Ontwikkeling van eigen gaven

uit de cursus ‘Praktische bewustwording’ 1958-1959

In deze titel heb ik opzettelijk het woord gaven gebruikt. Weliswaar zou het beter zijn om te spreken over eigenschappen, maar velen beschouwen nu eenmaal alles wat ligt buiten het alledaagse en algemeen aanvaarde, eerder als een gave dan als een eigenschap. Wij kunnen echter niet beweren dat er werkelijk sprake is van een gave, iets wat u willekeurig wordt gegeven.

Ieder ‑ ook u ‑ beschikt over bepaalde eigenschappen en kwaliteiten, die behoren zowel tot paranormale gebied als tot het geestelijk gebied. Nu is de ontdekking daarvan, de ontwikkeling daarvan, voor velen moeilijk. We zullen allereerst proberen te zien wat de doorsneemens belet om gebruik te maken van de hem ter beschikking staande capaciteiten.

In de eerste plaats: door de religie en door de opvoeding van de laatste tijd is het geloof in wonderen bij de mens uitgestorven. Men is dus gepreconditioneerd tot een verwerpen van al datgene wat niet onmiddellijk past in de zgn. redelijke normen van de samenleving. Dit betekent dat 99 mensen op 100, wanneer zij vaag een invloed aanvoelen of een beleving hebben die buiten het normale valt, trachten dit terug te brengen tot het normale of het met een “het is maar een droom” terzijde zetten.

U zult begrijpen dat elke eigenschap ontwikkeling vergt. Een gave wordt niet volledig geschonken en men bezit een eigenschap niet zonder dat men haar ontwikkelt om haar bruikbaar te maken. In elke mens slapen vele capaciteiten die ik hierna nog zal opsommen. Hij wil echter in deze capaciteiten niet geloven, want ze zijn te storend voor zijn concepten. Het resultaat is dat wij een onlogisch, onwetenschappelijk en onverantwoord verzet krijgen tegen al hetgeen paranormaal is.

Als ik hier een voorbeeld mag citeren: in Nederland heeft indertijd de campagne van een zekere heer Osborn nogal veel opzien gewekt. Deze genas op paranormale wijze. Men kan over het al of niet verantwoord zijn en de wijze waarop hij deze capaciteiten tot uiting bracht, van mening verschillen. Mij dunkt echter dat het verschijnsel op zichzelf wel degelijk waardevol was. Wat blijkt nu? In sommige kringen vooral religieuze kringen en het sterkst wel daar, waar religie en wetenschap enigszins gepaard gaan, verzet men zich hiertegen en verwerpt ofwel het gehele verschijnsel het terugbrengende tot bedrog, dan wel men tracht de heer Osborn voor te stellen als demonisch of duister. Het is begrijpelijk dat men dit doet. Toch zijn mensen die op een zodanige wijze zich onjuist en onredelijk verzetten tegen een paranormale prestatie van een ander, in staat zelf gelijksoortige prestaties te leveren. Alleen zij zijn ingekapseld in een reeks van opvattingen die het hun eenvoudig onmogelijk maakt om zelfs bij ontdekking van die eigenschappen ze te gebruiken. In meer of mindere mate lijdt praktisch ieder mens aan ditzelfde bezwaar.

Punt 2. Wanneer u een apparaat heeft en u gebruikt het, dan geeft het meteen zijn volle resultaat. Druk op de toets van de schrijfmachine en wanneer de aanslag redelijk en normaal is, zal er redelijk en normaal een letter ontstaan van een gelijkvormigheid die u met de hand nooit kunt bereiken. U bent gewend aan een onmiddellijk resultaat en meer dan men zich realiseert, is men in de moderne wereld gezegend of gevloekt met een soort druk‑op‑de‑knop‑mentaliteit. Velen ontdekken dat zij gaven bezitten. Velen weten dat daarmee iets te doen is. Maar men verwacht nu plotseling een overweldigend en overstelpend resultaat. Wanneer dit resultaat uitblijft dan verwerpt men dit. Toch wordt een baby geboren en moet leren zien, leren spreken, leren lopen en het duurt zelfs heel lang vóór de jonge mens zich aan de maatschappij volledig heeft aangepast. Men vindt het heel normaal dat een kind vijf à zes jaar nodig heeft om een beetje mens te worden. Men vindt het echter volkomen abnormaal, wanneer een enkel experiment of een reeks van experimenten gedurende bv. één jaar niet onmiddellijk ten volle de resultaten opleveren die men ‑ onredelijk genoeg ‑ verwacht.

Velen, door een niet volhouden, verlaten eigenlijk het voertuig van er geestelijke begaafdheid zonder ooit te trachten het zelfs maar de haven uit te brengen. Nog meer mensen zullen weigeren hun paranormale vermogens te gebruiken en te activeren, omdat de enkele malen dat zij erop vertrouwd hebben, deze niet aan de verwachtingen hebben beantwoord.

Een derde reden: wij moeten in onze maatschappij verantwoord handelen. Deze zinsnede betekent de dood van vele geestelijke gaven, van vele werkelijk meer dan menselijke eigenschappen, tijdelijk in een stoffelijk voertuig ondergebracht. De maatschappij neemt voor de mens een zo grote plaats in, dat hij buiten de maatschappelijke regels, buiten het maatschappelijk gebruikelijke, niet meer denken durft. Wanneer hij echter te maken krijgt met een paranormaal aspect, met een bijzondere kwaliteit of eigenschap, ergens in zijn wezen begraven, dan blijkt heel vaak dat deze zich niet richt naar hetgeen maatschappelijk al of niet aanvaardbaar, al of niet goed wordt genoemd. Het ligt geheel buiten de normale gang van zaken en men vreest zich belachelijk te maken, of ‑ wat nog erger is – men meent dat dit duistere of demonische krachten zijn, omdat dit niet volledig volgens de regels van… en vult u dan maar in, de bijbel, het wetboek de opvattingen van een bepaalde groep omtrent moraal e.d. geschiedt.

U zult begrijpen dat deze hinderpalen zeer groot en zeer ernstig zijn. Wanneer wij onze eigen capaciteiten willen ontdekken, zullen wij bereid moeten zijn deze hinderpalen eerst te overwinnen. De eigenschappen, die elke mens bezit, zijn nl. vele. Om ze voorlopig op te sommen: in de eerste plaats beschikt elke mens in meer of mindere mate over telepathie, gedachtenoverdracht. Elke mens beschikt in meer of mindere mate over helderziendheid of wel vooruitzien in tijd. Praktisch elk mens beschikt over het eigenaardig somnambulistisch zichzelf kennen, dat het mogelijk maakt eigen genezing, eigen gezondheid en welzijn, voortdurend te verzorgen. Bijna iedere mens beschikt over het vermogen om ook met niet-stoffelijke wezens in contact te komen. Elke mens beschikt over het vermogen langs de weg van de magie te werken met niet redelijke wetten uit de kosmos en als gevolg daarvan bepaalde resultaten op aarde te produceren.

Dan kunnen wij daarnaast er nog een paar opnoemen, die ook praktisch algemeen zijn: paranormale genezing. Een encyclopedisch geheugen. Praktisch iedereen is in staat dit te ontwikkelen, enkelen uitgezonderd. Het ontwikkelen van zgn. super‑logica. Verder het ontwikkelen van het vermogen om tweeledig te handelen, d.w.z. op twee plaatsen tegelijk. Het is duidelijk dat wanneer al die gaven in bijna ieder mens aanwezig zijn en toch zo weinig van die gaven of eigenschappen ontwikkeld wordt, er ergens iets fout is.

