Ontwikkelingen op de grote weg

image_pdf

10 december 1961

Ik zou deze maal met u willen spreken over verschillende ontwikkelingen, die wij op de grote weg (op het innerlijk pad) kunnen ontmoeten.

Het is natuurlijk zeer interessant om esoterisch te zijn, esoterisch te denken; maar wij stuiten altijd weer op bepaalde raadselen en geheimen, die ook in het eigen wezen van de mens verborgen liggen. Het is vaak zeer moeilijk een oplossing daarvoor te vinden en bovenal is het zeer moeizaam werk om zonder enige leiding en enige hulp zich door deze – ik zou haast zeggen – geestelijke rijstebrij heen te worstelen.

Het is duidelijk dat alle esoterie een toenemend aantal vragen moet doen rijzen. Wij kunnen niet leven zonder een vraag, zonder een zoeken naar kennis. Misschien is het in dit verband aardig te wijzen op het komende kerstfeest, dat een feest van licht moet zijn. Want ook wij zoeken innerlijk licht. Maar bij dit zoeken worden wij belemmerd door onze vragen en bovenal door onze wijze van beschouwen. Want wij willen vaak bepaalde waarheden niet zien, omdat ze eenvoudig niet passen in onze concepten van wereld, van samenleving, van goed en kwaad.

Omdat wij nu spreken over een feest des lichts, zou ik u een vreemde vraag willen stellen: Weet u, wie de Vorst des Lichts is? (Lucifer) en Lucifer heeft, zoals u bekend is, de rol van de Satan en van de demon op zich moeten nemen.

Nu is het niet aan mij om kritiek uit te oefenen op een bepaald religieus systeem, waarbij men nu eenmaal aan de Vorst der Duisternis de niet zeer consequente naam Lucifer heeft toegekend. Toch rijst in mij de vraag of deze betiteling “Vorst der Duisternis” juist is. Want …. zolang de mens wandelt met god en geen kennis heeft van goed en kwaad, is hij in het paradijs, en dat is goed. Maar is hij dan mens? Kan een mens bestaan zonder een zelfstandig oordeel? Kan een mens bestaan zonder een vraag in zich, zonder een wil tot bereiking? Alleen maar bestaan is niets waard. En dan is de gave van kennis, die de slang brengt, dus aan één kant weer een zeer kostbare: en wij zouden met evenveel recht Lucifer als lichtdrager, lichtbrenger kunnen vereren als al de vele andere goden en godheden, die de mens in de loop der tijden als brengers van het licht heeft geroemd.

Ik weet het wel, in de Bijbel is er een conflict tussen God en Lucifer. Maar daarvoor is die God dan ook een zeer beperkte en eigenaardige. Ik kan mij een conflict voorstellen tussen twee engelen, tussen de heersers van twee planeten of zelfs van twee sterrenwerelden. Maar ik kan mij geen strijd voorstellen tussen de scheppende Alkracht zelf en één van Zijn schepselen. Dat is absurd. Het kan alleen plaatsvinden, wanneer wij komen tot een aanvaarden van het planmatige. De mens moest de val in het paradijs doormaken, omdat hij alleen zo waarlijk mens kon worden. En hij moet in deze mensheid veel doormaken, omdat hij alleen zo tot een waarlijk bewust wezen kan groeien.

Nu zult u zich afvragen, wat dit te maken heeft met die kwestie van vragen in het ik. Maar is niet onze grootste hinderpaal steeds weer, dat wij een vraag stellen, omdat wij daarop een bepaald antwoord willen hebben? Dat wij de dingen in onszelf zowel als buiten onszelf opmerken, omdat zij datgene bevestigen, wat wij bevestigd willen zien?

Wie begint het innerlijk pad te gaan, wordt met heel veel vaak vreemde problemen geconfronteerd. Hij vraagt zich af: Wat is goed? Wat is kwaad? Hoe kan ik omtrent mijzelf weten of ik ben zoals ik mijzelf zie? Etc. De twijfel overheerst bij degenen, die eerlijk zijn. Degenen, die al spoedig menen meer te zijn dan een ander, laten zich al zeer snel meeslepen door het gevoel van meerwaardigheid en nemen hun eigen stellingen a-priori als volwaardige waarheid en weigeren zelfs naar enige andere stelling te bezien.

Men kan natuurlijk zeggen, dat we bang zijn, dat bepaalde delen van ons leven of bepaalde waarden van ons bestaan niet passen in de werkelijkheid. Het is mogelijk, maar is het niet veel belangrijker, dat wij leren onszelf de juiste vraag te stellen? En het criterium van de juiste vraag is allereerst: Is deze vraag juist gesteld?

Wanneer ik vraag: Wie of wat is God?, dan vraag ik iets, dat zo niet gesteld kan en mag worden. Want ik vraag iets, terwijl ik mij niet eens bewust ben van of bekend met God. God is iets niet verstandelijks. Op het ogenblik dat ik vraag naar een definitie van Zijn wezen, vraag ik dus naar een verstandelijke omschrijving van iets, wat niet verstandelijk is. Ik vraag aan een blinde om mij de kleur van een bloem te beschrijven, waarvan hij misschien eens de geur heeft waargenomen. Dat is dwaas.

In de tweede plaats: Wanneer ik mijn vraag eenmaal getest heb en ik weet dat die vraag dus geformuleerd is op een aanvaardbare wijze, dan moet ik mijzelf afvragen welk antwoord kan ik buiten mij daarop vinden? Hoe wordt buiten mij de juistheid of de niet-juistheid van de vraag bevestigd? Want ik moet weten of mijn vraag zin heeft. Eerst wanneer ik mij daarvan bewust ben geworden kan ik doorgaan tot een nieuwer begrip. Dan kan ik zeggen: Nu ga ik werken met die vraag; in mijzelf zoeken wat er in mij als antwoord daarop leeft. En meer niet.

Begrijp mij goed. De zaak is deze (ik weet niet wie die gedachte aanvult, maar …). Wanneer wij op een gegeven ogenblik een vraag stellen, dan kunnen wij die vraag nooit absoluut stellen. U kunt uzelf afvragen: wat ben ik of wie ben ik?, maar een volledig antwoord kan daarop niet gegeven worden. Elk volledig antwoord vergt een volledig bewustzijn. Een onvolledig bewustzijn kan dus alleen maar een onvolledig antwoord geven. Dit wetende dienen wij ons met het onvolledig antwoord tevreden te stellen tot het ogenblik komt, dat wij dit antwoord krachtens vergroting van bewustzijn beter en opnieuw mogen en kunnen geven.

Degene, die dat innerlijk pad begin te gaan, vraagt van zichzelf een perfectie, die hij of zij nimmer kan opbrengen, niet tot stand kan brengen. Hij vraagt van zich (en misschien ook van anderen), dat hij zichzelf volledig leert kennen; en hij beseft niet, dat dat onmogelijk is. Hij wil de waarheid weten en begrijpt niet, dat de waarheid duizenden facetten heeft, waarvan er misschien maar één of twee binnen zijn eigen bereik liggen, en dan nog vaak facetten, die schijnbaar strijdig zijn. Hij stelt grote vragen en vindt verwrongen en verdraaide antwoorden.

Nu wil ik graag proberen voorbeelden te geven van dit vraag- en antwoordspel, dat zich in de naar bewustzijn zoekende mens ongetwijfeld afspeelt. Heeft dit of dat zin? Is het belangrijk dat het zin heeft of niet? Kunt u beoordelen of het zin heeft of niet? Dat weet u niet. De vraag is fout. Herstel de vraag. Heeft het zin voor mij? Heeft het zin volgens mij voor anderen?

Nu ga ik dat antwoord geven naar mijn eigen beste weten en dan zeg ik: Voor mij heeft dit weinig zin, maar voor anderen kan het betekenis hebben. Dan is mijn realisatie dus: wat mij betreft behoef ik hier niet direct actief te zijn, zolang ik bv. niet uit naastenliefde en bewustzijn van eenheid mij t.o.v. een ander tot handelen genoopt voel. Zodra ik echter ontdek, dat een ander schade zou lijden, ontstaat deze dwang.

Mijn leven is in antwoord op deze vraag dus eenvoudig te regelen. Ik realiseer mij niet wat iets kosmisch betekent, want dat kan ik niet; maar wat het voor mij betekent en wat het in mijn wereld kan beduiden. Een andere vraag, die eveneens heel graag wordt gesteld: Ben ik dan goed? Of bij de pessimist? Ben ik dan zo slecht?

