Oosterse wijsheid, westers denken.

4 maart 1985

Ja, u weet het waarschijnlijk wel. Ik zal het nogmaals herhalen: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, denkt u alstublieft zelf na. Het onderwerp is u wel bekend, neem ik aan: “oosterse wijsheid, westers denken”.

Het is een beetje moeilijk om dat goed te omschrijven. De oosterse wijsheid is zeer oud. Er zijn zelfs relaties aan te tonen van sommige overleveringen en verhalen tot Mu toe en dat is dus 50 000 jaar bijna geleden. Er zijn daarnaast langzaam maar zeker zeer zinrijke overleveringen tot stand gekomen, waarin eigenlijk het leven van de mens wordt omschreven als een soort proef.

Je moet leven. En dat leven is je taak. Dat leven betekent gelijktijdig dat je probeert om harmonie te vinden, dus broederschap, vriendschap enzovoorts. En wanneer je dat doet, dan zul je een volgende keer terugkeren en je zult in die terugkeer dan al datgene kunnen ervaren wat je dus in je leven eigenlijk zelf hebt geschapen. Het is een reïncarnatieleer, het is brahmaans eigenlijk, hindoeïstisch kun je zeggen, en deze heeft één eigenaardigheid, dat ze uitermate rechtvaardig is.

Wanneer je een christelijke levensbeschouwing neemt, dan blijkt dat het westen nogal zwart-wit denkt. Je komt in de hemel, of je komt in de hel of in het gunstigste geval mag je er dan nog een tijdje tussenin hangen en dat wordt door sommigen een vagevuur genoemd, iets wat dan gezien de beschrijvingen vergelijkbaar moet zijn met het bestaan op aarde. Wanneer ik kijk naar de westerse mens, dan denkt hij in termen van bezit. De oosterling zegt: ach, bezit, het is aardig, maar het gaat allemaal voorbij, het is de moeite eigenlijk niet waard, het is er alleen om te gebruiken en je moet daarmee gewoon prettig en goed leven. Je moet zorgen dat je voor je medemensen betekenis hebt en je moet je voortdurend ook van de geestelijke waarden bewust blijven.

Maar in het Westen is aanzien iets, dat komt niet voort uit wijsheid zozeer, maar uit bezit of uit macht. En macht en bezit zijn vaak hetzelfde.

In het oosters denken is macht eigenlijk iets bijkomstig. Het bestaat, het wordt gebruikt. En wanneer je het gebruikt, gebruik je het ook veel harder, het westen zou zeggen, gewetenlozer, vaak dan men in het westen zou doen, maar het bezit, die positie, ach, het zijn voorbijgaande dingen. Ze zijn niet het doel van je leven. Wanneer we kijken bij de boeddhisten bijvoorbeeld, dan zie je dat bijna iedereen dus een tijdlang in het klooster is geweest en daar zich bezig heeft gehouden met meditatie, met het overdenken van leringen van de Boeddha, van Anakananda, van al die anderen en dan vraag je je af: ja, waarom doen ze het eigenlijk? En als ze ouder worden, dan zeggen ze heel vaak: ik heb er nu genoeg van, ik ga terug naar het klooster, ik laat alles achter.

Het christendom predikt dat. Het zegt, tenminste zo zou Jezus gezegd hebben: ‘Indien ge mij wilt volgen, verlaat uw ouders, uw vrouw, uw kinderen, geef uw goederen aan de armen, en volg mij’. Maar ja, zegt die christen, dat is natuurlijk voor de heiligen en wij zijn niet heilig; alleen maar schijn, dus wij zorgen voor het bezit, wij hangen bijzonder aan onze persoonlijke relaties. Wanneer we dus zo al beginnen, dan staat vast – ik heb niet geprobeerd om te definiëren, dat gaat haast niet – dat er grote verschillen zijn tussen het westerse denken en de oosterse wijsheid.

De wijsheid van het Oosten getuigt van overgave. Er wordt je geen beloning belooft, je kunt er ook geen hemel mee verdienen, je kunt er alleen lichtend en blij in jezelf mee worden.

Het Westen belooft natuurlijk ook veel. Als je heel braaf bent en je komt in de hemel, dan kun je zien hoe je vijanden in de hel braden. Ja, een soort braderie van zonden, waar je uit de hemel naar moogt gaan kijken. Een interessant idee misschien wel, maar ‘God beloont u’.

In het Oosten bestaat er een verhaal, waarbij dus de held bezocht wordt door een godheid die hem dan zegt: ja, je wil niet weglopen, want je bent bang voor de slang en voor alles wat er zal vallen, maar het is je taak, het is deel van je leven, je kunt je leven niet verloochenen. Misschien is dat, voor mij tenminste hoor, de essentie van de oosterse wijsheid. Je kunt jezelf niet verloochenen. Je moet beseffen wie je bent, je moet waarmaken wat je bent en je moet eruit proberen te leven met een zekere blijdschap, met een erkenning dat alles uiteindelijk toch zinvol zal zijn en dat het helemaal niet zo belangrijk is of jij nu vooraan staat of achteraan, dat het alleen maar belangrijk is dat je leeft en dat je deel bent van het leven in zijn geheel.

Ja, en wanneer ik dat zo zeg, dan denk ik aan mijnwerkersstakingen, ik denk aan verkiezingsbeloften, ik denk aan al die draaierijen, neem mij niet kwalijk hoor, aanwezigen zullen er geen schuld aan hebben, van mensen die dan toch een stapje verder willen komen. Die helemaal niet bang zijn om hun buurman de sloot in te trappen of de nek om te draaien als het niet anders kan. En dan altijd lopen met het gevoel, van ja, maar ik moet toch voor mijzelf opkomen.

Waarom zou je voor jezelf opkomen? Je moet jezelf zijn. Het is natuurlijk reuzeleuk om te zeggen: ja, we moeten opschieten, we moeten hard werken, echt westers hoor, maar de oosterling denkt er een beetje anders over en volgens mij verstandiger. Die zegt: ach, ik heb vandaag voor twee dagen verdiend, dus waarom zou ik morgen werken? En die gaat rustig zitten mediteren, rookt er een strootje bij, hij praat wat met zijn vrienden en bekenden, en hij gaat als het ware op in de gemeenschap en hij is zichzelf. Met al dat haasten, waar kom je uiteindelijk aan toe? Ik denk aan kantoorheren die met de grootst mogelijke haast en te vroeg naar hun kantoor toe racen om nog een parkeerplaats te vinden, of koffie te leuten met anderen en daarna enige tijd de krant door te nemen in plaats van  werkzaamheden te verrichten, omdat je anders niet aan overuren toe komt. En denkt u nu dat die er niet zijn? Die zijn er.

Kijk, dat is zinloos. Er zijn dingen die gedaan moeten worden. Doe die dan, maar doe ze blijmoedig, leef erin, wees er blij mee. Vraag je ook niet af wat morgen komt of wat gisteren is geweest, vandaag is genoeg. En achter je ligt een hele onbekende wereld, die kun je dan bevolken met goden of met geesten of met spoken, dat is eigenlijk ook niet belangrijk. Die wereld is er wel, maar je hebt er zo weinig mee te maken. Je moet gewoon jezelf zijn. En het wonderlijke is dat een mens die zichzelf is, in zichzelf sterk wordt.

