Overgang en geestelijk leven

12 april 1985

De moeilijkheid van geestelijke dingen is vooral, dat zij door de meeste mensen maar al te graag aanvaardt worden, zolang men maar niet verlangt dat zij daaraan ook praktisch consequenties verbinden.

Spreken wij over het overgaan en het daarna volgende geestelijke leven, dan blijkt er bij zeer veel mensen een soort sprookjesgevoel op dit punt aanwezig te zijn. Hun denken gaat ongeveer als volgt: Wanneer je maar eens dood bent, zo kom je in een soort sprookjesland terecht. Je bent opeens weer jong, mooi en bovendien nog wijs ook. Wanneer je je dan op aarde hoe dan ook terug meldt, ben je voor hen dan ook meteen een soort supermens zonder lichaam geworden.

Degenen die overgegaan zijn weten natuurlijk wel beter: onze geestelijke opbouw wordt bepaald door al datgene wat wij doen en ervaren hebben. De incarnaties die je doorlopen hebt spelen hierbij natuurlijk een grote rol, maar eveneens de lessen die je tussen de incarnaties in geestelijk hebt overgaan.

De zaken die je stoffelijk eens beleefde, vormen een soort herinnering die bij incarnatie weer deels naar het nieuwe lichaam kunnen worden overgebracht. Zuiver geestelijke zaken kun je echter stoffelijk niet voldoende duidelijk uitdrukken om ook deze in het nieuwe lichaam te verankeren. Zij blijft altijd een deel van de geest, dat wel soms via het onderbewustzijn motiverend op kan treden, maar nimmer bewust beseft kan worden.

Onze benaderingen verschillen te veel. Wijsheid bv. is voor de mens tenminste deels op weten gebaseerd. Voor de geest echter is wijsheid eerder een zaak van zelf aanvoelen en vereenvoudigen van indrukken die je ontvangt. Hoe wijzer een geest dus wordt, hoe eenvoudiger zij zal zijn.

Hoe groot die verschillen kunnen worden, heb ik meerdere malen aan eigen wezen ervaren: ik ben meerdere malen inleider geweest op esoterische bijeenkomsten, waar hogere entiteiten soms doorkomen.

Je doet dan je best om precies te vertellen wat de gastspreker zal gaan behandelen en je eigen denkbeelden daarbij te geven. Dit in de hoop dat de mensen dan beter zullen begrijpen, wat deze hoge geest zal gaan doorgeven.

Vaak blijkt dan dat jij gewerkt hebt met allerhande ingewikkelde zaken tot mathematische formules toe, terwijl de spreker in dit geval nog niet eens de tafels van vermenigvuldiging nodig heeft om te zeggen wat hij wil.

Het geestelijke leven is er in feite een waarin het vooral gaat om aanvaarding. Tenminste: ik denk dat dit het belangrijkste is. Er zijn vele dingen die u misschien redelijk wel kunt aanvaarden, maar gevoelsmatig niet. Of omgekeerd. En al klinkt het u misschien wat wonderlijk, in de geest is het alleen die gevoelsmatige aanvaarding die telt.

Dus wat je gevoelsmatig aanvaardt, is – geestelijk gezien – bewustwording van de mogelijkheid tot beseffen en beleven en wat diens meer zij.

Maar wat je mentaal aanvaardt en gelijktijdig emotioneel niet geheel kunt aanvaarden of niet waar kunt maken, is – geestelijk gezien alweer – geheel niet van belang.

Je kunt de vroomste christen zijn geweest, zover het trouw aan de regels het volbrengen van de zg. christenplicht betreft op de gehele wereld, maar wanneer je je naaste niet werkelijk hebt lief gehad, heb je in feite geestelijk geen enkele stap vooruit gedaan.

Dit lijkt mij de eenvoudigste wijze om het duidelijk te maken. In uw eigen geestelijk leven telt dit ook: Er is in u heel wat, waar u in feite niet goed raad mee weet. Er leven in u allerhande gevoelens en u kunt die niet geheel verklaren. Waarop u die dan maar probeert om te zetten in iets wat materieel is.

Bijvoorbeeld: iemand heeft het gevoel dat hij moet zwemmen in een wereldzee en vertaalt dit dan in een “ik hou van haar”  of “van hem.” Zo vreemd het u alweer moge klinken, dergelijke vertalingen kom je op aarde heel vaak tegen. Er zijn mensen die zeggen: Ik heb iemand lief. En dit willen zij dan onmiddellijk uit gaan drukken op de meest materiële wijze die maar denkbaar is.

