Ontgoocheling na de overgang

image_pdf

16 januari 1987

Aan het begin van de bijeenkomst wil ik u erop wijzen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn, maar dat het onderwerp in kwestie toch wel tot onze specialiteiten behoort. Denkt u a.u.b. verder zelf na. Na de pauze krijgt u alle gelegenheid om vragen te stellen. Bij voorkeur schriftelijk maar als het niet anders kan mag mondeling ook. Het onderwerp zelf: u hebt het al gehoord, waarschijnlijk, dat is dus: teleurstelling na de overgang. Dat is niet iets wat speciaal voor de dames bestemd is. Het is eigenlijk meer een poging om duidelijk te maken wat in en na het stervensproces anders gaat dan je pleegt te denken.

Wanneer je sterft, onverschillig of dat nu na een lang ziekbed is, of dat het tamelijk plotseling komt, het eerste wat je treft is het wegvallen van allerhande signalen van buitenaf. Je wordt dus geïsoleerd. Voor heel veel mensen is dat het gevoel of je eigenlijk in een soort nauwe koker stort, en daarin is niets. De geest echter blijft volledig bewust, maar kan nog niet het bewustzijn dat uit de stof komt onmiddellijk absorberen. Daardoor is er een periode waarin – zullen we zeggen – waanvoorstellingen of droombeelden ook nog een belangrijke rol kunnen spelen. De tijd die deze vlucht door het donker duurt loopt uiteen, van ongeveer 1 1/2 uur tot maximaal ongeveer 3 1/2 dag. In deze periode krijg je heel vaak een herbeleven van je eigen bestaan, althans belangrijke fragmenten daarvan. Maar vóór je is het volledig bewustzijn aanwezig. In het begin ziet dat er meestal uit als een heel klein vlekje, maar omdat het steeds dichter bij je eigen bewustzijn komt – de versmelting komt naderbij – krijgt men het gevoel dat men naar een verlicht vlak toevliegt.

Angst hiervoor zou eventueel kunnen betekenen dat men zich terugtrekt in een astraal voertuig. Dan leeft men in een wereld waarin eigenlijk alleen allerhande projecties en gedachtebeelden een rol spelen. Dat is natuurlijk nooit prettig. Kom je eenmaal in dat licht, dan besef je plotseling wat je werkelijk bent en wat je werkelijk bent geweest en wat je werkelijk hebt gedaan. En dit is het ogenblik, waarop een volgende teleurstelling mogelijk is. Ik zeg: “een volgende” omdat heel veel mensen het idee hebben dat ze onmiddellijk na hun dood zullen worden opgewacht, hetzij door alle treurend te boven gekomen familieleden, hetzij door allerhande klapwiekende engelen, of misschien ook door met cocktailvorkjes klaarstaande demonen. Die zijn er dus niet.

Als je door het licht heen komt, sta je ineens voor het feit dat je ofwel jezelf moet isoleren, of moet toelaten dat iedereen je hele innerlijke wereld inclusief je droombeelden, tijdens die, zeg maar die stort door die tunnel heen, kan aflezen. Heel veel mensen hebben echter een bepaalde voorstelling van hun eigen persona en willen niet toegeven dat ze anders zijn. Hierdoor sluiten ze zich af, maar ze sluiten zich dan ook af voor alle contacten van buitenaf, wij noemen dit vaak Schaduwland, Nevelland, soms duistere sfeer. Wanneer je in die toestand terecht komt, zijn er wel entiteiten die contact met jou zoeken, maar jij wilt het contact niet aanvaarden, want dan moet je je totale persoonlijkheid als het ware prijsgeven. Heel veel persoonlijkheden voelen zich daardoor achtervolgd en blijven dus eigenlijk een hele tijd bezig met zich terugtrekken, terwijl ze het gevoel hebben dat ergens duivels en demonen hen achtervolgen.

Dat is ook iets waar de meesten niet op rekenen. Ze denken: nou ja, goed, (vooral in deze dagen) als ik naar de hel ga heb ik het tenminste warm. Of: als ik in de hemel kom, dan kunnen we tenminste weer eens gezellig een jamsession hebben, met alle andere engelen op de bazuin, met harp begeleiding. Maar die dingen zijn er dus niet. Dan voelt men zich verlaten, terwijl men het niet is. Het kan ook zijn, dat is een ander geval, dat je bezig blijft met de situatie waarin je je bevond tijdens de overgang. Dat zien we vooral optreden wanneer er sprake is van een plotselinge dood en een sterke emotionele situatie, bijv. soldaten tijdens een aanval (of terugtocht natuurlijk), mensen in een concentratiekamp overladen door haat, die dan eigenlijk steeds weer diezelfde beelden blijven repeteren. Ze bevinden zich dan heel vaak voor hun eigen gevoel in een nachtelijk landschap en proberen wel een weg te vinden. En ze zien hier en daar een lichtje, misschien denken ze dat het vijanden zijn, misschien gaan ze erachteraan, maar het zijn dwaallichtjes. En dat is ook heel begrijpelijk, want die contacten worden wel aangeduid, maar je moet ze ook kunnen accepteren, met een erkenning van de totale persoonlijkheid. Iemand die gebonden blijft, juist aan die laatste momenten, die is niet in staat om dat op te brengen. Hier krijg je dan vaak een hele lange dwaaltocht. Ik weet bijvoorbeeld dat concentratiekampslachtoffers nog in de zeventiger jaren zijn geholpen van onze kant uit, dat wij daar contact mee hebben gekregen. Misschien zijn er nog meer, ik denk het niet, maar misschien.

Op het ogenblik hebben we datzelfde met mensen die overleden zijn in Zuid-Afrika, Zuid-Amerikaanse staten, Iran bijvoorbeeld, dat soort dingen. Dan denkt men verder heel vaak: ja, maar ik heb een goed contact met een geest en die zal dan klaarstaan om me te ontvangen. Ja, zodra jij klaar staat om de gehele persoonlijkheid te doen kennen. Dan is zo’n geest ook meestal een ander dan je had gedacht. Ik weet een heel aardig geval wat tamelijk recent is: iemand dacht aan een entiteit die hier nogal eens doorkomt en de reputatie heeft een grappenmaker te zijn. Maar de persoon bleef gelijktijdig denken aan zichzelf. Dus de relatie was er één van: contact tijdens een seance, verbaal, en nu omgezet in een persoonlijk contact. Maar dat is niet mogelijk.

Bovendien is deze spreker iemand die voor zijn eigen amusement doorkomt, dat komt ook voor.  Het is niet alleen voor u hoor, wij hebben er vaak ook wat aan. Het is een tamelijk grote en lichtende persoonlijkheid, en die werd eenvoudig niet geaccepteerd. Nee, er werd gezocht naar een heel andere figuur: de figuur die door kwam. Maar dat is maar een heel klein deeltje van de werkelijke persoonlijkheid die geestelijk bestaat. Dat was dus ook een teleurstelling.

Ik heb andere teleurstellingen meegemaakt, van iemand die zichzelf niet helemaal kon aanvaarden, en die aan de andere kant wel sterk gelovig was. Die dacht in de hemel te komen. Dat ging dus niet door. Daarna vroeg ze zich af waar ze zich dan wel zou bevinden. In ieder geval: op een gegeven ogenblik zocht ze een rustplaats, en toen ze rust zocht zag ze een groene weide, een aantal bomen. En die bomen waren schitterend, bloesems en alles. Ze dacht: nou, daar lig ik lekker. En ze ging daar zitten. Toen zag ze iemand aankomen, maar die deinsde terug. Ze was namelijk niet contactbereid. En als je dat nou in een beeld wilt omzetten: (het is alleen maar een beeld) die bloesems voor haar, waren voor anderen afweer, als de giftige slangen op een Medusakop. Dat was een signaal: hier geen contact. De persoon heeft daarna, dat mag ik er wel bij zeggen, een soort tochtje gemaakt door zichzelf, uiteindelijk zichzelf geaccepteerd, en bevindt zich op het ogenblik ook in zeer prettige en lichtende sferen. Maar ik kan me toch wel voorstellen dat dat eerste gebeuren na de dood eigenlijk een grote teleurstelling voor haar was.

Wat is bepalend hierbij? Wel, u hebt allemaal een voorstelling van wat u bent en wat u niet bent. Maar u bent niet alleen datgene wat u naar buiten toe toont en wat u uzelf misschien aan uiterlijkheden oplegt. U bent ook diezelfde persoon die in uzelf spookt, ook als u de dromen steeds weer opzij drukt en de gedachte verwerpt met een foei, of bah, of hoe kom ik daaraan.

