Occulte achtergronden in het hedendaagse leven

10 juli 1964

Allereerst wijs ik u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Daar er niets bijzonders te bespreken is hedenavond zou ik eens wat aandacht willen wijden aan de occulte achtergronden in het hedendaagse leven.

De doorsnee mens is zich niet waarlijk bewust, wat de term occultisme eigenlijk betekent. Hij ziet dit als iets buitengewoons, iets geheimzinnigs, iets waarmede men als normaal mens nooit te maken zal krijgen. Spreek je hem daarvan toch, zo begint hij onmiddellijk te dromen van verborgen riten, geheime tempels, fakirs op spijkerbedden en wat dies meer zij. De feiten liggen echter enigszins anders. Wanneer wij het occultisme vanuit een meer reëel standpunt bezien en ons niet beperken tot de meer algemeen bekende verschijnselen ervan, zo blijkt de kern van alle occulte wijsheid de verhouding te zijn tussen werkelijkheid en waan. Er wordt zelfs gesteld, dat wij de illusie een zodanige gestalte kunnen geven, dat zij – tijdelijk of blijvend – in de plaats treedt voor een bepaalde werkelijkheid.

Wanneer wij dit horen, hoeven wij maar even na te denken om duizenden voorbeelden van deze occulte regels in eigen omgeving aan te treffen. Dan is het werk van een bureau voor statistiek in vele gevallen een zuiver occulte bezigheid – om nu maar eens iets te noemen. Reclame blijkt vaak gebaseerd te zijn op in wezen occulte grondwaarden en stellingen. Toch kan men hier nog protesteren, omdat dit alles niet occult genoeg klinkt, omdat dit geen zuiver occultisme is. Op het ogenblik dat ik echter begin iets te stellen, wat volkomen irreëel is en de mens er toe brengt dit algemeen als volkomen waarheid te aanvaarden en te verwerken, mag toch wel gezegd worden, dat er iets is gebeurd, dat sterk overeenkomt met magie of bezweringen.

Wanneer wij een aantal Nederlanders neer zouden zetten in sommige landschappen van Rusland of Frankrijk, wat Duitsers zouden verwisselen met Fransen, of Russen neer zouden zetten in Midden-Duitsland en dezen zouden van de verplaatsing der internationale grenzen niet weten, zouden zij zich daar evengoed thuisgevoelen als in eigen land: omgeving, temperatuur, landschap zijn ongeveer hetzelfde. De taal vormt op het ogenblik wel een verschil. Maar zelfs dit is niet zo belangrijk als men denkt; een taal kan snel geleerd worden. Vele mensen kijken je ook alweer wat vreemd aan, wanneer je vertelt, dat men overal op dezelfde manier met zijn vakkennis zijn brood zal kunnen verdienen. Toch is ook dit waar: iemand, die een vak werkelijk beheerst, is overal welkom en niet alleen maar in één bepaalde staat. Gezien dit alles, permitteer ik mij de vraag, wat eigenlijk dan wel een vaderland is. Is de waarde van dit begrip wel reëel? Soms zal er tenminste nog sprake zijn van natuurlijke grenzen, maar in de meeste gevallen zijn deze via traktaten e.d. tot willekeurige stippellijnen geworden, die soms zelfs dorpen en landbouwgronden op in wezen willekeurige wijze doorkruisen.

Werkelijke reden is er dus niet, om een “vaderland” als iets zo bijzonders te beschouwen. Wanneer men dan echter ontdekt, dat de mensen om geheel onbegrijpelijke redenen zich voortdurend bezighouden met dit begrip vaderland en daarvoor zelfs hun leven zeggen over te hebben, zo klinkt dit erg overdreven. Er klopt dan iets niet meer, vooral wanneer dit zich offeren voor het vaderland eenvoudigweg als normale plicht van elke burger wordt geëist. Hier is sprake van een mythe, die echter zolang in stand gehouden is, dat zij tot een emotionele werkelijkheid is geworden.

Elk beroep dat op dergelijke basis op de mensen gedaan wordt, kan dan ook wel degelijk gezien worden als vallende onder genoemde occulte regel en in zijn uitwerkingen beschouwd worden als het resultaat van occulte – maar menselijk gerationaliseerde krachten.

Zo vraag ik mij ook af, waarom het voor de mensen zoveel uitmaakt, of zij nu tot de ene dan wel tot de andere kerk behoren. Er zijn misschien andere riten. Maar de waarde daarvan ligt niet in de godsdienst, maar in de occulte achtergronden ervan. Zij ontlenen hun waarde niet aan de religie, maar aan de achter de gebruiken schuilgaande occulte kennis en het gebruik van al even occulte krachten. Is hiervan helemaal geen sprake meer, dan blijft de rite alleen nog maar als een lege façade en kun je van de ene kerk naar de andere gaan, zoals men gaat van de ene schouwburg naar de andere. Wanneer er sprake is van een werkelijk geloof, is er ook altijd weer sprake van occulte wijsheid, kracht, vermogens. Wanneer wij wetten zien, en nagaan, hoe de voorlichting van de mens van keer tot keer verschilt, lijken die wetten op zich waardeloos.

Toch zien wij, dat mensen daardoor in moeilijkheden komen. Zoals men wel regels stelt voor het bewaren van de gezondheid, die werkelijk zinloos zijn en toch steeds weer mensen ziek worden, omdat zij zich aan deze op zich waardeloze regels niet hebben gehouden. Men kan dit een hysterisch verschijnsel noemen. Er is bij deze dingen echter maar al te vaak een gebruik maken van bepaalde geestelijke invloeden, om zo de mens tot een bepaald gedrag te dwingen. En de basis van dit alles vinden wij weer terug in regels, die binnen het occultisme reeds zeer lange tijd bekend zijn. Hiermede heb ik, naar ik meen, wel aannemelijk gemaakt, dat er in de moderne maatschappij nog menige werking en invloed optreedt, die occult genoemd kan worden.

Belangrijker wordt het voor ons eens na te gaan, welke occulte wetten en werkingen voor het openbare leven van deze tijd van buitengewoon groot belang zijn. Dan blijkt bijvoorbeeld, dat in de occulte wetten gesteld wordt: “Dat wat gij zijt, zal u de wereld zijn.”

Nu wil iemand hier zeggen: maar dit is esoterie. Neen. Want door mijzelf te veranderen, verander ik ook de wereld. Dit gaat veel verder dan eigen innerlijk. Nu zijn er in deze tijd onnoemelijk veel hervormers in de wereld. De meesten van hen zoeken naar een zekere macht. Daartoe plegen zij zich te bewapenen of te herbewapenen. Sommigen met atoombommen, anderen meer moreel. Ieder op zijn wijze tracht de wereld te veranderen. De een worstelt misschien met de wereld op oecumene basis, de ander is meer socialistisch geneigd of heeft nog een andere naam gevonden voor zijn ideaal. Enkelen vinden zelfs slagzinnen uit, die van veel wijsheid getuigen, zoals: “Verbeter de wereld, maar begin bij jezelf.”

Waarom doet men dit laatste niet? Een verklaring hiervan kunnen wij vinden via het occultisme. Aan de hand van de zogenaamde geheime wijsheid en waarheid is dit verschijnsel, zoals vele anderen, verklaarbaar. Wat blijkt dan? Niemand kan de wereld veranderen, zonder eerst zelf een ander te worden. De mensen willen echter zichzelf niet veranderen. Ze willen juist de wereld veranderen, om zo zichzelf gelijk te kunnen blijven. Dan is het dus redelijk om tegen alle wereldhervormers te zeggen: Mijne heren, gaat u rustig heen, tenzij u werkt uit winstbejag. Want u kunt zo toch niets van werkelijke en blijvende waarde bereiken.

Een veel gehoorde leuze van deze dagen is wel, dat allen verantwoordelijkheid dragen voor het wel en wee van hun minder begaafde of minder rijke broeders. Dat is mooi. Maar wat leert in dit verband het occultisme ons?

“Een verantwoordelijkheid kan alleen bestaan op grond van een wederkerige en op erkenning van gelijkwaardigheid gebaseerde verhouding”.

De verhouding dekt niet de verantwoordelijkheden, maar voor het bestaan van een werkelijke verantwoordelijkheid is de relatie een eerste noodzaak. Dit is overigens nog een afleiding van een der regels der hermetica. Wanneer je dus in de wereld een volk wilt gaan helpen, zal je dit volk eerst moeten kennen. Maar dit volk zal ook jou moeten kennen. Pas wanneer deze wederkerige erkenning is gegroeid tot een uitwisseling van producten of ideeën, is een werkelijke hulp mogelijk en is de verantwoordelijkheid, die men tegenover minder ontwikkelde gebieden e.d. pleegt te stellen werkelijk reëel geworden.

