Oosterse filosofie, vergeleken met het westerse cultuurleven

Dinsdag 27 mei 1980

Wanneer je probeert de Oosterse filosofie met het westerse cultuurleven te vergelijken, moet je niet vergeten, dat ook het Westen zijn eigen filosofie heeft. De cultuur trekt zich er over het algemeen heel weinig van aan. De vergelijking, die wordt gevraagd hangt daarom eigenlijk een beetje in de lucht. Wil je de achtergronden bezien dan dient u zich het volgende te realiseren. De Oosterse filosofie is ontstaan in een reeks gemeenschappen waarin leven eigenlijk erg goedkoop was en waarin een veelgodendom bovendien de mogelijkheid schiep om altijd wel een God te vinden, die je eigen wensen zou kunnen vervullen of je daden zou rechtvaardigen.

Het Westen dankt zijn cultuurleven hoofdzakelijk aan de soms wel wat gewelddadig opgelegde christelijke beschouwing. Als zodanig heeft ze een monotheïstische instelling en een wijze van benadering die ook ongetwijfeld de filosofen sterk heeft beïnvloed. Het mensenleven in het Oosten is goedkoop. In het Westen is het kostbaar. De situatie na de dood is voor het Oosten in feite een verdergaan totdat je uiteindelijke door reïncarnatie karmatische ontwikkeling bereikt.

In het Westen is het: een keer mag je het proberen. Als dat niet lukt, zit je in het eeuwige vuur.

Zo bezien moet je stellen, dat er in feite een ontwikkeling heeft plaatsgevonden in het Westen waardoor een groot gedeelte van de Oosterse cultuur door dit Westen niet zonder meer te aanvaarden is. Ook daarvan zijn beelden te over. Wanneer we naar de theosofie kijken, dan weten we dat we hier te maken hebben me een filosofie, die oorspronkelijk zuiver Oosters is. In haar vertaling wordt ze sterk Slavisch beïnvloed. Daarnaast kregen we nog te maken met een injectie van enkele meer Angelsaksische superioriteitsbegrippen.

Het resultaat is geweest, dat de feitelijke betekenis, waarop zoveel boeken zijn gebaseerd niet Oosters meer genoemd kan worden. Integendeel, het is geworden tot een filosofie waarin je eigenlijk als Westerling jezelf vrij kunt zeggen van kerkelijke belemmeringen en gelijktijdig een vroomheid kunt bereiken die juist door die kerken als hoofddoel wordt gesteld. Pas rond 1900 heeft het Oosten werkelijk enige greep gekregen met zijn eigen denkbeelden op het Westen. In die tijd kwamen er vertalingen van de verschillende Veden. Er kwamen vertalingen van Oosterse filosofen, van Chinese denkers. Men kreeg langzaam maar zeker het beeld, dat heel veel mensen daar eigenlijk hebben: Je wordt geboren op je plaats. Je hebt op die plaats een zo juist mogelijk leven te leiden. Daardoor schiet je dan op wanneer je een volgende keer op aarde komt. Je komt in een betere stand terecht. Je komt terecht in een andere positie. De tussenweg loopt heel sterk uiteen. Wanneer we bijvoorbeeld het boeddhisme zien, dan zegt men wel eens, dat het ons zo confronteert met alle hel- en hemelwerelden waar je doorheen moet gaan.

Een fout, die te begrijpen is omdat het lamaïstisch denken het Westen eerder heeft aangesproken dan het zuiver boeddhistisch denken, dat u bijvoorbeeld nog op Ceylon kunt aantreffen. Sri Lanka bedoel ik.

Wanneer we kijken naar de werkelijke versie van het boeddhisme, dan betekent het niets anders dan: ik probeer de werkelijkheid te vinden. Op het ogenblik, dat ik mij van de illusie bevrijd, word ik een met Al. Ik bereik een toestand van bestaan zonder actie en daarin heb ik deel aan alle gebeuren zonder dat ik ooit door de waan beïnvloed kan worden. Dat heeft niets te maken met een hemel of met een hel. Het is gewoon de terugkeer van het ego tot de ene grote werke­lijkheid. Het is duidelijk, dat dit niet attractief is, je moet een stok achter de deur hebben. Dus werd de hel er al heel gauw weer bij gehaald. Er zijn verschillende grote filosofen geweest, ook onder de boeddhisten, die geprobeerd hebben de mensen duidelijk te maken, dat het eigenlijk alleen maar belangrijk is om harmonisch te zijn. De harmonie zoals zij die zien is iets anders dan het Westen kan verwerken. Het Westen is perse moralistisch. Dat wil zeggen het gaat uit van een bepaalde ethiek, een bepaalde zedenleer. Het Oosten gaat uit van het begrip harmonie zonder beperking. Het is dus mogelijk, dat een orgiastische dienst evenzeer de mens dicht tot God brengt als vasten bijvoorbeeld. Ik kan begrijpen, dat ze dit in het Westen niet graag verkondigen. Het orgïasme zou dan alle bestaande kerken verslaan, denk ik. Er is dus een zeer groot mentaliteitsverschil. Toch heeft het Westen behoefte aan iets meer dan alleen maar de aanvaarding op gezag. De macht van de westerse kerken is in feite opgebouwd uit leergezag, dat weet u waarschijnlijk. Door de mens het denken en daarmee ook een beetje het vrijelijk God beleven op zijn eigen manier, te ontnemen, hebben ze een hiaat gelaten, een emotionele hiaat die in elke mens ergens bestaat. Je wilt uiteindelijk een zijn met het grotere bele­ven. Je zoekt de geborgenheid in het opgenomen zijn in iets wat meer is dan je zelf bent. Of dat nu gebeurt in een streetgang of dat het gebeurt binnen een klooster of een kerk, maakt verder weinig uit. Je bent eenvoudig niet gelukkig wanneer je je niet opgenomen weet in een geheel waarin ook jij je eigen plaats hebt. Dat mag niet alleen maar een plaats van onderdanigheid zijn.

