Nieuwe vormen van innerlijk weten

Als je zegt: Nieuwe vormen van geestelijk of innerlijk weten, dan kun je eigenlijk meteen je mond houden, want die zijn er niet. Wat ik dan ook met die titel bedoel, is in de eerste plaat dat niet het weten op zichzelf nieuw zou zijn of dat zelfs de innerlijke vorm daarvan een nieuwe zou zijn, maar dat de uitingen (dus de verschijnselen daarvan) anders verlopen dan men in de laatste honderd jaar gewoon was. Innerlijk weten is in feite niets anders dan het beseffen van dingen, waarvoor men geen aanwijsbare oorzaak vindt. Natuurlijk is dit nog niet erg duidelijk.

Als u gevoelig bent voor invloeden en krachten rond u, dan weet u iets en toch weet u niet waarom u het weet. U kunt dus niet verklaren waar het vandaan komt. U kunt ook niet verklaren waarom u reageert, zoals u doet. Het is een feit. Innerlijk weten is altijd een feit, dat onafhankelijk is van de gekende uiterlijke waarden.

Nu is er een tijd geweest, dat de mens veel meer vertrouwd was met de wereld van goden, van demonen, van engelen dan in deze dagen. Hij was minder nuchter misschien, althans volgens de hedendaagse terminologie. Hij had een veel levendiger voorstellingsvermogen. Hij liet zich veel sneller beïnvloeden. Zo zag hij vele dingen, die men tegenwoordig nooit zal kunnen zien. De mentaliteit is er eenvoudig niet meer voor geschikt. Hij hoorde dingen, die men tegenwoordig niet meer zal horen. Doodeenvoudig omdat men niet voldoende onderworpen is aan de suggestie van het paranormale om te komen tot een omzetting in woorden. Hij deed allerhande wonderlijke dingen, waarvoor hij zelf een zeer nauwkeurige verklaring gaf; en niemand zal die dingen vandaag de dag nog precies zo kunnen doen. Want alweer, het menselijk weten, de mentaliteit, de maatschappelijke vorm, de wijze waarop het geloof zich heeft ontwikkeld, verzetten zich daartegen. Toch zal het u duidelijk zijn, dat vormen van innerlijk weten, zoals aanvoelen, erkennen van hogere waarden, helderziendheid, helderhorendheid, paranormale begaafdheid blijven voortbestaan. Maar hun vorm is een totaal andere geworden.

Ik wil u een klein voorbeeld geven van een evolutie:

Het begin van het hedendaagse spiritisme (we spreken dus niet over de oudere Auguren, seances en inwijdingsgroepen) was eigenlijk alleen maar een aantal klopsignalen. Na de klopsignalen kwam er een tijd van beschreven leitjes, van briefjes die geheimzinnig in een kastje terecht kwamen. Daarna eerst ontwikkelde zich het geven van kleine boodschappen, onbelangrijke boodschappen van overgeganen. Vervolgens horen we van materialisaties en dan krijgen we voor het eerst contact met in‑bezit‑nemende geesten. Er wordt een onderzoek ingesteld naar o.m. de oorzaak van krankzinnigheid op dit terrein; iets, wat overigens niet wetenschappelijk is aanvaard. Reddingsseances zijn echter op dit gebied veel gehouden. Daarna ontstaan de z.g. eenvoudige seances. Zij zijn grotendeels aangepast aan een Leger‑des‑Heils‑mentaliteit (ik wil dat hier niet ten kwade gebruiken, maar alleen om de eenvoud ervan weer te geven) en van daaruit komen we tot de werkelijke lering.

De mystieke, de geestelijke lering met een absoluut gezag maakt plaats voor een logische lering, een logisch betoog. Wij komen tot de vormen, zoals die heden ten dage nog bestaan en die u ook van ons kent; en van daaruit gaat het naar een mystieke werking. Maar in die mystieke werking zal op een gegeven ogenblik de intermediator of intermediatrix (het medium) wegvallen. Er blijft dan alleen de sfeer over en het verstaan van die sfeer. Zoals deze evolutie verloopt, zo moet u zich de vernieuwing van dat innerlijk weten voorstellen. De vorm, waaronder men dit in de materie ervaart, wijzigt zich aanmerkelijk. Nu we dit hebben gezegd, lijkt het me wel verstandig om, allereerst eens te gaan kijken wat er dan eigenlijk zo verandert en waarom.

