Oorzaak en gevolg inzake verkeerd denken

image_pdf

13 januari 1956

Wij zullen een onderwerp behandelen naar uw eigen keuze. Ik mag misschien wel van u vernemen, wat dat voor deze avond zal zijn.

  • Oorzaak en gevolg inzake verkeerd denken.

Dus u zou iets willen horen over de invloed van het gedachteleven indien dit verkeerdelijk wordt gericht op het eigen leven.

Ons denken, wanneer wij in de stof leven, is een bewustzijnsproces, dat behoort tot de stoffelijke wereld. Als zodanig is dit denken beperkt en gebaseerd op stoffelijke waarden, feiten plus erfelijke tendensen, die reeds voor de geboorte mede werden vastgelegd in het lichaam. Wanneer men eenmaal tot bewustzijn komt van de wereld en in deze wereld voor zichzelf een mening gaat vormen omtrent het al of niet juist zijn van bepaalde waarden en tendensen, krijgt dit denken echter voor ons ook geestelijk een betekenis. Voordien is het gedachteleven nog niet gerelateerd met een onmiddellijke zelfuitdrukking van de geest door het stoffelijke wezen en als zodanig van minder belang.

Wanneer u zegt: verkeerd denken, dan bedoelt u in werkelijkheid daarmee: gedachten in u dragen, die in strijd zijn met hetgeen wat u voor uzelf als goed erkent. Het is betrekkelijk onbelangrijk, of uw goed nu werkelijk goed of slecht is volgens een andere kosmische of ethische standaard, zelfs op uw wereld of in een andere sfeer.

Belangrijk voor u is, dat deze gedachte in overeenstemming is met uw wezen en niet in tegenspraak daarmee. Is dit laatste het geval, dan brengt deze gedachte in uzelf strijd. Strijd in dit beginsel, strijd tegen het “Ik”, waar men het kwade wil en toch het goede kent, is één der grootste machten der chaos. Een verkeerd denken veroorzaakt in de eerste plaats een verstoring van het eigen innerlijke evenwicht. In de tweede plaats bepaalt het een afstemmen van het eigen “Ik” op de krachten der chaos of der duisternis. Het verkeerde denken heeft een vernietigende tendens teweeggebracht, waarbij het eigen “Ik” het eigen wezen op de duur juist door dit denken tot een onredelijk en uiteindelijk zelfvernietigend handelen brengt. De mens, die deze strijd der gedachten in zich draagt, heeft echter ook een uitstraling. Deze uitstraling, in harmonie met de krachten van het duister of de chaos, zal voortdurend in aanraking en beroering komen met de uitstraling van andere mensen en andere wezens.

U kunt u voorstellen, hoe snel op deze wijze een wankel evenwicht door een vergroting van het bewustzijns van het kwaad verstoord kan worden. Iemand, die kwaad wil of kwaad is, of kwaad denkt, brengt alleen reeds door zijn eigen uitstraling het slechte in anderen naar voren.

Wanneer u dus verkeerd denkt, bewust verkeerd denkt, dan zult u reeds zelf alleen hierdoor een verkeerd denken bij anderen kunnen veroorzaken. Uw wereld verandert. De interpretatie van het leven wordt een andere. Uw vrede, geluk en rust verdwijnen. Onder de prikkel van het verkeerde denken zoekt u echter toch naar een evenwicht en het blijkt u, dat dit evenwicht alleen kan worden gehandhaafd, wanneer u voortdurend slechtere gedachten in uzelf draagt, of in de wereld tot uiting brengt.

De gevolgen van het verkeerd denken voor het eigen geestelijk leven kunnen dus vaak fataal zijn. Zij kunnen aan een stoffelijk leven en lijden alle betekenis ontnemen. Zij kunnen de ervaringen van een stoffelijk bestaan zodanig vernietigen, dat de geest niet rijker, maar zo mogelijk zelfs armer terugkeert uit haar fase van stoffelijk bestaan. U zult begrijpen, dat dit op zichzelf reeds voor de persoon een jammerlijk iets is. Gedachten hebben ook scheppend vermogen en scheppende macht in de sferen.

Wanneer u dus denkt, verkeerd denkt, ook al handelt u verder ook nog zo goed, of nog zo beheerst, dan schept u rond u een aura, een sfeer, die alle vernietigende krachten aantrekt en meewerkt tot verwerkelijking van uw gedachten. Voor uzelf betekent dit weinig, maar in uw wereld hebt u het kwaad geschapen. Het kwaad, dat u zo zonder daadwerkelijk ingrijpen of handelen, in werelden of sferen tot stand hebt gebracht, keert echter altijd weer tot u terug.

Verkeerde gericht denken is dus juist door zijn zelfzuchtige inslag en eigenzinnigheid, de invloed die uw eigen wezen en leven kan vernietigen, terwijl gelijktijdig dit denken voor anderen, die niet sterk zijn in het goede een vernietiging kan betekenen. Verkeerd richten der gedachten kan ook onbewust gebeuren.

D.w.z. u meent dat uw gedachten goed of juist zijn en u bent er niet van bewust, dat in dit goed ergens een hiaat of hapering schuilt. Dan is de verstoring van de gedachten buiten u merkbaar. Maar in uzelf bent u harmonisch en zolang u in uzelf harmonisch bent, bent u dit ook met het leven. U zendt weliswaar deze verstorende impulsen uit, maar nu niet meer als deel van uw eigen bestaan. Zij zullen dus niet op u terugslaan. Toch kan zelfs zo de gedachten voor andere wezens in de schepping tot een invloed worden, waaruit het kwaad geboren wordt. Een mens kan zijn gedachten niet volledig beheersen, maar elke mens kan, wanneer er in deze mens een gedachte van toorn, haat, hartstocht, zelfrechtvaardiging enz. naar voren treedt, zich af gaan vragen: Is dit wel juist?

Door uzelf deze vragen te stellen, wordt de ban van het verkeerde denken gebroken. Het verkeerd gericht denken neemt in kracht toe, naarmate eigen bewust denken en kritisch vermogen minder het in “Ik” als goed erkende daar tegenover trachten te plaatsen. Verdraagzaamheid is één van de middelen, die gebruikt kunnen worden om het verkeerde denken tegen te gaan. Niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke verdraagzaamheid wel te verstaan. Want een verdraagzaam zijn, vraagt ook een mate van begrip. Een begrip voor de wereld buiten u betekent een voortdurend confronteren van alle gedachten, die er in u bestaan met hetgeen er in uw wezen reeds als goed is erkend. Zo kunt u dan dus veel schade voorkomen.

Wanneer de mens gelooft aan de duivel, dan kunnen wij zeggen dat een duivel baarlijker en echter dan al zijn eigen voorstellingen daaromtrent, voortdurend geboren wordt uit de verkeerde gedachten van de mensen en met meer offers dan ooit een Baal of Moloch gekregen heeft, gevoed wordt door de verdrongen, verkeerde begeerten, die niet direct tot uiting komen en niet stoffelijk worden verwerkelijkt of beleefd, maar in de mens worden gehandhaafd ondanks het feit dat men weet, dat dit verkeerd is.

