Oratio pro pace

image_pdf

 21 oktober 1960

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Mijn onderwerp voor heden zou ik kunnen noemen: Oratio pro pace

“Rede voor de vrede”. Dat rijmt, maar wanneer wij naar het streven naar vrede op aarde bezien, ontdekken wij helaas zeer veel, dat ongerijmd is. Na de analyse van zovele aspecten van deze dagen meen ik dat wij het probleem ‘vrede’ na moeten gaan. Het begint al met de slagzinnen, die worden gebruikt: “Wij willen de vrede, daarom moeten wij ons bewapenen. Ook wij hebben duikboten, die raketten kunnen lanceren…. Wij willen kort en goed alleen vrede, wanneer wij in elk opzicht onze zin door kunnen drijven.” Een typische houding, die wij helaas overal vinden. Officieel verlangen alle mensen naar vrede. Hun drang tot agressie wordt dan verborgen onder mooi klinkende woorden als: noodzakelijke verdediging, patriottisme, strijd voor behoud van de vrijheid etc. Erg onaangenaam doen deze verschijnselen aan wanneer zij optreden in een wereld, die zich “overtuigd” christelijk noemt.

Kort geleden hebben de bisschoppen van Frankrijk gemeend hun gelovigen het dienstweigeren voor dienst in Algerije te moeten verbieden. Wat is hier de achtergrond? Zijn deze bisschoppen de leiders van een geestelijke gemeenschap, die – althans naar eigen zeggen – Jezus op aarde vertegenwoordigt?
Ik meende, dat Jezus heeft gezegd: “Zo men u op de ene wang slaat, zo keer de andere toe”. Ook heeft Jezus gezegd: “Wie door het zwaard leeft, zal door het zwaard vergaan”.
De kern van Jezus’ leer is: “Heb uw naasten lief gelijk uzelf. Vergeef uw vijanden”.
Daarom klopt hier – volgens mij – iets niet. Politiek gezien is het voor de grootheid van Frankrijk enz. noodzakelijk, dat – zo er al een vrede met de opstandelingen wordt gesloten – deze door de Fransen wordt gedicteerd, zodat de toestand, die dan ontstaat, vanuit het Franse standpunt helemaal juist en goed is. Wanneer daarvoor dan een paar duizend Algerijnen meer gemarteld moeten worden, of moeten sterven, dan is dit politiek. Zijn deze bisschoppen dan in de eerste plaats politici en eerst nadien misschien nog geestelijke leiders?

Soortgelijke situaties en soortgelijke vragen geven mij het onbehagelijke gevoel, dat de mensen op de wereld met hun spreken over naastenliefde en vrede eigenlijk alleen maar slagzinnen hanteren zonder werkelijke inhoud. Indien wij de praktijk nagaan, blijkt in ieder geval, dat de handelingen van het merendeel van de aardse machten niet overeenstemmen met de leringen en principes, die men zegt aan te hangen of te volgen.
Kort geleden was er een bijeenkomst in Rood China waarbij werd gezegd: “er is maar één methode, om de wereldrevolutie te doen slagen: met alle slagkracht en eenheid van de socialistische volkeren, de imperialisten en kapitalisten verpletteren”. Naar ik meen staat in de werken van Marx geschreven, dat de revolutie altijd van binnen uit moet komen. De stelling dáár luidt, dat de socialistische staat zal ontstaan door het falen van het kapitalisme, waardoor het zichzelf te gronde richt.
Of wij het nu met deze stellingen eens zijn of niet, voor de rode volkeren nemen deze geschriften de plaats in van een Bijbel. Waarom dan geweld? Terwille van de wereldvrede? Een vreemde opvatting, die mij bovendien vaak herinnert aan de stelling van een gangster: “Ik leef in vrede met de politie en verlang niets anders, maar wanneer zij mij bij een inbraak zouden lastig vallen, zou ik tot mijn spijt gedwongen zijn de strijd met hen op te nemen”.

“Wij zijn voor de vrede. Degenen, die ons niet toestaan te doen, wat wij wensen, zijn tegen de vrede”. Hoe ontstaat deze mentaliteit. Wat is daarvan de oorzaak? Deze tendens moet verklaard worden vanuit de mensheid, uit de fouten van de mensheid, de tijd, waarin men leeft e.d. Daarnaast zullen wij ook het begrip “vrede” moeten definiëren en daaraan een inhoud toe moeten kennen, die past in deze tijd en in deze maatschappelijke verhoudingen. De heer Verwoerd verklaarde kort geleden betreffende de toestanden in Zuid-Afrika: “Wij erkennen de rechten van de autochtonen wel, maar het is boven alles noodzakelijk, dat wij hen blijven beheersen, om zo de rechten te beschermen, die wij door onze lange strijd hier verworven hebben. Wij zullen deze rechten ten koste van alles handhaven”. Alweer: “Wij willen wel graag vrede en recht, maar wanneer het niet zo gaat, zoals wij verlangen, slaan wij er op los”. De leiders van de autochtonen spreken in dezelfde trant. Indien wij van een christelijk standpunt uit willen gaan, is deze houding ongerechtvaardigd en onredelijk. Want geen enkele christen mag, indien hij de leer van zijn Meester werkelijk tracht te volgen, aan geweld denken, ongeacht hoe, waar, of om welke reden.
Jezus’ leer is er een van aanvaarding, dulden. Zijn kracht, zijn wapen is: innerlijk sterk zijn, want Jezus beseft heel goed, dat de mens, die innerlijk sterk is en geen enkel punt van zijn geloof prijs geeft, zonder ooit geweld te gebruiken, zal winnen. De Christenen vrezen, naar ik meen, de consequenties die aan een dergelijke blijvende overwinning verbonden blijken te zijn. Stierf Jezus niet aan kruis? Daardoor zijn vele woorden lege begrippen geworden.
Vrede bv. schijnt op het ogenblik te betekenen: je zin krijgen. Kunnen leven, zoals jij wilt, ongeacht of dit al dan niet ten koste van anderen gaat. Vrede schijnt te betekenen, dat anderen het moeten dulden, wanneer je tracht je eigen ideeën aan hen op te leggen, maar dat je je met alle middelen mag verdedigen, wanneer een ander t.o.v. jou hetzelfde zou proberen.

Ik heb nog nooit een bewijs gevonden voor de stelling, dat je een idee kunt verslaan met atoombommen, bajonetten, geheime politie e.d. Een bewijs voor het tegendeel vinden wij in het oostelijk blok, waar men nu al vele jaren – praktisch vanaf 1923 – een strijd met alle middelen voert tegen alle kerken en godsdienst. Uiteindelijk heeft men zelfs de kerkelijke plechtigheden vervangen door soortelijke staatsplechtigheden, zodat in de plaats van de doop een plechtige ontvangst van de jonggeborene in de socialistische gemeenschap komt, in de plaats van de belijdenis de plechtige belofte van de jonge mens de staat te dienen en zelfs het huwelijk een plechtigheid is geworden, waarbij men zich aan elkaar bindt om gezamenlijk de staat te dienen.
Maar de kerken worden desondanks nog druk bezocht, ofschoon men heeft getracht de godsdienstige mens op vele wijzen te bekeren en zelfs degenen, die hardnekkig blijven, uit schijnt te stoten uit de maatschappij. Geen concentratiekampen, geen oorlogsgeweld, geen lange jaren propaganda hebben kunnen voorkomen, dat degenen, die werkelijk behoefte hebben aan een God, de kerken blijven bezoeken en godsdienstig leven.

Toch zegt men te denken, dat men met omkoping, geweld en oorlog elke idee kan doden. Daarbij duldt men de tegenstanders over het algemeen niet. Heksenjacht en achtervolgingen blijken niet beperkt te zijn tot één bepaald land, of een bepaald staatkundig systeem. Toch heb ik altijd menen op te merken, dat degene, die volgens zijn eigen weten sterk staat en werkelijk gelijk heeft, over het algemeen tegenstanders kan dulden en zelfs waarderen.
Het blijken in het leven steeds weer diegenen te zijn, die niet zeker zijn van zichzelf, deze mensen, die ook voor zich steeds weer recht en gelijk moeten bewijzen, die onverdraagzaam zijn en naar geweld grijpen. Overgebracht in de termen van wereldvrede en wereldpolitiek zou dit betekenen: juist degenen, die niet zeker zijn van de juistheid van hun standpunt, hun eigen krachten en rechten, zullen steeds weer schermen met hun wapens, zich beroepen op noodzaak tot gewelddadig ingrijpen.

