Niets

19 februari 1980

Omdat u geen onderwerp suggereert, spreken we vandaag dus over het niets. Kijk, dit is eigenlijk een moeilijke zaak want niets is iets dat iets is omdat er niets is. Want als er niet niets zou zijn, zou niets geen iets zijn, het zou niet bestaan. Maar als er iets is, is er ook een niets als tegenstelling tot het iets en wanneer u dat goed uitwerkt dan komt u tot de conclusie dat het niets alleen dan kan bestaan wanneer er iets is, terwijl het iets zonder niets niet aanwezig zou kunnen zijn.

Wanneer we praten over niets, dan doen we eigenlijk hetzelfde als de meeste mensen doen. De meeste mensen zeggen namelijk heel veel over niets omdat ze niet weten wat ze zouden moeten zeggen over iets dat de moeite waard is, en dat kun je dan weer gaan onderverdelen.

Kijk, er zijn mensen die zeggen niets over hun werkelijke toestand omdat ze hopen dat een ander er niet achter komt. Daardoor zeggen ze niets, terwijl ze beter iets zouden zeggen want u bent iets. Iemand ook, maar iemand is iets, maar niet elk iets is iemand.

Dus, realiseer u het: u bent iemand, u bent iets. Wat u bent dat weet u alleen vanbinnen. Aan de buitenkant kun je het niet vinden. Wanneer u in uzelf zoekt wat u werkelijk bent, wat u werkelijk wilt, dan komt u tot de conclusie dat er in u een heel andere wereld bestaat dan buiten u. En dan komt de grote klapper. Kijk, die wereld rondom u is niets, wanneer u, met datgene wat in u bestaat, daaraan zelf geen vorm kunt geven.

De wereld die wij opbouwen is een wereld die driekwart uit illusies bestaat. Er zijn allerhande illusies: u hebt een illusie die heet economie, er is een die heet sociologie, er is er een die heet theologie, daarna volgt nog politiek, dat is een hele superillusie, die heeft vijf dubbele bodems tegelijk. Dus, alles bij elkaar bezien kunnen we met die uiterlijkheden van de wereld maar heel weinig aanvangen, we kunnen er niets mee beginnen. Wat blijft over? Wat we zelf zijn. “Dat ben ik”. Over het algemeen een serie gevoelens en een paar dromen. En wanneer je daar doorheen begint te prikken, dan klappen ze als luchtballonnetjes, want een mens die werkelijk zijn eigen wezen ontleedt tot de kern, die ontdekt dat hij helemaal niet wil wat hij zegt te willen, dat hij integendeel door het onbehagen wordt gestimuleerd om iets waar te maken, om iets te begeren. En dan komt de eenzaamheid

Dat is bij inwijding ook zo. U weet misschien wat inwijdingen zijn? Inwijdingen zijn instellingen die mensen hebben bedacht om aan te geven dat je meer kunt worden dan een ander terwijl dit in wezen betekent dat je meer deel wordt van alle anderen, en dat is heel iets anders.

Wie probeert door de illusie heen te gaan die staat heel erg alleen. Eenzaamheid, niet alleen omdat het een eenzaamheid is die ontstaat omdat niets meer zin heeft op de wereld, maar een eenzaamheid omdat je nergens meer smaak aan hebt. Je ziet de dingen aan je voorbijgaan en ze beroeren je niet. Je voelt dat je emotioneel zou moeten worden en je emoties blijven rustig. Je ziet problemen en je zou erover moeten denken, maar ze zeggen je niets meer.

Deze eerste fase van verstilling is eigenlijk de fase zou ik zeggen waarin de mens bereid moet worden gemaakt, door zichzelf, tot die inwijding. Want, zoeken naar de kern van je wezen dat is altijd iets dat uit een zekere onlust geboren wordt. Je kan nu wel vertellen dat je het doet voor de Heer, voor Maria, voor wie dan ook. Je kunt vertellen dat je het doet omdat je de 77 trappen wilt bestijgen, maar neem me het niet kwalijk, tegenwoordig hebben ze er minder 33,  36 zoiets. Maar ja, welke trap je ook opklautert, waar kom je terecht?

Hoe hoger je komt, hoe meer alleen je staat, en als je het hoogste bereikt hebt ben je zo eenzaam dat je eerst de illusie van het stijgen moet doorbreken voor je de werkelijkheid ziet en dan sta je op de grond.