Een pleidooi voor een goed gebruik van gedachtekracht moet dus in de eerste plaats betekenen: een pleidooi voor zelfdiscipline, ook in het gedachteleven. Gedachten zijn niet tolvrij. Voor elke gedachte betaalt u tol aan uzelf. Elke gedachte is belangrijk. Elk droombeeld, elk ogenblik van zelf-vergeten, elke gedachte tekent mee in uw lot, zoals dat in andere werelden zal zijn, bepaalde waarden van uw stoffelijk bestaan, zowel voor uzelf als voor anderen.

Mag ik dus aan het einde van dit korte betoog u de volgende punten voorleggen. Wij kunnen gedachten, of gedachtekracht alleen verkeerd noemen, wanneer zij een beeld zijn, levend in een persoonlijkheid, tegengesteld aan in die persoonlijkheid levende begrip van goed. Dit is noodzakelijk voor het vaststellen van verkeerd gerichte of slechte gedachten. Zonder dit zijn zij voor het individu niet slecht, ofschoon zij als alle gedachten hun invloed behouden op hun omgeving. Bewust verkeerd gerichte gedachtekracht is vernietigende kracht, die werkt zowel buiten als in de persoonlijkheid, maar vanuit de wereld buiten de persoonlijkheid voortdurend tot deze oorzaak terug zal keren.

Uitgedrukt in oorzaak en gevolg. Een verkeerd gerichte gedachte, een kwade gedachte wreekt zichzelf altijd op degene die haar veroorzaakt heeft, maar versterkt door de weerklank, die zij in de wereld buiten haar gevonden heeft. Bestrijding: verdraagzaamheid, voortdurend overwegen van de juistheid van hetgeen men denkt en de rechtvaardiging, het zich bij twijfel onthouden – zelfs van een kwade gedachte – en een voortdurend zichzelf scholen, opdat het gedachteleven, gedisciplineerd en geregeerd door het bewustzijn, een werkelijk juist beeld mag geven van de persoonlijkheid, die zijn uitdrukking daarin vindt. Is dit voldoende?

  • Ik heb met opzet de negatieve kant van de vraag belicht, opdat de positieve kant van ons denken naar voren zou worden gebracht. Wij kunnen, meen ik, het denken transformeren, maar daarvoor hebben wij de basis van het leven nodig. Dat is God, dat is licht, dat is liefde, dat is leiding. Dus als wij ons daarvoor openstellen, dan trekken wij trillingen aan, kosmische krachten, die daar homogeen mee zijn. Maar zonder God, zonder onbaatzuchtige liefde gaat het niet.

Ik vind uw stelling grotendeels acceptabel en kan het dus in grote lijnen ook met u eens zijn. Echter verzet ik mij tegen het woord “leiding” dat u gebruikt, waar u dit gebruikt in de zin: iets, wat u leidt. Ik geloof dat dit beeld verkeerd is gekozen. De weg is er voor u, maar u zult ze zelf moeten gaan. De weg leidt u alleen, wanneer u die weg volgt. Zij geleidt u echter niet bij de hand als een kind, dwingende te gaan. Ik zou dus in de eerste plaats het onderwerp “leiding” hier gaarne geschrapt zien. De negatieve zijde van ons denken als belicht, kan alleen bestreden worden door de positieve zijde daar tegenover te stellen. De geest stelt dat onbaatzuchtige liefde daarvoor noodzakelijk is.

Dit is ongetwijfeld in de hogere trappen van bestaan het geval. Het is echter voor bewustwording en goed leven en goed denken als zodanig niet vereist. Want alle leven begint egocentrisch en eindigt eerst met een kosmisch bewustzijn. Daartussen liggen vele trappen en in al deze trappen kunnen goede en kwade gedachten naar voren komen.

Ik ben het met u eens dat de harmonie van het eigen wezen beslissend is o.a. voor gezondheid en geestelijk welzijn. Die harmonie is niet afhankelijk van waarden buiten u, maar alleen van de in u heersende bewustzijnstoestand, waarbij de verdeling van de wereld in goed en kwaad binnen u dus op voor u persoonlijke wijze tot uiting komt. Dat God de basis is van alle dingen, de Schepper, dat is iets, wat zo algemeen bekend veronderstelde, dat ik dit hier niet eens heb geformuleerd.

Want wat is God? God is een voorstelling van de Schepper, Die wij in ons dragen, Die slechts een klein deel omvat of behelst van de werkelijke God. Echter deze God in ons en deze godsvoorstelling in ons voorstellingsvermogen betekent het goede. Al het andere van de Schepping is door ons als niet goddelijk erkend tot nog toe en heet voor ons het kwade. Dit is begrijpelijk, omdat in ons aller wezen een dwang ligt, die uit het begin der Schepping ontstaan is, dat wij ons altijd weer moeten richten tot God, of moeten trachten om te overwinnen. God overwinnen is voor ons een onmogelijkheid; zeker wanneer wij het menselijke pad gaan, is het voor ons dus noodzakelijk om tot God te gaan. Deze drang – geestelijk ingelegd – is niet stoffelijk, is de beheersende tendens voor alle waarderingen van goed en kwaad. U ziet, wij zijn het dus wel met elkaar eens. U zegt, het positieve denken en zijn waarden. Aardig is dit, wanneer wij dit negatieve gaan formuleren, formuleren wij gelijktijdig het positieve, want wanneer ik één van de tegenstellingen omschrijf, heb ik daarmee automatisch het andere deel aangeduid.

Als zodanig kunnen wij zeggen dat het goed gerichte denken betekent: in de eerste plaats innerlijke harmonie, daardoor kracht. Daarnaast beïnvloeding van de wereld ten goede en het scheppen van harmonie in de wereld rond u, waarbij deze evenzeer als bij de negatieve gedachte tot u terug keert en zo buiten de wereld ook uzelf verheft, tot u door uw eigen daden en gedachten boven uzelf verheven wordt. Dan de laatste conclusie. Wanneer wij zeggen verdraagzaamheid, dan noemen wij het gemiddelde punt dat er voor de mens bestaat. Verdraagzaamheid is goed noch kwaad, maar kan beiden zijn, naargelang de wijze waarop zij wordt toegepast. Wanneer ik zeg: onbaatzuchtige liefde, dan geef ik hiermee aan, een onbereikbaar ideaal, dat door niemand op aarde, of in de lagere sferen in het “Ik” verwezenlijkt kan worden. Want de onbaatzuchtige liefde staat gelijk aan het bewustzijn één te zijn met de Schepper en de Schepping.

Wanneer wij dit als doel stellen, kunnen wij dus zeggen: dat bij de goed gerichte gedachte de verdraagzaamheid vanzelf aanwezig zal zijn en wel op de voor het “Ik” en de wereld meest juiste wijze, terwijl daarnaast een groter gevoel van eenheid in andere delen van de Schepping optreedt en zo onze wereld door een goed gerichte gedachte niet in de richting van de chaos, maar precies in de tegenovergestelde, de richting van de vorm wordt gedreven. De vorm van het leven beseffen wij, wanneer wij de eenheid van het leven zien. Iets, wat wel wordt genoemd: het zien van de Schepper van aangezicht tot aangezicht. Ik geloof, dat ik daarmee voldoende commentaar heb geleverd op uw betoog maar als u het niet vindt, kunt u rustig verder gaan, mits het geen debat wordt.

