Omgekeerde van de menselijke samenleving

13 juli 1987

Inleiding

Aan mij de eer en de moeilijke taak inleider te zijn. Deze avond hebben we te maken met een gastspreker die wat praktisch is ingesteld.

Over zijn achtergrond is niet veel te zeggen. Hij is in het verre verleden magiër geweest, maar in zijn laatste incarnatie was hij boekhouder. Dat is voor mij dan iets waarbij je toch wel begint te twijfelen. In ieder geval, de vraag in het leven is doodgewoon: in hoeverre zijn intenties belangrijk, wat zijn feiten, wat zijn illusies enz.

Ik heb hem ook gevraagd: “Geef me nu eens een aardig voorbeeld van een feit. Hij zei toen: “We praten met elkaar. Ik zeg: “Dat is goed. En van een daad?”. “Ik probeer je de waarheid te zeggen, maar het lukt niet erg. “En een illusie?” “Dat jij begrijpt wat ik zeg.”

En dat geeft me dan toch weer enigszins hoop, want ik heb geleerd dat een mens met enige humor nooit geheel verloren is.

Maar als ik probeer het een en ander op mijn eigen manier vanuit mijn eigen standpunt toe te lichten, komt het op het volgende neer.

Een groot gedeelte van je leven is vastgelegd. Het is duidelijk dat je voor alle dingen die onvermijdelijk zijn nooit volledig aansprakelijk kunt worden gesteld. Een veelheid van gebeurtenissen is dus ondanks jezelf gebeurd. Zij zijn geen verdienste, ze zijn geen schuld, ze zijn misschien een klein tikje van wat u karma noemt, een resultaat van vorige levens. Maar daar blijft het bij.

Er zijn echter ogenblikken dat je zelf kunt besluiten een daad te stellen. Wanneer dat ogenblik aanbreekt heb je wel degelijk andere mogelijkheden.

Je wordt ook niet meegesleept, maar overwogen besluit je iets wat je denkt om te zetten in de daad. Deze daden schijnen, althans volgens onze vriend, het meest belangrijke te zijn wat je in je leven kunt presteren, omdat de bewust gestelde daad, ongeacht haar gevolgen, altijd weer aanduidt dat een mens zijn innerlijke waarheid zo goed hij kan naar buiten heeft willen brengen.

Heel veel mensen praten zichzelf aan dat ze zus of zo zijn, of dat de wereld zus of zo is. Dat zijn dan de illusies. Ik praat nu zuiver van mijn standpunt uit en zou het zo willen formuleren.

Datgene wat u meent als beschaving te moeten zien is grotendeels een illusie. Maar daardoor komt u er soms toe een daad te stellen die uw bewustzijn vergroot, terwijl uw intenties over het algemeen beter zijn dan anderen geneigd zijn van u aan te nemen. Dat wil zeggen dat u allemaal toch een zekere bewustwordingsgang doormaakt.

Wat de magische elementen betreft: we hebben een zekere relatie met de werkelijkheid buiten ons. Of we die werkelijkheid kennen of niet doet niet ter zake, maar de relatie bestaat altijd. Op het ogenblik dat die relatie harmonisch is, zal veel van hetgeen in ons als beeld bestaat gemakkelijker kunnen worden omgezet in een daad. Daarbij is het verloop van zaken niet altijd duidelijk, je staat er zelf vaak verbaasd over, maar de praktijk wijst uit dat iemand in zijn leven ten minste 1 keer of 10, 12 de zaken magisch heeft beïnvloed.

Het blijkt ook dat er mensen zijn die geleerd hebben die harmonie met hun omgeving voortdurend te handhaven. Zij zijn degenen die in feite voortdurend kleine wonderen doen, ofschoon dat door anderen maar zelden wordt opgemerkt of geapprecieerd. En dat is nu juist waar het om gaat. Wonderen doen. Het is niet zo dat een wonder gebeurt, een wonder moet tot stand komen. Die totstandkoming zal, wanneer zij in de stof plaatsvindt, altijd een stoffelijk centrum moeten hebben.

Mensen denken wel eens: ach, God, die zweeft daar in de wolken en maakt een handgebaar, er flitsen een paar stralen naar beneden en ineens hebben we daar iemand die wonderen kan doen. Hij kan tegen de olielamp zeggen ‘keer je om’ en hij blijft branden. Nou, dat is gewoon illusie. Er is altijd een wederkerigheid. De krachten boven ons kunnen dingen tot stand brengen die voor ons onvoorstelbaar zijn, dat is waar. Maar binnen de grens van het voorstelbare of het verlangen moeten we zelf daarop gericht zijn, anders kan het niet gebeuren. En zelfs dan is de waarschijnlijkheid van de gebeurtenis klein, tenzij wij op dat ogenblik hoe dan ook in harmonie zijn met onze omgeving.

Onze vriend had het ook over iets, dat hij ‘de kunst van de stilte’ noemde en dat ik liever vertaal in ‘het besef van de harmonie’.