Je naaste is bv. ook niet iedereen. Je naaste is iemand, met wie je een band hebt, hetzij door een gelijkelijk erkende situatie, door gezamenlijke achtergronden als geloof, beroep of dergelijke. Pas wanneer deze band aanwezig is, treedt de wet van naastenliefde, waarmede men zoveel pleegt te schermen, werkelijk op. Wanneer dit niet het geval is, leert het occultisme ons:  “Zij, die verantwoordelijkheden aanvaarden zonder te erkennen, dat zij daarin zelf gebonden zijn, eigenen zich macht toe. Wie zich macht toe-eigent, bedreigt zijn eigen bestaan.”

Wanneer je dus een groep mensen hebt, die voor zichzelf en hun naasten willen zorgen, maar dit doen uit eigen belang of onder erkenning van de wederkerigheid van verplichtingen en banden, die daaruit voortkomen, zo zal er een ogenblik komen, dat zij niet meer in staat zullen zijn, aan hun verplichtingen te voldoen, of ook maar voor zich te zorgen. Ook dit zien wij in de wereld meer en meer gebeuren.

Dan is er verder de kwestie van rechtsverhoudingen, die in het heden zo wonderlijk belangrijk blijkt te worden. Wanneer je aan een occultist vraagt: wat is een wet? Zo zal hij antwoorden: “Een wet is een innerlijke toestand, die ik zowel in het goddelijke in mij, als in de wereld buiten mij erken en die ik zo dus als basis voor mijn persoonlijk leven kan aanvaarden.”

Maar het is een wet, die persoonlijk is en zetelt in eigen leven en geloof. Een wet, die alleen maar theorie is, kan nooit een werkelijke wet zijn. Ik zal u een voorbeeld geven.

De wet: “Gij zult niet doen” is in de mensheid ingelegd, omdat de mens het leven zelf, als in de mens, als heilig zal ervaren en dit alleen zal kunnen blijven zien als heilig en belangrijk, door de heiligheid en belangrijkheid daarvan ook bij anderen te erkennen. Deze wet wordt daardoor tot een band en een wederkerige aansprakelijkheid. Wat echter te denken bv. van het z.g. R.E.M.- wetje? Hier zie je duidelijk een wetgeving, die alleen maar een bepaalde machtspositie wil handhaven, zonder dat hierbij feitelijke en menselijke waarden in het geding komen – ik weet wel, dat er mensen zijn die daarover anders denken, maar deze zien niet, wat waarlijk belangrijk is in het menselijke leven en verwarren uiterlijkheden met innerlijke waarden.

Als iemand recht heeft om zich op een bepaalde wijze uit te drukken, zo hebben allen dit. Wat de vraag doet rijzen of men, wanneer men een dergelijke wet doorvoert, zijn eigen wetgevend gezag niet tegens ondermijnt.

De wetten van het occultisme blijken zo steeds weer een rol te spelen in alle dingen en in de gehele wereld steeds weer tot uiting te komen. De verschijnselen, die deze wetten kenbaar maken, zijn echter in de ogen van de mensen zo gewoon of normaal, dat men ze weg kan praten, er andere verklaringen voor kan geven of er eenvoudig aan voorbij kan zien. Toch geloof ik wel, dat ergens het occultisme meer van de werkelijke wetten en mogelijkheden kent, dan de mens, die alleen maar ziet naar de wereld met zijn uiterlijkheden. Wanneer wij terug willen keren naar de basis, wanneer wij de grondwaarden willen bezien, waaruit het menszijn is opgebouwd, kunnen wij deze niet vinden bij een burgerlijk wetboek, bij illusies over vaderland of de enig ware kerk, maar kunnen wij alleen maar keren tot de goddelijke wetten, zoals deze kenbaar worden voor en in de mensheid. En dit zijn de wetten, die de basis vormen van het occultisme en daarin tot uitdrukking worden gebracht.

Laat ons eens zien wat, begrepen of niet, voort kan komen uit de regels en wetten van het occultisme. Wij beginnen dan maar met de meest eenvoudige wet, die er is: “Slechts hij, die waar leeft, brengt waarheid voort.”

Wij worden overal geconfronteerd met onjuistheden, met eigenaardige en gewrongen situaties, met onoverzichtelijke toestanden. Dit geldt of het nu gaat over Rusland, waar volgens de ene partij alleen maar armen zijn en volgens de andere alleen maar gelukkige mensen – dan wel over Amerika, waar volgens de ene partij alles zo goed is en volgens de ander iedereen ongelukkig is en uitgebuit worden, buiten enkele kapitalisten.

Misschien is dit alles mede het gevolg van eenzijdigheid in de voorlichting. Maar bovenal komt het voort uit een ontkennen van waarheden. Ik geef een verder voorbeeld: wanneer Rusland durft zeggen, dat er daar geen discriminatie t.a.v. ras of kleur bestaat, zo is dit een leugen. Er is daar wel degelijk sprake van een discriminatie, al is zij niet zo opvallend en luidruchtig als zij op het ogenblik in de USA is. Wanneer men het feit van de discriminatie ontkent en zo aan andere volkeren, aan mensen van ander ras, de illusie geeft, dat zij recht hebben op erkenning in gelijkwaardigheid, terwijl men in de praktijk zich anders gedraagt, zullen deze mensen en volkeren daardoor in verweer komen. Daarom komt in deze groepen een verzet tot stand en wordt een element geboren van hardheid en wreedheid. Dergelijke toestanden kunnen vernietigen tot een hartstocht maken, overheersend tot een behoefte, ongeacht de middelen.

Dat deze stelling omtrent de hardheid en wraakzucht van niet erkende minderheden juist is, blijkt voldoende uit de – nu misschien niet officieel meer zijnde – geschiedenis van de USSR. Wij zien, dat de grootste politiemensen en heersers van geheime politie ofwel tot onderdrukte groepen behoren – uit de in het begin van de revolutie niet als geheel volwaardig behandelde Georgiërs komen de latere heersers van het gehele rijk voort -, ook joden blijken in de politiek een grote rol te spelen. Ook zij zijn een niet als volwaardig erkende minderheid in het Rusland van heden. Een zekere minachting voor Mongoolse stammen heeft ertoe geleid, dat dezen langere tijd enkele ministeries, waaronder dat van openbare veiligheid en productie in wezen beheerst hebben. Op deze punten zijn de belangrijkste conflicten en bloedigste revoluties ontstaan. Tolerantie en gelijkheid prediken is goed, maar dan zal zij ook voortdurend en zonder uitzonderingen gehandhaafd moeten worden.

In de USA zien wij hetzelfde. Men stelt openlijk, dat elke mens, die burger is van dit land, gelijke vrijheden en rechten zal bezitten. Men bevestigt dit door wetten, maar de situatie is niet zo en de wetten kunnen daaraan weinig veranderen. Wel kan hierdoor onnodige strijd ontstaan. Je kunt de problemen oplossen door eerst aan de mensen iets duidelijk te maken, namelijk dat hun verzet tegen de rechten voor kleurlingen in strijd is met alle wetten en idealen, dat het godsdienstig onaanvaardbaar is, on-Amerikaans, ondemocratisch en dictatoriaal. De vraag is alleen maar, of de mensen dat wel kunnen verwerken. Zij hebben altijd gehoord, dat zij in het land van de vrijheid leefden en hebben de onvrijheid van anderen rustig als basis genomen van wat zij vrijheid noemen. Zij zien dus in het aantasten van hun rechten boven anderen – door deze anderen even vrij te doen zijn als zijzelf – een bedreiging van hun “vrijheid”.

Wij zien daarin de gevolgen, die huichelarij, onwaarheid met zich kan brengen. In Nederland geldt dit op precies dezelfde manier. In Nederland vertelt men, dat alles goed gaat en dat men buitengewoon democratisch is. De praktijk wijst uit, dat dit niet juist is. De praktijk wijst bv. uit, dat bij vele burgers in Nederland wel degelijk sprake is van rassendiscriminatie, al is deze waarschijnlijk niet in de eerste plaats tegen de joden gericht, maar bv. tegen de Surinamers of de mensen van Indische afkomst. Wanneer men erkent, dat er sprake is van discriminatie, zal het mogelijk zijn de gevolgen daarvan te verminderen. Dan kan Nederland werkelijk een in wezen vrij land blijven. Wil men dit en dergelijke feiten echter niet erkennen, dan zal vanzelf een schijnwereld groeien, waarbij eens een conflict moet ontstaan, dat de gehele Nederlandse politiek en staatsvorm uiteen rukt.

