Overgang, een verbetering?

image_pdf

10 juni 1968

Aan het begin van deze bijeenkomst zou ik er graag eerst er uw aandacht op willen vestigen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Dat betekent dat, hetgeen u hier wordt voorgelegd, geen criterium is, geen geloofspunt, maar alleen iets, dat ter discussie wordt gesteld. Iets waarover u na kunt denken, waar u zelf conclusies aan kunt verbinden en waarvan we alleen maar hopen, dat u er eens over nadenkt, voor uzelf misschien nieuwe mogelijkheden vindt voor het geestelijk leven en voor de stoffelijke praktijk. Het onderwerp is u bekend, dat is dus: Overgang, een verbetering?

Een titel die schijnbaar een paradox is.
Wanneer we spreken over overgang, dan is dat eigenlijk sterven, dus doodgaan, men gebruikt die overgang als aanduiding hier, omdat je nu eenmaal als je dood gaat op aarde, niet eenvoudig doodgaat, maar dat je overgaat naar een andere vorm van bestaan.

Nu zullen heel veel mensen altijd voor zich weer geconfronteerd worden met de vraag: ja, wanneer er nu een voortbestaan is, wat kan dat dan zijn? Net zoiets als een aanbieding van een onbekend reisbureau, het klinkt allemaal reuze interessant, maar je vraagt je af wat er van al die hemels, Zomerland etc. wel terecht zal komen.

En daarover willen wij nu vanavond een beetje praten en proberen duidelijk te maken wat eigenlijk in de eerste plaats de overgang betekent, voor zover u het niet weet. Maar in de tweede plaats zal het gaan over: Wat is er nou waar van wat je allemaal zo hoort over dat hiernamaals en hoe zit dat nu eigenlijk in elkaar, wat is daarmee aan de hand?

In de eerste plaats dan de overgang zelf.
Sterven is afscheid nemen. Maar het is een afscheid nemen dat onder veel verschillende omstandigheden plaats kan vinden. Het meest eenvoudige is natuurlijk, wanneer je gewoon inslaapt. Dan krijg je ook, soms een langdurig ziekbed, dat de zintuigen langzaam maar zeker inslapen, dat zij al afscheid nemen. Je ziet haast niet meer, je voelt haast niet meer, de kou komt naar boven toe en ondertussen is het net of de andere organen op een of ander manier gaan werken en of je op een andere manier de wereld gaat zien.

Dat is meest geleidelijke vorm van overgang en juist daarbij kennen we de enorme schrikreactie, de angst voor de dood, de mensen die dan in een laatste verweer ineens, terwijl ze niet meer horen of zien, beginnen te vloeken en te schelden. En daartegenover de mensen die denken dat ze muziek horen, of die – en dat is meestal wel een feit ook – constateren dat degenen die voor hen zijn gestorven ineens aanwezig zijn, die er zich prettig bij voelen.

Die kwestie van dat sterven, ach, het is allemaal geloof. En nu moeten we één ding goed begrijpen, ik heb al gezegd: Het is geen evangelium, alles wat ik u vertel daar moet u zelf over nadenken. Je kunt er maar zo weinig van controleren, je kunt eraan geloven, maar dat is geen bewijs. Wanneer ik u dit zeg, dan is dit alleen iets wat ik zeg en met mij velen. De  waarschijnlijkheid en de logica ervan zal ik proberen zoveel mogelijk aan te tonen.

Goed, je gaat dus langzaam over en je wordt je bewust dat er iets meer is.
Je gaat plotseling over. Wat is nu het eigenaardige verschijnsel? Wanneer die overgang heel plotseling komt, kan de overgegane het begrip ‘sterven’ eigenlijk niet accepteren. Je hebt de idee dat je nog voortbestaat zoals je geweest bent. Het resultaat is dan heel vaak: de dolende, degene die zoekt naar de wereld die hij verloren heeft en die alles wat uit een andere wereld komt als een soort droom, als een spookbeeld afwijst. In dergelijke gevallen zal ook heel vaak de emotionele toestand een rol spelen. En die emotie, dat kunt u ook wel weer begrijpen, is iets wat een stempel legt op je bestaan.

U weet, een mens die een heel felle emotie heeft doorgemaakt, daar zestig tot zeventig jaar lang in zijn heel leven door beïnvloed kan worden. Dan zult u ook wel begrijpen dat een sterke emotie kort voor of tijdens de overgang toch wel eens een stempel zou kunnen drukken op alle ervaringen, op alle gevoelsmatige reacties die dan, na de dood, mogelijk zijn.

Hoe kunnen we overgang het beste definiëren?
Ik geloof dat de meest juiste omschrijving ervoor is: het afnemen van de mogelijkheden in de materie, gepaard gaande met een bestaansbesef in een wereld die men nog niet kan omschrijven.
Het laatste is het belangrijkste. Je wordt wakker in een wereld die je niet omschrijven kunt. Je probeert het wél, maar het is net zo moeilijk om de wereld te omschrijven waar je in terecht komt – in de termen van de wereld waar je vandaan komt – als het voor u waarschijnlijk moeilijk is om ‘Alice in Wonderland’ te zien als een mathematische weergave van een schaakspel wat er uiteindelijk toch wel in verwerkt zit!

Zo staan de zaken er dus voor. Is nu die overgang altijd een verbetering?

Wanneer we uitgaan van de materiële maatstaven geloof ik dat ik rustig “nee” mag zeggen.
Het is lang niet altijd kwestie van: nou ben ik ineens gelukkig, nou ben ik overal vanaf. Mensen hebben altijd het idee dat wanneer je dood gaat – ze geloven dan wel dat er een hiernamaals is – dan wiek ik opwaarts en al wiekend met stralenkrans laat ik de rest benedenwaarts en ik zal wel kijken waar ik kom, kan me niet schelen waar…!

Maar een mens heeft, en dat is eigenlijk psychologie (misschien heeft u die term gehoord) “real cybernetica”. Een nieuw modebegrip uit Amerika. Daarmee zeggen ze dus: De mens heeft een voorstelling van zichzelf en die voorstelling die hij van zichzelf maakt, bepaalt eigenlijk dwangmatig zijn reactie op de wereld.

Dit is voor een deel – niet helemaal – maar voor een deel zeker waar. Als u een voorstelling hebt van uzelf, dan is die voorstelling niet materieel, integendeel, er zijn heel veel voorstellingen van het ‘ik’ bij de mensen die met de materiële werkelijkheid maar heel weinig te maken hebben zelfs. Dat beeld is het waarin je na die overgang eerst leeft, want wat overgaat is geen lichaam, het is niet het binnentreden in een stoffelijke wereld, het is een begrip en besef van ‘dit ben ik’. Wanneer je nu het gevoel hebt dat je enorm slecht bent, dan is het natuurlijk logisch dat je jezelf ziet als slecht. Alleen, nu vallen de remmen weg.

In uw eigen wereld heeft u een voorstelling, maar u denkt misschien dat u mooi bent en een ander zegt: “Wat ben jij mooi lelijk” en dat geeft dan een schok. Als je misschien denkt dat je erg charmant bent en de een of ander zegt: “Ach, stel je toch niet zo aan”, kijk, dan houdt die wereld je een beetje in toom. Maar die wereld valt weg. Wat je denkt te zijn, bén je. En nu de grote moeilijkheid.

Nu moet je dus mentaal waar maken dat je bent wat je wilt zijn. Dat kun je niet, omdat je al die stoffelijke remmen en hatelijkheden en weet ik wat nog meer ook allemaal in je draagt, dat is óók een deel van je bewustzijn. Het resultaat is dat men – niet ten onrechte – kan zeggen: Wanneer je overgaat kom je aan de andere kant aan zoals je geweest bent in je eigen ogen. Dit zeggen ze er meestal niet bij, maar het is waar, in je eigen ogen. Dat zou voor menigeen een verbetering kunnen zijn wanneer het alleen ging om dat beeld dat je naar buiten toe hebt. De meeste mensen etaleren zichzelf ongeveer als de slechte groenteboer, een slof met aardbeien. Wat bovenop ligt is allemaal mooi, daaronder ligt wat rot, nat en moes is.

Omdat wij dus weten wat er in ons is en dat nu niet meer kunnen onderdrukken – want er is geen wereld om het voor te onderdrukken, we staan met onszelf alleen – moeten wij nu accepteren wat we zijn, dat is de grote moeilijkheid.
De soortgelijke dingen uitproberen die men op aarde heeft gedaan. Ik weet niet of u wel eens gehoord heeft van die stilteproef. Dat is heel eenvoudig. Je sluit iemand op in een volkomen geluiddicht vertrek, dat is zo ingericht dat de mens zelf haast geen geluid kan maken. Alles wordt gedempt. Het eigenaardige is, dat men na ongeveer vierentwintig uur vertoeven hierin en soms al eerder – het lijkt meestal wel een week – allerlei hallucinaties krijgt. Wat is nu het vreemde?
Mensen die innerlijk rustig zijn kunnen daar een week tegen, die komen er uit en zijn veranderd, ze hebben een ander beeld gekregen van de wereld en van zichzelf, maar ze kunnen het niet uitdrukken.

Degenen echter die ergens in zichzelf vreemd en onzeker zijn, die worden met de waarheid van hun eigen wezen geconfronteerd. Eerst horen ze stemmen, dan zien ze gestalten en gedaanten, op een gegeven ogenblik realiseren ze zich: “hé, dat ben ik”. Degenen die dat niet kunnen aanvaarden worden er gek van. Dat is bewezen. Nu moet u dit denken: zonder die stilte staat u verder onder precies dezelfde omstandigheden na de overgang.

