Ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid

De persoonlijkheid is datgene, wat u van anderen onderscheidt. De waarde van uw persoonlijkheid is gelegen in uw dromen en uw denkbeelden veel eerder dan in uw beantwoorden aan de schablonen, die de maatschappij, de religie. etc. aan uw gedrag hebben opgelegd. Als u zoekt naar een uitbreiding van de persoonlijkheid die u bent, dan moet u eerst eens beginnen met terug te keren tot wat die persoonlijkheid werkelijk is. U moet alles terzijde stellen wat niet tot die persoonlijkheid behoort, wat van buitenaf is opgedrongen. Wat er overblijft is een leegte met wat vage begeerten, met vage begrippen, met een behoefte om iets te zijn, zonder dat u het kunt definiëren. Begin daarmee.

Indien u daarvan uitgaat, zult u ontdekken dat veel van de kennis en al het andere dat u heeft verworven bruikbaar is, maar dat zij in een andere relatie, een andere belangrijkheid binnen het “ik” moet worden geplaatst. Om je persoonlijkheid te ontwikkelen moet je eerst jezelf ontdekken en dan leren jezelf te zijn.

Materialistisch en praktisch beschouwd zou je eigenlijk moeten zeggen: Gooi alle ideële zaken maar over boord, je komt er niet verder mee. Ze zijn echter kennelijk de uitdrukking van wat er in uw persoonlijkheid leeft. Vraag u dan af: Waarom heb ik deze denkbeelden? Waarom vind ik ze nastrevenswaard? Heeft u op het “‘waarom” een antwoord, dan heeft u uw motivering. Kent u de motivering, dan kunt u ook zien hoe die het bestaan te passen aan de werkelijkheid van uw wereld.

Aanpassing van de persoonlijkheid aan de wereld is onvermijdelijk. Ergens is ze noodzakelijk; en waar ze noodzakelijk is, zullen we ons moeten aanpassen. Indien die aanpassing gebeurt op grond van eigenschappen, die we in ons hebben erkend van voor ons zeer belangrijke denkwijzen misschien of van gevoelens, die we hebben losgemaakt van alle leuzen, dan kunnen we wat gaan doen. En wat gebeurt er dan? Doordat je schoonmaak hebt gehouden en je daarna a.h.w. hebt gereconstrueerd (d.w.z. je hebt je gedrag herzien, veel van de gewoonte-elementen daaruit verwijderd en getracht de persoonlijkheid, die je hebt gevonden, sterker te laten spreken in al wat je doet en zegt) ga je op een andere basis leven. Je hebt een andere communicatie met de wereld. Communicatie wil zeggen; contact. En contact wil zeggen: verbondenheid.

Op het ogenblik, dat ik uit het leven selecteer wat voor mij belangrijk is, kan ik uit de veelheid de enkele dingen naar voren halen, die mij iets zeggen. Dan gaat u niet meer naar een museum en draaft langs alle schilderijen, omdat u Potter en Picasso gezien moet hebben, maar dan blijft u misschien ergens staan voor een klein schilderijtje, primitief misschien, een Rogier van der Weyden bv. en wordt erdoor geboeid; u gaat erin op. U heeft dan maar één schilderij gezien, maar u heeft daarmee iets van schilderkunst beleefd. Dat hebben de anderen niet. U bent doorgedrongen tot de essentie.

Op dezelfde manier is het met muziek. Het is natuurlijk prettig als de hele dag de radio staat te schetteren, maar op een gegeven ogenblik zeg je: Nu heb ik iets gehoord. Voor de een is het een beatnummer, voor de ander misschien een prelude van Chopin. Dan zeg je: Even rust. Het is mooi geweest, laat het eerst eens bezinken. Dan gaat die muziek spreken.

Evenzo is het met eten. Iets smaakt buitengewoon lekker. Het kan de soep zijn, het hoofdgerecht of het dessert. Als je dat nu gegeten hebt, pauzeer eens een half uur. Geniet die smaak eerst eens. Laat het tot je doordringen hoe lekker het was. En dat is helemaal niet Lucullus ontmoet Lucullus. De lekkerbek eet bij de Lekkerbek, zoals Dumas pére het zo mooi wist te formuleren.

Door dus de kleine dingen van het leven te selecteren en liever één ding werkelijk te beleven, één ding werkelijk te zien, te horen, te overdenken, in je wezen te laten meespreken dan je te laten overstelpen door een veelheid, vereenvoudig je ook je bestaan. Gelijktijdig verdiep je het. Er ontstaat dus een totaal differente wijze van reageren; maar die is dan gebaseerd op harmonieën en niet meer op veelheid. Schijnbaar heeft dit alles met de ontwikkeling van de persoonlijkheid weinig te maken. Maar hoe kun je je persoonlijkheid ontwikkelen, als je voortdurend wordt overspoeld door een veelheid van indrukken, waar je alleen maar ziek van wordt? Je moet eenvoudig gaan selecteren, zeggen; Ik zoek datgene, wat voor mij harmonisch is, waarin ik betekenis kan vinden. Werk, best. Maar ik werk liever voor een hongerloon, als ik plezier kan hebben in mijn werk, dan dat ik met een hoog salaris tegen mijn zin voortdurend aanwezig ben. Als ik werk, wil ik niet klokkijken. Dan wil ik het gevoel hebben dat ik iets belangrijks doe. Dat is een persoonlijkheidsopbouw, welke ‑ op die manier tot stand gebracht – veel verder gaat dan alleen maar de uiterlijkheden.

Tegenover anderen krijg je nu meer zeggingskracht, want je gaat uit van de dingen die voor jou werkelijk leven. Je hebt niet meer de behoefte een ander te overtuigen, maar als je iets zegt, kom je als een persoonlijkheid naar voren, dat kan niet anders, want die oprechtheid is iets waar de wereld weinig tegenover kan stellen. Maar in jezelf is die oprechtheid iets, wat alle associaties met alle mogelijke werelden en krachten losmaakt.

Dan wordt het pas interessant. Want de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid is niet alleen een enigszins versmallen van de basis van het leven om uit een overzienbare veelheid van mogelijkheden te kiezen en niet door een onoverzienbaar aantal mogelijkheden overspoeld te worden, maar het is gelijktijdig ook een intensifiëren van het leven, waardoor het geestelijk veel hogere waarde krijgt.

Nu kom ik op een punt, dat voor de meeste mensen voorlopig een veronderstelling zal blijven, vrees ik, maar het moet genoemd worden.

Aangetoond is dat telepathie bestaat. Aangetoond is dat telepathie vooral bij kinderen op een gevoelsmatige binding berust en daarbij zeer sterk kan zijn. Een mens, die sterk gebonden is aan bepaalde facetten van het leven, omdat hij werkelijk daarin opgaat, ze werkelijk beleeft, is daarvoor gevoelig. Zijn dit personen of toestanden in de natuur, dan ontstaat te dien aanzien een overgevoeligheid, een soort telepathisch contact, waardoor men de essentie van die dingen beter aanvoelt en gelijktijdig beter weet wat er aan de hand is.

Die gevoeligheid zal zich dan ongetwijfeld ook uitbreiden tot geestelijke waarden. Want de mens leeft weliswaar in een materiële wereld, maar driekwart van zijn denkbeelden is in feite enigszins immaterieel. Je bent dus ook voor niet‑stoffelijke waarden gevoelig. En aangezien die in je leven een rol spelen en je je nu concentreert op de dingen, die voor jou betekenis hebben, gaan ook de geestelijke resonanties meewerken. Er ontstaat een contant met onzichtbare werelden. Misschien niet zo verbaal als de mensen het prettig zouden vinden. Het is misschien alleen een gevoel van tevredenheid, een golf van warmte, die je even overspoelt. Maar het contact is er wel.