Om te aanvaarden wat je werkelijk bent, is betrekkelijk moeilijk. Wanneer je kort na de overgang je eerste droom doormaakt, dan zijn dit juist die onderdrukte factoren. Je zou kunnen zeggen: kort na de overgang breekt het onderbewuste dominerend los. En dat dan te aanvaarden als een deel van jezelf is dan erg moeilijk. Het voert tot allerhande conflicten, een verwerping soms van al wat je ziet, soms een gevoel van veroordeeld zijn. Dat zult u ook zelf meemaken – u hoeft geen haast te maken voor mij – en u dan heel verbaasd afvragen: ben ik dan zo geweest? Ja, dat bent u. Accepteert u dat, dan is over het algemeen ook de ontplooiing, wanneer u eenmaal weer licht, dus bewustzijn rond u aanvaart, aangenaam, prettig. Als u echter probeert om die dingen opzij te blijven drukken, te blijven verwerpen, dan komt u in een situatie terecht waarbij u iedereen en alles verwerpt. Kijk, je kunt wel tot God bidden in zo’n situatie, maar God is waarheid, en waarheid kan zich niet in de leugen herkennen en omgekeerd. Pas wanneer de leugen wéét dat ze leugen is, kan ze deel zijn van de waarheid. Dat betekent ook voor heel veel personen een grote moeilijkheid. Ik denk dat een groot gedeelte van die moeilijkheden eigenlijk herleid kunnen worden tot allerhande aardse situaties. Bijvoorbeeld: conditionering van de maatschappij, van de kerk, van het onderwijs en zeker ook in het gezin. Die conditioneringen brengen je er toe bepaalde delen van je eigen ik eenvoudig te onderdrukken. In enkele gevallen ontstaat er dan toch een soort tweede persoonlijkheid, die zo nu en dan uitbarst. Zoiets als: kwezelke wil de ge dansen? Maar meestal blijft dat sub rosa. Je kunt in jezelf wel hele mooie dromen koesteren, over alles wat je voor anderen wilt zijn, maar als je het niet tot uiting kunt brengen, blijft het een droom. En omdat die droom niet uitgevoerd wordt, veroordeel je jezelf in feite omdat je er niets mee hebt gedaan. Dat is een hele grote moeilijkheid, die, dacht ik, ook al tijdens het aardse leven van belang kan zijn.

Natuurlijk zijn er problemen die voor de mens op aarde meer sprekend zijn. Bijvoorbeeld een zelfmoord. Met zelfmoordenaars zit iedereen erg in zijn maag. Maar wat is de zelfmoord? Het is een bewuste beëindiging van je leven. Waarom? Heb je dat gedaan omdat het leven voor jezelf niet meer te dragen was, dan zul je je moeten realiseren wat er nog aan inhoud in zat. Zonder dat kun je niet verder. Doe je het alleen omdat je anderen wilt ontlasten van de moeilijkheden, die je door je situatie, je toestand, je persoonlijkheid voor hen betekent, dan ligt het heel anders. Dan zie je in de eerste plaats wat je bereikt hebt. Valt ook wel een keer tegen, kan soms zelfs een teleurstelling zijn, maar in de meeste gevallen ben je daardoor tenminste in staat om je contact met een geestelijke wereld te accepteren.

Dan zeggen ze: ja, maar iemand die zelfmoord pleegt, blijft aardgebonden. Ik weet dat niet, hoor. Zo’n spook in cadeauverpakking vind ik over het algemeen een belachelijk iets. Het is natuurlijk mogelijk dat zo iemand astraal aanwezig blijft, wanneer hij weg vlucht voor zichzelf. Ik heb u die situatie al geschetst. Maar in heel veel gevallen is het eigenlijk zo dat de persoon helemaal niet aardgebonden behoeft te zijn. Alleen wanneer er op aarde een specifiek doel is, of dat nu goedmaken is of wraak nemen of wat anders, dan kan daardoor de binding ontstaan. Wanneer je dat dan probeert uit te leven, word je ook met duizend-en-één teleurstellingen geconfronteerd. Je neemt bij wijze van spreken wraak door iemand een verkeerde influistering te doen. En in plaats dat de dollar verder zakt gaat hij stijgen. En dan zit je weer met dié ellende: dan heb ik toch per ongeluk goed gedaan ook. Een dergelijke geest past eigenlijk helemaal in Goethe’s Faust: Der Geist, der stets verneint und doch das Gute schafft. U herinnert het zich misschien.

En anderen: ja, die zijn weer een klein beetje aan het twijfelen: droom ik nu of ben ik wakker, leef ik nu of ben ik eigenlijk dood, wat is dit? Dat zijn weer de Hamletfiguren. Weet u wel: To be or not to be? En als ze dan later de rest van hun knoken zien: poor York. Dus wat dat betreft zou je kunnen zeggen: er zijn ook heel wat pseudo dramatische ontwikkelingen, die echter voortkomen uit een ontkenning van feiten. En die ontkenning van feiten komt niet zoveel voor als je zou denken. Wij krijgen bijvoorbeeld ook heel wat entiteiten over uit de Sovjet-Unie en zo. Daar zijn er een hele hoop bij die niet geloven in God en in een voortbestaan, want dat is hen altijd bijgebracht. Als je ziet hoe gauw ze openbloeien als ze ontdekken dat ze over de grote muur zijn gesprongen, dan zou je je werkelijk verbazen. Natuurlijk, wanneer ze dan aan een hemel denken, is het een hemel met balalaika’s in plaats van met harpen, dat is waar. Maar goed, je komt dus in een geestelijke wereld terecht, uiteindelijk.

In die geestelijke wereld heb je ook een neiging om alles te vertalen in stoffelijke termen. Vergeet niet, dat je referentiekader zo lang geconcentreerd is geweest op aardse beelden, aardse associaties en termen, dat je niet zonder meer in staat bent om die poging alles daartoe te herleiden van je af te zetten. Iemand die werkelijk in een hemel heeft geloofd en die het proces doorlopende hebbende in contact komt met anderen, interpreteert dat als een hemel. Die zit daar misschien op een logeplaats, of ergens in de stalles, of wat mij betreft in de engelenbak, een groot theater waar God zich openbaart, en altijd maar hallelujah zingend totdat hij op een gegeven ogenblik denkt: God, is dat zelfde deuntje nou weer aan de gang? En dan kijkt hij nog een keer en dan is God ineens wazig geworden, en wat naast hem zit verandert van vorm en dan denkt hij: mijn hemel, zit ik misschien in de hel? En dan is het een hele teleurstelling dat er geen eeuwige zaligheid op die manier bestaat. Dat ook dergelijke belevingen uiteindelijk voeren tot een ‘spleen’, een verveling, waar je eigenlijk van terugschrikt.

Anderen denken weer dat ze in een Zomerland leven. U kent dat, Zomerland: ik heb tijdens mijn leven al een huisje gebouwd en daar bloeien wilde rozen. Ja, ja. Alleen: het huisje bestaat niet echt, de wilde rozen zijn je eigen fantasie en het landschap waarin het ligt, is uiteindelijk ook maar een interpretatie. Wanneer iemand de bergen in trekt, – en die heb je in Zomerland, het zijn schitterende bergen – dan komt hij op een gegeven ogenblik op een punt dat hij zegt: ja, nou loop ik verder omhoog, maar er is geen berg meer. Dan moet hij zich realiseren: al wat je daar als een soort eldorado hebt beleefd, bestaat niet eens echt. En een deel van de persoonlijkheden die je er meende te ontmoeten zijn er ook niet echt. Dan blijven er een paar contactpunten over die werkelijk voor jou betekenis hebben en dan moet je daarmee verder, maar er is geen vorm meer. En dan moet je weer helemaal leren om alles opnieuw te interpreteren.

Voor degenen die uit dat Zomerland verder gaan, is het soms een vreugdige beleving, omdat ze weten dat ze verder moeten. Maar er zijn er ook die denken: hier kan ik voortaan de eeuwigheid heerlijk doorsoesen, en als ze dan wakker worden, ontdekken ze dat hun soesen geen moorkoppen zijn, ja, dat ze zelfs geen gebak zijn, maar alleen een lastige sluimering, die je als een steekvlieg voortdurend doet ontwaken tot de werkelijkheid, die je liever niet ziet. Dat zijn natuurlijk dingen die dan ook weer wat pijnlijk zijn. Ik wil u niet zeggen dat sterven altijd een teleurstelling is. Het ligt aan uzelf, maar teleurstellingen na de overgang komen in zeer grote mate voor. Zeker omdat men vaak contacten heeft kort voor de overgang. Dat komt voornamelijk voor bij mensen die ofwel geestelijk nogal bewust zijn, of bepaalde gaven hebben, dan wel personen die een wat langer stervensproces doormaken, die dus nog niet comateus zijn.