  • Waarom geen debat?

Debatteren is, zoals u weet, voor ons niet toegestaan, omdat wij ons in een debat wel kunnen beheersen meestal, maar verschillende keren is gebleken, dat de zwakkeren onder ons daar moeite mee krijgen, terwijl ook, al is dat weer langere tijd geleden, soms onder de aanwezigen personen zijn, die door het debat zeer geprikkeld en daardoor tegengesteld worden aan hetgeen wij voorstaan: nl. verdraagzaamheid.

  • In vrede vechtend.

In vrede vechten kun je eigenlijk met iedereen, wanneer je beseft dat iedereen zijn eigen wereld heeft naast de jouwe, want dan strijd je in de strijd tegen een ander slechts tegen jezelf.

Ik weet niet of u de filosofie begrijpt, maar over de dingen, die je zeker weet, strijd je niet. Alleen over de dingen, die je zeker meent te weten; omdat dat kleine deeltje onzekerheid dwingt bevestiging te zoeken buiten jezelf. Wie volledig gelooft, predikt zijn geloof niet, maar stelt alleen de waarheid van zijn geloof vast. Die praat er verder niet over. Maar wie meent te geloven, tracht een ander van zijn geloof te overtuigen, opdat hij daardoor zelf in zijn geloof versterkt wordt.

Ik geloof, vrienden, dat wij hiermee dan kunnen besluiten en dan heeft u zo dadelijk misschien wat meer tijd voor de “Vragenrubriek”. Ik besluit dus hiermee dit eerste gedeelte van deze avond, dank u voor uw aandacht en ik geef het medium vrij.

Vragen

Met de beste voornemens bezield, kom ik een poging doen om deze keer de “Vragenrubriek” te leiden, zonder dat ik mij opwind. Ik hoop, dat wij erin zullen slagen…. In ieder geval zou dit willen zeggen: persoonlijke vragen mag ik niet aan beginnen. Ik heb nog eens extra op mijn duvel gehad, ik mag niet debatteren, dus… zou ik zeggen, laten wij maar beginnen.

  • Waar ligt de grens tussen zelfinkeer en egoïsme?

De grens tussen zelfinkeer en egoïsme is precies daar gelegen, waar je de buitenwereld verwaarloost, omdat je jezelf belangrijker vindt. Kun je erbij komen? Het is heel simpel.

Zelfinkeer wil zeggen: tot je zelf keren om jezelf te realiseren. Maar zodra je het doet ten koste van een ander is het egoïsme. Dus op het ogenblik dat je anderen gaat verwaarlozen, omdat je zelfinkeer voornamer vindt, dan ben je schuldig aan egoïsme.

Ik zou zeggen: het is beantwoord, maar als iemand het er niet mee eens is, dan zou ik zonder debat toch wel geneigd zijn om nog verder tekst en uitleg te geven.

  • Hoe is de situatie van de geest, die incarneert in een vanuit menselijk standpunt gezien “geestelijk onvolwaardige”?

Och, over het algemeen heb ik het idee, dat een dergelijke geest zich rustiger ontwikkelt dan die van een – volgens de mensen – volledig volwaardig mens. De mens is tegenwoordig alleen maar volwaardig, wanneer hij zich veel zorgen maakt en zichzelf veel ellende bezorgt. En misschien dat een geestelijk onvolwaardige dan simpel en kinderlijk moge zijn, misschien dat zo iemand zo directe en logische consequenties trekt vanuit zijn eigen kleine wereldje, dat de rest van de mensheid zo iemand niet eens durft te tolereren op een bepaalde plaats, dan mogen wij onszelf niet ontkennen, dat juist zo’n geestelijke onvolwaardige geestelijk meer kans heeft om in harmonie met zichzelf en zijn lichaam te leven dan een ander. Waaruit alweer blijkt, dat op aarde niet alles goud is, wat er blinkt. En niet alles verstand is, wat geestelijke vooruitgang teweeg kan brengen.

Een zijn met jezelf, dat is erg belangrijk. Wij weten dat veel van de zgn. geestelijk debielen inderdaad in staat zijn om in zichzelf geestelijk gelukkiger en beter te leven. Ongelukkiger worden zij pas dan, wanneer zij te sterk afgesloten worden van de gemeenschap die hen uitstoot. En zelfs dan kunnen zij daar evenwicht vinden, wanneer er andere wezens zijn – planten en dieren – die hen ontvangen als deel van het leven. Vandaar dat veel van de zgn. imbecielen buitengewoon goed zijn bij het vervullen van taken, waarbij zij dieren en planten e.d. verzorgen. Maar ja, zij zijn vanuit menselijk standpunt simpel. En dus zullen zij die dingen niet altijd zo behandelen als een normaal mens dat zou doen, maar zij vinden er hun geluk in.

  • Heeft het toenemen of afnemen van zonnevlekken op de zon invloed op het leven hier op aarde?

Ja, dat zou je wel kunnen zeggen. Kijk eens, ik zal proberen om het netjes te zeggen. Een zonnevlek is een verschijnsel dat op de zon optreedt, wanneer door hevige spanningen in het binnenste de zeer actieve kernstof door de hete, of zeg maar gloeiende, buitenlagen heendringt en als een krater kenbaar wordt; een schaduwachtige krater van de aarde uit gezien. Hierdoor komen veel meer geladen deeltjes in een regelmatige straling ook op de aarde af dan anders het geval is. Het is begrijpelijk, dat de mensheid hierdoor sterk wordt beïnvloed. Hierdoor treden dan ook veranderingen van lucht op en luchtelektriciteit, met als resultaat daarvan verandering van zenuwspanning bij de mens. Verder verandering van weertype. Kortom, een groot aantal van gebeurtenissen op aarde, wordt mede a.h.w. in een cyclus betrokken met die zonnevlekken. En wanneer er nu veel slechte weersomstandigheden zijn en veel zenuwspanningen, dan komen er meer verkeersongelukken, dan komen er meer mensen die in een toestand van neerslachtigheid of razernij eigen of andermans leven, nu ja, een eindje verkorten. Dan komen er meer echtscheidingen voor, dan zijn de mensen meer voorbarig enz. enz. Dat wordt mede allemaal daardoor beïnvloed, zodat zelfs vaak de zonnevlekkencyclus, de grote cyclus dan, kan worden herkend in de aanwas van het bevolkingsaantal. Zo sterk gaat dat.

Wij zouden dus wel kunnen zeggen, geloof ik, dat die zonnevlekken een invloed mede op aarde uitoefenen. Het is niet het enige wat invloed heeft, maar het telt aardig mee.

  • Ik heb eens gelezen, dat in hospitalen operaties worden uitgesteld als er ernstige zonnevlekken zijn, omdat zij dat dan noemen: embolieweer. Hoe zit dat in elkaar?