Je krijgt dus als vanzelf een deel van je wereld erbij. Je gevoelswereld wordt rijker, terwijl je gelijktijdig de schakeringen en mogelijkheden van je eigen wereld beter gaat zien. Daarbij blijf je jezelf. Je laat je ook door die andere wereld niet overtuigen dat het moet of niet moet. Je doet het zelf. Dan mag er een geest komen gewapend met harp, trompet of wat anders en u schallend toeroepen: Nu is het tijd om te gaan werken. Dan zegt u: Ja, maar ik heb mij net een beroerte gewerkt, het is nu lunchtijd, ik blijf zitten. Voor mij is die lunch nu belangrijk. U zult zeggen; Dat is dwaas. Die geest zegt dat toch niet voor niets. Daar heeft u niets mee te maken. Als die geest een argument brengt, waardoor u zegt: Dit telt voor mij, dan gaat u vanzelf wel. Men moet zich toch zo maar niet laten vertellen wat u moet doen. U doet het in uw wereld zo vaak.

Er komt iemand en zegt: We moeten wat doen voor…de arme Indiaantjes, de arme Biafraantjes, de arme mensen in Zuid‑Afrika, in Zuid‑Amerika, in Australië (daar hebben ze er nog wel geen gevonden, maar ze zoeken ijverig om ook daar een project te beginnen), de verwaarloosde Papoea’s of de Chinezen, die zo’n last hebben van hun wat scheefstaande ogen door een extra vetwal. U zegt dan: Ja, dat klinkt goed; daar moeten we wat aan doen. is dat eigenlijk geen kolder?

Als u die feiten hoort, moet u eerst zeggen: Wat spreekt voor mij daarin? Wat is voor mij belangrijk, wat heeft het mij te zeggen? “Wat kan ik persoonlijk voelen, niet “het is wel goed en laten we maar wat geven” of­ “laten we maar weer een actie beginnen”. “Wat dat betreft moet u zich maar eens bezighouden met de; “Kleine Parade” van Henriëtte van Eyk. Daar staan dergelijke acties in een wat beperkter vorm omschreven. Weldadigheid.

De meeste mensen zijn niet weldadig. Wel zijn velen helaas gewelddadig, maar dat is wat anders. De mens is iemand, die als hij weldadig wordt, hij in feite zijn geweten tracht te sussen op een wijze, die voor hem nog aangenaam is ook. Daar komt het op neer. Maar de mens, die voelt “dit probleem is voor mij op dit moment belangrijk”, brengt het terug tot de essentie. Hij gaat niet zeggen “wij moeten een actie beginnen”, hij gaat zich afvragen; “wat is hier essentieel voor mij? Wat kan ik daaraan doen?” Die mens voelt dan aan, doordat hij zich juist heeft ingesteld, wat er aan geestelijke mogelijkheden en wat er aan stoffelijke noodzaken bestaat, wat de werkelijkheid is. En met die werkelijkheid kan hij iets doen.

U ziet dus:

  1. persoonlijkheidsontwikkeling is eigenlijk aan de ene kant: selectie uit de wereld bewust tot stand brengen; het niet aan anderen overlaten;
  2. intens trachten de dingen die voor jezelf werkelijk van belang zijn te beleven;
  3. op grond daarvan je reacties en relaties met de wereld bepalen.

Dan kom je in zo’n onderwerp als dit natuurlijk gauw te staan voor de bekende vragen: Broeder, wat betekent; onze geestelijke bewustwording? (Ik zeg het maar, voordat u het zegt.)

Voor uw geestelijke bewustwording betekent het niets van het standpunt van een theoretisch hoger vliegen. Het betekent alleen het innemen van een groeihormoon, waardoor je met je pootjes op de grond kunt blijven staan en gelijktijdig met je geestelijke hoofd wat hoger in die werelden kunt vertoeven waar zo’n scherpe definitie van vorm eigenlijk niet neer nodig is. Je kunt meer werelden in je verenigen.

“Ja, maar Broeder, het is voor ons zo lastig met onze gewoonten te breken.”

Dat ben ik direct met u eens. Aan de andere kant is het nog veel lastiger nieuwe gewoonten aan te leren. Als u alle gewoonten, die u eigenlijk irriteren probeert wat te verminderen, dan komt u al een heel eind.

“Maar wij kunnen onszelf toch niet onmiddellijk geheel veranderen?”

Dat verwacht niemand van u. Er wordt alleen van u verwacht, dat u een begin maakt. Ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid is niet gebaseerd op het plotseling met één sprong bereiken van een nieuw hoog standpunt. U verwacht per slot van rekening ook niet van Piet Jansen, de rioleur van 19 jaar, dat die ineens minister‑president wordt, al heeft hij er aanleg voor. Het betekent doodgewoon: beginnen. Beginnen jezelf te leren kennen. Beginnen te werken met de dingen, die voor jou in je leven werkelijk meetellen.

“Maar moeten wij ons dan niet houden aan de openbare moraal en aan de zedelijkheid, want anders komen wij zozeer in moeilijkheden?” Antwoord: Lieve mens, als u zich aan de openbare zedelijkheid houdt alleen omdat u anders voor anderen onfatsoenlijk bent, gedraagt u zich in feite immoreel en onzedelijk. Dan doet u dingen, die u niet meent; dan beduvelt u de hele zaak. U behoeft zich niet aan de openbare zeden te houden op het ogenblik, dat u overtuigd bent dat voor uw persoonlijkheid een andere benadering nodig is, maar alleen dan.

“Is dat in deze wereld niet lastig. Bij u is het natuurlijk anders. Een geest kan dat gemakkelijk doen, maar bij ons is dat zo verschrikkelijk.”

Neemt u mij niet kwalijk. Ik parodieer misschien de vraagstelling, maar dat zijn vragen, die bij dergelijke onderwerpen steeds weer uit de pot komen. En zelfs de manier waarop ik ze voordraag verschilt niet veel van de denkwijze, waarin ze worden neergeschreven. Dat kan ik u verzekeren.

Heel eenvoudig is het: Mensen, maak je niet druk over de rest. Leer jezelf kennen. Denk niet aan een persoonlijkheidsontwikkeling als een uitbouw van het “ik” op grond van bijbelse waarden. Per slot van rekening: Sodom en Gomorra stonden ook in de bijbel. David was geen brave jongen. Salomo was een grossier in vrouwelijk schoon. Jezebel was misschien een fatsoenlijke vrouw in menig opzicht, maar aan de andere kant was het toch ook wel een kenau, een soort prehistorisch Dolle Mina. Judith was misschien een heldin, maar ze was ook nog wel zo vriendelijk om een man verraderlijk te doden. En zo kunnen we doorgaan. Heus, in de bijbel behoeven we de voorbeelden niet te zoeken.

De bijbelse moraal daar hebben we niets aan. Wij kunnen er natuurlijk uithalen wat onze wijze van leven op dit moment verklaart en goedkeurt en dan zeggen “God heeft het zo gewild”. Maar daar kom je niet verder mee. Je kunt niet leven op grond van bijbelse woorden. Je kunt alleen leven op grond van goddelijke waarden en die moet je eerst in jezelf zoeken. Zodra je ze in een boekje moet opzoeken, deugt het al niet meer.

Nu denkt u waarschijnlijk: Wat een ellendeling! Nou begint hij alle vragen alvast te beantwoorden. Wat moet ik dan dadelijk opschrijven, want ik wil toch ook zo graag meedoen.

Lieve mensen, er zijn vragen die wel van belang zijn. Maar dat zijn vragen, die voor iedereen anders zijn. Het zijn niet de vragen, die je stelt over geestelijke bewustwording en over esoterische waarde van de persoonlijkheidsontwikkeling. Dat zijn algemene vragen, die eigenlijk hengelen naar de heerlijk aanvaardbare dooddoener, die de eigen theorieën mogelijk zou kunnen versterken. Wat u nodig heeft is een vraag, die voortkomt uit misschien het beginnend besef: Ben ik dan zus of zo, en wat moet ik ermee? Dat zijn de vragen, die je aan jezelf moet leren stellen en die je ook op een avond als deze, algemeen gesteld natuurlijk, rustig naar voren moogt brengen.

