Onderwijs en opvoeding

15 juni 1982

Aan het begin van elke bijeenkomst, dus ook deze, wijzen wij erop dat wij sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn.

Als u mij opvoedingsproblemen van deze tijd, geestelijke en stoffelijke, als onderwerp voorstelt, ja, dan had ik eigenlijk liever gehad dat u een minder pessimistisch onderwerp had aangebracht.

Kijk, opvoeding is in feite, of u het gelooft of niet, conditionering. Een kind moet leven binnen een gemeenschap. Die gemeenschap heeft bepaalde normen, kent bepaalde wijzen van zich te gedragen. Die gemeenschap stelt ook bepaalde eisen aan je kunnen, aan je kennen en wanneer je dus een kind bent, dan moet je zodanig worden opgevoed, dat je binnen die gemeenschap kunt functioneren. Je moet in het geheel je eigen plaats kunnen vinden.

Het is duidelijk dat het moeilijker wordt naarmate het kind meer zelf kan gaan uitmaken wat het wil. Denken is vrij, maar het gedrag moet nu eenmaal gebonden zijn aan de voorschriften die uit een gemeenschap voortkomen. We krijgen dan toch altijd de kloof tussen de ouderen en de jongeren, iets wat ongetwijfeld ook gelegen is, in het bij de ouderen groter realisme en het bij de jongeren veel groter zijnde idealisme.

Wil je een kind opvoeden dan heeft dit verder geborgenheid nodig, een mate van zekerheid. Ook dat klinkt misschien vreemd, maar de wereld is, zeker voor het kind, in wezen vijandig. Je leert er wel bepaalde dingen in vertrouwen, maar er loeren overal onbekende gevaren. Je moet dus ergens een plek hebben waar je zeker bent en als het even kan een soort eigen territorium zoals ook dieren dat zo vaak hebben, een soort jachtgebied waarbinnen je elk hoekje en elk gaatje kent, waarin je je gemakkelijk kunt bewegen. Dat alles is, denk ik, tot zover nuchter en logisch gesteld.

Laten we nu kijken naar de methoden van opvoeding en onderwijs zoals die op dit ogenblik heel vaak worden gepropageerd. Een Engelsman zei eens: Spock said, don’t spank the children, m.a.w. Dr. Spock, geleerd op dit terrein zei: Je mag kinderen niet slaan. Totdat hij er zelf last van kreeg, toen sloeg hij er op los. En ik ben bang dat we eigenlijk met die opvoeding de kant zijn uitgegaan van de theorie. Het klinkt allemaal heel erg mooi en wanneer het kind precies zo zou reageren als verwacht werd, ja, dan zouden er ideale mensen ontstaan, mensen die vrij denken, die hun eigen mening kunnen vormen, mensen die in staat zijn, kortom, om binnen die gemeenschap op een voor die gemeenschap nuttige wijze zichzelf te zijn.

Maar wat is de praktijk? Gezag wordt niet aanvaard. Nu weet ik wel dat er heel wat vreemde vormen van gezag bestaan en niet elk gezag is aanvaardbaar, ik ben het direct met u eens, maar een kind kan dat niet overzien. Een kind moet dus leren dat er regels zijn, dit is duidelijk.

In de tweede plaats moet het kind, ook wanneer het dat niet wil, toch al direct meedraaien in, ja zeg maar, de competitieve molen van het leven. Er is nu eenmaal een zekere na-ijver onder de mensen, een mate van vreedzame strijd om aanzien, om het baantje, om bezit, om alles wat je maar denken kunt en een kind dat daarop niet is ingesteld dat kent alleen dus de kinderlijke, niet redelijke discipline. Kennelijke discipline wil zeggen: Hij is sterker dan ik, dus geef ik hem zijn zin, of ik ben gemener dan hij, dus kan ik hem een loer draaien.

Nu geef ik toe dat je aan die bekwaamheden bij bepaalde grote bedrijven en firma’s en ook instanties wel wat hebt, maar het is toch niet iets wat je in de opvoeding in de eerste plaats moet proberen te leren en naar voren te brengen, dacht ik. Ik zou dus zeggen: een kind heeft zeker tot het twaalfde, veertiende jaar een grote mate van discipline nodig, niet omdat die discipline in zichzelf heilig is, maar omdat je daardoor leert jezelf te beheersen, dat je leert te reageren in overeenstemming met wat een ander zegt en, en dat is ook heel belangrijk, leert luisteren.

Hoe minder discipline er is, hoe minder een kind luistert. Het gaat uit van zijn eigen standpunten, het probeert zijn eigen denkwijzen ten koste van alles te laten overwinnen en dan kan je wel discussiëren, maar in die discussie blijf je toch in zekere mate doof voor elkaar. Wat die soort opvoeding betekent, kan je in de moderne maatschappij zien. Er zijn zeer vele groepen die allen iets goeds hebben, samen zouden ze veel goeds tot stand kunnen brengen, maar ze verschillen van mening met elkaar en ze werken niet samen omdat ze niet willen luisteren naar het goede dat een ander mogelijk zou kunnen bezitten.

