Het overbrengen van beelden naar andere sferen

18 juni 1973

De kern van alle leven is een bepaalde vorm van energie. De basis van die energie is gelijk voor geestelijk leven en voor materieel leven. En omdat deze basis gelijk is, ontstaat er een overdraagbaarheid van krachten tussen alle voertuigen die de mens bezit, tussen geest en materie en ook omgekeerd. Dit is de basis van ons eigen bewustzijn. Onder deze gelijkheid van energie zou het transformeren van invloeden en krachten van het ene niveau van bestaan naar het andere heel erg moeilijk zijn. Wanneer wij begrijpen, dat wij te maken hebben met een en dezelfde kracht, is het niet meer belangrijk dat we over de juiste kracht beschikken. Het gaat eerder om wat wij zouden kunnen noemen: de juiste modulatie van die kracht. En daarvoor geldt dan ook weer een regel, die betrekkelijk eenvoudig is.

Elke wereld om sfeer is identiek met een fase van bewust bestaan. Elke fase van bewust bestaan is gebaseerd op een eigen trillingsgetal, althans een eigen gebied van reacties. Wanneer een indruk binnen dit gebied van reactie valt, zal de sfeer, zal dat voertuig daarop reageren Het is eigenlijk doodeenvoudig en heel logisch. Wij krijgen dan alleen de vraag hoe deze modulatie te vinden. Nu kunnen we proberen dit redelijk te benaderen, maar dat is vaak erg moeilijk. Je kunt ook proberen het mystiek te benaderen, maar dan zijn er weer andere moeilijkheden, want dan is het weer niet mogelijk om een exacte instructie te geven. We hebben gekozen voor een tussenweg in dit verband en ik zal trachten reële aanwijzingen te geven, maar die aanwijzingen zullen dan toch moeten berusten op bepaalde mystieke waarden en mystieke toestanden. Ik hoop, dat u dit zult kunnen aanvaarden en appreciëren.

Daar de wereld van de mens gebaseerd is op vorm, zal een denken in vorm, onverschillig op welke wijze, alle sferen kunnen bereiken, waarin vorm mede of hoofdzakelijk de basis van het bewustzijn is van de daarop vertoevende entiteiten. Dat is heel eenvoudig. Wanneer u in een vorm denkt op deze wereld, dan is dat zonder meer afleesbaar in onze wereld. De waarde van een vormkennende sfeer kan echter nogal wat afwijken van de uwe. Een eenvoudig vergelijk: Wanneer u een hondenfluitje hebt, dan hoort u niets wanneer u erop blaast, de hond hoort het wel. Dat komt, omdat zijn gevoeligheid toch een beetje anders is. In wezen is die fluittoon niets anders dan een transponeren van een luchttrilling, die ook u normalerwijze voor communicatie gebruikt. Dit transponeren stelt men zich als volgt voor: Er is in elke vormkennende sfeer een reeks van eigenschappen en instellingen van de daar vertoevende persoonlijkheden. Dit gezamenlijk wordt weleens aangeduid als kwaliteit van een sfeer. Deze kwaliteit correspondeert met gevoelswaarden in de mens plus daarbij passende gedachtenbeelden. Een mens, die a.h.w. een fantastisch beeld in zich opbouwt, maar daarbij ook gelijktijdig de juiste emotie heeft, spreekt de taal van een andere sfeer, een vormkennende sfeer.

De sferen, die het gemakkelijkst voor de mens benaderbaar zijn, zijn uiteraard alle vormkennende sferen. De meest eenvoudige, de astrale, laten we even buiten beschouwing, omdat die spontaan reageert op elke menselijke gedachte, behorend tot het z.g. zomerland. Om een zomerlandsfeer te bereiken vanuit uzelf is het noodzakelijk dat u een stemming vindt in uzelf, die overeenkomt met een persoon, personen of een omgeving, zoals die in zomerland bestaat. Hebt u deze emotionele achtergrond, deze emotionele reactie, dan zal elke boodschap, die u gevoerd heeft tot deze meer mystieke beleving of emotionele ervaring, gelijktijdig getransponeerd worden in de termen van de sfeer. Op deze wijze is het dus mogelijk vanaf de aarde door een bepaalde meer emotionele instelling van de eigen persoonlijkheid, beelden over te brengen naar andere sferen. De reactie van deze beelden zal altijd plaatsvinden volgens het daar bestaande patroon van leven en denken en ook getransponeerd op aarde, zullen deze invloeden daarmede nooit strijdig kunnen zijn. Dat is, lijkt mij, logisch en vanzelfsprekend.

Wanneer wij hogere sferen willen gaan bezoeken, misschien nog vormkennend, maar toch wel aan de bovenste grenzen van zomerland, dan zullen wij als mens te maken krijgen met een wereld, waarin vorm eigenlijk een nevenverschijnsel is. De vorm en de vormvoorstelling is dus veel minder sprekend dan bij contacten in laag-zomerland.

Wat is kenmerkend voor hoog-zomerland?

Het aspect van communicatie of lering dat daar bestaat. Het blijkt dat zeer veel eigenschappen, die wij op aarde wel kennen, ofschoon wij ze maar zelden helemaal zullen gebruiken op aarde, in die sfeer eigenlijk de kern zijn van een reeks contacten met hogere werelden. Dat kan b.v. zijn moed, edelmoedigheid, trouw, liefde, hoop, geloof enz. Al dat soort dingen. Om dus een hogere zomerlandsfeer te bereiken, moeten wij uitgaan van een wederom emotionele vervlochtenheid met begrippen als trouw, liefde, enz. Door het verdiepen in deze abstracte waarden zullen wij onwillekeurig ook onze eigen situatie schetsen. Je kunt n.l. niet geloven zonder te zeggen: ik geloof. Je kunt niet zeggen: ik hoop en verder te definiëren. Het is duidelijk, dat deze persoonlijke definitie door de emotionele of zo u wilt mystieke beleving en overweging van één van deze punten wordt overgebracht. De communicatie vindt plaats op basis van het gekozen denkbeeld. De overdracht van de boodschap is in de eerste plaats gebaseerd op uw eigen wezen en hierbij kunnen geen delen worden uitgeschakeld, geen bijzondere wensen of eigenschappen worden toegevoegd. Dit laatste is erg belangrijk in verband met magie b.v. Wij kunnen hier dus wel een entiteit roepen, maar wij kunnen niet meer zeggen wat die entiteit moet doen. Die entiteit handelt volledig zelfstandig op grond van de ontvangen boodschap, hoe dan ook. De hogere sferen hebben de neiging om in de eerste plaats in lering te antwoorden. Hier zijn dus bronnen van inspiratie, soms door u niet begrepen en intuïtie genoemd. Er zijn hiernaast bronnen van toevalswerkingen of noodlotswerkingen, die in wezen door uzelf middels uw contact met deze sfeer aan de gang zijn gebracht. Het zal u duidelijk zijn, dat dergelijke contacten hun nut kunnen hebben voor de mens, maar er zijn ook beperkingen aan verbonden en deze beperkingen moet ik u toch even noemen, anders zou u misschien een fout maken. In de lagere zomerlandsferen kan men geen persoon oproepen. De oproep moet altijd gebaseerd zijn op de sfeer. Wanneer een persoonlijk contact met de ander gewenst is, zal dat als gevolg daarvan ontstaan. Op het ogenblik, dat u een bepaalde persoon oproept, hebt u meestal de neiging de verdere beelden en emoties zozeer aan die persoonlijkheid te verbinden, dat een doordringen tot de bedoelde sfeer wordt bemoeilijkt en zo die doordringt, deze als zijnde eenzijdig storend wordt afgewezen. In contacten met het hogere zomerland kan elke verbinding met personen, die gebaseerd is op lering, dus wederom op een aanvulling als het ware van uw persoonlijkheid hoe dan ook, wel gebruikt worden, mits de oproep niet op de persoon wordt gesteld, maar op het karakter van de lering, die men wil ontvangen.

