Ontwaken

uit de cursus ‘De mens in al zijn aspecten’  (hoofdstuk 9)- juni 1972

Ontwaken

Als je in een wereld leeft, die vol begoocheling is, dan heeft het leven voor jou een bepaalde inhoud en vaak een wat droomachtige kwaliteit. Zoals wij in vorige lessen hebben gezien, leven de meeste mensen aan de hand van idealen, van denkbeelden en niet aan de hand van feiten. Nu kan er een ogenblik komen dat de mens in staat is de keten van alle begoocheling, van alle zelfbedrog ook te doorbreken. Dat ogenblik kan soms ontstaan door middel van b.v. een schok. Er zijn mensen die door een ongeluk plotseling helderziend, helderhorend worden. Dat is een bekend verschijnsel. Maar in feite zijn ze door die schok ook wakker geworden voor iets wat er altijd is geweest; en dat vergeten de meeste mensen.
Als ik hier uitdrukkelijk niet spreek over inwijding maar over ontwaken, zo vindt dit zijn reden in het feit dat inwijding veronderstelt: procedure. Terwijl ontwaken een natuurlijk verschijnsel is dat met elke slaap gepaard gaat. Wat een mens doet, die zich bewust wordt van zijn leven, van zijn omgeving of van een werkelijkheid, is ontwaken.
Nu zijn er zeer veel situaties in een menselijk leven die zijn vastgelegd (denk b.v. aan het huwelijk, aan de positie die iemand in de gemeenschap heeft, aan de waarde van bezit) en waar men eigenlijk moeilijk doorheen kijkt. Het zijn van die karakteristieke toestanden (eigenlijk sjablonen), die de maatschappij op je heeft getekend. Als je nu wakker wordt, ga je begrijpen wat ze zijn: sjablonen; en dat de inhoud niet is gelegen in het feit dat er een huwelijk is of dat je in de maatschappij een bepaalde positie hebt in de ogen van anderen of dat je een bepaald bezit hebt. Het is belangrijk: wat ben ik, wat doe ik ermee, hoe leef ik ermee? En dan ga je vanzelf ook anders reageren.
Laten wij een paar voorbeelden zoeken uit deze tijd om daarmee duidelijk te maken waar eigenlijk een fout zit en waartoe een ontwaken zal leiden.
Dan neem ik allereerst ‑ het is actueel ‑ het enorme protesteren van de studenten.
Dat zij protesteren, is begrijpelijk. Hun belangenwereldje wordt aangetast. Aan de andere kant zouden zij zich wel moeten realiseren dat het hogere onderwijs toch wel veel te kostbaar is in verhouding tot wat het produceert. Indien zij zelf zouden bijdragen tot het verlagen van deze kosten, ook tot het verminderen van het element ‘verspilling’ bij het onderwijs, dan zou ‑ geloof ik ‑ ook de verhoging van hun eigen bijdrage niet eens noodzakelijk zijn. Zij kijken echter niet naar zichzelf, dus niet “wat zijn onze mogelijkheden?”, maar zij eisen mogelijkheden voor zichzelf zonder een verplichting voor zichzelf direct daartegenover te stellen.
En daar zit nu de grote moeilijkheid. Als zo iemand ageert, dan doet hij dat volkomen overtuigd en van ganser harte. Stel, dat hij wakker wordt. Dan ziet hij opeens dat een groot gedeelte van zijn kennis in feite niet nuttig is. Hij realiseert zich verder dat hij door de belangrijke zaken met grote aandacht te bestuderen en voor de rest logisch te denken vele onbelangrijke dingen, die op dit ogenblik een groot gedeelte van zijn tijd opeisen, als het ware vanzelf te weten komt. Hij komt dan tot een nieuw systeem van leren. Maar hij komt ook tot totaal andere eisen ten aanzien van b.v. de mogelijkheid om een practicum te hebben. Hij stelt dan voor zichzelf: Het is noodzakelijk, dat ik bepaalde dingen doe. Wat kan ik zelf doen en waar heb ik inderdaad een kostbare outillage voor nodig? Dan blijkt dat ook daar veel minder nodig is. Het eindresultaat voor de student, die wakker is geworden, is dat hij veel minder is aangewezen op al datgene wat anderen voor hem doen en voor hem beschikbaar moeten stellen en dat hij gelijktijdig sneller leert, beter leert en zelfstandiger is op het ogenblik dat hij zijn studie beëindigt. Dit is een heel eenvoudig voorbeeld van wakker worden.
In geestelijk opzicht kan ik mij iets dergelijks eveneens voorstellen.
Als wij iemand hebben die gelooft ‑ onverschillig wat voor geloof dat is ‑ dan zal hij in vele gevallen zijn eigen denken staken op het ogenblik dat zijn geloof een verklaring geeft. Als hij echter beseft dat de waarde van een geloof niet is gelegen in de verklaringen die het afgeeft maar in de mogelijkheden die het voor de mens innerlijk en uiterlijk schept, dan zal hij ongetwijfeld in dat geloof gaan zoeken naar datgene, waarmee hij kan werken, waaruit hij bepaalde krachten kan putten. Hij zal zoeken naar de werkelijkheden, die voor hem werkelijk tellen en hij zal zich daarop concentreren. Dan interesseert het hem helemaal niet meer welke bisschop de baas is. Dan vraagt hij zich ook niet af of de paus nu wel of niet onfeilbaar is. Hij laat dominee rustig preken maar hij belééft zijn godsdienst. In dat beleven komt hij tot een praktische mogelijkheid.
Zo iemand zou men een soort ingewijde kunnen noemen. Dat wil echter nog niet zeggen dat die man daarom de vorm behoeft te verwerpen. Een van de bekende voorbeelden is Pater Pio, die de laatste tijd ook wat meer in de publiciteit is gekomen.
Pater Pio was een heel gelovig en heel eenvoudig mens, die echter voor zichzelf de consequentie trok uit zijn geloof. Hij was ook consequent ten aanzien van die punten, welke voor hem in zijn praktisch werken en in zijn contact met de medemens en met God belangrijk waren. De rest nam hij er dan wel bij. Deze man werd gezien als een wonderdoener; en dat was hij in sommige gevallen ook wel. De man was wakker geworden. Hij had gezien wat onbelangrijk en wat belangrijk was. Misschien is dat ook wel de reden dat hij zoveel vijanden vond onder de geestelijkheid en dat Rome zo bang voor hem was.
Kijk, dat zijn punten waarvoor u zelf voorbeelden te over kunt stellen. Het is eigenlijk zeer eenvoudig te formuleren. Wakker worden betekent: geen denkbeelden van jezelf of van anderen, kijken naar praktische mogelijkheden. Niet vragen: wat is het ideaal genoemde systeem? maar: wat is voor mij praktisch het best bruikbaar?