Ik zou zeggen: dat moet je voorkomen en ik zou dus pleiten voor een eerste opleidingsduur van het kind van een jaar of zes, waarbij inderdaad die discipline noodzakelijk is en waarbij ook prestatie wordt gevraagd. Dan zou ik verder zeggen: een kind heeft een achtergrond nodig. Die achtergrond zal het gezin zijn. In de omstandigheden waarin het gezin verkeert komt het voor dat vader en moeder beide werkzaam zijn. Dan zal het kind toch een andere toevlucht moeten hebben en die toevlucht kan niet geschapen worden door een gelegenheid om op school met maaltijd over te blijven en de kans om op straat te spelen en eventueel nog wat snoepgoed te kopen. Dan is het kind uitgesloten uit zijn milieu en bovendien hebben vaak de ouders als het erop aan komt, meer interesse voor hun eigen zorgen en pleziertjes, dan voor de dingen die een kind in zijn strijd met de wereld, want zo wordt het ervaren, allemaal ondergaat.

Hier staan we dus eigenlijk met de rug tegen de muur. De mode zegt: Kinderen moeten zo vrij mogelijk worden opgevoed. De praktijk zegt: Kinderen moeten disciplinair, in zekere mate tenminste, worden opgevoed. Een tweede punt dat al zeker even belangrijk is: Een kind moet zijn uiterste gezag, maar ook zijn uiterste zekerheid vinden in het eigen gezin. Daarvoor moet dat gezin redelijk kunnen functioneren, moet dat kind zijn eigen ruimte en mogelijkheden hebben binnen de eigen omgeving. En nu kom ik aan een punt dat sommigen misschien vervelend vinden: het onderwijs zou zich uiteindelijk niet met het privéleven van het kind mogen bemoeien en zelfs maar in beperkte mate en alleen in noodgevallen eigenlijk met het zielenleven daarvan. De taak van het onderwijs is het kind kennis bij te brengen, niet het kind te vormen, dat hoort in het gezinsverband thuis. Dan krijgen we daarna een leeftijd waarin vrijheid natuurlijk zeer gewenst wordt. Op het ogenblik dat de puberteit begint zijn bijna alle kinderen voortdurend in verweer tegen de gehele wereld. Een groot gedeelte van hun verzet is echter onredelijk. Wanneer je nu die kinderen geleerd hebt dat ze eigenlijk het recht hebben te doen en te laten wat ze willen, dan zullen ze juist in deze periode steeds minder rekening gaan houden met anderen en zijn ze geneigd alles wat orde betekent en voor hen dan banden, aan te vallen. Dat dit ook nogal wat praktische moeilijkheden heeft opgeleverd, kunt u zien wanneer u gaat kijken, naar grote demonstraties. Degenen die daar meelopen en de meeste vernielingen aanrichten zijn over het algemeen jongeren tussen de 14 en de 22 jaar.

Er is geen begrip voor het bezit van een ander, er is geen begrip voor het recht van een ander. Men kan meehuilen en dan is men welkom, of men kan zich verzetten en naast enkele scheldwoorden kan je dan ook nog een steen op je hoofd krijgen, of s’avonds afgerost worden.

Het is duidelijk dat ook hier de wereld van de opvoeder gefaald heeft. Ik wil helemaal niet beweren dat een kind van 10, 12 jaar al moet beginnen met geestelijk leven en streven. In de jeugdjaren is er meestal geloof en dat wordt sterk bepaald door de omgeving. Dat geloof en dat vertrouwen wordt voortdurend beschaamd en uiteindelijk blijft daar een gewoonte van over of een verzet. Maar juist wanneer je de puber hebt, dan moet deze leren te leven in een gemeenschap. Dat kan hij niet doen in zijn eigen jeugdbenden. Och, neemt u me niet kwalijk, het heten soms ook sociaal verantwoorde huizen en honken en hoe men dat verder noemt, om de oude termen als patronaat en dergelijke maar niet te berde te brengen. Hier wordt dan voor de jongeren gedacht. Ze hebben de idee dat ze het zelf zijn, maar de verantwoordelijkheden kunnen ze van zich afschudden. De verantwoordelijkheid ligt bij de leider of leidster, noem maar op.

In het onderwijs is het precies hetzelfde. Wanneer je erg slecht mee kunt komen, dan moet de leerstof worden aangepast. Maar je kunt een kind toch niet tussen jongeren laten zitten? Waarom niet? Ik weet het, het overgaan en het overgangsrapport is ergens een stok achter de deur, een dwang en het is niet redelijk omdat niet iedereen hetzelfde presteert, ik weet het. Maar het is beter dat deze dwang er is, hoe onrechtvaardig die soms moge zijn, dan dat je elke dwang maar laat vallen.