In de eerste plaats heeft de samenleving een veel grotere isolatie van het individu tot stand gebracht. Dit gaat enerzijds gepaard met vergroting van menselijke spanningen en complexen; dus minder geborgenheid in de groep en in het milieu, terwijl milieu en groep gelijktijdig machtiger zijn.

In de tweede plaats wordt de gevoeligheid, het aanvoelen, dus het gebruik van zintuigen en zelfs geestelijke zintuigen, steeds meer noodzakelijk om je te bewegen in de overbelaste maatschappij. Ik wil u een eenvoudig voorbeeld geven, dat elke dag weer voorkomt: Een chauffeur zit op een zeer drukke autostrada. Een ander haalt onverwachte manoeuvres uit. Theoretisch zou de reactie een seconde te lang duren, er zou een aanrijding zijn. Maar de chauffeur heeft zonder te weten waarom op het juiste ogenblik afgeremd of versneld en zijn wagen iets naar links of naar rechts gedrukt. Hij weet zelf niet dat dit een sensitiviteit is. Maar in zichzelf wist hij dat er een bepaalde reactie nodig was. Het waarom werd hem pas duidelijk toen de zichtbare reactie in de wereld ontstond.

Dan wil ik erop wijzen, dat we in de moderne maatschappij met nog een heel ander aspect te maken hebben, n.l. met de rede. Alles moet redelijk zijn. Alles moet worden uitgedrukt in een bezitsvorm. Alles moet logisch mede te delen zijn en anders zwijgt men er liever over. De wereld wil haar uitdrukkingen materieel verantwoord zien. De mens, die impul­sen ontvang, heeft niet meer de moed daarop af te gaan. Vroeger ging men heel rustig als bedelmonnik naar Rome, als een innerlijke stem had gezegd dat het nodig was; wat het kostte, hoeveel jaren van een leven ermee heengingen, dat werd niet beschouwd. Als er nu een geestelijke boodschap wordt ontvangen, dat je op een onbekend adres moet gaan aan­ bellen om te vertellen dat men het goed maakt (een van de simpelste boodschappen), zullen zelfs 9 van de 10 overtuigde spiritisten dat niet onmiddellijk doen.

Ik vindt dat op zichzelf niet zo kwaad. In deze wereld moet een mens nu eenmaal andere zekerheden kennen. Hij moet anders leven. Maar dit betekent dat de onbewuste waarden, die in het “ik” optreden, steeds worden verdrongen. Zij moeten worden aangepast aan het heden; en juist hierdoor gaan oude vormen van besef en van weten meer en meer teloor. Ook de relatie met God b.v. de relatie met de wereld van de geest, die vroeger zo doodeenvoudig was, waarbij een machtswoord en een bezwering te pas kwamen of met het oproepen van een geest alles voor elkaar was, is veel moeilijker geworden. Het verschijnen van een geest of zelfs het spreken van een geest door een medium is niet meer iets, dat men zo maar aanneemt. Er is geen redelijk bewijs voor te leveren; en toch zit er vaak grote waarheid in zo’n mededeling en kan ze van groot belang zijn.

De mens, die zich niet ertoe kan brengen het verschijnsel belangrijker te achten dan de oorzaak ervan, moet de mededeling op een andere manier verwerken. Hij doet dit zonder het te beseffen op inspiratieve wijze. Hij gaat de boodschap brengen als iets, wat in hem of in haar ontstaat. Hij gaat niet meer uit van de invloed, die de mededeling tot stand brengt. Hij verklaart meestal voor zichzelf hetgeen hij naar voren brengt met: “Ik meen gehoord of gelezen te hebben.”

Ik geloof, dat u bij de nieuwe vormen in de eerste plaats rekening moet houden met de menselijke mentaliteit. De oude waarden van een geestelijk weten zijn eenvoudig niet meer aanvaardbaar. Zij kunnen alleen worden aanvaard binnen een zeer apart milieu binnen zeer besloten en geheime groepen veelal; daarbuiten moet men zich aanpassen aan de wereld. Dan moet dus ook de geestelijke krachtessentie, waaruit het innerlijk weten, het geestelijk vermogen, naar voren komt zich wijzigen. Welke vormen zijn daarvoor de meest juiste?