Wat bent u? Kunt u accepteren wat u bent? Zolang u niet bang bent om toe te geven hóé u bent, met alle rottigheid en ook alle goede kanten, met alle maniertjes waarmee u allerhande dingen heeft willen verdoezelen, precies zoals u bent… dan is inderdaad de overgang een verbetering. Dat is ook logisch, hoe vaak hebt u zich in de maatschappij niet ergens benauwd gevoeld alsof u in een korset zat dat te zwaar was aangehaald.
Heel begrijpelijk, want u kunt niet zoals u wilt, u moet heel vriendelijk knikken tegen iemand die u eigenlijk een optater zou willen geven. En u moet uw neus ophalen, trots voorbijlopen aan iets, waar u zo graag eens naar zou willen kijken.

Als u zich dat nu even realiseert: je bent weg van die maatschappij, je kan na de overgang jezelf zijn als je jezelf maar wilt aanvaarden. Ik spreek u nu niet van een hemel, of van Zomerland, al zal ik daar ook nog wel iets over zeggen. Ik heb op ogenblik voor ogen deze toestand:
Alles wat er in mij leeft en wat ik durf accepteren als deel van mijzelf, dat kan ik waarmaken. Ik kan zien wat het betekent. Het gekke is, wanneer ik dan niet meer met allerhande verdrukkingen en verschuivingen van het bewustzijn te maken heb, met allerhande complexen die voortkomen uit de rauwe maatschappijmens, met allerhande contactmoeilijkheden omdat je toch niet precies kunt zeggen wat je denkt… dan ben je vrij, dat is een verbetering. En dan moet u nog niet denken dat u opeens in een lichtende wereld zit, dat u halleluja mag zingen – met het harpje misschien – dat u heerlijk mag wandelen in de hemelse tuinen dan wel rustig en overtuigend wachten in de lotusvijvers……

Dát heeft er niets mee te maken. Dat zijn beelden.

U bent vrij en omdat u vrij bent uzelf te zijn, kunt u gaan zien wat uzelf betekent.

Dat is de grote moeilijkheid bij de mensen. De mens durft niet toe te geven wat hij betekent, wat hij werkelijk is. Nu keert het om, er is niets wat je daarin belet, je bent jezelf, je aanvaardt jezelf. En doordat de druk wegvalt komen de herinneringen op. Dan ga je begrijpen dat je toch verwond bent geweest door dit en door dat… Mensen, omgevingen, herinneringen die eigenlijk kleine incidenten waren in je leven, waar je misschien niet eens over hebt willen spreken, die komen weer oprijzen en die worden werkelijkheid. Een soort museum van je leven waar je doorheen kunt gaan. U weet, de Egyptenaren spraken al van de hallen der herinnering en ik geloof dat het wel ongeveer zo omschreven kan worden. En dit is een vreugdige erkenning. Je gaat zien hoeveel meer je eigenlijk in het leven waard bent geweest dan je dacht in sommige opzichten. En je ziet aan de andere kant hoe gek je je hebt aangesteld in veel gevallen. Je gaat zien wat in de wereld van werkelijk belang was en wat niet.

En daardoor kun je zeggen, nu moet ik iets gaan doen. Het is vreemd, een mens houdt van dolce far niente, het heerlijk zalig niets, maar als het te lang duurt, dan wordt hij korzelig want hij wil wat te doen hebben. Een mens moet ergens iets hebben wat zijn leven vult. En dat geldt ook voor de geest. Dan ga je dus streven, omdat je jezelf aanvaardt, omdat je weet wat je bent, wat je kunt. Je streeft als het ware naar datgene wat bij je wezen past. Een harmonische uiting zoals dat heet.

En dan wordt de zaak veel eenvoudiger. Doordat ik streef op een bepaalde wijze, een harmonische manier, zal ik, wanneer ik met anderen in contact kom automatisch contacten zoeken met degenen die ongeveer gelijk zijn met mij. Het is dus niet zo dat, als u van beat dansen houdt, u bij een square groepje terechtkomt. Houdt u van square dance, dan vindt u de square dansers, dan gaat u automatisch selecteren en gaat u daarmee samenwerken. Houdt u van wat anders, mijnentwege de wals of de tango, u komt er terecht. En met die anderen samen gaat u dan uzelf waarmaken in uw sfeer, maar heel waarschijnlijk ook naar een andere sfeer toe, naar beneden. U zult bovendien – en dat is ook typerend – de herinneringen van uw leven weten terug te brengen tot iets waar u mee leven en werken kunt. En dat betekent in heel veel gevallen dat u met de wereld verbonden bent. Vrienden en bekenden die u hebt gehad en die voor u betekenis hadden, spelen nog een rol in je leven en je denken.

Dus kun je op een gegeven ogenblik zoeken naar een contact daarmee. Anderen, die dergelijke contacten helpen bevorderen zijn dan ook meteen weer binnen bereik. Het sluit in elkaar als een soort Chinese puzzel. Het ene stukje past in het andere. Het geheel is afgerond en harmonisch en de meest grillige dingen van het ego blijken in de totaliteit in te passen zodat je kunt zeggen: “Hier ben ik gelukkig”. Dat is dus de verbetering.

Nu zijn er een hele hoop instellingen waar men (u moet mij niet kwalijk nemen als u dat al vaak gehoord hebt, maar juist in dit onderwerp moet je dit een keer zeggen) uitgaat van het standpunt: als je niet uitverkoren bent dan kom je in de hel. Nu ja, ik vind dat een beetje raar natuurlijk.
In de eerste plaats maakt men dan op aarde uit wie God uitverkoren heeft, dat vind ik al zo’n gekke geschiedenis… en bovendien maken ze uit hoe de hel is. Een vriend van mij heeft eens een keer gezegd: “Ik heb veel dominees gekend, de meesten preekten over de hel zeer overtuigend, over de hemel waren ze altijd vaag.” Ik kan wel zien waar ze vandaan komen! Dit is natuurlijk een hatelijkheid, dat weet ik wel, maar het typeert. De mens houdt zich bezig met de pijniging en de kwelling van de hel en al wat daarbij hoort. Ach mensen, het kan al een hel zijn op aarde; die maak je voor jezelf. Die kun je in de geest ook voor jezelf maken. Wanneer je bang bent om toe te geven wat je bent, wanneer je met niemand in contact durft komen omdat je bang bent dat ze zullen ontdekken dat je eigenlijk maar een stuk onbenul bent geweest of een sloerie, noem maar wat op, durf je geen contact aan en je hebt contact nodig!
En nu krijgen we dus wat ik straks noemde: het stille kamereffect. Ik wil en ik kan niet meer, ik word geconfronteerd met mijzelf en ik durf niet uit mijzelf te breken. Ik isoleer mijzelf als duistere wereld en dan kom ik met anderen in contact die hetzelfde probleem hebben en dan bedriegen we elkaar en we weten van elkaar dat we elkaar bedriegen.
Het feit dat we het weten van elkaar maakt het al tot een kwelling om contact op te nemen. Duistere sfeer…… . Nu is natuurlijk de vraag: kun je een verbetering bereiken terwijl je op aarde bent voor die situatie die dan na de dood zal moeten komen?

Dat is eigenlijk heel gek hé. De meeste mensen zijn wel bereid om een entreekaartje te kopen voor de hemel. Soms zonder dat ze zeker zijn dat het geregeld kan worden zelfs. Maar als het erom gaat om jezelf te veranderen dan beginnen ze altijd van: “Ja maar, je wéét het niet”. Of ze komen met een filosofisch systeem, mooi opgebouwd in allerhande trapjes en met mooie versierseltjes, zuiltjes en al zulk soort dingen meer. Ik neem het ze niet kwalijk, maar door de symboliek zien ze de werkelijkheid niet meer. Zo is het in de meeste gevallen helaas.

Wat kun je doen om dus die toestand nu te scheppen waardoor je later beter kunt zijn?
Punt 1. Wat is in mijn leven belangrijk? Wat de wereld van mij denkt of wat ik van mijzelf denk? Máár….. eerlijk!

Dus… 1e fase, een verbetering die in het hiernamaals door bestaat: weiger jezelf te bedriegen.

Als je gemeen bent tegenover een ander, zeg dan niet dat je dit voor zijn welzijn doet of dat een ander anders nog wel eens gemener zou kunnen zijn, of omdat het nodig is de arme dwazen te leiden naar een juiste bestemming. Zeg eerlijk tegen jezelf: “Ik ben gemeen, ik belazer de zaak.” Dan vraag je jezelf af: “Waarom doe ik het?” Misschien omdat je belangrijk wilt zijn, of omdat je niet weet wat je eigenlijk moet doen. Dat komt ook vaak voor. Maar heb je ook zoiets: “Ik wil het wel, maar ik weet niet goed meer hoe ik het doen moet.”
Waarom weet ik het niet? Om de doodeenvoudige reden dat ik mijzelf als de enige mondige beschouw misschien. Het is heel erg moeilijk.
Dus: eerlijk. Geef toe dat je niet volmaakt bent. Geef toe dat je fouten maakt, dan hoef je nog niet tegen de hele wereld te zeggen dat je ze maakt. Het zou beter zijn als je dat wél deed, maar tja… je kunt moeilijk als winkelier daar staan en zeggen: “Dit is een goedkope aanbieding, maar het is de grootste rottigheid die u kunt kopen voor een prikje.” Dat gaat niet. Dat past nu eenmaal niet in de maatschappij. De maatschappij zit in een zekere mate in een sjabloon. Goed, dat kunnen we aanvaarden, maar bedrieg jezelf niet! Punt 1.