De ontwikkeling van het eigen “ik” is bewustwording, maar ook zelferkenning. Het is niet een zoeken naar een ontvluchten aan de feiten omtrent jezelf, het is een aanvaarden van de feiten, die in je bestaan; maar dan zonder daarbij voorlopig rekening te houden met de goegemeente, met de anderen. En als je jezelf hebt erkend met alles wat je in je wereld kent, wat je aan kunde en aan relaties hebt, dan een richting te vinden voor dat “ik”, die harmonisch is. Een wereld, waarin je kunt leven, omdat je daarin jezelf bent. Alle geestelijke elementen, die daarmee verbonden zijn, zijn dan ‑ direct voortvloeiend uit hut voorgaande ‑ aanwezig.

Een mens, die waarlijk zichzelf is, is ook iemand, die waarlijk geconfronteerd wordt met zijn innerlijke Godheid. Die niet alleen wordt geconfronteerd met de afgronden, die hij plotseling in zich vermoedt, maar ook met de onvermoede bergtoppen. Je komt tot de erkenning, dat je een tamelijk ingewikkeld landschap bent met vele mogelijkheden. Een landschap, waarin het goed is te vertoeven, indien je niet probeert dat landschap aan te passen aan iets anders.

Er zijn mensen, die in zich een enorm aantal bergen en ravijnen heb­ben. Die mensen zeggen tegen zichzelf: Het is beter een woestijn te hebben. Zij proberen die bergtoppen te slechten en daarmede de ravijnen te vullen. Wat blijft er over? Niemand. Aanvaard, dat je in je grote toppen hebt van zoeken naar bewustzijn, van honger naar waarheid en gelijktijdig afgronden: diepe onvolkomenheden. Aanvaard wat je bent. Alleen indien je jezelf aanvaardt zoals je bent, kun je een weg vinden in jezelf. En dan is een ravijn niet meer gevaarlijk, omdat je weet hoe je het kunt vermijden. Dan is een bergtop niet meer een sta‑in-de‑weg. Het is ook een punt, waar je je kunt terugtrekken om uit te kijken of waar je desnoods innerlijk een soort wintersport kunt bedrijven door eindelijk eens alles te laten gaan en als een razende skiër de hellingen van je bewustzijn af te skiën, totdat je eindelijk voor je eigen idee een contact hebt gelegd tussen je hoogste besef en de wereld, waarin je leeft.

In feite zou het onderwerp voor de meesten van u moeten luiden: Hoe ontwikkel ik mijn eigen “ik”? Want er is niemand, die het voor u kan doen. Er bestaat ook in de geest niet zo iets als een Marshall‑hulp voor onderontwikkelde of zwaargetroffen persoonlijkheden. U bent op uzelf aangewezen. Als u wilt weten wat de kentekenen zijn van een innerlijke ontplooiing, dan kan ik u die zo geven:

Indien u werkelijk uw “ik” verder ontwikkelt, dan vindt u meer vrede, meer geluk, zonder dat u daardoor blind bent geworden voor het ongeluk van anderen of zelfs voor uw eigen onvolkomenheden. U vindt een veel grotere levensaanvaarding maar gelijktijdig ook een veel bewustere levenshouding, die gebaseerd is op wat u zelf bent. U bent dan kort en goed een harmonisch mens. Zolang u nog behoefte heeft uren te praten over uw theorieën om duidelijk te maken dat u toch niet de minste bent, bewijst u dat u innerlijk nog niet weet wat u aan waardevolle punten heeft, want die kunt u meestal met een paar woorden uitdrukken en soms is er zelfs geen woord voor nodig. Maar als je hebt leren putten uit je innerlijke bronnen, dan kan het zijn dat je reageert op wat er in anderen bestaat. En dat is een andere situatie. Je bent dan ‑ naar men zegt ‑ geïnspireerd, maar in feite zo gevoelig en harmonisch met een bepaalde waarde op een bepaald ogenblik, dat je spontaan en reëel de werkelijkheid vindt. Een werkelijkheid, die dan ook in je moet bestaan, maar die je in de wereld erkent en die je vorm en gestalte kunt geven, haar a.h.w. accentuerend en aanzettend, om haar zo nog kenbaarder te maken.

Dus als u het gevoel heeft dat u zich voortdurend tegenover de wereld moet rechtvaardigen, dan kent u uzelf nog niet. Op het ogenblik, dat u uw persoonlijkheid heeft gevonden, en deze aanvaardend zoals zij is, begint daarmee zo harmonisch mogelijk in uw wereld te werken en daar de dingen te zien, die voor u van belang zijn, zult u ineens veel minder problemen maken en veel minder wonderlijke stellingen verkondigen. U komt dan tot rust. Want wie zijn persoonlijkheid ontwikkelt, ontwikkelt zich naar een harmonie met de totale kosmos toe, ook wanneer men die niet kent, en put daaruit de rust, de kracht en de vrede, die voor de in veelheid zich onderdompelende mensen schijnbaar slechts in een ver verleden ooit heeft bestaan.

De wereld is wat u van haar maakt, zodra u beseft wat uzelf bent. Wie weet wat God van hem heeft gemaakt, weet wat hij van zijn wereld kan maken. Wie meent, dat hij door zijn wereld moet worden gevormd, kent de God in hem niet en kent zichzelf niet.

********************************

*  Zoudt u ons iets kunnen zeggen omtrent de stoffelijke factoren, die wel een invloed hebben op de ontwikkeling van de persoonlijkheid.

Ja, alle stoffelijke factoren hebben een invloed, mits ze door de persoonlijkheid worden beleefd op basis van een zelferkenning. Daar is geen verschil bij te denken. U kunt niet zeggen, dat eten of drinken minder belangrijk is dan wat anders. Al die dingen zijn even belangrijk voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid, mits ze worden gedaan in overeenstemming met de erkende persoonlijkheid. Ze vormen een relatie met de wereld en als zodanig zijn ze dus gelijktijdig vormend voor het bewustzijn en een expressiemogelijkheid voor het “ik”, waardoor ook de zelferkenning groter wordt.

*  Hoe verklaart u de drang, die men heeft om verder op “De weg” te komen?

Over het algemeen is de drang om op “De weg” te komen te verklaren door het gevoel, dat de mens heeft dat hij nergens is. Het streven van de mens wordt dus veelal verklaard uit zijn gevoel, dat hij zonder dit streven geen betekenis heeft. De weg ‑ dat is dus niet een bepaalde weg, doch alleen maar iets wat men zelf als zodanig ziet of wil aanvaarden ‑ is dan niets anders dan een mogelijkheid om zich los te maken uit de on­betekenendheid van de massa en zich tot een bepaalde status te brengen, daar komt het wel op neer. Die drang is dus eigenlijk een gevolg van maatschappelijke en materiële omstandigheden. Iets anders zou het zijn, als u zegt: Waarom heb­ben wij in ons gelijktijdig een angst voor en een drang naar de waarheid? Dat is dan eenvoudig: De mens zou gaarne zichzelf erkennen, maar vreest dat hetgeen hij zal erkennen te sterk afwijkt van hetgeen hij meent te moeten zijn.

*  Wat is de kern van de mens? Ik bedoel: hebben alle mensen een ver­schillende kern?

Ik weet niet, of u nu het klokkenhuis bedoelt of iets anders. Als u zegt; De essentie waaruit allen leven, die is voor iedereen dezelfde. Dat is de kracht, die we God noemen. Als u zegt: Wat is het “ik”‑besef, dan zeggen we: Dat is voor elke mens verschillend, omdat het bestaat uit een aantal ervaringen, waardoor de oriëntatie t.a.v. de God­heid verder wordt bepaald in het eigen bewustzijn.

*  Kun je je ervaring, die geconditioneerd is niet uitschakelen?

Je kunt een conditionering niet uitschakelen, omdat je onwille­keurig reageert. Dat is n.l. een van de essentiële punten van elke conditionering. Er is dus geen bewust reageren; er is een onwille­keurig reageren. Maar je kunt in de conditionering toch wel degelijk jezelf erkennen; en daarmee wordt de betekenis van de conditionering een andere en verliezen grote delen daarvan hun vat op de persoonlijk­heid.

*  Kan er via die conditionering een mutatie ontstaan? Plotseling, waardoor je niet via de weg van de evolutie tot inzicht moet komen op een gegeven moment?

