. Dan kunnen we zeggen: ja, dat is een heel leuk verhaaltje. Maar we kunnen ook zeggen: kijk, die mens heeft dus kennelijk het gevoel van machteloosheid. Hij voelt ergens een ontwikkeling aankomen, waar tegenover hij verweer heeft, hij ziet geen kans om het te ontwijken. Dat is een gewone droomuitleg. En dan hoeft dat helemaal niets paranormaals te zijn. Maar het kan ook zijn, dat iemand een begrafenis ziet van een ander en dat dat inderdaad later plaats vindt, of dat die ander ziek wordt. Ook hier is een bewustzijn omtrent toekomstige gebeurtenissen aanwezig, maar dat wordt weer omgezet in associaties, in dromen. Dan is het heel goed mogelijk dat u een hele tijd geleden een spookroman hebt gelezen, waarin een begrafenis met een bepaalde begrafeniskoets en -stoet voorkwam en dat u in uw droom dat beeld terug kiest om uw gevoel van onrust om de persoon in kwestie te verbeelden. En dat de emoties, die u daarbij doormaakt, zodanig intens zijn dat u zich die droom ook herinnert.

Het kan zelfs voorkomen, dat u een zelfde of soortgelijke droom meermalen droomt en herinnert. In deze gevallen moeten we zeggen, dat het hier gaat om iets wat in uw bewustzijn werkelijk bestaat. Of het nu een geestelijke of een stoffelijke zaak is, daarover kun je niet altijd oordelen, maar dan is het altijd iets, wat in uw eigen bewustzijn van groot belang is.

En als je het zo bekijkt, dan zeg je: nu ja, goed, wanneer ik dus droom, dan moet ik begrijpen dat die droom betekenis kan hebben, maar ze behoeft het niet zonder meer te hebben. Wanneer ik iets droom uit een boek wat ik gelezen heb, iets wat mij vroeger wel eens overkwam, ofschoon de boeken, die wij lazen, zeker niet de opwindende inhoud hadden die modern is. Wij hadden geen boeken over Stenen Bruidsbedden of dat soort dingen; wij lazen over Pieter Simpel, de scheepsjongen van de weet-ik-wat, hè?

  • De Bontekoe.

Nee, niet van de Bontekoe, dat was na mijn tijd, zeg. Nou ja, goed, geeft niet. In ieder geval, dat soort dingen lazen wij. En dan droomde je zo’n stuk terug, maar waarom? Omdat je je, al lezende, geïdentificeerd had met iets in die persoonlijkheid. Dat je dus dat stuk speciaal herbeleeft, geeft aan wat er in jezelf bestaat. Dat wist ik toen ook niet, dat heb ik ook pas later geleerd. Maar dromen hebben dus een betekenis, zelfs, wanneer ze in feite een poging zijn om een film of iets anders dat je gezien hebt, weer in een nieuw verband te zetten. De functie die je zelf daarin vervult, is bepalend voor de binding die je hebt met de voorstelling en dat geeft dus een gemoedstoestand aan, of, in sommige gevallen, maar niet vaak, een geestestoestand.

  • En andersom, als je bv. iets meemaakt waarvan je het gevoel hebt: hé, dat ken ik, dit beeld of deze situatie. Is dat dan ook een soort droomtoestand, waar je ….

Nu, dat kan zijn. Er zijn heel veel mogelijkheden. De meest eenvoudige is deze: Wanneer u erg druk bezig bent of u bent erg moe – beide mogelijkheden spelen een rol – dan kunt u naar iets kijken, zonder dat u bewust beseft wat u ziet. Een ogenblik daarna kijkt u weer naar hetzelfde, u ziet het niet bewust, maar uw hersens zeggen: dat heb ik al gezien. Begrijpt u? Dus dan zie je nu bewust, wat je eerst onbewust gezien hebt en daardoor krijg je dan dat idee van ‘déjà-vu’, van: ik heb het al gezien.

