Ontwikkeling van de mens

uit de cursus ‘ Kosmologie’ (hoofdstuk 6) – maart 1977

Ontwikkeling van de mens

Als u denkt aan het begin van Genesis, dan ontdekt u een paar vreemde zaken. In de eerste plaats maakten engelen met God ruzie over de vraag of de mens al of niet mocht worden geschapen. In de tweede plaats: de mens is geschapen na al het andere. In de derde plaats: die mens wandelde met God.
Als we nu gaan kijken naar de oervormen van de mens (we houden ons dan bij de warmbloedige vertebraten die op het land leven) dan vragen we ons af: hoe kan men ertoe komen hier te zeggen: de mens wandelde met God? Ik heb getracht deze toch wel belangrijke fase in de ontwikkeling na te gaan.
Bij eencelligen ontstaat er een conditionering. Als u nu onder een microscoop een druppel water bekijkt, ziet u dat nog. Er wordt aangevallen, maar het is net, of dat alleen op grond van het uiterlijk geschiedt, een andere reden is niet nodig. Er wordt gevlucht, maar de vlucht hangt weer samen met een bepaald verschijnsel. De eerste conditionering van het leven is er ongetwijfeld één geweest waarbij het hoofdzakelijk ging om associaties die op niet bewust vlak plaatsvonden. Dit heeft een bepaalde kleur, dus is het goed. Dat heeft een andere kleur, dus is het verkeerd. Dit heeft een vorm die eetbaar is, dat heeft een vorm die niet eetbaar is enz. enz.
In die eerste mensen, de oermensen, vinden we dergelijke kwaliteiten nog wel terug. Ook zij zijn zeer sterk geconditioneerd. Ze reageren op de buitenwereld. Een groot gedeelte, zo niet hun gehele handelen is eigenlijk niet een kwestie van willen, maar van gewoon reageren op grond van ingeboren drangverschijnselen. Pas wanneer die mens te zeer onder spanning komt te staan en in een milieu leeft waarin het zelfbehoud een zo belangrijke factor wordt dat hij geen kans meer heeft om tot rust te komen, blijkt hij steeds achterdochtiger te reageren. Gevaar is alles wat niet herkend wordt als ongevaarlijk en daarmede is een stap gedaan in de richting van wat we misschien wel een obsessie zouden kunnen noemen. Want al het andere dat niet kenbaar is als gevaar moet daarom juist beter begrepen en ontleed worden.
Er wordt veel meer verschil gemaakt dan in alle andere levensvormen bij elkaar. Zelfs nu, in deze tijd, mag worden gesteld dat het onderscheid dat dieren maken veel eenzijdiger is dan het onderscheid dat een mens kan maken. Ook de oermens maakte dus al meer verschil dan een dier. Het was minder een kwestie van instinctieve reactie, van conditionering. Het was meer een kwestie van overweging. Als het aantal factoren waarmee je rekening moet houden en waarop je bewust moet reageren te groot wordt, dan ontstaat er een mate van intelligentie die groot genoeg is om een zelfstandig en beredeneerd handelen mogelijk te maken. Laat mij dit illustreren met een voorbeeld :
Er zijn bepaalde vossen en ook wel wolven die een normaal levenspatroon hebben. Maar door omstandigheden (er komt b.v. een vallenzetter in de buurt wordt het leven ineens veel gevaarlijker. Een paar keer ontsnappen ze ondanks zichzelf. Vanaf dat ogenblik worden ze wantrouwend. Ze gaan alles twee keer, drie keer bekijken. Wat zien wij dan? Zo’n dier is ten slotte niet alleen in staat om alle vallen op te sporen, maar het weet ook hoe het zo’n val moet laten dichtslaan. Het heeft het kennelijk een paar keer gezien en ontdekt, dat als dat is gebeurd, die val dan niet meer gevaarlijk is. Die dieren worden de pest van de vallenzetter, want hij heeft heel weinig kans om nog werkelijk bont te krijgen, dus dieren die een goede vacht hebben.
Op diezelfde manier is de mens langzaam maar zeker wakker geworden ….. en hij ging combineren. Er zijn twee belangrijke verschijnselen in dit geval:
1) De spontane groep wordt tot een georganiseerde groep. Er is dus niet meer alleen een elkaar verdedigen, maar daarnaast is er een taakverdeling die niet tot stand komt door toevallige omstandigheden maar door beredenering.
2) Men moet middelen vinden. Of dat nu een steen is waarmee men gooit, een stok waarmee men vecht of het beheersen van allerlei kleine trucjes zoals een steenlawine, dat maakt niet zoveel uit. Op het ogenblik, dat wij weten hoe wij op een bepaalde manier samen moeten reageren, ontstaat er een totaal nieuwe sociale orde. Waar een sociale orde is, moet ook het besef van de mens anders worden. Zijn omgeving gaat anders tot hem spreken.
In deze periode waarin die mens nog niets kan verklaren, wordt hij omringd door het mysterie. Een mysterie dat niet alleen groot is, maar ook ergens vertrouwd. Het kan tot hem spreken uit een boom. Een vogel kan het hem toeroepen uit de lucht. Hij kan het zien aan een wonderlijk teken dat ergens op de grond staat. God is overal aanwezig en daarom leeft die mens met het bovennatuurlijke.
Nu heeft hij, krachtens zijn voorgeschiedenis, toch al die kans gehad. Zijn verre voorvaderen hadden direct contact met lichtende geesten, een soort groeps- en rassengeesten. Het is duidelijk, dat deze verbondenheid gepaard gaat met een grote telepatische gevoeligheid. Men leest veel meer af. Ook dit weet u.
Dieren – misschien geen goede vergelijking, maar ik moet er toch één treffen – zijn in staat om op afstand bepaalde gebeurtenissen waar te nemen. Zij reageren op een brand, die voor hen niet zintuiglijk constateerbaar is. Zij trekken uit een gebied voordat, er een aardbeving of vulkanische uitbarsting plaatsvindt, niet wanneer die uitbarsting reeds is geschiedt. Ze voelen die dingen aan. Ze interpreteren zeer kleine tekenen. En hun gedachten worden bepaald door zaken, die ze niet helemaal kunnen beredeneren, waarvoor zij geen verklaring kunnen geven. God spreekt eenvoudig. En als God spreekt, dan trekt de mens verder, dan zoekt de mens een ander hol, dan besluit hij plotseling een van zijn grootste vijanden te gaan bestrijden.
Nu weet ik wel, dat het begin van de mensheid volgens de evolutionisten veel later ligt dan volgens ons, die hebben geprobeerd de werkelijkheid waar te nemen. De mens heeft namelijk geleefd in de tijd dat de sauriërs er reeds waren en niet eerst lang daarna. Die mens heeft misschien juist daardoor allerlei impulsen gekregen die hem later, wanneer de grote hagedissen verdwijnen, een bijzonder goede kans geven om zijn omgeving te gaan domineren. En dat is weer een belangrijke fase.
