De Orde, de wereld, geestelijke dingen erachter

1 mei 1989

Vanavond hebben we een gastspreker; iemand van de Orde en het onderwerp gaat vanavond eigenlijk een klein beetje over: de Orde, de wereld, geestelijke dingen erachter.

Ik probeer altijd de dingen te zien zoals ze zijn. Het is nu zo’n beetje lentetijd bij u, dus u hoort nu de vogeltjes zingen. U denkt: “Wat hebben die beestjes een plezier.” Dat had u gedacht! Ze zijn allemaal bezig hun terrein af te bakenen met geluid. Ja, altijd nog beter dan de mensen, die doen het met bommen. Ik probeer de zaken te zien in de juiste verhoudingen, het is weleens moeilijk. Maar geestelijk gezien zijn er dingen van belang die stoffelijk absoluut niet meetellen. Of die zelfs als zeer negatief worden ervaren. Bv.: We krijgen weer een daverende ruzie tussen wat staatslieden binnenkort.

Niet in Nederland, hoor, die zijn het erover eens geworden waarover ze het oneens zullen zijn. Maar in de wereld en nou ja, er vallen wel een paar klapjes…. Per slot van rekening is die nieuwe president van de Verenigde Staten toch niet precies wat Maggie Thatcher van hem had verwacht. En u weet hoe deze dame is; ze heeft elke donderdag (geloof ik) een vergadering met het kabinet en geeft ze de orders uit.

Soms denk je: waar gaat het met de wereld naar toe? Verontreiniging: daar gaat er weer een olietanker naar de maan, nou ja niet naar de maan. De zee gaat naar de maan, de olietanker gaat naar de zee. Als je dat allemaal bekijkt, dan denk je “wat een warboel.” Maar dan heeft u het net zo mis als wanneer u denkt dat die vogeltjes voor hun plezier zingen!

Wanneer een verandering noodzakelijk is, dan kan die verandering niet op een gebied alleen plaatsvinden. We kunnen niet de mensen even gelukkiger maken en dan zeggen: “Nu zoeken jullie het maar verder zelf uit”, dan is het toch weer zo voorbij. Je moet werkelijk de mensen brengen in een situatie, waarin ze hun hele manier van denken moeten veranderen. De christenen zijn er bv. 2000 jaar mee bezig, die is het gegaan als de Mantsjoes in China. Zij werden uiteindelijk nog raarder chinezen dan de chinezen zelf.

Wat je dan ziet is een samenhang van rampen, menselijk falen, ongelukken, en andere natuurrampen ook, politieke moeilijkheden, hongersnoden, enfin noem maar op. Het zit er allemaal in. Dan denk je: wat ellendig, hoe erg voor de mensen, maar wat je niet moet vergeten, is dat daardoor weer evenwichten tot stand worden gebracht. Uiteindelijk is het natuurlijk erg, als er weer 50.000 mensen verhongeren – van uw standpunt uit onaanvaardbaar! – maar die 50.000 komen bij ons terecht en ze gaan wel weer naar de aarde terug of ze hebben misschien zelfs de kans om verder te gaan. Helemaal niet zo erg. Maar doordat die mensen wegvallen in zo’n gebied, kan de natuur weer z’n gang gaan. Bepaalde oorlogjes zijn natuurlijk erg vervelend, maar wanneer zo’n oorlogje gelijktijdig betekent dat allerhande misbruiken tijdelijk worden opgeruimd, dan is het de moeite waard.

Er zijn op het ogenblik – bv. in Afrika – natuurgebieden die zich zouden kunnen herstellen, wanneer ze 10 tot 12 jaar rust zouden krijgen. Dan is er weer plantengroei, dan komen er weer bomen en – wanneer die mensen wat minder zijn geworden – krijgt het de kans wel redelijk tot wasdom te komen. Het klimaat verandert weer een beetje. En dan is het voor diegenen, die dan leven, in ieder geval weer een wereld die de moeite van het leven waard.

Geestelijk bekijk je het ook zo: “Waar worden mensen bewust van” en “Hoe beter het de mens gaat hoe bewustelozer die wordt”, in geestelijke zin. Een mens heeft problemen nodig, een mens moet als het ware langzaam, maar zeker gedreven worden naar een beetje meer kijken-naar-binnen-toe. Of je dat nu in een godsdienst uitdrukt, of op een andere manier, dat doet er niet toe. Zolang als je nog steeds bezig bent om dingen te doen naar buiten toe, ontstaan er alleen maar allerhande spanningen zonder enige oplossing.

Naar binnen toe zou dat veel makkelijker en beter gaan. Neem nu bv. die mensen, die zeer orthodox de ouderwetse Islam weer willen gaan belijden. Daar heb ik helemaal niets op tegen, want deze mensen scheppen de tegenstellingen, waardoor uiteindelijk een werkelijke aanpassing en hervorming van de Islam mogelijk wordt.