Dus inwijding dat is gewoon doorbreken totdat je voelt hoezeer je verbonden bent met alles wat er is en dat is nu een gek antwoord natuurlijk op de vragen waar de mensen altijd mee zitten.

De mensen zeggen dan wel niets, u zegt ook niets, u zit lekker te kijken, dat komt ervan. Wat ervan komt? Een poging tot logica misschien, maar dan wel in de metafysica. In ieder geval, waarom zouden we niet logisch zijn? Wanneer wij met die hele wereld geen vrede kunnen vinden, wanneer we alleen in onszelf een aantal beelden hebben die ontleed, eveneens wijzen op een onlust, moeten we verder gaan totdat we op een punt komen waarbij we wel bewust deel kunnen zijn van alles wat bestaat zonder dat we door angsten en begeerten en weet ik wat nog meer, worden opgejaagd in een bepaalde richting. Dus kernesoterie zou je kunnen zeggen.

Je zou kunnen zeggen: het is een poging om het Nirwana te bereiken, maar ja. Nirwana is voor de meeste mensen, – het spijt mij dat ik het moet zeggen, – vooral de tweede lettergreep: waan. Kijk nu eens goed na. Niet een absolute rust, nee die hebben we niet nodig, maar een verbreking van isolement. Nu denkt u, ja, maar ik ben niet geïsoleerd. Ik heb man, vrouw, kinderen, ooms, neven, tantes, vader, moeder, zusters en nog een hele hoop andere vrienden, dat kun je pas merken als je arm wordt, dan weet je wie je werkelijke vrienden zijn, en ik ben dus niet alleen.

Wanneer die kinderen hun eigen weg gaan, sta je toch alleen. Wanneer de man of de vrouw overgaat of overblijft, sta je alleen. Je blijft eenzaam of je ’t gelooft of niet. Pas op het ogenblik dat je komt tot een gevoel voor het geheel ben je niet eenzaam. Niet omdat het andere jou erkent, want dat is voor ons vaak het gevoel van eenzaamheid doorbreken, erkend worden, maar omdat wij het andere kennen, dat we het beseffen zoals het is, ermee leven zoals het is. En als je dat doet, dan ben je eigenlijk ingewijd. Het zit ook in het woord ingebouwd.

In het begin denk je aan ingewijd, ingesnoerd. Maar als je werkelijk ingewijd wordt, dan valt de ‘in’ weg, dan wordt de wereld wijd. En hoe wijder die wereld, hoe ingewijder u misschien in de ogen van anderen bent, maar hoe meer u een normaal deel wordt van het geheel van uzelf. Dat is eigenlijk de kern die achter het niets schuilt. Kijk, iets, dat is iets wat alleen aanwezig kan zijn in tegenstelling van het andere. Het blijkt dat iets kan bestaan zonder een blijkbare tegenstelling. Dan zeggen we ja: het is er en verder is er niets, en dan vergeten we dat niets ook iets is.

Niets, dat is de samentrekking van alle tijden, van alle gedachten, van alle gevoelens. Niets, dat is het geheel, maar wel opgelost in de tijd misschien. Opgelost in de eeuwigheid zoals men dat zegt. Dat is voor mij trouwens altijd een raadsel, hoor, die eeuwigheid. Ik weet niet hoe het met u gaat. Bent u wel eens bezig geweest met de eeuwigheid? Moet u eens opletten hoe eeuwigheid kan veranderen.

Als het buiten regent en het is guur en het is koud en u staat op openbaar vervoer te wachten u weet wel, zo’n blikken wegkruiser die de andere blikjes wegbliksemt, en het duurt tien minuten, dan duurt het lang, maar als het vijf en twintig minuten duurt dat u daar staat te bibberen, dan lijkt het wel een eeuwigheid, waar of niet?

Eeuwigheid is niet tijd. Eeuwigheid is datgene waarin de tijd bevat is. En voor ons is eeuwigheid alleen datgene, wat wij in tijd niet kunnen overzien. We maken er dus iets van, maar zou eeuwigheid ook niet niets zijn? En als eeuwigheid niets is, dus niet het kenbare, maar als het ware de achtergrond waarbinnen dat kenbare kan ontstaan, dan hebben we de potentie van al het kenbare. Als je het niets hebt, is elk iets mogelijk, maar als je geen niets hebt, kom je niet tot iets.

