Oorzaak en gevolg in zake verkeerd denken

SVGZ (deel 2) – 13 januari 1956

Wij zullen ons dan een ogenblik gaan wijden aan een onderwerp naar Uw eigen keuze. Ik mag misschien wel van u vernemen, wat dat voor deze avond zal zijn.

 *Ik zou graag een uiteenzetting van oorzaak en gevolg inzake verkeerd denken.

Juist. Dus u zou iets willen horen over de invloed van het gedachteleven indien dit verkeerdelijk wordt gericht op het eigen leven. Is dat juist?

Reactie: Ja.

Ons denken, wanneer wij in de stof leven, is een bewustzijnsproces, dat behoort tot de stoffelijke wereld. Als zodanig is dit denken beperkt en gebaseerd op stoffelijke waarden, feiten plus erfelijke tendensen, die reeds voor de geboorte mede werden vastgelegd in het lichaam. Wanneer men eenmaal tot bewustzijn komt van de wereld, en in deze wereld voor zichzelf een mening gaat vormen omtrent het al of niet juist zijn van bepaalde waarden en tendensen, krijgt dit denken echter voor ons ook geestelijk een betekenis. Voordien is het gedachteleven nog niet gerelateerd met een onmiddellijke zelfuitdrukking van de geest door het stoffelijke wezen en als zodanig van minder belang.  Wanneer u zegt: verkeerd denken, dan bedoelt u in werkelijkheid daarmede: gedachten in u dragen, die in strijd zijn met hetgeen wat u voor uzelf als goed erkent. Het is betrekkelijk onbelangrijk, of uw goed nu werkelijk goed of slecht is volgens een andere kosmische of ethische standaard, zelfs op uw wereld of in een andere sfeer.

Belangrijk voor u is, dat deze gedachte in overeenstemming is met uw wezen en niet in tegenspraak daarmee. Is dit laatste het geval, dan brengt deze gedachte in uzelf strijd. Strijd in dit beginsel, strijd tegen het “Ik”, waar men het kwade wil en toch het goede kent, is één der grootste machten der chaos. Een verkeerd denken veroorzaakt in de eerste plaats een verstoring van het eigen innerlijke evenwicht. In de tweede plaats bepaalt het een afstemmen van het eigen “IK” op de krachten der chaos of der duisternis. Het verkeerde denken heeft een vernietigende tendens teweeg gebracht, waarbij het eigen “IK” het eigen wezen op de duur juist door dit denken tot een onredelijk en uiteindelijk zelfvernietigend handelen brengt. De mens, die deze strijd der gedachten in zich draagt, heeft echter ook een uitstraling. Deze uitstraling, in harmonie met de krachten van het duister of de chaos, zal voortdurend in aanraking en beroering komen met de uitstraling van andere mensen en andere wezens.

U kunt u voorstellen, hoe snel op deze wijze een wankel evenwicht door een vergroting van het bewustzijn des kwaads verstoord kan worden. Iemand, die kwaad wil of kwaad is, of kwaad denkt, brengt alleen reeds door zijn eigen uitstraling het slechte in anderen naar voren. Wanneer u dus verkeerd denkt, bewust verkeerd denkt, dan zult u reeds zelf alleen hierdoor een verkeerd denken bij anderen kunnen veroorzaken. Uw wereld verandert. De interpretatie van het leven wordt een andere. Uw vrede, geluk en rust verdwijnen. Onder de prikkel van het verkeerde denken zoekt u echter toch naar een evenwicht en het blijkt u, dat dit evenwicht alleen kan worden gehandhaafd, wanneer u voortdurend slechtere gedachten in uzelf draagt, of in de wereld tot uiting brengt. De gevolgen van het verkeerd denken voor het eigen geestelijk leven kunnen dus vaak fataal zijn. Zij kunnen aan een stoffelijk leven en lijden alle betekenis ontnemen. Zij kunnen de ervaringen van een stoffelijk bestaan zodanig vernietigen, dat de geest niet rijker, maar zo mogelijk zelfs armer terugkeert uit haar fase van stoffelijk bestaan. U zult begrijpen, dat dit op zichzelf reeds voor de persoon een jammerlijk iets is. Gedachten hebben ook scheppend vermogen en scheppende macht in de sferen. Wanneer u dus denkt, verkeerd denkt, ook al handelt u verder ook nog zo goed, of nog zo beheerst, dan schept u rond u een aura, een sfeer, die alle vernietigende krachten aantrekt en mede werkt tot verwerkelijking van uw gedachten. Voor uzelf betekent dit weinig, maar in uw wereld hebt u het kwaad geschapen. Het kwaad, dat u zo zonder daadwerkelijk ingrijpen of handelen, in werelden of sferen tot stand hebt gebracht, keert echter altijd weer tot u terug.