Nu, kijk eens, onder die straling veranderen o.a. ook de eigenschappen van het bloed een klein beetje. Wanneer dat bloed dan tijdens een operatie in een wat onaangename toestand komt, dan kunnen daar heel veel dingen het gevolg van zijn o.a. aderkramp, trombose enz. Dus… ik ben nu geen medicus, hoor, maar durf wel te zeggen, dat dat ongeveer kan kloppen; dat hevige zonnevlekken, magnetische wervelstormen enz., die dan ook vaak gelijktijdig ongeveer voorkomen op aarde, dus voor het menselijk organisme reeds een storing van het normale levensproces betekenen, waardoor bepaalde ingrepen in het menselijk leven en organismen gevaarlijker worden dan zij anders zouden zijn. Maar het zou op te heffen zijn in een kooi van Faraday zelfs al. Het is misschien gek, maar daarbinnen opererende en de patiënt daarbinnen bewarende, zou dat niet optreden.

  • Hoe zijn de bewustwordingsmogelijkheden voor krankzinnigen? U sprak zojuist over debielen, maar dan zou ik toch wel een groot onderscheid willen maken.

Ja. Wij hadden het eigenlijk over de geestelijk minderwaardigen. Nu is een krankzinnige lang niet altijd een geestelijk minderwaardige. Er zijn zelfs mensen, die in werkelijkheid krankzinnig zijn, maar die in de wereld genie heet. Omdat hun krankzinnigheid een richting heeft gekozen, die voor de mensheid algemeen nuttig is. Ook vermakelijk is dat. Je kunt mij niet wijsmaken, dat die meneer met die sprietsnor, die zichzelf artiest noemt, niet krank van zinnen is zo nu en dan, ook al is hij er soms vies bij. Ja. Dali. Klopt. Salvator. Nou, ik vind het helemaal geen verlosser. Daar hebben wij het niet over.

Een krankzinnige leeft in zijn eigen realiteit, zijn eigen wereld. Wanneer de krankzinnigheid veroorzaakt wordt door organische storingen, het niet een resultaat is van een oorspronkelijke innerlijke strijd, of een vlucht voor de werkelijkheid, dan geldt ongeveer hetzelfde, wat ook geldt voor deze debielen, waar wij het daarnet over hadden. Dan blijft over het algemeen de eigen wereld wel wat vredig, en zijn de reacties, die uiterlijk volgen, dingen, waar de geest weinig deel aan heeft. Over het algemeen zijn die uitingen niet gewelddadig. Uitzonderingen voor enkele typen van hersenverval, waarbij volledig foutieve reacties lichamelijk ontstaan, maar hier is sprake van lichamelijke drang en hartstocht, die zich uit zonder dat het bewustzijn daaraan verder reëel deelneemt. Anders wordt het, zoals ik al zei, wanneer je zelf schuld bent aan je krankzinnigheid.

Er zijn een hele hoop mensen, die krankzinnig worden, omdat het de makkelijkste manier is om met het leven klaar te komen, het leven te overwinnen en aan te kunnen. Nu ja, het ligt eraan, als je het nu zo doet, dat het niemand opvalt, dan ben je een handige jongen, nietwaar? Maar als het wel opvalt, dan ben je krankzinnig. Zo’n krankzinnige heeft een geestelijk probleem en beneemt zichzelf door zijn werkelijkheid te delen, dus een waanwereld te stellen in plaats van zijn eigen wereld, de mogelijkheid om in zijn werkelijke wereld, waarvan hij zich soms tijdelijk nog bewust is, deze problemen op te lossen. Voor een dergelijk iemand betekent krankzinnigheid dus een groot geestelijk lijden en een grote geestelijke strijd.

Dan hebben wij nog de bezetenheid, die zullen wij dan ook maar meteen erbij nemen. Dat zit met krankzinnigheid ongeveer in de knoop vaak. Een krankzinnige, die door bezetenheid krank van zinnen is, heeft dit over het algemeen te wijten aan eigen geestelijke zwakheid. Zijn pogingen om terrein terug te winnen, zichzelf te beheersen en de ander te verdrijven kunnen dus – mits zij eerlijk en met volle kracht worden doorgezet – voor die geest een vergroting van krachten plus een vergroting van inzicht in eigen wezen betekenen en dan is de bewustwording ook redelijk. Geeft zo iemand zich dan maar gewonnen, of worstelt hij alleen maar, omdat hij zijn eigen lusten ook wel eens wil uiten, dan kunnen wij zeggen, dat het een aardige terugslag is, en dat het leven voor die geest praktisch geen betekenis heeft. Dus die kan het nog eens over doen.

  • Ik denk bv. aan schizofrenie. Die heeft geen inzicht in zijn eigen toestand, vooral als dit in de jeugd is opgetreden.

M.a.w. wanneer schizofrenie erfelijk is, betekent het dat twee karakters, die stoffelijk reeds gelegen zijn in die mens, wisselend op de voorgrond treden en de persoonlijkheid daarmee zich wijzigt. Dat bedoelt u toch?

  • Ja

Dan hebben wij hier dus te maken met een tweeledige uiting van het “Ik”, waarbij de ervaring van elk der persoonlijkheden voor de geest gelijkelijk belangrijk kan zijn. En de geest dus uit deze schizofrenie kan leren, ofschoon de schizofreen zelf van deze plotselinge verwarring en veranderingen zich niet of bijna niet bewust is. Dus dat valt onder dat type van lichamelijk veroorzaakt. Maar wij kennen ook schizofrene typen, die zelf hun ziekte veroorzaken – zij is in principe aanwezig natuurlijk, maar dat heeft haast iedereen; als je dat wilt zeggen, kun je zeggen, dat ongeveer de helft van de huidige wereldbevolking in meerdere of mindere mate aanleg heeft voor schizofrenie – maar wanneer zo iemand dus bewust zijn werkelijkheid, zijn werkelijke persoonlijkheid, waarmee hij leeft, gaat vervangen door andere in een droomwereld en hierdoor de verschijnselen sterker naar voren komen, dan is er sprake van een conflict, waardoor deze ziekte tot uiting kwam. Schizofrenie is dan een verschijnsel van een conflict in de persoon in plaats van een uiting van een stoffelijk conflict. Dat ligt in het bewustzijn. En dan deelt de geest er wel in, dan wordt het voor haar smartelijk.

Ik wil maar zeggen, als wij krankzinnigheid gaan ontleden, dan hebben wij naast zo’n 5-tal hoofdtypen, nog een kleine 200 onderverdelingsmogelijkheden. Maar je kunt het wel over één kam scheren door te zeggen: waar stoffelijke oorzaak is, kan het voor de geest een vergroting van bewustzijn betekenen, omdat zij dan geïncarneerd is in een lichaam, waarvan zij deze waarde erkent. Ook al worden deze redelijk door die mens niet gekend. Maar wanneer deze ziekteverschijnselen naar voren komen, doordat de geest in strijd raakt met de stof bv., of de mens met zijn bewustzijn in strijd raakt met de realiteit, dan wordt hier door de geest een uitingsmogelijkheid ontnomen, want zij heeft zich nu niet gericht op dit wisselende bestaan, maar op de uiting, die de normale persoonlijkheid is, en daarin haar bewustwordingsdoel gelegd. Daardoor lijdt zij eronder.