Een westerling zou zeggen: ‘ja, ik krijg kracht’, maar dat is niet waar. Je krijgt rust. In jezelf rustig zijn, in jezelf vrede kennen, een beetje glimlachen over jezelf en over het leven. En alles wat je doet eigenlijk zien als een spel, waarmee je jezelf waar maakt. En wanneer het dan eens een keer mis zit, nu ja, brul dan maar een keer, geeft ook niet. Of je slaat eens wat kapot, neem niet iets wat van een ander is en kostbaar, maar sla eens iets kapot, nietwaar, geeft ook allemaal niet. Per slot van rekening, je bent geen mens om alle spanningen maar in jezelf op te hopen om waandenkbeelden op te voeren totdat ze uiteindelijk je enige waarheid worden, die je altijd in de steek laat.

Zeker, ik ben geen voorstander – ik wil het erbij zeggen – van vele van die uit het Oosten komende goeroes en dergelijke. Bij de meesten van hen ontbreekt er wel eens iets. Maar aan de andere kant, één ding hebben ze wel: ze kunnen scherp denken, ze kunnen erg zakelijk zijn, maar ze kunnen ook erg rustig zijn. Ze zeggen weleens: als een kind glimlacht, glimlacht het hele huisgezin.

Mijn waarde christenen, Jezus heeft u gezegd: ‘Wanneer ge niet wordt zoals de kinderen, voorwaar ik zeg u: gij zult niet ingaan in het koninkrijk’. Gewoon als een kind kunnen glimlachen. En dat moet ik zeggen, dat kennen die oosterse wijzen, en soms ook hun volgelingen. En dan is het niet zo belangrijk of ze gelijk of ongelijk hebben. Ik dacht dat het zelfs niet belangrijk is of iets nou echt is of dat het namaak is, vergeeft u mij dat ik het zeg. Het is toch niet belangrijk of Jezus geleefd heeft of niet. Het  belangrijke is wat Jezus geleerd heeft. En waar die leer vandaan komt, doet dan ook niet ter zake. Wanneer die leer de mensen vrede kan brengen, dan is ze goed. En wanneer er een goeroe komt, die miljonair wordt, dan zeg ik: ja, die goeroe zelf, die heeft het toch een beetje verkeerd bekeken. Maar als ik dan zie dat hij gelijktijdig de mensen die vrede geeft, die tevredenheid, dan zeg ik: nou ja, ergens is het toch wel goed.

In het Oosten zeg je niet: het is ‘belangrijk’. Belangrijk is iets wat met jezelf te maken heeft. Dat is een spanning waar je op de een of andere manier vanaf moet. Maar verder is eigenlijk niets werkelijk belangrijk. Je windt je op, maar het is een soort spel. Het is hetzelfde als koop en verkoop, waarbij je uren zit te vechten over een prijs waarvan je allebei heus van tevoren wel weet waar die op uit zal draaien.

Zo is ook de politiek in het Oosten vaak een soort spel, een wreed spel, maar een spel. Je denkt er niet over na wat het allemaal betekent in ideologische termen of zo. Ideologieën, dat zijn de balletjes, waarmee je jongleert om duidelijk te maken wie en wat je bent, om jezelf een beetje inhoud te geven. Maar als het erop aankomt, dan moet je ook weer nuchter kunnen zijn en dan moet je heel rustig kunnen zeggen: nu, ik heb  verloren, ik ga verder met leven.

Het is ook geen wereld waarin je eisen stelt, die wereld van het Oosten. Het Oosten begrijpt dat er veel verschillende dingen zijn. Denk maar aan Boeddha, toen hij de gelijkenis van de blinde vertelde. Een vijftal blinden mocht een olifant bezien. Een blinde betastte een been en die zei: ja, het is een gevaarlijk dier met grote tanden. De ander zei: het heeft een eigenaardig lange kronkelende staart met een vochtig uiteinde. Nee, zei de ander, het is net een borstel. Nee, zei de ander, het is een zuil. Want ieder had een deel te pakken. Ik denk wel eens dat het met de waarheid net zo is. Mensen denken dat ze de waarheid hebben, maar hebben de waarheid nog niet. Er kan geen waarheid bestaan die alomvattend is voor ons.

Een oosterling beseft dat, misschien ondanks zichzelf, ondanks alles wat hij heeft neergeschreven in de Veda’s, ondanks alles wat hij uitbeeldt misschien in al zijn religieuze dansen. Hij zegt gewoon: er is een waarheid, er zal wel meer zijn. Maar mijn waarheid is dat ik leef en dat ik verder leef. Mijn waarheid is dat ik voor mijn leven zelf op moet komen. Ik heb geen rechten, niet in de hemel en niet op aarde. Het enige wat ik heb is wat ik zelf waarmaak. Wat ik zelf waarmaak, zou datgene moeten zijn wat me gelukkig maakt.

U bemerkt, ik heb geen grote wijze geciteerd. Waarom zou ik? De grote wijzen hebben in mooie woorden en in filosofieën datgene uitgedrukt wat toch ergens in de ziel van het Oosten ligt. Maar wat zegt de westerling? ‘Ex oriente lux’ en die denkt dan dat er een geestelijke Philips is die verlichtingselementen vervaardigt.

Het Oosten brengt geen licht, het Oosten is licht. Of moet ik het anders zeggen: er is licht in het Oosten, maar er is ook licht in het Westen. Maar dat licht begrijpen betekent dat je de hele sociale samenhang, de economie en al die andere dingen moet zien als bijkomstig. Zaken waar je mee je kunt werken, waar je mee kunt spelen, waar je mee te maken hebt, maar geen zaken die je kunt beheersen.

Vrijheid is een innerlijke kwestie. Het heeft niets te maken met wat de mensen zeggen, de wetten die de mensen maken, datgene wat wordt gepredikt. Prediken, daar ben ik ook een beetje huiverig van. Een vriend van mij heeft eens opgemerkt: een priester is meestal een man, die tussen de mens en z’n God probeert te staan. Ja, maar dan zie je God niet meer, dan zie je alleen de priester. Daar moet je erg mee uitkijken.

Nee, ik heb echt het gevoel, het Westen heeft geleerd om redelijk, om logisch te denken; en het Oosten, hoe redelijk en logisch het soms kan zijn, reageert in feite veel meer intuïtief. Maar ik dacht dat het Westen het instrument heeft om mee te werken. Maar dat de kracht waaruit gewerkt moet worden in het Westen ontbreekt. En ik dacht dat het Oosten op het ogenblik nog steeds voornamelijk de kracht heeft waaruit gewerkt kan worden zonder dat het nog beseft hoe je moet werken. Het heeft de werktuigen, de instrumenten nog niet. Toch zouden ze allemaal moeten samenvloeien.

Het Westen heeft zijn wetenschap, het Oosten heeft zijn denken. Laat ik een vergelijk maken: Er is in het Westen onder andere Greenpeace. Mensen die wat willen doen voor het milieu, die het uitsterven van dieren willen behoeden. Ik vind het erg mooi, ze zijn er erg actief mee, maar vaak zo actief dat ze vergeten om ook zelf iets te doen. In het Oosten zit ook een groep dierenbeschermers of ja, een groene partij, zo zou je het kunnen noemen. Die hebben een aantal dorpen, die hebben een grote gemeenschap. In die gemeenschap, ja, er is niet zoveel vooruitgang vanuit westers standpunt, want alle dieren hebben recht om daar te zijn, dat gebied is niet alleen voor de mensen, voor mens en dier. Als je een beslissing neemt, dan neem je die niet alleen voor de mensen, maar ook voor de dieren. Daar moet je rekening mee houden, vinden ze. Dan zeg je: ja, het is een beetje orthodox, zeker. Ze zijn een beetje orthodox. Maar zij leven als deel van een milieu, als deel van een geheel. En neem mij niet kwalijk als ik het zeg, de meeste natuurbeschermers en verdedigers in het westen, die leven juist in strijd met het andere, een groot verschil.