 Verkeerde gericht denken is dus juist door zijn zelfzuchtige inslag en eigen zinnigheid, de invloed, die uw eigen wezen en leven kan vernietigen, terwijl gelijktijdig dit denken voor anderen, die niet sterk zijn in het goede een vernietiging kan betekenen. Verkeerd richten der gedachten kan ook onbewust gebeuren. D.w.z. u meent, dat uw gedachten goed of juist zijn en u bent er niet van bewust, dat in dit goed ergens een hiaat of hapering schuilt. Dan is de verstoring van de gedachten buiten u merkbaar. Maar in uzelf  bent u harmonisch en zolang u in uzelf harmonisch bent, bent u dit ook met het leven. U zendt weliswaar deze verstorende impulsen uit, maar nu niet meer als deel van uw eigen bestaan. Zij zullen dus niet op u terugslaan. Toch kan zelfs zo de gedachten voor andere wezens in de Schepping tot een invloed worden, waaruit het kwaad geboren wordt. Een mens kan zijn gedachten niet volledig beheersen, maar elke mens kan, wanneer er in deze mens een gedachte van toorn, haat, hartstocht, zelfrechtvaardiging enz. naar voren treedt, zich af gaan vragen: Is dit wel juist? Door uzelf deze vragen te stellen, wordt de ban van het verkeerde denken gebroken. Het verkeerd gericht denken neemt in kracht toe, naarmate eigen bewust denken en kritisch vermogen minder het in “IK” als goed erkende daar tegenover trachten te plaatsen. Verdraagzaamheid is één van de middelen, die gebruikt kunnen worden om het verkeerde denken tegen te gaan. Niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke verdraagzaamheid wel te verstaan. Want een verdraagzaam zijn vraagt ook een mate van begrip. Een begrip voor de wereld buiten u betekent een voortdurend confronteren van alle gedachten, die er in u bestaan met hetgeen er in uw wezen reeds als goed is erkend. Zo kunt u dan dus veel schade voorkomen.

Wanneer de mens gelooft aan de duivel dan kunnen wij zeggen, dat een duivel baarlijker en echter dan al zijn eigen voorstellingen daaromtrent, voortdurend geboren wordt uit de verkeerde gedachten van de mensen en met meer offers dan ooit een Baal of Moloch gekregen heeft, gevoed wordt door de verdrongen, verkeerde begeerten, die niet direct tot uiting komen en niet stoffelijk worden verwerkelijkt of beleefd, maar in de mens worden gehandhaafd ondanks het feit dat men weet, dat dit verkeerd is. Een pleidooi voor een goed gebruik van gedachtekracht moet dus in de eerste plaats betekenen een pleidooi voor zelfdiscipline, ook in het gedachteleven. Gedachten zijn niet tolvrij. Voor elke gedachte betaalt u tol aan uzelf. Elke gedachte is belangrijk. Elk droombeeld, elk ogenblik van zelf vergeten, elke gedachte tekent mee in uw lot, zoals dat in andere werelden zal zijn, bepaalde waarden van uw stoffelijk bestaan, zowel voor uzelf als voor anderen.

