Nieuwe inwijdingen

image_pdf

16 mei 1986

Aan het begin van deze bijeenkomst moet ik u vertellen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn en dat u geacht wordt zelf na te denken. Het onderwerp van vanavond is: Nieuwe inwijdingen

Een inwijding is in feite een innerlijk gebeuren, waardoor een verruiming van besef plaatsvindt. Zo simpel is dat. Ingewijd worden kan op vele verschillende manieren geschieden.

In de oudheid was het meestal een soort overlevering, waarbij de Meester of Meesters een opleiding gaven aan een nieuweling, die dan al snel adeptus minores, dus de kleine ingewijde, werd genoemd. Daarna moest hij kleine proeven afleggen die toch altijd van meer geestelijke aard waren. Er zijn nog enkele centra van rust op deze wereld, maar groot zijn ze nu niet bepaald en onbereikbaar al evenmin, dit terwijl we in een tijd leven waarin een verandering van bewustzijn onvermijdelijk is geworden en waarbij dus inwijdingen van verschillende aard erg belangrijk worden. We kunnen daarom de nieuwe inwijdingen onderverdelen.

De eerste en misschien de meest eenvoudige en meest voorkomende inwijding is: Erkenning van feiten, daardoor verandering van levenshouding, resulterende in een verandering van levensvisie. De tweede, iets minder voorkomend, is meestal gebaseerd op meditatie en daarmee verwante praktijken. In mijzelf vind ik een nieuwe stem. In mijzelf vind ik een beeld van een nieuwe wereld en ik herken datgene wat ik innerlijk beleef in de wereld buiten mij.

Een derde soort, die helaas weinig voorkomt: het ik zal meestal ook tijdens contemplatie-meditatie-oefeningen, in ieder geval op grond van een innerlijke rust en vrede, worden geconfronteerd met wat wij dan onze werelden (de geestelijke werelden) noemen. De erkenning van het bestaan zonder stof wordt langzaam maar zeker omgezet in een begrip van de mogelijkheden van het bestaan in de stof.

Er zijn er meer, maar ik heb u hier de drie meest voorkomende inwijdingen genoemd. Ik hoop dat het duidelijk is, zo niet, dan kunt u altijd uw vraag stellen.

Dan is de vraag: wanneer word je ingewijd?

Antwoord: op het ogenblik dat je bereid bent de wereld te zien als een zelfstandige waarde waarmee je innerlijk een weg moet vinden. Zolang het innerlijk er niet bij komt en bijvoorbeeld alleen het verstand werkt, bereik je weinig.

Een inwijding is altijd het gevolg van bepaalde emoties. Dat is begrijpelijk, want het aanvoelen van de mens gaat veel verder dan zijn verstandelijke en zintuigelijke mogelijkheden. Wanneer er een gevoel in jezelf is, ontstaat een toestand die misschien op zich onomschrijfbaar is en die gelijktijdig een mate van vrede en rust geeft, die je met een zekere nostalgie zoekt te hervinden. Als je die gevoelens hebt, ben je geneigd om wat je innerlijk hebt ervaren op de een of andere manier in je wereld te reproduceren. Dat brengt allerlei conflicten met zich mee, vaak ook conflicten met jezelf, met je omgeving, met je medemensen. Kun je dan toch je innerlijke vrede bewaren, dan blijkt je wereldbeeld te veranderen, maar daarmee ook de visie die je hebt op je eigen mogelijkheden. In een dergelijk geval zien wij wat paranormale gevoeligheden. De een gaat iets van aura’s zien, een ander gaat wat aan genezen doen en dergelijke dingen. En dan ga je innerlijke krachten begrijpen, krachten om je heen en daarnaast de schijnbare werkelijkheid die ‘wereld’ heet.

De situatie waaronder de inwijding plaatsvindt, is sterk afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Het is niet mogelijk een vast recept te geven, laat staan een vaste aanduiding, zo van: als u nu maar dit en dat doet ontstaat die en die inwijding. U bent een tamelijk complexe persoonlijkheid, of u het weet of niet. Een groot gedeelte van u is innerlijk voortdurend in strijd met zichzelf. Indien u die strijd in uzelf kunt stilleggen en daarbij gelijktijdig respect kunt behouden voor alles wat er in de wereld buiten u bestaat, dan bent u op het beste spoor. Maar elke mens reageert anders, voelt zich verwant met andere ontwikkelingen, met andere mogelijkheden en zal daarheen getrokken worden. Dit betekent dat de inwijding altijd langs zeer verschillende wegen pleegt te verlopen.

Wat zijn de kentekenen van een beginnende inwijding? Over het algemeen onvrede. Onvrede met je wereld, waardoor je je terugtrekt in jezelf. We krijgen dan de periode ‘experiment’. Deze experimenten kunnen het paranormale betreffen, ze kunnen ook te maken hebben met de gemeenschap of iets anders. De experimenten zullen je een tijdlang in beslag nemen. Je leert ervan, maar je bent je daarvan nog niet bewust. Dan, op een gegeven moment, valt de betrokkenheid weg, de gave is er niet meer. Het stemmetje dat je zo mooi helderhorend vertelde wat je moest doen, is er ook niet meer. Je hebt het idee dat je onder een kaasstolp zit, alsof je een stuk Edammer bent, wachtend op consumptie. In deze periode haken een heleboel mensen af. Ze zeggen: er is niets meer en ik heb er geen zin meer in. Maar als je dan juist innerlijk zoekt naar rust en vrede verandert je wereldbeeld, De contacten die je eens schijnbaar direct had, veranderen van aard. Het zijn meer dingen waar je zelf naar uit kunt kijken. Het onbeheerste van gaven, van ontwikkelingen, het spontane van optreden en ingrijpen valt weg en maakt plaats voor een overleg vanuit jezelf, voor het scheppen van situaties, zoeken naar contacten, ontdekken van verdere mogelijkheden. In deze fase zal je heel vaak worden geconfronteerd met schijnbare toevalligheden. Het kan zijn dat iemand u een boek leent, dat u iets leest in een krant, dat u een gesprek hebt met een vreemdeling in een openbaar vervoermiddel, of mijnentwege een bankje in het park. Dat zijn dingen die bij u blijven doordreinen, zinsneden die u maar niet kunt vergeten. Heel vaak volgen hierop een aantal zeer levendige dromen met meestal steeds weer vergelijkbare inhoud.

