Ontwikkeling van begaafdheden

uit de cursus ‘De menselijke psyche’ 1955

Als wij te maken hebben met een paranormaal begaafd persoon, dan weten we dat er sprake is van een vergrote gevoeligheid. De vorige maal hebben we reeds gezien hoe deze begaafdheid tot stand kan komen en welke krachten daarin werkzaam zijn.

Nu bestaat er echter voor elke mens de mogelijkheid om zijn gevoeligheid voor buiten het direct stoffelijke liggende krachten, entiteiten enz. te vergroten door een deel van de in hem levende energieën te sublimeren, te richten dus op een ander en hoger niveau. De kracht, die hiervoor het meest in aanmerking komt, is de seksuele kracht.

Wij weten dat de drijfveren van het seksuele (wij hebben die het vorige jaar al bekeken) over het algemeen liggen in het dierlijke. Maar het dierlijke is nooit datgene wat beheersend is bij de mens die dit beleeft. Er komen altijd innerlijke waarden bij te pas. En het is het denken dat aan elke seksuele uiting een bepaalde, zeer gedefinieerde richting geeft en een zekere vastliggende bedoeling als grondslag neemt voor de gehele ontwikkeling van deze meer animale houding tot de medemens.

Nu zullen we trachten te ontleden hoe dit denken over het seksuele tot stand komt en welke manier voor ons bruikbaar zou kunnen zijn om deze kracht anders te richten.

Wij beginnen met vast te stellen dat het seksuele potentieel in een mens een hoeveelheid krachten naar voren brengt die beslist op de een of andere manier moeten worden verwerkt. De onbewuste mens die niet in staat is op de normale wijze deze krachten af te reageren, verwerkt dit over het algemeen in een vergrote zenuwspanning, een prikkelbaarheid van denken die vaak in het lichaam ook nog weer verschillende resultaten toont die wij hysterie noemen. Want het begeerteleven van de mens is niet zoals bij het dier zuiver animaal (instinctief), maar wordt wel degelijk mentaal geregeerd, door het denken. Bij het denken hebben wij in de eerste plaats te maken met het onbewuste denken en reageren.

Voor de mens is de paringshandeling een noodzakelijk iets. Ook mentaal, omdat hij meent alleen hierdoor zijn volwaardigheid tot uiting te kunnen brengen. Hij richt deze handelingen en daden op een zodanige wijze, dat hierdoor het “ik” een bevestiging vindt in zijn eigen denken. Vandaar dat zeer veel verschijnselen (als homoseksualiteit en wat er verder bij te pas komt) terug te brengen zijn tot mentale verwarringen. De fout ligt dus in de hersenen en niet alleen, zoals men aanneemt, in de klieren. Er zijn natuurlijk mensen die zuiver door de werking van hun klieren tot een abnormaal seksueel leven komen. Maar de doorsneemens zal toch altijd voornamelijk door denkbeelden (door het richten van het begeren) tot deze handelingen komen.

Het denken vraagt de handeling als een bevestiging van eigen zijn en eigen relatie tot de mensen. Wat dit betreft, kan de drang eenvoudig worden gesublimeerd door in plaats van deze contacthandelingen daarvoor in de plaats te stellen, een dienen, een dienstbetoon aan de mens of de mensheid. Wij zien trouwens dat in vele gevallen een gedeelte van deze drang toch reeds wordt afgereageerd door het zich dienstbaar maken, het zich onderwerpen aan… enz.

Een tweede, ook evenzeer in het onderbewuste liggende drang, brengt de mens tot een terugzoeken van een embryonale geborgenheid. Hij zoekt een zekerheid in het leven, dat hij eigenlijk maar half aankan. Ook dit zoekt hij in deze handeling, die voor hem tot een tijdelijke terugkeer in de afgeslotenheid van een eigen wereld wordt. Hij zoekt daarin dus naar zekerheid. Die zekerheid kunnen wij ook weer krijgen bij sublimatie, bv. door geloof. Want als ik die zekerheid op een andere wijze verwerf, kan ik alle energie, normaal in het seksuele gebruikt, nu dirigeren in die andere richting.