Wanneer iemand zichzelf dus de mogelijkheid ontneemt om te handelen op een zodanige wijze, dat hij daardoor zijn geestelijk streven ook stoffelijk tot uiting kan brengen, kunnen wij zeggen, dat de geest eronder lijdt. Waar dit niet het geval is, kunnen wij zeggen, dat meestal de geest er winst aan heeft en over het algemeen geen grote schade.

  • Hoe is het voor u mogelijk om zijn en schijn te onderscheiden, oftewel werkelijkheid en fantasie?

Op ongeveer op dezelfde wijze als voor u mogelijk is. Ik kan fantaseren, wat ik wil, maar zodra ik met de werkelijkheid in aanraking kom, valt de fantasie ineen.

Kijk eens, fantasie blijft ook voor u werkelijk, zolang men niet met een waarde wordt geconfronteerd die sterker is dan deze. En zo gaat het ons ook. Wij scheppen wel in onze eigen wereld ons eigen beeld, maar het kan wel eens zijn, dat wij tegen een gedachte aanlopen die niet van ons komt. Die sterker is dan die veelheid van kleine gedachten, die wij vanuit onze fantasiewereld opbouwen.

  • Als ik het goed heb, dan plegen Japanners Harakiri met het doel om zich te wreken op een vijand. Zou u de werkwijze willen uiteenzetten en het beoogde doel preciseren? En in hoeverre kan dat doel ook worden bereikt? Hoe is dat resultaat te verklaren?

Een Japanner pleegt over het algemeen geen Harakiri om zich op zijn vijanden te wreken. Dat is punt één. Een verwarring. Harakiri betekent: een zichzelf rechtvaardigen door zichzelf tot bloedoffer te maken en zo eigen schuld uit te wissen. Waar men hieraan gelooft, heeft het deze werking voor de geest over het algemeen wel. Verwarring is hier opgetreden.

Men gebruikt dat meer in China dan in Japan gebruikelijk is, nl. het zich doden op het erf of voor de deur van een tegenstander of vijand. Dat is weer i.v.m. het volksgeloof. Men gelooft nl. dat een geest daar altijd zal blijven wonen, waar hij gestorven is op een zodanige manier – althans lange tijd. De voorstelling, die men dus heeft is deze: Punt één. Ik zet daar die meneer of die dame, die mij daar zo lelijk gehad heeft, lelijk te kijk, want heb zelfmoord gepleegd en dan weten zij dus, dat er mij een onrecht is aangedaan. Dus dat is de eerste publicatie a.h.w. Een soort reclame, een dure reclame, maar het is een soort van reclame. Dan ten tweede. De zekerheid scheppen, dat je als geest een vloek kunt leggen over die mens en zijn bezittingen. Dat is op volksgeloof gebaseerd en het werken kunnen wij ongeveer als volgt verklaren: De geest gaat over, vol van wrok. Mij dunkt, je moet toch aardig de p… in hebben aan een ander, als je jezelf ervoor wil ophangen, kelen, of wat anders. Dan moet je toch weer heel ver gaan, dan moet er heel wat haat zitten. En wanneer je die hebt bij de overgang en daar denk je aan, anders doe je het niet, dan blijft dat je gedachtewereld sterk beheersen. Na de overgang zal dus die geest voortdurend trachten die wraak te verwerkelijken. Hierdoor komt zij in contact meestal met duistere elementen uit de slechtere buurten van de geest. Waar zij nog niet eens gaspitjes meer hebben. Waar het helemaal donker is. Daardoor wordt dan vaak een dergelijke dood tot een vloek.

Maar geloof, dat men dat niet mag verwarren met het Harakiri, de rituele zelfmoord. Harakiri is een religieuze reiniging. Wanneer u bv. hoort, dat, laat eens kijken, moet een beetje recent zijn… ja, in de laatste wereldoorlog… Japanners, die merkten, dat zij ergens ingesloten waren en niet konden ontsnappen, of zo. Wat gebeurde er dan? Dan ging – heel ritueel – de meneer zitten, die daar de hoofdofficier was en meestal nog een stelletje van zijn collega’s met hem, die namen hun zwaard en begonnen dan zichzelf – laten wij zeggen – nu ja, hoe moet daar een mooie uitdrukking voor vinden… laat zeggen, dat zij hun innerlijk aan de wereld gingen tonen. Daar komt het wel op neer. Zij deden dit, omdat zij door te falen tegenover de “Zoon van de Zon”, de Tenno, De Goddelijke Keizer, een schuld op zich hadden geladen zowel tegenover hun ras als hun God en hun voorouders. Door op deze wijze een offer te brengen, konden zij dus hun nederlaag niet meer beleven of overleven. Begrijpt u? En waren zij dus geestelijk vrij en zouden zij niet zoals anders hun rang en stand verliezen. Ook geestelijk. Men pleegde die zelfmoord, die Harakiri dus, ook wel wanneer iemand u zo beledigd had of zo vernederd had, dat uw eigen aanzien erdoor verloren was gegaan. Want was jouw aanzien verloren, was dat van je voorouders ook weg. Dan zeiden zij: “Die appel valt niet ver van de boom, die appel is ook niet veel soeps. Dus kijk maar eens naar die boom.”

Bent u maar blij, dat zij in het Westen hun spruiten niet altijd naar de ouders beoordelen. Maar daar is dat dan nog wel zo gebruikelijk. Dat was dus de eerste bedoeling van deze rituele zelfmoord, niet wraakoefening, maar reiniging. Het zich bevrijden van een stoffelijk ondragelijk iets, en daardoor zichzelf zowel als het voorgeslacht bevrijden van een blaam, die ook in de andere wereld nog zou kunnen blijven bestaan. De afpersingsmoord, zelfmoord, die heeft inderdaad ook in Japan wel bestaan.

Overal waar die gedachten was… er is een tijd geweest bv. dat de Chinezen zelfs arme, heel arme luitjes, die niets meer aan hun leven hadden, exporteerden naar Japan. Dat ging zo, dan zeiden ze: “Hoor eens, je hebt vrouw en kinderen, je hebt een zoon, je hebt zelf niet veel meer te leven, maar je gaat toch onder. Wij zullen zoveel geld geven, zoveel daalders voor je vrouw en je kinderen en we zullen je eten geven en goede kleren, maar over zoveel tijd bij…, bv. in de maand van de Hond of van de Draak, of van het jaar van de Hond of van de Draak, precies zoals het uitkwam, dan ga jij daar en daarnaartoe en pleeg je zelfmoord.” Begrijpt u? “Tenzij je wat anders zegt”. En dan gingen zij – zou haast zeggen – als de gesmeerde bliksem ernaartoe, nietwaar, dan zeiden zij heel beleefd – want dat zijn die mensen – “Hoog edele Heer, het is mij bekend, dat iemand zich gaarne zou doden op uw drempel. Maar de machtige geesten hebben mij de mogelijkheid gegeven om dit onheil te voorkomen. Helaas moet ik daar erg veel goud voor offeren.” Kregen zij het, dan ging de voorstelling niet door, maar dan was er altijd wel een ander, die “neen” zei. Dus zo iemand kochten zij nooit voor niets.