Wat ik probeer duidelijk te maken is alleen dit: Ons wezen is, voor zover we na kunnen gaan, tijdloos. Het behoort niet tot het kenbare, het behoort dus tot het niets. Maar op het ogenblik dat wij proberen dit op een bepaalde manier waar te maken, dan denken we dat we iets zijn omdat we vergeten wat er verder bij hoort. Dat gebeurt ook zo vaak. Mensen trouwens ook vergeten dus ook wat er verder allemaal bij hoort. Dat valt vaak tegen, soms valt het mee, maar of het meevalt of tegenvalt: het is iets. Maar daarachter zou liggen de geestelijke eenheid die niet kenbaar is en dus niets is. Een ongelukkig voorbeeld, neem me niet kwalijk.

Laten we niet over een ongelukkig huwelijk spreken. Dat is een huwelijk waarbij de begeerten en verlangens op elkaar zijn gelopen en waarbij het dan meestal niet meer mogelijk is de ravage alleen met een kraanwagen op te ruimen.

Maar luister even. Nu zit u hier, wat doet u? U wilt eens kijken, u komt iets leren, u wilt misschien verder komen. Kunt u dat? Het is maar een vraag hoor. Kunt u dat hier?

Alleen als u de dingen die ik zeg, herkent als iets wat in uzelf leeft, m.a.w. u komt hier om de woorden te vinden voor dat wat in u leeft zonder dat u het kunt uitdrukken. Maar wanneer u zegt: daar zit voor mij iets in, wat is dan de eindconclusie? Dan wordt u zich bewust van uzelf. U prikt even door wat uiterlijkheden, u komt een beetje dichter bij de waarheid. En nu is het gekke, dat je in het begin soms een hele hoop ellende hebt, je verliest illusies.

Wat dat betreft, ik weet niet of het nog bestaat, maar vroeger had je zo’n heel geval van: Is avonds als ik slapen ga, volgen me veertien engeltjes na. En ja, als dat waar zou zijn, dan zou de hele zaak verpest zijn van engelen, er is geen ruimte meer over voor een mens. Maar is dat een illusie wanneer ik zeg: engelen beschermen mij? Dat is nog maar een vraag of het een illusie is. Zoals het wordt voorgesteld, is het altijd een illusie. Trouwens de meeste mensen ontdekken ook dat ze iets voor een engel houden, maar later blijkt het ook wat anders te zijn, hoor.

Wat wel erg belangrijk is: er is iets, een uiting uit het onbekende, uit het niets waardoor we gesteund kunnen worden. Je kunt er nu voor geeuwen of je kunt er voor applaudisseren, maar het is zo. En dat aardigheidje, dat is nu juist datgene waar de meeste mensen niet aan denken. Men denkt aan zichzelf als een beperkt wezen, maar als je ziet hoe sommige mensen zich dramatiseren dan is het een beperkte voorstelling van “De twee wezen” Literaire associatie voor degenen die daarvan niet op de hoogte zijn.

Wanneer ik doordring tot de kern, dan heb ik deel aan het onbekende. Op het ogenblik dat ik deelheb aan het onbekende, vind ik de mogelijkheid om al datgene wat in een uiting mogelijk is, daarin te leggen, zonder dat ik in die uiting alleen en uitsluitend gebonden ben.

Er zijn zoveel van die dingen waar ze zich mee bezighouden. Zo, sommige sprekers bij ons, die moet je een keer meemaken. Wat je nu krijgt dat is eigenlijk een kruising tussen afgunst en parodie. Ik zeg het er maar meteen bij. Die zeggen tegen u: Probeer nu eens even rustig te zijn in uzelf. Probeer nu eens even je wreven en zo te vergeten. Vergeet even de lichamelijke ongemakken, probeer het maar voor een ogenblik. Laat je een ogenblik meedrijven, zegt men dan en realiseer u, wanneer je licht wilt: hier is licht. Wanneer je kracht wilt: Hier is kracht. Neem ze maar. Dan zeggen ze in feite niets anders dan: Mens, kijk in jezelf en put uit jezelf, want dat is de werkelijkheid. Veel mensen die zeggen: Het is ons geopenbaard, het is ons neergeschreven en daar moeten wij ons aan houden, en al degenen die dat zeggen, houden er vaak nog wat aan over ook nog.