Op het ogenblik dat ik mij, niet alleen maar verbonden voel met de een of andere mystieke kracht die hoe dan ook voortdurend ergens in mij spreekt, maar bovendien daardoor meester ben over alle dingen, ga ik mij met veel meer zelfvertrouwen bewegen. Ik besef de gevaren wel, maar ik geloof niet dat die gevaren mij kunnen treffen. Er ontstaat een soort heldendom, tenminste wanneer men uitgaat van de moderne denkwijze. De mens durft alles aan. Hij schrikt niet terug voor het overvallen van dieren die veel groter zijn dan hijzelf. Degenen die zich daarvan een voorstelling willen maken, zou ik eraan willen herinneren dat er soms mensen zijn, vooral negers, die in kleine jachtgroepen van 18 hooguit 20 man, rustig neushoorns en olifanten aanvallen met als wapens alleen lansen. En ze winnen. Zo waren die mensen. Het is duidelijk, dat in deze gevallen degene die het best kan vechten op de voorgrond komt. En dat is ook alweer een factor welke in de beschavingen een grote rol speelt. Het recht van de sterkste zeggen wij tegenwoordig.
De sterkste is degene die krachtens zijn vermogen, zijn inzicht en durf, maar vooral krachtens zijn vermogen om een ieder die hem niet gehoorzaamt de les te lezen, aanvoerder wordt. Die aanvoerders moeten daardoor gaan letten op de mogelijkheid anderen te verslaan. Ze worden wat krijgszuchtiger. De stam zelf voelt daar misschien niet al te veel voor, maar jagen, prooi slaan, vijanden verslaan dat is het leven van de krijgsman. En juist daardoor verzwakte een beetje de innerlijke stem. De mens wandelt niet meer zo bewust met God. Hij wandelt meer bewust met vernietiging, met chaos, met datgene wat hij aan zichzelf kan offeren.
In die periode is het duidelijk dat de stem der goden op een andere manier moet worden gehoord. Wij krijgen dan te maken met de vroegste priesters of wijzen (sjamanen zou je ook kunnen zeggen), die spreken met de geesten van voorouders, die de geheimzinnige stem als de stem van een bepaalde god weergeven. Want je moet met fantasie omkleden wat je anders niet kunt verklaren en uitdrukken. Zo wordt in de mensheid een deling gemaakt. Er zijn de mensen die nog steeds op de een of andere manier verbonden zijn met God en er zijn mensen die eigenlijk meer verbonden zijn met de aarde.
Het is een geschiedenis die bepalend is voor de grote rijken van Mû en Atlantis. Het is een geschiedenis die doorwerkt in al het gebeuren en in alle mogelijkheden van Atlantis. Ik zou zeggen, dat nog in deze tijd de mensheid eigenlijk in twee soorten uiteenvalt: zij die wandelen met God en zij die wandelen met de rede; het vermogen hun milieu en anderen te domineren en te overheersen.
Soms lijkt het of de krijgsman gehoorzaam is aan de priester. Maar dat is maar heel beperkt, want als de priester iets zegt wat de krijgsman absoluut onredelijk vindt, dan handelt deze als krijgsman en niet als gelovige. Dat geldt ook voor de wetenschap. De wetenschapsman kan heel vroom zijn, maar op het ogenblik dat de wetenschap in strijd komt met het geloof, is de kans heel groot dat hij de wetenschap aankleeft en het geloof probeert om te vormen tot het nog net aanvaardbaar is. Het is een zeer typische situatie waarin men langzaam maar zeker ook de meer bewuste mens vorm en gestalte ziet krijgen.
Als je alles gaat overwegen, moet je op den duur je ook afvragen wat je eigen instinctieve drang is. Wanneer dieren in de bronst zijn, dan zijn ze enorm kwetsbaar. Ze zijn met één ding bezig en de rest van de wereld kan ze niets neer schelen. Maar een mens met die opgevoerde drang tot zelfbehoud kan zich dat niet permitteren. Hij moet veilig blijven; en dat betekent dat hij zijn instinct moet beheersen. Maar dat betekent ook dat hij de drang van zijn instinct niet meer bindt aan bepaalde temperaturen en perioden, maar dat hij het gaat omzetten in iets wat hij naar wil en believen kan gebruiken. Ook dat is een belangrijk punt.
De mens ontkomt dus aan de drang van zijn lichaam. Hij kan gaan beredeneren en beheerst een bewust handelen. Of dit nu de wil is die hierbij een rol speelt, lijkt mij nog altijd een vraag. Ik meen, dat het eigenlijk meer de angst is dan de wil die in het begin de mens heeft vrijgemaakt. Zeker is echter -en dat klopt dan weer een beetje met de Genesis – dat hij op den duur alles gaat benoemen.
Hij ontwikkelt een taal, die in het begin misschien honderd klanken kende, maar die al heel snel uitgroeit tot een soort oertaal die in de tijd van Mu practisch overal nog werd verstaan. Een taal, die gebaseerd is op ongeveer 40 hoofdklanken. Elk van die klanken kan men beschouwen als een woord. Die klanken zijn echter op zoveel manieren te combineren dat men ten slotte een woordbestand krijgt van ongeveer 8000 tot 10.000 En dat is even veel of meer dan de gemiddelde mens in deze tijd ter beschikking heeft. Die taal geeft hun ook de mogelijkheid ervaringen uit te wisselen.
Het is langzamerhand gewoonte geworden dat, als je een vreemdeling ontmoet, je met hem spreekt: Hij vertelt je hoe de weg is, of er vijanden zijn. Hij vertelt je dat hij nieuwe wapens heeft gezien of nieuwe eetbare planten heeft ontdekt. Deze manier van uitwisseling maakt een scheiding mogelijk tussen de eigen ervaring en die van de ander. Het is niet meer noodzakelijk zonder meer te reageren op wat een ander zegt, want je kunt beredeneren. Er ontstaat een steeds groter theoretisch vlak waarvan iedereen kennis neemt en waarvan men gebruik maakt, indien dat eventueel nodig is. Deze theoretische kennis wordt door de ouderen vergaard en die zijn dan vaak in staat om enorme opsommingen daarvan te geven.
Nog later blijkt, dat die onderwijzers een soort priesterlijke functie erbij krijgen en dan zijn ze vergelijkbaar met de status van de barden bij de Kelten. Ze brengen niet alleen nieuws en overleveringen rond, zij zijn ook degenen die leren rekenen, die de tekentaal onderwijzen die vooraf gaat aan het schrijven. Zij zijn het die later uit het bloemenschrift van Atlantis de eerste wampuntaal ontwikkelen: een beeldschrift waarin door de combinatie van de beelden bijzondere windingen mogelijk zijn en soms zelfs abstracte denkbeelden kunnen worden uitgedrukt. Op deze manier wordt de mens meer en meer een gemeenschapswezen dat voor zijn gemeenschap steeds meer afhankelijk is geworden van de kennis die anderen bezitten.
Nu moet u niet denken aan specialisatie zoals u die in uw eigen tijd kent. Iedereen kan beschikken over alle kennis die behoort tot de groep waarvan hij deel uitmaakt. Dat wil zeggen, dat als hij leerling medicijnman wordt, hij toegang heeft tot alle kennis van planten, van natuurkrachten, alle overleveringen omtrent goden, de manier om voorvaderen aan te roepen etc. Hij mag het niet allemaal direct gebruiken, maar hij heeft er wel toegang toe.