Je kunt alle wetenschap bezitten van het Westen en dan toch de verbondenheid kennen, de innerlijke vrijheid kennen van het Oosten. Je kunt heus zeer zakelijk zijn, je kunt winst maken, je kunt alles doen, behalve misschien medemensen doden. En toch in jezelf weten, ik ben vrij, het gaat om mijn geestelijk zijn. Het gaat om mijn innerlijk licht, het gaat om die kalmte, die vrede die ergens in mij bestaat. En als die vrede mij duidelijk maakt dat iets op een bepaalde wijze het beste kan gebeuren, dan doe ik dat. Dat hoeft dan niet helemaal redelijk te zijn, o, ik zal het zo redelijk mogelijk uitvoeren, natuurlijk. Maar het gaat toch allereerst om de inhoud, om datgene wat er in je zit. Ja, misschien trap ik open deuren in. Maar denk nu zelf eens goed na. Kunt u iets werkelijk bezitten, een medemens, mijn man, mijn vrouw, mijn kind, mijn vader, mijn moeder en mijn oom, mijn tante, mijn neef, mijn nicht en u gaat maar door. Of mijn partij, mijn kerk, dat kun je toch niet hebben, het is niet van jou. Het enige wat je hebt, ben je zelf. Waarom zou je je dan baseren op datgene wat je niet werkelijk hebt? Waarom zou je niet eerst proberen om met jezelf tot vrede te komen? En dan predik ik zeker geen zelfzucht. Maar elke mens leeft nu eenmaal in een zekere mate egocentrisch. Je beziet de wereld vanuit jouw denken, vanuit jouw bestaan, vanuit jouw ervaringen. Dat wordt mede beïnvloed door jouw genetische kwaliteit. Wanneer je nu denkt dat de wereld daaraan moet beantwoorden, dan denk je wel westers.

Maar als je denkt dat je zelf moet beantwoorden aan datgene wat je in jezelf vindt en over jezelf ontdekt, dan denk je oosters. Dat is het grote verschil. Ik kan geen recht laten gelden op iets of iemand, maar ik heb verbondenheden. Er zijn mensen met wie ik mij verwant voel. Dan heb ik geen recht op die mensen, maar ik geef ze vanuit mijzelf een zeker recht op mij. Dat doe ik niet voor hen, dat doe ik voor mezelf.

Want ik kan alleen vrij zijn, wanneer ik beantwoord aan mezelf. En denk dan nog een keer verder na. Er zijn dagen dat je gewoon rust nodig hebt. En dat kan niet, want uiteindelijk, we hebben drie weken geleden afgesproken dat we moeten bridgen. Ja, ik weet het niet, volgens mij is dat vaak een brug te ver, maar… en dan ga je. Of de van Drongelens komen op visite en dan moet je je toch optutten? Ik vind het allemaal zo belachelijk. Wanneer je werkelijk rust nodig hebt, dan moet je ze kunnen nemen.

Dan moet je gewoon stil in jezelf kunnen zijn, totdat je ergens het gevoel hebt dat het binnen warm is, dat het straalt, dat het licht is. Een oosterling die is in staat om dat te doen. Die denkt, ach, ja, ik heb een zakenafspraak, maar laat ze maar een uurtje wachten. Ik moet eerst eens even wachten tot ik in mijzelf prettig voel.

Wanneer u gejaagd en gehaast ergens naar toe moet voor een bespreking, voor ik weet niet wat voor werk, denkt u dan dat u het goed kunt doen? Als u van binnen licht bent, die rust hebt, dan wordt u niet opgejaagd, maar dan kunt u ook begrijpen, u ontvangt niet alleen maar uiterlijke tekens, nee, u voelt aan, er is een sfeer, er is iets wat weerkaatst. En dan weet je wat het werkelijk juiste is. En wanneer je bezig bent met een materiaal, dan is het geen worsteling tegen het materiaal. Dan is het als het ware het voelen van het materiaal tot het lijkt of je als het ware er een medewerker in hebt gevonden.

Het gejaagde Westen zou moeten weten waar de rust te vinden. Want weet u, het Westen heeft met zijn denken, met zijn filosofieën, met zijn wetenschap, ontzettend veel gedaan, ontzettend veel bereikt. Maar wat heb je aan een gereedschapskast, als je geen werk hebt. En ons werk is leven. Dat is de werkelijkheid van ons bestaan, beleven. En in dat leven moeten we dan, hoe dan ook, een verbondenheid vinden die niet gedwongen is. Met de hele kosmos, met alle dingen die we kennen en vaak ook nog met dingen die we nog niet bewust kennen.

Het is het opgaan in een geheel zonder jezelf te verliezen, wat de belangrijkste taak is van een mens op aarde. En als je dan weet dat het groeien van een boom, of van een grashalm, soms net zo belangrijk en veelzeggend kan zijn als een betoog van de beroemdste filosoof, dan begin je pas te begrijpen waar het over gaat.

Dat is ook een vorm van oosterse wijsheid. Wij denken vaak dat wij veel dingen doen, maar dromen we ze eigenlijk niet? En is het nu belangrijk of we de dingen nu meer dromen of meer voor anderen kenbaar daadwerkelijk doen. De ervaring die we hebben opgedaan is de onze. De vrede die we eruit puren, de kracht die we eruit puren, is de onze. En is dat onze werkelijkheid?

Maar ja, de westerling, ach, het doet mij denken aan een Japans verhaal. Een man hoort dat er een schat begraven is, hij droomt erover. Uiteindelijk gaat hij op zoek. Hij trekt bijna de hele wereld rond en vindt de schat niet. En dan komt hij thuis en dan breekt ‘ie zijn nek over een paaltje bij een bruggetje. Hij valt en hij hoort een vreemde klank onder zich en hij graaft en hij had de schat thuis bij zich. Hij is de wereld rondgegaan voor niets. Dat is een inwijdingsverhaal in feite.

Wij moeten vaak ver weg zoeken, omdat we dat wat we dichtbij hebben eenvoudig niet zien. We waarderen het niet. Je leeft, maar je bent blind voor de belangrijkste dingen van het leven, de kleine dingen. Je raakt in opstand in jezelf, verdeeld tegen jezelf. Je voert oorlog met de wereld en met drie delen van jezelf. Dan bereik je niets. Totdat je ontdekt dat de vrede in jezelf woont, dat je die rust, die vrede, die kracht in jezelf weet te vinden.

En mijn stelling is en blijft dat het Westen, wanneer het eerst die vrede zou zoeken, de grootste gave zou kunnen zijn, die de wereld in de laatste vijfduizend jaar, is gegeven. Maar dat als het faalt daarin, het de vernietiging is die het oproept groter dan die welke eens Atlantis getroffen heeft.

Hebt u op dit moment commentaar?

Ach, verstandige mensen zwijgen en dat werpt een vraag op ten aanzien van de waarde van de geest, zoals u weet. Die kan niet veel anders doen dan praten, tenminste in uw wereld.

Maar laten we proberen om nu eens te kijken naar bijvoorbeeld de Mahabharata. Lees dat eens, kijk eens hoe dat allemaal eigenlijk aanwijzingen zijn. Als je het goed begrijpt, staat er niet alleen in hoe je moet leven, maar zelfs hoe je je het beste kunt voeden. En wat je moet vermijden, wat giftig of demonisch is en wat voor jou weldoend is. Dat is niet een boek dat zegt: gij zult niet of gij zult. Dat is een boek dat zegt: kijk, zo is het. Vergelijk dat nu eens met je eigen leven en doe er wat mee. Het is geen boek dat zegt: ik kom van goden of van een god, het is gewoon een boek dat zegt: dit is de oude wijsheid.

