Ontwikkelingen in de mens

image_pdf

13 oktober 1961

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar en hopen maar, dat u zelfstandig na zult denken. Het zal u allen bekend zijn, dat in de laatste tijd de psychologie steeds belangrijker wordt, terwijl psychiatrie en psychoanalyse in steeds meer gevallen een belangrijke rol gaan spelen. Zo groot is de invloed van dit nieuwe wetenschappelijk gebied, dat men in vele seminaries en andere oorden, waar priesters, voorgangers e.d. worden opgeleid, een cursus in deze vakken – of tenminste in de grondslagen daarvan – geeft. Hierbij ontstaan soms eigenaardige verhoudingen, vooral wanneer men het geloof tevens als therapeutische waarde gaat bezien. Dan kan het voorkomen, dat een pastoor een freudiaanse analyse op een van zijn gelovigen toepast, terwijl elders een psychiater tracht zijn patiënten een nieuw geloof te geven. Deze curieuze toestand vloeit in de eerste plaats wel onmiddellijk voort uit de tijd, waarin men nu leeft, terwijl in de tweede plaats ook de invloeden, die in steeds toenemende mate kenbaar worden, tot deze verwarringen het hunne bijdragen. Wij dienen ons dan ook af te vragen, of er bij de godsdiensten niet in feite sprake is van een proces van verstoffelijking, terwijl in de wetenschappen steeds meer een neiging tot vergeestelijking merkbaar wordt. Dit wordt duidelijker, wanneer wij beseffen, dat in vele gevallen de moderne mens niet in de eerste plaats zijn God zoekt, maar een zekere rust, of een zeker voordeel. Daarnaast gebruikt hij de godsdienst om zich te bevrijden van een zeker gevoel van schuld.

Wanneer wij rekening houden met de psychologische achtergronden, zien wij vaak zeer eigenaardige verklaringen ontstaan voor algemeen voorkomende verschijnselen.

Voorbeeld: Iemand verliest een dierbare. Hij/zij is hierover wanhopig bedroefd. Wel blijkt later, dat deze toestand niet lang duurt, maar zolang deze gevoelens overheersen, zijn zij kennelijk eerlijk gemeend en geheel oprecht. Bij een analyse van deze toestand ontdek je in 9 van de 10 gevallen, dat deze mens niet in de eerste plaats door het verlies zelf is getroffen, maar door de bijkomende zorgen wordt gekweld, of – wat nog meer voorkomt – meent tegenover de overgegane te kort te zijn geschoten. In feite beklaagt men zich dan ook niet over het verlies, maar over het feit, dat men bepaalde problemen nu zelf op zal moeten oplossen, of wel dat men bepaalde fouten heeft gemaakt, die men nu niet meer zal kunnen herstellen.

Wij kunnen soortgelijke verschijnselen ontdekken bij bepaalde jeugdgangs. Dit verschijnsel is in Europa niet zo bekend als bv. in Amerika. In den Haag heeft men een tijdlang te maken gehad met de “Boekhorststraat jeugd”. In grote delen van de USA, zoals bv. in New-York, kan worden gesteld, dat 2/3 van de stad lijdt onder de terreur van de jeugdige benden. Ook hier geeft de analyse een verklaring, die op dezelfde waarden schijnt te berusten. Men tracht in de gang status te vinden en het gevoel te kort te schieten op deze wijze te verdrijven. In vele gevallen blijken de moorden, die door jeugdigen gepleegd worden, evenals de vaak voorkomende onderlinge schiet- en steekpartijen, voort te komen uit de behoefte zich in de wereld kenbaar en zelfs nuttig te maken. Ook al verklaren de jongeren deze excessen vaak met uitlatingen als: “Ik verveelde mij” e.d. Waar de gang voor deze jongeren op den duur de plaats in blijkt te gaan nemen van de maatschappij en het gezin, kan men na enige vrije associaties met zekerheid besluiten, dat deze handelingen in feite voortkomen uit de angst te kort te schieten tegenover de gang. In vele gevallen is de organisatie van de gang en de daarin gangbare gewoonte ook de vervanger van de godsdienst.

Deze verschijnselen mogen zeer interessant zijn. De achtergrond daarvan, de moderne mens en zijn wereld, is nog veel belangrijker en belangwekkender.

De volgende ogenblikken hoop ik te wijden aan een poging de moderne mens en zijn achtergronden iets nader te belichten en waar dit mogelijk is enigszins te ontleden. En als eerste poging hiertoe te komen stel ik als eerste vraag de kwestie, waarom de moderne mens in feite godsdienstig is, of gelooft?

In vele gevallen blijkt, dat de moderne mens alleen gelooft om zo zijn eigen fouten te kunnen negeren. Hij hoopt in de meeste gevallen er beter van te worden. Het is in dit verband opvallend, dat vooral leringen, die de mens een zeer grote vrijheid laten, dan wel hem een uitverkiezing beloven, of zelfs de zekerheid onmiddellijk na de dood het Rijk der Hemelen te mogen betreden, de grootste aanhang winnen en de meest actieve leden tellen. Hoe extremer dit alles tot uitdrukking wordt gebracht, hoe groter de aanhang zal zijn. Men zou kunnen stellen, dat de mens van deze dagen niet in de eerste plaats komt tot, of in staat is tot, een directe Godsaanvaarding, maar eerder zoekt naar een belangengemeenschap met iets hogers.

Beziet men de mens nog verder, dan blijkt, dat het geloof dat hij zegt te bezitten, in zijn werkelijke leven maar een zeer bescheiden rol speelt. Dit alles zou zonder meer aanvaardbaar zijn, wanneer de mens zonder een God zou kunnen bestaan. Maar ondanks deze houding, deze mentaliteit, blijkt de mens zonder een innerlijk licht, een bepaald geloof, dat de toekomst en/of een God behelst, in het leven niet verder te kunnen gaan. Een mens die geen doel in het leven heeft blijkt een zeer ongelukkige persoon te worden, die op den duur alleen nog maar een verzameling is van frustraties, neurosen en wat dies meer zij. Let wel, dit alles is geen door mij bedachte stelling. Wanneer u zich bezig houdt met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de psychologie, zult u de wetenschap het gestelde horen bevestigen. Zelfs vindt men deze verklaringen niet alleen bij volgelingen van Jung, die immers vooral zoeken naar het verborgene ik in de mens, naar de ziel, maar ook bij meer materialistisch gezinde kringen, als de volgelingen van Freuds motiveringstheorieën, hoort u in deze dagen vaak hetzelfde.

De mens van deze tijd blijkt verder geneigd te zijn een selectieve doofheid en blindheid te ontwikkelen op geestelijk, zowel als op stoffelijk vlak. Er zijn mensen, die bepaalde dingen eenvoudig niet zien of begrijpen, omdat zij er geen kennis van wensen te hebben. Het eenmaal waargenomene blijkt wel tot hun bewustzijn door te dringen; in het gunstigste geval wordt de betekenis ervan geheel genegeerd en ontkend, in ongunstiger geval wordt het waargenomene vervangen door een voor het ik prettiger waarneming, of zelfs geïnterpreteerd op een geheel onredelijke en onlogische wijze.