Wordt hij krijger, dan heeft hij niet alleen toegang tot de kennis van wapens (hoe maak ik die en hoe hanteer ik ze, hoe maak ik een vuistbijl of een speerpunt) Hij krijgt ook de mogelijkheid om alle strijdverhalen aan te horen. Hij krijgt dus een begrip van strategie, zij het beperkt. Hij krijgt begrip van landstreken, die hij nog nooit heeft gezien. Hij hoort hoe hij zich moet oriënteren en al die dingen meer. Hij krijgt een theorie die veel verdergaat dan voor zijn eigen directe behoefte nodig lijkt. Dit opvoedingssysteem, dat al zeer vroeg bestaat, is voor de vorming en de verdere geschiedenis van de mensheid beslissend. Op die manier maak je namelijk een mate van wetenschap mogelijk.
Het zal u misschien vreemd klinken, als ik u vertel dat reeds lang voordat de mensen in de holen de eerste tekeningen maakten er toch al mensen zijn geweest die eens een kaart wisten te tekenen. Onbeholpen misschien en meestal in het zand, zodat het toch weer uitgeveegd moest worden, maar ze wisten aan de hand van overleveringen te vertellen: Als je daarheen gaat, dan vind je die bergen, die rivieren, dan moet je daarvoor oppassen en daar kun je jagen. Het aanwezig zijn van een intellectuele kaste en een krijgerskaste zal later bepalend zijn voor elke sociale samenhang. Dat geldt nu ook nog. Zelfs als u nu niet te maken heeft met een priesterdom, maar met partijfilosofen, dan heeft u nog te maken met mensen die zich met het abstracte bezighouden, de mystieke werkelijkheid van de mens.
Daarnaast heeft u de practici. Die zijn tegenwoordig misschien niet meer allemaal soldaten, maar ze zijn net zo goed ook de wetenschappers, de economen, de sociologen, die eenvoudig aan de hand van macht en mogelijkheden vertellen wat de rest moet doen. Deze indeling van de mensheid is voor zover mij bekend, nooit teniet gedaan. Ze heeft altijd bestaan.
Wel zien wij dat er steeds meer gemeenschappen ontstaan. Elke gemeenschap maakt haar eigen ontwikkeling door, dat is duidelijk. Iemand, die op een vlakte leeft, heeft een ander milieu, kent andere gevaren, andere noodzaken en mogelijkheden dan iemand, die in de bergen woont. Iemand, die op een eiland woont, wordt weer met andere situaties geconfronteerd dan iemand die ergens verder op het vasteland woont. Overlevering.
En steeds ook weer het trekken, want er is nog steeds geen sprake van een wereld waarin je nu eens even voorraden e.d. gaat aanleggen. Zeker, de jagers zijn langzamerhand misschien veehouders geworden, maar ze trekken. Als het hier niet gunstig meer is, dan ga je verder. Er is ruimte genoeg. Maar dat betekent ook dat je voortdurend nieuwe omstandigheden ontmoet. Het betekent dat je niet altijd de wegen kunt gaan die je zoudt willen gaan. Mag ik u eraan herinneren dat de veeteelt in Zwitserland waar men het vee naar de hoge zomerweiden brengt andere eisen stelt, maar ook een andere kennis veronderstelt dan bij een veehouderij in Nederland.
Het is belangrijk dat wij zien hoe de mens wordt gevormd door zijn omgeving, Maar doordat die omgeving vaak wisselt, beschikt hij op den duur over een verstand dat in staat is veel meer combinaties te maken dan welk dier ook. Het houdt ook in dat deze mens voor de geest veel bruikbaarder is dan een dier. Want waar eenmaal abstracties aanwezig zijn, daar kunnen we a.h.w. nieuwe combinaties, nieuwe voorkeuren aanbrengen. De wordende mens zal daardoor bijzonder begaafd zijn op deze of gene wijze. Hij zal intens emotioneel leven misschien, of intens verstandelijk. Hij zal zijn belangstelling speciaal richten op uitdrukking (kunst b.v.) of op feitenverwerking (wetenschap). De situatie is vanuit de geest gezien in deze periode zo, dat je eigenlijk met die mens alle kanten uit kunt. Je kunt hem ongeacht zijn betrekkelijk primitieve omstandigheden ontwikkelen in elke richting. Dit is erg belangrijk.
Het wandelen met God is hierdoor grotendeels vergeten, dat is duidelijk. Zeker, de priesters hebben nog die vreemde band met de totaliteit, maar ook zij hebben die dusdanig geformaliseerd dat ze eigenlijk niet meer weten waar zij aan toe zijn. Een enkele keer komt er een mens, die wordt getroffen door de een of andere innerlijke kracht en dan door de uiterlijkheden, de façade van het priesterdom, heenkijkt. Maar dan tast hij de sociale orde aan. En vergeet niet dat de priesters en de soldaten op den duur een soort machtsbalans vormen. In vele gevallen is het hoofd van beide kasten een koning of een priester koning, die als hogepriester en als opperste generaal functioneert. Niet alleen fungeert, want hij neemt zelfbewust deel aan de ontwikkeling.
Het is verklaarbaar waarom Abraham wegtrekt uit Ur. Hij kan zich niet aan de maanaanbidding, die daar hoofdzakelijk wordt beoefend, overgeven. Hij ziet wel een god, maar het is een andere god. Hij gelooft ook aan een god die zich in vuur en in vurige verschijnselen openbaart, zeker, maar het is een god die tot hem spreekt en niet alleen tot de priester. Abraham heeft kennis. Hij voelt aan. Hij heeft voorwetenschap van bepaalde gebeurtenissen en daardoor wordt hij gevaarlijk. Dit zelf beseffend trekt hij weg.
Het is typerend voor alles wat er in de loop van de tijd gebeurt. Wij zien namelijk overal en bij alle volkeren dergelijke figuren. Ik weet het, Abraham is een bijzonder geval geworden omdat hij de voorvader is geworden van het volk, dat zozeer zijn eigen overleveringen wist te bewaren dat het tot op deze dag een soort bloedverbonden eenheid is gebleven. Maar het neemt niet weg dat het elders evenzeer gebeurt. U kunt dit terugvinden in de legenden van China. U kunt het terugvinden in de oude boeken van India.
U kunt het misschien ook nog terugvinden in de oude overleveringen van bepaalde indianenstammen in Zuid Amerika. Zelfs de negers hebben dergelijke overleveringen.
Nu wordt de mensheid natuurlijk niet geconfronteerd met een wereld die rustig blijft. Er zijn een aantal wereldomvattende rampen. Overal geven de overleveringen ons weer, waar het om gaat.
Sommige indianenstammen geloven dat ze vluchten in rotsholen voor neervallende meteorieten en later door een verlosser daaruit weer naar de oppervlakte worden gebracht. De negers geloven aan een soort overstroming waarbij een heel verre voorvader in een kano over de zee kwam en het eerste dorp stichtte. Noë is geen uitzondering.
