Over de waarden van het Licht

21 september 1965

Bij het woord licht kunnen wij denken aan “geestelijk licht” , zonnelicht, maar ook aan leven in tegenstelling tot dood. De verschijningsvorm van het leven en van het licht is echter zeer gevarieerd. Wanneer wij terugdenken aan Egypte, dan vinden wij daar niet slechts naast de figuur Re of Amon, de figuur Osiris, “Hij die gekomen is”. de Messiasgedaante (of moeten wij zeggen een soort Boeddha, een voorloper van Jezus?) maar wij vinden daarnaast de uitdrukking van Osiris in vele vormen. Hij is bv. de God van het graan en van het brood. Hij is in de gedachten van de valk Horus. Hij kent duizend en een namen en zelfs onder de vleugelen van Re-horachty, de rijzende zon, verbergt zich Osiris. Het is niet de zon die het licht is, het is Osiris die de lichtende is. Hij brengt het licht naar de aarde; in de zon is het. Wij zien hier een overeenkomst met het Christelijk geloof, waarin God de Schepper is en de scheppende Macht, maar de Goddelijke genade door Jezus op aarde wordt uitgedrukt. Hij is de brenger van deze genade. Het licht wordt dus beschouwd in vele vormen. Eerstens in zijn scheppende kracht of functie, en deze permanent dan in een gebrachte functie, in de uiting door middel van een kracht of middelaar, waarbij zij kenbaar wordt in de vorm van een genade van een bewustzijn. Daarnaast kennen wij haar in de vorm van een potentie. Zoals de graankorrel de potentie is van het graan dat het volgend jaar groeien zal, zo is een deel van het licht in de mens eigenlijk de potentie van het Goddelijke.

Om voor onszelf een beeld te krijgen van deze betekenis, moeten wij onszelf onderzoeken. U leeft. Dit leven heeft u niet zelf, althans niet bewust zelf gekozen. De kracht die dit leven vormt, organisch en anderszins is niet een kracht die u zelf kunt beheersen en tot stand brengen. Deze kracht is te vergelijken met de Goddelijke inwerking. Zij is een soort noodlot, zij is een eeuwige wil die is uitgedrukt . Deze eeuwige wil kan door ons niet altijd geheel aanvaard worden. Wij leven wel maar wij leven vaak onder protest. Dit protest komt voort uit het feit dat wij de zin van het leven zelf niet volledig begrijpen, of te beperkt zien.

Dan kennen wij het tweede punt: het geloof in de zin van het leven. Wij hebben een bewustzijn en daardoor voelen wij ons ergens bestemd om een taak te verrichten, om iets te vervullen. Dit idee van taak, van levensvervulling blijft eveneens voor de doorsneemens en ook voor de geest onbepaald. Het is nimmer een alomvattend begrip, wij zien ten hoogste details. Wanneer deze details zich in ons samenvoegen, dan ervaren wij dit niet als iets redelijks maar als een vorm die wij genade willen noemen, werking of inspiratie van de geest. Dan hebben wij in onszelf een derde iets waarover wij over het algemeen niet zullen spreken.

In jezelf is een soort van emotionele knoop een eigenaardige verwarring van denken, voelen en verlangen die nimmer geuit kan worden. Elke poging om haar te uiten schijnt af te stuiten op de onwil van de wereld, de beperkingen die u door het leven worden opgelegd en wat dies meer zij. Dit kunnen wij vergelijken met het graan. Hier is de potentie van het eigen ik aanwezig maar zij komt niet tot waarlijk leven, zij is geen uiting en zij kan zelfs niet worden ondergebracht in bewustzijn.

