Ontkenning van eigenbelang

17 februari 1987

U weet het waarschijnlijk al, wij zijn niet alwetend of onfeilbaar en we hopen dat u zelf zult nadenken. Het kan moeite kosten, maar dan moet u daar maar aan wennen. Wat betreft het onderwerp, ik heb geen bijzondere punten op het ogenblik die met alle geweld behandeld moeten worden. U kunt dus zelf een onderwerp kiezen, of het aan mij overlaten.

  • Er is iets binnengekomen: Ontkenning van eigenbelang als middel tot bewustwording en komen tot innerlijke vrede of rust.

Dat is een moeilijke vraag, want eigenbelang dat is een begrip dat zo ontzettend ver reikt dat het eigenlijk het gehele bestaan van de mens bepaalt.

Je bent het centrum van je eigen wereld. Jij bent het uiteindelijk die alles betrekt op zichzelf. Wanneer je dus tot innerlijke rust en vrede wilt komen, dan zul je moeten afstand kunnen doen van datgene wat je zelf bent. Je kunt jezelf ook niet onbeperkt veranderen. Je kunt wat uiterlijkheden misschien wijzigen, maar daar blijft het meestal bij. De vraag is dus alleen maar: Welke dingen zijn eigenlijk overbodig?

Wijzelf zijn voor onszelf essentieel en we moeten leven met onszelf. Maar misschien is het eerste punt: Aanvaard jezelf zoals je bent. Niet zeggen: Ik wil precies weten. Wat is mijn voorgeschiedenis? Andere incarnaties? Wat zijn al mijn eigenschappen en kwaliteiten? Want dat vervals je toch. Het is gewoon zeggen: Zo ben ik en dat aanvaard ik en de consequenties daarvan aanvaard ik evenzeer. Dan word je al een hoop rustiger. Helaas projecteren de meeste mensen dat ene wat ze menen te moeten zijn, niet wat ze zijn, maar hun beeld van wat hoort, wat deftig is, wat noodzakelijk is, op de gehele wereld buiten hen. Ze eisen van anderen dat deze zich gedragen volgens de normen die het ego voor zichzelf aanvaardbaar acht, maar waar het zichzelf heus niet altijd aan houdt.

En dat is het tweede punt. Wat hebben wij eigenlijk in dit opzicht met anderen te maken? Laten ze leven zoals ze willen. Laten ze zijn, zich kleden en handelen zoals ze willen. Zolang ze daarmee niet de vrijheid van anderen belemmeren is er helemaal geen reden om hen op enigerwijze tegen te werken, te bestraffen of misschien te veroordelen. Wanneer we afstand doen juist van dat veroordelen van anderen, want daar komt het uiteindelijk op neer, dan ontstaat er een tweede reden om innerlijke vrede te vinden. We zijn niet meer in strijd met onze wereld, maar we leven op onze eigen wijze in onze wereld.

Iemand die mediteert zal bij deze meditatie over het algemeen een bepaald punt in gedachte nemen. Maar wat geeft het nu wat je neemt. De vraag is: Kun je in jezelf stil worden. Zo rustig dat niets je meer bereikt, dat niets je meer stoort, dat je door niets eigenlijk meer uit je evenwicht te brengen bent?

Wanneer je je wereld aanvaard hebt en je hebt jezelf aanvaard dan komt de vraag; Hoeveel is er in die wereld waar ik eigenlijk niets aan kan doen, waar ik niets aan heb en waar ik me toch voortdurend over opwind? Ook weer zo’n punt.

Als u elke dag in de krant leest over kindermishandeling, misdaden en wat dies meer zij, dan krijg je zo het gevoel: Die wereld is opgebouwd uit misdadigers en daar moet ik me tegen verdedigen. In feite gaat het altijd om een minderheid, een kleine minderheid. Door je dat te realiseren en een dergelijke berichtgeving af te wijzen, voorkom je dat je innerlijk nog meer verstoord raakt. Uiteindelijk, wat komt het erop aan? Zeker is het erg wanneer er iets gebeurt in Libanon of in Zuid-Afrika of wat weet ik in welke Zuid-Amerikaanse staat. Maar kunt u er iets aan doen? Zo ja, doe het en ga rustig verder met uw eigen bezigheden.