Met deze eenvoudige regels hebt u al een klein begrip gekregen van wat mogelijk is. Nu kan een mens natuurlijk ook hogere sferen bereiken. Een hogere sfeer kunt u nooit als mens, op welke wijze dan ook beïnvloeden. Dit gaat wel met de zomerlandsferen, daar kunt u nog de respons voor een deel bepalen. Zodra, u daarboven komt, is dit niet meer mogelijk. De enige mogelijkheid om uit een niet-vorm-sfeer reacties te verkrijgen volgens uw eigen persoonlijkheid, is gelegen in de persoonlijke uittreding en bereiking van die sfeer. Dat is de enige mogelijkheid die u hebt om de krachten van die sfeer te gebruiken precies volgens uw eigen wens. Er is geen andere methode. Wilt u echter proberen om contact met die sfeer op te nemen, dan dient u zich het volgende steeds voor ogen te stellen:

Voor een mens is een niet-vorm-definitie bijna niet mogelijk, tenzij hij daarvoor in de plaats stelt een beeld als b.v. kleur. Concentratie op kleuren plus een sterke emotionele beleving van de trilling of de kracht van die kleur of een mystiek zich daarin verzinken, brengt over het algemeen een rapport met die hogere wereld tot stand. Wanneer die hogere wereld antwoordt, dan doet ze dit volgens de afgelezen waarden. Haar reactie zal nimmer een antwoord zijn op een bede of een verzoek. Haar reactie is altijd een erkenning van een behoefte-element volgens de norm van die sfeer en het eventueel vervullen daarvan met de waarden, die vanuit die sfeer op aarde geprojecteerd kunnen worden. Er zijn hier dus beperkingen aanwezig. Zou u nog verder willen doordringen naar hogere sferen, dan is dit alleen mogelijk door in uzelf te keren, in uzelf zover van de menselijke wereld weg te trekken, dat u zich bewust wordt van uw eigen voertuig, uw eigen contact met deze hoge sfeer en dan zal van daaruit deze sfeer responderen en wel door het invullen van gegevens, van inzichten in uw eigen persoonlijkheid. In dat geval dient u erg voorzichtig te zijn, dat u niet probeert de gegeven impulsen in te passen in een patroon, dat u zelf reeds ontworpen hebt. Het moet altijd als volledig nieuw worden beschouwd, nimmer als aanvulling. Alleen bezien los van elke planmatige opzet, van elk denksysteem, van elke vermoedelijke lotsbepaling is het n.l. mogelijk deze krachten in uw wezen juist en volledig te doen werken.

Daar staat natuurlijk de lagere wereld tegenover. Met lagere werelden krijgen wij over het algemeen contact op soortgelijke wijze, maar hier zijn enkele kenmerkende verschillen. Ofschoon ik u nimmer de raad zou willen geven vanuit uzelf contact op te nemen met duistere sferen, zijn er toch punten, waardoor u het optreden van een duistere sfeer in of rond u gemakkelijk erkent. Ik zal u deze geven plus de methode waardoor eventuele contacten of bindingen met die sferen of werelden zeer snel en afdoende verbroken kunnen worden.

Zoals wij vormkennende sferen hebben in de lichte wereld, zo bestaan ze eveneens in de duistere wereld. De vormkennende sferen van een duistere wereld zijn, wanneer ze dicht liggen bij een astrale sfeer, te vergelijken met de achterbuurten van een grote stad. Hier heerst een zekere mistroostigheid, de nadruk ligt over het algemeen op het ontbreken van schoonheid. Een mens, die mismoedig is, die op de een of andere manier het leven een beetje moe begint te worden of op een andere manier verwerpt, zal heel vaak met deze sferen, bewust of onbewust, contact maken. Wanneer deze contacten ontstaan, zijn er twee kentekenen voor:

  1. Deze sferen geven nooit reële beelden. Het zijn altijd uw eigen droombeelden, die plotseling een zeer sterke inhoud krijgen. U gaat a.h.w. feuilletondromen krijgen. En die dromen gaan verder tijdens de dag in de vorm van dagdromen.
  2. U hebt in deze periode zelf een voortdurende fluctuatie van uw energiegevoelens. U bent onevenwichtig en u hebt vaak het gevoel, dat er iets donkers achter u staat. Dat is dus niet reëel. Dat is alleen uw eigen reactie hierop. Dergelijke verbindingen kunnen eenvoudig verbroken worden door te zorgen voor:
  3. Voldoende frisse lucht (dat klinkt vreemd, maar het is waar)
  4. Te zorgen voor een zekere mate van afleiding of blijmoedigheid.
  5. Het kiezen van onverschillig welke gedachten- of beeldenreeks, die strijdig is met de denkbeelden, die u op dat ogenblik voortdurend in uzelf voelt rijzen.

Dus als u aldoor droomt, bij wijze van spreken, over een rivier of een spoortrein, dan moet u dus geen reisbeschrijvingen gaan lezen, maar dan kunt u zich wel bezighouden met filosofie, met alles wat niet met reizen of landschappen te maken heeft of waarbij reizen of landschappen zijn teruggebracht tot de achtergronden van een verhaal dat u erg boeit. U kunt dat zelfs door een keuze van literatuur doen. Maar als u muziek draait en u hebt voortdurend een water-droom, dan moet u dus b.v. niet naar de Moldau luisteren, want die zullen ongetwijfeld de impuls versterken. Overigens wil ik opmerken, dat deze sfeer voor de mens over het algemeen niet gevaarlijk is. Ze is alleen suggestief en heeft vaak ook invloed op het begeerteleven.

Dan krijgen we de wat duisterder vormkennende sfeer en die moet u zich werkelijk voorstellen als een soort holen- of grottenwereld. Het is dus duister. Wanneer wij met persoonlijkheden uit deze groepering te maken hebben, dan zijn er 2 punten, waaraan wij de nabijheid van een dergelijke invloed altijd zullen herkennen:

  1. Een zeker gevoel van koude.
  2. Het zien van een donkerte, die donkerder is dan elke duisternis, die u normaal ziet. Een duister, dat zo positief donker is, dat het zich daardoor van normaal duister onderscheidt.

Wanneer deze verschijnselen optreden, dan is de beste afweermethode u eenvoudig te concentreren op licht en elke impuls of vraag, die in u opwelt onmiddellijk om te zetten in een denkbeeld aan licht. Hierdoor wijst u deze krachten terug en verbreekt u de misschien spontaan of toevallig ontstane verbinding met deze wereld.

Er zijn natuurlijk nog andere duistere werelden die sterker zijn en ook deze hebben over het algemeen een manifestatie in duisternis. Verder het gevoel van aanwezigheid. Dat zijn kenmerken, die voor alle wat sterkere duistere machten eigenlijk wel gelden. Hier zal het vaak niet voldoende zijn om alleen maar aan licht te denken. Wij moeten proberen een innerlijke toestand te bereiken, die sterk afwijkt van de dreiging, Wij moeten niet bij wijze van spreken God om zekerheid bidden, maar wij moeten ons licht voorstellen en daarin een absolute veiligheid of zekerheid zien. Door deze denkbeelden verbreek je eveneens alle contact met een dergelijke sfeer.

