Occultisme in de toekomst

Zoals een ieder weet is occultisme eigenlijk maar een naam voor een richting; de achtergronden daarvan zijn de occulte wetenschappen. Occulte wetenschap (ook verborgen, duistere wetenschap) was in het begin een veelomvattend terrein, waarop praktisch alle thans erkende wetenschappen geheel of gedeeltelijk binnen dit occultisme een rol speelden en deel uitmaakten van de inwijdingen, die in de occulte groeperingen voorkwamen.

Vandaag aan de dag heeft de mens zeer vele geheimen van de kosmos en ook van zijn eigen wereld ontsluierd. Het is niet meer nodig in occulte termen te spreken over het atoom, zoals bv. 2.300 jaar v. Chr. in China gebeurde. Evenmin is het noodzakelijk bepaalde erkenningen omtrent de mens, het menselijk lichaam en de geneeskunde met kruiden tot een verborgen wetenschap te verklaren, zoals nog omstreeks Christus’ geboorte nog in Egypte in Griekenland het geval was. Zeer veel is wetenschap geworden dat vroeger tot de verborgen wijsheid behoorde.

In de toekomst moeten wij een soortgelijke ontwikkeling verwachten. In de toekomst zullen steeds meer dingen, die nu nog als occult bekend staan deel gaan uit maken van de normale kennis, de normale wetenschap van de mens; en uit de aard der zaak zullen vele rationalisaties en bijgelovigheden daaruit verdwijnen. Als wij ons een beeld willen maken van het occultisme in de toekomst, dan moeten wij allereerst nagaan welke terreinen van het occultisme op dit ogenblik het belangrijkst zijn. Daarnaast moeten wij trachten na te gaan in hoeverre deze terreinen kunnen aansluiten bij de huidige wetenschap en in hoeverre zij dus kunnen overgaan tot de meer wereldse kennis.

In de eerste plaats dan: Een groot gedeelte van het occultisme blijkt zich bezig te houden met het ego van de mens of te berusten op werkingen, die in het “ik” van de mens zelf verborgen zijn. Hier vinden wij de psychologie en de dieptepsychologie, die het gebied van de onbekende mens wat nader trachten te omschrijven. Beide kunnen in het huidig stadium eigenlijk nog niet eens werkelijk wetenschap worden genoemd; zij zijn nog slecht semi‑wetenschappen.

Daarnaast kennen wij de parapsychologie, die zich ook al met ditzelfde terrein bezighoudt. Deze mogen wij ‑ geloof ik ‑ voorlopig nog wel als een pseudo-wetenschap aanduiden. Deze pogingen om de kwaliteiten en mogelijkheden van de mens te tabuleren zullen in de toekomst ongetwijfeld gedeeltelijk slagen. Maar voor een wetenschappelijke ontleding en definitie hebben wij nu eenmaal die elementen nodig, welke bij de gemeenschap behoren. Wij kunnen geen wetenschap opbouwen op het individu als zodanig. Wij kunnen hoogstens een wetenschap creëren op grond van een gemiddelde van eigenschappen of van een eigenschap, die zeer velen met elkaar gemeen hebben. Bovendien bestaat de moeilijkheid, dat wij tot een bewijsbaarheid en een procedure moeten komen. Dit laatste zal vooral in de psychologie en de parapsychologie nogal wat moeilijkheden veroorzaken. Hier stel ik dus: Voor zover het gaat om algemene eigenschappen, die thans nog worden beschouw als behorend tot het onderbewustzijn of als, deel van de menselijke psyche, zal men zeker in de toekomst daarmee een wetenschap kunnen opbouwen. De z.g. psi‑krachten, waaronder zijn te verstaan; telepathie, telekinese e.d., zullen ‑ ofschoon vermoedelijk op een andere wijze dan de parapsychologie dit op het ogenblik tracht te doen ‑ gaan behoren tot een werkelijke eigenschap, waarvoor er een training bestaat en waaromtrent een algemene kennis is.

Iets anders is het echter, als het gaat om eigenschappen als: vooruit zien in de toekomst. Deze n.l. zijn zeer sterk gebonden aan de eigen persoonlijkheid. Op dit gebied lijkt mij een wetenschappelijke procedure de eerste duizend jaren wel onwaarschijnlijk. Er valt dus in dit geval te zeggen. De psychologische factoren, die in het occultisme een rol spelen, zullen ten dele overgaan naar de wetenschap en daarmee zullen vele z.g. paranormale verschijnselen gaan behoren tot de normale wereld van de mens. Aan de andere kant blijven er een aantal onberekenbare factoren in de menselijke psyche, die een wetenschappelijke definitie nog niet verdragen, ook niet als men veel verder is gekomen in zijn begrip van het z.g. paranormale. Deze zullen echter beter worden aanvaard en wanneer zij voorkomen ook meer en betrouwbaarder kunnen worden gebruikt. Maar van een definitie en een wetenschappelijke ontwikkeling voor deze 2e klasse is er dus nog geen sprake.

Dan krijgen we punt 2.

In de occulte wetenschap treffen wij een groot aantal systemen aan, die de bevordering van de mens en zijn welzijn, zijn geestelijke kracht en verstandelijke vermogens en wat dies meer zij ten doel hebben. Deze ontwikkelingen kunnen wij op het ogenblik groeperen onder bepaalde taoïstische tendensen, yoga‑tendensen, daarnaast verschillende trainingssystemen zoals bv. in Rozenkruisers-kringen worden toegepast.

Deze systemen berusten alle op de functie van het zenuwstelsel plus de wijze, waarop de mens een zekere kracht aan zijn omgeving ontleent. Gezondheid is eigenlijk ‘n product van juiste voeding, juist leven, juiste oefening, maar ook van juiste men­taliteit; en dat vinden we overal weer terug. De benadering van het probleem kan verschillend zijn, maar het gaat hier om dingen, die reeds nu langzaam maar zeker kenbaar worden. Men is al zover, dat men weet, dat zenuwstromen bepaalde inductieve werkingen tot stand kunnen brengen. Vandaar tot de verschillende asana’s als een wetenschappelijk verantwoorde methode lijkt me maar een enkele stap. Want de asana’s hebben ten doel via inductieve verschijnselen de levensstroom en daarmee ook de zenuwstromen op een bepaalde wijze a.h.w. kort te sluiten, zodat ze een gesloten circuit kunnen vormen.

Ik neem aan, dat dit zeker binnen zeer korte tijd (en dan denk ik in minder dan een eeuw) deel zullen gaan uitmaken niet alleen van de menselijke kennis, maar zelfs ook van het menselijk trainingsprogramma. Ik kan mij voorstellen, dat hatha‑yoga over misschien 70 á 80 jaar reeds op de scholen wordt onderwezen. Het gaat daarbij dan niet om de filosofie maar om het systeem, waardoor men snel een grote concentratie verkrijgt, zijn eigen kracht en reserves aanmerkelijk kan opvoeren en een grotere gezondheid en evenwichtigheid kan bereiken. Tevens vinden wij in deze zelfde systemen altijd weer wijsgerige beschouwingen.

Wij vinden er gedachtetrainingen, die op dit moment nog wel eens worden beschouwd als bron van hallucinatoire ervaringen. Ik geloof niet, dat dat waar is. Het gaat hier niet om een hallucinatie alleen. Een definitie is echter hiervoor niet te geloven. Hier speelt alweer een sterk persoonlijk element een rol. Gemeenschappelijke waarden zijn er niet zonder meer aan te geven, zodat de wetenschap hier voorlopig wel tekort zal schieten, ofschoon zij t.a.v. de concentratiemethoden ongetwijfeld veel zal gaan ontlenen aan de hogere soorten van yoga, zoals de raja‑yoga, bepaalde praktijken gebruikelijk in het Zen‑Boeddhisme, etc..