Zo neen, en dat is meestal het geval, leg het voorlopig naast u neer. Houd u bezig met dat wat uw eigen leven uitmaakt. Probeer daarin zo goed mogelijk te zijn. En nu zult u zeggen: Ja maar, hoe blijven we nu met de zelfbeschouwing, met de meditatie? Het is gemakkelijk genoeg om allerlei woorden tot jezelf te spreken, maar wanneer je niets doet, dan verandert er niets. Het is gemakkelijk genoeg om eisen te stellen aan de wereld, maar als je niets doet, verandert er niets. Het is zinloos in verzet te komen wanneer je niet weet wat je wilt gaan doen en kunt gaan doen. En zolang je dat niet hebt geregeld is er in feite geen sprake van werkelijke innerlijke vrede. Plat gezegd: Mensen die voortdurend bezig zijn met de wereld, vreten zich op van de ellende die ze van anderen geleend hebben. En dat is gewoon onzin. U zult eerst een hele hoop dingen a.h.w. opzij moeten zetten, u gaan beperken tot een eigen bestaan en een eigen taak en dan misschien komt het ogenblik dat je selectief je eigen omgeving mee gaat bepalen. Niet door haar te veranderen, maar door delen ervan zo te assimileren, met jezelf, dat ze a.h.w. een verborgenheid, een soort tempel, een heilige grot vormen. Dan pas komt het ogenblik dat je werkelijk tot rust kunt komen. En dan ga je niet zeggen: Wat ben ik in deze wereld? Dat merkt u wel aan de feiten, maar uw gedachten logenstraffen het toch. Vraag u gewoon af: Wat ben ik vandaag? Hoe voel ik mij? Wat betekent dit voor anderen? Hoe wordt mijn wereld bepaald door wat ik denk of doe? Dat helpt u veel beter dan alle beschouwingen van mogelijk verborgen complexen, onbewuste drijfveren en al die dingen die je, psychologisch gezien zo uitermate belangrijk schijnen te zijn.

Wanneer u dan weer een stap verder gaat, dan komt er een ogenblik dat u zegt: Nu denk ik alleen aan vrede en een mens kan niet aan niets denken. Maar voor je het weet rijst er voor je ogen een beeld op, voor sommigen zijn het woorden, ik geef het toe, of muziek, maar een beeld is wel het meest voorkomende. Het is vaak een wat eentonig beeld, een groen landschap met zonlicht en verder niets. Zeg tegen jezelf: Hier hoor ik thuis en kijk om je heen en voordat je het weet zie je allerhande dingen die je eerst helemaal niet hebt opgemerkt. Alles is een pastorale geworden die zich rond je afspeelt en die je alleen maar in je op kunt nemen. Vanuit dit beeld ontstaat rust, en innerlijke rust heb je nodig voor je een stap verder kunt doen, voordat er ooit een stem tot je kan spreken die niet uit jezelf voortkomt. Voor er ooit in jezelf een kracht geboren kan worden die niet alleen de jouwe is, moet je die rust hebben. Soms krijg je wat kracht. Je krijgt wel een inspiratie maar die kan heel weinig voor je doen omdat je voortdurend te druk bezig bent met jezelf. Ze kunnen niet volledig uitwerken. Wanneer je tot rust komt, ga je proberen om ergens naartoe te gaan. Wandel door het landschap van je dromen. Wandel naar een verborgen stad die ergens vaag aan de horizon ligt. U zult ze niet bereiken, maar u zult mensen, dingen tegenkomen en die hebben u iets te zeggen. Soms ontdekt u dat er een soort onzichtbare trap is die u opwaarts voert door de wolken heen tot u plotseling weer in een ander landschap staat. Wees er niet bang voor. Begeer het. Aanvaard het. Onderga het. Uit dit ondergaan komt langzaam maar zeker een beeld van jezelf dat eigenlijk niet helemaal jezelf is. Het is of je totale ego, waarvan het stoffelijk ik uiteindelijk voor een mens maar een klein gedeelte vormt, zegt: Ja, deze functie van mij ben je, niet meer als de persoon, maar als een functie van iets wat je nog niet helemaal kunt omschrijven.