Ten eerste; De kracht zal zich zo moeten uiten, dat zij aanvaardbaar en dat wil zeggen, dat elk direct storend element dat in de boodschap, in de kracht of in het doen ontstaan van het besef gelegen is, moet worden verwijderd. Men zou kunnen zeggen: er is meer sprake van ondergrondse activiteit, waarbij de geest wel zeer actief is, maar zich niet meer zo direct manifesteert, haar uitingen zo direct geeft.

Ten tweede zal die geest haar boodschap niet alleen moeten richten, zoals voorheen, op de werkelijkheid die zij heeft mede te delen. Dat is alleen goed, indien ze zonder meer wordt aanvaard. Ze geeft echter die mededeling niet alleen maar om een weten te scheppen. Ze wil voor de mens een reactie en vaak ook een ervaring tot stand brengen. Het geestelijk weten wordt omgebogen tot een schijnbaar menselijk weten, dat gelijktijdig een actie in de mens origineert.

Ten derde; Zintuiglijke hallucinaties en suggesties zijn voor zeer vele mensen gevaarlijk geworden. Ofwel men geeft zich eraan over, maar zoekt daarin een volledige compensatie voor alles wat erin de maatschappij verkeerd is of voor de belangrijkheid die men meent te ontberen, dan wel men verwerpt ze geheel en voelt zich ziek en ongelukkig, omdat de verschijnselen zich voordoen. Daarom wordt in de plaats van het beeld of van de klankhallucinatie ook de droombeleving gesteld, de gevoelssensatie en vooral de stemming. Daardoor is de boodschap natuurlijk minder gearticuleerd. Maar indien de sensatie die wordt veroorzaakt op een doel is gericht, zo kan men wel degelijk dat doel daarmee bereiken; en dat is het voornaamste.

Alles bij elkaar kan men dus zeggen: De mensheid van vandaag zal haar innerlijk in een geheel andere vorm dan voorheen moeten ervaren, waarderen en beleven. Alleen op die manier kan ze daarmee heden resultaat bereiken.

Nu moet ik overgaan naar een volgend punt:

In elke mens leeft kracht. Die kracht uiten buiten de norm om wordt door de wereld verworpen. Wat is dan logischer dat iemand, die een bepaal­de kracht in zich ontdekt, dan een beroep zoekt of een wetenschap gaat beoefenen, waarbinnen deze gave past. Wij zien bv. onder de medici – zelfs onder vele specialisten ‑ mensen met een bijzondere sensitiviteit. Er zijn vele chirurgen, die a.h.w. zien wat er fout is, de diagnose is vaak onredelijk, indien zij alleen zouden mogen afgaan op datgene, wat langs onderzoek en waarneming werd vastgesteld. Zij kiezen soms uit 4 of 5 alternatieven het enig juiste. Dat zijn mensen, die vroeger helderziendheid zouden hebben bezeten. Mensen ook, die een zekere mate van telepathische begaafdheid hebben. Door in hun vak deze gaven te gebruiken bereiken ze een resultaat, dat voor hen zelf aanvaardbaar en voor de wereld goed is.

Een ander voorbeeld: Een mens kan goed magnetiseren. Als magnetiseur past hij eigenlijk niet helemaal in de maatschappij. De wereld wil dat niet. Hij zoekt een beroep dat daaraan verwant is. Wat zien we? Heel vaak worden die mensen masseur. Ze zoeken het achter ook in beroepen waar ze veel met mensen te maken krijgen: bv. instructeur lichamelijke opvoeding. Wij zien hen zelfs onder de kappers, zij het in mindere mate. Alweer een dekberoep, waarbij men bewust of onbewust eigen gaven kan gebruiken, zonder dat het opvalt. En hoe verder de wetenschap gaat, hoe verder het beheersen of schijnbaar beheersen van de menselijke psyche door de mens, de erkenning van alle wetenschappelijke waarden en normen voortschrijdt, hoe meer eigenlijk degenen, die gaven en die het bewustzijn bezitten, zich gaan terugtrekken.

Conclusie: Het geestelijk weten dat eens een afzonderlijk weten was, wordt nu een onderdeel van eigen actie, van eigen bezigheid in het leven. Bij de mens is het doorsneemens niet meer te onderscheiden. Het is een deel van zijn beroep, liefhebberij e.d. Het treedt niet in verschijning als een aparte vorm van bewustwording of erkenning.