Er zijn ogenblikken dat je niet hoeft te zien en niet hoeft te horen. Dat het gewoon voldoende is te bestaan.

En dan heb je een warmte in je, echt zo’n gevoel van helemaal goed, ik voel me helemaal behaaglijk. Dat is stilte, in zekere zin, maar het is veel eerder een opgaan in alles wat je aan werkelijkheidswaarde omringt. Je hoeft niet in harmonie te zijn met de illusies, de denkbeelden van anderen, of het nu romans zijn of ideologieën, dat komt er helemaal niet op aan, maar de werkelijkheid die erachter ligt. En als je zo heel rustig en stil in jezelf wordt, eigenlijk helemaal de behoefte niet meer hebt op iets te reageren en gelijktijdig dat welbehagen voelt, dan heb je dat punt van harmonie bereikt.

Het schijnt dat wanneer dat eenmaal bereikt is het ook hernieuwd beleefd kan worden, maar dan misschien met een bepaalde wens of een bepaald voornemen. De waarschijnlijkheid dat een voornemen of wens dan ook werkelijkheid voor u wordt is ongeveer zeshonderd keer zo groot als in normale gevallen.

De praktische benadering van het leven is feitelijk altijd op het heden gebaseerd. Wat gisteren was is deel van jezelf geworden, daar hoef je je niet mee bezig te houden. Wat morgen zal zijn kun je je toch niet volledig voor ogen stellen, dus doe vandaag wat vandaag eist. Het ‘plukt de dag’ is niet alleen maar een mooi gezegde, het is wel degelijk ergens een filosofische waarheid. Een mens die volledig in het heden leeft, zal in het heden het snelst zijn harmonieën bereiken. Hij zal het minst door zijn vrezen worden geteisterd, want wat we vrezen ligt meestal in de toekomst. Hij zal daarnaast niet door berouw of gedachten over ’had ik maar’ worden gekweld wanneer hij denkt aan gisteren, want hij houdt zich er niet mee bezig.

Als er een tijdloze werkelijkheid bestaat en we zijn op een gegeven ogenblik als het ware tijdloos, dus helemaal vervlochten met het heden, dan beleven we in ons beperkt bewustzijn iets van die bestaande tijdloze werkelijkheid. Dat wil zeggen dat de krachten van die werkelijkheid gemakkelijker als het ware ingrijpen, ons sterken, ons steunen. Het wil ook zeggen dat wij daardoor in staat zijn veel juister uit te drukken wat we zijn, wat we willen, wat we kunnen.

We vergroten dus onze eigen mogelijkheden juist door niet bezit te zijn, niet wat is geweest of wat gaat komen.

Een mens heeft een keer gezegd: maar je moet toch voor morgen zorgen. Dat is in zekere zin waar. Wanneer je bijvoorbeeld denkt dat je morgen verwacht weinig tijd te hebben, dan haal je vandaag boodschappen in huis. Wanneer je denkt dat er morgen of over een paar weken misschien een aanslag van de belasting of iets anders kan komen, dan is het logisch dat, je zegt: ik zal zoveel mogelijk reserveren. Maar dat heeft met vandaag te doen. Je houdt je niet bezig met de vraag wat die aanslag zal zijn, of hoe druk het morgen zal zijn, je zegt alleen: ik vermoed vandaag dat dit het geval is en op grond daarvan reageer ik.

Er zijn ook mensen die zeggen: ik moet voor mijn oude dag zorgen. We hebben hier iemand gekregen die 55 jaar is geworden. Volgens u misschien niet zo oud, maar goed. Die man kreeg op zijn 28ste jaar, hij was toen vier jaar getrouwd, in zijn hoofd: ik moet voor mijn oude dag zorgen. Dat is inderdaad een steeds aangroeiend bedrag op de bankrekening geworden. De man heeft zuinig en spaarzaam geleefd en toen hij dood was, ja, wat gebeurde er toen? Zijn vrouw ging een wereldreis maken, de kinderen hebben het geld voor een groot deel verkwist en zij hebben er dan in ieder geval plezier van gehad. Maar hijzelf heeft zich beperkt, daardoor ook voor zichzelf grenzen gesteld die hij maar al te graag had overschreden en het eindresultaat is geweest dat hij in de geest ontzettend in zijn  piepzak zat van: wat gaan ze nou met dat geld van mij doen? Het is jammer  maar er zijn van die mensen.

Dan denk ik ook, misschien was die man toch beter af geweest als hij had gezegd: ‘nou ja als ik wat overhoud best, maar ik leef eerst vandaag. En dan zal ik vandaag het noodzakelijke doen voor eventueel morgen of latere tijd zoals ik dat nu besef, maar wat ik niet kan overzien daar kan ik ook geen rekening mee houden. Eerst mijzelf zijn. Blijft er dan wat over, best, misschien heb ik het morgen nodig, misschien over vijftig jaar. Dan had die man goed geleefd.