Realiseer u wat dergelijke rampen betekenen, ook als ze niet de gehele mensheid uitroeien. Dat is kolder. De zwakkeren vallen weg. Degenen, die het vindingrijkst zijn, die het snelst kunnen reageren, die weten wat ze wel en niet nodig hebben, overleven. En dat betekent dat door die natuurrampen er eigenlijk verschillende malen een soort kunstmatige selectie plaatsvindt. U zoudt misschien zeggen een natuurlijke, maar ik geloof dat die rampen samenhangen met het besef van de mensheid en met het besef van de grotere krachten van die mensheid.
De ontwikkeling van de mens is nu zover gevorderd dat hij helemaal vrij is. Wij zien de eerste landbouwers. Wij zien de eerste steden. We zien ook nieuwe legenden ontstaan. Maar het belangrijkst van alles is misschien wel, dat de mens zijn nieuwsgierigheid voortdurend verder uitbreidt.
Men leest in de sterren niet alleen de wil van de goden, neen, men zoekt ook naar een verklaring voor het verschijnsel. Men ziet de wind, maar men wil weten waarom de wind draait en men verbindt dit aan de wolkenformaties. Men gaat bepaalde wolken zien als regenbrengers. En indirect is dit weer de aanleiding tot een religieuze plechtigheid, die zich bij de negers maar ook bij de eskimo’s eigenlijk overal in de wereld heeft ontwikkeld tot de regendans.
De mens leert in deze periode ook steeds meer de magie van het leven kennen. De magische fase keert in het leven van de mensen steeds weer terug. Het is een terugkeer naar de stem van het onbekende en daardoor een poging om hernieuwd te wandelen met God.
In een magische periode wordt kennis en erkenning samengevoegd met uiterlijkheden of verdienste. Waarom, zo zult u zich afvragen, wilde Abraham zijn zoon Izaak offeren en nam hij hem mee de berg op? Heel eenvoudig: De bergen waren dichter bij de goden. Daar had je meer kans dat het offer gezien en aanvaard werd. In het vuur openbaart zich steeds weer de werkelijkheid. Mozes met zijn brandend braambos is daarvan een bijbels voorbeeld. Maar er zijn verschillende voorbeelden van vuur, zoals vuurvogels die een grote rol spelen bij het optreden van de oude helden. Denk maar eens aan de verhalen over Ardjoena. Op deze manier gaat de mens uiterlijk een vorm vinden waardoor hij zijn innerlijke krachten op een voor hem nog aanvaardbare manier weet te organiseren. Zijn band met het onbekende, met de mystieke wereld van goden en krachten, wordt omgezet in de priesterlijk magische wereld van rituelen, van juiste overleveringen en zelfs van geheime spreuken en formules.
Als u nu naar de mensen van vandaag kijkt, zult u zeggen, die zijn zo gek niet meer. Dat had u gedacht. In Nederland zweert u nog steeds een waarheid met de woorden: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. Of u volstaat met de belofte om de waarheid te spreken, die eigenlijk toch door de meesten wat minder wordt aangeslagen. Het aanroepen van goddelijke of hogere krachten, maar zelfs ook het wat spottend afroepen van een oordeel over zichzelf. Zoals de koopman zegt: “Het is goed. ‘k Mag hier blind worden als het niet waar is.” Dit alles maakt duidelijk hoezeer wij eigenlijk nog teruggrijpen naar die dingen, ook in uw dagen.
De geestelijke ontwikkeling krijgt ondertussen een andere vorm, want het leven met hoge geesten zonder meer wordt steeds moeilijker. Zij moeten tekenen hebben. Als de Israëlieten uit Egypte trekken, dan gaat hun god hen voor.
Overdag in de gedaante van een rookwolk en ‘s nachts als een vurige kolom. Het symbool treedt in de plaats van de leidende werkelijkheid. En dat voert weer tot een betere zelfstandigheid.
Het klinkt misschien wat vreemd, als je zegt dat het goed is dat de mens dat directe contact verliest, maar voor een ontwikkeling is het haast onmisbaar. Nu hij niet meer te maken heeft met een waarde, die hij direct benadert en beleeft, wordt het noodzakelijk zelf meester te worden van het milieu, ook op die punten waar vroeger de godheid moest ingrijpen. De mens vindt niet meer langs de magische weg van de godheid de kudde waarop hij wil jagen, maar hij heeft wel geleerd de tekenen te lezen. Nu kijkt hij naar een stofwolk in de verte en gaat dan die richting uit, omdat hij daar kan jagen. Of hij luistert met zijn oor tegen de grond, totdat hij aan de geluiden in een bepaalde richting een prooi meent te mogen veronderstellen. Gelijktijdig neemt hij meer en meer in aantal toe. Hoe groter de aantallen worden, des te belangrijker het wordt een eigen gebied te verdedigen.
In de tijd van Mû was het verdedigen van het gebied eigenlijk meer een kwestie van verdedigen tegen de natuur, het scheppen van rustplaatsen waar men veilig was. In de tijd van Atlantis was het, het scheppen van een soort alleenrecht voor handel, voor uitwisseling. Nu wordt het eigen gebied een levenskwestie. Je hebt een gebied nodig omdat je anders niet kunt jagen, niet het land kunt bebouwen. Je moet dat gebied verdedigen. Het territorium wordt steeds belangrijker. Het trekken wordt in verhouding steeds minder. Alleen die gebieden waar toch niet zoveel te halen is blijven nog vrij voor de trekkende stammen. Iets wat overigens later aanleiding zal zijn tot onder meer de beruchte reizen van Djegiz Khan, die er genoeg van had om alleen maar aan de rand van de woestijn te leven.
Kijkt u naar de mensheid in de tijd van Rome. Dat is een voorbeeld dat u gemakkelijk kunt controleren en dat juist daardoor ook erg interessant is gezien zijn achtergronden! Wat zien we namelijk?
Rome adopteert alle goden. Waarom? Men zegt: Dat is een politieke maatregel. Maar dat kan niet helemaal waar zijn, want Rome wordt wel degelijk geleid aan de hand van geheime boeken met profetieën. Rome wordt beheerst door het heilige Vestaalse vuur. Rome is een stad, die schijnbaar een democratie is. In feite is het een militaire slavenstaat. Waarom is Rome dan zo grootmoedig? Omdat de filosofie van Rome zegt: “Alle goden zijn slechts de klederen waarin de werkelijke God zich vertoont.” Een uitspraak die door de Cani (een bedelende monnikenorde in die dagen, maar dan een heidense) voortdurend werd verkondigd.
De mens mag alles zijn en mag alles doen, maar zijn functie in de gemeenschap is onaantastbaar. Daaraan zitten verplichtingen vast. Als je b.v. een huisvrouw bent, dan is dit huisvrouw zijn belangrijk. Daarin mag je niet falen. Wat je voor de rest uitspookt, moet je onder elkaar maar uitmaken. Als je een slaaf bent en je hebt een bepaalde positie, b.v. die van leraar, dan is het je taak ervoor te zorgen dat er kennis wordt overgedragen. Wat er verder gebeurt en wat je verder doet, dat doet weinig ter zake.
