Niets, het Onbekende in uzelf

15 maart 1986

Denk a.u.b. zelf na, want wij zijn niet alwetend of onfeilbaar en het is dus wel beter als u uw eigen hersens gebruikt. U hebt geen onderwerp? U wilde dus spreken over het niets. Ook dat kan. Want uiteindelijk, wat is het niets?

Het niets is het onkenbare dat het kenbare omgeeft. Het is het niet-gekende dat we niet kunnen inpassen in onze gekende wereld en dat we desondanks proberen om aan te duiden als een schijnbare leegte. En zo bekeken, vrienden, en dat is niet slecht bedoeld, hebt u ook niets in u. Want er bestaat iets in u dat u niet kent, waarvan u niet weet wat het is en waarover u wel speculeert: mijn ziel, mijn geest. Maar als het erop aan komt, dan moet u gewoon zeggen: het is niets, het is er niet. Redelijk gezien bestaat het eigenlijk niet. Onredelijk gezien voel ik dat het er is maar ik weet niet wat en ik kan mezelf wel een sprookje daarover gaan vertellen, maar daarmee kom ik toch niet dichter bij de werkelijkheid. En als u dus het met mij eens bent dat dit een redelijk onderwerp kan zijn voor vanavond, dan zou ik u over dat schijnbare niets een en ander willen vertellen.

Wij denken aan onszelf als aan een persoonlijkheid, d.w.z. een omschreven wezen. Dat doet u op aarde alhoewel u deel bent van allerhande andere werelden, noem het sferen, noem het niveaus van bestaan. Ik leef in de geest en ook in mij is er beneden mij iets wat ik dus kan definiëren en omvatten: een aantal werelden. En boven mij zijn een aantal werelden die ik aan kan voelen, waarvan ik soms iets kan beleven, maar die eigenlijk voor mij niet werkelijk zijn. Zouden we dan misschien kunnen zeggen dat het niets de werkelijkheid is waarin iets een tijdelijk kenbaar geworden punt is? Een leuke gedachte. Wat ik precies bedoel? Dat is eigenlijk heel simpel. Elektriciteit kun je niet zien. Ze is er wel. Je kunt de werkingen zien van elektriciteit maar als u zou moeten kijken dan zou u moeten zeggen: Het is er wel, maar het is eigenlijk niets. Zo is er in uzelf een krachtbron. Je kunt ze niet zien, een enkele keer ervaar je er iets van, maar wat die eigenlijk is, wat die precies uithaalt en wat er voor mogelijkheden in steken, u weet het eenvoudig niet. En dat is nu de kern van het niets in de mens.

In u is een kracht. Maar die kracht die kan alleen maar werken wanneer u haar niet bindt aan allerhande vormvoorstellingen. Ze is namelijk niet geestelijk of stoffelijk, ze is kosmisch. Elke voorstelling die je erbij gebruikt die neemt al een deel van die kracht weg. Zoals licht steeds vager wordt naarmate je er meer gordijnen voorschuift. Op deze manier hebben we eigenlijk maar een heel klein gedeelte van onze werkelijke kracht ter beschikking. Maar ze bestaat wel.

Wanneer je nu even helemaal niet denkt, gewoon je bewust wordt dat er ergens iets is, onomschrijfbaar, onkenbaar, maar toch deel van jezelf, dan zou het misschien gemakkelijker zijn om iets te doen met het niets, want dan gaat de kracht werken en drukt je wezen uit. De mensen denken altijd: 0 die kracht, die ga ik gebruiken. Ik ga genezen. Ik ga mijn vijand eens een loer draaien. Maar eigenlijk kan die kracht alleen maar werken volgens datgene wat u zelf bent, dus gewoon de kern van uw eigen wezen. Op het ogenblik dat u ontspannen bent, dan zal alles wat in u bestaat, ook aan behoefte om een ander te helpen, ook, aan behoefte om laten we zeggen uzelf te beschermen. Het zal een rol spelen. En dan komt die kracht naar buiten en eigenlijk herarrangeert ze. Ze maakt de indeling van de mogelijkheden rondom u een beetje anders. En dan kunt u meer. Het is natuurlijk heel leuk om te zeggen: Ja, God zal me beschermen, maar dat zeg je toch niet op een gesloten overweg als je midden tussen de rails zit Dan ga je toch een pas opzij. Zo is het met die kracht ook. Die kracht schept mogelijkheden. Maar om die mogelijkheden te verwezenlijken moet je ook zelf actief zijn. En nu het wonderlijke. Omdat voor een mens zijn besef gelegen is in zijn eigen wereld, zal zijn eigenlijke besef, niet datgene wat erbuiten op ligt, naar buiten dringen. Dat schept dan mogelijkheden die je waar kunt maken. Het niets wordt tot iets op het ogenblik dat wij gaan uitvoeren waarin onze mogelijkheden schuilen.

