Noodlot

13 oktober 1986

De inleider

We hebben ook nu weer een gastspreker : een Chinees oude stijl, astroloog, filosoof. Het waarschijnlijke onderwerp is : noodlot.

Dat betekent dat ik er ook het mijne over mag zeggen, want het woord noodlot hoor je erg veel. Maar aan de andere kant bestaat er eigenlijk geen noodlot, geen dwingend lot. Er bestaat een reeks mogelijkheden waarbinnen we ons bewegen en elke keer wanneer we zeggen : “dat is ons noodlot”, hebben we in feite zelf een keuze gemaakt. Het is gemakkelijker om dat over het hoofd te zien.

Onze gast van vanavond zal jullie waarschijnlijk spreken over de principes van Tao of iets dergelijks, maar westers gezien zou ik het doodgewoon als volgt willen stellen :

Elke mens heeft een innerlijk weten, heeft daarnaast een verstandelijk weten en eerst wanneer je beide redelijk in overeenstemming kunt brengen, kom je tot een resultaat dat positief is. Een mens heeft over het algemeen meer negatieve factoren dan positieve in zijn leven. Dat zul je in je waakbewustzijn niet zo sterk ervaren, denk ik. Maar de werkelijkheid is deze : mensen kiezen te veel omdat dit verstandelijk of disciplinair of moreel gezien het meest juist lijkt. Ze doen dus niet wat ze innerlijk weten dat juist is.

Jullie zullen in jullie eigen leven ook heel vaak dergelijke dingen hebben waarvan jullie innerlijk weten : dat zou het beste zijn, maar jullie denken : nee, ik heb geen zin om dat te doen, of : ja, maar dat is niet reëel, laat ik maar. En dan zit je later met de gevolgen. En dan zeg je : dat is mijn noodlot. Maar je hebt het zelf veroorzaakt, want je had anders kunnen doen.

Ik geloof dat dit een van de dingen is waarmee je in het westen altijd weer geconfronteerd wordt : we willen het goede wel, maar we doen het verkeerde. Maar waarom ? Ofwel omdat we niet wisten wat het goede was (in dat geval hebben we wel goed gehandeld want we hebben het zo goed mogelijk gedaan) of omdat we vonden dat het goede te duur, te lastig, te weinig passend enzovoort was.

Als je al die dingen bij elkaar optelt, kom je tot de conclusie dat een heleboel mensen op aarde nogal wat nachtmerries moeten hebben. Want wanneer je jezelf een tevredenheid met jezelf aanpraat, is de nachtmerrie het bijna onvermijdelijke resultaat ervan. De nachtmerrie namelijk compenseert, brengt dus een evenwicht in het totaal van je belevingen en niet alleen maar ten aanzien van – zoals men denkt – het zenuwstelsel en de hersenactiviteit, maar ook ten aanzien van de gehele persoonlijkheid.

In het geheel van het leven heb je natuurlijk een bepaalde plaats. Die plaats kan je wel of niet bevallen, je mag er op verschillende manieren tegenaan kijken, maar één ding staat vast : op die plaats heb je te functioneren en ook niet anders. Wanneer je probeert toch te veranderen, gaat het mis. Je kunt de dingen eenvoudig niet naar je hand zetten.

Een taak is ook niet – zoals veel mensen denken – alleen maar iets wat je doet omdat het nu eenmaal moet. Een taak is een mentaliteit die moet worden omgezet in een manier van leven. En wanneer je dat tot stand brengt, leef je inderdaad redelijk goed. Dat wil zeggen dat je in al je keuzes een grote mate van beheersing hebt. Je kunt dan afmeten wat je innerlijke gevoelens zijn. Je kunt daarnaast afmeten wat de redelijke aanpassing is van hetgeen je innerlijk aanvoelt.

Heel veel mensen denken ook : maar ik heb haast, want ik moet het in één leven afmaken. Maar ons lot (en niet ons noodlot) strekt zich uit over vele levens. Er zijn zelfs hier in deze bijeenkomst mensen waarvan je kunt zeggen : die hebben wel een twintig, dertig levens achter de rug. Misschien kun je ook nog zeggen : nou ja, en dan nog niet verder, maar het komt er toch wel op neer dat iedereen de mogelijkheid heeft elke keer weer juist te reageren en meester te worden van zijn lot.

In het boeddhisme kennen we de zelfbeschouwing, de inkeer tot jezelf, die in de meest perfecte zelferkenning voert tot Nirwana, een toestand waarin je niet meer bent en gelijktijdig toch nog beseft.

We kunnen aannemen dat dit op een gegeven ogenblik waar is. Ik weet niet hoe onze gast er over zal denken – die heeft waarschijnlijk weer afwijkende benaderingen – maar voor mij is het gewoon een zeer reëel gegeven. Wanneer ik volledig mijzelf innerlijk erken en daardoor volledig meester word over mijzelf in alle relaties met de wereld om mij heen, bereik ik de toestand van innerlijke vrede en die vrede is Nirwana, zelfs wanneer ik dan vanuit die vrede nog verder blijf ageren – op aarde bijvoorbeeld – om anderen wat te leren of zo.