Hetzelfde geldt voor allerlei gevoelens. Soms heb je het gevoel: er is wat aan het gebeuren. Dat kan zijn. Maar is het ook werkelijk zo? Ik weet het niet. Ik houd er rekening mee, maar ik houd eerst rekening met wat er nu is.

Ik voel dat er op een gegeven ogenblik bepaalde dingen goed of verkeerd zijn. Dan heb ik misschien verder geen redenen om ja of nee te zeggen en laat me dan leiden door mijn innerlijk. Waarom niet? Maar laat ik me alsjeblieft niet gaan voorstellen wat anderen ervan zouden denken bijvoorbeeld, en dat ik daarom dit of dat niet of wel moet doen. Op dat ogenblik loop ik vast en valt het me tegen. Wanneer ik zeg: “dat kan niet anders”, zegt men er iets van of ik verlies mijn gezicht of wat dan ook, dan zul je zien dat er een paar dagen later toch iets gebeurt.

Het kan ook zijn dat je denkt: eigenlijk kan het niet, maar wat kan het me schelen. Als je het dan niet alleen maar heel zelfzuchtig hebt gedaan, dan heb je het een paar dagen later weer terug.

Het is een hele rare wereld. Onze vriend heeft daar dus als magiër eerst allerlei bezweringen uitgevoerd en daarna is hij boekhouder geworden. Ik heb altijd zo’n idee: hij is in dienst geweest bij de goden en bij de duvel. Maar hij heeft, dacht ik, twee dingen geleerd. Aan de ene kant het systematische dat bij het boekhouden hoort, de ontleding van de zaken, aan de andere kant het magische, het transcendentale element dat altijd weer een rol speelt in elk mensenleven. Daardoor zou hij wel eens met zijn praktijk toch ook heel dicht bij de werkelijkheid kunnen zitten. U moet van mij niet verwachten dat ik u zal zeggen: hij heeft de absolute  waarheid of hij vergist zich. Veel van hetgeen hij mij heeft overgedragen is, zoals ik het heb begrepen, voor mij niet geheel aanvaardbaar. Maar hij zei zelf: je denkt dat je me begrijpt en dat is een illusie, mogelijk heeft hij dus wat anders willen zeggen of uitdrukken. Met beelden is het aan de ene kant veel moeilijker letterlijk te horen wat een ander wil zeggen, met woorden kun je dat dan exacter aanduiden.

Anderzijds kun je met het beeld ontzettend veel overdragen in een heel kort ogenblik, terwijl je met woorden voor dat ene beeld misschien een roman van 230 bladzijden nodig hebt. Dus het heeft zijn voor en tegen

Ik geloof dat hij met veel van zijn werken met krachten, zijn voorstelling van werken (het zijn maar kleuren), daar voor mij een beetje te hoog grijpt. Aan de andere kant, waarom zou hij zover zijn gekomen als hij nu is wanneer het voor hem niet zinrijk was geweest? Wanneer zo iemand zo zeker van zichzelf kan zijn dat iets goed is, dan krijg ik altijd het gevoel, ja, voor jou wel, maar voor wie nog meer?

Het leven is een zaak die je zelf moet indelen en zelf moet beslissen. Het heeft weinig zin je op te zwepen tot allerlei gevoelens, tot het constateren van macht of machteloosheid of wat dies meer zij. Reageer gewoon volgens het ogenblik. Leef vandaag. Maak vandaag die dingen af die je metterdaad volgens je innerlijke werkelijkheid kunt omzetten in feiten en voor de rest, zie maar. Voor mij is leven eerlijk gezegd meer het beleven van alle dingen dan een feitelijke reeks gebeurtenissen. Ik heb het gevoel dat in mij het leven zich opstapelt in ervaring na ervaring, die dan tezamen langzaam tot begrip worden. En als het begrip er eenmaal is ga je alles herzien.

Meestal heb je kort na de overgang een periode dat je terugkijkt, dat je probeert de dingen te begrijpen. Ik denk dat je ook geestelijk op een gegeven ogenblik iets dergelijks doormaakt. Wanneer het begrip in jezelf omvangrijker is geworden word je weer geconfronteerd met het verleden, niet omdat het zo belangrijk is, maar omdat je met dit nieuwe begrip moet proberen te zien wat de werkelijke betekenis ervan is volgens hetgeen je nu weet. En door die verandering wordt je gelijktijdig geleerd dat het morgen weer anders kan zijn.

Een bestaan zonder vooruitgang is geen bestaan. Er moet altijd iets zijn, iets gebeuren, in je of buiten je. Op het ogenblik dat je zegt: dit is een ideale toestand, ik wil die behouden, begint ze al te vervallen en jijzelf vervalt mee. Er moet altijd een verandering zijn. Mao sprak van de voortdurende revolutie. Hij wilde dat politiek en dat is natuurlijk niet haalbaar. Maar in de werkelijkheid maken we toch een voortdurende revolutie door, innerlijk en in ons leven.

