Ondergang of vernieuwing

uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 3)  – december 1980

Ondergang of vernieuwing

Wij hebben ons de vorige keer beziggehouden met het wezen van de profeten en dergelijken. Misschien heeft u zich zelfs afgevraagd waarom? Dat gaan wij nu deze keer bekijken. Het is een onderwerp dat in dit verband erg interessant is en dat bij het eigene van deze tijd past.

Er zijn namelijk nogal wat profeten geweest die de ondergang van de wereld hebben aangekondigd. IJverige rekenaars hebben uitgerekend dat Nostradamus heeft beweerd dat de wereld ongeveer in het jaar 2000 zal ondergaan. Verschillende boerenprofeten uit Duitsland en Zwitserland hebben aangekondigd dat het einde van de wereld begint in 1993. Vele andere voorzeggers en voorspellers hebben geprobeerd duidelijk te maken dat de wereld nu toch werkelijk op haar laatste benen loopt. Laten wij eens kijken wat ze ongeveer hebben voorspeld. Dan weet u dat tenminste. De meeste van hen stellen: De mensheid is niet meer in staat om zichzelf te beheersen en meester te worden van de techniek. Dat is inderdaad gebeurd. Zij stellen dat de wereld onleefbaar wordt. Dat is een vraag. Daar kunnen wij geen antwoord op geven. Ze stellen verder dat er oorlogen komen. Dat als gevolg van mogelijke oorlogen die in het Midden‑Oosten moeten beginnen, er een groot aantal ziekten over de mensheid zullen komen, als gevolg daarvan, plus de economische crisis, komt er dan een wereldoorlog met een duur van circa 4 jaar, die zou eindigen met het vallen van nogal wat atoombommen (althans vurige paddestoelen die aan de hemel staan en een gele stof die neerdwarrelt) en dan o.a. horden van de oprukkende tanks van de andere mogendheden zou tegenhouden. In ‘99 zou het einde komen. Dan zou de slag bij Armageddon voorbij zijn. De mensheid zou nog een korte tijd op de aarde vertoeven om daarna gezamenlijk naar andere bestemmingen te vertrekken.

Dat is natuurlijk allemaal heel aardige maar als je zo redeneert, zeg je: Wanneer het oude vergaat, kan het nieuwe niet daaruit ontstaan. Het is duidelijk dat al die mensen wel iets hebben gezien. Wij kunnen verschillende van hen aanwijzen. Er is een boerenprofeet uit 1776 die zelfs zaken uit de Eerste Wereldoorlog (de slag bij Verdun) heeft voorzien. Hij heeft een voorspelling gedaan die er precies op slaat. Er zijn verschillende voorspellingen die kennelijk op de Tweede Wereldoorlog slaan, ofschoon ze ook vóór 1850 zijn uitgesproken.

Maar een profeet die iets ziet, weet nog niet altijd wat het betekent. Als hij dat nu probeert te plaatsen in een of ander bijbels kader of iets dergelijks, dan is de kans wel erg groot dat hij zegt: ondergang. En dat is nu juist het punt dat wij zouden willen bestrijden. Daarom gaan we vanavond bekijken wat er aan vernieuwende werkingen zijn en hoe we deze vernieuwingen eigenlijk in tekenen zien. Er is namelijk een groot verschil tussen een werkelijke vernieuwing die in feite mentaal, emotioneel, geestelijk is en een uiterlijke vernieuwing die uit de aard der zaak veel trager verloopt en meestal alleen maar in symptomen naar voren komt, omdat het stoffelijke proces van verandering te traag is.

De mensen denken tegenwoordig gewoonlijk vrijer dan zij gedurende vele eeuwen hebben gedaan. Dat vrije van hun denken wil niet zeggen dat zij hun geloof of ideeën helemaal overboord gooien. Het wil wel zeggen dat zij sterk kritisch staan tegenover al datgene wat er door de autoriteiten wordt gezegd.

Als u daarvan symptomen wilt zien, dan wil ik u eraan herinneren dat tijdens zijn verschillende reizen over de wereld de Paus zelfs vijfmaal is geconfronteerd met zijn gelovigen, die de kern uitmaken van goede gelovigen die mogen spreken met de Paus. Zij hebben gezegd:

Wij vinden u best, heilige Vader, maar waarom niet de vrouwen in het ambt (Amerika), waarom zo’n orthodoxe, ouderwetse benadering van geboorteregeling e.d. (Duitsland). Wij zouden zo nog een paar meer kunnen noemen. Dat het gezag van een Paus door zijn gelovigen, let wel, wordt aangetast was onvoorstelbaar gedurende al de eeuwen dat men werkelijk een primaat van Rome heeft gekend. Nu gebeurt het.

Wij zien dat overal verschillende richtingen van denken worden aangevallen. Wij zien dat sociale systemen worden aangevallen. Het gezag schijnt langzaam maar zeker steeds wankeler te worden. Als er nog macht is, kan ze alleen nog in stand worden gehouden door geweld. Ik moet dus stellen: er is inderdaad op dit ogenblik reeds een verandering te constateren in de mentaliteit, in het denken, maar ook in het gevoelsleven van de mens. Ik voeg daaraan toe, dat deze op zichzelf nietszeggend zijn, tenzij daarmee bepaalde geestelijke ontwikkelingen en veranderingen verbonden zijn.

Als wij proberen de ontwikkelingen te ontleden, dan kunnen we zeggen: De economie gaat bij u erg slecht. Waarom? Omdat de mensen hebben geleerd te eisen, maar niet hebben geleerd te delen. Als de mensen werkelijk bereid zijn te kijken naar noodzaken en niet naar hun eigen wensen, dan is het niet zo erg, dan is de crisis zo groot niet. Dus het is de mentaliteit.