Het is een hele tijd zo geweest, dat alleen de zending van de Islamieten eigenlijk gericht was op het Westen en met de Westerling kon praten. Al het andere was zoals een Joodse enclave vroeger: eigen regels, eigen opvattingen en geheimhoudingen naar de buitenwereld toe voor een groot gedeelte nog. Wanneer dat verandert, dan zullen ze zich ook in de Islam moeten gaan afvragen: “Wat is werkelijk belangrijk?” En met die belangrijkheid, van de lessen die ook zij hebben gekregen, kunnen ze wel degelijk iets doen in de moderne tijd.

Maar je kunt niets doen zonder meer. Wetenschappers, ik heb niets tegen de wetenschap (ze is noodzakelijk}, maar op het ogenblik dat de wetenschap uitgaat van het standpunt dat ze alles weet, vergeet ze dat ze met mensen te maken heeft. Een van de grote nadelen van de economie bv. dat is een van de grote gevaren van de computerrage, die op het ogenblik ook steeds meer in bestuurlijke kringen doordringt.

Mensen zijn mensen. Een computerprognose is alleen goed, wanneer het op redelijkheid is gebaseerd en als er een wezen is, dat niet redelijk is op aarde, dan is het de mens. Want hij reageert emotioneel en rationaliseert dan. Maar dan is hij niet redelijk meer in de zin van de computer. De conflicten tussen de mens en de computerprognose zullen toenemen, dat is onvermijdelijk. En als dat op de juiste manier kan gebeuren, krijgen we niet de uitroeiing van alle computers, maar dan krijgen we doodgewoon een juist gebruik van een werktuig zonder dat men zichzelf tot slaaf maakt van de conclusies, die eruit rollen.

In de mystiek is het precies hetzelfde. Je kunt natuurlijk in zo’n overgangstijd als de huidige wegvluchten in allerhande mystieke denkbeelden. Die mystiek heeft eigenlijk alleen maar betekenis wanneer ze tegelijkertijd een krachtbron is, die omgezet kan worden in de menselijke werkelijkheid van het ogen­blik. Wanneer u in zichzelf kracht vergaart, is dat best. Maar wanneer u ze niet gebruikt, ja dan lijdt u aan mystieke hartvervetting op den duur. U hebt geen gevoelens meer voor de mens, u weet niet meer waar u mee bezig bent. U bent bezig met uw innerlijke beelden, maar op het ogenblik dat het innerlijke beeld en de innerlijke rust een bron worden van kracht, die u dan kunt gebruiken om uw dagelijkse taken te verrichten, wordt het anders!

Het is tegenwoordig erg gebruikelijk om de zaken te over- of te onderschatten. Meestal wordt de mens onderschat, meestal worden de behoeften van de mens overschat. Dat heeft gevoerd tot allerhande dingen: atoomcentrales en zo. Nou ja, dan moeten er maar een stel ongelukken met atoomcentrales gebeuren. De mens moet leren dat hij zich kan beperken in zijn manier van leven. Die beperking is niet noodzakelijk alleen maar voor die mens, maar als de mens de hele wereld exploiteert, dan blijft er geen natuur over. Blijft er geen natuur over, dan moet de wereld met heel grote rampen alles herstellen en is de mens binnenkort net zozeer een tentoonstellingsexemplaar als tegenwoordig een bot van een dinosaurus.

Geestelijke groei is voor de mens noodzakelijk, omdat alleen door geestelijke groei de mogelijkheid bestaat om technische verworvenheden op de juiste manier te hanteren. Rijkdom, bezit, een mate van overvloed – en dat hebt u heus wel, zelfs wanneer u arm bent hebt u nog overvloed in deze landen – zijn op zich wel begerenswaardig, maar alleen wanneer u er op de juiste manier gebruik van maakt.

Doet u dat niet, dan komt u tot voortdurende machtsconflicten. En laten die machtsconflicten maar ontstaan; tussen de jongeren en de ouderen is het trouwens altijd geweest, hoor. Net zo goed als tussen de mensen, die denken dat ze het weten en tussen de mensen die denken dat ze het beter weten! Zo’n soort VVD/CDA-conflictje, maar dan in het groot.

Alleen door de confrontatie met de tegenstelling, die niet uit de weg te ruimen is, wordt de mens gedwongen zijn eigen wijze van handelen, denken en leven nader te beschouwen. En alleen wanneer hij dat doet, komt hij tot het besef dat hij heel wat anders is dan hij tegenwoordig vaak denkt. Hij is gewoon een wezen, dat zich moet oriënteren.