In de oude tijd werd het graan uitgezaaid. Het werd dus prijs gegeven aan een wereld waarvan men niet eens wist of zij dit graan tot wasdom zou laten komen of niet. Om dit graan te zien groeien, had men al een beroep gedaan op de Nijl. Men had gezien dat haar overstroming. (het tijdelijk ophouden van haar normale condities) vruchtbaarheid had geschapen. Datgene wat je in jezelf draagt is Goddelijk Licht, een potentiële Goddelijke waarde die echter nog niet tot uiting is gekomen. Om die Goddelijke waarde tot uiting te brengen moet je haar a.h.w. toevertrouwen aan een wereld zonder enige zekerheid. Zo min als de boer weet of de graankorrels die hij uitzaait op zullen komen, zomin als Jezus in zijn gelijkenis stelt dat alle graan met zekerheid tot wasdom komt, zomin kunnen wij zeggen dat deze krachten en waarden in onszelf verscholen tot werkelijke openbaring kunnen komen. Maar wanneer wij haar behouden, dan zal zij nimmer tot ontplooiing komen, dan blijft er in ons een potentie van het lichtende, maar wij bereiken geen openbaring van het lichtende in ons.

De vraag is of de tijd gunstig is om tot deze openbaring over te gaan. Wij hebben het Goddelijk Licht, wij hebben het leven. Wij hebben in ons de ziel, de geest. Maar wat in en rond ons gebeurd? De wereld bevindt zich in een toestand van gisting. Zij wordt overstroomd door reeksen van gebeurtenissen die, ofschoon zij niet buiten het normale plan van het wereldgebeuren en de mogelijkheden daarvan liggen, toch wel degelijk iets van een stortvloed, van een overstroming hebben.

U zou dus kunnen zeggen, dat het gebeuren van de laatste tijd, de revolutie, de omwenteling, de omslag, overal aanmoedigt, in de materie zullen zij daarvan voldoende bewijzen gezien hebben en nog zien. Want u moet niet denken dat het met deze invloeden is afgelopen. Wanneer wij ontdekken dat deze omwenteling, deze aantasting a.h.w. van wat wij als vast, als onweerlegbaar juist hadden beschouwd, plaats vindt, dan weten wij dat zich hier het proces voltrekt dat wij weten te vergelijken met de overstroming van de Nijl. Er is een sediment van anders denken, van nieuw handelen, van nieuwe onzekerheden ook, dat zich afzet op het oude dat wij onze wereld en onze gewoonten mogen noemen. Zodra de Nijl zich heeft teruggetrokken gaat de boer uit, hij steekt de zogenaamde waterkanalen open (zeer kostbare dingen in Egypte) en hij zaait. Hij geeft die laatste voedselreserve, de laatste zekerheid aan de aarde opdat de aarde weer kan voortbrengen.

Wij zien in de wereld dat de overstroming bijna zijn hoogtepunt bereikt heeft. Twee à drie jaren zullen zich sedimenten afzetten, zullen de veranderingen in de wereld zich op allerhande wijze voltrekken. Maar voor uzelf kan worden gezegd dat de werkelijke omwenteling eigenlijk een feit is. Nu is het tijd om die innerlijke waarheid naar buiten te brengen, niet als een zorgvuldig behoede schat, niet als iets waarvoor je zekerheden terug moet hebben, maar als iets wat je toevertrouwd aan het leven, aan het Goddelijke bewustzijn waarin wij bestaan. En dan, en eerst dan, is het mogelijk dat er een oogst ontstaat, dan zal het Goddelijk Licht zich openbaren door datgene wat wij aan de wereld geven. Het klinkt misschien wat vreemd maar hopelijk is het voor u niet verwarrend.

Goddelijk Licht is niet alleen maar een verblindende kroon. Hetzelfde Goddelijk Licht dat in de kroon is, is in het teken van de chaos. Er is geen verschil, alles is uit God. Omdat dit alles uit God is moeten wij beginnen dit alles als eenheid te aanvaarden. Wie Kether wil bereiken kan Malkuth niet ontkennen. Wie God wil bereiken in het licht mag niet ontkennen dat er duisternis bestaat. Van dit punt van uitgang: “Het Goddelijk Licht is in alle dingen” moeten wij komen tot een aanvaarding van het bestaan van alle dingen. Het licht is overal. Het is in een communist, in een neger, in een blanke, in een islamiet, in een christen, overal. Deze dingen hebben voor ons echter niet dezelfde waarde. Hier speelt de tweede vorm, het bewustzijn een rol. In ons bewustzijn moet gezocht worden of het punt van ons eigen bewuste, ook het verstandelijke en het emotionele denken, in harmonie kan zijn met het Goddelijk Licht dat in alles is. Er is sprake van een soort selectie. Niet alleen gaan wij een bepaalde weg, maar wij kiezen voortdurend een bepaald contact met God. Hieruit vloeit voort dat het Goddelijk Licht in alle dingen aanwezig is en erkend, maar voor ons een in het IK levende waarde wordt, daar waar een werkelijke resonans tussen bewustzijn en levensopenbaring Gods bestaat.