Nu komen vanuit het Oosten steeds meer leraren, hoe ze zich ook noemen, Maha-rishi’s, goeroes, yogi’s, geef ze maar een naam, die allen proberen de mens te confronteren met de persoonlijke harmonie. We kennen daar gevolgen van. Denk aan de TM. Een meditatie, die juist het denken uitsluit door het gebruik van een sleuteltrilling, een sleutelklank en daarmee proberen de mens tot een eenheid te herleiden. Maar kan dat bij het Westen? Het Westen kan niet gaan neerzitten en zeggen: nu komt het wel. Het Westen zegt: ik draai die sleutel om en dus moet er een deur opengaan. Maar die deur gaat niet open. Dat kan eenvoudig niet. We zien andere systemen waarbij men tegen de mens zegt, dat hij zijn spanningen en frustraties kwijt moet. Dat is natuurlijk een lied zonder einde, dat begrijpt u ook wel. Het enige wat je daarvoor in de plaats krijgt is in feite de illusie van eenheid. Een illusie. Oh, ik weet, dat de Bagwan voor sommige mensen heel veel goeds heeft gedaan. Maar zijn filosofie is er een, die alleen aanvaardbaar is voor een mens voor wie het streven eigenlijk maar een bijkomstigheid is. Voor wie het existeren, het bestaan zelve de essentie vormt van alles wat er is. Hoeveel Westerlingen kunnen dat aanvaarden? Zeker, ze kunnen tijdelijk opgaan in zo’n geheel. Ze kunnen zich uitleven. Ze kunnen proberen om denkbeelden in zich op te nemen. Maar werkelijk, wanneer het puntje bij paaltje komt zitten ze met de hen opgelegde drang tot presteren, waarmaken. Zodra je begint te presteren dan probeer je meer te zijn dan je bent. Dat is juist iets wat het Oosten afwijst. Men zegt in de oosterse filosofie nooit, dat je meer moet zijn dan je bent. Er staat alleen maar, dat je moet groeien tot je jezelf bent.

Als je kijkt naar vergaren, naar eigendom, dan zie je dat ze het in het Oosten ook leuk vinden om rijk te worden. Alleen gaat het daar vaak op een andere manier dan hier. Daar hebben ze ontwikkelingshulp en daar worden mensen rijk van. Neen, niet die mensen die het nodig hebben, natuurlijk. U vergeeft me. Als de toespelingen u ergeren trekt u zich er niets van aan. Wat is er eigenlijk. Wanneer ik mijn plaats inneem en ik kan mijzelf handhaven, dan moet ik een relatie vormen met mijn omgeving, dat is zeker. Dat is in het Oosten zo, dat is in het Westen zo. In het Oosten is die relatie niet afhankelijk van bezit. Ze is afhankelijk van betekenis die je tegenover anderen op welke wijze dan ook probeert te krijgen. Hier wordt betekenis gelieerd met bezittingen. De hele cultuur van het Westen is dermate materialistisch van structuur, dat men bereid is om alles, desnoods het levensgeluk van een groot aantal mensen, op te offeren aan de mogelijkheid om meer te verwerven. Zoals men bereid is onrecht te doen in de naam van het recht alleen maar om zo de macht, die men meent te bezitten uit te breiden of tenminste te handhaven. Het is duidelijk, dat tussen twee systemen geen perfecte overdracht mogelijk is. Ik hoop, dat ik dit eerste punt voldoende nadrukkelijk neb gesteld.