Mutatie is verkeerd gezegd. Want mutatie zou tevens verandering zijn. Men zou kunnen zeggen, dat de mens langs elke weg op een gegeven ogenblik wordt geconfronteerd met een zodanige discrepantie tussen zijn inhoud en zijn wereldbeeld zoals hij dit beseft, dat hij het wereldbeeld verwerpt, maar ‑ omdat hij zonder wereld niet kan leven ‑ daarvoor een ander, een groter wereldbeeld in de plaats stelt. Als u zegt: De over­gang naar een andere besefsnorm is voortdurend een sprongsgewijs plaats­ vindend proces, dan heeft u volkomen gelijk. Als u echter zegt, dat de ontwikkeling zelf sprongsgewijs gaat, dan is dat niet juist. Het is al­leen het besef, omdat de ontwikkeling op een gegeven ogenblik een zoda­nig verschil tussen het eigen besef en de tot nu toe aanvaarde wereld creëert, dat men het wereldbesef aan zijn eigen inhoud moet aanpassen om in die wereld te kunnen bestaan.

*  Ik begrijp niet dat u zegt, dat dat een zekere status is.

Dit is geen status. Dat was al een paar vragen tevoren. Laten we het zo zeggen; Er zijn heel veel mensen, die graag geestelijk bewust wil­len zijn, omdat ze dan het gevoel kunnen hebben, dal ze beter zijn dan een ander. We vinden dat vaak bij mensen, die niet meer of nooit in staat zijn geweest om op anderen gronden de betere te zijn van een ander. Dat klinkt misschien erg hatelijk, het slaat natuurlijk niet op u hier aanwezig, maar het is een feit, dat we moeten erkennen. Heel veel mensen zoeken naar een esoterische rang, omdat dat een verandering van status betekent. Als er vele Maçons lid zijn van een loge, dan is dat niet in de eerste plaats omdat zij streven naar een bepaalde bewustwording, maar omdat zij daardoor behoren tot een gemeenschap, die hen boven de norm verheft. En dat kunnen we bij de Rozenkruisers vinden, bij de Spiritisten, zelfs bij de politieke partijen. Sommige mensen geloven helemaal niet in hetgeen ze prediken, maar ze behoren tot een politieke partij. Ze werken ervoor, omdat ze hopen op het een of ander zeteltje ‑ van wethouder tot Minister-president toe, bij wijze van spreken. Dat is ook een statuskwestie.

*  Maar het tegenovergestelde is toch, ook waar. Ik bedoel daarmee dat er toch veel mensen zijn, die helemaal niet de eerste willen zijn of boven anderen willen uitsteken.

Dat zijn dan degenen, die zich tegenover anderen ook nooit mani­festeren als meerderen. Dit is mijn verklaring. U hoeft het er niet mee eens te zijn. Maar aan de andere kant moet u niet proberen mij ervan te overtuigen dat veel van de menselijke bestrevingen om iets beter te worden eigenlijk niet alleen gebaseerd zijn ‑ ook wanneer het geestelijke bestrevingen zijn ‑ op de behoefte om iets meer of iets beter te zijn dan de buurman.

*  Dat is afkeurenswaard.

Dat kan afkeurenswaard zijn, maar het is natuurlijk. Als we aannemen, dat dat ongeveer bij 70 á 80 % van de stervenden het geval is, dan hebben we de natuurlijke verklaring ervoor, die heel wat beter is ‑ dunkt mij ‑­ dan elke hoogstaande verklaring omtrent geestelijke invloeden en werkin­gen. Een mens, die begint met zichzelf uit te schakelen om daardoor iets meer te worden, zoals de meeste mensen doen, verloochent in feite het enig waardevolle dat hij heeft: zichzelf, om zich aan een van buitenaf opgelegde discipline of norm te onderwerpen in de hoop daardoor bete­kenis te krijgen, die ze alleen in zichzelf zouden kunnen vinden.

*  Waar moet een mens naar streven volgens u?

Het kennen van zijn werkelijke persoonlijkheid en het in het leven zoveel mogelijk daaraan beantwoorden, zonder daarbij te streven naar een veelheid van prestatie of beleven, maar slechts naar een intensi­teit van prestatie en beleven.

*  Het is erg moeilijk te begrijpen wat die persoonlijkheid in werkelijkheid is.

Dat is helemaal niet moeilijk zodra men afstand doet van zijn illu­sies. De meeste mensen vereren hun illusies zodanig, dat ze weigeren te erkennen dat ze er zelf niet aan kunnen beantwoorden.

*  Het ideaal, althans een vorm daarvan, heeft u toch nastrevens­waard genoemd.

Het ideaal heb ik niet nastrevenswaard genoemd. Ik heb het ideaal genoemd als een factor, die in het geestelijk leven van de mens een gro­te rol speelt, zodat ook het ideaal dat je koestert de persoonlijkheid vertegenwoordigt die je bent. Dat is iets anders.

*  Indien de kern van elk wezen goddelijk is, waar begint dan de dif­ferentie?

De differentie begint op dát punt waar het “ik” Als deel van de totale goddelijkheid zichzelf beseft als het breukdeel dat het is, zonder te beseffen dat dit breukdeel‑zijn niet inhoudt dat de eenheid verbroken is; dus op het punt, dat het “ik”‑’besef ontstaat dat een verschil kent tussen, “ik” en niet‑”ik”. Vanaf dat ogenblik begint de ontwikkeling.

*  Ik zou nog graag willen weten waaruit dan die toevoegingen bestaan?

Je begint met het goddelijk Ik. In het Goddelijke Ik wordt een splitsing tot stand gebracht, door­ dat delen van het goddelijk Ik zich als zelfstandige eenheden t.a.v. el­kaar gedragen. Zodra een dergelijke eenheid het verschil tussen zich een andere eenheden heeft beseft, ontstaat er een “ik”‑besef en worden de ervaringen binnen dit “ik” geregistreerd, zodat op een persoonlijke wijze de relatie met de andere delen van het Goddelijke worden vastgelegd en daaruit een eigen gedragsnorm maar ook besefsnorm t.a.v. het andere ontstaat.

*  Maar je ervaring appelleert onmiddellijk altijd weer aan het herinneren van de eenheid.

Ze appelleert misschien wel indirect daaraan, maar direct is er geen herinnering aan de eenheid, omdat het leven (het bewustzijn) pas begint op het ogenblik, dat het verschil “ik” niet‑”ik” is geconstateerd. Het is allemaal eenvoudig genoeg. U kunt het zelf uitdenken.

*  Is die registratie dan bij de geest ook aanwezig in de een of andere vorm?

Ze is de essentie van de geest. Deze registratie is de specifieke vorm van de “ik”‑heid en daarmee het wezen van de geest en de inhoud van uw stoffelijke bestaan zelfs. Het lijkt, dat ik erg onvriendelijk ben door het allemaal zo kort af te doen. Het is niet onvriendelijk bedoeld, maar het is zo nuchter en logisch. Waarom willen jullie het nu allemaal zo graag anders hebben? Dat zou ik wel eens willen weten.

*  Het eenvoudige ligt nu eenmaal niet voor de hand.

Het eenvoudige ligt zozeer voor de hand, dat de meeste mensen het beneden hun waardigheid achten om zich daarmee bezig te houden. De men­sen maken het voor zichzelf ingewikkeld, omdat ze niet kunnen aanvaarden dat het leven eenvoudig zou kunnen zijn. Ze kunnen niet aanvaarden, dat het eenvoudig zou kunnen zijn omdat ze dan zouden moeten toegeven dat ze zelf ook eenvoudig, om niet te zeggen hier en daar zelfs simpel zijn. Wie de schoen past mag hem aantrekken, maar ik zeg niemand dat het zijn juiste maat is.

*  U stelde de persoonlijkheid gelijk aan het “ik” en u zegt; Je moet jezelf ontwikkelen. Wie is je, en wie is jezelf? Is hier sprake van dualiteit en zo ja, wie is die ander?