Dan komt de tijd van leren. Dat leren is ook weer niet een kwestie van nu moet ik leren. Het is vaak eerder alles achter je laten, een beetje ontgoocheld de wereld van je afschuiven. Gelijktijdig is het in jezelf een drang voelen om zekere dingen tot stand te brengen. En het is juist dat vage dat hier belangrijk is. Niet interpreteren, niet proberen het op te lossen. Het erkennen in jezelf. Ja, dan komt er een ogenblik dat je zegt: Ja, ik spreek met mezelf maar gelijktijdig spreekt de Vader met mij, door mij. In deze toestand bereikt u voor het eerst de werkelijke innerlijke vrede.

Laat ik het zo zeggen: De mens is een wezen dat altijd in groepen leeft. En het kost veel moeite om je van al die dingen los te maken. Je hebt iets nodig waar je bij hoort.

En de kluizenaar die de mensheid verwerpt en zich terugtrekt, wordt prompt omringd door een door eigen denken geschapen golf van demonen. Maar degene die zich in vrede terugtrekt, ontdekt dat de giftige slang, het verschrikkelijke roofdier, opeens hem als gelijke aanvaarden, vrienden zijn.

Er is een verbondenheid met alle kracht. Wij kunnen de wereld niet ontvluchten. Er is op deze wereld geen ruimte genoeg om ieder een eigen klein gebied te geven waar hij met God en met de dieren alleen kan zijn en toch nog redelijk leven. Maar er is wel de mogelijkheid om in jezelf die toestand te bereiken. Dan moet je eerst ergens bij horen.

De laatste fase die ik beschreef geeft u het gevoel van deel zijn. U bent niet meer afhankelijk van de mensheid. Alles wat gebeurt gaat eigenlijk voor een deel aan u voorbij. U bent er bij betrokken omdat datgene waartoe u behoort, waar u deel van bent er een functie in heeft. En dat is het belangrijke, al het andere niet.

Dan komt de tijd dat wij als vanuit de hoogte op onszelf neerzien. We zien onszelf voor wat we zijn, marionetten van een vreemde reeks poppenspelers die een vaste baan lopen en die de vaste gebaren volgens de vastgestelde orde maker En dan voelen we ons helemaal vrij, want wij zijn die marionet niet. We zijn meer en minder. We zijn geen vorm, we zijn wezen, de betekenis. Zonder ons heeft de marionet geen vorm, geen zin, geen betekenis. En dat die gebonden is aan bepaalde paden en sporen is niet belangrijk want wij overzien nu alles en we weten dat we door die paden te gaan, juist datgene volbrengen wat voor ons belangrijk is.

Wanneer je teveel terugkeert naar jezelf dan zeg je: Ja maar. Maar ik heb zoveel gedaan, ik heb zoveel geofferd, wat krijg ik als dank? Want zo gaat dat in het leven. Maar denk dan even verder na. Bent u dank verschuldigd? Eigenlijk niet, want u doet wat noodzakelijk is. U werkt uit de kracht die in u leeft. Dan is ook de wereld u geen dank verschuldigd want je doet datgene wat tot het recht, tot het wezen van die wereld behoort.