Er zijn – ik geef het graag toe – middelen om de wezens, die uit deze sferen stammen, tot op zekere hoogte te beheersen, maar een dergelijke beheersing is altijd gedeeltelijk. Nimmer volledig. Ze is gevaarlijk en de wijze van contact maken wil ik u dan ook liever niet uitleggen.

  • Ik heb wel last van het omgekeerde, t.w. dat figuren uit deze duistere wereld mensen in mijn nabijheid lastigvielen. Wat kan je daartegen doen?

Precies hetzelfde, omdat wanneer uw eigen aanwezigheid als verbonden met licht sterk genoeg is, u daardoor alle krachten in het duister die in uw nabijheid zijn, verdrijft. U kunt dan eventueel geen verbindingen breken wanneer die bestaan, maar u kunt wel het contact verstoren. U fungeert als stoorzender voor allen, die in uw omgeving wel contact met het duister willen hebben of hebben. Dit is het enige wat u kunt doen. Er is geen methode om tegen de eigen wil van iemand, hetzij door zijn spontane instelling, hetzij door zijn emotionele instelling, zijn spontane verbinding met een lagere sfeer zonder meer te verbreken.

Een waarde, die hier wel vaak een rol bij kan spelen, als je dit wilt bereiken, is het gebruiken van symbolen, van denkbeelden, die voor de ander ook lichtend zijn, heilig of vreugdig. Hierdoor kun je dan vaak langs suggestieve weg de verbinding verbreken, maar je kunt het niet voorgoed doen Een volledige afscherming is niet mogelijk. Er bestaan in de magie afschermingsmethoden die o.m. op de magnetische cirkel gebaseerd zijn, maar deze zijn maar beperkt bruikbaar. Je kunt iemand niet onbeperkt magnetisch afschermen, zonder daarmee zijn eigen levenskracht en energie aan te tasten. Je kunt verder niet zodanig sterk een cirkel leggen, dat die werkelijk blijft. De afweer, die je tot stand brengt, moet altijd sterker zijn dan de duistere persoon plus het bestaande contact. En dat is in vele gevallen een heel moeilijke taak.

  • Kan je hulp krijgen?

In die zin, dat een ander het werk voor u opknapt, niet. Maar wij hebben zo-even al duidelijk gemaakt, dat je bepaalde hogere sferen kunt bereiken. Wanneer je die sferen kunt bereiken, kun je dus vragen om de energie van die sferen en aangezien alle energie – ook van de duistere sferen, de lichte sferen en de stoffelijke wereld – eenzelfde basis heeft, is het mogelijk dat die andere wereld u energie geeft. Maar dit moet u niet zien als een continu proces. Laat ik het zo zeggen: Je krijgt een glas water, maar ze zetten niet continu de kraan open. Je kunt in dergelijke gevallen inderdaad hulp krijgen en dat doe je dan door naar een positieve wereld te denken en wanneer je het gevoel hebt van contact – dat is altijd mede emotioneel – a.h.w. je probleem te stellen en dan zoveel mogelijk in de termen van je eigen emotionaliteit t.a.v. die sfeer en verder alleen voor lager zomerland uw stoffelijke denkbeelden. In alle andere gevallen moet u eigenschap-beelden gebruiken. Dus welke eigenschap van het duister meent u te herkennen en te vrezen. Hierdoor is inderdaad een energie-overdracht mogelijk en dan kunt u in zekere zin hulp krijgen.

  • Wordt die energie automatisch op de juiste wijze getransmuteerd?

Er bestaan systemen om deze transmutatie volledig bewust uit te voeren, maar die zijn over het algemeen erg lastig en daarnaast vaak niet erg betrouwbaar. Wanneer wij echter uitgaan van de instelling van de mens en zijn emotionaliteit, dan is dat voor de lagere lichtwerelden meer dan voldoende. Daar vindt die overdracht normaal plaats en de transmutatie is het gevolg van het contact. Gaan we naar hogere werelden toe, dan hebt u uittreding nodig of althans een in jezelf opklimmen tot een bepaald voertuig om van daaruit harmonie te bereiken, dan is de bereiking, die je hebt, het middel van de transmutatie. Want wanneer je jezelf terugbrengt tot je normaal bewustzijn, dan zal alle energie meegaan. Het is dus betrekkelijk eenvoudig.

Dit was dan het vragenuurtje. De antwoorden kunnen dacht ik, bijdragen tot een juister begrip van wat u ermee kunt doen. Want esoterie en magie zijn heel mooie dingen wanneer je ze van een afstand bekijkt. Maar het zijn aan de andere kant waarden, die je heel practisch kunt gebruiken. Dit practische gebruik betekent een verschuiving van je eigen werkelijkheid. Geen mens kan uit zijn normale stoffelijke werkelijkheid zonder meer andere werelden betreden. Wel zal een mens bepaalde indrukken, in een andere wereld opgedaan, vaak vertalen in stoffelijke termen, waarmee natuurlijk ook een zekere onjuistheid bereikt wordt. Maar u moet heel goed begrijpen, dat wat wij doen, werken is met dingen, die niet beantwoorden aan de materiële logica van deze wereld, die niet ten volle omschrijfbaar zijn volgens de fenomenologie van deze wereld. Wij hebben te maken met een totaal ander bestel, dat vaak fantastisch lijkt, maar dat in zich wel degelijk weer aan bepaalde regels gebonden is.

Nu is het voor een mens erg moeilijk zo’n wereld te bereiken, want hij is altijd weer geneigd terug te vallen op zijn eigen denken en hij wordt bovendien – en dat moet u toch ook niet vergeten – heel vaak door zijn eigen instelling en zijn eigen psychische problematiek belemmerd of gericht. Je kunt nu eenmaal niet, wanneer je niet innerlijk rustig bent, de hoogste wereld bereiken. Want daarin is die rust de suprême waarde. En dat is de waarde, waarop alles zich afspeelt. Als de mens dat niet bezit, kan hij die wereld niet bereiken. En een boodschap vanuit die wereld kan hem niet volledig bereiken, want de resonantiemogelijkheid ontbreekt. Wij gebruiken nu als een middel om toch die menselijke werkelijkheid een beetje te doorbreken het denkbeeld van de mystiek.