Dit is mijn mening. U mag met mij van mening verschillen. Indien wij de bron van de onzekerheid zoeken, zo vinden wij deze bij de werkelijke regeerders van deze wereld. Die vinden wij niet in de parlementen. De werkelijke regeerders vinden wij ook niet als president, of vorst aan het hoofd van de Staten. Naar ik meen, ligt de werkelijke macht ergens anders, ofschoon de burgers dit niet weten en zelfs de regeringen zich dit niet zullen durven realiseren.
De wereld wordt beheerst door de productie. In de 20-ger jaren ( van de twintigste eeuw – red. ) hebben wij een snelle ontwikkeling gezien van wereld omspannende concerns en trusts. Oorspronkelijk zal men hierbij hebben gedacht aan een zo vaker en redelijk mogelijke productie tegen een zo aantrekkelijk mogelijke prijs, waarbij men de nadruk wel moest leggen op een gegarandeerde aanvoer van grondstoffen en de zekerheid van afzet over een zo groot mogelijk deel van de wereld. Deze kartels en concerns bleken machten te vormen, die een geheel eigen wijze van leven, denken en regeren wensten. Daarom werden deze machten door wetten beknot en werden afspraken van producenten en leveranciers oorspronkelijk als gevaarlijk door de wet bestreden en door de staat vervolgd.

Bij nadere beschouwing blijkt, dat deze maatregelen niet voldoende waren en slechts in de meest zeldzame gevallen tot enige werkelijke schade voor concern of kartel voerden. Voorbeelden van het tegenovergestelde: de macht van deze groepen zien wij steeds weer. Het Kruppconcern bestaat nog steeds, al hebben ook de gezamenlijke Staten van de wereld besloten, dat dit concern ontmanteld moest worden en de deelhebbende bedrijven aan onafhankelijke groepen moesten worden verkocht. Maar er zijn voor de bedrijven in kwestie geen kopers te vinden geweest.
Toch zijn daarbij bedrijven, die minder waard zijn dan bv. het bedrag, dat wordt besteed voor de aanleg van de Europoort bij Rotterdam. De mijnbedrijven waren op het ogenblik, dat dit bevel werd gegeven, niet veel méér waard dan het bedrag, dat de Belgische mijnbedrijven op het ogenblik jaarlijks ter sanering van de kolen- en staalunie ontvangen. Hoe groots en machtig verschillende van deze bedrijven ook mogen zijn, zij zijn zeker niet méér waard dan het bedrag, dat de firma Dupont besteedde aan haar laatste uitbreidingen. Vreemd, dat er geen kopers gevonden kunnen worden, terwijl het beschikbare kapitaal – gezien andere bestedingen – op meerdere plaatsen duidelijk beschikbaar was.

Er zijn meer wonderlijke gevallen aan te halen. Een bepaald wereldconcern is binnen 10 jaar vier maal verantwoordelijk voor ernstige vergiftigingsverschijnselen op de voedingsmarkt, maar toch werkt deze groep in alle betrokken landen rustig en zonder enige beperking verder. Vreemd is ook, dat bij een oplopen van de prijzen voor radium en pekblende bij bepaalde contracten gelijktijdig bedrijven onder regeringstoezicht, worden gesloten, wegens gebrek aan belang bij verdere productie.
De particuliere producenten, geheel vastgelegd door regeringscontracten, werken op volle capaciteit verder. Klaarblijkelijk heeft deze groep van marktbeheersende concerns veel te zeggen op de wereld. Maar haar macht wordt steeds meer bedreigd door o.m. de eerlijke arbeidsorganisaties en de publieke opinie. Het zeggingschap van anderen wordt steeds groter. Mij dunkt, dat de industriële grootmachten niets anders wensen dan vrede, maar dan een vrede, die hun invloed en macht onbeperkt zal handhaven.
Ik noemde Krupp, omdat deze tot zondebok werd gemaakt. Maar laat ons niet vergeten, dat de geschiedenis hier een andere loop genomen zou hebben, indien het alleen om de belangen van de familie Krupp was gegaan. U beschouwt dit misschien als een beschuldiging, maar voor mij is het vooral een verklaring voor de blijvende macht van bepaalde groepen, ongeacht het feit, of zij tot de overwinnende, of overwonnen naties behoren.

Denk aan de concerns in Japan. M.i. zijn dergelijke groepen degenen die ook nu nog maar met steeds afnemend succes, aan de touwtjes proberen te trekken. Vandaar, dat vrede een slagzin begint te worden waarvan men de werkelijke betekenis dreigt te vergeten.
De mens wordt omgekocht met welvaart, amusement, met brood en spelen ten koste van zijn medemensen. Zo afhankelijk is de mens van de maatregelen die deze welvaart beschermen en de slagzinnen, die hem een recht hierop ten koste van alles suggereren, dat hij de werkelijkheid niet meer ziet en zijn beginselen vergeet of vervalst. De eisen die de eenvoudige mens gaat stellen en de behoefte eigen grootheid en macht te handhaven, hebben zo internationaal dwangposities geschapen. Zelfs de eerlijkste staatslieden kunnen hiertegen niet veel doen. Zij moeten zich aanpassen aan de eisen, die worden gesteld, of hun plaats van gezag afstaan. Samenwerking met bepaalde invloeden en machten is onvermijdelijk voor hen, omdat anders een economische crisis dreigt.
De doorsneemens is pas bereid om offers te brengen, wanneer het eigenlijk al te laat is. Vandaar, dat een verandering van denken bij een eenling noodzakelijk is, wil een vrede ooit tot de mogelijkheden gaan behoren. Maar dan moet eerst de nadruk op stoffelijke welvaart en de voortdurende propaganda voor meer weelde en toenemend verbruik verminderen.

U zult zich misschien afvragen, hoe de nadruk zo sterk op macht en de bindingen met stoffelijke waarden zo sterk konden worden. Het antwoord ligt in de historie. Bewapenen voor de vrede is een slogan, die stamt van de Romeinen, die in feite exploitanten en onderdrukkers waren van vele belangrijkere en beschaafdere gebieden van de wereld. De noodzaak van een sterke hand en het beheersen van commerciële belangen vinden wij o.m. in Nederland, waar rond de 16e en 17e eeuw regentenfamilies optraden. Dit zijn familieregeringen, die gehele steden en vaak handelsgebieden beheersen. In een verder verleden zien wij, hoe de handelaren van de Hanze over oorlog en vrede beschikten, terwijl zij een zeer grote invloed hadden op het levenspeil, de handels- en vervoerscondities in de door hen beheerste gebieden. Zó ver in het verleden ligt het begin van deze toestanden, die nu een werkelijke vrede zo niet onmogelijk, dan toch wel zeer onwaarschijnlijk maken.
Reeds in die dagen kwam men tot een zoeken van de macht om de macht alleen en gebruikte men daarvoor economische middelen. De denkwijzen, die werden gepropageerd door dergelijke commerciële groepen, waarbij het in feite om de macht ging, zijn nu doorgedrongen tot haast alle delen van de wereld. Het kinderlijke spel dat op het ogenblik in Congo wordt gespeeld en de voor ons zonderling aandoende verklaringen van de beleidsmensen in Indonesië zijn het eindresultaat van deze propaganda. De verdeeldheid en de machtsstrijd, waarbij alles terzijde wordt gezet is het kenteken geworden van deze tijd.

Op de duur is er een begripsverwarring ontstaan, waardoor men niet meer in staat is zich voor te stellen, dat men zonder macht iets werkelijk kan bereiken of bezitten. Men voelt innerlijk wel aan, dat de absolute macht, die men in feite voor zich of zijn groep begeert, niet in de handen van een enkele mens of een enkele groep thuishoort. Vandaar, dat de mensen, die het meest naar een dergelijke macht streven, plegen te behoren tot godsdienstige groepen en zeer vaak tot de vromen worden gerekend. Bidden niet deze Christenen steeds weer: “Heer, Uw wil geschiedde?” Horen niet de Mohammedanen, tot zelfs midden in de nacht, steeds weer het rituele: “Allāhu Akbar”, de kreet die zegt: “Er is maar één God en Hem is alle macht?” Altijd weer horen wij de kerken prediken over God en steeds weer voegen zij daaraan toe: “Want Hem is de macht en de heerlijkheid. God is de macht. Niemand anders en niemand anders kan de macht voor altijd aan zich trekken en zich voor altijd handhaven”.