Je neemt afstand, steeds verder. Dan komt het ogenblik dat je alleen maar stil bent en in je als een wonderlijke film, een parabel van denkbeelden, van feiten, van voorstellingen voortrekt. Je kijkt ernaar. Je herkent ze maar je laat ze verder gaan. Je probeert ze niet meer vast te houden. De vrede is gekomen en nu weet je ook wat het betekent om mededogen te kennen. De meeste mensen denken aan mededogen als medelijden. Het is een soort sympathisch opgewekte pijn zoals de man die in het kraambed gaat liggen kreunen omdat zijn vrouw een zware bevalling heeft. Dat is natuurlijk onzin want daar verander je niets mee. Met medelijden niet. Mededogen is begrijpen en beantwoorden aan een noodzaak. Door dat mededogen ga je beter en beter beseffen wat je in wezen moet zijn. Al het andere is onbelangrijk. Er gebeurt te veel en eigenlijk heeft het geen betekenis, tot je op een gegeven ogenblik weet: He, dit is belangrijk. En dan is het niet belangrijk voor anderen. Het is belangrijk voor jou. Het is jouw beleving, het is jouw verwerking. Het is jouw ontdekking aan de ene kant, maar gelijktijdig aan de andere kant je bereiking. Dan ben je niet meer de slaaf van het leven, je bent de voltrekker van je eigen noodlot en gelijktijdig de beschouwer ervan. De wereld zegt niets meer. Haar gebeuren en haar rumoer raken jou alleen maar wanneer je zelf daarbij betrokken bent, wanneer je een taak hebt, wanneer je moet reageren. En dat weet je vanbinnen en al het andere gaat voorbij. Geen mooie droom meer. Geen fantasie van hoe het eens zal worden en eens zal zijn. Maar het eenvoudige bestaan zelf. Bestaan dat niet meer bepaald of beperkt kan worden door bezit of te kort aan bezit. Weten dat elke dag opnieuw je jezelf waar maakt en dat je daarin voor je wereld, voor jezelf en voor de kracht waartoe je behoort, het enig juiste doet.

En ook dat is zo’n punt dat we zeker in deze beschouwing moeten betrekken: Juistheid. Iets kan juist zijn omdat het bij je hoort. Daarom is het nog niet juist voor een ander. Het is iets wat vanbinnen zit. Het is iets wat niets meer te maken heeft met menselijke contacten of positie of andere zaken.

Misschien kun je het best zo uitdrukken: Juistheid is delen met anderen zonder hem met jezelf of met je kwaliteiten te belasten. Dat is geen kwestie van zonde, van goed of kwaad. Het is de kwestie van wat in jou bestaat.

En nu weet ik dat er heel veel mensen zullen zijn die zullen uitroepen: Ja maar, is dat niet een beetje godslasterlijk wat u daar beweert? Want God heeft de mens een vrije wil gegeven. Inderdaad. Maar Hij heeft hem geschapen in het kader van Zijn bestaan en Zijn bestaan is onze wet. Wij zijn deel van Hem en als deel van Hem zijn wij zelf de wet voor ons zelf. Maar het is ook een wet die wij niet straffeloos kunnen ontduiken want deze zelfde wet maakt ons tot rechter over onszelf en niemand is zo wreed in zijn oordeel als degene die denkt dat hij over een ander oordeelt en uiteindelijk alleen in zichzelf veroordeeld heeft. Juistheid is iets wat groeit in jezelf en het begint teer. Je weet het eigenlijk niet. Je houdt je maar vast aan de wereld buiten je. Dan komt het ogenblik van grote eigenwaan: Ik weet het allemaal. En je weet eigenlijk niets. En dan komt het eerste besef. Ik ben functie. Wat ik tot stand breng weet ik en zie ik niet. Maar al datgene dat ik doe uit de volheid van mijn innerlijk weten en innerlijke gedrevenheid, beantwoordt aan de kracht waarin dat alles bekend is. En zo zal ik ontwaken tot een steeds juister besef van mijn betekenis ten aanzien van alles en allen, zonder dat alles of allen mij ooit nog zullen kunnen beperken of bepalen daar waar mijn eigen wezen spreekt.

Het is misschien een beschouwing die velen van u toch een tijdje in de kou laat staan. Mensen hebben graag een recept. En een recept voor geestelijke bewustwording dat luidt over het algemeen: Ken jezelf, besef de wereld en vind Gods wet in jezelf en in de wereld…en voer ze uit, leg ze aan de wereld op. En dat is dwaasheid. Er is een groot verschil tussen een Jezus die zijn apostelen zegt: Als ze niet luisteren, ga verder en een Paulus die hartstochtelijk uitroept: Dwing ze om in te gaan. Dwang is de dwaasheid. Het moet uit jezelf komen. Je zekerheden en je rechten in de maatschappij worden bepaald door je eigen slavernij ten aanzien van de maatschappelijke waarden. Wanneer u dat wilt en u voelt dat het goed voor u is, ga je gang. Maar zeg niet: Ik ben een vrij mens. Een vrij mens is die mens die zijn weg gaat, zonder ooit anderen te dwingen, zeggende: Dit ben ik. Vreugdig als er een antwoord is. Onberoerd en verder gaand wanneer het antwoord afwijzend is of niet gegeven wordt.