Maar hetgeen zij feitelijk bedoelen is dan maar al te vaak: Ik voel een zekere eenheid op meer geestelijk terrein met die ander. De stoffelijke uitdrukking is dan niet werkelijk belangrijk voor hen. Maar daarmede weten zij geen raad en dus maken zij de stoffelijke uitdrukkingen daarvan over belangrijk.

Daardoor ontstaan frustraties, tegenstellingen en men vergeet de gevoelens van eenheid die werkelijk belangrijk waren. Het eindresultaat van dit alles is dan, dat je er geestelijk geen cent wijzer van wordt.

Neen. Het leven van de geest – dus ook uw geest – is gebaseerd op harmonie. Wat betekent: op al wat je kunt aanvaarden in eigen ervaringen en die van anderen. De kern is alles wat je zelf geheel en zonder voorbehoud aanvaardt. En dit is niet alleen mede bepalend voor uw geestelijk leven, maar ook voor de wereld waarin u, volgens uw besef, nu leeft.

En al denkt men vaak dat op aarde de wereld waarin je geestelijk leeft van weinig betekenis is, de werkelijkheid is toch wel anders. Maar hoe moet ik dit in zich voor u onredelijke toch duidelijk maken?

O ja, er was een man die doodging. En u weet wat er gebeurt volgens de overleveringen wanneer je doodgaat. Je kunt je dan het lazarus klimmen. Vandaar ook dat lazarus is opgestaan: hij had nog geen zin in al dat klimmen.

Je komt dan aan de hemelpoort waar Sint Pieter zit. Die gromt dan wat in zijn eerwaardige baard en kijkt vervolgens na of je de hemel binnen mag gaan.

De man waarvan ik nu spreek had echter pech. Petrus keek maar even en sprak toen, voor zijn doen ongewoon duidelijk: het spijt me voor jou, jongen, maar je bent alleen schijndood, dus moet je nog een tijdje terug gaan.

De man mopperde en verklaarde, dat hij alleen nog maar verlangde naar de hemelse zaligheid. Waarop Petrus hem op zijn onontkoombare weg naar beneden nog snel een troostwoord meegaf en sprak: De zaligheid draag je in jezelf. Maar op het ogenblik dat je die niet herkent in een wereld waarin je leeft, verlies je die.

En baardmans had daarmede het grootste gelijk van alle werelden. De man echter kwam na verloop van tijd weer bij de hemelpoort terug. Niets bijzonder overigens, want wanneer een klant al eens een keer van de hemelpoort wordt teruggestuurd, je ziet hen altijd na enige tijd weer verschijnen.

De man beklom de trap met nog meer zuchten en steunen dan de vorige maal en bijna ademloos ging hij naar Petrus om te melden: Nu ben ik toch echt dood. Waarop Petrus hem eens even goed opnam en beleefd verklaarde: Dat ben ik deze maal geheel met u eens. Ik zal eens even nazien in de akten.

De man keek Petrus nog eens aan en vervolgde: maar de hemelse zaligheid heb ik toch op aarde niet gevonden. Waarop Petrus informeerde: En in uzelf?

Daar ben ik niet aan toegekomen met al die ellende op aarde. Als u zou weten wat ik allemaal heb meegemaakt de laatste tijd: Van Aerdenne was het niet met mij eens. Lubbers hield mijn besluiten tegen. Bovendien hadden zij nog een andere bisschop aangesteld dan ik juist achtte. Ik wist er geen raad meer mee….

Kalm maar, vergoelijkte Petrus. Ik zal eens even voor u kijken. De uitdruk van zijn leven kwam van de computer, Petrus las en las en merkte op: U hebt zich inderdaad nogal druk gemaakt op aarde. Maar u heeft God niet gezien op aarde. En nu wilt u toch hier naar binnen, waar het aanschouwen van God de werkelijkheid bepaalt?

Natuurlijk, meende de man. Na al die ellende? En ik had toch mijn gehele leven aan God gewijd. U wilt toch niet zeggen dat ik nu niet hier binnen mag gaan?

Tja, reageerde Petrus, om God te kunnen aanschouwen moet je eerst leren God te beseffen. Toch heb ik voor u wel een hoopgevende mededeling: Wanneer u hier nu even naar rechts gaat en een klein stukje naar beneden, dan treft u een bewaarschool waarop u toegelaten bent. Daar zullen zij dan proberen u te leren hoe u het licht buiten u moet leren zien om het in uzelf te leren erkennen.

