Openbaring van de eenheid

image_pdf

6 oktober 1988

Aan het begin van de bijeenkomst het gebruikelijke verhaal. We zijn niet alwetend, we zijn niet onfeilbaar, en we hopen dat u zelf na zult denken. Het onderwerp maakt het misschien ook wel nodig. We hebben het over ‘De openbaring van de eenheid’.

En de openbaring van de eenheid is iets dat ik u niet kan geven, dat kunt u alleen innerlijk ervaren. Maar de samenhangen, die kan ik u uitleggen en misschien iets van de procedure. Laten we beginnen met de samenhangen. Wanneer je een strand hebt, dan zijn er allemaal afzonderlijke korrels, maar die korrels voor zichzelf kunnen weinig zeggen. Ze zijn niet in staat om het verloop van de zee bijvoorbeeld helemaal te bepalen. Ze zijn gewoon een eenheid ten aanzien van de oceaan, ze zijn een strand in de ogen van de beschouwer, maar we hebben te maken met korrels, wanneer we uit henzelf zouden praten.

Op dezelfde manier zou je het menselijk lichaam kunnen bekijken. Het menselijk lichaam heeft een enorme hoop variëteiten van cellen. Nou is het wonderlijke: elk van die cellen heeft in zich een blauwdruk, eigenlijk voor het hele lichaam. Dus elke cel zou eigenlijk elke functie kunnen waarnemen, maar wordt door zijn plaats beperkt tot een bepaalde soort. En wanneer hij dan later vervangen wordt, een deling ontstaat, een afstoting, dan zien we dat weer diezelfde soort cel aanwezig is.

En nu zou je je voor kunnen stellen dat spiercellen tegen elkaar zeggen: god, die druktemakers allemaal in die bloedbaan, die witte en die rode, maar als die witte en die rode er niet waren, dan zouden de spieren niets kunnen doen. En als het hart er niet was, dan zou die hele bloedbaan weer niets kunnen doen. Als de dwarsgestreepte spieren er niet waren, dan zou de impuls, de bio-elektrische impuls niet regelmatig ontstaan, die het ritme regelt van de bloedsomloop bijvoorbeeld.

En dan hebben we het nog niet eens over de klieren. En nu ja, dan kun je je nog voorstellen, die vind je bij de mensheid altijd genoeg, maar in dit geval zijn de klieren dus regulatoren, die dus opwinding veroorzaken, afremmen enzovoorts, enzovoorts. Wanneer wij kijken, dan zeggen we: ‘dat lichaam ben ik’, tenminste als we op aarde zijn. Maar eigenlijk zouden we moeten zeggen: we zijn een coöperatief van cellen, geleid door een centraal bewustzijn. En dat zou je over mensen ook kunnen zeggen en over alle leven en over alle sterren, alles wat er is. We zijn allemaal delen van een groot mechanisme, noem het zo maar. En we hebben allemaal onze eigen functie daarin. We hebben een milieu dat ons bepaalt tot een bepaalde functie zelfs. En onze schijn van vrijheid laat ons maar zelden toe om dus van de ene vorm naar de ander over te stappen.

O, ik weet het, er zijn bepaalde grimoires, waarin dus de mogelijkheid wordt besproken van een mens om zichzelf te veranderen in een andere levensvorm of bijvoorbeeld zijn ziel te laten overgaan in een ander lichaam. Maar dat zijn dingen, waarvan we niet eens weten of ze altijd kloppen. In de praktijk zijn we dus een geheel, dat gelijktijdig in beperkte delen bestaat.

Nu kan ik me van een cel niet voorstellen – ik heb een spiercel genomen als voorbeeld – dat deze bijvoorbeeld een neuron wordt, een zenuwcel. Maar het zou mogelijk zijn, denk ik, dat een spiercel door alle impulsen die er ontstaan, op een gegeven ogenblik eigenlijk resoneert met het geheel van het lichaam. Dan zijn er geen eigen bewegingsimpulsen meer, want die worden op een veel lager niveau bepaald. Maar het zou denkbaar zijn dat dan in die celkern even beleefd wordt wat het geheel is. En dat kun je dan niet omschrijven, maar je kunt wel zeggen: het bestaat. Dat is hopelijk een beetje aanvaardbaar. Ik ben maar simpel begonnen. En als het niet zo is, u hebt het recht om uw stem te verheffen, dat weet u.

Dus laten we dan gaan denken: wat is een kosmische eenheid? Een kosmische eenheid, die moet alles omvatten wat er aan uiting en aan bewustzijn bestaat. En nu zijn er heel wat problemen daarover. Er zijn mensen die zeggen bijvoorbeeld: solipsisten: ‘ik ben de enige die echt bestaat: al het andere is een projectie van mij’, beperkt waar, maar niet helemaal. Want wanneer we naar de Veden toe gaan, dan komen we op een gegeven ogenblik het volgende beeld tegen: Ik projecteer mijzelf op de wereld die om mij heen is, ze is wel een realiteit, maar ik kan uit die wereld alleen datgene registreren wat in mij bestaat. De wereld is een weerkaatsing van mijn eigen wezen.

Nu, dat klinkt al aardig die richting uit, want dan ben ik dus mijn wereld. Maar die wereld heeft reële existentie en is niet alleen een droom. Dan kun je gaan zeggen: Ja, maar God droomt de wereld en ons. Dat is best mogelijk, ofschoon ik dan het gevoel heb dat in sommige perioden van het menselijk bestaan God even een nachtmerrie heeft. Maar goed, als dat zo is, dan is het nog voor ons werkelijk. En als wij één kunnen zijn met de dromer, dan zijn we niet meer gebonden aan de verschijnselen die ons beheersen, want dat laatste moet ik verder uitwerken. Het is geen dus-conclusie die u zo accepteert, merk ik.

Wanneer ik met het geheel één wordt, dan kan ik niet meer persoonlijk reageren of denken. Ik kan ook niet meer persoonlijk registreren, want mijn eigen vermogen tot registratie is veel beperkter dan de totaliteit. Maar als deel van het geheel kan ik tijdelijk één worden met het geheel. En het grote geheim is nu eigenlijk dit: Het geheel bestaat, alles heeft een samenhang, alles is mede van elkaar afhankelijk. Zelfs de schijnbaar nutteloze dingen die er zijn. Neem een vlo bijvoorbeeld; wel eens last van gehad? Een nutteloos ding, hè, maar zelfs die vlo die speelt toch een functie in het geheel. Want die vlo is deel van een keten en in die keten wordt hij misschien voedsel, maar hij wordt gelijktijdig overbrenger van bepaalde zaken.

Hetzelfde met ratten bijvoorbeeld. Wat moet je met een rat? Ja, het is waar, een rat is een intelligent wezen, maar het heeft vier pootjes en een rotte kale staart en het is nog strijdlustig op de koop toe. Dus als je alleen de vier pootjes neemt en je denkt de staart weg, dan heb je eigenlijk een primitieve mens.

Neem me niet kwalijk, ik wil dit niet ten nadele van de mensheid zeggen. Maar het geheim is nu hierin gelegen: Op het ogenblik dat ik kan vergeten dat ik besta en mij alleen van ‘zíjn’ bewustzijn, dus een existentie zonder bepaling, dan ga ik resoneren als het ware met het geheel. De indrukken en krachten uit het geheel vloeien in mij samen, althans voor mijn gevoel. Ik ben bewust deel geworden van een totaliteit die ik niet omschrijven kan. Wat in mij overblijft is een beetje kracht misschien, een beetje harmonie, een gevoel van blijheid of zelfs soms van een licht verdoofde verwondering. De eenheid is altijd aanwezig. Wij kunnen niet zonder ‘het andere’ bestaan.

Het is dus niet een uitgaan naar iets dat ver weg is, het is een je bewust worden van iets wat je mede bent. En dat is het eerste en het grootste geheim van de eenheid, te beseffen dat dingen, ja, misschien dat u het graag vroom zegt, dat God niet ver weg is, maar dat hij ook in je woont. Dat hij om je heen is, dat je hem inademt, dat je hem eet. Krankzinnig, nee. Wanneer je je realiseert dat zelfs mensen in hun gebrekkige formuleren zeggen dat God alom tegenwoordig is, nu ja, dan moeten we toch aannemen dat er wel enige rijm of reden aan verbonden is. Maar als God alom tegenwoordig is, dan zit hij ook in dat radijsje dat u eet en ook in het beetje zout wat u eraan doet, omdat u het anders te scherp vindt of niet scherp genoeg. God is overal.