In dergelijke gevallen zie je soms je geliefde, je vader, je moeder, je vrouw, je kind, je man, ze staan er ineens naast je, ze spreken met je, ze zeggen dat het allemaal goed komt, en je voelt je zo heerlijk en zo blij dat je met een stralende lach over zou gaan. Maar zodra je overgaat, zit je aan dat proces vast dat ik u omschreven heb. De contacten blijken niet een continu contact te zijn, omdat je eerst zelf moet veranderen. Bepaalde dingen blijven je soms bij omdat juist kort voor het breken van het gouden koord, – dat gebeurt al wanneer de patiënt comateus is en de ademhalings- en hartfuncties opgehouden hebben – men je heel vaak nog kan zeggen: ja, nu moet je even door een duistere periode heen, je moet wat rusten, wat beseffen, en als je eruit komt, dan zijn we er weer. Dan word je wel begeleid, maar je weet het niet. Op die manier kom je eigenlijk bij die overgang duizend en een verschillende dingen tegen.

Iemand wordt afgehaald, dat gebeurt praktisch altijd, soms door geïnteresseerden, en in enkele gevallen ook door, wat zullen we zeggen, de geestelijke sociale dienst. Als je niks anders hebt, niet waar, dan is dat er nog. Maar zo iemand komt je alleen helpen bij het stervensproces, daarna sta je op jezelf. En dat is iets wat de meeste mensen uit het oog verliezen. Sterven is niet alleen maar een lichaam achterlaten. Sterven is terecht komen in een wereld, waarin je eerst weer moet leren zien en horen en spreken, en je bewegen, en al die dingen meer. Vergelijkend natuurlijk. Zoals een kind dat op de wereld komt, eigenlijk hulpeloos is en machteloos en alleen gevoelens van welbehagen en onbehagen kent, zo begin je na de dood een periode waarin datzelfde ook voor jou speelt. Zoals er in een kind vaak incarnatieherinneringen aanwezig zijn, die dan in die periode op een of andere manier een rol spelen, zo zijn er bij u wel herinneringen aan het stoffelijk bestaan aanwezig, maar er is nog geen mogelijkheid om er wat mee te doen. Alleen duurt het bij u geen maanden, voordat u de omgeving kunt gaan beseffen. Vaak is het een kwestie van uren, een enkele keer van minuten.

Men denkt ook heel vaak: ja, wij hebben zo braaf geleefd, nu zullen we onze beloning krijgen. Nu, ik moet zeggen, dat er een beloning is uitgeloofd om degene te vinden, die de beloning die hij verwachtte, inderdaad gekregen heeft. De mensheid bestaat nu toch al meer dan honderdduizenden jaren alles bij elkaar geteld, maar er is er nog geen één gevonden. U doet dingen waarvan u zegt: ze zijn goed, of: ze zijn kwaad. Niet omdat u ze voelt als goed en kwaad, maar omdat u geleerd heeft: dat is kwaad. Dat heeft misschien z’n reden in de menselijke samenleving, maar goed en kwaad zijn heel andere dingen. Je komt in situaties terecht, waarbij je denkt, bijv.: oh, wat is het toch goed, wat ben ik toch nederig. Maar als je dat denkt, ben je trots. Je uit het wel niet, maar je bént het. Dan is die nederigheid dus in feite een fout geworden, in plaats van een deugd, als je begrijpt wat ik bedoel. Zo zijn er mensen, die zeggen: ja, maar ik heb toch regelmatig gebeden! Ja goed, sommige mensen zijn verslaafd aan drinken, roken en andere dingen. Maar formules opdreunen? Zinloos. Ik heb iemand meegemaakt, die was heel erg teleurgesteld. Die had gedacht dat de heilige maagd hem wel zou afhalen. Die had zijn hele leven, van vierjarige leeftijd af, elke dag ’s avonds voor het naar bed gaan een rozenhoedje gebeden. Het enige wat die man daarvan heeft overgehouden, is een geestelijk spraakgebrek. Kijk, als hij dat nou oprecht had gemeend en het niet had gezien als een soort koopmiddel, zo van: storten op de giro om het later bij de heilige maagd af te halen, dan was het waarschijnlijk anders geweest. Want het wonderlijke is dat echte vroomheid, die consequent is, over het algemeen wel beloond wordt. In die zin, dat je daardoor inderdaad contacten hebt gemaakt, relaties hebt gemaakt met je eigen wereld en met de andere wereld, die je dan na de overgangsperiode ervaart.

Maar dergelijke dingen zijn gewoon zinloos. Kijk, wat heb je eraan als de mensen elke dag naar de kerk gaan. Er zijn nog van die kerkse groepen die dat dan doen. Je hebt de katholieken, die hebben eelt op hun knieën en eelt op hun hart, vanwege het kerken. Je hebt ook mensen die dat gereformeerd doen, die hebben over het algemeen meer eelt op het zitvlak dan op het verstand. Excuseert u mij, u bent natuurlijk uitgesloten, onverschillig welke denominatie om het zo te zeggen. Het is misschien een beetje wreed om het zo te zeggen. Maar iemand die werkelijk vroom is, is heel vaak, stoffelijk gezien, iemand die weigert om te denken. En toch is denken het belangrijkste wat je als mens hebt meegekregen. Het is de belangrijkste functie van de mens: denken. Beseffen, weten, waarnemen, conclusies trekken. Als je dat op een bepaald gebied niet doet, moet je het later inhalen.

Kan een hele teleurstelling zijn, natuurlijk, als je er achter komt dat alle heiligen, die je hebt aangeroepen en vereerd, niet eens bestaan. Of wanneer ze bestaan: eigenlijk heel doodgewone geesten zijn, die verder ook niet veel in de melk te brokkelen hebben. En die je dus niet even kunnen introduceren, zodat je bij de Heer Zelf naar binnen kunt. Ja, neem me niet kwalijk dat ik het zeg, maar dat is inderdaad waar. Er zijn mensen die denken: ja, wij komen op het wiel van de reïncarnatie. Nou ja, je kunt reïncarneren, natuurlijk. Als je het geestelijk niet kunt redden, ga je naar de aarde toe en je wordt mens. Laat ik het zo zeggen: reïncarnatie is ongeveer hetzelfde als wat voor lieden die niet deugden, in voorname families, vroeger Nederlands-Indië was.

Je komt niet op een wiel terecht, waarbij je allerhande kwellingen doorloopt en daarna nog eventjes een hemeltje mag proeven om dan bom, weer in een lichaam geschoten te worden, waarin je dan lotsbewust moet verder draven. Het is eerder een kwestie van bewustzijn. Wanneer je incarneert, is je bewustzijn een belangrijke factor en daardoor neem je ook een aantal factoren uit vroegere levens met je mee. Het is een hele teleurstelling natuurlijk, als je dacht: nou ja, ik zit nu in de molen, dus het komt wel voor elkaar, wanneer je ontdekt dat reïncarnatie iets is, waarbij je bij jezelf de beslissing moet nemen. Er is niemand die zegt: je móét. Alleen word je duidelijk: hé, het kàn. En dan is de vraag: wil ik wel, wil ik niet, wat wil ik wel en wat wil ik niet?

Weglopers heb je natuurlijk ook op dit terrein. Zodra ze denken: het kan, dan zeggen ze: oh God, daar zijn er een paar bezig: wegwezen. Later beklagen ze zich erover dat ze zo’n slecht lot hebben getrokken. Dat is ook heel begrijpelijk, want ze hebben zich niet afgevraagd: wat wil ik? Op die manier krijg je dus ook nogal wat teleurstellingen. Heus, het leven na de overgang is niet een leven van alleen maar halleluja en zaligheid, of alleen maar voortdurend lijden en boetvaardigheid. Het leven na de dood is een leven dat anders is dan het stoffelijke. Maar het is gelijktijdig een leven waarin vele dingen toch ook op jezelf aankomen, meer nog zelfs dan op  aarde het geval was. Er zijn bij ons misschien instanties, – ik heb het daarnet al gehad over onze sociale dienst, afhaaldienst, er is een soort ministerie van onderwijs: als u onderricht wilt hebben kunt u delen in de gedachte van entiteiten die al wat verder zijn -, maar er is geen uitkering wanneer je niets doet. Er is geen mogelijkheid om een ander je rommel op te laten ruimen. Er is geen mogelijkheid om een ander de schuld te geven. Je bent voor alles zelf aansprakelijk. Je bepaalt het zelf. En ja, dat kan nog wel eens conflicten veroorzaken. Ik hoop dat ik u hiermee een klein beetje een beeld hebt geschetst van al die teleurstellingsmogelijkheden die er zijn. U hebt het nu gehoord, dus laten we het beste aannemen: u zult zo stom wel niet zijn. Vraagtekens erachter. Want de beste voornemens die kunnen wel in de plotselinge verandering helemaal vergeten worden.

U hebt in ieder geval veel mogelijkheden, wanneer u beseft dat teleurstellingen na de overgang onvermijdelijk zijn op het ogenblik dat je je vaste voorstellingen en beelden hebt gemaakt, zult u misschien wat minder geneigd zijn om een vast beeld van het hiernamaals op te bouwen. Wanneer u beseft dat de krachten die u op aarde aanroept, misschien helemaal niet bestaan of wel bestaan, maar heel anders zijn, dan zult u ook niet zozeer verwachten dat dingen die u op aarde al hebt overlegd, later zullen gebeuren. Het belangrijkste is misschien wel dat u begrijpt dat het stervensproces een bewustzijnsverandering is en dat daarbij het veranderen van de lichamelijke mogelijkheden en het eindresultaat: het niet meer in staat zijn stoffelijk enigerlei contact te maken, dat vanzelf allerhande ervaringen met zich meebrengt, die je op zijn minst genomen verwarrend zult vinden.