Een derde punt, dat op dit ogenblik nog behoort tot de z.g. paranormale wetenschappen, is het hanteren van krachten uit andere sferen en van natuurgeesten. Nu zult u begrijpen, dat een contact met een andere wereld via mediums e.d. middelen nimmer bewijsbaar is. Een profetie, die op deze wijze is ontstaan, kan juist zijn, maar ze blijft onverklaarbaar. Eerst indien de mens over middelen beschikt om ook zonder een menselijk ingrijpen en a.h.w. via een soort technische telefooninstallatie met krachten in de geest contact op te nemen, zal men wat thans spiritisme etc. heet, langzaam maar zeker kunnen overbrengen in de aanvaarde en ook meer wetenschappelijke sector van de algemene kennis.

Er zijn nu een aantal structuren geprobeerd (ten dele helaas, mislukt door kleine fouten), waardoor het inderdaad mogelijk werd dat entiteiten uit de laagste sferen van Zomerland en aardgebondenen een zeker contact met de mens konden krijgen. De mislukkingen (die zich tot nu toe o.a. voordoen bij een aantal experimenten in Engeland, waarvan ook wij veel hadden verwacht) blijken vooral te liggen in de moeilijkheid van de versterkingsfactor (die n.l. zeer hoog moet zijn) en de noodzaak om zeer kleine manipulaties van bv. een gelijkstroom, een gelijk spanningsveld of een inductieveld om te zetten in gesproken woord. Dit vergt vaardigheid aan beide zijden. Aangezien er echter resultaten zijn geweest, veronderstel ik dat men daarmee verder gaat.

We kunnen aannemen, dat over ongeveer 50 jaar dat wat thans spiritisme heet voor een groot gedeelte zal behoren tot een wetenschappelijke tak. Ik weet nog niet welke naam ze daaraan zullen geven, maar ongetwijfeld zal het de een of andere -ologie zijn.

De contacten met de geest zullen, ofschoon zij een lange tijd hebben behoord tot het meer magisch aspect en tot het occulte, langzaam maar zeker de normalere wereld betreden als een vaststelbaar en algemeen geconstateerd feit. Dit zal natuurlijk invloed hebben op de godsdiensten en ook op het gedrag van de mens, maar het is tegenwoordig nog niet belangrijk om daarover te spreken.

Er zijn echter ook contacten met natuurgeesten: het beheersen van de natuur van krachten, die niet vallen binnen wat men, telepathie, telekinese e.d. kan noemen. Is dit een kwestie van voorwetenschap of van beheersing? De wetenschap kan het vandaag nog niet vertellen. Men kan alleen vaststellen, dat er onder bepaalde omstandigheden dansen worden uitgevoerd, plechtigheden werden volvoerd, die bv. regenval ten gevolge hebben of het uitblijven van regen. Dat er daarnaast nog vele andere mogelijkheden zijn, heeft men waarschijnlijk nog niet eens ontdekt.

Ik neem aan, dat waar het persoonlijk contact, de persoonlijke instelling en ook de in het “ik” aanwezige kracht plus wilskracht hierin een zeer grote rol spelen, er voorlopig geen wetenschappelijke verklaring mogelijk zal zijn. Maar ook hier zal gelden, zoals bij vele van de andere genoemde facetten: men zal door het bewezene het niet‑bewezene gemakkelijker aanvaarden en er ook meer gebruik van durven maken. Het occulte zal dus ‑ ook al wordt het niet geheel wetenschap – op dit terrein in de toekomst zeker toepassing vinden.

Een volgende en voorlopig laatste facet van het occulte is wel wat men noemt: de kunde der transmutatie of ook wel de z.g. hogere alchemie. Deze is, zoals u zich waarschijnlijk zult realiseren, op het ogenblik sterk aan de praktijk ontwassen. Zij houdt zich hoofdzakelijk bezig met geestelijke processen en als zodanig brengt zij de mensen van vandaag, die reëel willen denken, nogal in moeilijkheden. Men moet maar een aantal stellingen aannemen om te kunnen werken. Maar als men in een wereld gaat leven, waarin de occulte wetenschappen voor velen weer belangrijker gaan worden, dan zullen er ook meer experimenten plaatsvinden. Experimenten hebben resultaten. En resultaten blijken vaak via wetmatigheid wel bruikbaar.

Ik neem aan, dat de alchemie t.a.v. de interactie van mens tot mens en daarnaast door de sublimatie van bepaalde krachten en gevoelens in de mens in de toekomst wel degelijk bij de wetenschap terecht zal komen en dan waarschijnlijk bij psychologie zal worden ondergebracht. Wat er dan nog overblijft, zijn al die verborgen dingen, die met mooie namen worden aangegeven als: het vloeibaar Goud, het Elixer des Levens, de Steen der Wijzen, etc. Dit zijn filosofische concepten. Zij hebben niets te maken met een realiseerbare werkelijkheid en ook niet met een werking. Ik geloof, dat ze het best kunnen worden uitgedrukt als een groepering in het eigen “ik”, waardoor dit “ik” t.a.v. de omwereld een bepaalde werking kan vertonen. Dit is niet wetenschappelijk na te gaan, want als 5 mensen de Steen der Wijzen vervaardigen, zullen ze het alle 5 op een verschillende manier doen. Het eindresultaat zal bij alle 5 dan ook anders zijn, maar de werking van de Steen der Wijzen, zal ‑ indien gewenst ‑ overal weer gelijke resultaten geven.

Hier staan we dus voor de moeilijkheid dat vele, schijnbaar strijdige middelen en bestrevingen dezelfde resultaten opleveren. De wetenschap kan daar m.i. voorlopig nog geen rijm of reden in vinden. Ik neem dus aan, dat dit deel van de alchemie ook verder nog occulte wetenschap zal blijven.

In dit inleidend stukje heb ik geprobeerd duidelijk te maken in hoeverre het occultisme eigenlijk bezig is over te gaan naar de wetenschap als zodanig. Het geloof wordt langzaam maar zeker kennis; en kennis wordt beheersing. Het wonder, dat eens door het geloof tot stand werd gebracht is nu een technische ingreep geworden. Maar er blijft in het occultisme zeer veel over, en een groot deel van de waarde ervan (en dat mogen we ‑ meen ik ‑ niet verwaarlozen) behoort zo sterk bij de mens zelf, dat het niet alleen een ontvluchtingsweg is voor de te grote spanningen van het leven in een overbevolkte wereld, maar dat het daarnaast de mogelijkheid geeft om voor zichzelf ‑ ook zonder kennelijke rationalisaties ‑ het geheel van functionaliteit en nut van het eigen “ik” beter te bepalen en harmonischer te beleven.