Als we kijken naar de wijze waarop de politieke spanningen ook in deze dagen weer oplopen, dan lijkt het in het begin of hier het geweld gaat domineren zonder meer. Maar als we heel goed kijken, dan zien we iets anders gebeuren.

Wij zien dat bv.de U.S.A. zich zorgen maakt over een steeds zelfstandiger optreden van de EEG. Dat Rusland zich zorgen maakt over de steeds zelfstandiger denkende en manifesterend optredende arbeiders in de verschillende gebieden, ook in eigen land. En dat daarom Polen als een groot gevaar wordt gezien.

Wij ontdekken dat het spel van de macht, zoals dat wordt gespeeld, in de Arabische republieken, ook reeds wankel begint te worden. Want er zijn steeds meer mensen die ook daar een eigen visie hebben. Dat kan een verkeerde visie zijn, het kan een goede zijn, maar ze zijn niet zonder meer gebonden aan het gezag.

Zo gezien is er ook in deze dagen sprake van verandering. Een verandering kan niet plaatsvinden, als ze alleen maar de zaken te gronde richt. O, het is gemakkelijk genoeg om de halve wereld failliet te laten gaan. Maar als je daar niets anders tegenover kunt stellen, dan heb je geen wereld meer, dan kun je niet meer leven. Er moet dus wel iets worden opgebouwd. Maar dan moet het zo worden opgebouwd dat het voor de mensen redelijk aanvaardbaar is en dat het gelijktijdig door de mensen beleefd kan worden. En daar komt vrijwilligheid en de mogelijkheid tot vrij beslissen wel meer op de voorgrond dan velen op het ogenblik lief zullen zijn. Gezag is te dubieus geworden. Daarom moet de grote verantwoordelijkheid terugkeren naar de eenling, of hij dat nu prettig vindt of niet.

Dat is echter een enorm ingrijpende verandering. Het is net zo ingrijpend als de Franse revolutie of als u Duitsland wilt hebben, het optreden van de Bundschuh (boerenopstand in ongeveer 1500). Hier wordt inderdaad het geheel van de samenleving en daarmee de onderlinge menselijke verhoudingen veranderd. Het is deze verandering die erop wijst dat de mens in zich een nieuwe visie krijgt op het leven, op zijn eigen bestaan en op de zinvolheid van de manier waarop hij leeft.

Nu weten wij allemaal dat geestelijke bewustwording en geestelijke ontplooiing afhankelijk zijn van de stoffelijke ervaringen die je als mens opdoet. Zolang je in de stof leeft, is het een kwestie van wat je ervaart, wat je beleeft, wat je zelf probeert te zijn en wat je voor anderen bent, waaruit de ontplooiing van besef voortkomt die je in staat stelt geestelijk een grotere werkelijkheid te omvamen. Maar dan is hier ook sprake van het begin van een bewustwording.

Nu kan – dat geef ik graag toe ‑ die bewustwording negatief verlopen. Ze kan ontstaan uit kritiek op al wat er bestaat en leiden tot een zelfaanbidding. Maar de kans dat dit algemeen gebeurt, is niet zo groot omdat de hele wereld je voortdurend voor problemen stelt die je niet alleen kunt oplossen. Er moet dus wel begrip zijn voor samenwerking en voor eenheid. Dan zal in het schijnbare verval van deze maatschappij gelijktijdig een nieuw bewustzijn opbloeien.

De profeten hebben dan geen gelijk. Zij hebben iets over het hoofd gezien. Zij hebben de ondergang voorspeld op grond van waarnemingen. Akkoord. Zij hebben visioenen gezien, heel wel mogelijk. Zij hebben die visioenen misschien ook nog in de tijd juist geduid. Niet erg waarschijnlijk, maar mogelijk. Het enige dat ze niet hebben kunnen duiden is dat wat zich in de mens afspeelt. En het is dat wat zich in de mens afspeelt dat beslissend is.

Een vernieuwing, ook voor u, is niet slechts een verandering van uw manier van denken en laat de rest dan maar verder sloffen. Het betekent het aannemen van een totaal nieuwe houding ten aanzien van het gehele bestaan. Het betekent het doorbreken van heel veel taboes, het verwerpen van heel veel beelden van onaantastbaarheid en heiligheid. Maar het betekent tevens de last van je eigen leven op je schouders nemen, de moed om je eigen verantwoordelijkheid te dragen.

Ik meen, dat de komende periode de mens daartoe zelfs steeds meer zal dwingen. Hij kan kiezen, zelf zijn verantwoordelijkheid dragen of onder te gaan aan datgene wat hem wordt opgelegd. Ik denk dat de meeste mensen zullen kiezen voor zelfbehoud.

Ik ben ervan overtuigd, dat de ontwikkelingen, zoals ze worden geschetst, zeker in het Midden‑Oosten tot oorlog kunnen leiden; waarschijnlijk niet dit jaar, vermoedelijk eerst in 1983. Maar ik ben er ook van overtuigd dat die oorlog zeer snel ten einde zal zijn. Ik ben er ook van overtuigd dat er grote moeilijkheden zullen rijzen (waarschijnlijk reeds in 1981 tussen Polen en de Sovjet‑Unie. Ik ben ervan overtuigd dat China zijn politiek ten aanzien van de wereld aanmerkelijk gaat wijzigen vóór 1984. Al die dingen zie ik wel, maar ik zie ook dat deze zaken niet meer getolereerd worden.