En alles wat er nu met de Orde aan de hand is (u weet, u hebt er allemaal plechtige redevoeringen over gehoord), dat is eigenlijk hierop gebaseerd. Wat gedaan is, is zo goed mogelijk gedaan, is afgelopen. Wat op het ogenblik ontstaat, is de onvermijdelijkheid van conflicten. En het is niet alleen het conflict op zichzelf, maar ook de wijze waarop men een oplossing daarvoor zoekt, die bepalend zal zijn voor het verdere lot van de mensheid.

Maar het bestaan van de mensheid, is voor ons allen die mens zijn geweest – en misschien vele malen zijn geweest of nog zullen worden – eigenlijk een heel belangrijke ingang naar het grotere, naar het licht, naar de bewustwording.

Je hebt nu eenmaal werktuigen nodig om je denkbeelden aan de praktijk te toetsen. Mensen zijn de werktuigen van de geest, waarmee die geest probeert haar innerlijke beelden aan de werkelijkheid te toetsen.

Wat bij ons nu speelt, is dat we ons steeds meer gaan bezighouden met allerhande conflicten op aarde. Met situaties die eigenlijk allesbehalve verdraagzaam lijken. Het doel: innerlijke ontwikkeling tot stand brengen. Hoe kun je innerlijke ontwikkeling tot stand brengen, wanneer je de mens niet voortdurend dwingt om terug te vallen op zichzelf?

Wat ben jij? Wat kun jij? Wat wil je en kun je zelf waarmaken? Wat leeft er in je? Waarom ben je zoals je bent? Dat zijn vragen waarop antwoorden gevonden moeten worden en dat kunnen de mensen zelf en voor zichzelf doen. Dan kom je als terecht in die hele reeks van tegenstellingen en dan gaan we dat psychologisch aanpakken. We kunnen het ook met droomuitleg doen. We kunnen via Freud en Jung misschien ook nog naar economische gemiddelden, en we kunnen de sociografische samenstelling van bepaalde gemeenschappen erbij betrekken en we komen allemaal nergens terecht als de mensen niet zelf werken.

De grote moeilijkheid voor de mens is nl. dat hij een eenling is, zonder het te beseffen. En dat hij niet leeft met de wereld zoals hij die ziet, maar met een wereld waaraan hij voortdurend zijn eigen droombeelden probeert op te leggen.

En daaruit komt dan soms wat goeds voort – dat geeft ik graag toe – maar veel vaker ontstaat eigenlijk een verwijdering tussen de innerlijke mens en de uiterlijke praktijk. Zoals er een even grote verwijdering meestal plaatsvindt tussen de werkelijkheid en de wereld waarin die mens denkt te leven.

In deze tijd zien we ontzettend veel fanatisme, op elk terrein. Of het nu politiek, godsdienst, voetbal of wat anders is. Waarom? Omdat de mens een zekerheid wil hebben, die hij buiten zich zoekt. Want de mensen zijn in de moderne tijd ergens onzeker. Wanneer je kijkt waar de oplossing ligt, dan ligt die in de mens zelf. Luister, ik weet heel goed dat iemand, die op aarde leeft, niet in staat is om in één keer alle vorige incar­naties in orde te maken en als het eruit voortkomt, zelfs maar om helemaal te begrijpen wat er met hem gaande is.

Maar als hij in zichzelf keert, dan ziet hij in ieder geval de wisselwerking tussen de wereld en zijn probleem. En gaat hij beseffen: ik ben erbij betrokken en ik kan dus op dat punt, waar die droom tussen mij en dat schijnbaar uiterlijke ligt, zelf invloed uitoefenen.

De droom van de redder is een oude. Redders zijn er altijd geweest. Of we nu teruggaan naar vroeg Babylon of dat we het in deze tijd hebben, waarin sommigen ook beweren dat Jezus al weer teruggekeerd is op aarde. Maar de redder van buitenaf kan niet bestaan! Omdat – gezien ons wezen – evenwicht, aanvaarding, rust en erkenning alleen van binnenuit kunnen komen.

En dan kom je toch weer in de richting van de zelfbeschouwing, niet de zelfontleding, dat is heel iets anders. Je moet jezelf eens op je bewustzijn (van jezelf!) in laten werken. En kijken wat voor vreemde pieken en krullen er allemaal aan zitten. Sommigen zijn zo gekruld en zo gepiekt dat menige hippe kapper er aanvallen van jaloezie van zou kunnen krijgen.

Je moet begrijpen wat je bent. Als je een stekelvarken bent, moet je niet proberen om een slak te worden. Een slak moet niet proberen om te concurreren met een hinde, dat is toch duidelijk? Maar wat ik ben, geeft mij een functie. Het is mijn betrekking met mijn wereld, maar het is ook gelijktijdig, wat ik kan zijn! Wat ik leren moet, wat ik ervaren moet.