Om u een, voorbeeld te geven:

U bent in uw droom op weg, de ene keer op de fiets, de volgende keer met een auto, de derde keer met een Concorde of een supersonisch vliegtuig en dan misschien weer met een Zeppelin, of u probeert wanhopig te zwemmen. Dit zegt: ik ben op weg en het gaat om het voertuig.  Andere dromen met een vergelijkbare inhoud, al dan niet slaand op het voertuig, op een geestelijke situatie, zelfs op uw emotionele problemen, zijn denkbaar,

Wanneer deze dromen in u doordringen zult u ontdekken dat die dromen en die toevallige zinsneden die u diep treffen op de een of andere manier bij elkaar horen. Het is aan u om daaruit conclusies te trekken. Trekt u die conclusies dan gaat u daarover mediteren. U gaat proberen het innerlijk te vinden en u probeert daarbij langzaam maar zeker alle onbelangrijkheden uit te schakelen. Het is een proces dat bijna altijd voorkomt en kan iets uitvoeriger worden omschreven. U heeft de droom en u heeft een paar zinsneden.

In de eerste periode is het: wat zal het betekenen? En: waarom ik? Hoe moet dat nu? Daarna zeg je: ja, maar dat was eigenlijk niet zo belangrijk en dat ook niet. Je gaat vereenvoudigen. In die vereenvoudiging blijven dan maximaal drie hoofdzaken over. Drie punten waar u voortdurend en diepgaand mee bezig bent. Wanneer echter een tijdlang die problemen steeds weer bezien zijn, die punten steeds weer zijn afgewogen (u zal dat waarschijnlijk meermalen doen, soms wel 20 à 30 keer), dan heb je het idee: het is eigenlijk allemaal hetzelfde. Er ontstaat een onverschilligheid voor het probleem. Het wordt nog wel beseft, maar het wordt rustig. Je bent niet meer bezig ermee te vechten,  er iets mee te  doen, je accepteert het bestaan ervan.

In deze fase zult u heel vaak allerlei tamelijk emotionele belevingen doormaken. Soms zijn de oorzaken extern, komen ze uit de wereld. In negen van de tien gevallen komen ze spontaan in u op. Angst, maar ook geluk spelen hierbij een grote rol. Verbindt daaraan alstublieft geen voorstellingen. Als u dat doet, gaat u terug naar de probleem-cyclus. Accepteer het nu maar gewoon. Niet vragen wat of hoe, Het is er. Ik ben rustig. Rond mij zijn er waarden, maar ik ben stilte, ik ben rust. Dan komt er een ogenblik (men noemt dat wel tijdelijke of ogenblikkelijke verlichting) dat je opeens op een afstand staat. Simpel gezegd: het is of je ineens zo groot wordt als de Eiffeltoren en je probleempjes beneden ziet als een paar mensen die staan te kiften op de Place Vendôme. Dan zeg je: er is wel een samenhang, maar het is een gareel. U voelt zich als het ware betrokken in die totaliteit.

Van dat ogenblik af zijn de processen niet meer beschrijfbaar. Ze zijn innerlijke verlichting? Ja, maar ze zijn  vooral, denk ik, een veel groter begrip voor alles wat u verder in uw leven ontmoet. Daarnaast krijgt u een intuïtief besef van juist en onjuist. Ook dit komt praktisch altijd voor. Juistheid is datgene wat positief aanspreekt. Negatieve waarden worden altijd weer aangevoeld, zelfs als ze niet direct kenbaar zijn, maar je voelt ze. Aan de hand daarvan ga je je eigen leven inrichten en wel zo dat je vrede bewaard kan blijven en je gelijktijdig volledig bij het leven van je wereld betrokken kan zijn. Wie deze fase doormaakt is eigenlijk adeptus minor, hij is al een kleine ingewijde.

Vanaf dat ogenblik gaan er allerlei strijdpunten ontstaan. Dat is ook bij alle drie genoemde inwijdingswijzen praktisch gelijk, want je hebt je rede en je begint veel rationeler te denken dan je voordien gedaan hebt. Gelijktijdig echter zijn de emoties heel vaak in strijd met je eigen emotie. Het conflict hier is in wezen dat u nog niet in staat bent uzelf te projecteren in alles om u heen. U zult dat proberen en u krijgt nu te maken met de beheerste gaven.

Het is een helderziendheid die niet meer afhankelijk is van iets wat toevallig op uw weg komt, maar een helderziendheid die kan worden gebruikt om zeer bewust te schouwen en datgene te vinden wat je nodig hebt. Het is een helderhorendheid die zich niet meer laat overdonderen door een stemmetje hier of daar, maar die eenvoudig stelt: dit contact is nodig  en dat dan als een verbale illusie ervaart. Je bent niet meer afhankelijk van anderen, je bent zelfstandig.

In deze periode leer je afstemmingsprocessen. Dat wil zeggen dat je je leert afstemmen op bijvoorbeeld de innerlijke wereld van de medemens waarmee je te maken hebt, maar evengoed op de essentie van luchtdrukverdeling, de groei van gewassen, wat u maar wilt, zelfs op een machine. Je kunt één-worden met een machine en als het ware voelen waar fouten zitten, waar te veel frictie is, waar te weinig is enzovoort. Op dat ogenblik heb je een zeer nuttige gave, die ook wel degelijk professioneel kan worden gebruikt. Maar je hebt er geen interesse voor. Juist omdat je zoveel dingen ervaart, ga je je instellen op wat ik noem hulpverlening. Bij die hulpverlening is het opvallend dat je altijd probeert op de achtergrond te blijven. Je wilt meer dienaar of dienares zijn dan dat je anderen wilt laten zien hoe goed en hoe hoog je wel bent. Een fase waarin heel veel mensen toch weer moeilijkheden krijgen.