Dan komen we aan het tweede punt. Wat kan de Oosterse filosofie de westerse mens leren? Onverschilligheid, zeker, tot op bepaalde hoogte, maar gelijktijdig een zuiver persoonlijke aansprakelijkheid ook. Wanneer je de onverschilligheid introduceert in het Westen, dan wordt ze omgezet in een kwestie van egoïsme. Egocentrisme vinden we overal, zowel in het Oosten als in het Westen. Wanneer je zegt onverschilligheid dan betekent het in Oosterse zin: onberoerd blijven. Ik zal iemand helpen wanneer hij hulp nodig heeft, maar ik laat zijn ellende niet naar mij overvloeien. Ik voel me daardoor niet geroerd of getroffen, ik constateer alleen, dat ik van mij uit helpen moet. Basta. Wanneer je dat naar het Westen overplant, dan wordt het juist een kwestie van emotionele betrokkenheid, omdat men de innerlijke rust niet bezit waarbij men zijn eigen houding als de enig juiste kan aanvaarden en innerlijk ervaren, dat is erg belangrijk. Het Oosten is in zijn opzet eigenlijk een zonderlinge maatschappij. Wanneer we denken aan iemand, die we toch ook onder de filosofen willen rekenen, de zogenaamde Mahatma Gandhi, dan zien we dat hij zijn mensen voorhoudt: doe hetgeen juist is zonder geweld en ondanks geweld, dat tegen u gebruikt wordt. Hij zegt vervolgens: juistheid is gelegen in het delen. Dat moet je ze hier eens vertellen. Je moet een multinational maar eens vertellen, dat delen de juiste manier van leven is, dan pakken ze uw gedeelte ook nog. Hij zegt tegen de mensen: eenvoud in het leven betekent terugkeer tot die weg van leven waarbij je al het noodzakelijke zelf kunt maken. Niet voor niets is het spinrokken indertijd een symbool geworden van zijn beweging. Hij zei eenvoudig: jullie moeten geen katoentjes kopen, jullie moeten ze zelf maken. Jullie moeten niet grote pompen laten komen, jullie moeten zelf water aanboren en dan een eigen eenvoudig systeem gebruiken om het water naar boven te krijgen. Het Westen zegt natuurlijk, dat dit fout is. Als je dat tegen de mens in het Westen zegt kan hij er niets mee beginnen, want in zijn cultuur bestaat deze geheel op zichzelf betrouwende mens niet meer, tenzij als vijand van de maatschappij. Een simpel voorbeeld is dit. Een anarchist is een mens die – de gewelddadigheden buiten beschouwing latend – uitgaat van het standpunt, dat waar leven alleen mogelijk is waar geen gezag is. Hij gaat van die stelling uit, dat het gezag gelijktijdig betekent een binding aan middelen. Er zijn bijvoorbeeld gemeenten in Nederland waar je geen huis kunt betrekken wanneer je weigert je te laten aansluiten op gas, elektra en water. Er zijn er geloof ik maar een paar, drie of vier, maar ze zijn er. Er zijn een hele hoop gemeenschappen waar het u maar nauwelijks is toegestaan om uw eigen brood te bakken. Wanneer u bovendien nog grond zoudt willen gebrui­ken om uw eigen koren op te laten groeien, dan denken ze dat u gek bent en vin­den ze allicht een aanleiding om u naar een instituut te brengen waar u aan de maatschappij kunt worden aangepast. Vergeef me, dat ik het zo hard zeg.

Maar dat is maar een voorbeeld. U loopt niet, want u heeft de tijd niet om te lopen, dus moet er een motor of een auto zijn of op zijn minst een goed functionerend openbaar vervoer. Het enige wat openbaar is en niet wordt toegestaan in Nederland, dat heeft met seksualiteit te maken. Dat geldt ook voor de meeste andere landen. Waarom eigenlijk? Omdat die gemeenschap is opgebouwd op het wederkerig verlenen van diensten. Om de mensen wederkerig afhankelijk te maken van elkaar. Wanneer ik nu kijk naar Pandit Nehroe, een volgeling van Gandhi, hoor ik deze zeggen, dat de gemeenschappen op vrijwillige basis moeten leren zich zonder de diensten van anderen te redden. Hij heeft het later teruggenomen, toen was hij al politicus geworden, staatsman. Heel eigenaardig. Als je een advocaat staatsman maakt dan houdt hij zich bezig met het regelen der dingen, maar niet meer met het beseffen ervan. Dat geldt ook voor sommige economen. Er zijn drs. in de economie, die op het ogenblik, dat zij politiek bedrijven hun economisch uitzicht tijdelijk vergeten en het dan laten aanpassen aan hetgeen ze gezegd hebben. Dit is in de Oosterse filosofie niet aanvaardbaar. Het leven is een gevecht, maar niet een gevecht tegen de mens. Het is een voortdurende strijd om jezelf te zijn en jezelf waardig te blijven. De leidende functie daarbij hebben goden of als u het mijnentwege anders wilt noemen, krachten, emanaties of zelfs maar alleen de kern van je eigen wezen. Die juistheid is het enige belangrijke. Om die juistheid te bereiken moet je je ontdoen van al het overbodige. Probeer dit maar eens duidelijk te maken aan een Westerling. Er zijn een hele hoop mensen, die heel graag die esoterische en magische belevingen hebben die maar denkbaar zijn. Maar die willen ze dan het liefst kopen, als het kan per ons. En als dat niet gaat per 5 gram. Die mensen zoeken de vlucht uit hun eigen werkelijkheid, maar worden afhan­kelijk van het middel, waarmee ze die werkelijkheid ontvluchten. De Oosterse filosoof leert u juist uzelf zo zeer te zijn, dat u onaantastbaar wordt voor de wereld om u heen, zodat u niet behoeft te vluchten en dat u in de aanvaarding van uw wereld uw innerlijke rust voortdurend kunt herbeleven. Het is duidelijk, dat dit niet past in een cultuurpatroon. Wanneer we denken aan de mensen, die zich bezighouden bijvoorbeeld met de leer van Boeddha – ik heb zo even de boeddhisten van Shri Lanka genoemd, ik zou verschillende andere leermeesters ook nog kunnen noemen – dan valt ons op, dat ze zo weinig antwoorden geven. Is er een leven na de dood? Antwoord: Wij leven vandaag. Is er een hemel? Waargeluk is leeft de mens in de hemel, waar hij geluk verwerpt, leeft hij in de hel. Een bekend antwoord. Wanneer je die dingen gaat zeggen, bekijk je de zaak heel anders. De Westerling wil bijvoorbeeld de VVV-propaganda hebben uit de hemel en als het even kan ook nog uit de hel, zodat hij kiezen kan. Dat bestaat niet. De onzekerheid is het aanvaarde principe voor de Oosterse filosoof die in wezen vanuit zich alleen maar zoekt naar een perfect evenwicht. Het Westen is juist een voortdurend zoeken naar de invloeden die dat evenwicht moeten geven. Dat kan eenvoudig niet. Wanneer deze oosterse filosofieën – er zijn er nogal wat – zich gaan mengen in de westerse cultuur dan zien we de volgende verschijnselen.

