Orde en chaos

10 maart 1980

Vanavond mag ik uw inleider zijn. Ik zal allereerst beginnen u te vertellen wat we voor een gastspreker krijgen.

Onze gast is een wat vreemde figuur. Hij heeft een incarnatie gehad als kruisridder, één als hofnar en in zijn laatste incarnatie was hij een combinatie van chemicus en alchemist. Hij houdt zich bezig met de tegenstelling tussen orde en chaos, ofwel de werkingen van het licht en het daardoor ontstane duister.

Wanneer ik daar zelf het één en ander over mag zeggen wil ik allereerst uitgaan van het standpunt dat alles wat wij ons voorstellen als licht en duister, als chaos en ordening, in feite niets anders zijn dan verschijnselen van één en dezelfde kracht. Deze stelling zal u bekend zijn.

De verschijnselen worden door ons geselecteerd op grond van ons eigen denken. D.w.z. dat licht voor ons niets anders is dan de bevestiging van onze eigen persoonlijkheid.

Wanneer wij kijken naar het duister dan is dat datgene, waarin wij onszelf niet meer terug kunnen vinden.

Spreken wij over ordening dan bedoelen wij daarmede dat deel van de totaliteit dat voor ons overzichtelijk is; waarvan we de samenhangen kunnen doorgronden. Spreken we echter over chaos dan hebben we het over iets waarvan wij de samenhang niet meer kunnen overzien of niet kunnen doorgronden.

Wat mij betreft is het dus een nogal persoonlijke kwestie. De grote moeilijkheid daarbij is ongetwijfeld dat wij voortdurend worden geleid door ons eigen voorstellingsvermogen.

Wij geloven in een wereld, in de wereld waarin wij leven, maar ook eventueel in werelden van het hiernamaals. Het is, denk ik nogal, een verschil of je in de hemel terechtkomt, op de eeuwige jachtvelden of op de Eleusische velden. Illusische velden kun je ook zeggen. Want in het ene geval heb je te maken met een stadscultuur en in het andere geval zit je op het platteland.

Toch is het in wezen één en hetzelfde. Het is ons eigen denken, onze eigen instelling die wij proberen op te leggen aan het weinige wat we uit de totaliteit begrijpen. En op het ogenblik dat wij proberen te werken met al datgene wat rond ons is worden we daarbij dus ook door die eigen houding bepaald.

Ik kan mij best voorstellen dat iemand, die in een vroegere incarnatie kruisridder is geweest, te vuur en te zwaard het duister in wil gaan om het licht te brengen. Ook kan ik me voorstellen dat iemand die een hofnar geweest is zich de beroerte lacht over de stommiteit van diegene die dat probeert. Want uiteindelijk werkt zo iemand in zijn eigen droom. En wanneer we naar u kijken dan leeft u ook voor een groot gedeelte in uw eigen droom.

Er is een werkelijkheid. Akkoord. Deze werkelijkheid zal ongetwijfeld chaos en ordening voortdurend met elkaar vermengen. Het overzichtelijke en het niet vatbare lopen steeds door elkaar. Licht en duister zijn beiden noodzakelijk, want we kennen de zaak meestal meer aan de slagschaduwen dan aan de feiten.

Wie op deze wijze probeert begrippen als hogere sfeer, hogere wereld en hogere inwijding te omschrijven ontdekt met enige schrik, dat die dingen niet volkomen reëel zijn. Maar wat is dan wel de werkelijkheid?

Wanneer ik probeer om een sfeer te zien zie ik eigenlijk helemaal niets. Die sfeer is er niet. Wat er wel is, is een harmonie. 0p het ogenblik dat wij een vergelijkbaar deel van de werkelijkheid overzien zullen wij dus op elkaar afgestemd zijn. We kunnen op elkaar responderen en uit de respons, die we ontvangen, vloeit dan voor ons persoonlijk een beeld voort, dat dan echter niet meer beantwoordt aan de werkelijkheid. Dat is met inwijding e.d. ook hetzelfde.

Het is natuurlijk erg leuk om te zeggen: “Jongens, ik ben weer, een graadje verder” of: “Ik ben weer één straatje opgestapt.” Maar wat is eigenlijk die definitie? Het is iets volkomen willekeurigs.

De graad waarover we spreken bestaat niet reëel; alleen wijzelf. Wanneer ons besef ons in staat stelt om een nieuwe orde van grootheid te overzien zijn we in de ogen van anderen misschien ingewijd of bewust geworden. Maar voor onszelf zijn we niet veranderd en de wereld is ook niet veranderd. Het enige wat verandert, is onze interpretatie van de werkelijkheid en daarmee het beeld dat we van onszelf en onze wereld maken. Toch grijpen we altijd weer naar allerlei voorstellingen.