Wat kun je dan verwachten? In de eerste plaats: Je beseft veel meer dan je hersens bewust opnemen. Je besef breidt zich uit, je krijgt nieuwe mogelijkheden Inspiratie zeggen de mensen dan; of misschien zelfs een visioen. In de tweede plaats: Wanneer je zo ontspannen en rustig bent dan zal elk ander ik met een gelijksoortige uitstraling u aanspreken en daarbij is afstand van weinig of geen belang. D.w.z. dat u boodschappen van anderen kunt ontvangen, zowel van uw eigen wereld als uit de geest wat dat betreft.

U kunt ook de behoefte hebben om iemand te helpen en of u nu daarvoor een recept hebt of niet, u helpt die persoon. Maar op het ogenblik dat u zich afvraagt: Moet dit of dat, of zou zus niet beter zijn dan zo, dan valt de zaak weg. En dat is het wonderlijke: De kracht in ons werkt voortdurend maar zij kan alleen voor ons uitbaar worden op het ogenblik dat we niets eerst verstandelijk afwegen.

Ja, daar kun je in de wereld natuurlijk geen gebruik van maken. Je weet: onze hele maatschappij is opgebouwd op het verstandelijk gebruik van het onverstand. Dus in uw werkelijke wereld heb je altijd wel bepaalde dingen die je doet, bijvoorbeeld een gebaar. Als ik zeg: Nu komt de kracht (wappert met de handen) dan doen die handen geen pest, ze wapperen. Maar toch is de kracht er. Waarom? Omdat ik een beroep doe op dit niet kenbare, op dit niets in u. En u, geconcentreerd hier op die handen of op wat anders, zelf als het ware die medekracht laat uitstromen. En is er dan een gemeenschappelijke intentie dan kun je daar vaak zelfs dingen mee doen. Alles wat tijdelijk uw grenzen vervaagt en u daardoor brengt tot een spontane reactie is, en dat is het wonderlijke, een uiting van uw innerlijke kracht en verwezenlijking van een mogelijkheid die daardoor in uw omgeving geschapen is.

Mensen hebben het vaak over het toeval. Ik weet niet hoe het in het taalgebruik hier is, maar men zegt tamelijk plat in het Nederlands, ik graaf het dus op uit het medium: De duivel sch…alleen op een grote hoop, daarmee aangevend dat het geluk met de rijken is. En toch is dat helemaal niet waar. Maar hier hebt u een definitie gegeven van rijkdom. Hoe komt het dat iemand rijk wordt? Hebt u daar weleens aan gedacht? En dan bedoel ik niet dat hij het geërfd heeft zoals die man die zei: Ja, ik heb van mijn vader wat geërfd en nu ben ik uiteindelijk miljonair. En toen de ander vroeg: Hoeveel heb je dan geërfd? Honderd miljoen zei hij en hij had één miljoen, dat is trouwens ook een hele prestatie, hoor.

Maar eigenlijk is het dacht ik zo: Je hebt een bepaald denkbeeld. Als dat denkbeeld bezit is, bezit, bezit en je komt tot rust en ontspanning, wat gebeurt er? Zowel de inspiratieve werking als de energie die in je schuilt richten zich op bezit. Geen wonder dat iemand die dol is op bezit steeds meer krijgt. En er zijn andere mensen die zeggen: Ik wil alleen maar geluk hebben. En het gekke is, die zitten in omstandigheden die een ander treurig noemt maar eigenlijk zijn ze elke dag nog erg gelukkig omdat ook datgene wat zij werkelijk willen zijn door het schijnbare niets zich manifesteert.

Wil je misschien een levensles? Datgene wat je werkelijk wilt, werkelijk bent, bepaalt altijd alles wat je aan mogelijkheden rond je schept. Niet wat je uiterlijk wilt, wat je je voorneemt, waar je krampachtig naar streeft heeft invloed. Alleen datgene wat je werkelijk bent.