De mystiek speelt hierin ook een grote rol. Innerlijk weten is voor een deel mystiek ervaren. Maar mystiek is wereldvreemdheid; en die wereldvreemdheid wordt in deze tijd niet zo erg geapprecieerd.

Wij kunnen de mystiek nu overbrengen naar een bepaald terrein. Wij zien mensen, die bv. als sociaalfilosofen optreden en in feite mystici zijn. Wij zien theologen, moraaltheologen, die eveneens de mystiek beoefenen. Daarnaast vinden wij een dergelijke mystieke instelling vreemd genoeg in het leger en ook heel vaak bij politieautoriteiten. Zij beseffen dat zelf niet. Hun mystiek is een beleving van gezag geworden. Alle mystiek is een ingaan tot het hogere, een ondergaan van die kracht. Mensen, die daarop zijn ingesteld, proberen alweer een situatie voor zichzelf te scheppen, waarin de wereld hun diezelfde mogelijkheid, diezelfde beleving schenkt. Hun denken is dan ook voor de meeste mensen onredelijk. Hun reactie is niet geheel te begrijpen en soms van onbegrijpelijk, lankmoedigheid, op andere ogenblikken van onvoorstelbare ferociteit. De mystiek is echter het besef van het hogere; en uit de velen, die worden overwoekerd door de praktijken van hun beroep vinden we er steeds weer enkelen, die daaraan ontgroeien. Zij komen omhoog en worden als filosoof, of anderszins ergens bekend. Denkt u b.v. aan een Karl Balth, die wel heel sterk ontgroeid aan zijn oorspronkelijk milieu en wiens visionaire achtergrond wel niet volledig meespreekt in al wat hij zegt en leert, maar daarvan toch zo duidelijk kenbaar de achtergrond van is, dat men moet zeggen: Dit is een mysticus.

We vinden dit ook bij de wetenschap. Einstein is in zijn wereldbeschouwing, zijn betogen een mysticus. En zo kunnen we er meer noemen. Daar zijn onder bekende psychologen, bekende technici, mathematici; dus steeds weer degenen, die een uitdrukking vinden voor hun innerlijke waarheid en die vreemd genoeg daardoor sprongen in hun ontwikkeling maken, ook wetenschappelijk die voor de mens haast niet te volgen is. Het heeft bv. een zeer lange tijd geduurd, voordat men in staat was de eenvoudige stellingen van Einstein na te rekenen. Men kon de eindresultaten wel aanvaarden, maar men kon de berekening, het denkproces niet volgen. Pas toen er een vorm van mystiek ontstond, was dat mogelijk. De mystiek wordt dus, of we dat nu willen of niet, langzaam maar zeker de basis van een verstandelijk en wetenschappelijk denken, waarbij echter de intuïtieve waarden (de innerlijke beleving) bepalend zijn voor de richting van onderzoek en de uitdrukking.

In de mystiek zit nog iets anders verborgen. De mystiek maakt zich ergens los van de mensheid. Een mysticus/mystica, ondergaat een grotere wereld, en de menselijke wereld is daarvan een onbelangrijk deel. De vervreemding t.o.v. anderen, die dit betekent, wordt niet beseft. Dit verschijnsel kunnen we eveneens ten goede en ten kwade waarnemen bij zeer vele wetenschapsmensen, ambtenaren e.d.. Zij zijn ergens vervreemd van de werkelijkheid. Voor hen is het werkelijke leven a.h.w. de appendix van een groter geheel geworden. Beseffen zij dit in de goede zin, dan brengen zij creatief iets tot stand. Hun weten vindt geen uitdrukking in visioenen, zoals voorheen en hun afzondering en beleving van het hogere is geen kluizenarij. Het is voor hen een logisch doorvoeren van het hogere principe op aarde. Conclusie:

Ook de vormen van mystiek beleven en mystiek weten zijn in deze tijd omgevormd tot een onderdeel van de menselijke actie, van het menselijk denken. De eigen waarde daarvan wordt zelden volledig beseft. De resultaten hiervan echter zijn in zeer grote mate kenbaar in de maatschappij van heden.

Dan kom ik nog aan een derde punt: Geestelijk weten is een uitbreiding van de wereld. Tegenwoordig lijkt het of men vroeger meer wist over de geestelijke werelden dan vandaag. Men had er uitgebreide schetsen en beschrijvingen.

