Natuurkrachten en hun achtergronden

image_pdf

4 september 1961

Allereerst moet ik er aan herinneren, dat wij sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ik hoop dat u daarmee rekening houdt.

Het onderwerp van vandaag: Natuurkrachten en hun achtergronden

Ik zal dit onderwerp voor u inleiden, zo goed als ik kan. Wanneer we de natuur bezien, dan lijkt het ons wat vreemd dat al die wetten daarin bestaan. We vragen ons af, hoe een bepaald natuurverschijnsel tot stand komt. En zolang als je in de stof bent, weet je daarvoor in het algemeen een aardige materialistische verklaring te vinden.

Nu moeten we uitgaan van het standpunt, dat al wat materie is, gebaseerd moet zijn op één en dezelfde kracht. Er kan misschien ergens een kracht zijn die nooit materieel tot uiting komt, maar zodra een kracht materieel kenbaar wordt, kan ze omgezet worden in materie, of van materie in kracht terug veranderd worden.

Dat impliceert dat de basis van alle dingen gelijk is. Deze gelijkheid voert ons naar het eerste moment van ontstaan, dat er in het heelal een enorme verdichting optreedt van straling en kracht, waarbij werveling ontstaat. Partikels ontstaan uit partikels. Een soort hitte ontstaat, welke hitte tot een explosie voert.

Het gehele proces behoeft niet bijzonder lang te duren. Het zou, als nu omschreven, reeds kunnen plaatsvinden binnen minder dan zestig minuten. Wanneer dat gebeurt, dan hebben we nog steeds te maken met deeltjes die alle dezelfde kracht hebben. Ze kunnen in werveling en ook, zoals wij dit noemen, in massa of draaisnelheid verschillen, maar ze zijn allemaal precies gelijk.

Wanneer die deeltjes in een bijzonder hoge trilling komen, zijn ze op aarde niet kenbaar. Wij noemen dat dan astraal.
Wanneer ze wat zwaarder zijn, maar niet voldoende binding t.o.v. elkaar vertonen, dan heeft men te maken met gas of zeer beweeglijke kleine delen, die wel een moleculaire binding hebben, maar toch voor de rest, nu ja, zo’n beetje in de ruimte rondzweven.
Alleen bij zeer hoge druk en bij zeer lage temperatuur nemen zij een vastere vorm aan.

Dan hebben we natuurlijk verder te maken met de vaste stoffen. Dat zijn verbindingen, waarbij de atomen of moleculen een zeer trage draaiing hebben, of zelfs geen eigen draaiingsmoment.

Hier heb ik dan zo’n beetje de grondstof geschilderd. Nu heb ik deze stoffen en ik bouw daaruit op verschillende massa’s met verschil van dichtheid, draaisnelheid en ook verschil van activiteit. Deze noem ik sterren.

Zo’n ster bestaat echter niet alleen, dat moet u goed begrijpen, uit die stof, die materie die u kent. Er bevindt zich daarin veel wat men eerder als astrale materie zou willen omschrijven. Deze astrale materie is de belichaming van een entiteit. Hier kan dus een wezen in leven. Dat wezen heeft grote invloed op alles wat in die materie gebeurt, die materie van zijn eigen grofstoffelijk voertuig, zou ik haast willen zeggen, de ster, en wel op dezelfde manier waarop u invloed kunt uitoefenen op uw eigen lichaam. Een geest kan evengoed als een mens gedachten lezen. Een gedachte kan reflexen doen ontstaan. Reflexen kunnen spierbewegingen betekenen, maar in een ster bv. verhoging van stralingsdichtheid, verhoging van omzettingsproces, waardoor bv. een explosie kan ontstaan, of een vortexachtige wervelstorm, waardoor kernmaterie van een ster naar buiten wordt gestuwd. Een ster kan op diezelfde manier exploderen.

Ik hoop hiermee als eerste punt duidelijk te hebben gemaakt, dat een ster dus wel bezield kan zijn. Nu hebben we verder te maken met de planeten. Planeten zijn lang niet altijd de kinderen van een ster. Het kan voorkomen dat een ster op een gegeven ogenblik explodeert. Haar massa is te klein. Ze koelt snel af. Wat overblijft, zijn stukken vaste materie, rots. Wanneer deze gevangen worden door een ster met grote activiteit, bv. een kleine blauwe ster, dan is het heel goed mogelijk dat het fluïdum daarvan plus de stralingsintensiteit langzaam maar zeker in de materie een verandering veroorzaakt. En zo ontstaat dan een planeet met levensvatbaarheid. In andere gevallen benaderen bv. twee sterren elkaar en worden delen van beide sterren a.h.w. weggezogen (aantrekkingswerking, waarbij beweging en massa een rol spelen) en gezien de grote snelheid waarmee zij elkander passeren, blijven restanten hangen. Die vallen niet meer terug en blijven in een omloopbaan rond een van beide sterren en zijn eveneens planeten.

Wanneer we te maken hebben met deze tweede soort planeten, dan bevindt zich daarin ook een groot gedeelte astrale materie en hiermee is een bezieling mogelijk geworden. Verder is er een sterke verwantschap geschapen tussen de geaardheid van de planeet haar zon. Hoe sterker de uitwisseling van krachten tussen die zon en de planeet blijft, hoe sterker de persoonlijkheid van die planeet zich zal richten op de zon.

Ik zal het nog eens zeggen, maar nu eenvoudiger. We nemen dus aan, dat een zon ook fijne materie heeft. Materie die u waarschijnlijk eerder als een veld zou omschrijven, een statisch veld, waarin elektrische en magnetische eigenschappen kunnen optreden. Dit op zichzelf niet sterke veld wordt bij de vorming van een planeet, bij het elkaar passeren van twee sterren, wordt er een soort worst uit getrokken, maar omdat die dingen zo snel gaan, breekt dat ding. De dingen wervelen dan zelf, maar ze hebben met de normale materie, die als een zeer vluchtig, hoog verhit, hoog actief gas oorspronkelijk is uitgezogen uit de atmosfeer van de zon. Deze astrale materie is noodzakelijk voor de bezielingsmogelijkheid van de planeet. Wanneer een planeet op die manier geboren wordt, dan heeft ze a.h.w. geen levenslichaam, iets waardoor een entiteit zich in haar zou kunnen manifesteren. We onderscheiden dan ook planeten die bezield en die niet bezield zijn.

Het onderscheid is, dat een bezielde planeet een eigen denken heeft, eigen creatieve processen, een zekere onafhankelijkheid t.o.v. de buitenwereld, waarbij alleen de band met de eigen zon sterk blijft bestaan. Een planeet, die niet bezield is, is een voortdurende speelbal van alle krachten die van buitenaf optreden. Wanneer er daarop leven ontstaat, zal het zeer bizarre vormen hebben en het zal nooit een hoger niveau bereiken. Wat zich daar het gemakkelijkste zou kunnen ontwikkelen, is een soort mosachtige of algenachtige plantenvorm, die op zo een planeet ook meestal de hoogste blijft. Ontwikkelt zich een hogere vorm, dan ontaardt die zeer snel en kan nooit komen tot, wat wij noemen, een verstandelijk peil, waardoor een hogere intelligentie daarin kan leven.