Heb je ook dit bereikt, dan blijkt dat je wereld steeds omvattender wordt en dat je steeds meer samenhangen ziet. De samenhangen beperken zich niet meer tot één wereld, maar omvatten stralingsfacetten, astrale werelden, geestelijke werelden, invloeden uit de geest die optreden, wat u maar wilt. Vanaf dat ogenblik krijgen we de fase waarin je adeptus major, groot ingewijde kunt worden. Je leert als het ware langzaam maar zeker de regels van het kosmische spel. Je begrijpt waarom je bepaalde dingen bent of doet. Je weet wat je ermee kunt bereiken en je bent zozeer bezig in dat geheel je betekenis duidelijk te maken, dat je hele geluk, je vrede en ook, laten we eerlijk zijn, je mogelijkheden worden bepaald door een geheel dat je op een gegeven ogenblik concipieert.

Vandaar ga je verder naar hogere geestelijke waarden. Je krijgt contact met allerlei werelden en sferen vanwaar je uit jezelf kunt gaan werken. Als je het zover hebt gebracht, zou je eventueel zelfs materie van vorm kunnen doen veranderen. Transformatie van waarden en krachten is voor jou een peulschilletje.

U ziet, ik heb geprobeerd het beeld een beetje reëel te houden, voor zover dat bij een onderwerp als dit mogelijk is.

  • Lopen die fasen ook door elkaar of lopen ze gelijk?

Ze lopen altijd wel een beetje door elkaar, ze gaan niet in elkaar over. Maar de door mij aangegeven volgorde is wel de meest waarschijnlijke, waarbij u rekening dient te houden met het feit dat facetten van de tweede trap bv. al in de eerste trap sterk kenbaar kunnen zijn voor de een en voor de ander pas kunnen optreden tijdens de derde trap. Dat is een zeer persoonlijke kwestie. Daarom heb ik gezegd: ik geef maar een algeheel beeld van fasen die bijna altijd bij mensen die een nieuwe inwijding doormaken zullen optreden.

  • Wat is het Christusbewustzijn? Is daar een omschrijving van te geven?

Het Christusbewustzijn is het bewustzijn van de totale saamhorigheid. Men zegt ook wel met een mooi woord, van de kosmische liefde. Maar ja, wie van ons is kosmisch? Een Christusbewustzijn is een in jezelf verbondenheid vinden met een hogere kracht en uit die hogere kracht je inwijdingsfasen doorleven, om ten slotte te worden tot drager van de kracht die je in het begin als aanleiding hebt erkend voor je eigen streven en ontwikkeling. Dat is het Christusbewustzijn. Alweer heel reëel gezegd. Want we kunnen daar nu wel een heel mooi verhaal omheen maken en zeggen: dat is je één voelen met de Vader zoals Jezus zich één heeft gevoeld met de Vader, maar daar kom je niet verder mee.

  • Is de Vader niet de wilskracht en de Christuskracht de liefde-kracht?

De Vader is niet de wilskracht. De Vader is het Al-scheppend vermogen. Dat is een energie die in alle dingen en overal aanwezig is, dus ook in uzelf. Deze kracht kan door u werken op het ogenblik dat u haar beseft. Dan vraagt u: Is de Christuskracht eigenlijk niet de liefde? Dat is een gevaarlijke term in deze tijd, daarom heb ik de term verbondenheid gebruikt. Maar het is inderdaad de aanvaarding van al hetgeen op een gegeven ogenblik wordt erkend als deel van jezelf. Daar komt het op neer. En dit zonder enige eis of voorwaarde te stellen. Gewoon zijn: eenheid, harmonie erkennende, werkende door de kracht die in je leeft. In zoverre is het dus de liefde. Je zou kunnen zeggen: de Vader is het potentieel, de Christusgeest is de liefde die daaruit voortkomt, maar ook de actie die daardoor impliciet wordt.

  • Zit hij tussen die twee in, is hij een middelaar, zoals hij het zelf uitdrukt?

Ja zoals men hem uitdrukt. Zijn woorden zijn ook niet altijd zijn woorden, laten we dat goed onthouden, anders kom ik hier in een betoog over de evangeliën. Dat is niet de bedoeling.

Heel eenvoudig gezegd: als wij innerlijk het gevoel van eenheid hebben met de Vader en de kracht van de Vader als deel van ons wezen erkennen, ontstaat er een overbrugging van alle gebieden, sferen en toestanden op grond van de oerkracht, die immers in al deze dingen aanwezig is. Dit wil zeggen dat de kwaliteiten, de waarden, de eigenschappen van al deze werelden en toestanden eventueel gebruikt kunnen worden als vormgever, als leidraad misschien voor de kracht van de Vader zoals wij die in onze eigen wereld in harmonie proberen uit oe drukken. Voldoende? U mag het zeggen als het niet zo is.

  • Ik zou in eindeloosheid vervallen.

Ja, je komt toch niet tot een einde. Dat brengt mij meteen tot het volgende punt: Als wij praten over nieuwe inwijdingen dan denken heel veel mensen: dat is iets wat anderen voor je en met je doen. Dit is nooit waar geweest en zal nooit waar zijn. De uiterlijke vormen kunnen anderen je geven, maar de inwijding zelf is een innerlijk gebeuren. Zij is direct gelieerd met je persoonlijkheid. In je karaktereigenschappen zoals je die stoffelijk hebt en met je voorgeschiedenis zoals je die geestelijk hebt. Al deze dingen tezamen vormen in jou het spoor van jouw inwijding.