Heel veel mensen denken, dat mystiek alleen maar onwerkelijk is. Dat is niet juist. Mystiek is in wezen het beleven van een andere werkelijkheid, die t.a.v. uw normale werkelijkheid supplementair is dan wel tijdelijk deze werkelijkheid voor een deel vervangt of verdringt. Daarop komt het neer. En in die mystieke beleving gelden dan ook weer enkele regels:

  1. Wij spreken van mystieke beleving op elk ogenblik, dat een stoffelijke realiteit door een andere realiteit wordt verdrongen, terwijl deze realiteit mede door anderen beleefd wordt. Dat betekent dat elke fantasie, die door twee of drie mensen gelijktijdig gefantaseerd wordt, al een werkelijkheid is. Deze omvat reeds mystieke waarden.
  2. Wij kunnen nimmer een mystieke wereld betreden of een mystieke beleving ervaren, wanneer wij uitgaan van onszelf of onze eigen wereld. Wij moeten altijd een beeld vinden, waarmee wij ons wel kunnen vereenzelvigen, maar dat wij niet zonder meer als deel van ons ik beschouwen. In de tweede plaats moeten wij deze waarden dermate sterk beleven, dat daardoor alle bedenking, voorwaarden of beperkingen van onze eigen wereld worden uitgeschakeld.
  3. Elke mystieke beleving in zichzelf impliceert een verandering van het geheel van de energie van een ego. Dat is dus ook het stoffelijk deel. Het geheel zal onderworpen zijn aan de wetten van de wereld, waarin de mystieke beleving plaatsvindt. Alle belevingswaarden van deze mystiek ervaren wereld zullen dus ook in het lichaam gemanifesteerd worden en kunnen zelfs tot uiting konen in een t.a.v. natuurwetten afwijkend gedrag van eigen stoffelijk wezen gedurende de periode van de verrukking.
  4. Dit is het meest eigenaardige punt voor u allen. Een groot gedeelte van de mystieke belevingen wordt niet opzettelijk gezocht, het merendeel daarvan wordt eerst later of soms geheel niet als zodanig herkend. Want elke beleving, die een wereld niet andere wetten en normen behelst, waaraan het ik zich volledig wijdt en waarop het zich volledig concentreert, constitueert in wezen reeds een mystieke toestand, een mystieke beleving.

Het zal u duidelijk zijn, dat de mystiek in het leven van de mens een groter deel heeft dan hij zich normalerwijze realiseert. Maar wat hij zich dient te realiseren, altijd weer, is dat tijdens elke beleving die mystiek is, elke werkelijkheidsverschuiving, waaraan je je overlevert, gelijktijdig nieuwe wetten optreden en dat de gebondenheid aan die wetten geldt voor de persoonlijkheid zolang deze mystieke binding, deze mystieke toestand, regeert. De gevolgen van die daden zullen na beëindiging van de mystieke toestand echter volgens de normale oorzaak- en gevolgwaarde van de eigen hoofdwereld beleefd worden. Verduidelijking: U speelt pingpong in een hogere wereld en daarbij bent u zo blij met het feit, dat u gewonnen hebt, dat u uw bat omhoog gooit. Het valt bijna op uw hoofd en u keert terug naar uw eigen wereld. U bent erg blij, u hebt een soort overwinning behaald, maar de buil en de hoofdpijn hebt u in uw eigen wereld en daardoor zal uw humeur sterk teruglopen in korte tijd.

De magische kant van de zaak, die wij voor een groot deel buiten beschouwing hebben gelaten, zullen wij hier ook even bij moeten betrekken, maar erg simpel.

Op het ogenblik, dat het ik via een mystieke toestand reageert op waarden, mogelijkheden en krachten van een wereld, waarin het bewustzijn niet normaal leeft, zullen deze werkingen en krachten gebruikt kunnen worden om oorzaken te scheppen, waarvan de gevolgen in de eigen wereld later kenbaar worden. Deze gevolgen – mits niet in de eigen wereld of persoonlijkheid geschapen, maar in een wereld die mystiek bereikt is – kunnen zich uitbreiden over anderen en kunnen deze anderen mede betreffen. Het is dan niet mogelijk om later deze gang van zaken te corrigeren.

Een eenmaal geschapen oorzaak op hoger niveau kan alleen gemodificeerd worden op ditzelfde hoge niveau en met een erkenning van de krachten die oorzakelijk waren op dit niveau. Dit betekent voor de mens normaal gezegd: wanneer je magie bedrijft – ook wanneer het witte magie is – en je gaat naar een hogere wereld toe, je projecteert jezelf daarin om hier een oorzaak te scheppen voor veranderingen of ontwikkelingen op je eigen wereld, dan zul je je moeten onderwerpen aan de gehele reeks van gevolgen, ook die welke je niet voorzien hebt.

Je enige andere mogelijkheid is met een volledig bewustzijn van wat je hebt gedaan – want dat hoort erbij – terugkeren naar die hogere wereld – iets wat erg moeilijk is – en dan daar een tweede oorzaak scheppen, waarvan de gevolgenreeks een deel van de gevolgen die je reeds tot stand hebt gebracht, opheft of wijzigt. Je kunt nooit de kracht terugnemen. Je kunt er alleen een tweede kracht bij scheppen. Dit betekent dat magie ook in de lichte sferen, wanneer ze bewust bedreven wordt, een grote kennis en vaardigheid plus een zeer grote zelfbeheersing vereist.

Indien wij nu echter diezelfde magie z.g. instinctief bewerken, ligt de zaak anders. In deze gevallen bereiken we ook een hogere wereld of wij ons daarvan bewust zijn of niet. Dat is van minder belang. Er ontstaan in ieder geval toestanden die onder de formuleringen als voorgaand omschreven, mystiek genoemd kunnen worden.

Wanneer de reactie hierin uitgaat van de grondwaarde van de eigen persoonlijkheid dan is elke kracht die je tot stand brengt, een weerkaatsing, een weerspiegeling van je eigen persoonlijkheid. Dan zal elke projectie van de eigen persoonlijkheid in de andere wereld voldoende zijn om werkingen te scheppen die je dan weer noodzakelijk acht. De instinctieve werkwijze heeft vele voordelen. Ze maakt een correctie aanmerkelijk eenvoudiger. Ze maakt het terugkeren tot de basiskracht zeer eenvoudig. Haar enige nadeel is dat je door deze instinctieve benadering niet in staat bent bewust de volle kracht van een sfeer te gebruiken en deze bewust te bundelen op een enkel punt of met een enkele persoonlijkheid.

Een bepaald deel van de inwijding bestaat dan ook uit de realisatie van deze moeilijkheid en het verwerven van het vermogen om scherp gerichte krachten uit een hogere sfeer te projecteren, met een volledig bewustzijn van de gevolgen die daaruit zullen voortkomen.

Die magie is overigens heel wat gemakkelijker dan men denkt. Wanneer u iets heel graag wilt en u concentreert u daar sterk op met de bedoeling dat op welke manier dan ook waar te maken, dan bedrijft u magie. Wanneer u God aanroept of iemand anders om daarmee de juistheid van iets wat u zegt b.v. te onderstrepen, dan is dit in wezen een magische handeling, omdat de erkenning van een persoonlijkheid a.h.w. garant staat voor een verklaring. Maar dat houdt wel een ding in en dat vergeten de meeste mensen. Wanneer je meineed pleegt, terwijl je je daarbij werkelijk beroept op God als getuige voor de juistheid daarvan, wanneer je dus gelooft in de waarde van die formule, dan trek je daardoor een bepaalde mate van ongeluk aan. Dan heb je een disharmonie geschapen die je zelf zult moeten verwerken. De meeste van die moeilijkheden zijn dan van psychosomatische aard. Er ontstaat een psychische gespletenheid die lichamelijke gevolgen tot stand brengt. Dat is de meest voorkomende reactie.

Nu zullen velen onder u ergens aarzelen om magie te bedrijven. Ik kan dat wel begrijpen. De meeste mensen hebben het idee: dat is verkeerd. Onthoudt u een ding: het gehele leven is in wezen magie. Je doet zoveel dingen die behoren tot magie; tot magische contacten, tot magische projecties dat het bewust gebruiken daarvan om nog eens iets extra’s tot stand te brengen m.i. alleen maar een continueren is van een normaal levensproces. Het is zeker niet verwerpelijk. Magie is niet verwerpelijk, zolang ze niet ingaat tegen de eigen waarde van de persoonlijkheid, zoals je die in je zelf voelt en erkent.