  • Maar dat kan ook echt zijn…………(verder onverstaanbaar)

Ja, inderdaad. Ik nam dus ook eerst de meest eenvoudige verklaring. Wanneer we iets verder gaan, dan kunnen we zeggen: ik kan iets terugvinden, omdat ik een bepaalde beleving – en dat is dan meestal iets wat met geestelijke waarden samenhangt – tevoren heb meegemaakt. Dat zijn die ogenblikken dat u niet alleen weet wat het volgende woord is dat iemand gaat zeggen, dat kan nog associatief zijn of iets dergelijks, dat u gewoon weet: over zoveel tijd gaat hij dat en dat zeggen. Dan heeft u dus een geestelijke achtergrond. Hetzelfde kan gelden, wanneer u in een plaats komt en u zegt: ja, ik heb het al eens gezien. Maar u kunt dan ook zeggen: want, daar om de hoek – iets wat u niet gezien hebt en ook niet gezien kunt hebben – daar is een bakkerij. En is die bakkerij er niet, gaat u eens vragen en dan blijkt dat daar zoveel jaar geleden een bakkerij geweest is. Dan zeggen we: hé, dat is dus een incarnatieherinnering. Het zou ook eventueel – maar dan zou u vanuit het voorgeslacht moeten zoeken, drie generaties geleden, dat is meestal het optimale punt – dan zou het dus een genetische herinnering kunnen zijn, waarbij het dus in de cellen ligt. Dat bestaat namelijk ook. Op deze manier heb je dus een hele hoop mogelijkheden voor dat ‘déjà-vu’, maar, wanneer het optreedt, dan is het belangrijk, dacht ik, om je goed te realiseren of het in je gevoel en niet alleen in je leven, dus in je gevoel, betekenis heeft. Die betekenis is belangrijk. Houd daar rekening mee in de verdere benadering van je object of je verdere beleving van de toestand waarin je deze ‘flash’ hebt gehad.

  • U had het over onbewuste uittredingen. Die kunnen dus bij iedereen voorkomen. U zei: bewuste uittredingen kunnen gevaarlijk zijn. Hoe zit het met onbewuste uittredingen?

Hebt u wel eens gehoord over het feit, dat een dronken man veel minder hoogtevrees heeft en veel minder in gevaar is op grote hoogte – of een slaapwandelaar – dan iemand die wakker hetzelfde moet doen? Dat klinkt een beetje gek. En toch zit er een grond van waarheid in. Het is namelijk zo: die dronken man beseft niet wat hij doet. Dus, hij is bezig met zijn beweging en niet met de gevaren die eraan verbonden. De slaapwandelaar is verder met zijn beweging mogelijk in een illusie van veiligheid, waardoor hij zich absoluut zeker voelt en veel minder kans heeft om een misstap te maken.

En wanneer u uittreedt en u bent zich van die toestand niet bewust, is het voor u een droom. En dan zegt u: nou, dit is niet echt. Wanneer er dan er een gevaar ontstaat, dan, door die verwerping, keert u terug en wordt u wakker. U bent dus veel safer.

Wanneer men nu bewust uittreedt en een monsterlijke vorm ziet, dat zijn van die kleurtjes in de astrale sfeer, u zegt: Mijn God, wat komt daar aan? U bent bang. Door die angst alleen is uw kwetsbaarheid ontstaan. Komt daarbij een gevoel van machteloosheid, dus dat je niet ook direct weer terugkeert naar het lichaam, ja, dan kun je daar heel wat energie aan verspelen en je kunt dus mentaal een klein beetje in de war raken daardoor.

  • Als een kind dat alleen speelt, opeens met “denkbeeldige vriendjes” bezig is, is dat ook mystiek?

Dat is heel erg moeilijk om daar een direct antwoord op te geven. Volgens mij: ja. Omdat er gespeeld wordt namelijk met een andere werkelijkheid. En die andere werkelijkheid kan een geestelijke zijn, ‘t kan dus iets zijn van zuiver geestelijke aard, waarmee het kind contact opneemt, het kan een kwestie zijn van natuurbezieling – dat is iets, dat hangt een beetje in de richting van een astraal – en het kan ook zijn, dat het een persoonlijkheidsprojectie is. Een kind kan namelijk zichzelf soms splitsen in meerdere persoonlijkheden. Dat is eigenlijk te ingewikkeld, om het zo te zeggen. Laat ik het zo zeggen:

Wanneer we uitgaan van uw persoonlijkheid, dan vinden we daarin een aantal verschillende persoonlijkheden, die eigenlijk gelijktijdig aanwezig zijn. Het zijn niet andere ego’s, maar het zijn gewoon facetten van de persoonlijkheid, die afzonderlijk kunnen functioneren en ten aanzien van elkaar zelfs tegenstellingen kunnen vormen. En bij het kind is dit dus ook mogelijk en het kan zich dus splitsen in een vriendje, een vriendinnetje of iets dergelijks of een fantasievorm uit een sprookjesboek bijvoorbeeld, waarmee dan contact wordt opgenomen. De vorm is dan over het algemeen aan de wereld ontleend, maar de inhouden ervan zijn gewoon een projectie van het kind: het kind speelt met zichzelf. Dat is mogelijk.

Het is dus heel erg moeilijk voor u om te zeggen: nou, zo en zo zit de zaak  precies, tenzij u zelf, laten we zeggen, een beetje gevoelig bent op paranormaal terrein. Maar in alle gevallen acht ik het iets wat volkomen aanvaardbaar is. U hoeft er niet bang over te zijn of te zeggen: nu maak ik me toch zorgen. Want, dat gaat vanzelf wel weer over. Wanneer die persoonlijkheden gesplitst zijn in dat spel, dan is dat kind een beetje eenzaam. En op die manier vindt het dus zijn communiteitsgevoel terug en op het ogenblik dat er een reëel communiteitsgevoel is, een reëel contact met de buitenwereld, dan verdwijnen die vriendjes en vriendinnetjes wel. Dan wordt de persoon weer een eenheid, dus dan is het niet erg. Geestelijk gezien precies hetzelfde. Wanneer dat kind met geesten speelt, nou, het zal er niet veel slechter van worden, denk ik. Als het boze geesten ziet, wordt het kind wel bang. Dat is namelijk nog handig genoeg om weg te lopen voor dingen die werkelijk gemeen zijn. En, nu ja, wanneer het natuurgeesten zijn, ach, dat kan ook geen kwaad. Dus maak je er geen zorgen over.

En wil je weten of het misschien relaties heeft met vroegere incarnaties van het kind, dan let je maar eens op wat voor vorm die spelletjes nemen. Als het nu altijd met een bepaald milieu speelt, een milieu dat heel erg vreemd is aan het uwe en waar bij u thuis ook niet regelmatig over gepraat wordt of zo, nou, dan kun je wel aannemen, dat hangt met een vorige incarnatie, een vorig bestaan op aarde samen.

  • Volgens de psychologische wetenschap zijn in onze dromen alle dingen en voorwerpen een projectie van onszelf; zijn we het dus allemaal zelf. Hoe verklaart u deze uitspraak in verband met mystieke ervaringen in dromen?

Dat is heel duidelijk. Laten we in de eerste plaats stellen, dat de psychiatrie en psychologie nog geen reële wetenschap zijn. Dat is misschien erg gevaarlijk om dat te stellen, maar in de praktijk komt het hierop neer, dat men, op grond van een benadering van fenomenen een pseudo-zekerheid heeft geschapen – men heeft een aantal regels gesteld – en op grond van die regels kan men bepaalde therapieën toepassen en kan men bepaalde resultaten bereiken. Maar het feit dat het resultaat bereikt wordt, zegt nog niet dat de stelling per se juist is. Het wil alleen zeggen dat de benadering van de persoon, die je wilt helpen, juist is.

En verder moeten we ons goed realiseren, dat psychiatrie en psychologie niet in staat zijn om een mens te veranderen. Een psychiatrische behandeling bestaat in feite niet uit het veranderen van de persoonlijkheid, maar uit de werkelijke persoonlijkheid zodanig losmaken, dat de mens zichzelf kan aanvaarden als datgene wat hij werkelijk is. Het is dus een aanpassing aan je werkelijke wezen en een aanpassing aan de omwereld. Dat is dus gewoon wat men doet. En wanneer deze wetenschap nu zegt: ja, dromen, dat is allemaal een projectie van jezelf, dan is dat logisch, omdat in die psychologie men uiteindelijk probeert om tot een verklaring van de roerselen van de mens te komen. En wanneer je daar dan nog gaat zeggen dat er vreemde invloeden bij kunnen zijn, dan wordt het extra lastig. Dan kun je beter een schijnzekerheid ophouden en daar voorlopig mee werken. Ik kan dus best begrijpen dat men dit doet.