Nu zal men geneigd zijn een groot gedeelte van de fout op de er­felijkheid te gooien. Men zal u toeroepen: Elke mens krijgt andere gene­tische kwaliteiten en eigenschappen mee en als gevolg daarvan zal dus niet iedere mens gelijkelijk die begaafdheid kunnen gebruiken. Dat is ten dele juist, ten dele onjuist. Ik geef toe dat het misschien lan­ger duurt om met een Solexje ergens te komen dan met een Mercedes of een Ford. Maar al deze voertuigen kunnen rijden. Alle lichamen hebben de capaciteit om in een volledig verstandelijke ontwikkeling te komen tot een werkelijk gebruik van alle gaven van de geest en de geestelijke voertuigen. Hiermede heb ik dan allereerst getracht duidelijk te ma­ken dat hetgeen behandeld wordt in dit hoofdstuk en datgene wat u over twee maanden krijgt onder “praktische wenken”, inderdaad voor u en u persoonlijk bestemd is. Nu zullen wij echter trachten na te gaan, hoe men dan ‑ ondanks deze beperkingen ‑ bij zichzelf een paranormale of bijzondere eigenschap kan ontdekken en hoe men deze ontwikkelen kan. In het leven van elke mens komt de droom voor als een bijzonder verschijnsel. De droom die herinnerd wordt en die dan zeer grote in­druk maakt. Verder de droom die zich meermalen herhaalt en zo te na­drukkelijker in het geheugen wordt gegrift. Elke droom van deze geaardheid heeft een betekenis. Zij komt via het onderbewuste naar voren. Zou u met een dergelijke droombeleving te maken hebben, probeer dan nooit bewust deze raadsels op te lossen. Het zal u praktisch onmogelijk zijn. En ik mag hier bijvoegen dat juist aan de hand van dergelijke dromen een zelfanalyse soms gevaarlijk is. Maar wat u wel kunt doen, is gebruik te maken van de onderbewuste tendensen die in uw wezen gelegen zijn. Zeg tot uzelf dat u de droom verklaard en aangevuld wilt zien. Doe dit voor u gaat slapen en stel verder dat u dit alles wilt weten. Dan zijn er verschillende mogelijkheden die elk voor zich echter een aanduiding zijn van de wijze waarop deze droom voor u belangrijk is.

Verder is deze droom voor u ongetwijfeld ook een aanwijzing van de wijze waarop u een geestelijke gave bezit en deze ontwikkelen kunt.

Eerste geval: de droom herhaalt zich niet. Men is zich niet bewust geslapen of gedroomd te hebben, althans niet van de droom, misschien wel van de slaap. Men realiseert zich echter bij het ontwaken dat die droom misschien dit of dat zou kunnen betekenen. Deze impuls ontstaat kort na het ontwaken. In dit geval is er geen sprake van een stoffelijke droombeleving. Er is ook geen sprake van een symbooldroom of een afdruk van geestelijk weten. Er heeft zich tijdens de slaap een rationalisatieproces afgespeeld, waarbij in de droom misschien terloops aangeduide, feiten, in het lichaam behouden, thans door middel van de geest zozeer met elkaar zijn gecombineerd, dat een nieuw en duidelijk beeld kan ontstaan. Geestelijk werken binnen de stof is mogelijk voor degenen die een dergelijke ervaring hebben of zullen hebben.

Tweede mogelijkheid: de droom herhaalt zich echter met variaties. Deze varianten bestaan vooral uit het herkennen van personen, het plaatsen van de droom in een andere omgeving, meestal aan de dromer of droomster bekend. Verder het verschijnen van bepaalde tijd‑ en datum-aanduidende factoren. Op zijn grofst een plotseling ontdekken: het is winter, herfst, lente, zomer. Bij meer verfijnde beelden heel vaak het zien van een datum bv. op een kalender of een dagblad, het zien van tijd op een uurwerk. In een dergelijk geval een kwestie van de mentale wereld. Hier kan een geestelijke invloed mee oorzakelijk zijn voor het ervaren en de invloed kan zowel uit uzelf komen als ook van buitenaf. Zeker is echter dat de sensitiviteit hier hoofdzakelijk zetelt in het mentaal gebied en ook in het mentale voertuig van de geest. Degenen die dergelijke ervaringen hebben, kunnen aan de hand hier­van besluiten zich verder te ontwikkelen door het geheugen voortdurend te scholen. Geheugenscholing is noodzakelijk. Wordt het geheugen voldoen­de geschoold, zodat het veel details in één blik kan omvatten en ook ont­houden, dan zal aan de hand van droombeelden vaak een grote reeks gegevens ter beschikking komen zowel omtrent bestaande problemen als ook omtrent toekomstige ontwikkelingen. Hier is dus een bekende vorm van paragnosie eigenlijk embryonaal aanwezig.

Een derde mogelijkheid: de droom herhaalt zich of ‑ als resultaat ervan ‑ treedt een symbooldroom op. Dan is er sprake van onderbewuste waarden. Analyse van deze droom is wel goed, maar mag nooit te ver worden doorgevoerd. Bij voorkeur geen gebruik maken van de zgn. astrologische droomboeken e.d., wel van de normale medische symboolboeken die wij vinden in de psychologie. Daarbij niet alleen aandacht geven aan de stellingen van Freud en diens volgelingen, maar ook aan de verder ontwikkelde symboollogica die wij o.m. vinden bij Jung. Hier hebben wij dus nl. één eenvoudig feit dat vele mogelijkheden in zich bergt.

Er bestaan echter vele van dergelijke feiten. Wij hebben te maken met iemand, die zgn. sensitief is. Er komt iemand binnen. Die mens doet heel opgewekt. Toch voelt u het ineens als een zwarte sluier om u heen. Er komt iemand naast u zitten. Plotseling begint u hoofdpijn, kiespijn, maagpijn te ontwikkelen. U komt tot de conclusie dat de ander deze pijn ook heeft. U bent sterk voor indrukken vatbaar en zult op een gegeven ogenblik een huis aangenaam of minder aangenaam vinden, zonder dat daarvoor een reden bestaat. Vaak gaat dit gepaard met het mijden van bepaalde vertrekken, bepaalde hoeken. Het komt zowel voor in nieuwbouw als in zeer oude gebouwen. Deze eigenschappen wijzen op een grote gevoeligheid en deze gevoeligheid zal hoofdzakelijk op telepathisch vlak liggen. In het eerste geval hebben wij te maken met het aanvoelen van stemmingen en emoties en een reproductie daarvan in het “ik”. Vandaar het onaangename gevoel. In het tweede geval wederom gevoeligheid voor de uitstraling van een ander, in feite dus een zeker soort telepathie, waarbij deze zodanig suggestief werkt, dat a.h.w. een reflexpijn in uzelf ontstaat. De daaropvolgende gevallen wederom een aanvoelen van bestaande trillingen, stromingen, stralingen, waardoor het “ik” komt tot een oordeel, zonder dit rationeel te kunnen verantwoorden.

In al deze gevallen blijkt de mogelijkheid tot gedachtenoverdracht wel de meest sterke te zijn. In een dergelijk geval zal men dus trachten om zich in het opvangen van deze indrukken wel te specialiseren, maar gelijktijdig deze ervaringen te scheiden van het normale leven. Men gaat het zien als een soort spel. Eerst op deze wijze zal het duidelijk worden, waar men wel en waar men niet gevoelig is. Heeft men de gevoeligheid eenmaal bepaald, dan experimenteert men daar natuurlijk mee. Het zal dan blijken dat deze gevoeligheid over het algemeen selectief is ‑ dus niet op alle genoemde gebieden gelijktijdig werkzaam, maar dat na ontwikke­ling van het meest voorkomende facet de andere facetten zich langzaam tonen. Op de duur ontstaat een zodanige gevoeligheid dat men zonder in zijn persoonlijk leven daardoor gehinderd te worden of reflexpijnen te gaan vertonen zoals de ongeschoolden, in staat is zijn omgeving zuiver aan te voelen en op grond daarvan ook meestal een zeer juist oordeel te vellen. Dat heeft natuurlijk ook voor de geestelijke ontwikkeling waarde, evenals voor de reeds genoemde factoren, maar dat wil ik liever nog even uitstellen.