In het moderne onderwijs worden we verder geconfronteerd met nogal grote klassen, d.w.z. in feite weinig mogelijkheden voor het onderwijzend personeel om zich anders dan door huiswerk, van de werkelijke vorderingen en de werkelijke denkprocessen van de leerling op de hoogte te stellen. Resultaat: afstand. Een afstand die dan kan worden opgevangen doordat onderwijzer of onderwijzeres buitengewoon modern of jeugdig meedoet en het modetaaltje gebruikt en misschien begrip heeft voor een aantal dingen die de jongeren dan willen doen ofschoon ze eigenlijk niet mogen. Maar daarmee heb je de zaken verward. Een leermeester moet gezag hebben, hij kan geen vriend zijn. Een vriend kan helpen om te leren, maar kan nooit een leermeester zijn want daarvoor ontbreekt hem het gezag. Het is duidelijk dat ook hierdoor de opname van kennis bij de oudere jeugd meestal slecht verloopt. Ze hebben leren denken, ongetwijfeld. Ze hebben leren debatteren, ze hebben geleerd hoe ze zich kunnen afzetten tegen de oordelen en de meningen van anderen. Ze hebben geleerd hun mondje te roeren, een voordeel zonder meer. Maar ze hebben ook de illusie gekregen dat je met je mond alles kunt doen en als je een zware steen op moet tillen, kun je er tegen praten tot je een ons weegt, dan moet je aanpakken.

In de maatschappij moeten de jongeren vaak aanpakken en ze kunnen het niet, ze hebben het initiatief niet. Ze menen, dat je door eisen te stellen, door redelijke betogen te houden alles wel gedaan kunt krijgen. Het is niet zo. Wanneer je je eigen sociale situatie voor het ogenblik overziet dan zult u het waarschijnlijk met me eens zijn dat men van staatswege, en op kosten van de burgers dus, heel vele voorzieningen heeft getroffen voor die jongeren die niet onmiddellijk aan het werk kunnen komen. Maar men heeft ze gelijktijdig het initiatief ontnomen om zelf te zoeken naar iets. Zeker, ze willen zoeken. Maar als ik bankwerker ben, dan wil ik toch alleen als bankwerker werken. En als ik chemicus ben of analist dan wil ik alleen in die positie werken en dan bij voorkeur niet ver van huis af en met een goed loon en niet te lange werkuren. Kijk, dat zijn eisen die je niet kunt stellen, zeker niet in de huidige situatie. Wanneer je die eisen toch stelt, dan ben je alleen druk bezig om je eigen mogelijkheden om ooit aan de slag te komen te ondermijnen. En wat meer is, wanneer zeer velen die eisen gaan stellen en zich tegen die maatschappij keren, dan zullen ze die maatschappij breken, dan kan ze niet functioneren.

Het enige jammere is dat je met allerlei praatgroepen en debatgroepen geen maatschappij kunt opbouwen. Het is gemakkelijk genoeg iets af te breken. Maar opbouwen is iets anders, dat vraagt beslissingen, dat vraagt overleg en dat vraagt heel vaak vooral snel reageren. Met een praatgroep kun je misschien wel in een jaar een beslissing krijgen, maar dat is precies hetzelfde of u erover begint te debatteren vandaag, of het morgen mooi weer zal zijn en dan de gordijnen dicht doet en dan over drie weken tot de conclusie komt dat het wel eens mooi had kunnen zijn. Had je beter naar het strand kunnen gaan, naar Sint Anneke of zo, had u zich daar veel beter kunnen amuseren en de feiten had u gemakkelijker achterhaald.

Ik heb dus bezwaren in vele opzichten tegen de moderne opvoeding en de moderne theorieën daaromtrent. En voor dat iemand nu begint te denken: God, hebben ze in de geest ook al oude zakken, wil ik er toch wel op wijzen dat er bij ons nieuwe wijn in komt. Dat kan wel eens gevaarlijk zijn, maar het geeft in ieder geval de mogelijkheid om door te denken, om door te werken. Het geeft je de mogelijkheid om te zien wat er werkelijk aan de hand is.

En als u het me niet kwalijk neemt, zou ik nu een klein overstapje in geestelijke richting willen wagen want daarvoor zitten we eigenlijk hier.

