Oorlog en vrede

Oorlog en vrede

De wereld bestaat voor veel mensen uit oorlog en vrede. Dat is he­lemaal niet zo’n vergissing. Wij kennen het familieleven; en op de familie is de gemeenschap gebouwd. De gemeenschap is nationaal ontwikkeld. Dan vernietigt men al deze ontwikkelingen door een status van strijd die wij oorlog kunnen noemen. Wie kijkt hoe het gaat in de wereld, ziet dat de mensen die dat allemaal zo logisch proberen te beslissen eigenlijk wel zeer knappe koppen zijn.

Ik heb gehoord dat een aantal hoge heren tijdens een diner heb­ben gesproken over het feit dat de oorlog, die zij voerden, ten slotte be­perkt moest worden. Zij hebben zich kennelijk nooit afgevraagd hoeveel doden er zijn gevallen in de tijd, die voor hen lag tussen de eerste geserveerde canapé, en de bombe napolitaine waarmee de feestmaaltijd, althans officieel, besloten werd. Daarna gingen ze echt aan het werk en schakelde men over op de vloeibare voeding. In die tijd besprak men dan alles waarvan de burger nooit hoort.

Waarom is er dan eigenlijk niet meer vrede op aarde, zou men zich kun­nen afvragen. Dat is heel eenvoudig. Als je tegen iemand zegt dat hem onrecht wordt aangedaan, dan vraagt hij zich niet af of je gelijk hebt. Dat neemt hij maar al te graag aan. En heb je hem eenmaal overtuigd van het feit dat hij onrecht ondergaat, dan is hij ook bereid te geloven dat je je daartegen moet verzetten. Dat verzet wordt dan uitgedrukt in een nieuwe vorm van familieleven, want plotseling is het geweer de bruid van de sol­daat. Dan zien we automatisch de doden vallen en de productie en winst­cijfers van het bedrijfsleven stijgen.

Geestelijk gezien is er natuurlijk niet veel voor te zeggen. Maar zelfs hoge persoonlijkheden, die ik in mijn laatste periode na mijn overgang heb mogen interviewen, zijn niet van alle smetten vrij. Ook groten als Mozes dach­ten: nou ja, zolang ik mijn zin krijg, kan ik er wel een paar aan opofferen. Want wij zijn allen geneigd offers te brengen, als wij ze maar niet zelf hoe­ven te betalen. En dat is eigenlijk de basis van ‘oorlog en vrede’.

De mensen begrijpen het niet zo goed. Er is een soort fatale kring­loop, die zich ook in de maatschappij steeds weer kenbaar maakt. Ik mag u een voorbeeld geven. Er is anarchie. In anarchie vervallen de samenhangen, dus is er een sterke man nodig. Daaruit ontstaat weer de dictatuur. Maar de dictatuur kan zich tegenover de anarchie alleen handhaven met terreur. Uit terreur ontstaat discipline. In discipline ontstaat begrip voor plichten en een zoeken naar rechten, zodat wij vanuit deze hele zaak gaan vechten op een bijna anarchistische wijze om liberaal te kunnen worden. Op het ogenblik dat wij in een begrip van onze rechten en plichten tezamen een maatschap­pij hebben opgebouwd, zijn er mensen die ontdekken dat je meer rechten kunt krijgen naarmate je je minder aan je plichten gelegen laat liggen. Hierdoor ontstaat er in een maatschappij een aantal grote onrechtvaardigheden en on­rechtmatigheden. Dit zal weer voeren tot een absoluut anarchisme, daar nie­mand bereid is een dergelijke situatie voortdurend te blijven handhaven.

Ik moet zeggen dat ik overigens ontzettend veel begrip heb voor de mensen, die proberen hun eigen rechten wat uit te breiden. Als ik ooit in mijn leven minister-president was geworden, zou ik mijzelf ook opslag hebben gegeven. Want niets is prettiger dan je eigen werknemer te zijn, en gelijktijdig je salaris uit te betalen uit de kas van anderen. Maar zodra je in een situatie komt waarin de rechten van hen, die een deel van hun plichten verloochenen worden aangetast, moet er iets gebeuren. De mensen zijn toch al woedend, dus vertel je hun dat hun onrecht wordt aangedaan. Je vertelt verder dat ze dat onrecht moeten wreken en je laat hen vech­ten tegen de buurman, dan laten ze jou met rust. Ondertussen ontstaat er als vanzelf een situatie die de mens niet kan overzien. Zodra die situa­tie intens genoeg is geworden, sluit je vrede. Dan is iedereen zo tevreden dat er vrede is, dat hij zich niet afvraagt wat zijn rechten zijn, want hij meent nu wat minder plichten te hebben.