Vrij, veel vrijer dan je denkt, want de banden die een mens zichzelf aanlegt, zijn knellende banden als het banden zijn die niet passen bij zijn wezen. Maar de banden die de mens vreugdig aanvaardt, zijn geen ketenen, maar zijn een steun waardoor je verder kan gaan, en meer kan zijn, meer kan bereiken. Dat kunt u terugvinden onder andere in de Mahabharata, maar ook in enkele andere van die Veda’s. Waarom zouden we ons druk maken, zo zeggen de monniken op Ceylon, pardon, Sri Lanka tegenwoordig, over wat na de dood gebeurt. Wat na de dood komt of niet komt, dat zullen we later wel zien. Maar wat we nu zijn, dat is iets wat we weten. En hoe kunnen we zo leven dat we vrede kennen met onszelf. Het is een dwaas die zich laat regeren door zijn lichaam, zeggen ze, met andere woorden in het Zenboeddhisme. De ware wijze weet zijn geest te richten maar dat kan hij alleen wanneer hij zijn lichaam regeert, wanneer hij het meester is.

En zo zijn er vele wegen. Soms wegen die werken met toeval en noodlot. Hoeveel onder u hebben de duizend gulden stengels of eventueel de munten gegooid om een orakel te raadplegen, hebben de vier-woorden gedichtjes gevormd en getracht eruit te lezen wat ze zijn, zonder te beseffen misschien dat wat ze eruit lezen, datgene is wat in hen huist. De oosterling zegt: ja, ik gebruik dit, ik wichel. Maar mijn wichelen is een poging om mijn wezen te erkennen. Ik trek een horoscoop en ik beschouw die als dwingend wanneer ik de horoscoop als juist erken. En als ik ze niet als juist erken, dan ga ik naar een ander, dan laat ik die een horoscoop maken. Zo eenvoudig is het. Ik ben. Ik leef in een wereld waarin wetten en regels gelden, die ik heus niet allemaal ken. En dat is in de geest precies hetzelfde, dat zult u nog merken. Maar ik kan toch beantwoorden aan de dingen die ik ken en aanvoel. Waar voor mij juistheid bestaat, daar is voor mij en niet voor een ander juistheid. Waar ik de juistheid volg van mijn wezen, daar vind ik in mijzelf de kracht. Daar vind ik in mijzelf de rust, de vrede, die het begin is van de kracht. En als ik de kracht dan door mij laat werken, dan ken ik de vreugde, de blijdschap, niet om wat ik doe, of wat ik bereik, maar om het feit dat ik ben, dat ik mijn wezen uitdruk. Waar je daaraan voorbijgaat, is je leven de moeite niet waard.

Als je in Nederland leeft en je bent aan bezit gehecht, iets wat men van de Nederlanders – overigens valselijk, neem ik aan – wel beweert, dan moet het toch een voortdurende kwelling zijn te leven in een land waar je tussen 45 en 77% belasting betaalt, als je alles inrekent. Is het dan misschien beter om niets te hebben, dan krijg je nog eens een keer wat. U hoeft zich er ook niet voor te schamen om te ontvangen. Waarom zou je? Want wat je ontvangt, dat is iets wat men je geeft. Waarom, dat doet niet ter zake. Een gave moet je aanvaarden, dat is iets wat jou gegeven wordt, dat is iets wat de wereld jou schenkt. En wat je die wereld daarvoor terug kunt geven, is gewoon je eigen bestaan, je eigen blijmoedigheid, je eigen blijheid.

Ja, en dan vraag je je af, hoe zou een Nederlander dat verwoorden? Dan denk ik aan een oude volksdeun, waarin men de vreugde misschien op een wat zonderlinge wijze uitdrukt. Ik ben blij, zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij. (Gelach). Ja, u lacht, maar de gedachte die erin zit, is veel dieper dan u misschien beseft.

Eigenlijk zeg je: wat ben ik blij dat ik ben wie ik ben. En als je dat erin kunt lezen, dan ga je de kant uit van de oosterse wijsheid. De oosterse wijsheid zegt niet: het leven is vreugde, maar ze zegt: het ik dat zichzelf beseft is vrede. En waar vrede zijn kracht gebruikt om zichzelf te zijn ook naar buiten toe, daar is vreugde. En die vreugde wens ik u.

Vragen

 

 Zo, goedenavond, vrienden. Wij draaien er zo weinig mogelijk omheen. Persoonlijke vragen worden niet beantwoord, schriftelijke vragen gaan voor.

Paramahansa Yogananda heeft gedurende zijn leven veel gedaan om het Oosten en het Westen dichter bij elkaar te brengen. Hij heeft het ‘Self Realization Fellowship’ opgericht. Wat kunt u over hem zeggen en zijn meester? Wat is krya yoga precies?

Laten we het heel simpel zeggen: een poging om het Oosten en het Westen met elkaar in overeenstemming te brengen, betekent een groot aantal compromissen. En die zitten er in die leringen zeker in.

Krya yoga, ja, wat moet je ervan zeggen? Het is in feite een meer geestelijke beheersingsoefening, waarbij het dus gaat om de geschooldheid van het denken en de daarbij ontstane ervaring.

 Is het een soort kundalini-yoga?

Nee, nee, kundalini-yoga is weer iets anders en kundalini wordt bij de echte yoga praktisch niet gebruikt. Het is een aparte praxis en dat is dus het opvoeren van de levensstromingen. En dat moet je zeer beheerst doen, want anders kan het erg gevaarlijk zijn.

Is de nog steeds rondreizende Swami Divananda met Yogananda te vergelijken wat betreft kennis over deze yoga?

Het is erg moeilijk om een oordeel te geven over personen, maar ik zou zeggen: nu, als je nu zegt 60%, dan heb je een redelijke vergelijking gegeven over de kennis ten aanzien van deze soort yoga. Er zit namelijk veel meer aan vast, maar ja, dat ligt dan weer te oosters, neem ik aan, en dat heeft dan weer moeilijkheden gegeven.

Is deze techniek alleen maar weggelegd voor mensen uit het Oosten, die steeds in de nabijheid zijn van de discipelen van Yogananda of kan een westers mens na bestudering en kennisneming van deze techniek hier ook alleen mee verder zonder eventueel correctie van een leraar?

Ja, theoretisch zou het kunnen. In de praktijk lijkt mij een grote moeilijkheid te zijn dat je niet in staat bent om – en dat doe je voornamelijk toch tijdens bepaalde meditatievormen – dat je als het ware betrokken wordt in het denken van iemand die al thuis is op een terrein waar jij heel voorzichtig nog je weg moet zoeken. En ik denk dus dat het toch wel beter is, om zeker in de eerste periode, begeleiding van een leraar te hebben. Daarna kan een grotere mate van zelfstandigheid ontstaan.

Veel westerse mensen hebben reeds contact gehad met een andere oosterse wijze, Sai Baba. Wat kunt u over hem zeggen?

Ja, een beetje moeilijk. Laat ik het zo zeggen: Wanneer ik in bepaalde westerse esoterische kringen zou werken, zou ik zeggen: hij is een verlichte ingewijde. Datgene wat hij geeft, is in feite een unificatiegedachte en hierdoor geeft hij een bevrijdingsmogelijkheid voor de mens.

Wat denkt u van de denkbeelden van de oosterse verlichte meester Baghwan Sri Rajneesh en de invloed van zijn denkbeelden op mensen?