En nu wil ik een paar vragen van tevoren wegnemen, als u het mij niet kwalijk neemt. Er zou gevraagd kunnen worden: ja, maar het komt toch vaak voor dat iemand bij zijn eigen begrafenis komt? Het is inderdaad waar, er is zelfs een geval geweest waarbij het goed was dat de overledene dood was, want toen die hoorde wat voor goeds ze over hem wisten te zeggen, had hij zich bijna dood gelachen. Dit is altijd het astraal. Het “ik” kan zich tijdelijk of blijvend in dat astraal terug projecteren, zolang het bestaat. De vervalperiode van een astraal lichaam is mede een beetje gerelateerd aan de leeftijd, de intensiteit van de ik-voorstelling, maar heeft een houdbaarheid die vaak maanden, soms wel eens jaren is. Zolang het bestaat, kun je er gebruik van maken. Denkt u maar aan de Ba van de Egyptenaren, dat was ook iets dergelijks. Dergelijke dingen kunnen voorkomen, wanneer iemand geïnteresseerd is. Het betekent niet dat zo iemand aardgebonden is. Het betekent ook niet dat hij al volledig bewust is in de sferen. Het betekent alleen dat zo iemand, door zijn eigen belangstelling misschien, de mogelijkheid heeft om iets gade te slaan en eventueel om zich te vertonen.

Dan wil ik u verder op een ander punt wijzen: men zegt: ja, maar hoe komt het dan dat de overledenen zich zo vaak vertonen, en dan bedoelt men vaak dromen of helderziende waarnemingen. Bijvoorbeeld: ja, mijn moeder was toch over de negentig en ze vertoonde zich aan mij zoals ik haar in mijn jeugd heb gekend. Oh, wacht even: ze heeft in u een beeld gewekt van haar persoonlijkheid en eventueel geprojecteerd, zodat een helderziende het kon waarnemen. Hierbij speelt uw eigen herinnering een hele grote rol en veel minder de werkelijke vorm of verschijning van de overgegane. Dan zegt men: ja, dat is een slecht mens geweest, dus, die zal wel alle kwellingen moeten doorstaan. Hoe wilt u oordelen? U weet niet wat goed en wat slecht is. U weet alleen wat voor u aanvaardbaar of onaanvaardbaar is. Maar hoe heeft die mens geleefd? Hoe heeft hij zijn eigen leven doorgemaakt? Wat zijn de dingen die die persoon gedreven hebben, wat was zijn gedachtewereld? Dàt is bepalend.

Dan maakt het niet uit of je Hitler bent, of Churchill, of Roosevelt of iemand anders, want wat dat betreft is iedereen er gelijk aan toe. Er heeft eens iemand bij ons gezegd: de grootste teleurstellingen hebben vele pausen, want als ze eenmaal dood zijn, ontdekken ze dat de sleutel niet past. Ik geloof dat je daar heel vaak mee geconfronteerd wordt, ofschoon vele pausen minder gelovig zijn dan ze hun gelovigen doen geloven. Dergelijke figuren en persoonlijkheden kun je niet beoordelen alleen aan de hand van de uiterlijke situaties, ook wanneer ze rampzalige dingen tot stand hebben gebracht. Het is wat ze zelf wilden, wat ze dachten, wat hun wereldbeeld was, dat veel bepalender is dan alles wat u er over denkt.

En dan een laatste punt. Ze zeggen vaak: ja, moeten we die overgeganen dan maar vergeten of moeten we ze regelmatig herdenken? Ook die vraag wil ik nog voor u wegnemen. Dan gaan we pauzeren en dan kunt u werkelijk aan het woord komen. Wanneer je denkt aan iemand, dan stuur je als het ware een beeld uit. Voor iemand, die ontdekt heeft dat hij eigenlijk veel minder goed was dan hij dacht te zijn, is juist die genegenheid vaak een enorme steun. Je hebt dus toch ook wat goeds betekend, het maakt iemand bewuster van zijn positieve kanten. Maar als je zegt: ach, was je maar hier, dan krijg je ongeveer de reactie van: iemand die ernstig bezig is met een berekening en dan komt er ineens iemand binnen en die zegt: Drink nu eerst een kopje thee met me. Dus dat kan storend zijn. Verlang degenen die zijn overgegaan niet terug, anders bent u voor hen een storende invloed, want zij moeten eerst in hun eigen wereld weer leren zich te bewegen, waar te nemen. Uitwisseling van, zeg maar gedachten weer mogelijk te maken. Ook wanneer ze met u wel een contact op kunnen nemen, is het voor hen vaak schadelijk om dat te doen. Is het voor hen niet schadelijk, dan doen ze het ook wel zonder dat u er om vraagt.

Dus: gedenk degenen die heengaan in genegenheid. Respecteer ze voor hetgeen ze voor u betekend hebben, maar laat ze hun eigen weg gaan. Want na de dood moet je vele verschillende perioden van verandering doorstaan. Je moet helemaal leren wat het is om jezelf te zijn als een geheel en niet alleen maar als een kleine projectie in een menselijk lichaam. Geef ze die mogelijkheid. Maar geef ze ook uw genegenheid, opdat ze weten dat ze in dat leven iets bereikt hebben wat geestelijk zeer waardevol is. Want het meest waardevolle wat je kunt krijgen als geest is dankbaarheid en genegenheid. En daarmee heb ik mijn inleiding afgesloten. Zoals de meeste inleidingen: ja, het omvat vele dingen, je probeert zoveel mogelijk alle punten even te beroeren en wat al te moeilijk is, probeer je over te slaan, ook dat, want ook zijn we soms gemakzuchtig. Nu bent u dadelijk aan de beurt. U weet nu waarover we het hebben, neem ik aan. Als u daar dingen over wilt vragen, schrijft u ze in de pauze op, of overleg althans in uzelf wat u zult gaan vragen, dan zullen we na de pauze zien hoe interessant deze avond en dit onderwerp in feite voor u kan zijn. Voorlopig dank ik u voor uw aandacht en wens ik u een aangename pauze toe.

Vragen

  • Hoe denkt u over stervensbegeleiding, en hoe kun je iemand het beste begeleiden?

Ik geloof dat het voor een hoop mensen wel goed zou zijn. Er zijn een paar dingen die wel belangrijk zijn. In de eerste plaats: blijf erbij. Dus denk niet: nu, zo iemand ligt nu toch in coma, ik ga even een kopje thee drinken of zo. In de tweede plaats: wanneer je met iemand te maken hebt en je weet: die staat op het punt om te vertrekken, praat dan alstublieft niet over allerhande problemen. Praat over de prettige dingen of de goede dingen, die je hebt gehad. Laat zo iemand weggaan met de herinneringen aan het goede in het leven. Dat is een grote hulp als iemand eenmaal daar in het duister naar het Licht toe valt. En ten laatste: wanneer iemand overgaat is dat natuurlijk een verlies, dat weet ik, maar wordt niet wanhopig, of zo. Probeer aan zo iemand te denken met genegenheid, maar ook te aanvaarden dat hij zijn eigen weg verder moet gaan. Als je dat doet, dan heb je het beste gedaan wat je kunt voor iemand die sterven moet.

  • Hoe moet je met het lichaam omgaan, met het afleggen, zonder de overgegane te erg te kwetsen?

Ja, beetje moeilijk. Kijk, als iemand weet dat hij dood is, maakt het niet uit wat je doet. Wanneer iemand het niet weet, kun je hem misschien wel ergeren er mee, maar je confronteert hem gelijktijdig met de feiten. Ik zou zeggen probeer, wat afleggen en zo betreft, er voor te zorgen dat die dode er in de ogen van anderen zo goed mogelijk uit ziet. Dat is niet zozeer belangrijk voor de overgegane – ik zie er nog goed uit – maar wel voor degenen die er komen, die dan eigenlijk getroffen worden door de figuur die daar nog ligt. Ik geloof dat dat het voornaamste is in dit opzicht.

Ik wil er meteen bij zeggen, voor het geval we die vraag niet krijgen; ze zeggen ook wel eens: mogen we dan ook de losse onderdelen voor hergebruik beschikbaar stellen? Ik zou zeggen: dat kan nooit kwaad, omdat je daarmee uiteindelijk de overgegane van niets berooft, hoogstens bewuster maakt van het feit dat hij dood is. Dat hij dus zijn nieuwe toestand moet accepteren. En daarnaast zou ik zeggen: door anderen op die manier te helpen, geef je toch ook weer een zekere voldoening, want er is dan een dankbaarheid voor wat er gebeurt, zeker als het slaagt. En die dankbaarheid wordt dan toch ook een klein beetje als een soort troost en vreugde ervaren door degene die is overgegaan.

