Papen en pausen

3 april 1981

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, denkt dus zelf na over al wat gebracht wordt. Ons onderwerp is door u gesteld en draagt de titel: Papen en pausen.

Menigeen zal denken, waar begin je aan. Toch is de geschiedenis van de kerk van Rome zeer interessant en wat meer is: er zijn heel wat aspecten in het verleden die verklaren waarom zij werd zoals zij nu is. Ik wil u niet vervelen met al te veel historische overzichten, maar beperk mij tot enkele punten, die m.i. de aandacht waard zijn.

Zo zien wij dat het denkbeeld van een kerk als macht, zoals wij die nu steeds weer zien, eerst ontstaat nadat Constantijn in Byzantium een vrijdom voor alle geloof heeft afgekondigd en zelf steeds meer onder de invloed van het christendom komt te staan. In die periode, treden allerhande monniken naar voren als politieke machthebbers, er ontstaat een patriarchaat. Na enige tijd hebben deze christenen in feite alle politieke macht praktisch in handen, mede door de grote invloed die men heeft op de keizerin. Op deze wijze ontstaat voor het eerst een christelijk geheel met grotere samenhang, dat ook meer en meer politiek gaat denken. In Rome zien wij een soort imitatie van dit machtsdenken.

Oorspronkelijk is de bisschop van Rome alleen de opvolger van Petrus. Wat later is hij de “primus inter pares”, de eerste onder zijns gelijken, maar bezit nog geen bijzondere functie of een persoonlijk gezag over anderen. Hij heeft geen leergezag en binnen het zich opbouwende kerkelijke geheel voorlopig nog maar weinig in de melk te brokkelen. Dit verandert wanneer die bisschop zelf een werelds vorst wordt. Juist  dan oefent hij, terecht of ten onrechte, steeds grotere invloed uit op de bijeenkomsten van kerkleraren en bisschoppen. In de Middeleeuwen zien wij in feite een christelijk rijk met Rome als hoofdstad. De paus is hier koning in feite en gedraagt  zich ook als zodanig.  Wanneer u bv. eens kijkt naar de wijze van leven en optreden van de pausen uit de Orsini’s en de Borgia’s dan wordt wel zeer duidelijk dat dezen eerder optreden en zich gedragen als vorsten dan als geestelijk opperhoofd van het christendom.

Bij veel pausen uit die dagen zien wij, dat hun waardering voor de geestelijke rang en de waarde daarvan vooral ligt in de mogelijkheid die zij daardoor vinden ook elders, buiten hun eigen rijkje, invloed uit te oefenen. Denk eens aan de bekende gang naar Canossa door Frederik Roodbaard. Deze was in feite niets anders dan een krachtmeting tussen de macht van Rome over het roomse rijk en de macht van de plaatselijke macht, de vorst. Dat de kerk deze invloed bewust heeft gezocht en steeds ook met alle middelen heeft willen versterken en verdedigen blijkt ook steeds weer uit de wijze, waarop de verschillende concilies zijn verlopen. Men besefte hierbij, dat bisschoppen weldegelijk ook in eigen recht stoffelijke machthebbers waren, vaak met eigen grotere leen gebieden onder hun gezag. Zo zien wij dat in de bijeenkomsten van Nicea en Trente degenen die als kerkvaders e.d. afwijkende denkbeelden volgen en de macht van Rome niet zonder meer en algeheel wensen te erkennen, gewoon worden uitgeschakeld. Hierdoor wordt o.m. de leiding van het christendom in Noord Afrika voor het grootste gedeelte buiten spel gezet. Meer en meer blijkt Rome zichzelf te maken tot de zetel en zelfs het bastion van het enig ware geloof. Het optreden van de kerk is in deze dagen alles behalve religieus en geestelijk te noemen. Wat overigens te begrijpen is in eeuwen, waarin strijd en politieke machtsstrijd overal de hoofdrol spelen. Intriges zijn de orde van de dag en overal gebruikt men machtsmiddelen die nu ruw, verwerpelijk, onaanvaardbaar worden gevonden. Het is vooral in deze periode van de greep naar de macht dat de kerk ook voortdurend pogingen doet om greep te krijgen op het overal nog heersende natuurgeloof en de daarmede gepaard gaande natuurmagie. Toch moet men langere tijd voorzichtig op blijven treden. Dat is weer begrijpelijk wanneer wij de methoden zien, waarmede de eerste grote bekeringen worden bereikt.