Zoek je een westers antwoord, dan wordt het altijd weer een beetje moeilijker, want in de westelijke wereld word je geconfronteerd met het leven volgens de regels en de wetten. Dat is niet denigrerend bedoeld, maar : zo is het en zo moet het en zo zou het kunnen zijn. We moeten echter eerst meester zijn van onszelf en dat betekent dat datgene wat wij innerlijk zijn altijd boven wetten gaat.

Er is een tijd geweest dat martelaren van verschillende geloven uitriepen : God gaat boven de wet ! Maar God leeft in ons en dat betekent dat de wet uiteindelijk alleen maar een soort geleider is. Iets waaraan we refereren op het ogenblik dat onze innerlijke waarheid ons niet duidelijk maakt dat het zo niet kan.

Waarom is die westelijke wereld en dat westerse denken steeds complexer geworden ? Vroeger was het nog heel eenvoudig. Of je had een overgave aan God, of je dreef met God en de wereld een handeltje. Maar tegenwoordig hangt iedereen een bepaald ideaal aan. Hij gelooft in bepaalde theorieën, in bepaalde systemen of hij heeft een uitverkiezingsgeloof of hij gelooft zonder enig voorbehoud in het meesterschap van zijn goeroe of wie dan ook.

Waarom gelooft men in het andere en niet in zichzelf ? Het is maar een vraag. Waarschijnlijk omdat de westerse mens geleerd heeft zichzelf in toenemende mate afhankelijk te maken van de wereld buiten hem. Hij leeft niet werkelijk meer zelf. Hij wordt voor een groot gedeelte geleefd. En wanneer hij probeert zelf te leven ziet hij zoveel weerstanden en zoveel teleurstellingen op zijn weg, dat hij op een gegeven ogenblik uitroept : ach, wat geeft het ook, ik doe het wel zoals ‘ze’ willen.

Je kunt niet gelijktijdig de wereld tot je steun maken, van haar steun eisen, en jezelf zijn. Het zijn gewoon twee verschillende dingen. Het noodlot ontstaat juist doordat we ons overgeven aan die krachten van buiten, die bepalen hoe iets moet gebeuren en op welke manier we de zaak moeten benaderen. Hoe sterker we ons daaraan binden, hoe zekerder voor ons een situatie ontstaat waarin onze eigen beslissingen en onze eigen mogelijkheden eenvoudig wegvallen.

Jullie zien het, ik ben op het noodlot nu niet bepaald gebrand, zeker niet op de uitdrukking.

Maar als jullie nu eens heel diep naar binnen kijken, hoe hebben jullie eigenlijk in je leven beslissingen genomen ? Hebben jullie dat gedaan omdat het jullie zo uitkwam ? Hebben jullie dat gedaan, nou ja, omdat het de gemakkelijkste weg was ?

Of hebben jullie eerlijk overwogen welke mogelijkheden er openstonden en hebben jullie bewust en op grond van innerlijke zowel als verstandelijke overwegingen gekozen ? Het is dat punt waar jullie steeds weer mee geconfronteerd worden.

Hebben jullie die keuze zo gemaakt of niet ? En begin dan niet te vertellen : ja, maar er waren omstandigheden … want dat is tegenwoordig voor het gerecht misschien toepasselijk, maar in de waarheid niet. Je hebt niet te maken met de omstandigheden die gevoerd hebben tot een feit; je hebt te maken met het besef waaruit het feit geboren werd. Je hebt niet te maken met de moeilijkheden die je hebt ondervonden wanneer je zelf een keuze maakte, maar je hebt te maken met de vraag : Heb ik mijzelf wel of niet verloochend in datgene wat ik was en wat ik heb gedaan ?

Een westerling denkt al heel gauw : ja, maar ik kan het lot toch wel aantonen als een dwingende factor, want met de statistieken kan ik aantonen dat bijvoorbeeld iemand van 17 jaar ongeveer een kans heeft op het ogenblik van 65% om 65 te halen. Dat kan waar zijn voor het geheel, voor het gemiddelde, maar hoe groot is het gedeelte van dat gemiddelde dat wordt bepaald door de regels en invloeden van buitenaf ? En hoe groot is het aantal dat zich innerlijke vrijheden, een vrije keuze, een zelf beslissen permitteert ?

Pas wanneer jullie dat kunnen beantwoorden, kunnen jullie zeggen hoe groot werkelijk het percentage is van degenen die het slachtoffer worden van een noodlot. Maar als je dat zou ontleden, zou je tot de conclusie komen dat bijna 90% van degenen die geleerd hebben hun eigen innerlijke weg belangrijker te achten dan de uiterlijke omstandigheden, tot een leven en een presteren komt dat voor henzelf en meestal ook voor de wereld waardevol is, zonder dat ze gelijktijdig verwachtingen koesteren die dan altijd weer beschaamd worden.