Voorbeeld: Het felle geknetter van een bromfiets is voor de jonge man, die daarop rijdt, even oorverscheurend als voor alle andere mensen. Deze jonge mens is voor het ergerlijke daarvan doof en hoort alleen de statusverkondiging, die hij in het geluid meent te zien. Er is een verwisseling van waarden. Een dergelijke verwisseling zien wij bij motieven, mogelijkheden enz.

De onbevooroordeelde beschouwer krijgt soms de indruk dat de mensen de waarden van het leven beschouwen als stukjes van een legpuzzel, die allen onderling verwisselbaar zijn, zodat een ieder zijn eigen beeld kan bouwen en alle waarden naar eigen begeren in, dan wel kan uitschakelen. Een ieder zal toe moeten geven, dat het leven een dergelijke verwisseling van waarden niet blijvend gedoogt. De jonge mens met zijn brommer komt in conflict met zijn omgeving. Die omgeving kan tot uiting worden getracht door het ingrijpen van bevoegde instanties, dan wel door het optreden van een buurman. Maar het is zeker, dat op den duur de jonge man er niet zonder kleerscheuren van af zal komen. Zelfs indien geen ingrijpen van buiten zijn schijn-waarheid tot een meer reële toestand terug brengt, zal een ongeluk e.d. daarvoor uiteindelijk zorg dragen.

De mentaliteit van wisselen van waarden en het ontduiken van werkelijke toestanden vind ik ook in hoger niveau bv. in de politiek terug. Wanneer wij horen, dat de USA van plan is atoomproeven in de atmosfeer te hervatten, omdat Rusland dit ook doet, vragen wij ons af, of het gevaar, dat door dergelijke proeven voor de gehele mensheid ontstaat dan minder groot wordt, wanneer twee staten dit doen, dan wanneer slechts één enkele staat zich daarmee bezig houdt. Het is u bekend, dat men tegen de gevaren van dergelijke proeven bij herhaling heeft gewaarschuwd. In de USA zelf werden waarschuwingen van bekende wetenschapsmensen gepubliceerd en over de gehele wereld verbreid. Staatsinstanties dragen er zorg voor, dat deze waarschuwingen over geheel de wereld – tot in Rusland toe – bekend werden gemaakt. Wanneer men dan – als een soort represaille – ertoe over wil gaan, ook zelf proeven in de atmosfeer te nemen, kan men slechts stellen, dat de mensen klaarblijkelijk blind worden voor alle werkelijke waarden op het ogenblik dat zij menen dat eigen gemak, welvaart, of prestige in het geding zullen komen.

  • Is dit wel represaille? Wanneer men niet achter wil blijven, kan ik mij voorstellen, dat men tot dergelijke proeven overgaat. Wanneer u dit alleen uit ethisch standpunt beziet, is het natuurlijk te veroordelen.

Juist. Ik dank u voor deze vaststelling. Zij wijst er op, dat in uw dagen ethiek klaarblijkelijk een luxe artikel is, dat alleen bestaat, wanneer er geen utiliteitsoverwegingen de mens er toe brengen alle ethiek eenvoudig voorlopig te vergeten en terzijde te stellen. Alleen al door het stellen van deze vraag, het geven van deze opmerking – u bent in deze opvatting zeker niet de enige – geeft u toe, dat de hogere menselijke waarden, ja, uw beschaving zelfs, op leugens gebaseerd zijn. Juist door deze laatste zin geeft u verder toe, dat een zeer groot deel van de menselijke cultuur en de humanitaire gevoelens van velen niet anders zijn dan zelfbedrog. In feite geeft men door een dergelijke opmerking dus toe, dat er niets van al deugt, wat er op het ogenblik op aarde als cultuur enz. bestaat, omdat er de basis, de eerlijkheid, geheel aan ontbreekt.

  • Volgens mij kan men alleen de kop in de schoot leggen of niet.

Met andere woorden, levend in de beschaving, die beweert de vrede met alle middelen na te streven, kunnen wij ons geen middel indenken om de vrede te winnen en te handhaven buiten het geweld.

  • Gezien de mentaliteit in Rusland bij Chroesjtsjov moet men dit wel stellen.

Ik geloof, dat u zich in uw beredenering vergist. Zolang geweld tegenover geweld wordt gesteld, zal de mens genoopt worden te haten. De mens die haat, wil vernietigen. Een mens, die vernietigt, kweekt weer haat. Wanneer deze 20e eeuw de vooruitgang in de mens zou vertonen, die wij uit literatuur, kunst, technisch bereiken kunnen vermoeden, zou zij kunnen overzien, wat het betekent een ongecontroleerde reactie te wekken.

Vergelijking: Er is een atoomcentrale, die elektriciteit levert. Er is een concurrerend bedrijf. Daarop stelt men: Wij moeten zoveel mogelijk stroom kunnen leveren. Daartoe neemt men de dempingsstoffen steeds meer terug, tot uiteindelijk al deze stoffen uit de pile geheel verwijderd zijn. Het gevolg is, dat het kritieke punt wordt overschreden, waardoor men geheel geen elektriciteit meer kan leveren, doch het geheel verliest in een enorme explosie. Het zou redelijker zijn een andere wijze van concurrentie, dan wel een wijze van samenwerking te overwegen. De moderne mens wenst deze realiteit niet te zien en is voor de werkelijke betekenis van hetgeen geschiedt, dan ook volkomen blind. Omdat de mens deze blindheid, zelfs bij zich en anderen zo veel mogelijk bevordert, handelt hij voortdurend tegen eigen belangen in en is hij feitelijk voortdurend in strijd met zijn – vaak met zeer veel elan verkondigde – idealen en stellingen. Met nadruk mogen wij hieraan toevoegen, dat hij daarbij tevens in strijd is met elke kosmische tendens, die op het ogenblik de wereld beroert, terwijl hij een voortdurend verraad pleegt aan het hogere, waarin hij zegt te geloven, en de weg vernietigt, langs welke hij zelf zijn waar contact met het hogere dient te zoeken.

Uw vraag is, of men tegen een macht als Rusland zonder geweld op zou kunnen. Dit kan alleen bezien worden, indien wij nagaan, wat er in het geval van oorlog en in het geval van vreedzaam aanvaarden zou geschieden. Laat ons hiervan een rekensom maken. Rusland bezet Nederland.

Men verweert zich daartegen met alle wapens, ook atoomwapens. Het aantal slachtoffers in Nederland kan tenminste op 5 miljoen mensen geschat worden. Represailles van de Russen zowel als vergeldingsaanvallen op andere gebieden en op Russische troepen vergen tezamen – stel nogmaals – 5 miljoen mensen. Door oorlogshandelingen ontstane noodtoestanden vergen nogmaals – tezamen met radioactieve uitval e.d. – over langere termijn twee en een half miljoen mensenlevens. Minstens rond twaalf en een half miljoen mensenlevens. Stel nu, dat Nederland zich niet tegen een bezetting zou verweren. Natuurlijk gaat dan de democratie er aan, en alles, wat daartoe behoort. Het aantal democraten, dat in leven blijft, is veel groter. Stel nu, dat elke Nederlander weigert iets te doen, dat in strijd is met zijn opvattingen van mensenrecht en billijkheid. Ik stel, dat bij de grootst mogelijke terreur het totaal aantal slachtoffers niet meer dan 5 miljoen zal bedragen. Winst in gespaarde mensenlevens: 7 en een half miljoen. Gespaarde bezittingen, levensmogelijkheden e.d. niet te schatten.