Punt 2.
Je weet meestal heel goed wat je in feite wilt doen en wat je zou moeten doen. Als je nu met die twee dingen geconfronteerd wordt, ga dan uit van dit standpunt: ik doe datgene wat ik wil voor zover ik voor mijzelf aanvoel dat ik het kan, dat ik het verwerken kan, dat ik de consequenties kan dragen. Dus: niet doen wat men je zegt te doen, dat is dwaasheid. Niemand kan u precies zeggen hoe u bent en wat u moet doen. Maar in uzelf doet u het wel omdat u bang bent voor de consequenties.
Maar als het erop aankomt dan heeft u eigenlijk helemaal geen zin. Dat is dus het bedrog dat van de wereld uitkomt. Maar als je iets werkelijk zielsgraag wilt, zeg dan: “Dat is mij alles waard.” Probeer het dan, want zo dadelijk zult u ook in een wereld staan waarin u niet te maken hebt met wat een ander zegt of wat misschien volgens deze of gene these goed is. Dan heeft u te maken met uzelf, met uw eigen wezen, met uw eigen leven. Dat moet u uiten, leer dat dan vandaag al.

In de derde plaats:
U heeft recht om te leven, u bent mens.
Maar ieder ander is het ook, dus heeft ieder ander ook het recht om te leven. Wees niet al te zijig en te zoetsappig. Christelijk gezegd: linker wang slaan, rechter toekeren. En ondertussen klaar! Als ze slaan……. Begrijpt u wat ik bedoel? Nooit op de eerste aanleiding gaan vechten of zeggen dat iemand slecht of verdorven is. Maar eenvoudig: verdedig uzelf zó dat u zegt: “Dit is goed.” Draag de dingen, aanvaard de dingen van de wereld als u voelt dat het niet anders kan, maar probeer ze dan toch zo prettig mogelijk te dragen.

Ik zeg het nu allemaal zo eenvoudig, en dan heb ik nog niets gezegd over opoffering, over zelfverloochening en alles wat daarbij komt. Weet u waarom? Omdat de meeste mensen ergens een zekere opoffering in zichzelf hebben. Ze willen op een gegeven ogenblik iets als hoger of beter erkennen en daar zullen ze iets voor offeren. Maar dat moeten ze blijmoedig doen.
Weet u wat voor mij het meest zielige gezicht is?
Een martelaar die naar de leeuwen toegaat en loopt te klagen dat hij last heeft van zijn eksteroog: “En nou moet ik nog naar de leeuwen ook, maar ja, God wil het hebben.” Dat is zielig. Begrijpt u wat ik bedoel? Wanneer ik voor de leeuwen moet, nou ja, goed, dan voor de leeuwen. Maar dan ook met het gevoel: dit heeft zin, dit heeft betekenis, dit is een voltooiing, dit is een afronden van iets in mijn leven.

En de meeste mensen zullen dat doen. Als je blijmoedig leert zijn, ook in het dragen van je lasten en alles, zoals het heet: elk mens moet zijn kruis dragen. Toch is dat vaak een heerlijke dooddoener. Kijk eens, ik zie mensen hun kruis dragen. Zo’n klein rot kruisje, dan lopen ze te sjouwen en te klagen… denkt u dat die mensen er iets wijzer van worden? Als je een kruis draagt dan moet je zeggen: “Dit is een last, die moet ik dragen en ik voel, dit is juist. Anders kan het niet.” En dán praat je er niet over, je sleept tot je er bij neervalt desnoods. Op die manier moet je leven.
Maak waar wat je bent. Leef het goede wat in je is. Máár boven alles: probeer het niet te vatten in een lering of een systeem. Er zijn geen leringen of systemen die de absolute waarheid bevatten. Allemaal bevatten ze waarheid, maar de waarheid ligt niet in het systeem, ze ligt in ons, wat ze ons geeft. Wanneer we verbetering willen bereiken, nu al, in een materieel bestaan zoals u het nu op het ogenblik hebt om dan later beter te leven, dan moeten we eerst beginnen met vreugdig, met sterk te leven.
Niet met: “Tjonge, wat ben ik toch verdorven.” Nee. Maar: “Zo ben ik. Wat kan ik doen? Wat kan ik leven? Wat kan ik goedmaken? Wat kan ik in die wereld zetten dat er één klein vonkje licht méér is, een heel klein beetje vreugde. Wat kan ik in de wereld doen, dat er één mens gelukkiger is? Wat kan ik in de wereld doen dat ik voor mijzelf het gevoel heb dat ik niet voor niets besta, dat ik niet alleen maar een parasiet ben.” Dat is punt 3.

Met deze drie punten kom je al een heel eind op weg, dan is er nog één ding – een vierde punt – dat zou men er eigenlijk bij moeten hebben. Denk ook niet al te verstandelijk. Natuurlijk, u hebt uw verstand nodig; dat weten wij. Wij moeten het goed gebruiken zelfs. Maar er zijn ogenblikken dat er ergens in uzelf iets is – een vonk dat het is – of iemand iets tegen u zegt, bij wijze van spreken. Geef daar een beetje aandacht aan. Praat het niet weg. Uw ‘ik’ is groter dan alleen de materie. En in dat ‘ik’ bestaan waarden die heel wat meer omvatten dan de materie alleen, dat kunt u met een materiële logica niet pakken. Wij weten dat mensen die begaafd zijn – zolang zij haast automatisch en intuïtief reageren – vaak fantastische prestaties leveren. Denkt u o.m. aan de proeven van het Rhine-instituut of wat dat betreft ook aan de parapsychologie in Engeland en Nederland.
Maar zodra zo iemand bewust wordt gemaakt van het feit dat hij zoiets doet, vermindert de prestatie aanmerkelijk. Bij u ook. U kunt meestal veel meer dan u doet, omdat u het altijd direct in de rede trekt. U gaat erover praten. Dat moet u niet doen. Wanneer zo’n denkbeeld komt, zet het neer. Beschouw het als reëel. Kijk wat ervan waar is. Zeg niet: “Ik ga het zonder meer waar maken.” Maar zeg ook niet: “Het is toch anders. Zo is dat voor mij.”

Leef met die eigen vonken van waarheid die in u bestaan. U zult ontdekken dat u een heel eind ver weg komt. Met deze dingen kunt u dus een verbetering brengen t.o.v. van het hiernamaals. En nu moet ik over dat hiernamaals toch nog wel het een en ander vertellen. U weet allemaal dat het gemeenlijk ingedeeld is in allerhande sferen!

Beschouw die sferen, vergelijkend als een wenteltrap, waarbij men, hoe hoger men komt meer kan overzien. De sferen zijn dus een situering met een groter overzicht over een groter deel van de kosmos, van de werkelijkheid. In die sferen leeft u met die ik-projectie – waar ik het in het begin al over had – d.w.z. dat dat uw eigen herinneringen en het beeld dat u van uzelf hebt en de contacten die met anderen hebt, die wereld bevolken. Omdat u gemeenlijk contact zult maken, in de eerste plaats met degenen die ongeveer gelijk zijn in streven, in denken, in persoonlijkheid, ontstaat dus steeds weer een wereldbeeld dat niet volkomen reëel is, maar dat door velen gedeeld wordt. U zult zich afvragen of dat een verbetering is.

Over het algemeen wel. Want weet u, de ellende van uw wereld is dat zoveel mensen bezig zijn om goede voornemens te maken en dat er maar weinigen toe komen om het goede te doen. En daar staat tegenover dat men dus in een sfeer – wanneer men het goede wil doen – het doet.

Men kan dus niet ergens over denken, zonder het meteen te zijn, zonder het meteen waar te maken. Daarom is onze wereld wat dat betreft zeker vrediger en meer bevredigend ook. Men heeft veel minder de teleurstelling in de ander bijvoorbeeld. Hoe vaak wordt u niet in uw medemensen teleurgesteld? Dat uw medemensen in u teleurgesteld zijn, daar praat u liever niet over. Dat kan ik best begrijpen. Het is vaak wederkerig. Maar in onze wereld kan dat eenvoudig niet. Ik kan geen woorden spreken, ik ontvang gedachten. Ik kan niet mijn hele persoonlijkheid afgrendelen en alleen maar illusie projecteren. Dat gaat eenvoudig niet. Het gaat misschien t.o.v. een stoffelijk mens die niet beter weet, maar niet voor iemand in een geestelijke sfeer zelf.

En daar heb je dus een belangrijk punt: waarheid. Dat is geen onbeperkte waarheid. Dit zijn dingen die je niet kunt begrijpen. Er zijn dingen die je niet kunt aanvaarden, die je dus van je afwijst, dingen waarmee je niet harmonisch bent. Maar toch: waarheid, zélfs in de duisterste sfeer is waarheid, een van de belangrijkste elementen van het bestaan.
Ze kan erg pijnlijk zijn, maar als geheel zou ik zeggen, is het een verbetering t.a.v. het gewone leven op aarde.

Een vraag die je heel vaak tegenkomt is: “Zou u nog eens op aarde terug willen keren?”
Ik weet niet, dat vind ik altijd een beetje een gemeen vraagje, zoiets van: “Je doet nu wel of het zo gezellig is, maar bij ons is het toch ook wel leuk hé? Kijk eens wat we allemaal voor attractie hebben.”

Dan kan ik alleen maar zeggen: “Mensen, alles wat jullie op aarde hebben heb ik op een andere manier in mijn wereld, maar dan harmonisch.” Zeker, ik geef veel van mijn kracht aan de gemeenschap, dat is waar. Maar niet in de vorm van opgelegde belastingen, maar omdat ik weet dat het voor mij het juiste is. Er bestaan bij ons misschien geen huwelijken en avonturen en weet ik wat nog meer. Maar aan de andere kant, wanneer ik een eenheid bereik met een andere geest of met andere geesten, dan is dat een begripseenheid, heel wat meer dan een ogenblik van ontwikkeling. Wanneer ik iets wil doen, dan kost het me vaak enorm veel moeite, maar wanneer ik het dan eerlijk probeer te doen, dan zal iedereen, die maar een beetje bij mij hoort, op welke manier dan ook, mij helpen. Dit is bij u op aarde ook wel zo, maar u let er niet op. Maar bij ons is dat automatisch.