Als we spreken over deze nieuwe tijd kunnen we zeker niet verwaarlozen de periode waarin men op het ogenblik leeft. Er is een kritieke overgangsperiode, zoals u weet, tussen Vissen en Aquarius. Deze is begonnen ongeveer in 1962 of 1964, ze zal ten einde zijn ongeveer in 1992. Een betrekkelijk korte periode van dubbele en daardoor zeer verwarrende ontwikkelingen en invloeden. Wanneer we eenmaal zitten in een bepaalde sfeer, of dat nu Aquarius is of Vissen, dan hoort daar een bepaalde vorm van denken en beleven bij.

Een Aquarius-tijdperk is niet een stoffelijke periode. Het is een periode waarin de geestelijke invloeden dermate veranderen dat hierdoor een aantal van de materiële karakteristieken eveneens wijziging ondergaan. In deze periode, waarin u zich nu bevindt, zijn er dus enorm veel tegenstrijdigheden.

Degene die begint aan een inwijding zal zich dan ergeren aan de wereld die anders is. Een wereld die hem/haar niet schijnt te willen verstaan, die de waarde van de boodschap die men wil brengen, niet schijnt te willen horen. En dan krijgen we excessen op elk terrein. Dat die er zijn, kunt u rond u voortdurend constateren.

In een dergelijke periode hebben wij ook te maken met een groot aantal niet direct controleerbare gebeurtenissen. Soms zijn het rampen, soms zijn het buitengewoon vreugdige dingen, maar altijd weer kun je er eigenlijk niets aan doen, je wordt er plotseling mee geconfronteerd. Dan moet je je daarop instellen. Je moet er je conclusie uit trekken, maar je moet gelijktijdig niet beoordelen of veroordelen. En dat is het moeilijkste van de zaak. Kun je dan ondanks alles een zekere harmonie behouden met de tegenstellingen waarmee je wordt geconfronteerd, dan is een dergelijke periode voor een inwijding bijzonder geschikt. Maar op het ogenblik dat je naar buiten toe gaat proberen je eigen gelijk of je eigen invloed of macht of wat dan ook te bewijzen, dan vergooi je elke kans tot een innerlijk proces van eenwording met Al. In deze tijd zijn er dan ook bijzonder veel aanzetjes tot inwijding.

Als we spreken over inwijding, dan was dat vroeger op aarde een paar honderd. Op het ogenblik zijn er zgn. grote adepten op aarde en alles bij elkaar schat ik ze tussen de drie – en vijfhonderd, het varieert wel eens een beetje. Maar het aantal mensen dat een beginfase van een in wijding doormaakt, beloopt eerder in de driehonderd miljoen. Met andere woorden, het grootste gedeelte van de bevolking van deze wereld. Hoeveel zullen het er redden? We weten het niet. We kunnen hopen. Maar als één op de tienduizend doorvecht en eindelijk die eenheid bereikt, dan kunt u nagaan hoe sterk de ingewijden de sfeer op aarde gaan beïnvloeden. Niet het gebeuren, het gebeuren is altijd datgene wat natuur en mensheid samen tot stand brengen. Maar de sfeer waarin het gebeurt en daardoor ook vaak de manier waarop het gebeurt, kan door de ingewijden worden bepaald.

Vindt u het erg als ik even vooruit loop op de ontwikkeling?

We hebben op het ogenblik te maken met tegenstellingen die steeds scherper worden. Ik denk aan iemand die zijn eigen onvrede uitleeft door de verkeerde te bombarderen; aan mensen die, omdat ze geen gelijk kunnen krijgen, dan maar bommen gaan neergooien. Ik denk aan mensen die anderen doden als ze het niet met hen eens zijn of omdat ze toevallig een andere huidskleur, een ander geloof of een andere politieke overtuiging hebben. Al die mensen zoeken iets; alleen, zij zoeken het naar buiten toe. Zij moeten het naar binnen toe zoeken. Er zijn heel veel mensen die op het ogenblik toch innerlijk zoeken naar die vrede, naar die mogelijkheid om in de wereld te kunnen bestaan zonder te haten, zonder te verwerpen, zonder voorkeuren zelfs, maar gewoon in het gadeslaan van het gebeuren jezelf als het ware voortdurend weer gevend als hulp aan de een, hulp aan de ander, desnoods als iemand die zich terugtrekt en anderen de eer en de vrede laat. Dat is een proces dat aanmerkelijk toeneemt in de komende jaren.

We hebben nog bijna anderhalf jaar van een zgn. kritieke fase, d.w.z. een fase waarin geweld en geweldpleging dreigen. Daarna neemt het af. Dan zullen de mensen moeten afrekenen met heel veel dingen die in de oudheid en in het verleden zijn ontstaan en waar men zich aan heeft vastgeklampt. Ik denk aan recht. Ik denk aan bijvoorbeeld de minderheidsregeringen overal. Aan de geloofsprediking met het zwaard, zoals die ook nog hier en daar wordt bedreven. Zij gaan zich afvragen: kan het niet anders? Dan verwacht ik – voor het eerst zal dat zijn rond   1992-1993 – dat de mensen zullen proberen elkaar te begrijpen. Daaruit komt de eerste samenwerking voort. Rond 1998 zal die samenwerking een heel behoorlijke omvang hebben genomen. Maar juist in die periode zal een groot aantal mensen ten minste hun kleine inwijding ontvangen. Zij hebben plotseling iets van rust in zichzelf gevonden. Zij hebben een methode gevonden om te leven met de wereld, zonder iets te haten of te veroordelen en toch gelijktijdig juist te handelen tegenover anderen die ze kennen en wel  met hun gehele wezen en geheel hun kracht.

Het is deze inwijding, hoe onbelangrijk ook in de ogen van velen die technisch denken, die bepalend zal zijn voor de eerste 2 à 3 eeuwen. De opbouw van de wereld, de verandering, de nieuwe benadering van de natuur, van de techniek, van het mens-zijn, van de rechten van de mens en al wat u verder maar wilt, komt daaruit voort.