Soms denk ik weleens: het lijkt op een revue. En soms op een drama van Shakespeare. Iedereen sneuvelt totdat de held in laatste waanzin ook zichzelf het leven neemt.

De situatie waarin je verkeert, is er één waarbij je eigen illusie alleen belangrijk is omdat ze de uitdrukking geeft aan je werkelijk beseffen. Ze zijn dus gescheiden waarden. Wanneer u zegt: ik ben oud of ik word ouder – iets dat althans een aantal van de aanwezigen voor zichzelf wel zullen mompelen zo nu en dan – dan zegt u iets wat ten dele waar is. Want op het ogenblik dat u uzelf voortdurend ziet als een zichzelf vernieuwend project en niet meer als een figuur gebonden aan regels vernieuwt u zichzelf. Vandaar ook dat met zegt, dat ingewijden zo oud worden, dat de burgemeesters het opgeven om op hun verjaardag te komen. Dat is ook heel begrijpelijk. Iemand van 900 jaar is iets onmogelijks. Maar waarom eigenlijk?

Wanneer we de hele situatie goed doornemen is er maar één ding noodzakelijk en dat is dat de zuurstofhuishouding van het lichaam voortdurend op peil blijft. Wanneer dat namelijk het geval is krijg je voldoende verbranding. Voldoende afvoer van alle afvalproducten. Daardoor ruimte voor aanbouw van nieuwe cellen en celvernieuwing en de jeugd blijft bestaan.

Maar als je daar niet in gelooft heb je de zuurstof niet. Als je de zuurstof niet hebt begint het verbrandingsproces langzamer te verlopen. Er ontstaat afvalopslag. Er ontstaat gebrek aan vernieuwing en dus ontstaat er veroudering.

Nu zegt u misschien: “Dat vind ik verduveld vervelend. Kunt u me nog even een kuur voorschrijven?” Neen, dat gaat niet. Dat zult u zelf moeten doen.

En zoals ouder worden, ouderdom en tijd zaken zijn die misschien niet geheel (ze zijn voor ons een deel van de existentie), maar voor een groot gedeelte afhankelijk zijn van onze eigen interpretatie van het bestaan, moeten we ook stellen, dat wanneer wij, onszelf en onze interpretatie veranderen, wij het bestaan veranderen en met het bestaande ook onze eigen plaats temidden van het bestaan.

Voor mij persoonlijk geef ik toe, dat ik gebonden ben aan een reeks voorstellingen die uit mijzelf voortvloeien. Want waarom zit ik hier te praten door een medium? Ik zou het net zo goed zelf kunnen doen. Wanneer ik mij voldoende bewust zou zijn van de eenheid tussen wat ik zie als mijn wereld en de uwe, zou ik hier zelf komen. Ik kan dat kennelijk niet. Ik ben niet in staat om mij volledig aan mijn eigen illusies te ontworstelen.

Waarom ik dan toch kom? Om de doodeenvoudige reden dat ik beantwoord aan een behoefte en die behoefte is kennelijk de samenvoeging van meerdere werelden. Wanneer ik dus doorkom kom ik eigenlijk niet alleen door voor u, maar ik kom door omdat ik wat ik mijn wereld acht en wat ik uw wereld acht, eigenlijk zou willen samenvoegen tot een nieuwe wereld. Tot onze wereld.

Wanneer je te maken krijgt met lieden in het duister – dat overkomt elke geest – en dus in dat duister komt dan denk je in het begin dat je iets goeds doet voor een ander. Dat is helemaal niet waar. Wanneer je een beetje in het licht zit dan denk je: anderen zitten in het duister. Ik ga ze eruit halen. En als je dan probeert ze eruit te slepen kan je nog op je donder krijgen ook.

Wanneer ik licht en duister niet in mijzelf tot een eenheid kan maken kan ik eigenlijk niets. Ik zit dan nog steeds met illusies en tegenstellingen. Ik ben niet waarlijk mijzelf en gesplitst in iets dat het licht goed heet en in iets wat het licht a.h.w. ziet als een factor die het duister verdrijft. Dus als een strijdend element. Het duister is wat ik vrees. In de werkelijkheid echter is geen plaats voor vrees of voor begeerte.

Maar ik meen, dat ook vanuit onze zijde de visie op het menselijk leven niet juist is. Mijn persoonlijke visie. Want op het ogenblik dat u even de begrenzingen vergeet, heel gewoon voor een ogenblikje u niet bezighoudt met al datgene wat u scheidt van de werelden van licht, maar gewoon op dit ogenblik en op dit moment in de wereld van licht leeft, zou het dan misschien niet mogelijk zijn dat ook uw eigen wereld daardoor veranderingen ondergaat? Volgens mij wel.