Het is gemakkelijk genoeg te zeggen : wij arme eenvoudige zielen. Maar hoe simpeler je bent, hoe rechtlijniger je kunt zijn. Hoe groter je intellect is, hoe meer factoren je afweegt. Dat betekent ook dat je een veel groter complex van uiterlijke omstandigheden stelt tegenover datgene wat je als juist aanvoelt.

Eenvoudige mensen hebben het eigenlijk beter. Zij komen sneller tot een juist reageren of geven zich eenvoudig over aan de krachten die hen in het leven voortdrijven.

Hoe intelligenter men is en hoe meer men besef heeft van de wereld en van al hetgeen erin gebeurt, hoe groter de complexen worden waarmee men te maken heeft. Want hoe meer je weet, hoe meer je moet vergelijken en bij overweging valt het dan gemakkelijker die ene innerlijke factor maar te beschouwen als een klein onderdeeltje van het geheel, in plaats van tenminste 50% ‑ zo niet meer ‑ van het geheel.

Daarom komen intellectuelen heel vaak tot verkeerde beslissingen. Ze voelen dat zelf aan (ze zijn inderdaad intelligent) en wat doen ze ? Ze beginnen allerlei dromen te koesteren. Ze begeven zich in een wereld van het onwerkelijke, het bijna droomachtige en menen daaruit rechtvaardiging en zelfrechtvaardiging voor zichzelf te putten. Maar dat kan alleen maar waar zijn als je droom de weerspiegeling is van hetgeen je van binnen bent.

Macht is een van de grote drijfveren van de mensen. Maar als je kijkt wat er gedaan wordt om die macht te gewinnen en te behouden, dan moet je tot de conclusie komen dat bijna iedereen die werkelijk grote macht bezit, deze in feite verkregen heeft door zichzelf volledig te verloochenen voor zover het zijn innerlijk betreft en gelijktijdig een groot aantal anderen een onrecht aan te doen. Dat je dan wel goed kunt praten, maar dat toch als een last blijft drukken op hetgeen je bent.

Daarom zouden we terug moeten gaan naar een veel simpelere wereld. Een wereld waarin termen als noodlot, als rechten en plichten langzaam maar zeker verdwijnen. Want elke mens heeft heus wel plichten, maar plicht is datgene wat voortvloeit uit dat wat je bent, je besef, je wijze van reageren. De mens heeft ook wel degelijk rechten. Zolang hij in harmonie is met zichzelf, is hij daardoor in harmonie met een groot gedeelte van de wereld. Wanneer hij dan juist reageert – dat wil zeggen, volgens zijn innerlijk juist – dan zal de wereld daarop antwoorden. Hij stuurt zijn eigen leven wel, maar hij zal zien dat de wereld hem niet tegenwerkt, integendeel, zij probeert hem bij te staan.

Toch is het zo gemakkelijk om in de fout te gaan. Laten we het simpelste voorbeeld nemen.

Je moet weer eens een keer incarneren. Ik hoop niet dat je het erg vindt als ik zeg dat dit ook wel eens komt.

Je weet : ik ben zó; ik heb dié taak, dié mogelijkheden. Je bent dus bewust genoeg om te kiezen, maar datgene wat je eigenlijk het liefste zou hebben, komt maar voortdurend niet. Je bent dan zo iemand die zegt (we zullen maar dicht bij huis blijven) : ”Eigenlijk moet ik lijn 8 hebben, maar die komt niet dus laat ik nu maar bus 14 nemen” en die zich dan later beklaagt dat hij heel ergens anders terecht is gekomen dan waar hij heen wilde. Zoiets is natuurlijk onzin. Bij heel veel reïncarnaties is het een kwestie van ongeduld van degenen die willen incarneren, waardoor zij terechtkomen in een situatie die het hun heel moeilijk maakt hun eigen persoonlijkheid op de juiste en meest harmonische manier volledig te ontplooien.

Je hebt ook laksheid. “Ach, waarom zou ik me druk maken ? Ik zie wel.” En dan komt er op een gegeven ogenblik een enorme drang. Je kunt het haast niet meer uithouden in de geestelijke wereld en je hebt niet zoveel keuzemogelijkheden meer. Was je eerder begonnen dan had je het voor jou juiste voertuig in de voor jou juiste omgeving kunnen vinden en daardoor meester kunnen zijn van je eigen lot. Nu doe je dit niet. Resultaat : je zit in een situatie waarbij je te veel inspanningen nodig hebt ‑ naar menselijk inzicht dan – om je innerlijke waarheid voortdurend en volledig uit te kunnen dragen, om te kunnen zijn wat je voelt te moeten zijn.