Voor de kerken geldt precies hetzelfde. Wanneer men daar bv. stelt, dat men er naar streeft om Jezus leer tot uiting te brengen, zo is dit mooi. Maar wanneer men dit niet doet, doch in wezen Jezus naam alleen maar gebruikt, om eigen gezag over de mensen te versterken en Zijn leer alleen maar gebruikt, om daardoor invloed te behouden, zo komt men tot iets wat – gerekende in de termen van sommige kerken – verdacht dicht staat bij de antichrist. Men vergeet al te veel, dat men nimmer neutraal kan blijven, door waarheden en onwaarheden in betekenis en zin tegen elkander af te wegen. Men spreekt de waarheid en is waar, of is onwaar. Dit komt ook in de resultaten van wereldeconomie en wereld politiek steeds sterker op de voorgrond.

Het occultisme leert ons verder, dat de wet steeds in de mens ligt. De enige wet, die mij waar is, is de wet, die ik in mij erken en die ik door mijn leven voortdurend bevestig. Alle andere wetten zijn schijn. Wie de wereld eens even nader beziet in dit verband, ontdekt dat de meeste wetten klaarblijkelijk vooral met vreugde gebruikt worden, om ze te ontduiken. Zoals sommige mensen van hun vakantie nog het meeste genieten, wanneer zij iets door de douane kunnen smokkelen. Er zijn mensen, die wetten vooral waarderen omdat zij anderen in hun vrijheid beperken terwijl zij zelf nog altijd wel een gaatje weten te vinden, waardoor zij de wet naar letter en geest kunnen ontduiken. Dergelijke mensen zijn handhavers van de wet en worden tot machtige handelsleiders, bouwers e.d. Zij beseffen niet, dat zij met hun “handig, maar wettelijk verantwoord” optreden in wezen alle wetten ontkrachten. Hoe meer wetten men maakt, hoe minder voor de mens levende wet overblijft. Anders gezegd: een overmaat aan wetgeving voert tot anarchie. Men zal dit waarschijnlijk niet willen geloven, toch blijkt het overal. Je kunt alleen een wet opstellen en handhaven, die waarlijk uit het denken en de aanvaarding van de mens geboren is.

De wet, die blijvende waarde heeft voor de mens, moet in contact staan met dat, wat hij zijn god of ideaal noemt. Ook al is dit alleen maar de waardigheid van de mens. Zolang dit laatste een rol speelt en de wet in de wereld toepasselijk blijft, bruikbaar is, zal een volk die wet inhouden en er naar leven. Het is in dit verband eigenaardig, dat het oude China, dezelfde wetten en regels, dezelfde maatstaven ruim 3000 jaren heeft kunnen handhaven, al traden steeds andere heersers en overheersers op. Soms regeerden vreemde heersers, maar de wet, waarnaar men leefde, bleef dezelfde. Dat kon, omdat de wet in wezen een filosofie was, een uitdrukking van alles, wat er leefde aan geloof in het volk. De wet van China stond misschien in verband met een geloof, dat ons niet aanvaardbaar is: de verplichtingen tegen de voorouders, de eer van het geslacht enz. Maar daarnaast vormde men juist door deze wetten een geheel eigen wereld, die sterker was dan alle uiterlijke kracht. Deze wetten waren groot, omdat zij uitdrukking gaven aan het leven en geloof van het volk, dat door hen geregeerd werd. Zo sterk zijn deze wetten, dat zelfs nu, onder een communistisch regime, een deel van de oude wetten en gebruiken nog steeds bestaat, als wordt het niet meer in de termen van de oude filosofen geformuleerd. Opvallend is verder, dat deze wetten zonder moeite kunnen worden uitgevoerd, terwijl vele andere wetten ontdoken worden of zelfs verzet en oproer uitlokken.

Eenheid, zegt de occultist, waaraan een beperking wordt toegevoegd, is geen werkelijke eenheid. Men kan dit op elk terrein variëren: naastenliefde, waaraan beperkingen worden toegevoegd, is geen werkelijke naastenliefde. Geloof, waaraan een beperking wordt toegevoegd, is geen waar geloof. In de wereld worden wij steeds meer geconfronteerd met mensen die halfheid voldoende achten. Zij geloven bv. niet werkelijk meer, maar “doen er nog wat aan.” Men is z.g. eerlijk, maar zal bewust kleine oneerlijkheden begaan. Men zegt politiek geïnteresseerd te zijn, maar in wezen wenst men daarin slechts eigen belangrijkheid en hoopt maar, dat de anderen gauw zullen ophouden met al dat geklets.

Het resultaat is een toenemende reeks van ontsporingen, die in wezen terug te voeren blijken tot het feit, dat je niet ten dele iets kunt zijn. Als je bv. socialist bent, ben je ook marxist. Je moet dan streven naar de marxistische heilstaat. Zolang men dit wérkelijk doet, heeft de socialistische bestreving waarlijk zin en zal zij werkelijke trouw van de volgelingen af kunnen dwingen. Op het ogenblik, dat men een compromis wil sluiten, zijn de stellingen niet meer werkelijk juist. De eerlijkheid, het ware vuur, het elan is verloren gegaan. Men gaat meer en meer over tot koehandel met als gevolg, dat er geen werkelijke interesse meer is voor het ideaal en men alleen nog zal blijven volgen, zolang men voordeel ziet in de partij.

Nu wil ik hier zeker niet pleiten voor het doorzetten van iets ten koste van alles. Wel pleit ik echter voor eerlijkheid van streven, zonder compromis, zonder ontwijken van de misschien minder aangename waarheid. Men kan wel zeggen, dat de z.g. politieke en godsdienstige lauwheid, die zovelen schijnt te bevangen in deze dagen, een direct resultaat is van het in deze occulte wet gestelde. Vergeet niet, dat degenen die de leiders, de voormannen zijn van een bepaald systeem of geloof, vaak zelf niet meer helemaal echt en eerlijk zijn. Er is te veel namaak, teveel kunstmatig enthousiasme, te veel oneerlijkheid. En daarmede ligt de zaak dan op zijn achterste.

Wij moeten nu maar allereerst eens gaan stellen, dat, kosmisch gezien, de occulte wetten overal en zonder uitzonderingen van kracht zijn. In elke wereld, in elke sfeer dus.

Wanneer de mensheid tracht die wetten te verwerpen, verwerpt zij dus niet slechts bepaalde stoffelijke mogelijkheden en voordelen, maar ook geestelijke voordelen en waarden. De bewustwording is voor de mens ten sterkste gebonden aan de wijze, waarop wij occulte waarden en wetten erkennen en in eigen leven weten te hanteren. Wat voor sommigen aanleiding wordt tot de noodkreet: “waarom weet dan niemand precies, wat die occulte wetten en waarheden zijn?” Maar men zou dezen kunnen kennen. Men zou het kunnen weten. Het is eigenaardig dat alle grote mensen, of zij nu werkzaam zijn op godsdienstig gebied of anderszins, deze wetten erkend hebben, en in hun leringen en werken openbaar gemaakt hebben. Wetten van overdrachtelijkheid en eeuwigheid vinden wij evengoed terug in mechanica en scheikunde, als bij geloof en politiek.

In het nieuwe testament staan meer kosmische wetten dan de doorsnee christen zich op grond van eigen leven en werken durft realiseren. Er zijn geschriften te over van vele zijden, waarin schijn en werkelijkheid van elkander worden gescheiden. Wij kunnen dan zeggen, dat de systemen, die men daaruit heeft gevormd, niet juist zijn. De mensen, die dergelijke systemen hebben ontworpen, de denkers, hebben kosmische waarheden geuit en occulte wetten bewust of onbewust gedoceerd. Tot Bellamy toe. Deze zag wel degelijk de juiste verhoudingen tussen mensen en stelde, ofschoon in een politiek gebaseerd beeld, de wet der harmonische verhoudingen. Daarbij heeft hij, bewust of onbewust, de lering aangehaald, dat elke groep, die een geheel vormt, veel bereiken kan, maar dat een groep, die tegen zichzelf verdeeld is, slechts zichzelf kan verteren en daaraan ten onder zal gaan. Dit zijn betrekkelijk eenvoudige punten. Bij de theosofie geeft ons ook weer inzicht in de occulte wetten, bv. in “Isis ontsluierd!”. Aan de hand van citaten uit het boek Dzian kan men daar leren, dat er relaties bestaan tussen mens en natuur, terwijl ook mensen onderling vaak geestelijk ergens gebonden zijn. Steeds weer zien wij, dat, waar een grotere geest spreekt – en dat hoeft dan helemaal geen volmaakte geest te zijn, de kosmische waarheid en de occulte wet de basis vormen van zijn leringen en ontdekkingen.

