Overwinnen van angsten en begeerten

Angsten en begeerten zijn over het algemeen sterk met elkaar verwant. Als we angst omschrijven, dan zijn het redelijke of onredelijke gevoelens die gepaard gaan met een gevoel van verlies.

Hebben we het over begeerte, dan is het over het algemeen een gevoel van tekort of van mogelijkheid waarvan de vervulling schijnbaar belangrijker is, dan de consequenties. Dit is natuurlijk niet volledig, dat begrijpt u ook wel. Maar als we die gevoelens moeten erkennen er gaan overwinnen, dan is het geloof ik wel van belang, dat we in de eerste plaats de oorzaak van onze angsten kennen. Een groot gedeelte van de angsten, die een mens heeft, komt voort uit zijn onderbewustzijn. Dat kan zich zelfs omzetten in zuiver lichamelijke reacties. Maar de angst op zichzelf is voornamelijk mentaal en fysiek. Het is een combinatie. Als u bang bent, kunt u wel zeggen dat u niet bang behoeft te zijn, maar dat helpt u niet. Een angst is namelijk niet door de rede te verdrijven.

Een werkelijke vrees overwint u alleen door haar bestaan te aanvaarden. Als u bang bent voor een oorlog, dan moet u zich afvragen, of het redelijk is die vrees te koesteren. Maar bovenal moet u zeggen: ik ben machteloos; ik kan er niets aan doen. Ik zal rekening ermee houden dat het kan gebeuren en ik zal dan zien hoe ik mij zo goed mogelijk red. Dit is een heel typische reactie waarbij heel veel mensen zich zullen afvragen: wat moet ik er eigenlijk mee? Als ik nu voor alles bang ben en ik zeg tegen mijzelf: ik kan er niets aan doen, dan gebeurt er helemaal niets. Daar heeft u gelijk in. Maar een angst kan altijd worden opgeheven, wanneer er een sterkere prikkel is tot ageren, dus tot iets doen. Zolang die er niet is, is het ook niet nodig te handelen.

Als u verstart omdat er iets is in uw nabijheid ‑ zichtbaar of onzichtbaar ‑ dan kunt u zeggen: Ik blijf maar verstard zitten. O, wat ben ik bang! Daar komt u niet verder mee. Vraag u dus niet af: is het redelijk om bang te zijn? Vraag u af: waar ben ik bang voor? Door een angst zo goed mogelijk te formuleren en te omschrijven neemt die reeds af, daar zijn emotionele invloed minder wordt. Er zijn mensen, die hebben pleinvrees, ruimtevrees, vrees voor besloten ruimten, voor hoogte enz. enz. Bij al die vrezen kunt u natuurlijk zeggen: dat zijn eigenlijk storingen van het bewustzijn, het zijn neurosen. Maar als u nu de trap op moet gaan en u heeft hoogtevrees, dan heeft u er weinig aan te weten dat het een neurose is. U moet zich gewoon afvragen: is het belangrijk, dat ik boven kom? Als dat het geval is, dan moet u zeggen: ik denk zo goed mogelijk niet aan de trap. Ik concentreer mij steeds op de volgende trede, alleen maar op die volgende trede. Ik kijk niet achterom, ik kijk niet vooruit. Elke volgende trede is voldoende. Door stap voor stap te gaan is het mogelijk om deze neurose tamelijk in bedwang te houden.

Als u op een grote hoogte staat, bv. op een wolkenkrabber, dan heeft u helemaal niet de neiging te zeggen: daar komt een wolkje voorbij, laat mij eens even krabben. Dan staat u daar en u bent verstard, omdat u zich van de hoogte bewust bent. Dus zijn er twee dingen waarmee u rekening moet houden: de hoogte en de ruimte biologeren u. U moet er dus niet naar kijken. Wat moet u hier dus doen? U beperkt uw concentratie tot datgene wat werkelijk nodig is, wat u werkelijk moet waarnemen. Handel daarbij bovendien zoveel mogelijk automatisch. U zult zien dat u zelfs dergelijke neurosen meester kunt worden. En als u dergelijke lichamelijk zeer gevaarlijke neurosen op die manier de baas kunt, waarom, zou u dan meer gewone angsten ook niet de baas kunnen?