Ja, alweer zo’n vraag. Laat ik het zo zeggen: In de praktijk van zijn leven, nu, daar zou ik nog wel enige bezwaren kunnen aanvoeren. Hij heeft echter twee dingen gevonden: het eerste is de mogelijkheid van een vrije eenheid van mensen, waarbij dus de gemeenschappelijkheid geen dwang is, maar een persoonlijke ervaring en eventuele tegenstellingen ook rustig kunnen worden uitgewerkt. Ik vind dat erg belangrijk, vooral voor het Westen. Daarnaast vind ik dat hij dus een denkbeeld van eenheid geeft, en van verbondenheid, dat niet berust op aanwezigheid. Dat is erg belangrijk. Aanwezigheid is goed, maar zonder de aanwezigheid blijft de band bestaan. En ik geloof dat dat een heel belangrijk punt is, omdat je daardoor, ja, noem het manas, noem het levenskracht, zoals ze in de bron bestaat, als het ware steeds kunt overdragen en dat ze dan toch uiteindelijk in de zuivere vorm aanwezig blijft. En ik geloof dat dat wel een belangrijk punt is. Dat wil niet zeggen dat ik het met al zijn ondernemingen en denkbeelden eens ben, maar ja, daarvoor ben ik nou eenmaal van westerse origine geweest. Dat houdt enkele bezwaren in. Ik zou zeggen: de man is door zijn leringen een betere psychiater dan al degenen die met een diploma en een coach op het ogenblik daar aanwezig zijn.

Op welke wijze bereiken wij innerlijke rust?

Zoek in uzelf de kern. Al datgene wat de wereld u toont, is mede een beeld van uzelf. Aanvaard wat ge zijt, aanvaard het wat ge zijt, probeer volledig te zijn wat ge innerlijk ervaren hebt te zijn in al datgene wat ge doet en tot stand brengt. En ten laatste: bij elke daad die ge stelt, moet ge u afvragen of ge dan tevreden bent over uzelf. Wanneer we ernaar streven om in elke handeling en zoveel mogelijk in onze gedachten zo te zijn dat we dit zelf volledig aanvaarden, ontstaat innerlijke rust. Voldoende?

Kunt u iets vertellen over het ontstaan en de ontwikkelingsgeschiedenis van de Veda’s en de Mahabharata, wanneer en waar ontstaan en door wie ontwikkeld?

Als je over het ontstaan spreekt, dan kom je in het rijk van de fabelen terecht, tenminste volgens de moderne wetenschap. Laten we het heel simpel zeggen: er is heel lang geleden een rijk geweest dat ondergegaan is door een explosie en dat noemt men tegenwoordig Mu. Het rijk lag in de stille oceaan.

Het heeft ontzettend veel gekoloniseerd. Er ontstonden bepaalde morele opvattingen, bepaalde zeden, bepaalde denkbeelden. En die zijn dus in die koloniën blijven voortbestaan, nadat het moederland is ondergegaan.

Er ontstond een verdere ontwikkeling van dit denken en deze zeden op een iets afwijkende wijze in het rijk Atlantis, dat dus gelegen was op een aantal eilanden in de Atlantische oceaan. Trouwens Mu kende ook drie hoofdeilanden en de tekenen daarvan kun je nog terugvinden in het verre Oosten in vele dingen. Denkt u maar aan de drietand die ontzettend veel voorkomt als symbool. Denkt u aan de driemaal getande kroon en denkt u dan ook aan de kroon waarin twee tanden zijn en het midden een vlak deel is, vaak door een cirkel of een ovaal bekruist. Dat wil dan zeggen dat na een bepaald gebeuren één van die eilanden onmiddellijk en volledig verdwenen is. De oorspronkelijke zevende drietand is dus eigenlijk het symbool geweest van de heersers van Mu, we hebben de keizer, en dit symbool is langzaam maar zeker geworden tot het symbool van een groot aantal van de denkbeelden. Die denkbeelden zijn in de loop der tijd vastgelegd en uitgebreid. U moet de Veda’s dus niet zien als iets wat op het ogenblik is neergeschreven door één persoon. Het zijn een aantal, zeg maar, overleveringen, legenden, parabelen, die langzaam maar zeker gecommentarieerd en aaneengevoegd zijn tot ze uiteindelijk een godenverhaal zijn geworden. Dus zo moet u dat zien.

 In welke periode waren belangrijke geestelijke contacten in India en Birma; kunt u enkele belangrijke filosofen en mediums noemen uit die tijd? Wat brachten ze?

Ik noem geen namen. Maar laten we het heel eenvoudig zo stellen: de belangrijkste banden met het geestelijke rijk zijn tweeledig geweest. Het zijn namelijk geweest de in de Ganges vallei vooral voorkomende overleveringen van Mu en dan de overlevering van Atlantis, die voor een groot gedeelte terecht zijn gekomen onder andere in Tibet, Nepal en een deel van Birma. Dus twee afzonderlijke leringen.

Het is trouwens erg interessant, als u zich realiseert dat in het oude Egypte had je een benedenrijk en een bovenrijk. Nou ja, dat rijk dat het meest naar het zuiden lag, dat zag altijd dus de wereld waar de zielen heen gingen in het Oosten. Maar als je nu naar de boven-Egyptische Nijldelta ging, dan zagen ze het in het Westen. Daar kun je uit zien dat dus de voorvaderlijke origine in twee verschillende richtingen ligt. Dat is erg interessant. Maar om terug te komen dus op het onderwerp van de vraag; als je je goed realiseert dat beide soorten werken, dan moet u zich ook daarbij indenken dat er al een oorspronkelijke natuuraanbidding en magie is geweest. Die zijn voor een deel met die leringen versmolten. Voor een ander deel hebben ze aanleiding gegeven tot het ontstaan van een, zeg maar, niet zo religieus gebonden vorm van magie. En ik dacht dat je dan kon zeggen dat de belangrijkste mediums niet zijn voortgekomen uit de priesterkaste, vreemd genoeg, maar voortgekomen zijn uit degenen die met die natuurmagie verbonden waren, terwijl de grootste denkers en profeten en filosofen juist weer voorkomen uit het geloof zelf en uit de uitlegging van de geloofsstellingen in feite.

Waarom benadrukt de hindoeïstische tantra zo sterk de seksualiteit?

Waarschijnlijk omdat de seksualiteit een van de grootste krachtbronnen is die er op aarde bestaan. De meeste mensen realiseren zich niet wat er bij de seksualiteit gebeurt. Maar er is een versmelting van twee krachtvelden bij de mensen. Daarnaast is er dus een aanmerkelijke uitwisseling op zuiver stoffelijke basis, onder andere op hormoonbasis. Hierdoor ontstaat dus een zeer sterke verandering in de mens, maar ook tijdelijk in z’n uitstraling. En wanneer je daar een bewust gebruik van maakt, dan kun je er dus een kracht uitputten. Het aanbidden van seksualiteit is al heel oud. Het komt bijvoorbeeld al voor in Perzië, ongeveer 10000 voor. Het komt voor in onder meer delen van Egypte, later omgevormd tot Isis en Osiris dienst. En we vinden het ook nog terug in bijvoorbeeld Kreta. De Kretenzische beschaving, die had dus ook bepaalde dingen die daar sterk mee in verband stonden. En de zogenaamde stierendans die je daar aantreft, had dus ook een seksuele betekenis en een seksueel gevolg. Maar het westen is dus, wat seks betreft, een beetje erg voorzichtig en afkerig geworden en heeft dus menselijke verhoudingen willen definiëren in verband met seks.

In de Indische situatie bestaat die relatie ook normaal, maar de seksualiteit is daarvan een deel, dat ook voor andere doeleinden losstaand gebruikt kan worden. En het is die mentaliteit waardoor je dus die nadruk hebt gekregen.

Hoe kan een leven van een tantrisch magiër eruitzien, wat doet hij in het algemeen?