Ik sta nooit alleen. U kunt alleen zijn te midden van uw mensen. U moet maar eens kijken naar de gezichten van sommige mensen in zo’n grote stad bijvoorbeeld. Wij lopen daar midden tussen de mensen, tussen de menigte en als u ooit mensen alleen ziet zijn, dan is het juist daar. En dan moet u eens kijken naar de geesten. Ik ben niet alleen en op het ogenblik dat ik opensta voor iets, dan is mijn wezen direct in contact, in harmonie met al dat andere. Nee, onze wereld is werkelijk wel in veel opzichten beter, als je tenminste die wereld kunt dragen, kunt aanvaarden.

Nu kom ik aan een paar punten, die misschien een beetje ingewikkeld zijn, maar als u ze niet begrijpt vergeet u ze maar! Dan zullen wij proberen ze duidelijk te maken. Moet u eens luisteren.

Er is één God. Dat zegt iedereen tenminste. Ik ook! Wat is die God? Dat  weet geen mens. Is het een wezen? Is het een persoon? Als u het mij vraagt: Neen. Gelijktijdig meer en toch ergens ook iets minder, want de begrenzing – dat persoonlijk beslotene – zit er niet in.

En uit die God leef ik, ja, dat is waar. Maar kan ik uit die God leven zonder in die God te geloven? Een heel moeilijke vraag. Weet u, oh, het lijkt eigenlijk wel of Orwell er een parafrase op heeft gemaakt, of een parodie zelfs: Grote Broer ziet u. God ziet u. Het is eigenlijk precies hetzelfde. Maar is die God die mij ziet, een God die mij bekijkt of zo? Of is het eerder zien … erkennen? God erkent mij.

Kijk, dat laatste is nu eigenlijk de essentie van het bestaan, is ‘iets’. Dat ‘iets’ erkent dat ik besta. Waarom…  hoe?. Ik weet het niet helemaal, maar het is zo. Een eigenaardig mystiek iets. Ik weet er geen raad mee. En dat eigenaardige mystieke ‘iets’ – God – dat is nu eigenlijk de stille reserve waar ik de beschikking over heb. Maar wanneer ik mijn edelste gevoelens bij oom Jan leg, krijg ik er geen cent voor.

Maar als ik mijn edelste gevoelens bij God breng, dan krijg ik er rendement. Waarom?

Ja, dat moet u mij niet vragen. Waarschijnlijk omdat wij allemaal kracht zijn en omdat, door iets te willen wat ergens met God en die totaliteit strookt, die totaliteit sterker in mijn wezen gaat spreken. Anders weet ik het ook niet. Maar zo ligt dat dus eigenlijk.

Nu leef ik, op aarde bv. Wanneer ik die God besef, dan moeten er beperkingen wegvallen. Beperkingen, die materieel bestaan en logische. Al die dingen vallen een beetje weg. Er komt iets anders voor in de plaats. Nu kunnen we zeggen: “Dat is humbug, natuurlijk.” Voor logisch en redelijk menselijk denken is het humbug. Maar, het is er.

Er zijn van die vreemde flarden van besef waardoor je vooruitziet. Er is wel eens een mens inderdaad geleviteerd, de lucht ingezweefd…. En dan kun je heus niet zeggen dat het allemaal maar bedrog is, zonder meer. Er zijn 1001 voorbeelden…. Die dingen zijn er!

In de stof zijn die al kenbaar, stel je voor, wanneer ze dus geestelijk kenbaar worden. God is voor mij a.h.w. de aanvulling van mijn wezen, nu kan ik – zoals ze dan zeggen – in de diepste diepten zitten, weet u wel? Helemaal in het donker… zo donker, dat het bijna ‘licht’ is.

Ik kan daar zitten en dan eens naar boven kijken. Weet u wel? Haal ik de telescoop er even bij… achter de maan… juist, daar zweven de engeltjes… Ik kan daar zitten in die hoogste sfeer – tussen de troon en de heerschappij in – zoals ze dat zeggen, maar God blijft hetzelfde,  dat is nu het typerende. In het menselijk leven is God eigenlijk wat je ervan maakt. Wij maken van God iemand, die klaar staat om te wreken… Weet u wel? En daar moet je heel voorzichtig langslopen. Zo van… God, ik bedoel het goed, maar hij daar… grijp hem …God neem wraak.

Of we hebben te maken met de God van liefde. Zo met een kruisje, u kent dat wel. Zo’n beetje een Brabantse pastoor. Maar als je het zo bekijkt maak je er toch wat van. Weer voor een ander is God iets wat heel ver weg is. Ja, en als ik zeg dat God ver weg is, dan is Hij ook ver weg, voor mij.

Ik bepaal zelf mijn relatie met God. Zoals ik in de geest mijn relatie met alles bepaal. Dat geldt dus op aarde.
In de geest ken ik die God – zonder voorstelling zelfs – alleen maar als ik kracht als leven ervaar en die God in mij werkt. Daardoor zijn de mogelijkheden zo groot. Nee, overgang is, wanneer u het mij vraagt, voor een ieder die bereid is zichzelf te aanvaarden zoals hij is, een hele grote verbetering, ieder die begint om zichzelf te aanvaarden zoals hij is op aarde en er dan het beste van probeert te maken, die heeft dan ook een hele verbetering bereikt. Hij zal prettiger en sneller bewust worden.

Dan is er nog één ding bij en dan ga ik u de kans geven om zo dadelijk vragen te stellen. Kijk, wanneer ik zeg: “God is dood”, onder meer dan wordt het voor mij heel erg moeilijk om, als ik dood ben te aanvaarden dat ik leef. Dat begrijpt u toch? Wanneer ik ervan overtuigd ben dat ik het weet, dan kan de hele wereld van geesten en van mensen zeggen dat ik dood ben en dan zeg ik: “Jullie zijn gek. Ik zit in een gekkenhuis, maar ik lééf en dus ben ik op aarde.” En als er dan het een of ander gedrocht uit de astrale wereld op mij afkomt, dan zeg ik: “Dat klopt niet, dat kan niet, zoiets bestaat niet.”

Maar wanneer ik dus aanvaard dat er iets is – ik vraag van u niet om te geloven dat er een bepaald iets is, heus niet – dat er iets is, in dat iets zal ik zijn zoals ik nu ben, zoals ik mijzelf maak. Oh, natuurlijk, min allerhande materiële karaktertrekken. Geen last meer van rood adrenaline afscheidingen e.d. Geen last meer van suikerziekte of wandelende nieren.

Ik heb me wel eens afgevraagd: “Hoe wandelt een nier eigenlijk?” Dat is misschien gek en u vindt waarschijnlijk dat dit niet thuishoort in een ernstig onderwerp, maar ik denk dan zo wel eens, als ik dat hoor aan iemand met zo’n nier aan een halsbandje. Weet u wel? Ja, lach er maar om. Associatie.

Nu zult u zeggen: “Waarom die associatie er tussendoor?”

Omdat associaties belangrijk zijn. Zeker, deze is een beetje kolder. Maar wanneer ik eenmaal geassocieerd heb: leven is niet alleen stoffelijk bestaan. Maar zolang ik weet dat ik er ben moet ik dan beseffen: wat rond mij is, daar moet ik op reageren zoals ik ben; dat alleen maar. Dan associeer ik alles wat ik zie met bestaan. Dan kan ik antwoord geven wanneer ik word aangesproken.

Laten we zeggen dat ik een karwei heb. Ik kom bij u en zeg: “Vriend of vriendin, kijk, daar ligt uw lichaam, u bent dood. Kom mee, kom mee, u bent nu vrij.” Dan gaat u eens een keer kijken en dan zegt u: “U zou gelijk kunnen hebben. Wat wil ik?” Nu, dan gaat u mee, of u gaat niet mee, dat moet u zelf weten. Maar dan weet u in ieder geval: ik ben overgegaan.
Begrijpt u wat ik bedoel? Dan is er contact, die associatie. Maar op het ogenblik dat u vasthoudt aan vaste beelden, aan vaste voorstellingen: dit kan niet, dat kan niet, zo is het onmogelijk, dan is er geen contact met u te krijgen.

Ik zal u vertellen, het is een rot karwei soms om sommige mensen te helpen. Ik ben nogal wrang… maar…… we doen het. Er wordt niet over gepraat. Er is iets na die dood, u kan na die dood niet ineens veranderen. U blijft uzelf. Als u daar nu eens een keer van uit wilt gaan. Het is niet veel.  Leeft u nu alstublieft niet vandaag omdat u morgen dood gaat en u het dan goed krijgt. Zorg liever dat u het vandaag goed hebt, maar dat u er gelijk zoveel goed bij doet, dat u zichzelf in al dat goede kunt aanvaarden. Dan leeft u vanzelf beter als u overgaat. Begrijpt u? Het is helemaal niet een kwestie van leven voor het hiernamaals. Leef vandaag, maar leef vandaag met een besef van een verder bestaan. Verbeter uzelf door vandaag gelukkig te zijn. U gaat over. Ja, het lijkt wel of ik niet aan een eind kan komen, het lijkt een soort geestelijke likdoorn, maar het is goed bedoeld. Ik moet het er eventjes bij zeggen. Luister goed.

Wanneer u hier op aarde sjokt met kin op de borst, zo van: wij leven hier in een tranendal, opdat wij later de hemelen betreden……
U gaat over! U blijft zoals u bent! U staat niet ineens midden in de hemel! Wij zijn nu eens aards. Ja, lacht u maar, er zit humor in de zaak. Maar denk er eens aan, hoe tragisch het is. Die mensen ontzeggen zich het besef van leven. Ik zeg niet dat u er op los moet leven. Dat is weer wat anders. Je moet jezelf kunnen aanvaarden zoals je bent, maar die mensen durven niets. Ze lopen daar maar te sjokken en dan gaan ze over en dan sjokken ze door.