En daar hoef je je niet bij neer te leggen. Er zijn ook mensen die zeggen: “Het lot is bestemd”. Dat is net zoiets als sommige mensen, die ambtelijk bezig zijn en die je eigenlijk op een gegeven ogenblik ook als zoiets ziet: een soort standbeeld van wat “actie” zou moeten betekenen.

Deze verstarring kan alleen ontstaan op het ogenblik dat je niet meer weet wat je eigenlijk bent en wat je eigenlijk moet doen. En wat je werkelijk kunt, is daarbij bepalend! Dat kunnen nu, ligt in uzelf. Dat is niet een kwestie van “wat heb ik op school geleerd”, maar dat is een kwestie van “wat heb ik in veel vormen en manieren van leven uiteindelijk aan bewustzijn gewon­nen”. En dat bewustzijn maakt uit wat je kunt. Als je lichaam kan tekenen en je geest wil zingen, is het beter om lelijk te zingen dan om mooi te tekenen. Want dan is dat zingen een ontwik­keling, die je nodig hebt.

De stilte in jezelf, waarin je jezelf ontmoet, is de sleutel voor allerhande raadsels. En als de mens niet naar binnen kijken wil, dan moeten er situaties gecreëerd worden waardoor hij wel moet.

We hebben een aantal jaren voor ons, dat zijn nog ongeveer 2, 2½ jaar met risicofactoren verbonden, dat weet ik ook wel, maar daarna moet die mens tot samenwerking komen. En samenwerking kan nooit bestaan uit een opgelegd rooster. “Jij doet dit en jij doet dat.” Het moet een samenwerking zijn waarbij ieder dat doet, waarvoor hij het beste geschikt is, het graag doet en in de samenwerking zichzelf in een ander bevestigd ziet.

Denk even na: wat bent u? Niet: wat ben ik vroeger allemaal geweest, maar wat ben je nu? Wat zijn je hoofdeigenschappen, wat zijn je kwaliteiten? Wat zijn je dromen die in je leven? En op welke manier breng je die met de werkelijkheid in contact? Niet: hoe leg je ze anderen op, of roep je anderen op om ze waar te maken? Maar: hoe wordt die droom, die in je leeft, een deel van dat, wat je in de wereld buiten je bent.

Als je dat probeert te vinden, zal je waarschijnlijk in zeer korte tijd geestelijk een paar heel grote stappen verder komen. En zijn ook heel veel mensen die zeggen: “Ja maar, ik heb altijd zoveel goed gedaan voor anderen” – die illusie laat ik u graag – maar: kun je goed doen voor anderen? Je kunt uiteindelijk alleen maar goed doen voor jezelf. Want je doet het goed omdat je zo bent! En je doet het goed op de manier, die past bij jou. Dat is toch duidelijk. Maar je moet toch niet verwachten dat anderen “halleluja, dank je!” roepen, want die zijn anders.

Je hebt het jouwe gedaan: best. Je doet wat je kunt op jouw manier: goed! Maar vraag niet dat de wereld “halleluja” roept. Anders word je toch eigenlijk een komediant.

Er zijn ontzettend veel dingen, waar de Orde mee bezig is eigenlijk. Het heeft ergens te maken met “waarheid”. Zolang de mensen tegen de droomprojectie aankijken, die anderen van zichzelf geven, zullen ze nooit werkelijk met anderen kunnen samenwerken enz. enz. Pas als je achter die droomschil, die eenieder onzer projecteert, bent doorgedrongen, kun je de werkelijke mens ontmoeten. Kun je begrijpen, wat die mens in feite betekent en kun je werken met de krachten die in jou zijn, door samen te werken met die ander.

Dan is het natuurlijk erg vervelend, als er weer een grote bosbrand nodig is daarvoor en ergens anders misschien een onverwachte sneeuwval, die de oogst schaadt of zoiets, erg vervelend! Maar als de mensen daardoor worden teruggebracht tot de noodzaak samen te doen, samen te werken, samen te zoeken, dan komen we verder.

De wereld is vol van idealen. En alle idealen mislukken aan degenen, die ze verkondigen. Omdat wat zij ernstig en eerlijk menen, voor anderen onmiddellijk een andere betekenis krijgt. Zeker, er zijn ingewijden op aarde. Op het ogenblik meer dan de laatste tijd het geval is geweest. Er waren nog een stel bij geboren zelfs. Maar een ingewijde kan een paar volgelingen helpen. Hij kan een uitstraling produceren voor degenen die vatbaar zijn. Maar kan hij die hele mensheid in een korte tijd uit een – in feite bijna zelfmoord gelijkende – samenleving brengen naar een ander concept van leven? Naar een ander concept van maatschappij, van samenwerking, van menselijkheid, van verplichting zoals ze vanuit jezelf tegenover anderen bestaan?