Wanneer u niet weet wat de kosmische normen zijn, volgens welke goed en kwaad bepaald worden, is het onmogelijk die vraag te beantwoorden. U kunt dus ten hoogste uzelf afvragen: Ben ik volgens mijn eigen denken goed of slecht? en wanneer u dan daarop een eerlijk antwoord geeft, dan moet u zich afvragen: waarom? en dan komen wij vaak weer voor zeer eigenaardige gegevens te staan.

Iemand vindt dat hij kwaad is, dat hij slecht is. Wanneer je nu nagaat waarom hij zich slecht vindt, dan blijkt tenslotte dat dit niet is om al wat hij in zijn leven al dan niet heeft gedaan, maar doodgewoon omdat hij geen succes heeft in het leven. Hij vindt zichzelf slecht, omdat hij meent tekort geschoten te zijn en dat tekortschieten komt dan zeer waarschijnlijk voort uit een opvoeding en een omgeving, waarin succes als een soort godheid werd vereerd. Dat is zuivere psychologie. Maar de mens, die zich dit kan realiseren, weet dus dat hij dan niet slecht is.

Een ander heeft het idee, dat hij erg goed is, volgens eigen weten en denken. En waarom ben ik goed? Als u op die vraag antwoord moet geven, dan zult u misschien beginnen met enkele positieve dingen op te sommen; bv. ik probeer mijn medemensen te helpen. Waarom is dat goed? vraag ik mij onmiddellijk af. Omdat ik besef, dat ertussen die anderen en mij een zeer sterke band bestaat, ook al kan ik de geaardheid daarvan niet omschrijven.

Maar zeer velen komen aandragen met: Ja, ik ben goed, want ik doe niet dit, dat, zus of zo.  M.a.w. ze achten zichzelf goed, omdat zij niet datgene doen wat anderen doen. Denkt u eens aan de Farizeeër en de tollenaar in een van de gelijkenissen.

Een negatieve bepaling van goed kan nimmer aanvaard worden. Alles wat wij goed achten moet positief omschreven worden. Laat u er nimmer toe brengen om al datgene, wat u niet doet, als iets goeds te zien. Het gaat er om wat u wel hebt gedaan. Doen is nimmer (misschien kan ik u daarmee helpen in sommige problemen; ze zullen wel eens voorkomen) doen is nimmer … kwaad! De handeling of de actie wordt alleen tot kwaad, wanneer zij directe consequenties heeft voor anderen of voor onszelf, die volledig in strijd zijn met ons ervaren van God. Maar wanneer ik iets niet doe, wat ik moet doen, dan is dat slecht.

De beginnende esotericus zal dit vaak een gevaarlijke of zelfs verwerpelijke theorie vinden, vooral wanneer daaruit de conclusie wordt getrokken: “Ach mensen, het is niet belangrijk wat je doet.” Leef zo goed je kunt. Maar het is beter een keer te zondigen dan je 1000 x te beroemen op een zonde, die je niet begaan hebt en die je steeds weer in gedachten herbeleeft. Want dat is gevaarlijk.

Misschien kan het voor een dwaas gevaarlijk zijn. Maar wanneer ik uit moet gaan van de menselijke stelregels om mijn innerlijk leven te beoordelen, om mijzelf te leren kennen, dan heb ik nooit de mogelijkheid om waarlijk mijzelf te zien. De wereld der mensen wordt gemaakt door de gedachten en de denkbeelden der mensen. Niet door God, niet door de natuur De ware mens echter is wel deel van God en van de natuur. Wanneer hij dus zichzelf wil definiëren en bepalen aan de hand van menselijke gedachten, die niet in hemzelf leven (de enige uitzondering!), dan maakt hij zichzelf tot een karikatuur. Hij probeert zich in te passen in een reeks van begrippen, die met zijn wezen al dan niet iets gemeen hebben, maar die nimmer eeuwigheidswaarde hebben en in de meeste gevallen een sterke overdrijving of ook wel minachting van de bestaande werkelijkheid inhouden. Dus maak u nooit over die schuldvragen zo druk. Vraag u af waar u positief bent.

Dit kan eenzijdig klinken; per slot van rekening zegt men: wanneer er een God is, dan moeten wij niet zeggen: “God is er en de duivel kan wat ons betreft ergens anders naar toegaan. Dan moeten we weten dat het boze er is, dat hij rond ons gaat als een briesende leeuw en alles wat er bij hoort.”

Als je hoort wat die goede duivel allemaal krijgt voorgeworpen, dan krijg je de idee, dat de mens ronddoolt in een geestelijk Artis, waarin alle hekken zijn weggevallen. Maar hij is mens, wanneer hij leeft met God, dan zal iets duisters – zo het bestaat – hem niets kunnen doen. Slechts zij, die zondigen, behoeven bang te zijn voor de krachten, die de zonde bevorderen. En zondigen doe je alleen, wanneer je volgens je eigen weten en bewustzijn t.o.v. jezelf en ook van anderen schuld op je laadt. Nooit anders.

Begrijpt u wat ik bedoel? Dit is eenzijdig, ja; omdat wij een doel hebben, dat uit zijn aard eenzijdig is. De mens, die in de materie streeft, denkt de materie te kennen. Hij moet Ieren de geest (d.w.z. zichzelf en zijn verhouding tot de kosmos) te leren kennen. Of hij die wereld nu wel of niet juist kent is minder belangrijk, wanneer hij zijn doel ermee bereikt.

Ik hoop dat het voorbeeld niet erg overdreven of onaangenaam wordt gevonden, maar wanneer een jarretelle springt, maakt het dan voor de buitenwereld veel uit, of men dat vervangt met een elastiek, het oplost met een muntstuk of op een andere wijze? Neen, nietwaar? Wanneer de oplossing maar beantwoordt aan zijn doel.

Nu hoor ik weer onmiddellijk iemand denken: O, dat is niet esoterisch, want het doel heiligt de middelen niet. Volkomen waar. Maar vergeet één ding niet: Wij behoeven de middelen niet ‘heilig’ te achten, omdat zij het doel dienen. Maar als de middelen het doel dienen, dan is het dwaas om hen te verachten. Zoek steeds de meest juiste, de meest passende oplossing; en vraag u niet af, of dit of dat middel door de mens als het correcte wordt beschouwd, doch vraag u alleen af, of volgens uw eigen bewustzijn een bepaald middel zo snel mogelijk tot het doel voert.

Hier hebben wij dan een grote denkmoeilijkheid waarschijnlijk overwonnen, wanneer wij dat tenminste leren. Want ik moet mijzelf kennen. De esoterie vraagt zelfkennis.

Ik heb u zo-even duidelijk gemaakt, dat die zelfkennis uit de aard der zaak beperkt en ten dele onjuist zal blijven. Wanneer ik echter begin te handelen in positieve zin, dan zal mijn zelfkennis zich vanzelf uitbreiden. Waanneer ik buiten mij voortdurend werk of onderricht volg, dan staat – mits ik dit ernstig doe – in mij deze kennis verder vast. Zij is een verrijking van mijn persoonlijkheid geworden. Ik verwerf een bekwaamheid of een handigheid of hoe u het noemen wilt. Wanneer ik uitgaande van mijn beperkte zelfkennis werk naar het doel, dat ik mijzelf stel, dan heb ik daarmede voor mijzelf de mogelijkheid geschapen om te Ieren. Door het leren wordt mijn kennis natuurlijk steeds nauwkeuriger en op den duur zal ik mijn eenvoudige begrippen van ééns zien als dwaas en onjuist. Maar dat ik mijn doel bereik is belangrijk; dat ik van de juiste premisse vertrek is minder belangrijk.

Hier komt dan weer een volgend knooppunt, want welk doel moet ik mij stellen? Dat is heel erg moeilijk. Wij horen daarvan zeer vele formuleringen. Ik wil er u enkele van weergeven en u meteen de vraag stellen, of deze wel logisch gesteld mogen worden op deze wijze.

“Ik zoek de verwerkelijkingen, de Christusgeest en de goddelijke liefde in alle dingen.” Je kunt er wel naar zoeken, maar het leven bestaat uit oorzaak en gevolg. In 9 van de 10 gevallen is dit een vage formulering van welwillendheid, die het stellen van een werkelijk doel eigenlijk onmogelijk maakt, hoe mooi het ook klinkt.