Hoe liggen de zaken in het heden? Er is steeds meer welvaart, nietwaar? Steeds meer salaris krijgt men, steeds groter en weelderiger worden de publieke gebouwen. En steeds meer mensen moeten blijven hunkeren naar een nog zo bescheiden eigen woning. Welvaart: iedereen een auto of tenminste een brommer en steeds meer mensen in zenuwinrichtingen als gevolg van het voortdurende lawaai van al die apparaten. Welvaart: steeds meer verdienen. Met minder vakkennis; zonder dat kom je toch wel aan slag. Die welvaart is dus maar zeer betrekkelijk. Er is heel wat mis. Mag men dan wel verwachten, dat dit alles eenvoudigweg zo zonder meer voort kan blijven bestaan? Ik zal zo vrij zijn om, met een sprongetje in de tijd, eens een situatie te stellen, zoals die volgens occulte en kosmische wetten haast onvermijdelijk zal zijn.

De aarde weigert mee te gaan met de onoprechte, verwarde en zelfzuchtige acties van de mens. In grotere gebieden zal men toenemend storingen op zien treden door breuk van gas en waterleidingen, uitval van elektriciteitswerken door onvoorzienbare omstandigheden. Rivieren treden meer en meer buiten hun oevers, watervervuiling en verontreiniging van de atmosfeer nemen zo sterk toe, dat de gezondheid van de mens daaronder schade lijdt. In toenemende mate ontstaat werkeloosheid. In Nederland is dit een soort angstsyndroom, maar te vermijden is het niet. De werkeloosheid zal ontstaan, omdat de mensen steeds minder geneigd zijn eerlijk rekening te houden met de oude regel: “zo gij wilt verwerven, leert eerst te geven!”. Men schijnt deze regel wel te kennen maar past haar wel wat vreemd toe door steeds maar te stellen: wanneer je iets wilt ontvangen, moet je maar eerst eens beginnen met mij iets te geven. In Nederland heeft dit als resultaat een steeds in aantal toenemende ineenstortingen van middelgrote bedrijven. Het gevolg is toenemende werkeloosheid, een in toenemende mate beheersen van de verbruiksmarkt door grote kartels en N.V.’s.

Het eindresultaat zal zijn: opstandigheid, kleine revoluties, een zeer sterke partijstrijd in Nederland, waaraan het volk geen werkelijk deel meer schijnt te hebben. Veel gewelddadige demonstraties en vele slachtoffers. Dit alles zal wel gevolgd worden door enkele zeer ongunstige oogsten – zoiets komt er meestal wel bij – zodat de levensmiddelen angstaanjagend in prijs stijgen door andere dan aan de E.E.G. te wijten oorzaken.

Dan zal een overbevolkt Nederland geen raad meer weten met zichzelf, zich af gaan vragen, hoe het nog mogelijk zal zijn voor eenieder de bestaande sociale zekerheden langer te handhaven, en dreigt een revolutie, die in alles behalve de naam van Nederland een communistische staat dreigt te maken. Het enige alternatief is het afschaffen van alle zekerheden, zodat Nederland opnieuw een staat van vrijbuiters zou worden, van jongens als Jan de Wit en Piet Hein. Maar die heren zijn dood; er is in Nederland geen Piet Hein meer en geen Jan de Wit. Er zijn alleen nog maar de heren Albert en Simon. Wanneer ik dit voor Nederland stel, maak ik het heus nog niet zoveel erger, dan het onvermijdelijk zal worden. Er zijn andere landen, die politiek en economisch nog heel wat erger ineen zullen storten.

Nu kan dit alles heus wel voorkomen worden. Het is geen wet van Meden en Perzen, dat dit alles ook waarlijk geschieden zal. Maar de mens zal dan moeten leren rekening te houden met de occulte wetten, deze verborgen kosmische regels, die ook in deze dagen volledig van kracht zijn.

Zo staat er in een reeks van occulte wetten bv.: “Gij zult niemand macht geven over uzelf”. Dat geldt niet alleen maar voor demonen, maar wel degelijk ook in relatie met mensen; wanneer je iemand werkelijk macht over jezelf geeft, ben je a.h.w. al een soort verdoemde ziel. De moderne tijd toont dit in vele gevallen onomstotelijk aan.

Verder staat er in de occulte wetten: “Het begin van een fout, die men niet wenst te erkennen, maakt een reeks van fouten onvermijdelijk”. Op het ogenblik bv., dat men een machtsmisbruik goedkeurt – politie, ambtenaren of zo wat jongelui met bromfietsen – en niet onmiddellijk en hard optreedt daartegen, ongeacht de mogelijke rechtvaardiging die zij voor hun optreden schijnen te hebben, zal een progressie van het misbruik optreden, waardoor ingrijpen steeds minder mogelijk wordt. Wanneer een politieman iets doet tijdens de uitoefening van zijn functie, wat eigenlijk te ver gaat, is dat jammer. Wanneer men hem daarop wijst en de consequenties daarvan doet gevoelen, is dat voor hem erg vervelend en misschien zelfs wat onrechtvaardig. Maar wanneer men dit niet doet, zal de gewoonte ontstaan dergelijke fouten te tolereren en zal deze wijze van optreden, handelen enz. op den duur gezien worden als normaal.

Het toelaten van dergelijke fouten betekent in wezen, dat een macht ontstaat, die niets meer met recht of ambtsplichten te maken heeft. Na korte tijd zal men leven in een staat, die door de politie wordt geregeerd. Een politiestaat, waarbij alle belangen van de burgers ondergeschikt worden gemaakt aan gemak van ambtsuitoefening door deze politie. Nu heeft een politiestaat ergens altijd een paternalistische inslag, maar gaat daarbij zover in het heiligen van eigen gezag, dat de vader liever zijn kinderen ophangt, dan toe te laten dat zij ook maar een enkel onvertogen woord over pa zouden zeggen, of – de hemel sta hen bij – zelfs de moed zouden hebben kritiek uit te oefenen. Het is duidelijk, dat de consequenties van schijnbaar niet zo belangrijke dingen daardoor onmetelijk groot kunnen worden. Ik meen, dat daarmede voldoende voorbeelden zijn gegeven.

Ik zal nu eens wat occulte regels en wetjes op gaan noemen, die ook heden in uw maatschappij van het grootste belang zijn. Daarbij gaat het er niet om, dat dergelijke regels vaak tevens de basis van geloof en magie vormen, maar eenvoudig om het feit, dat zij waar zijn en dat men aan de hand van de conclusies die zij toelaten, kan begrijpen, welke invloeden de wereld beheersen.

Ik kies willekeurig.

1.”Wie een scheiding maakt tussen zijn gedachten en zijn wezen, is tegen zichzelf verdeeld en gaat aan zichzelf ten onder.” Dit geldt niet alleen voor het ik, maar ook voor theorie en praktijk elders.

2. “Hij, die begeert om de macht, vernietigt zich daardoor zelf. Wie de macht zoekt omentwille van de macht, zal de macht te niet zien gaan. Wie geld begeert omentwille van het bezitten van geld, zal aan het geld ten ondergaan en in wezen armer, maar niet rijker kunnen worden.”

3. “Liefde voor de naaste is een erkenning van gelijkheid op grond van een bestaande band.” Deze band kan incidenteel ontstaan door situaties buiten eigen beheersing, door erkenningen enz., doch de wijze, waarop zij ontstaat, is in deze niet verder van belang.

4. “Twee, die gelijk gezind zijn in geest en materie, zijn krachtiger dan honderden, die deze vorm van eenheid en gelijkheid niet bezitten.” Om het anders te zeggen: kracht, macht, vermogen komen voort uit concentratie, harmonie en eensgezindheid.

5. “Elke begrenzing, die men stelt, zonder dat deze deel is van het eigen wezen, betekent een vernietiging van een deel van eigen bewustzijn, erkenning en mogelijkheden.”

6. ” Wie zich wendt tegen de krachten, die zijn, gaat daaraan ten onder en wijt dit aan anderen. Wie de bestaande krachten erkent en hierin een harmonie kan vinden, zal – dit geldt voor geest en stof – een haast niet te beperken vooruitgang doormaken, waarbij in zijn wezen harmonisch wijsheid, bewustzijn en macht groeien.”

Wanneer je deze regels eens voor kon leggen aan staatslieden die zich daaraan zouden willen houden…. Maar dat doen zij nooit, want dan maken zij zichzelf overbodig. En daar voelt niemand wat voor.

Dit is het eigenlijke onderwerp. Ik eindig nu met het volgende:   Kennis is alleen macht, wanneer zij voortkomt uit de beheersing van eigen wezen. Alles wat onbeheerst is, is negatief en vernietigend.

Elke vorm van mededeling, verklaring, ja, elke vorm van contact tussen mensen en elk pogen te werken met de krachten van de aarde of van de kosmos, waarbij het ik niet geheel beheerst wordt en gedragen is door inzichten en kennis, zal negatief zijn in zijn gevolgen.

Toch is een straal Licht voldoende om een volledige duisternis te verdrijven. Een kracht, een gedachte, waardoor je Licht vindt – wijsheid en kracht – en dezen weet te uiten in eigen wereld en eigen wezen, is voldoende om de negativiteit daarvan minder absoluut te maken, de negatieve werkingen en waarden aan te tasten en te verdrijven.