Maar, wanneer we de psychologie wat verder ontwikkelen, komen we bij de parapsychologie terecht. En het wonderlijke is, dat de parapsychologie wel degelijk allerhande wonderlijke verschijnselen in de droom ontdekt, waarbij bijvoorbeeld feiten uit het verleden of uit de toekomst, waarvan de proefpersoon geen kennis kon dragen, in die persoon in het droomleven wel degelijk tot uiting komen. En dan moeten we dus een inductor aannemen. En wanneer je daarvan uitgaat, dan zou ik dus zeggen: de psychologie en de psychiatrie van deze tijd zijn in feite gebruikswetenschappen. Ze hebben dus een praktische waarde, maar hun eigen stellingen zijn zeker nog niet zodanig geformuleerd, dat ze tot een volledige aanvaardbaarheid komen. Integendeel, wanneer we ons de moeite getroosten om de ontwerpers van de verschillende thesen die aan de basis liggen hiervan, na te gaan, dan blijkt heel vaak, dat zij in hun uitlegging ook zichzelf projecteren.

Het sterkst komt dit tot uiting bij Freud, maar in de latere levensjaren van Jung zien we ook iets dergelijks, iets van hem zelf. En zien we dat de mystieke behoefte van Jung eigenlijk een rol gaat spelen in zijn filosofische benadering van de therapie. En als je daar rekening mee houdt – maar dat zou ons veel te ver voeren – dan kom je tot de conclusie, dat we hier niet te maken hebben met een feitelijk weten, we hebben te maken met de kennis van bepaalde fenomenen, waarbij we een verklaring voor die fenomenen stellen als werkhypothese, omdat we op grond van deze werkhypothese begeerlijke resultaten kunnen bereiken, zonder zeker te zijn dat de werkhypothese in zichzelf de volledige waarheid is.

  • Kunt u iets meer zeggen over de Unio Mystico?

Ja, daar zou je een heel boek over moeten schrijven. Maar in bepaalde aspecten, menselijke aspecten, kun je het als volgt uitdrukken:

Wanneer twee delen in feite een eenheid vormen, zo zullen ze elkaar ontmoeten en een eenheid bereiken, waarbij het resultaat van deze eenheid hoger ligt dan de waarde van elk deel afzonderlijk. Hierdoor zal de neiging bestaan, om deze situatie voortdurend te herbeleven en voortdurend opnieuw te zoeken, zelfs, wanneer daar een verschil in sferen of werelden tussen ligt.

En als je het heel esoterisch wilt zeggen en heel erg plechtig, dan zeg je: het is het huwelijk met God, in de gestalte van een verschijnsel uit je eigen wereld, geestelijk of anderszins.

Voldoende? Geen commentaar, geen kritiek? Ja, je kunt natuurlijk heel wat verder gaan, als je de alchemisten erbij haalt, maar laten we eerst maar eens kijken of er nog andere vragen zijn.

  • Bent u het eens met het Maya-begrip van de Hindoe?

Ja. Daar ben ik het wel mee eens. Maar men moet daarbij niet uit het oog verliezen, dat uit het Hindoeïsme het Boeddhisme voortkomt en dat Maya de moeder van de Boeddha is. Anders gezegd: uit de begoocheling, uit de illusiewereld, waarin wij leven, die voor ons noodzakelijk is, omdat we alleen zo onszelf kunnen vinden, in een confrontatie met een wereld die misschien niet echt is, komen wij tot een besef, waaruit het ‘verlicht-zijn’ in ons geboren wordt. In die zin ben ik het er wel degelijk mee eens, dat Maya bestaat, ja.