“Ik zoek de grote innerlijke bewustwording en de versmelting met God.” U zoekt de grote innerlijke bewustwording. Welke? Weet u welke innerlijke bewustwording u zoekt? O, misschien hebt u er over gelezen in een boekje, maar dan komt ze uit een mens voort en niet uit uzelf. Weet u dan of die voor u past? Of dit voor u de juiste weg is? “De versmelting met God.” Een mooi idee, maar hoe? Hoe kun je dat doen? O, dat hebt u geleerd uit een boekje of gehoord van een redenaar. Weet u of dat mogelijk is voor u? Of dat voor u juist is?

Klaarblijkelijk is het niet juist gesteld. “Ik zoek wijsheid.” Wat voor wijsheid zoekt u? Er zijn mensen, die erg wijs zijn, omdat ze anderen goed begrijpen; andere mensen heten wijs, omdat ze veel kennis bezitten; weer anderen omdat zo de meest fantastische bouwwerken van logische gedachten weten te bouwen. Welke wijsheid zoekt u? Zolang u niet definieert is de stelling van het doel niet goed. Na die enkele voorbeelden gegeven te hebben van het antwoord, dat nooit goed kan zijn, omdat het in zijn vaagheid de mens een gericht streven onmogelijk maakt, zal ik trachten een paar antwoorden te geven, die wel passen.

“Ik zoek naar waarheid. Mijn waarheid.”

Dit is juist, omdat het streven alles waar te zien en dus te ontdoen van zijn bijkomstigheden de mens confronteert met het werkelijke ik. Hij kan nooit een absolute waarheid zoeken.

Vergis u niet. Maar hij kan zijn eigen waarheid zoeken, dat wat voor hem of’ haar volledig waar is. Dat bevordert de zelfkennis, de juiste aanpassing aan hetgeen waarin men leeft (de kosmos) en het bevordert gedachteprocessen, die ook begrip geven. U kunt stellen: “Ik wil mij zo sterk mogelijk verbonden weten met de hoogste kracht, zoals ik die in mijzelf reeds erken.”

Zonder die laatste bijvoeging zou het niet juist gesteld zijn. Het die bijvoeging is het een pogen in het ik te benaderen, wat men als goddelijk voelt; dat vage idee van licht, dat vreemde gevoel van verheven zijn en voor een ogenblik aan de werkelijkheid ontrukt.

De omschrijving is juist. Want wanneer men zich dit doel stelt, gaat men zo leven, dat in het ik dit licht steeds meer optreedt. Door zo te leven schept men voor zichzelf de juiste leringen.

Men leert hoe men zich t.o.v. het begeerde doel moet gedragen om het zoveel mogelijk werkelijk te maken. Resultaat: zelfkennis t.o.v. het gestelde doel in zeer vele gevallen een begrip voor diezelfde kracht in de wereld buiten u; en zo het vinden van wat wij wel eens ‘een kosmische band’ noemen en wat u misschien beter een gevoel van saamhorigheid of eenheid kunt noemen, dat u begrip geeft voor vele grote en kleine levende krachten.

Menigeen stelt zich ook, wanneer hij eerlijk is, het doel: “Ik wil sterk zijn, ik wil machtig zijn.”

Dat kan alleen goed gesteld worden, indien men zegt: Ik streef naar macht over mijzelf en de sterkte om volgens mijn beste weten te handelen, ongeacht de gevolgen. Ik geloof niet dat ik daarover veel meer behoef te zeggen.

U zult zich misschien ook afvragen, of uit deze veelheid van doelstellingen er één voor u bijzonder geschikt zou zijn. Ik neem aan dat dit voor een ieder van u mogelijk is wanneer hij probeert elke vage terminologie te vermijden en een doel te scheppen, dat uit in hem reeds aanwezige waarden plus het eigen leven gevormd, wordt.

Wij hebben natuurlijk binnen onze huidige groepen ook een doel. En vreemd genoeg is dit doel esoterisch en exoterisch tegelijk. Wij stellen n.l.: Uit het bewustzijn van saamhorigheid, dat in ons bestaat t.o.v. alle mensheid en alle geest, zoeken wij naar een zo intens mogelijke uitdrukking daarvan met gelijktijdig een zo juist mogelijk begrip verkrijgen voor de hogere krachten, die wij tot op heden wel gevoelen, maar niet kennen. Zo stellen wij dit.

Wanneer u zich een doel gesteld hebt, dan denkt u misschien dat de moeilijkheden van de baan zijn. Maar dan komen ze juist. En één van de -ik zou haast zeggen – gemeenste vallen, die u door het menselijk denken en het leven gezet worden, is het woord ‘waarom’. Wij kunnen dit ‘waarom’ in het menselijk leven en het geestelijk leven, dat naar buiten toe is gericht, voortdurend hanteren. En het is voor ons volledig goed en belangrijk, steeds weer het waarom te weten, zolang het buiten ons ligt. Maar in onszelf kunnen wij nooit antwoorden op een ‘waarom’, tenzij wij buiten ons bestaande waarden in ons eigen wezen – zoals de Duitser zegt “hinein-interpretieren” – binnen doen dringen. En dat is juist iets, wat wij moeten vermijden. Wij moeten niet zijn een allegaartje, een mixed salade van waarden en begrippen buiten ons. Wij moeten bewust zijn van hetgeen wij zelf zijn.

Vraag omtrent uw eigen leven, hetgeen u overkomt, hetgeen u gegeven wordt, hetgeen u genomen wordt, nimmer ‘waarom’. Vraag ook niet in uzelf “waarom”. Waarom is nu deze belevenis voor mij altijd weer gevolgd door een gevoel van verbondenheid met het Hogere, terwijl gene belevenis, die mij toch veel beter lijkt, juist een gevoel van verlatenheid geeft.

Vraag niet waarom. Als we vragen naar het waarom van al deze dingen, dan beredeneert u processen, die voor een groot gedeelte boven het menselijk denkvermogen moeten uitreiken, omdat ze geheel andere werelden (of moet ik zeggen: geheel andere niveaus van bewustzijn) beroeren en bevatten.

De volgende fout, die wij ook nog al eens vaak zien, is: “Wij” willen. “Wij” denken. Hoe weet u wat een ander werkelijk wil? “Wij willen de armen rijker maken”, zei eens iemand. Een ander zei: “Dat ben ik met je eens.” Toen dacht de man, die zei “wij”, dat hij gelijk had; tot hij ontdekte, dat de tweede persoon met de kas van de gestichte weldadigheidsvereniging er vandoor was gegaan en zo voor zichzelf de doelstelling van de vereniging had verwerkelijkt, maar anders dan men meende dat “wij” het eigenlijk wilden.

Ik weet niet, wat een ander werkelijk wil. U kunt hoogstens weten, wat hij zegt te willen. U weet niet wat een ander denkt. U weet hoogstens, wat er van die gedachten tot uiting komt en zelfs wanneer u een volledig telepaat zou zijn en dus de stoffelijke gedachten volledig zoudt kunnen aflezen, is het nog de vraag of u in staat zult zijn dit denken in zijn hogere niveaus te volgen.

Zeg altijd: ik denk, ik zoek, ik werk, ik wil. Ga nooit uit van een gemeenschap, voor zover het uw innerlijk leven betreft. Naar buiten tredend is de gemeenschap belangrijk. Voor de bereiking van zelfkennis kan zij ten hoogste het middel zijn om het ik juister te definiëren; een ik dat ongetwijfeld in een vaste verhouding staat niet tot een bepaalde groep of gemeenschap, maar tot het geheel van het zijnde. Maar dat is iets, wat wij niet kunnen bepalen. Op het ogenblik, dat wij het woord “wij” gaan bepalen, gaan wij de zaak generaliseren. Wij laten wederom een buitenwereld binnendringen. En het gaat er niet om die wereld van buitenaf te laten indringen, maar om de wereld die in ons bestaat volledig te leren kennen.

Ik denk, ik wil, dat houdt nog iets anders in. Mijn persoonlijk weten en denken wordt door mij persoonlijk omgezet onder een persoonlijke verantwoordelijkheid. vanuit een persoonlijk streven. De samenwerking, die ik buiten mij zoek, zal altijd daarmee in overeenstemming moeten zijn. Zij kan passief zijn, zij kan positief zijn, maar zodra ze negatief wordt is ze onaanvaardbaar. Ze belet mij mijn persoonlijke bewustwording en uiting. Ik geloof dat ik met deze punten voorlopig op dit terrein voldoende heb gezegd.