Denk eens aan de tijd van Karel de Grote, overwonnenen krijgen de keuze tussen de dood en de doop. Velen worden gedoopt, maar blijven in feite hun oude geloof nog steeds trouw. Ook de kennis van de natuur, haar mogelijkheden en krachten is bij de leiders van de heidenen gemeenlijk zo groot, dat de priesters aan een dergelijke bekwaamheid niet kunnen tippen. Genezers e.d. zijn in feite nog steeds heidense priesters en priesteressen.

Eerst wanneer in de kloosters naast een geheel eigen kerkelijke cultuur ook de wetenschappen meer en meer ontwikkeld worden – neem hiervoor de tijd aan tussen 900 en 1300 na Christus – is het mogelijk meer greep op die zaken te krijgen. De grote moeilijkheid daarbij is wel, dat door de ontstane macht en invloed men meer en meer komt te zitten met de wereldlijke macht van de apostolische opvolging en al wat daarmede verbonden is.  Men moet aan de verwachtingen van de gelovigen tegemoet komen. En die zijn gewend aan tekenen en wonderen. Maar in de kerk hoor je, nadat de apostelen, verdwenen zijn, steeds minder van echte wonderen. Men zou natuurlijk kunnen toegeven, dat de macht wonderen te doen in feite alleen aan de apostelen gegeven was. Maar dat zou, zeker gezien het bijgeloof dat overal nog heerst en de tekenen die de heidenen weten te doen, voor de macht van de kerk schadelijk zijn geweest. Uiterlijke tekenen waren nog steeds erg belangrijk voor de bevestiging van de geclaimde geestelijke superioriteit en macht. Dientengevolge allerhande schijnwonderen, relikwieën en gebeurtenissen die zonder meer en met enige moeite als schijnvertoningen en vervalsingen ontmaskerd hadden kunnen worden.   Maar door die wonderen, heilige overblijfselen e.d. krijgt men meer en meer greep op het gewone volk, dat zo gebonden wordt aan de priesters. Wat er toe voert dat steeds meer priesters en lekenbroeders misbruik gaan maken van de zo ontstane situatie, mede in de zekerheid dat hun zwendel door de autoriteiten om allerhande redenen niet ontmaskerd zal worden. Ook de kerk zelf grijpt naar bedrieglijke methoden om haar bezit en aanzien te vergroten. Denk eens aan de bekende handel in aflaten, waarbij men tegen goede betaling reeds te voren vrijdom van helse straf kon kopen voor misdaden, die men nog wilde begaan.

Om zichzelf te verdedigen tegen andere groepen – denk aan bv. de en Waldenzers – worden steeds meer leerstukken als onaantastbaar de gelovigen opgelegd. De dogmata worden in feite een middel om eigen macht te consolideren. Denk hierbij eens aan de onfeilbaarheid van de paus. Lange tijd wordt aangenomen dat de paus door de H. Geest geïnspireerd wordt en worden diens uitspraken dus beschouwd als iets bijzonders. Maar onaantastbaar zijn zij niet. Uitspraken van de paus kunnen nog steeds worden aangevochten. Een tijdlang heeft men kennelijk voldoende aan de invloed die men ontleent aan de inquisitie. Maar deze plus de marktverschijnselen die deel uit gaan maken van het optreden van de machthebbers in die kerk worden de bron tot een steeds groter wordend verzet tegen de kerk en de daarin gewortelde misbruiken. Wanneer de reformatie overal het hoofd opsteekt is het overigens niet de enige maal, dat de kerk in moeilijkheden komt te verkeren. Maar tot dan toe speelden die moeilijkheden zich vooral af in de machtsstrijd met andere heersers.

Een goed voorbeeld zijn de kruistochten. U moet deze niet in de eerste plaats zien als een idealistisch bevrijden van het graf van Christus ook al wordt dit argument uiterlijk aangevoerd. De werkelijke reden is dat er een nieuwe godsdienst is ontstaan, die meer en meer greep krijgt ook in gebieden die de kerk als haar eigen invloedssfeer beschouwde. Dien ten gevolge moest de macht van de sultanaten gebroken worden. Vandaar, de vele uitstapjes naar gebieden, die met het leven van Jezus weinig of niets te maken hadden, zoals Egypte. Hoe het is afgelopen weet u allen. Op de duur werd zelfs een groot deel van het toch wel zeer christelijke Spanje bezet door de moren. Om zich tegen die invloeden te verzetten wordt ondermeer een soort heilige oorlog gepredikt waarbij een ieder die strijd voor het christendom – lees tegen alle invloeden die de macht van de kerk dreigen te beperken – onmiddellijk in de hemel komen zal wanneer hij sneuvelt. Een techniek- die ook de islam in haar heilige oorlogen placht te hanteren en soms nog hanteert.