Maar, let wel, ik zeg dus niet: Alles wat wij zien, is onwerkelijk. Ik zeg: Al wat u ziet, al wat bestaat, heeft een basis. Er is dus een werkelijkheid die er aan ten grondslag ligt, maar uw beleving daarvan is dermate eenzijdig of subjectief, dat de voorstelling die u hebt van deze waarden niet strookt met de feitelijkheid.

  • Acht u het mogelijk dat onze aardse materialistische wetenschap de zgn. ‘unidentified flying objects’ (ufo’s) in de toekomst als bewezen zal achten?

Ik acht het niet alleen waarschijnlijk, maar ik weet wel, dat men openbaar en publiekelijk voorlopig het bestaan van ufonen moet blijven ontkennen, ook al is men in vele kringen reëel overtuigd van hun bestaan.

  • Is het bekend van welke planeet de ufo’s afkomstig zijn?

Nee, er zijn er verschillende. Sommigen komen van Antares, andere uit Cygni. Er zijn er een paar, die komen zelfs iets dichter uit de buurt. Maar ufonen moet u dus zien als kleine voertuigen of kleine middelen, die gebruikt worden alleen voor benadering van planeten of voor het vervullen van bepaalde handelingen of taken op planeten; bv. water innemen op uw planeet was tot voor kort zeer gebruikelijk.

  • Toen het nog schoon was.

Dat heb ik niet gezegd. Maar u moet zich wel realiseren, dat het innemen van water bij een wereld, die officieel gelijktijdig het bestaan van ufo’s ontkent en gelijktijdig onofficieel zoveel moeite doet om erachter te komen of ze er nog zijn, zekere risico’s gaan inhouden. Want een mens is zo, dat, als hij iets ziet dat hij niet kent, dan neemt hij aan, dat ze vijandig is.

  • Hebben de wezens, die ufo’s besturen, een hogere beschaving dan de onze en zijn deze zgn. ufonauten tegen aardse invloeden beschermd door een speciale kosmonautenkleding?

Ja, dat zijn twee vragen ineen. Ik durf nooit te spreken over een hogere of een lagere beschaving, ik zou alleen zeggen: een andere beschaving. En niet alle ufonauten – of hoe je ze noemen wilt – hebben dus dezelfde beschaving, want er bestaan verschillende rassen die ruimtevaart plegen, ook in deze achterbuurt van de Melkweg.

Wat betreft beschermende kleding: wanneer ufonauten op uw wereld terecht komen, dan zullen ze zich moeten beschermen tegen de daar aanwezige viri enz. en zullen ze dus inderdaad een beschermende laag of kleding dragen. In één geval – ik weet niet van meer, maar het kunnen er meer zijn – weet ik ook dat er gebruik wordt gemaakt van een soort veld dat men genereert en dat kan onder omstandigheden, wanneer het in vochtige lucht komt, wel eens een eigenaardig halo-verschijnsel geven. Maar hier heeft men dus een soort antiseptisch rasterwerk om de persoon gebouwd. Maar dat ken ik maar van een ras en de meeste rassen hebben dus een beschermende kleding.

  • Mag ik nog even iets vragen over dat water innemen? Ik heb inderdaad iets gelezen over de Bermudadriehoek. Heeft dat iets te maken met……

Nee, dat heeft te maken met heel iets anders. Dat is namelijk dimensionaal-verschuiving en als dat… ik moet het allemaal kort doen, dus laten we het zo zeggen: Er zijn parallelle universums, waarbij parallelwerelden in feite aan de uwe grenzen, of andere werelden in feite aan de uwe grenzen door een verhouding van tijdsruimtelijke verschijnselen, waarbij het mogelijk is dat onder bepaalde omstandigheden wezens, personen of voorwerpen van de ene wereld in de andere overgaan, terwijl normalerwijze deze werelden geen contact met elkaar hebben en zelfs, wanneer ze elkaar doordringen, elkaar niet kunnen constateren, behalve op die punten, waar een wederkerige zwakte zodanig groot is ontstaan, dat de grens tussen beiden, om het zo maar te zeggen, doorlaatbaar is geworden. Daar hangt veel meer aan vast, maar …

  • Zijn dat werelden van antimaterie?