Wanneer je leeft, dan is het eerste wat je als mens nodig hebt binnen een gemeenschap, want je bent een kuddedier, respect voor de gemeenschap en je verantwoordelijk voelen voor die gemeenschap. Je kunt je nooit buiten of boven die gemeenschap plaatsen zonder gelijktijdig je eigen levenskansen en mogelijkheden te verminderen, dat zult u met mij eens zijn. Maar de mensheid is meer dan een kudde dieren. In die mensheid leven bepaalde geestelijke kwaliteiten en gaven. Op het ogenblik dat je die geestelijke kwaliteiten en gaven wilt ontwikkelen, zal je een mate van beheersing moeten kennen op stoffelijk terrein. Wanneer u gaat kijken bij alle verschillende grote scholen, in dat opzicht zal men u zeggen: Ja maar, voor de uiteindelijke bereiking is een zekere mate van ascese, in welke richting dan ook, noodzakelijk. Wie in zich kijkt, kan in zichzelf ontzettend veel ontdekken, maar op het ogenblik dat je dat afmeet aan de buitenwereld, ben je niet meer in staat om jezelf zondermeer te ervaren en te aanvaarden. Nu is zelfkennis en zelfaanvaarding een van de belangrijkste dingen. Pas wanneer je je los kunt maken van vele stoffelijke aspecten ben je in staat om die innerlijke waarheden naar buiten te brengen. Het is als met denkbeelden. Het beste denkbeeld haalt niets uit wanneer het niet in werkelijkheid wordt omgezet. Zo gaat het in jezelf.

Alles wat in u leeft heeft zijn betekenis, heeft zijn waarde. U kunt niet zeggen: Ik moet mijn persoonlijkheid veranderen, want u bent zoals u bent.

U kunt alleen zeggen: Hoe kan ik met deze persoonlijkheid zoals ik ben, werken? Wat kan ik ervan naar buiten brengen en hoe? En dat is iets dat u zelf zult moeten bepalen. Maar wanneer u eenmaal een deel van uzelf uit, dan hebt u daarmee de waarde die in u leeft in de wereld gebracht. Er ontstaat wisselwerking. Voor uzelf betekent dat indirect bewustwording en ervaring. Voor de wereld betekent het een factor waarmee men moet werken. Men moet op u reageren.

Men kan u niet zonder meer negeren zonder zichzelf en ook waarschijnlijk u te schaden. U wordt dus een bewuster deel van het geheel. Dit is heel erg belangrijk. Ik weet wel dat er onnoemelijk veel stoffelijke normen en wetten bestaan en dat men zegt: daar moet je je aan houden. Maar wat heb ik aan al die wetten in de wereld wanneer de mensen niet eens meer weten dat hun medemens een mens is. Je moet eerst die innerlijke waarde eens een keer begrijpen. Wanneer je zegt: Ik heb mijn naaste lief, dan moet je niet bepalen op welke manier, dan moet je gewoon zeggen: Ik heb mijn naaste lief. Punt. En dat betekent: Ik zal mijzelf voor die naast opofferen als dat noodzakelijk is. En dan moet het geen offer zijn, wat je brengt, maar dan moet het, het waarmaken zijn van iets wat in jezelf leeft. Wanneer u kijkt naar de opvoedkunde dan valt me op dat ontzettend veel gesproken wordt van de rechten. De rechten van de kinderen, de rechten van het onderwijs, de rechten van dit en de rechten van dat.

Kijk, dat is allemaal heel aardig, maar een recht kan alleen maar ontstaan wanneer het ontleend is aan een plicht en dat vergeet men wel eens.

Een recht is namelijk een stelling die pas zin en betekenis krijgt doordat je zelf de mogelijkheid schept dat, dat recht bestaat buiten je en gecontinueerd wordt. Wanneer we spreken over God, en neem me niet kwalijk, ik wil helemaal niet preken hoor, dan kunnen we zeggen: Ja, God heeft ons geschapen, God houdt ons in stand en God kijkt voortdurend naar ons. Nu, dan ziet hij ook veel moois. God heeft ons zijn Wet en zijn Wil gegeven, jazeker. Alles tot uw dienst. Maar waarom werken die dingen dan niet? Wanneer u te hard rijdt op een rijksweg, dan komt er zo’n mooie auto die Joehoe tegen u zegt, u laat stoppen en u doet betalen. Zo zijn de mensen met de eenvoudigste wetten. En God? God laat niet eens horen dat Hij het niet goed vindt. Dat is toch onzin, nietwaar? Er moet een criterium zijn dat samenhangt met de goddelijke Kracht en als dat criterium in de wereld niet zichtbaar is, kan het alleen in jezelf bestaan. Daar ligt dat gebied waarin de zekerheid ontstaat. Dat is juist voor mij, dit is onjuist.

Hoe kan een kind leven en bewust worden van zichzelf wanneer het geleerd heeft die innerlijke dingen dan maar te verwaarlozen? Alleen te spreken over vrijheid, die dan verkeerdelijk wordt gezien als het bestaan zonder verplichtingen en banden en te praten over de rechten die men heeft zonder te beseffen dat men iets moet zijn voor men iets kan eisen. Dat is toch duidelijk dat in geestelijk opzicht zeer veel jongeren losgeslagen zullen zijn. Wat gebeurt er dan? Ze gaan zoeken. Zoeken ze God? Ja, misschien indirect. Zoeken ze zekerheid? Zonder twijfel zoeken ze wel iets waar ze volgens hun eigen gevoel bij kunnen horen. Maar misschien zoeken ze vooral de mogelijkheid om desnoods in de leringen van een ander, in een of andere sekte, gebeuren of wat dan ook, iets te vinden wat ze in zichzelf hebben, zichzelf terug te vinden.