Indien ik de wereld van vandaag bezie, dan ontdek ik twee dingen, die schijnbaar strijdig zijn. Aan de ene kant zie ik geloof en ook bijgeloof zeer sterk toen nemen. Aan de andere kant zie ik een toenemende ontkerstening. De kerken met hun – zullen wij zeggen – wat verouderde omschrijving van wat eens geheimen waren zijn in de moderne wereld gestrand op hun onvermogen zich aan te passen. Ze zijn in de richting gegaan van een sociale gemeenschap, waarin ‑ indien we eerlijk zijn ‑ het religieuze aspect eigenlijk maar secundair is. De mens echter heeft wel degelijk behoefte aan geloof. Hij heeft behoefte aan een levensfilosofie. Hij heeft behoefte aan een denkwijze, waardoor hij zijn leven, de zin en het nut van zijn leven kan verklaren. Het toenemen van bijgeloof ‑ iets wat overal op de wereld tegenwoordig kan worden geconstateerd ‑ is niet alleen maar een groeiende goedgelovigheid of een behoefte om te ontvluchten. Het is een poging om de waarden van eigen leven in een ander daglicht te stellen. De verbondenheid met hogere machten is niet alleen een erkenning van eigen machteloosheid. Het is daarnaast de erkenning, dat er in de wereld meer is dan alleen maar het nu vastgestelde, het nu zichtbare.

Wij zien dat deze golven van wat men bijgelovigheid, vroomheid etc. noemt, voorkomen in die delen van de wereld waar een sterke bevolkingsaanwas is. Het heeft dus niets te maken met het werkelijke bevolkingsaantal, maar met de bevolkingsgroei per ruimtelijke eenheid. Wij zien daarnaast, dat de toename mede wordt bepaald door het al of niet aanwezig zijn van een algemeen aanvaard religieus en sociaal kader. In Midden‑Amerika bv. waren er tijdens de trek vele bijgelovigheden, maar deze waren over het algemeen ingelegd in een wat remonstrants, protestants, soms luteraans of calvinistisch denken. Hierdoor kreeg het de achtergrond van een religieuze beleving en plechtigheid, doch het was en bleef bijgeloof.

Gaan wij vandaag den dag eens kijken, dan blijkt de bevolkingstoename op allerhande terrein te voeren tot een onrust, een onvermogen om zich geheel te oriënteren en hiermede tot het zoeken van verklaringen voor de niet wetenschappelijk te verklaren verschijnselen. Het is vooral het tekort schieten van de z.g. wetenschap, dat dit bijgeloof heeft bevorderd. Ik ben zo vrij om aan te nemen, dat u met mij zelfs bepaalde praktijken in de sociologie, economie, planologie zult willen rubriceren onder bijgeloof. Er is n.l. geen enkel bewijs, dat het zo is. Men neemt het maar aan en men hoopt er wonderen mee te doen. Bijgeloof dus in toenemende mate.

Maar als bijgeloof op een gegeven ogenblik functioneel gaat worden, als het resultaten gaat voortbrengen, dan is het geen bijgeloof meer. Dan is het een vorm van magie. Dan is het een nieuwe kennis, die ontstaat. En ongeacht de rationalisatie en het kader, waarin het voorkomt, mogen we het thans m.i. tot het occulte rekenen. In deze zin zal het occultisme in de komende jaren reeds, maar waarschijnlijk nog vele eeuwen een sterke groei hebben. Het zal zich uitbreiden en zich daarbij splitsen in een drietal richtingen, die op het ogenblik eigenlijk nog maar vaag kenbaar zijn.

De eerste groep denk ik in een vorm van occultisme, waarbij de menselijke lichamelijkheid een zeer grote rol speelt. Men moge dit dan een terugval noemen naar de religieuze orgieën van het heidendom, maar ik geloof niet dat er veel reden voor is. Het is doodgewoon weer het terugvinden van bepaalde oude waarheden.

De tweede groepering zouden we de technische kunnen noemen. Men kan dus de waarden van bijgeloof of van inspiratie e.d., ook indien ze niet redelijk zijn, trachten te herleiden tot stoffelijke en constructieve factoren en termen. Het resultaat daarvan is dus constructie. De opbouw van vele apparaten, waarvan men de eigenlijke zin niet begrijpt, zal in deze tak van het occultisme ongetwijfeld voorkomen en ik geloof dat we daaraan verschillende, zeer belangrijke ontdekkingen te danken zullen hebben, reeds binnen ongeveer 40 jaar.

De derde tak zouden we kunnen noemen: de zuiver spirituele tak. We hebben te maken met wijsbegeerte en met een zekere dogmatische kosmosbeschrijving. Maar van daaruit krijgen we wel degelijk stimuli, die het eigen geestelijk weten en de eigen geestelijke mogelijkheden verder ontplooien. Deze ontplooiing schept dan weer een aantal denkbeelden, een aantal ideeën, die voor de wereld en voor de mens zelf bijzonder belangrijk kunnen zijn. Niet omdat ze onmiddellijk een praktische bereiking in de materie inhouden, maar omdat ze een nieuw, onbekend gebied openleggen, waarin een ieder naar believen kan exploreren.

Deze ontwikkeling is m.i. op het ogenblik reeds aan de gang; en wij mogen aannemen, dat deze zelfs binnen een tiental jaren hand over hand overal toeneemt. De poging om dit te beheersen en te kanaliseren zal volgens mij niet slagen. Beschouw ik na dit tweede stukje de algemene toestand, zoals ik die verwacht, dan kan ik zeggen: Bij een gelijktijdig scherper wordende afwijzing van het bovennatuurlijke zullen wij toch een toename zien van het occultisme. Aanvankelijk in de vorm van bijgeloof; later in experimenten, die ‑ wetenschappelijk niet verklaarbaar ‑ toch resultaat opleveren. Volgens mij voert dit over ongeveer 100 jaar steeds weer tot teleurstellingen, daarna echter brengt het een groot gedeelte van het huidig occulte denken en weten binnen het bereik van de massa en maakt het het mogelijk dat de mensheid als geheel daarvan profijt heeft.

Ik wil verder opmerken, dat hierdoor een omzetting van het menselijk denken als geheel plaatsvindt en ook van het gebruik van de menselijke mogelijkheden. Deze zullen m.i. eerst over vele honderden jaren werkelijk voor de mensheid gaan tellen. Maar al duurt dat ook enige tijd, deze ontwikkeling lijkt mij voor de verdere vorming van de mensheid als geheel en zelfs voor de vorm en de levensontwikkeling van de mens als individu in de toekomst van het allergrootste belang.

Nu moeten wij ons een voorstelling gaan maken van datgene, wat er in de toekomst tot dit occultisme kan behoren. Ik geloof, dat we verstandig doen om daarbij allereerst die technieken en mogelijkheden te behandelen, die zich reeds vandaag den dag een weg aan het banen zijn naar een meer algemene aanvaarding en ook naar een juistere erkenning door de wetenschap en het redelijk denken.

De paranormale genezing is op dit moment een zeer vraagwaardige kwestie, waarbij de gesuggereerde krachten en genezingen lang niet altijd resultaat geven, maar aan de andere kant er toch ook onverklaarbare genezingen tot stand komen. Zoals u weet, doet men heden zeer veel om de paranormale genezing te ontleden, om erachter te komen wat nu eigenlijk daarin de werkzame factoren zijn en waarom de een wel en de ander niet kan genezen. De paranormale genezing wordt daardoor langzamerhand meer gedefinieerd. Zij blijkt in bepaalde persoonlijkheidsaspecten te zijn vastgelegd. Tevens blijkt ook dat er bepaalde proeven kunnen worden genomen, waarmee de waarschijnlijke aanwezigheid van deze eigenaardige genezende kwaliteit kan worden vastgesteld. De conclusie is duidelijk; Wij zullen wat thans nog paranormale geneeswijze of geneeskunde kan worden genoemd langzaam maar zeker zien opgaan in de geneeskunde; en wel allereerst binnen het kader van de z.g. psychologie. De genezer van vandaag zal morgen waarschijnlijk een z.g. activerend lekenpsycholoog zijn, later zich echter ook bewegen in de richting van de werkelijke geneeskunde. De belangrijke medici zullen dus ook bepaalde van deze eigenschappen moeten bezitten: een zeker genezend element, ook buiten hun normale kennis.

ik neem aan, dat de z.g. paranormale geneeskunde binnen 50 jaar voor een groot gedeelte een vaste plaats heeft gevonden in de erkende geneeswijzen, dat zij daarnaast ook een steeds grotere rol zal spelen bij de directe resultaten van de medicus als zodanig. Tests t.a.v. deze eigenschap zullen wel eens bepalend kunnen zijn voor de mogelijke specialisatie van de medicus.