Als je je leven als mens nagaat dan zijn er perioden dat je zegt: ja, zo is het, zo hoort het en zo is het goed. En dan ineens gebeurt er iets en draait het om, het wordt anders. Als u nu naar uw eigen leven kijkt dan zult u zien dat u gemiddeld voor elke tien, twaalf jaar dat u geleefd hebt dergelijke veranderingen hebt doorgemaakt. Het traagste ritme is ongeveer zeven jaar, het kan zelfs iets minder zijn, zes jaar en zeven maanden ongeveer, en de langste periodiciteit die we kennen is ruim veertien jaar. Maar hoe het ook zij, welke periodiciteit u ook kent, u wordt elke keer geconfronteerd met een ingrijpende verandering. Als u dan geen begrip hebt kunt u met de verandering niets beginnen.

Maar als u wel begrip hebt, dan is de verandering iets waardoor je zowel wat is geweest als wat je verder wilt, wat er toch nog voor je moet zijn, opnieuw kunt gaan bekijken. Op die manier kom je dan een heel eind verder. Je bereikt, dacht ik, in geestelijk opzicht enorm veel.

Natuurlijk, er zijn bruggen tussen de werelden. Als ik bij zo’n gastspreker op bezoek ga, leef ik – zij het ook maar zeer tijdelijk – boven mijn stand. En wanneer zij hier komen spreken, direct of via een bemiddelaar, dan leven zij tijdelijk ver onder hun stand, dan gaan ze even de sloppen in. Maar voor ons is de werkelijkheid waarin we leven het enige waar we werkelijk iets mee kunnen doen. Dat is het curieuze van de zaak, je kunt niets terechtbrengen van dingen die niet werkelijk zijn voor jou, of het nu geloofspunten zijn, innerlijke krachten of uiterlijke mogelijkheden en omstandigheden. Op het ogenblik dat je het gevoel hebt dat je meester bent van de situatie kun je veel meer dan je anders tot stand zou kunnen brengen. Ik denk dat dit het uitvloeisel is van het begrip dat in ons ontstaat. En zolang ons begrip verandert, veranderen onze mogelijkheden. Als onze mogelijkheden veranderen, veranderen onze belevingen. Maar wanneer onze belevingen veranderen wordt onze ervaring omvattender en daardoor ontstaat opnieuw begrip. Het lijkt een eeuwigdurende kringloop. Er zal wel een eindpunt zijn, maar ik weet niet waar. Het is ergens begonnen en ik ken de theorieën erover, maar als ik eerlijk moet zijn: ik weet het ook niet. Maar dit proces kan ik volgen.

Ik heb het in mijn eigen leven gezien, een paar stoffelijke bestaantjes, de tussenliggende fase, in het heden. Als ik ze allemaal bij elkaar pak dan zeg ik: het is gewoon door ervaren steeds weer komen tot een nieuw inzicht en daardoor nieuwe harmonische mogelijkheden. Een verrijking niet alleen van je beseffen, maar ook van je kunnen. Ik denk dat dit voor allemaal, ook voor een hogere spreker als zo’n gast bijvoorbeeld, hetzelfde is.

En dan mag ik ook proberen praktisch te zijn en het nog in een paar regels samen te vatten.

In de eerste plaats:

Reken vandaag af met de problemen van vandaag, onverschillig of ze van gisteren of van vandaag stammen. Probeer niet de problemen van vandaag morgen op te lossen, probeer hoogstens u voor te bereiden volgens datgene wat vandaag voor u mogelijk en denkbaar is.

Een tweede punt:

Besef dat het nodig is steeds weer tot rust te komen. Probeer uit die innerlijke rust het gevoel te krijgen dat je verwant bent met je wereld. Op dat ogenblik heb je meer dan normale krachten en mogelijkheden en kun je dingen presteren die anders net niet mogelijk lijken of zijn.

Probeer nooit alles te laden op een hogere geest die jou moet helpen. Je mag om hulp vragen, maar je moet het zelf doen. Wanneer je iets gaat doen, beroep je desnoods op elke kracht die je je maar voor kunt stellen, maar zeg dan niet: zij zullen mij zeggen hoe. Zeg: ik moet weten hoe – en het doen.

Derde en laatste punt:

Doe de dingen altijd zo eenvoudig mogelijk.

Je kunt natuurlijk via magie een vaas van de ene tafel naar de andere brengen (telekinese), maar als je nu eerlijk bent kost dat veel meer tijd en inspanning dan dat ding even oppakken en wegzetten. Zo is het met veel problemen in het leven ook. We kunnen wel proberen ze langs paranormale wegen op te lossen, maar laten we ons dan eerst eens afvragen of het zo ook gaat.

Leef met de middelen van je wereld, werk met de middelen van je wereld, maar beroep je op het geheel van de krachten waarmee je in harmonie bent. Dan bereik je datgene wat volgens jouw weten het beste is en wat voor je ervaring het meest vruchtbaar is.

Alles bij elkaar genomen komt het hierop neer: pluk de dag, maar probeer niet andermans bloemen ook nog mee te pikken.