Als je zegt tegen heel de wereld: O, ik houd zoveel van de mensen en bij jezelf zegt: Mensen, bah, ik word er soms misselijk van, die mensen zijn er en die willen zich overstemmen, dan komt de mistroostigheid toch tegemoet van buiten want dat is er toch wat in je leeft.

U bent eigenlijk veel meer dan u denkt. Gelijktijdig hebt u veel minder mogelijkheden dan u denkt en voor velen is dat laatste misschien wel een van de meest treurige dingen. Maar je hebt een bepaalde aard, je hebt een uitstraling. Door die uitstraling selecteert u wat voor u mogelijk is. Ja, u bepaalt zelfs wat u van de werkelijkheid om u heen ziet en niet ziet. Dan bent u dus wel heel erg sterk gebonden aan de inhoud van uw wezen. Ik wil niet zeggen dat het een fatum is, een onontkoombaar noodlot want eenieder kan ook innerlijk wijzer worden. Maar zolang dat je denkt dat je het goed doet, doet je het meestal verkeerd en waarom? Omdat dit denken: Ik doe het goed, het bewijs is van onzekerheid. Anders denk je niet: Ik doe het goed, dan denk je: Het gaat goed en daar zit verschil in.

Wat moet je dan eigenlijk zijn in je wereld? Je bent gebonden aan je wezen, je persoonlijkheid en je kunt jezelf de dingen niet aanpraten. Ja, uiterlijk misschien, maar heel diep binnenin niet. Praat jezelf niet aan dat je iets anders bent dan je bent. Aanvaard jezelf en probeer vrede te sluiten met wat je werkelijk bent. Dat zeg ik niet voor niets want we willen altijd anders zijn of meer dan we diep in onszelf weten wat we zijn. Dat geldt ook voor geesten. Daarom zijn er zoveel van die droomwereldjes. Die noemen ze Zomerland. Maar als je ze bekijkt dan zijn er nog meer voorstellingen dan je in een reisgids kunt vinden en in veel gevallen is het beleven ervan even treurig als van degenen die zo’n reis geboekt hebben. Het ziet er allemaal wel mooi uit, maar er mankeert iets. Wanneer we een droom waar willen hebben kunnen we niet echt leven. Wanneer we echt leven, moeten we leven vanuit onszelf maar zonder een poging om van onszelf iets meer of minder te maken dan we zijn.

En dan komen we als vanzelf terecht in de ordening van het al. Er zijn mensen die zeggen: Ja, het al, die ordening is natuurkundig. Misschien wel. Maar er zijn nog zoveel andere wetten: energetische wetten, magnetische wetten, stralingswetten, absorptiewetten. Maar nu eens heel eenvoudig zeggen: het heelal, de kosmos heeft zijn eigen kwaliteiten die omschreven kunnen worden als wetten omdat ze op zeer vele niveaus gelijktijdig van kracht zijn. Dit kun je in de natuurkunde ook weer terugvinden. Er zijn wetten die toepasselijk zijn voor bepaalde scheikundige reacties, maar die laten blijken ook voor bijvoorbeeld computertechnieken van belang te zijn en die nog laten blijken dat ze ook nog voor protonen en hun afwijkende banen en zodanige versnelling dat ze topsnelheid hebben dus aansprakelijk zijn. Een wet die een aantal gebieden betreft. Zou het dan niet reëel zijn om aan te nemen dat dezelfde wet overal geldt? Maar als die overal geldt dan geldt die ook in uzelf. U bent een soort microkosmos, geloof me, die chemische reacties buiten u en die wetmatigheden bestaan in uzelf net zo goed. Die krachtsverhoudingen die buiten u zo’n grote rol spelen bijvoorbeeld de samenhang van stroomsterkte en weerstand, uitgedrukt meestal in spanning, wet van Ohm. Maar die zijn in feite gewoon overal.

Ook in ons is er sprake van een levensstroom, levenskracht. In ons is sprake van wat men noemt de neurale spanning. In ons is er sprake van een spanning die opgewekt wordt door bepaalde spieren, waaronder het hart. We zitten ook met een wet die overal gelijk is. Waarom zouden we niet aannemen dat er een reeks kosmische regels bestaat die altijd en overal, zelfs voor de innerlijke mens, zelfs voor dat schijnbaar niets van kracht moeten zijn? Dan vinden we op deze manier een kader waarbinnen ons leven bestaat. En omdat er rond ons een ordening is, en die is er, moeten we voor onszelf ook een ordening aanvaarden.