En indien dit zo zou zijn betekent dat in feite dat u veel meer werelden tot uw beschikking hebt – allerlei wereldbeelden – maar dat u de werkelijkheid en daarmee uw werkelijke vermogens pas benadert op het ogenblik dat u ze allemaal hebt samengevoegd tot één geheel.

Voor mij is dit één van de meer essentiële punten van bewust worden en van leven. Natuurlijk, het is erg prettig wanneer u weer een sfeer verder bent gekomen. Maar wanneer de illusie van het anders- zijn je nog steeds domineert, heb je alleen de ene wereld voor de andere ingeruild. Zeker, met een paar mogelijkheden meer misschien. Maar dat is alles. Maar op het ogenblik dat je je eigen wereld niet verlaat en de hogere wereld toch beseft, heb je twee werelden samengevoegd tot één geheel; heb je twee krachten in jezelf samengevoegd tot één geheel. Dan heb je een bewustzijn samengevoegd van twee werelden in één geheel. En dat is dacht ik eigenlijk het werkelijk bewust worden.

Wanneer we de tegenstellingen t.a.v. ordening en chaos tegenover elkaar bezien – neem uw land, daar is het net zo indien ik althans goed ben voorgelicht; ik kan misschien wel lichtelijk achter lopen en fout zijn (ik krijg het ook van een ander) maar bij ons staken ze niet en het nieuwsagentschap geeft ook geen eenzijdige informatie door – dan kunnen we zeggen: In Nederland is een schijn van ordening, waarbij de werkelijke mogelijkheden van orde voortdurend door de chaotische elementen worden beheerst. Een werkelijk uitstekende omschrijving. Maar bij ons gaat het ook zo.

In wezen zijn we allemaal verwant aan de chaos. Wie van ons is nog nooit afgedaald in de grotten van het duister? Wie heeft nog nooit langs de steile bergpaden gezocht naar de brug, die voert naar de oneindigheid? Allemaal komen we op een ogenblik zo ver. Wie van ons heeft nog niet staan treuzelen en aarzelen voordat hij de poorten van inwijding door kon gaan?

Wij kunnen het geheel nog niet overzien. Maar het licht van de poort is gelijk aan het licht van de chaos. Het wordt alleen anders beleefd.

De steile bergwanden die je beklommen hebt met pijn in je hart en angst dat je terug zou vallen, zijn niets anders dan de grazige weiden, waar anderen hun hemelrijk in beleven. Het ligt aan jezelf.

Alles wat je denkt omtrent een ander projecteer je in die voorstellingen. Je maakt degenen die je kent tot duivels, zoals Dante Alighieri al zijn collega’s, zijn vrienden en vooral zijn vijanden in de hel en op de louteringsberg heeft gedeponeerd (Trouwens, ik ken veel mensen op aarde die dat ook graag zouden doen).

Wanneer ik mij realiseer dat die hele hel, die hele louteringsberg, kortom de hele reutemeteut alleen raar voortkomt uit het onvermogen om te beseffen dat ook de chaos een vorm van ordening is, dan zeg ik “arme mensen” en eigenlijk daarbij: “Arme geesten: wat zijn wij beperkt.”

Blij dat we weer een stap verder gaan, natuurlijk. Hoe verder we gaan, hoe gemakkelijker we misschien ook weer het lagere erbij kunnen trekken. Maar dan niet meer als een tegenstelling. Niet als iets waarin je strijdt, maar als iets waarin je je werkelijk normaal beweegt en gadeslaat. Waarbij je door de coulissen heen ziet.

Vergeef mij, maar eigenlijk is het hele leven een beetje theater. Hebt u uzelf weleens zo bekeken? Wat u werkelijk denkt en wat u zegt? Wat u werkelijk van plan bent en wat u voorgeeft te doen? Wat u innerlijk als geestelijke wijsheid beschouwt en wat u er uiterlijk van maakt? Hebt u dat weleens bekeken? Een eigenaardig strijdig wezen ben je dan, vindt u niet?

Die strijdigheid komt voort uit ons onbegrip, want het hoort allemaal bij elkaar. Wat u nu bent met al uw fouten en al uw goede punten is zowel deel van de hemelwereld als ook deel van die hellewereld. Je kunt er geen punt uit laten geen tittel en geen jota. Vergeet het maar. Het enige wat u kunt is begrijpen dat het één geheel is. Het geheel als zodanig is harmonisch omdat de tegenstellingen die elkaar opheffen ten slotte het beleven van de werkelijke waarden mogelijk maakt.