Het is minder idealistisch, dat geef ik graag toe. Maar een groot ingewijde is geen idealist. Dat denken de mensen. Een groot ingewijde is iemand, die weet welke mogelijkheden hij heeft. Hij gebruikt die mogelijkheden dan volgens zijn persoonlijkheid en inzichten. Alles wat daarbuiten ligt, stelt hij eigenlijk een beetje terzijde; niet in een eenzijdigheid, in een ontkenning, maar eenvoudig in het besef: deze dingen tellen voor mij niet mee. Zo iemand zal zich wel afvragen: heb ik schoenen waarmee ik goed kan lopen? Hij zal zich niet afvragen: zijn ze mooi en passend? Zo iemand zal zich niet afvragen  of een mens nu mooi of lelijk is of tot een bepaald ras behoort, maar hij zal wel proberen in deze mens bepaalde harmonische mogelijkheden te zien. Ziet hij die niet, dan zal hij zich beschermen tegen de disharmonie, die mogelijk in die persoon zetelt. Praktisch zijn, is een van de veel voorkomende verschijnselen bij een mens, die begint wakker te worden.
Als je sterft, word je eigenlijk. ook een beetje wakker. Er zijn zelfs mensen, die zeggen: Sterven is een soort inwijding. Het proces van het sterven op zich heeft onaangename nevenverschijnselen, waaraan je je niet kunt onttrekken. Maar als je die verschijnselen dan maar accepteert en je concentreert je op de ervaring, dan blijken ze eigenlijk erg onbelangrijk te zijn.
Iemand, die op aarde heeft geleefd, wordt geconfronteerd met de werkelijke betekenis van zijn leven. Dat is het eerste begin van het sterven, de dood. Hij wordt verder geconfronteerd met zijn denkbeelden en tekorten, die hij volgens die denkbeelden heeft bezeten. Hij wordt ook geconfronteerd met de werkelijke betekenis, die hij voor de medemensen heeft gehad en met de oprechtheid, voor zover die in zijn bestaan en in zijn werken heeft gescholen. En dan moet hij beginnen te leven met de erkenningen, die hij nu in zichzelf heeft vastgelegd.
Op hetogenblik dat je zegt: “iets daarvan is niet waar”, zit je in moeilijkheden. Dan heb je dat bekende uitwijkverschijnsel waardoor velen een lange tijd in Schaduwland vertoeven. In sommige gevallen heb je ook een fixatieverschijnsel; wat meestal betekent dat iemand niet verder komt dan Zomerland. Aanvaard je echter de werkelijkheid, dan blijken de grenzen, die er tussen de sferen heten te bestaan, allemaal maar illusies te zijn. Dan kun je gaan zo ver als je maar wilt, zo ver als je begrip en je vermogen tot harmonie maar reiken.
Indien wij dat stellen voor de dood (de dood is dus een ontwaken in een werkelijkheid en een geconfronteerd worden met de werkelijkheid omtrent jezelf), dan mogen wij dit toch ook zeggen ten aanzien van het leven van de mens, wij hebben al eens eerder over dit verschijnsel gesproken. Toen heb ik u erop gewezen dat een mens verschillende fasen in zijn leven heeft en dat hij na elke fase zichzelf anders gaat zien en hernieuwd gaat waarderen. Dat is ook een soort ontwaken. Maar dan een gedeeltelijk ontwaken, want in dergelijke gevallen breng je de waarden, die voor jou belangrijk zijn ‑ om welke reden dan ook – zonder ze op hun werkelijke betekenis te testen, over in de nieuwe fase. Het is dus een benadering van het voor jou niet belangrijke, waarin `de verandering is gelegen. Maar een werkelijk ontwaken houdt in: het betreden van een nieuwe wereld.
Nu is een nieuwe wereld voor de mens altijd een wat griezelige wereld, vooral omdat de mens leeft in de illusie van beheersbaarheid. Hij meent dat hij zijn wereld aan kan, dat hij in staat is zijn eigen lot helemaal te bepalen. Hij gelooft in allerlei dingen. Of je dat nu noemt wetenschappelijk denken, democratie, de enig ware godsdienst, als je wakker wordt, dan gelden die dingen niet, dan zijn ze er eenvoudig niet meer.
Als ik het leven van een enkele mens als voorbeeld mag nemen, dan kunnen wij ons ongeveer als volgt de situatie voorstellen:
Prenatale periode: Een herbeleving van herinneringen van een vroeger bestaan, gepaard gaande met een steeds sterker wordend aantal impressies, die je via de moeder bereiken.
Geboorte: Enorm trauma; een wakker worden in een andere wereld. Vanaf dat ogenblik is niet meer de gedachte alleen belangrijk, maar zijn de lichamelijke behoeften iets, waardoor je wordt gedomineerd. Je gaat toch nog verder met je dromen, maar de werkelijkheid komt steeds sterker naar voren ‑ ook via de lichamelijke behoeften ‑ tot het ogenblik dat je wakker wordt in de wereld. En wat eens een werkelijkheid voor je was (een vroeger leven, een bestaan in een sfeer) is afgenomen in belangrijkheid, totdat het een soort kleurige achtergrond is geworden waaruit je met je fantasie zo nu en dan een aardig spelletje kunt plukken.
Dan sta je voor een wereld waarin van een kind veel wordt geëist. Je weet niet waarom. Anders gezegd: voor een kind zijn de eisen, die ouderen aan hem stellen, over het algemeen onredelijke eisen. Je kunt op gezag aanvaarden; je kunt ook proberen te begrijpen. Iemand die, als hij jong is, probeert te begrijpen waarom, is doorgaans lastig en brutaal volgens de ouderen.
Er komt echter een ogenblik dat je zegt: Dit is mijn leven. En dan denk je niet aan een T.V. of radioprogramma, maar je denkt aan je relaties met je vriendjes, aan de manier waarop je met hen samenleeft.
Een school kan op die manier dus het centrale punt worden van je bestaan als mens; niet om wat je er leert, dat is bijkomstig, maar om de contacten, die je er hebt. Het kan ook een enorme kwelling zijn waarvoor je voortdurend zou willen wegvluchten en die je desondanks wordt opgedrongen. Het ligt er maar aan of je harmonisch of disharmonisch past in het geheel. Zo’n mens moet zich dan in de maatschappij invoegen.
Ook hier krijg ik weer te maken met het verleden. Wat ik eens ben geweest, bepaalt voor een deel mijn neigingen. Ik tracht dus onbewust in de wereld iets waar te maken wat ik al ben geweest. Dat zal dus in de puberteitsperiode heel erg sterk zijn. Daarna flauwt het iets af en wordt het langzaam maar zeker een eigen denken, een eigen persoonlijkheid waarbij ik de achtergronden vergeet en daardoor ook niet meer zo sterk word gemanipuleerd. Het is pas in deze periode (die in het Westen optreedt tussen de 22 en de 30 jaar, in het Oosten tussen de 16 en de 25 jaar), waarin je voor het eerst wakker schrikt.