Nee, een wereld van antimaterie zou een enorme explosie geven als er iets van uw materie in terecht kwam. Want antimaterie heeft een tegengestelde rotatie en wanneer uw materie daarin terecht komt, dan betekent dat dus een ontbinding van alle banen in de atomen en dan krijg je gelijktijdig een uiteenvallen van de kernwaarde daarvan en dan komt er een enorme hoeveelheid energie vrij.

  • Wat is de reden van de ufo-golven van de laatste jaren boven onze aarde? Betreft het een onderzoek van onze planeet en haar bewoners of gaat het om een beïnvloeding van ons, misschien ter voorkoming van rampen i.v.m. de steeds toenemende atoombewapening?

Zover ik na kan gaan, is er inderdaad enkele malen een poging gedaan om het een en ander in evenwicht te houden. En dat gaat helemaal niet, omdat ze u zo graag zouden willen beschermen, dat denkt u misschien wel, maar zo belangrijk bent u in hun ogen eigenlijk niet, u behoort nog tot de wilden; en wanneer ze dat dus doen, dan is dat om te voorkomen, dat uw zon die een zeer instabiele G is, dat die nova zou worden of uit zou doven. Dergelijke mogelijkheden bestaan wel, wanneer de samenhangen met de planeten plotseling te sterk worden gewijzigd.

Want dat zou kunnen ontstaan bij een explosie. Uw zon zou er waarschijnlijk, geloof ik, niet tegen kunnen en dat zou allerhande onaangenaamheden brengen en daarbij ook bepaalde ruimtebakens schaden.

En voor de rest, ja, ik wil niet zeggen dat ze gaan dauwtrappen met hun schotels, maar er zijn tijden dat ze naar een bepaald doel toetrekken, meestal in de buurt van Vega.

  • In hoeverre verschillen de ufonauten van ons aardemensen? Hoe zien zij eruit?

Zeer veel verschillende vormen, de meesten humanoïden, niet allen. Er zijn er bij die manipuleren met tentakels. U weet wel, die griezelige grijpdingen, er zijn er bij met handen en voeten, en er zijn er bij, die meer handen en voeten hebben, die vier poten en zes armen hebben, komt zelfs bij een ras voor. Er zijn zeer veel verschillende vormen. We kunnen wel zeggen dat de meeste van hen enigszins humanoïde zijn, ofschoon de organische en structuurverschillen nogal erg groot kunnen zijn. Bv. een soort heeft twee harten, er zijn ook soorten, die hebben de hersenen in de tors en niet in het hoofd, dat dan ook wat kleiner is. En zo zijn er wel meer van die dingen. Maar die verschillen maken eigenlijk weinig uit. En wanneer ze zich aan u zelf vertonen, dan zullen het over het algemeen rassen zijn, die een zodanig suggestieve beïnvloeding kunnen gebruiken, dat u hen ziet in uw eigen beeld en gelijkenis. En dan meestal een beetje geïdealiseerd.

  • Ja, ik heb meer vragen, maar het is bij tienen.

Nu goed, dan nog een en dan gaan we sluiten.

  • Zijn alle ufo’s bemand?

Nee, niet allemaal. Er wordt wel veel gebruik gemaakt van – dat zijn die kleinere – van onbemande verkenners, die dus door een computer bestuurd worden, op grond van een van te voren ingelegd programma, dat echter door een uitwisseling van signalen gewijzigd kan worden. Verder zijn er op deze wereld kleinere van drie tot zes personen inhoud, er zijn er wat grotere, die een gemiddelde mogelijkheid hebben voor 20 – 30 personen, allemaal in het ras dat er gebruik van maakt. En de grootste, die, voor zover ik weet, in de atmosfeer is geweest, had een capaciteit van ongeveer 260 man, daarbij gerekend met een ruimte, die in verhouding groter is dan die welke u in uw publieke en openbare vervoermiddelen hebt. Mag ik het daarbij laten?

Goed. We zullen sluiten met een korte improvisatie, zoals dat gebruikelijk is. Mag ik daar dan drie woordjes voor hebben?

  • Scepticisme, vaatwasser, ufo.