Ja en dan krijgen we de compromissen. Het is net politiek. Politiek is het uiteenzetten van idealistische stellingen tegenover elkaar, waarna men tot een compromis komt dat geen van beide idealen recht doet en over het algemeen ook niet degenen die er het slachtoffer van worden. We kunnen ingrijpen, altijd weer. Maar ook ik zeg wel eens een keer : dat kan ik nu net niet. Dát niet. En waarom ?

Omdat we weten dat we daarmee daden zouden moeten stellen die een zekere bevooroordeeldheid inhouden. Dat wij beslissingen gaan nemen voor anderen en dat kunnen we niet. Is het dan een noodlot dat ons hier belemmert ? Nee, het is wie we zijn. We zouden kunnen ingrijpen, maar daardoor zouden we voor onszelf enorme problemen en spanningen oproepen en dan geloven wij niet dat het juist is.

Er zijn andere groepen in de geest die zeer actief zijn, ook ten aanzien van het stoffelijke. Die er helemaal niet tegenop zien hier iets te laten exploderen en daar iets te laten beven. Maar zij hebben een andere weg dan wij. Wat zij wel kunnen, kunnen wij niet. Maar wat wij weer wel kunnen : begrip kweken, toch samenhangen ontdekken waar ze schijnbaar niet zijn, daar kunnen die anderen weer niet aan. Dat is voor hen onmogelijk. Zouden ze dat doen, dan zouden ze evenzeer in moeilijkheden komen als wij, wanneer wij overgaan tot een direct ingrijpen dat ook volgens ons eigen innerlijk weten en beseffen niet onvermijdelijk is.

Ik zal het niet al te lang maken, hoor, niet dat noodlot. Maar realiseer je even, zelfs wanneer je uitgaat van het standpunt dat alles zijn plaats heeft, ook in het leven, dat niemand in staat is te weten wat zijn plaats is zonder dat hij eerst zichzelf heeft leren kennen. Je kunt het niet zeggen aan de hand van uiterlijke omstandigheden. Je moet naar binnen toe. En esoterisch gezien is het nodig dat je een zekere mate van zelfbeschouwing kent. Dat is geen zelfontleding. Zelfontleding is aan jezelf verklaren waarom je zus bent en zo bent. Dat is niet nodig. Maar weten wat je bent, weten in welke richting je als het ware zou willen gaan. Weten welke dromen je waar kunt maken en welke alleen maar een ontvluchten zijn van een werkelijkheid. Vrede vinden met je mogelijkheden, maar ze dan ook wel ten volle gebruiken. Dat soort dingen is belangrijk.

Voor elke mens – of hij bewust is of niet – bestaat er een plaats van vrede. Sommigen komen er heel vaak, anderen misschien één keer in hun leven. Als je er een naam aan wilt geven, noem het de tempel van vrede en harmonie. Het droombeeld is in feite een pagode‑achtig gebouwtje, niet al te groot, waarin je mediteert en waarin je de eenheid met het Al kunt ondergaan. Dat is een exceptie, dat is een lering, dat wordt mede door anderen mogelijk gemaakt. Maar de beleving die je daar doormaakt, is ook deel van je eigen wezen en als zodanig moet de beleving voor jou op zuiver persoonlijke basis ook voortdurend toegankelijk zijn.

Ik weet het, je kunt het leven niet naar je hand zetten. Er zijn altijd dingen die je anders had gewild, ook al heb je ze zelf mee veroorzaakt. Maar je kunt jezelf in de hand houden. Dat is iets anders. Je kunt beseffen wat innerlijk juist is en je kunt weten op welke wijze je dit in het geheel van je bestaan mee tot uiting kunt brengen.

Wanneer de gastspreker zo dadelijk over noodlot praat, of over fatum of Tao, of hoe hij het noemen zal, dan moeten jullie een ding goed begrijpen : het is een kosmisch systeem. Binnen een kosmisch geheel is er een onmetelijk, ontelbaar aantal mogelijkheden voor ieder. Dat wat jullie nu zijn, beperkt het aantal van je mogelijkheden natuurlijk.

Maar die mogelijkheden moeten jullie gebruiken om jezelf innerlijk waar te maken, om je innerlijk ik trouw te blijven.

De manier waarop je met je medemensen omgaat, is bepalend voor de wijze waarop je je wereld benadert. En dat zal weer bepalend zijn voor het al of niet kunnen aanvaarden van hetgeen je innerlijk bent en het je zo ontworstelen aan het systeem en komen tot de persoonlijke beleving en de persoonlijke keuze op grond van eigen wezen, eigen karma, als je het zo zeggen wilt, eigen werkelijkheid.

Dank voor jullie aandacht.

De gastspreker

Elk wezen heeft zijn eigen plaats in het leven. Het is een schema dat het eeuwige evenwicht vertegenwoordigt.

Die schema’s kunnen wij enigszins nagaan aan de hand van al wat er op de wereld bestaat.

