Mystiek

13 november 1986

 Inleiding

De gastspreker is deze keer een filosoof. Wat is zijn achtergrond ?  Nepal, kennis gemaakt met de Chinese denkwijze, weet iets van het vroege boeddhisme af, is in zichzelf een buitengewoon interessant denker en je zou hem in sommige opzichten een soort Zen meester kunnen noemen.

Als hij doet wat hij gezegd heeft (want dat weet je ook nooit bij een gastspreker) zal zijn onderwerp handelen over mystiek. Daarom wou ik er alvast maar een paar dingen over zeggen.

Mystiek is – zoals jullie weten – tegenwoordig een modeleuze. Alles is mystiek. Als je wiet rookt, is het mystiek en als je hartstikke dronken bent waarschijnlijk ook, want dan heb je ook een trip. Maar de werkelijkheid van mystiek is gewoon een verandering van het bewustzijn. Die verandering kan op veel verschillende wijzen omschreven worden, maar een van de beste die ik ken, is wel : je gaat zover dat je eigenlijk in de zon kijkt en dan zie je niks, maar je voelt ontzettend veel.

Een ander zegt erover : een mystieke ervaring is datgene wat onomschrijfbaar wordt en slechts een vage herinnering en een groot gevoel van geluk, vrede en soms kracht achterlaat.

Maar mystiek is – dacht ik – vooral datgene wat bij de innerlijke mens hoort en daarom past het onderwerp wel in een esoterische kring.

In de middeleeuwse mystiek heeft men wel gezegd : Wanneer je in jezelf keert, vind je daar het heelal terug. Tot op zekere hoogte is het waar.

We hebben een bewustzijn. Dat is veel groter dan wat je dagelijks ter beschikking hebt. Er zijn vele vormen van onbewuste en onderbewuste kennis die in een bepaalde vorm van concentratie vrij kunnen komen. Er ontstaat dus een volledige persoonlijkheid.

Die persoonlijkheid is echter niet gericht op de buitenwereld, maar op zichzelf. In tegenstelling met bijvoorbeeld de hypnose, waar de bewustzijnsdrempel weliswaar wordt verhoogd en het eigen bewustzijn wat wordt verlaagd, maar daar waar een enorme suggestibiliteit ontstaat, is de mysticus er zelf de suggestor. Hij werkt met concentratie en waarschijnlijk wat contemplatie en heeft daardoor voor zichzelf een kader geschapen waarbinnen zijn innerlijke belevingen zich afspelen.

In deze toestand kom je nog in aanraking met een ander deel van het ik. Sommigen noemen dit het bovenbewustzijn, anderen spreken van het kosmische bewustzijn, waarbij je wordt geconfronteerd met andere waarden, zeg maar met andere persoonlijkheden. Maar die persoonlijkheden zijn niet te vertalen. Ze zijn totaal anders. Ze worden dan geconcretiseerd en zo zal een christen Jezus zien, of hij zal Maria zien en iemand die in het verre oosten zit, ziet misschien een boeddha en Kwan‑Yin, iets dergelijks. We geven er dus wel gestalte aan, maar die gestalten zijn nimmer reëel.

Wat echter wel reëel is, is hetgeen er ín ons gebeurt. Je kunt niet zeggen : ik word plotseling machtig of sterk daardoor. Wanneer het al gebeurt, is het een nevenverschijnsel. Maar aan de ene kant leer je heel veel over jezelf en aan de andere kant over je relaties met de kosmos. Het wonderlijke is dat een groot gedeelte daarvan weer wordt overgezet in bepaalde beïnvloedingen van het zenuwstelsel. We zouden daar kunnen gaan spreken over de chakra’s. Zoals jullie bekend is, bevinden die zich allemaal op punten waar zenuwknopen zijn of waar een bepaald orgaan zich bevindt. De ruggengraat heeft er vijf en er zijn er twee voor het hoofd, samen zeven. Die beïnvloeding kan het geheel van ons ervaren als mens veranderen. Het kan de interne secreties een totaal andere balans geven. We kunnen er dus werkelijk door veranderen. Maar dan moeten we niet denken dat alles wat wij beleven ook zonder meer mystiek is.