Een bezielde planeet heeft haar eigen reacties. D.w.z. bepaalde reacties die worden uitgedrukt in spin, in werveling, werveling in eigen veld, het magnetische veld, waardoor bv. uw magneetnaald naar het noorden wijst. Zij doet daarnaast verschillende stralingsafweergordels ontstaan. D.w.z. dat naarmate de persoonlijkheid van een planeet sterker is, een deel van de van buiten komende invloeden en stralingen worden afgeweerd. De gordels worden meestal geprojecteerd op tenminste een aarddiameter afstand van de planeet. Daar begint dus de eerste gordel en daarna komen de tweede en de derde. Die werken allemaal, maar de eerste is erop gericht om de grootste verstoringen af te weren, de tweede filtert ze en de derde bepaalt een plaatselijk toelaten van bepaalde stralingen.

U zou kunnen zeggen: voor een planeet komt dit overeen met een soort horen en zien, geconcentreerd op een bepaalde plaats van haar oppervlakte. Dan is de planeet dus een soort onafhankelijke wereld geworden. Maar zij is niet, zoals de mens, iets vasts, iets onveranderlijks.

De astrale massa in een planeet is amorf, d.w.z. ze kan elke vorm  aannemen. Ze zou zich bv. als een mens kunnen manifesteren, althans een pode of pseudopode uitstulpen, die een menselijke vorm heeft. Maar ze kan natuurlijk ook een deel daarvan toekennen aan andere krachten, aan andere entiteiten, die dan wat belichaming betreft eigenlijk een soort inwonende zijn geworden in de lichaamsvorm van zo’n wereld. Een soort groepsbewustzijn zou daaruit kunnen voortkomen.

Maar laat ik het eenvoudig stellen: ik heb een vlak water en daarin is één centrale werveling. Normalerwijze wervelt dit water zo. Nu komt er een tweede kracht die ook wervelen wil. Ze kan dit met een kleine werveling hier terzijde in hetzelfde watervlak doen en wordt daardoor kenbaar, want zonder het water kan ze ook elk balkje, wat in het water drijft, naar beneden zuigen.

Zo ontstaan de banden tussen de eigenlijke planeetgeest en bepaalde scheppende of vormende geesten. Deze concentreren zich o.m. op het vormen van de oppervlakte. Ze werken daarbij met die aarde of met die wereld sterk samen. Zo zullen vulkanische verschijnselen in het begin met een zeker systeem plaatsvinden, want er staat zelfs in de Bijbel: het is noodzakelijk dat water en land gescheiden worden en daarvoor is het ook nodig dat bepaalde delen van de atmosfeer neerslaan.

Andere daarentegen houden zich weer bezig met het vinden van een juiste oplossing. Ze gaan dus de delen van de langzaam gestelde aardkost weer oplossen. Op aarde gebeurt dat in water. Ergens anders kan dit ook gebeuren bv. in methaan of ammoniak. Er zijn zelfs bepaalde planeten waar het in zuren kan gebeuren, zelfs in een soort salmiakzuur. De oplossing nu geeft de aanleiding tot de eerste geboorte en dat is half-leven, dat door sterke straling wordt veroorzaakt.

Nu kan zo’n scheppende geest, die werkt binnen een aardlichaam, zo’n geestelijk aardlichaam niet zelf bepalen wanneer die straling optreedt. Dat kan alleen de aarde zelf doen. Zij kan tijdelijk een van haar barrières, of meerdere, plaatselijk teniet doen. Wanneer dan de zon scheppend meewerkt (vandaar dat men de zon vaak als vadergestalte ziet), dan emitteert die een zgn. superharde straling. Deze zeer harde straling beroert weer de chemische oplossing, veroorzaakt door een binding en we krijgen te maken met half-eiwitten, die later tot eiwitten uitgroeien en tot eerste levensvormen worden. De eerste levensvormen geven de mogelijkheid aan zeer vele entiteiten, om elk voor zich te experimenteren.

Op aarde is dit gebeurd door een verschil te maken tussen plantachtigen, die zich met mineralen voeden en dierachtigen of jagers, die zich voeden met reeds verwerkte minerale stof of levend organisme. Hier worden verschillende vormen gemaakt van groepen en deze groepen hebben dan een leidende entiteit die wij groepsgeest noemen. Het is deze groepsgeest die bv. ook voor bepaalde planeten op kan treden. Vanuit de wereld zelf krijgt elke entiteit, die incarneren wil in de materie, een deel van dit astrale veld ter beschikking, een tijdelijk (maar niet blijvend van de aarde heel weg te denken) lichaam.

Een astraal dubbel bv. is dus in feite niet iets wat van de geest is, maar is een deel kracht, ontleend aan de aarde en haar astrale belichaming, geprojecteerd in een menselijke vorm, onder invloed van het denken van een geest of zelfs van een mens via diens geest.

Bekijken wij dat weer wat eenvoudiger. We hebben een hele hoop deeg, moeder bakt er koeken van. En nu krijgt een van de kinderen ook een stukje deeg, daar mag hij tijdelijk wat mee knoeien, maar later wordt het weer bij de grote massa gedaan. Wel kan het kind er een eigen vorm uit maken, maar die vorm is niet blijvend, want het hele koekebakkersdeeg moet in de pan terechtkomen. Dat is eigenlijk het hele eiereneten.

Bent u daar mee klaar, dan zouden we eigenlijk over natuurkrachten niet verder hoeven na te denken. Maar er zijn zo veel verschijnselen in de natuur, d.w.z. in de aarde zelf en haar atmosfeer, die een mogelijkheid tot beleven bieden. Zo ontstaat bv. een luchtgeest. Nu weet ik wel dat een hele hoop mensen een luchtgeest zich voorstellen als iemand met vleugeltjes, die voortdurend hard blaast. Als hij uitgeblazen is, is het windstil. Zo is het niet. Het is zo, dat er een bezieling optreedt, daardoor wordt een deel van de atmosfeer onafhankelijk van het eigen denken en reageren van de aarde, eigenlijk dus een persoonlijkheid. Het lichaam van die persoonlijkheid is astrale materie, ontleend aan het astrale lichaam van de aarde.

Nu kan zo’n bezield lichaam een hele tijd voortgaan en allerhande verschijnselen wekken in de middenstof waarin het zich beweegt, in casu de atmosfeer. Maar het kan ook voorkomen, dat de gedachten van de mensen daarheen worden getrokken en dat door een samenwerking tussen de mens en deze bezielende kracht een aantal replica’s ontstaan, ja, duplicaten, niet bezielde luchtgeesten. Die hebben geen ziel, dat zijn alleen lichamelijke vormen, zoiets als schillen, gedachtevormen en die gedachtevormen zijn dan gebonden aan de hoofdeigenschappen van de bezielde luchtgeesten.

Ze staan sterk onder de invloed van het denken van de mensen, die door hun geloof eraan deze vormen hebben kunnen tot stand brengen, of helpen brengen eigenlijk. En als u dat nu begrijpt, dan is het niet zo vreemd meer dat een of andere fakir of yogi op een rots klimt, dat die de wind zegt om stil te zijn en dat die wind dan stil is. Hij is nooit absoluut meester over het element, want het kan zijn dat hij met de bezielde kracht te maken heeft en die stoort zich niet aan hem. Maar als hij als mens de concentratie kan uitstralen, waardoor eens deze wezens tot stand zijn gebracht, dan reageert natuurlijk deze niet-bezielde vorm daarop in het karakter, ontleend aan die grote luchtgeest en zo kan dan de wind gaan liggen of opgeroepen worden. Een bijzonder sterke en hoge geest, die toch in de stof geïncarneerd is, zou ongetwijfeld ook de bezielde luchtgeest kunnen bevelen of tot samenwerking bewegen.