Een volgend beeld: u hebt ogenblikken dat het lijkt of uw handen en voeten tintelen. Toch is daarvoor geen aanleiding. U weet dus van tevoren zeker dat u bv. niet lijdt aan circulatiebezwaren, dat de bloeds­omloop normaal is. U weet ook dat niet geleden heeft aan buitengewo­ne kou of dat u buitengewoon sterk of ongelijkmatig plotseling uzelf ver­hit hebt. Wij moeten eerst de natuurlijke mogelijkheden hier bezien. Dan kan het gebeuren dat u, wanneer u de beide handen tot elkaar brengt, het gevoel hebt dat er iets tussen zit, iets tintelt. Dat is een bewijs dat u een betrekkelijk sterke flux van levenskracht in uzelf kent. Dat houdt ook in, dat wanneer u die kracht kent, u in staat bent anderen daarmee te helpen. U hebt dus op het gebied van het zgn. magnetiseren een zekere begaafdheid. Het zal u echter ook blijken dat deze kracht niet altijd aanwezig is en niet altijd gelijkelijk optreedt. Probeer te weten te komen wanneer u deze gevoelens, deze mogelijkheden het sterkst hebt. U zult ontdekken dat deze stroming gepaard gaat in negen van de tien gevallen met bepaalde emotionele toestanden. Dus wanneer uw gevoelens in een zekere staat van opwinding zijn, of zelfs van buitengewone rust natuurlijk als tegenstelling, zult u ontdekken dat juist dan die kracht aanwezig is. Dan begint u natuurlijk twee dingen te oefenen. In de eerste plaats uzelf zo snel en zo goed mogelijk in die toestand te brengen, in de twee­de plaats echter ook onder andere omstandigheden diezelfde flux te voe­len. Maar wilt u met die krachten genezen, dan heeft u ook een sujet nodig. Het is onverantwoord om daarvoor onmiddellijk een patiënt onder handen te nemen die ernstig is. Men beperkt zich dus tot het eenvoudig wegnemen van hoofdpijntjes e.d. maar tracht voortdurend te voelen hoe die kracht loopt.

Over het algemeen zullen bv. bij zittingen als deze die krachten voor u sterker voelbaar zijn dan normaal. Dat betekent dat u dus in een zekere eenheid van denken met anderen over een grotere kracht beschikt. Is dit het geval, dan volgt hieruit dat bij elk zich instellen op ande­ren een vergroting van deze kracht bereikt kan worden En die anderen behoeven heus niet in uw eigen wereld te leven. Heeft u die kracht ontdekt en hebt u die proef eens genomen, dan zult u dus door oefening trachten die kracht zover te ontwikkelen dat u in staat bent om bepaalde dingen daarmee te beheersen. Werkte u oorspronkelijk in dit geval alleen met uw levenskrachten of wat men ook wel od noemt, op den duur zult u ook met andere krachten gaan werken. Dan ontwikkelt u het fluïde en bent u bv. in staat om voorwerpen te verplaatsen. Een aardige proef om het begin hiervan aan te tonen is het doen draaien van een stukje papier op een naald, waarbij bij het omzetten van de handen tevens een omkeer in draairichting plaatsvindt.

Nu zijn al deze dingen betrekkelijk simpel. Maar ik heb zo even ook nog iets genoemd, wat sommigen van u wat vreemd in de oren klonk, nl. super‑logica. Om u duidelijk te maken wat het is en wat het betekent, kan ik er niet omheen u hierover een paar dingen te vertellen.

Normalerwijze nemen wij aan dat alle dingen in tegenstelling bestaan. Dat houdt in dat er goed is en kwaad. Maar in de evenwichtigheid van de kosmos blijkt tevens dat deze verhouding ook nog bestaat in een ander paar waarden die elk op zichzelf tegengesteld zijn. Tegengesteld tot de polen van de oorspronkelijke waarde. Wij krijgen dus niet één element van redenering maar twee. En deze twee elementen zijn door een tegenstelling met elkaar verbonden.

Eigenaardig genoeg wordt deze capaciteit door vele vrouwen onbe­wust gebruikt. Ik weet niet of enkele van de aanwezige heren wel eens ont­dekt hebben dat hun vrouwen met een schijnbaar onredelijke redeneringsmethode sneller kwamen tot een redelijk en verantwoord antwoord, dan zij­ zelf konden. Het komt nl. wel voor. Hebt u dat ontdekt, dan hebt u iets gezien van de werking van super‑logica. Het is geen intuïtie, intuïtie is maar een schuilnaam waaronder vele verschijnselen, zich verbergen, o.a. onderbewuste reacties, erfelijke processen e.d. Super‑logica echter is een zeer bijzonder deel ervan. Een deel dat het ons mogelijk maakt langs zeer korte weg tot conclusies te komen die verder reiken dan de gegevens van onze eigen wereld en kennis schijnbaar aannemelijk maken. Wanneer u ontdekt dat u dit eigenaardige “met sprongen redeneren” weleens doet, dan is het zeker de moeite waard ook dit te ontwikkelen. Want ook dit is in de ouderwetse zin een gave, een buitengewoon waarde­volle eigenschap.

Het berust hierop. In de geest bestaat een andere reeks van waarden, logisch en qua levensproces dan in de stof. Maar elk geestelijk proces is uitgedrukt in de stof. De consequentie hiervan is dat aan de logica tegengestelde en schijnbaar onredelijke waarden voortdurend ingrijpen in het stoffelijk‑redelijk leven. Wanneer men in staat is die beide met elkaar in overeenstemming te brengen, wordt een grotere harmonie tussen stof en geest tot stand gebracht. Maar dan moet dit proces ook beheerst zijn. De ontwikkeling hiervan vraagt dat u dus deze eigenaardige redeneringsmethode volgt om daarna langs stoffelijke weg de uitkomsten na te gaan. Dus ik hoop dat ik hiermee niemand van de aanwezige dames teleurstel. Het is niet voldoende om te zeggen: Ja, wij moeten dat stuk meubilair kopen, of wij moeten zo handelen, want… en dan noemt men eenvoudig een aantal redenen die in feite geen steekhouden. Maar men moet de uitkomst, die goed is, ook kunnen beredeneren volgens stoffelijk‑logische waarde. Het verschil tussen deze beide is het verschil tussen geestelijke logica en stoffelijke logica.

Het gebruik van beide soorten logica door het kennen van het verschil is mogelijk geworden. Het is dan mogelijk om in elk proces, waarbij het gaat om geestelijke waarden en geestelijke kracht, een geestelijke logica te gebruiken die niet noodzakelijkerwijze identiek is aan een stoffelijke. Het is verder mogelijk aan de hand van het stoffelijk logisch proces, elke actie gebaseerd op geestelijke logica, zodanig in te kleden dat zij stoffelijk aanvaardbaar en redelijk blijft.

Voor degenen die geen zuiver beeld hebben van de verschillen tussen stoffelijke en geestelijke logica en de wijze waarop gewerkt moet worden, kan ik het volgende voorbeeld geven. Ik ben in staat tot een zeker gevoel van eenheid met de mensheid en verantwoordelijkheid voor de mensheid. In deze status zie ik dat een mens te water ligt en dreigt te verdrinken. Ik kan zelf niet zwemmen. Geestelijke logica. Het is beter met deze ander, bewust het leven te verliezen om hem dan desnoods geestelijk te kunnen redden, dan niets te doen. Stoffelijke logica: ik moet hulp halen en trachten die mens te redden voor het te laat is, want ik kan zelf niets doen.

Het samenwerken van deze beide punten resulteert meestal in het volgende: men zal zich niet verwijderen van de plaats van het onheil en zal alle pogingen doen de persoon in kwestie aan te moedigen, kracht te geven langs geestelijke weg, zowel als stoffelijk het meest onzinnige soms gebruiken, om zo iemand te helpen. Men werpt bv. hout dat in de buurt ligt naar de persoon toe, in de hoop dat dit in de nabijheid valt en hem de gelegenheid geeft zich boven water te houden. Gelijktijdig verheft men de stem. Want de stoffelijke logica verbiedt dat de mens zichzelf vernietigt, maar de geestelijke logica eist de redding. Gevolg: in vele gevallen zal men door handelingen ‑ die uitermate riskant lijken, maar in feite het niet zijn ‑ erin slagen tot een redding te komen.