  1. Sektevorming. Mensen, die door te behoren tot een bepaalde groep zich uitverkoren beginnen te achten. Het is natuurlijk heel prettig wanneer je glimlachend door het leven kunt gaan totdat je beseft, dat je eigenlijk maar komedie speelt voor jezelf.
  2. Is er geen sektevorming, dan zien we maatschappijverwerping. Je bent echter deel van die mensheid, je kunt niet zonder die mensheid leven. Alleen, je moet binnen die mensheid leren als mens te leven. Het Westen zegt niet: ik heb de verplichting als mens te leven, maar zegt: die maatschappij heeft de verplichting mij tot mens te maken. Waarbij men dan vergeet, dat men toegeeft eigenlijk ook nog geen mens te zijn.

Ik geloof niet, dat de invloed, die de oosterse filosofie heeft op het Westen nog iets van het oorspronkelijke in stand houdt. Dat is ook in het Westen gebeurd. Men denkt aan het existentialisme. Het Bestaan, daar gaat het eigenlijk om.

Het leven om het bestaan, zonder hogere doelen of iets anders. Het bestaan. Daarin werkt dan al het andere wel. Of als u een bekende uitspraak hoort: l’enfer ce sont les autres. Dat lijkt er soms wel wat op. Als u staat te wachten om een weg over te steken, gehuld in benzinewolken, je krijgt die kans maar niet, omdat ze allemaal het gaspedaal wat dieper indrukken, dan zeg je dat het er wel op lijkt. De geur is er al, de hitte komt ook al en de benauwdheid blijft ook niet uit. Wanneer de anderen de hel zijn, dan komt dat niet door de anderen, het komt door mij, tenminste dat zegt die Oosterling. Wanneer ik vrede heb, wie kan mij die ontnemen. Wanneer ik terugkeer, zoals Asoka heeft gezegd, door alle werelden van schijn tot de eenzame rots in de kloof van de tijd waarbij ik zit onder de boom der herinnering, dan zal ik beseffen: veel heb ik gedroomd, maar het leven is de nietigheid die de tijd omvat. Dat zijn denkbeelden waarmee je kunt spelen, maar waarmee je niet kunt leven. Zeker niet in een westerse maatschappij. Het is een van de redenen van het grote conflict dat op het ogenblik in Azië bestaat. U zult zeggen, ja maar er zijn toch westerse systemen, denkwijzen en leefwijzen, die langzaam maar zeker pakken. Dan noemt men bijvoorbeeld het Maoïstische communisme. Realiseert men zich wel hoezeer dit bij de oude filosofen aansluit. Het is ook een tijd verboden opdat het niet op zou vallen. Men leeft als deel van de gemeenschap, men heeft zijn eigen plaats. Men heeft zijn eigen verplichtingen. Wanneer men ziet, dat anderen falen, dan moet men ze er op wijzen. Dat vinden we zelfs bij LauTze al terug. Dat was nog een betrekkelijk milde filosoof. Wat een andere filosoof zei, was al heel wat erger. Die maakte het tot een perfecte gebondenheid. Wij zien het als een westerse benadering. De mensen zien niet eens wat er aan de hand is. Wanneer je hoort van het Russisch communisme, ik ben er nu toch over bezig, zien de meeste mensen daarin alleen maar het Marxisme. Het is veel meer. Het is de behoefte aan mystiek, aan vroomheid, die het hele Russische volk toch nog steeds wel beheerst. Dit is ook een deel van de Slavische aard. Hierdoor heeft men een zelf deel zijn van God in de plaats gesteld van het vereren van God. Het is dan het volk, de partij. Het enige wat je werkelijk verdedigt is moedertje Rusland,dat is alles. Al het andere, dat zijn de koortsdromen, die altijd weer voortkomen uit een verwestersing en industrialisatie en een ontmenselijking dus van een deel van de samenleving.

Wanneer ik het allemaal zo bekijk, dan geloof ik dat je dit tweede punt het beste als volgt kunt besluiten. Wanneer je Oosterse filosofie doordringt naar het Westen, probeert het Westen deze filosofie te nemen als basis voor eigen bereikingsdrang. Men heeft onvoldoende zelfbegrip om te beseffen, dat eerst de uiterlijkheden moeten veranderen en dat daarna de innerlijke vrijheid gewonnen dient te worden. Waar men een van deze factoren buiten beschouwing laat, is er geen werkelijkheid meer over. Of u nu uitgaat van een Hare Krishna of in de een of andere Ashram probeert tot inwijding te komen.

* Wat bedoelt u met de uiterlijkheden van anderen?

Wanneer u wilt gaan jagen, dan moet u uw studiegewaad afleggen, de wapens opnemen en ter jacht gaan. Dit is overigens van de nogal vaak dronken zijnde Chinese dichter, een zekere Chong Tso. Deze goede man vertelde namelijk steeds weer, dat je nooit twee dingen tegelijk goed kunt doen. Wanneer ik anders wil gaan leven, dat wil nog niet zeggen, dat ik anders ga denken, dan moet ik zeggen: welke vorm van leven past bij hetgeen ik nastreef. Wanneer ik die vorm van leven vind, dan kan ik mij innerlijk daaraan aanpassen. Maar wanneer ik alleen innerlijk probeer te veranderen, word ik door de uiterlijkheden voortdurend gehinderd. Dat bedoelde ik daar dus mee.

Dan zijn we al aardig ver gekomen met de demolinie van vele leuzen en idealen. Nu kom ik aan een derde punt.