Dan hebben wij hypnose. Hypnose wordt op dit moment reeds erkend als een middel om de mens gerust te stellen, pijngevoeligheid te verminderen etc. Van hieruit is het een betrekkelijk kleine stap tot het suggereren van bepaalde werkingen in het lichaam; en van daaruit is het nog een stapje tot een geneeswijze op hypnose gebaseerd, die zich niet alleen richt op bepaalde psychische traumata, maar ook wel degelijk lichamelijke kwalen en traumata kan helpen genezen. Ik meen dat de hypnose, die nu in het experimentele stadium overal reeds wordt gebruikt, over ongeveer 15 á 20 jaar algemeen zal worden toegepast; juist daar, waar men bepaalde operatietechnieken wil gebruiken, waar men pijngevoeligheid wil verminderen enz..

Verder voorzie ik, dat daarnaast ook het z.g. geven van levenskracht (en hier komt de paranormale genezer en de hypnotiseur van vandaag en morgen te hulp) een rol kan spelen bij het in stand houden van de levenskracht tijdens operaties, crises, infectieziekten en wat dies meer zij.

Een zeer interessant punt is ook de z.g. materiegevoeligheid, die er in een mens kan bestaan; iets, wat we in de verschillende vormen van wichelroede­ lopen, pendelen e.d. tegenkomen. Deze gevoeligheid is nu natuurlijk nog niet zo belangrijk. Ach, men heeft apparaten genoeg om waterlopen op te sporen en de wichelroedeloper of de pendelaar zijn op dat terrein eigenlijk maar secundair. Maar op het ogenblik, dat de mens zijn eigen wereld begint te verlaten en meer en meer contact krijgt met de wereldruimte, is het belangrijk dat een mens zoveel mogelijk functies kan vervullen, opdat dure apparaten achterwege kunnen blijven, niet alleen door hun hoge kosten, maar vooral ook door hun gewicht. Het is zeer waarschijnlijk, dat men dus ‑ er zijn aarzelende proeven in die richting genomen – niet alleen gemakshalve een wichelroede of een pendel zal gebruiken, maar dat men op den duur zal overgaan tot het trainen van mensen in deze wetenschap. Want dan zal het dus het trainen van de gevoeligheid zijn, waardoor het mogelijk zal worden snel en concreet te kunnen vaststellen.

Een ander, voor u minder aangenaam aspect daarvan (op het ogenblik in sommige steden reeds geprobeerd ‑ nog niet in Holland, gelukkig voor u) is wel het opsporen van z.g. stralende bronnen. Daarbij gaat het niet alleen, zoals u misschien denkt, om zoek geraakt uranium of zo, maar ook om clandestien werkende t.v.‑ontvangers, radiozenders en wat dies meer zij. Er zijn daarmee resultaten behaald (o.a. in de Ver. Staten, maar vreemd genoeg ook in Spanje, Italië) en ik neem aan dat een aantal proeven, die men in Engeland heeft genomen en nog neemt, die tenslotte toch ook door de regeringsinstanties als valide zullen worden aanvaard. De wichelroedeloper wordt in de toekomst de waarnemer van bepaalde afwijkingen en zal in vele gevallen optreden als controleur op allerhande terrein.

Dan wil ik nog een paar aardige dingen vertellen, als u het niet erg vindt. In de eerste plaats: U weet misschien niet, dat men in sommige steden (dat is o.a. gebeurd in Chicago, maar ook in Düsseldorff) gebruik heeft gemaakt van een zeer eenvoudig type wichelroede om oude, vergeten leidingen op te sporen. Het ging hier om gasleidingen, telefoonleidingen etc. en men is daarin zeer wel geslaagd.

Een 2e punt dat misschien ook wel aardig is: Men heeft een tijdlang in de Ver. Staten proeven genomen met het constateren van de aanwezigheid van vijanden op plaatsen in bv. een guerrillaoorlog. De eerste inzet op dit gebied heeft plaats gehad in september j.l. door pendelaars, die aan de hand van kaarten aangaven waar grote Vietkong‑ en Vietmin‑concentraties aanwezig waren. Misschien vindt u het ook aardig te horen dat ze tot nu toe voor 60 % gelijk hadden, zodat er voor een strategisch commando alle belang bestaat om dit voort te zetten. Dit zijn dus twee wetenswaardigheden, maar ze wijzen alweer in de richting, die het occultisme als geheel gaat.

Het occultisme als de verborgen kennis van een enkele mens, die het hoogstens eens een keer voor zichzelf mag gebruiken, is zo langzamerhand uitgespeeld. De verborgen wetenschappen en de verborgen wijsheid moeten meer en meer een openlijke rol gaan spelen in de wereld. Zij moeten meer en meer invloed gaan uitoefenen; en die invloed kunnen ze alleen uitoefenen, indien ze hun intrede doen in deze technische wereld met haar technische waarderingen, haar statistieken enz..

De persoonlijke interpretatie is niet belangrijk meer. Het objectieve resultaat wordt steeds belangrijker. Deze objectieve resultaten brengen inderdaad met zich mee, dat vele instanties toch de paranormaal begaafden een beetje anders zijn gaan bekijken. Niet officieel natuurlijk. Wat dat betreft, een werkelijke helderziende, een vliegende schotel en het monster van Loch Ness staan op één lijn voor de berichtgeving. Maar dat wil nog niet zeggen, dat de interne waardering ook zo is.

Een aardig voorbeeld van de nu reeds bestaande ontwikkelingen is wel dat men probeert gebruik te maken van telepaten. De eerste proeven, die men heeft genomen, zijn het aftasten van de tegenstander langs telepathische weg. Het blijkt dat nu nog zeer weinig mensen voldoende ervoor geschikt zijn. De resultaten zijn nogal onzeker; maar men gaat ermee verder. Daarnaast heeft men proeven genomen met het uitzenden van gedachtekracht. Ook een vorm van telepathie waarschijnlijk, waarmee men tegenstanders wil beïnvloeden. De resultaten daarvan zijn zodanig, dat geen enkel oordeel kan worden geveld. Men weet n.l. niet, of bepaalde resultaten behaald zijn door de groep, die de gedachten uitstraalt, of dat ze toevallig reeds aanwezig waren. Een van de punten, waarmee de wetenschap het meest zal worstelen. Toch wordt op dit ogenblik (let wel, ik spreek dus over deze jaren) in verschillende staten, waaronder de Sovjet‑Unie de training voor telepathisch gevoeligen bevorderd; naast deze scholing is ook een inzet binnen het kader van regerings‑ en vooral militaire instanties. De Sovjet‑Unie traint tegenwoordig ongeveer 1500 telepaten. In de Ver. Staten is het aantal getrainde mensen niet zo groot, waarschijnlijk 70. Hieruit volgt, dat de telepathie in de toekomst belangrijker kan worden en dat zij als een communicatiemiddel vooral van belang zal zijn daar, waar normale wegen van communicatie falen. Het feit, dat men ook van dieren t.a.v. deze vorm van communicatie langzaam maar zeker iets leert, draagt ertoe bij dat ik durf stellen:

Telepathie zal over ongeveer 50 á 60 jaar eindelijk ontgroeid zijn aan het kinderexperiment en de toneelvervalsing en zal meer en meer worden gebruikt voor communicatie, maar ook weer voor controle (het aflezen) van de gevoelswereld van binnenkomende personen, die bv. staatslieden willen bezoeken. Dat zou ongetwijfeld voor die staatslieden een heel groot voordeel kunnen. Dat was dan de telepathie.