En dat is nu het karwei waarmee ze zitten, natuurlijk. Ik kan best begrijpen, dat de meeste hoge omes zeggen: “Nou, we houden het wel voor gezien hoor! Al dat praten moet maar eens afgelopen zijn. Laten we nou maar eens kijken, of we de mensen ook aan het werk kunnen zetten!”

Maar dat kan weer niet gebeuren vanuit een illusie, vanuit een ideaal! Dat kan alleen gebeuren vanuit de mens zelf, zijn innerlijke groei, zijn innerlijk begrip.

De Orde heeft nu in Nederland alleen al 80 jaar ongeveer gewerkt, met die naam erbij. En voor die tijd is ze nog op een andere manier bezig geweest. Ze heeft het in andere landen ook gedaan. Maar ze kan toch niet blijven doorgaan met mooie lessen geven als er verder niets gebeurt?

Dat is nu eigenlijk het hele conflict, waar we mee zitten. We kunnen onze kracht met u delen en dat zullen we ongetwijfeld doen waar we kunnen. We kunnen u duidelijk maken dat er in de geest een genegenheid bestaat voor de mensheid. Niet omdat u allemaal zo mooi en zo lief bent, denkt u dat niet! Maar gewoon omdat het menszijn zo’n belangrijk deel is van de groei. U bent toch ook niet boos, als kleine kinderen voortdurend de dingen afgooien en breken? U wordt weleens nijdig, maar dan vergeeft u ze weer. Het is misschien geen mooie vergelijking, maar u maakt ook zo veel kapot. We worden niet nijdig, dat heeft geen zin. Maar we proberen u wel duidelijk te maken dat het anders moet.

Je moet op een gegeven ogenblik harder ingrijpen en dat is niet prettig. Je zou het allemaal in liefde en schoonheid willen voltooien. Het gaat eenvoudig niet. En als ik die hoge heren allemaal zie in hun eenheid, dan versmelten ze als het ware in hun gedachten samen en kan ik alleen maar zeggen: “ja ik sta er een beetje buiten en niet alle dingen waar jullie mee bezig zijn, vind ik even aanvaardbaar.” Want ik ben nog te beperkt, maar aan de andere kant kan ik begrijpen dat er een verandering moet zijn. En dat die verandering verder moet gaan dan alleen maar nieuwe leuzen en weer een andere vorm van het een of ander.

Er moet een rijp worden zijn, een ervaring opdoen. Ik hoop alleen maar dat de mensheid die ervaringen zal kunnen verwerken.

Nu kunt u denken: ach, hij zit aardig te kletsen. Dat is niet waar! Ik probeer in heel simpele termen een heel groot probleem uiteen te zetten. En de oplossing ervan. Het probleem is dat deze wereld, wanneer zij op uiterlijkheden blijft bouwen – zoals ze tot nu toe heeft gedaan – zichzelf onleefbaar maakt, althans voor de mens. En de oplossing van het probleem is: de mens moet leren weer meer in betrekking tot zichzelf te leven en te denken. Hij moet innerlijk rijper worden, in zich de rust en de kracht vinden om in zijn wereld voort te gaan zonder te oordelen en te veroordelen.

Het goede op deze wereld moet de ruimte hebben om te groeien. En dan moeten we het kwade niet met het zwaard willen verdrijven, want dan krijgen we alleen humaan gehakt als restproduct. We moeten gewoon zien dat die mens – door wat hij is, wat hij kan, wat hij op zijn manier goed doet – anderen helpt om het op hun manier goed te doen! Dat elke mens weer beseft: ik ben geen deel van een massa of van een recht of van een verzekeringsmaatschappij (desnoods), ik ben iemand die aansprakelijk is voor zichzelf en die in zichzelf moet zoeken naar zijn mogelijkheden en naar zijn kracht.

Dat is het probleem waar men op het ogenblik mee zit en ik ben bang dat u de volgende keer ook nog wel met iets dergelijks verveeld zult worden. Onthoudt u een ding: de uiterlijke verschijnselen beoordeel je vanuit een menselijk standpunt. Wat zingen de vogeltjes mooi, terwijl ze in feite zitten te schreeuwen.

De dingen die u mooi vindt, zijn niet altijd mooi. De dingen die u verschrikkelijk vindt, zijn niet altijd zo verschrikkelijk! Maar er is verandering, er is groei en (dan moet ik weer vertrouwen op de “denkhoofden in de geest”) er zijn vorderingen gemaakt en de kans van een wereldoorlog is praktisch overwonnen. Die is nog maar heel klein, misschien 2,3%. Daar staat tegenover dat de strijd tussen de mensen onderling en de belangenstrijd over de hele wereld aanmerkelijk zal oplaaien.