De Gastspreker

Men heeft mij verzocht u vanavond het een en ander te vertellen. Dat is erg moeilijk, want hoe verder je komt hoe minder je te vertellen hebt. Het omgekeerde dus van de menselijke samenleving.

Voor mij is leven een van de meest interessante onderwerpen geweest die ik, in verschillende levens en de perioden daartussen, heb beschouwd. Leven is een proces. Het is een wonderlijke caleidoscoop van gedachten, gebeurtenissen en ontstaand besef. Het wonderlijke is dat je, vooral aan het begin, de samenhang tussen deze drie niet direct kunt begrijpen.

De kracht van het leven is ongetwijfeld de kracht die in alle dingen schuilt. En ik kan dit terecht zeggen daar ik een drietal incarnaties in priesterlijke of magische bezigheden heb doorgebracht.

Er zijn krachten in ons die wij zodanig in onszelf kunnen aanwakkeren dat er een wisselwerking ontstaat met de omgeving. En wanneer we die dingen doen dan gebeurt het onbegrijpelijke, het ongelofelijke. Niet dat er een wonder gebeurt in werkelijkheid, maar wij brengen aspecten naar voren uit de werkelijkheid die wij tot op dat ogenblik niet hadden beseft of niet voor mogelijk hadden gehouden.

Wanneer je op die manier het leven ziet als wisselwerking ga je je onwillekeurig afvragen: op welk ogenblik ontstaat een gebeurtenis?  Altijd is er de realisatie. Het denkbeeld is er dus altijd eerst, dat is heel vreemd. Pas daarna ontstaat de realisatie van het gebeuren. Maar wanneer we nu proberen dat als een lijn te zien, dan blijken er allerlei leemten in deze redenering te schuilen. Want als je probeert de gedachte als originator van het gebeuren te beschouwen, dan blijkt dat het gebeuren in feite de originator is voor vele gedachten. De samenhang zie ik (in mijn huidige stadium uit de aard der zaak) ongeveer als volgt.

Je leeft in de stof. Je doet ervaringen op en vormt je daardoor een wereldbeeld. Wanneer je opnieuw moet incarneren, na een periode in geestelijke toestand geleefd te hebben, dan zal dat beeld voor jou de werkelijkheid zijn die je op aarde zoekt. Je incarneert dus inderdaad na een voorstelling. Die voorstelling is echter niet volledig getrouw aan hetgeen je wilde, aan dat wat je dacht. Er ontstaat een andere reeks van ontwikkelingen dan je had verwacht en de wijze waarop je daarmee als het ware jezelf één weet te voelen is weer bepalend voor het nut dat dat leven heeft gehad.

Er zijn mensen geweest die zeggen: de daad is het enig belangrijke.

Anderen, misschien kerkelijk geïnspireerd, zeggen: het woord is het belangrijke. Als we kijken naar het woord, dan blijkt dat het in vele gevallen bestanddeel is van een leugen. Ik kan dus het woord niet vooropstellen.

De daad dan? De daad in zichzelf kan slechts voortkomen uit de gedachte.

Wat moeten we dan zeggen?

In onszelf is een kracht. In onszelf is een wezenlijkheid, bepalend voor al datgene wat we ooit zullen kunnen worden. Op grond van deze wezenlijkheid ontstaan bij ons denkbeelden, een innerlijk wereldbeeld. Het is dit wereldbeeld dat weer bepalend is voor de daden die we stellen en voor al datgene wat er verder uit voortvloeit.

Dan kun je niet zeggen: de gedachte is er eerst, kun je niet zeggen: het woord is er eerst, de daad is er eerst, of is het belangrijkste. Je zou kunnen zeggen: deze drie zijn de afwisselende uiting van een onbekende kracht waaruit ons wezen is gevormd.

Ik heb vroeger aan vele goden geloofd. In mijn laatste incarnatie was ik atheïst, omdat naar mijn gevoelen God voor de meeste mensen de rechtvaardiging vormt voor de eisen die zij anderen opleggen.

Toch is er iets. Er is een God. Maar die God is ook deel van mij, uit de aard der zaak en daarnaast kan ik niet beantwoorden aan de totale God, maar alleen aan dat deel wat in mijzelve is. Ik ben dan ook geneigd te zeggen: het begin en het einde van het leven is de kracht die in ons woont en de wezenlijkheid waarin zij zich uit.