De Russen zullen niet bereid zijn om ergens anders arbeiders te gaan verdedigen, nu langzamerhand in steeds grotere delen van dit rijk het besef doordringt dat men de Afghanen met de bevrijding van Afghanistan geen plezier heeft gedaan. Dat wat er indertijd in Hongarije en Tsjecho‑Slowakije gebeurde onaanvaardbaar was. Dat wat men nu in Polen wil doen, in feite ook een directe aantasting is, niet alleen van de rechten of mogelijkheden van een groep mensen, maar zelfs een ontkenning van de waarden van het eigen systeem en van de grondwet waaronder men leeft. Dit heeft niets te maken met dissidenten. Het heeft gewoon te maken met een verandering van mentaliteit, die zich steeds verder uitbreidt en nu vanuit de steden zelfs al de dorpen begint te bereiken. Dat is erg belangrijk.

Ik geloof dan ook niet dat Rusland een harde politiek kan maken. Misschien dat men in de komende twee jaar nog de kans heeft om hier en daar militair in te gijpen. Daarna is het afgelopen; dan gaat het niet meer.

China, in zichzelf besloten, heeft zich altijd hoog geacht. China zal ongetwijfeld binnenkort bereid zijn om zijn macht e manifesteren tegenover de hele wereld. En als iemand zegt dat dat in 1994-1995 het geval zal zijn, zal ik het niet bestrijden. Maar ik vraag mij wel af, of tegen die tijd het gehele Chinese denken ook niet grote veranderingen zal hebben ondergaan. Als we zien wat er nu al is veranderd in de korte tijd sinds Mao dood is, dan moeten we toegeven dat China langzaam maar zeker naar zijn eigen karakter toe streeft; dat het van de theoretische waarden van het sociale experiment probeert terug te keren naar de werkelijke waarden van de gemeenschap. En dan kan ook dat niet volgens mij oneindig zijn.

Er zullen misschien satellieten zijn die het een of ander laten neerkomen. Er zijn nu ook al satellieten in omloop met verschillende wapens. Ik geloof echter niet dat dat zo’n algemene omvang zal kunnen aannemen als de profeten menen te moeten voorspellen. Wij weten het uit het verleden ook.

De ondergang van de wereld werd ook in die dagen aangekondigd. Maar de zondvloed was een algemeen verschijnsel. De zondvloed waarover u in de bijbel leest, was een zeer beperkt verschijnsel dat zich tot de omgeving van de Rode Zee en de Middellandse Zee heeft beperkt. Het had meer met de krachten van de aarde te maken dan met een as-kanteling of iets dergelijks zoals men graag vertelt.

Dus als je rekening houdt met hetgeen de profeten hebben gedaan, dan zeggen: Zij hebben details genomen en hebben geprobeerd die tot een algemeen beeld te vervormen. Dat is de grote fout die wij ook maken. Als ik één foto heb van één mens, dan kan ik niet zeggen dat alle mensen er zo zullen uitzien. Er is een kans, dat ik iemand heb die er juist bijzonder eigenaardig uitziet ook in de ogen van andere mensen.

De profeten hebben geprobeerd hun waarden algemeen te stellen. Ik kan dat niet doen. Ik kan in dit verband niet zeggen: De ondergang, daar zal niets van terecht komen. Natuurlijk, er zullen wel verschijnselen zijn die minder prettig zijn. Het is mogelijk dat er verschillende bevingen komen. Het is mogelijk dat zelfs de zee zich eigenaardig gaat gedragen. Dat is zelfs waarschijnlijk. Maar het is niet waarschijnlijk dat de mensen daarmee genoegen zullen nemen en alleen maar blij zijn dat ze anderen kunnen’ vernietigen. En daar ligt eigenlijk het kritieke punt in alle ondergangsvoorspellingen.

Men neemt aan dat de mensen dit werkelijk willen. Maar de mensen willen het niet. En wat meer is, de mensen willen zich ook niet meer onderwerpen aan hen die zeggen dat het vanuit hun standpunt noodzakelijk is. Zij beginnen nu steeds kritischer te worden. Over tien jaar is dat nog veel erger, want het is een zich een snel afspelend proces waarbij het verval van de betekenis van macht steeds groter wordt. Daarom durf ik te zeggen dat er een feitelijke vernieuwing zal plaatsvinden.

Deze vernieuwing zal natuurlijk eerst gedragen worden door geestelijke elementen. Ze zal natuurlijk zich vertraagd kunnen uiten in stoffelijke verschijnselen. Maar als het proces zo ontzettend snel gaat (dat kunt u op dit moment zelfs in uw omgeving aldoor gadeslaan), dan wordt ook duidelijk dat het proces zeer snel gevolgen zal hebben.

Het grote gevaar waarmee wij dan geconfronteerd worden, is hele­maal niet de mens die de mensheid wil vernietigen. Het is de mens die nog niet weet op welke wijze hij tot een werkelijk samen zijn of samen­werking met anderen kan komen. Dat gevaar zal steeds minder worden, omdat de mensen steeds meer van elkaar afhankelijk worden of ze dat willen of niet. Ik stel, de vernieuwing heeft geestelijke elementen. Waar geestelijk elementen ontstaan die een nieuwere en hogere betekenis hebben, dan zullen ze daardoor ook geestelijk nieuwe harmonieën betekenen. Je zou kunnen zeggen dat eigenlijk een deel van het oude geestelijke leven wordt getransponeerd naar een nieuw vlak van geestelijke waarden en dat daardoor ook op het mentale vlak zeer snelle en grote veranderingen ontstaan, maar ook dat zelfs betekenissen van vandaag op morgen zich kunnen wijzigen.

Vernieuwing is opbouw, zeker. Maar een opbouw betekent ook altijd dat het oude vervalt of wordt afgebroken. Veel van de dingen die van­daag de dag bestaan zijn niet houdbaar.

Als we naar Nederland kijken, dan kunnen we zeggen dat de huidige vorm van sociale zorg over 4 jaar niet meer houdbaar kan zijn, tenzij de economische omstandigheden op zeer korte termijn heel sterk veranderen. Dat kunnen we gewoon aflezen.