Nou, wanneer men mij vertelt dat een ufo uitgerust is met een vaatwasmachine, dan bestaat er bij mij enig scepticisme.

Het lijkt onwaarschijnlijk, dat je daar nog iets anders van kunt maken, maar als je even kijkt:

Flits, ruimte, tijd, kracht, macht

Onbegrepen, weer voorbij.

Is het waar, of zijn het dromen? ‘

Zijn het wonderlijke iconen van kracht, getekend?

Of heb ik het juist berekend?

En zijn er weer ufonen?

Is er een leven na de dood

Of is er een leven voor het bestaan

Of is dat alleen maar een waan

En is dit ene werkelijkheid?

De werkelijkheid, waarin ik leef

Ontstaan uit niets en gaand tot niets

Terwijl ik aanzien geef

Aan dromen van een eeuwigheid.

Ach, scepticisme kan ik wel verbergen

Wat ook van God en Hemel wordt gezegd

Of over alle andere dingen.

Maar altijd kom ik weer terecht

Toch in mijzelf, bij het gevoel

Voor mij kan toch geen einde zijn.

Nee, ‘k heb mijzelf met mijn dromen bevuild

Ik heb me in mijn dromen een waanzin gemaakt

Ik heb ketens gesmeed in een werkelijkheid

En nimmer een keten geslaakt

Een boei losgemaakt,

Mijzelf bevrijd.

Want ik wil nog niet kennen het werkelijke leven

De trilling van kracht of de eeuwigheid

Ik wil alleen maar steeds weer geven

Mezelve zijn, belangrijkheid

Voorrecht, schoonheid of een recht.

Totdat de werkelijkheid m’ ontzegt

‘t, om ‘t zo te zeggen.

En dan als een vaatwasser

In geburen en lijden

Door het zuur van emotie

Gereinigd met macht

Wordt ik opnieuw tot de glans van mijzelve

Wordt het Ik toch weer tot het weten gebracht

Dat geen grenzen mag kennen, geen grenzen mag weten

Vergeten niet mag al het eeuwig bestaan,

En zichzelf niet erkennend in elk verschijnsel

Een ufo, die droomt, wanend van werkelijkheid

Een leven na de dood, een schijn of eeuwigheid

Waarin het Ik bestaat

‘t Is niet belangrijk meer, zolang mijn wezen

Zoals het is, erkennen laat

Ik, leven in mijzelf kan leven in een Licht,

Dat in mij schijnt, en uit mijzelf zich op de wereld richt

Zodat onzekerheid verdwijnt.

En dan komt een dag, dan komt een moment,

Dan is er een Licht, een Licht en een Kracht

Iets, wat je verteert, waar het lichaam nog beeft

En reutelt in een komende nacht

In een koelte, een kou, die alles verstijft

Is er een Ik, dat lichtend blijft

Dat licht is met licht, dat kracht is met kracht

Dat eeuwigheden kan omspannen

En nu, voor een ogenblik zichzelf,

Nog graag in het stof zou bannen

Omdat het vreest voor wat het is.

En toch zichzelve eens zal worden, zichzelf zal zijn.

Dan licht met licht en kracht met kracht en licht verbonden

Een werkelijkheid, die ‘t al erkent

Een Ik, in God en een met het Al

Een Zijn, dat nooit verbleken zal

Omdat je eeuwig bent.

Zo, maakt u nu maar eens zo’n woord, dan heeft u ook wat te doen.
Vrienden, het was mij een genoegen. Ik heb iets van mijn denkwijze bij u gespuid, dat hebt u ook gemerkt. Denkt u alsjeblieft goed na. Wat hier gezegd is, is geen evangelie. U moet voor uzelf een oordeel vormen. Het is belangrijk dat u leeft. Niet, dat ik denk en u zeg, hoe u leven moet. Dat kan niemand doen, de geest niet en niemand. Dat kunt u alleen zelf. Denk na. Zoek uw eigen weg. En dan hoop ik voor u, dat het een weg is met een beetje vrede in jezelf, een beetje meer begrip voor je wereld en misschien een beetje meer werkelijk geluk in de plaats van de illusies die je najaagt.

image_pdf