Er is iets anders wat ik helemaal nog niet heb genoemd. Dat is het vermogen om vuur te doen ontstaan. Dit hangt eigenlijk samen met de beïnvloeding van elemen­taire krachten. Er zijn mensen, die tot op ongeveer een kilometer afstand een aan­merkelijke temperatuursstijging kunnen produceren. Indien men daarmee nog iets ver­der gaat, dan kan men die gebruiken om iets in brand te steken. Dat zou weer heel erg prettig zijn voor iemand, die sabotage wil bedrijven of voor iemand, die mis­schien wraak wil nemen, die wanorde wil veroorzaken etc. Deze z.g. pyromane begaafdheid (men weet er nog geen beter woord voor) wordt vermoed en getest. Ik neem aan, dat ze echter voorlopig geen praktisch nut zal afwerpen, daar de span­ningen, die noodzakelijk zijn voor de prestatie zo groot zijn, dat men niet iemand kan inzetten, om even bij de vijand een stelletje onverklaarbare branden te stichten. Dat zou waarschijnlijk op niets uitlopen. Ik denk, dat deze eigenschap eerst veel la­ter zal worden ontwikkeld en dan waarschijnlijk 150 jaar vanaf heden.

Dit zijn zo de algemeen gangbare terreinen. Ik zou daarover misschien nog meer kunnen vertellen, maar ik wilde nu overgaan tot de geestelijke waarden van het occulte, die ‑ zoals u begrijpt ‑ toch ook wel zeer belangrijk zijn.

De verborgen wetenschap heeft voor de mens reeds in een ver verleden de mogelijkheid geschapen om het veronderstelde hiernamaals voor zichzelf tot een zekerheid te maken om zich daardoor te onttrekken aan de voorspiegelingen van allerhande kanten op aarde en daarvoor in de plaats te stellen een persoonlijke realiteit. Het begrip voor die andere geestelijke wereld impliceert ook een begrip voor het leven; en zo zien wij wijsheid ontstaan, welke in feite voortkomt uit het vermogen om al het onbelangrijke ven het belangrijke te scheiden. Een dergelijk inzicht is van heel groot belang. In een zakenimperium (ik noem er maar enkele: Ford. Inc., General Motors, Esso, Shell, zeer explosief) zijn die dingen dus wel zeer important. Men zal in de toekomst meer en meer behoefte krijgen aan de coördinator: de mens, die de deskundige en vaardige pogingen en bestrevingen van een aantal specialisten kan samenvoegen, die de gegeven kennis van elk van hen en de daaruit ontstane stelling kan ontdoen van het onbelangrijke en zo een synthese tot stand brengt, welke voor de specialist, die te veel door de details verbluft is, niet mogelijk is.

Hier ligt in feite voor degene, die geestelijk bewust wordt (want dan moet je ook een geestelijk bewustzijn hebben; je moet een zeker contact met en een gevoel voor sferen hebben; je moet een inzicht hebben in de waarden van het leven) de kans dus wel heel goed. Het is aan te nemen, dat juist dit geestelijk occultisme in de toekomst steeds meer in staat wordt gesteld om de wereld te domineren. De technocraat heeft dit tot nu toe kunnen doen, omdat hij vanuit een aantal vaste stellingen pleegde te werken, die overal werden aanvaard. Maar in de laatste tijd blijkt meer en meer, dat die stellingen ook in volkomen afwijkende richtingen kunnen worden ontwikkeld; en dan is er geen samenwerking meer mogelijk.

Als u het hier in Nederland wilt zien, dan moet u eens denken aan Defensie (vroeger was het Oorlog), Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken en Buitenlandse Zaken. Vier instellingen, die beschikken over specialisten met ongeveer gelijke training in vele opzichten, wier conclusies volledig verschillen, wier plannen en verwachtingen daarom volledig verschillen en die juist daardoor niet komen tot een zodanige samenwerking, dat een maximaal resultaat mogelijk is.

Zoals dit daar bestaat, bestaat het ook bij grote firma’s. We kunnen zien, dat in een concern als van Philips op dit moment de specialisten ook t.a.v. zakelijke verwachting, verwachting van afzetmogelijkheid e.d. zozeer verschillen, dat er zelfs tussen bepaalde afdelingen van b.v. de elektronische producten een zeer grote strijd bestaat met volkomen tegengerichte doeleinden, waarbij ze elkaar proberen vliegen af te vangen en niet in staat zijn te zien, dat ze alleen door een samenwerking een goed resultaat zouden kunnen behalen. U denkt misschien, dat dit bezijden de zaak is, maar dat is niet waar. Als u gaat kijken naar de Alg. Ned. Kunstzijde Unie, dan zult u ontdekken dat men daar bepaalde afdelingen heeft moeten afstoten om de doodeenvoudige reden, dat de specialisten niet tot samenwerking konden komen, en dat een productiebeperking daar in feite niet het resultaat is van een veroudering van producten en apparaten, maar eenvoudig van het onvermogen om rationeel te werken, waardoor de kunststoffenafdeling, die tot de sterkste behoorde, de andere afdelingen overvleugelde en wist te overstemmen en ze daarmee ook te gronde heeft, gericht. Deze dingen moeten voorkomen worden. Maar dat kunnen zij niet meer door een mens, die zich alleen maar baseert op het materiële. Je behoeft nog geen idealist te zijn om een zaak te leiden, maar je moet inzicht hebben. Je moet begrip hebben voor mensen, voor de wereld, voor alles wat er zich afspeelt; en dat kun je nooit, indien je je voortdurend door de details laat overbluffen; indien je innerlijk niet een sereniteit hebt waardoor je alle spanningen binnen je wezen zich eenvoudig kunt laten egaliseren en zo alles weer tot eenheid kunt brengen.

De training van zakenlieden begint dan ook een eigenaardig karakter te krijgen. Er bestaat op het ogenblik in bv. Zwitserland een centrum, dat door een bekende Swami wordt geleid en waar bepaalde filosofische waarden aan zakenlieden worden onderwezen om hen zo in staat te stellen betere resultaten in zaken te behalen. Er is bv. ook een yogi, die daar zelfs een school heeft gesticht en die uit zeer veel landen niet alleen zakenmensen trekt, maar ook veel ambtenaren, veel ingenieurs; mensen, die daar een systeem zoeken om concentratie te verkrijgen, om een maximaal resultaat te bereiken. Ook daar wordt hun reeds iets geleerd van synthese. Daarom mag ik geloof ik, wel stellen, dat juist het filosofische deel van de occulte wijsheid, het meest onvatbare vanuit rationeel standpunt, in toenemende mate een grote rol zal gaan spelen in de ontwikkelingen op deze wereld. Het gaat niet alleen om wat ik in de geest vind. Het gaat ook om wat ik op aarde waar maak.