Bestaat er nog wel een typische oosterse filosofie?

Het lijkt misschien zo gemakkelijk om te zeggen: maar we hebben toch al die oude boeken, we hebben al die oude denkwijzen. We kunnen teruggaan tot Tagore en dergelijke. Wat is er van over gebleven? Kijk, net Westen is begonnen met industrialisatie. Daarvoor waren afzetgebieden nodig. Of dat nu ging met de kreet: oil for the lamps of China, zoals de Amerikanen hebben gedaan, of dat men alleen maar zei: wij moeten meer katoen afzetten opdat de inboorlingen beter gekleed gaan, zoals bepaalde mensen in Twente hebben gedaan, maakt weinig verschil uit. Het Westen is binnengedrongen en het heeft de mensen er toe gebracht dingen te aanvaarden, die goedkoper waren dan ze ze zelf konden maken. Goedkoper in termen van moeite zowel als geld, of andere investering. Hierdoor heeft men de mensen steeds meer losgemaakt van hun eigen zelfstandigheid. Wanneer die zelfstandigheid wegvalt, dan blijft nog enige tijd de sociale opbouw, die meestal een wat hiërarchisch karakter heeft, nog wel bestaan, maar de betekenis verandert. Eens was de oude man of de oude vrouw met kennis en ervaring erg belangrijk. Nu echter is de werkelijk belangrijke man in de familie de jongere, die voldoende verdient om te zorgen, dat de anderen beter kunnen eten. Het is een verschuiving waar je – vanuit Westers standpunt misschien – een beetje vreemd tegen aan kijkt omdat je zegt, deden die oudjes het zo goed. Daar gaat het ook niet om. Elke groepering was in het Oosten een sociaal organisme. Het is langzaam maar zeker veranderd. Het is niet meer een werkelijk sociaal organisme geworden, iets wat functioneert in het dagelijks bestaan. Het is een idee geworden, een denkbeeld, dat gelijktijdig gebruikt kan worden om jezelf vrij te pleiten aan de ene kant. Aan de andere kant om je een waardigheid aan te meten. Daarmee heeft men dus eigenlijk veel van de zin van het Oosterse denken veranderd. Ik weet, dat het krankzinnig klinkt, maar wanneer ik een heilige man zie uit het Oosten, die door Californië toert in een luchtgekoelde Cadillac en die zijn eigen tempels laat voorzien van alle moderne uitvindingen opdat hij zoveel mogelijk betalende leerlingen tegelijk zal kunnen bereiken, dan heb ik het gevoel, dat hier iets weg is. De oorspronkelijke houding tussen de leermeester en zijn leerling was er een waarbij de leerling zich bewust dienstbaar maakte aan zijn leermeester, maar waarbij hij in ruil daarvoor in staat werd gesteld om de uitstralingen, denken, dus niet alleen maar de kennis van de leermeester op te nemen. Het was als het ware een soort gelijkgericht worden en wel op grond van eigen verkiezing.

En had je er genoeg van dan kon je ook verdergaan. Er was dan niets aan de hand. Dat bestaat steeds minder. Er zijn tegenwoordig al leermeesters, die degenen die in hun Ashram komen een contract laten tekenen, waarbij ze hen verplichten om tenminste zoveel te geven tegen betaling waarvan ze dan maximaal zoveel tijd in de Ashram kunnen besteden en gebruik kunnen maken van de faciliteiten daar. Die verschillen ook nogal eens. Dat loopt van zeer modern sanitair tot iets wat beter is voor de beriberi dan de mensen.

Het Oosten heeft een groot gedeelte van zijn werkelijke achtergrond verloren. Ook in het Oosten is de beheersing van het lichaam, zoals de yogi dat praktiseert langzaam maar zeker iets geworden wat een beetje buiten het normale ligt. Zelfpijniging, nou ja, de bedelaars doen dat, maar een verstandig mens gebruikt yoga opdat hij meer kan presteren, waarbij de prestatie niet in maar naar buiten toe plaats vindt. Die filosofie, deze Westers besmette filosofie wordt dan overgedragen naar uw eigen wereld. Ik vrees, dat ze in negen van de tien gevallen winstobject wordt. In dat ene geval alleen maar zelfontvluchting voor degenen, die de feiten van hun eigen bestaan en leven niet onder ogen willen zien. Daar heeft u mijn beschouwing. Ik heb al gezegd, dat ik het een beetje een moeilijk onderwerp vind. Ik heb geprobeerd de samenhangen een beetje kenbaar uit te drukken. Hebt u commentaar?

*  Heeft die man in die Cadillac nog enig geestelijk nut voor de mensen?

Dat kan alleen degene maar uitmaken, die zijn invloed ondergaat. Om in de Oosterse traditie te blijven: Er was een gevecht gaande tussen twee buffels. De boer, die probeerde hen te scheiden, kreeg een enorme klap. Eerst was hij geschrokken, maar toen loofde hij de Goden, want die zere kies, die hij maar niet kwijt kon, was plotseling verdwenen. Dat wil zeggen, dat alle dingen op aarde heus wel hun nut kunnen hebben, maar het ligt er maar aan waar en hoe en voor wie. Een atoombom kan nuttig zijn, natuurlijk, al is het alleen maar door haar steriliserende werking. Bovendien heeft ze haar mutatie-inwerking waarbij dus sommigen goed gemuteerd kunnen worden (het is een op de zoveel miljoen, maar het kan) zodat er een nieuw ras kan ontstaan. Dat nieuwe ras zal dan zeggen, dat ze geschapen zijn door de atoombom, dat is hun God. Al degenen, natuurlijk, die in een aswolkje naar onze wereld zijn verdwenen zullen daar heel anders over denken.