Tweede voorbeeld: ik kom te staan voor een wetenschappelijk probleem. De stoffelijke logica zegt mij dat uitgaande van deze stellingen een zekere bereiking of constructie onmogelijk is. Geestelijk gezien bestaan dezelfde grondwaarden, maar ik zie dat deze met elkaar in verband kunnen worden gebracht op een stoffelijk niet aanvaardbare wijze Ik vind een intuïtieve oplossing die vaak in strijd is met alle gebruikelijkheden van de wereld en alle stellingen die de wereld heeft ontwikkeld. Op deze wijze ontstaan niet alleen uitvindingen, maar vaak ook revolutionaire gedachten die op wetenschap en menselijk leven een zeer grote invloed hebben. Ik heb hier nu in feite een aantal voorbeelden gegeven omtrent de mogelijkheid tot ontwikkeling.

U zult hebben opgemerkt dat ik bij de bespreking van voorbeelden hier één punt buiten beschouwing heb gelaten. Ik heb dit opzettelijk gedaan, omdat dit niet bij deze voorbeelden hoort. Tweeledigheid van handelen kan niet bereikt worden op grond van in de mens zelf aanwezige eigenschappen zonder meer. Het vraagt niet slechts een ontwikkeling van capaciteiten, maar vooral een grote ontwikkeling van begrip en inzicht.

Tweeledig handelen kan ik u misschien ook weer met een voorbeeld duidelijk maken: ik wil niet ten koste van een ander leven. De wereld dwingt mij ten koste van een ander te leven. In deze toestand kan ik geestelijk de ander volledig helpen en bijstaan, maar gelijktijdig a.h.w. mij afzijdig houden van al hetgeen stoffelijk gebeurt. Toch ervaar ik de stoffelijke beleving en neem elke ervaring daaruit op, zodat ze een bewustwording betekent. Ik ken echter geen schuldgevoelens of gevoelens van verdienste daarin. In mijn geestelijk handelen daarentegen heb ik een reeks van belevingen die mijn toekomstige stoffelijke daden bepalen en wel op het ogenblik dat ik in staat zal zijn tot beheersing te komen. Dit leidt tot een schijnbaar irrationeel gedrag waar men het ene ogenblik een reeks van handelingen zus verricht om het volgende ogenblik daaraan tegengesteld zo te handelen. Het lijkt dan of de mens zichzelf tegenwerkt. Dit is niet het geval. Hij komt tot een volkomen geestelijke uiting en dus een volkomen geestelijke bewustwording, door elke geestelijke noodzaak op aarde te uiten, maar ‑ waar deze uiting op het ogenblik niet mogelijk is ‑ zich gelijktijdig onafhankelijk te maken van het stoffelijk gebeuren en ‑ dit als een ervaring beschouwend maar niet geestelijk ondergaand ‑ in zich verder op te nemen De eigenaardige consequentie hiervan is, dat door het tweeledig handelen goed te beheersen en toe te passen, men in staat is, zowel voor de wereld als voor zichzelf een zo groot mogelijk rendement, een zo groot mogelijk nut te bereiken. Men zal volledig zichzelf zijn en in de meest onaangename omstandigheden zich terug kunnen trekken uit het eigen wezen

Voorbeeld: u wordt gemarteld om een geheim prijs te geven of zoals in het verleden, omwille van een godsdienstige opvatting. Wanneer u het tweeledig handelen kent, kunt u zich geheel terugtrekken uit het lichaam. De pijnreflexen blijven, maar zij worden niet meer versterkt door het mentaal effect dat van pijn over het algemeen een zeer groot gedeelte uitmaakt. Het gevolg is, dat u veel kunt verdragen, dat voor een ander niet meer te dragen is, dat u sneller herstelt van op deze wijze opgelopen verwondingen etc.

Het tegengestelde beeld: u komt tot de behoefte om geestelijk te werken en geestelijk uitdrukking te geven, tegen al hetgeen u tot nog toe hebt gedaan in. Dan zult u juist doordat de geestelijke kracht werkzaam is en het volledig bewustzijn plus de macht van de geest in dit geval stoffelijk geuit worden, alles bereiken tegen elke stoffelijke logica in. Om weer een voorbeeld te geven: dus u zult alle martelingen ondergaan hebben en onafhankelijk van de stof hier dus a.h.w. de zaak geestelijk beschouwd hebben. Nu activeert de geest het lichaam en onder deze invloed geneest het lichaam sterk. Het is echter ook wel in staat om door bv. gesloten gevangenisdeuren heen te gaan of sloten te doen openspringen, zonder dat men beseft hoe het gebeurt. Voorbeelden hiervan kunt u vinden in de Handelingen der Apostelen, waar verteld wordt, hoe één der apostelen door een engel uit de gevangenis werd geleid. Hier heeft u een typisch beeld, waarbij geestelijk beleven en erkennen sterker waren dan de stoffelijke beperkingen die door de rede worden opgelegd. De handeling was echter in tegenspraak met het normaal gedrag van de apostel die eigenlijk het martelaarschap begeerde.

Ik hoop dat ik met dit voorbeeld u duidelijk heb gemaakt dat door dit tweeledig handelen de geest een veel grotere vrijheid heeft dan anders mogelijk is. Dit kunt u echter niet zo zonder meer ontwikkelen. Daarvoor is begrip en inzicht nodig. Bij alle gaven of eigenschappen door mij genoemd, is het mogelijk om door eenvoudige oefening en training tot een bereiking te komen. Bij de laatste niet. U zult echter soms ontdekken dat wanneer u handelt onder de pressie van grote angst of grote begeerte u de tweeledigheid van handelen wel ervaart en alle capaciteiten en vermogens daaraan verbonden plotseling bezit. Want ook deze eigenschap is in u gelegen. U kunt uit uw lichaam een maximum aan prestatie verkrijgen, indien de pressie op het lichaam uitgeoefend, groot genoeg is. In het tweeledig handelen leren wij dit beheersen.

Degene, die deze laatste eigenschap in zichzelf weleens ontdekt heeft ‑ dat gebeurt meestal niet onder aangename omstandigheden, dat kan ik er wel bij zeggen ‑ zal zich realiseren dat beheersing een eerste noodzaak is. Zelfbeheersing.

Datgene, wat schijnbaar dit effect tegengaat, is noodzakelijk om te voorkomen, dat u geleid zou worden door impulsen die niet juist zijn op dit ogenblik of voor u ‑ als ge­heel wezen ‑ niet aanvaardbaar. Want voor de geest kan het weleens heel simpel zijn, te zeggen: “Die arme lijdt, ik moet die uit de weg ruimen. Eindigt dit stoffelijk leven, dan komt de geestelijke vrijheid.” Maar dat kunt u stoffelijk niet verantwoorden. U zou stoffelijk daar­van een schuldgevoel overhouden. Uw handeling zou bovendien tegenover de ander onjuist zijn. U moet dus wel voortdurend zelfbeheersing kennen. En wanneer u die zelfbeheersing eenmaal bezit, zult u leren die beheersing tijdelijk en weloverlegd terzijde te zetten. Op deze wijze kunt u dan de handelingen afwisselen en komen tot een perfecte bereiking op dit terrein.

Over het algemeen genomen kunnen wij stellen dat de ontwikkeling van geestelijke gaven of eigenschappen voor de mens altijd langs de weg van de stof gaat. Het is u dus niet mogelijk een bepaalde geestelijke kwaliteit te cultiveren, te ontwikkelen, zonder gelijktijdig stoffelijk daarmee in overeenstemming te handelen. Op grond hiervan durf ik te stellen dat de basis van alle geestelijke ontwikkeling is: het juiste stoffelijk leven. De juistheid van dit stoffelijk leven wordt geheel bepaald door hetgeen men geestelijk wil bereiken en hetgeen men als mogelijkheden reeds in zichzelf erkend heeft. Het gehele menselijk leven staat u ten dienste. Dit lichaam is na een korte tijd verouderd en ver­sleten, maar de geest blijft jong. De gave of eigenschap die u ontwik­kelt, is ten dele of geheel een kwaliteit of eigenschap van de geest.