Als er op de wereld een keizer is, dan kunnen we zeggen : een gelijksoortige macht moet zich ook elders bevinden, in een andere wereld. Wanneer er een dwaas is, moet er een dergelijke dwaas zijn in een andere wereld. Want wij spiegelen de eeuwigheid. We spiegelen het onvergankelijke in onze vergankelijkheid. En wanneer wij op aarde leven, zijn wij deel van het spiegelbeeld boven ons.

Omdat wij al deze wetten niet geheel kennen, gaan we uit van de zekerheid dat elke mens in zijn leven op aarde meebepaald wordt door hetgeen hij weerspiegelt. Veel mensen zullen dat een noodlot noemen, een fatum, een onontkoombaarheid, maar wij spiegelen alleen het wezen dat boven ons is en kunnen in geen geval de daden spiegelen.

In mijn dagen zei men : als je geboren bent als bakker of als boer dan is dat jouw plicht. Je moet een goede bakker, een goede boer, een goede ambtenaar, een goede soldaat, kortom, dat wat je bent, zijn. Maar de werkelijkheid is toch anders. Wat ik in de wereld ben in beroep, is geen weerspiegeling van de wereld boven mij. Wat ik ben aan vermogen, aan talent, aan kracht, is een weerspiegeling. Het gebruik dat ik ervan maak, spiegelt niet een andere wereld. Zij spiegelt alleen mijn eigen verbondenheid met mijn eigen wereld.

Velen zoeken in zich naar macht en kracht. Hoeveel reizigers heb ik niet gekend die trachtten op te stijgen tot de rode draak; die afdaalden tot de krochten van de zwarte draak om met hem te strijden.

Zij dachten een werkelijke wereld binnen te treden, terwijl zij slechts streden met hun eigen denkbeeld en hun eigen geloof.

Leven betekent waarmaken wat de kracht boven jou is. Er werd in mijn dagen niet te veel gesproken over goden.

Waarom kennen wij zo weinig goden ? Omdat het niet belangrijk is iets God te noemen. Het is alleen belangrijk waar te maken wat je moet zijn. Ieder die dat juist doet, zal daardoor deel zijn van hetgeen hij weerspiegelt.

Als je kracht wilt hebben, moet je niet zoeken naar iets wat jou die kracht geeft. Je moet één‑zijn met de kracht die jou op dit ogenblik maakt tot wat je bent.

Wanneer je zoekt naar beter besef en begrip, dan moet je niet zoeken in je eigen wereld; je moet zoeken in jezelf. Je moet innerlijk deel worden van het weten waaruit de vorm die je bent, is voortgekomen. En je moet altijd weer proberen de juiste weg te vinden.

Als het toeval je helpt bij datgene wat je niet kunt verklaren, dan is dat niet eenvoudig toeval. Dan is dat de kracht boven je, die jou – omdat je juist beantwoordt aan zijn wezen ‑ ertoe brengt datgene te zijn, te doen, te beleven, waardoor je een juistere weergave kunt worden.

Jullie merken, ook in een tijd waarin men over mensen nog heel anders dacht dan in jullie dagen, besefte men hoezeer de kracht in jezelf bepalend is voor wat je kunt zijn. Want wat wij de wereld boven noemen, de hemelse wereld die wij weerkaatsen, is niet een wereld die buiten ons bestaat. Wanneer ik iets weergeef op deze wereld dan is dat niet iets vreemd, dan is dat iets waar ik deel van ben, waartoe ik behoor.

Als er geen hemelse keizer is, kan er geen keizer op de troon van China zitten. Wanneer er geen priester is die de krachten van oneindigheid ervaart in de andere wereld, kan er geen werkelijk verlichte priester op aarde zijn. Zelfs de grootste denkers en Meesters die op aarde zijn geweest, zij hebben altijd weer hun kracht geput uit datgene wat zij in de andere wereld zijn. Je kunt geen scheiding maken tussen de werelden van de geest en jezelf en deze wereld. Zij zijn door ontelbare draden en banden met elkaar verbonden. Het gehele gebeuren dat zich ontwikkelt, is mede de weerkaatsing van een werkelijke wereld die zonder tijd bestaat.

In sommige streken in het zuiden zegt men : ja, maar als je vandaag verstoten bent, kun je morgen herboren worden als een boer of een handelaar of een krijger of misschien een vorst. Zij geloven dat. Maar kan ik ooit een. vorst worden wanneer in mij niet de vorst reeds leeft ? De vraag is niet : wat zal een volgend leven mij brengen ?, maar : Hoezeer heb ik in dit leven datgene wat ik werkelijk ben gestalte gegeven ?

Er zijn mensen die zeggen : ja de hemel en de hel, misschien bestaan ze, maar ik merk er hier niets van.

ik zeg jullie : de hemel leeft op deze wereld en ook de hel. Want als zij bestaan, bestaan ze ook nu en ook in jullie wereld. Het geluk van de hemel zou op aarde geproefd moeten worden. De verschrikking van de hel wordt op aarde al te vaak doorstaan.