Het is niet een kwestie van ons bewust worden van God, want wij kunnen dat eenvoudig niet bevatten. Het is juist ons tijdelijk niet bewust worden van onszelf om daardoor die grote droom als het ware te ondergaan. Nu is het duidelijk dat je daar op aarde en ook in de geest, onder ons gezegd en gezwegen, want dat is mijn terrein tegenwoordig en dan zijn we even onbeholpen en even stom als mensen, alleen op een andere manier. Ja, u bent natuurlijk niet stom en onbeholpen, u zit naar mij te luisteren. Maar ondertussen, nu ja….

Wanneer ons bewustzijn kan ervaren, maar ons besef kan niet registreren, dan ontstaat er een vervreemding van ons eigen wezen. Maar die vervreemding heeft wel gevolgen. Laten we het maar weer heel eenvoudig nemen. Wanneer u in de elektriciteitsleer bijvoorbeeld, wanneer u te maken hebt met een weerstand die warm wordt, dan verandert de waarde van die weerstand voor de stroom die er door gaat. Dat wil zeggen dat er andere resultaten ontstaan. Wanneer wij ons bewust worden zonder te kunnen omschrijven van de kracht die in en rond ons aanwezig is, dan verandert er iets in onze relatie met de wereld, met alles wat wij kennen en wat wij wel kunnen begrijpen, en daarnaast met een hele hoop andere dingen. Het gevolg daarvan is, dat we door dit stil opgaan over reserves beschikken die er altijd zijn, maar die nu door de beleving tijdelijk voor ons toegankelijk zijn geworden.

De eenheid is de totale energie van al het bestaande. Wij kunnen daarvan uit de aard der zaak maar een beperkt gedeelte opnemen. Normalerwijze doen we dat maar voor een heel klein gedeelte. Wanneer we de resonantie zoeken met het geheel en zo onszelf voor een ogenblik kwijt raken, dan komen we als vanzelf tot een bewustzijn, waarbij alle kracht die voor ons opneembaar is, in ons ook ineens kenbaar aanwezig is, wanneer we ontwaken uit die toestand.

Ja, wat je ermee kunt doen? Een hele hoop dingen. Je zou er een mens mee kunnen genezen, je zou in die toestand heel wat meer kunnen aflezen uit de omgeving dan normaal en wanneer je ook geestelijk nog een mate van bewustzijn hebt, zou je zelfs met een geest kunnen praten, gewoon zonder tussenkomst. Veel eenvoudiger hoor. Dus het is de moeite waard om het te doen. Hoe doe je het?

Om deel te zijn van het geheel moet je niet bezig zijn als jezelf. Dus krampachtige concentratie en dergelijke zijn uit de boze. Wanneer u bezig bent om uw geest, zoals dat heet, blank te maken, – nu ja, ik geef toe, sommige geesten hebben het hard nodig hoor, het lijkt wel of ze in een pekpot gevallen zijn -, dan bent u bezig om voortdurend te denken aan het feit dat u niet moet denken. Met andere woorden, u bent steeds geconcentreerd op uzelf, dus het is veel beter om alles maar te laten gaan. Laat die gedachten maar razen, maar volg ze niet. Haak niet vast aan een verhaal dat je jezelf vertelt, een herinnering of een betoog dat je tegen jezelf houdt. Laat het eenvoudig spoelen. Zoiets als de branding van de zee in de verte, het is niet belangrijk. Dan zul je ontdekken dat je als het ware in een soort slaap sukkelt, een droom, hoe wil je het noemen, trance misschien. Je bent zo stil dat je op je wereld niet meer reageert. Je bent zo rustig, dat er in jezelf eigenlijk niets meer is wat een voortdurende wisseling van evenwichten betekent. Op dat ogenblik bereik je, wat men harmonie of resonantie noemt, maar wat je net zo goed deel zijn kunt noemen met deze grote kracht, met dit verborgen deel van de existentie.

Moet je dat regelmatig doen? Nee, dat moet je niet regelmatig doen. Wanneer er een regelmaat komt, ontstaat er een gewoonteprocedure. Maar die gewoonteprocedure is aangepast aan de voorstellingen die in u zijn ontstaan. Dan zult u dus altijd in feite blijven bij hetzelfde beleven, zelfs wanneer u uzelf volledig uitschakelt, en dezelfde reactie op wat er met u gebeurd is. Er is dus geen vernieuwing, geen verandering mogelijk. Het is veel beter om dat zo nu en dan te doen. Als je er tijd voor hebt, als je ontspannen genoeg kunt zijn en wanneer je het gevoel hebt dat het eigenlijk niet voldoende is om mens te zijn. Dat geheel, dat is het meest belangrijke wat je kunt ontmoeten en waarin je kunt opgaan.

Alle dingen gaan voorbij, het geheel niet, het houdt zichzelf in stand. Alle energieën worden omgezet in andere vormen, maar het geheel behoudt dezelfde energie-inhoud, ook wanneer de vormen veranderen. En daar zitten we dus eigenlijk bij het belangrijkste punt van dit eerste deel van mijn betoog: Deel zijn van het geheel is bestaan op een wijze die stoffelijk en voor een groot gedeelte van de geestelijke sfeer en eveneens geestelijk niet vatbaar is, niet omschrijfbaar is. Maar die desalniettemin een absolute werking vertoont in jezelf, en je mogelijkheden geeft, waardoor je toch steeds dichter komt bij het vermogen om iets te omschrijven. En dus als het ware te weten, ook op het ogenblik dat de eenheid tijdelijk verbroken is.

Hebt u commentaar daarop, hebt u vragen daarover? Nu komen we aan een stukje, dat past eigenlijk meer in bepaalde beschouwingen van de Kabbala en ik zou zeggen, vooral van de Zuid-Franse school. Het is een deel van de werkelijkheid, dat je op die manier ook kunt benaderen. Wanneer alle delen samen een geheel vormen, zullen de delen altijd een vast patroon uitdrukken. Wanneer ik één deel ken en daarbij een tweede betekenis kan vinden, dan vind ik dus een betekenis die in het geheel zeker bestaat. Ik kan als het ware de achtergronden gaan formuleren van de uiterlijkheid. Dat zou zonder de eenheid niet mogelijk zijn. Dan zijn er alleen maar flarden mogelijk. Maar hier heb ik dus een kans om nog steeds na te gaan bijvoorbeeld waarom Lot Lot heette en wat Lot als naam eigenlijk betekent in het gebeuren, zoals dat in de bijbel staat. Lot’s vrouw ook, hè, die keek om en die werd een zoutpilaar.

Tegenwoordig zie je dat soms als iemand werk aangeboden krijgt, staat hij ook ineens. Maar ja, het is niet uitgestorven, alleen de oorzaak is veranderd. Maar in deze poging, de gematria is dat vooral, om deze zaken dus nieuw te formuleren, hun achtergrond te zien, heb ik niet de zekerheid dat ik feiten te pakken heb. Maar wat heb ik wel? Ik heb een soort dualisme geschapen, een soort evenwicht eigenlijk tussen een denkbeeld of een verklaring en bijvoorbeeld een naam, ik noem nou maar iets. Hierdoor heb ik voor mijzelf weer een deel van het geheel benaderd. Maar wanneer ik nu weet dat de delen van het geheel niet gefixeerd zijn, maar in feite variabelen, dan ga ik ook begrijpen dat ik zelf niet een gefixeerde figuur, persoonlijkheid of ontwikkeling ben, maar een variabele, één waarin dus alles kan veranderen.

Er zijn dingen die bij mensen zelden voorkomen als ze een gewone bewustwordingsgang doormaken, bijvoorbeeld dat ze terug incarneren. Vroeger zei men in bepaalde landen: wees vriendelijk en eerbiedig tegen de tijger, want dat kan je grootvader zijn. Maar dat is in Nederland natuurlijk niet mogelijk, maar het kan wel een Deense dog zijn, nietwaar, of een zangerige kater. Dan zou je ook moeten zeggen: God, zeg, wees een beetje netjes tegen een koe, het zou je oudtante kunnen zijn. Misschien voel je nog een zekere overeenkomst ook, het is best mogelijk…

Dat soort dingen dus komen maar zelden voor, omdat de mens en al degenen die door die menselijke bewustwording heengaan, een bewustwordingsproces doormaken. Dat wil zeggen dat ze steeds meer feiten met elkaar leren releren en daardoor ín zichzelf een steeds omvangrijker wereldbeeld krijgen, dat het dus mogelijk maakt om veel meer andere delen van het bestaan in zichzelf als het ware te beleven en ook hun eigen signaal daaraan uit te zenden. Maar één ding is zeker: Je blijft nooit gelijk. Het enige wat gelijk blijft, dat is het geheel, de eenheid. Maar jij verandert voortdurend. Ja, misschien dat u ook denkt, ja, maar ik ben toch een zeer gelijkmatig mens, ik blijf altijd gelijk. Moet u eens met uw buren of familieleden gaan praten. Dan hoort u dat dat toch nog wel eens verandert…

Wanneer u dood gaat, gaat u over naar een andere vorm van leven. Is die andere vorm van leven nu een vergelijkbaarheid met het stoffelijk bestaan? Ja, je kunt altijd beelden ervoor vinden, maar dat zijn analogen, dat is eigenlijk meer het vertellen van een parabel over iets wat wel waar is, dan de waarheid formuleren. Je wordt eenvoudig geconfronteerd met een verandering van bestaan, maar je bewustzijn blijft voor een groot gedeelte hetzelfde. Er vallen delen weg die onbelangrijk zijn. Je gaat nieuwe indrukken opdoen, je gaat betekenissen misschien anders zien, dat is duidelijk, je zit in een ander milieu. Maar je blijft jezelf. Totdat je zo ver komt, ja, maar het is onzin om mijzelf voortdurend af te schermen tegen alles wat om mij heen is, want ik ben er eigenlijk deel van.