De komende jaren met al hun onrust, hun revoluties en daardoor ook hun steeds grotere noodzaak tot overzicht, tot begrip en inzicht, zijn m.i. het begin. van een zeer scherpe opgang in de richting van het esoterisch‑filosofisch denken. Wij mogen daarnaast veronderstellen, dat ook de veranderingen in de godsdiensten het geheim, dat eens sacraal‑magisch was, zullen overbrengen naar het punt van de beleving. De beleving – onverschillig of deze materieel is of zuiver esoterisch, of ze esthetisch getint is of anderszins ‑ is nu eenmaal het element, waaruit de mens voor zichzelf (ook in deze dagen) het wonder nog kan waarmaken en beleven.

Ik neem dan ook aan, dat zelfs binnen de kerken een bepaalde esoterische gerichtheid, die m.i. al heel snel occult‑wijsgerig wordt, de huidige sociale vernieuwers binnen de kerken gaat aflossen. Je kunt een kerk niet beter maken door een kleine verandering in haar ritueel en een beetje minder bevelen. Je kunt haar alleen veranderen door haar een inhoud te geven, die voor de mensen een persoonlijke beleving, een persoonlijk waarmaken van het geloof bevat. En dat kan alleen maar, indien we teruggrijpen naar die zo vaak schouderophalend of als duivels afgewezen occulte wijsheid.

Als ik alles samenvat, dan moet ik wel zeggen. Het occultisme van de toekomst zal voor velen van u, zoals u vandaag occult denkt, wat te nuchter zijn. Het is te veel geörigineerd op de feiten van uw wereld en houdt te weinig van de wereldvervreemdende elementen in, die u er op het ogenblik nog zo vaak in zoekt en vindt. Maar het bevat dezelfde wijsheden en waarheden, waarmee u tegenwoordig werkt. Er zitten dezelfde systemen van rekenkunde in als wij in de Kabbala vinden. Wij vinden er dezelfde methoden van werken in, van omzetting, als we nu vinden in de alchemie. We vinden er dezelfde methodiek, die nu voor een zuiver esoterisch doel wordt gebruikt, als een methode om in de wereld een ware betekenis te krijgen en niet geestelijk ten onder te gaan aan de feiten.

Een practisch occultisme dus, vooral in de toekomst. Maar naast alle praktijk zeker ook een meer open occultisme. Geen geheimen, geen geheimdoenerij, geen be­manteling van begrippen en ideeën, maar een toegankelijkheid tot de stellingen, die van belang zijn voor de hele wereld. Ik geloof, dat daardoor ook het huwelijk tussen Oost en West deze twee verschillende mentaliteiten, ten slotte mogelijk zal zijn. Wat meer is: de wereldeenheid, die wij aan het einde van de Aquarius-periode toch zeker wel mogen verwachten, zal alleen krachtens deze praktische ontwikkeling, waarin de occulte waarden zo’n grote rol spelen, waar kunnen worden.

Dan blijft er nog de vraag over, of er dan nog geestelijke inwijdingen zullen zijn. Natuurlijk. Er zullen geestelijke inwijdingen zijn, maar deze zullen niet, zoals vandaag den dag, een doel zijn dat men eigenlijk los ziet van het materiële bestaan. Zij zullen in feite logisch voortkomen uit de noodzaken van het materieel bestaan en de geestelijke erkenning en beheersing, die nodig zijn om in dit bestaan actief te zijn.

Al degenen, die met de elementen spreken, die de elementalen beheersen, zullen voorlopig nog behoren tot de onbegrepenen. Hun rijk zal nog een zeer lange tijd worden wegverklaard door gevoeligheden: het aanvoelen van weersveranderingen, het herkennen van een bepaalde periodiciteit in vulkanische werkingen etc. Dezen zal men zo snel nog niet begrijpen, maar dat komt omdat de mens nu nog hoopt technisch de elementen te kunnen dwingen hem te gehoorzamen. Wanneer hij ontdekt, dat dit onmogelijk is, zal ook dit laatste deel: het harmonisch contact met de elementaire krachten, dat soms beheersend kan zijn, van belang gaan worden. Maar dan, vrienden, zal de Aquarius‑periode reeds voor meer dan de helft zijn gevorderd en zullen de mensen – geestelijk gezien ‑ al totaal anders denken en ook leven dan vandaag.

****************

*  U zegt, dat de medische wetenschap eens de occulte wetenschap te harer bate zal accepteren. Wetenschap is dat, wanneer dezelfde proeven hetzelfde resultaat opleveren. Ik meen, dat dat in dit opzicht niet mogelijk is, daar dit eventueel afhankelijk is van het medium en deze weer onderling verschil­len en daardoor de uitslag eventueel beïnvloeden.

Ik vind dit een wat eigenaardige stelling, omdat men hierbij verwaarloost, dat ‑ ongeacht de verschillende werkwijzen ‑ een aantal genezers met geheel verschillende inslag eenzelfde en een gelijksoortig resultaat tot stand kunnen brengen bij dezelfde soort patiënten. Er is dus wel degelijk een zekere mate van bewijsbaarheid. Samenhangen kunnen, zelfs op dit moment, in feite reeds worden aangetoond. Daaruit vloeit voort, dat men de occulte wetenschap, als de psychologie wat verder is gevorderd ‑ en dit is een voorwaarde, die ik in mijn inleiding heb gesteld ‑ ongetwijfeld zal aanvaarden. Ik wil hierbij wijzen op het feit, dat wij in de medische wetenschap op dit moment reeds de psycho­somatica kennen, waarbij de kwaal van de psyche, die ‑ zoals u hier zo mooi voor een medium hebt geformuleerd ‑ bij een ieder anders is, andere samenhangen kan vertonen, genezen wordt in samenwerking met de medicatie van het li­chaam. Hieruit blijkt wel, dat men psychische factoren in de geneeskunde reeds nu bewust gebruikt. Ook als deze niet geheel wetenschappelijk bewezen kunnen wor­den, zij het dan in algemene werkregels. Ik geloof, dat dit t.a.v. de paranorma­le geneeswijzen niet al te lange tijd eveneens het geval zal zijn. Men is nu reeds zover dat men de gevoeligheidsfactor kan bepalen bij mensen, die zich bezighouden met genezend werk, maar ook bij mensen, die zich met diagnostiek bezighouden. Aangezien men dus oorzaak en gevolg kan ontleden en oorzaak en gevolg in gelijke verhouding onder vele omstandigheden optreden, is op grond daarvan een bewijs te construeren; en aan de hand van dit bewijs een aantal werkhypothesen, waardoor een verdere definitie van het terrein en een grotere manipuleerbaarheid van de erkende waarden mogelijk wordt.

*  U gewaagde tweemaal van een door occultisme gewijzigd gemeenschapsdenken.        Betreft dit ook de morele inzichten? Welke voorbeelden vermoedt u hiervan, buiten die welke voor inwijding gelden?

