Occult practicum – Beheersing

uit de cursus ‘Occult practicum’ – 1966-1967

Occult practicum

Inleiding

Praktisch occultisme betekent niet het gebruiken van occulte kunstgrepen, het is het in de praktijk gebruiken van de z.g. occulte mogelijkheden die de mens bezit. Deze mogelijkheden zijn inherent aan het menselijk wezen en zullen bij verschillende personen op een wat andere wijze tot uiting komen. Voor iedere mens geldt echter dat hij een aantal gaven of bekwaamheden potentieel bezit, die buiten het kader van het normaal menselijk leven of het normaal als wetenschappelijk bewezen mogelijk geachte liggen.

Wij zullen rekening moeten houden met het feit dat een mens op aarde werkt vanuit een menselijk lichaam. Er is dus altijd behoefte aan een menselijke, een voor de menselijke mentaliteit begrijpelijke omschrijving, zelfs indien deze in de delen minder juist is. Wij zullen hier zoveel mogelijk de meest juiste omschrijving geven, maar verkiezen toch een begrijpelijke formulering boven een juiste.

De eigenschappen in de mens zullen, zoals u bekend zal zijn, altijd van invloed zijn op zijn vermogen en zijn bereiking. De voornaamste prikkels daarbij zijn begeerte en angst. Deze beide waarden kunnen dus ook worden geëxploiteerd bij het activeren van occulte krachten en gaven, maar op het ogenblik dat daarbij geen beheersing optreedt, zal het “ik” worden gedreven door de krachten, die het in zich of rond zich oproept.

Wat zijn de verschillende krachten waarmee men kan werken in het occultisme? Men kan deze onderscheiden in: aan de mens eigen krachten en buiten de mens bestaande krachten, waarmee harmonie kan worden verkregen.

De in de mens bestaande krachten zijn: alle gevoeligheden, die vanuit het eigen “ik” en door middel van het “ik” een vergroting van waarneming of besef kunnen veroorzaken buiten de als natuurlijk geldende weg om.

Buiten het “ik” zullen de z. g. occulte krachten voor een groot gedeelte bestaan uit astrale krachten, werkingen en machten; daarnaast in de natuur aanwezige en deze eventueel bezielende entiteiten; ten laatste entiteiten uit andere sferen van bestaan, waarmee een voldoende harmonie kan worden verkregen, ongeacht de daartoe gebruikte middelen.

Alles wat in jezelf ligt, moet je vanuit jezelf ontwikkelen. Bij een ontwikkeling van de eigen capaciteiten en eigenschappen zal men moeten uitgaan van zijn nu bestaande mogelijkheden. Iemand die sterk visueel is aangelegd, zal ongetwijfeld snel komen tot een redelijke helderziendheid. Iemand die auditief is aangelegd, zal wel helderhorendheid, maar geen helderziendheid, kunnen bereiken. Iemand die gevoelig is voor zijn omgeving en de daarin heersende stemmingen, zal een redelijk grote mate van telepathie (telepathisch vermogen) kunnen bereiken. Hij zal daarbij ook vaak de instelling op toekomstige feiten of feiten uit het verleden tot stand kunnen brengen.

Geestelijk zijn er natuurlijk ook enige mogelijkheden. Hier geldt dat het eigen besef, dat in staat is het stoflichaam en de daarin voorko­mende ervaringen, prikkels en verschijnselen tijdelijk uit te sluiten, op het geestelijk niveau waarop het bewust is, alle daar aanwezige krachten kan kennen. Dit laatste kan met verschillende hulpmiddelen worden bereikt. Er bestaan tevens hulpmiddelen die een bereiking mogelijk maken, doordat een zo sterke eenheid van geest en stof tot stand wordt gebracht, dat de geestelijke belevingswaarden in de materie worden geprojecteerd.

Harmonie met geesten daarbuiten kan vanuit het innerlijk worden op­gewekt door een zeer sterke controle van eigen denken en het gelijktijdig in het “ik” wekken van een tevoren vastgestelde en omschreven emotionaliteit. Daar deze weg voor de meeste mensen te moeilijk is, zien wij al heel snel verschijnselen optreden als de z.g. magie, waarbij men gebruik maakt van uiterlijke hulpmiddelen. Hieronder ressorteren in volgorde van belangrijkheid: begrip, klank, andere zintuiglijke beïnvloeding (door licht of reukwerken), het toepassen van lichamelijke bewegingen (dans, riten, ritme) en ten laatste het gebruik van licht‑verdovende middelen.