En dan ontstaat een versmeltingsproces. U blijft nog wel uzelf, maar u bent als het ware tevens een deel van een ander, of van anderen. Dan zeggen de mensen wel eens: ja, maar moet je dat nu allemaal zo bekijken? Als je de geheimen – en dat is meer dan een enkel geheim van de eenheid – wilt leren doorgronden, dan moet je dat kunnen begrijpen. Hoeveel mensen zijn in zichzelf verdeeld, hebben als het ware twee of zelfs meer persoonlijkheden, die dan wel onderdrukt zijn, maar die zo nu en dan even naar buiten komen kijken. Zolang er een evenwicht is, blijkt de persoon juist door deze subpersoonlijkheden, vaak over veel meer mogelijkheden te beschikken dan een ander, die helemaal alleen maar één geheel is, zonder meer. Want daardoor zijn meer variaties en dus meer veranderingen mogelijk.

Onze relatie met de eenheid is, dat wij door te veranderen altijd toch weer deel worden van hetzelfde. De zin van ons bestaan wordt niet bepaalt door wat we nú zijn, maar door de eenheid waarvan we deel zijn.

Ja, als ik u verveel of het is onduidelijk of het is te gewoon, dan zegt u het ook, hè, neem me niet kwalijk. We leven in een democratie. Weet u wat een democratie is? Een democratie is een gemeenschap, waarin je zolang praat over de dingen die misschien gedaan zouden moeten worden dat er al weer andere noodzaken zijn, voordat je denkt dat je bijna een beslissing hebt… Maar goed, ja, ik ben dus geen democraat, zoals u merkt. Maar ik ben wel zeer liberaal en dat komt waarschijnlijk, omdat ik begrijp dat socialisme niet kan bestaan, tenzij het voortkomt uit een dictatuur en dat is een schijnsocialisme, waarbij het geheel moet dienen voor het nut van enkelen. Zo, dan meteen heeft u nog even politiek commentaar gehad.

Dat is altijd heel goed voor de mens die ontdekt dat de grootste geestelijke waarheid en de laagste stoffelijke dingen toch eigenlijk één geheel uitmaken. Er is geen verschil. Het is niet: ja, ik heb dat nu wel gedaan, maar ik ben een mens in de materie en dat kan nu eenmaal niet anders: en later in de geest zal mij dat…, vergeet het maar.

Weet u, dat doet mij denken aan een vrouw die altijd ruzie had met haar man. En eindelijk kwam de man tot de conclusie dat hij het verkeerd deed en toen zei die: ‘Schat, kun je mij vergeven?’ Toen zegt ze: ‘Ja, heb je nog een bepaalde voorkeur?’ (gelach). Het slaat bij sommige dames bijzonder sterk aan, ontdek ik: heren, let op uw zaak!

Maar wat wij zien als fouten moeten we onszelf kunnen vergeven. We moeten niet kunnen vergeten of wegpraten, maar we moeten er in onszelf iets tegenover kunnen stellen. Vergeving, die kun je overal krijgen. Er is niemand die zegt: en nou blijf ik je haten, omdat je dat hebt gedaan, tenzij het een mens is, of een geest die zelf ook in moeilijkheden zit. Maar de gevolgen van wat je bent en wat je gedaan hebt, zul je zelf moeten dragen. Niet omdat die gevolgen op zichzelf een straf zijn, maar ze zijn een verstoring van evenwicht. En als je niet evenwichtig bent, dan kun je niet met de eenheid samenvloeien, dan kun je daaruit niet putten, dan heb je jezelf geïsoleerd door je evenwichtigheid. En daarom zoekt iedereen een evenwicht.

Bewustwording van de geest is in feite het zoeken naar een mogelijkheid om het eigen totaalbesef, want het is nog besef, over te brengen naar een begrip van evenwicht en eventueel de tekorten daarvan – hoe dan ook – desnoods door terug te gaan naar de wereld of wat anders, aan te vullen. Dus wij zijn met alles wat we doen eigenlijk gebonden aan onszelf, omdat wij nog niet in staat zijn de eenheid van alle dingen te begrijpen.

Een vriend van mij had eens ontzettend veel moeite met alles wat er op aarde gebeurde en toch waren er mensen die zeiden: ja, God heeft dat nu eenmaal zo gewild. Hij zei: als er een God is die dat wil, geef mij dan maar een duivel. En ik schrok daar werkelijk van, maar later kon ik hem begrijpen. Wanneer God oordeelt zoals mensen oordelen, dus vanuit een zeer beperkt standpunt en besef, ja, dan is hij in feite een duivel, een demon, een dictator. Maar als God dat niet is, maar God is in alle dingen, hij is eenheid, dan zijn wij deel van hem. Dan is datgene wat er gebeurt een verandering, maar het is niet een schuld of een straf of een willekeurigheid of een wreedheid van de schepper.

Wanneer je kijkt naar het leven in de woestijn, dan ontdek je een eigenaardig iets. Zoals nu in de droge jaren bijvoorbeeld neemt het aantal grazers, gazellen en dergelijke gnoes, noem ze maar op, gaffelbokken, alles wat er is, neemt af. Dan hebben de leeuwen geen voedsel, of niet voldoende voedsel. Er sterven ontzettend veel leeuwen. En dan kunnen die leeuwen zeggen: wat een onrecht, wij hebben die droogte niet gewild. Maar in het evenwicht van de natuur hebben ze een bepaalde functie ten aanzien van de kudde. En wordt de kudde te klein, dan moeten de leeuwen als vanzelf minder worden. Maar wanneer de vruchtbaarheid terug keert en de kudden breiden zich uit, dan zien we iets later – en dat is belangrijk, want dan kunnen natuurlijk de dieren weer een zeker wasdom bereiken -, zien we dat ook de leeuwen ineens weer veel meer welpen gooien en dat ze zich in aantal en families uitbreiden. Is dat nou wreedheid of is dat willekeur? Nee, want als er te grote kudden komen, dan wordt er teveel gegraasd en dan is daardoor de vochtonttrekking aan de bodem te groot. En dan krijgen we dus woestijn.

De natuur heeft er altijd voor gezorgd dat het niet kon gebeuren, totdat de mens kwam. Maar wanneer de mens verder gaat, zoals hij nu gaat, dan komt er een ogenblik dat de mensen afnemen en dan zullen de diersoorten misschien aanmerkelijk verminderd zijn, maar er zijn altijd nog dieren over. En die dieren gaan zich dan weer verder ontwikkelen, gaan muteren, gaan andere vormen krijgen. Net zolang totdat er een nieuw evenwicht is ontstaan. En wanneer we zo denken, dan gaan we ook begrijpen dat we deel zijn van het evenwicht in de eenheid. En dat wat met ons gebeurt, gelijktijdig een soort verschuiving is in ons eigen bestaan om het evenwicht in stand te houden.

Er bestaan bepaalde kosmische wetten: de wet van harmonie, de wet van blijvend evenwicht, gelijkblijvend evenwicht zegt men dan. En al die wetten die zeggen precies hetzelfde wat ik u nu probeer duidelijk te maken. Wij zijn deel van de eenheid. Op het ogenblik dat deze eenheid in ons regelmatig beleefbaar is geworden, zullen we wel niet beseffen waarom iets gebeurt, maar we zullen voelen dat het juist gebeurt, we zullen het dus op een andere wijze kunnen beleven en daar dus dingen mee kunnen doen, die voor anderen onvoorstelbaar zijn.