Zo ontstaat er uit dat geheel weer een ontwikkeling, die op den duur kan leiden tot een te laat produceren van een oorlog. En als men daar te laat mee is, dan is het resultaat een revolutie. Een revolutie is op zich een terugkeer naar een toestand van anarchie. De anarchie re­sulteert, zoals gezegd, weer in een sterke man. De sterke man wordt dictator en zo draaien de molens verder.

Wie zo de samenleving overziet, realiseert zich eigenlijk niet dat ook hijzelf voortdurend in oorlog is met zijn medemensen. Ik heb een tante gehad, die zichzelf altijd als een grande dame beschouwde. Uiterlijk gedroeg ze zich als zodanig. Zij meende dat zij zeer verdraagzaam was, een illusie die zij niet wenste prijs te geven. Toch was zij met ieder­een in staat van oorlog, behalve met mijn oom. Die had ze in het begin ver­slagen en tot vazalstaat gemaakt.

Vrede ontstaat bij ons meestal, indien wij te uitgeput zijn om nieuwe verwijten tegen anderen te bedenken. Dan moeten wij ons er ook niet over ver­bazen dat het in de maatschappij niet veel anders gaat Als wij vrede willen hebben, dan zullen wij eerst vrede in onszelf moeten vinden. Maar vrede vin­den in onszelf betekent onze liefste illusies opofferen en daarom verklaren wij steeds weer de oorlog.

Toch zeggen wij wel dat oorlog zo verschrikkelijk is. Maar het wonder­lijke is: de grootste ontdekkingen vinden wij steeds weer in een oorlog. Zelfs vele grote kunstwerken (van Chopin maar ook van Tsjaikowsky) zijn voort­gekomen uit strijd, niet uit vrede. Het schijnt dat de mens voortdurend de gewelddadige reactie op de buitenwereld nodig heeft om zijn creatieve mogelijkheden in zich aan het werk te houden. ­

Ik meen dat strijd – van welke aard dan ook –  noodzakelijk is, omdat hij inherent is aan het menselijk wezen. Op het ogenblik, dat een mens een innerlijk verstoord evenwicht ervaart, heeft hij de keuze in zich met zich­zelf te worstelen of dat naar buiten toe te doen. Naar buiten toe heb je het gevoel dat je een gemakkelijker tegenstander hebt.

Wij zijn voortdurend bezig de wereld te beschuldigen van onze eigen fou­ten. Wij zijn voortdurend bezig om, wanneer een invloed ons treft en stimuleert in de wereld, een bevestiging te zoeken van onze dromen. En als die niet komt, dan zeggen wij niet dat onze dromen nu misschien nog niet waar kunnen worden, maar wij zeggen dat de wereld heeft gefaald. Zo leef je als mens.

Een mens, die soms enigszins met zichzelf tevreden is, staat voor de grote moeilijkheid dat een ander dat van hem niet gelooft. Als je zegt: Ik ben tevreden met wat ik heb bereikt, dan zegt een ander dat je lui bent. Als je zegt dat je tevreden bent met de wereld zoals ze is, begint de ander alle misstanden op te sommen waaraan je wat zou moeten doen.

Ik heb de opdracht gekregen om over dit onderwerp – zo goed het mij mogelijk is – enkele regels op te stellen. Ik heb dat met enige terughoudend­heid en aarzeling gedaan, want ik ken mijzelf en dat is over het algemeen een grote handícap, als je probeert een ander iets te leren.

Ik stel:

  1. Oorlog is onze natuurlijke staat, zolang wij niet in onszelf rust kunnen vinden en zo een innerlijke vrede beleven, die wij overdragen op onze contacten met alles wat er buiten ons is.
  2. Vrede is een droom, die wij voortdurend dromen, omdat wij menen dat zij zal bevestigen wat wij als wens in ons dragen. Dit is prak­tisch nooit waar, daarom is voor menigeen de vrede een grotere teleurstelling dan de oorlog.
  3. Geweld betekent ook je krachten inspannen tot het uiterste. Alleen een mens, die wordt geconfronteerd met een bijna onmogelijke taak, bereikt zijn hoogste kunnen. Slechts hij, die zijn hoogste kun­nen bereikt, krijgt vertrouwen in zijn innerlijke wereld en zal vandaaruit dan ook vrede kunnen vinden.