Ik heb het gevoel dat er een demon in mijn buurt is, fluistert men. Jawel, maar als hij er nu is en u ziet hem niet, u voelt hem alleen maar, wat moet u dan doen? Een koude douche nemen b.v.. Niet zeggen: hij is er niet, want dat praat je jezelf toch niet aan. U moet gewoon zeggen: hij kan mij niets doen. Een koude douche is in zo’n geval ook erg goed, want volgens de legende kan een geest niet over stromend water gaan. Als u er dus onder staat, kan hij niet in uw buurt komen. Bovendien is het nog gezond ook. Het is een wat nuchtere manier van denken, dat weet ik wel. Begrijp één ding heel goed: de angst is onredelijk. Het is een beeld in uw hersenen of een indruk waardoor u zoveel verschillende stoffen in uw lichaam opwekt dat een deel van uw lichaamsfuncties verandert en u gelijktijdig wordt gebiologeerd door het gevreesde. Dat is het grote gevaar.

Wanneer u in een auto zit en u staat op het punt een aanrijding te krijgen, dan kunt u natuurlijk op de rem blijven trappen en verstarren, maar dat helpt u niet. Het enige wat u kunt doen is proberen na te gaan: wat is nu de beste kans. Niet: wat gaat er gebeuren? Dat merkt u wel. U zult dan ontdekken dat u soms door te slippen en gas te geven nog een kans schijnt te maken en dat probeert u dan. Maar als u denkt: daar komt een aanrijding en u gaat niet verder, dan komt die zeker.

Het besef, dat de angst op zichzelf aanvaard kan worden zonder dat die uw eigen reactie en gedrag bepaalt, is één van de eerste dingen, die u zich moet bijbrengen. Dat is volkomen juist, onthoudt u dat.

Als ik bang ben en er zijn dingen die ik toch moet doen, dan moet ik mij niet concentreren op hetgeen ik vrees, maar alleen op hetgeen ik moet doen. Daardoor wordt de vrees wel niet onmiddellijk overwonnen, maar ze komt op de achtergrond, ze wordt beheersbaar. Op het ogenblik, dat angst beheersbaar is, is hij niet meer de dominerende factor en kan hij op den duur worden overwonnen. Misschien dat u nu al een voorstelling heeft van de kant die ik wil uitgaan.

Het is heel goed om te zeggen: beroep u op God en dan zal de angst wel verdwijnen. Indien u gelooft dat dat het geval is, dan moet u zich op God beroepen, inderdaad. Maar er zijn veel meer gevallen dat je meer voelt voor een politieagent dan voor God. Maar die politieagent is er dan niet en God kun je niet bereiken volgens je gevoel. Hij kan hier niet ingrijpen, dus moet je het zelf doen.

Het overwinnen van angst betekent, langzaam maar zeker beseffen dat je maar voor een klein deel en niet helemaal wordt beheerst door de omstandigheden. Daar gaan de meeste mensen aan voorbij. U kunt zelf de omstandigheden beheersen, maar u kunt nooit een angst overwinnen, als u niet besluit te handelen ongeacht de consequenties. Bij angst is het beseffen van mogelijkheden en consequenties verlammend, ook als het innerlijke angsten zijn.

Er zijn veel mensen, die ook daarmee wel eens te maken hebben. Een gevoel van achtervolgd worden misschien of zelfs het gevoel van te leven onder een glazen stolp in een wereld, die eigenlijk mechanisch nog voortbeweegt buiten je. Als u daarmee te maken heeft, dan voelt u zich werkelijk angstig, natuurlijk. Maar vraag u dan niet af: hoe erg het wel voor u is, want dan komt u in zelfbeklag terecht. Dat zelfbeklag alleen al zal alle factoren die de angst veroorzaken vergroten. Vraag u af wat u wilt. Vraag u niet af wat het kost. Hoe lang het zal duren. Vraag u af: wat moet ik nú doen? Wat zou ik nu wíllen doen? En doe dat. Begrijp dan heel goed, dat u op die manier de angst kunt overwinnen.