Wat ik u nu over de lucht vertel, is even waar voor het water. Wanneer ik aan een bron bezieling toeken, dan zijn er ook wezens die daarin leven, astrale wezens met een eigen ziel. Ook dan ontstaat een niet bezield evenbeeld. Dit evenbeeld kan zich volkomen gedragen als een echte watergeest, met dit verschil dat hij niet op de directe uiting van de mens, maar wel op diens gedachtenconcentratie en wil zal reageren en daaraan binnen de beperking van eigen karakter onderdanig moet blijven.

Zo kan dus de menselijke gedachte invloed uitoefenen op, naar wij verteld hebben, water en lucht, maar ook het vuur is een deel van de aarde. En het vuur, dat moet u niet alleen maar zien als een paar vlammetjes. Dat is die zeer hoge temperatuur, waarbij zeer sterke infrarood straling optreedt of optreden kan, hoeft geen vlam bij te zijn, zelfs geen gloed. Het is alleen een kwestie van overgrote beweeglijkheid van kleinste delen, waardoor een sterke uitstraling op betrekkelijk lage frequentie plaatsvindt. Wanneer daar een wezen in leeft, dan kan dat wezen binnen die hoge temperatuur bv. meespelen in alle chemische processen. Ik weet niet of u zich wel eens gerealiseerd hebt, in hoe grote mate ook de vulkanische processen aansprakelijk zijn voor het ontstaan van bepaalde edelstenen, bepaalde metaalmengingen, elementaire bindingen, die tot een bepaald soort gesteente worden, bv. wanneer ergens basalt is, dan kan dat basalt er alleen zijn krachtens een vulkanische werking. En wel een met een zeer hoge temperatuur, waarschijnlijk in de beginperiode van de aarde, dus voordat er mensen en dieren waren. Ook daarin kan dus iets leven, in dat vuur. Dit houdt in, dat delen van dat vuur een eigen bezieling kennen en dat in andere delen door het geloof van de mens, o.a. door zijn vuuraanbidding, een evenbeeld (of schil) schuil kan gaan, die door de menselijke wil beheerst kan worden. Echter moet er bij worden gezegd, dat nooit een bezielde natuurgeest of kracht door de menselijke wil alleen kan geregeerd worden, wel soms d.m.v. vreesaanjaging, suggestie, implicatie, supplicatie. Dus door bidden of ruilhandel kun je dat gedaan krijgen, maar nooit door de wil zonder meer.

Wat hier ruilhandel is? Nu, bv. een vuurgeest heeft behoefte aan meer astrale materie. Die astrale materie bevindt zich in een levend wezen. Ik offer het levende wezen aan het vuur, de astrale materie wordt eraan onttrokken en de vuurgeest voedt er zich mee. Het is erg demonisch, maar het is voorgekomen. Dat is al een soort ruilhandel en het kan ook zijn, dat je je verbindt, op een bepaalde plaats bij een water, de omgeving hiervan niet te bezoedelen door te jagen of te vissen, dat je dat heilig laat.

En zo zijn er ook aardgeesten. Een aardgeest komt maar zelden voor. Want met de aarde zelf verbonden zijn, is een zeldzaamheid. Een enkele keer kan er een grote aardmassa zijn, bv. een berg, maar die kleine, lieve aardmannetjes, waarvan men droomt, zijn geen werkelijke aardgeesten. Zij zijn eerder, als we het zo eens mogen uitdrukken, gasgeesten, d.w.z., dat zij bestaan uit bepaalde gassen, die in het binnenste van de aarde leven en ook deze kunnen een enkele maal bezield zijn, maar de meeste daarvan zijn inderdaad gedachtevormen. Zij hebben dus geen zelfstandig leven. Zij, die dit wel hebben of als schil zover ontwikkeld zijn, dat zo een zekere vrijheid van handelen en denken hebben, kunnen zich dan associëren met een levend wezen, bv. een boom. Dan krijgen we dus triaden.

Wat krijgen we nog meer? Je krijgt soms dieren die bezield zijn. In deze bezielingsvorm is het soms mogelijk dat een bewustzijn ontstaat, dat een ziel trekt. De bezieling kan dus plaatsvinden na het ontstaan van het bewustzijn van een dergelijke natuurgeest. Ik hoop dat dat niet te fantastisch klinkt. Het is toch heus zo.

We hebben dus op het ogenblik, als ik het zo zeggen mag, een heel aardige bezieling, want overal kan leven in zitten. Dat is geen pantheïsme in die zin, dat in alle dingen goden zouden kunnen schuilen, maar we geven graag toe, dat er in alle natuurkrachten persoonlijkheden, al of niet bezield, kunnen leven. Zeker in de elementen, maar daarnaast ook elders.

Stel u voor, dat er een wezen is, dat zeer sterk gevoelig is voor elektriciteit, dat zich dus hoofdzakelijke met ladingen, statische ladingen zal voeden. Zo’n wezen brengt misschien, als het bezield is, ronde vormen voort. Gaat nu de mens elektriciteit gebruiken, dan is het niet meer dan logisch, dat ook hierin, vooral waar de oorspronkelijke velden zijn waaruit de stroom wordt opgewekt, entiteiten voorkomen, die dus eigenlijk elektriciteitsgeesten zouden moeten heten, als het niet vreemd in mensenoren klonk.

Op dezelfde manier kan een kunstmatige waterloop en ook een gebouw op een gegeven ogenblik een bewoner krijgen. Die bewoner is meestal een schil, ik zeg het nogmaals, en als zodanig sterk afhankelijk van de menselijke gedachten en reacties. Maar zij is er.

Dan ligt achter alles, wat u natuur noemt, een onnoemelijke hoeveelheid van denkend en zoekend leven. Tenminste 90% staat onder de invloed van uw denken en wil. Als u alleen bent, zou u dus in vele gevallen een natuurverschijnsel kunnen beheersen door voldoende concentratie. U bent alleen, het lukt u. U bent met z’n tweeën, dan hebt u een grote kans dat het u niet lukt, omdat u het er niet precies over eens bent hoe het moet gaan.  Verder wanneer er een massa is, ontstaat een heen en weer gaan, waarbij uiteindelijk wel een invloed het enigszins wint en dan gebeurt er dat wat geen van allen wenst. Dat is eigenlijk geheel logisch. Het is net als in een democratie, nietwaar? Iedereen in een democratie heeft stemrecht, iedereen wil graag dat het goed gaat. Ieder wil het op zijn eigen manier. Ze gaan stemmen en dan gebeurt er iets waar ze het geen van allen mee eens zijn.

Ik hoop dat dit voorbeeld de zaak duidelijk maakt. De mens zal in doorsnee de natuurkrachten niet of niet voldoende beheersen. Maar zijn denken zelf wordt vaak in een bepaalde richting geleid. Want mensen hebben nu eenmaal een gemeenschappelijk bewustzijn of bovenbewustzijn, waardoor ze onderling elkaar voortdurend beïnvloeden. En daarbij ontstaan tendenzen, die soms hele werelddelen omvatten of hele landen. Dan zal deze kracht worden overgedragen op natuurgeesten of wat u zou kunnen noemen, natuurkrachten, waarin een wezen bestaat. En dan is het heel logisch dat, waar die natuurkrachten op dat ogenblik aanwezig zijn of in de sterkste mate aanwezig zijn, de sterkste manifestatie van het totaal menselijk denken plaats vindt. U kunt zeggen dat dat deva’s zijn, ofschoon dat niet helemaal juist is, want een deva wordt voorgesteld als bezield zijnde en hier hebben we te maken met zeer vele krachten, die in feite niet bezield zijn.