Dan krijg ik verder ‑ en dat is wel een heel belangrijk punt, zou ik zeggen ‑ het onbewust gevoel van een noodzaak tot eigen heerschappij. Zo vreemd als het u klinkt, in de stoffelijke liefde is de gedachte van heersen en bezitten een zeer belangrijke. De gedachte een medemens te kunnen regeren, leiden en beheersen geeft nl. aan het “ik” een zelfverzekerdheid, die ‑ behalve bij de jeugd ‑ bij de meeste mensen tamelijk ver te zoeken is. Men durft zich niet tot de wereld wenden, maar men is heerser in een stoffelijke verhouding. De man denkt de vrouw te regeren. Door dit gevoel van macht, van vermogen, van geapprecieerd worden, zal de man ook tot prestaties in de buitenwereld in staat zijn, die hij anders niet zo gemakkelijk bereikt. Hiervoor hebben wij dus een gevoel van macht nodig.

Macht echter is in het paranormale niet zo gemakkelijk door uiting te verwerven. Men bereikt dat niet zo gemakkelijk, omdat de mens vraagt naar het absoluut kenbare en met een aanduiding geen genoegen noemt. Hij beroept zich op die enkele aanduiding, verheerlijkt zichzelf in de ogen van anderen, maar twijfelt aan zichzelf, omdat het gepresteerde hem te gering toeschijnt. Hier is dus een moeilijkheid. De sublimatie is noodzakelijk, voordat de uiting kan komen. Maar voor de sublimatie is de uiting weer noodzakelijk. Hier hebben we een punt dat zo dadelijk nader beschouwd moet worden.

Dan vinden we verder dat de gebruiken van de omgeving ook het seksuele leven wel zeer sterk beïnvloeden. Zoals u weet, bestaan er heel veel verschillende soorten van seksueel contact en seksueel gebruik. Wij kennen landen en stammen waar één vrouw meer mannen kan hebben en de vrouw het hoofd van het gezin is. Elders zien we de man met meer vrouwen. Wij zien het koop‑huwelijk. Wij zien het verkiezings‑huwelijk. Wij zien het politieke huwelijk. Kortom, overal is wel wat aan de hand.

Al die gebruiken echter zijn bepalend voor het accepteren van deze verhouding. Dus de mens heeft niet alleen behoefte aan een seksuele verhouding, maar ook aan een seksuele verhouding gebaseerd op de omgeving, waardoor hij tot een erkenning hiervan als volwaardig kan komen er gelijktijdig, vanuit de wereld een erkenning van de volwaardigheid kan verwerven.

De verwerving is wel heel belangrijk, want de wereld moet weten wat hij heeft. Hij wil a.h.w. kunnen pronken. Aan de andere kant moet hij worden erkend, want hij wil zich niet van de kudde afzonderen.

Als we dit gaan sublimeren, dan kunnen wij met dat pronken betrekkelijk gauw terecht. Er zijn heel veel mensen die in het paranormale pronken (zoals ik ook de vorige keer reeds zei) met veren, die zeker niet de hunne zijn. Maar het tweede, het geaccepteerd worden door de omgeving, het zich aanpassen aan de omgeving, dat is een ander probleem. Hier heeft het denken geen vrede met “het buitenbeentje zijn”. De wijze van sublimatie van deze kracht moet dus volkomen gericht zijn in lijn met de opvoeding plus het milieu. Uitgaande van de genoemde punten kunnen we zeggen: Elke sublimatie van het seksueel vermogen van de mens tot andere kracht kan slechts dan slagen, indien hierdoor geen vervreemding ontstaat van de in het “ik” liggende waarden en gelijktijdig een aanvaarding van de nieuwe uiting door de buitenwereld mogelijk wordt.

Hoe kom ik er nu toe om mijzelf sterk te zien? Heb ik de gedachte dat ik alles kan ‑ ook al kan ik het niet ‑ dan zal ik met een zelfverzekerdheid door het leven gaan, die elke mening van een ander minacht. Dat is een typische eigenschap van de mensen. Er zijn mensen die hun hele leven doorbrengen met een overtuigd blunderen. En zij zijn zo overtuigd dat de blunders niet de hunne zijn, dat zij de wereld minachten, indien die hun buitengewone capaciteiten en eigenschappen niet voldoende erkent.