En dan zegt iemand: “U bent in de hemel”. En dan zeggen ze: “Dat kan niet, ik ben in een aards drama.” Dat zijn lastige klanten. Maar voor zichzelf zijn ze nog veel lastiger. Als u een verbetering wilt, dan moet u nu beginnen. Wilt u licht in een hiernamaals, begin dan nu licht te zijn en probeer licht te leven.

Wilt u blijdschap in het hiernamaals, leef dan uw vreugde vandaag, maar dan zo dat u kunt zeggen: “Dit kan ik aanvaarden. Dat durf ik aan God te tonen en aan de hele wereld als het er op aankomt. Zo ben ik, dit is mijn vreugde. De wereld is goed. Het leven is goed. Ik kan vreugde brengen. Ik heb hier een glimlach gebracht en daar een ogenblik een traan weggenomen. Ik heb geleefd. Ik leef!” Als u zo leeft, dan komt u over met iets waarin de krachten van het bovennatuurlijke – waaraan u niet hoeft te geloven als u niet wilt – waarin de krachten Gods vandaag werken, dan komt er een ogenblik dat u zegt: “Ik genees de zieken misschien” of “ik moet die mens waarschuwen, want in de toekomst gaat dat en dat gebeuren.” U kunt ze helpen. Maar dan moet u dat met blijdschap doen. Dat is de beste manier om nu een verbetering van uw aards bestaan en uw zijn te bereiken, opdat zo dadelijk de overgang een verbetering voor u wordt.

Dat wilde ik u zeggen, u heeft er zich goed over geamuseerd heb ik ontdekt. Maar ik hoop dat die beelden hebben aangeslagen, dat er één ding belangrijk is, eerlijkheid. U gaat over zoals u bent, zoals u uzelf kent, niet zoals de wereld u ziet, maar zoals u uzelf kent, daarmee moet u leven. Leef vandaag zoals u bent, maar dan zo, dat de wereld er een beetje lichter en beter uitziet. Dan kunt u morgen zeggen: “Hier ben ik, kosmos. De grenzen, de beperkingen zijn weggevallen. Nu kan ik niet alleen maar een beetje licht brengen naar vermogen, nu kan ik deel zijn van het licht. Nu ben ik niet een gebrekkige kracht die tekort schiet. Nu vallen al die grenzen van het menselijke weg, nu ben ik die kracht”, dan krijg je het geluk wat de mensen de hemel noemen. Dan krijgt men de totaliteit die de mensen God noemen en dan deze wereldse sfeer, niet zo’n klein pietepeuterig rotstrookje geestelijk leven, maar de totaliteit, daar moet u naar streven. Eén zijn met de totaliteit. Is er een dringende vraag op het ogenblik?

  • Als men nu overgaat en men ziet dat men eigenlijk nog niet kan gaan, want men moet die en gene nog helpen, er is nog zoveel te doen. Kan men dan zeggen dat het nog even uitgesteld wordt?

Nee, u doet me denken aan die huisvrouw, die absoluut ‘s avonds op een bal moest zijn en om vijf uur zegt: ”Denk erom, nu moet ik om acht uur uit. Ik moet me nog opmaken, ik moet dit nog doen en dat.” Ze deed het allemaal. En toen was de afwas nog niet gedaan, …..en vanavond het soupertje nog en is het nu wel goed met de kinderen? Is het gas uit? Is het water uit? En hoe staat het met de hond?….nu is de kat de tuin in ….. En toen kwam ze en toen was de zaak afgelopen.

Weet u wat ik bedoel? Laat de dingen…, doe wat je kunt vandaag. En wat u morgen wilt doen, bereidt het goed voor, als u het niet meer kunt, nu ja, goed, het geeft niet. Overgaan is overgaan, zoals u bent, heus. En dat wil zeggen dat al die problemen die u misschien onontkoombaar hebt geacht omdat u vastzat aan allerhande stoffelijke conventies, dat die er anders uitzien. Dan moet u eens kijken wat u dan werkelijk moet helpen, kunt helpen. Maar het heeft dus helemaal geen zin om de zaken uit te stellen.

  • Maar als je nu twee mannen achterlaat zonder hulp?

Als die mannen niet eens voor zichzelf kunnen zorgen dan zijn ze niet eens mannen. Laat ze dat maar eens een keer doen. Zij leven toch ook, laat ze heus maar voor zichzelf zorgen. Dat is niet zo belangrijk.

Het belangrijkste is dat zij als mens leven, dan wordt er natuurlijk wel eens een afwas van veertien dagen neergezet, maar die afwas moet toch schoongemaakt worden, dan halen ze er maar een werkster bij. U bent niet, wat dat betreft, zo onontbeerlijk als u denkt. Dat is het beroerde van jullie, mensen. Jullie denken altijd: als ik er niet meer ben, wat zal het dan zijn? Zoals de Gaulle zegt: “Wanneer ik moet gaan, dan blijft er alleen nog maar over het internationale communisme.”
Mensen, laat je toch niet verlakken
Als de koningin dood gaat, zeg je: “Ja, dat is beroerd, een goede koningin kwijt, maar uiteindelijk komt er weer een nieuwe.” En zo is het overal in het leven. Waarom zou u onvervangbaar zijn? Nee, zeg rustig: “Het is tijd om over te gaan, hier ben ik” niet “ik moet nog dit of dat doen.” Zeg alleen: “Wanneer ik kan en er zijn nog dingen die ik doen kan, dan zal ik ze afmaken.” Maar eerst aanvaarden dat je hier bent. En als je dan aanvaardt dat je in die wereld bent, in die sfeer, dan moet je eens opletten wat je een plezier zult hebben! Als die mannen niet voor zichzelf kunnen zorgen, dan kunt u teruggaan en ze inspireren hoe ze moeten afwassen. En dat zal een plezier zijn! Ik overdrijf een beetje, maar in die richting ligt het. Dat is een oplossing.

En nu nog iets: er zijn mensen die zeggen dat je altijd moet leven alsof je morgen doodgaat.

Ook dat alstublieft niet mensen. Leef… leef. Die dood komt wel. En als die dood komt en je bent er niet bang voor… Het kan nog wel eens een ogenblik pijnlijk zijn. Natuurlijk. Het gaat niet altijd even gezellig. Maar het valt zo ontzettend mee. Alleen één ding… klamp je niet aan het leven vast… maar ook niet aan de dood. Niet aan de dood als de ontvluchting van het leven en niet aan het leven als iets waaraan je je vast moet houden omdat die dood zo gevaarlijk is. Je bent jezelf en je blijft jezelf, zorg dat je goed jezelf bent.

Na de pauze zal ik uw vragen eerlijk beantwoorden, misschien wat minder leutig zoals het nu geleken heeft. Het kan wel eens voorkomen dat het nodig is om iets volkomen rechtlijnig te zeggen of zelfs om een heel complex iets dan maar eens heel ingewikkeld te laten worden.

Weest u niet bang om een domme vraag te stellen. Als u een vraag stelt die zo dom is dat ik niet anders dan een dom antwoord kan geven, krijgt u van mij nog een applaus op de koop toe.

Deel twee

  • Wat gebeurt er bijvoorbeeld met iemand die plotseling door een auto-ongeluk uit de stof gaat?

Dat ligt er dus helemaal aan hoe die man overgaat en hoe dat gebeurt. Er zijn een aantal mogelijkheden en ik zal u er een paar van opnoemen.
In de eerste plaats: men realiseert zich dat er een ongeluk is en kort daarop dat men is overgegaan en men heeft vaak dan ook onmiddellijk contact. Gunstigste geval. Veelal bij degenen die zeer bewust zijn of althans innerlijk zeer evenwichtig zijn.
Tweede geval: men gaat over, wil niet aannemen dat men dood is en blijft zich vereenzelvigen met het lichaam. In dit geval kan dus een tijdlang de pijn van een overlijden worden uitgerekt. Het kan pijnlijk zijn.
Derde geval: men weigert te erkennen dat men dood is, fixeert het totale beeld van het ongeval waarin men, door zijn gedachten variaties kan aanbrengen en blijft deze gebeurtenis lange tijd herhalen. Dit gebeurt bv. bij mensen die niet geloven in een voortbestaan, mensen die erg bang zijn om dood te gaan enz.
Voorbeeld vier: men ondergaat het ongeval en realiseert zich niet dat men zelf bij het ongeval betrokken is. Men tracht dus na het ongeval mensen te waarschuwen of verder te gaan, heeft geen contact ermee en ontmoet dan veelal iemand met wie men wel contact krijgt en heeft dan soms moeilijkheden om te begrijpen dat men toch werkelijk overleden is. Maar als het eerste contact gemaakt is dan verloopt het meestal tamelijk vlug.

Wat betreft de punten twee en drie:
Bij punt twee zal de gemiddelde pijnsensatie langer kunnen duren dan de tijd die nodig is om het lichaam uit een voertuig of uit een ongeluk ergens naar toe te transporteren. Daarna treedt besef van verandering op. In geval drie kan dit onbeperkt zijn zodat het mogelijk is dat men jarenlang eenzelfde sequentie blijft herhalen. Maar ik moet er tevens bij opmerken dat de pijnen en de ellende daarbij niet zo enorm groot zijn dan u misschien denkt, omdat men zich daarvan niet bewust is. Het recitatieve doet dus het gehele geval – al duurt het jaren – toch altijd maar ongeveer vijf minuten schijnen. Ik geloof dat dit voldoende is.

  • Wat is de voorwaarde voor incarneren?