Nu zit ik hier als inleider en u zit waarschijnlijk op dit ogenblik te lijden. Dat misgun ik u overigens helemaal niet, want lijden is datgene wat voortkomt uit onbegrip. En nu moet ik oppassen, want de medische stand zegt natuurlijk dat het niet klopt. Maar toch is het voor een groot gedeelte waar.

Op het ogenblik nl. dat ik de perfectie van evenwichtigheid in mijzelf weet te handhaven, kan zich –  ook in de vorm die ik aanneem – geen imperfectie blijvend voortzetten en wordt de zaak zelf corrigerend. Alles wat ik ben, beantwoordt aan wat ik innerlijk ben. Naarmate ik innerlijk sterker word zal ik ook lichamelijk meer kracht vinden om datgene te zijn, wat volgens mijn wezen noodzakelijk is.

Wanneer ik innerlijk chaotisch ben, kan ik een lichaam hebben waarop een stier en een beer jaloers zouden kunnen zijn, maar ten slotte kun je niets en valt alles in elkaar. Dan heb je daverende spieren die er uitzien of ze zijn uitgevoerd in agar agar; een drilpudding.

Alles wat je bent wordt bepaald door je bewustzijn. En alles wat de kosmos voor jou is wordt ook bepaald door je bewustzijn. Wanneer je bewustzijn verandert, verandert de kosmos en verander je zelf. Daarom wil ik vanuit mijn standpunt – misschien dat de gastspreker het er niet mee eens is, maar dat is zijn zaak – dit zeggen: De chaos is alleen dat, wat wij uit onszelf voortbrengen om de aanvaardbaarheid te kunnen proclameren van datgene, wat wij als ordening beschouwen. En omgekeerd is onze ordening over het algemeen de chaos, die wij in de werkelijke harmonie veroorzaken, zodat we niet het geheel maar slechts een gedeelte als aanvaardbaar kunnen beleven: Let wel, wat ik met alle macht probeer over te brengen is mijn visie. Niet de algemeen geldende visie.

In dit geheel van alle processen van leven, van inwijding, van bewustwordingen, van veranderen kan een mens niets zijn wat hij niet reeds is. Een mens kan niets bereiken dat niet reeds tot zijn wereld behoort en uit zijn wereldvoorstelling voortvloeit. En een mens kan nergens falen dan daar, waar hij in zich niet gelooft te slagen.

We leven in een wereld die we zelf aankleden. Nu zijn er natuurlijk feiten. Ik geef toe, er zijn feiten genoeg. We kunnen veel voor een ander doen, maar als we goed bekijken wat het belangrijkste is wat we voor een ander kunnen bereiken, dan is het dat we zijn begripswereld mee wijzigen.

Als iemand geneest, of het nu paranormaal is – wat de meest normale manier zou zijn – of dat je, het doet op een andere manier, dan doe je niets anders, dan die mens helpen aan een tijdelijke lichamelijke verlichting, waardoor hij zijn geestesinstelling kan veranderen en zo tot een bevestiging van een lichamelijke verbetering kan komen.

Had ik dat niet moeten zeggen? Er beginnen enkelen zich iets af te vragen, maar dat doet nu niet ter zake.

Wat mij altijd weer treft is dat de mens niet begrijpt, dat gedachten de wereld veranderen. Niet omdat de wereld verandert, maar omdat ze door de gedachten voor u verandert.

Wanneer wij allen steeds meer vrede in onszelf vinden, steeds meer harmonie, denkt u dan dat er in de wereld voor ons nog geweld denkbaar is? Alleen het geweld dat wijzelf als onontkoombaar ervaren zal dan in onze wereld kunnen optreden en ook ons kunnen treffen.

Niet alleen datgene wat anderen ons leren, maar vooral datgene wat wij zelf daaruit distilleren is bepalend voor onze wereldvisie en voor onze geestelijke en andere belevingen.

Ons wantrouwen, in eigen vermogen betekent de beperking van onze mogelijkheden. Maar omgekeerd, onze erkenning van iets in onszelf – hoezeer het dan ook misschien deel van ons eigen denken en voorstellingsvermogen moge zijn van een licht, een kracht, een wereld – stelt ons in staat om overal waar ons bewustzijn toegang heeft uit die wereld, uit die kracht, uit die mogelijkheid te leven.

Mijn eindconclusie: een mens, die een beetje verstandig wil zijn, moet proberen eerst in zich een wereld te beleven met een minimum aan onmogelijkheden, een minimum aan vaste ordening en een minimum aan onoverzichtelijkheden.