 Mag ik dus aan het einde van dit korte betoog u de volgende punten voorleggen. Wij kunnen gedachten, of gedachtekracht alleen verkeerd noemen, wanneer zij een beeld zijn, levend in een persoonlijkheid tegengesteld aan in die persoonlijkheid levende begrip van goed. Dit is noodzakelijk voor het vaststellen van verkeerd gerichte of slechte gedachten. Zonder dit zijn zij voor het individu niet slecht, ofschoon zij als alle gedachten hun invloed behouden op hun omgeving. Bewust verkeerd gerichte gedachtekracht is vernietigende kracht, die werkt zowel buiten als in de persoonlijkheid, maar vanuit de wereld buiten de persoonlijkheid voortdurend tot deze oorzaak terug zal keren.

Uitgedrukt in oorzaak en gevolg. Een verkeerd gerichte gedachte, een kwade gedachte wreekt zichzelf altijd op degene, die haar veroorzaakt heeft, maar versterkt door de weerklank, die zij in de wereld buiten haar gevonden heeft.

Bestrijding: verdraagzaamheid, voortdurend overwegen van de juistheid van hetgeen men denkt en de rechtvaardiging, het zich bij twijfel onthouden – zelfs van een kwade gedachte – en een voortdurend zichzelf scholen, opdat het gedachteleven, gedisciplineerd en geregeerd door het bewustzijn, een werkelijk juist beeld mag geven van de persoonlijkheid, die zijn uitdrukking daarin vindt. Is dit voldoende?

 Reactie: Dank u voor de uiteenzetting. Ik heb met opzet de negatieve kant van de vraag belicht, opdat de positieve kant van ons denken naar voren zou worden gebracht. Wij kunnen, meen ik, het denken transformeren, maar daarvoor hebben wij de basis van het leven nodig. Dat is God, dat is licht, dat is liefde, dat is leiding. Dus als wij ons daarvoor openstellen, dan trekken wij trillingen aan, kosmische krachten, die daar homogeen mee zijn. Maar zonder God, zonder onbaatzuchtige liefde gaat het niet. 

Ik vind uw stelling grotendeels acceptabel en kan het dus in grote lijnen ook met u eens zijn. Echter verzet ik mij tegen het woord “leiding”, dat u gebruikt, waar u dit gebruikt in de zin: iets, wat  u leidt. Ik geloof, dat dit beeld verkeerd is gekozen. De weg is er voor u, maar u zult ze zelf moeten gaan. De weg leidt u alleen, wanneer u die weg volgt. Zij geleidt u echter niet bij de hand als een kind, dwingende te gaan. Ik zou dus in de eerste plaats het onderwerp “leiding” hier gaarne geschrapt zien uit de discussie. De negatieve zijde van ons denken als belicht, kan alleen bestreden worden door de positieve zijde daar tegenover te stellen. De geest stelt dat onbaatzuchtige liefde daarvoor noodzakelijk is. Dit is ongetwijfeld in de hogere trappen van bestaan het geval. Het is echter voor bewustwording en goed leven en goed denken als zodanig niet vereist. Want alle leven begint egocentrisch en eindigt eerst met een kosmisch bewustzijn. Daartussen liggen vele trappen en in al deze trappen kunnen goede en kwade gedachten naar voren komen.

Ik ben het met u eens, dat de harmonie van het eigen wezen beslissend is o.a. voor gezondheid en geestelijk welzijn. Die harmonie is niet afhankelijk van waarden buiten u, maar alleen van de in u heersende bewustzijnstoestand, waarbij de verdeling der wereld in goed en kwaad binnen u dus op voor u persoonlijke wijze tot uiting komt. Dat God de basis is van alle dingen, de Schepper, dat is iets, wat ik zo algemeen bekend veronderstelde, dat ik dit hier niet eens heb geformuleerd.  Want wat is God? God is een voorstelling van de Schepper, Die wij in ons dragen, Die slechts een klein deel omvat of behelst van de werkelijke God. Echter deze God in ons en deze Godsvoorstelling in ons voorstellingsvermogen betekent het goede. Al het andere van de Schepping is door ons als niet Goddelijk erkend tot nog toe en heet voor ons het kwade. Dit is begrijpelijk, omdat in ons aller wezen een dwang ligt, die uit het begin der Schepping ontstaan is, dat wij ons altijd weer moeten richten tot God, of moeten trachten om te overwinnen. God overwinnen is voor ons een onmogelijkheid; zeker wanneer wij het menselijke pad gaan, is het voor ons dus noodzakelijk om tot God te gaan.