Het uitoefenen van een terreur, die niet redelijk is, is voor degenen, die deze terreur uitoefenen, zeer uitputtend, zij het, dat de uitputting eerder op moreel vlak ligt. Zie de vlucht van vopo’s en soldaten in Berlijn. Hierdoor wordt het bewandelen van een middenweg bevorderd. De vermindering van hardheid bij de tegenstanders zal bij latere geschillen, bv. met andere mogendheden, nogmaals één tot één en een half miljoen mensenlevens doen besparen. Het je niet verzetten met geweld, zelfs indien er sprake is van onrecht, doch alleen leven volgens de juiste maatstaven, ongeacht de eisen van de machten buiten jou, vraagt natuurlijk grote innerlijke sterkte en offers. Offers, die groter lijken, dan zij werkelijk zijn. Deze offers lijken zo groot, omdat men in het geval van vredelievend verzet zich zeker weet van het te brengen offer, terwijl de mens bij het gebruik van geweld zich altijd nog kan koesteren in de zekerheid, dat anderen de noodzakelijke offers wel zullen brengen. In de praktijk zal blijken, dat een vreedzaam leven en handelen volgens hetgeen men gerechtvaardigd acht, zonder naar geweld te grijpen en ongeacht de kosten, niet alleen een betere strijdmethode is, maar vele levens spaart en daarbij de vijand van een van zijn machtigste wapens berooft: zijn zelfrechtvaardiging.

Misschien lijkt u dit een afwijken van het eigenlijke onderwerp. Toch is het een belangrijk inzicht in de ontwikkelingen binnen de hedendaagse mens en het geeft een inzicht in de achtergronden van het huidige gebeuren. U zult stellen, dat dit alles wel waar kan zijn, maar dat je er weinig aan hebt, wanneer je het slachtoffer wordt. Ik weet niet, of het erger is om te sterven bv. aan de gevolgen van een overmatige dosis radioactiviteit, zonder dat men in staat is enige werkelijke hulp te verlenen, dan wel in een concentratiekamp. Mijns inziens zal, ondanks het verschillen van omstandigheden, de kwelling in beide gevallen uiteindelijk wel gelijk zijn. Ik neem zelfs aan, dat pijnen enz. in het eerste geval aanmerkelijk ernstiger kunnen zijn. Tenzij er natuurlijk op de slachtoffers van de radioactiviteit euthanasie wordt toegepast; in welk geval u toch vermoord wordt.

Wanneer wij de hedendaagse mens verder beschouwen, blijkt hij zich met alle felheid steeds weer te verzetten tegen elke aantasting van zijn ideeën, zelfs indien hij aan de juistheid daarvan innerlijk twijfelt. Hij beseft in de meeste gevallen niet, dat hij zijn ideeën t.o. anderen alleen kan handhaven, door ze ook zelf tijdelijk te bestrijden. Bijvoorbeeld, in Nederland de V.V.D. Deze partij leent haar stem aan menige beperking van vrijheid en verantwoordelijkheid, zowel voor ondernemers als arbeiders. In sommige gevallen treedt deze partij zelfs als kampioen hiervan op en bestrijdt zij in feite de democratische rechten van minderheden enz. Ook deze groep beperkt de vrijheden en werkelijke democratie door de belangen van bepaalde groepen voorop te stellen; de vrijheid wil zij wel niet beperken, maar zij moet hiermee wel instemmen, omdat nu eenmaal bepaalde maatregelen noodzakelijk zijn, indien men de wensen van de kiezers of meerderheden wil vervullen. In feite verlaat deze groep steeds weer haar z.g. orthodoxs-democratisch standpunt – dat zij overigens in ondergeschikte zaken luidruchtig blijft handhaven en verdedigen – om aan de macht te kunnen komen of blijven. Om als partij te kunnen bestaan verloochent deze groep een zeer groot deel van haar eigen idealen en inzichten. De macht, het in de politiek een rol spelen, is klaarblijkelijk belangrijker dan het vervullen van de beloften, die men aan de kiezers heeft gedaan. Voor andere partijen geldt hetzelfde.

Voorbeeld: Wij zien, dat men – om gelovigen aan de kerken te kunnen binden – men meer en meer overgaat tot het organiseren van gezelligheidsbijeenkomsten en de tolerantie van de kerkelijke autoriteiten steeds vergroot. Dat betekent, dat bv. de pastoor op zondag preekt over zedigheid en beheersing, maar op zaterdag de platen op de grammofoon legt en aanziet, hoe zijn gelovigen veel, wat bandeloos wordt genoemd, onder zijn pastorale goedkeuring tot uiting brengen. Degenen, die de geestelijke leiding van hun gemeenten op zich nemen, stellen daarbij maar al te vaak, dat dit een noodzaak is, daar zij zonder dergelijke middelen hun gelovigen niet meer kunnen bereiken. Daarbij vergeet men één ding, namelijk dat, gezien de stellingen en de leer, die de kern van het geloof uitmaakt, in vele gevallen het middel erger is dan de kwaal. Het schaden van een bepaald doel, door de middelen, die men ter bereiking daarvan meent te moeten gebruiken, komt steeds meer voor. Zo hoort men op het ogenblik steeds meer stemmen, die de mensheid op de noodzaak wijzen te leven volgens de werkelijke christelijke grondslagen. Steeds weer hoort men uitroepen, dat de mens meer verantwoordingsbewustzijn moet hebben; dat de mensen meer en meer dienen te beseffen, wat hun plaats en taak binnen de maatschappij in feite is.

Eveneens verklaart men steeds weer, dat de mensen trots moeten zijn op alles, wat hun maatschappij bereikt. Kortom, men overspoelt u met mooie woorden. Bij nadere beschouwing blijkt, dat men deze dingen van anderen meent te mogen verwachten of eisen, maar er zelf niets aan doet. Wij horen vele mensen in deze dagen verkondigen, dat men open moet staan voor de geest, wat natuurlijk heel mooi is. Maar wanneer die zelfde geest morgen iets komt vertellen, wat men niet prettig vindt, dan is het opeens natuurlijk een spotgeest of een demon.

Dat kan immers niet anders? Hieruit kan worden afgeleid, dat de moderne mens weliswaar zegt realist te zijn, maar in feite in een waanwereld leeft. Men stelt wel, dat de eisen, die men aan het leven, de mensheid en de Schepper stelt, slechts zeer beperkt en bescheiden zijn, maar eist in werkelijkheid alles, ja, van anderen, maar niet van zichzelf. Velen in uw dagen stellen, dat zij de waarden van alle geloof en alle stellingen zullen respecteren. In de praktijk doet men dit eerst, wanneer men ervan overtuigd is, dat eigen meningen en stellingen een tenminste even groot, zo mogelijk groter, respect bij deze anderen zullen vinden.