Jullie hebben waarschijnlijk wel die verhalen gehoord van Don Juan onder andere, over die yaqui (indiaan), die aan de schrijver het een en ander vertelt over wat je allemaal wel kunt doen, wanneer je bijvoorbeeld mescal gebruikt (mescaline = een natuurlijk voorkomende psychedelische stof die gevonden wordt in verschillende cactussoorten nvdr), in welke vorm dan ook, de peyotl (=soort cactus nvdr) misschien. Er komt dan een ogenblik dat gevraagd wordt : maar is die mescal, die geest die je dan ontmoet, nu een beschermer of is het een god ? Waarop de andere zegt : het is iemand die mij helpt. “Ja maar”, zegt hij, “is het dan God ?” Zegt die ander : “dat weet ik toch niet ? God, dat is een cirkel binnen een cirkel, binnen een cirkel, binnen een cirkel tot het oneindige. Maar een persoonlijkheid die ik ken, kan geen god zijn.” En ofschoon ik het gebruik van allerlei middelen om via een of andere trip iets van het innerlijk en van het kosmische te ervaren nogal betrekkelijk vind, moet ik toch zeggen dat wat deze man zegt, waar is.

Waarom spreekt hij van mescal ? Waarschijnlijk omdat er voor hem een god of een godin is van de kruiden die hij gebruikt. Het is zijn voorstelling die deze geest in het leven roept. Wij allen hebben – wanneer wij op die innerlijke reis gaan – ergens een gezel. Heel vaak is dat een beschermer. Voor een christen kan dat het kindje Jezus zijn, of misschien een heilige.

Voor een ander kan dat de een of andere deva zijn en weer een ander zegt alleen maar : ik ontmoet een persoonlijkheid, of een voorvader.

Maar deze bescherming is er inderdaad wel. Het wonderlijke is dat we ons dan bevinden in een gebied dat volledig onlogisch is. Menselijke redelijkheid en redeneerkunst tellen er niet. Toch kan de mystiek verklaringen geven voor vele dingen die op zich later bewijsbaar zijn. Maar het proces waarlangs dit benaderd wordt, is dus, ja – noem het intuïtief of noem het anders – niet redelijk, niet logisch. Al datgene wat wij in onszelf ervaren, valt buiten deze logica. Het kan ook niet logisch ontleed worden. Dan vernielen we alles wat er is. Wat overblijft, is een aantal impulsen, een aantal gevoelens die je dan toch wel weer in je eigen wereld op de een of andere manier kunt gebruiken. De manier waarop wij werken, is kennelijk helemaal niet afhankelijk van bepaalde regels.

Om u een paar voorbeelden te geven : onthouding, niet eten, niet drinken, zijn middelen om die toestand, die extase, te bereiken. Maar hetzelfde wordt door andere kringen weer bereikt door (overigens zeer geconcentreerd) seksualiteit te beoefenen. In beide gevallen kan het resultaat precies hetzelfde zijn. Er zijn er die het bereiken alleen met beschouwen, weer anderen dansen zich waanzinnig. Het eindresultaat is hetzelfde.

Wanneer we dus praten over mystiek, dan hebben we het eigenlijk over een belevingsgebied dat heel moeilijk omschrijfbaar is. Maar om dat gebied werkelijk te kunnen beleven, moeten we afstand doen van de redelijkheid en van de logica.

Ik denk dat dit voor heel veel mensen een belemmering is. Je hebt natuurlijk in bepaalde gevallen de godsdienst als hulp. De godsdienst geeft je een paar kaders waarbinnen je denken en je beleven dan toch met vormen omschreven kunnen worden. Aan de andere kant is die godsdienst geïnstitutionaliseerd. Het beleven ervan is vervreemd van de oorspronkelijke werkelijkheid. Bijvoorbeeld het begrip agapae, dat we bij de eerste christenen aantreffen.

Die agapae was niet alleen maar een liefde-maaltijd, daar kwam veel meer bij te pas, ook op lichamelijk terrein. Het was een totale overgave aan de gemeenschap, waardoor men de gemeenschap met God wilde ervaren.