De veranderingen in de mens zelf op het geestelijk niveau zullen ook betekenen dat we andere waarden gaan zien. Een harmonie in de geest betekent niet alleen een geestelijk hogere trilling. Het betekent wel degelijk ook een verandering in de reactie, omdat de emotie anders wordt, het onderbewustzijn de mens anders voedt en daardoor ook zijn mentale processen een andere nadruk krijgen. Dat is kentekenend voor vernieuwing, een andere nadruk. Het lijkt zo onbelangrijk, en toch kan het eigenlijk al­les betekenen.

Als van vandaag op morgen (ik geef een voorbeeld); ik zeg niet dat het binnenkort waar wordt, in het verkeer eenieder opeens respect krijgt voor elke andere verkeersdeelnemer en zijn gedrag niet gaat rege­len volgen zijn eigen behoefte van verplaatsing alleen, maar in overeen­stemming met de verplaatsingsmogelijkheid voor allen, dan zien we plot­seling dat het verkeer veel vlotter verloopt, dat er minder regelingen nodig zijn, dat er minder doden of gewonden vallen, dat er minder verlie­zen worden geleden en dat toch gelijktijdig de mensen zich prettiger daarbij gaan voelen. Dit is op het ogenblik een utopie. Er zal nog heel wat moeten veranderen voordat dat waar wordt. De mens, die zich één voelt met zoveel paardenkrachten, wordt opeens een supersterke ezel die niets anders meer ziet door zijn blindkleppen dan de weg die hij zelf wenst af te leggen. Vergeet de automobilisten niet! Maar verandert de mentaliteit, dan verandert ook het patroon van de samenleving. Dat is het belangrijke.

Onze bewustwording, wordt voor een zeer groot gedeelte, wanneer wij op aarde zijn, door de samenleving bepaald. U bent geconditioneerd door uw omgeving, of u dat nu toegeeft of niet. U kunt op bepaalde punten misschien zeggen: De conditionering breek ik, maar u kunt het niet in zijn geheel doen. U kunt niet al uw visies, al uw opvattingen wijzigen. Maar als de waarden van de maatschappij zich wijzigen, dan krijgt u met uw geestelijke mogelijkheden en impulsen een totaal andere nadruk. U krijgt nieuwe uitingsmogelijkheden. Dit betekent ook nieuwe bereikingsmogelijkheden. En die liggen dan niet alleen op geestelijk, religieus, mystiek of occult, vlak, maar ook op technisch niveau. Ze liggen wel degelijk ook op sociaal plan en spelen ook door in de economie. En dan kom je misschien ergens terecht waar je toch kunt zeggen: De wereld heeft zichzelf vernieuwd. Ik ben ervan overtuigd dat deze vernieuwing zich op zeer korte termijn heel duidelijk zal manifesteren.

Ik weet, dat gezien de traagheid van de stoffelijke veranderingen er een lange tijd nodig zal zijn voordat er opnieuw een redelijk stabiel samenlevingspatroon ontstaat dat beantwoordt aan de geestelijke inhoud en de mentale mogelijkheden van de mensen die daarin leven. Ik neem aan, dat dat zelfs zal duren tot het jaar 2100 ruim. Maar vóór die tijd is er dan geen sprake van ondergang maar van verandering. Er is dan sprake van het wegvallen van allerlei overbodigheden en gelijktijdig van een nieuw erkennen van datgene wat menselijk en geestelijk gezien essentieel is.

Als ik dit alles zo overzie, dan denk ik onwillekeurig aan de Witte Broederschap. U weet, de Witte Broederschap is een geestelijke groepering, die probeert het lot van de mensheid te leiden en de bewustwording daarvan een beetje te bevorderen.

De Witte Broederschap heeft niet gehandeld zoals een mens dat aangenaam zou vinden, soms zelfs onbarmhartig. Zij zeggen: Die rampen zijn noodzakelijk, laat ze dus gebeuren, want zonder dat kunnen wij het bestaande niet doorbreken. Maar ze hebben ook altijd gezegd. Wij moeten nu licht geven.

Er is een nieuwe Leraar en een nieuwe Meester geweest. Er zijn op dit moment nieuwe openbaringen in de wereld gaande. Langzaam maar zeker circuleren de denkbeelden die zich steeds verder verbreiden. Er is een voortdurende inspiratie aan de gang. In de komende jaren zullen wij die inspiratieve waarden zelfs aanmerkelijk zien toenemen.

Wij zien dat steeds meer mensen een mate van gevoeligheid ontwikkelen, ook paranormale gevoeligheid. De Witte Broederschap is kennelijk ook bezig om de mensheid een innerlijk instrument te verschaffen waardoor ze niet alleen die veranderingen kan overleven, maar ze zelfs ten goede kan keren. Het is niet een kwestie van: het oude moet worden vernietigd, weggevaagd, maar; uit het oude moeten de juiste bestanddelen behouden blijven. Bij wijze, van spreken. De specialisten zullen we nog wel nodig hebben, maar hun salarissen moeten we maar in de asbak gooien. Daar zullen de specialisten het voorlopig wel niet mee eens zijn, dat is duidelijk. Maar op een gegeven ogenblik kunnen verdiensten en kennis in de plaats gaan treden van het aanzien dat op dit moment vooral ligt in inkomen en emolumenten.

Ik geloof dat de Witte Broederschap de hele zaak zeer goed heeft overwogen al gedurende een lange tijd. Elke keer weer, als er een Wessac-feest is, zien we hoe ze proberen alle krachten die ze constateren en waarmee ze dan rekening gaan houden om te zetten in een plan waardoor de mensheid wordt geconfronteerd met de noodzaak tot vernieuwing, maar gelijktijdig inwijdingswaarde en nieuwe mogelijkheden krijgt. Over deze dingen zwijgen de profeten.