Al wat jullie leren in godsdienst, in filosofie, in inwijdingsleringen, heeft niet alleen betrekking op iets elders, het geldt voor hier, voor nu. Je kunt je niet losmaken van de kracht die je weerkaatst. Daarom kun je je ook altijd beroepen op de kracht die je weerkaatst. En hoe bewuster je je wordt van deze kracht, hoe meer je ook als mens denkt in twee werelden te leven.

Maar dan komt er een ogenblik dat die werelden voor jouw begrip niet meer overeen te brengen zijn. En dan kies je. Je probeert ofwel in die geestelijke wereld te leven, of je keert terug naar je stoffelijke wereld en laat de geestelijke ervaring achter. Van velen is dat geen bewuste beslissing. Het is een beslissing die door het geheel van hun wezen ontstaat. Wanneer je in je uitingen in strijd bent met datgene wat je weerkaatst, dan komt er een ogenblik dat je de belevingen van die andere wereld uitsluit, omdat je anders jezelf niet zou kunnen aanvaarden zoals je nu bestaat op aarde.

Er zijn veel overleveringen. Mensen trekken uit om een grote schat aan waarheid te vinden. Zij dolen over de hele wereld. Wanneer zij uitgeput na een vergeefse reis en vele jaren terugkeren, blijkt de schat in hun eigen achtertuin te liggen of in de kern van hun hart. Dat is de waarheid. Wij kunnen niet elders vinden, wij kunnen alleen in ons beseffen. Men spreekt van de eeuwige kronieken waarin alle gebeuren en alle leven is opgetekend. Maar voor zover het onszelf betreft, zijn wij die kroniek. Wij bevatten al wat we zijn geweest, al wat met ons samenhangt, al wat met ons zou kunnen samenhangen. Maar het wezen dat wij weerspiegelen omvat al deze mogelijkheden en kent ze.

Ik wil jullie waarschuwen. Het is al te gemakkelijk weg te vluchten in een uitverkorenheid waardoor de wereld voor jullie geen betekenis heeft. Het is ook al te gemakkelijk in jullie eigen wereld te komen tot een absolute veroordeling en verwerping of een absolute aanvaarding. Maar niets kan absoluut zijn. Niets is geheel verwerpelijk, niets is geheel aanvaardbaar. Slechts door door te dringen tot je eigen wezen word je je bewust van hetgeen er zich afspeelt, want het heeft mede te doen met wat je bent in de werkelijkheid aan de andere kant.

De gebruiken van vele verschillende volkeren hebben geprobeerd de hemelen in te delen. Men heeft ze ingedeeld in verschillende stralen, in verschillende sferen. Maar ik vraag mij af : als je gehakt maakt, kun je dan het varken terugvinden ?

Het leven is iets dergelijks. We kruiden de werkelijkheid met al datgene wat wij erin zien, met de interpretaties die wij eraan geven. Maar gelijktijdig verdelen we alles, want het een moet toch iets beter zijn dan het ander. En de dingen moeten gescheiden zijn, anders kan het zich niet goed mengen met de ingrediënten die wij erbij doen.

Maar denk even na. Onze waarheid is dan wel smakelijker geworden, maar zij heeft haar wezen verloren.

O ja, ik mag geen varken nemen, hè ? In jullie wereld is het een dik, vies dier, maar bij ons is het in zekere zin een symbool van geluk en welvaart, een symbool van werkelijkheid. Daarom heb ik dit misschien verkeerde beeld gebruikt.

Jullie allen weten wat een draak is. Een draak in onze legenden is een machtig wezen dat rivieren kan afdammen, dat bergen kan aftoppen en dat toch voortdurend weer in menselijke vorm met mensen kan verkeren. Een draak is een wezen van macht. Wij kennen een jaar van de draak. Het is het jaar van de macht en de machtigen. Maar eens in de zoveel tijd is er het jaar van de vuurdraak. De vuurdraak nu is degene die de menselijke wereld kan helpen en redden of vernietigen. Zij die in dat jaar geboren worden, worden grote krijgers of grote misdadigers. Zij worden grote wijzen of grote dwazen. Het is niet altijd waar, maar toch zie je dat in de jaren deze dingen meer voorkomen. Vraag : waarom ?

Die andere wereld waarin je werkelijk leeft, is verbonden met jullie wereld en kent ten aanzien van die wereld een soort verloop van tijd. Op een zeker ogenblik is een bepaald deel van de bovenwereld zodanig dicht bij jullie eigen wereld dat de geesten incarneren. Dat zijn dan de geesten die behoren tot een bepaalde ontwikkeling. We kunnen niet een kunstmatige indeling maken van de wereld van het hiernamaals, maar wij moeten toegeven : in die wereld leeft – zoals overal – gelijk met gelijk. Misschien zijn er geen tanks, maar er zijn dan toch wel groepen die zozeer met elkaar verwant zijn, zozeer samenleven en samen gebruiken kennen, dat zij in het geheel een zeer bijzondere taak hebben en een zeer bijzondere weergave vormen van een bepaald aspect van de bovenwereld. En uit die wereld worden dan de incarnaties op aarde mogelijk.