Door in de stof zoveel mogelijk deze kwaliteiten en eigenschappen te ontplooien en zo sterk mogelijk gebruik te maken van elke sensitiviteit die u bezit, van elke kracht die u in uzelf kunt opwekken, zult u niet slechts uw eigen wezen ontdekken en ontwikkelen, maar boven alles uw geestelijke wereld een zodanige vorm en gestalte verlenen, dat u op zeer eenvoudige wijze verder kunt komen ook op geestelijk terrein.

Elk gebruik van de in u aanwezige gaven of kwaliteiten tegen anderen, is tevens vernietigend voor uzelf. Elke daad van vijand­schap, van belemmering of remming t.o.v. anderen is onjuist. Slechts t.o.v. uzelf bent u verantwoord, wanneer u uzelf zekere grenzen stelt. Het is niet uw recht dit voor anderen te doen. Doet u dit, dan zult u daardoor uw eigen ervaringsleven aanmerkelijk verkleinen. Een teveel gebruiken van een bepaalde begaafdheid in deze richting doet de begaafdheid zeer eenzijdig worden, dan wel geheel verdwijnen. Hieruit volgt, dat elk ontwikkelen van gaven gepaard moet gaan met een vergroting van het gevoel: kosmische eenheid en een vergroting van het besef van verantwoordelijkheid t.o.v. de gehele wereld, geestelijk zowel als stoffelijk. Hoe meer men leert juist door het gebruik van eigen geestelijke capaciteiten en krachten het lijden van anderen te verminderen, de zorgen van anderen te dragen, het geluk van anderen te verzekeren, hoe sterker de kwaliteit en eigenschap zich ontwikkelt, hoe sterker u zult worden en hoe blijvender ook in geestelijke zin deze ontwikkeling zal zijn.

Angst

Angst is een van de grootste prikkels en drijfveren in het men­selijk bestaan. Wij kunnen dit zowel betrekken op de huidige toestand (politiek bv.) als op de impulsen die de doorsnee mensen brengen­ tot daden, die ze in zichzelf eigenlijk niet helemaal netjes vinden. Want de mens zowel als de mensheid heeft de voortdurende angst de mindere te zijn. Dat is een verschijnsel dat geestelijk gezien niet juist is. Het doet ons soms denken aan een soort schizofrenie waar­bij de mens probeert enerzijds zichzelf voor te praten dat hij in staat is al datgene te doen wat hij zegt en méér, terwijl hij anderzijds vreest voortdurend in gebreke te blijven, de mindere te zijn van zijn medemensen, of zelfs een algehele onbekwaamheid als mens en geest te tonen.

Die angst is geloof ik in de eerste plaats gebonden aan bepaalde invloeden van de geest. De geest heeft nl. een zekere reeks van taken te vervullen. Op het ogenblik dat ze bij een dergelijke taak zou falen in stoffelijke uitdrukking, of niet in staat is haar eigen intenties sterk genoeg aan het stoffelijk lichaam op te leggen, komt er in haar een strijd. Deze strijd is in feite een vernauwing van wat wij het levenskoord noemen, dus een beperking van de invloeden die tijdelijk tussen geest en stof heen en weer kunnen gaan.

Nu weet u misschien ook, dat een aderkramp in sommige gevallen een enorme angst kan veroorzaken. Omgekeerd weten wij dat hevige schokken, zenuwschokken, hevige schrik of angst een adervernauwing kunnen produceren. Op een dergelijke wijze gaat dit tussen stof en geest. Het gevolg is dat een mens die voelt dat hij geestelijk niet juist handelt, daardoor een angst ervaart die hem tot irreëel denken, handelen beweegt. Hij zal dan tegenover zijn medemensen over het algemeen trachten zich te wreken. Hij probeert dit evenwicht te herstellen, hernieuwd geestelijk lucht te krijgen en begaat daarvoor vaak de meest wrede en onmogelijke daden.

Als we deze angst nu beschouwen als een grondoorzaak, dan vinden wij daarnaast nog een tweede soort angst. Deze komt voort uit het zgn. onderbewuste denken. Dat onderbewuste denken wordt in de eerste plaats gevormd in de prenatale periode. Wanneer de moeder een hevige schrik on­dergaat of een zekere afkeer heeft, wordt deze over het algemeen door wijziging van de samenstelling van lichaamssappen overgebracht op het kind in wording. Dat wil zeggen dat in het groeiend weefsel a.h.w. een zeker voorbehoud wordt vastgelegd. Wij vinden bv. mensen die zgn. pleinvrees hebben. Het heet natuurlijk met een heel plechtige naam fobie, maar het is niets anders dan angst, irrationele angst. Waarom? Omdat zij voelen in deze grote ruimte een grotere reeks van acties en reacties te moeten uitvoeren dan zij menen te kunnen volbrengen. De schrik voor hetgeen hun eventueel te wachten staat, belet hun ook vaak stoffelijk zich te bewegen en kan leiden tot angsttoestanden, flauwvallen en al wat daar­bij hoort. En daar hebben wij een heel aardig aspect gevonden. Bij alle on­derbewuste kwesties en ook alle geestelijke kwesties, is de angst in de eerste plaats een mentaal verschijnsel en berust op een voorstellingsver­mogen dat ‑ zij het niet geheel begrepen ‑ een reeks van mogelijkheden voorspiegelt, die de vernietiging van het “ik”, de beperking van het “ik” ofwel pijn inhoudt.

Angst voor het duister is ook al zoiets eigenaardigs. We ontdekken dat de meeste kinderen bang zijn voor het donker. Waarom? In het donker ziet het oog weinig. Waar het oog weinig ziet, worden de andere zintuigen gespitst en wordt dus het normale klankbeeld uit zijn verband gerukt. Wij krijgen een heel andere nadruk en je kunt zelfs zeggen, dat degene die in het duister luistert -een blinde doet dat ook heel vaak- andere geluidsverhoudingen waarneemt. Dit is ongewoon en past niet bij de gekende wereld. Er is niets te zien en dus meent men iets te zien wat voor deze afwijking van het normale aansprakelijk is. Wanneer de ouders daar dan bovendien nog een beetje op gaan spelen door boemannen, duiveltjes e.d. de kinderen voor te spiegelen, is het geen wonder dat een kind in zijn jeugdjaren een angst voor het duister krijgt die het hele leven verder kan blijven beïnvloeden.

Die invloed gaat zover dat op een gegeven ogenblik de mens zichzelf dwingt ‑ omdat hij zichzelf minacht, doordat hij gevaren ziet, waar hij weet dat ze niet bestaan ‑ zich toch in het duister normaal te bewe­gen. Maar de angst blijft en de reactie daardoor opgewekt, moet op an­dere wijze weer worden afgereageerd. Het gevolg is dat iemand die dan met heel veel moed in het donker is gegaan, nadien een inzinking krijgt en heel vaak de angstreactie uit door in schijnbaar normale omstandig­heden plotseling irrationeel te handelen.

Irrationaliteit is het kenteken van alle angst. Angst berust nl. op een voorstellingsvermogen dat de werkelijkheid vertekent en verdraait. Als u daar een aardig voorbeeld van wilt hebben, kijkt u dan naar de moderne wereldpolitiek. Wanneer wij ontdekken dat twee landen voortdurend bezig zijn elkaar te beconcurreren om het overwicht te behalen, wanneer wij zien dat beide landen allerhande maatregelen nemen, omdat zij klaarblijkelijk het stelsel van de ander zozeer vrezen, dan komt de vraag op: is dit redelijk? Het antwoord moet zijn: neen. Want als ons eigen wereldstelsel of ons kapitalistisch of communistisch systeem van een zodanige geaardheid is, als wij zeggen dat het is, behoeven we niet te vrezen. Klaarblijkelijk zijn dus beide staten overtuigd dat hun eigen systeem niet beantwoordt aan hetgeen ze zeggen. Waarvoor zijn ze dan bang? Misschien zijn ze wel bang dat zal blijken dat hun waan van meerderheid tenietgaat, dat hun grootheidswaan ten onder zal gaan.