Wanneer u nu verder gaat denken, dan komt u tot de conclusie dat alles wat de mens doet op de natuur invloed heeft en dat op de achtergrond van vele werkingen van de natuur de mens zelf schuilt. Alleen één ding heb ik niet genoemd, nog niet, dat is de kwestie van het evenwicht. Ik kan het misschien het beste zo voorstellen: Jan zit bij een kachel die met een knop op temperatuur te regelen is. Piet zit bij het raam, krijgt het te warm en doet het raam open. Maar Jan vindt dat het maar net warm genoeg is. Hij draait de kachel verder open. Omgekeerd: Piet vindt dat het te koud is, doet het raam dicht, Jan zit bij de kachel, die heeft het warm genoeg. Hij draait de thermostaat naar beneden, de temperatuur daalt. Er is een bepaald evenwicht en bij de natuurkrachten is het nu zo, dat het evenwicht in hoofdzaak bepaald wordt door bezielde entiteiten die daarbinnen leven. Hun werk wordt uitgeoefend via het astrale vlak. Het zijn dus spanningen, die de mens ook als geestelijk zou kunnen ondervinden. Naarmate de mens meer evenwichten verstoort, zullen in de natuur, vooral door denkende en bezielde natuurkrachten, meer maatregelen worden genomen om de oude toestand die voor hen aanvaardbaar was te herstellen, zonder dat zij verder nadenken over het al of niet prettige voor de mens.

Zo is dus elke verstoring van een natuurlijk evenwicht voor de mens in zekere zin riskant, want hij weet nooit precies welke tegenmaatregelen de krachten van de natuur zullen nemen. Hier hebt u een aardige schets van dat wat in het leven op de achtergrond ligt. We zijn echter nog niet klaar met het bespreken van deze krachten in de elementen.

Er zijn nl. ook groepsgeesten. Stel dat ik een groep kleine wezens heb en dat die gezamenlijk een bewustzijnsinhoud, een daadinhoud hebben, die voor een wezen met een zeker bewustzijn aantrekkelijk is. Dan kan een astraal lichaam worden gevormd, dat a.h.w. uit fijne draden bestaat en met alle individuen apart verbonden is. Dan wordt het mierenvolk in zekere zin niets anders dan een reeks afzonderlijke en beweeglijke cellen van het stoffelijk of materieel lichaam van de entiteit die zich daaraan gehecht heeft. Dat kan gebeuren voor een mieren- of termietenvolk. Het kan ook gebeuren met een enkele bloem of een reeks bloemen.

Alles wat in de natuur is, kan op enigerlei wijze met bewustzijn in contact staan. De vraag is alleen: wanneer is zo’n astraal wezen plus bewustzijn gebonden aan wat je in de natuur ziet. Dan moet men aan het volgende denken: voor een bewustzijn, een geest, een entiteit zal alleen het bezielen belangrijk zijn van een plant, een dier, een bijenvolk, wespen, mieren, enz. wanneer de omgeving plus de wisselwerking met die omgeving voldoende bewustzijnswaarden, stimulansen opwekt. Deze stimulansen kunnen in twee vormen optreden: er kan een zekere levenskracht worden afgegeven, bv. de aanbidding van een heilige boom en er kan zijn het consumeren van leven en het zo verwerven van levenskracht bv. de soldado’s van Zuid- Amerika. Het consumeren van levenskracht of het verwerven van die kracht is echter altijd het doel, want alleen zo kan een wisselwerking ook belangrijk zijn voor een entiteit die, krachtens zijn wezen, hoofdzakelijk astraal bestaat.

Vandaar dat de levenskrachten van een plant kunnen toenemen, naarmate die plant meer bewonderd, aanbeden of zelfs alleen maar gezien en erkend wordt, terwijl anonimiteit het tegengestelde gevolg heeft. Dat gaat dan ondanks het feit, dat aan alle materiële voorwaarden voor het gedijen van de plant is voldaan. Men kan zeggen, dat er zich om enigerlei reden een astraal wezen, een zeker bewustzijn aan gehecht heeft.

Wanneer u door een bos loopt, zijn er misschien op 10.000 bomen 2 of 3 bezield. Wanneer u daarmee in contact komt en dit contact is gunstig, dan zult u dat als aangenaam ervaren. Want u hebt zelf ook een zeker astraal-zijn en een dergelijke boom kan u als het ware beschermen. Het is alsof hij extra ozon en extra zuurstof afgeeft, alleen om u prettiger en veerkrachtiger te maken. Past u niet bij die boom, dan kan hij moorddadig zijn. Dan gaat u er vandaan en bent u slap en weet niet waarom.

Hetzelfde kan gezegd worden van alle planten en van zeer vele dieren. Huisdieren nemen heel vaak de plaats in van de vroegere kleine astrale wezens als ‘little-folk’, de dwergen, de gnomen, kobolden, enz, heeft gekend. De ‘kleine’ krachten, die vroeger in meer astrale vorm leefden, gaan zich langzaam maar zeker identificeren met dieren van lager bewustzijn vooral. D.w.z., u zult er gemakkelijker een in een kat vinden dan in een paard. Verschil van bewustzijnsniveau. Zij kunnen op deze wijze langzaam maar zeker als astraal wezen een contact met de mensheid leggen op de voor hen meest aangename manier. Waar een dergelijk wezen echter astraal bestaat en volledig astrale vrijheid behoudt, zullen de reacties van de mens t.o.v. bv. het dier of een boom, in sommige gevallen ook wel een berg, tot gevolg hebben dat astrale invloeden worden geschapen in overeenstemming of strijdig met hetgeen de mens verlangt. Tot op zekere hoogte kunnen al deze dingen dus meewerken om u te doen slagen of te remmen. Geeft u daar niet te veel aandacht aan, maar constateer het even voor uzelf.

Ik hoop u nu duidelijk te hebben gemaakt, dat al dit leven rondom u invloed heeft op u en u op al dit leven. Maar gezamenlijk behoort u met een deel van uw bevoertuiging tot de aarde. Ze is uit de materie van de aarde plus astrale materie opgebouwd. En deze aarde staat weer in wisselwerking met de andere planeten van dit zonnestelsel, maar ook met de grootmachten die in het Al leven.

Wanneer u te maken krijgt bv. met de zgn. demonische ster, denk eens aan Alro, die heeft wel een heel slechte naam, dan kan het zijn, dat die ster in haar werking strijdig is met het wezen van de aarde zelf. Wanneer zij op u inwerkt en op uw omgeving, zullen bepaalde levensverschijnselen trager worden, met alle gevolgen van dien. Wanneer de aarde in haar geheel een gesprek houdt met, nu ja, laten we de aarde ook wat prettigs gunnen, bv. met Venus, dan zult u mede tot hen behoren, die invloed ondergaan.