Laat ik het heel eenvoudig zeggen, het is nu een andere kwestie, maar: in de tijd van Rome, zo de tijd van Nero, Caligula en dergelijke, toen werden er heel wat christenen voor de leeuwen gegooid, op een andere manier wredelijk afgemaakt, meestal nog nadat ze van te voren als extra attractie op het avondprogramma waren aangekondigd. Dat was toen niet op de buis, dat was in het Colosseum of zo. En dan vraag je je af: die mensen hoefden alleen maar een paar korrels wierook op een altaar te gooien ter ere van de keizer, verder niets. En geloof me, er was een klein altaar aanwezig, zelfs als ze de poort nog uitgingen. En als ze nu daar naar toe liepen en ze gooiden die paar korrels erop, was het afgelopen. Een redelijk mens zou zeggen: nu, wat maakt dat nu uit zeg: innerlijk verander je toch niet en dat uiterlijke gedoe, die paar korrels wierook, wat maakt dat uit… Waarom deden die mensen dat niet? Omdat ze het gevoel hadden deel te zijn van een geheel. Noem het het koninkrijk Gods, noem het de christen…, geef er maar een naam aan. Maar daardoor veranderde voor hen het gebeuren van betekenis. En daarom konden ze ook zingend soms daar heengaan. Ja, ze zaten natuurlijk net zo hard te gillen als iedereen, wanneer het er eenmaal op aankwam, lichamelijke pijn, lichamelijke uiting, maar wat er binnenin zat, was anders. Ze zeiden ook niet: waarom moeten wij sterven? Ze zeiden: dat hoort erbij, dat is er deel van.

Het is voor een mens erg moeilijk om dat voor zichzelf te handhaven, zelfs bij heel gewone dingen, als je eens een keer zware kiespijn hebt bijvoorbeeld, of als je eens een keer een gebroken poot hebt of zo. Dan zeg ik toch: waarom ik? God, kan dat nu niet anders? De meeste mensen zouden willen dat God in de plaats kwam van alle dentisten en met een enkel schietgebedje een nieuwe vulling zou veroorzaken. Het is waar. Maar zo lopen de zaken niet. Wat met u gebeurt, verandert uw gedrag. Uw gedrag verandert iets in uw omgeving en daardoor functioneert u in het geheel. Maar wanneer u innerlijk aanvoelt dat dit zinvol is, dan kunt u het beter verdragen en u bent minder bang voor de tandarts. Krankzinnig? Ja, het geheim van de eenheid is een krankzinnig iets. Het betekent dat u alleen niets te betekenen hebt: dat u alleen door uw deel zijn van het geheel betekenis hebt. En dan wordt dat geheel niet nader gedefinieerd, want of u nu bidt tot een of andere God, Gadíja, Rahma, noem ze maar op, Brahma, je hebt er een hoop of dat je zegt Allah.

Ja, dat is ook zoiets, als je ziet wat ze in de naam van Allah doen, dan zeg je ja: Alá, Alá, hoe is dat mogelijk? Maar goed. De naam van een god doet er niet aan toe, maar het deel zijn van het geheel wel. U bent deel van een geheel, ook zoals u hier zit. En alles wat u denkt en uw eigen kritiek en uw eigen reactie en uw eigen bevestiging, zijn voor u persoonlijk misschien belangrijk, maar voor het geheel niet. En toch verandert er iets. Wanneer wij hier zitten en we zijn hiermee bezig, dan zenden we andere golven uit. In feite zou je kunnen zeggen: het is een verandering in de alfa-golf die waarschijnlijk varieert onder de huidige omstandigheden tussen de negen en de elf, misschien tussen de negen en de twaalf. Die verandering verandert uitstralingen, verandert uw relatie met uw omgeving, uw relatie met uw medemensen, maar ook uw eigen relatie met het geheel.

En daarom is wat we doen nuttig. Het nut is niet gelegen in wat u leert, dat is voor uzelf leuk, als het u helpt. Het gaat erom dat wij tijdelijk, al is het alleen maar in denken of in overwegen, even minder beperkt zijn tot onszelf. Het geheim van de eenheid is dit: daar waar één geheel is, kunnen binnen dit geheel verschuivingen optreden, maar het kan zijn wezen en geaardheid niet veranderen. De krachten kunnen verschillend gebruikt worden in het geheel, maar het totaal van krachten in het geheel blijft zichzelf altijd gelijk. Alle bewustzijn is alleen een verschijnsel binnen het geheel, maar het totaal van alle bewustzijn is een weerspiegeling van het wezen van het geheel. Alles is zinvol binnen het geheel, omdat het uitdrukking geeft aan de voortdurende veranderingen die binnen het geheel noodzakelijk zijn om bestaan mogelijk te maken.

Alles wat beleefbaar is, bestaat binnen de tijd. Het geheel echter is het totaal van krachten, waarvan de tijd maar één van de uitvloeiselen is. En daarom is het belangrijk dat wij terug keren tot onszelf en dat wij, vergetende wie en wat wij zijn, voor een ogenblik wegdromen, ik noem het maar dromen, in iets dat we niet proberen te begrijpen, maar dat wij ondergaan. En dat wat wij ondergaan, werkt en spreekt en openbaart krachten dóór ons. En dan mogen we onszelf op de schouder kloppen en zeggen: dat heb je goed gedaan. Maar uit onszelf komt het niet voort, het komt voort uit een groter geheel.

En nu om af te sluiten: Zelfs als we spreken over bewustzijn, hebben we te maken met een eigen bewustzijn van de mens, te delen in toegankelijk bewustzijn naar onderbewustzijn. We hebben te maken met een gemeenschappelijk bewustzijn van een soort, van een ras, dat noemen we een gemeenschappelijk bovenbewustzijn. We hebben daarnaast nog te maken met impulsen van niet stoffelijke aard, die we dan als een geestelijk bewustzijn zouden kunnen uitdrukken. Al deze waarden tezamen geven veel beter aan wat we zijn, wat we kunnen doen, dan dat deeltje waartoe we bewust toegang hebben.

Onszelf kennen kan daarom nooit gelegen zijn in het ontleden van datgene dat we wel kunnen omschrijven. Maar het is juist de aanvaarding van hetgeen onomschrijfbaar is, het geheel van ons eigen persoonlijkheid met al wat ermee samenhangt, ook verleden en toekomst, dat ons brengen kan tot een samengaan met dit grotere bewustzijn. En dit grotere bewustzijn op zichzelf is niets anders dan één stofje in een lichtstraal die eenheid heet. Maar we kunnen met bewustzijn als het ware leren en putten uit het geheel. We kunnen zonder bewustzijn, althans in bewustzijnstermen overdraagbare waarden, deel zijn van het geheel. En dan is het geheel in ons een kracht, soms een emotie, maar nooit een besef.

En daarmee wilde ik dit dan afsluiten. En ik hoop dat ik u voldoende stof tot overweging en overdenking heb gegeven. Zou dat niet het geval zijn, dan vraagt u gewoon na de pauze wat anders, maar we gaan natuurlijk eerst kijken hoe u reageert op al datgene wat hier ter sprake is gebracht. Als het hiermee samenhangt, zal ik proberen u zo eerlijk en zo duidelijk mogelijk te antwoorden. Maar vraag mij niet de eenheid te omschrijven, het geheim ervan. Want die dingen kun je alleen beleven, je kunt ze niet formuleren. Alle vragen over het onderwerp moeten eerst beantwoord zijn voor we eventueel secundaire vragen zullen aansnijden. Ik wens u een aangename pauze.  

Vragen

We gaan nu aan de vragen beginnen, schriftelijke vragen gaan voor. Is een antwoord niet voldoende, ik zal bij sommige vragen de gelegenheid geven om aanvullende vragen te stellen. Bij sommige ga ik niet verder dan ik mag en dan ga ik gewoon over naar de volgende, dus dat merkt u vanzelf wel. Mag ik de eerste schriftelijke vraag.

  • Vanaf welke sfeer bestaat er geen denken en dus geen tijd, ook geen persoonlijke tijd meer en dus niet meer een oorzaak-en-gevolg denken: de gedachte dat iets vooraf moet zijn gegaan door een oorzaak.

Dat laatste denken, dat bestaat eigenlijk al in de sferen die wij dus zilver noemen, dat is nog net niet verblindend wit. Wat er achter ligt, ja, ik weet het eerlijk gezegd zelf niet. Per slot van rekening, als ik zover zou zijn, zou ik hier niet zitten. Dus dat is heel eenvoudig, maar elke keer wanneer je dus opgaat in het geheel en dat is ook in lagere sferen soms mogelijk, zelfs in Hoog Zomerland, dan ontstaat er een periode dat er voor jou geen tijd is. En als je dan later daar enige herinnering aan over hebt – geestelijk kan dat voorkomen – dan heb je soms het gevoel dat je honderd jaren geleefd hebt en dan blijkt dat het net tussen twee woorden, vergelijkend, van een conversatie valt. Zo kort is het dan of omgekeerd: je bent misschien voor je eigen gevoel één ogenblik heel erg gelukkig en één, en als je dan kijkt, dan zeg je: de hele bevolking is alweer veranderd.