Het vreemde is dat de mens om aan een dergelijke zelf‑openbaring te ontkomen, geneigd is anderen te vernietigen. Wij horen heel vaak bv. van moord in affect. Dat wil zeggen dat de affectaties, de gevoelens, de impulsen, geleid hebben tot een tijdelijk abnormaal zijn, een mens het leven heeft ontnomen, ofschoon men normalerwijze daartoe nooit zou komen. Maar waar ligt hier de grond? Men zegt: hartstocht. Dat is niet waar. Hartstocht alleen is niet voldoende om moord te veroorzaken. Wel om te leiden bv. tot aanranding of diefstal, maar niet tot moord. De moord komt voort uit de angst dat deze daad ontdekt zal worden. De moord komt voort uit de angst dat men de mindere zal zijn.

We hebben ontdekt dat de wereld voor de mens een specialiteit heeft gemaakt van het vermoorden van eenieder die meerdere is. Waarom wordt Jezus gedood? Omdat hij geestelijk de meerdere was van degenen die in de tempel zaten en dezen, vastgeroest in hun systeem deze meerderheid niet konden erkennen. Waarom heeft men menige vrijheidsheld gedood of vermoord? Om de doodeenvoudige reden dat men in hem een aantasting zag van eigen veiligheid en zekerheid. De kern van angst is de behoefte om niet alleen voort te bestaan, maar voort te bestaan op een wijze waarbij men zichzelf kan vergoddelijken. De achtergrond is dus: de mens wil God gelijk zijn. Deze trots, door de bijbel aan Lucifer toegekend, schuilt klaarblijkelijk in elke mens. Zelfs zijn nederigheid is iets waarop hij zich weet te verheffen. En wanneer wij horen van mensen, die verklaren dat zij zondaars zijn, dan zien we gelijktijdig, dat zij door deze bekentenis menen uitverkoren te worden. Dat is niet logisch en niet reëel, zult u zeggen. Maar hier is dus klaarblijkelijk de behoefte aanwezig om meer te zijn dan ieder ander, om de belangrijkste te zijn onder gelijken.

Hier treedt echter wel een eigenaardig verschijnsel op, dat ofschoon niet direct gelieerd met de angst, toch bij het verschijnsel zijn invloed zeer sterk doet gelden. Een bedelaar is jaloers op een bedelaar, niet op een miljonair. Een minister is jaloers op een andere minister en misschien op de Paus, maar niet op een zakenman. Een zakenman is niet jaloers op een kunstenaar maar op een zakenman. En de kunstenaar zal zijn jaloezie bij voorkeur uiten t.o.v. een kunstenaar. De rest van de wereld meent hij te kunnen verachten. Het typische verschijnsel is dus dat men in anderen zichzelf zoekt te erkennen, maar gelijktijdig zichzelf de meerdere wil achten van die anderen.

Dit doet ons denken aan de strijd die de dieren voeren om het behoud van hun jachtgebied. We weten dat dieren t.o.v. elkaar volkomen onverschillig zijn tot het ogenblik dat iemand in hun jachtgebied binnendringt. Dan begint echter ook een strijd op leven en dood, waarbij de zwakkere het onderspit moet delven. We zien ook in de kudde een soortgelijk verschijnsel, alleen met een zekere mildheid. Want hier is de gelijkheid tevens een mogelijkheid tot ondergeschiktheid. De meerdere dwingt de mindere hier in een soort slaafs verband verder te leven. Vergelijk dit even bij de wereld en zeg mij of dit niet overal tot uiting komt. Is dit niet tevens een bewijs voor mijn stelling dat de mens zoekt een meerdere te zijn, een godje in zijn eigen omgeving en dan wel speciaal op dat terrein wat hij zelf beheerst?

Dan kunnen wij misschien nog verdergaan. Een groot gedeelte van de angst berust op een irreële voorstelling omtrent de eigen persoonlijkheid. Is dit waar, dan kan worden gezegd dat angst in feite een soort geestesziekte is. Hieruit volgt dat elke mens, die van zichzelf redelijk bewust is en evenwichtig, geen angst zal kennen. Het typische is echter dat juist degenen die evenwichtig zijn en die zich volkomen nuchter en redelijk blijven gedragen, door anderen vaak van angst worden beschuldigd. Waarom doen ze dit? Ongetwijfeld om hun eigen onevenwichtigheid te verbergen voor zichzelf.

U zult zich afvragen: waarom aldoor gepraat over angst, angst, angst? Wel omdat de mens juist door deze angst wordt gedreven tot een vlucht voor de werkelijkheid. En deze vlucht voor de werkelijkheid openbaart zich in vele eigenaardige aspecten. Je hebt mensen die ook weer met een mooi woord gezegd een fobie hebben. Dat wil zeggen dat ze op een bepaald terrein abnormaal zijn, terwijl ze op elk ander terrein volkomen normaal en logisch handelen. Juist dat terrein, waarop zij zich­zelf de mindere voelen, brengt hen ertoe een situatie te creëren, waarbij de gevreesde omstandigheid voor hen niet kan ontstaan.

Wij zien ook in vele gevallen een poging om eigen minderwaardigheid of ondergeschiktheid om te zetten in iets anders. Voorbeeld: een jongeman krijgt zijn ontslag. Thuis krijgt hij een standje, hij gaat zijn bed in en komt er in twintig jaar niet meer uit. Wat is hier in feite gebeurd? Deze jongeman heeft een situatie geschapen waarbij hij zijn angst voor een dergelijke mislukking en een dergelijk verwijt heeft omgezet in een heerschappij. Want als bedlegerige zieke had hij het recht diensten van anderen te eisen en zou hij nooit verplicht zijn diensten te bewijzen aan anderen, waartoe hij in feite niet in staat was.

We zien ditzelfde in ziekteverschijnselen. Een mens heeft een bedrijf. Hij meent, dat hij het niet aankan. Hij ontwikkelt een lichamelijke ziekte, bv. een maagzweer. Die maagzweer is tevens zijn verontschuldiging wanneer het eens een dag niet gaat. “Ik voel me vandaag zo beroerd met die maagzweer!” Een typisch verschijnsel. Hetzelfde vinden we bij de zgn. migraine. U moet eens opletten, hoeveel mensen juist migraine hebben, wanneer hun iets onaangenaams of voor hen moeilijks te wachten staat. Terwijl zij, wanneer er van vrolijkheid, ontspanning en lustigheid sprake is, juist niet hieraan onderhevig zijn.

Het blijkt wel dat deze angst in de mens, vooral deze angst de mindere te zijn, meer nog dan in feite te sterven, voor hem tegelijkertijd betekent, een afscheid nemen van al hetgeen hij vreest, door het scheppen van kunstmatige invaliditeit van geestelijke of stoffelijke geaardheid. Het enig antwoord dat wij kunnen geven op de angst die in ons leeft, is niet een ons verzetten tegen de angst, maar wel een ons realiseren van hetgeen wij vrezen. Angst zoals ik reeds in het begin zei, bestaat voor een groot gedeelte uit mentale beelden die nooit met de werkelijkheid overeenkomen. Op het ogenblik dat wij begrijpen wat wij in feite vrezen, kunnen wij een weg vinden om dit gevaar te overwinnen. Maar zolang wij de vrees houden zonder een zekerheid te verkrijgen, zullen wij in een nutteloos verzet onszelf en anderen opofferen aan onze onwil.

Voorbeeld. Een mens heeft pijn in zijn lichaam. Hij vreest kanker. Het is lang niet zeker dat het kanker is, maar het kan zich ertoe ontwikkelen. Hij vermijdt dus dit te doen vaststellen, totdat de pijnen hem dwingen. En dan is het te laat. Gevolg: ja, nu heb ik toch al dat lijden gehad. En ik ben zo goed geweest. Waar heb ik het aan te danken? Neen: ik ben laf geweest op dit terrein. Ik heb niet in de ogen willen zien, wat er aan mogelijkheden en gevaren bestond. Het gevolg is dat ik juist daardoor lijd aan hetgeen ik vrees.