Je staat nu tegenover een wereld waarin verplichtingen en noodzaken bestaan, waarin je moet uitkijken voor jezelf. Tot nu toe heb je altijd een ander voor je laten uitkijken, nu moet je voor jezelf zorgen. En daarmee sta je in een wereld, die ineens van betekenis is veranderd. De beul van een paar jaar geleden, is nu degene, die je juist die handigheidjes en nuttige zaken heeft geleerd die je nodig hebt. De persoon, die vroegere zulke mooie verhalen kon vertellen, is nu alleen maar iemand die je heeft belazerd. Het gezag, dat vroeger bescherming betekende, betekent nu een aantasting van je persoonlijkheid en toch wéét je waarom; de reden wordt kenbaar. Ik geloof dat je in deze periode dus een eerste gedeeltelijk ontwaken doormaakt.
Dan komt als vanzelf de periode van de huwbare leeftijd, van gezinnetje stichten en al die dingen meer, werk misschien waarin je helemaal opgaat. In deze periode probeer je alles wat je uit het verleden hebt, om te zetten in iets wat bruikbaar is in het heden. Je oude dromen, je oude liefhebberijen spelen een heel grote rol in hetgeen je nu bent en in wat je nu doet. De problematiek uit het verleden heb je omgezet in een gedragscode. Was je vroeger iemand, die zich sterk onderdrukt gevoelde, nu ben je iemand die elke pressie, zelfs de meest redelijke, gaat afwijzen. En zo groei je verder.
Dan komt er een ogenblik dat je ook wordt geconfronteerd met de z.g. ideële en ook spirituele wereld: de denkbeelden.
Denkbeelden worden in het begin gemakkelijk geaccepteerd. Vaak is er al een gewoonte gevormd waardoor je niet alles wat je wordt voorgelegd, kritisch gaat bezien. Toch komt er een periode van kritisch zien.
Het beeld van de wereld verandert. Je wordt weer wakker. Je ziet de verhoudingen nu in een nieuwe betekenis en vaak in een meer reële betekenis. De droom blijft in het leven een rol spelen.
En dan komt ook de periode dat men wat ouder wordt en men de droom van het verleden schuift voor een werkelijkheid waarin men eigenlijk niet meer mee kan. Maar stel nu, dat u nu wakker wordt. Dan is het heel waarschijnlijk dat dat totale wakker worden zich afspeelt, 1e mogelijkheid: ongeveer tegen het einde van de puberteit; 2e mogelijkheid: ongeveer na de gezinsvorming; dus het vinden van een sociale positie en herwaardering van uw bestaan; 3e mogelijkheid: als u op het punt staat te kiezen tussen de herinnering of een herwaardering van uw bestaan en de wereld. Wordt u wakker in deze fasen, dan ziet u de details. U ziet plotseling samenhangen. Het beeld van de wereld is een geheel geworden, dat met een onnoemelijke rijkdom aan details overigens (u ziet zelfs kleuren meer en beter, lijnen meer en beter) nu duidelijk maakt wat voor u de juiste weg is. Heeft u tot op dat ogenblik gedwaald door een stad, waarvan u slechts vaag het stadsplan kende, nu heeft u a.h.w. een miniatuurstad waar u overheen kunt kijken, zodat u van te voren weet waar elke stap, die u zult zetten, terecht zal komen. U leeft bewust. In dit bewuste leven wordt u ook geconfronteerd met het feit dat de huizen niet zo hoog zijn, dat de torens van de kerken niet tot aan de hemel reiken. U staat er enigszins boven en gelijktijdig ook anders tegenover. U ziet de zaak anders.
De vraag is nu of u zult aannemen dat er andere mogelijkheden zijn in dat Niemandsland. Dat ligt aan uw punt van beschouwing en aan de werkelijkheid, waarin u eens helemaal gevangen was. Dat het erg moeilijk is om daarop een direct antwoord te vinden, blijkt o.m. uit het verhaal van de Boeddha, de prins Siddartha, die wordt geconfronteerd met wat werkelijkheid is, maar die zeker zich niet onmiddellijk realiseert wie en wat hij is en wat hij kan. Het enige dat belangrijk is: Hij probeert ineens de bovenzinnelijk wereld in toenemende mate te betrekken in zijn dagelijks leven. Daarvoor studeert hij o.m. bij een Yogi, hij is bij een tovenaar in de leer en dat soort dingen meer.
Van Jezus zou je ook wel datzelfde kunnen zeggen, vermoed ik, ofschoon bij hem het ontwaken ‑ als ik het zo mag noemen ‑ in een latere fase ligt, waarschijnlijk kort tegen zijn dertigste jaar aan. Ook Jezus verandert zijn visie. Hij ziet plotseling de samenhangen anders en hij concentreert zich eveneens plotseling op het bovenzinnelijke in veel sterkere mate dan hij tot op dat ogenblik heeft gedaan.
Kenmerkend is ook dat de Boeddha, als hij voor het eerst uittreedt, wonderen doet. Later horen wij daarover veel minder. Wij horen dan meer over zijn wijsheid.
Kijken wij naar Jezus, dan is het opvallend dat juist de eerste periode van zijn optreden wordt gekenmerkt door talloze wonderen en dat zijn verder optreden veel minder gericht is op uiterlijke verschijnselen maar eerder op wijsheid. Dit kunnen wij overal bij alle grote figuren ook terugvinden. En ditzelfde kan zich voordoen bij de normale mens.
Het ontwaken betekent dus: zoeken naar de wereld van het bovenzinnelijke. De meeste mensen denken: als je nu maar wakker bent, dan weet je het. Ik geloof dat men daarbij vergeet dat er een vervreemding bestaat.
Als u intens heeft gedroomd en u wordt wakker, dan is uw eerste reactie niet: o, het is allemaal niet waar en nu kan ik wel aan de dagtaak beginnen, maar dan is het eerste wat u zich afvraagt: hoe was het nu ook weer? Waar ben ik ook weer? 0 ja. En hoe zat het ook weer? Waarom was dat ook weer? Er is een vervreemding waardoor u probeert de wereld van de droom en van de werkelijkheid met elkaar in overeenstemming te brengen. Bij een gewoon mens overspoelt de werkelijkheid dan de droom. Maar iemand, die innerlijk wakker wordt, wordt niet overspoeld door de feiten van de werkelijkheid. In tegendeel, hij ziet zijn droom en de feiten van de werkelijkheid gelijktijdig. Hij beseft hun relatie en wordt door de herkenning van beide gebracht tot een bewust reageren in die werkelijkheid, maar mee op basis van zijn persoonlijkheidsinhoud, zoals die in de droom is gebleken.
Dit is een wonderlijk verschijnsel, dat zult u begrijpen.
De toestand van ontwaken brengt na de vervreemding dus confrontatie met nieuwe werelden, met nieuwe mogelijkheden. Hoe liggen die?
Een mens van 18 jaar zegt: Ik kan meer. Ik moet meer doen. En dat betekent het scheppen van een formulering, waarvan je zelf beseft dat ze onjuist is maar die je met een elan, met een enorm geweld probeert door te zetten, waarbij je alles in relatie probeert te brengen met jouw beeld van de werkelijkheid. Wonderen kunnen hierbij gebeuren.