Via deze kleine afwijking zijn wij dan weer terug gekomen binnen het kader van ons onderwerp. Wanneer wij bepaalde punten als de voorgaande kunnen vaststellen, wanneer wij fouten constateren, onverschillig waar, is het dan onze taak af te wachten, tot men er iets aan doet, of ten hoogste de bevoegde personen te waarschuwen? Of is het eerder onze taak hier onmiddellijk zelf de hand aan de ploeg te slaan? Deze vraag is, vooral in geestelijk opzicht, veel belangrijker, dan u veronderstelt. Het is natuurlijk juist en redelijk te stellen, dat in geval van brand de brandweer moet komen. Maar wanneer je die brandweer eenmaal gewaarschuwd hebt, is het toch wel bovenal tijd zelf eerst de handen uit de mouwen te steken en zoveel mogelijk te blussen, of te redden, als maar mogelijk is. Wanneer men volstaat met het waarschuwen van de brandweer, maar verder niets doet, is men in feite aansprakelijk voor alle schade, die door het niet ingrijpen is ontstaan. Deze aansprakelijkheid wordt innerlijk wel degelijk beseft. Men voelt wel degelijk, dat men te kort schiet en men weet, dat men een fout maakt. Men reageert dit dan af door bv. elders eigen fouten te herhalen, te intensifiëren, anderen, die soortgelijke fouten niet maken, aan te vallen, of wel zich radeloos voor te doen en eerst tot werkelijk berouw en wil tot handelen te komen, wanneer er geen mogelijkheid meer bestaat de eenmaal begane fout ook maar ten dele goed te maken. Waarna men op dezelfde wijze als voorheen verder pleegt te gaan.

De vraag, die hier uit voortkomt luidt: is dit dan vanuit geestelijk standpunt gezien nog een aanvaardbare wereld? Om tot een geheel juist en definitief antwoord op deze vraag te komen, zou men op alle genoemde punten en vele anderen, ver moeten doorgaan. Ik voor mij ben geneigd om te stellen, dat een wereld, die zo blijft handelen, slechts een snelle en verterende ondergang waardig is. Ik meen dit uit het diepst van mijn wezen. Want wanneer de mensheid niet open staat voor geestelijke waarden, wanneer zij de moed, de lust niet meer bezit zich ook maar af te vragen, wat waar is, wat innerlijk juist is, wanneer de mens niet kan stellen, dat hij een begrip heeft van moraal en ethiek, waaraan hij zich ten koste van alles zal houden, zolang hij van de daarin genoemde waarden overtuigd is, heeft zijn leven geen werkelijke betekenis meer en is zijn wereld slechts een plaats, die hem verder van zijn God en de werkelijkheid verwijdert.

Indien de mens stelt: Theoretisch is dit alles wel juist, maar wij leven in de praktijk, dan verloochent hij daarmee het totaal van zijn geestelijke bewustwording. Hij verwerpt hiermee tevens alles, wat hem boven het dier kan verheffen. In plaats van innerlijk bewust te worden door het leven, in de plaats van een winnen van innerlijk weten en innerlijke kracht, neemt hij het duister en het schuldbewustzijn op zich. Hij komt tot een absolute ontkenning van alles wat innerlijk werkelijk waardevol is, of kan zijn, om uiterlijke en tijdelijke condities te kunnen ontgaan. Voor de mens zelf betekent dit, dat een geestelijk niet direct aangename toekomst wordt geschapen. Naarmate het begrip omtrent de fouten, die worden gemaakt groter is, zal de toekomst geestelijk duisterder en onaangenamer worden. Verder volgt hieruit, dat de mens, die een groot deel van zijn fouten wel degelijk aanvoelt en beseft, doch deze niet wil erkennen, een grote reeks van eveneens onjuiste en disharmonische gedachten zal uitstralen. Hij vormt zo een gedachtesfeer rond zich, die uit misleidingen en bedrog bestaat. Een invloed, waardoor anderen beroerd worden. Daardoor zullen de reacties van anderen op een dergelijke mens eveneens irreëel en vaak haast demonisch zijn.

De werking van de gedachte-uitstralingen gaat verder. Daardoor vormt men in de astrale wereld schrikvormen en schijngestalten, die het eigen wezen van de mens weer gaan beïnvloeden en hem op den duur geheel kunnen gaan beheersen. De mens, die tegen beter weten in handelt, volgens wat hij noemt de normen van de realiteit, zo zijn beter weten verloochenend en normen aanvaardende, die in de kosmos niet reëel zijn, maar voortkomen uit de te egoïstische wijze, waarop de mens de wereld beziet, schept voor zich heersers, die zijn vrijheid steeds meer beperken. Deze heersers, uit eigen denken en eigen waan ontstaan, zullen de mens op den duur elke mogelijkheid ontnemen om ongedaan te maken, of te herstellen, wat hij verkeerd heeft gedaan. Misschien zouden wij ook dit alles nog terzijde kunnen laten. Maar tracht u de toestand zo voor te stellen: Wij hebben te maken met een gemiddelde psychische afwijking van de mens ten opzichte van de aanvaardbare geestelijke normen. Deze afwijking ligt in neerwaartse richting. Wij hebben hierbij niet te maken met de mens zelf, maar tevens met de hierdoor ontstane gedachtesfeer, die een doelmatige afscherming vormt tegen alles, wat hoger en Lichtender is. Het betekent, dat de mens door zijn vooroordelen enz. de wereld steeds kleiner en beperkter maakt. Dat hij zijn mogelijkheden verloochent en zijn werkelijke persoonlijkheid niet ontwikkelt.

Laat ons eerst eens zien, of de ontwikkelingen van de moderne mens nog andere aspecten bieden. Want het voorgaande klinkt nogal hopeloos. Wij zien, dat de moderne mens, juist door de grote psychische spanningen en stoffelijke moeilijkheden, die hij ondergaat, in vele gevallen in staat is psychische gaven te ontwikkelen. Deze ontwikkeling van latente mogelijkheden in de mens speelt zich ongeveer als volgt af: Allereerst komt hij tot een wereldbeeld, waarin de maatstaven van goed en kwaad, zover hij die voor zich toepasselijk acht, evenals zijn maatstaven van recht en redelijkheid verward zijn. Dit is logisch, want deze mens tracht zich immers opnieuw te oriënteren. Tijdens een innerlijke heroriëntatie zal men de oude maatstaven niet meer kunnen gebruiken. Het gevolg is, dat men gaat handelen volgens de ingevingen van het ogenblik. Volgens de ogenblikkelijke behoeften en inspiraties tijdens deze toestand van verwardheid zal zich, aan de hand van de zo opgedrongen ervaringen, binnen de mens een zeer definitief en blijvend beeld gaan vormen omtrent alles, wat aanvaardbaar en bruikbaar is tijdens het menselijke leven. Dit begrip is reeds bij meer mensen ontwikkeld, dan men zou menen. Wel ontbreekt bij de meesten nog de neiging het zo innerlijk ervarene om te zetten in de praktijk.