De concentratie van macht, die als zakelijk wapen tegen de hogere standen eens ontstond, woekerde in de harten van de mensen. Het blijvende geloof aan het recht en de macht van de sterke is er de aanleiding voor, dat ook nu die macht nog als het enig belangrijke wordt gezien. Het is nog niet zo lang geleden, dat er vrijbuiters waren op de beurzen. Ik denk aan de zwarte vrijdag in 1929 toen Wall Street scheen te sterven. Ik denk aan de graanconcerns op de beurs van Chicago, waarmede de beursmensen de prijzen van het brood onbetaalbaar maakten en de armen dwongen te leven in hongersnood te midden van overvloed, zoals voor hen eens de Franse edelen hadden gedaan.
Toch bleef er altijd een zekere vrijheid, een zekere eerlijkheid zelfs in deze praktijken bestaan, tot de kapitalen van de wereld zelf in gevaar kwamen. Toen heeft men besloten ten koste van alles een herhaling van deze ineenstortingen te voorkomen. Men heeft het gehele leven, alles in de beschaafde maatschappij, gericht op het ene doel: de bestaande kapitaalsmachten te handhaven.

Denk nu niet, dat dit een verschijnsel is van het kapitalisme. Dezelfde vorm van organisatie, propaganda, hetzelfde systeem zien wij eveneens in de landen, die het kapitalisme bestrijden als het meest verachtelijke ter wereld. Er is geen vrede mogelijk, omdat er angst en onzekerheid zijn bij degenen, die van achter de schermen de wereld regeren. Dat zijn nooit degenen, die u kent. Een enkele maal vinden wij een aanduiding van deze machten. In de laatste jaren van Stalins leven nam deze jaarlijks de parade op het Rode Plein af. Naast en rond hem zag men personen van belang, opgesteld in de volgorde van hun belangrijkheid. Sedertdien zijn die gezichten verdwenen, of hebben zij andere plaatsen ingenomen. Achter het staatshoofd en zijn belangrijkste medewerkers waren altijd drie dezelfde gezichten te zien. Deze staan nu nog achter de nieuwe heren. Wie dit niet gelooft, kan dit op de foto’s controleren. Haast altijd zien wij daar de drie zelfde gezichten op de achtergrond. Dit is de aanleiding tot de vraag: Is er ook daar sprake van een onzichtbare hiërarchie, evenals elders op de wereld? Alles pleit daarvoor.

Ik zal niet verder over deze dingen spreken. Ik meen duidelijk genoeg te hebben gemaakt, dat achter de machten, die u op de wereld kent, een andere macht schuilgaat. Een macht van mensen. Een macht van heersers en bezitters. Niet zozeer van kapitalisten of terroristen, maar eenvoudig van mensen, die hun ziel hebben verkocht om materiële macht te kunnen bezitten. Daaraan gaat de vrede ten onder. Deze machten zijn het, die het woord “vrede” hebben vervalst en u voorgehouden, dat er maar één vrede mogelijk is: de hunne. Deze verborgen heersers zijn het ook, vrienden, die onder het mom “behoud van de vrede” staten tegen elkaar opzetten en onder het mom van “de noodzaak tot strijd voor de vrede” bepaalde posities trachten te handhaven. Ook de onderhandelingen in en rond de NAVO in de komende dagen zullen hiervan voor de opmerkzame beschouwer het stempel dragen.
De gewone mens laat zich door dit alles leiden en misleiden. De gewone mens immers hangt aan wat hij heeft. Hij wenst niet te vechten voor vrede en recht. Hij verlangt niet te strijden en te sterven voor zijn geestelijke inzichten, wanneer het er werkelijk op aan komt. Dit is de meerderheid van de mensen op aarde: een meerderheid, die alleen maar verlangt met rust te worden gelaten.

Dat deze dingen zo sterk beginnen alle leven van de mensen te beheersen, danken wij aan het feit, dat de aarde op het ogenblik in een periode van overgang is. Overgang betekent een vreemde samenwerking tussen lusteloosheid en prikkelbaarheid. U kent dat gevoel misschien wel van de dagen, dat de lente komt dan ben je hangerig en moe, weet niet precies, wat je wilt en hoopt alleen maar, dat je de rust, die je hebt, zult kunnen behouden, ofschoon je tegelijk vol onrust bent, prikkelbaar en onredelijk. Diezelfde invloed doet zich op het ogenblik over heel de wereld gelden. De mens moet aan zijn onrust een uiting geven en verlangt toch zijn rust. Vandaar de valse leuzen, vandaar het gebruiken van het woord “vrede”, wanneer men in feite macht bedoelt.

Zó is het heden. Maar wat zal er gaan gebeuren, als de nieuwe invloeden de mensen steeds meer gaan beheersen? Zal de mens dan besluitvaardiger worden? Uiteindelijk ligt de tijd niet zover in het verleden, dat de besluiteloosheid het lot van de wereld bepaalde. Wij weten nú, dat het juiste optreden van een enkele staat de eerste wereldoorlog had kunnen voorkomen. Nog dichterbij ligt de tijd, dat één enkel klein optreden van de grote staten in het Rijnland de tweede wereldoorlog en het daarmede gepaard gaande optreden van Hitler in de jaren 1943 – 1944 onmogelijk had kunnen maken. Men had de wereld kunnen redden, maar bleef praten en wist geen besluit te nemen. Komt nu misschien de tijd aan, dat men wel tijdig handelt, dat men wel zonder een zondvloed van woorden een besluit durft nemen.

Aquarius is een kracht, die nadruk legt op gelijkheid. Er is nog geen brandende belangstelling in Aquarius te vinden voor één enkele mens, één enkele methode, of één enkele macht. De belangstelling geldt steeds weer het geheel. Aquarius brengt een zekere onpartijdigheid. Daarnaast brengt hij de gave van het woord. Dit laatste zal de steeds toenemende woorden- vloed verklaren, maar geeft tevens weer, waarom eenzijdige begrippen, gesprekken en woorden op de wereld steeds minder werkelijke betekenis kunnen hebben. Want de begrippen van het verleden met de krachten van het heden te verdedigen, zal onmogelijk blijken. De Heer van deze periode zoekt gelijkheid voor de wereld. Een samengaan in volkomen vrijheid van allen, is zijn streven, maar dan alleen op basis van een volkomen vrijwilligheid.

De nieuwe tijd geeft geen kans meer aan de mens, die, streng gereglementeerd arm in arm met zijn kameraden opmarcheert naar een betere toekomst. Geen vrijheid door marcherende colonnes dus. Eerder een vrijheid door menigten, die doen denken aan de mensen, die op een voetbalveld samenkomen. Elk heeft een eigen instelling, een eigen mening. Elk heeft zelf zijn kaartje gekocht en bepaalt op welke rang hij wil of kan zitten; elk is gekomen op eigen wijze en was geheel vrij om te komen of weg te blijven. Zo, geheel vrij komen die mensen samen, om gezamenlijk een bepaald gebeuren te volgen. Wanneer de mensen zelfstandig worden, wanneer elke mens op zijn eigen wijze voor vrede wil werken, wanneer ieder voor zich weigert te strijden in de naam van de vrede, of van andere dingen en zelfs zal aarzelen zich tegen anderen te verdedigen, in angst daardoor misschien toch t.o. de ander een onrecht te begaan, zal er werkelijk over wereldvrede, over ware vrede gesproken kunnen worden.
De tijd, waarin dit mogelijk is, komt. Maar een werkelijke wereldvrede op deze basis zal er eerst na enkele honderden jaren werkelijk zijn. Tot die tijd zal de mensheid moeten groeien in de geest, zal de mensheid wakker moeten worden en eigen leven hervatten, eigen aansprakelijkheden leren dragen. Al ligt de bereiking van de werkelijke wereldvrede nog ver weg, zo zullen wij toch in deze dagen al veel kunnen doen, denken, leren en beleven, dat de mensheid dichter bij de waarheid brengt.