Daarnaast regent het leerstukken die de gelovigen zonder nadenken en geheel dienen te aanvaarden op straffe van uitstoting uit de kerk – en soms een poging tot bekering van de inquisitoren – en volgens vele predikers zelfs een uitstoting uit de hemel. Eerst wanneer de invloed van de kerk wat minder wordt zal men de uitspraken van de paus onaantastbaarheid ook binnen de leer willen geven. Het duurt tot de tijd van Pius de negende voor de onfeilbaarheid van de paus als leerstuk zal worden aangenomen, dogma wordt. Deze Pius IX is een nogal heerszuchtig man die sterk in het recht van paus en diens onaantastbaarheid gelooft. Hij leeft in het vroeg-Victoriaanse tijdperk, waarin zeer velen, ook leken, zich bezig houden met theologische problemen en twistgesprekken over de finesses van kerkelijke leringen schering en inslag zijn in het leven van vooral de hogere standen. Er zijn heel wat mensen die zich voortdurend bezighouden, ook in het openbaar, met de spitsvondigheden van het geloof en zich vooral ook door God geleid, en gezegend willen voelen.

Dit terwijl zij vaak optreden op een wijze die bijna onmenselijk is tegen een ieder, “die niet tot hun stand behoort”. Pius IX, later heilig verklaard, had ook dergelijke trekken en was bij zijn leven een zeer eigenwijs en lastig heerschap. Hij besloot dan ook kort nadat hij paus was geworden, eindelijk het leerstuk van de pauselijke onfeilbaarheid te doen formuleren en als dogma van de kerk te doen aannemen. Het resultaat hiervan is overigens nogal dubieus geweest. Zeker, men heeft geformuleerd dat elke uitspraak van de paus, ex cathedra gedaan en betrekking hebbend op geloof en goede zeden, onaantastbare waarheid zou zijn, een soort extra Woord Gods. Zodat pauselijke uitspraken op die gebieden sindsdien een onaanvechtbaar punt van geloof vormen voor alle katholieken. Pius was overigens met die beperking niet erg gelukkig. Zodra hij gekozen was stelde de man, die overigens reeds geloofde het onaantastbaar zijn van het pauselijke leergezag, dat hij nu die onfeilbaarheid door de inwerking van de H. Geest zelf ervoer. Aan de invoering van dit leerstuk zaten echter in die dagen vele politieke kanten. De doorvoering daarvan geschiedde dan ook volgens mij op een nogal stomme manier. De paus had wel een eigen rijkje en eigen troepen, maar was voor de verdediging daarvan toch aangewezen op macht van buitenaf. Dit geschiedde voornamelijk door de troepen van Frankrijk. Daar was toen naar ik meen Napoleon III aan de macht.

Deze echter voelde niets voor een dergelijke toename van de pauselijke invloeden in zijn gebied en dreigde bij aanname van het dogma zich als beschermer terug te trekken. Ook in andere landen ontstond onrust. Het is overigens begrijpelijk dat overal, het wereldlijk gezag, dat in deze dagen grotendeels onafhankelijk optrad van de kerk, zich intens verzette tegen een dergelijk leerstuk, dat immers betekende, dat voortaan de uitspraken van de paus voor de katholieken meer bindend en beslissend zouden zijn dan de besluiten van hun eigen overheden in de natie. In de ogen van velen betekende deze uitspraak van de kerk dan ook, dat een katholiek verder niet meer mocht worden beschouwd als een trouw burger van de staat. Neem  mij deze laatste formulering niet kwalijk. Zij stamt niet van mij, maar is ontleend aan een rede door Gladstone, die zich overigens door een toen nogal machtig en belangrijk Engels kardinaal, Mannering, liet overtuigen dat het zo een vaart niet zou lopen.