Bewustwording is groeien naar een grotere wereld. Maar hoe kun je een grotere wereld vinden wanneer je steeds maar bezig bent met dit kaatsspel tussen ik en wereld. Want je zendt je eigen gedachten en je voorstellingen en je verwachtingen uit naar de wereld en wat terugkaatst is de weerkaatsing van wat je zelf bent door een werkelijkheid die je niet beseffen kunt. Laten we a.u.b. maar heel gewoon doen. Zoals onze voorouders al zeiden: Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Het is soms beter om gek te zijn in de ogen van anderen dan een wijze want de nar is zich bewust van wat hij is, de wijze over het algemeen niet. Hij waardeert zich door de weerkaatsing die hij van anderen meent te zien, niet beseffend wat hij werkelijk doet of veroorzaakt, maar alleen inschatting van de persoon door de ander voor zichzelf gebruikend als een erkenning van zijn eigen hoogheid boven anderen.

In bepaalde landen werden en worden soms nog krankzinnigen als heiligen gezien. Ze zijn als het ware taboe. Je mag er niet aankomen. God heeft hen aangeraakt. En toch zijn er veel mensen die naar bewustwording streven bezig om te zeggen: Ik wil God beroeren. Laat God mij beroeren. Als u krankzinnigheid daar een kleine prijs voor vindt, is het niet onmogelijk. Maar besef dat krankzinnigheid inhoudt dat je in een eigen wereld leeft, niet meer in de werkelijkheid. Om aan de illusie te ontkomen kapsel je je in uw eigen illusie. Om aan God te ontkomen die je niet kunt bevatten, tover je zelf een wereldje waarin je met God converseert zonder dat het enige zin heeft omdat je voortdurend tegen jezelf zegt dat je zo goed bent. Wat je bent is niet belangrijk, maar wat in je leeft is belangrijk en laten we dan niet praten over de ziel of over de geest. In ons is iets dat samenhangen ziet die niet onmiddellijk zichtbaar zijn. In ons is iets dat zegt wat voor ons de meest juiste weg is.

Soms is dat de gang naar het martelaarschap, soms is het de weg naar een troon. Maar dat is onze weg. Zodra we beseffen dat het die weg is die voor de wereld belangrijk is en niet voor ons, worden wij ons bewust van een grotere wereld, van een geheel. Ik zou u haast het oude sprookje nog een keer vertellen.

Het is van de man die zo goed leefde en zich zo voortdurend beklaagde over het onrecht dat Allah de mensen aandeed want het gebeurde in het Oosten. En toen stuurde God hem een engel. Die engel verhief hem tot op de toren van de minaret en hij zei: Kijk naar beneden. En van de minaret naar beneden kijkend, daar van de omloop waar de oproep tot gebed driemaal daags klinkt, zag hij dat de mensen eigenlijk net mieren waren, maar hij zag geen orde en hij zei tegen de engel: Ik begrijp niet. Kom mee, zei de engel en hij bracht hem halverwege tussen de aarde en de maan en hij raakte zijn ogen aan en zei: Zie uw stad. En hij zag dat alle mensen een draad achter zich aansleepten en er was schijnbaar een wanorde. Ik zie nu, zei de man, maar ik begrijp niet. Ga dan mee, sprak de engel en hij plaatste hem vlak bij de zon en liet hem daar de aarde zien, beroerde zijn ogen en zei: Zie wat Allah werkt. En de hele warboel van draadjes was opeens geworden tot een fraai tapijt waarin bloemen zichzelf schenen te weven, waarin abstracte figuren de eeuwigheid schenen uit te beelden. En toe zei de man: Er ontbreekt een draadje, breng me terug. En hij ging door het leven en hij klaagde niet over de wereld en hij verweet Allah niets want hij was bewust geworden.