Nu zijn er mensen die angsten hebben die eigenlijk geen echte angsten zijn. Ik noem dat over het algemeen: niet bereid zijn om consequenties te aanvaarden. Dat soort angsten is veel moeilijker te overwinnen, omdat de mensen niet willen toegeven dat ze bepaalde consequenties niet willen aanvaarden. Ze zeggen gewoon tegen zichzelf: ik zou dat allemaal wel willen en ik zou dat allemaal wel kunnen, maar ik ben bang dat ’t toch niet zal gaan en daarom doe ik het maar niet. Dat is een uitvlucht voor jezelf. Er zijn heel veel dingen die je wel degelijk kunt doen, als je wilt. Maar wil je ze wel werkelijk? Is het niet eerder een spelletje in de gedachten? Zoals: ik zou die man wel een klap willen geven, maar dan krijg ik er één terug. Dan ben je niet bang voor die man, maar dan ben je niet bereid om je uiting te bekopen met waarschijnlijk een pak slaag. Dat komt erop neer. Dat is berekening, geen angst.

Bang zijn is ergens onredelijk. Angsten hebben altijd een element dat niets meer te maken heeft met de rationele wereld, waarin men leeft. Zodra er een overweging bij te pas komt, is het dus geen angst. Beschouw hem dan ook niet als zodanig, Op het ogenblik, dat je dat doet, kom je terecht in de kringloop van verhoogde interne klierafscheidingen in het lichaam, verhoogde panische reacties en op den duur een absolute onbeheerstheid en dan ben je weg. Besef, wanneer ik bang ben voor iets, dan is dat heel, vaak gewoon een beseffen van consequenties, die ik niet wil aanvaarden. Als dat het geval is, dan moet ik zien wat het zwaarste weegt. Tijd nemen, overwegen. Als u dat doet, komt u altijd verder dan als u in een soort wanhoop maar wegloopt of agressief wordt.

Die consequenties spelen ook bij begeerte een heel grote rol. Een mens kan van alles begeren. U kunt zeggen: was ik maar rijk. Stel u eens voor wat u allemaal zou doen, indien u rijk was. U heeft allen wel eens zo’n droompje gehad. Maar wat heeft u er eigenlijk aan? Dit is spelen met gedachten. Dat is zoiets als denken: als ik nu eens wonderen kon doen, wat zou ik dan in de wereld niet allemaal veranderen! We voelen zelf dat we dat niet kunnen. Wij spelen dus alleen maar met dromen. Dromen zijn erg leuk zolang we begrijpen dat ze dromen zijn. Maar als we die droom verder gaan uitspinnen, komt er een ogenblik, dat we daar soms ook lichamelijk bij betrokken raken. Dat wil zeggen dat er emoties ontstaan, dat we eigenlijk bepaalde mechanismen aan het werk zetten. En dan komt er een moment dat we ons afvragen: wat moeten we nu?

En dan hebben we het punt, dat die droom tegenover de werkelijkheid komt te staan. Als die werkelijkheid en die droom dan niet klikken, moet u eens zien hoe woedend u bent. O, niet op uzelf en niet op uw droom, maar op de werkelijkheid. Dat is onvermijdelijk. Het overwinnen van begeerte is in de eerste plaats begrijpen wat u wilt. Het is namelijk helemaal niet erg om iets te begeren, maar dan moet u wel weten: wat is de prijs die ik ervoor wil betalen? Wat wil ik er wel, wat wil ik er niet voor doch? Besef, dat u ‑ juist als het om begeren gaat ‑ niet droomt over een deus ex machina die zal optreden en alle wensen zal vervullen, of over een welwillend toeval dat alles zo schikt op die schone wijze waarin het in damesromans en wat dat betreft ook in de heren detectiveromans steeds weer voorkomt. Neen, de werkelijkheid is: Als ik iets begeer, dan moet ik mij afvragen wat het mij waard is. Vanaf het ogenblik dat ik mij die vraag stel, kom ik als vanzelf al op een punt waarop ik mijn begeerte tenminste in toom kan houden. Je kunt niet alle begeerte afschaffen. Een voorbeeld:

Een jongen ontmoet een meisje. Daar komt vaak begeerte bij kijken. Maar als de jongen dan goed naar het meisje kijkt en hij kijkt ook eens naar de moeder, dan denkt hij: Ja, het zou wel kunnen, maar als lukt, dan zit ik voor de komende 40 à 50 jaar aan zoiets als die moeder vast. Dat helpt onmiddellijk om de begeerte te overwinnen, gelooft u mij.