Wij moeten dus niet beginnen met een volledig sublimeren van die kracht. Dat is in onze omgeving over het algemeen niet acceptabel. Wij kunnen ook niet beginnen met een eenzijdig sublimeren van die kracht. Want we kunnen dan wel in het geloof terechtkomen en daarin onze uiting en zekerheid vinden, maar dat geloof vraagt van ons een uitingsvorm; die uitingsvorm vinden we in het geloof over het algemeen niet.

In de oudheid was dat anders. Daar waren dan de tempelpriesteressen die nevenbij een tegenwoordig minder gezien publiek beroep uitoefenden ter ere van de God. En daarin ‑ let wel ‑ krachten konden verwerven, doordat zij een sublimatie ervoeren van de seksuele drang, van de uiting. Is die er niet, dan komen we niet verder.

Het sublimeren van krachten brengen wij dan het best als volgt tot stand: wij trachten binnen de mogelijkheden van onze opvoeding, ons denken, ons geloof en onze omgeving, in de eerste plaats in ons een zekerheid te vinden. Een zekerheid dat bepaalde krachten die wij voor ons nader moeten definiëren ‑ zelfs al is dat maar waan ‑ ons terzijde zullen staan in ons streven naar het goede.

Ten tweede moeten we beginnen om een gedeelte van ons seksueel potentiaal (niet het geheel) te richten op het volbrengen van het goede. Dan gaan wij verder dit goede zo kiezen, dat het veranderingen in bestaande toestanden brengt langs niet aanvaarde wegen. Je kunt bv. inspiratief gaan spreken. Door de krachten die je hebt omgezet, krijg je een welsprekendheid en een verdragende stem en al wat erbij hoort. Je spreken geeft je de mogelijkheid jezelf te uiten en ook de gedachten die in je leven. Resultaat: vergroting van eigen bewustzijn, vergroting van het bewustzijn van anderen en het verwerven van zekere capaciteiten om mensen a.h.w. te binden aan een gedachte.

Wij kunnen dat doen in de richting van helpen en genezen. Maar als wij het doen, moeten we ook weer zeker zijn, dat we het kunnen. Als we aarzelend zeggen: kunnen we het nu wel, dan gaat het al niet meer. Want dan kunnen we niet de gehele kracht erop werpen. En dat moeten we doen. Wij moeten dus beginnen met iets waarvan we denken: dat kan ik wel. Een heel klein dingetje. En van daaruit gaan we het langzamerhand opbouwen, totdat wij een punt bereiken waarop onze stoffelijke uiting van deze gesublimeerde kracht voor onszelf en anderen kenbaar wordt.

Echter leeft er in de menselijke psyche ook nog de geest. Die geest is uit de aard der zaak geen volledig deelhebber aan dit stoffelijk proces van sublimatie. Je kunt nl. de seksuele krachten wel zodanig sublimeren dat zij in het stoffelijke de hoogste gebieden beroeren, maar je kunt ze niet omhoog laten stijgen tot op geestelijk niveau. Dat is niet mogelijk. Want deze stoffelijke krachten komen voort uit aardgebonden, zuiver stoffelijke tendensen. En maakt men de kracht vrij van de tendensen, dan valt er een lichamelijk iets weg, waardoor het probleem zich in het lichaam hernieuwd met vergrote hevigheid kenbaar gaat maken en tegelijkertijd lichamelijk in moeilijkheden komen voorkomt door een wegvallen van het stamina (weerstandsvermogen).

Zo komt het dat zoveel heiligen in verleiding zijn geweest door hun eigen gedachten. Er zijn mensen genoeg die in verleiding komen en die zich heilig denken. Maar werkelijke heiligen ondervinden juist dit, doordat zij hun krachten niet alleen sublimeren tot een werktuig in de stof, maar het ook trachten te sublimeren tot een geestelijk wa­pen. De geest kan die kracht niet accepteren. De stof snijdt zich er­ van af. Resultaat: uitputtingstoestand, een terugkeren van de kracht op mentaal gebied en daardoor een verheviging van elk verlangen, elk begeren dat mentaal in u bestaat. Deze weg mogen wij dus niet volgen. Wij kunnen nooit denken in de psyche tot de geest door te drin­gen via deze gesublimeerde kracht. Wel kunnen wij ‑ en dat is belangrijk ‑ aan de geest betere uitingsmogelijkheden bieden. Want deze geest werkt met de stof, zoals u weet, hoofdzakelijk via het onderbewustzijn en de verschillende zenuwknopen en de chakra’s.