Deze drang – geestelijk ingelegd – is niet stoffelijk, is de beheersende tendens voor alle waarderingen van goed en kwaad. U ziet, wij zijn het dus wel met elkaar eens. U zegt, het positieve denken en zijn waarden. Aardig is dit, wanneer wij dit negatieve gaan formuleren, formuleren wij gelijktijdig het positieve, want wanneer ik één van de tegenstellingen omschrijf, heb ik daarmee automatisch het andere deel aangeduid. Als zodanig kunnen wij zeggen, dat het goed gerichte denken betekent: in de eerste plaats innerlijke harmonie, daardoor kracht. Daarnaast beïnvloeding van de wereld ten goede en het scheppen van harmonie in de wereld rond u, waarbij deze evenzeer als bij de negatieve gedachte tot u terug keert en zo buiten de wereld ook uzelf verheft, tot u door uw eigen daden en gedachten boven uzelf verheven wordt. Dan de laatste conclusie. Wanneer wij zeggen verdraagzaamheid, dan noemen wij het gemiddelde punt, dat er voor de mens bestaat. Verdraagzaamheid is goed noch kwaad, maar kan beiden zijn, naargelang de wijze, waarop zij wordt toegepast. Wanneer ik zeg: onbaatzuchtige liefde, dan geef ik hiermee aan, een onbereikbaar ideaal, dat door niemand op aarde, of in de lagere sferen in het “IK’ verwezenlijkt kan worden. Want de onbaatzuchtige liefde staat gelijk aan het bewustzijn één te zijn met de Schepper en de Schepping.  Wanneer wij dit als doel stellen, kunnen wij dus zeggen: dat bij de goed gerichte gedachte de verdraagzaamheid vanzelf aanwezig zal zijn en wel op de voor het “IK” en de wereld meest juiste wijze, terwijl daarnaast een groter gevoel van eenheid in andere delen der Schepping optreedt en zo onze wereld door een goed gerichte gedachte niet in de richting van de chaos, maar precies in de tegenovergestelde, de richting van de vorm wordt gedreven. De vorm van het leven beseffen wij, wanneer wij de eenheid van het leven zien. Iets, wat wel wordt genoemd: het zien van de Schepper van aangezicht tot aangezicht. Ik geloof, dat ik daarmee voldoende commentaar heb geleverd op uw betoog maar als u het niet vindt, kunt u rustig verder gaan, mits het geen debat wordt.

* Waarom geen debat?

Debatteren is, zoals u weet, voor ons niet toegestaan, omdat wij ons in een debat wel kunnen beheersen meestal, maar verschillende keren is gebleken, dat de zwakkeren onder ons daar moeite mee krijgen, terwijl ook, al is dat weer langere tijd geleden, soms onder de aanwezigen personen zijn, die door het debat zeer geprikkeld en daardoor tegengesteld worden aan hetgeen wij prediken: n.l. verdraagzaamheid. In vrede vechtend. In vrede vechten kunt u eigenlijk met iedereen, wanneer u beseft, dat iedereen zijn eigen wereld heeft naast de jouwe, want dan strijdt u in de strijd tegen een ander slechts tegen uzelf. Ik weet niet of u de filosofie begrijpt, maar over de dingen, die u zeker weet, strijdt u niet. Alleen over de dingen, die u zeker meent te weten; omdat dat kleine deeltje onzekerheid dwingt bevestiging te zoeken buiten uzelf. Wie volledig gelooft, predikt zijn geloof niet, maar stelt alleen de waarheid van zijn geloof vast. Die praat er verder niet over. Maar wie meent te geloven, tracht een ander van zijn geloof te overtuigen, opdat hij daardoor zelf in zijn geloof versterkt wordt. Dat is iets, wat men ook over Paulus heeft gezegd indertijd. Dus het is niet oorspronkelijk. Het was een heel klein stukje filosofie erachteraan eigenlijk