Wanneer ik denk aan die man in die Cadillac, dan zeg ik: Ach, het is iemand, die probeert voor zichzelf het denkbeeld van zijn zending, van zijn betekenis te handhaven, terwijl hij steeds meer de slaaf wordt van datgene wat hij bij anderen veroordeelt. Voor zichzelf is hij niet erg nuttig. Degenen, die hij een illusie geeft, zijn ook zijn slachtoffers. Maar onder al die slachtoffers zal er misschien een zijn, die zijn invloed ondergaat, die zijn innerlijk beseft en dan zijn meester verlatende, openbloeit tot een nieuwe bewuste, een nieuwe ingewijde. Dan heeft de man in de Cadillac nut gehad.

*  Hij weet het niet.

Hij weet het niet, maar hij veronderstelt het natuurlijk in een veel grotere mate, dan hij het ooit waar zal kunnen maken. Dit is nu eenmaal eigen aan de mens. Hij overschat zijn eigen betekenis voortdurend om niet met zijn eigen feilen en onbeduidendheid in grotere mate geconfronteerd te worden dan al het geval is.

*  Is het niet toevallig, dat zoveel mensen uit het Oosten komen om te onderwijzen?

Neen, dat is helemaal geen toeval. Het Westen heeft te lang zonder vernieuwingen gewerkt met een en hetzelfde christendom en dit gemaakt tot een rationalisatie waardoor alle bestaande situaties verteerbaar moesten worden. Ik weet wel, dat dit niet zo bedoeld werd, maar dat was de feitelijke inwerking. Je krijgt dan hetzelfde effect als wanneer je op een akker steeds weer hetzelfde gewas onderbrengt. Dan ontstaat er een moeheid van de bodem. U kent het wel aardappelmoeheid en dergelijke. Vandaar ook de rotatie van hetgeen je plant. In het Westen is er bijna geen ruimte voor geweest. Er zijn enkele varianten op gekomen. We zien bijvoorbeeld een op germanisme gebouwde superioriteitswaan, die men dan nationaal socialisme, fascisme enz. noemt – iets wat trouwens nog steeds bestaat, alleen heeft het nu een andere naam.

We zien het in een ontvluchting van het ik in een communaliteitsbegrip, het doorgevoerd socialisme en in geen van die gevallen is er werkelijk iets goeds gebeurd. De mens blijft namelijk innerlijk onbevredigd. Er zijn van die gerechten, bijvoorbeeld haagse bluf, een zeer smakelijk toetje. Als u echter uitgehongerd bent en u krijgt haagse bluf dan kunt u blijven eten. U wordt er misselijk van van maar u krijgt niet genoeg. U wordt op het ogenblik gevoed met zeer veel wat we in Nederlandse termen haagse bluf zouden kunnen noemen. Of anerneute Strauspolitik. Je kunt het duizend namen geven. Zo wordt de EEC zo langzamerhand het egoïstisch gemeneriken genootschap. Al die zaken zijn illusies. Achter die illusies zoekt de mens naar iets waarin hij zichzelf waar kan maken. Waarbij hij aan de eentonigheid en de van buiten opgelegde bepaaldheid van zijn bestaan kan ontkomen. Het Oosten biedt dit, schijnbaar. De meeste mensen beseffen niet, dat je een heel leven moet wijden aan het verkrijgen van die ene vonk inzicht voor je daardoor werkelijk anders kunt worden. Dan is er niemand, die je applaus geeft, niemand die het erkent. Dat is misschien nog wel het grootste probleem voor de Westerling.

*  Wat zou u voorstellen voor de westerse mens?

Voor de westerse wereld, zou ik, zo vreemd het moge klinken, allereerst een terugkeer naar het feitelijke, praktische christendom willen voorstellen. Niet omdat ik het christendom zoals het in vele vormen nu bestaat, begerenswaardig vindt, maar door de basis, die er in ligt. Heb uw naaste lief gelijk uzelf. Niet meer, maar ook niet minder. Wanneer ze je op de rechterwang slaan, keer de linker toe of omgekeerd. Pas als dit twee keer gebeurd is, terugslaan, maar dan ook op de punt van de kin. Dat is christendom. Niet wat een ander heeft is de moeite waard, maar wat ik voor een ander kan betekenen. Mijn dienstbaarheid is een zelfverkozen relatie tot de ander. Wanneer de mensen dat alleen eens in praktijk zouden brengen, wanneer ze zouden zeggen: bezit is niets waard, dan zou je al een heel eind verder komen. Dan kun je inhaken op iets wat de meeste mensen al van kinds af aan is ingeprent. Je hebt eigenlijk in heel Europa alleen nog maar mensen, die of wel christelijk of socialistisch zijn opgevoed. Als u het mij vraagt, was Christus een socialist, die veel socialistischer dacht dan Marx op het ogenblik, dat hij zijn brieven schreef aan Engels. Engels is ook zoiets. Engels is een bekend horecabedrijf. Je zou dus kunnen zeggen, als je naar Engels gaat kom je ook op de koffie.