  • Wat kunnen wij hier op aarde doen om onze overgang acceptabeler te maken?

Ja, het zijn een paar gekke dingen: wees niet bang om dood te gaan. De dood zelf is niet iets waar je voor hoeft te vrezen, het is alleen een verandering. Ik kan begrijpen dat je je zorgen maakt over eventueel lijden en zo, maar heel vaak kun je ook daar wat aan doen.  Door actief bezig te zijn met de dingen die met jou gaan gebeuren vóór dat het zover is. Dat lijkt me wel het beste wat je kunt doen. Voor de rest: maak je geen definitieve voorstellingen. Als je een geloof hebt, lééf dat geloof. Belijdt het niet, bidt het niet, maar beleef het. Maak het waar, elke dag weer. Als je die dingen doet, als je je leven zo leeft, dat je er zelf vrede mee kunt hebben, dan heb je het beste gedaan voor je hiernamaals wat denkbaar is.

  • Is het mogelijk, in karmische verhoudingen, dat familieleden, die vlak na elkaar overgegaan zijn, elkaar helpen of ondersteunen?

Dat geldt niet alleen voor familieleden. Dat geldt voor alle mensen die, hoe dan ook, een binding met elkaar hebben waarbij de binding niet hoofdzakelijk materieel, maar tenminste ook meer geestelijk moet zijn en emotioneel. Het is mogelijk. U stelt daar: een karmische band. Dat is maar betrekkelijk waar natuurlijk. Karma, we hebben het al meer gezegd, is eenvoudig datgene wat je geleerd hebt, waardoor je tot een keuze komt, waarbij de volgende maal fouten vermeden kunnen worden of niet. Dus dat heeft er betrekkelijk weinig mee te maken. De relatie die werkelijk ook spiritueel is, en daarnaast emotioneel, is een binding die blijft bestaan, ook wanneer er een groot verschil ligt in tijd van overlijden. Zelfs wanneer de één geïncarneerd is geweest en de andere nog niet. Die binding blijft bestaan. De mogelijkheid dat je daar hulp van krijgt, is er inderdaad. Ik heb dat al in mijn inleiding aangestipt. Maar u moet niet denken dat de ander in staat is tot u door te dringen wanneer u zelf die ander hoe dan ook, of waarom dan ook, afwijst. Het is dus alleen wanneer u openstaat voor hulp en beïnvloeding dat u hulp en beïnvloeding kunt krijgen van degenen die met u verbonden zijn, hoe dan ook.

  • Heeft iemand die zelfmoord heeft gepleegd, het veel moeilijker dan iemand die door een verkeersongeval om het leven is gekomen?

Het ligt er maar aan. Zelfmoord, die begaan wordt in een sfeer van zelfbeklag, is te vergelijken met een verkeersongeval, waarbij men zich ook voortdurend druk maakt, zelfs kort na de overgang nog, over de schuld die de ànder had. Het is heel gek. Iemand die overgaat in een verkeersongeval gedraagt zich eigenlijk of hij aan de politie wil uitleggen dat het zijn schuld niet was. Maar moeilijker? Nee, moeilijker zou je niet kunnen zeggen. Het ligt helemaal aan de persoon zelf. De wijze van sterven maakt eigenlijk veel minder uit dan de mentaliteit, – als je het zo mag noemen -, waarin je je nieuwe toestand aanvaardt. En dat betekent dat er heel veel zelfmoordenaars zijn die het uitstekend gaat. Zelfs beter dan mensen die van zichzelf dachten, dat ze goed en belangrijk waren en die na hun dood ontdekken dat het niet zo is, want die kunnen dat meestal niet verwerken.

Misschien een troost voor u: Als Reagan ophoudt Reagan te zijn, komt hij ook in de drop terecht. Ja, want dan is zijn wereldje pikzwart, hij is geen mister president meer, hij is geen belangrijke figuur meer, maar hij heeft wel een hoop beslissingen genomen die eigenlijk onverantwoordelijk waren, en dat moet hij dan eerst toegeven.

Dus ik hoop dat ik daarmee de vraag beantwoord heb. Zelfmoord kan betekenen dat je na de dood het veel moeilijker hebt, maar dat is zeker niet algemeen. Werkelijke moeilijkheden na zelfmoord gelden maar voor ongeveer 10% van de zelfmoordenaars, en dan meestal omdat hun zelfdoding gelijktijdig protest en zelfbeklag inhield.

  • Wanneer je het vermoeden hebt dat iemand zelfmoord heeft gepleegd, omdat hij hier niet klaar kwam met zijn problemen, kunnen wij dan door extra aandacht helpen?

Iemand die problemen heeft en die door de dood probeert te ontvluchten, wordt door die problemen gedomineerd, en dat wil zeggen dat zijn wereld in de eerste periode na de overgang volledig uit die problemen bestaat. Daar kun je ook niet veel aan doen. De vraag is alleen: is dat werkelijk een doding geweest om aan de problemen te ontkomen of is het misschien een poging geweest om te protesteren tegen de omgeving die, toen het eigenlijk niet meer reversibel was, toch betreurd werd. Want dat is een heel andere situatie. U kunt daar dus nooit met zekerheid iets op zeggen.

  • Als iemand zelfmoord gepleegd heeft voor een ander, in wat voor stadium gaat diegene over?

Nu, meestal in een uitstekend stadium, want hij heeft een groot offer gebracht. Jezus heeft in feite ook zelfmoord gepleegd. Ja, hij is wel door anderen aan het kruis geslagen, maar als we de Bijbel mogen geloven, dan zei hij heel rustig, toen er werd gezegd: “Zijt gij Jezus van Nazareth?” in de Hof van Olijven, hij zei: “Ik ben het”. En wat staat er? En zij vielen allen met het aangezicht ter aarde. Hij had zich om kunnen draaien en weg kunnen lopen, nietwaar? Met andere woorden hij wist dat het zou gebeuren. Hij heeft in feite de situatie zelf geschapen, waarin het kon gebeuren, en al was hij er misschien niet blij mee, hij heeft zijn eigen dood veroorzaakt. Maar waarvoor deed hij het? Voor anderen.

En van hem neemt men heel rustig aan: hij is herrezen uit de doden, hij is ten hemel opgevaren, enzovoort. Maar een ander, die zijn leven offert voor anderen, hoe dan ook, die verkeert toch in dezelfde situatie? Het gaat hier niet meer om zelfdoding, het gaat hier om het feit dat je een ander probeert te helpen. Dan is duidelijk dat zo iemand daardoor eigenlijk een aanvaarding heeft geschapen van zijn nieuwe toestand en gelijktijdig de wil heeft, nog steeds, om te helpen. Dat betekent over het algemeen dat je niet alleen snel in het licht komt, maar dat je zelfs vanuit die lichtende wereld zeer snel actief wordt ten aanzien van anderen die nog op aarde leven.

  • Komen overleden kinderen in contact met hun grootouders?

Tja, als die grootouders die kinderen hebben gekend en die kinderen die grootouders, dan is die mogelijkheid aanwezig. Maar als dat kind zijn grootouders nooit heeft gekend en de grootouders het kind nooit, dan is de kans maar héél klein. Dan zouden ze toevallig zodanig harmonisch moeten zijn met het bewustzijn van dat kind dat die mogelijkheid ontstaat. Daar kun je werkelijk geen zinnig woord over zeggen.

  • Zijn er ook dieren na de overgang?

Ja, ik hoop dat u dat letterlijk bedoelt en niet iemand die de beest heeft uitgehangen. Dieren zijn er inderdaad, ze zijn over het algemeen veel minder lang vormgebonden dan mensen, zodra zij hun nieuwe toestand aanvaarden. Dieren hebben wel de neiging om een langere tijd hun astraal te blijven activeren, zodat uw hondje of uw katje misschien nog jaren later regelmatig op bezoek komt in uw huis. Die mogelijkheid bestaat dus wel. In de sferen kan een dergelijke band voortbestaan en dan is er een contact tussen de geest van het dier en de geest van de mens. Maar het dier zal over het algemeen sneller incarneren en dan is het de vraag of die band gehandhaafd blijft, en zo ja, op welke wijze en met welke intentie.

  • Kunnen dieren ook ontgoocheld worden na de overgang?