In de tijd van Rome is het bepalen van de functie van de mens een van de belangrijkste zaken geworden. Je kunt een barbaar zijn, maar word je als barbaar officier van een Romeins leger, dan heb je je rechten in Rome. Dan word je haast automatisch Romeins burger. Dan heb je een plaats. Dan zijn bepaalde bezittingen veilig en kan niemand ze aantasten. Het is misschien een heel vreemde wereld gezien vanuit het huidige standpunt, want alles wat je doet heeft natuurlijk het heil en de macht van Rome tot doel. Maar daarachter zit een verworvenheidsfilosofie waarbij het overwinnen van de elementen en ten slotte het overwinnen van de zon eigenlijk de hoofddrijfveer is.
Er ontstaat ook een, vooral door militairen gevolgde, inwijdingsritus die godsdienstig, in bepaalde fasen, erg veel lijkt op het katholicisme: de Mitrasverering.
Rome kent dezelfde economische verhoudingen die vandaag de dag nog bestaan. Rome is in zijn ruimheid van opvattingen gelijktijdig erg benepen als het gaat tegen de eigen belangen. Als we de Senaatsvergaderingen van Rome willen vergelijken met die van de UNO, dan is het verschil werkelijk niet zo groot. Wat verandert er dan? Wat ontwikkelt er zich in de mens? Misschien voornamelijk wel de kennis en de mystiek.
Het christendom komt. Elders is het, het boeddhisme of de islam. Het ligt wel een tijd van elkaar af, maar dat is niet zo belangrijk. Er is een vaste mystieke lijn, die verbondenheid met God garandeert. Zeker, ook dat krijgt weer uiterlijke vormen. We zien het christendom ontstaan als een aantal mensen sprekend met tongen, die door God worden beroerd en bewogen, en al heel snel wordt het een organisatie. Maar het gevoel van de mystieke verbondenheid blijft bestaan en tot op deze dag kent men bij de christenen het Avondmaal, dat als herinneringsdienst of als direct contact met de Christus, beide denkwijzen zijn mogelijk, een grote intense beleving van het Goddelijke wordt. De concretisering van God in jezelf.
Gelijktijdig met de godsdienst gaat ook de wetenschap verder. In het begin zal de godsdienst alleen zoeken naar een bevestiging van haar waarden in redelijke termen. Vandaar dat Galileï in grote moeilijkheden komt. Maar daardoor ontstaat:
1) het systematische denken, het wetenschappelijke denken dat ook enige tijd als een priesterlijk voorrecht heeft bestaan.
2) de in Atlantis z.g. groene of duistere orde genoemd, maar nu wordt verbreid over iedereen. Het typerende van de situatie is, dat de krijgsmansstand daardoor steeds afhankelijker wordt van degenen die de mystiek kennen en degenen die concrete kennis vergaren.
De wetenschap en de godsdienst samen beheersen in feite de koninkrijken en keizerrijken. Denkt u maar eens aan de knieval die Frederik Barbarossa voor de Paus moest maken, want zonder diens erkenning kon hij zijn gezag niet langer handhaven. Wat dat betreft, wil ik u eraan herinneren dat zelfs in het begin van de 17e eeuw er overal aan de hoven bepaalde priesters waren die in feite de macht achter de troon vormden. Van Frankrijk herinnert u zich dit van Richelieu en Mazarin. Dat weet u dan nog. Maar al die anderen zijn in de vergetelheid geraakt. Zij waren de biechtvaders van koningen en koninginnen. Maria Theresia nam zeer zelden een beslissing, als ze niet eerst door een bepaalde pater daarbij was geadviseerd. Ook Franz Jozef van Oostenrijk, der alte Franz, had de gewoonte om religieuze raad in te winnen; en dat terwijl hij in bepaalde gevallen voor zijn omgeving absoluut niet toegankelijk was. Zeker, het bleef sub rosa.
In deze dagen, nu de godsdienst dan toch wel wat verder op de achtergrond is geraakt, blijkt dat men in de eerste plaats raad inwint bij wetenschapsmensen. Het Pentagon neemt practisch geen beslissingen meer, indien niet eerst de voorstellen door grote computers zijn gecontroleerd op mogelijkheden en consequenties. In veel landen wordt het probleem van ja oorlog, of nee oorlog of: op welke manier zullen wij onze industrie gebruiken, mede bepaald door wetenschapsmensen, die met hun denken, hun plannen en hun vermoeden dat nieuwe vindingen binnen zekere tijd mogelijk zullen zijn de gehele economische en sociale tactiek van landen bepalen.
Als u dat ziet, is het eigenlijk allemaal een beetje hetzelfde. De vorm is anders, de bevolkingsdichtheid is anders, maar het wezen is niet veel veranderd. Alleen de aantallen spelen altijd in de ontwikkeling van de mensheid een heel grote rol. Het is nl. zo, dat een mens en een dier trouwens ook een bepaald. terrein rond zich wil hebben waarin hij vrij is, waarin zijn uitstraling niet door die van anderen zal worden beroerd. Tegenwoordig staat u in de steden in de tram, in de trein, bij een halte of een oversteekplaats in feite allemaal in elkaars aura. U realiseert zich dat niet eens meer. Vroeger was dat uitermate storend. Wanneer de bevolkingsdichtheid in een bepaald gebied zozeer toenam dat men dus niet – wanneer men dit wenste – dergelijke contacten met de geestelijke uitstraling van anderen kon vermijden, dan ontstonden er grote spanningen. Die spanningen vormden dan op zich weer een neiging tot gewelddadigheid. Volksverhuizingen zijn eraan te wijten geweest, maar ook opstanden en revoluties. Altijd weer, wanneer de toename van de bevolkingsdichtheid in een bepaalde periode te groot was, zien we als gevolg daarvan: sociale omwenteling, onrust, verandering in gebruiken en gewoonten. Hoe komt dat?
De mens heeft nu eenmaal een eigen uitstraling. Deze uitstraling is geneigd te reageren op al wat sympathiek is. Datgene wat harmonisch is wordt zonder meer aanvaard. Maar als dat iets niet harmonisch is, alleen maar neutraal, dan wordt het als een onaangename beroering of prikkeling ervaren. Is er sprake van antipathie, dan blijkt zelfs een lichamelijke reactie het gevolg, o.a. een lichte toename van adrenalineafscheiding. Dat kan men overal zien.
Nu gaan de mensen steeds dichter bij elkaar leven. Wat is het gevolg? Wat eens een inbreuk op je privé leven was, wordt nu langzaam maar zeker een behoefte. Er zijn mensen, die niet meer gelukkig zijn als ze zich niet bevinden in een situatie waarin ze eigenlijk op elk ogenblik een zeker contact kunnen hebben met anderen. En dat is niets lichamelijks. Het is een nabijheid, een erkennen, een weten: die uitstraling is vlakbij. Ik kan mij er onmiddellijk mee vermengen, indien dat nodig is. Dat verandert veel, want dat betekent dat in de ontwikkeling van de mensheid bepaalde bovenbewuste factoren, die vroeger alleen via de mystiek enige betekenis hadden, nu steeds sterker gaan uitwerken. Hoe meer de aura’s van de mensen met elkaar vervlochten zijn, hoe meer er sprake is van een onbewuste overdracht van feiten, van inhouden, van gevoelens en hoe sterker een pressie uit de omgeving wordt uitgeoefend.