Ik moet zeggen, dat ik schijnbaar erg stom ben, want ik krijg een hoop vragen waarvan ik de zin niet begrijp. Je moet jezelf ontwikkelen. Met andere woorden: je kunt niet een andere entiteit ontwikkelen, je kunt alleen jezelf ontwikkelen. Ik zou zeggen, dat is logisch. De dua­liteit bestaat dus in zoverre, dat er een “ik” en een niet‑”ik” bestaat. In het “ik” is er bewustwording en actie mogelijk. In het niet‑”ik” is slechts een uiting van het “ik” mogelijk, maar nooit een reactie en een ontwikkeling. Ik zou zeggen, dat spreekt toch vanzelf. Als je even na­denkt, dan moet je dat toch met je klompjes kunnen aanvoelen. Als je nu nog even verder denkt: Wie is je? Als ik tegen u zeg “je moet”, wie bedoel ik dan?

*  Ik.

Juist. Je moet ‘je’ dat is elke mens, die dit op zich wil betrek­ken. Dat geldt dus ook voor mij. En daarmee is de vraag geloof ik beant­woord.

*  Als ik het goed begrepen heb zet u de persoonlijkheid als een kern, die ontwikkeld kan worden. Betekent dit ontwikkelen in de letterlijke zin, dus de wikkels eraf nemen of betekent dit eigenschappen toevoegen?

Het betekent geen eigenschappen toevoegen. Ik zal een parabel ge­bruiken, dat is altijd het gemakkelijkst in zo’n geval. Er is een land. Dat land is maar ten dele in kaart gebracht. Niemand weet wat de bodemschatten zijn. Ontdek, wat het land werkelijk is. Wat de ligging is van het land, wat de mogelijkheden zijn, waar de bodem­schatten liggen, waar exploitatie wel en waar die niet mogelijk is, waar de rustpunten zijn. Op dat ogenblik is het land niet veranderd, maar je mogelijkheid om er gebruik van te maken is een andere geworden en pas dan kun je het geheel van het land en zijn mogelijkheden overzien. Het “ik” is in dit geval het land, dat men moet leren in kaart te brengen, waarvan men de verborgen mogelijkheden moet leren kennen; en die moet men dan zodanig gebruiken, dat het geheel nu een bewust ontwikkeld land, een bewust ontwikkelde persoonlijkheid wordt.

*  Is een gezamenlijke actie tegen een bepaald onrecht, waar je als eenling niets tegen begint, zinvol?

In een maatschappelijk verband uit de aard der zaak wel, ofschoon een gemeenschappelijk verzet tegen een onrecht over het algemeen neer­komt op het creëren van een andere vorm van onrecht. Maar als u zegt: Ik kan er niets tegen doen, dan maakt u wel één vergissing. U kunt dit onrecht misschien niet veranderen volgens uw inzichten, maar u kunt wei­geren deel uit te maken van het onrecht. U kunt zich eraan onttrekken. U kunt eenvoudig de bekende slagzin hanteren “voor mij hoeft het niet. Ik niet.” En als u dat regelmatig doet, overal waar onrecht is eenvou­dig er geen deel aan neemt, abstineert, en alleen doet wat u juist vindt en de consequenties daarvan ook onder dat onrecht wilt aanvaarden, dan komt er een ogenblik dat dat onrecht verandert in recht. Het is juist daar waar we onrecht met onrecht bestrijden, dat we het grotere onrecht geboren doen worden.

*  Ik dacht eigenlijk aan de propaganda voor de ontwikkelingslanden; dat die mensen daar zo tekort komen.

Mag ik u een paar tegenvragen stellen? Het is misschien wel een beetje gek. Hoe weet u wat het werkelijke tekort is in die landen? Kent u de mentaliteit, de leefwijze, de verlangens van al die mensen? Natuurlijk, ze willen ook graag de westerse beschaving gratis hebben. Maar als u probeert hen tot een westerse levensstandaard te brengen, dwingt u hen ook tot een westerse gebondenheid en gejaagdheid. Heeft u zich dat wel eens gerealiseerd?

Punt 1: Je rooft de mensen dus een deel van hun vrede, hun gemoedsrust, hun persoonlijk leven om hun daarvoor in de plaats wat meer eten te geven en de rest.

Punt 2: Wanneer u die mensen helpt en u kunt daaraan geen voorwaar­de van aanpassing verbinden, wat gebeurt er dan? Dan worden ze niet­ beter, rijker en gezonder, maar dan gebruiken ze het alleen om hun maatschappij uit te breiden. Om u een voorbeeld te geven: Er is ergens normaal regelmatig hongersnood. Nu gaat u daarheen geregeld voedsel sturen. Weet u wat het resultaat is? Dat de bevol­king zodanig explodeert, dat er niet meer zo nu en dan hongersnood is, maar voortdurend, waardoor de zwakkeren toch moeten sterven, ten­zij u weer gaat bijvoeden en op den duur met een zodanige overbevolking zit, dat het probleem onoplosbaar wordt. Ontwikkelingshulp is iets wat je alleen kunt geven, indien je de mensen leert zichzelf te helpen binnen het kader van hun milieu, hun beschaving. Dat kan nooit gebeuren, als je die mensen gaat helpen door ze geld te geven. Daar komen ze niet verder mee.

*  Maar dat kun je ook niet als eenling, die mensen helpen.

U kunt als eenling erheen gaan, als u dat zo belangrijk vindt, en trachten die mensen te helpen op die punten, waarop u hen helpen kunt met volledig respect voor hun gewoonten en denkwijze en daarvan uitgaande. Maar wat u niet kunt doen, dat is die mensen van hun ar­moede afhelpen door hier een actie te beginnen om de regering te be­wegen iets te doen. Als de regering hier iets gaat doen, dan doet ze wat voor de regering. Er is daar een kleine bovenlaag, die er werke­lijk van profiteert. En er is een onderlaag, die in plaats van vrije, maar arme mensen te zijn, nu industriearbeiders worden, die dan ook nog arm zijn, maar die niet meer vrij zijn. Dat is wat u bereikt.

*  Dus een land economisch barricaderen om de apartheid ongedaan te maken zou ook opgeheven moeten worden?

Dat lijkt mij ook dwaasheid. Je kunt die apartheid n.l. niet onge­daan maken door er consequenties aan te verbinden. Zeker niet, indien apartheid voortkomt uit de levensangst en tevens levensnoodzaak van een bepaald ras of van een bepaalde groep. Ik geloof eerder, dat je dan een natuurlijke ontwikkeling en samenwerking zou moeten accepteren. Je behoeft niet in het bijzonder ‑ let wel ‑ degene vriendelijk te ont­vangen, die de apartheid tot stand brengt, als je het er niet mee eens bent. Je kunt er echter niets aan doen. Als je dat land omwille van de apartheid isoleert, zijn degenen die u het meest schaadt zij, die u zoudt willen bevrijden van die apartheid. Als u zich dat nog niet kunt reali­seren, dan bent u wel blind voor de feiten. De heersende kaste profi­teert altijd. Indien er een tekort aan mogelijkheden komt, zal dat tekort ten koste komen van de onderlaag van de bevolking, in casu diegenen, die in de apartheid tijdelijk worden afgewezen, Gelijktijdig verscherpt u de tegenstellingen tussen beide groepen zo sterk, dat de mogelijkheid van een naar elkaar toegroeien steeds minder wordt.

*  Dus via conflict zou op een gegeven moment de bevolking, die wordt onderdrukt door verdere onderdrukking in opstand kunnen komen.

Als u dat erg prettig vindt, kunt u dat inderdaad bereiken. Maar is het niet veel beter, als de mensen in vrede met elkaar leren leven?

*  Noemt u dat vrede?