Daarom zijn nieuwe inwijdingen niet iets waar wij alleen persoonlijk aan moeten denken, of zaken die we schouderophalend naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. We hebben te maken met een innerlijke verandering, een innerlijke ommekeer, die steeds sterker zijn stempel zal gaan drukken op deze kenbare stoffelijke wereld waarin u leeft.

Het zijn de inwijdingen die noodzakelijk zijn om een periode van ander en beter mens-zijn tot stand te brengen. Het is ook de tijd waarin men weer eens geconfronteerd moet worden met die andere dingen van het bestaan, die dan zogenaamd na de dood optreden, maar die in wezen altijd rond u zijn, altijd met u zijn, die je niet opzij kunt schuiven, maar die je alleen kunt negeren. Het leven is een samenstel, waarin het stoffelijk bestaan maar een betrekkelijk klein deel uitmaakt van een totale wordingsgang. Het stoffelijk bestaan herhaalt zich bij tussenpozen, soms zeer snel achtereen, soms met grote tussenpozen.

Het geestelijk bestaan is voor zover wij dit kunnen bezien meer reëel, meer werkelijk dan het stoffelijke bestaan in al zijn beperking. Maar ook wij weten dat er boven ons nog grenzen zijn. Wij worden nog geregeld door allerlei wetmatigheden die wij nog niet helemaal begrijpen. Wij moeten er in groeien tot het geen wetten meer zijn die ons regeren, maar erkenningen in onszelf, waardoor we een grotere eenheid, een groter besef van leven en totaliteit kunnen verkrijgen. Ik geloof dat de wereld die kant uitgaat.

Natuurlijk, de mensheid kan zichzelf nog steeds vernietigen, maar ik geloof niet dat ze het doen zal. De mensheid kan haar wereld te gronde richten, maar ik geloof niet dat het zover kan komen, voor die tijd gebeurt er nog wel het een en ander. De mensheid groeit naar een nieuw besef van mensheid en dan komen we naar de werkelijkheid van de inwijding, die een verbondenheid is welke zelfs met termen als broeders en zusters veel te weinig wordt uitgedrukt en waardoor het tenslotte wordt “ik leef in u en u leeft in mij”. Het is ons leven dat belangrijk is, niet de persoonlijkheden die wij ons daarbij voorstellen. Alle vormen van leven zullen daar steeds meer bij betrokken worden.

Ze zeggen van de oude ingewijden: “Hij wandelt met zijn voeten over de paden der bergen, zijn hoofd steekt in een wereld waarin hij geesten ziet in drommen. Zijn hart reikt uit naar een kracht die hij niet kan omschrijven en zo vreet hij in zich het vuur met de sulfers der sferen en het kwikzilver van de aarde en maakt uit zichzelf de ware levende Steen der Wijzen”. Het is een omschrijving die stamt uit 1600. Ze is daarna geparafraseerd door sommige schrijvers. Ze geeft voor een deel aan wat een ingewijde is: iemand die vele werelden gelijktijdig beleeft. Het is die gelijktijdigheid van beleving die het mogelijk maakt in elke wereld juist en harmonisch te handelen.

Denk niet dat het gemakkelijk komt. Een inwijding is als een geboorteproces. Spanningen, pijn en wanneer het gebeuren plaatsvindt: een reactie, die in de eerste plaats een protest is: Waarom ik? Maar daarna ook een grote wereld om in te leven. Een wereld om in te groeien. Een wereld die inhoud geeft aan het bestaan. Een wereld die haar grenzen verwazigend, langzaam maar zeker deel uitmaakt van alle dingen. Want: de Vader is deel van mij en van u; ik heb het zo-even gezegd. Maar de Vader is alles en in de Vader ben ik deel van alles. Zo kan ik alles zijn en toch mijzelf blijven.

Dat is de karakteristiek van elke inwijding. Het is de eindfase van alle nieuwe inwijdingen die op dit ogenblik vanuit vele werelden en sferen, zo goed als vanuit uw eigen aarde, de mensen worden aangeboden. Daar wil ik het bij laten.

Vragen

  • In welk tijdsbestek kan zo’n inwijding plaatsvinden?

Geen zinnig woord over te zeggen. De ene keer kan het binnen een dag, de andere keer duurt het twintig jaar. Dat is zo sterk afhankelijk van uw voorgeschiedenis, van allerlei krachten in uzelf, dat daar geen antwoord op te geven is. Als het in een dag gebeurt dan is de voorgeschiedenis een erg lange inwijding geweest, neem ik aan. De voorgeschiedenis kan zijn dat u in een vorige incarnatie of tijdens het bestaan in een geestelijke wereld, vergevorderd was, maar dat bij de geboorte (u weet, een soort geboortetrauma wat herinneringen betreft) alles is onderdrukt en door uw leven eigenlijk niet naar buiten kon komen, totdat er op een gegeven ogenblik een schok komt en je je plotseling al die dingen gaat realiseren. Dat kan.

  • In hoeverre ben je jezelf van de inwijding bewust?

Meestal betrekkelijk weinig of niet. Je realiseren wat er gebeurd is, komt eigenlijk pas wanneer je gaat kijken naar wat je nu bent en wat je was. Zodra je de verschillen gaat opmerken tussen wat je vroeger was en kon en deed en wat je nu bent; dan zeg je, hé, er is iets gebeurd.

Een inwijding is geen gebeurtenis waardoor je voor je eigen gevoel verandert, want je blijft je altijd identificeren met de persoonlijkheid die je bent. Zolang dat het geval is, merk je geen veranderingen op, ook als die feitelijk wel plaatsvinden en misschien door de buitenwereld juist bijzonder scherp worden geconstateerd.

  • Waarom moeten we niet beoordelen of veroordelen?