Stel nu, dat een mens, die zich opnieuw heeft georiënteerd en daardoor ook anders gaat leven, geen afscherming van gedachten meer rond zich vormt en daardoor geheel ontvankelijk wordt voor het hogere. De receptiviteit neemt aanmerkelijk toe. De geest is dan niet meer zonder meer gebonden aan menselijke beelden, waarderingen, stellingen, of voorstellingen, bv. van ten overstaan van afstand, ruimte en tijd. De geest komt dan geheel vrij van de zogenaamde realistische normen van de mensenwereld. Zij kan daardoor gaan waarnemen met al haar vermogens, ook in de tijd; zij kan zonder lichamelijke verplaatsing haar waarnemingsvermogens verplaatsen in de ruimte. Verder kan deze geest contacten opnemen in de sferen. Het vermogen tot uittreding op meer bewuste basis is een typisch verschijnsel van de omschreven ontwikkelingen. Wat de meeste mensen zich overigens niet plegen te realiseren: Uittredingen zijn ook voor het leven in de stof een werkelijke levensbehoefte. Wanneer u het een mens ongeveer een maand lang onmogelijk maakt om te dromen – zo noemt men alle processen tijdens de slaap, ofschoon daarbij wel degelijk uittredingen begrepen zijn – blijkt zijn eetlust onmatig toe te nemen. In het lichaam wordt in verhouding tot de normale toestand meer van verschillende zouten opgenomen. De mede uit bepaalde voedingsmiddelen opgebouwde cellen – een soort suikermolecule – detoriëren hier en daar. Ondanks het feit, dat verder voldoende rust genoten kan worden, vertoont het slachtoffer een steeds toenemende oververmoeidheid, terwijl lichamelijke degeneratieverschijnselen optreden. Er is bij een verdere voortzetting van het experiment een versnelde veroudering te verwachten, waarbij verschijnselen en slijtages in ongeveer één tiende van de normale tijd optreden. Alleen dus, omdat men niet kan dromen.

De achtergrond van dit verschijnsel is gelegen in het feit, dat de menselijke geest, die tenminste eens per nacht een kort ogenblik uit het lichaam pleegt te treden, tijdens die uittreding voor zich bepaalde geestelijke krachten opdoet. Hierdoor ontstaat een aanvulling van tekorten op geestelijk niveau, die vergeleken kan worden met het nemen van voedsel in de stof. Onder meer het levenslichaam en de astrale delen van de mens worden hierdoor vanuit hun eigen sfeer aanmerkelijk versterkt, terwijl de hogere voertuigen een kracht absorberen, die men het Goddelijke Licht pleegt te noemen, maar die in deze vorm de directe levensvibratie is. Daardoor kunnen ook de hogere voertuigen, vooral wanneer zij ontwaakt zijn, grotere krachten verwerven. Dit verwerven van krachten gedurende de uittreding is, evenals het feit, dat tijdens die toestand soms arbeid wordt verricht en dus kracht verbruikt, een onloochenbaar feit.

Indien u dit niet aanvaardbaar lijkt, zult u als de wetenschapsmensen moeten stellen, dat de behoefte gelegen is in de droom en het afreageren van problemen enz., dat tijdens de droom mogelijk is. Indien u zich realiseert, dat een afreageren wel een ontspanning, maar niet een feitelijke toename van krachten ten gevolge kan hebben, zult u misschien ook mijn verklaring in overweging willen nemen en stellen: Uittreding is in het menselijke leven een zeer belangrijke factor. De mens, die zich niet meer tegen de werkelijkheid afschermt door eigen gedachten en waanbeelden, zal uit de omringende sferen per voertuig meer krachten kunnen verwerven. Uit de grote levensvibratie zelf, de Goddelijke kracht, zal hij verder steeds meer mogelijkheden en zelfs bruikbare vermogens krijgen, die ook tijdens de waakperioden in elk van de voertuigen verder ontwikkeld kunnen worden. Mensen, die z.g. veel dromen – meer dan de gemiddelde vijf dromen per slaapperiode met gezamenlijke duur van rond 35 – 40 minuten, en komen tot een totale droomperiode van zeg maar meer dan één uur – blijken veelal aanleg te hebben voor bepaalde vormen van kunst, maar daarnaast vaak een zekere genialiteit te ontwikkelen, die zelfs op bv. mechanisch terrein naar voor kan komen.

Verder blijken dergelijke mensen, mits zij harmonisch zijn, een ongewoon groot aanpassingsvermogen te bezitten. Dit laatste is alleen een stelling van mij. Door onderzoekingen, zowel in de USA als in Rusland, Frankrijk en Brazilië hebben wetenschapsmensen een soortgelijke stelling op wetenschappelijke basis ontdekt en verkondigd. Slechts wat door mij werd gezegd over de geest en haar uittredingen uit de stof wordt daar niet erkend. De moderne mens is, krachtens de wereld, waarin hij leeft en de kosmische invloeden, die hem daarin beroeren, in staat veel meer krachten op te doen dan voor zijn voorouders maar mogelijk was. Hij kan ook gemakkelijker een geloof ontberen, dat in de plaats komt voor geborgenheid in het gezin. Ik bedoel hierbij de godsdiensten, waarin God de patriarch wordt, de grote Beschermer, terwijl vaak een matriarchale figuur, een grote moeder, daarnaast wordt gesteld. De God van de moderne mens kan een meer onmiddellijke beleving worden. De mens van heden kan abstracter denken en zo ook bepaalde geestelijke waarden beter verwerken. Waaruit voortvloeit, dat de moderne mens de gave kan bezitten om, ongeacht de stoffelijke moeilijkheden die optreden, zijn levenskrachten, vermogens, levensvreugde enz. te verveelvoudigen. Zelfs kan worden gesteld, dat de mens, die ook tegen geldende normen, of geldend gezag in, alleen volgens zijn innerlijk als juist gevoelde regels leeft, daaruit alleen reeds alle noodzakelijke gaven, krachten en vermogens verwerven zal om dit door te voeren en van deze persoonlijke Godsbeleving een succes te maken.

Hierdoor vinden wij op de achtergrond van de ontwikkelingen in deze dagen weer enkele belangrijke punten:

  1. De mogelijkheid om te ontkomen aan de door mij in het eerste deel van mijn betoog geciteerde afwijkingen, dwaasheden enz. van de huidige maatschappij.
  2. De ontwikkelingsmogelijkheden op geestelijk terrein liggen voor de moderne mens zo ver boven alles, wat de laatste eeuwen bereikbaar was, dat tijdens een kritieke periode als bv. de dagen tussen 3 en 7 februari, alle inzichten en krachten verworven kunnen worden, om onmiddellijk te reageren en het beste te bereiken.
  3. Ethiek en moraal zijn, zoals wij reeds constateerden, leugens, die of wel ter wille van hun schoonheid, dan wel om de schone schijn aanvaard kunnen worden tot de omstandigheden het voordeliger, of meer geraadzaam maken deze waarden tijdelijk te vergeten.

Ethiek en moraal zijn, mits in de juiste zin aangevoeld en beleefd, een onmiddellijke uitdrukking van de Goddelijke wetten in en door de mens, een uiting van eigen harmonie met het hogere.

De ontwikkelingen van de moderne mens zullen in de richting van een nieuwe, wat gewijzigde moraal voeren, waarbij een ethiek op Goddelijke en niet op menselijke waarden gebaseerd, de bindende factor met de wereld kan worden. Deze punten wettigen weer de conclusie, dat juist de mens van heden, vanuit alle verwarringen, die hem op het ogenblik eigen zijn, toch de mogelijkheid bezit te komen tot een juiste ethiek en moraal, die blijvend en onveranderlijk zijn, omdat zij eigen streven en contact met het hogere geheel dekken.