  • Ontbreekt in de zuiver verlichte staat herinnering, zowel stoffelijk als geestelijk? Kan de geestelijke wereld, die ook nog aan herinnering onderworpen is, althans ermee behept is, zo’n vraag wel beantwoorden?

Zoals u zojuist gemerkt hebt, is dat maar zeer beperkt mogelijk, maar ik kan u wel één ding vertellen: er blijft wel herinnering, maar herinnering is over het algemeen gelijktijdig motiverend. De motivering valt weg. Dus er is wel kennis van wat je bent en wat je hebt doorgemaakt, maar er is geen behoefte meer om dat, hoe dan ook, te uiten. En dat heb ik niet van mijzelf, dat heb ik van een ander gehoord, die in een dergelijke toestand leeft.

  • Als het eindpunt der schepping (of evolutie) ‘God’ is, ‘zijn’- zonder grenzen, de mens (of geest), geheel bevrijd van zijn ego, was het begin van alles dan ook niet de mens of geest, geheel ego-loos?

Dat is inderdaad het begin. Misschien mag je het zo zeggen: In den beginne was God en toen kwam dus de uiting, dus de differentiatie eigenlijk en het Woord was uit God en het Woord was God. Want de uiting is gelijk aan zijn bron, en van daaruit krijg je dus de verdergaande differentiatie, isolement van delen van het geheel, die langzaam maar zeker een eigen bewustzijn opbouwen en daarmee entiteiten, persoonlijkheden worden.

  • Hoe kan een wezen dat deel uitmaakt van die Eenheid, zijn of haar gedachtewereld zo onder controle krijgen dat het wezen in evenwicht met zichzelf kan leven en daardoor constant beseft dat hij deel uitmaakt van die eenheid, wat leidt tot zelfacceptatie.

Een moeilijke vraag en het antwoord is eigenlijk betrekkelijk simpel: wanneer je aanvaardt, innerlijk gevoelsmatig aanvaardt dat je deel bent van het geheel, vind je de rust in jezelf, waardoor je uiting steeds meer wordt afgesteld op het geheel, ook zonder dat je het zelf merkt. Want je eigen gedachtenprocessen kunnen dan bepaalde dingen niet meer bepalen of verklaren, al blijven de resultaten vaak als herinneringen in je achter.

  • Bestaan in de volkomen eenheid (het ‘daadloos zijn’) nog wel ‘gebeurtenissen’? Bestaat de wereld op zich nog wel: verschijnen en verdwijnen er nog beelden? Zo ja, wie is de scheppende kracht van deze beelden, het ego zelf, subtiel, of het Oneindige Zelf buiten het ego om?

Ik kan daar geen antwoord op geven, zo goed ken ik het allemaal ook nog niet. Ik kan u alleen dit zeggen: wanneer we dus komen in het geheel, is er inderdaad daadloosheid, altijd besef van het geheel, maar dat omvat ook alles wat u in tijd uitdrukt, ruimtelijk uitdrukt enzovoorts. Er is dus altijd één begrip. Wanneer een deel zich op een fase concentreert, zal voor dit deel, maar alleen voor dit deel, tijdelijk een beeld kunnen ontstaan en zal reactie in en op dat beeld mogelijk zijn. Maar dat gebeurt maar uitermate zelden en naar ik mij heb laten vertellen alleen dan, wanneer een onevenwichtigheid, die oorspronkelijk in de persoon zelf heeft bestaan, gecorrigeerd kan worden door anderen, waarvan hij nu deel is geworden, op welke wijze dan ook te beïnvloeden.

  • Is de Eenheid (Zijn) in stilte, sterker (ook qua invloed) dan haar, met woorden en dergelijke, te uiten?

Natuurlijk. Woorden zijn niets anders dan vage weerkaatsingen van gedachten die in feite alweer de onjuistheid van de beperkte uitdrukking in zich dragen, terwijl de ervaring alomvattend is, de beleving en de werking vanuit de eenheid eveneens omvattend is en dus niet rationeel is: en niet kan worden gebaseerd op volgorde en wisselwerking: dat kan alleen wél, wanneer we gaan denken en wat we dan denken, kunnen we beperkt en meestal onevenwichtig in woorden weergeven.

  • Is het voor een mens mogelijk om bewust één te zijn met het geheel en dus continu in evenwicht te zijn? Zo ja, ondergaat hij dan ook nog de negatieve trillingen, karma van de mensen en de wereld of is dan een bepaalde fase van meesterschap bereikt, waardoor hij nooit meer uit evenwicht is te brengen en dat gedeelte beheerst?

Het evenwicht kan door de mens bereikt worden en dat is op aarde ook een aantal malen gebeurd. Maar je bent als mens sterk verbonden met de mensen, denkt u aan wat ik gezegd heb over bovenbewustzijn enzovoorts, groepsbewustzijn. Op grond daarvan kún je vanuit die kracht wel terugkeren, maar dan moet je gelijktijdig het evenwicht verloochenen wat daaraan verbonden is.

  • Waarom moet je dat verloochenen?

Verloochenen, omdat je dus het bestaan beleeft en kent, maar voor jezelf verwerpt om het voor anderen dichterbij te brengen. Dat doet elke grote meester, grote leraar. Op aarde kunnen we denken aan verschillende Boeddha’s, we kunnen denken aan Jezus, en anderen, die dus in zich de eenheid wel degelijk hebben gevonden. Jezus zegt: “Ik en de Vader zijn één”, bijvoorbeeld. En de Boeddha zegt: “Ik ben één met Al, maar ziet, ik ben teruggekeerd, bewogen door mededogen”. Daar heb je dan twee uitingen die dus heel duidelijk maken dat de toestand bereikt kan worden, maar dat je die toestand voor jezelf niet kunt handhaven op het ogenblik dat je vanuit jezelf actief wordt ten bate van of ten voordele van anderen.

  • Kunt u nog iets zeggen over de evenwichtigheid. Het kan zijn dat je erg onevenwichtig bent, maar dat dat niet herkend wordt en voor je gevoel wel evenwichtig bent?

Onevenwichtigheid is de doorsnee eigenschap van de mens, dat wil zeggen hij komt bij elke mens voor. En zonder evenwichtigheid zou je geen mens kunnen zijn. Want een evenwichtig mens redeneert niet, die beseft. Maar de meeste mensen denken na, juist omdat ze niet voldoende beseffen: en dan denken ze dat ze met hun denken een besef scheppen dat ze werkelijk niet bezitten.

Maar een mens is dus onevenwichtig, a priori, maar aanvaard je de onevenwichtigheid eerst van jezelf, niet denken: ik ben evenwichtig of onevenwichtig, maar je aanvaard jezelf. Dan blijkt dat door die aanvaarding de noodzaak ontstaat om je wereld te aanvaarden, ook zoals ze zich toont of is. Dus niet met voorwaarden of denkbeelden van wat ze zou moeten zijn. Op dat ogenblik echter ontstaat in jou een evenwicht en dat is dan niet meer te verstoren, omdat je eigen onevenwichtigheid versmolten raakt met de onevenwichtigheden van je wereld en zo een gezamenlijk evenwicht geestelijk tot stand brengt.

  • Iemand met een volledige identiteitscrisis heeft ook geen besef van zichzelf, maar ervaart wel angsten in plaats van eenheid.

Omdat hij zichzelf niet aanvaardt. De identiteitscrisis is de verloochening van datgene wat je denkt te zijn zonder je af te vragen wat je werkelijk bent. Op dat ogenblik confronteer je jezelf dus met alle duistere zaken die in jezelf leven. Je projecteert die voor jezelf en wordt geconfronteerd met enorme angstdromen. En we zien dat bij bepaalde gevallen van schizofrenie, bijvoorbeeld ook als ziekteverschijnsel zelfs. Daar komen ook perioden voor van gejaagdheid, angst enzovoorts, enzovoorts. En er is zelfs nog een andere geestelijke afwijking, waarbij die angst eigenlijk onvermijdelijk is geworden en zelfs kan voeren tot katatonie, dus een tijdelijke verstarring van alle lichamelijke activiteiten.

Wanneer we ons realiseren dat ‘onszelf aanvaarden’ niet behoeft te betekenen ‘onszelf kennen’, maar dat we dóór de zelfaanvaarding in de wereld meer onszelf ontmoeten, dan kom je vanzelf verder. En dan bereik je dus een evenwichtigheid. Identiteitscrisis is voor de mens meestal ruzie die hij heeft tussen een ideaalbeeld dat hij in zichzelf draagt, de verwarring omtrent zichzelf waaruit het ideaalbeeld is geboren en de verwerping van datgene wat hij feitelijk is.

  • Je open stellen in een voor je gevoel erg negatieve omgeving, brengt dat geen beschadiging aan, ook al besef je dat dat geen uitzondering van het geheel is?