Dat zal ik u proberen te zeggen. U kunt iets moeilijk beoordelen als u niet alle factoren kent. Maar alle factoren kent een mens nooit, omdat hij een groot gedeelte van de geestelijke waarden eenvoudig niet voldoende beseft of de betekenis daarvan over het hoofd ziet.

Veroordelen kunt u ook niet, want als u iets veroordeelt dan is het op grond van een innerlijk proces, vreemd genoeg, waardoor u in de ander uzelf herkent. Elke veroordeling van de ander is in feite een veroordeling van bepaalde krachten of delen van uw eigen persoonlijkheid. Daarom is het beter deze beide zaken na te laten.

  • Maakt iedereen die eenmaal een inwijding begint deze ook af? Zo nee, wat zouden dan zoal de breekpunten kunnen zijn?

De meesten maken het niet af. Ik zou het willen vergelijken met de zware studies in deze tijd. Het eerste jaar zijn er enorm veel, maar wie studeren er af? Misschien maar 20%. Zo gaat het hier ook.

Wat de breekpunten kunnen zijn? Op een gegeven moment ontdek je krachten in jezelf en dan denk je dat je het allemaal weet. Vanaf dat ogenblik vraag je een erkenning van de wereld. Je krijgt die niet: breekpunt. Je ontdekt innerlijk allerlei zaken, maar je zou die krachten en die innerlijke waarden als het ware aan de wereld willen opleggen. De aanvaarding van het andere verdwijnt, hierdoor ontstaat isolement. Een ander breekpunt; je wilt eenvoudig niet. Je eigen persoonlijkheid laat een opgaan in het totaal dat je kent niet toe. Angst misschien, maar aan de andere kant ook heel vaak een soort verwaandheid: wat ik nu ben is belangrijker dan wat ik misschien zou worden. Het is vooral de onzekerheidsfactor die heel veel mensen tegenhoudt. Zij zeggen: als ik dit allemaal onderga en ik ga dit allemaal doen, wat zal er dan met mij gebeuren? Daar heeft u een paar breekpunten.

  • Dwingt iedere bereikte fase tot een volgende fase? Kortom, is het een blijvende drang of stuwing, die de inwijding motiveert?

Mag ik u complimenteren met de onmogelijke vragen die u weet te stellen?

De drang is iets wat in elke mens aanwezig is. De één wil altijd achter de horizon kijken, de ander wil altijd haantje de voorste zijn en zo heeft ieder wel iets. Dit is ook de drang die bij de inwijding een rol speelt. Het is een combinatie van zelfexpressie en zelfbehoud. Maar op het ogenblik dat je in de inwijding bezig bent, kan het zijn dat je bang begint te worden voor de volgende fase en dan is de kracht die je normaal verder zou stuwen, juist de kracht die je afremt. Daarom is hier dus niets zinnigs over te zeggen, aangezien dat voor elke persoon weer een beetje anders ligt.

  • Waarom zijn de overgangen zo moeilijk? Hoe zouden ze gemakkelijker kunnen zijn?

Als ze gemakkelijk zouden kunnen zijn, zou er geen inwijding bestaan. De overgangen zijn moeilijk omdat iedereen een persoonsbeeld van zichzelf opbouwt, inclusief kwaliteit, eigenschappen, fouten en dergelijke. Door elke volgende stap van bewustwording moet dit beeld herzien worden en heel veel mensen zijn toch een klein beetje verliefd op de voorstelling die zij van zichzelf hebben. Dat kunnen we aan onze kant heel vaak zien. Dan zijn ze net 110 jaar geworden en dan gaan ze naar onze kant over en de persoon in kwestie manifesteert zich als een jonge meid, Dit is letterlijk gebeurd.

Met andere woorden, je kunt van bepaalde ik-voorstellingen vaak moeilijk afstand doen. Het oplossen juist van alle vormvoorstellingen, vormgebondenheid, is voor een mens erg moeilijk. Dit betekent dat elke fase het prijsgeven is van een deel waarvan je dacht dat je het was.

  • Helpen roesvormende middelen zoals LSD in bepaalde fasen bij zelfherkenning?

U vraagt mij nu: als ik de tram neem, leer ik dan beter lopen? LSD en bepaalde andere middelen kunnen ertoe bijdragen dat u zichzelf beter leert kennen en vaak zelfs, dat men bepaalde kosmische verbintenissen en verbindingen beter ervaart. Maar als ze uitgewerkt zijn, sta je weer precies waar je bent begonnen. Je hebt hoogstens een herinnering en dan moet je het toch doen. Daarom heb ik niet het gevoel dat ze blijvend kunnen helpen, ook als ze incidenteel kunnen bijdragen tot een betere visie op jezelf en op al wat daarbij behoort. Vergeet u hierbij niet wat ik heb gezegd over de angst van de mens voor en ook zijn weerzin tegen het aanvaarden van een ik-bee1d dat afwijkt van datgene wat hij een lange tijd voor zichzelf heeft bewaard.

  • Hoe zouden de genoemde fasen eruit kunnen zien bij iemand met hoofdzakelijk priesterlijke incarnaties?

Dat begint met bidden, het gaat verder met preken en gaat dan over in het besef dat je eigenlijk onzin uitslaat. Dit voert dan tot een poging tot praktisch werken en vanuit die poging tot praktisch werken ontdek je ineens dat er een andere band bestaat, die veel beter is dan elke poging een ander te helpen met datgene te bereiken wat jij voor die ander goed vindt.

  • Kan de eenwording met een ingewijde in stof en geest leiden tot inwijding?

Theoretisch wel, maar in de praktijk is er natuurlijk wel wat ervaring bij. Ik geloof dat een eenwording, hetzij in de stof, hetzij in de geest met een ingewijde, heel vaak voert tot een totale vervalsing van het ik-beeld. Je komt dan met een onderwerping aanzetten, wat heel iets anders is dan een aanvaarding.