Na deze hoopgevende vaststellingen, een laatste punt: Op de achtergrond van uw aller denken – bewust of onbewust, toegegeven of niet – ligt de komende wereldondergang. Sommigen drukken dit niet uit als een algehele ondergang van de wereld, maar spreken eerder van de “Untergang des Abendlandes”. Of u dit nu toegeeft of niet, in feite wacht u allen op het ineenstorten van uw maatschappij. Of u het nu wilt toegeven of niet, u verwacht elk ogenblik, dat de grote slag zal vallen. U verwacht: “Wereldoorlog nummer 3”, de “Wederkomst van de Zoon des Mensen”, “Het Laatste Oordeel”, “Armageddon”! De verwachting van ondergang is steeds weer aanwezig. Zij is tevens de verklaring voor menige afwijking van de goede normen in de mens van heden. Door zijn angst voor alles wat komen gaat, wordt hij genoopt meer dan vroeger alleen zijn genoegen te zoeken, alleen eigen voordeel te zoeken, meer dan vroeger het geval was. Het is zijn angst voor ondergang, voor een teniet gaan van zijn wereld, of alles, wat hem die wereld waardevol doet achten, wat hem er toe brengt steeds meer gehaast te leven en zoveel mogelijk ervaringen opeen te stapelen, zonder zich deze stuk voor stuk geheel te realiseren.

Deze haast, plus de angst voor ondergang, zijn bovendien aansprakelijk voor een vaak geziene onverschilligheid en oppervlakkigheid. Men denkt niet meer aan werkelijk opbouwen. Men denkt eerder aan een behouden van alles, wat men reeds verwierf, opdat het voor het Ik waardevolle niet ten onder zou gaan, voor dit helemaal onvermijdelijk is. Een je werkelijk geheel geven aan een bepaalde taak, maar dan ook van ganser harte en zonder protesten, komt in deze dagen nog slechts zelden voor. Ook dit is het gevolg van de ondergangspsychose die de wereld in haar ban heeft. Wanneer wij deze dingen constateren, mogen wij hieruit de gevolgtrekking maken, dat de stilstand op materieel, economisch, politiek en geestelijk terrein, vooral te wijten is aan een geheel verkeerd interpreteren van de bestaande mogelijkheden.

  • U stelt, dat er krachten en omstandigheden zijn, die aan de geestelijke ontwikkeling van de mens paal en perk stellen. Kunnen wij daaraan ontkomen? Hoe?

Inderdaad kan men daaraan ontkomen. Ik heb deze invloeden al genoemd. Om te ontkomen aan dit alles, zou de mens in zeker opzicht tot berserker moeten worden. Hij dient alle gevaren en werkingen, die binnen het kader van de huidige maatschappij liggen en voor zijn leven en werken belangrijk lijken, geheel terzijde leren stellen, of door onthechting komen tot een geheel vrij worden van alle menselijke opzichten en menselijke beperkingen. Alleen door de huidige, vaak materialistische beschouwingen, die hun invloed ook op geestelijk gebied steeds doen doorwerken geheel terzijde te stellen, kan men vrij worden in de geest. U zult beseffen, dat dit op aarde reeds nu voorkomt en altijd mogelijk is geweest. Er zijn betrekkelijk grote aantallen mensen, die ten dele, of misschien zelfs geheel, bewust op het aanvaarden van deze geheel nieuwe instelling zich hebben voorbereid. Zij zijn de kernen, waar omheen zich bij de vernieuwing de groepen gaan vormen. Zij zijn, vergeleken bij het totaal van de mensheid, een zeer kleine minderheid. De doorsnee mens in deze dagen zou zijn vele gaven en kwaliteiten kunnen ontplooien, indien hij deze niet zelf zou onderdrukken door zich steeds weer te binden aan de maatschappij, waarin hij leeft en de daarin gangbare opvattingen. Het antwoord op het belangrijkste deel van uw vraag is dan ook zeer eenvoudig, maar moeilijk uitvoerbaar: Onttrek u aan alle beperkingen, die de maatschappij u oplegt, ongeacht de daarmee verbonden consequenties. Leef in volledige overeenstemming met hetgeen u in uzelf als Lichtend en sterk ervaart. Zoek steeds weer naar harmonie met het hogere en druk deze harmonie, zo zij ervaren wordt, ook uit in de stof. Dan is elke beperking in feite reeds weggevallen en zal het omschreven proces van ontwaken plaats vinden. Ik vrees, dat voor de doorsnee mens hier geen sprake kan zijn van het doorschrijden van een poort, of het openen van een deur, doch dat eerst door de bulldozer van de revolutie de stenen muur van menselijk onverstand en verkeerd begrip en redelijkheid omver geworpen zal dienen te worden. Vandaar, dat ik een wat meer gewelddadige omwenteling op dit gebied haast onvermijdelijk acht. Ik ben er overigens van overtuigd, dat de doorsnee mens dit ook beseft of aanvoelt, zodat juist dit een van de oorzaken van de alles doordringende angst is.

  • Betekent dit, dat het altruïsme gaat overheersen?

Uiteindelijk wel. Het betekent tevens, dat dit altruïsme eerst geboren wordt uit een overweldigende hoeveelheid egoïsme, zodat in de eerste tijden geen overwinning van het altruïsme direct kan worden verwacht. Wel kan direct en openbaar door hen, die wat rijper en daardoor meer op het komende voorbereid zijn, een kentering of belangrijke verandering in eigen leven worden verwacht. Dit omvat een verandering van leefwijze, van eigen inzichten en mogelijkerwijze zelfs het opeens en haast onverklaarbaar verwerven van bepaalde geestelijke krachten.

Esoterie.

In het eerste deel van deze bijeenkomst hoorde u veel over komende werkingen, die hoofdzakelijk vanuit een meer praktisch standpunt bezien werden. Natuurlijk zullen dergelijke veranderingen en gebeurtenissen ook de innerlijke mens beroeren. Alles, wat buiten het ik geschiedt, werkt ook door op het innerlijke leven. Daaraan kan men nu eenmaal niet ontkomen. Omgekeerd zal alles, wat men innerlijk beleeft, ook in eigen houding en werken naar buiten toe, tot uiting komen, en zo een zekere invloed op de wereld hebben.

Deze avond zou ik de innerlijke betekenis van de dingen en alles wat daarmee in verband staat, met u nog nader willen beschouwen. Daarbij gaan wij van een zeer oude stelling uit, daar deze vele dingen voor ons duidelijk kan maken: “Wij geloven in één God, die alles geschapen heeft.

Deze God is volmaakt, zodat voor Hem ook Zijn Schepping, Zijn uiting volmaakt is.” Dit geldt tenminste voor al zijn schepselen. Hoe het voor God Zelf is, weten wij niet. Evenmin weten wij, of er een mogelijkheid tot vergelijking bestaat voor God. Voor ons houdt dit in, dat alles volledig is, dat al het voor ons voorstelbare, ergens binnen het Al werkelijk bestaat, ook al is het voor ons niet werkelijk. Gezien vanuit het Goddelijke zal ons leven dan ook niet bepaald kunnen worden door de brokstukken van bestaan, die wij kennen als het leven op aarde, of het vertoeven in een sfeer. Het leven zal voor God steeds een continuïteit zijn, dat geen onderbrekingen of hiaten kent.