Een mens moet praktisch zijn. Dat is ook heel begrijpelijk. Als je veel crediteuren hebt moet je toch kijken in hoeverre je bij anderen debet staat, of omgekeerd. Je moet altijd proberen een gemiddelde te vinden waarin alle omstandigheden binnen een redelijke mate een evenwicht vormen en in balans zijn. Ik dacht dat dit voor alle uitingen in ons ook het geval is. Onze gedachten, zelfs onze illusies, onze droombeelden, onze woorden (de uitdrukking van ons ik naar de wereld) en onze daden (de verwezenlijking, van ons wezen in de wereld), zijn eigenlijk gelijkelijk belangrijk. Ze hebben gelijke invloed. Het enige wat je moet proberen is die invloed zodanig te beperken dat je niet geleid wordt door zaken die je niet helemaal begrijpt. En dan is de beste bron natuurlijk het eigen innerlijk

Zoals ik moeizaam heb geprobeerd aan degene die ongetwijfeld vanavond de inleider was duidelijk te maken, zie ik de daad als een zelfverwezenlijking. Daarbij behoeft die daad niet het geheel van je persoonlijkheid weer te geven, maar ze is altijd uitdrukking van een aspect ervan. Je gedachten daarentegen omvatten alle ervaring die je hebt opgedaan, al wat je hebt geleerd, al datgene wat uit vorige levens in je voort bestaat. Zij vormen dus een arsenaal van mogelijkheden.

Uit dit arsenaal wordt uiteindelijk de behoefte tot de daad geboren, maar er is gelijktijdig een beperking ten aanzien van de daadstelling ingebouwd.

Daarachter, daar ligt een wereld die je niet omschrijven kunt. Een mens zal haar hoofdzakelijk emotioneel beleven, een entiteit zal na de dood over het algemeen deze krachten eerder als een soort straling of licht ervaren dan anderszins. Ik heb mij afgevraagd wat deze krachten zijn.

Ik ken alle indelingen die daaromtrent gangbaar zijn, zoals ‘de zeven Heren der stralingen’, ‘de Heren der kleuren’ , ‘De Heren der wijsheid’ – dat zijn er drie – en al die dingen meer. Er zijn verzamelbegrippen waaraan je die titel inderdaad kunt toekennen.

Maar wanneer ik spreek over een straal, dan blijkt dat ik het over een bepaalde ontwikkelingstendens heb en dan blijkt het, dat een mens enige tijd aan zijn straal gebonden is. Heeft hij echter de ontwikkeling bereikt waardoor hij met de straal harmonisch is, dan ondergaat hij de invloed van een aanpalende straal, een daarmee enigszins verwante invloed met toch andere karakteristiek.

Hij kan dan in zijn bewustwording, van de ene straal naar de andere wisselen, maar de inhoud van de eerste straal blijft in zijn wezen bestaan.

Waarom moeten we dan bijvoorbeeld spreken van de Heren der Kleuren?

Na wat ik van kleuren heb geleerd volgens de menselijke begrippen, die in wezen alweer erg algemeen en daardoor tamelijk onjuist zijn, kom ik tot de conclusie dat het hier gaat om werkingen die niet met het lot te maken hebben, maar met de beleving van het lot. Je zou dus de kleuren in de eerste plaats emotionele invloeden kunnen noemen, terwijl de straal een programmerende invloed is, die alle dingen schijnt te beheersen.

Dan krijgen we de Heren der Wijsheid. De wijsheid waarover we spreken is in feite het invoelingsvermogen, waardoor je in staat bent de waarden van een kleur en van een straal in jezelf zodanig te verenigen dat daardoor een harmonie ontstaat.

De entiteiten die wij als behoeders van deze waarden aanzien zijn dit zeer waarschijnlijk niet. Zij zijn degenen die bepaalde facetten van de schepping zich in zo grote mate eigen hebben gemaakt, dat zij voor ons de veroorzakers lijken te zijn van al datgene wat met hen in verband staat. Maar ik meen dat Zij alleen het begrip bezitten en dat zij dus niet zelf het wezen zijn van de kracht die zij voor ons representeren.

Ik vrees dat ik door mijn neiging tot ontleding en in juiste ‘posten’ indelen bijna vervelend word. Dat is ook een opvallend verschijnsel. Wanneer mensen denken dat zij van iets veel weten worden ze over het algemeen vervelend. De mensen die er weinig van weten verkondigen op een boeiende wijze de grootste enormiteiten.

Ik hoop dat ik aan beide omschrijvingen nog net heb kunnen ontkomen, want wat ik probeer u duidelijk te maken is dat wij leven in een kosmos waarin een groot aantal invloeden bestaan. Sommigen daarvan zijn voor ons wezen langere tijd bepalend: stralen. Anderen beïnvloeden ons ervaren en daarmee onze mogelijkheid binnen de straal waarin wij leven: de kleuren.

Er zijn er echter ook die ons een inzicht in samenhangen geven, waardoor voor ons het verschil tussen de invloed en de feitelijke bepaling wegvalt en beiden als het ware versmelten. Het is in deze versmelting dat voor ons de grotere werkelijkheid ligt.

Eens heb ik gedacht dat het kennen van spreuken en namen voldoende was. In levens daarna heb ik gedacht dat het niet belangrijk was wat je zei, wanneer je gedachten maar sterk genoeg waren. Daarna heb ik gedacht dat alleen de feiten belangrijk waren. Het blijkt dat ik altijd weer ongelijk heb gehad. De werkelijkheid is eenvoudig deze:

U hebt een eigen wezen. Vraagt u niet af welke straal het is, het is onbelangrijk. Laat dit wezen tot rust komen. Vraag u niet af of het zinvol is of niet. Rust kan bereikt worden wanneer wij ophouden te bepalen.