Ik zou hier een paar vragen willen stellen: Wat heb je aan een oorlogsvloot,  wanneer geheel je land met 3 of 4 atoombommen vernietigd kan worden? Wat heb je aan een leger, wanneer dat leger misschien zich zal kunnen handhaven, maar onder dit verzet alle burgers zullen moeten sterven? Wat heb je aan een pronken met je krachten, aan machtsvertoon, als in feite de dood achter dit spel op de loer ligt en noch jou noch je tegenstanders zal verschonen? Neem eens aan, dat de gehele bevolking zich gewapend verzet, niemand uitgezonderd, wanneer zijn vrijheid wordt bedreigd. Heeft dit zin? Zal dit vrijheid brengen? Of misschien hoge vliegtuigen, 2 of 3 bommen, een golf van hitte, die alles verteert en aansteekt, een drukgolf, die huizen verbrijzelt als stukjes speelgoed? Heeft dit een doel? Heeft dit zin? O, geen atoomdood als in “On the Beach”. Laat ons realisten blijven. Zoiets is alleen de dood van Nederland, van Duitsland, Rusland, of Amerika, het einde van de staat en de beschaving. Er blijven heus nog wel een paar mensen over. Natuurlijk zullen er mensen blijven leven. Mensen, die gewend zijn aan een auto of een trein om afstanden af te leggen, mensen, die gewend zijn zich te laten vermaken door film en radio. Mensen, die handiger om kunnen gaan met een blikopener, dan met een bijl, of een pijl en boog. Mensen, die op tijd hun flesje Cola of bier plegen te drinken en hun sigaret te roken en niet zonder kunnen.
Die mensen moeten in een dergelijk geval wel terugvallen tot het peil van wilden. Zij zullen vluchten in de holen van de bergen en in de bossen. Zoals eens reeds geschiedde, zullen zij tekeningen maken op de wanden, waarover een nakomend ras over 100.000 jaar de schouders ophaalt, zeggende: “Men moet in die dagen wel zeer kunstzinnig zijn geweest”. Dan staan de experts in bewondering voor de tekening van Jantje, die op de muur een poppetje tekende en er onder schreef: “Grietje is gek”.

Moet de wereldvrede dan zó betaald worden? Men moet zich leren beschermen, zo klinkt het overal. Beschermt de burgerbevolking. De gedachte is uitstekend. Maar hoe? Laat ons het anders stellen: bestaat er een betere bescherming dan een weigeren om nutteloos strijd te voeren? Bestaat er voor de veiligheid en vrede op aarde ergens een betere waarborg dan werkelijk in de zin van Christus’ leer te leven? Kan er ergens op aarde een grote kracht bestaan, een vrediger en rechtvaardiger kracht dan de kracht, die God in de mensen legt, die Zijn weg gaan? Het klinkt misschien vroom, maar dit zijn feiten.
Ik spreek op deze dag over de vrede, omdat de ware vrede de enige mogelijkheid voor de wereld inhoudt om op te gaan tot een nu haast onvoorstelbaar peil van geluk, welvaart, van werkelijk leven zonder hongersnood en onnodige rampen, zonder enige gebondenheid aan een saaie taak, dag in dag uit, alleen, omdat men zonder dit niet kan eten. Eerst moet er vrede komen.
Maar wanneer de vrede op aarde gewonnen is, zo draagt de tijd die komt, voor allen die leven, als gouden gave: geestelijk inzicht, bewustwording voor elke geest, die de aarde beroert. Dit alles is voor de mensheid  een zekerheid, wanneer de mensen van deze dagen kunnen leren, dat vrede niet alleen een strijdmiddel in de koude oorlog, of een slogan is. Vrede begint nooit bij anderen, maar bij jezelf en je eigen wijze van handelen. Vrede kan nooit een uitdrukking vormen voor een bepaalde macht, daar zij voortkomt uit innerlijke beheersing, niet uit uiterlijke heerschappijen.

Meerderen onder u vinden dit gevaarlijke taal. Wat zou ik moeten antwoorden, wanneer een van u nu zou zeggen: “Dus moeten wij allen elke militaire dienst weigeren?” Ik zou immers moeten antwoorden: “Ja”, want dat is consequent. Zou ik dit doen, dan zou ik daarmede het huidige bestel, het huidige gezag, aantasten. Daarom zal ik geen “ja” zeggen. Want of u nu wel of niet soldaat bent, maakt niet veel uit. Of u wel of niet uw kostbaar geld besteedt aan kanonnen en vliegtuigen, maakt ook niet veel uit. Wanneer u maar niet denkt, dat u deze dingen kunt gebruiken om zo de vrede op aarde te winnen. Zet heel Nederland vol tanks. Hang de gehele lucht vol gierende straaljagers. Wanneer dat u vreugde geeft, of de idee van zekerheid, zo ga uw gang, maar gebruik deze dingen niet tegen anderen. Daar gaat het om. Het gaat er niet om, wat de uiterlijke vormen zijn. Het is onbelangrijk, of er nu legers zijn of niet, maar zo er al legers zijn, laat deze dan niet alleen uit Christenen bestaan, maar uit mensen, die durven en kunnen handelen naar Christus’ ware leer.

Laten degenen, die zich verantwoordelijk menen te weten voor het zedelijk en moreel peil van mensen en staten niet met twee tongen spreken. Laten degenen, die deze tegenstrijdigheden beseffen, voor zichzelf de juiste weg kiezen, zonder zich te verontschuldigen met een: maar anderen doen het toch ook? M.i. is een priester, die een wapen zegent, tevens een priester, die Jezus’ leven en leer verloochent. Deze bespot zijn Meester, die liever stierf voor de mensheid, dan Zijn macht als wapen te richten tegen de onrechtvaardigen.
Maar wanneer diezelfde priester op het slagveld helpt en troost, onder gevaar voor eigen leven, zo is hij iemand, die zich Jezus’ leer en leven waardig toont. De tegenstrijdigheden liggen dicht naast elkaar. Hoe vaak zijn dergelijke tegenstrijdigheden niet in de afgelopen jaren in een mens, in een geloof samen geweest? Het ene ogenblik een zegenen van de wapenen, een bidden voor overwinning, dat in feite een aanmoedigen is van het geweld, waardoor en waarvoor Jezus moest sterven aan het kruis, want meer dan al het andere zijn de daden van geweld en zelfzucht de zonde der mensen. Het ene ogenblik dient de mens het geweld, het volgende ogenblik geeft hij zijn krachten en leven om waarlijk Jezus’ leer te volgen.

Ik vraag mij af: bestaat er dan een dubbele moraal? Is er een dubbele mentaliteit? Ik vraag, want een zeker antwoord weet ik niet. Het enige antwoord, wat ik op mijn eigen vragen zou kunnen geven, is zó wereldvreemd, dat het de mensen van deze tijd een hoon zou lijken. Dat antwoord zou luiden: wanneer je in jezelf sterk bent en ten koste van alles juist handelt, is er geen macht op de wereld, die je werkelijk kan overmeesteren of knechten. Maar wereldvreemd als dit klinkt, is iets dergelijks toch al eens in de wereld bewezen. De Manchoes vielen in China binnen. Zij gedroegen zich daar als heren en veroveraars, meerdere honderden jaren lang, maar de Chinezen bleven hun eigen weg gaan, tot hun veroveraars meer Chinees waren geworden dan de Chinezen zelf.
De staart, die zolang de Chinese dracht is geweest, werd oorspronkelijk door de Manchoes ingevoerd. Zij diende om de Chinezen eenvoudiger te kunnen vatten en doden. Veel later horen wij, dat een keizer uit het geslacht van de Manchoes zich kunstmatige vlechten liet aanhechten, omdat zijn eigen haar niet vorstelijk en dik genoeg was. Dit is ongetwijfeld een van de meest vredige en meest eclatante overwinningen in de geschiedenis.
Hoe ontstond zij? De Chinezen waren zo zeker van zichzelf, dat zij zich niet bij hun overheersers aan trachtten te passen, maar zichzelf bleven in gebruiken. Dit volk bleef zijn eigen weg gaan, zijn eigen gedachten en overleveringen volgen, tolererende, wat de overweldiger aandeed, gehoorzaam en beleefd. Het is dus mogelijk geweest een vredige overwinning te behalen door schijnbare onderwerping. Maar ja, dat is dan ook meer dan een enkel teken in de sterren geleden.

Een dergelijke raad zal men op het ogenblik niet kunnen begrijpen. Men zal spreken over industriële belangen, huisvesting, politieke belangen, handel, internationaal verkeer, gemaakte afspraken enz. Vanuit het standpunt van deze dagen heeft men daarmede zelfs nog enigszins gelijk. Men vergeet echter één punt: geweld betekent in deze dagen ondergang. Niet van de mensheid misschien, maar dan toch wel van alle genoemde waarden. De ondergang van alles, wat de mens in deze dagen als cultuur, sociale structuur en moraal voor heilig en goed acht. Een oorlog met atoomwapens zal ook de ondergang betekenen van de industriële rijken, van de dictatuur in het groot en de kerken. Bovenal zou het de ondergang betekenen van het geloof in de mensen bij de mensen.