Bewustwording is in feite fase voor fase deze afstand vinden waardoor we gaan begrijpen dat het gebeuren belangrijk is, niet de feiten zoals wij ze zien, niet de toestanden, de stoffen waarmee je als mens te maken hebt en wat dat betreft, de uitbeelding van allerhande geestelijke sferen die uiteindelijk ook niet veel meer zijn dan een veredelde droom die velen met elkaar delen. Bewustwording is gewoon beseffen dat wij, door wat we zijn, doen en beleven, ergens iets waar maken, iets wat past in een groot geheel en dan pas kunnen we verder reizen en zien we de volheid van het geheel dat door alle tijden heen zich heeft samengevoegd en waarvan wij op vele wijzen een deel zijn geweest. En dan pas weten we dat leven waarlijk schoonheid is, waarlijk licht is en dan vragen we niet meer om vrede, want dan zijn we een deel van de vrede. En zo kennen wij onszelf als deel van een geheel, het geheel of iets waarvan wij deel zijn en kunnen we eindelijk misschien vaag opzien naar degene die deze schoonheid van buiten de tijd door alle eeuwen heen tot stand heeft gebracht.

Het onderwerp is nu redelijk afgerond, maar misschien kunnen we, mediterend iets vinden, niet in de suggestieve ban van meditatie, magisch werken, maar gewoon in de rust omdat we hier toevallig samen zijn en in ons samenzijn een geestelijk knooppunt hebben gelegd waar vele krachten van uit kunnen gaan, waar vele krachten ook dan samenvloeien. Ik ben. Ik besta. Ik leef want ik besef mijn bestaan. Ik onderga en ik schep. Ik schep en onderga mijn schepping. Ik bemin en ik bemin in wat ik bemin mijzelf tot ik leer de Kracht die al tot stand brengt te beminnen in al, ook in mijzelf. Laat de levende Kracht een deel worden van je wezen. Zeg niet: Ik wil weten mens. Zeg: Ik wil zijn. Zeg niet: Wie lost mijn problemen op, maar zeg: Welke kracht is er in mij? Zeg niet: Hoe moet het later? Maar vraag u af: Wat ben ik nu? Wat kan ik nu zijn en betekenen? Dat het stil zij in mij, rond mij. Laat in mij de Kracht leven die de enige werkelijkheid is die de tand des tijds: weerstaat en zelfs de tijd niet van node heeft om te zijn. Laat mij stil zijn. Laat de stilte mij verzwelgen. Laat ik, die weet te zijn, vergeten dat ik ben. Laat mij alleen nog ondergaan de kloppende vitaliteit van het onbekende dat ook in mij leeft. Ik ben deel van de vrede zo ik ze aanvaard. Ik ben deel van de Kracht, zo ik haar niet verwerp of aan mijn voorwaarden bind. Ik ben deel van een levende werkelijkheid zolang ik niet mijn werkelijkheid het leven op wil leggen. Ik ben, ik leef en ik besef mijn bestaan. Laat langzaam de dromen vergaan. Laten de poorten die heten werelden van elkaar te scheiden, zich versmelten totdat ze alleen het licht zijn waaruit ik besef. Laat alle verleden en heden in mij samensmelten opdat ik totaal ben wat mijn wezen is. Laat mij ophouden de tijd te registreren en laat de tijd alleen bepalen waar ik wat ik ben kan zijn. God zei van zichzelf: Ik ben die ben. Ik zeg van mijzelf: Ik ben die deel is van wat is. Men zei: Er is een dood en een leven en een wederopstanding en ik zeg u: Ik ben al deze dingen want ik ben niets in vorm en al in wezen. Wees stil mijn ziel. Staak uw ruisend kloppen, bloed in mijn aderen. Wees stil.