Wanneer er een God is, wanneer die God de kern is van alle dingen, wanneer die God ook in mij mede aanwezig is en Hij dringt door tot de kern van mijn wezen, is er dan een openbaring nodig? Dan is in mij al geopenbaard wat voor mij nodig is. Als ze zeggen: bid, bid dan voor mijn part negen dagen of negen maal negen dagen, dan misschien zal men u verhoren. Dat is de buitenkant, daar is iets. Maar ga naar dat niets. In het niets is de kracht, in het niets is de werkelijkheid die voor u vormloos en niet te begrijpen is.

Maar wanneer u die kracht nodig hebt is ze er. Wanneer u diep in uzelf en werkelijk bewust een wens uitspreekt is die vervuld. We hoeven niet tegen God te zeggen wat Hij allemaal moet doen. Ik heb zo eens iemand gezien. Het was een heel sympathiek mens verder, hoor, maar ja, meer eelt op haar hart dan op haar knieën, dat wel. Maar dat kwam omdat ze voortdurend onder de preekstoel zat en verder aan haar bankrekening dacht, dat komt zo voor. Maar dat goede mens was God voortdurend aan ‘t instrueren wat Hij moest doen. Ze vroeg Hem zelfs of Hij de Dow-Jones index niet even kon laten zakken. Maar ik zie God daar al staan met dat touw, nietwaar, en maar vieren Dow-Jones naar beneden, Dow-Jones naar boven. U moet toch geschift zijn. En lieve God, mijn kind kan zo slecht leren en het moet toch een academische graad hebben. Lieve God, geef a.u.b. even een beetje intellect, en God kijken: Waar staan mijn busjes intellect? Wacht, hier heb ik nog wat. Wat zou ik nemen? Nou, dokter niet, ik zal er een socioloog van maken. Busje open, hersens open, een snufje zout erin, dicht, socioloog in wording. Hoe kan je zo gek worden? Hoe kan je zo gek zijn? God kan je toch niet maken tot waar je niet bij hoort. God is in jou, je bent deel van de eeuwigheid. Alles wat je ooit geweest bent en ooit zult zijn is deel van zijn wezen en niet alleen maar van jouw illusie.

Wat je denkt te zijn, dat is voor jou iets. Maar in het niets leeft jouw innerlijke werkelijkheid. Wat heb je dan nog nodig, wanneer je doordringt tot jezelf? U wordt niet ineens van een gewoon sjouwerman tot een beroemd politicus, trouwens, denk niet dat iemand die zover komt gauw een politicus zal worden, hoor. Maar dat is misschien een waardeoordeel dat ik niet mag geven. Ik heb namelijk altijd de indruk dat een eerlijk politicus iemand is die overtuigd is dat hij de mensen om hun eigen welzijn dient te bedriegen. Misschien vergis ik me. Maar wat ik wel vind, is dat een mens die in zichzelf zoekt te beantwoorden aan zijn diepste innerlijke waarde, juist datgene doet en tot stand brengt naar buiten toe, wat niet alleen in overeenstemming is met zijn wezen, maar wat ook een zo perfect mogelijke ontplooiing is van dat onbekende op aarde en overal elders.

Ik hou van de mensen, maar soms vind ik dat ze een heel sombere fantasie hebben. Het is niet meer in de mode om over de hel te preken, geloof ik. Nou, het spijt mij voor jullie, hoor, want dat waren spannende verhalen. U gaat naar beneden naar de duivelse rotisserie, u wordt gegrilleerd, vervolgens met een sausje extra zonde bestreken en dan geconsumeerd door een grote duivel. Daarna komt u eruit als datgene wat u dan ondertussen al beseft te zijn en u wordt vervolgens schoongewassen en opnieuw gegrilleerd en zo ad infinitum en dat is het enige perpetuum mobile dat de mens tot nu toe heeft uitgevonden.

De mens in de hel. Goed. Denkt u nu werkelijk dat een Schepper of een Niets, dat alles voortbrengt, dit nodig heeft? Het niets heeft in zichzelf geen tegenstelling nodig, al heeft het iets nodig om zijn bestaan kenbaar te maken.

Het niets heeft geen hel nodig en het niets heeft geen zonde nodig. Trouwens zonde, daar hoef je je geen zorgen over te maken. Er zijn voldoende mensen die je voorschrijven wat je zonden zijn. Heel vaak zijn het dan ook nog mensen die u zeggen dat ze niet zondigen omdat ze openbaar niet datgene doen waarvoor ze u in ’t openbaar veroordelen.