Dit uitgangspunt stelt u in staat steeds meer wereldervaringen toe te voegen aan uw huidige bestaan. En uit dit steeds groeiende totaalbeeld van de werkelijkheid bent u op de duur in staat vanuit de werkelijkheid in elke deelvoorstelling te ageren zonder dat u ooit het geheel uit het oog verliest.

Wanneer dat bereikt wordt is – volgens mij althans – voor u een eenheid bereikt tussen licht en duister. Zijn ordeningen chaos versmolten tot één geheel en is het licht zelf een intense innerlijke beleving geworden, die geen uiting meer van node heeft.

Ik dacht dat ik meer dan genoeg hand gezegd. Niemand spreekt me tegen, dat stelt me teleur …. Maar in ieder geval krijgt u na de gebruikelijke pauze dus te maken met de gastspreker. Ik heb het al gezegd: de man is kruisridder geweest, dus het was ook niet zo’n goeie jongen. Hij was hofnar en had dus meer verstand dan degene die hem regeerde. Dat samen kan misschien voeren tot een zeer interessante visie over licht en duister, over ordening en chaos.

Ik hoop voor u dat dat voor u op een meer beleefbare en aanvaardbare wijze gaat dan alles, wat ik u heb kunnen voorleggen. Excuses waar ik gefaald heb. Dank voor de stille complimenten mij hier en daar toch gemaakt.

Ik wens u verder een zegenrijke bijeenkomst toe.

De Gastspreker

Ik heb gehoord hoe men mij heeft aangekondigd als de kruisvaarder. De rijkdommen ben ik al lang kwijt en als hofnar met intriges houd ik me tegenwoordig niet meer op.

Verder is er gezegd dat mijn speciale hobby of specialiteit de tegenstelling licht en duister is. Het wezen eigenlijk van ordening en chaos.

Ik wil het niet ingewikkeld maken. Je kunt met deze dingen ontzettend ver weg praten en het maakt weinig uit, want je bereikt niemand.

Wanneer u hier bij elkaar bent, dan bent u allemaal toch anders. Zeker, hier en daar kan ik een paar harmonische ontdekken, maar de meesten van u leven eigenlijk een beetje in een andere wereld, in een ander bestaan. U ontmoet elkaar wel, maar u kent elkaar in wezen niet.

Wanneer we de voorstellingen van de wereld uitschakelen dan komt er een ogenblik waarop we ineens elkaar aanvoelen. Er is geen sprake van een rationeel erkennen, meer van een beleven. Op dat ogenblik namelijk hebben we veel tegenstellingen uitgeschakeld. We hebben vooroordelen en oordelen terzijde geschoven en we hebben de grenzen opengegooid. In plaats van een aantal dwergstaatjes bent u opeens een grote eenheid, een soort statenbond geworden. Dat nu is eigenlijk het doen wegvallen van een chaos. Want de verwarring ontstaat juist door de voortdurende veranderingen.

Wanneer u, (ik kan me voorstellen dat u dat weleens zelf hebt gezien) zich bezighoudt met mensen, dan veranderen er steeds dingen. De houding van mensen verandert. De reacties van mensen veranderen. De inhouden veranderen. De betekenissen die u dacht te kennen blijken anders te zijn. Dat is in wezen het chaotische element.

Wanneer wij ons zouden terugtrekken tot de basis van de chaos vinden we weer de absolute vorm. Want daar, waar de verschillen ophouden is weer de eenheid. Op het ogenblik dat we verschillen gaan zien blijkt dat elke kleine andere mogelijkheid leeft in een zelfstandig wereldje en daardoor vervangen ze elkaar voortdurend. Dat is het flitsende spel en als er ooit een hel is voor een mens, die zoekt naar een vaste lijn, dan is het dat.

De vorm ligt onder de chaos en hij ligt erboven. Want wat doen wij eigenlijk? Wij nemen een aantal zelfstandigheden – dingen die eigenlijk afzonderlijk bezien zouden moeten worden – en zeggen: “Die horen bij elkaar. We maken er één geheel van.”

Zo’n geheel is natuurlijk geen werkelijk geheel, maar we beschouwen het als zodanig. En omdat we nu met minder veranderingen te maken krijgen – die spelen zich binnen die afzonderlijke eenheden af – zeggen we dat we orde hebben. Maar de veranderingen blijven bestaan.

Wanneer we alles op de duur zouden kunnen samenvoegen tot één geheel, zouden we weer de basis krijgen van alle bestaan. Maar, wat zou er dan aan de hand zijn? Al die veranderingen zouden nog steeds aanwezig zijn, maar ze zouden niet meer tegenover elkaar staan. Ze zouden samen het wezen van het geheel bepalen.