Een verhaal dat niet alleen duidelijk maakt wat ik bedoel, maar dat bovendien naar ik meen voor velen onder ons toepasselijk is. Al klinkt het natuurlijk wel erg: heb je net 25 jaren van je AOW (basispensioen van de Rijksoverheid, red.) kunnen genieten, je gaat eindelijk dood en waar kom je terecht? In de bewaarschool, je uitkering houdt nog op ook.

Maar om reëel te zijn: Wanneer u eenmaal begrijpt dat de wereld van de geest en het leven van de geest bepaald worden door harmonie en bovendien beseft dat harmonie altijd bestaat uit een innerlijke erkenning plus een uiterlijke aanvaarding, bent u op de goede weg.

Dan beseft u immers dat je eerst in de wereld buiten je al datgene moet leren erkennen dat in je leeft, wil de wereld voor jou een mogelijkheid tot harmonie bieden. En wanneer u er niet in slaagt die harmonie op aarde te vinden, moet je niet denken dat je die in één slag verkrijgt, alleen maar omdat magere hein toevallig met zijn zeis heeft gezwaaid.

Overigens een simplistisch beeld, die zeis. De man heeft op zijn minst een automatische maaimachine nodig. Want met al die drukte in deze dagen heeft hij anders niet eens de tijd meer om zo nu en dan de strekel te pakken en de snede wat scherper te maken.

Nu ja, dat is natuurlijk: van dik hout zaagt men planken, je moet de dood toch op de een of andere wijze verzinnebeelden. Aan de andere kant, welke zichzelf respecterende geest wil nu tot het einde der dagen rondlopen als een skelet met een zeis in de knoken?

Tja, die dood. Je moet het je maar kunnen voorstellen. Sommige mensen stellen dat de dood een engel is. Voor jou is hij dit vaak, wanneer je maar niet bang voor hem bent. Maar in werkelijkheid is de dood een gebeuren. Voor jou neemt dit de gestalte aan van hetgeen je zelf bent.

Want in feite ben je zelf de dood: het is je eigen geest die tegen je bewustzijn zegt: het is voorbij. Dan kun je uitroepen dat je niet wilt of klagen: oh, oh, wat ben ik eenzaam. Of zelfs: hoe verschrikkelijk. Of zelfs: nu ga ik naar de hel.

Ofschoon het vreemd is dat je vooral die mensen over de hel hoort denken die de eeuwige zaligheid verdienen. Maar degenen die luidkeels roepen dat zij naar de hemel zullen gaan ….  zij vallen nog wel eens erg diep, vooral wanneer zij zichzelf zagen als uitverkorenen.

Daar ken ik trouwens ook een verhaal over: Er waren mensen aan het bonen lezen. U weet wat dat is? Je werpt alle bonen in een bak – of nu misschien op een lopende band – en haalt vervolgens alle bonen er uit die zijn aangestoken.

En zie: elke boon die zich boven de anderen verheven zag omdat hij werd opgenomen, riep luidkeels uit: Ziet, ik ben uitverkoren… Maar hij kwam wel bij het afval terecht.

Daar moet u toch eens aan denken wanneer u weer beweert, dat u of uw groep toch maar uitverkoren bent. Want je kunt het nooit zeker weten. Misschien zit er boven wel de een of andere bonenlezer en voor u het weet: hoep. Ik zeg niet dat het zo is en niet anders, maar het zou toch kunnen gebeuren.

Om weer terug te keren naar het onderwerp waarover ik vooral iets wilde zeggen: het leven van de geest is vooral gebaseerd op je vermogen deel te zijn van het andere.

Eerst wanneer je het andere kunt aanvaarden en daarin op kunt gaan, ontstaat er een werkelijke wereld waarin je als geest kunt leven. Kun je dit niet, dan is dat spijtig voor jou, want dan leef je maar in een heel klein en benauwd wereldje. Meestal denk je dan dat anderen daaraan schuld hebben, maar in feite ben je het zelf die jezelf hebt veroordeeld tot dit geestelijke bestaan, door je afwijzing van al het andere. Vandaar dat kleingeestigheid – op welk gebied dan ook – geestelijk over het algemeen nogal wat repercussies heeft.

U wilt zelf geestelijk vooruit komen? Nu ja, dat kun je op 1oo1 manieren doen. Er zijn mensen die uren achtereen psalmen zitten te zingen. Mijn manier is dit niet, maar kwaad kan het in geen geval en het kan zelfs geestelijk zeer belangrijk zijn wanneer die mensen daardoor een verbondenheid gaan voelen.