Aquarius wil geven, Aquarius geeft aan allen gelijk en maakt niet het scherpe onderscheid tussen links en rechts, vroom en goddeloos, dat men nu nog pleegt te maken. Hij vraagt niet naar verschillen in nationaliteit en ras, of wijze van leven. Aquarius vraagt alleen maar naar wat leeft in de mens zelf. Hij vraagt, of de mens t.o.v. zijn medemensen werkelijk goed is, of hij deze medemensen nooit bewust schaadt. De Meester van deze tijd zal u nooit vragen: “Bent u een eerbaar en gezeten burger, of licht u net uw burgerlijke plichten wel eens de hand?” Hij spreekt niet over echtelijk of buitenechtelijk, of homo of hetero seksueel leven. De verschillen daarin zijn té uiterlijk.
De werkelijke verschillen zijn niet gelegen in vormen, neigingen, of gebruiken, maar in de mens zelf. Is de mens goed, is die mens bereid voor de mensheid zich op te offeren, wanneer het nodig is, en in ieder geval voor de mensheid te leven? Is de mens bereid om niemand, ongeacht de mogelijke voordelen kwaad te doen, dan zal Aquarius rijkelijk alle gaven schenken, die het in zijn vermogen ligt, te geven.

Om de mens de tijd te geven dit waarlijk te beseffen, is er allereerst vrede nodig. Daarom zou ik voor willen stellen niet alleen meer over de vrede te praten, niet alleen maar in de kerken neer te knielen en te vragen: “Heer, geef ons vrede”, maar vanuit onszelf en zo ver het ons mogelijk is, alles te doen om zelf vrede te geven. Wij moeten weigeren agressief te zijn, zelfs t.o.v. onrecht, weigeren geweld te gebruiken, wanneer wij onze rechten niet op andere wijze kunnen verkrijgen.
Bovenal moeten wij trouw blijven aan onszelf, aan ons innerlijk begrip van naastenliefde en verdraagzaamheid, ons innerlijk geloof, hoe dit ook moge luiden. Wij dienen boven alles trouw te zijn aan onze medemensen. Aan onszelf. Dan eerst kan er sprake zijn op aarde van de ware vrede! Vrede in alle mensen en daardoor ook van vrede op aarde. Bedenk wel, dat in het begin van de evangeliën een zin staat, die zeer belangrijk is. Een zin, die men vooral goed moet begrijpen en onthouden: “Vrede op aarde zij hen, die van goede wille zijn”. Van goede wil betekent ook zeker: de wil vrede te ontvangen en te geven. Andere interpretaties voeren tot onzinnigheden. Dan kunnen wij wel gaan zeggen: “Wanneer ik iemand dood wil maken en ik doe dit zo goed mogelijk, ik streef daarnaar, dan ben ik van goeden wille en zal dus vrede krijgen”. Soms schijnt het, dat men deze dingen zo interpreteert.

Ook in deze dagen staat het weer aan de hemel geschreven. Nu reeds in het schrift van de sterren, maar binnenkort in duidelijker tekenen: vrede op aarde aan hen, die van goede wil zijn. Maar daarnaast staat in de sterren ook een waarschuwing: Ondergang in vuur en verderf voor hen, die slechts zichzelf zoeken en zich beroepen op hun rechten en krachten, zonder daarbij te streven naar de vrede en de wil Gods te aanvaarden. Ondergang in vuur en vrees voor hen, die niet wensen de werkelijke en waarachtige liefde voor anderen te uiten en te beleven, die zichzelf zoeken en niet zich erkennen als zijnde geschapen tot het helpen en dienen van anderen.

Vragen

  •  Als u de zaken in Zuid Afrika zou moeten regelen, hoe zou u dat doen?

Ik zou beginnen de kentekenbewijzen voor de inboorlingen af te schaffen, niet deze ook voor de blanken te scheppen. Uit deze dingen is veel kwaad geboren. Verder zou ik aan de inboorlingen hogere lonen uit doen betalen, zodat zij inderdaad in staat zouden zijn ook zelf goede huizen te bewonen en de huren daarvoor niet alleen door in de staat voor hen gebouwde wijken te voldoen. Ik zou in openbaar verkeer, bioscopen, restaurants voor inboorlingen, van wie de middelen daartoe voldoende zijn, de gelegenheid willen scheppen als gelijkwaardige en zonder scheiding, hiervan gebruik te maken.
Bij misdragingen zou ik dit een politiezaak maken, zonder dat daardoor het recht van gelijkwaardigheid verder wordt aangetast. Ik zou kiesrecht willen zien voor elke kleurling, die beantwoordt aan een reeks minimum eisen van ontwikkeling en kennis. De scholingsmogelijkheden voor het verwerven van dergelijke kennis zou ik van staatswege willen scheppen. Verder zou ik boven alles de blanken willen leren de kleurlingen als hun naasten te zien, ook wanneer de kleurling – die jonger is in de westerse beschavingsvormen en leer dan de blanke – wel eens fouten maakt en dingen doet, waarmee men het niet eens is. Ik zou harde maatregelen betreffende geld en vrijheid, willen treffen tegen een ieder, die gestrafte kleurlingen exploiteert.

Verder zou ik alle kleurlingen, afhankelijk van eigen vrije verkiezing, in eigen gebieden te laten leven, of – met behoud van stambinding en bewegingsvrijheid – onder verplichting van het aanvaarden van scholing, in de gelegenheid willen stellen een werkkring te zoeken in de door blanken bewoonde en geëxploiteerde gebieden. Ook meen ik, dat de rechten van blanken, die alleen op erfrecht en het werk van voorouders berusten, hen geen recht geeft de opkomende, meer beschaafde kleurlingen naar beneden te trappen.
Ik ben ervan overtuigd, dat de blanke, die zijn werkelijke taak beseft – er zijn er velen in Zuid Afrika, die deze taak reeds beseffen – in staat zal zijn als vriend met de gekleurden te leven, indien men het kleinere groepen blanken onmogelijk maakt zó bruut op te treden, dat een aanwakkeren van de rassenhaat daarvan een gevolg is. Deze oplossing is nu nog mogelijk. Over vijf jaar zal het, naar ik vrees, ook voor deze redelijke oplossing te laat zijn. Zou men deze maatregels een 30-tal jaar eerder getroffen hebben, dan zou de welvaart in Zuid Afrika aanmerkelijk groter zijn, terwijl er van een naturellen- probleem praktisch geen sprake zou geweest zijn.

  • Wat zou de meerderheid van zwarten betekenen bij het verkrijgen van kiesrecht,  voor de blanke bevolking?

Ik ben ervan overtuigd, dat, zo men zich houdt aan de door mij gestelde voorwaarden – die immers voor het verwerven van kiesrecht een zekere kennis en een bepaalde mate van beschaving voorop stellen – elke kleurling, die in het parlement komt, zijn rechten in de maatschappij, die hij nu immers – gelijk aan de blanke – bezit, zal handhaven.
Het is daarom aannemelijk, dat de kleurlingen in het parlement de blanken zouden helpen om doelmatiger dan dit tot nu is geschied, de niet voldoende beschaafde naturellen in bedwang te houden en te ontwikkelen tot waardige burgers. Ik meen, dat in dit geval een redelijk, sneller en beter verloop van de noodzakelijke kerstening, kan worden verwacht dan nu, waar immers goede en minder goedwillende blanken elkaar bestrijden en de kleurling het slachtoffer van deze strijd pleegt te worden.
Verder lijkt mij, dat door zich zo uitdrukkelijk boven en apart van de naturellen te stellen, de zeer christelijk sprekende blanken in de praktijk het ware Christendom verloochenen. Het schijnt voor vele bijbelvaste Christenen nog altijd moeilijk te begrijpen, dat een kleurling een mens en dus ook je naaste is, in plaats van een intelligent dier, dat geleerd heeft bepaalde taken te volbrengen.
Men beroept zich op het woord Gods, o.i. om alle onrecht te rechtvaardigen. Johannes zegt over degenen, die zo – vanuit de Bijbel – het recht aantasten, in Openbaringen: “Want er zullen in die dagen vele valse profeten zijn. Tijdelijk zullen zij spreken in Mijn Naam en de Naam des Vaders”. In de naam van God volbrengen op dit ogenblik mensen dingen, die, zo er een baarlijke duivel bestond, deze voor zijn diepste hel niet erger zou kunnen bedenken.

  • Meent u niet, dat de heersende honger naar macht ook de kleurlingen aan zal  tasten, wanneer zij enig gezag krijgen?

Deze vrees acht ik voorlopig overbodig. De eenheid en de vaste wil plus de kennis die voor een werkelijk, belangrijk machtsmisbruik noodzakelijk zijn, bezit men niet, of in te geringe mate. Een voorbeeld hiervan kunt u zien in Congo. Hier blijkt, dat de negers, die macht hebben, of over wapens beschikken, zich tegenover hun rasgenoten erger misdragen hebben dan tegenover de blanken is gebeurd.
Wel ben ik bevreesd, dat de kleurlingen over heel de wereld maar heel moeilijk zullen kunnen vergeten, wat hen onder het mom van recht en met beroep op God en alle heiligen door de blanken is aangedaan. Ik meen, dat de blanken zeker van de kleurlingen veel te verdragen zullen krijgen, dat hen minder zint. Maar ik meen, dat dit verdragen de enige mogelijkheid is om te voorkomen, dat de haat tussen rassen en volkeren de wereld tot de ondergang brengt.