Over deze ondergangsgedachten kun je op vele manieren denken. Ik geloof vooral dat velen die zich ermee bezighouden geen uitweg zien en daarom alleen de duistere elementen nemen. Je kunt zeggen dat Rembrandt het duister prachtig heeft geschilderd, maar men vergeet erbij te zeggen dat het duister nodig was om de bijzondere werkingen van het licht naar voren te laten komen.

Deze tijd heeft ongetwijfeld haar grote duisternis hier en daar. Maar ook deze duisternis is bestemd om het werkelijke Licht dat optreedt, de nieuwe openbaring, de nieuwe erkenning, die vooral in de mens plaatsvindt meer op de voorgrond te brengen. Daarom kan ik het niet eens zijn met degenen die spreken van ondergang, van het einde van de wereld, van het verval van alle mensheid en de menselijke waarden. Ik spreek over vernieuwing. Een vernieuwing, die ongeacht hetgeen ik u zo-even in tijdstippen heb vermeld, continu voortgaat en die in deze tijd zich ook in de mens steeds sterker voltrekt. Misschien dat er dan een ogenblik komt (sommigen van u zullen dat nog wel beleven) dat je zegt:

Ondanks alle ellende voelen we ons innerlijk vrijer worden. Wij voelen ons werkelijk meer betrokken bij de mensheid. Onze blik is ruimer. Onze gevoelens staan meer open voor de werkelijkheid van anderen. Als je dat kunt zeggen, dan zul je weten dat een nieuwe era aanbreekt en dat inderdaad de aarde haar aanschijn verandert, dat de mensheid haar leefwijze verandert, maar dat een nieuwe en grotere mogelijkheid de stoffelijke bewustwording geboren doet worden ook op aarde.

Het Licht

U bent bezig geweest over allerlei onheilsprofeten en de tegenstellingen daartoe, de verwachting van het goede.

Als je te maken krijgt met het Licht, dan heb je niet te maken met iets wat kenbaar is op zichzelf. Je wordt geconfronteerd met een helderheid die eigenlijk overal vandaan kan komen, maar waarin je ook tegenstellingen ziet.

De grote moeilijkheid voor ons is, dat we dat Licht eigenlijk niet thuis kunnen brengen; het is diffuus. Als je met het Licht bezig bent en je probeert “naar het Licht te gaan”, de bekende uitdrukking, dan denken de mensen dat ze iets heel nieuws doen. Nu, laat mij u geruststellen. Dit gaan naar het Licht is bijna zo oud als de laatste beschaving vanaf het begin van Atlantis. Ook toen kende men al de honger naar en de tocht naar het Licht.

Op zichzelf is licht een vaagheid. Je kunt het niet bepalen. Je kunt er niet werkelijk in doordringen. Wat je wel kunt, is daardoor zien wat er wezenlijk bestaat. Dat is het belangrijke.

Als je bezig bent in de toekomst te schouwen, dan gebruik je iets van dit Licht. Een eigenaardig verschijnsel doet zich hierbij voor: Iemand die in dit Licht kijkt, kijkt meestal maar naar één kant. Als je naar één kant kijkt, dan zie je één facet van de werkelijkheid. Maar je zou ook naar de andere kanten moeten kijken (voor je, achter je) bij wijze van spreken om te weten wat die werkelijkheid in wezen is. Ze is een geheel, het kan nooit apart staan. De profeten zien dus eigenlijk één facet.

Als onze vriend, de vorige spreker daar tegenover zijn optimisme zet, ziet hij ook een andere kant. Maar meer; er is wat vóór ons en wat achter ons ligt. Voor de mens is dat het best uit te drukken in de tijd. Het verleden bepaalt de toekomst, zeker. Maar het bepaalt ook de relatie die je hebt met al datgene wat er om je heen is.

Als een mens erg rustig is, dan kan hij dat Licht zien. Maar dat Licht maakt dan voor hem in de eerste plaats de tegenstelling tot zijn eigen rust duidelijk. Dus een herder zal over het algemeen drukke visioenen hebben. Er zijn heremieten geweest die ook in hun eenzaamheid bewust gingen zien. Wat zagen ze? Hele legioenen duiveltjes. Ze zagen er wel anders uit dan Dali ze heeft uitgebeeld. Iets meer realistisch. En omdat de heremieten mannen waren, waren de duiveltjes meer vrouwelijk. Dat was dan een voortdurend komen en gaan. Als die mensen in de drukte hadden geleefd en ze hadden diezelfde toestand bereikt, dan hadden ze juist de eenzaamheid, de stilte ervaren.

Het Licht maakt voor ons juist de tegenstelling kenbaar. En aangezien wij altijd van onszelf en van onze ervaring uitgaan, kijken wij als vanzelf naar datgene wat we zelf niet zijn. Als je dat eenmaal in de gaten hebt, dan wordt het duidelijker wat het Licht betekent.

Het Licht betekent een mogelijkheid om je te oriënteren en om je heen de tegenstellingen tot je eigen wezen te zien. Dat op zichzelf is natuurlijk erg mooi. Maar dan moet je wel begrijpen dat het tegenstellingen zijn. Je kunt je niet identificeren met hetgeen je ziet, want dat ben je juist niet, je bent het tegengestelde. Dat klinkt wat eigenaardig. Laten we proberen om het met een paar voorbeelden duidelijk te maken. Er was eens een man, een zekere Anselmus, die nogal heilig was, tenminste in de ogen van zichzelf en van zijn medemensen. Als hij om zich heen keek, dan zag hij een wereld vol verderf. De man dacht toen dat het verderf iets was dat in hem bestond. Dat was natuurlijk fout. Maar hij dacht ook dat de oplossing die hij zag, de goddelijke ingreep in het verderf, van buitenaf kwam. En dat was juist niet waar. Het was zijn eigen innerlijk dat ten aanzien van zijn innerlijke waarde een schoonmaak pleegde. De man dacht, dat hij een goddelijk ingrijpen zag, terwijl hij in feite bezig was met dweil en bezem zijn eigen innerlijk schoon te boenen. Door enkele van de dromen van de H. Anselmus is hij bekend geworden.