Ze zeggen: liefde is blind. Dat is dan een begeerte die niet de werkelijkheid wil zien. Op het ogenblik, dat je de werkelijkheid ziet, wordt het anders; dan weeg je af. Dat wil niet zeggen, dat je het begeerde terzijde behoeft te schuiven. Dat wil wel zeggen, dat je het realistischer moet benaderen. Dat je jezelf niet alleen moet afvragen: wil ik dit graag? Maar op welke manier wil ik het? Kan ik dat en wat betekent dat verder voor mij? Als je dat allemaal overweegt, dan kom je ergens. Overwinnen van begeerte is in het begin eigenlijk heel eenvoudig. Het is gewoon weten wat het je kan kosten. En als je dat weet, kun je zelf kiezen. Maar dan is het niet meer een begeerte, dan is het een bewuste beslissing.

Toch zijn er in die begeertewereld en in de omgeving daarvan natuurlijk allerlei dingen waarmee je redelijk niet zo gemakkelijk uit de voeten kunt. Er zijn impulsen bij die je niet kunt verklaren. Je ziet bv. een kunstvoorwerp, eigenlijk oerlelijk, maar je wordt erdoor gefascineerd. Je wilt het hebben. Eigenlijk geef je er veel meer voor dan het waard is, maar je moet het hebben op dat ogenblik. Dan kun je zeggen: dat is onredelijk, ik moet mij beheersen. Soms is het echter zo sterk, dat je daardoor helemaal uit je normale doen komt, zodat je bv. in plaats van rijst aardappelen opzet en die dan rustig laat doorstomen. Kijk, als het zover komt, dan moet je je rustig realiseren dat die begeerte een reden van bestaan heeft. Als ze mij zodanig beheerst, dan kan ik beter zien wat ik ermee kan doen, ik kan het voorwerp misschien kopen, dan dat ik zo blijft doorsukkelen. Want dan is het geen droomspelletje meer, dan is het een grens tussen u en de rest van de werkelijkheid.

Als u dan de zaak, geestelijk nagaat (een helderziende kan het ook wel voor u doen), dan blijkt dat zo’n voorwerp wat ouder is en dat het op de een of andere manier in verband staat met een vorig leven of misschien een replica is van iets wat in uw jeugd erg belangrijk is geweest. U was het eigenlijk allang vergeten, maar nu herontstaat het. Kijk, als dat gebeurt, kunnen we wel zeggen: je moet die begeerte beheersen, maar dat helpt niet.

Er zijn mensen, die proberen van alle begeerten afstand te doen. Er was eens een nonnetje. Ze deed van alle begeerte afstand, van de hele wereld, van alles. Ze trok zich terug in een wereld van vroomheid, gebed en opoffering. Ze dacht dat ze alles had overwonnen, maar ze vergat één ding: elke nacht droomde ze dat haar verloofde bij haar kwam op een manier, die kerkelijk gezien aan de verloofde eigenlijk nog niet zou moeten zijn toegestaan. Met andere woorden: je verplaatst iets. Je gaat iets in jezelf brengen. En dat is ook een waanwereld, dat is ook niet reëel.