Men zegt weleens: “Wat je vreest, trek je naar je toe.” Dat is eigenlijk niet waar. Je kunt het beter anders stellen. De mens erkent een mogelijkheid en vreest deze. Hij zal dus alles nalaten, wat hem ertoe brengt het gevreesde te erkennen en daartegen te handelen. Zo vermijdt hij elke tegenstand in feite en wordt daardoor gemakkelijker slachtoffer van de mogelijkheden die er bestaan om het gevreesde te verwerkelijken. Wij moeten om die angst meester te worden, het gevaar onder ogen durven zien. We moeten ons daarbij niet afvragen: wat zal Jantje, Pietje of Klaasje daarvan zeggen? We moeten ons niet afvragen: hoe denkt de Bijbel hierover of het Burgerlijk Wetboek? Hoe denkt hierover de dominee, de pastoor, de dokter of de advocaat? We hebben ons alleen maar af te vra­gen: hoe kunnen wij datgene wat wij vrezen, overwinnen? Hoe kunnen wij voor onszelf de innerlijke zekerheid verwerven die het ons mogelijk maakt deze vrees terzijde te zetten en evenwichtig verder te leven?

Degene die dit doet bevordert daarmee niet alleen zijn eigen lichamelijke gezondheid maar bovendien zijn geestelijke gezondheid. Wat meer is, hij bevordert zijn vermogen tot slagen zowel in de wereld als in de geest en bereikt in kortere tijd veel meer dan voor een ander, die wel vreest, mogelijk is.

De leugen

De grootste leugen die er bestaat, is de mens zoals hij zich voordoet tegenover anderen. Want de leugen is de verdraaiing, verhulling of onvolledige weergave van de waarheid. In deze zin is de leugen de beheersende factor geworden, van de gehele maatschappij.

Wanneer een communiqué door de pers wordt uitgegeven, dan is dit niet de waarheid zoals ze is, maar het is de waarheid, die wordt misvormd en vervormd, opdat zij ofwel aan de behoefte tot sensatie ‑ en dus verhoging van oplage van de redacteur ‑ voldoet, dan wel beantwoordt aan bv. een staatkundig politieke tendens ofwel een zakelijke tendens opgelegd door vele adverteerders.

Wanneer u luistert naar een preek, dan hoort u daar niet de waarheid zoals de predikant deze in zichzelf beleeft, maar de waarheid, zoals deze zou kunnen zijn, volgens de zeer uitgeplozen theologische argumenten van de gemeenschap waartoe hij behoort. Dit verder nog vaak gecontroleerd door de ouderlingen dan wel de mede aanwezige priesters van een gemeenschap. En bij uzelf is dat precies zo. U liegt voortdurend tegenover de wereld en ‑ wat erger is ‑ tegenover uzelf. Tegenover de wereld doet u zich voor als b.v. zeer degelijk. Bent u dat werkelijk? Tegenover de wereld doet u zich als bv. zeer werelds voor. Ben u dat werkelijk? Over het algemeen zult u trachten aan de wereld bepaalde facetten van uw persoonlijkheid, met uitsluiting van alle andere, zodanig te tonen dat de voorstelling die er omtrent uw wezen bestaat, een geheel verkeerde is.

Nu kunt u zeggen: “Ja maar dat is geen leugen, dat is bittere noodzaak.” Ongetwijfeld. Maar die leugen bestaat verder voort. Mag ik eens een paar aardige punten aanhalen van de wijze waarop men liegt tegen zichzelf en tegen anderen?

Medicijn. Een grote advertentie in een blad. De geheimzinnige zus‑en‑zo‑vrucht van de Zuidzee‑eilanden, gebruikt door de oude tovenaars der Maori’s om de eeuwige jeugd te verwerven, is thans ook te uwer beschikking. Een fles van ons elixer, dat gaat meestal á raison van f 20 ‑ f. 25 ‑ of misschien f. 12,75 als het goedkoop is, zal u ook een nieuwe jeugd brengen en alles wat daarmee geïmpliceerd wordt. Gelooft u dat werkelijk? Redelijk weet u dat het wel heel erg vreemd zou zijn als een exploitant van patentmedicijnen iets dergelijks in han­den zou krijgen, terwijl de medische wetenschap daar niets van afweet.

Nog vreemder is het dat dan klaarblijkelijk de Maori’s wel heel erg voorzichtig zijn om hun lange levensduur te openbaren, want u heeft nog niets gehoord over een buitengewoon lang leven van de mensen op die eilanden. Maar u koopt het want u wilt graag jong zijn. En u praat u­zelf aan dat u het wordt à raison van idem zoveel. Een dubbele leugen. Of eigenlijk een driedubbele. De leugen van de exploitant die u een over het algemeen onschadelijk middeltje en soms zelfs dat niet eens aansmeert voor iets waarvan hij weet dat het er eigenlijk niet voor deugt. De adverteerder, vaak een bureau, die een tekst ontwerpt, die eerlijk gezegd gezogen is uit dat lichaamsdeel waar ook kleine kinderen zo graag op sabbelen. En dan de leugen van u tegenover uzelf. Nou ja, je kunt niet weten of het misschien toch zou helpen. Een typisch voorbeeld van de complex leugen die er bestaat.

Een ander voorbeeld: men weet heel goed dat als men zondigt, dus zich schuldig maakt aan het een of ander, men dat op de een of andere manier toch moet bezuren, moet boeten. En hoeveel mensen vertrouwen niet op genade, “Bloed van het Lam”, de biecht. etc. om van deze schuld bevrijd te worden? Ze weten dat dit zo nooit bedoeld kan zijn, want dat er een rechtvaardigheid bestaat. Ze geloven ook allen in een rechtvaar­dige God. Maar ze geloven ook dat die God voor hen een uitzondering zal maken. Waarom? Omdat ze bang zijn voor de consequenties misschien? Omdat het zo onplezierig is te weten dat je elk foutje dat je maakt, ook moet betalen.

Bij loterij, precies hetzelfde. Er zijn mensen die loten kopen. Loten die hun misschien voorspiegelen dat ze rijk worden. Maar over het algemeen is die publicatie nog betrekkelijk redelijk. En dan koopt men een lot bv. in de staatsloterij. Men weet dat men maar één kans op zeer vele heeft om die begeerde 100.000 te trekken. Maar het aantal mensen dat wanneer de trekking begint, het lot tevoorschijn haalt en bekijkt met een liefkozend: jij bent mijn 100.000 is niet te tellen. Ze zijn er zich van bewust dat ze in feite zonder werken maar heel weinig verwerven kunnen. Maar ze willen liever niet werken. Ze willen iets hebben voor niets. En dus maken zij iets, dat er zoiets te verkrijgen is.

Wanneer dit nu alle leugens zouden, zijn op de wereld, ach, dan zou het er nog niet zo erg voorstaan. Maar de mens heeft nog andere leu­gens. En die leugens zijn heel wat erger. Wanneer een mens wéét, dat een ander gelijk heeft, maar dat hij daardoor zelf ongelijk zou moeten erkennen, dan zoekt hij alle argumenten te vinden, die er maar te vinden zijn, om zichzelf en zo mogelijk anderen te overtuigen, dat wat hij innerlijk als juist erkent, toch onjuist en fout is. Hij liegt, dat hij …barst!

Wat is de zin van de leugen? Waarom liegt u zo vaak? Waarom liegt u tegen uw medemensen en tegen uzelf? Uit beleefdheid of uit goedwillendheid misschien evenzeer als uit wraakzucht of uit heerszucht. U liegt omdat u niet in staat bent de consequenties van een werkelijkheid te aanvaarden, die u in feite erkent. Elke leugen is een vlucht voor de werkelijkheid. Elke leugen is een poging om een eigen wereld te scheppen, waarin alles wel beantwoordt aan eigen wensen en dromen. De grens tussen leugen en fantasie is soms verdacht klein. Maar de fantasie houdt zich bezig met een droomwereld. De leugen is de poging om die droomwereld over te brengen in de maatschappij. Het jammerlijke ervan is, dat door dit zelfbedrog en het bedrog van anderen, de mens het vaak voor zichzelf onmogelijk maakt om goed te leven in de wereld; maar het ook voor de wereld onmogelijk maakt om de goede kwaliteiten, die zo iemand wel heeft, te erkennen.