Nee, want ze hebben er geen idee van wat het is. Kijk, een dier gaat uit van het standpunt: de toestand van dit ogenblik daar moet ik me in redden. En dan heeft het verder enkele voorstellingen van veiligheid of zekerheid, het heeft daarnaast ongetwijfeld ook gevoelens van vlucht voor gevaar, en die factoren blijven bestaan. Als de dood komt dan heeft het dier het idee: dit is onaangenaam, onaanvaardbaar, ik moet er tussenuit trekken. Zodat het veel sneller loskomt van het lichaam dan menig mens. Dan zegt het dier tegen zichzelf: ik ben zeker en laat ik nu eens kijken waar ik ben. Die hond, die krabt zich eens even, en de kat, die wast zich eens even, met andere woorden eventjes kijken waar ik nu aan toe ben, en dan kan het gaan naar de plaatsen waarop het zich zeker heeft gevoeld. Dat kan een persoon zijn, een omgeving. Maar in de meeste gevallen krijgt het in de gaten: nu, de deur blijft voor mij niet meer dicht, ik kan erdoorheen gaan, dus laat ik eens gaan kijken wat er verder te doen is.

  • Gaat een door een auto aangereden kat makkelijk en pijnloos over?

Ja, het overlijden op zichzelf zal in dat geval wel enigszins pijnlijk zijn. Ofschoon door een auto? Zeer waarschijnlijk is de kat overleden voordat het zenuwstelsel volledig de pijnsignalen doorgeeft. Maar goed, wanneer het overgaat, wandelt die kat rustig verder in zijn gedachten en doet datgene wat de auto het lichaam belet heeft te doen. Dan pas ontdekt het: hé, het is een beetje gek, en dan gaat het dier misschien weer terug of het ontmoet iemand die over is gegaan en zegt: hé, wat doe jij hier? Wij zijn hetzelfde en die anderen zijn anders, wat is er aan de hand? Want dieren kunnen na de overgang hun gedachte gemakkelijker overdragen aan mensen dan op aarde het geval is. Dieren zijn namelijk gemiddeld voor 40% in hun communicatie telepathisch en de rest is een groot gedeelte lichaamstaal. Geluid komt er maar heel weinig aan te pas meestal. Behalve als waarschuwing of afschrikking, of uiting van een bepaald humeur. Je zou kunnen zeggen, zo’n dier heeft het over het algemeen minder slecht dan een dier dat bijvoorbeeld aan vivisectie wordt onderworpen want dat is een lange tijd in voortdurende onzekerheid, en soms pijn. In ieder geval in een toestand van angst vaak. En dat kan heel wat langer duren. Dus als uw kat overleden is door een auto, dan kunt u wel zeggen: rot chauffeur, maar zeg ook tegen uzelf: nu ja, voor de kat is het in ieder geval beter dan een hoop andere dingen.

  • Is er een kattenhemel, respectievelijk honden- en paardenhemel? En hoe zien die eruit?

De kattenhemel zal wel één grote kattebak zijn. Nee, zonder gekheid, er bestaat geen dierenhemel. Er is gewoon een bewustzijnsniveau. Dat geldt voor elk bezield wezen, het reageert op het bewustzijnsniveau dat het geestelijk bezit, wat geldt voor een paard, voor een hond en voor een kat, voor een ezel en voor een mens. Elk komt terecht daar waar hij volgens zijn eigen bewustzijn thuis hoort en zal daardoor altijd een aantal entiteiten treffen waarmee communicatie mogelijk is. En zal van daaruit ook heel vaak impulsen hebben om een keuze te maken, hetzij voor incarnatie, hetzij voor iets anders.

  • Blijven de diersoorten na de dood bij elkaar?

Het ligt weer aan het leven van het dier. Kijk eens, een hinde bijv. of, wat dat betreft, een wilde hond die in een roedel geleefd heeft, die heeft de neiging om degenen te zoeken, die soortgelijke instincten hebben gekend en een soortgelijk bewustzijn hebben. Maar dan gaat het niet om de soort, het gaat om bewustzijn. Het is dus heel goed mogelijk dat die hinde, in haar behoefte aan een kudde, terecht komt bij een stel wolven, het is heel goed mogelijk dat een vos terecht komt bij een stel bankiers. Soorten blijven dus niet noodzakelijkerwijze bij elkaar. Dit wordt door besef, instelling en bewustzijn bepaald.

  • In hoeverre blijven we individuele persoonlijkheden of groeien we naar een groter bewustzijn, samen gesmolten met andere persoonlijkheden of entiteiten?

Daar zou je een hele cursus over moeten geven, denk ik. Maar heel simpel gezegd: er komt een ogenblik dat ons eigen bewustzijn zodanig wordt aangevuld door het bewustzijn van een ander, dat een versmelting ontstaat. We blijven dan nog wel individuen, maar we werken met ons gemeenschappelijk bewustzijn en zijn naar buiten toe een eenheid geworden. Op deze manier kunnen soms een groot aantal entiteiten zich naar buiten toe tonen als een eenheid, als één persoonlijkheid, ofschoon ze intern toch wel degelijk hun verschillen blijven behouden en hun eigen reacties en eigen beseffen bijdragen, voortdurend, aan het geheel. Daarnaast schijnt het zo te zijn, – ik ben niet zover, anders zou ik zo niet doorkomen, – dat er een ogenblik is, waarop men zo zeer in een groter geheel zich als deel aanvaardt, dat men eigenlijk zoiets wordt als een lichaamscel van een veel groter iets. En dan, zou je dus kunnen zeggen, houdt de individuele bestaansvorm voor een groot gedeelte op, omdat het geheel van het leven en het besef door een geheel wordt bepaald.

  • Kun je na de dood al je geleefde en nog te leven levens overzien?

Nog te leven levens niet, want dat zijn ervaringen die je nog niet hebt opgedaan. Maar zoals Asoka al een keer heeft gezegd, zeer dichterlijk: Na de dood gaat men verder door de werelden van het sterven, tot men uiteindelijk zich neerlegt aan de rand van de kloof van de tijd, onder de boom van de herinnering, en aan zich voorbij ziet trekken wat men is geweest.

  • Welke ”zintuigen” heb je na de dood, wanneer tijd en ruimte geen betekenis meer hebben?

Ja, zintuigen, zintuigen…., dat kun je alleen vergelijkend zeggen. Je ziet, maar je belangstelling bepaalt wat en waar je ziet. Theoretisch zou je als een bol op elke lijn die maar te trekken is over 360 graden gelijktijdig kunnen waarnemen. Horen: al waar je op in bent gesteld en door jou ontvangen wordt, openbaart zich gelijktijdig en volledig. Het is een mengeling van beeld en gevoel en omvat veel meer dan je in woorden kunt uitdrukken, en in veel kortere tijd. Plaats: plaats bestaat eigenlijk niet. Datgene waarop je je richt met je bewustzijn, is de plaats waar je je bevindt. Gevoel: al datgene wat je innerlijk beroert, zou je als een gevoel kunnen uitdrukken. Het is echter geen tastzin, maar het is een innerlijk beseffen, dat je als een soort zintuiglijke omzetting, inclusief de eruit voortvloeiende reacties, zou kunnen betitelen.

  • Hoeveel waarde heeft natuurwetenschappelijke kennis (natuurkundige, biologische etc.), na de dood en welke verrassingen staan professoren te wachten?

Ja, voor vele professoren is de grote verrassing, dat ze zoveel weten over zo weinig en verder geen betekenis hebben. Je zou het misschien zo kunnen zeggen: dergelijke wetenschappen, zover ze je tot een begrip voor het geheel voeren, zijn waardevol. In zoverre ze echter een middel betekenen om je boven anderen te verheffen of te onderscheiden, zijn ze waardeloos.

  • Als je je onderbewustzijn niet kent en die opent zich na de overgang, hoe kun je die dan herkennen, als je dit voor het eerst ziet?

Ja, dan denk je dat je een nachtmerrie hebt, heel eenvoudig. Kijk dat onderbewustzijn speelt bijv. in uw dromen een belangrijke rol. In een groot gedeelte van uw beslissingen, onbewust eenzijdig genomen, speelt het een rol, enzovoort. Tot zelfs uw reacties toe. Dus het onderbewustzijn is geen vreemde voor u, dat moet u niet denken. Het is alleen iets wat je niet als een drijvende of een stimulerende kracht in jezelf hebt erkend. Als je daarmee geconfronteerd wordt, sta je in een toestand van iemand die een droom heeft. Die zegt dan wel later: het komt van de oesters, of van de kreeft, maar ondertussen komt het eigenlijk van wat je een slecht geweten zou noemen, vanuit een innerlijk conflict. En ja, met die conflicten word je dan geconfronteerd, natuurlijk. Maar vergeet niet: het onderbewustzijn omvat naast geestelijke waarden een groot gedeelte van de onderdrukte herinneringen en belevenissen, die je op aarde voor jezelf nooit hebt willen weten. En dan is het toch wel eens interessant te weten wat je werkelijk bent. In vele gevallen valt het nog mee ook, nadat je er aan gewend bent, dat je niet heilig bent. De meeste mensen zijn voortdurend bezig zich hoe dan ook een beetje heilig te verklaren, al is het maar door zichzelf een zondaar te noemen. Daar moet je dan wel van afstappen.

  • Zou een psychoanalyse op aarde dat proces kunnen veranderen, vlak na de dood?