En dan komen wij vanzelf op de laatste punten. Onthoudt u het volgende:

Wanneer een mens zich het scherpste concentreert met zijn tastzin zal hij voor magie altijd methoden moeten kiezen, waarbij die tastzin gebruikt wordt.

Wanneer een mens sterk visueel is, dan zal hij visuele indrukken moeten gebruiken als basis voor zijn magisch werk.

Is hij auditief, dan zal hij klanken moeten gebruiken.

De meeste mensen hebben al die dingen wel enigszins, maar er is altijd een hoofdeigenschap. De andere is bijkomstig. Het sfeertje moet goed zijn. Maar wanneer je visueel bent, dan moet je eerst kiezen voor het visuele element en daar het andere bij aanpassen. Ben je auditief, dan gaat het omgekeerd, dan begin je met het klankelement en dan pas je daar alles bij aan.

Alle magie vraagt een gevoel van zuiverheid, van afzondering, van a.h.w. tijdelijk buiten de wereld staan. Voor sommige mensen is dat heel eenvoudig te bereiken. Ze concentreren zich en het is waar. Anderen hebben een sterk ritueel nodig voor zichzelf om een dergelijke toestand te bereiken. Onthoudt u een ding: niemand kan u zeggen wat de juiste wijze is voor u om met magie te werken. Dat kunt u alleen zelf bepalen. Maar ga uit van uw type en vooral: schroom geen moeite.

Datzelfde geldt ook voor innerlijke bereikingen trouwens. Er zijn heel veel mensen die zeggen: “Ik wil worden als Jezus” en dat is verrekt moeilijk, want ze zijn eigenlijk meer Judas. Dan kun je zeggen, wanneer ze proberen te zijn als Jezus, dat ze het nooit in zichzelf zullen bereiken. Dan is er altijd een punt, waarop je niet verder kunt. Wanneer je beseft dat je een judas bent, dan kun je het negatieve van Judas altijd wel in jezelf uitschakelen en dan kun je een bereiking in jezelf erkennen, waarbij dat hogere licht wel aanwezig is. Wanneer u gelooft in een toornige en wraakzuchtige God, dan moet u zich niet op een God van liefde beroepen. Dat is doodgewoon een beantwoorden aan jezelf. Je hebt zelf een basiswaarde. Die is in alle magie, in alle esoterie, in alle mystiek het meest belangrijke wat er bestaat. En dan zijn er nog een paar dingen die we nog moeten opmerken:

Heel veel mensen binden hun begrippen van goed en kwaad aan aardse voorstellingen. Bijvoorbeeld: zaken doen is goed. Stelen is kwaad. De Romeinen wisten het beter, die hadden één God voor de handel en voor de dieven. Het gaat er niet om of ik steel of dat ik handeldrijf; het gaat erom of hetgeen ik doe beantwoordt aan datgene wat ik in mijzelf als edel en juist kan aanvaarden. Er is geen moraal te vinden, geen moraalleer en geen moraaltheologie die u precies kan zeggen wat goed en kwaad is voor u. Maar al datgene wat voor u persoonlijk kwaad is, wat u als verwerpelijk of onjuist ervaart, dat is voor u iets wat u in hoge geestelijke bereikingen belemmert en wat u in elke positieve magische bestreving eveneens belemmert.

Een mens die een moord bedrijft en denkt daarmede goed te doen, kan met de hoogste krachten in contact komen en kan witte magie bedrijven. Maar iemand die een vlieg doodslaat, terwijl hij het gevoel heeft dat hij een leven neemt dat hij eigenlijk moest sparen, zal door die instelling alleen duistere magie kunnen bedrijven totdat hij het probleem a.h.w. overwonnen en vergeten heeft. Dat is dacht ik ook duidelijk genoeg.

En daarmede ben ik practisch aan het einde van deze les. Ik heb getracht een schema te geven. Want wanneer wij zo dadelijk de gastspreker krijgen, dan zal die ongetwijfeld allerlei denkbeelden en filosofieën naar voren brengen – ditmaal weer iemand uit het Oosten -maar wat u daarmede doet en wat het voor u betekent, zult u voor uzelf moeten uitmaken. En wanneer u nu deze grondregels kent en denkt u nu niet dat het zo eenvoudig is en dat u het wel weet, zorgt u ervoor dat u het goed weet, dan kunt u daarmede voor uzelf mystieke belevingen gaan bepalen. Maar u kunt daarmee ook het gebruik van bepaalde magische krachten voor uzelf bepalen. U hebt zelfs een paar grondregels, waardoor u in staat bent sferen te bereiken en met deze sferen te werken, iets van deze sferen te weten, ook in uw eigen wereld.

Een mens, die zijn eigen bewustzijn op dergelijke wijze kan uitbreiden, zal over het algemeen ook de hogere krachten en de hogere waarden beter begrijpen. Hij zal vele denkbeelden niet meer zien als denkbeelden per se, maar eerder als een soort routekaart, die je gebruiken moet wanneer je volgens je eigen harmonie bepaalde toestanden wilt bereiken.

Ik hoop dat we de maat van de groep redelijk juist hebben genomen. U vindt het waarschijnlijk vervelend. Er zijn mensen, die hebben gezegd: “Waarom? Ze kennen ons toch. Waarom moeten ze dat nu weer gaan proberen?” Er zijn mensen geweest die zeiden: “Die ene gastspreker was schitterend, maar die andere, nou ja…” Die hebben het over “ouwe zeur” e.d. Nou, je zal zo ’n ouwe zeur worden aan onze kant, dan ben je nog ver genoeg! We hebben uw reacties opgetekend. Velen vinden het eigenlijk te eenvoudig. Daarin vergissen ze zich, maar daar gaat het niet om. We zullen aan de hand van wat we geleerd hebben omtrent de meest reële reactie van de groep proberen deze als basis te gebruiken, zowel voor de gastsprekers als voor de lessen die u krijgt. Maar wilt u dan wel onthouden dat u die les dan een beetje moet leren. Als u het zeker weet, dat u het weet, dan is het goed. Maar als u denkt: nou ja, ik weet het wel, kijk het dan liever na. En u kunt deze gegevens ook beter voorlopig binnen bereik houden, wanneer het u ernst is met esoterische, magische en mystieke bestrevingen.

En daarmede heb ik mijn deel van de avond beëindigd. U krijgt een Oosterling als gastspreker die in zijn tijd goeroe is geweest en die door zijn geloof in de heiligheid van het leven enorm veel heeft ontdekt omtrent die eenheid van levende kracht, waar we vanavond ook een beetje van zijn uitgegaan. Ik hoop, dat het voor u stimulerend en verhelderend kan werken.

Het samen vormen van een eenheid in onderlinge afhankelijkheid

Alle kracht van de kosmos is een en dezelfde. Het is de adem van de eeuwige, waaruit wij allen zijn opgebouwd en waarin wij allen bestaan. Wie uitgaat van zichzelf vergeet altijd de verbinding die hij heeft met de totaliteit. Wie de verbinding met de totaliteit in zichzelf ervaart, vergeet zichzelf. Want wij zijn delen van een geheel en onze afzonderlijkheid is voor wat wij doen, niet voor wat wij zijn. De kracht, die in ons bestaat, lijkt ons vaak te weinig te zijn. Ook dit is begrijpelijk. Een mens die alleen zijn eigen kracht bezit, is onderhevig aan een eb en vloed als bij een oceaan. Soms is de energie hoog en lijkt het alsof hij de hele wereld kan beetpakken en zetten waar hij wil. Soms is hij zo krachteloos dat hij het gevoel heeft dat één korrel zand hem zal doen neerslaan. Maar de kracht van de totaliteit is altijd dezelfde. Dan zijn deze getijden van energie iets wat met ons persoonlijk te maken heeft, niet iets wat werkelijk is. En wanneer wij begrijpen, dat ons tekort aan krachten of ons teveel aan krachten geen werkelijkheid is, dat wij het wezen blijven dat wij zijn, deel van het geheel, dan kunnen wij ontkomen aan al deze toppen en dieptepunten, die ons in een bestaan zo vaak kwellen.