Ik zeg alleen maar dit: Er is de mogelijkheid om mijzelf en de kracht in mijzelf te aanvaarden of om het niet te doen. Daar waar ik niet mijzelf kan aanvaarden en de kracht die in mij leeft, leef ik in de hel en dan ziet die hel er precies zo uit als de hemel, alleen, je voelt het anders, dat is het enige verschil. De hel ligt in u. Het is uw zelfverwerping, uw zelfveroordeling.

Er zijn mensen die zeggen: Ja maar, als je mij nu toch ziet. En dan beginnen ze te vertellen hoe eerlijk ze zijn. Ze hebben alle deugden. Ze hebben maar één gebrek: ze liegen dat ze barsten. En dan zeggen ze: En nu moet juist mij deze last worden opgelegd. Dan ben je toch een ezel! Een last kan alleen worden opgelegd wanneer je die aanvaardt. Maar wanneer je diep in jezelf zoekt dan kun je elke weg vinden, waardoor je die uiterlijke lasten kunt verschuiven. Maar dan moet je niet verwachten of verlangen dat het naar buiten toe kenbaar of voor anderen herkenbaar wordt. Je moet alleen verlangen dat het in jezelf bestaat.

Had u gedacht dat iemand zo lang over niets kon praten? Sommigen zeggen nu niets uit zelfbeheersing. Maar zelfbeheersing is eigenlijk alleen dan schoon, wanneer de mens zichzelf beheerst, niet om zichzelf, maar omwille van een ander. Want op dat ogenblik is de zelfbeheersing een uiting van zijn besef tot het geheel te behoren. Maar indien iemand die zichzelf beheerst omdat anderen niet beseffen wat hij is wanneer hij onbeheerst is, dan vind ik dat inderdaad een heel vervelende situatie. Weet u waarom? Die mensen zijn alleen beheerst omwille van zichzelf. Maar wie omwille van zichzelf beheerst is, bouwt om zichzelf een vermomming op die nog krankzinniger is dan alles wat je met Carnaval zou kunnen ontmoeten.

Trouwens, wat moeten we eigenlijk denken van alle verhalen die ons verteld worden? Het leven na de dood? Er zijn mensen die zeggen: ik geloof er niet in. Ik zeg altijd: Wacht maar af, u zal wel zien! Er zijn mensen die zeggen: Ik geloof er in, maar ik ben er bang voor. Ik vraag me af waarom? Zo leuk heb je het hier ook niet gehad. Er zijn mensen die zeggen: Er komt een leven na dit leven en van daaruit zal ik weer reïncarneren. Er is een grote kans dat je gelijk hebt. Wanneer je deze keer niet geslaagd bent om menselijk in jezelf zover door te dringen dat je geestelijk verder kunt gaan, nou ja, dan ga je gewoon op herhalingsoefening, net zolang tot je ’t wel kunt.

Waarom zou het ene wel waar moeten zij en het andere niet?

Een beetje dubieus. De meeste mensen nemen aan dat iets waar is omdat het door een gezaghebbende figuur wordt verklaard, waar of niet? Een gezaghebbende figuur is iemand die zijn gezag aan zijn verklaringen pleegt te ontlenen. M.a.w. het gezag ontleent men in feite aan datgene wat men zegt zonder dat door dit gezag de juistheid van hetgeen men zegt bewezen wordt.

En als je dat even doordenkt dan zegt men: ja, maar waar is dan de gezaghebbende persoon? De gezaghebbende persoon is alleen daar, waar deze persoon zich aan mij kan bewijzen. Wanneer iemand mij vertelt dat een ei dat drie minuten gekookt heeft, net een juiste graad van hardheid heeft, dan wil ik dat wel eens zien. Ik heb altijd gedacht dat het langer duurde. Als iemand het kan laten zien, goed, ik zal het aanvaarden. Als iemand tegen mij zegt dat hij de kracht heeft om Gods zegen uit te storten, best. Ik ben er voor een beetje zegen, kom maar op. Maar laat het mij dan wel merken, ’t zij in mezelf, ’t zij rondom mij. Als ik er niets van merk, ga dan maar op het dak zitten in de regen totdat je schoongespoeld bent. Lach niet! Aantasting van het gezag!

Maar gezag is toch iets dat de mensen onder mekaar regelen. Zodra je je moet beroepen op God om duidelijk te maken dat je je gezag terecht uitoefent, ben ik bang dat je ten onrechte eisen stelt aan de mensen. Maar dat mag natuurlijk niet gezegd worden.