Als wij dit alles zo samenvatten, zult u gaan inzien dat het terrein van het praktisch occultisme zeer veel kan omvatten, maar dat meer voor zich zal moeten zoeken naar het voor het “ik” meest juiste beeld, de voor het “ik” meest praktische methode van werken. Hierbij gaat men uit van de eigen persoonlijkheid.

uit de cursus ‘Occult practicum’ (hoofdstuk 1)- oktober 1966

Beheersing

Mijzelf beheersen wil niet zeggen: mijn wezen onderdrukken. Het houdt in: een voortdurend mij bewust zijn van mijzelve, van mijn acties, van de in mij bestaande emoties en de daaruit voortvloeiende gevolgen. Deze beheersing kan worden aangeleerd door training van het lichaam. Degenen die daartoe lichamelijk geschikt zouden zijn, kunnen bv. via Hatha‑Yoga heel veel methoden van beheersing leren. Zelfs indien dit laatste niet bereikbaar is, geldt nog: beheersing wordt voortdurend bevorderd door gewoontevorming. Elke afwijking van de norm vermindert voor de doorsnee‑mens de mogelijkheid tot beheersing. Improvisatie is dus alleen dan aanvaardbaar, indien wordt geïmproviseerd binnen het kader van de voor het “ik” reeds erkende en bestaande middelen.

U zult zich afvragen, waarom beheersing hier voorop wordt gesteld en wat daaraan zo belangrijk is. Laat ons het meest eenvoudige voorbeeld nemen.

Een onbeheerst medium zal nimmer in staat zijn te bepalen, wanneer er wel of geen inbeslagname plaatsvindt. Dit kan voor het eigen leven bijzonder storend zijn. Het kan ertoe leiden dat gevaarlijke omstandigheden ontstaan. Daarnaast is men niet in staat ook maar op enigerlei wijze invloed uit te oefenen op de aard der entiteiten die intreden en de wijze waarop dit intreden geschiedt. Het resultaat is, dat lichame­lijke schade eruit kan voortvloeien en dat persoonlijkheden kunnen intre­den, die voor het “ik” zeer onaangename stoffelijke situaties scheppen of eveneens zeer onaangename en ook gevaarlijke geestelijke complicaties kunnen veroorzaken.

U zult begrijpen dat iemand, die helderziend is en niet en staat zijn helderziendheid te beheersen, kan worden gekweld door hetgeen hij waarneemt. Degene, die zelf kan vaststellen “er is hier een aanwezigheid” en na deze erkenning zich daarvoor kan afsluiten, is praktisch onaantastbaar voor vele spookverschijnselen. Aan de andere kant is hij voortdurend in staat naar eigen wil (dus op de ogenblikken dat het “ik” dit belangrijk acht) geestelijke waarnemingen te doen en de situatie van een bepaalde plaats of persoon in astrale en geestelijke zin vast te stellen. Ik kan verdergaan met deze voorbeelden, maar deze beide tonen reeds aan dat beheersing zeer belangrijk is.

Nu is er altijd sprake van een evenwicht van krachten, ook bij een helderziende waarneming. Als ik waarneem, zal ik door het waarnemen mij­zelf waarneembaar maken. Ik kan nimmer op een bepaald niveau kennis ne­men van iets of handelen, zonder dat al wat er op dat niveau bestaat op mij kan reageren. Ben ik innerlijk beheerst, dan zal ik mij altijd kunnen beroepen op de waarden van mijn eigen wezen en eventueel van mijn eigen wereld. Ben ik onbeheerst, dan zal elke kracht die ik waarneem, elke kracht waarmee ik in harmonie kom, mij kunnen domineren en gebruiken. Praktisch occultisme betekent wel degelijk meester blijven over de situa­tie.