Dat is moeilijk, kijk, een psychoanalyse kan delen, maar zelden het geheel van het onderbewustzijn activeren, maar dat kun je ook met andere methoden tot stand brengen. Op het ogenblik dat in het bewust besef een beter begrip voor het eigen ik is ontstaan, inclusief onderdrukte waarden, zal dat inderdaad na de overgang betekenen dat je een groter gedeelte van jezelf zonder meer accepteert, dat je dat in werkelijkheid kent. En dat is dan een voordeel.

  • Kan men een bepaalde studie, die met aardse zaken en wetten te maken heeft, aan gene zijde ook voortzetten – ook al betreft het een studie over astrologie of tarot, die hebben tenslotte ook met aardse wetten te maken, en dit alles met als hoofddoel een juiste keuze of motivatie voor een volgende incarnatie?

Nu dat laatste betwijfel ik, maar het is natuurlijk zo dat iemand die zich met insecten bezig houdt, wel zo gek kan zijn dat hij een vlooientheater begint. Je kunt je er dus een lange tijd mee bezig blijven houden, maar begrijp heel goed: tarot en dergelijke en astrologie, zijn in feite geen wetenschappen en een bestudering ervan als wetenschap is dus eigenlijk zinloos. Het is slechts de registratie van een aantal factoren, meestal de toevalsfactoren en de eigen reactie daarop, die bepalend is voor de duiding.

Dat is bij een goede astroloog ook zo. Een goede astroloog berekent wel een hele hoop en hij komt dus tot een kadertje, waarbinnen hij gaat aanvoelen wat mogelijk is, maar als hij werkelijk goed is, dan kiest hij intuïtief voor een bepaalde constellatie uit misschien honderd verschillende duidingsmogelijkheden de ene, die bij de persoon past en bij het werkelijk gebeuren. Wanneer je je daar dus mee bezig houdt, denk ik dat je na de dood je eerder bezig gaat houden met het intuïtieve, dus met het aanvoelen van invloeden in de totaliteit, dan dat je je werkelijk verder met astrologie en tarot, I Tjing en wat er verder is, bezig blijft houden. Dan ga je zoeken naar de betekenis en niet meer naar de methode.

  • Aan de hand waarvan maakt iemand een keuze tussen astraal, schaduw- of duistere wereld? Kan hij, eenmaal hier terecht gekomen, er ook weer van los komen? Worden deze geesten nog geholpen hierbij?

Ja, daar maken we zelfs overuren voor, voor dat helpen. Ja, nu slapen wij niet en we rusten eigenlijk ook niet. We ontspannen alleen door contacten met hogere waarden, dus voor ons maakt het niet zoveel uit, een paar overuren. We worden ook niet betaald. Maar goed,  wanneer iemand kiest voor een astraal voertuig, dan is hij op de aarde gericht. Wanneer hij probeert er iets kwaads mee te doen, dan proberen we het astraal voertuig aan te tasten, te laten vervallen. Hierdoor wordt hij geconfronteerd met een bestaan dat dus niet meer aan stoffelijke waarden beantwoordt en wordt zijn vermogen om in de stof in te grijpen aanmerkelijk beperkt. Dat houdt dan in dat men met die invloeden contact opneemt en als wij die invloeden zijn, proberen we iemand duidelijk te maken: je kunt wat beters doen.

Iemand die wegvlucht in het duister kun je alleen dan bereiken, wanneer hij of vergeten heeft waarom hij is weg gevlucht, dan wel aanvaard heeft dat zijn reden om weg te vluchten niet redelijk is, niet aanvaardbaar is, niet past bij zijn persoonlijkheid. In dergelijke gevallen wordt zo iemand aanspreekbaar, en kan hij gered worden. Dat redden betekent dan over het algemeen dat je hem van de invloeden van zijn duistere wereld isoleert en confronteert met de waarde van een geestelijke wereld, waarin hij zich nog net kan bewegen.

In Schemerland betekent het gewoon dat iemand duidelijk moet worden gemaakt welke veranderingen er in zijn bestaanstoestand zijn opgetreden en aan de hand daarvan moet hij dan zelf besluiten wat hij verder wil doen.

  • U had het over bergbeleving: Zomerland. Kunt u wat meer vertellen over wat je daarna kunt beleven?

Hoe kunt u het totaal van de patronen omschrijven die in een caleidoscoop voorkomen? Het is heel erg moeilijk om iets te beschrijven van een wereld waarin misschien nog geluid en kleur bestaat, maar geen vorm. En het is nog moeilijker een wereld te omschrijven, waarin geen geluid meer bestaat en de kleuren langzaam maar zeker versmelten tot gradaties van iets wat we bij gebrek aan betere omschrijving, wit licht noemen. Uw besef, uw voorstellingsvermogen is op vormen gebaseerd. Zodra die ophouden te bestaan blijft er eigenlijk weinig mogelijk waardoor een aanvaardbare omschrijving van een dergelijke toestand voor u mogelijk is. Het spijt me.

  • Over het onderwerp overgang, of wat men na het verlaten van dit ondermaanse zou kunnen verwachten, is uiteraard sinds het bestaan van de Orde der Verdraagzamen, al vele keren van gedachten gewisseld. Wat mij altijd opviel was, dat men er altijd zo positief over was. Het was vaak zó positief, dat je wel eens dacht: wat een ezels zijn we toch om niet gelijk een enkele reis gene zijde te boeken. Wat ik er echter van begrepen heb, komt een ieder in zijn eigen sfeer of gedachtewereld terecht, ook al is dat maar tijdelijk, (dat tijdelijk dan aards vertaald). Is dat juist?

Dat is wel juist, ja. Zolang je contact hebt met anderen kan het verrekt gezellig zijn. Geloof me, het leven na de dood is, wanneer je jezelf kunt aanvaarden zoals je bent, veel beter dan alles wat je op aarde kunt krijgen. Dat klinkt nu misschien weer overdreven positief, maar het is werkelijk zo, want de beperkingen die op aarde voor je bestaan, de belemmeringen aan alle kanten, houden op. Je hebt zoveel verschillend bewustzijn waar je deel van uit kunt maken voor een ogenblik, zoveel rijkdom aan beleving, aan voorstelling zelfs, als je nog in een Zomerland bent, dat het bijna onvoorstelbaar is.

Er zijn werelden van architectuur, er zijn tot leven gekomen schilderijen, wat je je ook maar voor kunt stellen, het is allemaal te vinden, want er is altijd wel iemand die het zo beleeft of er zo over denkt. En als je daar deel van uitmaakt, wordt het voor jou werkelijkheid. Wanneer je eenmaal in een lichte wereld komt, laat je ook steeds meer alle herinneringen aan het lijden, aan het negatieve, achter. Dat betekent dat al die contacten, zeker wanneer je in een lichtende wereld terecht komt, vreugdig zijn. Ze zijn bevredigend. Dus het is helemaal niet zo slecht, maar je moet wel eerst door de procedure heen, en het is vooral met de procedure van het sterven, waarmee ik me bezig heb gehouden in de inleiding, en datgene wat er kort daarna gebeurt. Met andere woorden: ik heb gezegd het water is heerlijk, maar je moet er wel eerst even doorheen.

  • Hoe zit het na de dood met ingewikkelde schuldkwesties, zoals bij Hitler, hoofd- en onderofficieren, beulen, slachtoffers? Zijn de beulen er het slechtst aan toe? Zij moeten alle pijn van de slachtoffers herbeleven. Moest Hitler ook de pijn van miljoenen slachtoffers herbeleven? Hoeveel moet eenieder in een dergelijke keten herbeleven?

Dat is niet te zeggen, omdat hierbij de bedoeling, de intentie, heel erg belangrijk is. Je gaat wel beseffen wat je gedaan hebt, maar de reden waarom is er gelijktijdig bij. Pas wanneer èn de reden, en datgene wat gebeurd is onaanvaardbaar wordt, ben je als het ware gebonden aan al datgene wat je veroorzaakt hebt, en dat is voor een beul en voor een Hitler, en voor wie dan ook, niet te zeggen. Daarom is deze vraag niet concreet te beantwoorden.

  • Welke moeilijkheden, eventuele desillusies, ondervindt de sterk seksueel ingestelde mens na de dood? Welke de zwaar alcoholicus? Welke de harddruggebruiker?

Nu, de harddruggebruiker komt tot de conclusie dat hij een slechte trip heeft en het duurt een hele tijd voordat hij eruit wakker schrikt. De alcoholicus komt misschien nog wel in een lichtende wereld, maar hoeveel hij ook drinkt, hij wordt niet dronken. En dat is ook een pijnlijke ervaring. Wat de rest betreft: ja, laten we het nu heel gewoon en duidelijk zeggen: dergelijke verslaafdheden kunnen niet meer bestaan.