Er zijn een hele hoop dingen die werkelijk nodig zijn. Dat beseffen de mensen ook niet. Dan zeggen ze: Ja, zijn belastingen nodig? Natuurlijk, omdat ze een geheel in stand houden dat op zichzelf misschien niet bewonderenswaardig is, maar omdat u niet de mogelijkheden en de middelen hebt om op dit ogenblik zonder dat geheel uzelf in stand te houden. Daar betaalt u belastingen voor. En voor het pensioen van die anderen, dat weet ik ook wel en voor die extra’s. U betaalt misschien meer voor het product dan het u waard is, maar u kunt het niet zonder stellen.

Als je in de woestijn bent en ze komen met brak water, is het niet lekker om te drinken, maar je bent bereid er heel veel voor te betalen wanneer je weet dat het om je eigen, hachje gaat. Zo is het met veel gezag. Maar laten we dan nog een stap verder gaan.

Ik stel dit: Ik geloof eerlijk en oprecht in een almachtige God en ik geloof dit omdat ik, wanneer ik mij op Hem beroep, meen een antwoord te ervaren. Zolang dat antwoord er niet is, kan ik er niet in geloven. Ik kan zijn bestaan niet bewijzen, maar ik kan zijn bestaan beleven, dan is Hij er voor mij. Ik geloof in de kern van mijn eigen wezen, in de innerlijke kracht die in mij schuilt en soms komt ze naar buiten. Omdat ik er bewijzen van zie, geloof ik erin ook al kan ik niet bewijzen dat die kracht is zoals ik mij die voorstel. Zou u dan ook niet zo kunnen leven? Niet zo van: 0, dit is gezegd door de geest, dat is esoterisch en dat staat in de Bhagavad Gita, en dat staat in de Koran, in de Bijbel, in het Evangelie, in de geschriften van Thomas a Kempis, Thomas van Aquino en de ongelovige Thomas, in het Evangelie van Thomas en de hele bliksemse boel. Dat kan wel. Ik zal proberen er wijzer uit te worden maar ik acht de juistheid eerst bewezen wanneer ik, op grond van wat daarin staat, zelf verander, of op grond van wat daarin staat, de mogelijkheid vind de wereld rondom mij te veranderen zonder haar te misleiden. En als je het zo bekijkt, kom je toch altijd weer terug bij het niets, het onbekende.

Het onbekende is de enige werkelijkheid waarmee we voortdurend geconfronteerd zijn en die we voortdurend ontkennen, want wij zijn bang voor iets dat anders is dan wij. Denk niet dat ik het alleen over u heb. We zijn doodgewoon bang om te zeggen: er is iets dat zich onttrekt zelfs maar aan ons vermogen om het te omschrijven. Er is iets dat soms in ons symptomen wekt zonder dat we weten wat het is. Er is iets dat geen oordeel spreekt, maar toch in ons voor ons tot een oordeel worden kan. Daar zijn we bang voor.

Maar is dat terecht? Wanneer u veroordeeld wordt door de hogere krachten, dan bent u dat die het oordeel spreekt, niet een ander. De kracht is en blijft dezelfde en ze blijft onbekend, ze blijft niets. En wanneer u zoekt naar een oplossing van uw problemen, dan moet u dat niet zoeken in de wereld buiten u. Niet van dat wat anderen nu eens eindelijk zouden moeten doen en datgene wat toch anders geschapen zou moeten zijn. Dan moet u zich alleen maar afvragen: Wat is er in mij waardoor ik die wereld aankan en soms doe je verstandig je daarbij af te vragen: In hoeverre is het beeld dat ik heb van mezelf in mijn wereld een illusie?

De kern van alle benadering van de werkelijkheid is volgens mij gelegen in een zelfkennis die tot de kern van het eigen wezen doordringt en zo komt tot een totale beleving van al het zijnde, zelfs in de beperkte uiting die voor het ik op dat ogenblik mogelijk is.

Definities

UITBARSTING: Dat is een vulkaan die misselijk is geworden van de wereld.

HANDEL: een diefstal die zo algemeen is dat hij wettig wordt geacht.

POLITIEK: een koehandel met denkbeelden waarvoor je een ander de rekening laat betalen.