Ik weet niet of ik duidelijk ben. Er is een tijd geweest dat grappen meer mijn metier waren dan dit soort toespraken.

Wat maakt u verschillend van elkaar? Dat, wat u denkt. Wat maakt u gelijk? Het feit dat u bestaat.

Wanneer u uitgaat van het bestaan is er eenheid mogelijk. Op het ogenblik dat alleen het bestaan als basis wordt genomen kunt u waarlijk zeggen: wij zijn één. En of u dan zegt: “Wij zijn één in God” of dat u dat laatste weglaat maakt geen verschil uit. Wij zijn één. Totdat we gaan denken over ik en de ander. Dan is het weer weg.

Uw wereld is in feite een chaos, die orde kent wanneer er voldoende in zich chaotische blokken tegenover elkaar komen te staan. Dan krijg je vast verhoudingen, zegt men. Maar op het ogenblik, dat die verhoudingen niet meer kloppen of eenheden uit elkaar gaan vallen, ontstaat er chaos.

Nu is het natuurlijk dwaas om aan die chaos deel te nemen. 0, we zijn er mee geconfronteerd. Ieder van u heeft wel te maken met allerlei verwarringen en iedereen ergert zich weleens. De één aan de politieke partij, de ander aan wat er op straat gebeurt. Een derde misschien aan een aanslag van de belastingen. En vanuit uw beperkt standpunt allemaal terecht.

Maar wanneer u dat nu eens niet zou doen, wat zou er dan gebeuren? Dan zou u zeggen: “Ik heb het gevoel dat het licht er is.” Want wanneer je die grenzen een beetje weghaalt krijg je hetzelfde effect als wanneer u de luiken voor een venster weghaalt; de zon kan binnen komen. Het is licht.

Maar wat is licht? Licht is nog steeds de kenbaarheid van de tegenstellingen. En dan zeggen we: “Ja, maar daar in die hoek van de kamer is het nog duister.” Het is toch dezelfde kamer? En wat zou het duister zijn wanneer ik de luiken niet had opengezet om het licht binnen te laten. Dus eigenlijk is het alleen maar een kwestie van kenbaarheid.

Wat ik ken en wat ik besef door dat licht, ligt ook in het duister. Duister en licht zijn samen nodig om de contrasten te veroorzaken waardoor ik weet, wie en wat ik ben, waarin ik leef.

Maar ik maak nog steeds tegenstellingen. En omdat ik nog steeds een tegenstelling maak tussen mezelf en al het andere blijft er een chaotisch element. Alleen, nu er licht is kan ik zien. Ik kan dus een deel van de chaos vermijden. En dat is dan wat men noemt het begin van de bewustwording. Gewoon de luiken openzetten.

Ja natuurlijk, dan word je wakker uit je droom en zie je dat het leven anders is dan je zo-even nog dacht. Maar is dat zo belangrijk?

Wanneer de grenzen, de geestelijke grenzen wel te verstaan, die op dit ogenblik tussen u allen bestaan, een ogenblik zou slechten, wat zou er dan overblijven? Eenheid. Eenheid is werkelijkheid. Werkelijkheid betekent de chaos die tot betekenis komt. En een chaos die tot betekenis is gekomen is de beleving van de werkelijkheid.

Je kunt het allemaal duizend keer zeggen en je weet nooit waar je uiteindelijk terechtkomt.

Ik heb in mijn praktijken op aarde weleens te maken gehad met raadslieden die erg tegen elkaar waren opgezet. Aan de hoven van de koningen heerste een nog grotere jaloezie dan in de kantoren van een grote firma. En de nar was daar het verbindende element.

Doordat je een grap kon maken, schijnbaar als dwaas, kon je de een tegen de ander uitspelen. En je kon meer doen. Je kon de een duidelijk laten zien wat de ander was en wilde én omgekeerd. Het resultaat is dat je ze tegen elkaar op kunt hitsen zoveel als je wilt, maar ook dit je ze tot vrede kunt brengen.

Wat is hier nu eigenlijk de waarde, de factor die optreedt? Simpel genoeg: Er is het wegvallen van grenzen. Deze mensen leefden allen in een uiterlijkheid en iedereen wist dat ze het anders bedoelden, maar niemand mocht het vermoeden. De uiterlijkheid regeerde. Het was de nar, die wat er achter verborgen was naar voren kon brengen. Die iets uit kon spreken of iets kenbaar kon maken, waar men normalerwijze aan voorbij ging. Maar daardoor slechtte je eigenlijk grenzen.