Ik wil nu nog iets anders naar voren brengen. Ik weet niet vrienden, of u wel eens hebt nagedacht niet alleen over uzelf, maar over de geheimzinnige Kracht die in u leeft. Noem haar God of noem haar anders. Op het ogenblik dat u misschien de hele werkelijkheid in een soort droom voorbijgaat, kan dat moment toch optreden, dat je die Kracht nabij voelt.

Wanneer ik voorwaarden ga stellen aan mijzelf en aan die Kracht, zodat ik stel bv.: “Ik zal mijn God alleen in een tempel, in een kerk, tijdens een ritueel ontmoeten”, dan maak ik het voor mijzelf onmogelijk God te ontmoeten buiten de plaatsen, die ik zelf heb gesteld. Elke voorwaarde, die de mens verbindt aan zijn eigen contact met het Goddelijke, is een beperking van het voortdurende contact, dat tussen hem en dit Goddelijke bestaat. Dat kunt u niet innerlijke weten misschien, u kunt hoogstens aanvoelen, dat het waar kan zijn. Maar handel vanuit dat standpunt. Ga steeds uit van de gedachte, dat er geen ogenblik is dat niet Godheid en Kracht direct met u verbonden zijn. Dat er dus ook geen enkel ogenblik – innerlijk of in uw uiterlijk leven – bestaat, dat u zonder die God verder moet gaan. Realiseer u, dat alles wat u innerlijk waard acht en in welks bestaan u gelooft, zolang dit bestaan voor u zeker is en de waardering bestaat, voor u bereikbaar is, mits het kan behoren tot uw innerlijke wereld. Er is geen grens aan deze dingen.

Natuurlijk meent u nu, dat dit wel mooi en vaag gesteld is, maar dat het enige redelijkheid ontbeert, Welnu, het is niet moeilijk om te fietsen; toch zult u heel vaak moeten proberen om te fietsen, voor u de slag te pakken heeft. Het is eigenlijk helemaal niet moeilijk om te rekenen, maar u moet toch heel veel malen fouten maken en mislukkingen registreren, voor u de rekenkunst goed beheerst. Op elk terrein geldt hetzelfde. Wij kunnen niet onmiddellijk een resultaat verwachten. Wij moeten eerst leren hoe dit resultaat op de juiste wijze kan worden bereikt. Deze lering kunnen wij alleen verkrijgen uit de feiten, de harde werkelijkheid en onze mislukkingen, eventueel daarbij gesteund door voor ons aanvaardbare raad en kennis van anderen.

U kunt zeggen, dat u hierin gelooft, maar u leeft dit niet. Uw geloof, uw aanvaarden, is een vaststelling. Een verstandelijke en misschien ook uit het gevoel voortkomende vaststelling, die echter maar zelden volledig is, want u handelt voortdurend, alsof deze dingen er niet zouden zijn. Op het ogenblik dat u gaat handelen volgens het niet bestaan van een voortdurend contact met God, ontkent u daardoor voor uzelf dit contact (dat is toch logisch!) en maakt u het uzelf dus zeer moeilijk om op een ander ogenblik dit contact wel volledig te erkennen.

De innerlijke weg omvat niet alleen maar lering of zelfkennis. Hij wordt gedragen door een voortdurend sterkere erkenning van het hoogste dat in ons bestaat en dat zich in ons openbaart. Wij noemen dit God. Wij schrijven aan die God allerhande eigenschappen toe. Hoe abstract of hoe concreet wij Hem ook voorstellen, voor ons is deze God of dit Goddelijke iets nauwkeurigs, iets omschrijfbaars, iets waarvan wij dan alles gaan opsommen als in een catechismus. Hij is alwetend, almachtig, algoed, al-liefdevol, enz. Wanneer wij daar niet naar handelen, dan kan dit zich nooit in ons manifesteren. Dan blijven de hoogste niveaus van ons eigen wezen en de daarin bestaande krachten dus voor ons afgesloten. Voor een esotericus is het noodzakelijk – zeker wanneer hij wat verder is voortgegaan – dat hij leert absoluut te betrouwen op deze Kracht, op de doelmatigheid van alles wat geschiedt, wanneer hij handelt volgens deze Kracht, ongeacht de resultaten, die men in de stof daarvoor vreest, of de niet onmiddellijk begrijpelijke resultaten (onverwachte resultaten misschien), die eruit voortkomen.

Alle bewustwording, alle esoterische kracht, alle innerlijk inzicht, moet wel gebaseerd zijn op onze eigen levenslijn, op het totaal van ons wezen buiten de tijd en de ruimte. En dit is nu eenmaal een lijn; die begint in het Scheppend Vermogen en daartoe terugkeert. Dat is een axioma. Dan moeten wij de Kracht, die begin en einde is, op elk moment bewust proberen te beleven. Niet in een geëxalteerde vorm, maar in een vertrouwen. Niet in een wanhopig smeken om hulp, maar in een nuchter en logisch verwachten daarvan.

Zo kunnen wij verdergaan. Uw eigen houding is zeer belangrijk voor het al dan niet bereiken van uw doel. Want indien uw doel juist is gesteld voor uw wezen (en dat bemerkt u snel genoeg), wanneer verder uw besef van de hoogste Kracht in u voortdurend bestaat, dan vormt zich daaruit het juiste weten waarbij de realisatie van het ik – ongeacht het moment, dat men beleeft in tijd en ruimte – al zeer snel het totaal van eigen wezen kan omvatten, inclusief alle mogelijke incarnaties enz. en dat is belangrijk.

Weet, wie je bent. Dat kun je alleen weten, wanneer je begint met het beperkte weten van nu en de beperkte mogelijkheden. Ik zeg niet tot u: “Leef al uw neigingen uit.” Begrijp me wel. Ik zeg niet tegen u: “Word een voorstander van een anarchisch bestaan.” Maar ik zeg wel: “Weet wat u bent.” Wanneer u dit weet, leef ernaar, maar leef dan ook met een begrip van een goddelijke (of kosmische of hoe ge het noemen wilt) Kracht, die altijd met u is. Put uit die kracht. Niet als een experiment, maar op dezelfde normale manier als u een hand beweegt, wanneer u een gebaar wilt maken.

Raak u vertrouwd met een verbondenheid met de hoogste krachten in de kosmos. Dan zult u daaruit vanzelf harmonie zien voortspruiten op de juiste wijze. Dan zult u in staat zijn om in uw leven harmonie te scheppen en niet steeds weer juist strijd en twist rond u te zaaien. Dan zult ge leren wat positief en wat negatief is. Ge zult dus een leven gaan voeren, dat steeds meer met de werkelijke waarheid parallel loopt. Uw eigen waarheid en die van de scheppende Kracht Zelf groeiend naar elkaar toe als convergerende lijnen, die elkaar snijden op het punt, waar ge in uzelf erkent: mijn wezen en de hoogste Kracht zijn in mijn wezen één.

 0-0-0-0-0-0-0

 Het lichtfeest

Ik zou graag met u willen spreken over de esoterische achtergronden, die liggen en in het tijdseigen en in het kerstfeest of het lichtfeest als geheel.

U weet allemaal dat het lichtfeest bijna zo oud is als de mensheid. Het is misschien in de kalender wat verplaatst en er is vaak met de kalender geknoeid, maar wij hebben altijd weer het feest van het licht gehad. Het typische daarbij is dat deze lichtfeesten over het algemeen ook geestelijk op de wereld een buitengewoon grote invloed hebben uitgeoefend. We behoeven niet eens zo ver terug te gaan (enkele jaren) om te ontdekken dat rond kerstmis bv. een typische verandering in de doorsnee-uitstraling van de mens plaatsvindt. Natuurlijk niet bij allemaal. Je kunt van de mens geen perfectie verwachten, ook niet van de mensheid. Maar zeg dat 7 op de 10 een praktisch witte uitstraling vertonen. Dat is een kwestie geweest van een korte tijd (tien dagen), maar het viel weer samen met dit kerstfeest, dus met het lichtfeest. Ik zou u daarover ongetwijfeld nog heel wat anekdoten kunnen vertellen. In 1817 is ook zo’n eigenaardig verschijnsel ontstaan, maar ik geloof er beter aan te doen het onderwerp meer algemeen te benaderen.