In de kerk kan dat natuurlijk niet; het past niet. Maar die kerk geeft je aan de andere kant allerlei beelden. Bijvoorbeeld een triade : de Vader, de Zoon, de Heilige Geest. Is dat reëel ? Nee, natuurlijk niet. Maar het zijn beelden waar we ons aan vastklampen. Het zijn dingen die het ons mogelijk maken verklaringen te vinden voor het onverklaarbare. Daarom kan ook de godsdienst nooit rationeel, nooit redelijk zijn. Ze moet even onlogisch zijn als de innerlijke betekenis van al datgene wat je mystiek beleeft.

Wanneer we dat overal elders bekijken, komen we tot de conclusie dat er talloze wegen moeten bestaan, maar ook, dat het helemaal niet nodig is in een God te geloven. Dat zal voor sommigen een beetje schokkend zijn, maar als je over mystiek spreekt, dan denkt men aan God.

Het is niet God. God is maar een figuur, een toestand, een naam. De extase, de mystieke beleving tot in zijn hoogste vorm, komt ook voor bij bepaalde boeddhistische groeperingen die in feite atheïsten zijn. En toch gelooft men daar niet echt in een actief ingrijpende of werkende God.

De mystiek is oud en ik denk dat als we teruggaan naar een ver verleden, dat we geconfronteerd worden met mensen die een beetje buiten de norm vielen, heel vaak nog lichamelijke gebreken hadden ook en daardoor ter compensatie eigenlijk gedwongen werden zich bezig te houden met zichzelf. Eindresultaat : zij kwamen tot belevingen. Die belevingen moesten worden toegeschreven aan iets, dus : goden, taboes, voorouders. Hun denkwereld geeft vorm aan het beleven.

Als dat voor ons zo is, als het voor hen zo is, dan kunnen we nooit zeggen : een mystieke beleving is omschrijfbaar. Dan kunnen we alleen zeggen : een werkelijk mystieke beleving die probeert weer te geven, is in feite op zichzelf reeds een leugen geworden.

Dan vraag ik mij af : maar waarvoor hebben we dan al die dingen nodig ?

Ik kan u hier alleen een zeker filosofisch beeld geven dat ook weer zo ver mogelijk – ik probeer met die gastspreker een beetje in evenwicht te komen ‑ verwijderd is van alle logische samenhangen en veronderstellingen.

Stel dat er een geheel is, dat we deel zijn van het geheel. Dan zijn wij niet het geheel, maar wij kunnen ons deel zijn aan het geheel ervaren. Op het ogenblik echter dat wij het niet ervaren, zullen wij dit als een tekort aanvoelen. Dat tekort kan ons activeren. Het brengt ons tot allerlei handelingen en ik heb heel vaak voor mijzelf gedacht dat vele vormen van rijkdom vergaren, macht vergaren en wat dies meer zij, niets anders is dan een poging een compensatie te vinden voor het gevoel van eigen onvolledigheid.

En ik hoor dan daar een kuchje. Ik neem aan dat dit het klimaat is en geen kritiek, maar ik wil toch zeggen : ik kan best begrijpen dat jullie bezit belangrijk vinden, of andere dingen, maar ze zijn niet werkelijk belangrijk. Deze dingen zijn vergankelijk. Maar datgene waarvan wij deel zijn, is onvergankelijk, althans voor ons. Daardoor is elke beleving daarvan een bevestiging, niet alleen van hetgeen we nu zijn, maar van een totaalbetekenis die niet uitdrukbaar is, die alleen beleefbaar is.

Dan kun je verder zeggen : je kunt je leven voorstellen als een spiraal. Dat is zeker waar. Elke wikkeling van de spiraal – een in zichzelf voortdurend besloten cirkel – is niets anders dan een herhaling van het voorgaande. Een dergelijke spiraal heeft alleen betekenis, wanneer er iets is waarin die spiraal zich bevindt. Ons leven bevindt zich in de totaliteit. Wanneer we het leven voorstellen als een spiraal, dan betekent het dat we de inwerkingen van de totaliteit op verschillende ogenblikken van verschillende zijden, en dus ook anders, ervaren. De reis van de ziel naar de totaliteit zou je kunnen beschouwen als een voortdurende sightseeing van steeds weer dezelfde landschappen, maar wel met een steeds juister begrip voor hun betekenis.