En u zult positie moeten kiezen. Niet in de naam van volk en vaderland, niet in de naam van het sociale principe, maar gewoon in naam van uw eigen innerlijk wezen, dat zich in deze wereld nog wil uiten. Opdat daardoor de mensheid als geheel de kans krijgt om weer uiteen te vallen in alle eenlingen, die in een vrije samenwerking een mensheid bouwen, waarvan het bewustzijn torenver kan uitrijzen boven het gemiddelde dat op dit moment gehaald wordt.

Ik hoop, dat u begrepen hebt wat ik gezegd heb. Dan zou ik willen sluiten met: zoek de vrede in uzelf, vind de kracht in uzelf om voort te gaan zoals u bent en meer te worden tot wat u innerlijk reeds bent geweest. Dan zult u daaruit de weg vinden om anderen de vrijheid te geven, die de mensheid in zijn veruiterlijking van de dingen zichzelf langzaamaan ontnomen heeft.

Gastspreker

Nu ons werk in deze vorm bijna voorbij is, stel ik het op prijs nog een keer tot u te mogen spreken. Er zijn vele dingen in voortdurende verandering in deze tijden. Maar in uzelf vindt de grootste verandering plaats. De krachten, die we eens hebben gebruikt om te spreken tot de menselijke rede worden nu gebruikt voor uw innerlijke wereld. De energieën, die we eens hebben ingezet om denkbeelden over de hele wereld te verspreiden, worden nu gebruikt om in die wereld dingen te veranderen.

Want in elke mens leeft de kracht. Leeft dat, wat men het licht noemt. Je moet altijd doordringen door allerhande werelden van gedachten, van verwarringen en ook van vooropgezette denk­beelden. Een vriend van mij heeft het eens vergeleken met een jungle, waarin tijgers, slangen, maar ook apen voortdurend hun spel drijven en u afbrengen van het pad, dat u eigenlijk zou moeten gaan.

Maar wanneer je door die uiterste laag weet heen te komen, is het eerste wat je ontmoet: rust. Stilte. Een vreemde zindering, die niet meer te omschrijven is en soms een gevoel van ontruktheid, waarbij de hele wereld is weggevallen en er alleen nog iets over blijft van ervaren dat niet meer in denkbeelden of woorden kan worden weergegeven.

Velen denken, dat deze mystieke verrukking het einddoel is. Maar wat voor zin heeft een schijnwerper wanneer de zon schijnt? De schijnwerper heeft zijn zin pas wanneer zij op het duister wordt gericht. Op die punten waar de zon niet komt. In u is een kracht en deze kracht kunt u gebruiken zelfs wanneer u die stilte en die zindering zelf op een ogenblik niet ervaart. Om ze naar een ander uit te stralen. Om iets van het duister – wat de verdwazing, die in een ander bestaat – op te heffen. Al is het maar voor een kort ogenblik.

Denk niet, dat u blijvend het pad van een ander kunt verlichten! Maar u kunt het licht geven op een ogenblik dat de persoon zich weer zelf kan oriënteren. Dat hij weer weet waar hij is. En waar hij wil gaan. De kracht, die in u leeft, kan soms genezen. In andere gevallen gevoelens doen omslaan. Maar het is niet belangrijk hoe het gebeurt, het is alleen belangrijk dat wat in u leeft, voortdurend voor u mede een deel is van de wereld om u heen.

Mensen hebben denkbeelden, over liefde, over wat hoort en wat niet hoort. Over wat zou moeten, over wat fatsoenlijk is. Al die denkbeelden moet u vergeten. Want u kunt niet uzelf zijn en gelijktijdig leven volgens regels, die in u zinloos zijn.

De kracht, die in u leeft, kan alleen werkzaam zijn wanneer u uzelf bent. Dat is een innerlijke zaak. Het uiterlijk is niet bepalend en wat u aan de mensen uiterlijk toont, is niet belang­rijk. Het is het front van een kermistent, vol licht en glitter. Maar wat daarachter aanwezig is, bepaalt de werkelijke betekenis en mogelijkheid voor uzelf en voor anderen.

Ik zeg u: je behoeft niet in jezelf te geloven. Je moet jezelf innerlijk beseffen: dat is de sleutel! Probeer niet om het jezelf uit te leggen wat je bent of wat je niet bent. Het is toch altijd onjuist. Maar probeer te ervaren zonder vast te leggen. Te ervaren, tot je innerlijk stil wordt. Tot er in jezelf het gevoel is van een wonderlijke verbondenheid. Al weet je niet waarmee.