Dat noem ik vrede. Want je kunt in vrede met elkaar leren leven, omdat als er geen angst bestaat en geen wederkerige haat zoals die op het ogenblik aan alle kanten wordt bevorderd, men op den duur elkaar meer en meer laat aanvaarden. Alleen door een integratie van de bevol­king is een werkelijke vooruitgang tot stand te brengen. Of dacht u soms dat door de kaffers, de Zoeloes, de Bantoes en al die mensen nu ineens tot volwaardige burgers te maken er werkelijk iets aan hun be­staan en hun besef zou veranderen? Het is een langzaam proces. En dat proces kan zich alleen voltrekken, indien ze eerst de kans krijgen om hun eigen toplaag, die hun mentaliteit kent en hun gevoelsachtergron­den in zich draagt aan het bewind te brengen. En dat kun je niet door hen plotseling gelijkgerechtige burgers te maken. Aan de andere kant kun je die ontwikkeling zeker niet tegen houden door overal te schil­deren “voor blanken” en “voor niet‑blanken”. Apartheid is een dwaasheid. Het is een verkeerde benadering van het probleem, omdat het meer tegenstellingen schept dan mogelijkheden tot samenwerking. Maar dat wil nog niet zeggen, dat u dat door een gewapende opstand kunt veranderen. Bovendien: denkt u niet dat als de negers eenmaal de wapens in handen krijgen en ze zien dat ze de blanken eruit kunnen gooien, ze dan zullen zeggen; We gaan al dat goede van de blanken bewaren? Dan gooien ze dat ook de deur uit. Ze vallen dan terug tot een primitiviteit, omdat ze niet slechts de blanken ha­ten, maar alles waarvoor hij staat. En als u dan ‑ als goedwillende blanke ‑ bij hen komt, dan heeft u nog kans dat u als karbonade eindigt op de tafel van het een of andere opperhoofd. Ik discrimineer niet, maar ik maak duidelijk: Wanneer er een conflict met het blanke ras bestaat ‑ en dat be­staat overal ‑ dan kan dat niet worden opgelost door de tegenstelling tussen blank en gekleurd te vergroten. Ook niet indien daardoor bepaal­de niet erg begerenswaardige omstandigheden langer zouden voortbestaan. Daar moet dan alles voor worden gedaan om die integratie te bevorderen. Als u wat wilt doen tegen de apartheid in Zuid‑Afrika, dan moet u pro­beren zoveel mogelijk negers, die daartoe in staat zijn, hier aan de uni­versiteit op te leiden, zodat zij technische bekwaamheden en inzicht krijgen, zodat zij weten wat ze kunnen doen.

*  Daar kan de regering wat aan doen.

Daar zou de regering misschien wat aan kunnen doen. Maar de regering doet dat over het algemeen ‑ zeker in de huidige situatie ‑ alleen als Amerika is voorgegaan. Het lijkt me dus verstandiger dat u onderling gewoon een stipendium schept voor bepaalde leerlingen. Gewoon een par­ticuliere onderneming.

*  Die zijn er toch reeds.

Die zijn er inderdaad. Maar waarom zoudt u dát niet doen? Geloof één ding: Zodra u iets van de overheid wilt hebben, betaalt u er meer voor dan het waard is. Zodra u iets zelf doet, dwingt u de over­heid door hetgeen u zelf goed tot stand brengt u te helpen en te steu­nen, zonder dat het u iets kost. Indien u van een regering iets afdwingt, moét zij er iets voor terugnemen. Als u zelf iets geeft, brengt u de ge­meenschap, middels de overheid, ertoe u bij te staan.

*  Dat is een vorm van anarchisme.

Dit is zeker een vorm van anarchisme, omdat ik stel, dat de z.g. geordende maatschappij op den duur om zichzelf te handhaven dermate regu­lerend zal optreden, dat voor menselijkheid en menswaardigheid geen ruim­te over blijft. Ik propageer niet het anarchisme van de vernietiging, maar van de gezagsontkenning en vooral de ontkenning van het beroep op het gezag.. Als je je eigen peultjes weet te doppen, dan wordt dat gezag steeds onbelangrijker en zal het zich steeds meer tot de hoofdzaken gaan beperken. Maar hoe meer je van de gemeenschap gaat eisen in de vorm van gezag, hoe meer de gemeenschap gereguleerd moet worden om aan die eisen tegemoet te komen. Dat was dan even een kleine afwijking. Nu ja, politieke afwijkingen zijn op het ogenblik aan de orde van de dag, overal. Tegen de verkiezing zou je haast zeggen, dat half politiek Nederland een afwijking heeft.

*  Als ik mij afvraag, waaruit de persoonlijkheid van een wezen bestaat, dan ben ik geneigd te denken aan een soort computer, die volgens de “trial and error”‑methode zichzelf programmeert op basis van beleefde ervaringen om zodoende zich voor te bereiden op alle mogelijke gebeurte­nissen. Maar aangezien er nagenoeg geen mensen te vinden zijn, die ge­leerd hebben foutloos te reageren, vermoed ik dat het om het spel is be­gonnen en niet om de knikkers. Gaarne uw mening.

Dat laatste is iets wat u voor uzelf moet constateren. De een gaat het om de knikkers, de ander om het spel. Als u zegt: “computer” en “trial and error”, dan vergeet u één ding te zeggen: een computer met positieve en negatieve feed‑back, waardoor interpretatie en waarderingen ontstaan naast registratie en zo een bias kan worden gevormd waardoor de computer als persoon­lijkheid vanuit een bepaald standpunt kan reageren op grond van een deel van de feiten, waar de computer ‑ normaal geprogrammeerd ‑ bij een tekort aan feitenmateriaal niet kan reageren.

*  Dus u bent het er wel mee eens?

Ik ben het er niet mee eens, maar ik gebruik uw analogie om dui­delijk te maken wat er aan de uwe ontbreekt door te stellen, dat het alleen kan, indien we én positieve én negatieve feed‑back hebben, waardoor er een interpretatie‑unit ontstaat. De interpretatie‑unit kan dan in de plaats treden van de feiten. Ze komen nog wel eens zover dat ze (dat zou haast een stratese‑computer zijn) hem de mogelijkheid geven uit te gaan van veronderstellingen. En zodra dat gebeurt, berg je dan maar. Dan kun je niet tegen een computer op. Zolang het gepro­grammeerde mogelijkheden zijn, kun je een computer een schaakspel altijd laten winnen, behalve wanneer hij speelt tegen een dammer.

*  Is het niet juister de werkelijkheid ‑ abstract of concreet – via de kop bij de kern te vatten in plaats van idealen, religie, geloof, genootschap te hebben?

Het komt hierop neer: Religie is de aanvulling. Het is de ratio­nalisatie van een innerlijke erkenning of gevoelswereld, die men nog niet feitelijk kan omschrijven, maar die men voor zichzelf toch nodig heeft om tot een redelijke wereldaanvaarding te komen. En of je nu re­ligie hebt of idealen, je zult er altijd iets van hebben, omdat je niet kunt leven op de feiten alleen. Je hebt interpretatie nodig en daar­voor heb je een beeld nodig, dat je innerlijke waarderingen en benade­ring omzet in termen, die je kunt hanteren. Ik zou zeggen: De mens zou er beter aan toe zijn, indien hij geen behoefte had aan religie, omdat hij in zich een erkenning heeft van iets wat we dan misschien God kunnen noemen. En ik geloof, dat de mens beter af zou zijn zonder idealen, indien hij bereid zou zijn voortdurend op grond van de feiten te ageren. Dat is hij meestal niet.

*  Uw antwoord is dus onze eigen reactie op onze vraag. Dit gaat voor mij te diep en overstijgt de taal.

Helemaal niet.

*  Wat deed die slotopmerking dan hier? Een speciale bedoeling van u?

Deze opmerking betekent niets anders: als ik reageer op hetgeen u zegt, u in mijn gedachten zoekt te herkennen wat u heeft gezegd, zodat u in feite in mijn woorden zoekt wat in uzelf leeft, zonder in staat te zijn te begrijpen of geheel te bevatten wat ik probeer weer te geven om­trent mijn mening t.a.v. hetgeen ik heb begrepen uit wat u heeft gesteld.

*  Maar dan zou ik een monoloog met mijzelf kunnen hebben.

Dat doet u in feite. Dat doet u voortdurend, maar meestal beseft u het niet. De meeste mensen zijn niet bereid om te luisteren, te verwer­ken en te begrijpen. Ze zoeken alleen naar datgene wat hun denkbeelden en ideeën bevestigt. Daardoor komen ze tot een interpretatie van de we­reld, die niets meer heeft te maken met de werkelijkheid van die wereld. En dan zitten ze vol idealen en dergelijke. De ene heeft als ideaal mis­schien een mooi bootje om van de zomer in te varen, de ander een ideale staat. Dat maakt geen verschil uit. Een droombeeld. De meeste mensen zoeken in anderen hun droombeeld terug te vinden en komen daardoor niet tot de aanvaarding van hetgeen de ander in wezen is.