De opstandigheid, de vlucht in de drugs, al dat geweld dat soms gepleegd wordt, al die krankzinnige dingen die er gebeuren en waarbij jongeren over het algemeen als voornaamste daders wel betrokken zijn, die komen juist voort uit het feit dat ze niet horen bij die maatschappij, dat ze de moed niet hebben in zichzelf te kijken wat ze zelf zijn, dat ze alleen maar wat leuzen brallen en voor de rest dan maar de wereld willen vernietigen omdat ze niet weten hoe ze er mee moeten leven.

Dat vind ik een enorme prestatie voor het onderwijs en voor de Kerk, inderdaad, om menselijke wezens zover los te slaan dat ze eigenlijk niets meer hebben, behalve wat lege leuzen om zich aan vast te klampen, dat ze in zich geen levensmoed meer hebben en juist daardoor destructief worden. Dat vind ik een daverend succes: Voor het onderwijs dat zegt de mens voor te bereiden op de maatschappij en de Kerk die zegt de mens voor te bereiden op de hemel.

Het is niet zo kwaad bedoeld hoor. Je denkt, hij zit te schelden. Dat niet, maar ik wou wel even zeggen wat ik dacht.

Vraag u dan af wat er nodig is. Ik geloof dat in die wereld van vandaag de problemen alleen maar kunnen worden opgelost, wanneer de mensen niet meer denken in termen van betaling. Hoeveel euro levert het op. Dat je gewoon denkt in termen van: Wat ben ik? Wat beteken ik? Wat kan ik betekenen? Hoe maak ik iets van mezelf waar? Hoe help ik een ander? En dat is dan geen zaak die je dan in jezelf moet baseren op zekerheden en geloof, want die heb je niet. Je denkt dat je die hebt. Het geloof dat je jezelf voorhangt dat is over het algemeen maar een fata morgana waarmee je probeert te bemantelen dat je door een levenswoestijn heen loopt te sukkelen, zonder te weten waar je naartoe gaat.

Nu, we moeten werkelijk nieuwe normen vinden. Zouden die normen dan bijzonder sterk op het stoffelijke zijn toegesneden? Ik geloof het niet. Ik geloof dat die stoffelijke zaken allemaal wel kunnen geregeld worden. Dat komt vanzelf wel, wanneer de mensen maar eens leren voor elkaar iets te willen zijn en dan niet op grond van een theorie, niet een denkbeeld hebben van ja, ik ga de wereld verbeteren. Er zijn zoveel mensen bezig geweest die wereld te verbeteren, dat die er nu bijna aan te gronde gaat.

Maar gewoon, hoe kan ik iets dat ik zie, dat ik beleef, waarvan ik weet dat het niet juist is, helpen voorkomen of helpen verbeteren? En dan is er natuurlijk ook nog de samenhang. Er zijn veel dingen die je niet alleen kunt doen. Maar dan moet je toch ook leren om dat met anderen samen te doen en dan niet tegen de wereld, maar voor de wereld. Niet als iets wat buiten de gemeenschap staat, maar juist als een zo goed mogelijk functionerend deel van die gemeenschap. Dat kan extreme vormen aannemen.

Er bestaat een organisatie in New-York, die noemen zich de Rode Baretten. Dat zijn allemaal jongeren tot een jaar of 25, 26. De jongsten zullen 16, 17 jaar zijn. Wat doen die jongens? Ze reizen mee in de ondergrondse en juist op die uren dat er veel geroofd en veel misdaan wordt. Waar zij zijn, neemt de terreur kennelijk af. Ze houden gewoon wacht op bepaalde stationnetjes waar het nogal kaal en moeilijk is en waar nogal eens mensen worden aangevallen en beroofd. Zeker, ze slaan de aanvallers in elkaar en de politie is er helemaal niet blij mee want hen organiseren is onmogelijk, dat aanvaarden ze niet op die manier en aan de andere kant kan men het zonder hen bijna niet meer stellen, de mensen zijn blij dat zij ze zien. Dan kun je zeggen: Hebben die jongens iets gedaan? Ja, die jongens zijn samengegaan en hebben gezegd: Dit vinden wij niet juist, dit is onrechtvaardig en ze hebben niet gezegd: Kunnen we nu een actie beginnen of een demonstratie? Ze hebben gezegd: Weet je wat, we leren vechten en met onze vechttechniek, ook zonder wapens, kunnen we al deze booswichten wel aan en dan zullen we samen patrouilles gaan lopen, vigilantes noemde men dat vroeger, omdat wij anderen willen helpen. Let wel, het merendeel van deze jongeren bestaat uit mensen die sociaal er slecht aan toe zijn. Het zijn jongeren uit Haarlem, het zijn jongeren uit de armere wijken van de Bronx, en deze mensen, steuntrekkers meestal, jongeren die geen baan kunnen vinden, die zetten soms zelfs hun leven in en hun welzijn om hun medemens te beschermen.