Door dit alles duurde het lang, voor een juiste en aanvaardbare formulering kon worden opgesteld, tot ergernis van Pius IX. De Fransen bleven bij hun standpunt, dat zij alle bescherming op zouden heffen, wanneer het leerstuk aangenomen was, maar de curie meende dat de vorst toch niet lang meer aan de macht zou blijven en zette zich door. Landen als Duitsland maakten eveneens bezwaren, maar werden niet in de berekeningen – en dus formuleringen – betrokken omdat daar toch voor het merendeel de reformatie aan het macht was. Alleen Italië was bereid die uitspraak zonder meer te aanvaarden – niet zozeer om de paus te ondersteunen, maar omdat men daar de eigen macht in gevaar zag en hoopte dat de invloed van de paus dit gevaar teniet, zou kunnen doen.    De afkondiging van het dogma werd uiteindelijk doorgezet. Kort daarop was Pius dus ook officieel onfeilbaar. Maar, gelijktijdig verloor hij zijn wereldlijke macht en grondgebied, dat nu niet meer voldoende verdedigd kon worden en het slachtoffer was van de opmars van Garibaldi en alle veranderingen die daardoor werden veroorzaakt. Het ontbreken van elke wereldlijke macht en grondgebied zou duren tot de Duce, Mussolini met de kerk een concordaat sloot, waarbij een zeer klein deel van de oude staat weer “pauselijk grondgebied” werd. Waarvoor de kerk zich zeer dankbaar toonde, ook al betrof het in feite alleen de grond waarop het Vaticaan en verschillende gebouwen van belang voor de kerk gelegen waren. Zo ontstond Vaticaanstad, de huidige katholieke of pauselijke staat. Nu kan men natuurlijk vechten over de vraag, of dit leerstuk van onfeilbaarheid terecht is afgekondigd, al is het maar om de macht en invloed van de paus te bevestigen. Aan de andere kant zijn er encyclieken die duidelijk maken, dat pausen nogal eens tegenstrijdige uitspraken doen. Om een voorbeeld te geven: Johannes XXII spreekt over de noodzaak van christelijke armoede en stuurt een zendbrief over dit onderwerp uit. Hij doet daarin dwingende uitspraken. Even later komt Nicolaas III en stuurt een encycliek rond waarin hij betoogt, dat christelijke armoede wel verdienstelijk is, maar dat men altijd de weg van het midden dient te bewandelen, bezit is goed, maar moet op christelijk verantwoorde wijze worden gebruikt. Kortom: de goede katholiek mag zich volgens hem aan weelde tegoed doen mits hij ook zo nu en dan aan de armen denkt. In termen van deze tijd; Johannes gedraagt zich ongeveer als een christelijke PvdA, terwijl Nicolaas meer een man voor de VVD is. Bij het bezien van de gehele kerkelijke structuur dan wordt één ding al snel duidelijk: zolang wij te maken hebben met een onderontwikkelde massa plus een elite zal dit geloof kostbaar, maar machtig zijn. Mensen die niet in staat zijn voor zich te redeneren en te denken, die door de betere standen als een soort half intelligente dieren worden beschouwd, vinden in absolutie, de communie, die een contact is met God Zelf en de prediking van het geduldig dragen van lijden dat later in de hemel ruimschoots beloond zal worden, vinden steun in het geloof en door dit alles krijgt hun op zich niet zo aangenaam leven voor hen positieve zin.

Begint het gewone volk wat meer te leren en meer begrijpen, dan verandert de situatie. De mensen gaan begrijpen, dat niet alles zonder meer in orde is, dat de kerk vaak partij trekt voor degenen die hen uitbuiten. Iets wat niet, zoals sommigen van u nu menen, al tijdens de reformatie is gebeurd. Zeker, in de reformatie heeft men een andere weg gezocht dan die van het katholicisme. In bepaalde delen van Duitsland en bv. Nederland en noordelijke staten werden deze denkwijzen goed ontvangen. Maar hierbij ging het om een afwijzing van het absolute gezag van de kerk, iets wat vooral intellectuelen en bepaalde heersers goed uitkwam. Maar er bleef een absoluut gezag en eigen denken was niet nodig. Het enige verschil was, dat het gezag nu uit de bijbel werd geput, en niet kwam uit de mond van een paus. Maar dat is dan ook het enige verschil. Nog steeds de troost van een uiteindelijke uitverkiezing die loon betekent voor alle lijden dat men aanvaardt, nog steeds een strenge discipline die door godsdienstleraren wordt opgelegd, nog steeds de gehoorzaamheid zonder zelf denken. Nog steeds lijdzaamheid t.a.v. alle wereldlijk gezag, nog steeds ook de bereidheid te strijden en te vallen voor alles waartoe je door je geestelijke leiders wordt opgeroepen.