Er is een bekend genezer geweest in Noord‑Duitsland, die nog geen 20 jaar oud was. Die man heeft het niet lang volgehouden. Hij was ontwaakt tot nieuwe krachten en mogelijkheden. Hij kon tussen dé mensen door wandelen en weten waar harmonie was en waar niet. Degene met wie er harmonie was, die kon hij genezen; en dat deed hij dan ook.
Een ander voorbeeld: Iemand, die omstreeks 30‑jarige leeftijd ontwaakt, deze moet eerst afrekenen met de situatie, die hij heeft gecreëerd: de droomsituatie, waarin hij allerlei idealen door elkaar heeft gevlochten. Voor hem is het heel erg belangrijk, veel meer dan voor de jongere, om onmiddellijk met feiten te komen. Zo iemand heeft de neiging zich bezig te houden met occultisme en magie, maar bereikt ook heel vaak bepaalde trappen van inspiratief werken. Vormen van helderziendheid en helderhorendheid komen op deze leeftijd wel voor, maar ze zijn niet betrouwbaar. Opvallend is het genezend vermogen en heel vaak een zo scherp zien van de dingen dat feiten, die anderen ontgaan, kunnen worden opgesomd. Dat is echter geen helderziendheid, want er wordt alleen gereageerd op aanwezige feiten. Het is alsof zo’n persoon de wereld plotseling onder een microscoop ziet en daardoor uit de rijkdom van details die anderen ontgaan, conclusies kan trekken, die voor de anderen onbegrijpelijk zijn maar die in de feiten steeds weer juist blijken.
Komen wij bij een mens, die de periode nadert van leven in de herinnering, dan zien wij de omslag meestal heel anders gebeuren. Zo iemand zal misschien nog wel wat doen met paranormale krachten e.d. maar het loopt meestal nogal los daarmee. Wel zien wij dat zo’n persoon ineens alle wijsheid opnieuw gaat formuleren. Hij probeer het leven terug te brengen tot samenhangen. Bij zo iemand is het inspiratieve element wel aanwezig, maar het zit op de achtergrond. Het is datgene wat het hem mogelijk maakt het juiste woord te vinden, niet wat hem zegt welke woorden te spreken. Deze mensen kunnen dan een enorm inzicht bereiken in de wereld of in geestelijke waarden en heel vaak komen zij dan ook tot een soort visionair werken, waarbij zij de werkelijkheid uit een meer tijdloos geheel als het ware steeds weer opnieuw definiëren en formuleren. In al deze gevallen was het ontwaken dus een anders reageren en een anders zien. Ik heb u reeds duidelijk gemaakt dat dit in verband met de dood eveneens het geval is.
Nu is het natuurlijk wel aardig te zeggen: Ach, dat ontwaken komt voor iedereen wel. Maar vóór het ontwaken is er altijd een periode, die wat moeilijker is. Ik weet niet of u wel eens een vaste slaper heeft wakker gemaakt, terwijl hij droomde. Dan volgen er een aantal al dan niet gefluisterde uitdrukkingen; en als ze verstaanbaar zijn, zijn ze zelden heel vriendelijk. Het is alsof degene, die wordt wakker geschud, zich met alle geweld verweert tegen een werkelijkheid die hij aanvoelt. Zo is het ook met een mens, die vóór een ontwaken staat. De wereld, waarin hij heeft geleefd, is niet meer aanvaardbaar, die is ook niet meer bereikbaar. Maar de wereld, die komen gaat, die totaal anders is, kan hij niet accepteren. Het is een doodsheid, een verveling, een gevoel van frustratie, van afgesloten zijn. Heel begrijpelijk overigens, want alleen vanuit deze gevoelens wordt de wereld waarin wij ontwaken, weer een stimulans. Als die wereld alleen maar een vaag contrast zou vormen met een zeer levendige droom, ik geloof dat wij naar de droom zouden terugverlangen en de werkelijkheid afwijzen. Deze beproevingsperiode, zoals men die graag pleegt te noemen, loopt in het menselijk leven uiteen van perioden van ongeveer 10 jaar (dat is wel het langst gemiddelde) tot perioden van enkele maanden. Laten wij aannemen dat iemand een periode van verveling doormaakt, die vijf jaar duurt. Wat gebeurt er? Het is allemaal hetzelfde, want de nuances in leven en beleven die er zijn, interesseren ons niet meer. Vroeger was het beter, want er zijn herinneringen die wij nu niet meer in hun werkelijk verband zien. Wij hebben ze geïdealiseerd; wij hebben er een werkelijk fantastisch droombeeld van gemaakt. In deze herinneringen zouden.wij de werkelijkheid willen vinden zonder te beseffen dat zij er nooit zo zijn geweest. Daardoor zoeken wij ‑ bewust of onbewust – naar iets nieuws. Dit zoeken naar iets nieuws, brengt het experiment met zich mee. De een gaat misschien proberen te genezen, de ander gaat zieken verzorgen en nog een ander besluit ineens ‑ ook al is de leeftijd dan ook gevorderd ‑ te verdwijnen naar Australië, Canada of een ander onbekend oord, alleen maar omdat er in het heden geen bevrediging is te vinden. Het is deze stimulans, die kort voor het ontwaken ons reeds confronteert met andere gedachten; het is een soort wekdroom geworden. De werkelijkheid, waarin wij komen te leven, begint invloed te krijgen in datgene wat wij zijn, denken en doen. En dan is het ontwaken ook aanvaardbaarder, al blijft het vervreemdingseffect natuurlijk gehandhaafd. Wil je daarvoor praktische regels geven, dan is dat al heel erg moeilijk. Als, ik tegen u zeg: Indien u zich verveelt, kan dat het begin zijn van een inwijding, dan wil iedereen zich zo snel mogelijk vervelen in de hoop dat de inwijding dan eveneens spoedig komt; en dat zou op een teleurstelling uitlopen. Ik geloof dat je het zo moet zeggen:

  1. Als er in je leven veranderingen plaatsvinden en het net lijkt alsof alles wat nu mogelijk zou kunnen zijn om welke reden dan ook wordt getorpedeerd, houd er dan rekening mee dat er nieuwe elementen in je leven komen. Wees dan niet bang voor een experiment, maar probeer in dat experiment vooral iets meer te brengen dan de wereld van vroeger. Werk met andere elementen of andere krachten. Zoek een ander medium om jezelf uit te drukken. A1 ga je maar tekenen of schilderen, probeer je mensen te genezen of gedachten te lezen of houd je je bezig met filosofie of sociologie, zoek iets wat je tot op dat ogenblik niet hebt gedaan maar waarvan je de mogelijkheid vaak hebt beseft. Wijd je voorlopig daaraan.
  2. Elke droom op zichzelf is mooi. Maar elke droom is mooi omdat wij die droom a.h.w. zelf vorm kunnen geven. Ook een nachtmerrie geven wij zelf vorm. Wij hebben daar reeds over gesproken. Laat u door de droom niet beïnvloeden. Realiseer u: wat ik heb gedacht en gehoopt, is niet waar en kan niet waar worden; er moet iets anders zijn. Toch is dat het juiste, indien u verder wilt gaan naar een grotere werkelijkheid.