Er zijn geestelijke factoren die een grote rol spelen in je leven. Maar zelfs als ze nog zo mystiek lijken te zijn, moet je ze altijd herleiden tot de feiten. Als God in u afdaalt (aangenomen dat het mogelijk is) en door u allerlei dingen doet om daarna weer ergens anders in de schepping te gaan kijken, dan kunt u wel begeren dat dat terugkomt, maar u kunt zich veel beter afvragen waarom u dit begeert, want dan weet u wat voor u belangrijk is. De dingen, die voor ons belangrijk zijn, zijn een direct deel van onze totale ontwikkeling, van ons leven met alle teleurstellingen die erbij komen, met alle meevallers die erbij komen, kortom, het gehele gebeuren. Maar het overwinnen van die begeerte heeft alleen zin op het ogenblik, dat het beheersen voor ons inderdaad zinvol is. Wij moeten er een reden voor hebben. Waar geen kenbare en aanvoelbare reden tot die beheersing bestaat, is ze in feite overbodig en nutteloos. Hier hebben we dan angst en begeerte naast elkaar gezet.

Er zijn aan dit onderwerp natuurlijk allerlei geestelijke aspecten verbonden waarop ik ook graag wil wijzen.

Als we horen dat iemand in het duister leeft, wat gebeurt er dan in feite? Zo’n persoon leeft zo door zijn eigen angst. Want het is zijn angst, die hem ertoe brengt om alle contacten af te wijzen waardoor hij zich misschien zou moeten openbaren of de feiten omtrent zichzelf zou moeten aanvaarden. Zo’n geest doolt inderdaad in het duister. Hij kan aardgebonden zijn en al wat daarbij komt. Dan zegt zo iemand: ik begeer het licht. Maar hij begeert niet waarlijk het licht. Hij begeert de waardigheid van het licht in zichzelf. En die kan hij alleen bereiken, indien hij uitgaat van hetgeen hij is, niet van iets anders.

Als u dat nu zo bekijkt, dan wordt u duidelijk dat het overwinnen van angsten (ook in de geest) in dit geval in de eerste plaats is beseffen: waar ben ik bang voor. In de tweede plaats, dat het aanvaarden van het gevreesde in vele gevallen de enig mogelijke oplossing is, niet alleen voor de angst, maar voor de gehele situatie waarin u verkeert.

Met begeerte is het precies hetzelfde. Je ziet zo vaak de aardgebonden geesten. Misschien mensen, die zich doodgedronken hebben en die nu nog rondspoken in sommige cafés en staan te hunkeren bij elk glaasje, dat ze zien drinken en toch eigenlijk de roes niet meer te pakken kunnen krijgen. Mensen, die voor zichzelf willen vluchten. Hun hele begeerte is om alleen maar te ontkomen aan hetgeen zij in feite zijn. Is dat reëel? Ik meen van niet. Daarom zullen ook dergelijke mensen zich moeten afvragen niet: hoe kan ik krijgen wat ik denk dat ik wil hebben? Maar: hoe kan ik begrijpen waarom ik het wil hebben? Alweer, het begrip is de sleutel tot de overwinning van de begeerte.

Wat dat betreft, kunnen we ook gaan kijken in de werelden van de geest. Wij hebben van die perioden dat we zeggen: we worden overweldigd. Wij zijn dan helemaal geslagen op zo’n moment. Onze hele sfeer en al wat we kunnen doen en zijn in deze en in andere sferen doet ons niets meer. We hebben het gevoel: we willen hogerop. Er is een begeerte die ons trekt. Soms gaan we wat dromen en als we dromen, worden we weer wakker in onze eigen wereld. Dan helpt die begeerte ons niet. Maar het kan ook zijn dat we beseffen, dat de Godsbeleving of de beleving van een hoger bestaan voor ons op dat ogenblik een noodzaak is; dat we zelf ons “ik” als onvolledig beschouwen in de huidige vorm.

Dan zoeken we gewoon iets wat op dat hogere lijkt en daarmee houden we ons bezig. En dan blijkt, dat je allerlei taken krijgt of ervaringen opdoet waardoor je dan opeens die hogere wereld inderdaad kunt gaan beleven. Soms eerst incidenteel en later meer frequent, totdat je er eindelijk bij hoort. Je kunt dat dus doen. Maar zolang je bezig blijft met het beeld van het verlangen zonder meer, kom je niet verder.