Dat de reformatie in vele vormen in Nederland bijzonder goed is aangeslagen lijkt mij nog steeds vooral te wijten aan het optreden van Alva en het feit, dat nu vastgelegde belastingen werden geïnd waaraan men zich niet zo gemakkelijk kon onttrekken, zelfs niet wanneer men van stand was.   Zonder optreden van de bloedraad en de belastingen is en blijft het voor mij nog een vraag of, het Noorden van Nederland zo gereformeerd zou zijn geweest. Want zoals, u kunt weten; wanneer je een Hollander aan zijn geld komt kom je aan zijn geloof. Er ontstaan revoluties. Nu heeft een revolutie een bepaald kenmerk, ook wanneer je kijkt naar oudere opstanden zoals bv. die van de Bundesschuh in Duitsland; er zijn altijd weer intellectuelen en middenklassers die met de bestaande toestand niet tevreden zijn en dan de mensen er op attent gaan maken dat hen in wezen onrecht geschiedt. Maar wanneer de gewone mensen daarvan overtuigd zijn geraakt en zich tot handelen hebben laten opjutten zijn zij ook niet meer te remmen. Er ontstaat een volksrevolutie, die mogelijk nog begeleid, maar niet meer geleid kan worden door de intellectuelen, die haar veroorzaakt hebben. Het optreden van de massa is steeds weer tomeloos en bandeloos. Als er iets is wat de kerk van Rome vreest is het wel dit. Het is voor die kerk niet zo belangrijk dat er priesters zijn die erg modern denken en sociaal willen werken. Wel is het belangrijk dat dan een besef van onrecht dat ook vaak in de naam van die kerk wordt bedreven, zal ontstaan. Want die kerk weet voor zich wel degelijk, dat zij wat dat betreft alles behalve brandschoon is.

Zou men inderdaad de massa duidelijk kunnen, maken wat-er-mis is, zo vrezen de kerkelijke autoriteiten, dan zullen ook die moderne priesters niet meer in staat zijn de invloed en zo de macht van het geloof te handhaven. De invloed van de kerk zou dan weggespoeld worden in één enkele enorme golf van massale emotionaliteit. Waarmee het gezag van de paus, de macht van de instellingen, geheel weg zou vallen. Wat natuurlijk niet aanvaardbaar is. U ziet, dat wij in de kerk met twee groepen te maken hebben; de gelovigen, de papen – zo genoemd omdat zij het papaal gezag aanvaarden – en de instelling, de pausen en al de machtigen die zich achter de zetel van Petrus plegen te verschuilen. De werkelijk macht is gelegen in handen van degenen die als kardinalen en bisschoppen met veel kleurige sjerpen, gehuld in hun toga door Rome rond plegen te sjouwen. Machthebbers in het geloof die voor het merendeel stammen uit oude Italiaanse geslachten. Zelfs nu is het nog zo dat onder de belangrijke kardinalen uit Italië zelf ongeveer 70% voortkomt uit adellijke geslachten. Je zou het mogelijk niet zeggen wanneer je hen zo ziet, maar dat is toch heus waar. Het aantal belangrijke functies dat door buitenlandse kardinalen en geestelijken wordt bezet is in verhouding klein, hun invloed is zeer beperkt. Treden zij al op de voorgrond, dan is dit veelal bij instellingen als de congregatie ter verdediging van het geloof, de erfgenaam van de inquisitie. Steeds weer zien wij die buitenlander alleen optreden in uitvoerende organen die in de wereld buiten Rome het geloof en de orthodoxie moeten handhaven. Hoe groot de invloed van de Italiaanse macht achter de zetel is, moge blijken uit het feit dat in 1866 ongeveer één man van buiten Italië werd aangezocht om te kandideren als paus, zich dus voor te laten stellen als iemand die voor deze plaats in aanmerking zou komen. Hij was echter zo ver gedoopt in het Romeinse sop dat hij sprak: dat kan niet want aan de kerk en Rome zijn wij verplicht een Italiaanse paus te kiezen. Beziet u de geschiedenis dan zal u ook opvallen, dat er maar zelden buitenlandse pausen worden gekozen.   Indien dit gebeurt behoren zij altijd weer tot een natie waarop men vanuit Rome te weinig invloed kan uitoefenen en die men op deze wijze – door de grote eer – beter onder appel hoopt te krijgen. Zeker is echter, dat de suprematie, van de Italiaanse pauzen ook om deze redenen slechts een enkele maal doorbroken is. Alweer een aanwijzing; in Italië heeft zich een machtsapparaat ontwikkeld. De invloed daarvan wordt gehandhaafd door het publiceren van leerstelligheden, door het terugfluiten van priesters die ondeugend zijn of zelfs het excommuniceren van degenen, wier handelen voor de kerk als, schadelijk ervaren wordt.

Een groep van mensen die door allerhande intriges onderling en naar buiten toe vechten om de macht. Want dat het zulke lieve jongens zijn, ach, het lijkt misschien zo als je de vrome gezichten ziet, maar daarachter schuilen heus vaak zielen die meer de intrige dan God liefhebben Dit instrument beschikt over in verhouding zeer grote kapitalen. De kerk is bv. veel rijker dan de koningin van Nederland of die van Engeland. Men beschikt verder over een zeer groot leger van goed geïndoctrineerde mensen die allerhande functies kunnen vervullen. Het gaat zeker niet alleen om missionarissen, kapelaans, pastoors en bisschoppen. Er zijn doktoren, wetenschapsmensen die direct of indirect in de greep van de kerk zijn. De kerk wil en zal haar macht handhaven. Het koninkrijk Gods op aarde moet immers vanuit de kerk voortkomen. Waarmee wij aan een bedenkelijke kant komen; wanneer de kerk ooit toegeeft, dat zij niet de enig ware behoeft te zijn, komen alle leerstukken, waarop zij haar macht mede baseert wankel te staan.