Een omgeving kán niet meer negatief zijn, tenzij u ze als zodanig, dus als tegenstelling tot uzelve omschrijft. Zodra u een tegenstelling omschrijft, kan strijd ontstaan. Waar strijd ontstaat, kan schade ontstaan. Wanneer u echter niet meer zegt: negatief of positief, maar eenvoudig versmelt, brengt u uw eigen gaven mee in het geheel, wat meestal na afloop daarvan beschouwd kan worden als een lichte verbetering van de negativiteit, maar goed, dan hebt u zelf geen schade. Schade ontstaat namelijk niet door wat u negativiteit noemt, maar door de strijd, het conflict dat ontstaat tussen uw ik-beeld en datgene wat u als negatief hebt omschreven.

  • Kent u de wet van eenheid?

De wet van eenheid is geen wet. De eenheid is namelijk, menselijk gezien, nog het best als een wezen te omschrijven. De eenheid is het alomvattende waarin alle dingen zijn opgenomen, waarin alle dingen hun bestemming vinden en waarin alle zaken samen vloeien, tot zij de totaliteit uitbeelden die de eenheid in zichzelf altijd is geweest. Dat zou je dan de wet kunnen noemen, maar het is geen wet, het is alleen een constatering.

De wetten die wel bestaan zijn bijvoorbeeld de wet van evenwicht: Wanneer een verschuiving ter ener zijde plaatsvindt in het geheel van de energie, zal ter ander zijde een compenserende verandering van energieverhouding plaatsvinden.

En dan kun je ook nog de wet van harmonie citeren: Daar waar een aanvaarding bestaat, zal een aanvaarding ontstaan. Deze wordt niet geuit, maar is wezenlijk aanwezig en openbaart zich in allen, waardoor de geschillen hun belangrijkheid verliezen. Er zijn nog veel meer, maar voordat ik het hele wetboek voorlees, zou ik eerst graag willen kijken of er nog meer vragen zijn.

  • Wanneer men met veel mensen is en men stelt zich open voor de eenheidsbeleving, wordt de aura dan meer gevoelig en moet men dan alles van de aanwezigen voelen?

Wordt de aura meer gevoelig? Dat ligt eraan op welk niveau het plaatsvindt. Over het algemeen zal de openstelling vooral, wat wij dan het violette gedeelte plegen te noemen, – de buitenste laag van de aura – uitbreiden en daar ontstaat dan inderdaad een vermogen tot opvang en gemeenschappelijk beleven en uitwisseling zelfs van gegevens. Het kan zijn dat u die later overbrengt naar de tweede laag van de aura, welke betrekking heeft op lichamelijke functies en zenuwfuncties en daardoor ze omzet in beelden of zelfs in woorden, in erkenningen ten aanzien van de aanwezigen. Maar dit laatste is niet noodzakelijk, het is iets wat zich af kan spelen, terwijl de uitbreiding bij openstelling van het, zeg maar, het violette deel van de aura dus zonder meer plaatsvindt, en als het ware inherent is aan de toestand van openstelling, inclusief alle ontvangen signalen die daardoor mogelijk worden.

  • Is de mate van begrip van de samenleving die men het geheel noemt, direct gerelateerd aan de actieradius van het aardse bewustzijn?

Nu, dat zal ik niet durven zeggen, ik hoop het zelfs niet. Het gemeenschappelijk bewustzijn wordt over het algemeen overvleugeld door wat men noemt ‘eigen belang’ en vooral door de neiging van de mens om dingen die hij niet zelf is, te gaan beschouwen als deel, recht of noodzaak voor zichzelf en daardoor in feite te komen in een conflictsituatie met de anderen, waarbij hij niet zich realiseert dat voor de anderen gelijke rechten en waarden zouden moeten gelden. Dus dat is eigenlijk het conflict wat eruit voortkomt.

De invloed van de aarde is betrekkelijk groot, die gaat dus tot andere sterren toe, tot Deneb zelfs toe als je het precies wilt zeggen: heb je dus afstand in lichtjaren ook. Maar van de mensheid, omdat ze tegen zichzelf verdeeld is, is ze over het algemeen van veel geringere omvang, maar bepaalde uitstralingen van de mens kunnen gaan tot aan de zon en, zeg maar, tot Saturnus, Jupiter.

  • De vraag had niet betrekking op samenleving, maar op de samenhang?

De samenhang daarbij is niet uitdrukbaar, omdat ze niet in besef kan worden uitgedrukt. De samenhang is totaal-kosmisch en omvat het gekende heelal plus de niet gekende heelallen plus de tijdduplicaten van het heelal, plus de sferen, plus de krachten die uiteindelijk de sferen in stand houden en doen ontstaan. Dat is dus een totaliteit. Maar die bestaat altijd, dat is de eenheid.

  • Zal eveneens de kwaliteit van de Al-openbaring samenhangen met de reinheid van het zenuwstelsel?

Ik weet niet wat u de reinheid van het zenuwstelsel noemt. Het zenuwstelsel is niet rein of onrein, maar is meer of minder energetisch geladen en is daarnaast geheel of gedeeltelijk onderbroken actief. Dat hangt dus samen met levenskrachten en levensstromen. Het zenuwstelsel heeft hier dus werkelijk geen invloed op en een samenhang, zou ik hier niet kunnen erkennen. De totale openbaring of de openbaring van eenheid in jezelf is uiteindelijk niets anders dan een totaalbeleving, waarbij alle voertuigen en het geheel van het lichaam betroffen is. En hierbij gaat het niet om wat u rein of onrein noemt, maar om de tijdelijk optredende ik-ontkenning, ik-negatie, waardoor het geheel van de kracht in het geheel werkzaam is en eventueel daarin zelfs evenwichten doet ontstaan die voordien niet aanwezig waren.

  • Opmerking: Ja, ik bedoelde dus met de reinheid dat het zenuwstelsel als het ware geademd moet zijn om hogere energie aan te kunnen, gepaard gaand dan met een grotere inzet.

Ja, dat kunt u ook niet zeggen, want dat is geen reinheid. Je kunt alleen zeggen dat, wanneer zenuwkanalen voortdurend een bepaalde vloed van energie te verwerken krijgen, hun reactiesnelheid toeneemt. Daarnaast kunt u zeggen, dat, wanneer de levensstromen mede door het zenuwstelsel worden bepaald – dat is ten dele namelijk het geval – de levensstromen in flux, dus in inhoud, zullen toenemen en daarbij de mogelijkheid om energie op te nemen en uit te stoten dus inderdaad vergroot wordt. Maar dat heeft dus niet te maken met reinheid van het zenuwstelsel of iets dergelijks, nogmaals: dat heeft alleen te maken met de reactiemogelijkheid daarvan. En deze reactiemogelijkheid wordt bepaald door het voelen en denken, het bewuste en onbewuste plus nog eens een keer de geestelijke voertuigen die in zich nog een vorm van bewustzijn bezitten. Dus dat is een tamelijk complexe zaak.

  • U had het erover dat je je gedachten rustig mag laten voortrazen, ze mag laten gaan. Hoe weet je, hoe selecteer je de gedachten die essentieel zijn voor een reële benadering tot de werkelijkheid?

Je selecteert ze door niet te selecteren, maar je niet met de gedachte bezig te houden. Het is dus eenvoudig: niet reageren. En als je dat eenmaal begrijpt, dan zul je ook zien dat het eigenlijk niets uitmaakt. Per slot van rekening, u zegt toch ook niet dat het licht van de zon verduisterd wordt als er eens een keer een paar muggen doorheen dansen? En als je nou naar de zon wilt kijken of naar de uitwerking van de zon, moet je niet op de muggen letten, want anders zie je het niet.

  • Wat is de verhouding van de eenheid zoals u die beschrijft tot werkelijkheid?

De eenheid is de werkelijkheid die niet verandert. Wat u werkelijkheid noemt, is een deel van een totaliteit, geplaatst in een subjectieve reeks van interpretaties aan de hand van een tijdsverschijnsel, waaraan u, gezien uw stoffelijke vorm, tijdelijk bent onderworpen, zonder dat het uw wezen in het geheel bepaalt.

  • Waar is de niet-eenheid begonnen met als beginpunt de ik-gedachte, het denken? Volgens het scheppings- of Bijbelverhaal bij de mens, maar was het niet veel eerder al, begin dieren- of plantenrijk, al aanwezig, of wellicht in een geestelijke sfeer reeds nog voor dat van enige stoffelijke wereld sprake was?