Innerlijk weten – of geloof – is de bron van kracht, waardoor de mens al wat onder dit geloof of innerlijk weten zou vallen, kan beheersen. Geloof daarom altijd aan datgene, wat gij verricht en aan de kracht, waardoor deze verrichting mogelijk zal worden. Iemand, die gelooft aan wat hij doet, bereikt iets. Wie gelooft, dat hij daarin niet beperkt is, zal vaak zeer ver kunnen komen. Wie niet gelooft in eigen taak en vermogens bereikt niets.

De bron van elk wezen is gelijk. Daarom is de potentiële kracht van elk wezen gelijk. Niemand is dus zwak buiten degene, die zichzelf zwak noemt. Noem dus uzelf niet zwak, onvermogend of dwaas, opdat gij niet door eigen denken en woorden dit alles werkelijk zou worden.

Put uit de kracht, die in u leeft en wees steeds duidelijker bewuster en intenser in de weergave van die kracht, in elke wereld of sfeer waarvan gij deel uitmaakt.

Dit laatste is een uitbreiding van een bestaande wet. Ik meen, dat deze regels er toe bij kunnen dragen, dat de mens eigen wezen en wereld beter leert beheersen en kennen.

———————————————————

Esoterie

Dit tweede deel zou ik willen besteden aan een aspect van de esoterie.

Wanneer je uitgaat van je eigen innerlijk, wordt het vaak zeer moeilijk een begrip te krijgen van de verhoudingen, die toch moeten bestaan tussen de mens en God, tussen mens en wereld, kortom, de relaties de voor het gehele leven en de bewustwording buitengewoon belangrijk zijn. Ik wil daarom vandaag proberen iets te zeggen over de inhoud van de eigen persoonlijkheid.

Bij elk zoeken in jezelf, word je geconfronteerd met de vraag: Is het nu wel echt zo? Ben ik wel precies, zoal ik denk te zijn? Dit is een vraag, die begrijpelijk is, omdat de mens voor zich altijd een beetje komedie pleegt te spelen, en wanneer hij de werkelijkheid probeert te zien, niet meer weet, wat nu echt is en wat niet echt is in eigen gedrag en denken.

Begin daarom allereerst eens jezelf af te vragen: “Wat geloof ik werkelijk?” De mens, die weet wat hij waarlijk, eerlijk en oprecht gelooft, is al een heel eind gevorderd in de richting van zelfkennis en daarmede ook in de richting van een esoterische bereiking. Het geloof is voor de mens over het algemeen een samenvatting van al datgene, wat hij geestelijk weet, maar zich mentaal nog niet te binnen weet te brengen, plus zijn behoefte, om eigen leven te rationaliseren en het in een voor hem aanvaardbare verhouding te stellen, zowel t.a.v. het Opperwezen als eigen persoonlijkheid.

Het geloof geeft dus wel de kern van ons eigen bestaan en wezen weer. Denk niet, dat je veel bereikt door veel te geloven. Het is beter om van één ding in jezelf geheel zeker te zijn, een ding waarlijk te aanvaarden, dan om 10.000 dingen als waarschijnlijk of mogelijk maar aan te nemen.

Soms lijkt dit alles op een negatief proces; het onderzoek van het ik zal dan haast automatisch beginnen te stellen: mijn geloof, zienswijze en wijze van leven zijn gebaseerd op dit of dat systeem. Wat geloof ik daarvan nu werkelijk?

Dan kan het erg moeilijk worden. U zegt bijvoorbeeld: ik ben christen. Maar gelooft men nu werkelijk, dat de gehele bijbel letterlijk Gods woord is? Vele mensen zeggen wel dit te doen, maar dan zijn er toch altijd weer delen, die zij niet willen kennen of weg trachten te verklaren. Daarna ga je je eerst eens afvragen: is het voor mij nu werkelijk mogelijk om te leven volgens de stellingen van mijn geloof, zoals deze staan in de evangeliën. Antwoord met ja of neen. Dan heb je met een enkel woord al veel gezegd en heb je daardoor jezelf terug gebracht tot een juiste erkenning van je eigen levenshouding.

De werkelijke levenshouding van de mens blijkt steeds weer gebaseerd te zijn op dit werkelijke weten, op dit geloof. Menigeen begint onmiddellijk hierna zichzelf af te vragen: ben ik nu oprecht of niet. Volgens mij zou dit voor de doorsnee mens geen probleem mogen zijn. Wij zijn nimmer geheel oprecht.  Een verklaring, waarover menig strever naar geestelijke waarheid zich misschien wel wat op zal winden. Maar wij zijn niet geheel oprecht, omdat wij eenvoudigweg  weigeren alle feiten te zien. Dit geldt niet alleen voor de mensen, het geldt wel degelijk ook voor de geest in vele sferen. Waarom zouden wij dit dus niet zonder meer toegeven? Door toe te geven, dat het beeld, dat wij in onszelf maken, niet geheel eerlijk is, maken wij het ons zelf mogelijk dit beeld te wijzigen, scheppen wij ons de mogelijkheid tot aanpassing.

Hebben wij dit alles achter de rug, dan komt voor velen de al te bekende vraag: zondig ik dan niet? Hoe meer een mens zich tracht te baseren op een God, die alles compenseert, hoe meer hij geneigd is, zichzelf voor zondaar uit te krijten. En toch geloof ik niet, dat er zoveel zonde is op de wereld, als men wel eens zegt. De mens maakt van vele dingen zonden. Maar het werkelijke begrip zonde, dus een schuldig zijn tegenover jezelf en je schepper, kan alleen voortkomen uit een bewust verloochenen van al datgene, wat je in jezelf als een noodzaak en waarheid aanvoelt. Daarom wil ik u de raad geven niet al te veel over uw eigen tekortkomingen te praten. Begin allereerst maar eens te beseffen, wat werkelijk uw deugden zijn. Wanneer u dat tracht te doen, zult u in het begin wel een uitgebreide lijst krijgen, want een mens, die zijn goede punten op mag sommen, raakt zelden snel uitgepraat.

Ook de esotericus, die dit oprecht doet, zal bij enig speuren ontdekken, dat hij zo kwaad nog niet is.

Ik meen, dat dit voor ons erg belangrijk is. Wanneer je het idee hebt, dat je toch niet zoveel waard bent, zal je het al snel aan anderen overlaten, om er iets aan te doen, maar wanneer je het idee hebt, dat je zelf toch heus wel iets waard bent, zal je ook de behoefte kennen, die waarde te behouden en te vergroten. Constateer dus je eigen deugden en stel ze op de proef. Ga in de praktijk eens even na, in hoeverre die goede eigenschappen, die je ontdekte, nu ook in de werkelijkheid een belangrijk deel van je wezen zijn. Het criterium ervan is altijd dit: beschik ik alleen wanneer het mij belieft, over deze deugd, of tracht ik ze voortdurend en zonder beperkingen of uitzonderingen in de praktijk te brengen? Is het laatste het geval, dan kan men wel aannemen, dat hier werkelijk sprake is van een deugd. Dan moet men daarmede steeds meer gaan doen.

Wij komen dan verder nog in conflict met iets, dat typisch menselijk is; de geest heeft daarvan niet zoveel last. Wij hebben als mens namelijk een soort onderbewustzijn. Ik zeg een soort, omdat het werkelijke onderbewustzijn nog wel wat meer bevat, dan daaraan in de psychologie over het algemeen wordt toegeschreven. Dat “soort onderbewustzijn” bestaat onder meer uit vele dingen, die wij wel weten, maar waarvan wij niet willen weten dat wij ze weten; of dingen, die wij eenvoudig vergeten zijn, plus geestelijke waarden. Dit onderbewustzijn confronteert ons dan ook met vele reacties en neigingen, die wij niet kunnen verklaren, dingen, waarop wij gewoon geen antwoord kunnen vinden.

Daarom geldt voor de esotericus: wanneer ik mijzelf beschouw en in mijzelf voortdurend reacties aantref, die niet verklaarbaar zijn, mag ik aannemen, dat dit behoort tot een deel van mijn wezen of bewustzijn, waartoe ik – althans op dit ogenblik – geen toegang heb. Dit maakt het mogelijk, dit voor waakbewustzijn afgesloten deel van eigen persoonlijkheid, zo al niet te kennen, dan toch enigszins af te grenzen. Menigeen meent immers, dat hij alleen wat bereikt op het innerlijk pad, wanneer hij zichzelf geheel heeft kunnen ontleden. Daarbij vergeet hij echter, dat een dergelijke ontleding over het algemeen wel de organen naast elkander op de snijtafel legt, maar een functioneel samengaan en bestaan daarvan veelal onmogelijk maakt.