Een ingewijde die u moet inwijden, is iemand die je moet aanvaarden niet om wat hij is, maar om de kracht, de inhoud die hij representeert. Daarbij doen vormen en andere dingen niets ter zake. Je kunt dan soms even meedenken met bv. zo’n ingewijde, maar met wat je dan hebt geleerd, moet je zelf weer de weg verder vinden. Ik geloof dus dat in de praktijk dit alles niet voert tot een bijzonder snelle bereiking.

  • Moet je voor de inwijding niet eerst de grens en de angst voor de dood overwinnen?

Een mens heeft heel wat meer angsten dan alleen de angst voor de dood. In de praktijk komt het hierop neer: Op het moment dat je de totaliteit wilt gaan aanvaarden, zie je alles wat je vreest als het ware op je afkomen. Dan toch verdergaan betekent heus wel dat je een zekere moed moet kennen en dat je daarnaast een innerlijke zekerheid moet bezitten.

In oude verhalen en in sommige oude boeken spreekt men dan ook wel over “De wachter aan de deur”. Dan zegt men: als je naar een hogere wereld gaat, moet je voorbij de wachter aan de deur, die je alles laat zien wat in je verkeerd en slecht is en waar je bang voor bent. Als je die dan kunt negeren, kun je verder gaan naar een hogere wereld. Aangezien dit uit een magische inwijdingsprocedure stamt, geldt dan ook nog: en als je hem niet kunt overwinnen, zal hij je beheersen, omdat jij je angsten niet meer kunt beheersen en daardoor door je angsten wordt geleefd.

  • Is dat een vorm van psychose die bij een verkeerde inwijding voorkomt?

Het is inderdaad een vorm van psychose die daardoor ontstaat. Psychose is natuurlijk een woord dat niet het geheel van de situatie omvat. In de praktijk is het echter wel zo dat als je een inwijding ondergaat en je weet er geen raad mee, je dan allerlei emotionele schokken ondergaat. Je komt tot verwrongen denkbeelden en dat wil zeggen dat je handelen en je lichamelijke conditie daardoor ook kunnen worden beïnvloed.

  • Hoe kun je dan wel langs de Wachter komen?

Eenvoudig zeggen: het kan mij niets schelen wat ik ben of ben geweest. Ik ben deel van het geheel dat ik voor mij zie.

  • Waarom vindt zo’n inwijding plaats als je er niet aan toe bent?

Normaal vindt zo’n inwijding niet plaats als je die niet kunt verwerken. Maar er zijn heel veel mensen die allerlei dingen forceren en die proberen iets te zijn waarvoor ze in feite niet rijp zijn. En dan wordt het juist gevaarlijk. Kijk, als u getraind hebt voor een marathon is er niets aan de hand, u kunt die afstand dan heus uitlopen. Misschien niet als eerste, maar u kunt hem uitlopen. Maar als u een paar keer een paar rondjes heeft gedraaid en zegt: en nu moet het, dan zult u eens zien wat voor een wrak u bent voordat u halverwege bent. Misschien dat het beeld duidelijk maakt wat ik bedoel.

  • Is bewustzijnsverruiming niet vaak plotseling het een of andere je beperkt voelen of verruimd zijn op haast ondraaglijke wijze?

Ja, nogmaals een compliment. Ik zou het zo willen formuleren, De verruiming van het bewustzijn, zeker in een inwijdingsprocedure vindt geleidelijk plaats, maar het besef van de nieuwe wereld komt plotseling en is dan uitermate overrompelend.

  • Is die eerste erkenning van de feiten een soort resultaat als van de psychoanalyse?

Als u een kikker ontleedt en u zet hem weer in elkaar, wat heeft u dan? Inderdaad, een dode kikker. Psychoanalyse kan een ontleding inhouden, waarbij afstand wordt gewonnen doordat datgene wat in je leeft van zijn betekenis wordt ontdaan, het is dood. Bij een inwijding is het levend. Bij een geslaagde psychoanalyse wordt ook alles levend gehouden, het wordt alleen in samenhang gegroepeerd, zodat wat eerst schijnbare tegenstellingen waren, nu ineens elkaar aanvult. De inwijding doet dit laatste, het is dus een aanvulling.

Het proces dat ontstaat is niet een zelferkenning in allerlei kwaliteiten of eigenschappen, maar eerder in jezelf als een geheel aanvoelen en daardoor op den duur de samenhang beseffen van alle schijnbare strijdigheden die je persoonlijkheid uitmaken. Ik hoop dat ik het voldoende duidelijk heb gezegd. Ik wil geen psychoanalyse hier op de een of andere manier verketteren. Ze is, mits goed uitgevoerd, voor heel veel mensen toch wel een zegen. Maar ik voeg er onmiddellijk aan toe: als ze te analytisch wordt uitgevoerd kan ze ook destructief zijn.

  • Wat zijn die hoogste wetmatigheden die wij moeten erkennen in onszelf?

Ik ben deel van alle kracht. Alle kracht werkt door mij. Daardoor is al wat ik ben en wat ik doe zinvol. In deze zinvolheid als deel van het geheel probeer ik het geheel te openbaren in alle dingen en de kracht van alle dingen zal mij antwoorden. Misschien kunt u de wetten er niet in vinden, maar het is een wet.

  • Wat is de verlichting? Is ze een doel op zich, zoals in het Oosten wordt geloofd?

De verlichting in zichzelf is niet het doel, ze is het middel. In het Oosten kunnen wij ons refereren aan de Boeddha, de Gautama Siddartha. Wanneer deze de verlichting deelachtig wordt onder de boabboom, wordt hij voortdurend aangevallen door, zeg maar de duivel en zijn hele familie. De verlichting geeft hem de macht deze dingen, als het nodig is weg te vagen. Maar aangezien hij de volledige bereiking, de eenheid zoekt, aanvaardt hij zelfs die aanvallen zonder zich daar iets van aan te trekken. Hij laat het als het ware versmelten met zijn totaal besef en het Al.