Ofschoon het punt, waarop u leeft op aarde, voor uzelf wel belangrijk is en het ogenblik van uw geboorte astrologisch belangrijk, zult u toch in principe alle invloeden ondergaan. En deze invloeden niet alleen op het punt waarop uzelf staat, maar praktisch in de gehele aarde. De gehele aarde vangt die impulsen op. Daardoor kunnen zwakke, niet meetbare impulsen van heel verre sterren voor u toch nog een grote betekenis hebben. Die betekenis hebben ze echter niet alleen voor u, maar ook in ieder geval voor alle bezielde krachten in de natuur, daarnaast mogelijkerwijze, vooral wanneer veel menselijke gedachten eraan gespendeerd worden, op de schillen die ook uit die astrale massa gevormd zijn.

Zo zullen het denken van de mens aan de ene kant aan de invloeden van buitenaf, zeg vanuit de kosmos, aan de andere kant de natuurverschijnselen op aarde beïnvloeden en in vele gevallen dingen bepalen, die u toeval noemt, zoals bv. het feit dat de wervelstorm juist hier optreedt en niet ergens anders, dat deze dijk het houdt, maar gene bezwijkt, enz.

Zo wordt veel meer bepaald dan u denkt. De mens kan door positief te denken en te allen tijde gedachten als haat, mismoedigheid en pessimisme zoveel mogelijk van zich af te zetten, zonder daarbij te fantaseren en de realiteit uit het oog te verliezen, zeer veel doen om de natuurkrachten in zijn omgeving, zeker de niet-bezielde, te reguleren en zo daarvan een maximum aan medewerking, een maximum aan, ik zou haast zeggen, kracht en hulp te ontlenen.

Er is over dit onderwerp natuurlijk veel meer te zeggen. Wat ik geef, is alleen een zeer korte samenvatting. Alleen over de bezieling van een berg zou ik wel 2 à 3 uur kunnen praten. Ik hoop dat u begrijpt dat dat overbodig is, omdat we dan door de details het grote beeld uit het oog zouden verliezen.

Ik wil u zo dadelijk gaarne antwoord geven op al hetgeen u hier in zo korte en zo duidelijk mogelijk omschreven vorm wilt vragen. Van u echter verlang ik, dat u, wanneer u na overdenking meent dat mijn stellingen niet aanvaardbaar zijn, trachten zult om door steeds positiever te denken en te delen, de krachten rondom u zo harmonisch mogelijk met de mensheid zult doen zijn. Dit kan van meer belang zijn dan u zich realiseert en kan u ongenoegen besparen, vanaf dat buitje dat juist valt waar u loopt tot misschien een ramp, die niet plaatsvindt toe. Ik zou u nu willen voorstellen, te gaan pauzeren.

Tweede gedeelte

Naar ik hier en daar bemerkte is er wel wat nagedacht over dit onderwerp en ik zou dan nu gaarne overgaan tot het beantwoorden van de vragen.

  • Hoe ontstaat de differentiatie van de astrale lichamen, want er wordt begonnen met een als ware verastraald-lichaam, een ster, als ik het goed begrepen heb.

Ja, er ontstaat dus allereerst een hoeveelheid materie, die in verschillende gradaties kan worden ingedeeld en deze gradaties zijn oorspronkelijk afhankelijk van de grootte van de delen plus de wijze waarop zij wervelen en een deel daarvan is dan, wat u noemt, het astrale lichaam. Alleen is dat nog niet bezield. Het is echter een kracht die een bezielingsmogelijkheid biedt, omdat de geest, die zelf weer voor veel hogere trillingsfrequenties (het is eigenlijk niet juist, beter zou men kunnen zeggen, voor bepaalde zwaartekracht-magnetische verhoudingen) gevoelig is, daardoor wil manipuleren. D.w.z. de geest kan invloed uitoefenen op dit astrale. En dit astrale op zichzelf, materieel zijnde, kan onder bepaalde omstandigheden verdicht worden en heeft dan weer een bepaalde invloed op de vaste materie. En tussen de astrale en de vaste of grove materie kan een wisselwerking bestaan. Zo begint de zaak dus.

Nu is de bezieling een kwestie die ik u moeilijk kan uitleggen. Er is een bewustzijn. Dat bewustzijn is, vanuit materieel standpunt bezien, eigenlijk niets. Maar het is een niets dat kan denken. Dit denkende niets associeert zich met een deel van de astrale materie. Maar die astrale materie is niet overal even dicht en het is, theoretisch althans, een zeer ijle nevel, van astrale materie, die het Al omgeeft. De verdichtingen, die bruikbaar zijn, komen praktisch alleen maar voor in de buurt van planeten en sterren, eventueel in sommige betrekkelijk dichte stofnevels tussen de sterren. Nu zal dus die geest daarvan gebruik maken. Maar wanneer er een geest is, dan heeft die een lichaam dat, zoals gezegd, amorf is en dat meer capaciteiten bezit dan voor het zelf noodzakelijk is. Indien het in staat is, in grove materie een bepaalde reactie, (dat is een vorm van, ja, u zou zeggen, radioactiviteit misschien, maar dan onschadelijk, omdat het geen sterk stralend gevolg heeft, wel krachtontbinding) teweeg te brengen, dan kan deze astrale massa a.h.w. worden opgevoerd.

Zo kan bv. de aarde haar eigen astrale massa aanmerkelijk vergroten wanneer dit noodzakelijk is. Zij verlangt echter niet meer daarvan dan noodzakelijk is om haar lichaam, de planeet, te kunnen begrijpen en daarmee bepaalde handelingen te verrichten. Ze leeft in een andere tijdslimiet dan u, in een andere tijdsverhouding, lopend vaak over duizenden jaren. Sneller-levenden kunnen daarom gebruik maken van delen van deze materie.

En nu kunt u het misschien het eenvoudigst zo zeggen: Wanneer ik van een totale wolk van fijn stof met een langzame werveling een klein deel in snelle werveling breng, dan zal dat door die snelle werveling zich als een onafhankelijk wezen gaan gedragen. Het resultaat is, dat, ofschoon het uit dezelfde stof bestaat en bij het ophouden de werveling dus weer in de totale nevel opgaat, het tijdelijk een eigen persoonlijkheid bezit. Op deze wijze ontstaat een bezielde vorm.

Gedachten kunnen echter ook worden omschreven als een straling. Zij zijn een emanatie, ja, hoe moet je dat zeggen, het is eigenlijk niet zuiver elektrisch en niet zuiver magnetisch, maar in ieder geval een soort uitstraling, zoals een zender die ook heeft. Ze kunnen zelfs bij gedachten ook in de uitzendingen van bepaalde verdringingsverschijnselen voor komen. Die gedachten kunnen dus ook een werveling veroorzaken. Maar die werveling blijft alleen duren, zolang er steeds een nieuwe impuls aan wordt toegevoegd en gaat teloor zodra het oorspronkelijke momentum is opgebruikt. Dus wanneer het opgebruikt is, dan valt die vorm weer terug, gaat weer in nevel op en dat noemt men dan een schil.

Ik heb dus geprobeerd u duidelijk te maken, dat het een tijdelijk verschijnsel is, die schil, waarbij de werveling in stand wordt gehouden door de gedachten. Zolang er een nieuwe impuls is, blijft die werveling in stand.

  • Wat gebeurt er als een ruimtevaarder van de aarde buiten de afweerschillen komt die de aarde om zich heen heeft, om ongewenste straling tegen te gaan?