In je uiting is de erkenning van je beperking gelijktijdig de erkenning van de regels die niet veranderen. Maar je kunt wel de werkingen veranderen. Kijk, ik had het daarnet over de wet van Ohm, een heel eenvoudig wetje. Elektriciteit. Wanneer je de spanning verhoogt en de weerstand blijft gelijk, verandert de stroomsterkte. En wanneer je dus de stroomsterkte verhoogt bij een gelijkblijvende weerstand, dan krijg je een hogere spanning. Zo eenvoudig is het.

Wij hebben een aantal vaste waarden maar we kunnen de onderlinge samenhang beïnvloeden. Onze vrije wil is ons vermogen om de in ons vastgelegde kwaliteiten zodanig onderling te manipuleren dat daardoor de resultaten naar voren komen die wij wensen. Maar wat wij niet kunnen doen is datgene wat gefixeerd is, de weerstand a.h.w. in waarde veranderen. De weerstand, dat is het geheel van ons wezen.

Als ik zeg: Ik heb bepaalde kwaliteiten, niet als vaste waarden of idealen, maar gewoon dit ben ik en daardoor kan ik werken, wat gebeurt er dan. Misschien kunnen we er toch iets van maken, wanneer u de passiviteit die toch al bestaat ongeacht uw aandacht, nog even uit wilt breiden door helemaal niet over uzelf na te denken. Er is een waarheid. Deze waarheid is beleefbaar. U ziet, voelt, hoort deze waarheid op het ogenblik dat u absoluut ontspannen bent, dat u helemaal passief bent. En nu ben ik toevallig iemand die geestelijke mogelijkheden heeft, daarnaast een lichaam geleend heeft dat op de stembanden na toch nog redelijk bruikbaar is. Nu ga ik, in de hoop dat u die ontspanning op kunt brengen, kijken wat ik kan doen. Voor mij is licht, kracht, ja waarheid eigenlijk allemaal hetzelfde. Het is een soort harmonie. Harmonie omvat alle dingen. Harmonie bestaat in je lichaam wanneer je vrede in jezelf hebt. Harmonie straalt uit je wezen uit en verenigt zich met alle andere harmonische waarden.

Er is één kracht, één werkelijkheid. Die werkelijkheid proberen we vast te leggen en omdat ik het kunstje ken en u waarschijnlijk nog niet, u moet eerst doodgaan, zal ik proberen dat kunstje uit te halen. Let wel: Het kan niets doen wat niet in uw diepste ik bestaat. Maar verder kunnen we toch heel veel, dacht ik. We nemen licht, kracht, de eenheid van alle dingen. Alles vloeit samen. Voor een ogenblik zijn alle grenzen vervaagd. Wij zijn deel van een eeuwige, alomvattende kracht. Wij zijn die kracht ook zelf. Wij zijn deel van een alomvattende waarheid die ook in ons werkelijke betekenis heeft. Wij zijn deel van vrede, harmonie en wij laten die doordringen in het geheel van wat wij zijn en denken te zijn. Want wij zijn in harmonie met het al-zijnde. Laat alles in ons zijn juiste plaats en functie nemen. Laat alles rond ons zijn juiste plaats en functie vinden. Laat de kracht uitgaan naar al datgene wat voor ons behoort tot geluk en vrede. Laat voor ons herschapen worden voor één ogenblik de eenheid die we zo vaak vergeten. Eén in kracht, één in licht, één in de harmonie die alle dingen brengt tot hun eigen wezen en aard en eenheid met alle dingen.

En daarmee hebben we dan dat oefeningetje gedaan en ik kan u niet precies vertellen wat er allemaal gebeurd is. Maar het vreemde is: er zijn bepaalde dingen gebeurd. Ik kan een stralenbundel van hieruit zien gaan naar elders, niet ver uit de buurt. Ik heb mensen gezien waarbij lichamelijk zich kleine veranderingen aan het voltrekken moeten zijn. Ik heb ook mensen gezien die ergens in zich de oplossing dragen van een probleem dat ze voor het ogenblik vergeten hadden en ik weet dat die oplossing naar buiten kan komen. Wij hebben gewoon even waar gemaakt wat er in u schuilt, zeg maar de mogelijkheden die geestelijk in de mens bestaan, als u het zo wilt. Wij hebben dat gedaan door manipulatie want normaal is uw wereld het belangrijkste punt. Maar uw wereld heeft voor u definitieve betekenis. Daar konden we dus niet mee werken. Maar de kracht in u of het niets, zoals ik heb gezegd in het begin, is wel degelijk van betekenis en u voelt het bestaan daarvan ergens wel aan. U weet niet wat het is. Daardoor definieert u het niet. Dat wil zeggen dat deze factor in zijn totale waarde altijd wel gelijk blijft, maar zijn werkingswaarde veranderd kan worden. Wat we hebben gedaan is via een suggestief proces en wat uitstralingen daar waar de toestand aanvaardbaar was voor dit experiment, een kleine verandering tot stand brengen.