Wanneer een bevolkingsdichtheid zo groot is geworden dat een voortdurend contact met de aura van anderen onvermijdelijk wordt, ontstaat er een uit de gemeenschap voortkomende conditionering, die dwingend is voor een deel van het emotionele leven en voor een beperkt deel van het handelingsleven van elke mens. Hierdoor wordt men in een tijd als de uwe, vooral in de landen die een grote bevolkingsdichtheid genieten, eigenlijk gedwongen tot een sneller partij kiezen.
Polarisatie is een verschijnsel dat zich vooral in dichtbevolkte staten zeer kenbaar aftekent. Elders wordt het wel geïmiteerd, maar dan blijkt het eigenlijk meer een theoretische kwestie dan een praktisch, emotionele relatie te zijn. Het betekent hierdoor ook het scheppen van spanningsvelden tussen mensen. Waar die spanningsvelden aanwezig zijn, ontstaat er enerzijds een grote gevoeligheid voor geestelijke waarden en krachten, anderzijds een grotere moeilijkheid in het contact met anderen. Het bewust worden van het contact wordt moeilijker door de spanning die er op onbewust terrein bestaat tussen de mensen.
Ontleedt men dit verder, dan zou men voor de huidige periode kunnen concluderen dat de mens op een punt staat waarop de doorbraak naar het mystieke onvermijdelijk wordt. Niet omdat het mystieke zoveel betekenis heeft, maar omdat het mystieke, het boven alle bewustzijn uitgaande waarmee men zich innerlijk verwant voelt, de compensatie kan vormen voor de spanningsvelden, die tussen de mensen onderling zijn opgebouwd.
De mens zoekt naar een stabilisator. Iets wat zijn wezen een mate van rust en zekerheid kan geven. Dat kan in de gemeenschap niet meer, dus kiest men voor de projectie naar het hogere, langs welke weg dan ook, om op deze manier die evenwichtigheid te verkrijgen. Waar die evenwichtigheid bestaat, ontstaat gelijktijdig in elk contact een uitstraling die alleen aanvaarding of een absolute, maar dan ook gewelddadige en lichamelijke verwerping zal inhouden. Het conflict groeit op stoffelijk niveau, terwijl gelijktijdig een grotere harmonisatie op geestelijk terrein onvermijdelijk is.
Dan komt de mens op een punt dat de gemeenschap als zodanig moet gaan functioneren zoals ongeveer de Witte Priesters hebben gedaan in Atlantis. Ze moeten wel omwille van hun geestelijke gezondheid, hun zelfbehoud – dus niet alleen om religieuze motieven – een contact opnemen met hogere machten en krachten. Ze moeten het paranormale a.h.w. overschakelen op gebruikswaarde, anders kunnen ze zichzelf niet handhaven. Dat is de toestand waarin men zich langzamerhand gaat bevinden. En wat is het resultaat?
Door de verhevigde tegenstelling tussen groepen en de grotere contrasten tussen uitstralingen – dat is onvermijdelijk – zal er van groep tot groep een neiging zijn tot intensere geweldpleging. Gelijktijdig ontstaat er in elke groep een grotere harmonie. Op het ogenblik, dat men met geestelijke middelen gaat strijden, komt er een versmelting. Wanneer die versmelting wordt gevreesd, zal men naar stoffelijke middelen grijpen die veelal voeren tot zelfvernietiging van de stoffelijke vorm voor enige tijd.
U ziet, als u de ontwikkeling van de mens nagaat, er eigenlijk van alles en nog wat in te vinden is. Ik heb met deze les niet alleen maar willen zeggen: Mensen, op die manier is het allemaal gekomen. Ik zou u veel liever duidelijk willen maken in welke situatie wij ons thans bevinden. Dat is voor u zeer belangrijk.
De ontwikkeling van de mens is er niet slechts die van zijn redelijke vermogens. Het is ook een ontwikkeling waarin zijn emotionele status veranderingen ondergaat en op den duur zijn innerlijk leven van veel groter belang kan zijn dan men op dit moment misschien maar durft veronderstellen. Want de redelijkheid kan alleen functioneren, indien ze wordt aangevuld door het innerlijk leven. De vrijheid van de mens, de vrijheid van wil wordt alleen mogelijk, indien men dit paranormale, dit bovenmenselijke voortdurend mee betrekt in het geheel van zijn menselijk bestaan. De scheiding tussen mensen en goden moet ongedaan worden gemaakt: Er kan niet iets hogers zijn buiten de God die in mij is. De God die in mij is, behoef ik niet buiten mij te zoeken. Dat is eigenlijk het hele verhaal.
Nu is het heel begrijpelijk dat veel mensen zullen zeggen: Na al die verhalen over de contacten tussen geesten en mensheid, de ontwikkeling van de mensheid en nu weer dit verhaal, zou ik wel eens willen weten wat is nu eigenlijk het belangrijkst? Laat mij proberen dit kort voor u samen te vatten:
Het belangrijkst voor de mens is het vinden van innerlijk evenwicht, stabiliteit. Hij kan dit alleen doen door zijn innerlijke kwaliteiten en gaven een grote rol te laten spelen. De rede alleen kan die stabiliteit niet geven. Dit betekent dat de rede uitvoerend orgaan wordt en niet op zichzelf essentieel bepalend is.
De essentie van het “ik” is niet redelijk. Ze is ook niet bovenzinnelijk zoals men dat zo mooi zegt. Het heeft weinig te maken met de zintuiglijke waarneming en beleving. Het drukt zich uit middels de rede, omdat op deze manier het innerlijk leven manifesteerbaar wordt. Daarnaast drukt het zich uit in de stoffelijke emotionaliteit omdat op deze wijze spanningen, die redelijk niet uitdrukbaar zijn, toch verwerkt kunnen worden. Het houdt in, dat u op dit punt van de ontwikkeling van de mensheid eigenlijk niet kunt leven zonder ideaal, zonder droombeeld, of dit nu echt is of niet. Het betekent dat u in deze tijd bij alles wat u redelijk doet mede geleid zult worden door de droom, die in u leeft. En het betekent dat u uw emoties niet steeds zult kunnen en mogen bedwingen, omdat die op een gegeven ogenblik noodzakelijk zijn om de spanningen in uw wezen af te reageren. Zo bezien heeft mijn betoog ook enige practische betekenis.
Voor hen die zich afvragen hoe de mens, zoals die nu bestaat, eigenlijk samenhangt met de kosmos, kan ik alleen dit zeggen:
Het evenwicht dat je vindt, is bepalend voor datgene wat van het kosmisch bewustzijn tot je wezen doordringt. Elke mens kan dus een deel van het kosmisch bewustzijn in zich opnemen, mits hij innerlijk een voldoende toestand van rust, van ontspanning, van vrede heeft bereikt. Het betekent niet, dat je dat zonder meer kunt uitdrukken. Naarmate je de kosmos meer in je erkent en laat werken, zul je ook veel meer in staat zijn om je energieën aan te vullen. Je uitingsmogelijkheden worden groter, ook als je redelijke mogelijkheden meestal nog beperkt zijn. De kosmos spreekt door elke mens die innerlijk tot rust komt. Dat houdt echter voor uw huidige wereld in, dat veel van de kosmische werkelijkheid de mens zal ontgaan door de enorme spanningsvelden die tussen de mensen onderling plegen te bestaan.