Als ik antwoord op uw vragen, dan kan ik misschien iets beter dan u begrijpen wat er in zit aan gevoelens; waarschijnlijk zelfs beter dan u het soms zelf begrijpt. En dan geeft ik u een antwoord. Dat antwoord wordt door u vertaald in de termen, waarin u het zou willen horen. Kunt u dat niet, dan verwerpt u hetgeen ik heb gezegd om de doodeenvoudige re­den, dat er geen zelferkenning is. Dat is een typerend proces bij menselijke communicatie. Leven is in feite voortdurend een monoloog houden met die delen van jezelf, die je erkent in de wereld rond je. De enige uitzonderingen zijn de feiten; en die probeer je meestal wel anders te presenteren dan ze zijn.

*  Kunt u mij concrete regels geven voor het opwekken van de kunda­lini?

Ik zou u daarvoor geen concrete regels willen geven om de dood­eenvoudige reden, dat indien dit door amateurs gebeurt, die nog regels van node hebben, dat levensgevaarlijk kan zijn. Het kan uw lichamelijke gezondheid, uw mentale gezondheid en zelfs bepaalde astrale en geestelijke waarden schaden. Indien u echter voldoende weet omtrent het kundalini‑vuur, dan weet u ook hoe het kan worden opgewekt, maar beseft u gelijktijdig hoe belangrijk de beheersing van uzelf en van het opgewek­te vuur in elke fase is.

*  Ik weet dat het zoeken daarnaar komt op het moment dat je er zelf geschikt voor bent.

Wanneer je zover gerijpt bent in je zelfbeheersing, dat je het kunt verwerken, zul je dezelfde dingen, die je nu hebt verworpen als niet duidelijk genoeg, met andere ogen gaan zien; je zult ontdekken hoe het in feite is. De verandering van mentaliteit vormt vaak de sleu­tel tot de geheimen, die men verborgen waant, maar die in feite vaak openlijk ten toon worden gesteld. Dat is misschien een vervelend antwoord, dat kan ik begrijpen. De meeste mensen hebben liever dat je zegt; Hier heb je een sleutelbos, kies maar uit. Maar het is zo; U bent zelf de sleutel voor vele occul­te geheimen. En op het ogenblik, dat uw mentaliteit zodanig is, dat u dit aan kunt, heeft u ook een begripsvermogen, waardoor u het kunt in­terpreteren. En dan zegt u bij het herlezen van iets wat u duizend keer heeft gelezen ineens; Hé, dat ligt anders dan ik altijd heb gedacht. Zo liggen die verhoudingen, dus …. en dan komt u tot conclusies. Maar dan heeft u voldoende kennis om met die conclusies geen ongeluk­ken aan te richten. Vandaar dat ik deze vraag dus hier niet beantwoord. Dat moet u mij niet kwalijk nemen. Ik houd er niet van om kinderen met een geladen revolver de straat op te sturen om lekker te gaan spelen. Voor je het weet vallen er doden.

*  Je kunt helaas niet alles doen wat je belangrijk vindt, omdat je vast zit aan harde feiten, zoals een maandelijks inkomen waarvoor je moet werken, beperkte woonruimte, studies die je niet kunt voltooien, omdat je geen geld hebt e.d..

Nu, dat is veel eenvoudiger dan u denkt. Indien u meent, dat er andere dingen zijn die belangrijker zijn dan geld, dan neemt u genoegen met minder geld en minder woonruimte. Leven kunt u toch wel. En als u meent, dat het zo belangrijk is, dan moet daar voorlopig wat voor opof­feren. Er is niemand, die tegen u zegt, dat u geld moet verdienen. U kunt met heel weinig geld ver komen.

*  Dat heel weinig geld moet je ook verdienen.

Nou, daar kun je meestal wel op een andere manier ook aan komen, onder ons gezegd en gezwegen, als je het niet te gek maakt. Iemand, die de grootwinkelbedrijven kent, heeft in Nederland geen geld nodig. Wat ik zeggen wil is dit: De meeste mensen binden zich zodanig aan een milieu dat ze voor zich creëren, dat ze daardoor gebonden zijn. Natuurlijk, als u televisie wilt hebben, dan zult u dat moeten betalen, en eventueel de reparateur. Als u luie stoelen wilt hebben, dan zitten ze wel lekker, maar ze verslijten en dan moet u weer nieuwe hebben en daar heeft u geld voor nodig. Als u een grote woning wilt hebben, dan zult u ook daarvoor moeten betalen. Maar dat wil niet zeggen, dat je in een tweepersoonstentje niet net zoveel plezier kunt hebben.

*  Dus ga je de natuur maar in.

Ja, dan ga je gewoon de natuur in. Dan zeg je doodgewoon: ik kijk wel hoe ik het red. Dat is nu het vreemde. Het christendom, waar deze hele maatschappij zogenaamd op gebaseerd is, gaat uit van: “Laat alles achter u en volg mij”. En laten ze dat nou alleen gebrui­ken om het celibaat te verdedigen! Maar het betekent in feite: Als je Jezus wilt navolgen of als je God wilt zoeken, dat je niet moet zeggen: ik heb mijn maatschappelijke standing en verplichtingen en mijn dit en mijn dat en mijn zus of zo, maar dat je eenvoudig moet zeggen: ik ga erop uit. En daar heeft Jezus, als je het christelijk wilt zoeken ook iets voor gezegd. “Zie; de leliën des veld, ze spin­nen niet” etc., “maar ze zijn schoner gekleed” enz. Dan zeggen de men­sen: Ja, leliën, maar wij zijn geen leliën. Neen, potverdorie, het lijken hier wel brandnetels! Maar het zouden de leliën des veld kunnen zijn. Indien de mens zou kunnen leren, dat je niets voor niets hebt op deze wereld ‑ geestelijk niet en ook materieel niet – en dat het dus heel erg belangrijk is om voortdurend uit te maken wat iets je waard is, voordat je je daarmee verbindt, dan zou de mens heel wat gemakkelijker leven. Dan kun je zeggen: Dat is niet erg praktisch. Neen, natuurlijk niet. Als je alles hebt, wil je het graag houden. Maar als je nu nagaat hoeveel je er werkelijk van nodig hebt, dan is dat maar heel weinig. Ik ben getrouwd geweest in een vroeger leven. Mijn vrouw was zeer gehecht aan de zeer uitvoerige collectie bric a brac, die wij hadden verzameld. En als ik naga wat ze daar een moeite, tijd, zorg en kosten aan heeft besteed, dan heb ik zo het gevoel dat ze daaraan een deel van haar leven, haar emoties en mijn geld heeft verdaan. Toen meende ik, dat dat juist was. Nu meen ik, dat een dergelijke overdaad ‑ ook al geeft ze enig genoegen ‑ over het algemeen schadelijk is, omdat ze je teveel bindt en teveel verplichtingen oplegt. Hoe minder verplichtingen en banden je hebt in het leven, hoe juister je jezelf kunt zijn, hoe gemakkelijker je je geestelijk ontplooit en hoe meer je je bewust wordt van een innerlijke werkelijkheid. Goed, dat was oratio pro domo zullen we maar zeggen.

*   In hoeverre kun je je kinderen helpen in hun persoonlijkheidsont­wikkeling?

Door je er niet al te veel mee te bemoeien. Leer de kinderen dat je als ouder bereid bent hen te helpen en te beschermen, maar geef hun het recht om hun eigen stommiteiten uit te halen. Dat is veel beter dan hen te verplichten uw stommiteiten te imiteren.