Kijk, dat vind ik nu een bewijs van hun bewustwording, niet omdat ze gaan vechten, dat is maar bijkomstig, maar omdat ze hebben gedacht aan anderen en zich hebben afgevraagd: Hoe kunnen we het voor anderen beter maken?

Je zou zoiets in meer geestelijk opzicht ook kunnen doen. Je zou een politiemacht in de geest kunnen opstellen bij wijze van spreken, ook mensen zouden dat kunnen doen. Dan kun je nooit zeggen: Anderen knappen de zaken op, wij zullen wel zeggen wat er moet gebeuren. Je zult het zelf moeten doen. Maar in jezelf voel je wel degelijk aan wat je wel en wat je niet kunt, en dan moet je niet zeggen: Ik heb er wel of ik heb er geen zin in. Dan moet je je afvragen: Wat is er nodig? En dan kun je op grond van die noodzaak met anderen ook gedachten uitstralen, je kunt ook geestelijke krachten gebruiken. Je kunt ook mensen genezen, je kunt de gekste dingen doen. Wanneer je eerst maar leert dat de samenhang in de groep en de onderlinge verantwoordelijkheid noodzakelijk is en dat het doel van de groep nooit op zichzelf gericht mag zijn.

Dat is de grootste fout die de meeste bewegingen hebben in deze tijd. Zelfs de kerken zijn in feite vooral op zichzelf gericht. Jazeker, voor de zielen van de mensen, maar ondertussen wel op onze manier, met onze regels, onder ons gezag. Ik weet niet of Jezus ooit gevraagd heeft: Geloof je in mij? Ik denk alleen dat Hij gezegd heeft: Heb je mij nodig? En op die manier stel ik me voor dat mensen zouden moeten leven, maar dan moet je ze ook opvoeden in die richting. Dan moet je ze bewust maken van al die positieve mogelijkheden. Dan moet je ze niet maken tot leermachines aan de ene kant en tot praatmachines aan de andere kant die toevallig ook nog wat leren. Dan moet je die kinderen ook de kans geven om in zichzelf te beseffen dat ze hun betekenis ontlenen aan datgene wat ze voor een ander betekenen en als ze dat eenmaal begrijpen, dat het niet gaat om de beloning die je krijgt, maar dat het gaat om het feit dat je jezelf waarmaakt op een wijze waarop je meer deel wordt van een geheel. Ik denk dat je zo veel dichter bij de grote menselijke wijsheden komt te staan, dat die onbekende werelden van de geest gemakkelijker ontsloten zullen kunnen worden, dan wanneer je in zelfzucht en eenzaamheid mediterend en ondertussen de wereld opschepend met zijn problemen, probeert om nu maar eens even los te komen.

Leven bestaat uit harmonie en disharmonie. Disharmonie wordt soms vertaald in angst, soms in haat, soms in jaloezie. Harmonie wordt vertaald in liefde, genegenheid, vriendschap en saamhorigheid. Al die begrippen kennen we dacht ik wel. Maar stel je nu eens voor dat je leert hoe je positief moet zijn, dat je niet antwoordt op de disharmonie maar dat je werkt met de harmonie.

In een groot orkest kun je een dissonant gemakkelijk overspelen. Dissonanten zullen er altijd komen zo nu en dan. Misschien niet eens bedoeld, maar wanneer je daar de nadruk op gaat leggen dan wordt het aantal dissonanten steeds groter en misschien is dat ook de moeite waard om te overwegen. Ik zeg niet voor niets dat de grote fout in de opvoeding is dat de kinderen te weinig verantwoordelijkheid dragen, dat ze te weinig discipline en zelfdiscipline wordt bijgebracht. Want dit is de basis van alle ontwikkeling, zowel de menselijke, de wetenschappelijke en de geestelijke. En je zou de kinderen moeten leren dat er geen enkele waarheid is die onveranderlijk is, want dat wat wij waarheid noemen, zullen we morgen vanuit een ander standpunt bezien en lijkt het anders ook al is het hetzelfde.

We moeten leren mee evolueren innerlijk en uiterlijk met al datgene wat er in onze innerlijke wereld ontdekt wordt, met wat er in onze wereld gebeurt. En dan is discipline noodzakelijk. Het is geen luxe, het is niet de heerszucht der ouderen, het is de verantwoordelijkheid van de ouderen dat kinderen de mogelijkheid krijgen zichzelf te beheersen en zichzelf meester te zijn. Een kind moet leren denken, zeker. Maar een kind moet eerst leren het denken van anderen te volgen en te begrijpen, want als je niet weet wat een ander denkt, als je een ander niet kunt volgen in zijn gedachtegang, hoe kun je dan ooit begrijpen in wat voor wereld je leeft? Dat begrip heb je nodig om innerlijk rijper te worden, om bewuster te worden. De wereld is niet zo mooi als ze economisch wordt getekend. Ze is ook niet zo afzichtelijk, als ze wordt voorgesteld.