  • Chroesjtsjov dringt met haast dezelfde argumenten als u aan op ontwapening. Is dat bij hem dan allemaal maar een loze leus?

Indien Rusland zou menen, wat Chroesjtsjov namens dit land zegt, zo zou men alle grenzen zonder beperkingen openstellen voor de burgers uit het Westen, opdat zij kunnen zien, dat ook hier mensen werken, leven en streven met als enig verlangen: vrede op de wereld en wat geluk. Uitwisseling van standpunten zonder censuur zou dan tevens toegelaten worden. Maar zolang kunstmatige scheiding geschapen wordt en in stand gehouden, terwijl bovendien duidelijk kenbaar bij het contact met de buitenwereld gebruik wordt gemaakt van een taal, die tweeërlei betekenis heeft – binnenlands en Westers – door bewust geschapen verschillen van interpretatie, meen ik, dat wij dergelijke voorstellen niet moeten zien als geheel serieus. Overigens vrees ik, dat ook de tegenpartij in dit opzicht niet helemaal meent wat zij voorstelt en zegt, maar er op rekent, dat de andere partij op dergelijke voorstellen toch niet in zal willen of kunnen gaan. Overigens, om te strijden zijn er twee nodig. Om vrede te scheppen is één reeds genoeg. Indien een partij besluit niet meer te strijden, ongeacht de consequenties, zal vrede hieruit noodzakelijkerwijze voortvloeien.
Om een oorlog te beginnen is strijdbaarheid van twee zijden een voorwaarde. Wanneer men elkaar, zoals nu, steeds met onbloedige wapens bestrijdt, bekruipt mij de vrees, dat men deze zo dadelijk, wanneer men meent een meerderheid te bezitten, voor bloediger wapens zal trachten in te ruilen.

  • De anti-atoombom-acties, mogen die beschouwd worden als komende van hogere krachten?

Ofschoon mijn broeders en ik zeer sterk tegen de atoombom gekant zijn, moet ik tot mijn spijt verklaren, dat de anti-atoombom-acties, die overal ter wereld worden gevoerd en bv. in Engeland zoveel opzien baren, vaak met Russische gelden worden gefinancierd. Zij zijn dan ook in de eerste plaats een fase in de koude oorlog, ongeacht de oprechtheid van degenen, die dergelijke bewegingen leiden, of zich daarbij aansluiten.

  • Wilt u zeggen, dat Rusland in Engeland die beweging financiert?

De uiterst linkse richting met zijn anti-atoombom-actie wordt helaas inderdaad, zij het via Zürich, mede vanuit Rusland gefinancierd. Ik tracht onpartijdig te zijn.

  • Dit is ontstellend. Zou de linkse groep van Labour zich om laten kopen?

Neen, er zijn er maar enkele die beseffen, waar die gelden vandaan komen. Wanneer ik morgen op aarde zou poseren als man van zaken, vol vrees voor de atoombom en ik bied u voor de bestrijding daarvan – die u reeds ter hand hebt genomen – een fonds van 100.000 gulden aan, zult u mij dan vragen, waar die ton vandaan komt en hoe ik er toe kom dit te doen? Gaat u dan precies na, of dit geld misschien van een derde partij kan komen? Voor de goede orde stel ik vast, dat het systeem van de mantelorganisaties, zoals dit gebruikt wordt, niet uitgaat van het omkoopbaar zijn van mensen, maar van de dwaasheid van mensen, die een project hebben en daarvoor steun ontvangen, vooral wanneer die steun groot is.
De kern is meestal zelfs goed en bestaat uit mensen, die niet beseffen, dat zij door het aanvaarden van steun steeds meer in een bepaalde richting, met het oorspronkelijk streven verwant, maar voor andere partijen ook belangrijk, zullen worden gedreven. Dit geldt voor praktisch elke organisatie, die in de koude oorlog wordt misbruikt, ongeacht, voor welke partij zij belangrijk is.
Om een dergelijk voorbeeld te geven van de andere zijde, grote misvattingen bestaan omtrent het werkelijke belang en de werkelijke taak van Radio Vrij Europa. Misbruiken bestaan er op dit terrein in beide blokken. Wel moet ik zeggen, dat Rusland, door de sociale structuur van het westen daarbij gesteund, met veel meer succes dergelijke acties kan voeren dan de andere partij. Voor alles wat ik hier heb gezegd, durf ik in te staan.

  • Vindt u het niet bezwaarlijk, dat in het leger na de oefeningen, tijdens de maaltijd,  vrome woorden tot de soldaten worden gesproken?

Neen. Wanneer u een auto maakt, zou die mensen kunnen doden. Dat je, in je rust, je met vrome gedachten bezig houdt, zult u niet bezwaarlijk achten. Waarom hier dan verschil maken? Er is geen bezwaar tegen de soldaten en het soldaatje spelen. Wel tegen een mentaliteit, die christendom en oorlog met elkaar verenigbaar acht. Hierbij gaat het over de mentaliteit van geheel de mensheid, of het merendeel van de mensheid. Geen reden tegen de vrome woorden van een veldprediker, die een goed voorbeeld neemt aan zijn meerderen en waarschijnlijk geleerd heeft, dat het buitengewoon belangrijk is ook jonge soldaten tot Christus te brengen. De fout ligt niet bij de prediker, maar bij wat men Christendom durft te noemen.

Deze avond heb ik gesproken over vele dingen, die in feite politiek zijn. Maar ik heb deze dingen alleen aangehaald om u duidelijker te maken, dat ene, dat dringende en noodzakelijke te leren inzien: Wij mogen niet op de vrede, door anderen, hopen. Het zoeken naar vrede kan alleen van onszelf uitgaan. In dat geval zullen wij sterk staan door de krachten van het Licht die staan achter ons.
Mijn boodschap is: leer verdragen en juist handelen zonder geweld, ook wanneer iets je niet bevalt. Dit betekent niet, dat u nu maar over u moet laten lopen en met alle winden mee moet draaien. Het houdt in, dat men zich onthoudt van alle onjuiste handelingen, maar zich tegen de dwang, die anderen in deze richting uit zouden oefenen, enkel zó mag verzetten, dat je daarmede geen enkele ander mens doodt of ten onder richt. Voor u betekent dit tevens, dat geheel uw streven en mentaal werken moet worden omgeschakeld op innerlijke kracht, opdat je zult leren dragen, wat anders jou of anderen ten onder zou kunnen brengen.

  • Wanneer je vrouw en kinderen worden weggesleept, kun je dat toch maar niet  zonder geweld laten passeren?

Wanneer het ernst is, zal het niets uitmaken, of u zich met geweld verzet of niet. Een voorbeeld geeft de bezetting in Nederland. Toen hebben de bezetters mannen, vrouwen en kinderen weggesleept. Wat kon men daar tegen doen? Niets. Geweld bleek tijdens de bezetting zeker geen oplossing te bieden. Wat bleek echter wel een oplossing: de zedelijke en lichamelijke moed hebben een onderduiker te herbergen en desnoods daarvoor honger te lijden. Dat heeft wel iets uitgehaald.
Gezien de resultaten in termen van mensen, die gered werden en blijvende resultaten, heeft deze vorm van verzet heel wat meer uitgehaald dan het verzet met geweld, waarbij elke overval immers beantwoord werd met de dood van vele gijzelaars.

Zodra er geweld werd gebruikt en mensen – vaak zonder werkelijke noodzaak – werden gedood, gebeurden er verschrikkelijke dingen. Denk aan Heydrich. M.i. betekent geweld altijd lijden en voor velen een uiteindelijke ondergang. Een eensgezind helpen betekent veel goeds. Hoeveel Jodenkinderen zijn in Nederland aan de dood ontkomen, omdat men zich niet met geweld wist te kunnen verzetten, maar zich opofferde om hen met gevaar van eigen leven een onderkomen in betrekkelijke veiligheid te bieden. Hoeveel meer mensen hadden niet kunnen worden gered, wanneer deze mentaliteit niet bij enkelen, maar bij geheel het volk had bestaan? Verzet tegen onrecht? Zeker, maar dan een Lichtend verzet. Geen verzet, dat een zwaard hanteert en vernietiging brengt.