  3. U wordt in uw leven heel vaak gesteund en gestuurd door krach­ten uit de geest, door bepaalde gaven die u bezit; De meeste men­sen weten dat ook wel dat ze dat hebben, maar zij beschouwen het eigenlijk als iets wat voor hen normaal is. Juist daardoor zien ze de nuances daarin over het hoofd. Als u dan die dingen verliest, moet u niet terughunkeren naar het verleden, maar dan moet u zich afvragen: Welke mogelijkheden zijn mij overgebleven? Juist het grijpen naar die enkele mogelijkheid die u dan nog heeft om hetzij met het paranormale hetzij met bijzondere gaven te werken (één is er altijd wel te vinden als u maar zoekt), geeft u dan de gelegenheid een totaal nieuw schema van geestelijk werk te ontplooien en daarin gelijktijdig een beter inzicht te krijgen in de werkelijkheid.

Het is niet veel. Wij hebben altijd geprobeerd de punten praktisch te stellen in de lessen. Deze les is niet zo direct praktisch omdat elke mens op zijn manier wakker wordt en iedereen toch op zijn eigen manier moet afrekenen met zijn dromen. Wakker worden, is echter voor ons allen noodzakelijk. Eens zal elke mens moeten ontwaken, hoe dan ook. Laten wij die onvermijdelijkheid dan eerst accepteren.
Dan kun je natuurlijk zeggen: elke mens moet dit op zijn wijze doen.
Er zijn daarvoor geen algemene regels te geven. Maar als je naar de wereld kijkt, dan zie je toch ook dat in de massa van de mensen dergelijke processen zich ook afspelen. Dan moeten wij even niet denken aan al die kleine pressiegroepen. U weet wel, mensen die hard schreeuwen, zijn in staat een kudde van honderdduizend man aan het lopen te krijgen. Daarin zit het systeem van het activisme. U moet gewoon uitgaan van het denkbeeld: er komt een tijd waarin de wereld niet kan reageren op de oude wijze. In verband met milieuvervuiling b.v. speelt zich op het ogenblik iets dergelijks af. Daarbij gaat het helemaal niet om de feiten, maar doodgewoon om een wakker schrikken uit de denkbeelden dat men oneindig kan voortgaan. Iets dergelijks zal binnenkort ook plaatsvinden ten aanzien van de bevolkingstoename. Dit zijn heel gewone problemen. Maar de mens heeft altijd gedroomd. Hij heeft gedacht dat hij het aan zou kunnen; en nu kan hij het niet aan. Nu móet hij wakker worden. Maar wakker worden, betekent dan ook handelen volgens totaal nieuwe normen. Het betekent denken volgens nieuwe normen. Het betekent oude geliefde idealen terzijde stellen en daarvoor in de plaats een meer realistische benadering vinden van je wereld. Op het ogenblik zijn er heel veel mensen die vrede willen maar die vrede willen zij op een bepaalde manier. Dat wil zeggen, met een zekere welvaart, een zekere vrijheid, een soort onafhankelijkheid ten aanzien van anderen. Zolang zij dromen, kunnen zij verdergaan in die richting, maar er komt een ogenblik waarin je je afhankelijkheid, je relatie met de mensheid zult moeten erkennen. Er zullen in de zeer nabije toekomst zeker groepen zijn, die zich dat gaan realiseren, die niet anders meer kunnen dan hun afhankelijkheid erkennen en op grond daarvan verdergaan. Ik geloof dat je in de gehele wereld altijd weer die kentekenen van een ontwaken vindt. Het is een kentering; de oude tijd is afgelopen en nu begint er een nieuwe tijd. De nieuwe tijd ontaardt ook weer in dromen, natuurlijk. Maar in het begin is zij ontzettend reëel en realistisch. Als u kijkt naar het begin van het christendom, dan is het in feite offerbereidheid, innerlijke gesteldheid en ‑ wonderlijk genoeg ‑ voor velen het vermogen om paranormale krachten te gebruiken. Als u tegenwoordig naar het christendom kijkt, dan is het een mooie organisatie met zeer mooie leerstellingen en verder maar heel weinig praktische resultaten. Zo zal het ook in die nieuwe periode zijn.
De mens schrikt wakker, hij zal beginnen te werken, hij zal uit zijn werken een droom spinnen. De massa weet en voelt op een gegeven ogenblik echter: dit is het moment van ontwaken. Wij kunnen ertegen worstelen, we kunnen proberen de droom vast te houden, maar het gaat niet meer.
Dat is op het ogenblik aan de gang.
Dan komt er ook een ogenblik dat grote krachten en instellingen (ik denk b.v. aan de Witte Broederschap) zich gaan realiseren: wat wij in het verleden hebben gewild en gedaan, dat kunnen wij nog wel voor een deel afwerken, maar in feite moeten wij klaar staan voor een totaal nieuwe benadering. Zelfs voor de Orde geldt dit. Wij hebben misschien nog wel een jaar of wat de tijd, maar ook wij zullen aan een nieuwe benadering moeten beginnen. Dat is een massaal ontwaken. Het is een besef dat niet een enkeling betreft, dat niet een persoonlijke inwijding met zich meebrengt. Het is gewoon een wakker worden voor een werkelijkheid die afwijkt van hetgeen wij nog zijn of proberen te zijn.
Dit massale ontwaken op de wereld brengt altijd allerlei geweld met zich mee, gevoelens van achtervolgd worden, denkbeelden van recht en onrecht. Maar als die fase van wakker moeten worden voorbij gaat, dan is de vraag: Wat zul je doen met de wereld waar je tegenover staat?
Voor de massa is dat heel eenvoudig want de massa wil leven en voortleven zoals zij heeft geleefd. Dus zal zij zoveel mogelijk feiten aanvaarden. Zij zal alles wat voor haar op dit moment niet passend is te maken, voorlopig verwerpen en zij zal voortgaan. En daar wijkt de massa nu af van de enkeling, die wakker wordt want die kan de totaliteit en de utiliteitsprincipes niet meer primair stellen. Hij moet uitgaan van het waarmaken van zijn nieuwe wereld want er is het onbekende, waarin hij moet leven en werken. Het onbekende wordt voor de wereld minder sterk in de massa kenbaar.
Ik zou tot besluit van dit onderwerp een paar dingen willen zeggen, die op het ogenblik zeer actueel zijn.
Wij weten dat de geestelijke krachten, die schijnbaar chaos en verwarring in de wereld brengen, in sterkte toenemen. Wij weten dat de golf van gewelddadigheid, waarover al enkele jaar is gesproken en waarmee wij dus ook steeds rekening hebben gehouden, op dit moment overal aanwezig is en praktisch voor iedereen kenbaar. Maar wij kijken alweer verder.