Dan wil ik allereerst uitgaan van uw eigen periode op het ogenblik. Want u weet allemaal, dat er op het ogenblik heel veel planeten zijn, die het noodzakelijk vinden te gaan vergaderen. Van deze vergadering wordt op aarde van alles en nog wat verwacht, vanaf de fl.100.000 in de loterij tot een wereldramp, ondergang van de mensheid en al wat daarbij behoort.

Nu zult u begrijpen, dat het samenkomen van planeten in een bepaald teken vertaald kan worden. Wij kunnen n.l. innerlijk een planeet ervaren (wanneer wij daartoe goed zijn ingesteld) als een persoonlijkheid; en wij kunnen een teken of een huis, als u het zo astrologisch wilt noemen, wel vergelijken met een grote macht. Een eigen persoonlijkheid dus, zoiets als een aantal mensen, die in een regeringsgebouw plegen samen te komen. Is die samenkomst van groot belang, dan gebeurt het net als in de Eerste of in de Tweede Kamer, dan zijn alle ministers a.h.w. achter de regeringstafel vertegenwoordigd.

Zo dus ook op het ogenblik: grote persoonlijkheden. Maar het zijn ook persoonlijkheden, waarmee elke mens op de één of andere manier verbonden is. In de eerste plaats krachtens zijn geboorte, materieel. Deze persoonlijkheden hebben dus op de vorming van uw lichaam invloed gehad. Dat kan ook verklaard worden, omdat n.l. de banen van de verschillende planeten elkaar voortdurend onderling beïnvloeden. Dat is zuiver materieel al te bemerken, het is alleen helaas niet mathematisch aan te tonen. De mensen hebben wel een vorm van mathematica, maar zij kunnen niet de invloed van 3 of meer krachten gelijktijdig op elkaar volledig mathematisch uitdrukken. Dat is erg jammer, maar zij kunnen dat nu eenmaal niet; vandaar dat het heel erg moeilijk is, om bv. precies te berekenen hoe de sterren t.o.v. elkaar stonden en wat hun banen waren, zeg 10.000 jaar geleden of 10.000 jaar later na heden.

Deze persoonlijkheden hebben echter ook nog een andere functie, een andere invloed. Ze hebben n.l. ook een voortdurend contact met bepaalde sferen. Een sfeer is een plaats, waarin je ongeveer hetzelfde denkt over wat er is (het lijkt dus erg op de wereld); verder van mening pleegt te verschillen en gezamenlijk werkt. De hoofdkracht, die daarin optreedt, is altijd een kosmische kracht. Die komt niet zo direct tot uiting hier op de wereld. Maar het typische is: de hofhouding (als ik het zo eens mag noemen), bestaat voor de wezens, die naar de aarde incarneren en vandaar gekomen zijn, o.m. uit de genoemde planeetgeesten. Dat impliceert dus, dat wij hier ook nog te maken hebben met een vergadering, die ons innerlijk beroert. Niet alleen op lichamelijk niveau, maar ook geestelijk; en in ons niveau van bewustzijn tot de hoogste wereld, waarin wij kunnen leven zijn deze krachten voor ons kenbaar en voelbaar in de praktijk, anders zou je niet als mens leven. Het resultaat is dus, dat naarmate wij verwant zijn met deze krachten – of als u het anders wilt zeggen “harmonisch” zijn ermee – zij ook in onze geestelijke werkingen, die wij verstandelijk als mens meestal niet eens helemaal door hebben, invloed uitoefenen. Deze krachten zijn a.h.w. verwant met u.

U hebt bv. geleerd onder de meester van de zon, de maan, Venus, Mars, Jupiter enz.; en wat u geleerd hebt van hen is dus in uw geest vastgelegd, want dat heeft mede bepaald, waarom en hoe u geïncarneerd bent. Dat is het punt, dat het esoterisch interessant maakt.

Wanneer u nu een zeer sterke lering hebt getrokken uit een bepaalde planeet en die planeet wordt werkzaam op uw aarde, wat gebeurt er dan? Dan wordt ook geestelijk deze invloed sterker en die kan onder omstandigheden een groot gedeelte van wat u dus geestelijk op een ander niveau hebt ervaren, gaan uitdrukken in sensaties, denkbeelden, gevoelens, die dus in de stof kenbaar zijn.

Nu kan dat op verschillende manieren gebeuren. Laten we als voorbeeld Jupiter nemen, een mooie heersende planeet.

Jupiter werkt op u en u hebt in Jupiter veel geleerd. Jupiter heeft als docent, zullen we maar zeggen, o.m. geleerd over alles wat met evenwichtsverhoudingen te maken heeft. Dus kosmisch evenwicht leert u meestal van Jupiter. Nu gaat u ineens aanvoelen wat uw evenwicht moet zijn, uw persoonlijk evenwicht. Maar u gaat ook zien waar evenwicht verstoringen optreden rond u.

U kunt dit, wanneer u bewust genoeg bent, corrigeren. Bent u niet bewust, dan hebt u grote kans dat u als gevolg daarvan bepaalde lichamelijke storingen ondergaat. Want dan gaat uw lichaam zeggen: Als je het van de geest niet wilt aannemen, neem het dan maar van mij aan, anders zal ik wel eens met dat hart gaan knijpen of ik bezorg je een stevige reumatiek. Die lichamelijke werking is een bewijs, dat je bepaalde geestelijke invloeden niet sterk genoeg hebt verwerkt. En dat geldt natuurlijk niet voor de gewone pijntjes, die voorkomen; maar er kan een ogenblikje zijn dat ineens, zonder dat je weet vaar het vandaan komt, een bepaalde reeks van lichamelijke afwijkingen zich kenbaar maken. Het verdwijnt ook weer. Dan is dat een ogenblik geweest, waarin u op de één of andere manier contact hebt kunnen hebben met uw leraar of leraren uit de geest, u had moeten herinneren wat ze u geleerd hebben en u het op de één of andere manier vertikt hebt of het eenvoudig niet hebt gedaan.

Nu denkt iedereen: “Nu krijgen we zo langzamerhand te maken met een psychisch ziekenhuis op aarde, waarbij iedereen kwaaltjes heeft in de komende dagen.” Dat is helemaal niet noodzakelijk. Vooral niet, wanneer de mens bewust of onbewust gaat reageren op die geestelijke werking. Een deel van uw geestelijk bestaan kan onder die omstandigheden in u worden geopenbaard. In deze dagen zult u dit zo langzaam maar zeker voelen aankomen -dat zal wel haast bij iedereen het geval zijn – want de verwachting hebt u allemaal.

Op het ogenblik bevindt u zich rond Kerstmis, rond het lichtfeest. Dit lichtfeest betreft natuurlijk in zekere zin de zon. De zon, die u kunt beschouwen als de oudste (de in rang oudste dus) in de u omringende grootkrachten, leraren, planeetgeesten. Maar die zon is ook nog de vertegenwoordiger van de z.g. wit-lichtende sfeer. Dus dat is een geest, die inderdaad aanmerkelijk hoger staat dan de anderen en z.g. zijn relaties heeft.

Het die relaties kan de zon de mens, die ingesteld is op vrede, verzadigen met kracht. Is die mens volledig juist ingesteld, dan wordt a.h.w. zijn eigen onvolkomenheid in zijn uitstraling en zijn denken overschaduwt door dit licht. Er is dus een ogenblik, dat zijn denken een hogere perfectie kan benaderen of tenminste zijn aanvoelen, zijn intuïtie.

Dat wordt over de gehele wereld kenbaar. In ieder geval, die periode loopt zo ongeveer van 10 dagen voor tot 10 dagen na de eigenlijke feestdag. En die feestdag moet u dan maar stellen te liggen tussen 21 en 25 december. Het is helemaal niet zeker dat het de 21e of de 25e is, maar tussen deze data op uw kalender ligt het ogenblik van maximale werking.

Neem nu aan, dat u esoterisch ingesteld bent, dan gaat u zeggen: “Ik ga in deze periode in mijzelf keren. Dat heb ik notie” In de eerste plaats hebt u een sterke behoefte, neem ik aan, aan de rust, aan de kracht, die in deze tijd gelegen is. U bent wat jachtig, soms een beetje tegen het overspannene aan; u bent een tikje ongeduldig, ongedurig misschien en het gaat niet allemaal zoals u wilt. Dan wordt het hoog tijd, dat u zich dus instelt op die rust.