Oecumene is erg mooi. Maar wanneer die oecumene wordt doorgevoerd krijg je te maken met vele christenen die niet geloven in de suprematie van de paus, mensen die met de bijbel in de hand ook uitspraken van bisschoppen zouden aanvechten. En dat kun je niet hebben. Wanneer de discipline verloren gaat, gaat ook de macht verloren. Juist daarom is deze kerk ook nog in het heden een wat wonderlijke bouwsel dat enerzijds toegeeft dat er wel, degelijk banden dienen te bestaan tussen alle christenen, maar aan de andere kant steeds weer op eigen enig zaligmakend karakter moet blijven bestaan om zich als macht te kunnen handhaven. Men staat daarom steeds weer op het standpunt; wij hebben de enige ware leer en zijn leerstellig onfeilbaar. Een houding waaruit heel wat problemen voor de moderne kerk zijn voortgekomen. U herinnert zich misschien dat Nederland er bij verschillende pausen en vooral bij de hogere echelons van het Italiaanse episcopaat niet bepaald goed op staat. De reden is dat je humanitaire overwegingen niet altijd kunt verenigen met de orthodox godsdienstige stellingen. Wanneer men de mensen toelaat humanitair te denken en te streven buiten de controle van de kerk om en buiten een ritueel geheel om vooral, maak je hen los van de kerkelijke bindingen. Dan worden zij te zelfstandig. En het is juist een dergelijke zelfstandigheid die men bovenal vreest, omdat deze een verlies van macht betekent. Daarmee is nog niet gezegd dat de kerk van Rome, slecht is. Zeker, er zijn veel mensen die over haar spreken als de hoer van Rome. Maar dan moet je toch werkelijk niet in het Vaticaan zijn, maar bij de Via Appia. Dit voor degenen die ter plaatse bekend zijn. Het is zeker niet zo dat die kerk of de leiding daarvan voornamelijk bestaat uit kwaadwillenden. De moeilijkheid is, dat de kerk pretendeert Christus te vertegenwoordigen en dit doet op een vaak niet bepaald christelijke wijze. Zij kent een andere grondslag. Het is gegaan zoals het zo vaak gaat: instellingen worden opgebouwd om de mensen te dienen. Zij brengen ook zeer veel goeds voort.   Maar komt altijd weer een ogenblik dat de instelling het belangrijker vindt zichzelf te handhaven dan de mensen te dienen alles onder het motto “wanneer wij ons niet handhaven kunnen wij helemaal niets meer doen”. Zo beschouwt de instelling op de duur de mensen als zijnde dienstbaar aan haar eigen voortbestaan. Wat naar ik vrees ook met de kerk van Rome is gebeurd.

Denk niet, dat dit iets bijzonders is. Wanneer wij bepaalde sociale diensten in uw eigen land bezien – die veel minder lang bestaan – dan blijkt dat ook hier een groot deel van hen die heten te werken voor het welzijn van de burger in feite vooral bezig zijn om hun eigen positie in stand te houden of te versterken en hun invloed groter te maken. Nogmaals: het is niets  bijzonders. Je kunt ook niet beweren dat die kerk altijd kwaad en slecht is geweest. Zeker, de inquisitie heeft veel leed veroorzaakt en onrecht gedaan. Maar ik wil u er dan wel aan herinneren, dat ook protestanten van allerhande aard; dergelijke praktijken hebben gekend; dat b.v. de heksenvervolging niet alleen door katholieken gebeurde, maar dat ook protestanten in Duitsland en Amerika, en leden van de kerk van Engeland heksen vervolgd en verbrand hebben. Het is dus niet redelijk alleen op de inquisitie te wijzen en te doen of zoiets alleen maar van de kerk van Rome is uitgegaan. Het is juister om te spreken over een vorm van massahysterie die soms de gehele christenheid, soms delen daarvan heeft gegrepen. Zoals er in Iran op het ogenblik sprake is van een soortgelijke hysterie in een bepaalde sekte van de islam, waarbij men eveneens andersdenkenden en tegenstanders probeert te overbluffen en waar dit niet lukt martelingen hanteert en doodvonnissen uitvoert.