Wat ik probeer duidelijk te maken is de terugkeer naar de eenvoud. Niet het veroordelen van de ander, maar het erkennen van je eigen feilen en daar wat aan doen. Ik geloof, dat deze hele Westerse maatschappij kapot gaat aan de westerse mens, die voortdurend bezig is om een ander te verbeteren en daardoor zichzelf steeds slechter maakt, dan hij beseft te zijn. Daarom zeg ik het eenvoudige christendom omdat de basis in vele vormen aanwezig is. Wat we nodig hebben is niet de ritus, maar de mentaliteit. Dat lijkt me beter dan alle fatalisme of alle klakkeloze gehoorzaamheid of bevelen van een God of van een profeet, zoals die voortdurend gepreekt worden.

Maar misschien heb ik het mis. Ik weet ook niet alles. Maar als u het mij vraagt, is dit mijn oordeel, mijn mening.

*  Zou het nieuwe christendom door een wereldleraar gebracht worden of moeten we het zelf doen.

Het christendom is ook door de mensen ontdekt, daarom was het al vervalst op Het ogenblik, dat de eerste christen gemeenschap uiteen viel. Wat u op het moment hebt is geen werkelijk christendom, het is paulinisme. Paulinisme is dus het toepassen van de Joodse wetgetrouwheid plus discipline op de liefdevolle vrijheid, die Jezus in feite gepredikt heeft. Dus ik geloof,dat ik daarmee al wel het antwoord geef in wezen.

*  Krijg je dat altijd wanneer het een instituut wordt?

Wanneer je iets institutionaliseert, wat op zichzelf goed is, betekent dat, dat degenen die er naar toe gaan er nog verder instinken. Het instituut is altijd datgene wat de mens van de menselijkheid verwijderd houdt.

*  Krijg je niet hetzelfde met de ODV, zaaltje huren, regels, etc.

Zelfs wanneer we dat dan accepteren, geloof ik niet, dat het helemaal juist is. U doet het in wezen vrijwillig, omdat u het wílt, let wel. Niet omdat een ander u zegt, dat u het moét doen. Dan komt u hier en krijgt u veel dingen te horen waarover u kunt denken. Er wordt nooit gezegd, dat dit de waarheid is. Er wordt nooit gezegd, dat u het hier mee eens moet zijn en verder niet.

Er wordt nooit met enige represaille gedreigd wanneer u het niet met ons eens zoudt zijn en misschien zelfs, God betere het, niet meer zoudt komen. We hopen alleen maar, dat u gelukkiger en beter wordt, hoe dan ook. Dat is het grote verschil tussen een instituut en een maatschappelijk noodzakelijke organisatie, die probeert met een minimum aan dwang en een minimum aan vrijheidsbeperking uit te komen. We geven toe, in een sociale structuur als de uwe is het nodig, dat er een zaaltje gehuurd wordt en is het nodig, dat er mensen zijn, die geld innen, die bekendmakingen versturen, iets uitdelen en weet ik wat allemaal meer. Let wel, er is niemand, die het moet doen. Het is iets wat men voor zichzelf verkiest. Daarmee ben je dan eigenlijk af van die vergelijking met uw maatschappij waarin u moet. Uw maatschappij is er een waarin een mens, die een ontzettende hekel heeft aan alle coloratuurzang, eenvoudig verplicht wordt hieraan bij te dragen. Bij te dragen aan de instandhouding van een instituut, dat steeds meer coloratuur aan de man brengt. Of je nu duizend keer roept geef mij de kool maar en hou de rest, neen, hij moet betalen. Kijk daar ligt dus het grote verschil. U bent gedwongen verzekerd. U kunt zeggen, dat het goed is voor de mens. Maar zou het niet veel beter zijn voor ze om geconfronteerd te worden juist met de onzekerheid? Menselijk leven is uiteindelijk onzeker. Wanneer je een uiterlijke schijn van zekerheid opbouwt bereik je alleen maar daarmee, dat die mens, wanneer die zekerheden niet volledig functioneren, nog veel erger in de war raken. Vrijheid is veel belangrijker dan de mensen denken. Dat betekent dan niet, dat vrijheid mag worden uitgedrukt in een iedereen neerslaan, die je probeert te belemmeren. Het betekent wel, dat je een mentaliteit moet uitdragen, waardoor de mens steeds meer en steeds bewuster uitgaat van wat wil ik vrijwillig doen. Wat kan ik vrijwillig doen en wat wil ik opofferen voor bepaalde zaken en idealen. Wanneer die vrijheid terugkeert, dan keert die mens ook terug tot een meer persoonlijk leven. Op net ogenblik hoeft u alleen maar de krant te lezen en dan hoort u, dat u geen zorg behoeft te hebben over Cambodja, want een zekere meneer, die dan net niet vuist heet, net is meer een grijporgaan, grijpt 5 miljoen van de tekorten die de Nederlandse staat heeft om ze uit te delen ten bate van Cambodja. Dus behoeft u zich daar niet druk over te maken. Als het dan nog erger wordt komen er wel een paar uitgehongerde kindertjes op de televisie met een gironummer. Dat terwijl er mensen creperen in uw eigen land van eenzaamheid. Mensen, die zich niet kunnen uitdrukken. Mensen, die kapot gaan, niets te kunnen waarmee zij zich waar kunnen maken. Dat komt niet op de televisie. Geen enkele minister geeft er subsidie voor. Als er nou toch nog van die mensen zijn, nou ja, dan breng je ze onder in een homo-groep, in een vrouwencafé of iets dergelijks. Dan moeten ze samen maar ruzie maken, als ze de rest maar niet lastig vallen. Dat is toch geen maatschappij. Wanneer u te maken hebt met uw medemensen, bent u ook verantwoordelijk voor ze. Dan kunt u niet zeggen: we doen het samen wel even en als die ander nou toevallig minder geluk heeft dan ik, dan heeft hij pech gehad. Dan ga je begrijpen wat gemeenschap betekent. Wat dat betreft is het jammer om te constateren, dat dit gemeenschapsgevoel soms sterker tot uitdrukking komt bij groepen, die zich buiten de maat­schappij plaatsen dan de groepen, die de maatschappij als ideaal verheerlijken.