Wanneer u zelf ooit zoiets meemaakt of u wordt geconfronteerd met die dingen, dan moet u één ding goed begrijpen: Wat u ziet is datgene wat u niet bent, maar wat u zou kunnen worden. U kunt nooit iets zien waarvan het beginsel niet in u bestaat. Maar als het in u volledig bestaat, dan ziet u het weer niet buiten u. Dus als u een zwarte wereld buiten u ziet, dan kunt u tevreden zijn, want dan heeft u nog een beetje licht in uzelf. Als u buiten u alleen maar een lichtende, heerlijke wereld ziet, dan moet u zich eens afvragen wat er in u mankeert om dit innerlijk te ervaren.

De situatie in de wereld is altijd een beetje gek geweest. Er zijn monniken geweest die uitriepen dat het Koninkrijk Gods op aarde was begonnen. Dat was wel heel duidelijk. Deze mensen hadden er de duvel in dat de mensen niet naar hen luisterden. Daarom riepen ze het Koninkrijk Gods uit in de hoop dat ze gelijk kregen. Met andere woorden; de duivel die zij buiten zich zagen, hadden ze niet. Maar het Koninkrijk dat zij buiten zich meenden te zien ook niet. Wat zij hadden, was het onvermogen om de dingen bij elkaar te voegen.

Als u wordt geconfronteerd met allerlei werkelijkheden, dan kijkt u ook in de eerste plaats naar die dingen welke een tegenstelling vormen tot hetgeen u zelf bent, in praktijk, gevoel, mogelijkheid, maar die toch in u aanwezig zijn. Het is misschien erg troostrijk te weten dat, als u naar vele zondaren rond u kijkt, u zich innerlijk nog niet als zondig ervaart, maar de mogelijkheid tot de zonde in u wel degelijk draagt, anders zou u die niet opmerken. Dit is lelijk voor de dames die roddelen. Zij spreken dus eigenlijk over de feiten die in hen als mogelijkheid bestaan. Heel typerend.

Nu is het Licht natuurlijk meer dan dat. Het is in de eerste plaats de diffuse bron die alles kenbaar maakt. In de tweede plaats is het ook iets waardoor ons wezen kan veranderen. Ook dat is eenvoudig te verklaren. Als je een mens geestelijk bekijkt, dan is het net een zaaddoos; er zitten allemaal schotjes in. Al die verschillende delen van zijn wezen, zijn verschillende mogelijkheden zijn a.h.w. opgesloten in een afzonderlijk geheel.

Wanneer we nu met het Licht worden geconfronteerd, is er een doorbreken van die schotjes. Dan is het Licht nog steeds niet werkelijk, maar de inhouden van ons wezen kunnen zich vermengen. De wereld van de geest is dan niet meer alleen de wereld van de geest, maar het is een deel van onze stoffelijke werkelijkheid. 0mgekeerd wordt onze stoffelijke werkelijkheid iets wat ook op geestelijk vlak wordt ervaren. Het is altijd wederkerig. Zo beschouwd kunnen we zeggen. Het Licht is een werking in ons waardoor wij ons op een meer totale manier van onszelf bewust kunnen worden.

Dan zeggen de mensen: Maar het Licht komt van God. Dat is best mogelijk. God mag licht maken, maar dan heeft Hij het duister ook gemaakt. Dus waarom zouden we Hem vastleggen op één kant van zijn Wezen en verschijnselen? Dat is gewoon onzin. Laten wij gewoon zeggen: Het Licht is de werking die in ons bestaat. Maar naarmate wij ons meer bewust worden van het geheel en de tegenstellingen in ons kunnen verenigen totdat ze een eenheid zijn geworden, zijn we als vanzelf ook veel meer bewust van een grotere werkelijkheid.

Als je kijkt naar hetgeen er in de wereld vandaag de dag gebeurt, dan zeg je: Ja mensen, als jullie nu overal van die eigenaardige dingen zien, o.a. de zelfzucht, dan bezit je die misschien zelf niet, maar dan moet je haar toch wel ergens hebben.

Als je denkt dat al die mensen zo onbeleefd en onbetrouwbaar zijn geworden, dan heb je misschien wel gelijk, maar hoe kun je dat allemaal precies zo beseffen als het niet in jezelf bestaat. Als je de grens nu eens kunt doorbreken tussen de positieve en de negatieve zaken die je ziet, ze samen ziet als één geheel, zou je dan niet jezelf meer als een geheel kunnen ervaren? Zou je dan niet veel evenwichtiger zijn?

Ik kan best begrijpen dat er mensen zijn die op straat lopen te mopperen, vervolgens meer bier aan zichzelf toevoegen dan een auto benzine nodig heeft om naar Parijs te rijden en dan uitroepen: Ik moet iemand op zijn smoel slaan! In wezen ook zichzelf, maar dat snappen ze niet. Stel, dat je dat wel weet; dan heb je al dat bier niet nodig en gelijktijdig weet je wat er in je bestaat en je weet ook wat je daartegenover kunt stellen.

De zaak van tegenstellingen is op zichzelf niet erg, maar wij moeten ze zien als een geheel. Het tussenliggende niet indelen bij goed en kwaad, maar gewoon zien als een geheel van werkingen die mogelijk zijn en waarvan wij een deel uitmaken.