Dat is voor een groot gedeelte natuurlijk afhankelijk van het ruimtevaartuig waarin hij zich bevindt. Dat heeft een eigen massa, vermoedelijk ook een eigen wenteling en bevat verder materie, die tot op zekere hoogte ook een afweer kan betekenen. Maar aannemende dat er sterke stralingen optreden en vibraties, dan kunnen o.m. de volgende verschijnselen optreden. En nu is dit, wat de mens betreft, zeer speculatief gedacht. Dat moet u mij toegeven, want de mens komt nog niet zo ver. In de eerste plaats stel ik mij voor dat er bij hem bepaalde psychische afwijkingen ontstaan, waarbij zijn tijdszin, zijn realiteitszin plus zijn herinneringsvermogen a.h.w. door elkaar gaan lopen. Er is voor hem geen zuivere chronologische volgorde meer, oriëntatie wordt zeer moeilijk. Een tweede verschijnsel wat kan optreden, is een aantasting van bepaalde kerndelen van het lichaam. En dan denk ik hier niet alleen aan het in het lichaam aanwezige plasma, dat ten dele dus ook astraal is, al komt er in het protoplasma een bepaalde, meest stoffelijke vorm voor, beter gezegd bindingsvorm. Deze zal langzamerhand gaan vervallen. Het zou dus voor kunnen komen, dat bij een lange ruimtereis, waar men niet in staat is om tegenmaatregelen te nemen, dat het lichaam ontzield wordt, eenvoudig door gebrek aan binding tussen geest en stof. Het is dan een soort idioot die overblijft, die niet meer redelijk kan handelen en die alleen maar dierlijke impulsen heeft. De voortplanting zou daarbij eveneens in gevaar kunnen komen. Bij kortere ogenblikken vertoeven in de ruimte bestaat, althans theoretisch, de mogelijkheid dat de kinderen, die worden voortgebracht, niet volledig normaal zijn, bepaalde organische karakterafwijkingen zullen vertonen. Er zijn natuurlijk nog veel meer van die punten, waarvan ik aanneem dat ze in de eerste dagen van de ruimtevaart zeer zeker van belang zullen zijn.

  • Van welke factoren hangt het af, of een planeet al of niet bezield wordt? Zij kan het astrale, die fijne stof, meekrijgen of niet. Waar hangt dat nu van af?

Het is zo, wanneer een sterk stralende massa wordt gevormd (een planeet is dit in principe ook wel, maar vooral een ster), dat er dan een ogenblik kan zijn dat er een zeer snelle reactie plaatsvindt, waarbij niet alleen een zeer hoge en harde straling ontstaat (denkt u eens aan een nova van een ster), maar waarbij bovendien een groot gedeelte ook van die fijnere materie wordt weggeslingerd. Wanneer een restant van een dergelijke ster wordt ingevangen door een andere ster, dan kan het als planeet gaan fungeren, maar dan is het niet bezield, het heeft nl. niet voldoende van deze astrale materie met zich.

Wanneer we gaan kijken bij de vorming van planeten, dan kunnen we stellen, dat ze praktisch alle een bezielingsmogelijkheid hebben, maar dat in de meeste gevallen de middelste planeten de sterkste bezielingsmogelijkheid hebben in het begin. Zij zullen ook over het algemeen de sterkste persoonlijkheid kunnen ontwikkelen. De planeten, die dichter bij een bepaalde ster blijven, zullen zich kunnen voeden met de invloed van die ster, maar blijven daaraan sterker gebonden en de daar optredende persoonlijkheid is dan over het algemeen ook wat minder sterk.

Ik mag er ook bijvoegen, dat leven kan geboren worden, ja, niet leven, zoals u dat allemaal kent, maar leven als zijnde een bewustzijn ergens in een willekeurige belichamingsvorm of dat nu een kristal is of een plant of wat anders, die kan overal voorkomen, maar is altijd aangepast aan omstandigheden en is op de wisselings- en bezielingsprocessen, die op die planeet regeren, vooral in een atmosfeer, volledig ingesteld.

We zijn bijna in de ruimtevaart terechtgekomen, maar ja, dat hoort toch ook onder de natuurverschijnselen. Ik zou zo kunnen zeggen, dat wanneer er een ruimtevaarder van een andere planeet in de buurt was, toen Titof daar om de aarde heen zweefde, die eens achter zijn oor heeft gekrabd, als hij het had, en gezegd heeft: Jongen, jongen, kijk daar een eigenaardig natuurverschijnsel aankomen.

  • Kunt u voorbeelden noemen van bezielde en onbezielde planeten?

Erg moeilijk, omdat u alleen uw eigen planetenstelsel kent, en alle planeten die hier zijn, typisch genoeg, in zekere mate zelfs de maan (ofschoon het hoofdzakelijk de zon is, die hier bezielend optreedt) bezield zijn. Maar er zijn inderdaad toch wel planeten die u kent, nl. een aantal zgn. vallende sterren, asteroïden heten ze, geloof ik. Dat zijn brokstukken van een planeet, die eens bezield was. Op zichzelf zijn ze bezield, omdat ze nu eenmaal ook een omloop rond de zon hebben. Ze zijn bezield geweest, zijn planeet geweest, maar die bezielende kracht is weg. Wat overbleef, is de materie.
Misschien is dat het beste voorbeeld, wat ik u kan geven.

  • Gaat zo’n planeetgeest weg, omdat de evolutie op zijn planeet afgelopen is, klaar is?

De mogelijkheid bestaat, maar dat zou inhouden dat de planeet zelf alle leven verloren zou hebben. Zolang er nog een levensmogelijkheid bestaat op een planeet, kunt u zeker zijn dat ze ook bezield is, om de doodeenvoudige reden, dat voor alle leven deze bepaalde astrale kracht als binding noodzakelijk is. En op een planeet die deze niet bezit en niet zeer dicht in de buurt van een zon zwerft, een vorm hoger dan een zeer lage (ik heb hiervoor genomen algen of rendiermos) niet mogelijk is. Zodra er een hogere vorm van leven is, kunt u zeker zijn dat de planeet inderdaad bezield is, vooral, wanneer zij zich op groter afstand van haar eigen zon bevindt.

Om u een voorbeeld te geven: als hier geen bezieling van planeten had plaats gehad, dan zouden Mercurius en misschien nog Venus nog enigszins beïnvloed kunnen worden door de zon en zouden daardoor lagere levensvormen daar uiteindelijk kunnen bestaan, maar ze zouden op de aarde waarschijnlijk niet, en verder naar buiten toe zeker niet, voorkomen.

  • U hebt het ook gehad over het verschijnsel van het vuur. De daar wonende moleculen gaan sneller bewegen, maar kunt u dan ook zeggen of het absolute nulpunt op aarde bereikt kan worden. Zo ja, waarom, zo niet, waarom niet?

Een absoluut nulpunt, zoals men dat op aarde aanneemt, bestaat niet en wel om de doodeenvoudige reden, dat men op aarde aanneemt dat in de ruimte een permanent lage atmosfeer is, die, als ik mij niet vergis, is gefixeerd op 273° onder nul. In die ledige ruimte treden echter stralingen op. D.w.z. zodra zich iets erin bevindt, zijn er temperatuurverschillen en temperatuurwisselingen en dat brengt met zich mee, dat een absoluut nulpunt in feite niet bestaat, dat er alleen een punt bestaat van niet aanwezig zijn van moleculen of straling. Dat is rust, maar dat is niet meer meetbaar.