Het is zelfs iets, wat gebruikt is in handelspraktijken een tijdje, nl. toen die grote concernvorming in Japan begon. Toen hebben zij op die manier een paar onwillige ondernemers gedwongen om zich bij de grote families te voegen.

  • Wat wordt er bedoeld met: de fouten der vaderen worden erfelijk aan het kind bezocht tot in het 7e geslacht?

Nou, het 7e geslacht moet je niet letterlijk nemen, maar als het getal 7 ervoor staat, wil dat zeggen: de vaderen maken fouten en de mensheid, het gehele menselijke geslacht lijdt er onder. Wanneer u iets doet, wat niet goed is, dan legt zich dit vast in uw bewustzijn. Dit bewustzijn legt zich vast in uw leven. De wijze waarop u optreedt tegenover de buitenwereld. Wanneer u kinderen voortbrengt, zit dit bewustzijn mede genetisch verwerkt. En voordat dat helemaal door andere waarden eruit is, kan wel een paar geslachten lang duren, dat is zeker. Terugvallen in vroegere waarden, met sprongen zelfs, kan voorkomen zelfs tot in het 10de, 12de geslacht. Dus daarin hebben zij in ieder geval al gelijk. Maar wanneer de kinderen mede lijden onder het bewustzijn dat in de ouders leeft, dan krijgen zij ook diezelfde tic. Bovendien, wanneer ik geestelijk schuldbewust ben en in onvrede met de wereld, dan zal ik nooit geesten tot mij trekken, die incarneren in mijn kinderen en helemaal erbuiten staan. Want soort zoekt soort, ook daar. Dus dan krijg je al onevenwichtige geesten in de kinderen, enz. En zo krijg je dan de Bijbelse uitdrukking dat praktisch, heel reëel en heel werkelijk is vanuit twee standpunten: dat van de stof en van de geest. Stoffelijk op basis van genetische waarde, waarbij dus de chromosomen en hun werking mede beïnvloed worden door de bewustzijnstoestand. En geestelijk doordat gelijke sferen elkaar aantrekken. Dus de ouders op aarde krijgen meestal geesten, die of geestelijk sterk aan hen verwant zijn, ofwel hun volledig tegendeel, om zo te trachten een volledig bewustzijn te krijgen van deze nieuwe, aan hen niet bekende wereld.

  • Wat bedoelt u met ‘volledig tegendeel’? Wil men die eigenschappen speciaal in dat leven leren kennen?

Ja. Ik ben altijd erg braaf geweest, maar alleen omdat ik de gelegenheid niet had om kwaad te zijn. En nu kan ik weer incarneren. Nu zeg ik: Ik ben toen wel goed geweest, maar eigenlijk niet volledig bewust. Ik wil proberen, hoe sterk dit bewustzijn van mij is en dan kies ik een omgeving, waarin ik zeker ben, dat ik de gelegenheid tot kwaad krijg. Dus dan ben het volledig tegendeel van de sfeer, die ik opzoek.

  • Hoe verklaart u het bericht dat in de krant las, dat een tweeling van 17 jaar, die zich op grote afstand van elkaar bevonden, enige uren na elkaar aan een hartverlamming overleden? Ik moet erbij zeggen, dat de één het bericht van de dood van de ander vernomen had.

Wij zouden kunnen zeggen, dat deze tweeling waarschijnlijk een eeneiige tweeling is geweest en dat daardoor een gelijke conditie bij beiden bestond. De één had een hartaanval, dus wij kunnen aannemen, dat er sprake was van een niet al te sterk hart. En dat de schok van de dood van dit deel van dit “Ik” – want zo ervaart men elkaar door volledige gelijkheid – de ander dezelfde zwakte deed voelen, waardoor die ook kon… nietwaar? Dat is toch logisch.

Het bijgeloof, dat tweelingen altijd dezelfde levensloop hebben, komt niet uit. Wel is zeker dat, omdat lichamelijk en genetisch de eigenschappen van eeneiige tweelingen gelijk zijn, of ongeveer gelijk, en hun opvoeding meestal ook gelijk is geweest, de ontwikkeling die zij doormaken ongeveer gelijk zal zijn.

Verder, doordat zij bijna gelijktijdig geboren zijn, zullen zij op beïnvloedingen vanuit de kosmos ongeveer gelijk reageren. En dan bestaan er natuurlijk ook de gevallen, waarvan de ene broer soldaat was en de andere postbode. Toen de één Directeur-generaal van de Posterijen werd, was de ander Generaal-majoor in het leger. Bijna dezelfde dag. Hetzelfde jaar. Maar dat zijn uitzonderingen. Er zijn meer gevallen waar dit niet gebeurde. Wij moeten dus uitgaan van gelijke lichamelijke eigenschappen en kunnen een ongeveer gelijke geestelijke instelling redelijk wel aannemen, ofschoon niet als zekerheid.

  • Kan het hier het geval zijn, dat dit “tweelingzielen” zijn?

Nou nee. Want als je een tweelingziel hebt, dan is het eigenaardige van de tweelingziel, dat zij, zodra zij geestelijk tot vereniging komt, dus geen onafhankelijk leven meer kent. En ook geen onafhankelijke uiting, maar waarbij de twee dus elkaar volledig aanvullen, worden tot een nieuwe eenheid van hogere klasse en soort. Grotere capaciteiten. U zult dus begrijpen dat, zou al een tweeling op aarde keren, dit niet in twee lichamen, maar in één lichaam gebeurt. Is er sprake van tweelingen, die elkaar geestelijk nog niet gevonden hebben, dan is de band wel sterk, maar niet zo sterk, dat van een gelijktijdig sterven sprake is. Dat is geestelijk. Ik bedoel, stoffelijk zal je over tweelingzielen weinig kunnen bewijzen.

  • Zijn er ook tweelingen die oorspronkelijk vijanden waren?

Dat kan wel eens voorkomen. Kijk eens, tweelingziel is niet gebaseerd, zoals de mensen denken, op liefde of zo, maar dat is gebaseerd op een elkaar volledig aanvullen, zodat de één de ander a.h.w. eerst volledig maakt. Die twee kunnen dus alleen door de eigenschappen van de ander zichzelf volmaakt of volledig voelen. En dat kan dus ook tussen een vriend een vijand zijn. Maar eerst moeten zowel liefde als vijandschap wegvallen, tussen de tweelingziel, voordat zij éénheid worden. Zij moeten als bewustzijn eigen bewustzijn volledig versmelten met dat van de tweeling. Dan komt die eenheid, dan hebben wij de werkelijke tweelingziel. Want men zegt op aarde wel: tweelingzielen, en dan denken zij: er is maar één ziel in het Al en die past maar bij één andere. Neen, zo is het niet. Er is een beperkte reeks mogelijkheden voor deze ene ziel om haar tweeling te vinden. Maar die beperkte reeks zal door de loop der tijd toch nog duizenden zielen bedragen. Op het ogenblik, dat zij tot bewustzijn komt van deze aanvullingsmogelijkheid echter, zoekt zij haar tweeling en de eerste, die zij vindt, daar wordt zij een eenheid mee. Want allen zijn voor haar dan gelijk, omdat zij dezelfde geestelijke waarde betekenen binnen het Goddelijke.