Nu kom ik hiermee vanzelf weer op dit derde punt terecht: de potentie. De potentie die in de mens ligt is het AL. Het licht in ons is ergens identiek met het totaal Goddelijk Licht. Zo God leven heeft voortgebracht, kan de mens leven voortbrengen (om maar een voorbeeld te geven), zoals God denkt en in zijn denken vormt, kan de mens zijn gedachten omschrijven en daaraan materiële vorm geven. Willen wij verder gaan dan de begrenzing van ons eigen bewustzijn, dan moet de directe contactwaarde die wij persoonlijk met het Goddelijk Licht hebben dus verlaten worden, het terrein moet uitgebreid worden. Maar wij zijn gelijktijdig aan dit licht gebonden. Wij zijn voor onszelf overtuigd dat wij het goed menen en goed weten. Wij voelen leven en God en bewustzijn als een waarde waarvan wij geen afstand kunnen doen. Dan is er dus alleen de mogelijkheid, datgene wat buiten het verstandelijke om in ons ligt haast experimenteel aan de wereld toe te vertrouwen. Dat toevertrouwen is een zaak die aan ons ligt. Het was de boer in Egypte die bepaalde hoe hij zijn akkers zou beploegen en bezaaien, zelfs wanneer hij de slaaf was van een machtig landheer. Voor ons geldt hetzelfde, wij bepalen hoe wij die waarden van emotie, van wensen van gevoelens in ons aan de wereld geven, maar wij moeten ze geven.

Op het ogenblik dat dit vrucht gaat dragen, – en dat duurt een tijd – zo goed als het graan een tijd rust voordat het opkomt en zelfs eenmaal groen tonende boven de aarde, het nog een lange tijd vergt voordat de oogst rijp is, krijgen wij geen onmiddellijk resultaat. Maar is het resultaat eenmaal ontstaan, dan hebben wij bereikt dat ons bewustzijn verrijkt is, het wordt gevoed met alles wat ons uit die wereld wordt gegeven. De potentiële mogelijkheden die wij bezitten, het potentiële licht is eveneens verveelvoudigd. Wij zijn dus rijker, of zo ge wilt, hoger bewust geworden. Wij hebben onze harmonie met het Goddelijke en met het leven over een groter terrein kunnen uitbreiden en ervaren en wij vinden de mogelijkheid om in een volgende fase of cyclus wederom onze krachten aan die wereld te geven en van uit die wereld die innerlijke verhoging te schenken aan onszelf maar ook aan het licht.

De mens denkt heel vaak dat het licht een zelfstandige waarde is, maar dit is niet waar: licht is een uiting. Wanneer een ster straalt in de ruimte dan is die ruimte desalniettemin mede dank zij de tijdelijke deining van het Al, zwak. Er is niets te zien van een licht in het duister tenzij dit licht iets beroert. Het Goddelijke Licht is niet wat wij zien als zodanig. Het is de beroering van materie van geest, van het zijnde door de Goddelijke kracht. Wij kunnen dus aan de hand van het Licht zelf, God definiëren. Wij kunnen ook aan de hand van de Heren van Licht die de onderafdelingen, de mogelijkheden a.h.w. van het totaal van het scheppende Licht representeren, niet God aflezen. Wij kunnen de eeuwigheid daaruit niet kennen. Wij kunnen echter wel via onze eigen levensharmonie komen tot de aanvaarding van een deel van het Licht en uiteindelijk van het totaal van het Licht. Op het ogenblik dat dit bereikt is, bezitten wij wat men noemt het eeuwige leven. Het licht is het Leven, het Bestaan.

Wat is nu die eigen levensharmonie, die persoonlijke harmonie van leven? Die harmonie is gelegen in de wijze waarop men het leven en de wereld aanvaardt. Zolang u tussen uzelf en de wereld een onderscheid maakt, hetzij door overweging en zekerheid, van stand, van kennis of anderszins, bent u geïsoleerd. U heeft geen volledig contact met het leven en u kun niet met alles harmonisch zijn.