Als besluit wil ik nog het volgende opmerken: alles wat ik op deze avond heb gezegd, hoe schrikbarend of ongelooflijk het voor velen is geweest, hoeveel onrust het ook heeft gebaard, was waar, tot het laatste woord toe. Elke door mij afgelegde verklaring is reeds nu bewijsbaar, of zal binnen korte jaren bewezen worden. Vanavond heb ik de feiten aan het woord gelaten. Daarbij ben ik zo onpartijdig mogelijk gebleven – zelfs indien dit tegen onze eigen belangen inging – en heb niets tendentieus voorgesteld.

Denk over de feiten na, vrienden en beslis bij uzelf, of het wapen, dat de mens mag hanteren en het enige wapen, dat in dagen een beslissing kan brengen, ook voor u niet hanteerbaar is: onbuigzaam rechtvaardig en eerlijk zijn, zonder geweld. Het wapen, dat de wereld kan redden is innerlijke kracht, innerlijk Licht, medegevoel met al het geschapene, het erkennen van recht en het strijden voor recht, zonder ooit daarom anderen te doden, of zelfs te onderdrukken. De mens dient de consequenties van eigen rechtsgevoel tot het laatste toe te dragen, maar mag daaraan nooit anderen opofferen. Deze praktijk heet dan: werkelijke naastenliefde. De kracht, die de mens, die werkelijk streeft te leven volgens deze regels, zal de Kracht daartoe vinden. Deze noemt men het Licht en is de Kracht Gods, geopenbaard in de mens.

Esoterie

Na alle luidruchtigheid en felheid komt er altijd weer een tijd van bezinning. Ik meen, dat er geen betere mogelijkheid tot bezinning bestaat, dan het beschouwen van het “Ik” in een pogen je te leren kennen. Wij allen weten, dat het vaak moeilijk is jezelf te kennen en van jezelf voldoende duidelijk te weten, wat je eigenlijk wilt. Het leven in de wereld is voor de mens moeilijk. Het is vol verrassingen, ontstellende gebeurtenissen en rampen, maar ook vol van onverwacht vreugdige belevingen. Wanneer wij op onderzoekingstocht gaan in dat grote rijk, dat binnen ons bestaat, dit Koninkrijk Gods, dit rijk der waarheid, wordt het ons vreemd te moede.

Je begint meestal met een vreugdig opgaan naar het Licht. Je komt misschien door werelden, waarin de mensen zingen, krachten spreken. Je doolt verder en ontdekt in jezelf vele dingen: verborgen schatten en misschien kathedralen, zonnige landen en werelden, die vol van een tijdloze schoonheid zijn. Maar altijd weer op die tochten, wanneer je verder gaat, kom je in een duister terecht. Het is geen diepe duisternis in geestelijke zin, maar eerder een gevoel van geheel afgesloten zijn van alle dingen. Je staat dan alleen, buiten tijd en ruimte. Er is niets meer. Geen indruk beroert je. Op die ogenblikken wordt het je vaak erg zwaar om nog verder te gaan. Je vraagt je dan steeds weer af: Ben ik eigenlijk niet met al mijn mooie idealen, met al mijn streven, een brokje dwaasheid en nacht?

Uit de felheid, waarmee wij het uiterlijke beleven, wordt deze gedachtegang wel verklaarbaar. Ik weet, dat velen van u soms in dat duister zijn, zich afvragende: Wie en wat ben ik dan wel? Wat heeft mijn leven voor zin? Dan zult u zich ook afvragen: waarom zou ik nog weten aanvaarden, waarom zou ik mij nog aan regels houden? Dan vraag je je af: wat heeft dat alles voor zin? Dit komt, omdat wij deze wereld van duisternis, dit moment van onbegrepen zijn, niet verder doorleven. Wij begrijpen niet, dat het een soort eierschaal is, waarbinnen wij nog een korte wijle voor het kloppende leven van het ware verborgen blijven. Alles, wat wij kennen, ook onze lichtende wereld en onvoorstelbaar schone hemelsferen is geen eeuwige waarheid. Wanneer wij rijp genoeg zijn en ook geestelijk sterk genoeg zijn, wanneer wij voldoende geestelijk doorzettingsvermogen hebben om dit duister van ons af te werpen, ons uit de schaal te bevrijden, staan wij opeens in een wereld, die ons geheel vreemd is.

Men zegt wel eens, dat de mens zichzelf in de duisternis ontmoet en in deze ontmoeting met zichzelf zijn God kan leren kennen. Een tweemaal leven, dat een dood gelijk komt. Dit is het geheim van inwijding. Het geheim misschien ook wel van heel het menselijke leven. Je gaat door alle werelden heen, Licht en duister. Je leeft, je bent jezelf. Maar dan komt er een ogenblik, dat je uit deze voortdurende kringloop uit moet breken. Het geheim op zich kunnen wij in woorden wel uitdrukken. Wie door het duister heen weet te breken, ziet met alle ogen, die zien, spreekt met alle stemmen, die spreken. Hij is één met alle werelden, één met het warrelende atoom, één met de grote sterren en de machtige sterrennevels. Eén is men dan ook met alle geestelijke krachten. Eén met de meest lichtende engelen, maar ook één met de sombere engel, die men dood noemt. Eén zijn met alle dingen, dat is het geheim van de nieuwe, de ware wereld.

Al die dingen worden gelijk gezien, gevoeld en beleefd. Zij worden op de een of andere manier toch weer tot deel van het Ik, Ego, maar anders dan men het in de beperking kende. Wij zien, hoe dan in onszelf de ware krachten van het Al samenvloeien, hoe wij een belangrijk knooppunt vormen in het geheel van de Schepping en niet alleen een deel uitmaken van het kosmisch geheel maar daarvoor ook belangrijk zijn.

Het ontwaken in deze wereld is vaak pijnlijk. Om te kunnen ontwaken uit het duister, dat de eindfase is van de innerlijke weg, zul je afstand moeten doen van jezelf, zoals je jezelf meent te kennen. Waarlijk, een Golgotha is daar soms ternauwernood een voldoende omschrijving. Je moet sterven in en aan jezelf om verder te kunnen leven in de ware wereld.

Wanneer je weet, dat deze dingen zo zijn en je leeft in de wereld, denkende als mens in die wereld, dan moet je op een gegeven ogenblik jezelf afvragen: zal mij ooit wel de kracht en de moed worden gegeven om verder te gaan, dan deze fase van een soort duister, waarin wij geen tijd, of ruimte meer kennen?

Het antwoord is daarop “Ja”. Wat u nu bent, is een zaadje, uitgezaaid in een veld, dat men de ruimte noemt. In dit veld heeft de tijd zijn voren getrokken. Elke daad van nu komt later op. Zolang je alleen maar de daden kent en de voren volgt, ben je jezelf, zoals je jezelf meent te kennen, deel van, maar door het bewustzijn toch ook afgesneden van het geheel. Word je één met het leven van het veld, zo ben je het veld, de voren en de vrachten. Dan eerst ken je Hem, die het veld beheert, en ook beploegt. Dan eerst weet je, wie je Meester is. Door die Meester eerst kun je de kracht leren kennen, die het veld én alles, wat daartoe behoort, tot de Meester Zelf, heeft voortgebracht. Dit is misschien een wat vreemde gelijkenis, maar ook een gelijkenis, die vol waarheid is. Bedenk wel, wat gij in deze, uw wereld doet aan de onbelangrijkste dingen, of het kleinste dier, hebt gij gedaan aan heel het Al. Ten goede of ten kwade, want dit is altijd waar. Wat u heden denkt en zoekt, speurend naar wat in uzelf geborgen ligt misschien, hopende eens Licht te vinden, is in feite een Licht, dat gij aan het gehele Al en alle leven daarin schenkt.

Er is geen werkelijke grens tussen u en de wereld buiten uw onvermogen, dit te begrijpen. Er is een grote eenheid, een eenheid van Licht en kracht, waar in wij allen uiteindelijk eens zullen moeten ontwaken. In het menselijke leven zul je je heel vaak gekweld voelen omdat je niet kunt beseffen, hoe de schijnbare onbelangrijkheid en onaangenaamheid van heden de kracht van je morgen wordt. Als mens besef je niet, dat de kleine daad, die je nu haast onachtzaam hebt gesteld, morgen de vreugde kan betekenen voor vele anderen, een geluk misschien voor een andere wereld, maar zeker ook Licht en geluk voor jezelf.

Je kent de ware belangrijkheid der dingen niet, zolang je als mens leeft. Daarom zegt ons de weg van de esoterie: weet, dat gij leeft en dat niets in uw leven zonder zin en zonder werking is. Geen gedachte, geen stille wens – al wordt zij nooit geuit – geen stille handeling, hoe onbelangrijk ook, die niet later herrijst, betekenis hebbende voor u en voor anderen.