Nu zult u zich afvragen: Heeft dat zin? Eigenlijk niet zoals wij het hier doen. 0 ja, er zijn een paar leuke resultaten te verwachten maar dat is maar een experiment. Maar ik heb geprobeerd u duidelijk te maken dat je op een bepaalde manier juist een beroep kunt doen op het niet gedefinieerde in jezelf en dat je dat verenigen kunt met abstracte begrippen en daardoor in, door en voor jezelf concrete werkingen tot stand kunt brengen.

En ik dacht dat dit, voor de meesten van u, iets zou zijn wat u toch ook zelf moet kunnen opbrengen. Onthoud één ding: Het lichaam op zichzelf, met al wat eraan vastzit, heeft in dit verband weinig betekenis. Het gaat doodgewoon, om een innerlijke waarde. Zeg maar om iets wat je vaag voelt en waar je eigenlijk nog geeneens raad mee weet.

Degenen onder u die dit experiment gevolgd hebben en daarbij wat trekkingen hebben gevoeld en dit een ogenblik iets vreemds vonden in zichzelf, die kunnen daarvan gebruik maken. Die kunnen proberen om die toestand weer op te roepen. U hebt dan de mogelijkheid om, zonder de aantasting van de kosmische wetmatigheden zoals die ook in uw eigen wezen werken en vastgelegd zijn, de onderlinge waarderingen te verschuiven. Maar denk dan niet aan concrete dingen. Zeg dan niet: Ik wil deze mens genezen of ik wil hebben dat dit… of ik wil dat tenietdoen. Ik weet dat het verleidelijk is, maar in dit verband beperkt het je mogelijkheden. De voorstelling fixeert a.h.w. de kracht zodanig dat ze grotendeels in haar plaats treedt. Dat moet je dus niet doen. Laat het vaag zijn. Neem abstracties, neem liefde, neem vreugde, neem gezondheid of rechtvaardigheid, allemaal dingen waar je op aarde altijd over spreekt zonder dat het werkelijk bestaat: Met die abstractie leeft u in een niet omschreven denkbeeld en binnen dat denkbeeld kan de kracht wel werken en zichzelf blijven. En de voorstelling die we hebben veroorzaakt dan een verschuiving ten opzichte van de vaste waarden. De kracht is een variabele geworden omdat we één factor, namelijk ons besef en gevoel tijdelijk hebben gewijzigd.

En als je dan zo bezig bent dan zeggen de mensen: Ja, wat heb je eraan? Dat moet je zelf uitvinden. U kunt uzelf nooit maken tot wat u vaak bewust wil zijn, onthoud dat. U kunt alleen juister, vollediger, harmonischer worden, ook in uw bewustzijn, wat u in wezen al bent.

En dan ben ik bang dat ik toch wat ingewikkelder moet gaan worden. Een oneindige kracht kan oneindige kracht afgeven zonder zichzelf te wijzigen. In andere woorden, oneindigheid min een stuk blijft oneindigheid, dat zal u bekend zijn. Werkelijk bewustzijn is zo alomvattend dat het zeker menselijk en vanuit geestelijke sfeer gezien oneindig is. Wij kunnen daar een deel van afnemen, het blijft oneindig. Wij hebben in wezen te maken met een bewustzijn dat alle waarden omvat. Voor ons is het natuurlijk niet mogelijk om dat volledig te verdragen, te verwerken. Maar ik mag u herinneren aan het tweede blad van de geschriften van Toth. Daarin staat letterlijk:”Hij die dit blad leest en de daarin vermelde namen uitspreekt, hij kan de wereld vernietigen of scheppen. Hij kan de zon doen opgaan of dalen. Hij kan de doden levend maken of de levenden doden.” Dat is ook een omschrijving van die kracht. En dan moeten we begrijpen dat het symbool van deze kracht oneindig heel vaak is geweest, de slang. In de gnostiek is het de slang die zichzelf opeet. In bepaalde godsdiensten is het bijvoorbeeld de slang die de aarde omringt en zo zijn er nog veel andere dingen. De slang is niet altijd het demonische serpent geweest dat oorzaak werd van het verlies van het paradijs. Dit symbool zegt: aanpassing, wijsheid, maar ook zelferkenning.