Beheersing houdt begrippen in, die u misschien beter kent onder af­scherming, uitdrijving e.d. Die beheersing behoeft niet alleen de eigen persoon te betreffen, zij kan wel degelijk ook op andere persoonlijkheden betrekking hebben. De situatie is ongeveer als volgt:

Wanneer de mens een beroep doet op zijn materiële èn zijn geestelijke energieën, zal hij de meerdere zijn van praktisch elke geest, die in zich nog materiële bindingen of verlangens kent. Hij heeft nl. de materiële energie plus de geestelijke; de ander heeft alleen de geestelijke. Zolang die mens als een eenheid reageert, kan hij dus de ander wegdwingen. Hij kan de ander zelfs oproepen en zenden waarheen hij wil; hij is absoluut de sterkere. Op het ogenblik dat u uw zwakheid erkent, dat u bang bent, kan de andere geest zorgen dat u ofwel op uw geestelijke, dan wel op uw stoffelijke krachten geen of geen volledig beroep meer kunt doen; u wordt dan automatisch de zwakkere. Daarom kan men ook wel zeggen, dat beheer­sing inhoudt: een beheersen van en op den duur een afwezigheid van vrees; niet van alle vrees, maar van alle vrees die panisch kan zijn. U mag de gevaren rustig erkennen. U mag zelfs zeggen: Ik ben bang, dat dit of dat kan gebeuren. Maar u mag die vrees niet gebruiken om uw handelen daardoor te beïnvloeden.

In alle beheerst werken dient een scheiding te worden gemaakt tus­sen de ogenblikkelijke toestand, de ogenblikkelijke mogelijkheden en hande­lingen en de eventuele gevaren of consequenties, die men daarin vermoedt of de eventueel voor het “’ik” onaanvaardbare krachten, die men daarbij erkent. Scheiding in het bewustzijn is noodzakelijk.

Als wij de beheersing nog verder nagaan, zo blijkt zij naast het li­chamelijke ook wel degelijk bepaalde geestelijke oefeningen te eisen. Alleen een beheersing van het lichaam (eventueel van de zenuwstromen, de ademhaling e.d.) is nooit voldoende. Het “ik” zal geestelijk in harmonie kunnen treden met omringende krachten, dat is waar. Maar ook hier geldt wederkerigheid.

Als ik een geestelijke harmonie met iemand tracht tot stand te bren­gen, dan zal een ieder, die op ongeveer gelijk niveau heeft bestaan, met mij contact kunnen opnemen. Dit is een typisch verschijnsel, dat wij kennen bij mensen die pas korte tijd helderhorend zijn of die eerst korte tijd in staat zijn telepathische contacten op te nemen. Wanneer zij een bepaald contact te pakken hebben, dan blijkt dat zich na verloop van tijd andere stemmen of andere figuren daartussen dringen. Het kan zelfs zo zijn, dat de zaak uitermate verwarrend wordt. Indien u daarmee rekening houdt, zult u begrijpen dat iemand, die in staat is elke bijkomende storing, hoe luidruchtig ook, terzijde te stellen, het contact wel kan handhaven. En dat betekent concentratievermogen.

Concentratievermogen oefen je door o.m. een bepaald woord te nemen, dit woord te overdenken en elke associatie, erkend als niet behorend tot het punt van overdenking, onmiddellijk te bannen. In het begin is dat moeilijk; je bent meer dan je denkt. Maar op den duur leer je zo één on­derwerp vast te houden.

Een andere methode om het concentratievermogen wat te verhogen is bv. het volgen in een concertopname van één enkel instrument. Tracht dit ene instrument voortdurend in het gehele orkest te horen. In het be­gin zal het u zeer moeilijk vallen; later blijkt u in staat te zijn, zelfs in een orkest bestaande uit honderd musici, één instrument met een kenmerkend timbre te blijven volgen, zodat het voor u als een soort solo‑instru­ment op de voorgrond treedt.

Wanneer wij ons met denken of met concentratie op deze wijze hebben geleerd in te stellen, zullen wij ook de z.g. vliedende contacten gemakkelijker kunnen vasthouden en wij zullen daarmee gemakkelijker kunnen werken. Onder vliedend contact verstaat men bv. het contact met een ander, wiens begaafdheid op telepathisch gebied gering of wiens concentratie te ge­ring is. Zo iemand heeft een beeld, waarbij hij enkele begrippen juist ont­vangt, terwijl de rest pleegt weg te zakken. Wil je daar wat aan doen, dan ga je je zozeer daarop concentreren, dat elke bijkomende storing wegvalt. Het blijkt dan dat nu niet alleen het geheel verstaanbaar en begrijpelijk wordt, maar ook dat de verschillen in sterkte langzaam wegvallen. In der­gelijke gevallen kan een geconcentreerd en geschoold ontvanger het com­plete gedachtecontact zozeer door zijn concentratie beheersen, dat bij zelfs zeer rudimentair uitstralende gaven, van de z.g. zender een volle­dig storingsvrij en blijvend contact tot stand kan worden gebracht.