*  Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Bent u hier gekomen om onduidelijkheden te horen? Ik probeer ze juist te vermijden. Ik zou het ook zo kunnen zeggen: U kunt de persoonlijkheids­ontwikkeling van uw lieve kleinen ongetwijfeld het best bevorderen door te beseffen dat zij kleine, eigen persoonlijkheidjes zijn, die het recht hebben op de persoonlijke ontwikkeling (natuurlijk binnen de discipline van het gezin), en die daarbij niet gebonden kunnen worden aan uw wensdro­men voor deze kinderen, maar die voor zichzelf iets moeten bereiken. Het duurt alleen veel langer om het zo te zeggen en ook is het niet zo duidelijk. Maar het komt op hetzelfde neer.

*  Jeanne d’Arc hoorde toch ook stemmen waarvan men zei dat dat niet waar kon zijn. Die kwamen toch ook telkens terug, of is dat niet historisch?

Laat mij het zo zeggen: Wat wij horen over z.g. heiligen doet mij vaak denken aan de ongetwijfeld belangrijke werkzaamheden van de gebroeders Grimm, van Hans Andersen e.d.. Omdat deze dingen, die op zichzelf wel be­staan, voor de persoon zelf in een absolute realiteit kunnen worden ge­steld, waarin ze toch niet reëel bestaan. Als wij Jeanne d’Arc als voor­beeld nemen, dan kunnen wij zeggen dat de stemmen, die zij hoorde door nie­mand zijn bevestigd, behalve door haarzelf, dat de stemmen dus een rationalisatie waren van een dadendrang die zij bezat; dat zij zich daarbij ver­zette tegen de positie, die zij innam als herderin. Dit blijkt o.m. uit haar optreden tegen over de landheer en later ook tegenover de dauphin. Als wij verder nagaan hoe Jeanne d’Arc zich gedraagt, dan blijkt steeds weer dat zij ook streeft naar een erkenning. Ze wil door iets te bereiken betekenis hebben en dankbaarheid ontvangen in het hele land. Ze gebruikt daarvoor vele middelen, die zeker niet helemaal juist zijn. Zoals zij bv. over de dauphin bepaalde visioenen verhaalt (later is dat uit de meeste verhalen geschrapt, maar in de oude geschriften komt dat inderdaad voor), waar zij hem vertelt hoe en wanneer hij zal worden gekroond. Dit is niet vervuld. Met andere woorden: ze vertelde hem een verhaaltje om hem over te halen tot iets. Als ze dat één keer heeft gedaan, mogen we aannemen dat zij dergelijke rationalisaties ook meer heeft gebruikt en dat de stemmen, die zij hoorde misschien innerlijke stemmen waren. Terwijl er ook nog bepaalde facetten in de persoonlijkheid zijn, die wijzen op een lichte hysterie, waardoor de overdrijving van bepaalde op zichzelf misschien aanwezige fenomenen zou kunnen voeren tot een idealisatie daarvan en ook tot een verabsolutering.

*  Ik zei juist, dat zij een heilige was.

Ach ja, Sinterklaas is ook heilig geweest en waar is hij nu? Heiligen zijn mensen, waarvan de mensen verklaren dat ze zo goed hebben geleefd, dat ze in de hemel zijn, terwijl ze niet weten hoe die mensen werkelijk hebben geleefd, niet weten hoe de hemel eruit ziet en zeker niet weten wat God goed of kwaad vindt. Met andere woorden: iemand heilig verklaren is een postume decoratie, die wordt verleend hoofdzakelijk ten behoeve van de levenden.

Dan mag ik nu afsluiten.

Als u dit alles heeft aangehoord wat hier vanavond is besproken, dan zult u wel tot de conclusie zijn gekomen dat er zo en dan nog wel eens tegen een paar schenen is geschopt. Maar wie heeft er eigenlijk tegenaan geschopt? Ik? Neen. Want ik heb de dingen alleen gezegd zoals ze zijn volgens mijn beste weten. Dat ik daarbij de mens misschien niet zo hoog en idieël aansla, als u prettig zoudt vinden, houdt nog niet in dat ik die mens op enigerlei wijze misacht of veracht.

Het feit, dat ik hier ben om met u te spreken, bewijst dat ik veel belangstelling voor de mensheid heb; dat ik als deel van die mensheid mij verbonden voel met die mensheid; dat ik overtuigd ben van de grote waarden, welke in die mensheid schuilen. Maar het zelfbedrog, dat menigeen zo gaarne hanteert en handhaaft zowel ten aanzien van de mensheid als geheel als ook ten aanzien van zichzelf, is meestal een hinderpaal voor de werkelijke ontdekking van het eigen “ik”, voor een reële en bruikbare ontwikkeling van uw persoonlijkheid. Het is de grootste rem op de bewustwording, die er bestaat. En juist daarom heb ik die dingen aangevallen.

Ik heb u aangevallen en ik heb u zelfs zo hier en daar beperkt in uw mogelijkheid tot verdediging. En wel op het ogenblik, dat uw verdedi­ging uit leuzen ging bestaan en niet meer op feiten was gebaseerd; feiten in uw gedachten, feiten in uw woorden. Wie naar de feiten kijkt op deze wereld, zal ervan overtuigd zijn dat er heel veel dingen niet deugen.

Nu is het de vraag, of je daarvoor die dingen moet afschaffen, ontkennen, negeren, vernietigen of dat je moet nagaan waarom ze verkeerd zijn. Het nagaan van waarom de dingen in de wereld verkeerd zijn, waarom de mensen een zeker zelfbedrog gebruiken, waarom ze weigeren de werkelijke persoonlijkheid in zoverre voor zichzelf te aanvaarden dat ze consequent vanuit hun werkelijke wezen kunnen leven, is veel belangrijker dan een al of niet aanvallen. Belangrijk is, dat de mens zichzelf terugvindt. En dat kan hij pas, indien hij de betrekkelijkheid van alles wat hij aan waarderingen verbonden heeft aan mensheid, maatschappij e.d. beseft.

De mens is geneigd alles gelijk te maken aan zijn denkbeelden. Het enige, waarin hij dan altijd weer blijkt te falen, is meestal zichzelf.

De mens moet niet proberen de wereld gelijk te maken aan zijn denkbeelden. Hij moet zich proberen aan te passen aan zijn werkelijkheid. Hij moet door in de eerste plaats zichzelf te zijn in de wereld zijn actie en zijn reactie veranderen. Hij moet niet beginnen de wereld aan te vallen als hij niet eerst zichzelf kan beheersen. Een mens, die zich beheerst, weet wat hij doet. Hij beseft wat zijn relatie is met de wereld. Hij zal over het algemeen door een kleine innerlijke verandering grote veranderingen in zijn relatie met de wereld tot stand brengen. Hij zal die wereld niet behoeven aan te vallen. Alleen door anders te zijn wordt hij zich meer bewust van zichzelf. En wie zichzelf leert kennen en de werkelijkheid van zijn wezen leert leven op aarde en in de sferen, hij ontmoet steeds meer de grote krachten van het Al. Hij ontmoet steeds meer de essentiële waarden van het bestaan, die we dan namen geven als God, Engelen, Stralen en Kosmische Krachten. Hij zal ontdekken, dat al die termen onbelangrijk zijn, maar dat er in het eigen wezen een verbinding is met een kracht, waardoor op den duur dit “ik” zich zover kan uitbreiden, dat het alle mogelijkheden kan omvamen en beseffen, dat het de tijd a.h.w. leert omvatten.

De ontwikkeling van je eigen persoonlijkheid is tenslotte ook een dichter komen bij de eeuwigheid van besef. Een tijdloosheid van bestaan. die de kern is van datgene wat je lichamelijk bent.

Als u vanavond die conclusie wilt trekken, alleen maar ten aanzien van de mogelijkheden en eens wilt nadenken over uw motieven voor een bepaalde reactie op de werelden over de handelwijzen en de reacties, die eigenlijk niet echt uit u voortkomen, die u alleen maar doet omdat het zo hoort of – zoals het in de vragen werd gezegd ‑ omdat u geconditioneerd bent, dan zult u het belangrijke van het onbelangrijke scheiden. Wie begint het belangrijke in zich te leven én uit te drukken in zijn wereld, hij heeft de weg gevonden naar de enige grote werkelijkheid, die alle dingen omvat, ook zijn wezen, zijn wereld.