Laat de rust van de enige werkelijkheid doordringen in mij en worden als een deken die alle oneffenheid bedekt. Die alle kleur en vuil samentrekt in de eenheid van het Licht dat het enige werkelijke is. Dat de sneeuw de grond bedekt en alles uitwist. Laat zo de werkelijkheid mij bedekken met mijn denken en uitwissen tot de stilte voor mij een spreken is. Tot voor mij de totaliteit is als het ruisen van de wind in een bos dat al de kleuren van de herfst vertoont. Laat de Kracht in mij spreken. Ik ben niet deze vorm, maar ik ben wezen dat deel is van het ene. Dit is mijn rust. Dit is mijn vrede. Dit is mijn zekerheid die alle dingen te boven gaat en de feiten verkruimelen wanneer de waarheid in je wezen opstaat. De banen die onontkoombaar schijnen, worden uitgewist of vervangen omdat mijn wezen vrede is. Daarom wil ik vrede zijn, wil ik rust zijn. Eén met Al, in zekere zin overgeleverd aan Al. En toch, vervullend mijzelf als deel van Al, totdat het Licht mij vervult totdat de Kracht mij doordesemt. Dat mijn wezen ontwaakt uit de angstige dromen van een beperkt bestaan. Gedachten, beelden die ik met u probeer te delen. Ook voor mij, die leef in een andere wereld is dit niet altijd werkelijk, maar het ontwaakt mij zo vaak, dat ik weet dat het de werkelijkheid is die schuil gaat achter mijn dromen. En het is mogelijk te ervaren dat uiterlijkheden waardeloos zijn omdat ze de werkelijkheid verhullen die wij zijn. En daar wil ik het, wat dit betreft, bij laten.

Hoe diep ademt u nu. En weet u wat ademen is? ’t Is lucht tot je nemen, omzetten en van je geven. Misschien datgene wat we doen met de kracht die we krijgen. We nemen ze op, ergens veranderen we ze, nemen er, delen uit misschien, vormen andere delen om en geven terug. U hebt nooit iets werkelijks, denk eraan. De werkelijkheid van het leven is als de ademhaling. Je neemt op, je verwerkt en je geeft af, want dat is je functie. En als u zegt: Ja ik wil nu verder liever niets zeggen, kan ik natuurlijk door blijven gaan met allerhande beschouwelijkheden, maar ik heb uw onderwerp, dacht ik, nu redelijk afgerond.

Ik heb geprobeerd u te tonen wat vrede is, een proces getoond van overweging dat met vrede samenhangt. Ik heb u mogelijk iets laten beleven van de Kracht die juist in het bezig zijn met deze dingen voor eenieder gelegen kan zijn. En dan kun je niet zeggen: Ik ga er nu lekker iets van dezelfde soort bij doen. De waarheid is als menige medicijn. In een kleine dosis maakt ze je beter. In een grote dosis kan ze dodelijk zijn. Dat heb je met bewustwording ook. Als u nu alles zou weten, zou u niet meer kunnen bestaan. Maar elke keer iets meer beseffen van jezelf en van de wereld en je gaat begrijpen dat er nog meer is. Voortdurend jezelf uitbreiden tot je zijn voor je eigen erkennen, reikt tot aan de verste grenzen van de kosmos, tot in de laatste sfeer van de geestelijke werelden.

Wat moet ik dan nog meer zeggen? Grote gebaren maken? U een slaapliedje zingen van al degenen die met en rond u zijn, de geesten die u helpen, de engelen die erbij staan? Och, ze kunnen bestaan. Ze zijn deel van de droom en soms deel van je wezen. Maar ze zijn niet belangrijk. Het belangrijke is niet welke wereld u bereikt, maar welke werelden u kunt overzien. En als u dat eenmaal gaat begrijpen, vrienden, dan zult u ook tegen uzelf zeggen: Ja, waar zouden we nog langer over bezig blijven? Maar wat u, althans meerderen van u, vanavond hebt gevoeld, even meegesleept naar een andere werkelijkheid, dat is iets wat eigenlijk uw normale toestand is, begrijp dat wel. U bent even een stapje buiten uzelf gegaan zoals u zelf nu ziet. Probeer dan nog een keer zelf. Mediteer eens een keer. Probeer de rust als een voerstraal, als een beeld in u te laten oprijzen. Wandel in je droomwereld desnoods want het is in dromen dat de werkelijkheid tot ons spreekt. Het is door de illusies dat wij geconfronteerd worden met de werkelijkheid. Ja, het is uit de dwaasheid dat voor ons de wijsheid ontstaat.

Mijn dwaasheid hebt u gehad. Moge het uw wijsheid worden.