Anderen mediteren. Wanneer je in die meditaties dan niet probeert jezelf te kennen of iets dergelijks, maar probeert op te gaan in het geheel, dan krijg je wel een beeld van jezelf, maar met iets extra: je voelt dat je ook nog deel bent van het geheel.

En wanneer je bidt tot God en in dit gebed God zoekt en niet jezelf of een verdedigen van eigen belangen, dan zit je ook alweer goed. Laat mij het zo stellen:

Twee mensen zitten te bidden. De een zegt: Ach Heer, u bent zo almachtig, kunt u niet een klein wondertje voor mij doen? Ik ben ziek, ik heb last van ambtenaren. En dit in orde brengen is voor u toch niets? En wanneer u toch bezig bent: wilt u misschien het humeur van mijn vrouw verbeteren? En mijn hond heeft ook iets aan zijn achterpoot …

U snapt het: in de vorm van een gebed een soort verlanglijst zoals kinderen voor de kerstman of voor sinterklaas plegen op te stellen.

De ander zit ook te bidden. Maar die zei stil voor zich heen alleen: God, wat is uw wereld soms mooi. God ik dank u dat ik mag leven. De man zei niet eens amen, maar ging er meteen weer vandoor. Toch was dit degene die echt gebeden had. Door zijn besef en zijn aanvaarding was zijn wereld groter geworden.

De ander had zijn wereld steeds kleiner gemaakt door alleen de nadruk te leggen op zijn ellenden. Door die in het focus van zijn bewustzijn te brengen, werd hij er bovendien nog veel sterker mee geconfronteerd dan anders het geval zou zijn geweest.

Als je dus op aarde leeft is het wel aardig uit te roepen dat je alles positief moet benaderen en jezelf op de borst te kloppen. Kent u die uitdrukking? Aangevuld met zo iets als: mijn antwoord valt dan verder uiteen in drie delen. In de eerste plaats dienen wij te begrijpen dat er een machtsevenwicht gehandhaafd dient te worden. Ten tweede dienen wij onze menselijke en morele plichten beseffen en ons terughoudend opstellen. En ten derde moeten wij waar maken wat wij werkelijk zijn. Want wij zijn een klein volk, maar sterk van geest.

Overigens, iemand die dat zo zit te vertellen, is kennelijk overtuigd van het tegendeel van hetgeen hij ten laatste stelt. Want een volk dat zo iets slinkt als antwoord is zwak van geest.

Maar je kunt het beter anders benaderen en zeggen dat er toch ook veel goede dingen bestaan – en dit zonder nu bijzonder positief te willen zijn. Ontken het andere niet, maar richt u op het goede dat reeds bestaat en probeer dit sterker te maken.

Ik zoek naar een passend voorbeeld. O ja: wanneer u een heel busje zoetjes in een kop thee gooit, dan kunt u wel beweren dat zoet positief is, maar u wordt wel behoorlijk zeeziek en protesteert zelfs aan beide kanten tegelijk.

De juiste houding is eerder een soort gemiddelde: het is een erkenning en aanvaarding van al wat is, waarbij men zich richt op het goede, maar het negatieve niet ontkent.

Bewustwording is er op gebaseerd dat wij alle dingen leren aanvaarden. Om het simpel te stellen: wanneer je alleen God en het goede aanvaardt, maar de duivel en het kwade ontkent, kom je ook niet veel verder. Leg je de nadruk op het kwade en stel je desnoods dat er dan geen rechtvaardige God kan bestaan, dan kom je al evenmin verder.

Maar stel je dat er een kracht is die alles beheerst, ook al is een deel daarvan voor het ego goed en een ander kwaad, zodat je met dit alles zult moeten leven, kom je meestal wel een aardig eind verder. Al is het maar omdat je dan  beseft: beide dingen behoren bij mij en mijn bestaan.

Dat is dan gelijktijdig een ontwikkeling van je geest en een bewustwording op aarde. De geest kan dan ook bewuster deel hebben aan het stoffelijke leven.

Nu moet je natuurlijk niet stellen: zo ben ik nu eenmaal en zo heb ik het gedaan. Dus is het goed. Om dit te verduidelijken wil ik u nog een hemelpoortverhaal vertellen dat gaat over een zeer gewetensvolle ambtenaar. Al is het oud, het past goed bij het voorgaande.