In deze dagen is alles veel vager, veel losser, en menigeen zal het idee hebben dat zowel in de kerken als daarbuiten bij de spiritisten heen­ als bij groeperingen, die esoterische leerstellingen aanhangen, alles een beetje verwaterd is. Dit is niet helemaal juist. De geestelijke wereld is t.o.v. de menselijke wereld van een vreemde, niet te definiëren vaagheid. Het weten omtrent die vaagheid brengt gelijktijdig de onvolledige uitdruk­king, de onvoldoende verklaring, het wat zweverig redeneren en een gedrag dat op zichzelf volledig consequent en ook logisch is. Men zou dus kunnen zeggen, dat het innerlijk weten eigenlijk, voor zover het de geest en de geestelijke wereld betreft, op een grens staat.

Ik heb u een paar terreinen genoemd, waarop die vergroeiing met het menselijk leven reeds volkomen is. Hier zien wij langzaam maar zeker de wereld van de goed a.h.w. naar die van de mens toe groeien. Wij zien de vaagheid van de geestelijke wereld ontstaan, waardoor de menselijke wereld haar gemakkelijker kan accepteren en gelijktijdig daarop minder een beroep doet als zijnde het hogere, het meer als deel van het directe zijn beleefde. Met deze verschillende vormen, die ik u heb aangegeven, is dus een laatste conclusie op haar plaats: Elke vernieuwing van het geestelijk weten zal zijn gebaseerd op een sterkere verbintenis tussen geest en stof, een grotere eenheid in stromen tussen geest en stof en een ‑ zij het nog niet volbewuste – erkenning van geestelijke waarden in de materie en omgekeerd.

Dit alles is natuurlijk theorie. Nu kan ik mij voorstellen, dat u deze theorie op zich hier en daar vervelend vindt. Ik zou het u ook niet kwalijk willen nemen, want u bent zich immers van deze geestelijke waarden in uzelf wel bewust, maar op een vlak dat u moet wegrationaliseren, dat u moet wegverklaren; en dan is alles wat daarover gaat een beetje vervelend of hoogstens interessant. Maar laten we nu die vorm van geestelijk weten dan eens in direct verband met u gaan bezien.

Ten eerste: De meeste mensen zijn in deze dagen veel gevoeliger dan vroeger zowel voor kosmische invloeden, geestelijke contacten en invloeden als voor stemmingen en voor de sfeer van hun omgeving. Terwijl zij ongevoeliger worden t.a.v. direct stoffelijke verschijnselen als geluidsoverlast, sterke lichtprikkels e.d. is hun gevoeligheid voor het geestelijke aanmerkelijk gestegen. Wie dit niet weet, kan er geen gebruik van maken. Maar als u tegenover een mens staat of in een milieu komt en de sfeer daarvan veroorzaakt bij u een bepaalde reactie, dan is het toch verstandig deze niet terzijde te stellen. Neem haar als punt van uitgang voor uw logische handelingen. U zult ontdekken, dat die onverklaarbare gedachten en reacties een zeer gezonde basis zijn voor menselijke activiteiten; dat u op een gegeven moment iets aanvoelt en daarop afgaande resultaten kunt bereiken, die u misschien voor overbodig of onmogelijk had gehouden. Die gevoeligheid bezit u haast allemaal.

Ten tweede: U heeft hier allen uw eigen ideeën, uw stellingen omtrent uzelf en de wereld; en u bent geneigd die vol te houden. Indien u aanvoelt dat er iets optreedt dat strijdig is met uw redenering, dan wordt u meestal wel nijdig; u kunt dat niet goed hebben. Dat is heel gewoon. Maar hoe feller, hoe directer het verzet wordt, des te groter uw gevoel van onbehagen is. Indien u een stelling bestrijdt, kan ik me nog voorstellen dat dat ergens een verstandelijke kwestie is. Op het ogenblik, dat u sterk geëmotioneerd bent, is het altijd een van innerlijk weten. Wie ook dit begrijpt, kwestie van gevoel, zal zijn uiterlijke argumenten niet meer gaan aanvoeren en daardoor zich­ zelf en anderen misschien nodeloos uitputten en vervelen of voor zichzelf onaangename consequenties verkrijgen. Hij zal dit gevoel van “verkeerd‑zijn” gebruiken om voor zich de juiste reactie ‑ geestelijk en ook stoffelijk ‑ te bepalen. Een mogelijkheid, waardoor men eveneens juister en sneller reageert.