Wij weten dat dit een fase in een ontwikkeling is en niet, zoals u meent, een wanhopig verzet of een afwijking van de norm. Het is een normaal deel van het ontwikkelingsproces. Er zullen natuurlijk moordaanslagen zijn en er zijn ook weer enkele oorlogshandelingen te verwachten. Maar dat betekent niet dat de gewone mensen daarin verder meegaan. Het geweld roept tegengeweld op, terreur wordt met terreur beantwoord, maar gelijktijdig wordt meer dan ooit betrouwbaarheid met betrouwbaarheid beantwoord, eerlijkheid met eerlijkheid. Meer dan in het verleden zal het in de komende tijd een kwestie zijn van: men krijgt wat men verdient. Voor velen natuurlijk een treurige mededeling, maar het ziet er werkelijk zo naar uit.
Wat wij dus aan de hand van de Wessac‑bijeenkomst en de daaruit voortvloeiende besprekingen zien, is eigenlijk een voorbereiding voor deze verandering, niet meer de illusie, de uiterlijkheid. Het gaat alleen nog om de innerlijke relatie, de innerlijke mogelijkheid. De in vele opzichten schijnbare bandeloosheid wordt kennelijk langzamerhand vervangen door een groeiend innerlijke samenhang, een innerlijk steeds groter wordend begrip, maar ook een innerlijk steeds verder samengaan. Wij zien dingen, die tot nu toe als occult werden beschouwd in steeds sterkere mate in de z.g. rationele wereld binnendringen. Wij zien gelijktijdig ook dat vele zekerheden van het verleden worden aangetast. De krachten van het licht proberen iets daaraan te doen, maar ook zij zullen hun wegen anders moeten gaan kiezen.
Ik heb het al gezegd, nog een paar jaar misschien dat de Witte Broederschap zich actueel blijft bezighouden met het pousseren van bepaalde stoffelijke ontwikkelingen, daarna zal de nadruk zo sterk op het occulte en het geestelijke gaan vallen, dat van een feitelijke invloed op de stoffelijke ontwikkeling vanuit de Witte Broederschap eigenlijk niet kan worden gesproken.
De O.D.V. (nvdr. Orde der Verdraagzamen) heeft een predikend bestaan geleid. Zij heeft daarnaast vooral geestelijk en op meer persoonlijk vlak geprobeerd de mensen te bereiken. Voor de O.D.V. komt er een tijd dat, wat nu de hoofdtaak is geworden, hoogstens nog een bijkomstigheid kan zijn. Er komt een ogenblik dat de verdraagzaamheid moet worden: een macht die zichzelf uitdrukt, een in beslag nemen van mensen in kritieke situaties, een plotseling doen veranderen van omstandigheden. Waar de Witte Broederschap in haar streven naar het geestelijke, het occulte toe gaat, daar zal de O.D.V. sterk de praktische kant moeten uitgaan. Dit zijn dingen die wij nu reeds voorzien.
Voor ons is er ook sprake van een ontwaken want wij zijn niet helemaal wakker. Maar wij weten dat wij nieuwe middelen en nieuwe wegen gaan vinden, dat er nieuwe krachten ter beschikking staan en dat nieuwe ontplooiingen van ons streven zowel als totaal nieuwe contacten en verbindingen met allerhande krachten en zelfs ook met mensen in de stof mogelijk zullen worden.
Zoals voor ons dit ontwaken zich afspeelt, zo zal voor velen van u een soortgelijk ontwaken zich afspelen, wanneer u zich in de daarvoor bestemde fase van uw leven bevindt. Ook u zult worden geconfronteerd met nieuwe krachten, met nieuwe tijden en met een wereld, die u eerst weer moet aanvaarden zoals zij is, voordat u met de feiten en de krachten, die daarin aanwezig zijn, zult kunnen werken.
Laten wij de begoocheling, die ons allen steeds weer dreigt te bevangen, zien zoals ze is: de droom, die gebaseerd is op feiten maar die de feitelijke wetten en samenhangen niet volledig uitdrukt. Laat ons ontwaken tot de werkelijkheid waarin kosmische en goddelijke wetten zijn, die ons leven op aarde zo goed als ons kosmisch bestaan regeren.
De weg naar een nieuwe werkelijkheid, deze ligt voor de mensheid dichtbij. Voor de geest is die dag van ontwaken praktisch aangebroken. Ook u zult in uw leven mogelijk ontwaken. Zeg dan niet: ik word ingewijd. Of: nu ben ik meer dan een ander. Zeg alleen: Ik zie nieuwe mogelijkheden. Daar waar het onbekende zich voor mij uitstrekt, daar zal ik zoeken naar de krachten in het onbekende om daarmede te kunnen waarmaken wat ik voel werkelijk te zijn.

Niet ontwikkelde mogelijkheden

Een mens gebruikt van zijn hersenen over het algemeen maar een zeer klein deel. Dat deel dat hij gebruikt, gebruikt hij nog verkeerd.
Als wij nagaan hoeveel mogelijkheden er zijn voor de mens om beter waar te nemen, dan kunnen wij misschien eens kijken naar iemand die blind wordt. Het blijkt dan dat men een groot gedeelte van zijn indrukken a.h.w. gaat ruiken of proeven en dat daardoor wel een wat ander maar toch compleet wereldbeeld ontstaat. Daaruit blijkt reeds dat wij dus veel te weinig een beroep doen op de kwaliteiten die in de hersenen zijn vastgelegd.
Als er lichamelijke tekorten optreden, dan zien wij hetzelfde verschijnsel: de hersenen gaan daarvoor compenseren door bepaalde faculteiten te verscherpen of bepaalde mogelijkheden aanmerkelijk te vergroten. Het is iets dat lichamelijk bekend is. En wat lichamelijk bestaat, bestaat dus geestelijk ook enigszins.
De doorsnee‑mens kan, zoals men dat noemt, magnetiseren. Waarom doet de doorsnee‑mens dat dan niet? Hij is zich bewust van het feit dat hij het kan. Hij vindt het misschien wel begeerlijk maar ook griezelig. Hij wil graag werken, maar alleen onder de aansprakelijkheid van anderen. Kortom, hij durft het niet aan om zijn eigen mogelijkheden te gebruiken.
Een ander voorbeeld: De doorsnee‑mens is in zekere mate helderziend. Hij kan dit voor zichzelf niet toegeven en wenst vooral beelden, die niet passen in zijn concept van de werkelijkheid, niet te aanvaarden. Het resultaat is dat helderziendheid voor een groot gedeelte wordt verdrongen naar de droom en daar grotendeels nog slechts als een reeks symbolen tot uiting komt. Toch kan diezelfde mens wel degelijk aanvoelen en zien aankomen wat er komt, wat er is, wat er verdrongen is. Gezien dit feit, zouden wij kunnen zeggen: Ook hier maakt de mens van zijn mogelijkheden geen voldoende gebruik.