Een volgend punt, dat met de beheersing in verband staat, is wel de mogelijkheid van spanning en ontspanning.

U moet er rekening mee houden dat elk overbodig energieverbruik ‑ onverschillig op welk vlak ‑ schadelijk is voor de kracht, waarover een mens in zijn concentratie, zijn denken, zijn streven, beschikt. Een mens, die honger heeft, zal door die honger geplaagd niet goed kun­nen werken; zijn geestelijk werk zal er sterk onder lijden. Wanneer hij die honger zo ver doorvoert, dat een verzwakking van het lichaam en daarmee een wegvallen van de werkelijke hongerkwelling optreedt, dan blijkt hij wel weer zeer ontvankelijk te zijn; maar voor zijn lichaam zelf is dit dan weer minder aangenaam. Het is dus wel zeer belangrijk dat u leert u op de juiste wijze te ontspannen. Ik mag hier misschien de methode nog even aan­geven, ofschoon zij bekend is.

Relaxen wil zeggen:
Voldoe aan alle ogenblikkelijke behoeften, zodat u gegeten, gedronken hebt enz. Ontspan u door u zo prettig en zo gemakkelijk mogelijk neer te zetten of neer te leggen. Probeer te denken dat uw tenen volledig ontspannen zijn, dat ze eigenlijk niet meer bestaan. Ga zo verder tot de top van uw lichaam, totdat alle ledematen een beurt hebben gehad. In het begin een betrekke­lijk lastige en langdurige oefening, na herhaalde pogingen echter een een­voudige en zeer snelle methode om uw volledige lichamelijke ontspanning te bereiken.
Is het lichaam zo ontspannen, dan staan alle lichamelijke krachten ‑ ook de fluidieke krachten die aan het lichaam worden ontleend ‑ a.h.w. ten dienste van de wil. Gelijktijdig zal door die ontspannenheid en het wegvallen van afleiding ook de geest zich gemakkelijker kunnen richten en concentreren. U ziet dus dat dit punt, waaraan helaas veel te weinig aandacht wordt besteed in het praktisch occultisme, bepalend kan zijn voor het al of niet slagen van experimenten. Wat meer is, het kan bepalend zijn voor het al of niet slagen van uw leven. Beheersing, die ook op de ontspanning is gericht en op het juiste innerlijke evenwicht, is noodzakelijk.

Wanneer wij vanuit de beheersing verder willen gaan, dan geloof ik dat wij ook moeten spreken over uiterlijkheden.

Een mens kan zijn milieu tot op zekere hoogte beheersen. U kunt hier de sfeer binnenshuis wel bepalen. Storingen, die van buitenaf optreden (bv. van de straat of uit andere vertrekken), kunt u niet geheel beheersen. Datgene wat ik kan beheersen, moet ik ook hier beheersen; en dat wil zeggen: zoek naar een zo juist mogelijke aanpassing van uw om­geving aan datgene, wat u bent en aan hetgeen u wilt.

Heeft men oefeningen, die zeer hoge geestelijke doeleinden hebben, zo zal men goed doen ervoor te zorgen een plaats te hebben, die alleen daarvoor is bestemd. Zij zal dan ook zo rustig mogelijk dienen te zijn. Men zal haar m.i. niet voor andere doeleinden mogen gebruiken. Zoekt u harmonie, dan zal het vertrek waarin u bent en eventueel ook het gezelschap dat bij u aanwezig is, op gezelligheid moeten zijn ingesteld. Zoekt u verbinding, dan zal er ook een werkelijk gevoel van verbondenheid moeten zijn. En wij zullen dit kunnen versterken door muziek, door klanken, de keuze van de juiste kleuren, geurstoffen, bloemen en al wat dies meer zij.