Ik zou u er wel een paar aardige voorbeelden van kunnen geven. Wist u dat de meeste oplichters intellectueel meer presteren dan menig academisch gevormde? Wist u dat heel veel misdadigers in hun hart goedhartiger zijn dan vele zgn. rechtvaardigen? Wist u, dat achter het mom der zedigheid vaak veel meer bandeloosheid schuilgaat dan in de schijnbare ongebondenheid van anderen? Waarom? Omdat men de behoefte heeft iets anders te zijn dan men is. Maar gelijktijdig maakt men het zichzelf onmogelijk om iets te presteren. Wanneer de oplichter dezelfde hoeveelheid energie en arbeid, die hij vaak aan een groot oplichtingsproces ten koste legt, zou gebruiken om in de maatschappij ‑ hetzij wetenschappelijk of zakelijk ‑ iets te presteren, dan zou hij een zeer gezien burger zijn. Hij praat zichzelf echter voor dat dat dwaas is omdat wat nu arbeid is niet overeenstemt met de arbeid van anderen. Hij zoekt door zijn leugen een zekere exclusiviteit voor zichzelf te verwerven. En uit het vlecht­werk van leugens bouwt hij soms een rijk zo groots dat hij er zelf in ge­looft. Jammer­lijk, omdat de leugen tot fantasie werd en de fantasie voor anderen een schijnwerkelijkheid deed ontstaan. Maar geen enkele leugen kan altijd standhouden. Elke leugen moet ineenstorten. Dus is het dwaas om te liegen. Dwaas om te trachten anders te schijnen dan je bent.

De vraag die onmiddellijk rijst is: hoe kunnen we dit in de wereld doen zonder onmiddellijk met Jan‑en‑alleman last te krijgen? Mijn oplossing is deze: begin met niet tegen jezelf te liegen. En wanneer je dan in de maatschappij de waarheid soms niet geheel kunt zeggen, zeg steeds zoveel van de waarheid als je maar durft en kunt. Op deze wijze schep je minder conflicten voor jezelf, sta je eerlijker tegenover de wereld en zal je dus de mogelijkheden krijgen die beter bij jou passen. Zolang de leugen alleen maar een uitspreken van een droom is zonder het kennen van een vaste werkelijkheid, zoals bij een kind, is ze eigenlijk niet erg. Ze is een poging om de werkelijkheid te veranderen. Maar een mens, die opgroeit, wordt gedwongen – en dit is voor zijn geestelijke bewustwording noodzakelijk ‑ om in een wereld van vaste maatstaven te leven, ook wanneer die maatstaven misschien niet juist zijn. In die wereld kun je niet meer je eigen werkelijkheid gaan creëren. In die wereld kun je niet meer voor jezelf iets scheppen, waar anderen in geloven en dat kan voortbestaan zonder einde. Het gevolg is dat de leugen, die in het begin de dagdroom werd bij het kind (Ik heb het niet gedaan, wordt soms eerlijk gemeend, ook wanneer het volgens u, volwassenen, een leugen is, want het kind erkent voor zichzelf geen schuld eraan en heeft het dus niet gedaan), tot een misdaad wordt tegenover het “ik” en de wereld, zodra je groter bent.

Leer dagdroom en werkelijkheid te scheiden. Leer de werkelijkheid te erkennen. Dan pas kun je naast je normale wereld i.p.v. de leugens die je het leven zo moeilijk maken, misschien de dromen opbouwen die je in staat stellen op de duur een scheppend werk te verrichten naast de beleefde werkelijkheid. Dan kun je aan de mensheid een weerspiegeling geven van datgene wat in jou bestaat als een veel hogere waarde soms dan de zuiver stoffelijke.

En dan nog iets. Degenen onder u, die misschien bang zijn dat de waarheid voor de wereld aanvaardbaar is, moeten dit maar bedenken. De wereld van tegenwoordig is zozeer aan de leugen gewend, dat iemand die de waarheid spreekt óf een grappenmaker is óf niet wijs.

Zelfbewustzijn

Je kunt zelfbewustzijn natuurlijk beschouwen als een bewustzijn van je eigen waarde. Maar onze vriend Henri zou zeggen. “De waardering die je voor jezelf hebt, is over het algemeen in lijnrechte tegenstel­ling t.o.v. de waardering die de wereld voor jou heeft.” En daarom moet zelfbewustzijn niet alleen zijn een optreden, bewust van je kracht en je waardigheid, maar een bewustzijn van je innerlijk, van je eigen wezen. En dat zelfbewustzijn is eigenlijk een esoterisch bewustzijn.

Je leeft op de wereld, je leeft in de geest. Maar dat “ik”, dat geheimzinnige “ik”, verscholen achter zoveel wanbegrip en achter zoveel voorstellingen van beelden, klanken en woorden, ja zelfs achter sluiers van licht, dat is het enige beeld van God, dat je kunt verwerven. In dat “ik” schuilt God, schuilt de oplossing van alle raadselen. En daarom kunnen wij wel degelijk zeggen: Wees zelfbewust. Wees je bewust van jezelf.

De mens is een wonderlijk spel van gedachten, begeerten en klachten, waarbij hij droomt van geleidende geesten en wonderbaarlijke machten die nieuwe werelden openbaren.

De mens is zich niet van zichzelf bewust als een wezen waarin de goddelijke kracht leeft en zichzelf openbaart. Hij acht zichzelf misschien in de schepping zeer belangrijk en vele dingen waard, maar kan niet beseffen de God, Die in hem is, het licht, de zielen en de kracht.

Hij kan nog niet ervaren dat wat hem tot stand gebracht heeft als geest en hem een lichaam geeft. Hij heeft oog voor al wat er bestaat en is zich van zichzelf bewust, maar niet van de kern van eigen zijn, die alles inhoud geeft. Wees zelfbewust. Wees je bewust van eigen kunnen, van eigen kracht en eigen streven. Wees je bewust van doel en inhoud, van de taak die in het leven moet worden volvoerd. Maar meer nog: wees je bewust van de kracht die je innerlijk beroert en voort doet gaan. Wees je bewust van het gouden licht, sluier van oneindigheid, dat ook in eigen wezen schuilt.

Wees je bewust dat boven plicht in het “ik” het eeuwig leven schuilt, zonder taak en zonder banden. Wees je van jezelf bewust. Erken, hoe vreemde handen je dragen door het leven, ondanks angst en lust.

Aanvaard jezelf als een oneindig wezen, niet gekluisterd aan een snelle vloed van tijd en aan bekrompenheid van daden, of wach­tend op een zegen van licht en van genade om voort te gaan. Wees je van jezelf bewust en zelfbewust in het streven. God, eeuwigheid van leven, breekt ook in uw wezen voor zijn gedachten baan. Bewustzijn is vaak een moeilijke taak. En zelfbewustzijn is dit zoveel te meer, omdat we te weinig omtrent onszelf weten en besef­fen. Maar al wat wij geloven omtrent God, al wat wij geloven in ons wezen omtrent geest en eeuwigheid, ja, al hetgeen wij als goed zien en erkennen, is oneindig. Dat hoort ook bij het zelfbewustzijn. Want als we ons realiseren, dat dit een eeuwig deel is van ons wezen, onverbrekelijk daarmee verbonden, dan zullen we waarschijnlijk het zelf­bewustzijn anders gaan uitdrukken. Niet meer in persoonlijke termen, maar zeggende:

Gij, scheppend Al, Gij zijt in mij herboren

Gij, Zon, Gij leeft mij lichtend in het hart.

Gij, ruimte zonder grenzen, zijt als eens tevoren

in mij een zoeken, dat het antwoord van de rede tart.

Mijn God, Gij pulst mij door de aderen.

Gij zijt mijn adem en de kracht, waaruit ik denk.

Geef, God, mij dan zo groot bewustzijn,

dat ik bewust mijzelf schenk

aan U, verbrekend alle waan.

Laat mij, o God. Die in mij leeft,

de eenheid vinden met Uw wezen.

Opdat Ik ontwakend uit deze dood, die leven heet,

kan ingaan tot een werkelijk bestaan.

En als we dat kunnen zeggen, vrienden, en innerlijk beleven, dan mag ik wel zeggen, dat we werkelijk zelfbewust zijn.