Indien het occultisme het denken en daarmede de samenleving gaat beïnvloeden, zal ongetwijfeld ook de zedenleer, de moraal van de maatschappij, daardoor worden gewijzigd. Laten wij daarbij niet vergeten, dat de moraliteit, zoals die op het ogenblik in 9/10 van de wereld bestaat of wordt ontwikkeld, niet voortvloeit uit een erkenning van menselijke waarden, maar uit een behoefte aan gezag en or­ganisatorische beweegredenen. Anders gezegd. De Tien Geboden waren in die tijd praktische maatregelen om te zorgen dat een volk niet door afgoderij werd verdeeld; dat daarin een redelijke sociale samenleving zou ontstaan, en zelfs dat inteelt e.d. werden voorkomen, evenals het uitdrijven en uitwerpen van ouden van dagen, die op een gegeven ogenblik materieel niet meer voor zichzelf konden zorgen en wier geestelijke mogelijkheden vaak werden onderschat. Maar indien men diezelfde wetten nu toepast, dan blijkt dat het al niet meer gaat. “Gij zult niets begeren van hetgeen uw naaste toebehoort.” Vertelt u dat eens aan een reclamebureau. Die doen niets anders dan die begeer­te opwekken; daarop draait uw economie. “Gij zult niet doodslaan.” Dat moet u eens vertellen aan de militairen van deze wereld. En zo kan ik door­ gaan. Uw moraal is op het ogenblik tweeledig. Zij bestaat uit een persoonlijk ge­dragspatroon, dat niet aan de realiteit is aangepast, maar aan een aantal, meest­al uit vroegere dagen stammende handregels. daarnaast hebben wij te maken met een praktische moraliteit, die stelt, dat oorlog vaak beter is dan vrede, etc. Als het occultisme invloed gaat uitoefenen op de moraliteit, dan moet u de volgende punten eens in ogenschouw nemen.

  1. Een toenemen van de mogelijkheid tot telepathische exploratie van de persoonlijkheidsstructuur houdt in, dat men zich niet meer anders kan voordoen dan men is, en dit is voor een groot deel de uiterlijke moraliteit van deze dagen.
  2. In het occultisme (de occulte wetenschap) gaat het dus niet om het verschijnsel als zodanig, maar om de werking. In uw wereld bestaat die kritiek wel op het verschijnsel, maar niet op de werking. Dit is een volkomen irreëel denken en streven. Men probeert hier bv. oude vrijsters te kweken in volle­dige maagdelijkheid onder het motto, dat alleen in het huwelijk enz. enz.. Dat hierbij dan zo iemand geestelijk (psychisch) absoluut wordt gekraakt en ten onder kan gaan, dat doet niet ter zake. Terwijl juist de occultist zegt: Het gaat er niet om, of je wel of niet getrouwd bent. Het gaat er om dat het geheel van je leven en beleven evenwichtig en zinvol is; want alleen zo kun je reageren op de hogere waarden en kun je het hogere in je eigen wereld uit­ dragen. Ik geloof, dat dit al voldoende is om duidelijk te maken, dat het occultisme inderdaad de moraal, maar daarmee ook de praktische, sociale en op den duur – naar ik meen – zelfs de economische samenhangen van uw wereld gaat veranderen. Als u mij een bescheiden oordeel toestaat; ik meen niet dat dit een overbodige luxe zou zijn.

*  Graag voorbeelden hoe u ook in de ruimte toepassing van wichelroede en pen­del zag.

Dat is doodeenvoudig, als u even nadenkt. Oriëntatie in de ruimte is een zeer moeilijke kwestie. Maar iemand, die zich kan instellen, kan in de eerste plaats vaststellen, of er materie (en dat kan zowel stof zijn als b.v. kleinere en grotere meteorieten) in de nabije omgeving aanwezig is; en zo ja, in welke richting t.a.v. het voertuig ze zich verplaatst. De gevoeligheid zou daarvoor al bijzonder bruikbaar zijn. Daarnaast is het mogelijk via deze zelfde gevoelig­heid (u moet niet denken, dat iemand dan met een wichelroede zit; het kan ook anders worden gedaan) een oriëntatie te verkrijgen in de 3‑dimensionale ruimte, waarin men zich beweegt, welke ‑ vooral als er geen zwaartekracht is – voor anderen zeer moeilijk zal zijn. Dat kan dus bij de bediening van apparaten, maar ook bij het eenvoudig vaststellen van een koers een grote rol spelen. Wat betreft het pendel. Zoals u weet kan een pendel worden gebruikt om het aanvoelen van verschillende kwaliteiten en eigenschappen, die ook op afstand aanwezig kunnen zijn zichtbaar te maken. Theoretisch kunt u dus op een landkaart uitpendelen waar er een schat begraven is. U moet alleen niet erg gek opkijken, wanneer er een heer pendelt en hij op een kerkhof terecht komt, waar staat: Hier rust onze lieve Marie. Stel u nu voor, dat buiten de aarde (bv. op de maan) er een oriëntatie no­dig is t.a.v. richting en dat men een expeditie gaat uitzenden. Men wil daarbij bepaalde gevaren, die men in de nabijheid heeft leren kennen, voorkomen. De pen­delaar zal dan een aantal instructies kunnen geven, reeds op het punt van uitgang, waardoor men optredende gevaren aanmerkelijk gemakkelijker zou kunnen ontwijken. Pendelaar en wichelroedeloper beiden kunnen verder aangeven waar zich bv. bruik­bare grotten of eventueel bruikbare mineralen e.d. bevinden. Ook dit zou dus van belang kunnen zijn. En juist omdat men anders zeer zware en ingewikkelde apparatuur nodig heeft om dit alles te constateren, is het dus wel belangrijk dat er een mens is met een gevoeligheid, die ‑ indien men die apparatuur niet kan meenemen of als ze defect zou raken ‑ de algemene richtlijnen althans kan geven.

*  Zal het occultisme ook voor het betrekken van technische informatie van pla­neten en sterren worden toegepast?

Ik hoop werkelijk van harte, dat dit voorlopig niet het geval zal zijn. De mensheid is zijn gevoelsmatige en morele ontwikkeling, zijn ethische ontwik­keling vooral, met zijn techniek al zover vooruit gestreefd, dat een toevoeging van enkele nieuwe grote uitvindingen voldoende zou zijn om de vernietiging van de mensheid zeker te stellen. Ik neem niet aan, dat dit voorlopig zal gebeuren. En als men tracht dit te doen, dan ben ik ervan overtuigd, dat goedwillende krachten alles in het werk zullen stellen om te voorkomen, dat men bruikbare technische aanwijzingen verkrijgt.

*  Zal de astrologie in de toekomst ook worden toegepast? En zal zij dan het­zelfde worden geïnterpreteerd als tegenwoordig?

Neen. De astrologie wordt al heel anders geïnterpreteerd dan vroeger en zij zal nog aanmerkelijk veranderen. De astrologische procedure, zoals die thans ge­bruikelijk is, zal het met kleine wijzigingen m.i. nog wel een 6 á 700 jaar uithouden. Maar ik geloof toch wel, dat de erkenning van invloeden het mogelijk zal maken om in plaats van met de astrologie met astronomisch‑mathematische bereke­ningen veel grotere resultaten te krijgen. Gelijktijdig zal men minder gebonden zijn dan bij de astrologie aan het gevoel dat er een noodlot voor je is uitgeschreven. Ik meen, dat deze ontwikkelingen, die ten dele eigenlijk reeds begonnen zijn (er zijn hier en daar al beginpunten aan te wijzen) zich wel zullen voltooien met een 300 jaar. Maar ja, het ontbeert dan natuurlijk dat eigenaardige, het raadselachtige, dat de astrologie heeft. En op grond daarvan denk ik, dat de astrologie des on­danks nog een lang leven is beschoren, zij het dan in een veel minder belangrijke functie dan vandaag den dag.

*  In welke richting liggen die beginpunten?