Indien ik dus verstandig te werk ga, zal ik in mijn streven om paranormale krachten en gevoeligheden te verwerven, deze steeds blijven uiten op stoffelijke basis. Ik moet een doel daarvoor kiezen, dat bin­nen mijn stoffelijk begripsvermogen ligt. Ik moet een zekerheid vinden, die is gelegen binnen mijn stoffelijk begrip en uiting. Ik moet in mij vrede en harmonie scheppen, opdat mijn gehele wezen tot een uiten en ontvangen van krachten komt, waardoor het “ik” in zich harmonieus wordt, doordat de drang uit het onderbewustzijn beantwoordt aan de voorstellingen die in de rede leven. De rede is over het algemeen niet in staat het paranormale verstandelijk te omschrijven. Naarmate de mens nuchterder wordt en hij logischer meent te denken, gaat hij meer uit van het stoffelijk kenbare. Als resultaat komt hij sterker tot een verwerpen van al hetgeen zich aan zijn stoffelijk redelijk vermogen onttrekt. Wij moeten dus wel goed beseffen dat het redelijk bewustzijn de richtende kracht is, maar nooit de verklarende kracht kan zijn.

Het verstandelijk denken, het onmiddellijke waakbewustzijn, mag en moet een groot gedeelte van onze paranormale uiting en beleving ervaren, verwerken en omzetten in een emotionele innerlijke toestand, want deze emotie stimuleert ons lichaam. De stimulans die ons lichaam ontvangt, geeft dit lichaam het vermogen om grotere krachten op te wekken en innerlijk een perfecte balans te handhaven. Ons emotioneel beleven van de dingen legt verder sterke impressies vast in het onbewuste deel van ons wezen en bereikt als zodanig onmiddellijk de geest. Er ontstaat dan een reële en directe wisselwerking. Naarmate we meer in de arbeid opgaan, zal ons redelijk denken zich uitbreiden en een deel van het onderbewustzijn met zich meenemen. Dus mijn redelijk denken wordt groter en bestrijkt een groter deel van mijn leven dan tevoren. Hierdoor kan ik steeds zuiverder en scherper met mijn bewustzijn richting geven aan mijn krachten, terwijl ik gelijktijdig een grotere innerlijke vrede in mij kan opwekken

Men dient zich echter te hoeden voor alle overdrijving. Het is dwaas om alle seksuele denken en beleven zonder meer van u af te zetten, Het is dwaas deze dingen uit uw leven te bannen. Want zo gij dat uit uw bewustzijn bant, schept gij daarmee waarden die uw onderbewustzijn gaan beheersen, wat de automatismen in een steeds gewrongener toestand brengen.

Het is juist verstandig redelijk t.o.v. deze dingen geen standpunt in te nemen. Waarbij gij u realiseert dat het binnen uw bereik en vermogen ligt deze dingen te doen of te laten. Dat gij krachtens uw hele denken en leven in staat bent datgene van die krachten die niet worden gebruikt waarvoor ze oorspronkelijk in de stof werden geschapen, om te zetten in een vermogen dat andere functies van uw lichaam verscherpt. Zo kan de sublimatie een werkelijkheid worden. Op deze wijze kan de mens zijn seksuele drang zijn hartstocht omzetten in een nieuwe factor, die voor de gehele mensheid belangrijk is, maar die nog veel meer belangrijk is voor alle leven met de mensheid. Zeker ook voor huwelijk en dergelijke.  Want ook hier komt de beheersing op de eerste plaats.

Naarmate de mens meer beheerst is en zich meer bewust wordt van een geborgenheid, groter dan het emotioneel zuiver stoffelijke dat uit het sensuele opbloeit, zal die mens ook beter in staat zijn anderen te geven wat hun toekomt, anderen de vrede te geven waar ze om vragen en anderen te begrijpen, daar waar hun eigen begrip faalt.