Als je het zo bekijkt dan is de mysticus natuurlijk bijzonder zinvol. Door zijn werken, door zijn zijn, drukt hij iets uit wat buiten alle redelijkheid en vaak ook buiten elke mogelijkheid tot menselijk begrijpen en waarnemen ligt. Waarom is dit dan toch nodig ?

Ik denk dat de hele wereld enorm sterk gebonden is geweest – vooral de laatste tijd – aan de logica. Om jullie een voorbeeld te geven. Het aantal nieuwe ontdekkingen op de wereld in 1600 bedroeg ongeveer 50. In het jaar 1984 bedroeg dat aantal ruim 2000. Van die 2000 hoort u minder, omdat het niet meer om de uitvinding gaat, maar om de commerciële mogelijkheden ervan. Maar ze waren er. Het is echter allemaal, zeg maar natuurwetenschap, het moet allemaal in de regels passen, terwijl er zoveel is wat er buiten bestaat.

Nu is op het ogenblik het klimaat aan het veranderen en u kunt dit zelf constateren. Als u alleen maar kijkt hoeveel zogenaamde en misschien ook echte geheimscholen en richtingen voor meditatieve ontplooiing van het ik, enz., er bestaan, dan ziet u dat ze een veelvoud zijn van alles wat je ooit kerk hebt genoemd. Waarom ? Omdat het onbekende voor ons belangrijker wordt naarmate er meer gekend kan worden.

Onwetendheid heeft genoeg aan geloof. Maar op het ogenblik dat je veel weet, veel kunt verklaren, wordt dat geloof op de achtergrond geschoven. De absolute overgave en aanvaarding zijn er niet meer. En toch heb je het gevoel : er is meer. En dan grijp je naar de persoonlijke beleving. Het is niet meer genoeg dat eens een of andere heilige dit of dat heeft gedaan of beleefd. We willen het zelf beleven.

Het is niet voldoende dat er een God is die je zo nu en dan eens wat zegt. We willen bij die God betrokken zijn. We willen dat die God ons iets zegt.

Dat betekent dat de mystiek langzaam maar zeker veel meer nadruk krijgt, ook al wordt dat nog niet overal officieel toegegeven. Die nadruk heeft als gevolg dat steeds meer mensen ‑ naast de wetenschap voorlopig ‑ bepaalde vormen van mystiek kennen. Maar misschien komt het eens zover dat de mystiek de hoofdzaak wordt en dat de wetenschappelijke benadering niets anders is dan de uitdrukking van erkenningen die alleen metterdaad door vormgeving en niet meer door woorden kunnen worden uitgebeeld.

Onze gastspreker van vanavond is iemand die nogal paradoxaal overkomt als je met hem in contact komt. Het is alsof hij vol zit van allerlei tegenspraken en je zou haast zeggen, van allerlei grapjes. Als je hem daarnaar vraagt zegt hij : ja, maar de werkelijkheid kent geen paradoxen. Hij zegt : de werkelijkheid ligt in de beschouwing en ik mag wel een beetje van hem stelen. Vervolgens zegt hij : er is een heel bekend verhaal. Er is een fles. Er zit nog iets in. Iemand kijkt ernaar en zegt : hè, die fles is half leeg. Een ander zegt : ha, die fles is nog half vol.

Wie van de twee heeft nu gelijk ? Geen van beiden. Ze kunnen namelijk niet zeggen of die fles werkelijk half vol is of niet. Ze kunnen alleen zeggen : er zit een hoeveelheid in. De een kijkt dan naar die hoeveelheid en constateert hoeveel er niet in zit. De ander kijkt naar die hoeveelheid en constateert dat ze aanwezig is, maar beiden hebben te maken met hetzelfde. Alleen de betekenis verandert; de waarde verandert. Zo zijn er mensen die zeggen : ik heb geen tijd. En dan lopen ze heel hard om tot de conclusie te komen dat ze tijd over hebben. Maar als je geen tijd hebt, hoe kun je dan tijd over hebben ..

Ziet u, de wereld zit vol van die eigenaardige tegenspraken en de meeste mensen begrijpen dat eigenlijk niet eens, ze vinden het normaal. Maar we moeten beseffen dat die tegenstelling niet werkelijk bestaat. Geen tijd hebben heeft niets met tijd te maken. Het heeft te maken met uw eigen innerlijke toestand, uw denkbeelden over wat al dan niet kan gaan gebeuren. En tijd over hebben, is gewoon een kwestie van niet weten wat je op zo’n ogenblik moet doen. Het is zuiver een persoonlijke toestand.