Wanneer ik dit stel, vraagt u zich waarschijnlijk af, wat dit met het gestelde onderwerp te maken heeft. Wanneer wij innerlijk – misschien door uiterlijke werkingen daarbij beïnvloed – komen tot het zoeken naar de bron van ons eigen bestaan, zullen wij niet alleen op een ogenblik iets meer omtrent onszelf leren kennen, of enkel iets over God en de krachten, die in God bestaan. Wij zullen wel degelijk een ander begrip verkrijgen omtrent onze betekenis in de wereld. Een esotericus wil zichzelf kennen. Daarnaast wil hij graag weten, wat hij eigenlijk voor de wereld betekent. Want de esotericus beseft heel goed, dat hij uiteindelijk ook deel is van iets groters, bv. de mensheid. En deze is, als geheel, weer deel van de Schepping, de kosmos. Zo zoekt hij de juiste betekenis van het ik tot de wereld evenzeer te leren kennen als zijn eigen wezen.

Wanneer je door vele beproevingen en spanningen gaat, zal een ieder, die innerlijk bewust tracht te leven, er niet aan kunnen ontkomen daaruit ook lessen te trekken omtrent eigen wezen. Men wordt eerlijker tegen zichzelf en leert zichzelf toe te geven, waar bepaalde fouten en feiten schuilen, evengoed als men leert inzien, waarvoor het ik op het ogenblik de grootste en beste mogelijkheden bestaan. De mogelijkheid, die een mens heeft, wordt nimmer bepaald door zijn negatieve eigenschappen, maar door zijn positieve mogelijkheden, zoals innerlijke bereiking en de erkenning van het Goddelijke uiteindelijk niet afhankelijk zijn van het in de mens levende begrip van zonde, schuld, van wat men verkeerd doet. Men is in zijn bewustwording alleen afhankelijk van alles, wat men goed doet.

Niet disharmonie, maar alleen harmonie kan de innerlijke groei bepalen. Alles, wat harmonisch is, zal daarom ook de innerlijke groei bevorderen. Wanneer die harmonie, ook al is dit maar op één enkel punt, werkelijk wordt bereikt, zal het Goddelijke en de Goddelijke waarheid op dit punt binnen het ik beseft worden. Deze Goddelijke waarheid is een werkelijkheid, waarin de tijd is uitgeschakeld. Daarin ben je één geheel en je omvat alle tijden, daarbij alles inbegrepen, wat je ooit geweest bent, of ooit nog zult worden.

U ziet, dat een omwenteling van waarden, zoals die heden besproken werd, voor de esotericus een uitermate grote betekenis kan hebben, omdat zij de mens kan brengen tot een innerlijk sterk beleven van juist die punten, waarin het ik harmonisch kan zijn met het Goddelijke. In het ik groeit de verhouding met het hogere in dergelijke tijden. Stel u dit niet voor als een weten. In wetenschappelijke, of zelfs maar redelijke termen zijn deze dingen moeilijk te omschrijven. Voor een groot gedeelte bevatten zij gevoelswaarden, daarnaast belevingen, die alleen besproken kunnen worden en geuit kunnen worden wanneer men deze zelf heeft ondergaan en anderen, die een soortgelijk beleven kenden, tegenover zich weet.

Het contact met God betekent het verwerven van alle krachten, alle gaven en mogelijkheden, die vanuit dit ene punt binnen eigen wezen gerealiseerd worden. Dus, niet alleen alles, wat in de mens van heden in harmonie met het Goddelijke is, wordt gewekt, maar ook alles, wat misschien uit een ver verleden stamt, of zich volgens het menselijke denken nog zal moeten ontwikkelen.

De gelijke persoonlijkheid, ook het niet gekende, zal – mits harmonisch en daardoor aaneengesloten tot een geestelijk ervaarbaar geheel – in elke willekeurige harmonische bereiking geheel kunnen worden uitgedrukt. Zo wordt de zelfkennis door deze omstandigheden opgevoerd tot een weten omtrent de bepaalde functie en betekenis, die je hebt voor het gehele Al. Dit is een persoonlijke waarheid, die waar was in den beginne, en waar blijft tot het einde van de kenbare Schepping.

Er zijn in het ik natuurlijk ook dan nog vele gebieden, die terra incognita blijven, een onbekende wereld. Deze aspecten van het ik zullen wij dan voorlopig moeten laten rusten. Je kunt niet verwachten, dat je een algehele innerlijke bewustwording in één enkel moment door kunt maken en dan jezelf geheel en volledig kennen en beseffen. Voor ons is overigens dit laatste nog niet zo heel erg belangrijk. Want wie op één punt contact voelt en doorleeft, bezit deze harmonie als een punt van uitgang op elk ogenblik van het leven. Daardoor kan men op elk gewenst ogenblik van daaruit in niet gekende nevengebieden van het ik doordringen en zijn weten omtrent deze delen verder ontwikkelen.

Nu is het wezen van de mens binnen de Goddelijke volmaaktheid en vanuit het Goddelijk standpunt beschouwd, volmaakt evenwichtig. Het is één afgerond geheel, dat in zich misschien niet het volle Al weerkaatst – het is maar een deel van de Schepping – maar als het deel, wat het is, dan ook geheel evenwichtig en perfect blijkt te zijn. Evenwichtigheid is een deel van het werkelijke wezen van de mens. Wanneer wij op één punt het werkelijke contact met het Goddelijke vinden, ontwikkelt zich het verdere leven, onverschillig waar en hoe dit zich afspeelt, op harmonische wijze en zullen wij, door de nadruk te leggen op het in ons bereikte, voor ons ook op alle andere gebieden een dergelijke evenwichtigheid en harmonie zien ontstaan.

Het beginpunt van een dergelijke ontwikkeling ligt voor menigeen, die nu op aarde leeft, in de komende dagen. Zo mag wel gezegd worden, dat de eigen bewustwording en het verwerkelijken van menige bestreving in de toekomst eenvoudiger wordt. Misschien dat alles niet geheel verloopt, zoals men zich dit nu voorstelt. In de meeste gevallen eenvoudiger, met minder opzienbarende verschijnselen, maar daarom niet minder volledig. Wel een algeheel contact met God, een algeheel bezitten van alle vermogens, die binnen het ik bestaan, al is het in den beginne ook maar op één enkel gebied. Dit laatste houdt tevens in, dat men alle kracht bezit, die maar op dit gebied tot uiting kan komen. Voor menigeen is dit een ongelofelijke verandering, vergeleken met de nu nog bestaande toestand.

De esotericus werkt natuurlijk niet alleen naar binnen toe, en telt zijn bereikingen niet alleen aan de hand van wat in hem ontstaat, maar eveneens aan de uitingsmogelijkheid, die hij daarvoor vinden kan. Ook op dit gebied geldt hetzelfde. Wanneer ik, misschien door de omstandigheden daartoe genoopt, of als ontknoping van mijn eigen leven, het contact op één enkel punt kan vinden met het Goddelijke Zelf, is er sprake van iets, wat in mij harmonisch is geworden, maar tevens iets, wat ook buiten mij zich openbaart. Krachtens het ene punt in mij, waarin God voor mij geopenbaard is, heb ik een gelijke mogelijkheid tot contact, een even volledig begrip enz. gekregen voor zeer vele punten, zowel op aarde als in de sferen. Elk punt, waarmee ik harmonisch ben, maakt het mij zonder meer mogelijk daarmee tot een bewuste en perfecte samenwerking te komen om tot een volledige openbaring, uiting en begrip te komen.