Het is zeer waarschijnlijk – let u wel, ik weet het dus niet met 100% zekerheid -, ontstaan bij de eerste evenwichtsverstoring, waardoor de eerste beweging van kleinste delen plaatsvond en de eerste binding tot moleculen. Op dat ogenblik was er namelijk sprake van een verstoord evenwicht en in dit verstoord evenwicht was het mogelijk voor bepaalde delen van de totale kracht zich met die beweging of delen daarvan te associëren, zich daar als het ware een expressie van te maken. Op dat ogenblik voelden ze zich nog steeds als deel van het geheel, maar toen er verschillen werden opgemerkt tussen hetgeen zij beleefden en wat buiten hen in de rest bestond, ontstond als het ware de eerste ik-vorm, dus: ‘dit ben ik wél en dat ben ik níet’. En van daaruit komt men tot een steeds nadere definitie. Invloeden worden aangenaam, onaangenaam, links en rechts, als het ware licht en duister, komen dan in het besef naar voren, worden echter niet uitgedrukt. Maar daardoor zijn de eerste tegenstellingen ontstaan, waarbinnen ervaringen kunnen worden geklasseerd en bij het klasseren van ervaringen ontstaat het denken.

  • Dus het heeft eigenlijk een min of meer stoffelijke oorzaak?

Zover het stoffelijke Al betreft, zeker wel. Of het daarnaast geestelijk ook heeft plaatsgevonden, ik heb reden om aan te nemen dat dat wel het geval is, maar kan ik niet met zekerheid zeggen, omdat ik niet tot die ontwikkeling behoor.

  • De onbegrensde eenheid – en daarmee onbeperkt geluk -, moet, als zij bestaat, al in ons aanwezig zijn, anders was hij niet eeuwig. Het moet ons ware wezen zijn. Geldt dit ook voor planten- en dierenrijk dat het onbegrensde geluk – noem het de goddelijke vonk – daar in wezen al in zit?

Ik heb groot bezwaar tegen de term ‘het onbegrensde geluk’. Geluk is een emotie en wanneer je deel wordt met het geheel en dit beleeft, dan ontstaat er iets wat je de absolute vrede zou kunnen noemen, maar dat niet meer door emoties wordt gekentekend. Geluk is uiteindelijk een afmeten van twee waarden tegen elkaar, een contrastwerking, terwijl dus vrede in feite aanvaarding is van het zijn en het zijnde. Daarom zou ik zeggen: de vrede is de werkelijkheid van de goddelijke vonk, maar deze is dan aanwezig in élk deel van de schepping, hetzij geestelijk, hetzij stoffelijk, astraal of hoe dan ook, omdat in al wat is, de oerenergie aanwezig is en daarmee de kracht van het wezen dat voor ons zich uit als de totale eenheid.

  • Eenheid en geluk lijken samen te hangen. Is ongelukkig zijn, smart, lijden en dergelijke, het gevolg van beperktheid, egocentrisme of het gevolg van niet aanvaarden? Zijn dieren met hun mogelijk nog sterkere agressies, instinkt tot vergaren en dergelijke, egocentrisch dus, anderzijds in het algemeen meer tot aanvaarden geneigd, in het algemeen ongelukkiger dan mensen? Wat is de meest doorslaggevende factor inzake al dan niet gelukkig zijn?

Al dan niet gelukkig zijn wordt grotendeels bepaald door je waardering voor datgene wat buiten je bestaat plus je denkbeeld van wat er buiten je zou moeten zijn. Geluk is een wensvervulling en dat kan dan emotioneel weer voeren tot allerhande belevingen die boven de directe wensvervulling uitgaan, maar de oorzaak ligt daarin. Laat ik het zo zeggen: wanneer je in een favela leeft en je vindt een heel brood, ook al is het al een beetje oud, dan is dat geluk, want je hebt voeding en je bent dus innerlijk blij, omdat je anders die voeding niet hebt. Als je miljonair bent en je krijgt de kans om een miljoen te verdienen, dan is dat géén geluk, dat is ongeluk eigenlijk, want nu moet je dat op een of andere manier voor de belastingen wegwerken. Ik hoop dat ik het duidelijk heb gemaakt, ja. Is het voldoende?

  • Krishnamurti noemt het verwijderen van de belemmeringen van het ego nodig om totale eenheid en daardoor werkelijk geluk te bereiken. Is omgekeerd het ontbreken van egogevoel een garantie of identiek met geluk? Is een wolk bijvoorbeeld gelukkig?

Nee, een wolk is niet gelukkig, maar is en functioneert. En als ze deel uitmaakt, zoals het meestal is, van een kombinatie van lucht en watergeesten – ja, die bestaan ook -, dan is dat op dat ogenblik een vervulling en als zodanig een tevredenheid. Het geluk kan dan ontstaan voor de watergeesten als er een enorme regenbui komt en hij ontdekt hoe de mensen op aarde voor hem wegvluchten….

  • Zijn alle tien plagen van Egypte terug te voeren tot magische trucs en dergelijke, ook de laatste twee (duisternis en ‘dood der eerstgeborenen’) of waren dit openbaringen van de eenheid?

Nee, ze zijn voor een groot gedeelte natuurverschijnselen. Wanneer u zich goed realiseert bijvoorbeeld dat de ‘rode’ Nijl, de bloedrode Nijl, meer is voorgekomen, omdat in de bovenstroom gebieden met rode klei voorkomen: en wanneer deze in het bijzonder door zeer felle regenval daar worden weggespoeld, ontstaat inderdaad een drabbig rode kleuring van de Nijl. Dat gebeurt zelfs nu nog wel een enkele keer, ofschoon sedert de Assoeandam dat minder voorkomt. Wanneer we denken aan sprinkhanen bijvoorbeeld, dan moeten we allemaal zeggen: dat zijn geen magische trucs. Wanneer we het hebben over de engel des doods, wordt het iets anders. Dan hebben we te maken met iets dat symbool is waarschijnlijk voor een magisch gebeuren.

  • Is het waar dat men zich in de hoogste staat (het eenheidsbewustzijn), waar geen herinnering of ego meer bestaat, zich niet bewust is in ogen van anderen zogenaamde wonderen te verrichten (het gebeurt gewoon, zonder registratie of spoor na te laten in het denken))?

Het ik is zich wel van zijn herinneringen bewust, mag ik dat even stipuleren. Ik heb het zo-even al gezegd. Maar het is niet meer bepalend voor datgene wat je doet. Je realiseert je misschien wel dat je iets tot stand brengt, maar het is een uiting van het geheel en als zodanig behoort het tot de totale reeks van mogelijkheden. Voor jou zal het nooit een wonder zijn. Het is eenvoudig een spontane uiting van datgene waarvan je deel bent.

  • Kent de beleving van de goden in het inwijdingsproces een gevolg zodat eenheid sterker manifest wordt? In het verleden kwamen zo sterke energieën vrij. Hoe gebeurde dit?

Dat is heel eenvoudig. De mens is in zichzelf veel meer dan hij over het algemeen weet of hoopt te zijn. Daarin liggen vele krachten verborgen, die pas kunnen ontstaan, wanneer je jezelf aanvaardt. Wanneer je je identificeert met een godheid, stel je gelijktijdig de beperkingen van je eigen persoonlijkheid tijdelijk buiten werking en komt hierdoor tot een openbaring van het geheel van de energieën die in je bestaan, zover deze passen in het beeld van de god, waarmee je je één gevoelt.

Dit is dus één van de geheimen geweest van vele inwijdingen, waaronder de Elusische en de Isis inwijding. Het gaat hier voornamelijk om een gemeenschappelijk beleven, waardoor zóveel energieën vanuit verschillende persoonlijkheden vrijkomen dat daardoor allerhande fenomenen kunnen ontstaan. In zichzelf is dit niet een eenheid beleven – een eenheidsbeleving is iets anders – maar het is in ieder geval het beleven van een verbondenheid met een hoger beeld van zijn en kracht dan je als mens zelf meent te bezitten.

  • Hoe kun je in dit leven werken aan het bereiken van meer evenwicht in jezelf?

Heel eenvoudig: door je er niet druk over te maken. Aanvaard jezelf zoals je bent en wanneer je ontdekt dat je met iets niet tevreden bent, doe iets anders om het te compenseren. Zeg niet tegen jezelf dat je schuldig of onschuldig bent, vraag je ten hoogste af of je, zoals je bestaat, voor anderen, goed bent of dat je voor hen schadelijk bent. In het laatste geval, probeer het te veranderen. Onevenwichtigheden kun je dus vermijden door uit te gaan van hetgeen je bent.

Zodra je echter uitgaat van een ideaalbeeld dat je als een dwangbeeld aan jezelf oplegt, frustreer je een deel van je eigen persoonlijkheid, dat dan voortdurend ingrijpt en als het ware agressief wordt tegenover de uiting die je probeert tot stand te brengen. En dat is de onevenwichtigheid.

  • Is de eenheid de mystieke ontrukking?