VEROORDELING: datgene dat wordt uitgesproken op grond van regels die in feite betrekkelijk willekeurig zijn gesteld zodat degene die veroordeeld wordt aan de hand van regels die in zichzelf een verkeerde beoordeling van het geheel inhouden en als zodanig een oordeel ondergaat dat indien men het juist beoordeelt niet terecht werd gesproken maar dat vanuit de openbare orde beschouwd, toch noodzakelijk was.

NIETS: datgene dat je kunt vergeten.

IETS is datgene waarin je altijd blijft denken. Dat is voor de mens de beste definitie dacht ik.

MEDIUM: een imperfecte transmissiepost tussen een wereld die u nog niet kent en een wereld waarvan u denkt dat u die wel kent

POPMUZIEK: een ritme, zodanig vervlochten met kattengemiauw, brekend vaatwerk en andere elementen, plus een kopstem, dat hierdoor een hysterie kan ontstaan waarbij de pop eigenlijk de muziek doet leven in de harten van de mensen zonder dat ze gelijktijdig ook muzikaal verantwoord hoeft te zijn.

KLASSIEKE MUZIEK: de popmuziek van het verleden die heilig is verklaard door degenen die nu leven.

GEEST: een mens die toevallig zijn lichaam heeft thuisgelaten

CARNAVAL: een feest dat men viert voor de vasten, maar in feite een vruchtbaarheidsfeest waardoor men de rijkdommen van de natuur probeert te verwerven door een goed voorbeeld te geven en dat achter een masker. Het echte carnaval is de beschaafde maatschappij want daar heeft iedereen een masker voor. Iedereen gedraagt zich anders dan hij is en het is toch een zwijnenpan als je het helemaal goed bekijkt.

ZEVER: is vooral datgene waarmee vooral diegenen zich bezighouden die niets beter te zeggen weten en daardoor in een voortdurende repetitie van een en hetzelfde motief voortdurend op anderen in blijven hameren totdat deze door de zever verzopen zijn en dus half bezopen huiswaarts gaan met de idee dat ze de waarheid gehoord hebber

WERKELIJKHEID: datgene dat we niet kunnen omschrijven, behalve uit onszelf en vanuit onszelf slechts wanneer we onszelf kennen. Dat betekent dat de werkelijkheid voor de doorsneemens bijna niet te benaderen is.

GEESTELIJKE RANDGEMEENTE: een soort afhankelijkheid van de geest op aarde waarin een gemeente zich gevormd heeft welke dan met gemeentelijke kwaliteiten probeert gemeentegelden samen te brengen om zo als een goegemeente verder te leven totdat ze in de geest kunnen komen en dus niet meer aan de rand staan.

MIJZELF: iemand die meermalen heeft geleefd; de eerste keer was ik abbé, de menselijkheid die ik toen heb beoefend, hervonden in de biechtstoel het is langgeleden hoor, heb ik later overgedragen op het herbergierschap waarbij ik voor de innerlijke mens op een andere manier heb gezorgd, maar uiteindelijk ben ik marskramer geworden om datgene te verkopen waarvan ik meende dat ik het misschien niet nodig had, maar in ieder geval mij toch verdienste kon bezorgen door het te verkopen.

SCHOENVETER: de nestel die men gebruikt om de gaten bij elkaar te houden.

LEVITATIE: iemand die de hoogte krijgt doordat hij de zwaartekracht vergeet. Het is niets anders dan een zodanige concentratie in het eigen ik dat daardoor het geheel van de onderworpenheid aan schijnbare natuurwetten wegvalt en daarvoor in de plaats een situatie intreedt die beantwoordt aan de innerlijk bereikte toestand.

KLASSIEKE MUZIEK: een meer sympathieke uitleg wil ik ook geven maar die geldt niet alleen voor klassieke muziek. Werkelijke muziek is die menging van ritme, motief en melodie, waarin de mens zichzelf plotseling herkent als anders dan voordien, of: een woordloze taal die via de emoties het besef in de mens opnieuw doet ontwaken. Muziek is een gedachte, die samen met gestolde emotie wordt neergeschreven op een notenbalk. Maar bij ons is het de vermenging van gedachte en emotie die wordt tot een lied waarin het ik zichzelf uitdrukt en zo een harmonie vindt met de andere stemmen waarmee men op dat ogenblik in besef synchroon is.

  • Zou u dan een improvisatie beter vinden dan een uitgewerkte symfonie?

Voor u niet, omdat u bij de improvisatie vaak niet beschikt over de middelen om met elkaar te komen tot een perfecte wederkerigheid van zowel melodie, ritmiek als ook wel ombouw van het melodisch element. Er zijn wel mensen die dat kunnen.