*  Vraag over groepen.

En u maakt er een zo grote groep van, dat niemand zich meer gebonden voelt, dat niemand zich dus meer een steek van een ander hoeft aan te trekken. U laat de mensen niet de verantwoordelijkheid om met hun eigen kleine groep op hun eigen wijze iets waar te maken. U zult het wel even regelen. Er zijn altijd ouderen en wijzeren, de beteren, de academici, de technocraten, de bureaucraten, die weten wat goed voor een ander is. Maar wat goed is in het algemeen, of zelfs in wetenschappelijke termen voor een mens, is lang niet altijd goed voor datgene wat hij of zij is. Dat verliest men uit het oog. Men begint de mens langzaam maar zeker te normaliseren. Als het zo doorgaat zo als het nu is, krijg je zodra je geboren wordt, met de eerste klap een normstempel in je bil geprikt en vanaf dat ogenblik ben je gebonden aan de computer, die uitmaakt wat goed en kwaad voor je is. Dan leef je toch niet zelf meer. Er is verschil tussen een perfecte organisatie en tussen leven. Leven is belangrijker dan organisatie. Leren vanuit jezelf trouw te zijn aan bepaalde dingen. Niet aan allerlei ide­alen. Oranje boven mag je natuurlijk zeggen, maar als je dat mens nog nooit gezien hebt en je weet niet eens hoe ze is of wie ze is, is het toch onzin om zo’n leus te zeggen. Je hebt je buren Nu vind je ze misschien niet altijd even sympathiek, maar daar heb je mee te maken. Als u het niet weet: een buur is degene, die naast u woont. Iemand met wie u dus in wezen verbonden moet zijn. Hoeveel mensen laten niet hun buren rustig creperen, terwijl ze naar buiten lopen om hoera te roepen voor de voetbalclub, leve Oranje of om te demonstreren tegen of voor Van Agt. Wat dat betreft vind ik het wel eens wonderlijk, dat zoveel mensen zich bezighouden met demonstraties voor of tegen iets, dat niets in zich schijnt te vatten.

*  Daar zijn ze zoet mee.

Met brood en spelen. Brood en spelen is geen juiste mentaliteit.

*  Ze doen het in vrijheid.

U moogt het doen en ik zal het u niet beletten. Maar op het ogenblik, dat u het een ander kwalijk neemt, dat hij er anders over denkt, tast u zijn vrijheid aan. Ik zeg niet dat u tegen of voor Oranje moet zijn, voor of tegen de kerk of het socialisme, het communisme, het anarchisme of wat voor een isme ook.

Voor of tegen het voortdurend meer optreden van agogen, die niet veel meer of minder schijnen te zijn dan sociale goochelaars. Laten we eerlijk zijn. Het gaat daar niet om. Wanneer die mensen denken, dat ze zoiets kunnen doen mogen ze het doen. Zolang ze u uw vrijheid laten, dan moet u op uw beurt bereid zijn de ander de vrijheid te laten zichzelf te zijn. Als iemand onder de brug wil slapen, zo lang hij niemand in de weg ligt, laat hem. U kunt hem een andere kamer aanbieden. Neemt hij die niet aan, dan is het zijn zaak, niet de uwe. Het is niet: dwingt ze om in te gaan, dat heeft Paulus er van gemaakt. Het is: volgt de weg, die ik ben. Dat is heel iets anders. Ik geloof, dat daar – zelfs in christelijke termen – het euvel van deze moderne tijd gekenschetst is. Men wil de mensen ten goede dwingen; men ontneemt ze zo het recht om mensen te zijn. Ik geloof niet, dat hierin een oosterse of westerse filosoof veel verandering kan brengen. Zodra de dissident een aanfluiting wordt genoemd van de waarde en de waardigheid van een systeem, heeft het systeem zichzelf daardoor veroordeeld. Dat heeft namelijk gezegd, dat het geen kritiek kan verdragen; dat het geen alternatieven naast zich kan dulden omdat het zich dan in gevaar gebracht voelt. Dat is nu de dwaasheid. Ik geloof, dat ik duidelijk genoeg ben geweest.

We hebben geloof ik, vrienden, een conclusie tezamen getrokken, juist in deze laatste wisseling van meningen, dat het erg belangrijk is, dat je jezelf kunt zijn, maar dat je alleen waarlijk jezelf kunt zijn, wanneer je een ander het recht toekent om ook zichzelf te zijn. Je mag verdedigen wat je bent, mits je een ander toelaat te verdedigen wat hij of zij is. Er is geen behoefte aan een systeem. Er is geen rechtvaardiging nodig uit een bepaalde filosofie. Er is het leven zelf waar je mee te maken hebt. In dit leven en vanuit dit leven je zelf zo waar te maken, dat je hoe dan ook in jezelf een evenwichtig wezen wordt, dat openstaat voor de wereld en gelijktijdig toch niet betrokken wordt in die wereld dan door eigen wil. Dan is er iets bereikt. Als het Oosten uiteindelijk de aanleiding zou kunnen zijn voor het ontstaan van een westerse praktijk in deze richting, dan mag het Westen het Oosten dankbaar zijn, want dan en alleen dan wordt de spreuk waar: Ex Oriënte Lux.