Voorwaarde is: dat je stom genoeg bent geweest om niet genoeg te leven en niet bewust genoeg te worden in een vorige incarnatie. Dat klinkt een beetje duister geloof ik. Bv.  het is heel eenvoudig. Om te incarneren moet u een bewustzijn hebben, voldoende om het ik niet slechts vanuit het ‘ik’ in de wereld, maar ook vanuit de wereld naar het ‘ik’ toe te beschouwen. Zonder dat kun je als mens niet incarneren. En wanneer dan daarbij de erkenning ontstaat, dat men in de eigen wereld, geestelijke wereld of sfeer niet verder kan, dan wel omstandigheden daarin beleeft die men niet kan ontvluchten dan door de incarnatie, dan zal men incarneren. Dat is dus heel eenvoudig. Er bestaan nog wel andere redenen daarvoor, maar de hoogste reden ervoor is: een zodanig bewustzijn van de mogelijkheden in jezelf en van het Goddelijke in jezelf, dat je incarneert om door deze incarnatie anderen deel te doen hebben aan dit besef.

Dat is de hoogste vorm. Maar de gemiddelde vorm is onvermogen tot geestelijk verder leven om welke reden dan ook, een niet verder kunnen uitbreiden van het besef en als gevolg van die stilstand keren naar de stof, om daar meestal met een vooropgezet plan bepaalde ervaringen op te doen en zo een zeker bewustzijn te gewinnen.

  • Is het zo dat in India en in Tibet een incarnatie veel sneller plaats zal vinden? 

Nou, alleen geeft men er daar veel meer aandacht aan, en wanneer u dus gaat kijken op die vele miljoenen, dan gebeurt het ongeveer gelijk. Maar wanneer daar dus een incarnatie plaatsvindt, dan zal men bij het kind heel vaak die tekenen zien. En niet zoals hier, in Nederland bv. – in de gehele westelijke wereld trouwens – die tekenen afdoen als fantasie of een spelletje. Men zal dat serieus nemen, dan kan daardoor dus vaak op opzienbarende wijze bewezen worden dat zo’n kind kennis draagt van omstandigheden. Tenzij het een andere persoon is geweest, dus voordien geen kennis zou kunnen hebben. Dat is dus het verschil. Het milieu is dus bepalend voor de ontdekking van meerdere bepaalde incarnatiegevallen.

  • Is het waar dat mensen die nu in uw wereld leven, vroeger – niet later – dan de Franse Revolutie geleefd hebben?

Nu, er zijn op het ogenblik heel wat oudere incarnaties. Er zijn Italiaanse incarnaties uit de 16e eeuw. Er zijn op het ogenblik zelfs nog groepsincarnaties uit de Griekse tijd, +/- 50- voor Christus en uit de Egyptische tijd +/- 2700 voor Christus.

Ook hier komen deze snelle incarnaties voor, maar in dat land valt het meer op, omdat men de reïncarnatie als normaal ervaart en de ouders daar dus aandacht aan geven en zo de gevallen ruchtbaar worden. Terwijl het hier dus altijd zo is: “Ach kind, zit niet te fantaseren”, dat is dus het enige verschil.
Wanneer je de essentie van de leringen van Zarathustra, van Boeddha en van Jezus Christus samenvat, mét de vele mededelingen uit de sferen die ons via media hebben bereikt, dan blijkt hieruit een duidelijke tendens om de mens te leiden van duisternis tot licht.

  • Toch is God alles – dus ook de duistere sferen – kunt u deze tegenspraak verklaren?

Dat is heel eenvoudig. Een mens heeft behoefte aan bewustzijn. Bewustzijn is alleen mogelijk wanneer wij leven in het licht. Duisternis is dus niet het leven, maar de tegenstelling waardoor dat leven kenbaar wordt. De mensheid behoort dus tot dat deel van de Goddelijke schepping, dat slechts in besef van het licht tot een persoonlijkheidsbeeld en zijnsbeeld kan komen, waarin de erkenning van de totaliteit in de Godheid mogelijk is. Maar dat betekent dus nog niet dat daarom het duister minder uit God is.
Als ik een heel mooi mozaïek heb, dan kan ik zeggen: “Ja, maar er zijn zoveel blauwe steentjes in en waarom moeten daar nu witte steentjes in?” Dat is heel belangrijk. Die witte steentjes omlijnen een vorm, die door de blauwe steentjes niet kan worden weergegeven. God is een eenheid en Zijn schepping is een eenheid. Maar wij beschouwen de verschillende delen van die eenheid als een diversiteit, dus als een veelheid en in die veelheid zullen dan al de bewustzijnwordings- en uitingsvormen mede omvat moeten worden. De mens is dus een uitingsvorm die alleen naar het licht kan gaan om de totaliteit te beseffen, terwijl er andere wezens bestaan, voor wie wat wij licht noemen, duisternis is en wat wij duister noemen, licht is. Maar dat zijn andere wezens (geen mensen).

  • In hoeverre staat de gelijkenis van de verloren zoon in verband met de weg tot erkenning van waarheid, die elke mens – volgens uw inleiding – dient te gaan?

De verloren zoon werd met vreugde en feestelijkheden welkom geheten en hij kreeg zelfs nog wat hij al verspild had, omdat hij dus was uitgegaan en omdat hij erkend had dat zijn plaats bij de Vader was. En de goede zoon, die alleen maar thuis had gezeten en zich een hoedje gewerkt had, begon nijdig te worden omdat hij niets had gekregen. Maar die vergat één ding: hij had daarin ook niet de ellende gehad van de verloren zoon.
Wanneer wij een bewustzijnswordingsgang doorzoeken en wij zijn altijd goed, dan weten wij eigenlijk niet wat goed en kwaad is. Pas wanneer wij het kwade ervaren, kunnen wij het goede waarderen, dat betekent dat bij ons de beleving ook van het zg. kwade en van het slechte noodzakelijk is om te komen tot de erkenning van wat het goede is.

Als ik het licht moet erkennen, dan kan ik dat alleen doen wanneer ik het duister ondergaan heb. Want alleen doordat ik weet wat duister is, waardeer ik het licht op de juiste wijze. En de verloren zoon is dus degene die de weg heeft gemaakt langs de vreemde gronden en alle verdere attracties van de vreemde steden … tot de goot … het eten van draf met de wilde zwijnen…  en… de terugkeer. En er zit nóg iets in.
De verloren zoon was zo bewust geworden van de feitelijke verhoudingen, dat hij zichzelf niet meer een rechtvaardige durfde te noemen, maar de rechtvaardigheid en de genade van zijn Vader accepteerde. En ik geloof, dat dát de juiste houding is tegenover God. Wanneer wij tegenover God zeggen dat wij rechtvaardig zijn, dán mogen wij werken zo hard als we willen. En dan zegt God: “Braaf”. Maar wanneer wij in God de barmhartigheid en rechtvaardigheid erkennen, gelijktijdig dus, datgene wat wij niet zijn, dan erkennen wij God zodanig intenser, dat we eigenlijk veel bewuster worden en met de overgang gebeurt dat ook vaak.

U denkt waarschijnlijk dat iemand in de duistere sferen een erge ongeluksvogel is. Maar misschien heeft u eens een séance meegemaakt waarbij iemand in het duister was, de mogelijkheid kreeg om soms met de sleutel van één enkel woord of één enkel begrip het licht te krijgen.
Die intensiteit van blijdschap, die beleving van dat licht is niet te vergelijken bij iemand die meteen in het licht komt en daar gezellig verder sukkelt. Die weet eigenlijk niet wat hij heeft. En als u het vreemd vindt, denkt u dan maar eens aan mensen bv. die, zolang ze iets hebben… Er zijn van die dames die een mooie, kostbare Japanse vaas hebben, met stoffige maïskolven staat hij ergens boven op een kastje. Niemand kijkt er naar. Totdat hij kapot wordt gesmeten en dan pas ontdekken ze hoe kostbaar en mooi die vaas was. En nu zouden ze hem een ereplaats willen geven, maar het gaat niet meer. En dan zien ze die vaas pas voor het eerst.
Zo is het bij ons toch immers ook. Wanneer wij niet eens een keer in conflict zijn geweest met al die dingen, hoe kunnen wij dan weten wat God is. Dat is het juist, dat is de verloren zoon en dat is iets wat in het gehele leven meespeelt. Wij moeten niet proberen om altijd heilig te zijn, zodat wij alle gevaren van het kwaad nu maar vermijden, waarvan wij zeker weten dat het kwaad is. Wij moeten ook bereid zijn om eens te erkennen ‘dit was niet goed’. En dan, dat toegevende, terug naar het goede te gaan.
En dat is nu het beroerde bij de meeste mensen. Het zijn mensen die, als ze de verkeerde weg ingeslagen zijn, het zó met de eer en de persoonlijkheid vinden, strijden om dat toe te geven, dat ze liever zichzelf en de hele wereld te gronde richten om die verkeerde opvatting, liever dan te zeggen: “Ik heb verkeerd gedaan.”

De werkelijke grootheid van de mens ligt in de erkenning van het onjuiste en daarmee het vinden van een mogelijkheid om wat strijdig was met zijn bestaan nu om te buigen tot iets wat harmonisch is en zo zijn bestaan en vermogen te vergroten.

  • U zei: U kunt het licht niet aanvaarden als u niet eerst in de duisternis bent geweest. Maar wie in het duister is, die kan het duister niet begrijpen, omdat hij niet in het licht is geweest.

Nee, maar vanuit het duister gaan wij naar het licht. Dat ligt in onze geaardheid. Wij kennen een zekere mate van licht en wanneer u dus in een duistere sfeer terecht komt, dan ziet u pas wat u eigenlijk ontbeert, u gaat dus het licht in uw bestaan pas erkennen. Het duister uit uw bestaan draagt u met zich, omdat u daarmee geconfronteerd bent, leert u ook dat kennen. Het duister in uzelf dus. En daardoor wordt de erkenning van het licht mogelijk. Maar we hoeven er niet zo over te praten. Want wat staat er in de geloofsbelijdenis? “Nederdalende ter helle, ten derden dage wederom opgestaan uit den dode, opgevaren ten Hemel enz.” Jezus zelf ging door het duister, ging ter helle. De menselijke gang voert door duister tot licht. Dat is de werkelijkheid.