Ook geestelijk spelen deze dingen een veel grotere rol dan u denkt. Daarom is het onderwerp niet zo gek, als het wel lijkt. Het is heel leuk om te praten over angsten en begeerten. Wat verlangt Den Uyl? Een Kabinet. Wat vreest Den Uyl? Een Kabinet met Van Agt. Dat zijn dingen die kun je gewoon aflezen. Maar waarom? Wat is de reden? Een mens in zijn eigen wereld, ongeacht zijn gevoelens en zijn emoties, ongeacht misschien de prikkel van nieuwsgierigheid, die vaak de basis is van een angst of van een begeerte, zal zich bezig moeten houden met het redelijke. Dat is de eerste regel. Want wie zich bezighoudt met de werkelijke waarden in zichzelf, als hij die tenminste kan erkennen, zal beter bewust van zichzelf juister weten hoe hij moet handelen.

Wij kunnen angsten en begeerten niet de wereld uit helpen. Het zijn de twee polen waartussen zich het geheel van ons bestaan afspeelt, geestelijk zowel als stoffelijk. De aard van de angst en de aard van de begeerte zal misschien een andere zijn, maar in feite blijven ze bestaan. Als emotionele toestanden zullen ze mijns inziens voortbestaan tot het ogenblik dat er een eenheid wordt bereikt tussen al het geschapene. Laten we daar dan ook niet bang voor zijn. Maar laten we begrijpen, dat tussen de angst en de begeerte de speelruimte ligt (marge) van ons bestaan: de werkelijkheid.

Zolang we de angst en de begeerte op redelijke basis, dus volgens de vermogens waarover we beschikken, toegang geven tot onze werkelijkheid, kunnen we ermee werken. Een angst, die leidt tot overlegde en juiste daden, in vele gevallen de gevaren voorkomen die men in feite vreest.

Bij begeerte kan een bewust en overlegd handelen op basis van zelferkenning, en van mogelijkheden er vaak toe leiden dat ofwel de begeerte wordt vervuld, dan wel dat ze verdwijnt en dat in de plaats daarvan een reëler besef van u. Alles op aarde is een mengsel van angst en begeerte. Elke menselijke psyche is zodanig in de ban van angst en begeerte dat hierdoor allerlei zaken zoals sociaal gedrag, godsdienst en dergelijke mede worden bepaald. Laten we dat niet vergeten.

Er zijn meer mensen die braaf zijn omdat ze bang zijn voor de hel, dan dat ze braaf zijn omdat ze houden van God. Er zijn meer mensen die keurig netjes leven omdat ze bang zijn voor de gevangenis, dan er mensen zijn die netjes leven omdat ze netjes willen zijn.

Er zijn meer mensen die beperkingen in hun bestaan aanvaarden en zeggen goed te heten omdat ze de moed niet hebben om de consequenties van het verdere te accepteren, dan dat er mensen zijn die overtuigd zijn dat hun leven, zoals zij het nu leiden het enig juiste en het enig goede is. Realiseer u dat maar.

Vraag u dan af: Wat wil ik? Waar ben ik bang voor en waarom? Wat is er in mij dat mij dit doet verwerpen en dat doet begeren? Waarom ben ik zoals ik ben? Als u daarop het antwoord heeft, dan bent u gelijktijdig op het punt gekomen waarop beheersing van angst en begeerte mogelijk wordt en waarbij de mens bewust handelend het beste in zijn wezen voortdurend tot uiting weet te brengen en tevens de negatieve fasen in zijn leven zodanig beheerst weet te regelen, dat ze het niet van een werkelijke bewustwording kunnen afhouden.

 Erg praktisch, maar het vergt wel een zelfonderzoek en eerlijkheid tegenover jezelf. De mens, die niet bereid is om eerlijk te zijn tegenover zichzelf, zal voortdurend worden beheerst door zijn angsten en zijn begeerten. De mens, die eerlijk is tegenover zichzelf zal meester zijn over zijn angsten en begeerten en daardoor zijn angsten kunnen overwinnen of zelfs zodanig kunnen richten, dat hij er bewust gebruik van maakt, terwijl hij zijn begeerten kan richten op feiten in plaats van op dromen of kan waarmaken wat hij werkelijk verlangt, mits hij bereid is om daarvoor de besefte prijs te betalen.