Men zegt onder mensen vaak: er is een noodlot. Wij kunnen daaraan niet ontkomen. Ik ben gebonden en zo zal het gebeuren en anders niet. Dat is waar, zolang wij onszelf zijn. Want als delen, die zich afzonderlijk beschouwen t.a.v. het geheel, zijn er de krachten van het geheel die ons altijd overheersen. Maar wanneer wij de krachten van het geheel in ons beseffen, dan zullen wij ook vanuit dit geheel zelf leven. Wij kunnen niet zijn wat wij willen. Maar wij kunnen beseffen wat wij zijn en dat is wat wij moeten zijn.

En dan vervullen wij zo een werkelijkheid, die onontkoombaar is, maar nu in aanvaarding en erkenning en in vreugde.

De gehele wereld is opgebouwd uit voorstellingen, waarvan maar een klein deel de werkelijkheid benadert. Wanneer wij filosoferen over het goede, wanneer wij mediteren over de mens, over de goedheid, dan is dat altijd weer voor een goed deel illusie. Want wij kennen de werkelijkheid niet en tussen wat wij werkelijk noemen en de krachten die rond ons bestaan, is altijd een gaping groter dan een onoverbrugbaar ravijn. Toch kunnen wij soms zelf groeien.

Laat mij het zo zeggen: Een barst in de verschroeide aarde is voor de mier een onoverbrugbare kloof. Voor de mens die groot is, is het niets. Ten hoogste een lijntje dat zich op de grond manifesteert. Zo is het met ons wanneer wij onze werkelijkheid beseffen. Hij, die zich los kan maken van veel van de begoocheling rond hem, die zich één kan gevoelen met de kracht die de werkelijkheid is, hij voelt zich groot. Niet omdat hij denkt dat hij meer is dan anderen, maar omdat hij de beperktheid van het andere ziet. En dat betekent dat onoverkomelijke kloven van eens schrompelen tot kleine haarscheuren in een droge aardkorst, waarover je wegschrijdt zonder zelfs maar te denken aan de moeilijkheden waarover je loopt. De kunst van het leven is dit kennen van de oerkracht.

Wanneer ik in mijzelf probeer die oerkracht te manifesteren, hoe dan ook, dan moet ik altijd eerst vergeten dat ik “ik” ben. Ik heb een heilige gekend, althans men noemde hem heilig, die altijd zei: “Ik ben meer dan jullie”. En hij was in vele opzichten de meerdere. Maar wanneer het aankwam op de werkelijkheid en om de krachten die hij moest manifesteren, was hij de mindere van velen. Want hij had niet zichzelf gezien als deel van het geheel, hij zag zichzelf staan boven het geheel. Ik heb een geleerde gekend, die zei: “Mijn kennis is groter dan die van alle anderen”. Maar hij vergat een ding. Er was zoveel dat hij niet wist. Deze man die kon debatteren over de geschriften der ouden, dagenlang zonder zich ooit in een citaat te vergissen, wist niet hoe hij kippen moest voeren. En toch waren eieren een deel van de spijzen, die hij regelmatig tot zich nam. Zo moeten wij onszelf zien.

Wij proberen altijd te vertellen: Ik wil dit zijn, ik wil dat zijn, ik wil groot zijn, ik heb artistieke gaven, etc. En dan proberen wij onszelf te onderscheiden van anderen. Maar is dat nodig? Kunnen wij niet volstaan met deel te zijn van een geheel en uit onszelf te manifesteren wat in dat geheel op een gegeven ogenblik noodzakelijk is? Dat is de werkelijke waarde van leven. Maar het is ook de werkelijke waarde van geestelijk bestaan.

Ieder van u zal in het verleden in sferen geleefd hebben. En ieder van u zal, wanneer de tijden komen, wederom in de sferen leven. Maar leven in de sferen betekent leven in een andere wereld. De wereld lijkt anders, maar ze blijft dezelfde. De vormen die in een sfeer bestaan, zijn niets anders dan afleidingen van vormen die in de stof bestaan. De werkelijkheden die in een hoge sfeer klinken als trillingen en gedachten, zijn niets anders dan een uitbreiding van de beelden die bij de mens bestaan.

Zeker, in een mens is een dergelijke gedachte misschien nog een zaad. Onontwikkeld, in zich het totaal dragend, maar het nog niet uitbouwend. Terwijl het in de geest tot rijping en vruchtbaarheid kan komen. Maar in principe is het aanwezig.

Je kunt niet zeggen: “Een geest is meer dan een mens”. Je kunt alleen zeggen: “Het besef van een geest is op een andere wijze ontwikkeld dan van een mens.” En dat is nodig, omdat geest en mens tezamen deel zijn van een geheel. Het wonderlijke hierbij is dat al die werelden verbonden worden door onze persoonlijkheid.

Het rad van de werkelijkheid wentelt voort. Wij leven in sferen, die wij hel noemen of hemel. Wij stijgen tot de bron van het onbekende of we worden gedompeld in een duisternis van chaos, waarin wij niets kennen. Maar wij blijven wezen, bewustzijn. Denken, kracht, dat gaat niet teloor. Dan zijn wij de verbinding tussen vele vormen. Tussen vele toestanden van bestaan. Dan zijn wij deel van de werkelijkheid.

Want al wat vergankelijk is, is niet werkelijk. Het is onze onvergankelijkheid, die ons verheft tot werkelijkheid. Dan moeten wij ons ook op die werkelijkheid baseren. Wij moeten niet uitgaan van de wereld waarin wij leven. Wij moeten ons niet beroepen op de schijngestalten die in de een of andere sfeer ons tijdelijk schijnen te domineren. Wij moeten uitgaan van eeuwigheid die wij zelf zijn, de tijdloosheid die wij zijn.

Wanneer men zegt: “Hebt mededogen”, dan betekent dit niet alleen maar: zie medelijdend neer op je naaste en voel met hem mee. Dan betekent het: besef dat al wat lijden heet, deel is van jouw persoonlijkheid. Wanneer men tot u zegt als bij de christenen: “Hebt uw naaste lief”, dan betekent dat helemaal niet, dat je alles moet doen voor je naaste en niets voor jezelf. Maar het betekent dat je moet begrijpen dat niets wat je voor een ander doet, niet voor jezelf is gedaan. En dat alles wat je een ander aandoet, jezelf hebt aangedaan. Je kunt de eenheid, die de enige werkelijkheid is, niet verbreken.