Wat wij moeten doen, is in de eerste plaats wel een soort landkaart maken van ons eigen wezen, zoals wij het kennen, desnoods met vele witte plekken voor ondoorvorst gebied. Daarbij zullen wij dan, naar ik meen, met het volgende geconfronteerd worden: er zijn voor ons een aantal dingen onomstotelijk waar, daarnaast zijn er een aantal dingen, die wij graag waar zouden willen hebben, en er zijn vele dingen, waarvan wij alleen maar doen, alsof zij waar zouden zijn. Drie afdelingen. Slechts één daarvan is werkelijkheid, is deel van het Goddelijke in ons. Een van deze drie is verder een poging van het ik om voor zich een wereldje te scheppen, dat zonder problemen aanvaardbaar is.

Ten laatste is er een deel, waarin wij trachten onze illusies in de plaats van de werkelijkheid te stellen. Dit is gevaarlijk, daar het ons van de goddelijke werkelijkheid zal verwijderen. Nu wil dit niet zeggen, dat men niet mag fantaseren of dromen. U moogt rustig dromen over alles, wat er zou gebeuren, wanneer u een ridderorde zou krijgen, de 100.000 zou trekken of verkozen zou worden tot staatshoofd van een nieuwe staat in de buurt van Uganda. U mag rustig van dit alles dromen. Maar u zult steeds het verschil moeten kennen tussen de waarheid en het niet ware.

Wanneer wij deze drie afdelingen van eigen bewustzijn erkennen, zullen wij ook mogen zeggen: onze droomwereld is niet gevaarlijk, omdat wij steeds blijven beseffen, dat het alleen maar een droomwereld is. Deze dromen zijn niet gebaseerd op iets, wat wij zelf kunnen beleven, kunnen zijn, waarmede wij kunnen werken. Deze dingen zouden alleen kunnen gebeuren door een toeval, dat wij dan maar stellen in onze droom, maar dat zelden zonder ons eigen streven en pogen waar kan worden.

Het zelfbedrog is eveneens niet zonder meer te verwerpen. Het is vaak noodzakelijk voor sociaal verkeer, voor de omgang in de wereld. Laten wij daarom ook dit rustig aanvaarden. Iemand, die het water opgaat, vindt het heel gewoon, dat hij daarvoor een boot gebruikt. Iemand die moet leven in de wereld der mensen zoals deze nu is, zal moeten aanvaarden, dat hij een zekere verhulling van eigen werkelijkheid en een aantal halve waarheden zal moeten gebruiken, om zich binnen het kader van deze mensheid en maatschappij te kunnen uitdrukken en bewegen.

Maar de kern blijft voor ons steeds de vraag: wat is waar? Deze waarheid is bij de doorsnee mens nog geen tiende deel van alles wat hij denkt te zijn en te weten, maar deze waarheid is dan ook een eeuwige kern, die onaantastbaar blijft.

Deze waarheid kan voor de mens nimmer negatief, demonisch, nadelig zijn; zij bevat in wezen geen negatieve of positieve waarden, maar is en blijft zichzelf gelijk.

Alles, wat het ik zal ontmoeten op mijn weg naar het Hoogste, ongeacht in welke sfeer, met welk voertuig of via welke inwijding, zal deze waarden precies gelijk uitdrukken.

De waarheid, die wij vinden in ons zelf, is een onaantastbaar leidsnoer, dat wij kunnen hanteren bij elke geestelijke beroering, of deze ons nu als een emotie overstelpt, een mystieke verrukking inhoudt, of gebaseerd blijft op zuiver verstandelijke overwegingen.

Dan heb je daarmede weer het een en ander gesteld, dat aanvaardbaar blijft. Want je moet altijd weer – en laat niemand dit ooit vergeten – altijd rekening houden met je eigen    persoonlijkheid, zoals deze nu bestaat en nu gekend wordt. Te trachten op dit ogenblik in de menselijke wereld meer als geest dan als mens te leven betekent: afstand doen van het enige, waarmede je nu kunt werken, waarvan je kunt leren, waardoor je je kunt uiten; het menszijn zelf. In deze zelferkenning moet dan ook steeds de mens betrokken worden en niet alleen het besef of de droom, van wat men geestelijk is of kan worden.

Wanneer wij al deze punten gevolgd hebben bij een poging tot zelferkenning, dan ontstaat een redelijk beeld van het ik. Hieraan wil ik nu het een en ander gaan verbinden, dat misschien niet als geheel esoterisch beschouwd zal worden, maar, naar ik meen, van groot belang is en juist binnen een esoterische bewustwording ergens toch wel aanvaardbaar zal blijven. Datgene, wat ik in mij zelf als volledige waarheid heb erkend en datgene, waarin ik volledig kan geloven, is de bron van krachten, waarmede ik werken kan in al datgene, wat voor mij niet deze volledige waarheid of geloofswaarde bevat. Het is een soort superioriteit. Alsof de waarheid t.a.v. de wereld vergeleken kan worden met twee communicerende vaten, waarvan het ene veel hoger geplaatst is dan het andere. Geloof en waarheid zijn eeuwig, zij reiken tot de Allerhoogste waarden en gaan door elke sfeer heen. Dit is voor ons als een groot en hoog reservoir. Dan hebben wij daarnaast het menselijke. Ook wanneer de omvang van dit reservoir gelijk is aan die van de waarheid, zal er door het verschil in hoogte altijd nog een pressie zijn vanuit de waarheid in de richting van het menselijke Zijn.

Met dit beeld, primitief als het is, kan u duidelijk worden, waarom men zegt, dat met geloof alle dingen mogelijk zijn. Dat is natuurlijk niet geheel waar; mogelijk alleen dat, wat mede in het geloof bevat is. Maar wij hebben een geloof, wij hebben een innerlijke zekerheid. Elke mens heeft ergens in zich dat ene moment van waarheid, dat onaantastbaar blijft. Put daaruit uw Kracht. Leer, alles wat u doet, te laten dragen door deze punten van waarheid, van geloof. Dan is alle illusie, alle zelfbegoocheling, alle droom zo erg niet meer.

Men zou uit dit alles de conclusie kunnen trekken, dat de Goddelijke Waarheid – want daaruit putten wij dan toch wel direct – voor ons eigenlijk de stuwende kracht is in ons bestaan. Een groot deel van wat je als mens bent en doet, een groot deel ook van alles, wat je als geest in bepaalde sferen beleeft, is niet blijvend, niet reëel, heeft weinig zin. Er zijn echter dingen, die altijd gelijk blijven, die altijd waarde hebben, die altijd kracht zijn. Wij moeten beseffen, dat al datgene in ons wezen, wat niet behoort tot die waarheid, hoe beperkt deze dan ook in ons moge zijn, waardeloos is. Alleen waar de waarheid meespreekt als in ons leven, heeft beleven betekenis. Alleen de waarheid, die daarmede in verband staat, is blijvend, en de innerlijke erkenning, die langs deze weg bereikt wordt, is blijvend en betekent een blijvende stijging van bewustzijn en eigen vermogens.

Op het ogenblik, dat je als mens leert, de ritmes en waarheid van eigen wezen te hanteren, kun je veel tot stand brengen. Maar, tenzij het deel is van de waarheid, is het niet blijvend.

Je kunt doen of de wereld veranderd is, en zij zal voor jou inderdaad anders zijn. Indien je echter je plaats in die wereld een andere wilt maken, dan moet je van de waarheid uitgaan, alleen van de goddelijke waarheid en de krachten, die daarmede in verband staan.

Mag ik u een eenvoudig regeltje leren, dat u desnoods wel eens voor uzelf op kunt dreunen?

“Zolang ik uitga van datgene, wat voor mij onomstotelijk waar is, zal hierdoor elke daad en gedachten een betekenis krijgen, die losstaat van de uiterlijkheden, mij verbindt met de Goddelijke Werkelijkheid en mij afschermt voor alle negatieve krachten, die in, rond of voor mij op zouden kunnen treden.”

Misschien vindt u het raar, dat ik niet alleen zeg “in en rond mij”, maar ook nog: “voor mij”. Natuurlijk is dit juist: rond mij zijn wel negatieve en foutieve krachten, maar het kan zijn, dat een verschijnsel of een mogelijkheid in een bepaalde wereld of sfeer voor mij negatief lijkt, dat ik deze niet aanvaarden kan. Wanneer ik een juiste instelling heb en gebaseerd ben op de waarheid, zal dit niet geschieden. Er is voor mij dan een pad gebaand, dat alle disharmonieën wegwerkt.

Dan gaat het ritme van de persoonlijkheid meer en meer spreken. Op het gevaar af, dat men mij verwijt, dat ik in herhalingen treed, wil ik u er aan herinneren, dat vele mensen zoeken naar de geheime naam van God. Soms maakt men daarvan een persoonlijke naam. Ook dit is mogelijk. Er bestaat een overlevering, dat het aantal namen van God, die op deze wereld bekend zouden kunnen zijn, meer dan 3 triljoen bedraagt. Een één met een zo grote reeks nullen, dat wij dat maar niet uit zullen schrijven.