Het is gemakkelijk uit te roepen dat deze aarde een tranendal is waardoor wij heen moeten gaan om de velden van de hemelse vreugde te bereiken en we kunnen daar nog allerlei verhalen aan verbinden zoals Dante Allighieri eens heeft gedaan, toen hij na de hel en het vagevuur eindelijk aan de hemel kwam en niet wist wat hij moest beschrijven. Hij wist alleen nog iets van een groene wei en een Beatrijs.

We moeten werken met de dingen die we hebben en dat betekent dat we moeten zoeken naar een onveranderlijke hemel en dat we moeten zoeken naar een onveranderlijk licht dat in onszelf bestaat. D.w.z. dat wij, wanneer we mens zijn, moeten ontgroeien aan de onvolwassenheid van het normaal menselijk gedrag. D.w.z. dat een mens zich moet ontwikkelen tot een priester en een priesteres, tot een wezen dat in staat is tot zijn God te spreken zonder daarbij zijn mens-zijn te verloochenen. En dat is vaak moeilijk, dat weet ik, maar het is de enige weg. Wanneer er geen verbinding kan worden gemaakt tussen de werkelijke kosmische krachten van de geest, die gelijkblijvende krachten, die goddelijke Kracht die dit alles nog omvaamt zelfs en het menselijk bestaan, wat blijft er dan anders over dan zelfvernietiging, chaos, wanhoop en pessimisme.

Mijn bezwaar is dat steeds meer wordt geleerd dat hebben belangrijk is en dat krijgen een recht is en dat er te weinig wordt geleerd dat zijn een kunst is, en leven een bestemming. Waar mensen samengaan, daar kunnen ze de hoogste geestelijke waarden bereiken en waarmaken. Waar mensen elkaar bestrijden, met kleine menselijke vooroordeeltjes en redeneringetjes elkaar te lijf gaan, bereik je uiteindelijk het tegenovergestelde: Een draaipoel die alle krachten verslindt zonder iets aan licht terug te geven.

Ik weet het, het is een moeilijke keuze. Het is gemakkelijk genoeg te zeggen: De kinderen moeten hun eigen weg maar zoeken. Wanneer ze zover gekomen zijn dat ze zelfstandig kunnen zijn is het te laat. Ze moeten hun training, want dat is het, gehad hebben voordat de zelfstandigheid naderbij komt. Ze moeten weten hoe ze zichzelf kunnen redden. Ze moeten begrijpen dat vluchten niet helpt, alleen beseffen en reageren.

Dan blijft het leven nog wel een strijd, dat zal het altijd zijn, maar het zal een strijd zijn waarin je steeds weer vreugde kent, waarin je steeds weer bereiking kent en het zal bovendien een strijd zijn die je innerlijk voortdurend zoveel verder doet gaan, zoveel meer doet omvatten en beseffen dat je in jezelf de krachten kunt vinden die je nodig hebt wanneer het aan de buitenkant eens te kort schiet.

De kracht van de geest van de mens is veel belangrijker dan hij denkt. Zijn geestelijk wezen en zijn geestelijke voertuigen bevatten veel meer mogelijkheden, dan hij tot nu toe heeft leren gebruiken. De mens moet leren dat zijn natuur en zijn natuurlijke begaafdheden, geestelijk zowel als stoffelijk voor hem de werktuigen zijn waardoor hij zijn innerlijk begrip kan uitdrukken in zijn wereld, waardoor hij de gegevens kan verkrijgen die hij van node heeft en van waaruit hij uiteindelijk een bereiking tot stand kan brengen, niet slechts voor zichzelf, maar voor het geheel waartoe hij behoort.

Misschien is het een beetje vaag geweest. Aan de andere kant hoop ik dat het een beetje begrijpelijk was. Als u commentaar hebt, bent u welkom.

  • Kan men als ouder ten opzichte van zijn kind er iets aan doen om meer impact te hebben op de opvoeding van de kinderen, als men ziet dat de omgeving als de maatschappij en de scholen meer invloed heeft op de kinderen dan de ouders zelf?