Mijn stoffelijke dagen heb ik met vele leerlingen gemediteerd. Ik heb getracht hen duidelijk te maken wat werkelijkheid is. Ik had een leerling die bij mij kwam en tot mij zei: “Meester, ik ben gekomen om bij u te leren en ge zet mij aan het aanvegen van de verblijven, ge laat mij bedelen om eten. Leer ik dan zo iets?” Toen heb ik hem gezegd: “Gij doet wat ik anders zou moeten doen. Zolang gij dat doet wat ik zou moeten doen, zijn wij één. Zo deelt gij met wat ge doet in wat ik ben. En deel ik in wat gij doet, in wat gij zijt. Zolang wij deze eenheid beseffen, zult ge meer leren dan ik u zou kunnen leren, wanneer ge een hele dag aan mijn voeten zat.” Hij dacht dat het gemakkelijk was. En een goed leraar moet duidelijk maken wat werkelijkheid is. Daarom heb ik hem enkele dagen geobserveerd en toen heb ik hem gezegd: “Ziet, hier zit ik en mediteer met de anderen. Zet u neer en mediteer.” En ik heb de bezem genomen en ik heb geveegd. Ik heb de nap genomen en ben uitgegaan om voedsel te halen. Toen ik terugkwam heb ik hem gevraagd: “Heer”- want ik heb hem aangesproken als meester – “mag ik nu uw gedachten delen?” Hij zei: “Leermeester, neem mij niet kwalijk, maar ik heb geen gedachten.” Toen heb ik hem gezegd: “Laat mij dan denken en veegt gij.”

In de wereld is de verdeling precies dezelfde. Sommigen van ons zijn de denkers. Anderen zijn degenen, die moeten doen. Sommigen van ons zijn degenen die de krachten moeten uitdelen aan anderen. Sommigen onder ons zijn er om te ontvangen van anderen. Ieder heeft zijn taak. Iedereen heeft zijn betekenis. Maar wij kunnen nooit iets zijn zonder elkaar. Ik, als leermeester, had zonder leerling niet zo goed kunnen mediteren. Maar mijn leerling was zich niet zozeer bewust geworden van de krachten die in ons allen schuilen – ook in hem – wanneer hij niet gediend had als mijn handen en voeten.

Er zijn er bij u die zeggen: “Ik moet zoveel doen. Waarom doet een ander niets?” Maar door wat je doet, heb je deel aan wat leeft in de ander. En de ander heeft deel aan jou door wat je doet. Omdat je samen iets bent. Je kunt rijk en edelmoedig zijn, maar als er geen bedelaar is, hoe kun je dan edelmoedig zijn? De bedelaar is net zo belangrijk als de rijke, want samen scheppen zij edelmoedigheid. Er zijn zieken en gezonden. Maar hoe kan de gezonde zijn taak van medemenselijkheid vervullen, wanneer er geen zieke is die hij dienen kan?

Er zijn vorsten die bevelen en er zijn onderdanen die gehoorzamen. En de onderdanen zeggen: “Ik doe slechts wat mij bevolen wordt.” En de vorst zegt: “Ik doe slechts wat goed is voor mijn volk.” Maar als zij eens beseften dat wat wij moeten doen dat tezamen voor ons aanvaardbaar moet zijn, dan zouden er ook vorsten en onderdanen zijn. Maar de onderdaan zou zich één weten met de vorst. Hij zou niet de wil van de vorst vervullen, maar de vorst zou in zichzelf de edelsteen dragen, geboren uit het handelen van zijn onderdanen. En de onderdanen zouden met hun handelen het licht zijn dat voor hen straalt uit de vorst.

Dat zijn de dingen die mij in het leven altijd beroerd hebben. En die mij nog steeds blijven boeien. Ik zit hier en ik spreek tot u. Maar als uw gedachten niet antwoorden op mijn spreken, wat ben ik dan? Een leegte. Een echo zonder persoonlijkheid. Maar zo ge toehoort, spreek ik. Wij samen zijn wat gezegd wordt. Wij zijn het begrip, wij zijn de sfeer. Wij zijn het geheel dat bestaan kan. Omdat wij elkaar nodig hebben. En altijd heb ik getracht, reeds op aarde, om mijn leerlingen op deze onderlinge afhankelijkheid af te stemmen.

Er zijn mensen geweest die zeiden: “Meester, kom snel en bevrijd mij, ik word door demonen achtervolgd.” Ik heb hen gezegd: “Mijn waarde, indien gij niet zoudt wegvluchten, dan zouden de demonen u niet achtervolgen.” Zij zeiden mij: “Maar dan zullen ze mij verslinden.” “Verslinden kunnen ze u slechts, wanneer ze u erkennen. Erkennen kunnen ze u slechts, wanneer ge wegloopt. Vlucht daarom niet voor uw demonen, want de demonen zullen u niet opeten. Gij zult leven in verschillende werelden en ge hebt een functie. Maar voor de demon is hij die vreest, noodzakelijk, want hij voedt zich door de vrees van degenen die voor hem vluchten. Zo voedt gij uw demonen door te vluchten. En ge zult ze sterk en machtig maken over u. En voedt u ze niet en vreest ge ze niet, dan zullen ze langzaam maar zeker verschrompelen, tot zij alleen nog een antwoord kunnen geven op wat gij zijt. En dan zijn het geen demonen, dan zijn het dienende geesten.”

Zo is het met u. U leeft in uw wereld en ge doet een beroep op de geest. Maar u bent ook nodig voor die geest. Wanneer die geest iets wil doen, dan heeft hij iemand nodig die hulp aanvaardt. U behoeft niet dankbaar te zijn voor de hulp, u moet ze aanvaarden. Maar omgekeerd heeft de geest uw erkenning nodig. Zonder uw erkenning kan hij niet manifesteren. Dan is wat ge doet tezamen volbracht. Ge kunt niet zeggen: “De geest heeft gefaald.” U moet zeggen: “De geest en ik, wij hebben gefaald.” U kunt niet zeggen: “De geest heeft mij geholpen.” U moet zeggen: “De geest en ik, wij hebben een harmonie gevonden.”

Dat is dan wat men noemt magie. Magie is niets anders dan de illusie van mensen die wat natuurwetenschap mengen met veel bijgeloof. En zo hun eigen demonen scheppen die zij vrezen, waarvoor ze wegvluchten totdat de demonen machtiger zijn dan zijzelf. De ware magiër is niet degene die demonen schept. De ware magiër is degene die beseft dat de eenheid de werkelijke en bewegende kracht is en die die eenheid aanvaardt, opdat tot stand komt wat noodzakelijk is.

Wanneer ik u hier zie zitten, dan vraag ik mij af hoe vaak ge niet gezegd zult hebben tegen uzelf of tegen de wereld: “Ach, ik ben ook maar een mens. Ik ben machteloos. “Bent u dat? Bent u misschien machteloos, omdat u niet beseft wat u met anderen verbindt? Want anders zou u zich niet machteloos voelen. Maar als u zich machteloos gevoelt, bent u machteloos. Hoe vaak hebt u niet gezegd: “Het is allemaal mooi. Die goede geesten die ons allemaal lessen brengen. Maar waar blijf ik, waar ben ik? Hoe zal het mij later gaan?” U moet niet vragen: “Hoe zal het mij later gaan of waar brengen die geesten ons?” U moet zeggen: “Wij zijn één.” Wanneer je brood weegt gebruik je een stokje dat opgehangen is. Hier leg je de steen, daar het brood. Je weet wat voor een gewicht dat is. De steen is net zo nodig als het brood, anders is de weegschaal nutteloos. Maar als wij willen wegen, zijn beide polen noodzakelijk. Er moeten twee kanten aan die balans zitten, anders kan hij niet wegen. Hoe klein de ene kant is, hoe groot die is. Dat is belangrijk. Beide zijn noodzakelijk. En daarom zijn beide zijden even belangrijk.