  • Had Robert Kennedy geen levenstaak meer voor de wereld?

Ja, dat is nu een heel moeilijke, vraag. Hij had veel voor de wereld kunnen betekenen, maar de vraag is, of zijn betekenis ooit zo groot had kunnen zijn, als hij nu geworden is door het feit dat hij dus voortijdig is gestorven.
Dat is met John Kennedy precies hetzelfde en dat is hetzelfde geweest met King. Als we even stilstaan bij wat er gebeurd is. John Kennedy was dus de hoop van het volk, maar was hij in staat om tegen de administratie op te roeien? In feite niet. Doordat hij stierf op een ogenblik dat dit feit nog niet kenbaar was, werd hij de verpersoonlijking van een ideaal, een stimulans. King was een hele goede man, maar hij begon langzaam maar zeker te zeer in het politieke en organisatorische vlak op te gaan en hij was langzaam maar zeker ook een politicus geworden. En dat was niet de bedoeling. Doordat hij ging op het ogenblik dat hij gedood werd, was zijn betekenis aanmerkelijk groter. Hij werd nl. een schok voor de wereld, maar gelijktijdig werden zijn denkbeelden ook veel meer verbreid en ook meer aanvaardbaar, dan ze voor die tijd geweest zouden kunnen zijn.

En senator Kennedy was ook ongetwijfeld een goed mens, een eerlijk mens in vele opzichten, maar was zeker niet de man die de V.S. had kunnen leiden. Dat heeft hij als minister van justitie wel bewezen. Hij lokte te veel conflicten uit en hij is een beetje eigenzinnig en nog wat van die dingen. En aan de andere kant te wankelmoedig. Stel u voor dat deze man werkelijk in Het Witte Huis was gekomen. Dan was het een teleurstelling geweest voor alle partijen. Nu valt hij, maar daardoor zijn de denkbeelden waarachter hij heeft gestaan veel scherper uitgedrukt en zullen andere politici – of ze willen of niet – daarvan iets over moeten nemen en daar iets van waar moeten maken.
En als u de wereld beziet, dan is het eigenlijk maar goed dat ze zijn gegaan. Dan kunt u zeggen: “Hadden zij niet….?” Ja, natuurlijk, zij hadden…

Maar een feit is dat ze nu hebben en dat ze door hun dood meer tot stand brengen dan door hun leven. Denkt u nu niet dat dit een raadseltje is. Ghandi is heengegaan, vermoord. Waarom? Omdat Ghandi als Mahatma niet meer in staat was om de mensen zo te bezielen als nodig was. Nu kan zijn legende veel doen voor de Republieken van India en Pakistan. Zonder dit was het onmogelijk geweest. Zo kunnen wij ze allemaal nagaan die vermoord zijn: Jezus is vermoord, zeker. Maar had Jezus zózeer bij de mensen kunnen behoren wanneer Hij niet aan een kruis gestorven was?
Denkt u daar eens over na. Ik geloof dat dit voldoende antwoord is.

  • Maar je kunt beter op het ogenblik ontvangstcomité zijn, dan afscheidscomité.

Dat ligt eraan van wie je afscheid neemt en wie je ontvangt, zou ik zo zeggen. Ik wil een paar dingen over die Kennedykwestie zeggen, want daar zit u natuurlijk mee. Ik vind het natuurlijk heel erg dat Robert Kennedy op deze manier heeft moeten gaan. Maar aan de andere kant vind ik het ook wel weer dat het enorm veel goeds tot stand kan brengen.
Maar vindt u het niet vreemd dat deze man, een mogelijke pretendent voor het presidentschap, wanneer hij vermoord wordt door de hele wereld wordt betreurd? En dat niemand spreekt over de vrouwen en kinderen die in Vietnam vallen of degenen die ergens anders worden vermoord? Er wordt niet gesproken over de negers die dood geranseld worden ergens op en zg. gevangenisfarm in de buurt van Johannesburg. Daar spreekt men niet over. Kennedy had een denkbeeld, maar hij was maar een mens. En er sterven veel mensen! En degenen die nu Kennedy eren, met veel sentiment, zouden misschien beter doen om dan de denkbeelden van Kennedy te eren door het geweld in de wereld te helpen uitroeien. Zelfs wanneer dat betekent dat bepaalde fabrieken in Nederland wat minder winst maken. Zo is het.

  • Zowel John Kennedy als Robert Kennedy en King hebben juist aan de kant gestaan van datgene dat het geweld juist zou kunnen tegengaan, deze mensen gaan dus op deze wijze……

Ja, ze gaan op deze wijze, hierdoor wordt de beweging tegen het geweld sterk. Maar een ideaal op aarde heeft pas kans tot slagen wanneer er martelaars zijn. Het is alsof bloed een magisch zegel is op de gedachte en dan de dingen sterker maakt. Zo zijn de mensen nu eenmaal. En is het niet beter dat een mens op deze manier gaat – als vijand van het geweld – maar tegelijkertijd iedereen confronterend met dat geweld. Dan wil ik nog niet eens spreken over de complotten die erachter zitten. Dat hij de mensen laat zien dat er iets niet in orde is en dat ze wakker worden geschud. Is het dan niet beter zó te gaan, dan te leven als een prediker van geweldloosheid om machtig in de mensen het besef van het gevaar wakker te roepen?

  • Maar hoe lang blijven ze wakker?

Langer dan u denkt. De massa is ontzettend traag en voordat ze in beweging is duurt het nog een hele tijd. Maar als de massa eenmaal in beweging is, dan is het net een dam die doorbreekt. Je houdt ze niet meer. En degenen die schuldig zijn aan een aantal politieke moorden in de V.S. in de laatste zeven jaar, die zullen nog moeten ervaren hoe groot het geweld kan zijn van een bewust geworden massa – van een volkswoede – wanneer ze eenmaal het doel vindt. En dat is onvermijdelijk geworden. Wat er met Kennedy is gebeurd, heeft men kunnen wegpraten, wat er met King is gebeurd, heeft men nog steeds sub rosa weten te houden. En natuurlijk heeft men nu ook weer een uitvlucht.

Maar op een gegeven ogenblik komt er iemand die zegt: “Daar ligt de bindende factor.” En dan gaan ze allemaal, de heren van het groot, industrieel belang; een klein belang t.a.v. de totaliteit, dat geef ik graag toe. De welvaart van het Amerikaanse volk kan misschien gewonnen worden en verbeterd worden zonder oorlog… maar bepaalde groot industrieën zouden weleens te gronde kunnen gaan wanneer ze geen wapens meer kunnen leveren, wanneer ze niet meer bijzondere gunsten kunnen krijgen vanwege hun belangrijkheid.
En dan zit er natuurlijk ook nog bij: het gangsterdom, degenen die met terreur, vrijheid en orde gelijktijdig scheppen, maar voor zichzelf. Ook die zijn in de V.S. heel wat sterker dan u denkt.

  • En ook deze hebben daar groot belang bij. En al deze groepen maken gebruik van extremisten van allerhande soort.

Dit is gebeurd en het zal nog meer gebeuren. En denkt u nu niet dat u alles heeft gezien. Wanneer u goed het nieuws bijhoudt zult u ontdekken dat er rond de 20e bv. in de V.S. weer een ontwikkeling is. Waarschijnlijk iets vroeger nog. U zult daar nog wel van horen. En ik kan u net zo goed zeggen: er is een eigenaardig ongeval bij, dat ook politieke consequenties heeft, hoofdzakelijk voor Europa. Er is iets aan de gang. En wat er gebeurd is, mag u betreuren, wanneer u niet door de mond van enkele mensen blind geworden bent voor de roekeloosheid waarmee men het welzijn en leven van anderen terzijde schuift, wanneer het gaat om politieke of commerciële belangen of zelfs om zg. gemeenschapsbelangen. Mag ik het daarbij laten, anders wordt het een politiek praatje?

  • Wie moet je licht brengen? Degenen die je wilt of degene die je niet wilt, maar waarvan je weet dat het zal moeten, of degenen die het zelf willen. Niemand weet toch hoe hij werkelijk is, of wel?

Bijna ieder mens weet wel hoe hij werkelijk is, maar is zijn hele leven bezig om het voor zichzelf te verbergen. Dus dat is punt één. En nu vraag ik helemaal niet van u dat u een perfecte zelfanalyse pleegt – dat kan u niet eens – u wordt door stoffelijke en genetische factoren, afscheiding enz. voor een groot gedeelte meebepaald.

En dan is er uw milieu, de conditionering, de scholing waardoor u dus ook bepaalde denkbeelden krijgt. En dat allemaal vormt u een beetje en die dingen kunt u niet kennen voor wat ze zijn. Maar u weet wel degelijk hoe u beantwoordt aan wat u goed acht en hoe het niet moet. Erkent u nu dat maar, dan bent u al een heel eind verder.

En wat betreft licht brengen. Wanneer u licht in uzelf draagt, dan zult u aangetrokken worden door die punten waar licht ontstoken kan worden. M.a.w. je brengt licht daar waar je het wilt, omdat je de noodzaak van het licht daar erkent. En dat heeft er weinig mee te maken of de ander dat wil of niet, of dat jij dat wilt of niet. Dat is een kwestie van een samentreffen van waarden en omstandigheden. Ik wil niets brengen. Ik heb de mogelijkheid – of dat nu een denkbeeld is, of op een andere manier – en er zijn een paar mensen die daarvoor vatbaar zijn. Wanneer ik die mensen afzonderlijk zou gaan bekijken, zou ik misschien  zeggen: “Nou zeg…er zijn er een paar bij…stuur Pietje maar, ik heb er geen zin in.”