Al wat je daaruit put, is – zeker vanuit ons geestelijk standpunt gezien – onvergankelijk. Wat je vanuit dit innerlijk aanvoelen deelt met anderen is onuitwisbaar. Een deelgenootschap, dat altijd bestaat, of je nu leeft op aarde of in de geest, of misschien opgaat in de Al-geest.

De werkelijke eenheid is datgene wat u van uzelf deelt met anderen. Niet in uiterlijke tekenen, maar in het innerlijk verbonden zijn. Daar waar uw kracht gedeeld wordt met anderen, is de vorm waarin het gebeurt, niet belangrijk. Maar is het wezen, dat u zo uw licht of uw kracht geeft, verrijken en zal altijd deel zijn van wat er verder gebeurt. Of je het weet of niet.

Alle dingen, die wij u geleerd hebben in het verleden zijn nog steeds geldig en van kracht. Maar het zijn de uiterlijke vormen. De kennis die u gegeven werd, is uiteindelijk een uiter­lijk beeld, dat zonder ziel zinloos is. Bezielen moet je zelf. Wanneer je probeert de krachten van de wereld aan te boren, magisch bv. of anders, dan ben je als iemand, die de Doos van Pandora openbreekt. Niet wetend, wat erin zit. Wanneer je zelf beseft, dan heb je deel aan de wereld en je voelt – ook al omschrijf je niet – wat is, wat waar is.

Deel de waarheid, die in u leeft, met anderen. En u zult ontdekken dat u deel bent van een veelomvattender waarheid. Een veelomvattender kracht dan u ooit hebt durven vermoeden. Wat je vanuit jezelf voortbrengt, kan waardevol zijn. Maar wat je vanuit je diepste ziel – je innerlijk – voortbrengt, is onvergankelijk.

De betekenis is niet wat een ander van u denkt of hoe anderen u aanvaarden of verwerpen of waarderen of misschien belachelijk vinden. Waar is alleen wat in u leeft en het is die waarheid, die de enige rechtvaardiging kan zijn van alle blijvende betekenis, die ge zoekt te vinden.

Wie gaven wil hebben, behoeft ze alleen maar te ontwikkelen.

Wanneer u wilt genezen, kunt u genezen, al zult u het misschien niet kunnen omschrijven. Wanneer u werkelijk wilt zien, (helderziend zegt u dan) dan zullen zich de dingen aan u tonen. Maar zoek het niet. Op zich is het onzinnig als kinderen, die tikkertje spelen en daarmee alleen hun beenspieren ontwikkelen. Verstoppertje is al beter, daar heb je je verstand ook bij nodig.

Maar het beste is mens-zijn, daar heb je je ziel bij nodig. Wanneer wij, die ons hier noemen de Orde der Verdraagzamen – in andere gebieden weer anders – ons terugtrekken, dan is het het uiterlijk dat zich terugtrekt. Niet het innerlijk. Wie zich eenmaal met de mensheid verbonden heeft, kan zich daarvan niet losmaken.

De mensheid als geheel is je werkelijke wereld, tot je die wereld beseft als deel van een grotere. Daarom zijn wij verbonden met u, met de mensheid. Niet omdat we zo goed zijn, maar omdat u deel bent van wat wij proberen te zijn. Wat in ons leeft en wat we tot uiting brengen naar u toe. Daarom kan die band niet gebroken worden. Het wordt een spel met andere waarden naar buiten toe. Maar we blijven dezelfde.

Wij – veelheid – zijn op bepaalde punten ook: eenheid. Onze werelden, belangstelling, ons denken, kan verschillen. Maar de verbondenheid, die wij dan verdraagzaamheid hebben genoemd omdat zij aanvaarding is en zo de basis voor een werkelijke aanvaarding in zich draagt, die men wel “liefde” noemt – die kan niet voor één van ons gelden. Zij is in ons allen. Zij is de eenheid, waaruit we gewerkt hebben en waaruit we verder werken. Onze kracht met u delen is vanzelfsprekend. Wanneer u contact maakt met ons wezen. De aanvaarding – zonder voorbehoud. De eigen mening, die echter niet alom geldend is. Het eigen streven, dat echter altijd het welzijn van anderen inhoudt.

De krachten, die wij in ons dragen, zijn verbonden met een grotere kracht. Men noemt die wel eens “Witte Broederschap”, men geeft er andere namen aan. Dat is de werkelijke liefde, die de wijsheid brengt waaruit alle dingen zichzelf manifesteren. Zover wij deel daarvan zijn, straalt zij ook door ons.

Elk van ons geeft naar hij kan en al wat in ons is en door ons meeleeft omdat het deel is van ons, vergroot wat de enkeling niet zou kunnen volbrengen tot een eenvoudige taak.