Een esotericus doet dit als volgt. Hij gaat tegen zichzelf zeggen: Al die zorgen van de wereld zet ik eens van mij af. Ik wil alleen op dit ogenblik, op dit moment leven, zo rustig mogelijk. Ik wil a.h.w. even een absolute rust ondergaan. Geen mens, geen toestand betekent mij meer wat. Als ze op dit ogenblik een 50-tons-bom op mijn hoofd gooien, zeg ik: “Wacht even tot morgen, ik ben nu niet thuis.”

Dan zegt u op dat ogenblik, dat u tracht alles opzij te zetten: “Ik ga iets opbouwen.” U visualiseert iets, iets moois. Mooi kan natuurlijk verschillend zijn, nietwaar. Voor de een is het misschien een beeldje of een schilderij, voor een ander een bloem. Ga u dit eens voorstellen in technicolor. Het behoeft geen breedbeeldscherm te zijn, het mag gewoon. Maar u moet wel proberen de details zo duidelijk op te bouwen dat u, als u zich een bloem voorstelt, een hand zou willen uitsteken om haar te plukken. Dan bent u in die periode, omdat u denkt aan schoonheid en rust, werkelijk in staat om kracht op te nemen.

Daar merk je niet direct iets van. Maar je wordt evenwichtiger, je stemming vlakt af en innerlijk heb je ineens de neiging om veel meer te gaan denken a.h.w. in de richting van de geest. Dat heb je op het ogenblik hard nodig, want de vergadering is niet meer zo ver af en het wordt tijd, dat u kennis neemt van de agenda.

De kwestie “ik ontvang licht” is tot op zeer grote hoogte zelfs passief. Je kunt er weinig aan doen, je kunt alleen maar harmonisch zijn. Maar deze harmonie kan dus bijna drie weken lopen. In die drie weken kunt u niet alleen heel veel lichtende kracht opdoen, uw eigen uitstraling (om niet te spreken van de stoffelijk aangename dingen, die ook daardoor mogelijk worden), maar u kunt daarnaast a.h.w. u voorbereiden.

Nu doet een ieder dit op zijn wijze. Maar ik zou zeggen: tracht dan eens een keer, wanneer je je eens helemaal rustig en tevreden voelt, je af te vragen: “Wat weet ik nu eigenlijk op het ogenblik? Wanneer ik zo denk, wat komt er dan in mijn gedachten?”

Het klinkt dwaas, een esotericus die daar alleen maar invallende gedachten gaat nemen. Maar daar zit een patroon in. Een patroon van de voor u belangrijke entiteit, bv. Jupiter. Dus u gaat ineens evenwichten zien, uw bevooroordeeld zijn valt weg. U bent a.h.w. in staat de linkerkant en de rechterkant af te schatten. Het resultaat is, dat u uw evenwicht zult bewaren, waar een ander valt. En wanneer je geestelijk je evenwicht verliest in deze dagen, sla je niet alleen een figuur, maar dan heb je kans dat je jezelf en dus ook je bewustwording schade toevoegt.

Nu zie je die evenwichten buiten je. Dan kun je ook voor jezelf nagaan, wat je bent in dat evenwicht. Je hebt zo het idee: Ik sta in het midden van de wip. Wanneer ik goed balanceer, blijven die twee einden in de lucht hangen. Maar als ik één pas verkeerd maak, slaat één kant met een bons naar beneden en dan ben ik waarschijnlijk zelf ook beneden.

Deze gedachtegang zou dus speciaal voor Jupiter gelden. Voor een ander is misschien het omstellen van zijn normale strijdvaardigheid in alle richtingen tot een gerichte strijdvaardigheid, dus alleen ten goede: vrede aan de ene kant en het hele agressieve element naar de goede richting. Zo kan het voor elke planeet anders zijn. U zult het zelf wel merken. Sommigen hebben meer planeten, die erg belangrijk zijn en die zullen dus ook wel verschillende invloeden ondergaan.

Uit het geheel van die invloeden bouwt zich reeds in deze dagen een bepaald denkbeeld op. Dat denkbeeld moet u nu eens gebruiken als een soort spiegel. Het is natuurlijk altijd prettiger je te spiegelen in de illusies van anderen dan in je eigen waarheid, maar wanneer je die waarheid zo hebt weten te verkrijgen, is dit een waarheid waar uw geest ook in betrokken is.

Die geestelijke waarheid maakt het u mogelijk u te oriënteren, te weten wie en wat u bent in deze tijd en nu. Daardoor kunt u zich precies afstellen op hetgeen in de komende tijd allemaal aan verwarringen en opvliegendheid e.d. op aarde kan voorkomen. U hebt a.h.w. de gelegenheid gekregen de raadsvergadering mee te maken, zij het dan vanaf het balkon zonder recht van amendement. Zo weet je wat deze planeten, deze grote entiteiten, in hun samenwerking betekenen. Je ondergaat hun werking niet meer als een noodlot, maar je voelt dit aan als een begrip, als kosmische werking.

Nu is “kosmisch” een heel groot woord. Laten we zeggen, dat we de geestelijke krachten gaan begrijpen. Begrijpen we wat die geestelijke krachten in feite doen, dan zien we ook het goede element er in. Wij weten hoe wij ons daarbij kunnen aanpassen en onze bewustwording aanmerkelijk bevorderen door heel eenvoudig ons te richten op hetgeen daar geestelijk gebeurt, niet op de stoffelijke gebeurtenissen. (Neem één raad van mij aan: beoordeel nooit een stoffelijke gebeurtenis aan de hand van wat de krant schrijf! U vergist uzelf al vaak genoeg, u behoeft u ook nog niet te vergissen op gezag van anderen.) Maar probeer eens de essentie van de dingen te voelen. Wanneer je weet wat voor geestelijke kracht er werkzaam is, kun je meewerken. In die medewerking kun je onnoemelijk veel bereiken, wanneer je beschikt over de nodige reserve aan kracht.

Die krachtreserve is een heel eigenaardig iets. Het is n.l. zo: Kerstmis brengt voor de mensen op het ogenblik een instelling mee die wij aanduiden als Christuskracht, Christusgeest. Dat is de liefde a.h.w. van de Schepper voor het geschapene. Deze kosmische liefdekracht drukt zich uit in onze verhouding tegenover alle andere wezens op aarde, maar ook t.o.v. onze Godheid en al wat erbij is. Wij hebben een zeer intense band met het geheel, ongeacht onze eigen bewustwording in de richting van één facet, één lid van de Raad der Planeten.

Nu heeft Kerstmis altijd deze zelfde werking gebrachte eenheid, groei, ontluiken, ontwaken. Een vreemd je afvragen of je nog leeft en dan erkennen: Ik besta en ik weet dat het Licht gaat komen, dat er plotseling weer vruchtbaarheid zal zijn, dat de kou wegvalt, niet alleen uiterlijk, maar ook van binnen. Ik heb het gevoel, dat ik weer blij kan zijn.

In deze misschien wat semantische reeks van begrippen, die ik u hier voordraag, ligt dan ons innerlijk gevoel. Ons openstaan voor elkander en voor de kosmos. Maar ook ons ondergaan van het geheel; ons ondergaan van het totaal, dat wij kennen en daarbij nog van die ongeweten krachten, die in ons schuilen. Dat is een afstemming, die wij t.o.v. onze medemensen over het algemeen niet lang in stand kunnen houden.

Maar vergeet niet, dat het belangrijkste deel van de krachten, dat rond dat lichtfeest altijd weer optreedt, een zuiverende invloed van bovenaf is. Het is een kosmische kracht, het is een licht, een reeks geestelijke persoonlijkheden, ja, een eigenschap van het totaal van de schepping zelf. Wanneer wij daarmee een harmonie vinden, dan kan die rond ons wegvallen; maar als wij ons daardoor niet laten beïnvloeden, ja …. dan zijn wij in contact en wij blijven in contact. Wat wij doen, ach … dat is dan weinig belangrijk. De meeste mensen doen toch datgene, wat ze niet anders kunnen doen of datgene wat ze graag willen doen, al denken ze dat ze het niet moeten doen. Dus daarover zou ik me niet teveel zorgen maken. Maar wat u voelt in u zelf, dat u dat contact vasthoudt, dat is van belang. Dat behoeft u niet eens lang vast te houden (een maandje zo) en dan bent u in staat om niet alleen maar a.h.w. bij die Raad aan te zitten, maar om in uzelf een kracht te dragen, die u de mogelijkheid geeft om bepaalde raadsbesluiten a.h.w. op te heffen, een soort speciale machtiging, een intensiteit van innerlijke kracht. En een verdraaid grote intensiteit, gelooft u mij. Die grote intensiteit te gebruiken om de optredende spanningen rond u a.h.w. te brengen in het kader van deze kosmische liefde gedachte, zover het u mogelijk is, dat is het belangrijkste wat u voor uzelf en anderen kunt doen. Voor uzelf. Want u leert daardoor niet alleen uw meesters kennen, degenen die u in de sferen onderricht hebben gegeven; u herinnert u niet alleen vele lessen, maar u krijgt bovendien de fantastische mooie kans om deze dingen in de praktijk te proberen.