Maar ik kijk niet naar de mensen of naar de sferen. Ik kijk naar de behoefte. Alleen dat spreekt. Dat is hetgeen voor mij spreekt en ik vervul mijzelf a.h.w. door dat licht dat ik ken door te geven en die ander mag dan zeggen: “Ik wil dat licht niet”, maar wanneer je rijper bent, dan aanvaardt hij het toch. Dat is het juist. Dat is een toestand van besef die niets te maken heeft met onze uitdrukking van onszelf, maar met de toestand waarin wij verkeren.

  • Als iemand is overgegaan, kan hij dan contact zoeken als hij dat wil met  een persoon op aarde die daarvoor openstaat ?

Wanneer hij de nodige kracht en bekwaamheid daartoe bezit: Ja. Dat is een voorwaardelijk antwoord. Dat is heel eenvoudig duidelijk te maken. Wanneer u piano wilt gaan spelen en u wilt er een melodie uithalen, dan moet u eerst leren hoe het ding in elkaar zit en hoe u de vingers moet zetten. Wanneer u een mens wilt bereiken moet u eerst weten hoe u uw eigen gedachtesfeer a.h.w. kunt vervlechten met de gedachtensfeer van de ander, hoe u in de ander denkbeelden kunt wekken, hoe u eventueel die andere persoonlijkheid kunt omsluieren, of zelfs daarmee volledig manipuleren, zoals ik dat op het ogenblik doe.
Als er maar voldoende harmonie is. Het is een kwestie van techniek. Je moet het vaak leren en in sommige gevallen kun je dat doen wanneer iemand, die er verstand van heeft, je helpt.

  • Is het juist dat we aan de Bijbel veelal een overdrachtelijke betekenis geven?

De bijbel bestaat uit gelijkenissen en die komen eigenlijk voort uit het oosterse denken. In het oosterse denken is de formulering vaag en verhalend. En dat is met opzet, omdat de mensen dus in die vaagheid zelf kunnen leven en er zelf vorm aan kunnen geven. Zodra we dus de Bijbel gaan zien als een soort wetboek met allemaal woordjes met: “Zo is dat en niet anders”, dan staan we helemaal naast de betekenis die ze heeft. Hier en daar is de Bijbel wel historisch en is het waar wat er gezegd wordt. Het is dus helemaal geen geschiedenisverhaal van een volk alleen. Het is heel vaak het proberen om bij de mens een gedachte te wekken en zeker wanneer wij de evangeliën lezen.
Dan moet u maar eens goed opletten: Jezus spreekt gelijkenissen, in parabelen. Wanneer Hij het dan een keer niet doet, komt Hij met leringen zoals de Zaligsprekingen bijv. Jezus formuleert het niet exact.
Jezus geeft een denkbeeld als voertuig voor de mens in zijn eigen pogen. En ik geloof dat we daarom deze dingen wel overdrachtelijk mogen gebruiken; mits wij niet uitgaan van het standpunt, dat de betekenis, die wij op dit ogenblik erin vinden, voor iedereen moet gelden, overal. De grote fout van de godsdiensten is niet, dat ze een waarheid verkondigen, maar dat zij die waarheid op hun eigen wijze formuleren en fixeren, zodat de mens in die waarheid niet meer zijn eigen waarheid en contact met het hogere kan vinden en beleven. Maar hierdoor vastzit aan allerlei, vaak door ambtsschimmel beschimmelde regeltjes, die door andere heertjes met heel veel filosofisch vermogen, maar weinig werkelijkheidszin zijn samengesteld.

Een dogma heeft geen zin, omdat het geloof in de mens niet bepaald kan worden door regels, maar door iets wat in de mens middels een innerlijke erkenning ontstaat.

De godsdienst gaat organisatorisch te werk en gebruikt de Bijbel en de Evangeliën als een soort wetboek, waaraan dan allerhande bijkomstige verklaringen, aanvullende paragrafen enz. kunnen worden toegevoegd. Dit is niet waar…!
Alle grote wijsheden – en dan mogen wij rustig de Koran daarbij nemen, de oude Hindoegeschriften en alles wat u wilt – wanneer wij persoonlijk daarin de waarheid zoeken, vinden wij daarin een waarheid. En dat is belangrijk! Want het is onze waarheid die ons tot een waar geloven brengt en een waar innerlijk erkennen en daarmee ook een juist en waar gebruik van de krachten die op ons instralen.

  • Is het ook zo dat de godsdienst eigenlijk door de mens gemaakt is en niet zozeer met het geloof te maken heeft?

Een godsdienst noemt zich een geloof, omdat het geneigd is van zijn volgelingen een aanvaarding van bepaalde artikelen te aanvaarden, waarin men móét geloven. Maar werkelijk geloof heeft niets te maken met godsdienst. Men zou het misschien ook nog anders kunnen zeggen: De godsdienst heeft de afgoden gemaakt, waardoor de werkelijke gelovige niet meer aan het woord komt.

  • Mag ik iets over Wessac vragen?

Nee, ik heb op het ogenblik nog niet de nodige gegevens om u daar een volledig inzicht in te geven over wat besloten is. Ik kan u alleen dit zeggen, dat wij aannemen, dat dit jaar individuele mogelijkheden en acties zeer groot zijn en dat wij hierdoor, een vormend werking voor de komende paar jaren tot stand kunnen brengen. Dit zal niet alleen voor u veel onrustbarende gebeurtenissen en acties inhouden, maar daarnaast ook wel degelijk heel veel goede ontwikkelingen en daarnaast ook zeker geestelijke inwijdingen. Dat is zo’n beetje alles wat ik durf te zeggen daarover.

Weet u, wanneer ik dat niet met zekerheid kan zeggen, kan ik beter zwijgen. Judas was dus nodig om Christus aan te wijzen: “Die moet gedood worden”, om daardoor een groter succes voor Christus te bevorderen. Nu is John Kennedy vermoord om daardoor een groter succes aan zijn ideeën te geven. King werd vermoord om daardoor op het toppunt van zijn inspraak groot succes te hebben. Hoe moet ik nu denken over Judas en diegenen die hier een rol in gespeeld hebben?

Die uitspraak wat Judas betreft vinden wij toch in de evangeliën zelf: ”Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”  God weet wat er in Judas geleefd heeft en waarom hij het heeft gedaan. Laat God, Judas oordelen. Hij zal waarschijnlijk veel genadiger zijn dan de mensen, die veel te blij zijn dat ze een zondebok hebben, ofschoon wij niet mogen vergeten dat ook Judas eigenlijk het werktuig was van de fatsoenlijke mensen, zoals uiteindelijk de moordenaars van allerhande grote mensen. Als u ze goed beschouwt erg zielige figuren, omdat zij  – of zij nu gekocht zijn of het uit overtuiging hebben gedaan – werktuig zijn geweest van al die mensen die het zo goed weten. Laat ons daarover niet oordelen. De maatschappij heeft haar vaste regels. Laat zij die regels toepassen. Dat is haar zaak. Zij moet als maatschappij nu eenmaal een zekere regelmaat hanteren, maar laat zij niet de euvele moed hebben om te zeggen: “Deze mens is schuldig tegenover God”. Zij kan hoogstens zeggen: “Deze mens heeft gehandeld tegen de opvattingen, begrippen en regels van ons maatschappelijk geheel.”

Moeten wij nu nog wat improviseren? Laten we eens kijken wat voor onderwerpen u heeft…

  • water – licht – lotus

Daar, waar wij het noodlot aanvaarden en het licht in ons wordt, als het water waarop de lotus van bewustzijn drijft, ontwaken wij in de totaliteit van het kosmisch besef. In de modder der materie sluimert een besef.
Langzaam verheft het zich, geprikkeld door een enkele straal van licht en zwicht voor drang tot verdergaan. Het ontstaan wordt langzaam een bewustzijn. En een bewustzijn dat zichzelf ontvouwt in een bewustzijn dat een wereld bouwt, zichzelve maakt, hetzij de lotus stijgt.
En uit de stilte van de vijver en de weerkaatsing van een eeuwig licht spreekt nu bewustzijn, tracht zichzelve ‘ik’ te heten en zwicht voortdurend weer voor krachten rond het ‘ik’, nog niet beseft.
Hij noemt het niet besefte zijn geweten, maar eens komt uit de oneindigheid het licht en treft een bloem, die, waar ontplooid het grote licht in zich besluit en het licht dan door zichzelve uit. Een licht, dat op het water drijft. Een licht, dat door het water straalt en maakt het tot symbool van leven, verweven met de eeuwigheid het geven van het ‘ik’.

Dat niet meer is zichzelf begrensd… een mens… een ziel … een geest maar eeuwigheid, het Al van God. Een vonk, geopenbaard… een mens met zijn lot, dat de oneindigheid omschrijft en spreekt de onuitgesproken naam. Waarin de Schepper zich en aan het geschapene omschrijft. Bewustzijn heeft het ‘ik’ gedragen door een kracht die het zelve niet beseft, verheft het zich.

Bewustwording wordt dat geheten. En dan, wanneer het heeft gegeten van licht en heeft gedronken van de wateren van Zijn, de kracht in zich heeft gemaakt tot wijn, het bloed, het sap van eeuwigheid. Dan, uit de strijd van het ‘ik’ bestaan overwint het Zijn de waan en waar de lotus zich ontsluit daar komt het ‘ik’ voor het eerst bewust, als deel van eeuwigheid tot rust en is in eeuwigheid een licht dat alle lichten uit.

Een raadgeving : Leer drie maal denken voordat u een ander een verwijt maakt.

Leer drie maal uzelf bedwingen, voordat u ergens op losbreekt. Wanneer u in deze dagen een besluit hebt genomen, volvoer het dan zonder aarzeling. Op deze wijze kan de komende periode u in uw leven nieuw besef, nieuwe krachten en nieuwe mogelijkheden geven!

image_pdf