Besluit:

We zijn nu bezig geweest met allerlei facetten van angst en begeren. Laten wij echter dit niet vergeten: Angsten en ook begeerten zijn in je leven soms belangrijk. Een echte angst is ook op een weten gebaseerd. Als je denkt: even voelen of de kachel warm is voordat je je hand erop legt, dan is dat eigenlijk een angstverschijnsel, maar regel. Het is n.l. gebaseerd op een ervaring. Het belet je niet tot handelen, maar het doet je overlegd handelen. In dat opzicht is een angst altijd goed. Wanneer je overlegd handelt, best.

Wat begeerte betreft, het begeerteleven kan zo veelomvattend zijn dat een mens het in twintig levens nooit kan waarmaken. Zolang je blijft dromen, kom je niet veel verder. Wanneer je ophoudt met dromen en je afvraagt wat er feitelijk mogelijk is en wat de consequenties ervan kunnen zijn, dan zeg je vanzelf; dit is voor mij een aanvaardbaar iets en dat is niet aanvaardbaar. Begeerten, die worden herleid tot feiten zijn eveneens hanteerbaar geworden. Lat heb ik uitvoerig behandeld.

Wanneer u geestelijk ooit in een toestand komt waarin u angst ervaart, dan moet u zich dit realiseren: door de angst kan geestelijk het gevreesde waar worden. Waar er geen angst is, zal het gevreesde zich nooit kunnen realiseren, ook al zal het zich buiten u misschien tonen.

Voor begeerte kunnen we zeggen: Daar waar u wanhopig zoekt om in de geest een bepaald iets te bereiken of een bepaalde sfeer te betreden, zult u vaak gaan dolen. Maar als u alleen naar beseft: wat ik wil is contact, misschien licht en daarom blijf ik hier totdat ik voel: hier is contact of hier is licht, dan blijkt dat het onmiddellijk bij u aanwezig is.

Als u bang bent om dood te gaan, dan is dat waarschijnlijk omdat u denkt dat u in uw leven nog niet voldoende heeft gedaan of dat u heeft gefaald. Maar u kunt niet doodgaan, tenzij er in uw leven ‑ geestelijk gezien ‑ voldoende is gebeurd. Dat kan vanuit menselijk standpunt weinig zijn, maar geestelijk is dat voldoende. Dus, geen angst alstublieft. Wat betreft degenen die u achterlaat, maak u over hen niet al te veel zorgen. Want als het uw tijd is om te gaan, zullen zij hun eigen weg moeten volgen totdat het hun tijd is om te gaan. En waar werkelijk banden bestaan, kunt u ondertussen toch nog wel wat voor hen doen. Zit daar dus niet teveel over in. Sterf harmonisch, als het even mogelijk is. Dit is van groot belang. Ten laatste nog dit

Droom wat u wilt, maar verwar nooit uw droom met de werkelijkheid. Vrees wat u wilt. Soms is angst een gezonde stimulus voor bepaalde werkingen in uw lichaam, maar realiseer u wel dat die angst niet reëel is. Besef, dat alle innerlijk weten zich uit in feitelijkheden en niet alleen in angsten of als gevoelens van geluk of van begeerte zonder meer. Er is altijd iets meer bij.

Probeer steeds de feiten ‑ geestelijke en stoffelijke ‑ in uw leven voor ogen te houden. Vraag u steeds af wat al dan niet aanvaardbaar en mogelijk is. En als u zegt: ik heb een taak te volbrengen, concentreer u daarop, dan zal geen angst u daarin beletten, dan zal geen begeerte u kunnen doen afwijken van datgene wat voor u werkelijk aanvaardbaar is.

Wie zo leeft, vindt niet alleen groter evenwicht en groter geluk, maar bovenal een reëlere en juistere geestelijke bewustwording waaruit hij dan als geest en als mens ongetwijfeld steeds meer en betere krachten zal kunnen putten.