Misschien bent u het daar niet allen mee eens. Ik zou mij dat kunnen voorstellen. Toch is gezien het onderwerp dat deze maal aan de orde was duidelijk dat een mens, die spanningen ondergaat, deze in zichzelf kan ver­werken, maar dan moet hij veranderen. Of hij kan deze spanningen naar buiten projecteren en dan verandert de wereld hem, maar hij heeft dan het gevoel dat dit een noodlot is.

De strijd die uw wereld beheerst is niets nieuws. Ik heb mij laten vertellen dat in de oertijd de mannen uittrokken met een grote knots om zo de vrouw hunner keuze buitenwesten te slaan. Deze werd vervolgens meegesleept naar het hol. Het is begrijpelijk dat ze zo begonnen. Zij hadden geen ambtenaar van de burgerlijke stand om als voorgerecht te dienen. Ik heb mij laten vertellen dat vroeger reeds primitieve stammen oorlogen voerden om een jachtgebied waaruit het wild allang was weggetrokken.

De mens stelt een denkbeeld altijd boven de feiten. Als hij beïnvloed wordt door krachten uit de kosmos of als hij beïnvloed wordt zelfs door het denken van zijn omgeving en ook door bezielende geesten die in de nabijheid zijn, dan produceert hij de meest wonderlijke reacties. Ik kan zeggen dat ik hier ook uit persoonlijke ervaring spreek.

Ik heb mij o.m. beziggehouden met het inspireren van pennenvruchten. Het zijn mispels geworden, helaas. Maar dat kwam waarschijnlijk omdat ik zelf had gedroomd van geestelijke vruchten. Wie de mens inspireert, brengt een proces op gang. Een kracht uit de kosmos die de mens bereikt, brengt een proces op gang. Het is soms net een opwindmannetje, zo’n klein automaatje dat je ziet een sleuteltje lang­zaam op spanning brengt tot het trommelend of buitelend, naar gelang van zijn aard, verdergaat met dezelfde bewegingen, ook de bewegingen die je niet bedoeld hebt. Dit automatisme, dit voortgaan op een ontvangen impuls lijkt mij voor menige oorlog aansprakelijk te zijn, een gebrek aan besef voor werkelijke waarden en vooral een gebrek aan besef voor hetgeen men in beweging brengt. Want menigeen heeft in zijn goed bedoelde pogingen om het recht te doen zegevieren het onrecht aan een grandioze overwinning geholpen. Soms lijkt het mij toe dat men zich met de beste intenties bemoeiend met anderen in hen iets doet veranderen dat nooit meer teruggenomen kan worden. Onthoudt u dit:

Wij kunnen in een medemens alleen een verandering tot stand bren­gen. Wij kunnen nooit zeggen op welk ogenblik die verandering eindigt, zodat het eindresultaat van onze impulsen nooit volledig kenbaar of overzienbaar is.

Wij kunnen proberen een medemens vrede te geven. Maar indien hij reeds vrede heeft zonder dat wij dit beseffen, dan scheppen wij daardoor bij hem onrust. Het is beter om de medemens niet teveel te beïnvloeden. Laten wij een mens helpen om zichzelf te zijn en hem nooit opleggen wat voor ons harmonie of disharmonie of enigerlei andere uitvoering van onze eigen strijdigheden zou kunnen zijn.

Wanneer de kosmos ons beïnvloedt en wij ervaren deze beïnvloeding niet, dan ontstaat er in ons een proces dat wij niet kunnen terugdraaien of stopzetten, terwijl ook de kosmos door veranderende invloeden ons nim­mer kan terugbrengen naar de oude toestand. Wie in zich bewust wil worden zal vrede sluiten met de veranderingen rond zich en gelijktijdig de oorlog verklaren aan al datgene wat hem onbewust wil beïnvloeden.

Zoek naar een ervaren van de krachten die op u inwerken, dan zult u innerlijk vrede hebben en zult u ook de schijn van geweld en strijd bui­ten u beter verwerken.

Hiermede heb ik getracht op mijn manier gestalte te geven aan de invloeden die wij ondergaan. Die wij ondergaan niet alleen als iets pret­tigs of iets onaangenaams, maar vaak eerder als een duw in de rug waar­door wij soms uit de strijd raken en tot rust komen. Soms ook, zonder het te weten, midden in een gevecht terecht komen. Wij moeten weten wie en wat ons kan duwen, want dan kunnen wij ons gedrag en ons denken daarop afstemmen. En bewust geworden kennen wij dan niet meer oorlog of vrede, maar alleen een innerlijke werkelijkheid waardoor wij meester worden over de verschijnselen die buiten ons bestaan.