Uw leven op aarde is uiteindelijk een dag – zelfs wanneer u zeer oud wordt – in een wereld waarin eeuwen in één oogwenk voorbij kunnen gaan. En waarin dagen zo lang kunnen zijn, dat het lijkt of je de taak van een eeuwigheid in korte tijd kunt vol brengen.

De werkelijkheid is de werkelijkheid, die u bent. Niet wat u hebt geschapen of rond u ziet. Het is deze werkelijkheid, waarin onze banden concreet kunnen ontstaan en bestaan. Al het andere is voorbijgaand, vluchtig. Maar deze banden zijn onverbrekelijk en eeuwig. Omdat zij niet aan voorstelling of vorm, maar alleen aan wezen gebonden zijn.

Nu wij eigenlijk al afscheid hebben genomen in een georganiseerde sprekersbond met u, is het mijn behoefte duidelijk te maken wat de innerlijke wereld is en hoe zij ons blijft binden en verbinden. Hoe zij deel wordt van onze kracht en onze rust. Zoals onze kracht en rust deel zijn van elk van het andere, elk deel dat zich ergens manifesteren wil.

Vrienden, in u ligt de stilte: deze vreemde zindering, die alleen nog een gevoel is en een ontruktheid aan alle denken. Dit is uw ware bron, daar bestaan uw ware verbindingen en contacten. Leef daaruit, keer steeds in tot uzelf. Niet om de verrukking te ervaren of het los-zijn van alle dingen, maar om de eenheid van uw innerlijk met het Al-zijnde te bevestigen.

Zoek niet naar uiterlijke bevestiging, wanneer ge in u de eeuwigheid draagt. Maar wees uzelf omdat gij zo de uiting zijt van de eeuwigheid, die in en door u leeft.

Denk niet aan een noodlot, er is geen noodlot. Er is slechts een onvermijdelijk gebeuren, waarmee u innerlijk verbonden kunt zijn en waarvan u innerlijk los kunt staan.

Het begrip voor de vreugde en het lijden van anderen: heb er deel aan, maar alleen met uw kracht. Niet met uw verstand of uw gevoelen zonder meer. Besef dat uw werkelijkheid maar een vage veegkleur is, het grote schilderij van waarheid. Overschat uzelf niet, maar onderschat de kracht niet, die in u leeft.

Vraag u niet af: wat heb ik uiterlijk tot stand gebracht? Maar vraag u af: wat ben ik innerlijk geweest? Dat is een weg, die velen van ons al gegaan zijn, die sommigen van u reeds nu gaan en anderen zullen gaan. Het is de weg naar onze werkelijkheid, los van alle omschrijving. Van alle verlengstukken van een eigen ik.

Juist nu, zou ik u willen vragen: gij, die toch bij de Orde wilt horen, zoekt nu in uzelf die bevestiging. Niet van het “horen bij de Orde”, maar van het “deelzijn van alle dingen”, van de onmetelijke kracht die in u berust en door u uitstraalt. Vraag u niet af: waar zullen we wijsheid vinden, maar luister diep in uzelf tot het stil wordt. De Al-wijsheid manifesteert zich door u waar het noodzakelijk is.

Wees eenvoudig wanneer het gaat om denken en handelen, maar werk altijd vanuit uw innerlijk. U zult dan de juiste paden gaan. Wees deel van datgene wat ook wij zijn.

Wees deel van de kracht, leef uit de kracht. Verwerp niet de kracht die tot u spreekt, maar aanvaard de kracht, die in u is. Zelfs wanneer ze niet spreekt.

Laat het licht – zoals men het noemt – in uzelf onthullen, hoe alle zinloosheid toch betekenis heeft. Hoe al wat schijnt te vergaan, blijvend is om wat het voortbrengt. Hoe niets teloorgaat. Dat alle dingen samen perfecte rust en kracht en eenheid geven, die noodzakelijk zijn voor de voltooiing van het menselijk ras. Voor de voltooiing van de uiterlijkheden van de schepping.

Leer de ziel beleven. Leef vanuit de ziel en wees met ons verbonden tot aan het einde der tijden.

Dat wilde ik u vragen. Daarmee is mijn aandeel in deze bijeenkomst reeds ten einde. Niet vele woorden, maar woorden die trachten te doen weergeven wat werkelijk leeft achter het schijnbare scherm van omschrijvingen en denkbeelden.

Wanneer ik afscheid van u neem, is dat een uiterlijke vorm. Want zo ge innerlijk met ons verbonden zijt, is er nimmer een afscheid. En ik spreek hier namens al, wat onder de naam “Orde der Verdraagzamen” zich tot de mensen heeft gericht. En zich heeft geuit in woorden en denkbeelden van mensen, in pogingen tot rationaliteit en redelijkheid.

Nu is het onredelijke, onze taak: welkom bij de volvoering daarvan!