En zo zegt dan onze vriend, is het geheel van de mystiek : het leren dat die tegenstellingen niet belangrijk zijn, dat uitingen in zichzelf niet belangrijk zijn, maar dat alleen belangrijk is wat erdoor beleefd wordt, wat in jou als werkelijkheid ontstaat. Hoe meer je de werkelijkheid die in jezelf leeft één kunt maken met alle andere werkelijkheden, hoe verder je van de menselijke mogelijkheden tot begrip afraakt, maar hoe dichter je gelijktijdig komt bij de volledige absorptie van een werkelijkheid.

We zijn er al vaak over bezig geweest. Ik herinner me dat een van de sprekers een heel mooi verhaal heeft gehouden, waarbij hij het had over de werkelijke gedaanten, de werkelijke kwaliteit en daarnaast de geïnterpreteerde kwaliteit – die dan totaal anders zou zijn – van de dingen. Ik voor mij vind ze erg mooi, die betogen, maar ik vraag me af : Helpen ze je verder ? En dan blijkt – als je met de mystiek te maken hebt – dat dit niet het geval is.

Mystiek is niet een kwestie van begrijpen. Mystiek is een kwestie van beleven, van doorvoelen. Op het moment dat dit beleven, dat doorvoelen feitelijk wordt, ontstaat daar wel een begrip uit, maar dat begrip is niet gelijk aan de beleving, aan datgene wat je innerlijk doormaakt. En dat lijkt mij de sleutel voor de totale ontwikkeling van de bewustwording, zeker voor de veranderingen van Aquarius, onder meer. Want wanneer de mensen meer gaan zoeken, eerst in hun eigen geest, dan via die eigen geest in een verbondenheid met het onbekende, zullen die mensen anders zijn. Ze zullen andere dingen kennen. Ze zullen veel meer beheersen aan de ene kant en aan de andere kant veel minder willen bewijzen.

Ik wil dan eindigen met een uitspraak van een mysticus uit het verleden, die zei : “een mysticus kan nimmer een Meester zijn, want daar waar hij beleeft, houdt hij op zelf te zijn. Maar anderen zullen een mysticus Meester noemen, omdat zij niet begrijpen dat zij in die zogenaamde Meester te maken hebben met een totaliteit”. Ik dacht dat ook dit een van de belangrijke punten is die we vanavond moeten onthouden. Het gaat er niet om wie er doorkomt, zeker vanuit zijn eigen standpunt niet, het gaat er gewoon om wat er leeft in de werkelijkheid en in hoeverre je die werkelijkheid toch kunt benaderen, zelfs wanneer je contacten van zuiver verbale aard zoals vanavond daarvoor wilt gebruiken.

Ik ben heel vaak weggegaan als de gastspreker kwam, maar vanavond blijf ik luisteren, want ik ben – waarschijnlijk net als u – heel nieuwsgierig wat daar nou van terecht gaat komen.

Wij menen dat het een direct contact kan worden en we hopen dat dit voor u (en ook een beetje voor onze kant) toch ergens een nieuw licht werpt op de mogelijkheden van de mens en misschien zelfs op het wezenlijke daarvan, dat we de menselijke ziel noemen.

Ik dank u voor uw aandacht.

De gastspreker

Goedenavond. Als jullie dat vinden, mogen jullie dat zeggen…

Maar wanneer is een avond goed ? Wanneer een avond erg slecht is, kan hij soms juist erg goed zijn.

En dan andere dingen. Bijvoorbeeld, ik zit hier en jullie zitten daar. Maar als ik bij jullie zat, dan zouden jullie hier zitten en ik daar. Zit ik nu daar of zit ik hier ?

Wij bepalen de dingen. We zeggen : zo is het. Maar is het zo werkelijk ? Wat is waar ? Wat zijn jullie werkelijk ? Niet jullie denkbeelden. Niet al datgene wat jullie denken van jezelf of wat anderen denken van jullie.