Nu stelt u mij als onderwerp: hoe kan ik deze gaven exploiteren? Wel, indien u helderziende gaven zou willen exploiteren, zou ik u willen aanraden: probeert u het eens op de kermis. Als u daar vermomd op een donker schavotje zit en tegen een redelijke vergoeding bereid bent alle onzin te vertellen die nodig is, dan zult u zonder het te weten in vele gevallen de waarheid zeggen, daar er geen rem meer aanwezig is. U heeft dan een financiële exploitatie en u heeft gelijktijdig de mogelijkheid tot verdere ontwikkeling. Maar ja, als wij dat allemaal zouden doen, zou de kermis overbevolkt raken. Daarom zou ik u de raad willen geven eens wat minder na te denken, voordat u een bepaalde verklaring of beschrijving (vooral aangaande toekomst of verleden) geeft aan iemand die u niet kent. Doe het desnoods voor uzelf, maar doe het hardop en doe het spontaan. Het blijkt dan dat u door spontaniteit te gebruiken al een heel eind verder komt
De mens heeft de mogelijkheid om een deel van het leven althans door zijn wil en zijn uitstraling te beïnvloeden. Ja, zeggen de meeste mensen, maar als ik voor een ambtenaar sta, krijg ik toch mijn zin niet. En ik kan tegen de agent wel zeggen “loop door”, maar dan komt hij juist op mij af. Zij vergeten daarbij dat zij dan wel iets willen, maar gelijktijdig iets anders meer vrezen. Er is een tweestrijd. Maar als u tegen uzelf zegt, en dan zonder allerlei magische poespas erbij: Dit kan waar worden. Ik wil dat dit waar wordt en u houdt het vol, dan wordt het waar.
Je kunt heel veel dingen waarmaken. Alleen, wat je wilt waarmaken, moet iets zijn wat je zelf als mogelijk aanvaardt. Dus niet meer redeneren. Gewoon zeggen: Zo moet het zijn. Goed concentreren daarop, in je gedachten nemen hoe het precies moet zijn, zorgen dat het een manier is, die voor jou aanvaardbaar, die mogelijk is en het gebeurt.
Op dezelfde manier zou je kunnen zeggen: een mens zou veel meer kunnen zien dan hij ziet. Maar ja, als u nu naar mij kijkt en u denkt dat u niet helderziend bent, dan ziet u achter mij op dit ogenblik niets.
Als u denkt dat u wel helderziend bent, dan ziet u wel iets. Hoe komt dat? Er is inderdaad iets. (Even een kleine kunstpauze om inderdaad iets op te bouwen dat zichtbaar is voor degenen, die helderziend zijn.)
Nu moet u niet zegen: Wat zie ik? U moet zeggen: Heb ik het gevoel dat er iets is? Wat zou dat kunnen zijn? Hoe denk ik mij dat? Dus niet proberen met goed turen het tot iets visueels te brengen, maar het gewoon omschrijven. Hierdoor geeft u zich namelijk de mogelijkheid om waarnemingen, die te zwak zijn om ze onmiddellijk over te brengen in zichtbare werkelijkheid voor uzelf, toch om te zetten in waarneming. Daardoor komt u ertoe om u te trainen. En daar u dergelijke waarnemingen als reëel aanvaardt, went u zich eraan ze steeds gemakkelijker en steeds scherper te doen.
Nu heb ik u dus een paar aanwijzingen gegeven. Elk van die aanwijzingen blijkt erop neer te komen dat de doorsnee‑mens de gave wel heeft, maar haar niet gebruikt om welke reden dan ook. Hoe spontaner de mens reageert, des te gemakkelijker hij die waarnemingen doet.
Elke mens heeft een manier om die dingen voor zichzelf om te zetten. Dit is een praktisch gebruik van een gevoeligheid. Je kunt niet altijd zo spontaan reageren. Je moet dus voor jezelf weten waar de grens ligt. Maar als de impuls er is, dan heeft ze zin. Zolang je je dat maar te binnen brengt, kun je dit onbewuste weten gaan exploiteren; en wat meer is, je kunt het langzaam maar zeker maken tot een voor jou innerlijk formuleerbare werkelijkheid. Daar komt het op neer.
Er werd gezegd: Hoe kunnen wij de stoffelijk braak liggende gebieden exploiteren? Nu ligt het er natuurlijk maar aan wat u als braak liggend beschouwt. Over het algemeen genomen zou ik het volgende willen opmerken:
Indien je je tot iets moet dwingen, dan is het doorgaans niet iets waarmee je helemaal harmonisch bent. Als je echter het gevoel hebt dat iets goed is, dat iets noodzakelijk is en je hebt er plezier in, dan doe je het, tenzij ‑ en dit is een heel belangrijk punt! ‑ je verstandelijk de consequenties ervan niet aandurft. Hierdoor geef je je dus de mogelijkheid om lichamelijk meer te doen. Als je zegt: Ik ga een stukje lopen, dan zeg je niet: ik ga naar de brievenbus en terug of de hond uitlaten. Dan zeg je gewoon: Ik heb zin om te lopen en dus loop ik. Als ik genoeg heb van het lopen, ga ik terug naar huis. Op deze manier kun je je vaak aan sporten wagen, waaraan je anders niet zou denken. Het is immers niet belangrijk wàt ik presteer; het is belangrijk dat ik er genoegen aan beleef. Ook dit is een heel belangrijk punt. Heel veel mensen komen er niet toe hun lichamelijke kwaliteiten te ontplooien omdat zij bang zijn dat het niet past, dat zij er belachelijk door worden, dat de buren er iets van zullen zeggen enz. Ook hier weer: de mens remt een groot gedeelte van zijn mogelijkheden af. Als u vindt dat het vandaag de tijd is om te gaan roeien en u heeft een roeiboot ter beschikking, dan moet u zich niet afvragen: Hoe laat is het en kan het nu nog wel? Dan zegt u: Ik ga roeien, tenzij ik anderen daardoor werkelijk tekort zou doen of zou schaden. U ziet het, het hele onderwerp komt steeds weer terug op geremdheden. Als u niet geremd bent, dan zult u zich veel gemakkelijker ontplooien.
Sommige mensen zeggen tegen zichzelf: Ik heb een slecht geheugen. Dat komt, omdat zij steeds weer een adres, een telefoonnummer of een naam plegen te vergeten, zonder zich te realiseren dat zij die alleen maar vergeten omdat ze hen in feite niet interesseren. Maar op het ogenblik dat iets u werkelijk interesseert, onthoudt u het wel degelijk. U kunt u mensen, die u in het verleden, zo’n 20 jaar geleden, hebben geïnteresseerd, nu nog voor ogen halen. U kunt nu nog weten hoe zij eruit zagen, wat zij hebben gezegd en zelfs hoe zij hebben geheten en waar zij hebben gewoond. Probeert u het zelf maar eens. U heeft een geheugen dat bepaalde delen fotografisch vastlegt. Maar er moet een band van interesse zijn, anders komt de waarneming niet meer terug in het waakbewustzijn.
Dan scheppen wij dus voor ons een reden om geïnteresseerd te zijn. En als wij een reden hebben om geïnteresseerd te zijn, dan zullen wij ook onthouden. Als wij een ontwikkelingswaarde hebben in de richting van b.v. de mnemoniek (geheugenleer), dan. moeten wij ons realiseren dat het niet belangrijk is om alle dingen bewust waar te nemen, maar dat het belangrijk is ze te zien en dan later erover na te denken wat het was.