Wat wij in wezen zoeken is de harmonie van ons ik met God, uitgedrukt in klank. Daarmede ligt een wonderlijke waarde binnen ons bereik. Op het ogenblik, dat ik een godsnaam in mij zelf op voel wellen en daaraan klank geef, verklank ik mijn wezen plus de eeuwigheid, die daarin leeft. Nu zeggen de mensen wel, dat dit nu een incantatie is. Wel neen. Dit heeft niets met een incantatie te maken, noch met een bezweringsformule. Het is een uitdrukken van je persoonlijkheid. De esotericus leert dit alles op den duur, niet omdat hij daarmede over macht wil beschikken of iets bijzonders bereiken wil, maar doodgewoon, omdat er voor hem geen beter middel bestaat om zichzelf te beseffen in de juiste verhoudingen en daaraan uitdrukking voor zich te geven dan juist door die naam, door die klanken.

Er zijn mensen, die in zichzelf een melodie vinden en dan zeggen: dit is nu een flard van de melodie der sferen. Dat klinkt erg dichterlijk. Misschien zingen de sterren wel. Maar ik geloof toch niet, dat de mensen dit kunnen horen. Deze melodie der sferen is iets anders: zij is een samenklank plus een ritme, waarin het eigen wezen wordt uitgedrukt en uitgebeeld, het ware Ik a.h.w. geïntensifieerd wordt. Dan kan er een ogenblik komen, dat je een viool grijpt en als bezeten speelt. Later zeg je dan wat beschaamd. Was het mooi? Ja, het was een improvisatie. Ik kan het niet eens meer terugvinden. Misschien zegt dan een ander: ik heb het vastgelegd. Dan probeer je het nog eens en het is niets, het is waardeloos. Op dat eerste ogenblik was het een uitdrukken van je eigen ware persoonlijkheid en daardoor had het macht, niet door iets anders.

Kijk, in de esoterie ga je proberen om voor jezelf als het ware een deel van God waar te maken. Je maakt die God steeds meer waar, naarmate je Hem meer weet uit te drukken. Wij hebben de mogelijkheden die hierin liggen, vaak genoeg gedemonstreerd. Wij hoeven het dus niet nog eens te doen. Wij hebben wel bewezen, dat je met een paar woorden een sfeer kunt scheppen, die sterk en zwaar is, waarvan de mensen zeggen: daar gaat iets van uit, daarin leeft iets. Dan zeggen zij daarna: “de broeders in de geest doen het zo mooi”, maar de broeders in de geest doen het helemaal niet mooi. Op zo een ogenblik trachten ook de broeders in de geest alleen maar hun verhouding tot God uit te drukken, toevallig doen zij dat nu eens in een paar woorden en dat maakt indruk.

Maar u kunt dit ook. Leer voor uzelf eens erkennen, dat uw persoonlijk ritme, uw verhouding tot de oneindigheid, uitgedrukt kan worden.

Begrijp dat, wanneer u de juiste uitdrukking daarvoor vindt – maar dan alleen de voor u persoonlijk juiste – dit een bron voor u is van kracht, dat er voor u een bron van leven in schuilt, dat door de uitdrukking ervan de innerlijke wereld voor u tot werkelijkheid wordt. Een werkelijkheid, die onloochenbaar is, zo onloochenbaar waar en groot, dat je op zo een ogenblik kunt zeggen: ik wil een vuur ontsteken, én er brandt een vuur; dat je kunt zeggen: ik wil het vuur doven én het is uitgedoofd. Dan kun je beelden laten ontstaan en laten verglijden naar believen. Niet, dat u daar dan ook belang bij hoeft te hebben. Ik geef het maar als voorbeeld. Zo groot is de invloed, die je zo ervaart. De wereld is dan a.h.w. herschapen uit de kracht, die je vanuit het goddelijke, dat je in uzelf vindt, erkent.

Dat vrienden, is de kern van alle esoterisch streven op deze wereld, of u het geloven wilt of niet.

Alles, wat u leert over een latere wereld, een voortbestaan, is goed en mooi. Maar wanneer het vandaag geen betekenis heeft, wanneer u het niet reeds hier weer kunt geven, hoe wilt u daarvan dan op aarde ervaringen opdoen? Hoe wilt u dan daarvan bewuster worden? Als u leest in een boek, over mensen, die met een vlot de oceaan oversteken, is dit mooie lectuur. Dan weet je, hoe het zou kunnen zijn. Maar weet je dan ook werkelijk, wat het is, de zilte spetten van het water voortdurend over je te voelen, te bidden om een zuchtje wind, of te beven voor de storm, die dreigt? Weet je door dat lezen nu ook werkelijk, wat het is, te moeten leven van een drupje water en gebrek aan voeding te krijgen? Ach neen, met alle theorie en alle vertellen, weet je daar niets van. Het staat natuurlijk wel allemaal in het boek, maar eerst wanneer je het zelf ondergaan hebt, weet je, wat het werkelijk betekent.

Zo is het met al die geestelijke krachten, werelden en werkingen precies hetzelfde. Wanneer iemand u voorgaat in een mooi ritueel en u wordt daardoor ontroerd, is dat goed. Maar werkelijk wordt het voor u pas, wanneer er en een kracht en een waarheid in schuilt, waardoor u kunt zeggen: dit ben ik, dit is mijn waarheid, mijn machtswoord, dit is een deel van mijn God. Je moet beleven, weten dit is mijn kosmische waarheid, dit is mijn harmonie, dit is een kracht in mij en met die kracht openbaar ik mijzelf. Dan eerst, eerst dan heeft het werkelijk betekenis voor u gekregen, dan weet u, wat het betekent.

Esoterie krijgt soms wel eens een wat euvel karakter, weet u? Er zijn mensen, die denken dat je esoterisch kunt streven, geestelijk kunt streven om bewust te zijn, door naar een geestelijke jukebox te gaan en een dubbeltje of kwartje in te werken, om zich vervolgens bezig te laten houden door de stellingen van kerkvader Augustinus, de commentaren op Calvijn en op het zoveelste evangelium, dat niet officieel erkend is. Vrienden, wanneer je die dingen niet leeft, wanneer zij in u geen leven en geen kracht hebben, zijn zij niets waard. Maar wanneer zij werkelijk kracht hebben, zijn zij onbetaalbaar, onmetelijk van waarde en betekenis.

Daarom meen ik, dat wij nog een stelling hieraan toe mogen voegen:  De ware esotericus van uit zijn innerlijk erkende waarheid en weet uit deze waarheid de kracht te putten om haar overal ook te beleven. Uit het beleven van de waarheid groeit het waarheidsbesef in hemzelf, tot hij de gehele kosmos kent en niet slechts wankel staat tussen de zuilen van waarheid, die eens als baken voor de mensheid werden opgericht. Kijk, daar hebben wij dan het wonderlijke wezen van de esoterie ten voeten uit. Misschien zegt u nu, dat het wel mooi is om hierover te praten, maar dat u liever een demonstratie zou willen hebben. De vraag is alleen, hoe ik iets dergelijks aan u kan demonstreren. Ik kan het immers alleen voor mijzelf doen?

Daarom wil ik u een heel eigenaardig iets laten horen. Wanneer wij het hebben over Jezus, spreken wij een naam, die voor ons erg belangrijk is. Niet alleen in godsdienst en zedenleer, maar ook op ander terrein. Laat ons die naam nu eens gaan zeggen: “Jezus Christus”. Dat klinkt zo ongeveer als: hé, daar heb je hem ook. Doet dat u iets? Wij kunnen het natuurlijk ook kerkelijk plechtig gaan zeggen: “O, Jezus Christus”. Maar als je het zo hoort, dan denk je vaak, “tjonge, die vent heeft aardappelen met stroop in zijn keel”. Probeer nu eens u ditzelfde begrip werkelijk voor te stellen. Goddelijke liefdemacht, uitgedrukt in een menselijk wezen, uitgedrukt ook in ons. Om dit te kunnen doen en beleven behoef je dus heus geen christen te zijn.

Je moet je dit alleen voor kunnen stellen. Dan gaat die naam opeens heel anders klinken. Dan zeg je “Jézus Chrístus”.

Daar gaat een trilling van uit, dat doet je wat, dat zegt iets. Alleen maar, omdat er waarheid in schuilt, iets van jezelf, zo kun je alle woorden samen nemen en uitspreken op honderden verschillende wijzen. Maar er is maar één manier, waarop zij werkelijk deel van mij zijn, maar één manier waarop zij werkelijk meer dan de gewone waarde en inhoud hebben: wanneer ik die woorden spreek vanuit de innerlijke waarheid, die in mij bestaat.