In deze rust voel je in jezelf een vreemd iets. Voor sommigen lijkt het bijna een hiaat, een leegte. Voor anderen is het een gloed of een glans. Probeer deze gloed of glans in jezelf zo sterk mogelijk te maken. Probeer te beseffen dat die leegte in zichzelf een levende werkelijkheid is en ze krijgt een andere karakteristiek voor je.

Laat dan uit die stilte, uit die rust, die aanvaarding van jezelf en het leven en de kosmos de kracht uit jezelf voortkomen. Je zult ontdekken dat  je veel meer verbonden bent met werelden en mensen dan voordien. Het is of je eigen handelen is afgestemd op al het andere. Maar omgekeerd lijkt het of de gehele wereld, ja, zelfs het gedrag van voorwerpen zich schijnt aan te passen bij datgene wat op dit moment jouw noodzaak, jouw mogelijkheid is.

Denk niet dat je dan iets weet. Weten is altijd een klein inktspatje op het onmetelijk witte vlak van het niet besefte.

Denk niet dat je weet, maar besef dat wat je denkt te weten voor jou het leidsnoer is in je handelen, in je benadering van dingen. Als die kracht dan in jezelf voorkomt, dan zal dit zogenaamde weten wel degelijk bepalen hoe je beleeft, wat van je uitgaat en hoe je het antwoord interpreteert dat de wereld je geeft. Maar het is niet het wezen. Het wezen is even onomschrijfbaar als de werkelijkheid van je hoger zelf waarin alle incarnaties en alle geestelijke mogelijkheden zijn samengevat tot een complete en waarschijnlijk tijdloze persoonlijkheid.

Zoek in jezelf. Wat wil je en waarom? Wat vrees je en waarom? Daar waar de reden een antwoord geeft hoef je niet verder te gaan. Maar er komt een ogenblik dat je zegt: ik weet niet waarom ik dit verlang. Ik weet niet waarom ik dit vrees. Op dat ogenblik wordt het tijd om diep in jezelf te keren totdat je een werkelijke rust hebt gevonden. In die stilte ontstaat een verbondenheid met alle werelden waartoe je behoord hebt, met alle gestalten die meespelen in hetgeen je nu bent. En dan lost zich de vraag op. Niet in een definitieve verklaring van: je bent nog steeds bang voor slangen omdat je een keer in een slangenkuil getrapt hebt. Dat doet gewoon niet ter zake. Maar je begrijpt, uit mijn verleden is een behoedzaamheid ontstaan. Die behoedzaamheid behoeft geen angst te worden wanneer ik maar besef dat zij mij waarschuwt, dat zij gedragsbepalend is.

Het omgekeerde ook: ik wil dit of dat, maar ik weet niet waarom. Kom tot rust. Laat hetgeen je wilt desnoods nog als beeld in je opkomen en voor je het weet krijgt het een andere gestalte.

Dan weet je dat dit willen berust op een groot aantal innerlijke waarden die samenvloeien in een uitingsbehoefte waaraan jij dan stoffelijk een voorstelling verbonden hebt.

Het is zeer belangrijk dat je op deze wijze leert met jezelf te leven. Nog veel belangrijker dan jezelf te kermen.

Wanneer men u trots toeroept: ken uzelf, geef een eerlijk antwoord en zeg: het is mij niet mogelijk. Maar als men u toeroept: aanvaardt uzelf, dan staat u voor de mogelijkheid te definiëren wat u van uzelf niet kunt aanvaarden en dus kunt nalaten. Bouw het beeld op dat in uzelf bestaat, ook naar buiten toe. Op deze wijze wordt leven de uitdrukking, de daad, waarmee het geheel van voorgaand beleven, van geestelijke bewustwording en beïnvloedingen samenvloeit op harmonische wijze. Het is daar dat de ware magische macht zich ontplooit. Het is daar waar deze wonderlijke band ontstaat tussen dat wat in je leeft en dat wat om je heen bestaat. Het is niet omschrijfbaar, maar het blijkt te werken. Het is alsof je de wereld bevelen geeft zonder te willen bevelen. Het is alsof de wereld antwoordt door datgene wat je vraagt zodanig te geven dat de wereld in haar wezen niet wordt aangetast en dat je toch een mate van vervulling en ervaring vindt, waardoor je innerlijke kracht en je voorstelling van beleven zich kan wijzigen.

Er zijn zeer vele mogelijkheden om je bewust te worden. Elke mens zal die weg moeten gaan die bij hem of haar het beste past. Maar wanneer wij een weg gaan is het toch verstandig er een zekere boekhouding op na te houden, al is het maar emotioneel.

Registreer wat u voor uw gevoel aan verkeerds hebt gedaan, hebt ervaren. Op deze wijze krijgt u een inzicht in de structuur van uw bestaan en uw leven. Daardoor kunt u gaan begrijpen wat de weg is die u gaat in deze incarnatie.