Ja, dat ligt aan de magiër, het kan bedonderd zijn en het kan erg mooi zijn. Er zijn zoveel varianten denkbaar, dat daar gewoon geen zinnig antwoord op mogelijk is. Maar je kunt van elke magiër en zeker ook van de tantrisch magiër zeggen dat hij dus via symbolen probeert een wereld te beheersen en te kennen, die hij eerst in zichzelf moet opwekken om ze daardoor buiten zich te kunnen uiten. Dat is altijd wel waar.

Waarop is het verschil in oosterse en westerse denkwijze eigenlijk gebaseerd?

Ja, nou vraagt u mij iets. Kijk eens, als ik een verklaring zoek, ja, het is verrekt lastig, jullie vragen dat maar even zo, zoek het maar even uit, dan ligt dat waarschijnlijk in de grote inwerking die de ijstijd heeft gehad in Europa. De beschavingen zijn dus in het Oosten veel ouder. En dat wil zeggen dat daar een groot aantal waarden uit het verleden behouden zijn, die eigenlijk alleen in een heel vertekende vorm naar het Westen zijn gekomen en daar vaak nog gebruikt zijn bovendien als rationalisatie voor bepaalde praktijken. Zoals bij de Noormannen bijvoorbeeld. En wat dat betreft bij bepaalde Keltische stammen net zo goed. Dus wanneer je gaat realiseren dat het verschil ligt in de ouderdom eigenlijk van een overlevering, dan ga je ook begrijpen dat het Westen ergens in zijn geloof kinderlijker is, dwingender, laat ik het zo zeggen, heerszuchtiger en driftiger dan het Oosten gemiddeld is.

Het Oosten is vreemd genoeg wat geloof betreft, erg verdraagzaam, omdat ze de achtergronden eigenlijk wel aanvoelen. De onverdraagzaamheid komt juist voor uit aantasting van persoonlijke beelden van de persoonlijkheid zelf, wraakgedachten en dergelijke. Het is in Europa natuurlijk krankzinnig om te denken, nou ja, er komt een oorlog, want de ene koning heeft de andere een uil genoemd. Dan zeggen ze: ja, nou ja, dat had hij niet mogen zeggen, hij heeft misschien gelijk, weet u; wel, dat is Europees. En de Oosterling zegt: nee, dat is een symbool dat ik niet kan aanvaarden en daarmee heeft men geprobeerd mijn koning te bezweren, anders te maken, en dus moet ik zorgen, dat degene die dat gezegd heeft z’n woorden terug neemt of sterft. Dat de invloed van z’n vloek wegvalt. Dat is het verschil.

In hoeverre draagt kennis – in het Westen erg belangrijk gevonden – bij tot wijsheid, inzicht, ontwikkeld zijn?

Wijsheid kan niet zonder kennis bestaan. Maar kennis is het dienblad waarop je de wijsheid kunt bouwen door het begrip van delen van de kennis. Op het ogenblik dat je dus de kennis als primair beschouwd, schiet de wijsheid erbij in. Maar op het ogenblik dat je begrijpt dat alle kennis in zichzelf dienstbaar en nuttig kan zijn, mits je die kennis beschouwt als iets, waardoor je het begrijpen van voor jou belangrijke dingen kunt bevorderen, dan kom je verder. Want wat is wijsheid anders dan doordringen tot het wezen der dingen. En ja, wetenschap wil graag de zaak complex maken, al zullen ze dat nooit zeggen, en wijsheid probeert juist terug te keren tot de essentie en vereenvoudigt dus.

Sommige, vooral oosterse filosofen, menen juist dat je juist om tot wijsheid te komen, alles zou moeten vergeten. Ik neem aan dus ook alle kennis. Bent u het daar mee eens?

Dan zou ik een dergelijke wijsgeer graag confronteren met een ezel. Die vergeet namelijk veel vlotter en moet dus veel wijzer zijn. Het is niet het vergeten. Het is vergeten van je belangrijkheid, ja. Het vergeten van belangrijkheden, van oordeel. En dat is weer begrijpelijk, want oordeel voorkomt synthese. En synthese, dat is het samentrekken van het geheel, is eenvoudig de basis van wijsheid, omdat je het geheel dan weerkaatst ziet in elk punt dat je afzonderlijk beschouwt.

Het ontstaan van een bepaalde taal, muziek, en andere uitingsvormen, architectuur bijvoorbeeld, hangen in het algemeen samen met de maatschappijvorm van een land, met de ziel van een volk, de trilling van de grond of het magnetisme van de aarde heeft weer invloed op het karakter van een volk. Hoe zit het spel van invloeden en wisselwerkingen in elkaar; waar ligt het zwaartepunt, wat beïnvloedt wat het meest?

Ja, ik vind het erg leuk. U stelt dus een aantal dingen en u zegt: zo is het. En dan zeg ik: ja, maar daar klopt geen pest van. Ik zal proberen het u te bewijzen.

Wanneer ik kijk naar bepaalde bouwstijlen, dan vind je vergelijkbare bouwmethoden, architectuur dus, zowel in Babylon, Egypte, als ook bijvoorbeeld in het noorden van Zuid-Amerika en in Mexico.

Je ziet bepaalde vormen van muziek, de luitspeler, het sistrum, en dergelijke, niet alleen maar in bijvoorbeeld Egypte. Nee, ze stonden met rinkelbommen ook te zwaaien in Ur en Uruk. En ze stonden ook met rinkelbommen te stampen, terwijl ze hartjes aan het uitsnijden waren, nietwaar. Dat waren de lieverdjes van de Tolteken, nee, niet de Azteken, de Tolteken, die waren het ergst. Nou, we hoeven er ook niet over te vechten, ze zijn allemaal dood, dus ze zijn wijzer geworden. (Gelach).

Dus ik wil maar zeggen, dat is heel erg moeilijk. Je kunt wel zeggen dat plaatselijke modes, dus plaatselijke varianten van hoofdvormen, dat die te maken kunnen hebben met onder andere de weersomstandigheden, dus klimatologisch. Daarnaast wordt ook het karakter van de mens vaak mede klimatologisch bepaald.

En dan kunnen we ook nog spreken over het aardmagnetisme, maar dat heeft kennelijk heel weinig invloed op de architectuur. Het heeft betrekkelijk weinig invloed op bijvoorbeeld de schilderkunst en andere. Maar het schijnt wel invloed te hebben op woordkunst en toonkunst en bij toonkunst voornamelijk op ritme. De ritmen, die zou je kunnen zeggen, worden onder meer bepaald door krachtveldlijnverschuivingen, dus magnetische storingen zoals die in bepaalde landen toch wel soms dominerend optreden.

Het karakter van een volk, wordt dat niet wel door de geaardheid, het type van de grond gehaald?

Ja, u maakt het erg moeilijk voor me, hoor. Want een deel van de Nederlanders is zo droog als zand en anderen zijn uit de klei getrokken. U hebt in dat opzicht gelijk. Maar nee, ik zou het toch een beetje anders willen zeggen. Hier zitten allerhande raciale invloeden, die zitten erbij. Er zitten allerhande sociaal-economische invloeden bij en die bepalen dus het karakter van een volk. En als u heel goed kijkt, zult u zien, dat het karakter van een volk zich wijzigt in de loop der tijd. En als we dus een vaste waarde aannemen, dan gebeurt dat niet. En dan kunnen we dat geestelijk verklaren, omdat er namelijk een geestelijke invloed is, die met een bepaalde mentaliteit harmonisch is en daardoor het ontstaan van die mentaliteit in zijn eigen invloedsgebied bevordert. Dat wel.

U denkt dat die geestelijke invloed groter is dan de geografische, aardse factoren.