Zo gaat het met de gedachten ook. Gedachten zijn krachten. Concentreer je gedachten, zend ze uit naar de kosmos, bekeer de wereld. Iets dergelijks krijgt u al te vaak te horen, want het klinkt zo mooi. En: het kan waar zijn. Maar dan moet eerst je gedachte waar zijn. Gedachten zijn krachten, maar alleen wanneer zij de waarheid, de eeuwigheid, achter zich dragen. En deze werkelijke kracht, deze kracht der eeuwigheid kan alleen binnen de gedachten geboren worden vanuit je eigen innerlijk wezen. De kracht is niet gelegen in de vorm van de gedachte, maar in wat je bent, wat je denkt, wat je gelooft. Deze dingen tezamen maken de gedachten tot een wapen van onvoorstelbare kracht, een schild, waar elk wapen tegen afstoot, tot een Licht, dat alle duister verdrijft. De gedachte, het woord hebben deze kracht, wanneer zij uit de harmonie met God geboren zijn.

Nu is God een heel groot woord. Ook dat hebben wij al eens meer gezegd. Je weet eigenlijk niets eens, wat God eigenlijk is. Je zegt het woord nu wel, maar ken je de werkelijke betekenis daarvan eigenlijk wel? Je weet het niet. Het enige, wat je kent, wat je weet, is dat punt van waarheid in jezelf. Wie spreekt uit deze waarheid, heeft kracht. Wie denkt uit deze waarheid, heeft kracht.

Als je dat zo hoort, ben je geneigd je af te vragen, waarom de gehele wereld en de sferen bovendien zo vol zitten met slappelingen. Ook slappelingen, die toch werkelijk erg esoterisch zijn ingesteld. Dat komt, omdat zij alles zoeken buiten dat ene: de waarheid, die in hen leeft, de kracht, die in hen waar is. Wij kunnen nu eenmaal niet die gehele God weergeven en wij kunnen nu eenmaal niet alle sferen reeds op aarde beseffen. Het is misschien wel leuk om te dromen, dat wij vanuit de zevende hemel reeds op de aarde en onszelf neerkijken. Maar dat is niet echt, niet waar.

Er bestaat een goddelijke waarheid. Zij is er nu, hier, zij is er morgen. Zij bepaalt geheel ons leven, ons wezen en is in elke sfeer gelijk. Wij hoeven dus niet eerst naar een andere sfeer te gaan, om deze waarheid te vinden. Wanneer wij haar hier weten te vinden, hoe beperkt misschien ook, kunnen wij er hier ook mee werken.  Deze waarheid is de kern van ons        persoonlijk esoterisch streven. Want wij spreken met dit alles nog steeds over het ik, met zijn raadsels, het ik, dat zich zo buitengewoon moeizaam door de sluip-  en kruipdoorgangetjes van vele filosofieën en geloofssoorten heen worstelt.

En dat is niet nodig, want in jezelf is de waarheid. Wanneer je nu maar leert deze waarheid, dit punt van geloof, dat voor jou werkelijk echt en onaantastbaar bestaat, te vinden, wanneer je maar leert, dit als een ritme, een trilling en een deel van je leven te zien, al het andere daarbij even terzijde stellende met alle verstandelijke bezwaren, die er aan vast zitten, heb je de kern gevonden van elke esoterische erkenning en beleving. Dan ben je een mens geworden, die niet meer beperkt is tot één enkele beleving, één enkele waan in plaats van een Werkelijkheid. Dan eerst kun je werkelijk ten volle leven.

Dit wilde ik u op deze avond eens leren. Het is niet veel en niet zo moeilijk. Het enige is, dat je afstand zult moeten doen van vele geliefde stellingen en illusies, dat je moet vereenvoudigen tot het uiterste toe. Want wie een waarheid in zich draagt en deze waarheid kan doen doorklinken in zijn leven, vindt niet alleen een geheime godsnaam of een magisch woord, maar een voortdurende kracht, die hem bezielt in alle dingen. Die vindt een stuwing, die het hem mogelijk maakt, alle weerstanden te overwinnen, die vindt zijn menselijk erfdeel als een kind van God.

Wij zijn geboren uit het Licht. Niets dan het Licht heeft ons waarlijk voortgebracht. In dit Licht bestaan wij. Al, wat er buiten het Licht voor ons bestaat, al waarin dit Licht voor ons niet reëel is, is onbelangrijk. Het Licht alleen is de kracht, de al-beheersende kracht, het koninkrijk Gods, de eeuwige waarheid. Laat ons dan beginnen met daaraan te denken, daaraan te geloven, zo dit ons mogelijk is. Laat ons proberen om alle heerlijke antiquiteiten op geestelijk gebied, die wij in ons zelf verzameld hebben, op de asvaalt te gooien, om alleen dat over te houden, wat waarlijk functioneel is in ons innerlijk bestel, in ons innerlijk leven.

Waarmee ik klaar ben en verder niets meer te zeggen heb. Ik moet echter de avond nog sluiten. Maar ik voel mij niet dichterlijk en heb geen zin om te mediteren. Waarom zou ik het ook doen voor u? Ik kan toch niet alles zeggen, wat er in u leeft. Laat ik het daarom maar een proberen met een persoonlijke verklaring. Zo het u niet bevalt: vergeet het rustig. En ziet u er iets in? Tracht dan na te gaan, in hoeverre het voor uzelf waar is. Want wat hier volgen gaat, is mijn waarheid, een persoonlijke waarheid.

Achter het Licht, dat ik ken, verschuilt zich voor mij nog een geheim, maar het Licht, dat ik in mijzelf ken, zie ik als deel van mijn wegen en deel van mijn kracht.

Uit deze kracht werk ik en leef ik, door het Licht! Want slechts het één zijn met het Licht is voor mij de vreugde, de reden van het bestaan. Al het andere is nietig en vergaat.

Ik geloof in een Almacht, die mij zijn macht wil delegeren, indien ik mij maar waardig toon. Ik geloof aan een Lichtende Kracht, die eeuwig is en mij die eeuwigheid niet slechts geeft, maar haar tot een bewust deel van mijn wezen maakt, wanneer ik die kracht, die God, maar durf aanvaarden.

Ik geloof in een taak, die ik heb binnen het geheel van het zijn, al kan ik die taak dan ook niet overzien; zolang het Licht in mij werkzaam is, vervul ik mijn taak uit dit Licht, zal ik steeds weten, hoe ik moet gaan, zelfs indien alle andere middelen van denken en erkennen te kort zouden schieten.

Ik geef God niet een enkele naam. Ik geef Hem soms 1000 namen, in elke naam is Hij voor mij een kracht, of ik hem nu roep met oude namen of nieuwe, of ik spreek van Jehova, Jahwe, Adonai of alleen maar spreek van de machtige oerkracht, die leeft en werkt in en door mij. Het blijft al gelijk.

Die kracht zien als deel van de werkelijkheid, leven uit die kracht, erkennen, dat dit de zin is van het bestaan, is het begin van alle werking, alle waarheid, alle belangrijkheid.

Ik geloof in krachten, die, groter en sterker dan ik, voor ons allen gesteld zijn als leiders of regeerders, maar weet, dat ik slechts hun mindere ben, zolang ik in mij minder Licht bezit dan zij. En ik geloof in de kracht van het Licht. Daarom ben ik sterk.

Daarom ben ik een van hen, die in zich het Licht zoeken, om het Licht te dienen en niet zich angstig buigen voor een nieuwe heerser.

Ik geloof in een hemel, al is het geen hemel, zoals mensen die zich wel denken. Ik geloof in een tijdloosheid, waarin alle dingen waar en volledig zijn, waarvan ik deel ben, al besef ik haar misschien nog niet.

Dat is mijn wezen, dat is mijn geloof. Elke mens zal bidden op zijn manier, ik doe het op de mijne. Niet zo plechtig als velen dit misschien plegen te doen, want ik heb maar één gedachte, één vraag:   Almachtige God, laat mij nuttig zijn. Gij, Schepper, die mij voort hebt gebracht, gij zijt alle dingen. Laat mij in alle dingen U erkennen, en, bovenal, laat in mij uw Licht sterker en sterker zijn, opdat ik het weten en de kracht moge bezitten om uw waarheid uit te beelden binnen de beperkingen van mijn wezen.

Dat is mijn gebod. Niet erg mooi, niet erg plechtig. Maar zo ben ik.

Waarom zou u niet spreken en bidden op uw manier? Beleef het Licht, dat in je is, beleef de vreugden van het bestaan. Leef de intensiteit van een eeuwigheid uit de kracht van die eeuwigheid, dan ben je een esoterisch bewuste mens, een gelukkige mens, een vreugdige geest.    Want dan ben je, zelfs in tijd gebonden, tijdloos en heb je eindelijk begrepen, wat de zin is van alle zwoegen, werken en leven.