Wat zijn jullie zelf ? Jullie zijn iets, maar wat ? Zijn jullie zo oud als jullie denken, of zijn jullie ondanks alles jonge zielen ?

Zijn jullie zo ziek als jullie denken ? Of is jullie ziekte alleen maar een andere vorm van zoeken naar gezondheid ?

Alle dingen die we kennen in het leven hebben zoveel verschillende zijden, dat we nooit kunnen zeggen wat ze zijn. Ook van onszelf kunnen we dat nooit zeggen.

Wanneer we denken dat we de waarheid spreken over onszelf, dan liegen we tegen onszelf en de wereld. Maar datgene wat we als leugen uitspreken, dat leeft in ons, anders zouden we het niet uitspreken. Dus is het een waarheid. Want wat in ons leeft, is voor ons waar. Hoe meer jullie dus liegen, hoe meer jullie de waarheid spreken.

Zo kom je er nooit. Of misschien toch ?

Wanneer ik redelijk denk, voel ik dat ik tekortschiet, maar ik weet niet waarom.

Wanneer ik aanvoel dat alles goed is en ik controleer het in de feiten, dan klopt het niet.

Maar wat ik ben, is wat er in mij leeft. Niets anders.

Wanneer alle voorstellingen en vormen achterblijven, ben ik er nog steeds; maar ik ben niet meer bewust, vanuit het standpunt dat ik verlaten heb. Maar ik beleef een volheid. Als ik iets beleef, ben ik mij er toch van bewust ?

Hoe minder ik mij bewust ben, hoe meer bewust ik ben.

Zijn jullie zwak ? Het gaat allemaal niet ! Denk in jezelf aan een kracht die sterker is dan al het andere. Zijn jullie dan sterker ?

Zolang jullie denken in beelden van zwakte, blijven jullie zwak. Als jullie niet denken in beelden van zwakte of van kracht, dan zijn jullie wat je moet zijn.

Waarom worstel je altijd om iets te zijn wat je niet bent ? Je kunt toch maar een ding zijn ? Dat wat je bent in een geheel dat is. Een geheel dat je ontkent, zozeer als je ontkent dat je soms voelt wat je bent.

Waarheid bestaat niet. Leugen bestaat niet. Maar ze zijn uiting van het bestaan. Het is het bestaan dat belangrijk is, niet de omschrijvingen die we aan een uiting toekennen.

In jullie zijn alle onderwerelden en alle hemelen. Zomin als de duivels echt zijn, die sommigen na de dood toch werkelijk kwellen, zomin zijn de hemelen echt, waarin men in verstilde verrukking zijn eigen heiligheid doorproeft. Ze liggen in jezelf.

Als er geen hemel is en er is geen hel, wat blijft er dan over ? Zijn. Bestaan. Het onbegrensde. Dat juist door onze grenzen en onze beelden met grenzen wordt verminkt

Mensen bidden. “Machtige godin, maak mij vruchtbaar”. Maar je bent het of je bent het niet. “Heer, vergeef mij mijn zonden”. Daarmee vergiftig je alleen maar je geest. Want zonden leven in jezelf, niet buiten je.

Alle mensen plegen te leven in een wereld waarin de dingen op hun plaats moeten staan. ‘Zo is het en anders niet’. Wat ? Wat is zo en anders niet ?

Als je dan doorvraagt zeggen ze: ja, het is zó, maar het kan soms zus zijn. En als we dan zus en zo verder ontleden, dan ontstaat er een familie zo omvangrijk, dat je de leden niet meer uit elkaar kunt houden. Maar als je zegt “Ik weet niet hoe het is; ik weet niet hoe ik ben, maar ik wil zijn”, dan grijpt alles samen. Dan is dat Zijn veel werkelijker dan alles wat mensen onder elkaar hebben gezegd en al wat in boeken is neergeschreven.

Mensen zoeken een houvast in hun begrippen. In jullie deel van de wereld citeren zij de bijbel. Om duidelijk te maken dat ze anders zijn dan ze voelen te zijn. In jullie deel van de wereld roepen de meest hovaardigen uit “Wij zijn zondaars. En door dit te bekennen, zijn wij meer dan andere zondaars.”