Als u zegt: Hoe kom ik dichter bij God? Dan zeg ik. Als God in alle dingen werkt, dan moet u toch aannemen dat God niet voor een 40‑urige werkweek opteert. Hij werkt dag en nacht door. Dan is God dus voortdurend overal aanwezig. Maar wij zien God niet omdat wij Hem in te veel deeltjes hebben verdeeld. Hoe meer wij dus datgene, wat om ons en in ons is als een eenheid gaan ervaren, hoe dichter wij komen bij de werkelijkheid van de God Die alles in stand houdt. Maar daarvoor heeft men weer allerlei tegenwerpingen.

Er zijn mensen in deze wereld die zeggen: De gemeenschap moet er maar voor zorgen. Ik behoef het niet te doen. Maar kan dat? Ja, voor een ogenblik kun je verlost zijn omdat je je schuldgevoel terzijde kunt leggen. Voor een ogenblik kun je zeggen: De gemeenschap moet maar voor mij zorgen. Maar kun je dat volhouden? Er komt een ogenblik dat je wordt geconfronteerd met het feit dat die schuld wel degelijk bestaat. Er komt een ogenblik dat je ontdekt dat je voor alles wat je krijgt op de een of andere manier toch ook moet betalen.

Zo is dat in het geestelijk leven ook. Het Licht verlost je niet. Het Licht maakt je duidelijk dat er een verlossing is, maar dat die alleen mogelijk is hij aanvaarding van de consequenties van hetgeen je als schuld ervaart. Zonder dat is er geen verlossing mogelijk. Je kunt bv. steun trekken, maar op het ogenblik dat je te veel steun gaat trekken, dan komt er een moment dat niemand die steun meer kan betalen. Dan moet je zelf gaan werken om het mogelijk te maken dat er nog steun aan anderen wordt uitgekeerd.

De werkelijkheid van het Licht is een kracht. Die kracht kun je ervaren, maar je kunt haar niet zien.

De werkelijkheid van God of van het Licht is een alom bestaande aanwezigheid waarbij je eigen reactie daarop niet afhankelijk is van die kracht per sé, maar van de manier waarop je haar zelf beleeft en erkent, zelfs herkent. Dan is de oplossing heel eenvoudig; Als wij het Licht willen zien en willen beleven, dan moeten we gewoon proberen Licht te zijn en zoveel mogelijk Licht om ons heen te erkennen. Niet het duister ontkennen, dat is kolder. Maar erkennen dat het duister alleen kan bestaan doordat het licht aanwezig is. Pas op dat ogenblik maken wij een eenheid van ons leven en ons beleven. Dan blijkt dat wij veel meer kunnen verdragen dan wij ooit hebben gedacht en dat het veel zinrijker is wat we beleven dan we ons ooit hebben voorgesteld.

Ik heb met interesse geluisterd naar de eerste spreker. Hij ging daar jaartallen noemen. Dat kan ik ook. Wat dat betreft, ben ik sterker dan hij, want ik heb de hele historie uit liefhebberij bestudeerd. Ik vraag mij echter af, of het noemen van jaartallen op zichzelf betekenis heeft. Want elke indicatie die wij geven van tijd en tijdsverloop is op zichzelf niet stabiel‑, ze is wankel. En wel om de doodeenvoudige reden dat de tijd mede afhankelijk is van ons geestelijk bewustzijn en ons geestelijk besef. En daar gaan we vaak aan voorbij.

Als er een ontwaken is voor het Licht bij veel mensen en als ze eindelijk leren om licht en duister met elkaar te laten samenvloeien tot één wereld waarin je bestaat, tot één waarde die je zelf ook bent, dan geloof ik dat al die jaartallen rustig terzijde kunnen worden geschoven als behorende tot een verleden, tot een tijd die niet meer bestaat.

Wij zijn eeuwig. Die eeuwigheid betekent niet alleen dat we buiten de tijd kunnen voortbestaan. Het betekent dat wij krachtens ons wezen niet afhankelijk zijn van welke tijdsindeling dan ook, tenzij wij ons bewust of onbewust daaraan onderwerpen. Ook de gang van de tijd is niet iets wat alleen in de natuur buiten ons plaatsvindt, maar waaraan wij onszelf binden.

Jozua kon de zon laten stilstaan toen hij de veldslag aan het uitkienen was. Dat is denkbaar. U kunt er allerlei verklaringen voor vinden. Maar hoe vaak is het ook u niet overkomen dat u ergens mee bezig was en dat het veel vlugger ging dan u eigenlijk had gedacht. U dacht uren bezig te zijn geweest, terwijl er pas een half uur op de klok was weggetikt. Kijk, dan moet u begrijpen dat u die uren toch bezig bent geweest. U zegt niet: Ik heb zoveel gedaan in zo’n korte tijd. U zegt: De tijd heeft zich voor mij tijdelijk uitgedijd. Dan komt u dicht bij het begrip eeuwigheid. En als u zover kunt komen dat u leeft met die persoonlijke tijd (het is nog steeds tijd, dan komt u als vanzelf tot de beheersing van de verschijnselen om u heen. Er zijn heel wat oude sprookjes en legenden waarin mensen voorkomen die 800 jaar of ouder worden. De grote jager Nimrod werd wel 1100 jaar. Nimrod leefde zo lang. Maar waarom? Was dat omdat hij de tijd mat volgens een vaste maatstaf? Of was het omdat hij innerlijk leefde volgens zijn eigen ritme. Als je dat durft zeggen, kom je op een heel ander chapiter terecht.

Het Licht in mij is niet alleen maar een maatstaf voor het gebeuren. Het is de tijdloze maatstaf die in mij bestaat. Op het ogenblik dat ik die tijdloosheid in mij kan ervaren en de eenheid kan vormen uit al wat er rond mij is, kan ik ook tegen mijn lichaam zeggen: Verval of leef voort. Want dan is het mijn besef dat het leven en de dood uitmaakt. Het is mijn besef dat uitmaakt in welke wereld ik besta, wat ik zie en wat ik niet zie. Het Licht is de sleutel die wij hebben tot alle werelden, maar dan moet het eerst in ons bestaan. Dan moeten wij in onszelf eerst met dat Licht al die schotten weten te doorbreken waardoor ons wezen tot een werkelijke eenheid komt.