Wanneer je in je benadering enigszins reëel wilt blijven dien je je ook af te vragen, wat die kerk van Rome de Westelijke wereld dan wel aan goeds wist te bieden.  Om het eenvoudig te houden. De oude beschaving, de kennis van de Griekse beschaving is niet te gronde gegaan, niet in vergetelheid geraakt omdat zij door de katholieken in kloosters bewaard is gebleven, ook al werd er lange tijd niet over gesproken. Ik meen dat Ambrosius in zijn bisschopstijd de eerste is geweest die weer met de Griekse filosofie en logica begon te werken. De kerk van Rome heeft scholen gesticht. Men heeft de mensen leren lezen en schrijven en hen niet alleen maar leren bidden. Men heeft aan landbouw en experimenten in de landbouw gedaan in een tijd waarin men in wezen fungeerde als een soort proeftuin, waardoor de ontwikkeling en ontginning van het grootste deel van noord Europa op de duur mogelijk werd. De kerk van Rome heeft zeker heel veel goeds gedaan. De eerste redelijke ziekenhuizen op het vaste land waren in handen van katholieke Ordes. Wat nog niet betekent dat zij volgens onze huidige normen zo goed waren. Eerst nadat Florence Nightingale onze wereld betreden had – op ruim 90—jarige leeftijd – ging het beter met de opzet van de ziekenverpleging. Pasteur en soortgelijke mensen hebben er eveneens aan bijgedragen. Maar de Roomse ziekenhuizen waren onder de eersten, die hun technieken en denkwijzen op het vasteland van Europa toepasten. Zelfs uw moderne ziekenzorg heeft in al haar vormen veel te danken aan het pionierswerk dat gedaan werd door de leden van en onder de leiding van de rooms-katholieke kerk. Reeds in de Middeleeuwen lag de verpleging en het begraven van doden grotendeels in handen van Orden als die der Lazariten. Bij epidemieën waren het de Orden van Penitenten die de doden afvoerden, de zieken probeerden te voeden wanneer het burgerlijk bestuur het al lang had laten afweten.   U moet wel beseffen, dat Rome en voor het christendom en voor de Europese beschaving veel goeds heeft gebracht, dus niet alleen een leer heeft gesteld, maar wel degelijk ook praktisch zeer veel heeft mogelijk gemaakt. Ik meen dit duidelijk te moeten vaststellen, al is het alleen maar om degenen die steeds weer tegen Rome fulmineren even tot nadenken te brengen. Eerst wanneer wij deze goede kanten erkend hebben kunnen wij verder gaan en stellen dat de kerk van Rome door haar institutionalisme en haar pogingen ten koste van alles als wereldmacht te handhaven – zelfs zonder eigen grondgebied – deels verworden is tot een groepering waarbij zowel de praktijk als de leer vaak ondergeschikt worden gemaakt aan het machtsbewustzijn van haar leiders. Juist daardoor is steeds weer de kerk geworden tot een citadel van orthodoxie en behoudzucht. Want het Vaticaan blijkt altijd weer in denken eeuwen ten achter de zijn bij de actuele ontwikkelingen en gelijktijdig plannen te maken die vele eeuwen later pas werkelijk zouden kunnen worden.

Wie dit alles kan aanvaarden zal beseffen, dat de Rooms-katholieke kerk voor ons niet bepaald alleen zaligmakend is. In tegendeel, wij menen heel vaak dat de kerk fungeert als een rem wanneer de mensheid in haar gang naar bewustzijn en ontwikkeling bergop moet zwoegen. Dit alles in ogenschijn nemende: blijft er toch veel goeds, ook al betreur ik steeds weer, dat de kerk geen afstand kan doen van haar vervlechting met de staat en de politiek. Want die kerk eist nog steeds voor zich het recht tot indoctrinatie op en eist daarom bijzonder onderwijs. Zij eist nog steeds een groot deel op van de macht over de mensen. Vandaar haar steeds weer actief zijn op het gebied van particuliere sociale voorzieningen. Maar toch, men bedoelt het zeker niet zo kwaad. De vraag is, of velen van degenen die haar gezag verdedigen en in haar geloven dit doen als de directe representant op aarde van de Christus dan wel in haar eerder geloven als een machtsapparaat waarvan het goed is deel uit te maken, een international waarin het goed is een vooraanstaande plaats in te nemen. Ik ben er van overtuigd, dat de meeste eenvoudige priesters en zusters en broeders wel degelijk diep gelovig zijn. Maar zelfs onder hen wordt het geloof in deze dagen steeds vrijer. Ook bij hen komt meer en méér de behoefte ook eens na te gaan, hoe dit nu eigenlijk in de bijbel staat.