Als slot van dit betoog zou ik nog willen opmerken:
De eerste mensen zagen er niet uit als mensen en toch zoudt u zonder hen niet kunnen bestaan. Nu zijn er veel mensen, die uiterlijk sterk van elkaar verschillen en toch zou de mensheid, zoals ze nu is, niet zonder deze mensen kunnen bestaan. Begrijp, dat ook in uw tijd, zoals in alle tijden, het evenwicht tussen volkeren en rassen van het grootste belang is. Geen van hen kan worden gemist. Elk in zijn eigen kwaliteit, met zijn eigen bijzondere uitstraling voor het bereiken van een zo harmonisch geheel dat het merendeel van de mensheid zich ten slotte van de kosmische krachten zelf bewust kan worden.

Commentaar

Als er wordt gezegd dat er twee soorten mensen zijn, dan ben ik het daarmee volkomen eens. Er zijn mensen, die denken dat ze meer waard zijn, de anderen zijn mensen die het niet denken, maar wel doen alsof.
Als er wordt gezegd dat de bevolkingsdichtheid grote invloed heeft op de gevoeligheden en de prikkelbaarheid van de mensen, ben ik het ook daarmee volledig eens. De meeste mensen worden vooral prikkelbaar omdat ze de leider willen zijn en als er een te grote massa is, moeten zij achteraan lopen.
Als je zegt dat de geestelijke waarde en de geestelijke werkelijkheid een steeds grotere rol moeten spelen op het ogenblik dat je stoffelijke mogelijkheden minder gaan worden, ben ik het daarmee ook eens. Want als je helemaal niets meer kunt, denk je aan God.
Het is eigenaardig dat de meeste mensen aan God denken. En als God een te hoge autoriteit is, proberen ze iemand te vinden die een beetje lager staat. O, zijn er heel wat mensen die hopen dat ik hen kom afhalen. Toch heb ik helemaal geen afhaal- en besteldienst. Maar dat komt doodgewoon, omdat ze denken; die staat nog dicht genoeg bij me om tegen te kunnen sputteren, als het nodig is. Het is geen God waarvoor je alleen eerbiedig je mond moet houden. Ik kan dat volkomen begrijpen.
In de hele ontwikkeling van de mensheid heeft de mens altijd van die stadia doorgemaakt. We doen nu net alsof dat heel wat bijzonders is. Toen was het zus en toen was het zo. Als je het mij vraagt, is de eerste toen begonnen met te denken, ik ben meer dan een ander. Sindsdien is geen mens daarmee opgehouden.
Wat is de Grootste waarheid van de mens? Dat hij over die dingen, waarmee hij het meest bezig is, het minst weet. Vandaar dat de meeste mensen zich bezighouden met God.
Wat is de grootste waarheid omtrent de menselijke ontwikkeling? Dat de mens, naarmate hij beseft wat hij is, in staat is om iets meer te begrijpen van hetgeen er rond hem bestaat.
Wat is de grootste waarheid omtrent de menselijke ontwikkeling gezien in massaliteit? Naarmate de massa groter wordt, heeft zij meer de neiging autoriteiten te zoeken om zo aan eigen aansprakelijkheid te ontkomen. Slagen de autoriteiten, dan acht men zich daarom meer. Slagen de autoriteiten niet, dan acht men de autoriteiten minderwaardig. Dit geldt zelfs bij voetbal.
Wanneer onze spelers een wedstrijd winnen, dan is dat ook onze verdienste. Wanneer zij echter een wedstrijd verliezen, dan is het heel begrijpelijk dat het de schuld van de coach is. Die stommeling had nooit die opstelling moeten maken. Bovendien had hij nooit een paar van die idioten in het veld moeten brengen, zelfs een die in eigen doel trapt.
Als ik kijk naar de ontwikkeling van de mensheid, dan zeg ik. Ach, als je rekent hoeveel tijd ze nodig hebben gehad om zover te komen als ze nu zijn, dan kunnen wij voorlopig nog wel een aardig eindje doorgaan. Maar als wij ons realiseren wat op dit ogenblik de mogelijkheden van de mens zijn, dan moeten we zeggen: Indien de mens innerlijk beseffend normaal handelt uit hetgeen hij beseft en daarbij de vorm kiest die volgens zijn rede de meest aanvaardbare is, zal hij de grootste resultaten bereiken. Dat is wijsheid.
Als ik kijk naar de situatie waarin de mensen tegenwoordig verkeren, dan zou ik willen zeggen: Je moet beginnen met je af te vragers in hoeverre je zelf faalt. Wanneer je je eigen falen geheel hebt opgelost, wordt het tijd te kijken of je anderen kunt helpen hun fouten te verbeteren. Maar als je begint anderen te helpen hun fouten te verbeteren, dan kom je er niet aan toe jezelf te verbeteren; en dat wil zeggen, dat je hen met de beste bedoelingen van de wal in de sloot helpt.
Als je in deze tijd wetenschappelijk wilt denken, moet je begrijpen dat alle wetenschap op zich een beperkt deel van de feiten bevat en dat als zodanig de wetenschap nooit kan gelden als een verklaring voor alle feiten. Je moet je verder realiseren dat de redelijke en logische processen van de mens noodzakelijk zijn om voor hem aanvaardbaar zijn eigen wereld en mogelijkheden te omschrijven en aan te duiden, maar dat hij daarbij innerlijk niet in staat is deze redelijkheid en logica consequent voor zichzelf en anderen toe te passen in de wereld.
Als ik onze vriend zo over Rome hoor praten, heb ik het gevoel dat de Nederlanders hun kans gemist hebben. Ze hebben eens wel gezongen: “Wij gaan naar Rome”, maar ze zijn er nooit terecht gekomen. Vandaar waarschijnlijk de reformatorische inslag in Nederland. Maar als je zegt: Rome was een gemeenschap die ontzettend veel kon aanvaarden, dan zeg ik: Ja. Waarom konden zij zoveel aanvaarden? Omdat ze op een ander terrein niets namen. Ze namen erg veel, maar ze namen van niemand iets. Het resultaat is dat, als je Rome beschouwt als model voor de wereld zoals ze nu nog bestaat, je tot die wereld zegt, dat ze schermend met vele goden in feite aan niets werkelijk en volledig gelooft. Dat is volgens mij overtrokken. Je zegt verder, dat ze op grond van haar eigen wetten probeert alle menselijke waarden uit te schakelen, ook dat lijkt mij – ofschoon soms waar – toch niet de juiste benadering van het mens zijn.