De mystieke ontrukking zoals die bij mensen voorkomt – zelfs bij heiligen is het voorgekomen -, is in feite niets anders dan een beleven van de eenheid, terwijl een stoffelijke vorm bestaat en de verbinding daarmee in stand wordt gehouden.

  • Heeft na beleefde eenheid de overgebleven energie de neiging tot directe uiting, gaat energie direct over tot een gesteld doel?

Dat ligt sterk aan uzelf, omdat op het ogenblik dat de energie in u bestaat en de eenheid is verbroken, het uw wil of uw begeren is, waardoor de energie ontladen wordt en wel in de richting die door wil of begeren is gesteld.

  • Is eenheid een samengaan van de twee levensstromen die de geestelijke levensstroom opent?

Laat ik het zo zeggen, dit komt heel dicht bij het wekken van het slangenvuur, zoals u weet waarschijnlijk, en wat daarmee samenhangt. Het is mogelijk langs deze weg inderdaad de eenheid te benaderen of te bereiken op het ogenblik dat de zelfvergetelheid ontstaat, waarbij lichamelijke zaken geen rol meer spelen en in feite een geestelijke vervlochtenheid het enige is wat nog een ogenblik in het bewustzijn blijft hangen, voordat men zelfs dit vergeet.

  • Heeft de Boeddha ook de leer van Advaita (de non-dualiteit) gepredikt: er bestaat een Hollands boekje ‘Er bestaat geen zelf’, wat dat suggereert en wat door hem gezegd zou zijn.

Onder meer tegen Ananda zou hij (naar aanleiding van het vragen over het wel of niet bestaan van het ego) gezegd hebben: ‘ikzelf, was het niet eertijds? Nu echter is het niet meer’. Het is heel eenvoudig: het ego is een begrenzing, waardoor een beperkte voorstelling mogelijk wordt van de eigen inhoud en daardoor van een eigen betekenis. Deze is in het begin niet aanwezig geweest en zal uiteindelijk ophouden te bestaan, wanneer je jezelf beseft als functie van een geheel.

  • Sprekers van de Orde lijken in het algemeen geen voorstanders van de Advaita (‘de Ene zonder Tweede’, onder meer door Shankara en Ramana Maharishi geleerd).

Nee.

  • Ze gaan liever uit van de dualiteit, het ervaringsstandpunt om van daaruit mogelijk tot de eenheid te komen. Heeft deze absolute (holistische) benadering niet ook bepaalde voordelen: kan ze voor sommigen niet een volwaardige weg zijn, die tot bereiking voert en mogelijk ook sneller?

Voor de westerling lijkt ons dit bijna niet mogelijk. En wannéér dit gebeurt, dan ontstaat daardoor toch weer een conflictsituatie, namelijk ten aanzien van de omgeving. Daarom vinden we dat je uit moet gaan van het dualisme, waarbij je dus tussen twee waarden de voortdurende wisselwerking probeert te zien en zo een deel van de werkelijkheid kunt aanvaarden en beleven. Het is niet belangrijk of het holistisch is of niet, want ook in het holisme stel je binnen jezelf tegenstellingen om tot een erkenning van jezelf te komen.

  • Hebt u, sprekers van de Orde der Verdraagzamen, dan geen conflict of althans meningsverschil met deze meesters (Ramana Maharishi en Shankara), die dit zuivere monisme wél voorstaan?

Waarom zouden degenen die verschillende wegen bewandelen ruzie maken, omdat de ander een andere weg bewandelt? Is het niet belangrijker dat we proberen te wandelen in de juiste richting, opdat we een doel bereiken waarbij we niet meer afzonderlijke wandelaars zijn, maar een bereiking of een verwerkelijking van datgene wat is geweest, maar waar we nu nog niet volledig deel van kunnen zijn. Het spijt mij dat ik uw vraag met een tegenvraag moet beantwoorden.

  • Duidt het afwijzen van de leer van het Zelf niet op de behoefte het ‘ik’ beeld, ego te handhaven, wat door deze visie ondermijnd wordt.

Ik geloof niet dat je dat zo kunt zeggen, maar er zijn mensen die uitgaan van hun eigen ik als enige werkelijkheid en die tóch tot eenheid met de totale werkelijkheid komen. Andere wegen lijken ons daarvoor meer geschikt, maar de weg die je volgt is toch niet belangrijk, wanneer het doel bereikt wordt en anderen daardoor niet in hun eigen bereiking worden benadeeld of geschaad.

  • En is dit besef van ‘het Zelf’ (oneindige zelf) en daarmede de leer van het Zelf, mogelijk in laatste instantie juist, maar een kwestie van bewustzijnsniveau: pas als men er rijp voor is, is ze zinvol en daarvoor alleen maar wat theoretisch.

Voor je kunt lezen, staan boeken vol met plaatjes die je kunt begrijpen en een hele hoop kriebels die het bederven. En dat is met bewustzijn precies hetzelfde. Om op te kunnen gaan in een geheel, moet je de beperkingen overwinnen die door onbegrip van het zijn van het geheel zouden kunnen bestaan. Maar ben je eenmaal zover, dan moet je niet meer zeggen: ik ben dit of ik vertel dit, dan moet je het verhaal kunnen accepteren.

  • Welke grondhouding bevordert het enkelvoudige bewustzijn, het zichzelf zijn, waardoor het ego als limieter niet hoeft op te treden?

Er zijn zeer verschillende wegen hiertoe geschapen op aarde. Ik zou geen voorkeur willen uitspreken. Er zijn bepaalde yogahoudingen die inderdaad zeer nuttig zijn, maar die voor een westerling zonder jarenlange training zozeer pijnlijk zijn dat ze hun doel als het ware zelf vernietigen. Daarom zou ik hier geen voorkeur willen uitspreken.

  • Wat is de relatie tussen de ervaring van, zeg: de Al-eenheid en de werking van de beide hersenhelften?

Je zou het zo kunnen zeggen: het ik wordt een eenheid, wanneer de hersenbruggen volledige uitwisseling tussen beide hersenhelften mogelijk maakt en daarbij geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen gevoel en zintuigelijke waarde, zodat een eenheid van waarden en waardering ontstaat. Hierdoor ontstaat een stoffelijk ik op hoger niveau. Met de eenheid heeft dit natuurlijk beperkt te maken en niet volledig, omdat de eenheid een beleving is die boven alle stoffelijke mogelijkheden en zelfs geestelijke omschrijvingsmogelijkheden uitgaat.

  • U zei iets over het slangenvuur. Heeft dat ook iets met de eenheid te maken?

Het slangenvuur is eenvoudig een methode om de levenskracht in het eigen ik zeer sterk te wekken en gereguleerd op te laten stijgen tot een optimaal punt en dat is meestal tot de atlas, maar in enkele gevallen gaat men verder. Wanneer men zeer sterk en zeer bewust is, en kan men de kracht dus via de kruinchakra uitstoten, waardoor zij tot een direct contact komt met andere krachten en andere werelden. Als zodanig zou je zeggen is ze dus één van de wegen die je kunt gaan, wanneer je tot eenheid wilt komen. Alleen moeten we erbij zeggen: voor degene die geen meester is van deze procedure is het stoffelijk gezien vaak een letale weg, omdat ze dodelijke gevaren in zich pleegt te bergen. Zeker als je te ver gaat.

Dan gaan we sluiten, vriend. Het was mij een genoegen om hierover met u te mogen praten. Ik heb geprobeerd om zo eenvoudig mogelijk en zo redelijk mogelijk te antwoorden, want de menselijke rede is uiteindelijk één van de wegen naar het menselijk gevoel, waarbij menselijk gevoel en rede samen een innerlijk besef kunnen doen ontstaan, dat meer waard is dan beide delen.

De eenheid is het geheim dat in ons schuilt. Het is de waarde die steeds uit ons spreekt, maar ons ontbreekt het weten en het kunnen, het beleven om inhoud te geven aan de eenheid die ook door ons voortdurend aan zichzelf zichzelf openbaart. Toch is het levend het leven waard, omdat de eenheid sterker spreekt tot eindelijk je grens je breekt van ik zijn oordeel, eigen weten en in het tijdelijk al vergeten, de kracht in jou zich openbaart, waardoor de eenheid nog niet volledig reeds beleefd, toch rond je waart en uit je spreekt en zo een inhoud geeft aan dat wat onbegrepen was totdat je eindelijk de vrede kent, waardoor je innerlijk reeds deel van grote eenheid bent. Moge dit voor u allen een bereikbaar doel zijn. Leven met vrede in jezelf, zonder begeerten die je domineren, zonder angsten die je achtervolgen, in de zekerheid: ‘al wat is, is goed, omdat het een noodzakelijkheid is die uit het ene is voortgekomen’.

image_pdf