Vijanden konden elkaar erkennen voor wat ze waren. Of ze konden erkennen dat ze eigenlijk een gemeenschappelijk doel hadden en werden dan tijdelijk vrienden.

Nu kun je die praktijken natuurlijk niet geestelijk voortzetten, dat heeft weinig zin. Maar wat je wel kunt doen is duidelijk maken, dat er geestelijk grenzen bestaan die gemakkelijk even terzijde gesteld kunnen worden.

Gelooft u aan licht? Gelooft u aan een reinigend, aan een Goddelijk licht? Maar dat is maar één aspect van de werkelijkheid. Als je gelooft aan het licht geloof je ook aan het duister.

Gelooft u dat er iets is, dat de disharmonie kan opvreten en daardoor een nieuwe erkenningsmogelijkheid geven? Een nieuwe belevingsmogelijkheid, een nieuwe kracht? Gelooft u dit? Als u dat gelooft, waarom doet u er dan niets mee? 0 ja, ik weet het, ik ben de expert… op dit terrein.

Er bestaan geen experts; op geen enkel terrein. Er bestaan alleen mensen die een deeltje van de waarheid dat ze bezitten verheffen totdat het hét geheel schijnt te zijn. Het enige waarin je expert kunt zijn is in datgene wat je doet. Het is de uitdrukking van je “zijn” op een kenbare wijze. Dat is het enige wat je kunt doen. Al het andere is allemaal illusie.

En als u dat nu weet, durft u dan de tegenstelling weg te laten? Durft u dat werkelijk?

Bedenk, het is chaos, maar het is ook licht.

Bedenk, het is een verwarring, maar het is ook een kracht.

Bedenk, het is absolute ordening; gelijktijdig het onvermogen tot beseffen of uitdrukken.

Durft u het?

Laten we maar eens proberen om de dingen gewoon uit te drukken zoals ze zijn. Het is uiteindelijk een esoterische kring, tenminste dat heb ik me laten vertellen. Dat betekent dus dat we bezig zijn met het binnenste van de mens en niet alleen met de uiterlijkheden.

Als we die uiterlijkheden nu eens weggooien dan hebben we geen oordeel meer nodig. We weten niet meer of het licht of donker is. We weten alleen één ding: Ik besta. Het bestaan is vreugdevol. Het is een erkenning.

Alle verschillen en geschillen die er bestaan vervloeien, vergaan smelten nog sneller in het licht dan een ijspegel in de zon. We hebben gewoon niets nodig. Gewoon: Rust, vrede. Een tikje harmonie. Geen strijd. Niet, jezelf waarmaken. Niet op je rechten staan. Vergeet het. Vergeet al die dingen.

Durft u het nog steeds aan? Uw werkelijkheid is één. De werkelijkheid is de versmelting van alle werelden. De werkelijkheid is het versmelten van tegenstellingen. De werkelijkheid is de enige harmonie die denkbaar is.

Durft u verdergaan?

Alle krachten vloeien samen tot één geheel. Alle orde en alle wanorde vermengen zich met elkaar. Ik ben niet ziek. Ik ben niet gezond. Ik ben niet wijs. Ik ben niet dwaas. Ik ben. Ik ben. Ik besta. Niets is belangrijk dan dit ene bestaan.

Ik ben niet alleen mijzelf. Ik ben deel van al wat bestaat. Van alle mensen, alle dieren en alle planten, alle planeten, alle zonnen, alle werelden, geesten, sferen en krachten tot de hoogste toe. Eén zijn allen. Ik ben één met Al.

De eenheid kent geen onevenwichtigheid. De eenheid kent geen verschillen. De eenheid kent alleen de vrede, het licht en de kracht van de vrede.

Wij zijn de vrede. God is de vrede waarin wij zijn. Alle lichtend sferen en duistere sferen versmelten zich tot de vrede en wij zijn deel van de vrede: De kracht van deze vrede zal in elke vorm die we zijn, in elk besef dat we zijn, in elk beleven dat we kennen, geuit zijn. Dat is vrede. Dat is de enige werkelijkheid.

Tegenstellingen zijn een illusie. Alles wat ons bindt en ons verdeelt, is een illusie. Alleen de eenheid die we vormen is een werkelijkheid. Probeer dat vast te houden. Probeer dat te voelen. Want dat is het.

De essentie is licht en duister, ordening en chaos. Achter alle verschijnselen is één kracht en één werkelijkheid.

Achter al onze dromen en onze strevingen, achter alle mislukkingen, al onze extra energie en ons te kort aan energie, schuilt één werkelijkheid. Als we die werkelijkheid opnemen is er alleen vrede.