Begrijpt u dat dit overal is? Ik heb kort geleden gesproken met een christen. En hij zei tot mij: “Maar God heeft ons geschapen”. Toen heb ik hem gezegd: “Als God ons schept, doet hij dit omdat hij ons nodig heeft. Wij zijn dus even belangrijk als God. Wanneer wij dit aanvaarden, dan kunnen wij God aanvaarden. Want wij moeten durven zien wat Hij is.” Toen hebben ze mij gezegd: “Dat is ketterij en uit de duivel. Het is vermetel,” hebben ze mij gezegd: “om je zo op te stellen, dat je denkt dat de schepping evenveel waard is als de Schepper.” Toen heb ik gezegd, dat de schepping niet zonder de Schepper zou bestaan, maar dat de Schepper geen schepper zou zijn zonder de schepping. Zodat ze in deze functie gelijkwaardig zijn. En toen begon er een te mompelen: “Satan, Satan.” En hij vreesde mij en ik had macht over hem. Ik heb die macht niet gebruikt, want ik ben geen demon. Maar als ik hem had beantwoord zoals hij was, was ik demon geworden. Maar ik was alleen maar deel van het geheel.

Daar ligt nu de grote moeilijkheid altijd weer. Het is zo moeilijk te begrijpen, dat alle dingen een geheel vormen. Dat niets afzonderlijk belangrijk is. Dat alles alleen in relatie belangrijk is. Het is ontzettend moeilijk te begrijpen voor een mens dat alles wat er in hem afspeelt, gelijk is aan wat er zich buiten hem afspeelt. Ook al ziet hij dat niet zo. Want wat in je is, is van invloed op wat buiten je is of je het toegeeft of niet. Anders zou het niet in je kunnen bestaan. En omgekeerd: wat buiten je is, vormt je innerlijk. Want anders zou jij niet kunnen bestaan.

Alle waarden zijn met elkaar vervlochten. Er is een kracht. Maar wanneer er een kracht is, waarvan wij allen deel zijn, waar is dan de dwaas die zegt: “Ik ben machteloos?” Indien ge werkelijk leven wilt, zo zult ge leven, want ge zijt deel van de levenskracht in vele vormen. Wanneer ge maar weet wat die kracht is en dat ge deel zijt van die kracht. Aan de andere kant, wanneer je weet wat leven is, wat levenskracht is, waarom zou je willen leven in beperkingen, als je deel kunt zijn van de totaliteit? Dat is het probleem van een mens.

De mens die denkt, wil niet deel zijn van een geheel. Hij wil iets anders zijn dan het geheel. Het geheel is het water, waarin wij als een vis rondzwemmen. Haal de vis uit het water, verhef hem tot de bergtop en hij stikt. Neem een mens uit de totaliteit waartoe hij behoort, uit de kracht waartoe hij behoord, probeer hem apart te leggen en hij vergaat. Wat overblijft is een kreet van pijn, die terugvlucht naar het water. Dat is de werkelijkheid. Maar als u zegt: ik ben krachteloos, laat u dragen door de stroming van de oceaan. Ge hebt geen kracht nodig, hij draagt u wel. Wanneer ge meent, dat ge als mens krachteloos, moedeloos en nutteloos bent, dan moet u niet zeggen: “Ach lieve geestjes, help mij”. Dan moet u gewoon zeggen: “Ik ben deel van het geheel; laat de kracht van het geheel het nu maar zijn; ik ben er niet; laat het geheel het doen.” En ge zult zien dat ge de kracht hebt en het vermogen. En ge hebt veel minder angst die voortkwam uit uw geïsoleerd zijn van het geheel.

Er zijn altijd weer problemen. Wij denken samen en begrijpen wij elkaar? De woorden die ik spreek zult ge deels begrijpen, deels niet begrijpen. Maar wat ik ben, kunt ge dat zien als deel van uzelf? Als u dat doet behoeft u mij niet te begrijpen, want dan is alles wat ik uitdruk in u als bewustzijn aanwezig. Anders zou u niet eens horen. Waarom dan spreken? Alleen maar om even duidelijk te maken dat wij een zijn en meer niet? Dat is het enige, waarvoor ik hier kom.

Vroeger had ik een eigen lichaam; heel wat slanker dan dit. Ik had andere kleding. Ik zat heel anders. Ik laat dit lichaam zitten zoals het graag zit. Waarom zou het lichaam niet zitten zoals het zitten wil? Ben ik anders omdat het lichaam anders zit? Was ik toen een ander? Zolang ik naar de buitenkant kijk, ja. Maar de gedachte, de kracht is dezelfde. De geest van het medium is weg. Nu ja, weg…

Het bewustzijn van het medium is niet geconcentreerd op zijn lichaam. En ik concentreer mij op dat lichaam en ik spreek. Is het medium nu ergens anders of ben ik hier? Het medium is net zo goed hier als ik elders ben. Ons bewustzijn is wat anders gericht. Maar wij zijn eigenlijk een en dezelfde, één en dezelfde kracht, één en dezelfde persoon. Waarom zouden wij dan ontkennen? Waarom zouden wij proberen een scheidslijn te trekken tussen mensen en mensen, verschijnselen en verschijnselen? Wij moeten leven in de verschijnselen. Wij moeten leven met de mensen, dat is waar. Maar wanneer wij daarachter de eenheid voortdurend in onszelf oproepen, beseffen en erkennen, dan zullen wij daardoor weten waarom onze uiterlijkheid zo moet zijn en niet anders. Waarom een gebeuren zo verloopt en niet anders. Dan zullen wij weten, wat van ons willen en streven illusie is. En wat werkelijk is.

Indien u zich dat allemaal realiseert, dan begint u met het grote begin. Eén zijn alle dingen. De eenheid die zich uit in verscheidenheid en toch één en dezelfde kracht is. Alle krachten vloeien samen in mij, maar net zo goed in u. Want de scheiding die uiterlijk bestaat, is geen werkelijkheid. Dan is onze uiterlijkheid onbelangrijk. Dan is het alleen belangrijk dat onze uiterlijkheid beantwoordt aan wat wij moeten zijn in de harmonie van het geheel. Laten we dan onze gedachten laten gaan naar het geheel en wij zullen God kennen. En onze gedachten gaan naar het geheel en wij zullen alle schijn van tegenstelling versmelten tot een werkelijkheid die leeft en waarvan wij deel zijn.

Er is voor ons geen noodzaak om bang te zijn of ons te verheugen. Er is geen noodzaak om te begeren of te verwerpen. Deze dingen zijn bijkomstig. Ze zijn functie. Maar achter de functie staat het ego. Het ego dat één is met alle kracht. En dat de verschijnselen aanvaardt en duldt zonder er daardoor meester over te worden.

Indien ik deze les, deze gedachte die wij hopelijk delen, mag afronden, zou ik willen zeggen: Achter de uiterlijkheid moet besef van eenheid voortdurend bestaan. Dan is het uiterlijke onbelangrijk. En door zijn onbelangrijkheid kan het in het geheel zijn juiste functie vervullen. Wij leven licht. Het licht leeft ons. Eén zijnde met het licht is het leven slechts de uitdrukking van het eeuwige. Druk dan het eeuwige uit, maar vergeet niet dat je het eeuwige bent. Als je weet, dat je het bent, dan kun je alle uitingen samen begrijpen, verdragen, je rol spelen en toch de vrede kennen die de hoofdeigenschap is van de kracht, waaruit wij allen zijn opgebouwd.