Ten derde: Er zijn heel veel mensen onder u, die denken. “ik kan genezen”, of: “ik ben helderziend”, of: “ik ben mediamiek”; en zij stellen dit dan als een gelijkwaardig blijvende situatie. Dit is niet waar. Als u geneest, dan kunt u tegenover een mens komen te staan waar­van u eigenlijk niet eens weet dat hij ziek is. Maar u hebt de behoefte die mens te genezen. U weet:

  1. dat die mens ziek is;
  2. dat er een lacune in die mens bestaat die u kunt aanvullen;
  3. dat het resultaat bereikbaar is.

De beste resultaten worden zo bereikt en niet op andere wijze. Daar waar het een kwestie is van opdracht “ik zal die mens nu maar eens gaan genezen”, zijn de resultaten veel minder. De mens constateert in zichzelf waar in de wereld zijn specifieke gaven, eigenschappen en krachten nodig. Daar hij dit innerlijk aanvoelt, bereikt hij de grootste resultaten.

Ten vierde: Er zijn veel mensen, die anderen graag willen helpen. Dit helpen is echter een moeilijke zaak. Toch voelt men soms van een ander aan hoe hij denkt. U kunt niet zeggen, dat dit telepathie is. Het is geen zuiver beeld, er is geen bevestiging van, maar u voelt hoe die ander denkt, hoe die ander reageert. U voelt van tevoren aan wat die ander zal doen. Een vorm van voorwetenschap, waarvan ik zo-even al een voorbeeld gaf in een ander verband.

Als u iemand wilt helpen, dan moet u eerst eens even zien, of u van tevoren diens reacties kunt bepalen. Is dat het geval, dan beschikt u over de capaciteit om die ander werkelijk te helpen. Die wetenschap, welke in u schuilt, komt wel niet helemaal naar boven, zij is echter voldoende om de juiste resultaten naar voren te brengen en daar gaat het om. U zult in uw leven ergens ontevreden of ongelukkig zijn. U weet meestal wel wat de oorzaak is, maar u geeft het nooit toe. Of u het denkt of niet durft te denken, het weten is er. Achter dit weten staat ook een besef van de werkelijke noodzaak, dat is een innerlijk, een geestelijk weten. Op het ogenblik, dat u uw houding niet kunt veranderen, dat u absoluut niet in staat bent uw gedrag te veranderen en toch die ontevredenheid, dat ongelukkig gevoel hebt moet u zich eens afvragen of u tekort schiet. Het antwoord dat u krijgt is meestal helemaal niet redelijk. het is een vlaag een inval. Neem die nu eens au serieux. Zeg niet: “Nou ja, dat is idioot, deze ingeving. Dat is een krankzinnig idee.” Neem het ernstig en kijk, of u op die manier er iets aan kunt doen. Wederom zal u blijken, dat juist deze onbestemde, vage vorm van innerlijk weten, die in deze tijd overheerst, u toch in staat stelde de juiste conclusie te trekken ook al was de afleiding ervan niet mogelijk, al was er een gezaghebbende persoon, die u deze verklaring gaf.

Ik heb nu een paar punten genoemd, die direct praktisch bruikbaar zijn. Maar we moeten goed begrijpen, waarom deze dingen bruikbaar zijn en daarom recapituleer ik nog even.