Dat ben ik met u eens, maar dat hebben alle ouders met elkaar zo laten groeien en dan kunt u proberen er althans iets van terug te nemen, om duidelijk te maken dat elk kind in de eerste plaats deel is van het gezin en dat het in het gezin zijn aansprakelijkheden heeft en zijn verantwoordelijkheden, en dat hetgeen anderen zeggen niet bepalend kan zijn. Dat kan dan nog niet opboksen tegen die hele maatschappij en die hele scholing, dat weet ik, maar ik kan het effect ervan verminderen en ik kan bovenal, dacht ik, begrip doen ontstaan voor verplichting, voor taak misschien, voor noodzaak om te presteren en wanneer je dat kunt doen zonder daarbij een vijand te worden van uw kind, dus niet de tiran en de dwingeland, maar degene die duidelijk maakt en die ook bereid is om extra te belonen als het nodig is en extra te bestraffen wanneer het onvermijdelijk is, dan denk ik dat je die invloed kunt beperken en wanneer steeds meer ouders dat doen, dan krijgen we misschien een tijd waarin de ouders weer werkelijk de zekerheid, de wieg van genegenheid zijn waarin hun kinderen kunnen opgroeien, in de plaats van kille voortbrengers met beperkte aansprakelijkheid die iets voortbrengen dat van staats- of van kerkwegen wordt opgevoed op een wijze waarin die ouders zichzelf niet eens meer kunnen vinden.

  • Dus u pleit in gene voor het behoud van gezinskernen in de plaats van de richting, zoals het soms gaat, in communaal verband?

Ik wil het gezin niet beperken tot de gekende vorm man-vrouw-gehuwd en dan kinderen. Ik kan mij voorstellen dat in een communaal verband kinderen voorkomen die dan in de eerste plaats van één of twee ouders er misschien wel twintig hebben, en zolang ze bij iedereen die genegenheid en die geborgenheid vinden, zal de invloed van de gemeenschap op het kind zelfs beter, dieper en groter zijn dan in een eenvoudig gezinsverband nodig is. Maar dat is sterk afhankelijk van de mensen zelf.

Ik wilde alleen constateren dat de voortbrengers van kinderen, hoe en onder welke condities dan ook, die kinderen geborgenheid moeten kunnen bieden, zekerheid, het behoren bij een functionerend geheel en daarnaast wel degelijk ook een mate van discipline, een mate van plichtsbewustzijn, een mate van begrip voor taakvervulling.

Als dat voldoende is dan wil ik alleen nog een paar opmerkingen kwijt. We hebben in feite gesproken over alternatieve samenlevingsvormen zo even en het zal u opgevallen zijn dat ik daarbij geen keuze heb willen maken. Ik heb mijn redenen daarvoor.

Ik vind overal, waar ik ook kijk, werkelijke saamhorigheid en dan blijkt deze niet afhankelijk te zijn van geslacht, niet van kerkelijke goedkeuring, sociale status. Het is er of het is er niet. Heel vaak blijkt zelfs dat deze saamhorigheid op een ander vlak ligt, op een ander niveau dan het seksuele dat nog vaak als de kern van de gezinssamenleving werd beschouwd.

Het is duidelijk, in een maatschappij als de uwe zullen de samenlevingsvormen evolueren, veranderen. Die samenlevingsvormen op zichzelf zijn niet belangrijk, het gaat om de betekenis die ze bezitten en zolang die betekenis is gelegen in werkelijke aanvaarding, werkelijke liefde, werkelijke geborgenheid voor alle vruchten die daarin ontstaan, dan zult u van mij geen verzet horen. Ik heb ook niets tegen de verschillende vormen van onderwijs al heb ik persoonlijk een lichte voorkeur voor het Montessori-systeem waarbij de leerling de kans krijgt om taken af te werken en dus veel gemakkelijker zijn eigen werktempo kan bepalen, maar gelijktijdig ook, op grond van zijn eigen bekwaamheid, een kortere tijd kan besteden aan die vakken die gemakkelijk worden geleerd en dus meer tijd voor die vakken waar men moeite mee heeft. Maar ik zeg: Dit is op zichzelf niet zo belangrijk, wanneer de school maar niet probeert de invloed van het gezin te vervangen. Wanneer ze zich bewust blijft van haar eigen taak, het geven van de kennis die de jonge mensen nodig hebben om zich binnen die wereld redelijk te kunnen bewegen. Het geestelijke element, dat in dit alles meespeelt, is zo belangrijk dat de meeste mensen er niet eens besef van hebben.

Wanneer je leert wat werkelijke liefde, werkelijke saamhorigheid, werkelijke naastenliefde is, wanneer je leert begrijpen dat verdraagzaamheid een noodzaak is, maar dat ze niet betekent dat je tegenover jezelf onbeperkt tolerant kunt zijn, dan kom je er.

Het doel van de mens is geestelijke bewustwording. Het leven op aarde gaat voorbij, het ik blijft voortbestaan. Dat ik zal verder moeten leven met al datgene wat het hier gevonden heeft aan geestelijke waarheid. Laten we dan die geestelijke elementen toch iets sterker maken in de wereld en laten we proberen om de al te materialistische benaderingen van deze tijd en de al te idealistische benaderingen van het leven een beetje terzijde te schuiven voor een meer op de feiten gebaseerd zichzelf uiten in de wereld volgens het besef dat men van zichzelf weet te winnen.