  • N.a.v. de vraag van de vorige week: een geest wordt door de mensen gezien in een vorm, geen materialisatie. Komt dit doordat een mens door zijn beperkte zintuigen altijd ziet in een vorm? Het lijkt zo onwezenlijk, zonder vorm. Een hoge geest wordt dikwijls beschreven in een vorm. Wat dan met: in het huis des Vaders zijn vele woningen?

Nou, wat betreft: in het huis mijns Vaders zijn vele woningen. Dat is een uitdrukking, die stoffelijk is. Het zou gek zijn om te zeggen: een huis met woningen, tenzij wij denken aan de oude voorstelling van een paleis. Waar een vorst dus vele verschillende soorten a.h.w. onder één dak had.  Het was niet allemaal familie, of gelijke in rang, maar voor ieder was er een plaats. Zo betekent: in het huis mijns Vaders zijn vele woningen, eigenlijk dat er binnen God voor al het geschapene een plaats is te vinden, die aangepast is aan het wezen en de kwaliteiten van degene die plaats zoekt.

Dus je zou kunnen zeggen: er is een woning voor katholieken, en een woning voor protestanten en een woning voor boeddhisten, ieder heeft zo zijn eigen wereldje binnen God. En allemaal komen zij tot de Vader. Maar werkelijk zich van God bewust worden, zou alleen, als zij net als die oude hovelingen eerst een tijdje chambreren en dan in de troonzaal staan tegenover God, de Koning eigenlijk van dat huis.

Nu wat u zegt over vormen: zo wezenloos, wat ik moet daarop zeggen? Vorm is eigenlijk zo vaag. Wat geeft vorm eigenlijk weer over de kwaliteiten die er in iemand schuilen? U vindt het misschien wezenloos, wanneer ik alleen de kwaliteiten zie van een mens en niet het gezicht, wat hij erbij heeft. Maar dan heb ik toch één voordeel: Ik zie veel minder leugens dan u. Dus mijn wereld is vanuit mijn standpunt wezenlijker, omdat het mij meer reële waarden toont en niet slechts uiterlijke vormen, die schijn zijn.

Maar de mens is gewoon om zich de dingen in een vorm te realiseren, en vandaar, dat als er bv. een hoge geest zich manifesteert, een helderziende gaat zeggen: “Ja, lange haren, een mooi gezicht, een edel gezicht, en een witte jas aan, met gouden boordsels en een grote ceintuur.” Weet u waar dat eigenlijk vandaan komt? Van de voorstellingen die de middeleeuwse schilders gaven van engelen. Associatie. De eigenschappen, die erkend worden in de geest, worden geassocieerd met in de gemeenschap geldende begrippen. Diezelfde geest zal bij de boeddhisten komen en dan wordt hij als een Bodhisattva gezien met alle kentekenen daarvan. Dus dat is alleen maar het voorstellingsvermogen, wat dat maakt.

  • Er is gezegd, dat de moderne kunst een uiting is van de tegenwoordige jeugd, te beschouwen als een vlucht uit de werkelijkheid. Nu is mijn vraag: waarom deze drang zich dan, zoals vooral in de schilder- en beeldhouwkunst, op zon wanstaltige en dikwijls onsmakelijke wijze moet uiten. De schoonheidsnormen van de Grieken e.a. hebben zich toch door de eeuwen heen kunnen handhaven en nu komt de 20-eeuwse jeugd en schept wezens, die alleen voorkomen in nachtmerries, daarbij trachtende hun ziekelijke opvattingen anderen aan te praten.

Nu dan, eerst wat over die Grieken. Ik heb kortgeleden van iemand gehoord, die er pas een jaar of 3, 4 is, dat er een tijd is geweest, dat men al die onzedelijke Griekse beelden van extra hemdjes ging voorzien. Op zijn minst het vijgenblaadje ging vervangen door een mooi doekje, waarbij dus schijnbaar ook die waarden als onsmakelijk werden ervaren, want anders zouden zij die schone lijnen niet bedorven hebben. Maar het is aardig om terug te gaan tot die Grieken natuurlijk. Maar wij hebben het alleen over de beeldhouwkunst. De schilderkunst was zelfs in 1600 nog heel anders dan vandaag de dag en in 1600 scheelde die heel wat met de primitieve kunst van eh…800 en de grote kunst van bv. de Egyptenaren. Die hadden zeker ook voor u iets wanstaltigs. Zij was ook formeel. En dan moeten wij helemaal niet gaan spreken over Indische kunst, waarin vaak zoveel symbolen worden gebruikt, dat een gewoon mens zich afvraagt: wat betekent dat nu? Dan zie je zo’n God met 24 armen. Die kan zich krabben en dan heeft hij er nog 23 over om wat anders mee te doen… ik wil maar zeggen… Ga je er over nadenken, dan zie je wat er mee bedoeld is. Dus die beelden, als je die goed gaat bekijken, geven verschillende bewegingsfasen of zijnstoestanden weer in één beeld enz. Maar dan moet je inzicht hebben in die kunst. Als je de Egyptische kunst ziet, dan heeft die voor een normale Europeaan betrekkelijk weinig te zeggen. Alleen ja, uit die Ichnaton-periode.  Nu ja, dat wil dan nog wel, omdat dat ook nog een klein beetje naturalisme was. Maar al die stileringen, zij snappen er niets van. Al die koningen; precies hetzelfde zittend, groot, met een baard, strak op een stoel. Toch waren er kunstenaars bij, die juist in die formele beelden het hele karakter en vaak ook de regeringsgeschiedenis van zon vorst wisten aan te duiden symbolisch. Degene, die dat wist, zag het erin, de ander niet. Nu is dat oud en door zijn ouderdom eerbiedwaardig. Maar ik vraag mij af, of wanneer het nieuw was, u een dergelijke wijze van uitdrukking ook niet wanstaltig en onsmakelijk zou noemen.

Waarmee ik maar mee wil zeggen dat het oordeel dat wordt gegeven, een oordeel is, dat op gewoonte en bewondering voor oude waarden is gebaseerd. Rembrandt was een zeer aardige schilder in zijn tijd, hij kon er best mee door. Nu ja, hij was zo beroerd niet, je kon hem best een portret laten maken, maar wat die vent er toch in zag, om die onsmakelijke koppen van Bijbelse figuren te schilderen, die oude bedelaar, waar hij Mozes van maakte, dat was iets verschrikkelijks. Dat is nog niet zo lang geleden. Op het ogenblik vallen zij op hun knieën als zij zoiets zien en betalen tot zij bont en blauw zien.