Wanneer jullie ooit sterven, komt er een tijd dat jullie eerbaar lichaam vergaan is, dat jullie niet meer luisteren naar de gebeden van je nageslacht, omdat je terugkeert naar het land dat achter de gele rivier zou liggen. Jullie worden op aarde opnieuw geboren, maar altijd op dat tijdstip dat past voor jullie groep.

Soms zijn er mensen die sterk zijn. Vreemd dat die sterken ook voorkomen bijvoorbeeld in het jaar van het konijn of in het jaar van het paard. Maar zij komen. Wat zijn zij ?

Zij zijn de essentie van al wat in dat deel van de bovenwereld goed is of krachtig of sterk. Daarom moet een ieder zichzelf kunnen beproeven, weten of je kracht hebt of niet, weten waar je mogelijkheden liggen. Niet vragen wat de wereld vindt van wat je bent en doet, maar je afvragen : maak ik waar wat ik ben ? Want zij die beantwoorden aan hun plaats op aarde en datgene wat hen op die aarde heeft doen ontstaan, zij vinden zichzelf steeds sterker terug in de grote wereld.

Die wereld aan de andere kant, ach, zij is ook, zoals jullie dat noemen, symbool, ja. Maar denk aan het rijk van het midden, zoals het wordt voorgesteld in de andere wereld. In het centrum ligt de verboden stad, het grote paleis, de hemelse keizer en zijn hofhouding.

Rond hem zijn alle verschillende standen vertegenwoordigd en aan de uithoeken heersen de machten die de vier winden worden genoemd. Elk van hen heeft een taak om het rijk boven de aarde en het rijk op de aarde te bezoeken, te strelen of te teisteren. Het is het beeld van een werkelijkheid, die niet omschrijfbaar is wanneer zij niet in menselijke beelden wordt uitgedrukt.

Een hemelse keizer is een beeld. Maar wat is de keizer in een land waar hij nog heerst ? Hij is de macht boven alle machten. Hij is de schakel tussen de wereld en de sterke machten buiten die wereld. Hij is gelijktijdig de wil en – als het goed is – ook het geweten van het land. Een god zoals jullie die kennen zou zoiets moeten zijn, maar de keizer geeft zijn gaven -zijn goud, zo zegt men ‑ aan allen die verdienstelijk zijn. Wanneer wij verdienstelijk zijn, ontvangen wij de gaven van datgene wat jullie god noemen. En die gaven zijn geen beproevingen. Ze zijn werkelijke gaven, het plotseling ontstaan van het bijna onbegrijpelijk goede. Wat wij ermee doen, bepaalt wat het voor ons in ons leven zal betekenen.

Wij zijn de weergave van een beeld dat boven ons bestaat. Maar wij zijn ook daardoor de ontvangers van de beloning en de straf van de heerser van die andere wereld. Wat jullie willen, wat jullie kunnen, is datgene wat jullie zijn.

Wanneer de taken jullie vermoeid hebben, wanneer zelfs de stemmen van kinderen en vrouwen je ergeren, dan is er altijd wel een binnenhof, misschien met wat chrysanten, misschien met andere kleurige bloemen of kleine stukjes van schoonheid. En als je daar gaat zitten en je vergeet alles buiten de schoonheid, je gaat er in op zodat je alles vergeet, geen stemmen meer hoort en geen rumoer, dan leef je even wat je bent. Dan ben je gesterkt door wat je bent. Dan kun je opeens veel beter zijn wat je moet zijn. Maar dan vind je ook de wijsheid die je nodig hebt, de kracht die je nodig hebt om op jouw eigen wereld, jouw mensenwereld, jouw tijdelijke wereld, datgene tot stand te brengen wat noodzakelijk is.

Wij noemen de wet van juistheid en verplichting Tao. Die wet ligt in ons. Zonder die wet is ons bestaan zinloos.

Met die wet echter moeten wij innerlijk leren leven voor wij haar waar kunnen maken in de wereld buiten ons. In simpele westerse termen : veroordeel niemand, maar beoordeel jezelf voortdurend. Verwerp niets of niemand, maar vraag jezelf voortdurend af hoever je jezelf kunt aanvaarden. Beroep je op elke kracht buiten jezelf, zo je wilt, maar besef dat de enige kracht die antwoordt, in jezelf bestaat.