De verlichting is dus een fase die overgaat in het zijnde-niet-zijn, het tijdloze zijn, het alomvattende zijn, het los zijn als het ware van het gebeuren, zodat je alle gebeuren kunt zien als een eenheid. Het werkelijke doel van bewustwording, van inwijding, is dus niet de verlichting te bereiken, die in feite het weten, het kennen inhoudt, maar het is de bedoeling verder te gaan dan dit en één te worden met AL.

  • Kunt u iets zeggen over de inwijding en de vijf oude elementen?

Dat is eigenlijk oude traditie. U moet niet vergeten dat het licht bij al deze dingen vaak een belangrijke factor is. Het wordt vaak gerepresenteerd door de zon. In enkele gevallen door andere bronnen. Om dit licht volledig te kunnen ervaren, moet je gaan door de aarde, soms een vorm van begraven. In andere gevallen afzondering, het gaan door duistere gangen enz. Daarna het overwinnen van de elementen vuur, heel vaak gesymboliseerd door een vuurloop (lopen over sintels of over vlammende staven springen) en daarna het water. Dat wil zeggen dat je door het water wadende een weg moet vinden, als het ware de ondiepte voelende te midden van wat een onmetelijke diepte pretendeert te zijn. Ten slotte kom je terecht in een duistere wereld, die echter siddert van kracht, zoals wordt omschreven. Rond je ontstaan allerlei schijnbeelden. Je moet verder gaan. Wanneer je die schijnbeelden volgt, loop je teloor (dat is dan de ether). Als je de schijnbeelden niet volgt en je eigen weg gaat, bereik je je doel. Dit is één van de vele vormen van inwijding die ik omschrijf. Er zijn namelijk op aarde ruim 600 verschillende varianten geweest buiten de zogenaamde natuurinwijdingen om. In al deze gevallen gaat het erom dat je de delen overwint om de eenheid te bereiken. Dat is het belangrijke.

  • Hoe verhouden zich inwijdingsriten en inwijdingsspelen zich tot ware geestelijke inwijding?

Laat me het zo zeggen: Als ik mij inbeeld een god te zijn, zozeer dat ik mij één voel met die god, zal ik terugkerende tot mijn normale toestand, de situatie van het goddelijk zijn in de herinnering voortdurend kunnen beleven.

Inwijdingsspelen zijn over het algemeen vereenzelvigingsspelen. Inwijdingsriten zijn iets dergelijks, waarbij men als het ware toewerkt- vaak met heel veel moeilijkheden en veel beproevingen – naar het ogenblik dat men iets anders is geworden. De inwijdeling in Egypte – uit het duister weer in het licht komend – wordt begroet met: Heil u, herrezen Osiris.

In de inwijdingen van onder meer Athene kwam een fase voor, dat degene die ingewijd was, eveneens door een moeilijke weg en al dat andere was gegaan, daarna ook nog was voorbijgegaan hongerig en dorstig als hij was aan een enorm feestmaal of buffet. Als hij dan naar buiten kwam in het licht van de werkelijke zon (niet het licht van de flambouwen) werd hem toegeroepen: Heil, gij zoon van Proteus, evenknie van Zeus! Altijd weer vereenzelviging, tot zelfs met Mithras, waar tenslotte de ingewijde na de verschillende fasen doorlopen te hebben op een ogenblik wordt geroepen als de Mens, de zoon van Mithras.

Het zijn dus vereenzelvigingsspelen, vereenzelvigingsriten. Door innerlijk één te zijn of tijdelijk op te gaan in de hogere kracht neemt men aan dat het weten van die hogere kracht verder in je zal blijven bestaan. In zover zijn ze zinvol, want het zijn de spelen waarbij allerlei innerlijke factoren als het ware worden geuit en daarmee hun belangrijkheid verliezen.

Slotwoord

Ik ga voor een ogenblik proberen iets in u te wekken. Wees niet bang, ik ga u niet inwijden, u komt normaal buiten,

Er is iets in u, zoals in elk wezen: een kracht.

Laten we dan proberen die kracht voor een ogenblik iets beter te beseffen. Dat is alles.

Enigste kracht, enigste uiting van kracht,  één is het licht.

In mij is het licht en ik ben één met het lichte.

In mij is de kracht en ik ben één met de kracht.

Niets is er dat mij beletten kan mijzelf te verliezen in de kracht, in het licht.

Opgaande in u, o Bron van alle dingen, wil ik leven en uiten wat gij zijt, wat gij wilt.

Uit u puttende wil ik mijzelf verlichten met uw licht, laden met uw kracht, opdat ik worde de uiting van uw wil de uiting van uw werkelijkheid.

O kracht der krachten, gij Bron van alle dingen, leef in mij, spreek tot mij en maak mij bewust van u, opdat ik mijzelf leer verliezen in de volheid van uw wezen.

 

Het is eigenlijk een bede, een incantatie, van alles wat. Maar als u het in uzelf heeft gevoeld, dan weet u: in u is de kracht, in u is het licht.

U bent deel van een werkelijkheid die alle werkelijkheden omvat,

Uw bestaan is zinvol, uw wezen is zinvol, zodra u het beseft als deel van het geheel, als deel van de kracht die alle dingen voortbrengt.

Dan zult gij weten dat het licht tot u straalt uit alle dingen, dat er niets is waarin God niet woont, dat er niets is dat gij niet dragen kunt, omdat God in u is en alle dingen in zinvolheid oplost binnen het geheel.

Als ik u iets van dit gevoel, van deze krachten heb kunnen meegeven, dan ben ik dankbaar. Want wij stellen nog steeds grenzen tussen ons en het Oneindige. Maar het Oneindige aanvaardt ons als deel van zichzelf .

Als wij dat voor een ogenblik benaderen, dan vragen wij niet: Is het een oude of is het een nieuwe inwijding? Dan zeggen we alleen: Ik voel dat ik thuiskom.

Moge dat voor u het geval zijn.

image_pdf