  1. Het menselijk denken en de menselijke instelling van vandaag maken het niet mogelijk de directe waarden van een geestelijk weten of van een geestelijk beleven in de materie concreet te ontvangen en te accepteren.
  2. Alle geestelijke kwaliteiten en mogelijkheden, die in de mensheid hebben bestaan, bestaan nog. Zij uiten zich nu echter in een vorm, die voor de mens nog net acceptabel is. De verklaring ontbreekt. Er is een zekere vaagheid, maar de waarde blijft gelijk.
  3. Naarmate het begrip van de mens voor zichzelf, voor zijn motiveringen, zijn maatschappelijke verhoudingen stijgt, zal hij in staat zijn om wederom bewust dit innerlijk weten te benaderen en te gebruiken. Hij zal dan zichzelf aan zijn innerlijk weten aanpas­sen en zo vanzelf zijn milieu in overeenstemming brengen met zijn werkelijk innerlijk wezen.
  4. De nadruk, die in deze wereld wordt gelegd op het materiele in tegenstelling tot het geestelijke dat wordt weggecijferd, heeft de innerlijke wetenschap genoopt vormen aan te nemen, die een stoffelijke uitdrukking vergen. Een eigenaardig voorbeeld misschien: het geestelijk huwelijk wordt niet meer begrepen; het wordt omgezet in een stoffelijk huwelijk. Een verwarring van waarden, die overigens nog wel eens zeer eigenaardige resultaten kan hebben en grote emotionele spanningen veroorzaken. Omdat de mens al zijn innerlijk weten wil omzetten in een stoffelijke daad, heeft hij dus spanningen, tegenslagen en ongeluk. Het ogenblik, dat hij beseft dat niet de daad belangrijk is, maar dat de bron van die daad het meest belangrijke is, zal hij bewust kunnen werken met innerlijke kracht en innerlijk weten en dit rich­ten binnen de voor hem juiste mogelijkheden in de materie.
  5. Geestelijk weten is van uit menselijk standpunt bandeloos. Het innerlijk weten erkent n.l. geen wetten, geen zeden, geen vaste waarderingen of leefregels, zoals deze in de wereld der mensen bestaan. Juist hierdoor wordt het onaanvaardbaar. Maar het innerlijk weten beantwoordt aan een werkelijkheid, die in alle sferen en werelden gelijk is: een goddelijke werkelijkheid.

Zo zal de mens ook in de materie langzaam maar zeker zijn persoonlijk bestaan moeten aanpassen niet aan de uiterlijke normen, maar aan zijn innerlijke wet, zijn innerlijk weten. Zodra dit gebeurt, zal hij zich van een groot aantal van de daarin nu verborgen waarden weer bewust worden. Er mag dus worden gezegd, dat een nieuwe vorm van innerlijk weten een groei is naar een bewust, maar nu ook rationeel, erkennen der innerlijke waarden en een bewust en eveneens rationeel gebruik daarvan in eigen wereld zowel als in andere sferen of werelden.

Hiermede heb ik eigenlijk de inleiding gegeven, vrienden. Het is misschien niet zo belangrijk als u had verwacht. Aan de andere kant is het geloof ik voor de praktijk heel wat belangrijker dan u denkt. Want juist deze ommekeer in dat innerlijk weten stelt heel veel mensen voor raadselen. Zij beroepen zich op de oude vormen, waarin dat innerlijk weten, die geestelijke krachten, zich openbaarden. Zij beroepen zich op de voorbeelden van de oude profeten, van visionairen, van oude wijzen en ingewijden, maar vergeten dat in hun eigen tijd hetzelfde bestaat op een andere manier.

Tracht niet te herbeleven wat er in het verleden bestond.

Tracht niet uw eigen geestelijke beleving en waarde aan te passen aan de vormen, waarover u hebt gelezen in een boekje van 1890 of misschien van het jaar 1000. Probeer niet terug te keren tot de praktijken van het oude Egypte, Perzië of India. Probeer die innerlijke kracht te kennen en te leven volgens de vormen van vandaag. En dat betekent: Probeer niet te zeer een geestelijke ervaring een stoffelijke vorm op te dringen.

Verwacht vooral niet, dat de enig waardevolle geestelijke erkenning in een vaste vorm tot u komt. Besef, dat de vorm van vandaag zeer nevelig, zeer vaag is, maar dat de kracht voortdurend spontaan in het “ik” optreedt en wordt gekend; en dat ook op deze wijze kan worden gebruik gemaakt van het innerlijk weten.

Niet de innerlijke kracht is veranderd. De mens veranderde; en zo moest de vorm, waarin dit innerlijk weten tot uitdrukking kwam, zich eveneens wijzigen. Zodra de mens dit aanvaardt en de moderne nieuwe kracht, de nieuwe beleving accepteert ‑ niet hongerend naar het verleden, niet vooruit lopend misschien naar een toekomst, waarin die waarden eveneens meer vaste en concrete vormen kunnen krijgen ‑ zal hij de geestelijke kracht, de kosmische kracht, het totaal der lichtende krachten van deze tijd sterk ervaren, bewust gebruiken en zo aan de nieuwe vorm van innerlijk weten een eveneens nieuwe en verantwoorde vorm van uiting verschaffen.