Mens, heb je wereld lief, heb de wereld lief, waarin je leeft. Alleen daardoor reeds zend je een kracht uit voor jezelf, die het je mogelijk zal maken, om, wanneer je met weten bewustzijn in de ziel kerend, weer gekomen bent in dat vreemde duister, de schaal te doorbreken en de onbegrensdheid van het ware zijn te aanvaarden.

Je wereld lief hebben wil ook zeggen: je in en op die wereld verheugen. Voor de pauze zijn er woorden gevallen, die bitter waren, bitter en zwaar. Woorden over de gebeurtenissen op deze wereld. Misschien dat u zich nu geneigd gaat voelen om angstig en terneergeslagen in het leven voort te gaan. Toch zou ik u willen zeggen: wees blij met uw leven. Wees blij en vrolijk! Wees innerlijk sterk en gelukkig. Neem de kleine vreugden, die rond u zijn gestrooid. Pluk de vruchten van de dag om u te verheugen, alsof het bloemen waren en vrees niet, dat daardoor de schoonheid van het leven, of de ernst van het bestaan, geschaad zal worden. Want waar je in het leven een vreugde plukt als een bloem, daar bloeit opnieuw en rijker deze bloem, tot er voor allen genoeg zal zijn. Wees niet bang om te leven, wees niet bang om de vreugden van het leven te kennen. Weet, dat er fouten zijn in de wereld, verbeter die in uzelf, maar wees niet bevreesd. Ken de vreugde van het zijn, wat er ook dreigt, wat er ook mis schijnt te gaan. Leef met een al omvattende, zich niet op personen richtende, naar de Alkracht erkennende liefde, zoveel gij kunt. Hoe meer gij in UW wereld vindt aan vreugden en licht, hoe meer kracht gij ook zult vinden om in uzelf verder door te dringen, om op het pad van de voleinding verder voort te gaan.

Het is belangrijker in de innerlijke vreugde en werkelijke levensvervulling de krachten te winnen om verder te gaan, dan u over het voor u niet te veranderen feiten op de wereld zorgen te maken. Innerlijke krachten gewinnen, die u in staat zullen stellen de werkelijkheid te aanvaarden is belangrijker, dan eenvoudig en zonder meer door te dringen in de verschillende stadia en beelden van uw innerlijke werelden zonder meer. Slechts indien dit een deel is van een steeds verder gaande ontwikkeling, waarin het Ik leert de waarheid te aanvaarden en te kennen, heeft dit waarde.

Eén waarheid geldt in alle sferen en werelden, binnen u en in de oneindige werkelijkheid gelijkelijk. Het enige doel van het leven is God te kennen en in Hem de werkelijkheid van eigen staan te leren vinden. Die waarheid was reeds aan het begin van het bestaan en zal blijven, ook als kenbare en bereikbare waarde, tot de laatste onafhankelijke ”Ik-heid”, die zich van zijn werkelijke verbondenheid van het Al niet bewust is, deze waarheid heeft gevonden. Waarheid blijft bereikbaar vanuit alle sferen van de Schepping, tot ook het laatste deel van die Schepping uiteindelijk door de schaal van het tijdloze en ruimteloze Ik is doorgedrongen tot in de wereld van de waarheid. Uit werkelijke liefde en als werkelijke eenheid is het Zijn door de Schepper geschapen. Uit werkelijke liefde en een eenheidsgevoel alleen kan een werkelijk begrip voor de waarheid ontstaan. Uit werkelijke liefde en een werkelijk streven voor elkaar kan de mens ontwaken tot zijn erfdeel en zelfs in stoffelijke vorm tot ware mens en meer dan een mens worden.

Als een echo klinken in uw wezen reeds nu gedachten en daden van de wereld en richten zich tot u. Vaak geeft deze wereld u kracht, maar deze krachten kan zij u alleen geven uit onpersoonlijke liefde, uit innerlijke waarheid en licht. Al wat u gegeven wordt in alle leven en werelden, wordt u steeds weer gegeven uit genegenheid. Ook beproevingen en strijd. Uw wereld, zo klein en bekrompen, als zij u lijkt, is een wereld van Licht en kracht, van eeuwige kracht, onveranderlijke en onvergankelijke kracht. De kracht van uw wereld en leven is een kracht, die blijvend, glanzend en lichtend is, de vreugde van de waarheid, die de mens soms een enkele keer in zijn leven mag ervaren, wanneer hij zichzelf vergeet en, alleen denkende aan het geluk van anderen zich in hun geluk verheugt.
Zo kan men de lichtende werkelijkheid van de vreugde ondergaan, een Licht zó sterk, dat het straalt uit de ogen, een Licht zó sterk, dat het innerlijk sterker is dan al het licht van de zon. Een kracht zó sterk is dit Licht, dat daarmee alle sterren tezamen zouden kunnen worden gebonden tot een eeuwig parelsnoer.

Deel heeft de mens aan een lichtende waarheid dan, een lichtende waarheid en kracht, die zó groot is, dat zij door geen menselijk of geestelijk denken of voelen kan worden gepeild tot haar werkelijke diepten, of in haar omvang kan worden omvaamd. Een sterke en verblindende kracht misschien, maar ook de uiting van een kosmisch en groot wezen, die zo vol is van tedere en innige genegenheid, dat dit aspect daarvan door een ieder kan worden beseft, dat deze waarde als een heiligdom in elk mensenhart kan worden bevat. Deze wereld, waarin gij thans leeft, is met al haar feilen en al haar mogelijkheden u geschonken uit een Goddelijke liefde. Indien gij uw leven weet te richten op de vreugde, te leven met die lichtende kracht, wanneer gij in uzelf alles ondergeschikt weet te maken aan het erkennen van die krachten, dan zal niet alleen het stoffelijke leven voor u vol en mooi zijn, maar zult gij ook zien, hoe uw geestelijk wezen zich ontplooit tot volheid en openbaring.

De oosterling heeft een gezegde: “Uit de grauwe modder keert de lotus zich tot de spiegel van het water. Daar ontplooit zij zich onder het licht van de zon, erkent het Licht van de oneindigheid en wordt gekust door het licht van de sterren”. Zoals dit beeld is het ook voor ons. Zo is het in feite voor al, wat geschapen is. Misschien zijn wij nog sterk geworteld in eigen sfeer of materie, in stoffelijke zorgen en begeerten, of onbewust verlangen naar niet erkende mogelijkheden. Wij weten innerlijk reeds om het Licht, dat schijnt voor ons. Wij weten omtrent de werkelijkheid, ook al beseffen wij deze nog niet.

Zoals de knop van de lotus langs het blad stijgt om de waterspiegel te doorbreken, geleid wordt door een weten van haar soort. Door dit innerlijk weten zullen wij alle Licht en kracht in onszelf reeds nu kunnen aanvaarden en later dit alles werkelijk beschouwen. Daarom zeg ik u: Wij kunnen dit innerlijke duister, dit onbegrepen doel van het zijn, waarin ons bewustzijn faalt, doorbreken. De herinnering aan het Licht zal dan ook met ons zijn en ons voortvoeren naar de grote waarheid.

U meent misschien, dat dit geen eigenlijke esoterie is. Het klinkt immers alles zo eenvoudig. Het is helemaal niet ingewikkeld. Geloof mij: de kracht, die ons geschapen heeft is niet complex en ingewikkeld. Deze kracht is eenvoudiger dan wij ons voor durven of kunnen stellen. U meent misschien, zelf ingewikkeld, innerlijk strijdig en complex te zijn, maar dat komt door uw gedachten, de schijn, die gij voor uzelf opbouwt. Uw werkelijke wezen is zo eenvoudig. De basis van alle dingen is eigenlijk zo eenvoudig.

Wanneer je jezelf wilt zoeken, wanneer je, zoekende naar jezelf, in jezelf wilt erkennen, wat het leven betekent en al, wat daarmee verbonden is, durf dan ook eenvoudig zijn in eigen wereld.

Probeer niet schuld weg te praten, of er een deugd van te maken. Erken haar en leef verder.

Leef in vreugde, leef in geloof, zoals dit voor jou noodzakelijk is. Voeg je naar het innerlijke weten en grijp desnoods naar de sterren, ook al meen je ze niet te kunnen pakken. Rijk reeds nu naar de sterren en, wanneer je faalt, weet dan, dat er toch een tijd zal komen, dat de sterren je gegeven zullen worden voor je spel.

image_pdf