Maar wat is een zondaar ? Een zondaar is een mens die zichzelf heeft verloren, niet meer en niet minder. Een zondaar is een wezen dat zich heeft vastgeklampt aan regels die in het ik niet leven, het ik, dat een begrip is en niet een werkelijkheid.

Alle dingen zijn. Ik ben. Zo ben ik deel van alle Zijn. Ik kan niet bestaan zonder het andere.

Ik ben niet wat ik denk. Ik ben dat wat ik niet denk.

Ik ben niet beperkt door mijn kunnen. Mijn schijn van niet kunnen, omschrijft veel meer wat mijn wezen is.

Uw wereld roept naar de daad. Maar de daad die bewust wordt gesteld, betekent het ter zijde zetten van alle andere dingen. Laat de daad voortkomen uit de daadloosheid. Laat zij uiting zijn van het onvermijdelijke, niet van het gewilde.

Vraagt u niet af ‘hoe word ik belangrijk’. Want uw schijn van belangrijkheid is alleen maar de blinddoek die u belet de werkelijkheid te benaderen.

Ik ben geen mysticus, ook al word ik daarvoor uitgekreten. Want mystiek is iets wat je onderscheidt van een ander, van al het andere. Ik tracht in alle vormen en tijden deel te zijn van al het andere. Ik ga niet de weg tot de goden. Ik verwacht niet dat de goden een weg gaan tot mij. Maar ik erken hun wezen in mijzelf en zo ben ik deel van de goden. En wanneer het kennen faalt, dan weet ik nog – zonder een reden te kunnen geven – dat de goden in mij leven.

Jullie Leermeester – die men evenzeer een mysticus zou kunnen noemen als ik – zei : het Koninkrijk Gods ligt in jullie. Maar als het in jullie ligt, hoe kan het dan buiten jullie bestaan ?

Als het buiten jullie ligt, hoe kan het in jullie zijn, zolang jullie denken aan een ik zoals een mens dat ziet ?

Maar wij zijn in het Koninkrijk en het Koninkrijk is in ons. Want dat wat men Koninkrijk noemt, bestaat in Al. Het is de Waarheid die daar begint waar het onderscheid ophoudt.

Zijn jullie ziek ? Zijn jullie gezond ? Zolang jullie die dingen bevestigen voor jezelf en in jezelf zijn jullie ziek of gezond. Maar de uiting is onbelangrijk. Zeg : “Ik ben. Het is niet belangrijk of men mij ziek of gezond noemt”. En jullie zullen Waar zijn. Jullie ziekte of gezondheid smelten samen en jullie weten : ‘ik ben wat ik moet zijn. Dit is een uiting van de Waarheid. ‘

Als er een God is, zo waar ik geloof in de Kracht waaruit het Al bestaat, áls er een God is, waarom heeft Hij geschapen ? Omdat goden dromen ? Dan is Zijn droom onze werkelijkheid. Maar onze werkelijkheid is een bestaan. En zo zijn wij Zijn droom.

Er zijn scheppingsverhalen die alles zien als een karnen, het onbestemde, waarin door beweging vormen ontstaan. De vormen uit die beweging noemen zich wereld, maar ze zijn en blijven bestanddelen van het gekarnde.

We kunnen zeggen : voor ons is er een hemel en een aarde. Maar als wij veranderen van bestaan, wie zegt dan dat het niet omgekeerd is ? Dat wij kijken naar de aarde die onze hemel is en dat we, wat wij eens hemel noemden, wereld of aarde noemen ?

Wij dromen de vormen die wij zijn; wij denken de dingen die wij ‘waar’ noemen; wij begrenzen wat onbegrensd is, omdat wij bang zijn in het onbegrensde niet te zijn. Maar in het onbegrensde alleen zijn wij. Al het andere is een droom, een gedachte. Het gaat voorbij.

Jullie leven echt op aarde. Is het wel waar ? Misschien niet, misschien wel. Maar jullie denken te leven op aarde en dus leven jullie op aarde. Jullie bouwen je wereld. Jullie bouwen jullie angsten en jullie vreugden. Jullie bouwen groei en verval. Jullie zijn jullie wereld en jullie wereld is in jullie.

Ik zeg : ik ben kracht. Ben ik kracht ? Is het werkelijke kracht ? Zo is zij altijd en overal. Maar niet in mij. Maar in mij zoals in al het andere. Als ik dan kracht gebruik, doe ík dat toch ? Maar hoe kan ik het doen als die kracht niet werkelijk kan zonder het andere ?