Te weten wat u waard bent en vaak andere elementen, die u nog niet helemaal geleerd hebt, aan te vullen. U kunt dus in deze periode voor uzelf een mooier afgerond beeld krijgen van uzelf en uw eigen mogelijkheden. Dat is toch wel het meest interessante punt, wat ik op het ogenblik kan aansnijden, nietwaar?

Nu wil ik even afstappen van de gebruikelijke betoogtrant zonder me direct in het dominees jargon te begeven. Het dominees jargon heeft n.l. de eigenaardigheid, dat het de mensen van God wegdrijft. En ik geloof, dat we beter doen die innerlijke krachten een beetje naar ons toe te halen. Ik wil proberen eens een vorm van semantiek te volgen, die met mijn eigen spreektrant niet zo heel veel te maken heeft, maar die u misschien in staat stelt een beeld van Kerstmis te maken en van wat komen gaat. Een soort beschrijving, een natuurlijk gelijkenis.

U weet wat een gelijkenis is? Een gelijkenis is een schilderij, waarvan iedereen zegt, dat het op u lijkt, behalve uzelf. Het is een situatie die werkelijk is, maar zo werkelijk, dat niemand graag toegeeft, dat het zo is; of niet durft toegeven dat het zo is.

Lacht u rustig. Wie niet lachen kan, draagt geen zon in zich. Wie geen zon in zich draagt, kent het licht niet. Wie het licht niet kent, is een ongelukkig kind, dat doolt door de duisternis, zoekend naar een moeder, die het nooit gezien heeft, zijn leed uitklagend aan de hele wereld.

Wanneer je het gevoel hebt, dat rond je het duister toeneemt, wanneer je aan alle kanten wordt geplaatst voor beslissingen, wanneer het lijkt of die hele wereld doller geworden is dan jezelf ooit meent te kunnen zijn, dan kan een kracht van licht, dan kan een licht een baken worden. Iets wat je vrij maakt van verwarringen en je in staat stelt vreugdig te blijven, ook al dreigt het hier en daar. Kerstmis, vrienden, is zo’n feest, is zo’n dag. Wees niet bang; ik ga niet spreken over het kind in de kribbe. Dat kind is al bijna doodgepraat. Ik wil er het mijne niet toe bijdragen.

Licht. Een licht, waarnaar je je alleen maar behoeft te richten, zoals een bloem naar de zon. Een licht, dat je aanvoelt. Een licht, dat je uitdrukt als een sentiment. Dat je misschien uitleeft in een schrijfkramp van goede wensen of in een extra dubbeltje aan een bedelaar, maar iets, wat je gevoelt, een warmte die in je opstijgt, een koestering. Een ogenblik dat het lijkt, of alle geweld en rumoerigheid van de wereld even plaats gaat maken voor een verzuchting, voor een ogenblik van nadenken.

Een sterker licht dan en sterrenkracht. Een licht, dat vaak zo verblindend fel wit is als een magnesiumvlam, die te veel geladen is. Je kunt er haast niet inkijken. Het zou je de ogen kunnen verbranden, vrees je. Maar het koestert; het is gelijktijdig mild. Kerstmis is niet het dansende licht van kaarsenvlammetjes. Het is een licht als van een zon, fel-wit met gouden schichten. Sterk inwerkend op je, a.h.w. je doordringend met een nieuwe gezondheid en een nieuwe levenslust. Iets, wat je alle dingen in een nieuw licht doet zien; dat kleuren opnieuw doet uitkomen; en dat desnoods midden in het klassiek besneeuwde winterlandschap, dat zich wel vaak vertoont, maar zelden rond Kerstmis op deze hoogte.

Dit licht kan ons koesteren en wij kunnen ons daarin koesteren. Maar een verstandig mens weet, dat je zowel de zon als ander fel licht op de juiste wijze moet genieten. Je moet je erop voorbereiden. Het licht alléén gaat aan je voorbij. Je ziet de kleuren niet, die het onthult. Je ontdekt de kracht niet, die er in ligt. Je komt er niet toe het in jezelf op te nemen, omdat je toevallig net wat anders te doen had. Zoals sommige mensen, die hard werken, terwijl de zon schijnt en wanneer er rusttijd is of vakantie met regen worden geconfronteerd. We moeten klaar zijn; klaar zijn om het licht te ontvangen. Wij moeten wachten op het ogenblik, dat het licht zich in ons manifesteert. Op het ogenblik, dat het licht ons de mensen anders doet zien en dat het ons moed geeft, misschien een haast vreugdige dronkenschap. Op het ogenblik, dat wij plotseling ontdekken dat er vrede kan zijn, waar er voor kort alleen nog ergernis en plicht scheen te bestaan. Wij moeten dat licht ondergaan en wij moeten er ons dus op voorbereiden.

Wanneer het licht schijnt, is het misschien moeilijk je voor te stellen hoe je het vangen kunt. Je kunt dat licht moeilijk afsnijden. Een stukje zonnestraal in een flesje is misschien een mooi sprookje, maar er is nog niemand die een stukje zonnestraal heeft kunnen afknippen. Kosmisch licht en het Kerstlicht als een speciaal souvenir aan deze dagen afgezonderd mee te dragen is een dwaasheid. Maar als de zon verder gaat, kun je soms nog lang met die zon meegaan, voor ze aan de einder verdwijnt. Je kunt meedraaien met haar gang langs de hemel en steeds weer de schaduw achter je weten en het licht voor je.

Wat gebeurt rond Kerstmis is een opvlammen van het Lichtbewustzijn in het gemeenschappelijk denken van de mens. Het is gelijktijdig de magische manifestatie van hoogste lichtende krachten. Wanneer je bereid bent dat licht te aanvaarden, voorbereid op de komst ervan, dan kun je het intens ondergaan. Je kunt merken hoe langzaam het licht zich wijzigt en je kunt jezelf daarheen mee wenden.

In de komende dagen is het mogelijk met het licht mee te gaan. Want omdat dit licht gelijktijdig het licht wordt van een vernieuwing en een nieuwe tijd, zal het niet geheel weggaan. Het zal op de aarde zijn als de poolzomer, waarin de zon niet zinkt, maar uit het middelpunt van de hemelkoepel een ogenblik voor een vreemde rondedans naar de einder afdaalt om dan wederom gloeiend en fel omhoog te stijgen. Wij kunnen het licht altijd behouden. Maar het licht wendt zich. Het vraagt van ons een aanpassing, een voortdurend volgen, een voortdurend daarin opgaan. Wij weten, dat het licht bij ons blijft, dat het niet sterven kan. Wij weten dat wij dit licht voortdurend kunnen ontvangen, als wij maar in staat zijn onszelf aan te passen. Wanneer wij niet star op één bepaald geestelijk punt staan, als met cement dood gemetselde standbeelden in heldhaftige posen; maar eerder als levende wezens, die – voortdurend getrokken tot het licht van de zon – haar geen ogenblik willen verlaten, zolang ze schijnt. Wij kunnen het licht volgen, vrienden.

Dan komt het vreemde gebeuren, dat is als zo’n bleke zonnenacht in het Noorden; daar, waar de eerste wouden aarzelend groeien aan de schaars met berken bezette vlakten. Zo’n nacht is een wonder. Er zingen nachtegalen en het schijnt, alsof ze net hun roepen elkaar willen overstemmen, Het licht schijnt. En vreemd, bleek-schaduwachtig dansen de boomschimmen een rondedans en de vogels zingen.

Dan wordt het weer lichter. Het lijkt of de natuur niet voer een ogenblik gesluimerd heeft, maar slechts diep heeft ademgehaald om nu feller en intenser te leven. Het licht, dat met Kerstmis altijd komt, zal in deze dagen bereikbaar blijven voor een ieder.