Kipling beschrijft in een van zijn boeken (Kim) een spelletje met een aantal voorwerpen, zoals dat nu nog bij de padvinderij wordt gebruikt: even kijken en dan opsommen. Dit is een vorm van geheugentraining.
Als u, dames, in de krant kijkt naar de advertenties (u kijkt dus niet alle advertenties door, u kijkt naar het hele blad) en u vraagt zich later af: Hoeveel advertenties voor b.v. dameskousen of huishoudjam heb ik gezien? dan zult u tot uw verbazing ontdekken, als u het een paar keer heeft gedaan, dat u heel dicht in de buurt van de werkelijkheid komt. U kunt u zelfs voorstellen waar het op het blad heeft gestaan, in welk lettertype het is gedrukt en desnoods ook nog welke prijs erbij stond. Met een beetje oefening kun je dus ook hier heel veel leren. Maar alweer, de mens heeft de neiging de dingen in details te bekijken. Je moet eerst leren één bladzijde te zien zonder te lezen, dan je ogen dicht te doen en je afvragen: Wat stond er ook weer? Het is een andere benadering van het probleem. Maar op die manier kun je heel veel bereiken.
Er zijn natuurlijk dingen, die je niet zo gemakkelijk kunt. Hypnotiseren bijvoorbeeld. Hypnotiseren is afhankelijk van het vermogen van de hypnotiseur om zijn eigen belangrijkheid op te voeren en van de neiging van de persoon, die hij hypnotiseert, om zich te laten overdonderen en elke andere werkelijkheidsvoorstelling tijdelijk te aanvaarden. Begint u dus maar niet met hypnose en dergelijke te experimenteren, ook al heeft u een schriftelijke cursus daarin gevolgd die u garandeert dat u het in drie maanden leert, want de enige die u hypnotiseert, is waarschijnlijk uzelf. En het enige resultaat is een gat in uw beurs. Hypnotiseren is iets wat u maar een beetje buiten beschouwing moet laten.
Waarom zou u niet eens zeggen: Ik wil proberen om automatisch te schrijven of te tekenen? Dan moet u het gewoon een paar keer proberen en blijkt het dat het gaat, dan moet u niet zeggen: Nu ga ik verder, maar dan moet u zeggen: Nu zal ik bepalen wanneer ik het wel en wanneer ik het niet doe. Voorlopig doe ik het niet. Baas in eigen huis blijven is belangrijk.
Mediamiek zijn. Als wij kijken naar het aantal mensen dat als medium kan functioneren, dan komen wij per 10 op 7 personen. Als wij zien hoeveel personen werkelijk als medium bruikbaar zijn, dan komen wij ‑ schrikt u niet ‑ waarschijnlijk op 1 op de 100.000 à 150.000. Waar ligt het verschil? Wel, een medium moet zich overgeven. Anders gezegd: op het ogenblik dat een medium zich door een geest laat beïnvloeden, moet het zich niet meer afvragen wat het is, wat het gaat zeggen, of het al of niet voor gek gaat zitten. Het medium moet de situatie aanvaarden. Het moet de lichamelijke reacties niet proberen te controleren, maar zich eenvoudig laten gaan. Dat kunnen de meeste mensen niet omdat zij dan bang zijn dat er misschien iets komt waarmee zij het niet eens zijn, dat zij belachelijk worden of dat zij niet in staat zullen zijn terug te keren. Zelfs de zuiver lichamelijke reacties daarbij zijn voor vele mensen kennelijk een bezwaar. Maar dat komt gewoon doordat zij niet hebben geleerd een zekere onverschilligheid op te brengen. Het is toch duidelijk dat ook deze mogelijkheid voor de mens exploitabel wordt op het ogenblik dat hij de juiste instelling vindt. Dan brengt mijn onderwerp mij als vanzelf naar mijn persoonlijke visie t.a.v. een juiste instelling in het menselijk leven. Die wil ik u dan tenslotte nog gaarne voorleggen:

  1. Niemand behoeft u te zeggen wat u moet doen, tenzij u het zelf niet weet. Zorg dus dat u het altijd zelf weet, dan behoeft u een ander niet lastig te vallen en u blijft uw eigen baas.
  2. U moet niemand bewust schaden. Maar dat betekent nog niet dat u bewust voortdurend bezig moet zijn om iedereen te helpen. Zoek eenvoudig naar datgene wat voor u harmonisch is en houdt u daarmee bezig. Dan boekt u resultaten. U vindt een steeds grotere zelfverzekerdheid en daardoor wordt u steeds sterker in velerlei opzichten.
  3. Houdt u niet teveel bezig met hetgeen anderen zeggen. Of u begrijpt het niet óf het is niet waar óf misschien wel allebei. Houdt u liever ermee bezig wat u zelf denkt en met de wijze waarop u dit in uw persoonlijk leven kunt toepassen. Een mens, die consequent zijn eigen denkwijze omzet in praktijk, vindt daarin ervaring en over het algemeen zelfs geluk.
  4. Alle geestelijke capaciteiten, die u begeert, bezit u. Probeer echter nooit twintig dingen tegelijk te doen. Neem er de tijd voor en doe de dingen één voor één. Als u de krant leest, gun u de tijd een artikel, dat u interesseert, intens te lezen. Beter één artikel lezen, begrijpen en registreren dan een hele krant bekijken en tenslotte niets meer te weten. Zo gaat het ook met alles wat u geestelijk doet. Ga erin op, bezie het met enige objectiviteit en kijk later wat het opbrengt.
  5. Haast u niet teveel. U heeft de eeuwigheid nog voor u. Degene, die zich nu haast, laat daardoor dingen na, die hij later niet meer kan herstellen. Degene, die nu zo juist en zo goed mogelijk alles tot uiting brengt, zal in staat zijn daardoor veel meer te verrichten dan een ander, die voortdurend meent dat hij geen tijd heeft.

Indien u deze leefregels consequent probeert toe te passen, dan zult u tijd overhouden voor al die vreemde kleine verschijnselen in uw denken en besef waaraan u nu voorbij loopt, omdat u zo druk bezig bent. U zult de zin van een paar dingen volledig begrijpen en daardoor uw wereld reëler kunnen benaderen dan degene, die met een oppervlakkige kennis nergens iets van begrijpt. U zult daardoor ook geestelijke krachten en waarden objectiever en reëler benaderen dan velen die zichzelf iets aanpraten van hetzij aanvaarding hetzij verwerping. Ten laatste, maar niet ten leste: Als u op die manier leeft, dan probeert u het eigen ‘ik’ waar te maken en daarmee bevordert u alle harmonieën, die voor u mogelijk zijn zodat het kosmisch ‘ik’ sterker gestalte krijgt in de uiting, die u in de stof bent. En daarmee uit u ook alle krachten, mogelijkheden en vermogens, die geestelijk in u berusten in steeds sterkere mate via het stoffelijk voertuig, dat op dit moment uw uiting van werkelijkheid is. U weet zelf heel goed wat werkelijk braak ligt bij u, en waarom. Waarom doet u er niet wat aan?