Een sterk seksueel ingesteld iemand denkt misschien dat de zin van zijn leven en de betekenis van zijn persoonlijkheid in een heel klein stukje onder de gordel ligt. Nu, dat is een enorme teleurstelling, want er is geen gordel meer. Maar ik kan mij voorstellen dat iemand dan tijdelijk zichzelf geheel ziet als dat kleine stukje wat hij zo belangrijk vond. Dan ontdekt hij dat anderen er niet in geïnteresseerd zijn en dat er ook geen gebruiksmogelijkheden meer zijn. Nu, dan staat hij helemaal voor jan – u weet wel. Dat is dan een pijnlijke ervaring.

  • Als je je op het laatst van je leven zwaar tot Christus bekeert, Hem aanneemt, zit je goed, stelt de orthodox-gelovige. Is dat zo? Was dit met “de goede moordenaar” ook zo?

Tjonge, tjonge, tjonge, dan zit je goed, je hebt niks meer om mee te zitten. Realiseer je nu eens even dit. Waarom neemt zo iemand Christus aan? Omdat hij denkt: nu misschien helpt het? Nu, dan helpt het al niet meer. Dus op zichzelf heeft dat niets te betekenen. Wanneer hij plotseling beseft: ik heb het verkeerd gedaan, en hij gaat als een christen leven, dan herstelt hij een innerlijk evenwicht en is hij er beter aan toe. Maar als hij alleen maar gezangen bralt en vrome spreuken plus schuldbelijdenissen uitkraamt, nu ja, dan kun je rustig zeggen dat zo iemand overgaat als een balkende ezel met christelijke gezangen. Dat helpt niet.

Een goede moordenaar kàn plotseling een heilige worden, – Sint Dismas heette hij geloof ik, vroeger – wanneer hij beseft: hé, maar dàt is het. Het is het besef en de wil om daar aan deel te hebben wat bepalend is. Alleen maar proberen om Jezus te aanvaarden om van je eigen ellende af te komen, dat helpt niet. Jezus is geen wondermiddel, geen purgeermiddel dat alle zonden uitscheidt. De Christus is de Goddelijke Liefde en als je deel bent van die Liefde en die beleeft en uitdraagt, nu ja goed, dan helpt het, en anders helpt het niet. Dus ik zou zeggen: als u op latere leeftijd Christus aanneemt, omdat er toch niks beters is te doen en het helpt misschien, dan helpt het zeker niet. Maar als u plotseling gaat beseffen: ja, ik moet mijn medemens liefhebben en ik moet proberen om ze te helpen en te dienen, – niet bekeren, maar helpen en dienen – dan garandeer ik u dat het helpt.

  • Welke desillusies staat een regelmatige ODV-bezoeker – die daardoor meent veel te weten, hooggeestelijk te zijn – te wachten?

De meest voorkomende is dat men zegt: Ja, ik heb het allemaal gehoord en het is wel zo, maar ik heb het verkeerd begrepen. Want heel veel mensen, ook bij de ODV, maken zich te concrete voorstellingen. Pas wanneer je leert relativeren, zelfs ten aanzien van je eigen begrip, kom je verder. Ik geloof dat dat een van de belangrijkste dingen is die we u proberen bij te brengen. Het is niet uitdrukkelijk zus of zo. Maar het is op het ogenblik zo, maar het zou zus kunnen zijn. Of: het is zus, maar het is ook een beetje zo. Er zijn geen extremen. Er is altijd een belevingsgebied waarvan we de grenzen als tegenstellingen benoemen. En dat leren we u steeds weer. Maar er zijn een hele hoop mensen die zeggen: nu, maar ik ben goed voor de ODV. Dus dadelijk komen we dood binnen en daar is een zaaltje en daar staat alles wat ooit is doorgekomen: lang zal hij leven, he is a jolly good fellow….., nah, vergeet het maar.

De ODV kan je geholpen hebben om je eigen leven, en dat van anderen, dat is ook belangrijk, een beetje meer te zien als een geheel, en niet als iets dat je per stuk beoordeeld. Als je dat hebt geleerd, zeg je later: god, ze hebben ons toch veel bijgebracht dat de moeite waard is. Maar als je denkt: ze hebben eventjes ons de reisgids gegeven voor het hiernamaals, dan zeg je later: ja, het kan wel zo zijn, maar het hotel is zo slecht en het strand is zo veraf. Dus: de desillusies liggen ook voor een deel aan u zelf. Het is één van de redenen waarom wij ook nooit namen geven. Vinden ze altijd gek, maar anders zeggen jullie: dié heeft het gezegd. Nee dàt moet ik overdenken. Dit zijn gewoon punten om te overwegen.  Niemand vraagt van je dat je ons gelooft, maar – denk er eens over na – dat is onze benadering.

En als je begrijpt en beseft, na de dood, dat de orde je geleerd heeft meer op jezelf te vertrouwen, en meer vanuit jezelf te beleven en waar te nemen, dan zul je ons dankbaar zijn. Dan ontstaat er misschien een harmonie, waarbij wij u onmiddellijk oppikken en zeggen: god, daar komt een ordelid, we hebben nog een job voor je. Want er zijn wel heel veel geesten, maar er is op aarde ook altijd heel veel te doen. Als je ziet hoeveel mensen ontzettende stommiteiten begaan, dan kun je begrijpen dat je soms met tien man aan het werk bent om één ezelarij ongedaan te maken. Goed, dat was dat. Vrienden, ik geloof dat we de zaak nogal redelijk kunnen afsluiten of had u nog dringende zaken?

  • Ja, uittredingen. Als mensen heel veel uittredingen hebben, wil dat een beetje helpen na de overgang, omdat ze toch een beetje gewend zijn aan die andere werelden?

Als je uittreedt, is de vertaling, het besèf van die uittreding, toch datgene wat je op aarde, als mens je kunt voorstellen. Dat betekent dat je dus wel bepaalde dingen gemakkelijker aanvaardt, maar dat je jezelf niet gemakkelijker aanvaardt. Dat houdt dus in dat het een voordeel kan zijn, maar dat het heel sterk afhangt van de voorstelling die je van jezelf maakt, en dat het niet zonder meer te zeggen is: veel uittredingen, dan ben ik daar alvast thuis; maar dat je moet zeggen: nu ik heb geleerd hoe het ook kan zijn en daarom verbaast het me niet dat het toch een beetje anders is. En als je zo ver komt, dan is het goed.

Ja vrienden, dan zijn we dus bezig geweest met alle desillusies of teleurstellingen na de overgang. Alles heeft zijn positieve, alles heeft zijn negatieve kanten, het is dwaas om te zeggen dat het schijnbaar negatieve niet bestaat. Maar we moeten ook beseffen, dat waar het negatieve niet is, het positief zich moeilijk laat ontwikkelen. Wat er gebeurt na de dood is belangrijk, enig begrip ervoor kan je helpen om het beter te aanvaarden, beter te doorstaan. Wat er uiteindelijk komt, bepaal je eigenlijk zelf, want na de dood is de mens zijn eigen rechter. En als rechter ten aanzien van zichzelf, is hij vaak heel wat harder dan een God ooit zou durven en kunnen zijn. Beseffen dat het zo is, helpt.

Ik heb geprobeerd om uw vragen, voor zover die naar voren zijn gekomen, zo duidelijk en zo goed mogelijk te beantwoorden. Realiseer u dat voor u allen de dood eens komt en dat wat u nu van uw leven maakt, medebepalend is voor de wijze waarop u na die dood al dan niet met grote desillusies zult worden geconfronteerd. Verwacht niet dat jij met jouw waarden, met jouw leerstelligheden, met jouw theorieën zo belangrijk bent. Begrijp gewoon dat je die dingen op aarde gebruiken moet als een werktuig, om het anderen mogelijk te maken zichzelf te zijn. Niet om ze te maken tot iets dat past in jouw denkbeelden. Als je zo leeft, zul je de veelvuldigheid van het bestaan al zover hebben begrepen, dat de uitbreiding tot je werkelijke persoonlijkheid voor jou geen schrikbarende beleving meer is, maar thuiskomst. Nogmaals, wees niet bang voor de dood. Ze is een natuurlijk deel van het bestaan. Maar begrijp ook dat uw besef, en dat is uw werkelijk leven en beleven, uw werkelijke gevoelens, bepalend zullen zijn voor de wijze waarop u met uzelf geconfronteerd wordt na de overgang.

Je zou het misschien zo kunnen zeggen: Het sterven valt mij zwaar, het dood zijn is mijn licht,  want heel mijn ik en al mijn zijn,  is op een zijn gericht,  waarin ik deel ben van het Al,  waarin het Al mij spreekt,  zodat het mij te nimmer ooit aan iets of wat ontbreekt.

Als dat uw beleving zou kunnen zijn na de dood, dan zou u dankbaar zijn voor alle medewerking die u ons wilt verlenen, om anderen op dezelfde manier van hun mogelijkheden bewust te maken.

Ik dank u allen voor uw aandacht.

image_pdf