Beheersing van het milieu is echter een persoonlijke kwestie. Mensen behoren tot wat men noemt de verschillende stralen. Zij hebben dus verschillende achtergronden. Niet iedereen zal een bepaalde sfeer op gelijke wijze kunnen creëren. Degenen, die een bepaalde sfeer wil scheppen en beheersen, houden er daarom rekening mee, dat hij in zijn eigen milieu (dat hij dus reeds zoveel mogelijk heeft afgestemd) zuiver die sfeer moet trachten te wekken. Dan kan hij de verschillen in ervaring, die normaal bestaan, overvleugelen door zijn harmonische uitstraling en kan er een geestelijke compensatie optreden voor de stoffelijke ervaringsverschillen, die er tussen de verschillende typen nu eenmaal bestaan.

Een vraag, die heel vaak in dit verband naar voren komt, is: Moeten wij gebruik maken van kentekenen voor het gebeuren? Wij gaan mediteren; moeten wij dit doen bij kaarslicht of mogen wij gewoon de lamp aansteken? Wij seanceren; moeten wij voor deze seance bepaalde rituelen vervullen of niet? U zult begrijpen dat een beantwoording van dergelijke vragen altijd afhankelijk is van hetgeen men wenst te bereiken. Ik wil u echter enkele voorbeelden verschaffen.

Voor vele mensen geeft het branden van kaarsen een sfeer van gewijdheid, van rust. Indien men de sfeer van rust voor een zeer divers gezelschap wil creëren, zal het goed zijn om dus kaarslicht te gebruiken. In een gezelschap, dat geleerd heeft bepaalde wierookgeuren met de geladenheid van een kerkelijk ritueel te associëren, zal men ‑ als men iets bereiken wil ‑ veel hebben aan de geur van wierook. Heeft men te maken met een groep mensen, die bv. kruis‑en‑bord‑seances doen en die nog niet hebben geleerd zonder meer uit zichzelf een zuivere instelling te verkrijgen (iets wat minder voorkomt dan de deelnemers aan dergelijke seances plegen te veronderstellen), dan zal men er goed aan doen een zeker afschermingsformule te gebruiken; bv. een rondgang om de plaats waar de seance wordt gehouden, desnoods rond de tafel waar men aanzit, mits deze dan ook niet verbroken wordt, doordat iemand op die lijn gaat zitten. Een lijn, die niet eens behoeft te worden getrokken, die gelopen kan worden en waarbij men bv. met reukwerk of ook met de hand voortdurend een beschermend teken maakt. Dit kan een kruisteken zijn, het kan een ankh‑teken zijn. Men spreekt hierbij woorden, die voor het “ik” de heiligheid uitdrukken, van hetgeen men nastreeft. Ik kan mij voor een christen of iemand uit een christelijk milieu voorstellen, dat die formule luidt: “Dat dit geschiede in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest. Bescherm ons tegen alle kwaad.” En dat men dit herhaalt.

Hierdoor schept men niet slechts een zekere afscherming naar buiten toe, neen, men vergroot de beheersing door de suggestieve werking.

De aanwezigen voelen zich veilig. Zij voelen de bescherming van God als de achtergrond van hun werken. Hun instelling zal dus onaantastbaarder worden voor eventuele boze geesten.

U ziet, dat hieraan wel degelijk ook een praktisch belang kan wor­den gehecht; het is niet alleen een theorie.

Het beheersen van onszelf, het beheersen van ons milieu, is niet alleen maar iets voor een verre toekomst of iets waaraan wij aandacht zullen besteden, wanneer wij later misschien een of ander doel nastre­ven. Het is iets wat wij dagelijks kunnen gebruiken:

Wanneer ik mij in een ruimte bevind en de sfeer is daar onzuiver, waarom zou ik dan geen middelen gebruiken om mij een zekere overmacht over die atmosfeer van gedruktheid, van onrust te verschaffen? Ik kan daarvoor gebruik maken van gewoon keukenzout, dat verdampt op een houtskoolvuur. Ik kan gebruik maken van de verschillende soorten gewijd water. Ik kan gebruik maken van geurstoffen. Het is een kwestie van mijn eigen keuze.
Belangrijk is het voor mij dat ik daaraan absoluut het begrip verbind: uitdrijving van den boze. Juist door het hulpmiddel, dat ik gebruik, wordt het mij mogelijk een eventuele aantasting van het kwaad van mij af te werpen. Mijn gevoel van hulp, van verzekerdheid, maakt het mij mogelijk mijn eigen aura steeds sterker te doen spreken en zo de heersende sfeer tijdelijk of misschien zelfs blijvend door mijn eigene te vervangen.