De man had aan boekhouden gedaan, later met cijfers plannen berekend en zich uiteindelijk ook bezig gehouden met wetgeving. Verder had hij heel vroom en goed geleefd. Toen hij dus aan de hemelpoort kwam en om toelating verzocht, keek Petrus wel wat moeizaam, maar liet hem binnen.

De man beviel hem niet, maar hij had in zijn leven geen kwaad gedaan. Wat zoals hij zei: de voorschriften geven u in dit geval alle recht, dus moet ik u wel toelaten. Dus ga maar binnen en ga uw stralenkransje, uw witte gewaden en vleugels halen bij de fourier. Dan kunt u meteen kiezen voor een instrument: een harp, een bazuin of iets dergelijks. Uw enige verder taak is: gelukkig te zijn,

De man was al binnen, haalde zijn spullen en koos daarna voor een bazuin. Begrijpelijk: hij had altijd erg matig geleefd en wilde nu in de hemel toch wel eens in de bus blazen. Maar nadat hij wat les had genomen en overal wat rond had gezweefd begon hij zich toch wel steeds meer te ergeren aan het feit dat al die engelen daar zo maar door elkaar rondvlogen.

Dus melde hij zich voor een audiëntie en kwam bij de Heer: Here, zo sprak hij, ik ben toch in de hemel nietwaar? En men zei mij dat het hier mijn taak is om gelukkig te zijn. Zeer zeker, antwoorde God. Dan heb ik toch nog een vraag: het verkeer is hier zo slecht geregeld. Zou het niet mogelijk zijn alles meer ordelijk te doen verlopen en bv. voor elke richting afzonderlijk een vlieghoogte en snelheid te bepalen, zodat alles niet meer zo door elkaar krioelt?

Tja, ja, ja, zuchtte God. Als je daardoor werkelijk gelukkig wordt? Och heer, sprak de man, ik zal alleen maar volmaakt gelukkig kunnen zijn wanneer ik alles mag regelen. De Heer dacht even na en sprak toen: het is mijn eigen schuld, want ik heb de regels gegeven op grond waarvan je hier bent binnengelaten. Probeer het dus maar.

Vanaf dat ogenblik werd er aan alle kanten gedrild. De engelen leerden in het gelid vliegen met gelijke vleugelslag , op de juiste hoogte en met de voorgeschreven snelheid.

Er kwamen regels omtrent de uren waarop bazuingeschal of harpklanken gehoord mochten worden – niet gelijktijdig dus. Er kwamen overal bordjes waarop stond welke paden door wie mochten worden begaan en welke delen in geen geval anders dan voor dienst mochten worden betreden.

Het duurde wel een halve eeuwigheid, maar uiteindelijk was de gehele hemel zo goed geregeld dat het wel leek of het geheel een uurwerk was. De ambtenaar beschouwde het en sprak: Nu ga ik terug naar de Vader om hem te vertellen hoe gelukkig ik ben.

Het hoofd hoog geheven, zijn klerkenhart gezwollen van trots stapte hij de audiëntiezaal binnen. En stond verdwaasd en ontsteld stil. Want wie zat daar op de statietroon? Beëlzebub zelf!!! Ontzet stamelde hij: heb ik mij in de richting vergist? Ik kwam hier om God de Vader te spreken…

Toen begon Beëlzebub onbedaarlijk en bulderend te lachen en sprak uiteindelijk, nog na proestend: Wil je God de Vader spreken jongen? Dan zul je naar de hel moeten. Een tijdje geleden kwam Hij bij mij en stelde voor voorlopig even te ruilen. Want, zo vertelde hij, er is bij mij een ambtenaar losgebroken ….

Waaruit als lering te trekken valt: dat als je je te zeer aan de regels houdt, je van de hemel een hel kunt maken. Misschien geldt ook het omgekeerde, maar daar is nog niemand zeker van, want dat bewijs is nog nooit geleverd.

Wanneer u geestelijk bewust wilt worden, denkt u daar dan a.u.b. over na. Er bestaan geen vaste regels. Er bestaat alleen maar harmonie, die ontstaat door het erkennen van je eigen innerlijk in de wereld om je heen en het aanvaarden van die wereld als een deel van jezelf. Als je dat eenmaal kunt, komt de rest als vanzelf wel voor elkaar.

En dat was dan alles wat ik in een poging om geestelijk te zijn u te vertellen heb. Dat laatste verhaal hebben wij overigens wel eerder verteld, maar het scheen mij toepasselijk en u hebt u er in ieder geval mee geamuseerd.

Print Friendly, PDF & Email