Laat u niet verleiden de bestemming van uw wezen slechts buiten uzelf te zoeken. U bent het die bepalend is, niets en niemand anders.

Wanneer men u predikt dat Jezus de verlosser is, besef dan dat hij u verlost van de uiterlijke noodzaak anderen te volgen en u de mogelijkheid geeft de innerlijke weg te volgen, die naar men aanneemt, ook de Zijne was.

Besef dat geen Boeddha u een bepaalde filosofie of leerplicht heeft opgelegd; dat hij u slecht een weg heeft getoond naast vele andere wegen. En dat u op deze wijze zelf verder gaande uw bestemming dient te vinden en niet de zijne om die te imiteren.

Wanneer ik de werken van Acquino bezie, dan valt mij op hoe zijn ‘Imitatione Christi’ in wezen niet de navolging of nabootsing is. Het is eerder een wanhopige poging om het ik en de Christus ergens op een gemeenschappelijke noemer te brengen en daaruit de beleving te scheppen, mystiek misschien, waardoor het ik zich in de eenheid met het andere wel kan gevoelen en de kracht kan putten om zijn wegen om verder te gaan. Zo heeft de schrijver het bedoeld.

Laten we begrijpen dat we op onze wijze het hogere dat we kennen moeten navolgen. Niet in klakkeloze imitatie, maar door het vinden van een weg die bij ons past, die in ons al bestaat, en zo een eenheid en harmonie erkennen die al het op aarde gekende te boven kan gaan.

Mensen zijn graag praktisch en zij schreeuwen om geluk en veroorzaken voortdurend groter ongeluk voor zich en anderen. Zou het misschien beter zijn niet te schreeuwen om geluk, maar je af te vragen hoe je gelukkig kunt zijn met dat wat je bent? Het is altijd weer de terugkeer tot de kern van je eigen wezen. Daar waar deze eenmaal bereikt wordt ontstaat als vanzelf een voortdurend verder gaande bewustwording, waarbij de begrippen zich misschien wijzigen, de kracht intenser wordt, maar altijd een ding gelijk blijft, uw gang naar het onbekende doel.

Leven is komen uit het niet, gaande naar een onbekende verte en oordelend over de weg die men tijdelijk begaat. Laat het oordeel ons niet verblinden voor oorsprong en doel. Laten oorsprong en doel voor ons de kracht worden die ons het gaan van de weg vereenvoudigd opdat wij beter kunnen gaan.

Nu ik een wereld bereikt heb waarin langzaam de laatste kleuren wegsterven, blijkt mij dat de schijn van eenvormigheid vaak een groter verscheidenheid omvat dan elke reeks van expliciet uitgedrukte verschillen. Het is het verweven der waarden, waarin de grootste volheid van mogelijkheid en beleving ligt, niet in de scheiding ervan.

Ik heb gezocht naar antwoorden en ik blijf zoeken. En toch weet ik dat het antwoord niet belangrijk is. Daar het zoeken deel is van mijn wezen en wanneer een antwoord mij ertoe zou verleiden niet verder te zoeken, dan zou ik mijzelf tot stilstand brengen en harmonie verstoren en zou mijn lichtende wereld overwolkt worden door toenemende duisternis.

U leeft uw eigen leven. Zoek de kracht in u. Zoek de harmonie met alles wat om u heen is. Gebruik de middelen die u bezit, de kennis en de mogelijkheden, maar zie ze niet als belangrijk. Belangrijk is datgene wat boven en buiten deze ontstaat, zelfs wanneer ze er deel aan hebben gehad. Het is de wisselwerking tussen u en het andere. Het is het licht dat tot u terugkeert en van u uitgaat. Het is de volheid waarin het ware bewustzijn geboren wordt.

Er is een werkelijkheid. Zij is ons kapitaal. Wie geen zorg draagt voor zijn kapitaal zal nooit rente ontvangen. Vraag je niet af: hoeveel heb ik? Vraag je af: wat kan ik ermee doen?

Vraag je niet: hoe goed of hoe wijs ben ik? Maar vraag je af: wat kan ik zijn, wat kan ik doen? Vervul jezelf. Maak jezelf waar. En al wat er verder gebeurt is dan alleen maar een bevestiging dat je op de goede weg bent, dat je de zin van het leven langzaam zult begrijpen.

Ik heb getracht op mijn wijze iets van mijn waarheid te verwoorden. Wat is uw waarheid? Zij is belangrijker dan de mijne, want het is de enige die u leven kunt. Maar misschien wekt mijn waarheid in u begrip voor de waarheid die in u bestaat.

Moge het u dan gegeven zijn uw eigen waarheid te leven, uw eigen kracht te beseffen, uw eigen harmonie te scheppen en zo te beantwoorden aan datgene wat volgens mijn beste weten de ware zin van alle leven is.

Dat uw kracht u nimmer moge verlaten, dat uw oorsprong u altijd moge continueren.