Op aarde lijkt mij het absolute nulpunt uiteindelijk misschien wel realiseerbaar, mits men zou kunnen werken onder sterke afkoeling bij hoge druk, plus onttrekking van zwaartekracht, dus vermindering van zwaartekrachtsverhouding. Het moet dan wel mogelijk zijn, om dit door de mens gefixeerde nulpunt inderdaad te realiseren. Zolang men niet in staat is om de zwaartekracht daarbij voldoende te verminderen tot minstens een half, neem ik echter aan, dat men altijd enkele tienden van graden zal tekort schieten.

  • Zou het ook niet bereikt kunnen worden door sterke magneten die aardmagnetisme opzuigen.

Dat is inderdaad mogelijk, wanneer op de juiste wijze, dus onder en rond de plaats van koeling, deze magneten zijn aangebracht en geen sterke magnetische effecten daarvan toch weer een verbinding naar buiten toe kunnen vormen. Het zou misschien bereikbaar zijn met elektromagneten van grote kracht. Dan lijkt het mij mogelijk, ook op deze wijze tot dat resultaat te komen. Maar dan is er door dit magnetisme toch in feite een opheffing of een vermindering van de aardzwaartekrachtwerking opgetreden en meen ik dus wel, dat dit inbegrepen was in mijn antwoord.

  • Kunt u mij ook zeggen, of de door u genoemde bezielingstrilling bv. hetzelfde karakter hebben en eventueel als ze hetzelfde karakter hebben, dicht bij de gammastraling liggen dat op aarde meetbaar is, wat het hoogste trillingsgetal is. En kunnen deze trillingen dan, als ze dichtbij de gammastraling liggen, geen desastreus effect hebben bv. op de plantengroei, waar de gammastraling die ook heeft?

Ja, de levenstrilling is geen directe straling. Zij kan het best worden vergeleken met een zeer snel, met hoge frequentie fluctuerend veld. Maar wanneer we ze moeten omrekenen, wat misschien mogelijk is in stralingshardheid van een deel dat door deze trilling versneld zou worden, dan kom ik inderdaad iets boven de gammastraling uit. Vandaar ook dat de gammastraling en de iets daarboven liggende stralingen binnenkort wel, naar ik aanneem, op aarde zullen kunnen gemeten worden. Men heeft er althans de middelen voor en dat men daarmede dan leven kan wekken van lagere orde op bepaalde oplossingen. Het is dus mogelijk half-eiwitten en eiwitten zo kunstmatig te vervaardigen. Ik neem aan, men heeft toch wetractons en cylotrons en weet ik wat nog meer, dat men op den duur een dergelijke straling zou kunnen produceren en dus een primitief leven tot stand brengen. Of men echter in staat zou zijn om meer gecompliceerde organismen te doen leven en groeien, bv. door celdeling te voorkomen, dat lijkt mij een vraag.

  • Dit heeft dus beslist geen vernietigende uitwerking op eicellen e.d.?

Wanneer u onderworpen wordt aan gammastralen heeft dat niet alleen op de eicellen uitwerking, maar ook op het geheel. Dat houdt u niet lang vol. U krijgt in feite een verwildering van een groot aantal cellen, een soort kanker, maar u krijgt op den duur ook een bloedontbinding en tegelijkertijd gaat het beendermerg vervallen en produceert ook niet neer. Dus dan bent u er geweest, zoals dat heet bij u, bij ons zeggen we: u bent gekomen. In dit opzicht is die gammastraling, en ook elke straling die daar boven ligt, vernietigend. Maar het veld op zichzelf daarentegen is voor de mens noodzakelijk. Dat is weer het eigenaardige en wel omdat juist die kleine stroom, bv. de impulswisseling tussen neuronen alleen binnen dit veld mogelijk is.

Om nu een heel eenvoudig iets te noemen is een celvernieuwing en celopbouw alleen binnen dit veld praktisch mogelijk, terwijl verder ook vooral het denken binnen dit veld voldoende goed mogelijk is, in materiële vorm en zonder dit veld alleen in een vorm, die ik u niet kan omschrijven, omdat ze onstoffelijk is. Nu merk je bij vele mensen toch weinig van dit veld wat het denken betreft, maar daar behoeven we ons niet om te bekommeren, dat is eerder een kwestie van traagheid dan van werkelijk onvermogen.

  • Het is mij niet duidelijk, waarom invloeden van stralingen zich uiten moeten in geesten, zoals bos- en watergeesten.

Dus we kunnen eigenlijk niet begrijpen waarom een mens graag een huis heeft, een auto en een koelkast, want zonder dat kan u ook leven, m.a.w. de rijkheid van mogelijkheden, die in een contact met de materie en een verwerven van bepaalde levensenergieën verbonden is, is voor iemand, die zich in het astrale uit, een soort weelde. Het is aantrekkelijk. Vandaar dat, wanneer ik u even mag herinneren aan de oude magie, men bepaalde demonen had, die alleen maar reageerden op mensen- en dierenoffers, zoals bv. sommige van de Baäl en dat was alleen, omdat op deze wijze een soort geestelijke luxe ontstond in een astrale bevoertuiging en daarvoor zelfs een tegenprestatie werd geleverd.

Vandaar ook, dat u in de demonologie heel vaak hoort over het zgn. mensenoffer bij de zwarte mis. Dat berust ook weer op hetzelfde. Het slachten van dieren in magische diagrammen berust op hetzelfde en het is niet zo dwaas als menigeen denkt. Alleen is het erg gevaarlijk. Wanneer ik u een raad mag geven: eet liever uw kippetje op wanneer u het slachten wilt, dan het te gebruiken voor een bloedoffer. U weet nooit wat er van komt.

  • Hoe is bv. de werking in Lourdes, waar de één krachten trekt en de ander niet. Hoe is de merkwaardige werking van H. Antonius van Padua?

Ik zou Antonius niet graag in Lourdes zetten. Dat zou concurrentie worden vrees ik.

Laten we daarom Lourdes eerst nemen. In Lourdes gebeurt dit: er is een zeer grote spanning en een zeer intens geloof, een zeer intense hoop bij zeer velen. Dit vormt, alleen reeds door de menselijke gedachten, een soort wolk van energie en van kracht boven deze mensen. Wanneer die wolk sterk genoeg is, dan kunnen we haar vergelijken met een onweerswolk. Ze zoekt het meest negatieve punt dat er bestaat op dat ogenblik, slaat daar in, maar geeft daardoor aan dit lichaam plotseling zoveel additionele levenskracht, dat bepaalde processen zich in een ongelooflijk snel tempo kunnen gaan voltrekken. Dan kan bv. zelfs cellenbouw optreden in de beenderweefsels, iets wat zeer zeldzaam is. En kan dus, zij het dat het in het begin wat zwak blijft, bv. verlenging van enkele centimeters van een been worden vastgesteld. Er is ook een dergelijk geval inderdaad geregistreerd.

Daarnaast is er een voortdurend geloof en een voortdurende eredienst, d.w.z. dat de hele atmosfeer bij benadering a.h.w. geladen en bezield blijft. Hier hebt u al een reden voor de genezingen die daar plaatsvinden. Soortgelijke genezingen kunnen ook worden tot stand gebracht door zgn. “spiritual healers”, gebedsgenezers, enz, zodat het dus niet alleen een verschijnsel is in bedevaartsoorden. Het is iets wat overal kan plaatsvinden, waar deze spanningen, dit geloof of deze verwachtingen in voldoende mate aanwezig zijn en een voldoende scherp brandpunt kunnen vinden.