Er is een tijd geweest – om een beetje dichterbij te blijven – dat de modernen als Toorop en zo, nu ja, eigenlijk maar grote knoeiers waren, waarvan zelfs in de kunstacademie in Brussel werd gezegd, dat zij niet eens konden tekenen. Dit wanstaltige verwrongen werk… Moet je nu zien… Nu vinden zij het allemaal mooi.

Kijk nu maar, wat zij de laatste tijd niet hebben met van Gogh. Toen zij er in die tijd mee aankwamen, weet je wat de doorsnee-burger zei? “Walgelijk! Bah! Je kunt wel zien dat het door een krankzinnige is gemaakt.”

Wat tegenwoordig wordt geschilderd, heeft ook zijn betekenis. Er is wel knoeierij bij, dat is er altijd geweest. Maar er zijn ook werken bij, die eeuwigheidswaarde hebben. Waarom? Omdat de mensen op de duur – misschien enkelen – leren zien, wat er wordt uitgedrukt.

Nu wil ik helemaal niet… zoek even naar een voorbeeld, hoor… Ik meen dat u het hier in den Haag kunt zien, ja Ouborg, een vlak wazig donkere rand, geel vlak, onregelmatig, bijna rechthoekig afgerond, midden vlak donker. Tunnel-idee. Dan zegt de mens: wat wordt daarmee uitgedrukt? Wat betekent het? Dan komt er iemand anders – wat later – en die zegt: eigenaardig, hoe wonderlijk mooi die man dat toch heeft getekend, die angst voor de toekomst. Die donkere tunnel, waar die uit het licht van het heden in moet. En het vergrauwde waas van al hetgeen achter hem ligt.

Dat is een mooie gedachte. Dat is werkelijk waardig weergegeven. Maar op het ogenblik staat er iemand voor en zegt: “Moet je mijn zoontje in de derde klas zien. Die doet het veel beter.” Met dit verschil, dat het zoontje misschien wat knoeit, maar geen gedachte weergeeft. Zij kunnen misschien wel zeggen dat een krankzinnige dergelijke kunst maakt. Want die ziet ook andere waarden dan de naturalistische en vertekent zijn wereld dus ook. Duidelijk? Maar laten wij daar niet verder op door gaan, want anders hoor ik dadelijk nog iemand beweren, dat ik de kunstenaars voor krankzinnigen heb uitgescholden. En dat is niet mijn bedoeling. Ik wil erop wijzen dat hun kunst niet walgelijk is, tenzij in de ogen van hen, die de waarden daarin gelegen niet kunnen bevatten.

Dat dat in de oudheid precies zo is geweest… Laten we maar niet gaan praten over mijn tijd. Weet je, wat het toen was? Wat tegenwoordig mooie beelden zijn, dat was toen iets verschrikkelijks, maar weet je, wat je moest hebben? Een opgezette papagaai onder een stolp. Dat was je ware. Dat was kunst. Dus wil er maar op wijzen, dat verandert met de tijd, wat mooi is en wat niet mooi is. En hier zijn ook vaak gedachten zó neergelegd, dat een ander ze herleven kan. En daar gaat het om.

  • Waarom tekent men dan de figuur zo wanstaltig? Kinderen met waterhoofd. bv. of vrouwen met een hoofd als een speldenknop en verder een wanstaltig lichaam.

Het is misschien geen kunst, maar het geeft toch wel bepaalde gedachten weer. In het geval van het kind kun je zeggen: “Nou, nou, zo eigenwijs en zo onvolwassen, zie je ze maar zelden. Wat een hoofd, wat een hoofd. Ik krijg er hoofdpijn van.” En bij vrouwen – de aanwezigen natuurlijk uitgesloten – kan het wel eens voorkomen dat je zegt: “Kop zit er niet veel op, maar de rest is wel aardig”. U lacht er nu om…

  • Ik zou zeggen. Dat heeft met psychologie te maken, maar dat kun je toch geen beeldende kunst noemen? Onder kunst versta je iets anders.

Verstaat u iets anders. Nu moet ik op gaan passen, want ik mag niet debatteren. Maar wat ik wil zeggen is maar dit: kunst is m.i. elk weergeven van gemoedsstemming, toestand, vorm of gedachte op een zodanige wijze, dat het voor een ander herleefbaar is. Kunt u het daar mee eens zijn?  Dan is die wanstaltigheid kunst; al zit u ook nog zo tegen te pruttelen. Weet u waarom? Omdat zij waarden weergeven, die anderen zo kunnen herleven. Er zijn demonische gestalten en figuren geschapen, ook door sommige schilders in de Middeleeuwen. Denk nu alleen maar eens aan de panelen van Jeroen Bosch bv. die ook wanstaltig waren. Noemt u dat geen kunst?

  • Maar een beeld dan, als dat van Epstein: Jezus. Dat is geen beeld meer, dat is gewoon heiligschennis.

Misschien is het dat. Maar er is een lijdende Christus met Piëta – nu nog in Italië te zien – gekleurd hout en betrekkelijk oud. Naar ik meen 15de eeuw. Er is niets afzichtelijker en verwrongeners als dit gezicht. Een tong, die paars tussen de lippen doorlalt. Vlees, dat weggescheurd is. Spieren en gelaatskleur die groenig zijn aangezet, spieren, die gewrongen opgezet half op barsten staan en ledematen, die half gebroken zijn. Dat kunt u dan ook wel heiligschennis noemen.

  • Dat lijkt dan tenminste nog ergens op. Maar dat beeld van Epstein lijkt niet eens meer op een menselijk wezen…

Het is een uitdrukking, van hetgeen Epstein ervaart, wanneer hij denkt over de figuur Jezus. Wanneer je alles bij elkaar neemt: leven en lijden van Jezus, dan blijft er ook niet zo heel veel menselijks meer over. Wanneer u Jezus liever ziet in de gedaante van een Heiland, of een Kruisfiguur is dat begrijpelijk. Maar ik geloof toch niet dat u van de wereld mag verwachten, dat zij alles zal uitdrukken zoals u het mooi vindt? Of zoals u dat begrijpt. Zolang zij een waarde schept, die voor – al is het voor enkele – mensen begrijpelijk en herleefbaar is, is het al kunst. Wanneer die kunst iets weergeeft, wat in de harten van de mensen leeft, dan wordt die kunst beter begrepen, naarmate zij ouder wordt, aangezien de mensen zich, wanneer men ouder wordt, niet meer zo verzetten tegen het nieuwe ervan.

Ik vraag niet van u, dat u Epstein mooi vindt, hoor. Helemaal niet. Zeker niet de nabootsende beeldhouwers, die je zou kunnen vleien met de naam: Nepstein, die kunst fabriceren aan de lopende band tegen goede betaling. Maar ik zou u graag de raad willen geven die dingen niet onmiddellijk af te keuren als kunst. Want er is veel geschreven, geschilderd en gebeeldhouwd, dat in zijn tijd verworpen werd en zelfs nu nog niet wordt begrepen. Maar dat toch wel degelijk kunst was, omdat een mens een deel van eigen visie of ervaring zo daarin heeft vastgelegd dat anderen dit kunnen herleven, opnieuw ervaren.

image_pdf