Wanneer het leven je schijnt te dwingen, zoek in jezelf en je zal ontdekken dat je vrij bent en waar kunt maken wat noodzakelijk is. Maar kijk naar de wereld alleen. En terwijl je nooit bakker had moeten worden of pottenbakker, blijf je het, zeggende : dit is mijn noodlot. En al wat je doet, is onvolkomen. Misschien had je beter een paar gedichten geschreven in je leven, wat meer letters in zuivere fraaiheid leren neerschrijven, dan zou het nageslacht nog steeds de adem van je ziel geroken hebben. Dan zou je eeuwig zijn door die gedachten en niet slechts belachelijk door je mislukkingen.

Niet wat de wereld zegt dat je bent, ben je. Niet wat de wereld zegt dat je moet zijn, kun je zijn. De enige rechter die daarover oordeelt, zetelt diep in je innerlijk en daarom moet je rusten, je verliezen in schoonheid misschien, opdat je alles vergeet en luisteren kan naar al wat er in je werkelijke wezen gebeurt.

Jullie vrezen misschien de tijden die op aarde op het ogenblik zijn aangebroken. Wanneer je kijkt naar uiterlijkheden, heb je reden te vrezen. Maar wanneer je in jezelf zoekt, vind je daar de weg om je problemen op te lossen, je angst uit te wissen,

Jullie kunnen je wereld niet veranderen, jullie kunnen andere mensen niet veranderen, maar jullie kunnen jezelf vinden. En wanneer anderen eerlijk kunnen zijn tegenover zichzelf kunnen jullie hen misschien tonen hoe zij zichzelf moeten vinden. Maar wat kan je meer doen ?

Zoek altijd eerst de weg in jezelf. Zoek de vrede die in je woont. Zoek de kracht die in je berust. Dan zal die andere wereld je maken tot hetgeen je werkelijk moet zijn. Dan zal je al datgene bereiken wat belangrijk en noodzakelijk is.

Vergeef mij als ik je erop wijs dat je voortdurende strijd met de dingen, je voortdurend verzet tegen de dingen, zinloos is. In jezelf kun je de juiste eenheid vinden. Dan verdwijnen dingen, veranderen dingen. Maar je kunt ze nooit oplossen met je menselijke denken alleen.

Sta mij toe – voor ik besluit – nog enkele dingen te zeggen die ik zelf belangrijk acht omdat ik ze mee beleefd heb.

Wat wij zien als ‘Ik’, is een caleidoscoop vol verschillende gestalten die zich steeds weer hergroeperen tot een nieuwe figuur, die we dan weer ‘Ik’ noemen.

Al wat in ons is, hergroepeert zich voortdurend.

Treur daar niet over. Zeg niet : ik verlies mijzelf. Zeg : Ik vind de waarheid in mijzelf. Ik ben niet slechts het patroon dat zich toont, ik ben het materiaal waardoor alle patronen mogelijk worden.

Nu spreek ik tot jullie en probeer dat te doen als een Wijze. Verander de samenstelling een klein beetje en ik spreek tot jullie als een dwaas.

Ik probeer tot jullie te spreken als een eerlijk wezen.

Verander het een klein beetje en ik ben de grootste misleider die er bestaat. Want wij zijn allen al deze dingen.

Wij kunnen echter het patroon in zeer geringe mate wijzigen wanneer het al ontstaan is. En wanneer we dan in die andere wereld komen, kunnen wij zelfs door steeds te hergroeperen, bepalen welke ‘ik’‑gestalte dan weer uit ons tevoorschijn zal komen.

Wat nu is, is vergankelijk want dat waaruit het is opgebouwd, is onvergankelijk. Jullie hebben geen reden tot angst, tot onvrede, want alles vergaat, maar wat jullie zijn, blijft altijd aanwezig.

Ik ben door dalen gegaan van wanhoop. Ik heb de toppen van zelfoverschatting beklommen. En nu – aan het einde van die tocht – ben ik niets en gelijktijdig meer dan al wat ik dacht te zijn.

Ik ben vervolgd om dingen die ik heb gezegd op aarde. Nu vervolgt mij alleen nog de gedachte dat ik zo onvolledig was in mijn begrijpen.

Zo vervolg ik mijzelf tot ik werkelijk begrijp.

Jullie, mijn vrienden, zullen jezelf blijven vervolgen totdat je begrijpt. En dan zal je niet meer zeggen : de anderen, het leven, de dingen, hebben mij gedwongen. Wat je dan kan zeggen is : dit ben ik, dit is mijn waarheid en in die waarheid is mijn werkelijke wezen onaantastbaar.

Dit heb ik ervaren en ook jullie zullen het ervaren. Vrees daarom niet. Vrees niet wat was, wat is, wat komt. Aanvaard jezelf en je wereld wordt er een van vrede, omdat niets de vrede kan verstoren wanneer zij in je is gevonden.

Vergeef mij mijn breedsprakigheden. Ik leg nederig aan jullie voeten wat mij belangrijk is en hoop dat jullie zich zullen bukken om iets ervan als toch niet geheel waardeloos tot je te nemen.

Mogen de krachten van het geluk, van de vrede, de heersers van de krachten, met jullie zijn tot jullie bewust worden van je waarheid.