  • U zegt: zij zoeken het meest negatieve punt op. Wat bedoelt u daarmee?

Het punt waar de minst positieve kracht op dat ogenblik van uitgaat en dat niet afgesloten is voor de inwerking van krachten door in eigen denken ingehuld te zitten, dus wat openstaat.

  • Dus dat is in de meeste gevallen tamelijk wel niet-intellectueel?

Mag ik u hier even corrigeren. In vele gevallen is een intellectueel iemand, bij wie de rede het gevoel zover verdrongen heeft dat hij ternauwernood menselijk is. M.a.w. een intellectueel maakt zoveel voorbehoud en blijkt over het algemeen zo kritisch, dat hij afgesloten is voor een inwerking van dergelijke krachten, waarvoor een eenvoudiger mens openstaat. In vele gevallen zullen het inderdaad eenvoudigen van harte zijn of wel wanhopigen. Hier valt het intellect weg en komt in de plaats een zekere gevoelssfeer.

En wat betreft de H. Antonius. Kijk eens, dat is een zekere vorm van suggestie, waarbij je je zelf suggereert, dat een zeker weten op je afkomt, een weten, dat je echter in je onderbewustzijn reeds bezit. M.a.w. door de suggestie van het gebed wordt de mens zich bewust van iets wat hij vergeten was. Omdat hij zich dit niet als herinnering realiseert, maar eerder zich automatisch naar de juiste plaatsen gaat wenden, neemt hij aan dat het iets wonderdadigs is. Dat wil helemaal niet zeggen, dat er niet ergens een H. Antonius is, die u misschien iets kan laten vinden, wat u niet verloren hebt. Maar ik wil alleen maar opmerken, dat deze werkingen zelden of nooit voorkomen, dat er in 9 van de 10 gevallen sprake is van een suggestie, waardoor het onderbewustzijn gemakkelijker het waakbewustzijn overvleugelt in een bepaalde richting.

  • Het is wel opmerkelijk dat het bij mensen die er helemaal niet in geloven, die het eigenlijk belachelijk vinden en zeggen: nu ja, gut je kan het wel eens proberen, toch zo dikwijls lukt.

Het geloof doet hier natuurlijk weinig ter zake. Het is de instelling van de persoonlijkheid, die hierdoor bereikt wordt, het wegvallen van het krampachtig zelf zoeken, dat in vele gevallen de herinnering, waar men het verloren heeft, juist wegneemt. Dat kunt u in de psychologie verder uitgewerkt vinden.

  • Zijn de verschillende ontstane vormen een kwestie van afstoting, aantrekking op hoger gebied harmonie en disharmonie en op elk ander gebied liefde en haat?

Vorming van bepaalde voertuigen en lichamen, astraal zowel als stoffelijk, is in de eerste plaats behoefte-element. In elk wezen dat denkt, is een behoefte tot zelfexpressie, die gezocht wordt in een vorm. Eerst wanneer deze vorm voor dat “ik” enigermate behaaglijk en voldoende is, althans waarde bezit, die dat “ik” niet graag prijsgeeft, komt het spel van aantrekking en afstoting, van liefde en haat naar voren. U kunt wel begrijpen, dat haat is een zich bedreigd voelen, liefde een zich sterk voelen. Dat klinkt misschien erg simplistisch, maar dat is het niet.

Alles wat men lief heeft, neemt men in zich op. Daardoor weet men zich gesteund en gedragen. Daar voelt men zich zo ver één dat men zelf daarin, al is het maar ten dele, voortleeft. Alles wat u haat, is wat u, omdat het uw persoonlijkheidsuiting schijnt te bedreigen, tracht te vernietigen. Dit is aantrekking en afstoting of, zo u wilt, liefde en haat, dat komt op hetzelfde neer. Wanneer we eenmaal zo ver zijn, dat een genius voldoende ontwikkeld is en bewustzijn krijgt, dan krijgen we de bevruchtingsdaad, die weer een kwestie van zelfbescherming is. Want door zichzelf voort te planten, voelt men zich sterker en schijnt men zijn eigen wezen a.h.w. in de tijd verder vooruit te schuiven. Dat dit een illusie is, maakt hier weinig uit, het is een natuurlijke suggestie, die we bij het dier, zowel als bij de mens vinden.

  • Is een hoog geëvolueerde geest te allen tijde in staat genezingen of harmonie te verwezenlijken of kan dat alleen als alle kosmische krachten meewerken?

Ja, dat is een vraag die erg bedenkelijk is. Het doet me  haast denken aan de vraag: Sla je je vrouw altijd, ja of neen?
Kijk eens, harmonie wekken, kan nimmer een kwestie zijn van dwang. Onderwerping is mogelijk, harmonie echter kan alleen vrijwillig aanvaard worden. Dat betekent dat alle kosmische werkingen bij elkaar nog niet in staat zijn om alle dingen te genezen, om in alle dingen harmonie te brengen. Waar datgene, waarin de harmonie moet worden tot stand gebracht, eerst deel moet zijn van het geheel, voor de werking van buitenaf daarin kan doordingen.

  • Wanneer men zich niet behaaglijk voelende in de progressiviteit, in de geschiedenis vlucht door het lezen van geschiedkundige boeken en zo en het niet-lezen van dingen die in de tegenwoordige tijd gebeuren, wekt men daarmee ook spanningen op? Of is dit ongevaarlijk?

Nu, het kan heel gevaarlijk zijn, omdat de mens, die zich in het verleden verdiept, zich ervan bewust is dat dit geen verhaal alleen is. Het is werkelijk geweest en al het vervelende dat schrijven we niet meer. De kwestie is van hoeveel duizend mensen er verhongerd zijn in het jaar van de slag van Nieuwpoort of aan ziekte omgekomen, dat gaat geen mens aan, maar dat die slag gewonnen werd, is belangrijk. Begrijpt u? En daardoor gaat men zich een vals beeld maken van de wereld in het verleden en gaat men terugverlangen naar omstandigheden en situaties, gaat men theorieën en thesen opbouwen aan de hand van deze niet feitelijke voorstelling van zaken, die in het heden erg storend kunnen zijn en toenemend conflict kunnen brengen met uw medemensen en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Maar wanneer u gewoonlijk in de geschiedenis terugvlucht, zoals een ander in, noem eens wat, Flash Gordon, Paul Vlaanderen, de Schaduw e.d., dat kan niet schaden, evenmin als wanneer u graag een historische roman leest. Maar gaat u vooral niet proberen uw wereld van heden te vergelijken met wat u zich nog herinnert over hetgeen vroeger was. Als ik er u op mag wijzen, de geschiedenis, vooral de Vaderlandse geschiedenis, is over het algemeen een propaganda voor dat wat men in het verleden eigenlijk ook verkeerd heeft gedaan.

  • Ik wilde nog iets vragen over die gordels, die dus rond de aarde liggen: de stralingsgordel die nu gesignaleerd zijn door een kunstmaan, bv. die Van Allen-gordels. Hebben die iets te maken met die afweergordels die om de aarde liggen?

Ja, ze zijn een begeleidingsverschijnsel ervan. De gordels zelf worden natuurlijk niet geregistreerd op het ogenblik nog, daar heeft men de instrumenten niet voor. Maar de situatie die daardoor ontstaat, dus een binnen een beperkte ruimte aanwezig zijn van ongewoon vele en vaak ongewoon harde stralen, dat kan men wel meten.

image_pdf