Er ontstaat aan de hand van het ene innerlijk bereiken een band met vele andere wezens in het Al, een soort groep. Wat meer is: Omdat deze groep door die ene harmonie verbonden is, zal zij in haar streven en haar mogelijkheden de geestelijke en werkelijke waarden van deze bereiking kenbaar op aarde gaan representeren. Dan zullen vele van de andere mensen dat niet kunnen verwerken of begrijpen. Naargelang deze instelling zullen zij roepen: bedrog, of mirakel, waanzin, of onbegrijpelijke diepzinnigheid. Dat geeft toch niets? Wat in je leeft, moet je ook buiten jezelf tot uiting brengen. Dat kan niet anders. Slechts de eerlijke en oprechte uiting van wat in je leeft, maakt deze harmonie, waarvan wij nu spreken, mogelijk. Niet alleen met de mensen, maar ook met je God. Wanneer je een contact met het Goddelijke in jezelf vindt, maar je beleeft dit niet geheel, je uit dit niet, dan ontken je in feite voor jezelf, of een deel van jezelf deze waarde, waardoor je een hernieuwde bereiking, een hernieuwd contact, met het Goddelijke onmogelijk maakt. Wij mogen dus wel stellen, dat zeer velen, die voortdurend bereiken, dit alleen doen, dank zij het feit, dat zij ook naar buiten toe voortdurend aan de erkenning en uiting werken.

Als wij nu God alleen zouden zien als een soort geestelijk mannetje in de maan, dan zou de rest eenvoudig zijn: “Gods wil geschiede”. Maar God is volmaakt. Dat betekent, dat God ook volmaakt rechtvaardig is, volmaakt schoon, volmaakt logisch. Daarom uit God zich voor ons als een hiërarchie. Je kunt stellen, dat alle grote Meesters, waarvan wij soms spreken, zoals de Meesters van Licht, van Kracht, van Wijsheid, de grote heersers als de invloed van Aquarius, of Pisces, eigenlijk delen van God zijn, functies. Onze harmonie zal ons niet alleen met God zelf in contact brengen, maar op weg daarheen ons eveneens en voor eigen weten en gevoelen meer volledig in harmonie brengen met de persoonlijkheden, de hiërarchische figuren, die het deel van de Goddelijke werkelijkheid, waarmee wij in het bijzonder harmonisch zijn, volgens ons begrip regeren. Dit heeft het voordeel, dat men dus niet alleen in harmonie is met een onbegrepen waarde, maar tevens met geldende en kenbare krachten als bv. de heersende krachten van Aquarius. Via deze krachten kan men dan in harmonie zijn met alle Meesters, die op het ogenblik werken; de krachten van Aquarius tot uiting brengen en de werken en leer van de nieuwe tijd voorbereiden. Daarnaast krijgen wij contact met alle harmonische krachten in de natuur en in de mensen, die met een dergelijke werking in direct – al dan niet bewust – contact staan. Je ontwikkelt in jezelf niet alleen een steeds verdergaand begrip, maar tevens een feitelijke aanpassing aan de wereld, waarin je bestaat.

Voor een mens is dit een ongelofelijk grote gave. Om het eenvoudig te stellen: Wie een dergelijke perfectie en harmonie tijdens een leven op aarde bereikt, kan er wel verzekerd van zijn, dat hij nimmer uit noodzaak, tegen zijn wil en zonder een vrijwillig aanvaarde zending, op aarde hoeft terug te keren in menselijke vorm, of te incarneren. En dat is veel gezegd. Dit betekent, dat de mens, die dit bereikt, door de harmonie, die hij bezit, in contact is met alle leven in het Al, onverschillig waar, hoe, of in welke sfeer het bestaat, mits het deel uitmaakt van dezelfde werking, of in contact staat met hetzelfde streven, hetzelfde deel van het Goddelijke. Nu bestaat er in het Al heel wat meer begrip, wijsheid, kunde en mogelijkheden, dan op aarde denkbaar is. Stel nu, dat, tijdens het eerste hoogtepunt in de werkingen van Aquarius, een mens het innerlijke contact met zijn God vindt, dat hij voor het eerst althans één enkel aspect van eigen persoonlijkheid eerlijk en oprecht ziet, beseft en aanvaardt. Of stel, een andere mogelijkheid, dat een mens reeds voordien een dergelijk punt van innerlijke ontwikkeling heeft bereikt en dus eveneens tijdens het hoogtepunt een hernieuwd en waarschijnlijk buitengewoon groots contact met een deel van het Goddelijke beleeft. Dan is hier sprake van een zelfopenbaring en gelijktijdig van een zelfuiting. Alle krachten, alle innerlijk weten, alle levenservaringen van misschien ongetelde eeuwen worden op dit ene ogenblik geheel ter beschikking van de mens gesteld. Al, wat in het leven zinloos leek, wordt opeens in zijn juiste verband gezien. De harmonie, die ook met de tijd bestaat, maakt dit mogelijk. Dan weten wij, waarom wij dingen hebben gedaan, waarom wij zus of zo zijn; waarom dit of dat wel dan niet mogelijk bleek voor ons. Wanneer wij dit weten, kunnen wij voor onze wereld tot Lichtdragers worden.

Nu heeft een Lichtdrager – Lucifer – een zeer slechte naam gekregen bij de Christenheid. Want hij, die het Licht draagt, meent soms zelf het Licht te zijn. Dit gevaar bestaat in de komende periode voor allen, die het Licht op aarde mogen uitdragen. Want wanneer je innerlijk zo sterk je verbonden gevoelt met God, kan het voorkomen, dat je meent onmiddellijk deel van God te zijn, in feite God zelf, zodat je vergeet, dat je slechts een zeer gedeeltelijke harmonie kent met God en het Al, dat er vele gebieden zijn, waarop die harmonie voor jou nog niet bestaat, waarop je nog onvolmaakt bent, jezelf niet kent en geen machten of vermogens bezit. Gebeurt dit, dan zal men in eigen bekrompenheid en  beslotenheid zich ook gaan verzetten tegen de heersende krachten.

Wie zich verzet tegen de krachten van Aquarius, kan – gezien de aspecten die Aquarius beheersen – nimmer door de werking van Aquarius zijn God bereiken. De band met het Goddelijke valt voor een ieder, die onder Aquarius invloed leeft, op dat ogenblik reeds weg, waardoor geen beïnvloeding van de buitenwereld op hoger of geestelijk vlak meer mogelijk is.

Wie de heersende kracht kan aanvaarden, daarmee harmonisch zijn en het Goddelijke in zich kan erkennen, zonder zich God te wanen, kan een Lichtdrager zijn in de goede zin van het woord en grote betekenis krijgen voor geheel de wereld rond hem. Dan ben je een invloed ten goede voor al, wat in je begrip bestaat en voor al, waarmee je een harmonie bereikt hebt.

image_pdf