Dezen zijn oneindig. En als we het meer technisch oneindig willen gaan uitdrukken dan gebruiken we een liggende Möbius-strip. Je weet wel, zulk een liggend achtje. Waarom? Omdat er wel verschillende cycli in voorkomen, maar omdat de lijn in zichzelf ongebroken blijft. Omdat er schijnbaar gescheiden vlakken zijn die samen toch een eenheid vormen. Geest en stof zijn een eenheid. Hun scheiding bestaat uit de verschillende uitingsmogelijkheden die ze bezitten, de verschillende ervaringsmogelijkheden die daaraan inherent zijn. Maar beiden zijn oneindig. Als de geest oneindig is, is de stof het eveneens. Dat wil niet zeggen dat haar vorm gelijk hoeft te blijven maar dat haar mogelijkheid, vermogen en kwaliteit blijft bestaan. Wij kunnen daarom nooit alleen geest of alleen stof zijn, of we nu leven in de hoogste werelden van de geest of leven op aarde of misschien gebonden zijn met de natuurkrachten in de materie. Het is belangrijk dit te weten. De wetten van de materie en de wetten van de geest zijn ook twee kanten van één en dezelfde waarde.

Maar wanneer we de scheiding handhaven dan zal het vermogen van beiden niet bestaan, want geen van beiden kan zich dan van de werkelijke en totale lijn van het bestaan bewust zijn. Daarom is het belangrijk dat wij stof en geest altijd als een eenheid ervaren. Het is belangrijk dat we de wereld niet, maar onszelf zien als het belevings- en uitingsmoment waarin geest en stof tezamen een waarde vinden, tot zelfbesef komen. Niets wat een ander doet is belangrijk, wel wat u ervaart: En pas wanneer je begrijpt hoe deze belangrijkheid in wezen bestaat, zeg je het. “Omdat ik zelf de basisfactor ben van het geheel van de besefte werelden, dien ik mijzelve te beseffen om mijn werelden te kunnen begrijpen. Indien ik meester ben over mijzelf, kan ik meester worden over mijn werelden. Ik ben het bepaalde, al het andere is, zover het mij beroert en bepaalt, deel van mijzelf. Daarom mag ik niet haten of verwerpen. Wat ik haat of verwerp is een deel van mijzelf. Ik vermink mijzelf en daarmee mijn uitings- en bewustzijnsmogelijkheden. Wanneer ik de kracht niet aanvaard die de kern is van mijn wezen kan ik haar niet beleven. Ik kan de stuwkracht niet vinden die noodzakelijk is voor de werkelijke eenwording van mijn wezen in alle werelden waarin het denken bestaat, in alle facetten die eraan zijn toegekend.”

En dan kom ik tot de eindconclusie. Heb je wereld lief zoals je jezelf liefhebt, maar begrijp dat je zelf eerst waarlijk kunt liefhebben wanneer je jezelf waarlijk kent en begrijpt. Daarom kan alleen degene die doordringt tot de kern van zijn eigen wezen, de kosmos, de wereld, God, de naaste, waarlijk liefhebben.

Ik zeg u: Verwerp niets, maar aanvaard slechts datgene voor uzelf dat een bevestiging is van datgene wat ge in uzelf hebt leren kennen. Begrijp dat veel van hetgeen u verwerpt, een verwerpen is van iets wat u in uzelf vreest. Vrees niets wat in uzelf bestaat en u zult uw wereld niet vrezen.

En ten laatste: Oneindigheid is ons symbool. Oneindig in alle facetten van ons bestaan. Onverschillig of ze geuit of niet geuit zijn. Daarom behoeven we niet te vrezen voor ondergang, voor dood of voor geboorte want we zijn en blijven onszelf en daar waar wij onszelf aanvaarden is met ons de kracht die ons steeds verder voert tot de erkenning van ons wezen, tot de uiting van al datgene wat in ons leeft en het waarlijk tot stand brengen van een harmonie die in de wetmatigheden van de kosmos gelijktijdig de gehele kosmos omvatten kan.