Groter? Neem me niet kwalijk, u bent appels en peren bij elkaar aan het optellen, zeg. Dat gaat alleen als je het over fruit hebt. Nee, luister goed. De stoffelijke invloeden hebben te maken met de lichaamsbouw bijvoorbeeld, dat is absoluut waar. Maar de karakters worden mede beïnvloed op het ogenblik van incarnatie. Dan namelijk kan uit een eigenschap, die tweezijdig aanwezig zijn, een keuze worden gemaakt. Zij kunnen worden versterkt of verzwakt. En daardoor is het mogelijk het karakter dus geestelijk te vormen.

Als er een geestelijk invloedsgebied is en je incarneert daarbinnen, moet je in zekere mate daarmee harmonisch zijn. En dit bevordert dus een zekere selectiviteit in het veroorzaken van een stoffelijk karakter. En dat betekent dan weer dat bij voortplanting dus, deze karakteristieken steeds sterker zullen gaan optreden. Dan moet je de wetten van Mendel er weer bijhalen en dan kun je ook weer zien waarom sommige mensen terugslaan. En waarom het dus om de zoveel generaties voorkomt, dat een groot aantal mensen eigenlijk ineens weer naar een oertype terugvallen. Dat is maar tijdelijk.

Kunt u een globale karakteristiek geven van de volksziel van enkele oosterse landen, China, India, Perzië?

China: ik ben gebonden aan het geheel. Het geheel is bepalend, mijn plaats in het geheel is bepalend voor het geheel, maar ook voor mezelf. Door deel van een geheel te zijn, ben ik meer mezelf en daardoor is het geheel belangrijker. China.

Ik ben één met de kracht. De kracht die ik kies, is de kracht die mij beschermt. Door met de kracht die mij beschermt één te zijn, kan ik een waarde en een macht vertegenwoordigen tegenover anderen en zo draag ik de kracht der goden uit in de wereld waarin ik leef, India.

Laten we Iran er ook even bij nemen. Misschien wel leuk, want de meeste mensen denken dat dat een soort dansende derwisjen zijn geworden en dat is helemaal niet waar.

In Iran is de werkelijk bepalende ziel dit: Ik kan niet zonder leiding, hij die mij leidt is mijn meester. Mijn meester kent de waarheid, dus ken ik de waarheid. Maar ik kan de waarheid slechts beleven, wanneer mijn meester mij die waarheid geeft. Dat is dus voor Iran en in beperkte mate voor Irak ook trouwens. Dus daar hebben we er een paar.

En misschien ook voor enkele westerse landen, Amerika, Europa in zijn algemeenheid?

Amerika. Ik heb veel achtergelaten. Daardoor ben ik eigenlijk minder, maar ik ben sterker en dus ben ik meer. Hoe sterker ik ben, hoe meer ik meer ben. Hoe meer ik meer ben, hoe meer ik Amerikaan ben (gelach).

Engeland, zeer eenvoudig gekarakteriseerd: ik kan het niet eens zijn met de anderen, maar de anderen zijn natuurlijk degenen die bij mijn volk horen. Want wat daarbuiten staat, is altijd minder dan wat wij zijn.

Frankrijk. Mijn ruimdenkendheid hoort buitenshuis. Ik ben en ik blijf een burger. En ik beroep mij op heerlijkheden die ik weet niet te bezitten om zo een grootheid te bereiken die ik in mijzelf niet eens wens.

Duitsland. Wanneer ik meer ben dan een ander, beteken ik meer. Hoe meer ik beteken, hoe meer anderen er onder mij komen. Hoe harder ik trap op degenen die onder mij zijn, hoe meer ik meer word.

Hoe zou u Rusland karakteriseren?

Rusland. Ik ween van medelijden, terwijl ik je afmaak. Want mijn gelijk vergt dat ik je afmaak, maar ik lijd met jou, terwijl ik je afmaak.

En Nederland?

Hoeveel kost het en hoeveel winst kan ik maken? (Gelach). Een klein beetje hatelijk en onvolledig, hoor, het laatste, maar dat zijn de anderen ook. Het zijn dus maar kleine schetsjes.

Is het communisme wel een wezenseigenschap van het Russische volk? De leer, de marxistische leer, was voor industriestaten, Duitsland namelijk, bedoeld.

Dan kunt u ook net zo vragen of het katholicisme bepalend is voor het denken en het zijn van het Italiaanse volk. Het antwoord is in beide gevallen: neen. De systemen zijn het vernis wat ligt over de werkelijkheid van het volk. En dat geldt voor elk politiek systeem en in feite ook voor elke godsdienst.

Scandinavië was ik nog vergeten en dan denk ik…

Laten we daar niet te ver op doorgaan. Laat ik het zo zeggen: Scandinavië is voor een deel, je kunt het niet helemaal als eenheid zien, maar voor een deel en dan vooral Zweden en een deel van Noorwegen: Ik wil vrij zijn en daarom wil ik anderen binden. En nu anderen mij binden, wil ik meer vrij zijn en daarom geloof ik niet meer in de zin van het leven.

Waarom zien sprekers van de ODV de Christusfiguur in het algemeen toch van een iets hogere orde dan bijvoorbeeld Shankara die het oneindige Zelf toch ook bereikt heeft. Hoger dan het grenzeloze, de ene zonder tweede is er toch niet? Kan enig chauvinisme van de sprekers hierbij een rol spelen?

Nee, het is hier geen invloed van de sprekers. Maar het is een heel eenvoudig begrip voor de heiligheid die in het Westen de naam Jezus Christus heeft. En uiteindelijk is het duidelijk dat je, wanneer iets, zeg maar, van eigen bodem komt, het nooit moet achterstellen bij of vergelijken zelfs bij datgene wat alleen geïmporteerd wordt. Dan lok je alleen maar concurrentie uit en dat is gewoon dom. En bovendien, de leer van Jezus is voor het Westen veel meer dan voor het Oosten een noodzaak en als men die in de praktijk zou brengen, zou het communisme zijn opgelost in een religieus idealisme. Dat is het nu ook wel, maar het weet het zelf nog niet.

Wat denkt u over het genezen met kleuren en de hierbij gebruikte meridiaan-therapie?

 Ja, die meridiaan-therapie ken ik niet goed. Het genezen van kleuren, daar weet ik wel het een en ander van. Het is in ieder geval zo dat kleuren dus psychische reacties verwekken en dat psychische reacties mee bepalend kunnen zijn voor het verloop van bepaalde levensprocessen. Dat is dus zonder meer zeker.

 

Is uw wereld, de Witte Broederschap, mede wetend aan de wat geruisloze overgang van bijvoorbeeld Brezjnev en Andropov, en van de dood van Indira Gandhi of is de laatste in ieder geval zuiver het gevolg van stoffelijke werkingen?

Laten we het zo zeggen: Als dergelijke mensen overgaan, komt dat mede door datgene wat ze zelf veroorzaakt hebben. Dat de Witte Broederschap er niet over zal treuren, is ongetwijfeld waar. Aan de andere kant zijn er ook weer geesten die in zorgen zitten, want dan krijgen wij dat spul in huis.

Hoe kunt u zo nodig iemand die voor de wereldvrede een te grote bedreiging vormt, naar uw wereld doen overgaan?

 O, heel eenvoudig. Je geeft hem op een ogenblik een angstobsessie bijvoorbeeld wanneer die zwakke aderen heeft, of in andere gevallen kun je een kleine bloedstolling veroorzaken, werkt ook. En per slot van rekening, je hoeft er meestal niet veel aan te doen, want het eigenaardige is dat dergelijke mensen over het algemeen zichzelf vergiftigen met de pillen die ze nodig hebben om gezond te blijven.

Het is dus niet nodig om het hartchakrum speciaal…, daarop in te werken?