De meeste mensen zijn voortdurend bezig de fouten bij anderen op te sporen. Ik geloof, dat ook dit een foute benadering is. Als je eerst kijkt waar je zelf faalt, kom je verder. Een commentaar dat ik graag wil doorgeven aan de betrokken partijen als de heren Den Uyl, Van der Stoel en alle anderen die in het buitenland komen verklaren wat de Nederlandse natie, in feite is zonder dat ze er iets van afweten.
Als u intens en eerlijk in uzelf gelooft, dan moogt u dit geloof nimmer binden aan vormen en verwachtingen. Onthoudt u dit goed! U kent alleen één waarheid. Deze waarheid zal u innerlijk als juist aanvoelen nl.: het licht is datgene wat ik begeer. Het licht is datgene waarin ik mijzelf zal kennen. Het licht is datgene waardoor ik zal worden bevrijd van vele van de voorstellingen waarmee ik nu ben belast. Dit beseffend zoekt u naar het licht. Niet naar een figuur die u erheen zal brengen. Niet naar een wereld waarin het u gebracht zal worden.
Wij zijn op weg naar het licht. Als u zich dit steeds voor ogen stelt zowel tijdens uw leven als tijdens uw overgang, zal het licht voor u een werkelijkheid zijn, die niet teloor kan gaan.
Denk niet dat je met je gedachten of voorstellingen kunt bepalen wat je nu bent of wat je later zult beleven. In de stof ben je gebonden aan bepaalde mogelijkheden. Je kunt misschien wel denken dat je anders had willen zijn, maar je kunt jezelf niet anders maken. Wanneer je in de geest bent, kun je denken dat je bepaalde ervaringen op prijs stelt, maar je kunt alleen datgene ervaren wat in jou leeft. Je kunt jezelf dus uiten, maar je kunt niet meer een verandering of ontwikkeling tot stand brengen.
De spanningen, de teleurstellingen die je op aarde hebt ondergaan, zijn bepalend voor de mogelijkheden die je geestelijk zult bezitten. Wanneer je ze geestelijk geheel ontplooid hebt, heb je daarmede tevens je nieuwe mogelijkheden in de stof reeds vastgelegd en zul je op grond daarvan juist incarneren.
Wat dat betreft, is het misschien ook wel interessant op te merken dat mensen incarneren en reïncarneren. Je kunt natuurlijk de ontwikkeling van de mensheid wel schetsen, maar als je je niet realiseert dat mensen, die in de oertijd jagers zijn geweest, misschien in deze tijd weer opduiken om politieagent of handelsman te worden, dan vergeet je toch iets. De waarden van het verleden worden in het heden middels reïncarnatie voortdurend hernieuwd tot leven gebracht. De manier waarop ze verder worden ontwikkeld en uitgewerkt is bepalend niet alleen voor het lot van de mensheid, maar ook voor de ontwikkeling van bewustzijn, die in de mensheid en in de geest mogelijk is.
Dan heb ik nog een paar kleine commentaren als slot.
1. Wanneer u zich bezighoudt met de ontwikkeling van de mensheid, moet u begrijpen dat u alleen probeert aan de hand daarvan te constateren wat u zelf in feite bent. Want niet wat de mensheid geworden is, maar wat u nu bent is van belang. Alleen aan de hand van uzelf en uw eigen bereiking kunt u namelijk verder gaan.
2. Een ver verleden en vele vergelijkingen zijn ongetwijfeld interessant, maar het meest belangrijke is hoe u nu de kracht, die u vandaag beseft en het probleem dat vandaag voor u bestaat zult benaderen. In het heden vormen wij de toekomst. In het heden drukken wij het hele verleden uit voor zover het in ons vertegenwoordigd is.
3. Wanneer u beseft, vrienden, hoe betrekkelijk alles is, zodat u ook weleens om uzelf kunt lachen, zult u ook beter beseffen hoezeer de essentie van het leven een innerlijke vreugde is, die gebaseerd is op een innerlijke vrede.
Als u die beide voortdurend gadeslaat al is het maar in de verte en soms voor een ogenblik benadert, zult u daardoor alle krachten en mogelijkheden in stoffelijk en geestelijk bestaan bezitten die nodig zijn om een ware ontwikkeling van uw persoonlijkheid mogelijk te maken en die dan als vanzelf bijdraagt tot de ontwikkeling van de mensheid als geheel.

Persoonlijkheid

Ikheid. Wezenheid. Mijn persoonlijkheid is al wat ik ben, of ik dit erken of niet. Mijn wezen is een goddelijke werkelijkheid, geopenbaard in zeer bepaalde en gerichte mogelijkheden. Als ik dus zeg: Ik ben een persoonlijkheid, dan zeg ik alleen maar dat ik deel ben van een Goddelijk geheel en daarmee uitdrukking geef aan een zeer specifieke waarde, die in het Goddelijke tegenwoordig is. Dan is het ook niet zo belangrijk om mijn persoonlijkheid te ontwikkelen. Het is belangrijker om datgene waaruit mijn persoonlijkheid bestaat tot uitdrukking te brengen.
Wanneer ik de hoogste krachten in mij steeds tot uitdrukking breng door datgene wat ik ben en ervaar op mijn eigen niveau van beseffen en beleven dat het hoogste in mij voortdurend werkzaam is, dan zal ik als vanzelf mijn persoonlijkheid voor een deel verliezen ten aanzien van mijzelf. Ik ben minder begrensd, maar voor anderen zal ik meer een persoonlijkheid zijn, omdat ze in mij een sterkere uitdrukking vinden van de Goddelijkheid, van de totaliteit, maar wel in een vorm die voor hen nog begrijpelijk en benaderbaar is.
Laat mij daarom maar een persoonlijkheid zijn voor anderen, mits ik gelijktijdig besef hoezeer ik onderworpen ben aan de kracht waaruit ik ben voortgekomen.

Sensatie

Sensatie, sensatie. Wij zijn in ‘s Heren hand. Wij rijden door het leven langs de steile wand door motorkracht van het Zijn waanzinnig voortgedreven.
Sensatie, sensatie. De eeuwigheid staat open, maar we hebben geen tijd. Daarom laten we de eeuwigheid vergaan, want je bent bezig met deze tijd met het bestaan.
Sensatie, sensatie. De totaliteit openbaart zich. De werkelijkheid wordt beleefbaar en wordt beleefd, maar geen mens die er ooit een cent voor geeft. Want de mens wil graag zichzelf zijn, zich dompelen in eigen dromen. En die totaliteit nu ja, die mag dan later komen.
Sensatie, sensatie. 0, prikkelend gevoel. 0, heerlijk beseffen. Ik zonder doel dat toch beleeft en dat toch streeft en dat – al schijnt alles te vergaan – zichzelf vernieuwend in de sensatie weet, dat het voort kan bestaan.
Sensaties sensatie. Het is maar een woord. Het is een begrip, een stuk uit de tijd. Maar de ware sensatie is weten om leven, is weten om zijn. Weten verweven te leven met al wat er bestaat is de enige sensatie in het Zijn, die nimmer vergaat.
Als de buren weer lastig zijn, dan zegt u: Sensatie, sensatie, hier is de bloem der natie in een conflict gewikkeld en door zichzelf gekweld totdat ze beiden scheldend zichzelf hebben uitgeteld.