Iemand die veel weet en dit weten ziet als een onderscheid tussen zichzelf en de onwetenden is met deze laatste niet in harmonie. In tegendeel: hij is, ondanks zijn goedwillendheid, in wezen hun vijand. Wanneer hij zijn kennis maakt tot iets wat allen behoort, wanneer hijzelf dus de ontvanger is van wat voor iedereen gelijkelijk dienstbaar en dienstig is, is hij met de anderen in harmonie, want hij is deel van hun wezen.

Op deze manier moet je dus komen tot een persoonlijke harmonie. Alles wat tot je leven, tot je geloof of tot je denken behoort, moet dus worden gezien, niet als iets wat je onderscheid van anderen, maar als een rijkdom die je alleen hebt om te delen met anderen. Op die manier krijg je een uitbreiding van je persoonlijkheid. Naarmate je dit doet wordt het Goddelijk Licht in jezelf sterker. Het is als met bepaalde levenskracht en met bepaalde vormen van vitaliteit die vaak in hevigere mate tot u terugkeren naarmate u ze meer wegschenkt.

Op deze wijze gaat het ook in geestelijke zin. Kan ik harmonie bereiken, dan heb ik dus een groter deel van Het Licht.

Het Licht is, zoals ik reeds zei, als leven een verschijningsvorm van het Eeuwige Licht. Zelfs het duister is ergens een verschijningsvorm vanuit het Eeuwige Licht, het is een andere vorm van bestaan, het is de absentia van de trilling. Door dit levende in jezelf op te nemen, heb je ook de energie die het Licht voortbrengt.

Licht is niet alleen als Licht kenbaar. Zo is de levende kracht Gods in ons niet alleen als leven of zelfs maar als bewustzijn kenbaar. Zoals de kracht van het licht bv. door bepaalde cellen kan worden omgezet in elektrische en andere energieën, zoals men de warmte die met het licht gepaard pleegt te gaan, kan omzetten via bepaalde spiegels in een smelthitte. Zo kun je in jezelf delen van het Goddelijk Licht omzetten in directe kracht. Hoe meer Licht je ontvangt hoe gemakkelijker je de kracht ontwikkelt. Hoe juister je innerlijk bewustzijn en daardoor de mogelijkheid om het Licht te aanvaarden en te begrijpen ten opzichte van je wereld georiënteerd is (harmonie), hoe meer kracht je tot uiting zal kunnen brengen, er is een directe relatie aan te tonen. De mens die het Licht beschouwt als een waarde van zijn wezen zal, naarmate hij alle andere waarden daaraan ondergeschikt maakt, ook in ruimere mate over de krachten en vormen van kracht voortkomende uit het licht kunnen beschikken. Hij zal dit bovendien op een meer beheerste wijze kunnen doen.

Voor u is in deze tijd het probleem niet alleen een kwestie van het licht. Ook niet de manier waarop u dit licht zou kunnen gebruiken. Het is voor u allereerst de vraag: hoever reikt mijn bewustzijn? Als je graan hebt en je hebt geen land om te zaaien, hoe kun je den oogsten? Je kunt hoogstens in het wilde weg zaaien, maar de vruchten zal je nooit zien. Eerst moeten wij dus weten waar ons leven (dat wij niet kennen, zelfs misschien niet eens aanvaarden zoals het is) contact heeft met het Goddelijk Licht dat wij bewust beseffen. Ons bewustzijn en het leven moeten een punt van harmonie vinden. Dit punt van harmonie is a.h.w. onze akker, het terrein waarop wij werken. Wanneer wij dan daarin onze potentie tot uiting brengen, wordt het potentieel binnen het IK gelegene, langzaam maar zeker de vrucht waarmee het Ik zich voedt, het wordt een rijkdom waardoor de akker wordt vergroot, maar waardoor eveneens de bewerker van de akker wordt gesterkt.