Nogmaals, mijne vrienden, u zult begrijpen dat dit belangrijk is. Ook belangrijk zijn de middelen, die wij gebruiken om een slagen van onze meditatie, van onze uittredingen en al wat daarbij komt te bevorde­ren. Daarbij hebben wij dat nodig, wat past bij ons streven.

Wanner wij zoeken naar licht, dan hebben wij licht nodig. Wanneer wij zoeken naar een manifestatie in zichtbare vorm van de geest uit het licht, dan zullen wij dit licht enigszins moeten beperken, inderdaad, maar wij zullen ook dan trachten te werken met enig licht, bv. van waskaarsen of ‑ zo dit niet verkrijgbaar is ‑ van een rode of een gedempte belich­ting. Hebben wij te maken met een uittreding naar het hoge, dan zullen wij daarvoor het licht kiezen van zon of maan.

Als men uittreedt, dan heeft men de vrijheid nodig. Uittreding in een gesloten vertrek is uit den boze. Dit kan wel worden gebruikt voor uittreding naar lagere sferen en voor bepaalde mogelijkheden van inner­lijke visualisatie, maar willen wij werkelijk uittreden, dan hebben wij ook een vrije lucht nodig; er moet frisse lucht toegang tot het vertrek heb­ben.

Als je hoge doeleinden nastreeft, dan is het logisch dat je ook zelf je daaraan aanpast, lichamelijk. Het klinkt misschien wat dwaas, als je hoort dat een magiër, die een groot werk wil verrichten, niet alleen in de voorafgaande dagen vele malen baadt, maar zelfs ook purgeermiddelen gebruikt, dat hij schone kleren aantrekt die onbesmet zijn en al die dingen meer. U heeft gelijk, het klinkt overdreven. Maar als ik het gevoel heb, dat ik volledig zuiver ben, dan heb ik daarmee voor mijzelf een aantal angsten overwonnen. Ik heb voor mijzelf een gevoel van verbondenheid met lichte kracht tot stand gebracht; en dit alleen reeds is van belang.

In de tweede plaats is daarbij natuurlijk ook belangrijk, dat je voor­komt dat er voorwerpen aanwezig zijn, die op enigerlei wijze de geestelijke kracht van anderen in jouw sfeer kunnen induceren; en daartoe kunnen zelfs bepaalde voedingsmiddelen behoren. Dus ook hier: alweer een beheersing van het milieu.

Eenvoudige middelen zijn vaak in staat betrekkelijk grote bereikin­gen te vereenvoudigen. Die middelen zijn stoffelijk. Zij schijnen zinloos of onzinnig. Wij moeten echter niet vergeten dat zij voor ons belangrijk worden, omdat zij onze omgeving en daarmee onszelf aanpassen aan hetgeen wij nastreven en dat zij alleen betekenis kunnen hebben, indien wij daar zelf ‑ al is het maar voor een ogenblik ‑ in opgaan. Wanneer u een magische cirkel trekt, dan moet u er op dat ogenblik volledig bij zijn en in geloven; vóór‑ en nadien mag u zich zo belachelijk voelen als u wilt. Tijdens de handeling moet u volledig serieus zijn. Als u dat doet, zult u ontdekken dat u zich ook na afloop niet zo ridicuul voelt. Iets, wat half wordt gedaan, is gevaarlijker dan iets, wat niet wordt gedaan.

Wanneer men voor de beheersing van het milieu maatregelen treft en halverwege zegt: Nu ja, het is niet zo ernstig, laten wij de rest laten rusten, dan is er een gevaarlijke situatie ontstaan. Dan heeft men zelf het gevoel van onvolkomenheid, dus van kwetsbaarheid. Dit brengt een bewustzijn van gevaar en angst met zich, dat zelfs ‑ indien de maatregelen op zich zinloos zouden zijn ‑ het risico reeds aanmerkelijk vergroot. Beheersing is dus mogelijk op velerlei manieren. Ik wil, aan het ein­de van dit eerste hoofdstuk, enkele eenvoudige middelen geven, die bij be­heersing bruikbaar zijn en kunnen worden gebruikt. Ook indien deze u reeds bekend zijn, verzoek ik u daaraan niet voorbij te gaan.