Er zijn kleine jazzgroepen geweest die op een gegeven ogenblik kwamen aan een opbouw die meer aan Bach doet denken dan aan jazz, ook al bleef het idioom en het ritme dat van jazz.

Voor u is het dus heel vaak noodzakelijk. Maar ik geloof dat zelfs de mens die speelt van het blad, door het uitdrukken van de emotie die de melodie in hemzelf wekt, niet alleen herschept, maar echter een dimensie toevoegt aan datgene dat is vastgelegd. Op het ogenblik dat u in de geest komt echter, is het niet meer noodzakelijk vast te leggen omdat de directe overdracht van persoonsinhoud zonder meer mogelijk wordt en daarmee ook de wederkerige aanvulling gebaseerd op een volledig kennen van elkaars inhoud en uitdrukking en dan is improviseren de enige manier.

MUZIEKRECENSENT: iemand die datgene wat hij niet heeft gehoord, verheft tot kunst, om daarna af te breken wat hij wel gehoord heeft ongeacht het feit dat hij het zeer kunstig acht

  • In uw rede over het doordringen tot de kern van uzelf Is dat een leefwijze of zijn daar praktische methodes voor?

Er zijn tienduizend praktische methodes omdat ieder van u dat op zijn eigen manier moet doen. De een vindt het door de absolute ontspanning, de ander vindt het juist door de oefening

Het is zo dat elk middel waardoor je je leert terug te trekken en te concentreren op de kern van uw wezen bruikbaar is. En wat voor de een goed is, dat is voor de ander niet goed.

En daarom zou ik zeggen: Ja, er zijn vele praktische wegen, maar welke weg voor u de juiste is, zult u zelf moeten nagaan en daarvoor zijn de volgende criteria:

  1. U moet van in het begin af aan het gevoel hebben dat u verder komt, niet alleen in prestatie, maar ook in innerlijk besef.
  2. U moet door hetgeen u doet in staat zijn uw wereld beter te begrijpen en uw eigen houding ten aanzien van die wereld eveneens juister te bepalen.
  3. Wanneer u met de oefeningen verder gaat moet u tot een innerlijke vrede komen die blijft voortgaan totdat u in het door mij genoemde isolement terecht komt waarna de vrede wordt omgezet in een kracht waarmee de laatste grens wordt doorbroken.

Er is geen definitief antwoord mogelijk omdat elke mens op zijn eigen wijze kan komen tot die ontspanning. De weg die de kiest daartoe moet aan de genoemde voorwaarden voldoen, dat wel, maar de weg op zichzelf is daarbij afhankelijk van zijn eigen wezen en zijn eigen mogelijkheden. En zo kan voor iedere mens toch een ietwat andere weg bestaan.

GEHOORZAAMHEID: datgene wat je zelf aanvaardt op dit ogenblik dat je op praktische gronden de meerderwaardigheid van een ander op een bepaald gebied erkent.

Op dat gebied ben je dan gehoorzaam, totdat je voelt dat je evenveel weet dan degene die je gehoorzaamd hebt. Vanaf dat ogenblik is er geen sprake meer van gehoorzaamheid, maar van bewuste samenwerking. Gehoorzaamheid zonder meer is volgens mij verwerpelijk. Een mens moet leren degene die wijzer zijn op welk terrein dan ook te gehoorzamen zolang het op hun terrein is, tot hij in staat is zichzelf een beeld te vormen van datgene wat de ander hem voorhoudt. Pas op dat ogenblik en niet voordien kan hij reden vinden tot wat men ongehoorzaamheid noemt, maar wat in feite zelfstandigheid dient te zijn. Ik zal dus nooit iemand aanmoedigen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, het is trouwens het meest burgerlijke dat er op het ogenblik bestaat. Ik zal alleen iemand aanmoedigen om zelf te denken en daar waar hij voelt zelf beslissingen te kunnen nemen, deze ook te nemen zonder zich te onderwerpen aan het oordeel van een ander, omdat, zover het uw eigen leven betreft, u alleen zelf degene bent die het maakt en u alleen zelf degene bent die daarvoor tegenover uzelf verantwoordelijkheid kunt dragen.

Ik heb in mijn beste weten tot u gesproken, met mijn beste kunnen en krachten heb ik geprobeerd u iets te geven waar u zelf iets mee kunt doen.