Men heeft dit in heel veel beelden willen opbouwen, in geschriften en in mystiek. De kern van dit alles blijft: versmelting. Harmonie is ook een vorm van versmelting. Zodra de dingen in elkaar opgaan, bereiken zij een toestand waarbij de waarden van beiden openbaar zijn. U kunt gedachten met elkaar delen. Zover als wederzijds begrip het delen van gedachten mogelijk maakt, zal uw begrip en uw kennen wederkerig worden uitgebreid. Wanneer u zichzelf zonder meer beheerst, heeft het weinig zin. Indien uw beheersing over uzelf kan worden uitgeoefend in relatie tot de wereld, zal die beheersing in die wereld betekenis krijgen, zij zal een vorm van beheerstheid scheppen, zij zal de eigen mogelijkheid tot beheersing vergroten.

Wanneer wij spreken over lichamelijke zaken is dit net eender als wanneer wij spreken over geestelijke dingen. Het is gemakkelijk om te zeggen: een mens behoeft niet ziek te zijn. Dit is volledig waar. Wij zouden kunnen zeggen: een mens behoeft niet te sterven en ook dit is waar. Want het menselijk organisme zou, wanneer in het hart geen vervuiling, een verzwakking, een slijtage op zouden treden, praktisch onbeperkt voort kunnen bestaan. Het zijn de vervalprocessen die het lichaam doen sterven of doen verouderen. Wanneer wij in staat zijn om de oorzaken daarvan op te heffen is het leven een beheerste waarde geworden. Wanneer wij in staat zijn de drijvende kracht van het lichaam te beheersen is een ziekteproces onmogelijk geworden, het lichaam is onkwetsbaar geworden.

Dit alles is geen fantasie, het is volkomen waar. Er bestaan trouwens trainingen die tot op zekere hoogte dit doel bereiken. Geestelijk geldt dit evenzeer. Hoevelen van u ontdekken niet dat een bepaald punt van hun geheugen zeer veel hiaten vertoont? Hoevelen van u ontdekken dat bepaalde ontwikkelingen bij hen voortdurend onlustgevoelens opwekken, ofschoon ze vaag zijn en alleen maar liggen in een begripssfeer? Hier is sprake van een vorm van disharmonie van slijtage, hier sterven bepaalde mogelijkheden en herinneringen binnen de mens. Om die dingen te veranderen, moet men dus eerst komen tot een perfecte samenwerking.

U zult nu begrijpen dat wanneer eenmaal een bepaalde status bereikt werd, hetzij voor een lichaam, hetzij voor een bewustzijn, de bestaande fouten in die harmonie niet zonder meer worden weggewerkt. Zij blijven voorlopig bestaan. Eerst wanneer de harmonie steeds meer bewuste beheersing meebrengt, kan men de ziekteverschijnselen, de ouderdomsverschijnselen, de ontevredenheid en disharmonie in eigen denken langzaam maar zeker overwinnen.

Wat ik u zeg over het Licht omvat zelfs deze aspecten van het leven. Die harmonie is niet een klakkeloze wereldaanvaarding, zij is een bewuste aanvaarding waarbij, vooral in het begin, sprake is van een bewuste keuze. Je kunt niet zeggen tot een mens, al gebeurt dit vaak, geloof en als je het niet helemaal innerlijk gelooft doe dan maar alsof je het gelooft en dan komt het geloof wel vanzelf. Dat gaat niet. Je kunt wel zeggen tegen een mens: zoek datgene waarin ge gelooft en zoek daarbinnen eerst een contact met God. Zoek een gevoel van verbondenheid met het Licht, met de mensheid, met het leven en ga van daaruit verder.

U kunt dit hele Licht niet zonder meer aanvaarden, u kunt daarmee niet werken. U kunt misschien zelfs nog niet komen tot het uitzaaien van de in u gelegen potenties van licht. Maar begin dan in ieder geval met te zoeken naar dit ene punt, dat enkele puntje maar in je leven waarop u het leven aanvaarden kunt, waarop u de wereld aanvaarden kunt en ga van daaruit. Het Licht is overal maar wij zullen het moeten erkennen, voor het spreken kan tot het Licht in ons. Eerst wanneer het Licht in ons antwoordt op het licht buiten ons is er de mogelijkheid tot een versmelting, tot een begrijpen, tot een werkelijke harmonie.