Vrede in je ziel. Vrede in je geest. Vrede in je lichaam.

Dat is de weg waarlangs je toch moet gaan, ook wanneer je als mens en geest wegvlucht voor de chaos en op zoek bent naar het licht en de goddelijke wet. Er is geen andere weg.

Al het goede wat u nodig hebt, alle kracht die u misschien nodig hebt, alle inhoud waar je nu niets mee kunt doen, kunnen alleen al door het besef van die eenheid geactiveerd worden.

Ik heb u gevraagd: durft u? Er is moed voor nodig om jezelf helemaal te vergeten, dat weet ik. Er is moed voor nodig om voor een ogenblik te verdrinken in de werkelijkheid. En toch is al het andere onbelangrijk.

Esoterie. Het licht in je ziel. God in jou. Allemaal woorden. Spel met woorden, met gedachten, met beelden. Want hoe kun je je bewustzijn, je menselijk bewustzijn iets vinden dat het niet begrijpen kan? Hoe kun je doordringen achter de grenzen van wat voor jou voorstelbaar is? Toch is dat de werkelijkheid.

Het experiment dat we hebben gedaan, nou ja, experiment… De suggestie van de werkelijkheid is een gevoel. Het is iets wat je beleeft of niet beleeft. Het is niet iets wat je kunt ontleden. De werkelijkheid is iets wat je kunt beleven, maar niet kunt ontleden.

Toch is er kracht. Er zijn zelfs onder u enigen, die die kracht wel degelijk en goed zullen voelen. En die kracht alleen is de werkelijkheid die altijd in en met en rond u is. Niet iets wat nu pas ontstaan is. U bent zich er nu even van bewust geworden door het te voelen en niet te denken.

Misschien zou ik een paar buitelingen moeten vertonen. Misschien zou ik statig het zwaard voor me moeten stellen, dan zou ik iemand zijn die herkenbaar is. Nu ben ik alleen een vage suggestie die je vaag beleeft.

Ik zeg u echter één ding: Geen beeld kan u los maken van de chaos en geen wet kan u de vorming openbaren. Maar wanneer je de chaos accepteert en vergeet ontstaat ook de vorming in je. Want beiden zijn hetzelfde. Twee aspecten van één kracht. Hetzelfde geldt voor licht en duister.

Ik kan u daar mooie en theoretische verhandelingen over houden, maar ik kan u niets geven. Ik kan proberen u iets te laten zien of te laten voelen en het is aan uzelf of u het gevoeld hebt. Of u het beleeft. Daarom kom je automatisch, wanneer je probeert om over die dingen te praten, tot een werken met krachten en gevoelens omdat de rede tekort schiet.

U zult uw leven verder gaan. U zult u zelf weer zien zoals u geweest bent, met één klein verschil misschien. Dat is de enige hoop die ik kan koesteren.

Ik ben, geloof me, door het duister tot het licht gegaan. Ik ken het duister en ik ken het licht. En nu leef ik aan de grenzen van een werkelijkheid. Het is van die plaats, van dit punt van je bijna verliezen in het geheel, dat ik probeer u te bereiken.

Ik kan alleen maar een golf van gevoelens geven en wat woorden, die zichzelf doden terwijl ze verklinken, omdat ze alleen maar een stippellijn zijn die aangeeft wat ik bedoel. En het omgrenst zonder het weer te geven.

Misschien dat het voor een gastspreker gemakkelijker is om al die gekke dingen te doen. Te zeggen: mensen vergeet uzelf. Misschien wel. Maar ik zou het nog een keer willen doen. En dan niet met poespas en een heleboel tralala, want dat is niet nodig.

Alles wat je bent, al je kracht, al je geloof, al je wanhoop, al je verwarring behoren aan eenieder en niet alleen aan jezelf. In het geheel kan niets betekenis hebben dan door het geheel zelf. Probeer voor één ogenblik nog uzelf te vergeten. Dan zal ik trachten om uit de stormwind van bijna vergetelheid, die nu mijn thuis is, uit te drukken hoezeer wij één zijn.

Wanneer de schijn vergaat, vloeit de kracht van ons allen, van alle werelden samen in ons en gaan van ons uit. Ik geef u dat, wat ik zelf bijna bereikt heb. Sterk u er mee en leer uw grenzen vergeten, opdat uw geest deel moge zijn van al en u al moge beleven buiten het beseffen om als deel van de werkelijkheid waarin u leeft.

Wat meer dan dat kan ik u zeggen of geven? Niets. Het ga u goed. Tot we onze werkelijke verbondenheid belevend en bewust bereiken met al het zijnde.