Ach, hartchakrum, dit chakrum, dat chakrum. Elk chakrum, elke inwerking is de aura op zichzelf is toch voldoende.

Kunt u nog iets vertellen over de oude Kalivereerders, die werden door de Britten honderd jaar geleden behoorlijk gesmoord. Wat waren toen de achtergronden?

Ja, dat was maar een bepaalde sekte van de Kalivereerders. Dat waren namelijk de vereerders van Kali Doerga. En Kali Doerga was in die tijd al de godin geworden van onder andere moordenaars, rovers. En dat komt omdat zij vereerd wordt in haar aspect als Kali de Verschrikkelijke, waarbij de dood dus op zichzelf iets is wat haar aangenaam is en deel uitmaakt van haar persoonlijkheid in die vorm. Maar  aan de andere kant, heb je natuurlijk ook Kali de Vruchtbare, de Vruchtgevende en die mensen hebben dus nooit moorden begaan. Maar toen de Engelsen dus actief waren, toen zijn heel veel mensen bij die Kali Doergavereerders terecht gekomen, die eigenlijk dus religieus gezien er niet helemaal thuishoorden, omdat ze daardoor steun kregen voor hun moordpraktijken. Overigens is het interessant erbij te vertellen: een Doergavereerder zal nooit bloedvergieten. Een Kali Doergavereerder zal dus altijd doden door wurging of door vergiftiging.

Kunt u een aantal heilige plaatsen noemen in het Oosten, in India denk ik met name, plaatsen waar veel kracht hangt, ik denk bijvoorbeeld aan Mount Kailash wordt vaak genoemd, Aroenachalah.

Ja, er zijn er zoveel. Ik geloof dat we daar geen reisgids voor u hoeven op te stellen. Maar laten we het zo zeggen: Wanneer u gaat naar de bovenloop van de Ganges, dan vindt u daar aan de grens van de Himalaya ‘s plaatsen met zeer hoge krachtwaarde vanuit geestelijk standpunt. Dat is dus in de, zeg maar, het voorgebergte van de Himalaya. Voor de hoge toppen vind je een aantal plaatsen, waarbij vooral de dalen bijzonder grote krachten bevatten. Daarnaast kun je natuurlijk ook denken aan Benares en weet ik wat nog niet meer, Amritsar zelfs. Allemaal plaatsen waar wel zeker krachten aanwezig zijn, maar dat komt omdat men zich daar meer van die krachten bewust is. En als je eraan denkt, dan wordt die kracht groter. Het beginsel dus van de astrale vorm die je schept om een kracht te bevatten, waardoor gelijktijdig de mogelijkheid ontstaat dat kracht van elders in dit reservoir mede aanwezig is, zodat de kracht groter is dan de som van de vereerders.

Geldt dit ook wel ook op plaatsen als Jeruzalem of Mekka waarschijnlijk?

Jeruzalem wel. Mekka, ja, ten dele. Wel in bepaalde bedevaartsplaatsen, Guadeloupe bijvoorbeeld, daar geldt dat heel erg. Lourdes, noem ze maar op. Dat zijn er zo enkele. Maar de meeste plaatsen worden krachtplaatsen of heilige plaatsen, doordat mensen daar hun heiligheid zoeken en zo een verandering van de sfeer of atmosfeer tot stand brengen. Een heel eenvoudig voorbeeld: kom in een nieuwe kerk en je kunt zeggen: het is interessant gebouwd. Een oude kerk waar mensen – het hoeft niet mooi te zijn – eeuwen achter elkaar dus in vroomheid hun godsdienst beleefd hebben en er hangt een soort miasma van vroomheid, je wordt er stil, je wordt er geroerd.

Dat is gewoon een residu dat voortkomt uit het geloof, het denken, en de emoties van mensen. En dat is dus sterk bepalend voor krachtpunten.

 Ik dacht dat er in enkele gevallen, bijvoorbeeld de piramiden van Cheops, ook wel in de eerste plaats vanuit de geest bepaalde krachten zijn ingelegd.

Dergelijke plaatsen bestaan inderdaad op aarde, maar ze zijn in de eerste plaats gebouwd als een brandpunt voor bepaalde kosmische krachten. De geestelijke krachten kunnen zich daardoor misschien gemakkelijker manifesteren, maar ze zijn niet de oorzaak, maar hun manifestatie is het gevolg van andere oorzaken.

De Boeddha ging op een gegeven moment zitten mediteren op een plaats, die nu Bodhgaya heet, en bereikte daar zijn verlichting. Had hij dat ook wel elders kunnen doen of was het inderdaad een bijzonder punt op aarde?

Voor hem was dat een bijzonder punt. En wel omdat een samenvallen van intuïtie, een aantal leringen, hij heeft een groot aantal verschillende leermeesters gehad, zoals u misschien weet, samenvloeiden dat op dt punt en dan nog onder de brug, de beruchte bodhi boom, dus de grootste kracht aanwezig zou zijn, want hij zou deel zijn van de kracht van de aarde en kracht van de hemel. En dan krijgen we daar nog – en dat is dan in het verhaal uitgedrukt – de drieledige bekoring, dat zult u ook bij Jezus terugvinden trouwens en bij anderen. En deze overwint hij ook. En op het ogenblik dat hij dus niet toegeeft aan angst, niet toegeeft aan begeerte en zelfs niet toegeeft aan de verheerlijking van zijn eigen ik, bereikt hij de eenheid.

Denkt u dat op dezelfde wijze de berg Aroenachala in Zuid-India voor de Maharishi een bijzondere plaats was?

Voor hem, ja.

Goed, vrienden, we zullen zo langzamerhand nu gaan stoppen, als u het niet erg vindt. En dat betekent dat we maar gaan sluiten, dat doen we altijd met een improvisatie. U geeft drie woorden en ik probeer er wat van te maken.

Shiva,Brahman, Himalaya.

Wanneer je Shiva ziet als reiniger van de vormen van yoga, dan kun je zijn volgelingen soms terugvinden bij de Himalaya. Dat is volkomen waar. Want Shiva is slechts één gezicht en vier gezichten zijn slechts één.

En wie de kracht van Al beseft hij voelt in zich alleen het zijn. En wie het zijn erkent en zo zichzelf beheerst, is ook degene die in zich dan beheersing van de krachten leert. De yogi die uit zich, met zich werkende, volbrengt de eenheid met totaliteit, de ervaring van een werkelijkheid die niet meer tranen plengt, maar het ik zo langzaam sterk verheft tot het bij goden woont, alsof het hoog volgens het geloof op de Himalaya troont.

En dan, dan droom je diep in jou van alle dingen die er zijn, je kent ze niet, je ziet ze niet, je proeft alleen de geur als wijn uit eeuwigheid getreden, dan durf je plotseling ergens zijn in werkelijkheid die niet bestaat, omdat het ik Al ondergaat en niet kan leven in rede.

Dan ben je meester met de tijd, maar mét het Al verbonden.

Dan ken je ook geen schulden meer, geen angst, geen vrees, geen zonden, dan ken je niet meer deugd, verdienste en al wat men begeert, dan ken je slechts nog werkelijkheid, wier gezichten leert erkennen van al wat is door alle tijd.

En één daarvan die niemand ooit vergeet, is een gezicht met Brahma één, dat men wel Shiva heet.

Maar als de vier zijn ingegaan, wanneer de drie versmolten zijn, dan blijft slechts Brahman, adem‑kracht, die buiten alle zijn de werkelijkheid omschrijft.

En wie in zich de macht ooit vindt om waarlijk ook zichzelf te zijn, wordt deel van deze kracht, die het enig werkelijk zijn voor Al en Al omschrijft.

Nu vrienden, mij was het een genoegen. Ik hoop dat het wederkerig was.