Denk niet dat dit alleen voor u van belang is. Het leven en het licht zijn deel van de totale wereld. Ook wanneer u schijnbaar enkel voor uzelf werkt, voor uzelf bereikt, bereikt u in wezen voor die wereld, tenzij u uitdrukkelijk stelt dat u slechts uzelf zoekt. Elke harmonie met het Licht in een mens is een vergroting van de waarden van het licht in het totaal van de mensheid. Elk uitzaaien van lichtende mogelijkheden in de mens is niet slechts een verrijking van degene die uitzaait, maar is een vergroting van het Licht en de potentie van licht in de totale mensheid.

U heeft gemerkt dat ik bij het begin reeds heb aangedrongen op harmonisch zijn, op rustig zijn, op het zoeken naar vrede en innerlijke vrede. Dit moge hier dan herhaald zijn. Onthoud evenwel één ding: Harmonie is geen lijdzame kwestie, niet iets wat ontstaat, wat vanzelf komt. De harmonie van het Licht in je met het Goddelijk Licht is niet iets wat spontaan ontstaat, zichzelf genererend (zoals de Egyptenaren dachten dat de mestkever zichzelf genereerde uit de dode materie), het is iets dat vanuit u ontstaat. God schept het totale Licht en alle lichtende mogelijkheden. Ze waar maken voor onszelf en het erkennen van de harmonieën die daarin voor ons liggen, het verwezenlijken van de grote mogelijkheden en krachten die daarin voor ons bestaan, is een zaak die van ons uitgaat. Daar kan niemand anders iets aan doen, zelfs God zelf zal niet tegen zijn wetten in willen gaan en u dit geven zonder dat gij eerst zelve actief zijt. Het is uw streven, uw werken dat bepalend is.

Die harmonie is voor u en voor die wereld van het hoogste belang in deze tijd. De mogelijkheid om uw geestelijke, uw Goddelijke potentie, de lichtwaarden die nu nog in u ongeuit aanwezig zijn te openbaren, tot vruchtbaarheid te doen komen is nu groot. Daarom is het tijd om nu met deze krachten te werken. Het is voor de gehele mensheid, – de geest niet uitgesloten – belangrijk dat dit in zo ruim mogelijke mate gedaan wordt. Want zoals staat geschreven in een van de commentaren van de priester Tamosis: “Indien alle boeren werkend voor zich, een rijke oogst baren, is er vreugde in het gehele land en jubelt het ook tot de Goden want ziet er is overvloed. Doch zo elk faalt op zijn eigen klein terrein, waarlijk in de steden zullen de hongerenden sterven langs de straten en de balsemers zullen niet in staat zijn de mummie te wikkelen volgens voorschrift.” Oude taal, maar wijsheid van vandaag.

Wanneer ieder voor zich harmonie zoekt, voor zich en vanuit zich dat beste voortbrengt wat in hem is, wanneer elk voor zich het avontuur aandurft van de innerlijke waarde te uiten in de wereld, of ze verloren gaat of niet, dan zal de wereld, de mensheid, dan zal die gehele gemeenschap van mensheid waarin de geest deel is, rijk zijn, jaren kennen van overvloed, van licht, van een steeds groeiend en sterk bewustzijn van een geestelijk vieren van het Licht. Maar wanneer elke mens voor zich faalt omdat hij zegt: het is niet zo belangrijk, ik ben maar een klein stukje van die werkelijkheid van dat licht, dan zal er voor de gehele mensheid armoede zijn, een Armageddon waarin het duister niet wordt verslagen en dan zal Osiris door Isis niet geheeld van Seth’s wraak, niet herrijzen. Herrijzenis is een belangrijk aspect in elk geloof. Osiris was de herrezene. Jezus is opgestaan uit de dood, maar die opstanding heeft slechts zin wanneer er werkelijk leven is. Zonder dit is er de dood.

Wij kiezen tussen leven en dood in deze dagen. En al lijkt ons eigen leven en onze eigen taak onbelangrijk, ons eigen contact met God zo dwaas, zo onbegrijpelijk, toch zijn wij het die in deze dagen beslissen over leven en dood voor het bewustzijn van de mensheid.