Wij denken samen. En jullie vergeten even te denken omdat wij samen denken. Is dat misschien mystieke eenheid ? ‘Ik denk niet omdat wij samen denken ?’ Als dit de mystieke eenheid is, zo worden wij weer gedacht dan wij denken. Het noodlot ? Denk je noodlot en het wordt je noodlot. Maar wat is, kan je niet veranderen, want jij bent je noodlot. Jullie noodlot is jullie omschrijving van dat in jezelf en van jezelf dat jullie niet begrijpen.

De weg naar de innerlijke eenheid is een lange weg. Je kunt die weg nooit gaan wanneer je begint het andere te verwerpen. Je kunt die weg nooit gaan wanneer je begint het andere te begeren. Je kunt die weg slechts gaan wanneer je bent met het andere.

Veroordeel geen mens en beoordeel geen mens, om zo niet voor jezelf een nieuwe illusie te scheppen. Maar help een mens zichzelf te zijn en te vinden. Niet omdat jij daardoor wijzer wordt, maar omdat je deel van het geheel alleen waarlijk bewust kan zijn, wanneer al het andere dat bewustzijn niet verwerpt.

Heb jullie naasten lief.

Streef naar de eenheid van Tao door samenvoeging.

Wat jij nu bent, zal jij altijd zijn, maar wat je nu denkt te zijn, is datgene wat het je onmogelijk maakt te beseffen wat je bent. Ik spreek met jullie, tot jullie, maar eerst wanneer ik ín jullie spreek, kunnen jullie mij verstaan. Woorden zijn een grens die wij opwerpen, tenzij wij beseffen dat het de lege klanken zijn die voor een ogenblik de werkelijkheid moeten dragen waarvoor geen woorden bestaan.

Wees niet bang. Als men jullie zegt : er komt een einde aan de wereld, zo weten jullie : ‘het kan ten hoogste het einde zijn van een voorstelling, van een beeld, maar niet van de werkelijkheid waarvan ik deel ben.’

Begeer niets bovenmate, want wat je begeert, wordt tot een beeld dat je afsnijdt van wat je werkelijk bent. Jullie leven is maar een korte omschrijving van het onbegrensde zijn.

In deze dagen zijn buiten jullie vele krachten die jullie roepen tot verdeeldheid of tot versmelting. Laat hen roepen. Besta. En laat het jullie voldoende zijn te bestaan. Antwoord op al wat rond jullie is. Niet door jullie er aan te onderwerpen, maar door het niet te verwerpen.

Christelijke mensen hebben gezegd : onthoud jullie. Doe boete. Waarvoor ?

Anderen hebben gezegd : geniet van al het goede van de wereld. Waarvoor ?

Wees deel van wat met jullie is. Wees deel van Al. Niet om wát het is, maar omdát het is, voor jullie. Dan zullen jullie ontdekken dat er een band van eenheid bestaat waarin alle vragen beantwoord worden voor ze gesteld worden. Waarin alle gaven gegeven worden voor ze gevraagd zijn. Waarin alle offers gebracht worden omdat zij deel zijn van het Al, niet omdat zij offers zijn.

Wanneer de woorden in jullie sterven en alleen overblijft het gevoel van eenheid, van verbonden zijn, zijn jullie de waarheid genaderd. En hoe meer jullie de waarheid genaderd zijn, hoe minder jullie zullen zeggen : ik. Dat is de les die ik jullie geven wil; jullie zullen jezelf eerst zijn wanneer jullie niet meer zegen : ik. Maar als jullie jezelf zijn, zullen jullie alle dingen zijn in alle tijden. En de tijden bestaan niet meer en de dingen bestaan niet meer, want ze zijn deel van jezelf geworden.

Eindigend hoop ik alleen dat jullie iets meer gevoeld hebben dan kan worden uitgedrukt in een slechte avond of een goedenavond. Wanneer vormen niet meer voor elkaar gemanifesteerd zijn, betekent de manifestatie niet dat ze geen deel van elkaar zijn. Zo is het voor mij, moge het zo zijn voor jullie.

Goedenavond.