Nu u dit alles weet, kunt u misschien ook dit gebruiken om zelf te profeteren.

Als ik de tijdloosheid in mij benader, kan ik elke wereld, elke kracht, elk standpunt maar ook elk tijdstip, zoals het bestaat in hetgeen er rond mij is, oproepen. Als u wilt weten of het morgen goed weer zal zijn, dan zegt u tegen uw innerlijk. Alles is een eenheid. Het moment dat het voor een bepaalde persoon of zaak morgen is, wilt u voor een ogenblik afzonderlijk beschouwen. Dan ziet u wel of het regent of dat de zon schijnt. Doe het echter niet al teveel, want dan zijn de mensen in De Bilt opeens zonder werk. Je moet ook rekening houden met het aantal arbeidskrachten.

Als u wilt weten of er een wereldoorlog komt of niet, denk dan gewoon aan de mogelijkheid van het conflict, maar bezie alles als een eenheid. U zult dan zien dat de conflicten er wel zijn, maar lang niet zo erg als u denkt. Dan kunt u ze ook definiëren. U kunt zeggen Kijk, dat gaat er gebeuren. Dan kunt u het op een moment vastleggen, naar nooit in zijn geheel, tenzij u in staat bent het geheel te omvatten. Maar dan is het evenwichtig. Dan is de vernietiging gelijktijdig de opbouw. Dan is de opbouw op zich ook een vernietiging. Dat u het zelf afzonderlijk doormaakt, is een andere zaak.

Het Licht is de sleutel niet alleen tot de tijd, tot het besef van het Goddelijke, maar het is de sleutel tot ons hele bestaan. Toch moet ik hier herhalen wat ik reeds in het begin heb gezegd. Het Licht is voor ons diffuus. Wij kunnen het niet zien in één bron. Wij kunnen het alleen zien in al datgene wat er rond ons is. Wij kunnen het niet definiëren op een plaats of ergens hoe dan ook. Wij kunnen het alleen maar vaststellen als iets wat in onszelf bestaat en tot stand komt uit de steeds grotere eenheid die wij innerlijk ervaren.

Dit gezegd hebbend, meen ik u te hebben voorgelicht over het Licht mede in verband met al datgene wat ik nu heb besproken. Er blijft nog één vraag over die ik heel kort zal beantwoorden: Hoe kunnen wij dit Licht ervaren? Het antwoord is: Zoek niet het Licht, maar laat het Licht in uw werken door het niet eenzijdig te zien, maar te proberen het veelzijdig te zien.

Zie zoveel mogelijk alle dingen, ook de tegenstellingen als behorende bij elkaar en voortkomend uit elkaar. Daardoor maakt u het mogelijk dat het innerlijke Licht steeds sterker wordt ervaren. En dan zult u ontdekken dat in u stukje bij beetje de belemmeringen van uw bewustzijn en de belemmeringen tussen uw voertuigen worden afgebroken en een steeds werkelijker leven voor u begint.

  • Mensen die veel mediteren, die zgn. in het Licht zitten, zullen wat later weleens in het de donker zitten, in het negatieve.

Dat is de consequentie. Als u zich richt op één zijde, dan maakt u de andere zijde sterk. Hoe deugdzamer u probeert te zijn, hoe zondiger uw gedachten zijn. Hoe zondiger u bent in de praktijk, hoe meer u denkt aan de deugd. Daarom zou ik zeggen. Mediteren kan nooit een kwestie zijn van in het Licht gaan zitten. Probeer, als u mediteert niet in het Licht te zitten, maar de werking van het Licht in u te beleven door alles te zien als een eenheid.

Wie mediteert over eenheid, beleeft het Licht en heeft niet de tegenstelling te verwerken, omdat hij niet eenzijdig gericht is geweest.

Kerstfeest

Kerstfeest is de illusie van de mens dat er een vrede bestaat waaraan hij niet zelf heeft meegewerkt.

Kerstfeest is het droombeeld omtrent het verleden waardoor je in tijdelijke sentimenten vergeet dat je alle waarden van dat verleden innerlijk voortdurend verloochent.

Werkelijk kerstfeest, ach, dat ontstaat pas, wanneer de mensen zonder tegenstellingen zijn samengekomen en de lichten van de hemel zelf in de plaats treden van de kaarsen in de bomen.

Kerstmis, dat zijn mensen die kijken naar beeldjes van een stal: zoals zij zich die voorstellen. Dan zeggen ze: Jezus is geboren. Maar Jezus is niet belangrijk. De Christus is belangrijk. En die kan leven in iedere mens en in iedere ziel. Want waar de goddelijke Liefde deel uitmaakt van uw wezen daar bent u met de anderen één in Christus. Zolang de mensen dat nog niet begrijpen is kerstmis een leeg feest, een lege belofte die u zelf voortdurend tegenspreekt met al wat u bent, met al wat u doet. Maar als u ‑ hoe dan ook, waar dan ook ‑ innerlijk de vrede vindt en die probeert anderen te geven, als u hoe dan ook en waar dan ook leert in liefde één te zijn met de gehele wereld, dan heeft u daarmee de werkelijkheid van kerstfeest voor uzelf gerealiseerd. Want het is niet een dag of een feest…

Kerstfeest is de uitdrukking van een toestand waardoor het duister is overwonnen, door de liefde van de totaliteit het Licht sterker wordt en de aarde en de geest nieuwe vruchten kunnen dragen.