Reiniging, afscherming van het “ik” en zo beheersing van de omstan­digheden in en rond het “ik”

  1. Vermijd alle roesvormende dranken; daarbij zou ik een uitzondering willen maken voor de opwekkende dranken als bv. koffie, thee en wat er meer bestaat aan plantaardige middelen en sappen. Ik zou absoluut verwerpen alles waarin alcohol voorkomt; alles met een hoog suikergehalte en alles wat sterk de indruk wekt van prik­keling of genot. Koolzuurhoudende dranken zijn eveneens meestal scha­delijk.
  2. Voel u nooit dwaas, wanneer u deze oefeningen gaat doen of wanneer u zich aan deze regels houdt. Alleen als de regel au sérieux wordt genomen heeft zij zin. Voordat u begint aan een geestelijke taak of aan een occulte arbeid:
    a. Adem zo mogelijk in de frisse lucht zo sterk mogelijk uit; adem daarna zo langzaam mogelijk en zo diep mogelijk in. Herhaal dit drie‑ tot viermaal.
    b. Reinig uzelf. Als u meent dat uw kleding vuil is, vervang die. Borstel eventueel uw kleding af. Was uw handen. Kortom, zorg ervoor dat u het gevoel hebt: ik zie er prima uit; ik ben niet op enigerlei wijze onzuiver of onrein.
  3. Gebruik bij gelijke gelegenheden altijd het gelijke ritueel. Indien u afscherming tracht te verkrijgen door middel van ge­zang, gebed, muziek of op andere wijze, gebruik steeds hetzelfde gebed, dezelfde muziek, hetzelfde gezang.
  4. Wanneer u denkt en u heeft een concentratiepunt nodig:
    Alle occulte bereikingen, waarbij deze concentratie van belang is, worden sterk gesteund, indien er een visueel en eventueel auditief concentratiepunt aanwezig is. Kies daarvoor een voorstelling, desnoods een glans, maar kies altijd dezelfde.
    Kies als auditieve prikkels desnoods een geruis, een licht sissen of fluiten als van kokend water, een eenvoudige, vooral eenvoudige melodie, maar altijd dezelfde. Indien u reukwerken gebruikt, wissel de soort reukwerken niet af, maar gebruik steeds gelijke reukwerken bij gelijke arbeid.
  5. Innerlijke beheersing:
    a. Alle innerlijke beheersing kan gemakkelijker worden bereikt en gehandhaafd in een toestand van lichamelijke ont­spanning. Aanwijzingen daarvoor werden reeds meermalen ge­geven. Ontspan u.
    b. Ga uit van het standpunt dat alle dingen, maar werkelijk alle dingen, die knellen of binden ‑ niet alleen in kle­ding maar ook in conventie ‑ terzijde kunnen worden gezet voor de duur van de concentratie‑oefening. Op deze wijze maakt u een zo goed en zo beheerst mogelijk werken mogelijk.
    c. Beroep u nimmer op paalde geesten of entiteiten om uw werk te volvoeren. U mag wel hulp vragen voor het zelfstan­dig volbrengen van de arbeid. Wanneer u een bepaalde entiteit wil roepen of daarmee in harmonie wil zijn, maak u een vaste stoffelijke voorstelling ervan. Bekommer u er niet om of deze juist of onjuist is. Tracht door de voorstelling de verbonden­heid te gevoelen.
  6. Probeer zover te komen dat u in alle omstandigheden (ook bij het waarnemen van visioenen, in een toestand van uittreding e.d.) weet, dat u stoffelijk leeft. Dit geeft u een reserve én een achtergrond. Het leert u altijd naar uw lichaam terug te keren op het juis­te moment. Het maakt u onaantastbaar voor zuiver geestelijke krach­ten en geeft u door het besef van de lichamelijkheid ook de beschik­king over een groot gedeelte van uw lichamelijke krachtreserves, indien dit noodzakelijk is.