Men heeft op het ogenblik de z.g. astro‑mathematica (er bestaan daarover ver­schillende werken), waarin men de krachten heeft herleid tot formules. Men kan deze formules t.o.v. elkaar vergelijken. Men hanteert de normale astrologie dus nog om de verschillende werkzame formules te vinden, waardoor het eindresultaat veel gemakkelijker en veel scherper kan worden gedefinieerd. En nu is het maar een kleine stap om bij deze formules van de kunstmatige heelalstructuur, waarmee de astroloog werkt, over te gaan naar een aanpassing aan de loop der planeten ten opzichte van de vaste sterren. Zodra men dat heeft gevonden, bestaan er 2 formules, die met elkaar in relatie staan; en zal men tot de directe invloedbepaling kunnen komen op grond van de astronomische waarneming.

*  En stelt men dan dezelfde kwaliteiten vast, of krijgen die dan ook een ande­re beoordeling?

Dat ligt aan de astroloog en de mathematicus van zo dadelijk. Maar de mystie­ke, foutverwaarlozende en het “ik” ophemelende beschrijving, die menig astroloog nu bijeen raapt uit verschillende boeken, zal dan wel niet meer voorkomen. Als u dan een z.g. horoscoop (laten we het maar zo noemen) laat trekken, zal ze wel belangrijker zijn, maar vaak aanmerkelijk minder vleiend.

*  U heeft zo-even een woord gebruikt, waarvan ik niet weet wat het is: asana.

Asana is een houding, waarin bepaalde spanningen van het lichaam nauwkeurig kunnen worden bepaald, waardoor de levens‑ en zenuwstromen ook op een bepaalde wijze a.h.w. in elkaar overgaan. Als u denkt aan de lotushouding, dan heeft u daar bv. een asana.

**********************

Uit uw vragen blijkt dus wel enige belangstelling voor het occultisme. Maar ik geloof toch, dat de meesten van u eigenlijk meer geïnteresseerd zijn in wat n.l. occultisme heet, dan in wat occultisme eens zal zijn. Ik heb ook het gevoel, dat u nieuwsgieriger bent naar mogelijke morele veranderingen door het occultisme dan dat u zich werkelijk daarover bezorgd maakt. Het klinkt misschien wat vreemd. Maar u moet één ding goed onthouden:

Of u nu het occultisme beoefent in de toekomst of vandaag den dag, het zal altijd bestaan uit een aantal erkenningen en waarden, die eigenlijk ergens strijden met de gebruiken van uw eigen wereld. De occultist heeft een denkwijze, die niet geheel strookt met datgene, dat door zijn medemensen normaal wordt aanvaard. Dit geldt t.a.v. het geloof, maar ook t.a.v. verplichtingen, mogelijkheden en noodzaken in de eigen wereld. Zelfs de belangrijkheid van bepaalde dingen in de wereld wordt door de occultist anders beoordeeld dan door een gewoon mens. Als u zich dus voor het occulte interesseert, dan moet u wel begrijpen dat u een wereld binnengaat, die alleen zinrijk kan zijn en die alleen resultaten kan opleveren, indien men zichzelf verandert.

U kunt nooit de occulte structuur en waarheid, hoe beperkt ook haar uitdrukking tot nu toe moge zijn, aanpassen aan hetgeen u wenst. U moet eerst uzelf aanpassen aan de occulte waarden en dan pas kunt u ermee werken. Eerst als u ermee kunt werken, kunt u soms dingen bereiken, die u wenst. Heel vaak begint men het occultisme te bestuderen om een wens te verwezenlijken. En achteraf blijkt dan dat men ‑ eenmaal in het occulte wijzer geworden – de wens heeft verloren; en nu men de mogelijkheid heeft om eraan tegemoet te komen dit niet eens meer doet.

Voor u allen is het raadsel van de occulte ontwikkeling waarschijnlijk wel, dat u zich niet kunt voorstellen, dat de wereld anders wordt. Toen ik zei, dat de mens zichzelf niet meer kan bemantelen, dat hij zich dus niet meer anders kan voordoen dan hij is, zei iemand prompt daarop; “Dat wordt het einde van de wereld.” Maar het wordt het einde van de wereld, zoals u haar kent, omdat de wereld die u kent voor een groot gedeelte niet reëel is.

Het occultisme is niet, zoals men vaak veronderstelt, een verwijdering van de mens van de werkelijkheid. Integendeel, het is een confrontatie met de werkelijkheid. De wijsheid, de regel van het occulte, is in feite een werkhypothese; maar het zijn de resultaten, waardoor de mens verandert. U verandert niet door de boeken op occult gebied die u leest, maar wel door de proeven, die u op occult gebied neemt. Juist daarom is het zo belangrijk, dat men – nolens volens neem ik aan ‑ in de toekomst steeds meer elementen, die tot nu toe tot de geheime wetenschappen behoorden, is gaan betrekken in het normale denken, in de normale wetenschap.

Het is opvallend hoe groot het percentage wetenschapsmensen en docenten is, die op enigerlei wijze in deze tijd met het occulte zijn geconfronteerd. Daaruit kunt u uw eigen conclusie trekken. Deze mensen grijpen naar het occulte, omdat zij niet tevreden zijn met wat wetenschap en geloof bieden. Het is duidelijk, dat zij dan ook zullen nastreven niet alleen een verandering van denken bij degenen die zij volgen, maar dat zij vooral zullen nastreven ‑ en dat is zeer belangrijk ‑ een verandering van handelen bij degenen die zij volgen, en een aantal conclusies zullen trekken, die tot actie nopen en niet slechts tot bespiegeling. Als u zich vandaag den dag wilt bezighouden met het occulte, doe mij een genoegen, realiseer u dat het occulte bestaat uit de daad. De aanleiding tot de daad vindt u in het occulte, in de verborgen wijsheid. Maar zonder de verwezenlijking in uw eigen wereld zijn die dingen betrekkelijk zinloos. De mens, die zichzelf waarmaakt, zoals hij innerlijk is, in zijn wereld en daarbij de samenhangen van de hogere werelden erkent, is in staat de krachten en waarden van die hogere werelden op aarde te openbaren. Dat weet men tegenwoordig reeds. Laat u dan niet misleiden en zoet houden met mooie theorieën, waarachter u geen praktische verwezenlijking behoeft te zetten. Het is door de praktijk, dat de toekomst het occultisme beter zal gebruiken en voor een groot gedeelte zich eigen gaat maken, zodat het niet meer occult of verborgen is. Het is de praktijk, waardoor al het occulte qua kracht, qua mogelijkheid, qua instelling betekenis krijgt in deze dagen en de toekomst kan bepalen.

Uw wereld met haar veronderstellingen, haar visies, haar moraliteit, haar idee van noodzakelijkheid en van structuur zal de mensheid ten onder richten, tenzij die mens leert dat het anders kan.

Het occulte heeft dit reeds lang beweert en vastgesteld. Het occultisme zal daardoor in de toekomst de ontsnappingsweg bieden uit de eeuwig gesloten kringloop van vraag en aanbod, van macht en onderwerping, die thans de mensheid teistert.

Indien u wilt beginnen te ontsnappen, dan weet u het: het occultisme. En als u dan meent over honderden jaren niet meer hier te zijn, zodat het verder van weinig belang is, dan geloof ik toch, dat het voor mens en geest een bijzonder prettige ervaring moet zijn te weten: ik heb op mijn bescheiden wijze en misschien zonder de gehele draagwijdte ervan te beseffen, eens mede een begin gemaakt aan de geestelijke omwenteling, waardoor de mensheid zichzelf wist te behouden als mensheid.