Deze sfeer is voortdurend voelbaar. Het geestelijk contact, dat daarin ontstaat (niet slechts met een enkele overgegane of God zelf, maar met alle krachten, waarmee je verbonden bent) is voortdurend bereikbaar, niet – dat geef ik toe – altijd gelijk intens. Kerstmis, dat is de volte van de morgenstond; wanneer een rijzende zon haastig de hemelkoepel betreedt om haar domein (de aarde) te overzien en de gehele wereld strelend met haar stralen wil verlokken, om de zon en het leven te erkennen. Zo komt het licht met de Kersttijd aangeschreden. Dan aarzelt het boven in de hemelkoepel, alsof het zegenen wil al wat er onder ligt, het rijk van de lichtende kracht. Het zal misschien langzaam weer schijnen te neigen naar de horizon. Maar als gij denkt “nu komt de nacht”, dan ziet ge hoe de baan zich wijzigt en hoe steeds kenbaar en zichtbaar, steeds troostend en versterkend het licht bij u blijft. Een bleke St-Jansnacht misschien vergeleken bij de innerlijke warmte van het Kerstfeest; maar een zien en een zekerheid, dat het je mogelijk maakt je pad zonder aarzeling te kiezen. Dat je in de verwarrende schoonheid van een wereld, die je zo nog niet ontdekt had, altijd weer toont: Zo kun je gaan. Een licht, dat je misschien schijnbaar een rondedans doet ondernemen, omdat je de zon volgt; maar je gelijktijdig een deel van je eigen wereld en eigen domein doet omschrijden, waarvan je weet: “Dit is mijn gebied. Want met de loop van het licht heb ik dit terrein omschreden. Deze gedachten en deze daden heb ik in mij vastgelegd als een deel van mijn taak.”

Dan komt het ogenblik, dat enkele sterren misschien achter de bleke zon schijnen aan te vlieden voor ze weer verbleken in haar stijgen. Geesten van planeten, machtige, lichtende heersers, in hun kleurig gewaad gehuld, geven de mensheid hun gaven en stellen de mensheid hun eisen en leggen de mens hun proeven voor. Soms lijkt het moeilijk om zo’n pad te gaan en schijnt zo’n vraag haast niet te beantwoorden. Maar er is licht. Je kunt zien wat je doet. Je kunt weten wat je doet. Je kunt alle middelen gebruiken. Je staat niet in het duister van een doodsnacht voor de hergeboorte van een inwijding. Neen, je staat ziende, gedragen door de lichtende kracht, in het lichtende tegenover de inwijding. Niet voor een nauwe poort, maar voor het bewust aanvaarden van een nieuwe wereld.

Dan mogen de planeten in hun wijsheid de proeven opleggen. Ze mogen de mensheid ook hun vallen stellen, zoals ze soms plegen te doen. Maar wat kan hun spel nog zijn, wanneer de zon ons wijst waar de moerassen zijn; en zelfs in het diepst van de nacht ons steeds nog blijft tonen, waar de paden zijn en waar de ondoordringbare jungle, het vreemde oerbos begint.

Want ook het Noorden heeft zijn oerwoud. De tijden komen, waarin grote geestelijke impressies worden opgedaan, Maar dat is juist de tijd, waarin wij, die het Kerstlicht, het Christus-licht, bewust volgen en in ons dragen, kunnen binnentreden in rijken, die we in het duister nimmer gevonden zouden hebben. Dat is de tijd, waarin, wij kunnen zegevieren dank zij dat licht, waar wij in het duister teloor zouden zijn gegaan.

In ons is het licht en in ons wordt het bevestigd in deze dagen. Wij dragen het in ons en wij kunnen ons daarop zo instellen, dat het ons nimmer verlaat. En zo vrienden, kunnen wij de uiterlijke en innerlijke gevolgen van meer dan het samentreffend aantal planeten overmeesteren, Wij kunnen onszelf leren kennen en delen uit het onbewuste geestelijke bestaan herwinnen, met of zonder menselijke woorden. Verleden en toekomst kunnen wij doen samenvloeien op dat ogenblik.

Het is een tijd van kracht. Wee hen, die het duister verkiezen boven het licht. Voor hen zijn de gevaren groot. Maar gelukkig zij, die het licht erkennend en aanvaardend met een glimlach kunnen gaan naar een wereld, nieuw, rein en schoon. Een wereld herboren uit de morgendauw van de stralende dag. Een wereld, waarvan wij niet eens zullen beseffen misschien hoe sterk zij verschilt van wat wij verlaten hebben, omdat het licht ons zo gemakkelijk doet gaan. Zo gemakkelijk, dat wij zelfs niet denken van vertrek tot vertrek te schrijden, maar menen voorwaarts te gaan door een woud op het kronkelend pad van de tijd en alleen een nieuw vergezicht te ontdekken.

Gelukkig de mens, die leeft in deze dagen. En gelukkig ook de geest, die bewust is van de kracht in deze dagen. Voor stof en geest, vrienden, zal het een feest vol lach, vol vreugde bereiden. Niet een treurige ondergang. Wie in zich sterk is zal door het licht de waarheid winnen, de krachten van de Raad, het inzicht in zichzelf en de wetenschap omtrent eigen taak en taakvervulling. Het is misschien een beetje moeilijk dit alles in woorden te zeggen. Maar weet u, het is zo waar. Daarom ben ik geneigd om van een ander een stukje van diens wijsgerigheid te citeren. Het is zeer lang geleden, dat dit werd genaakt en het gaat over Rama Krishna, een verlossende natuurkracht, een herdersgod, een natuurgeest. De wijsgeer, die ik ga citeren, zag dit buitengewoon dichterlijk, maar toch ook wel zeer juist. Het was voor mij eigenlijk een vaststelling, een filosofie, een gebed en een beleving samen, toen ik dit voor het eerst hoorde. Ik hoop, dat u dit met mij kunt delen.

Wanneer fluittonen klinken in de nacht, gedragen door de wind, voel ik mij verdoold. Maar nauw is de zon gerezen en heeft zij haar gouden sluiers geweven of zij worden mij een geluid, dat mij noodt ten dans. Vrijheid, waarin alle dieren tezamen trekken naar een oord van vrede. Daar, waar de tonen der natuur de mens doen dansen van vreugde om het nieuwe land, dat hij gewint. Want ziet, hij die men meende te zijn ”een herder van dieren” werd tot ”een herder van mensen.” En een weg die wij meenden te zijn, ”een weg die voert naar een kooi” is geworden “een weg naar de vrijheid”. In het levende lichten klinken de dansende tonen. In mij is het licht herboren en de tonen weerklinken in het magisch geheim, zingend van mijn zijn.

Uit mij komen de ongekende woorden van een lang vergeten taal; en ik spreek de waarheid van mijn wezen, zonder vrezen, voortgaande op een weg, die tussen bergen voert naar de onberoerde wereld van vrede.

Gij geeft vrede, een lichte melodie. Om U heb ik het in mijzelf geschreven; mijn leven is deze dingen geworden:

Laat mij zijn de pijl, die trillend gaat van Uw boog,

opdat hij de plaats van een heilige bron,

een bron van zuivering, bepale.

Laat mij zijn het blad,

dat dansend fladdert voor een ogenblik eer het valt

om mijn vreugde te uiten.

Laat mij zijn de koninklijke cobra,

van duister tot licht en van licht tot duister gaande

en de wijsheid van Uw geheim dragen.

Want waarlijk, in U klinken mijn tonen

en in mij klinkt Uw wezen.

In mij leeft Uw licht

en in Uw licht ben ik tot leven gekomen.

Heil Gij, die mij voert naar een wereld van vrede.

Ik hoop, dat ik het citaat goed heb. Want zo voel ik nu deze tijd, de tijd waarin u nu leeft. Ik heb zo’n flauw idee; dat wanneer u goed luistert, u ergens van binnen dat licht en a.h.w. die melodie van dat gebeuren gaat horen. Wanneer je dat eenmaal allebei hebt, dan lijkt het mij een vreugde om voort te gaan.

Daarom wil ik alleen maar eindigen met de verklaring: Gelukkige mensen, dat je mag leven in zo’n tijd; wanneer je voldoende bewustzijn hebt om de kracht te ontvangen, die zo rijkelijk gegeven wordt.

Denk hier eens over na. Als het iets voor u betekent, dan niet alleen luisteren maar er wat aan doen ook; want dat laatste wordt door de meesten vergeten.

image_pdf