Ook bij het voetvolk van de H. Kerk bestaat meer en meer de neiging wat van het getheologiseerd terzijde te schuiven en eens te zien naar de werkelijke en kenbare feiten. Wat de positie is van deze kerk in deze dagen? Zij is behoudzuchtig en staat praktisch overal achter het gezag, probeert altijd ook weer vooral in gezaghebbende kringen een grote invloed uit te oefenen. Maar steeds grotere delen van de priesters, van de werkers in het veld bij deze kerk hebben de neiging zich geheel en zonder voorbehoud aan de kant van de zwakkeren in de samenleving te stellen. Zij zoeken allereerst naar de praktijk van het christenzijn en niet meer naar mooie, sluitende redeneringen en apologetische verklaringen. Daardoor heeft die kerk, of zij het beseft of niet, in vele delen van de wereld een functie van gist gekregen die het wezen verandert van het wonderlijke mengsel van denken en voelen dat mensheid heet. Door haar orthodoxie enerzijds en de neiging bij volgelingen tot een in de praktijk brengen van deze leringen, aan de andere kant brengt zij veel zaken in beweging.   Geloof mij: veel z.g. linkse revoluties zoals die in Midden en Zuid Amerika nu te bemerken zijn zouden niet denkbaar zijn zonder het katholicisme op de achtergrond en het werk in de ruimer denkende en meer praktisch strevende christen die men nu overal, soms ook op hogere plaatsen in de hiërarchie van de kerk, samen met eenvoudige priesters vechten voor rechtvaardigheid en gezagdragers aanklaagt. Mensen die soms tezamen met hun gelovigen door de machthebbers worden neergeschoten omdat zij opkomen voor het christelijke recht voor elke mens om in vrijheid, vrede en liefde tot de naaste te mogen leven. Rome is geen kwaad en de papen zijn niet alleen maar stommelingen, geïndoctrineerde robots die denken dat je alleen maar geregeld naar de mis moet gaan en de aanbevelingen van je meerden op moet volgen omdat er dan niets meer mis kan gaan waar niet de duivel de hand in heeft. De kerk van Rome is wel degelijk, ook al zijn in haar kern wel degelijke tekenen van verrotting steeds weer te bespeuren, de achtergrond geworden van, de ontwikkelingen in de westerse beschaving. Wat meer is, zij is bewust of onbewust, mede de achtergrond van vele omwentelingen die zich in deze dagen voltrekken, ook al schrikt zij daar dan van en probeert zij die terug te draaien. Denk dus niet, dat papen alleen maar domme niet zelf nadenkende mensen zijn. Zeker, zij zijn geïndoctrineerd. Maar dat bent en wordt u ook nog steeds en daardoor bent u nu misschien z.g. uiterst links of denkt u rechts. Anderen worden door hun indoctrinatie – die niet religieus behoeft te zijn – aangezet tot gelatenheid en fatalisme. Ook u bent opgevoed tot u op een bepaalde wijze reageert op begrippen en gebeurtenissen. Met de katholieken is dit natuurlijk ook het geval. Maar zij zijn daarnaast ook mensen die steeds bewuster naar zichzelf zoeken. Juist de moeilijkheid waarin zij in deze dagen steeds weer schijnen te verkeren, de moeilijkheid om te kiezen ook, maakt duidelijk hoe menselijk zij in wezen gebleven zijn. Hun voortdurende twijfels, hun steeds weer wankelen op de grens van gehoorzaamheid en verzet, tussen macht en waarheid ook – en in alle landen – maakt duidelijk, dat de kerk haar leden ook heel goeds weet mee te geven.

Dit alles beseffende concludeer ik: de kerk van Rome heeft zeer veel goeds voortgebracht. Door haar leeft er in zeer veel mensen een kracht en verbondenheid, die zonder haar waarschijnlijk zo nooit bestaan zou hebben. Daarvoor verdient zij erkenning en dankbaarheid. De kerk van Rome heeft een verkeerd inzicht in haar eigen zending. Zij beseft niet dat om werkelijk te kunnen dienen een mens eerst eens moet afleren te willen heersen, zich aan anderen op te willen leggen. De kerk van Rome moet leren beseffen dat leiding geven niets anders kan zijn dan anderen eenvoudig en metterdaad voorgaan. Waar zij dit niet beseffen kan of wil, schiet zij vaak aan haar doel voorbij. Daardoor ook kan zij niet slagvaardig genoeg reageren op werkelijke gebeurtenissen op de wereld, waarin de gewone mensen leven. In haar schuilen echter nog steeds krachten, die belangrijk kunnen zijn. Wanneer de christenheid ooit haar verdeeldheid zou gaan vergeten zo zou dit mede te danken moeten zijn aan de werkwijzen en regels voor samenwerking en maatschappelijk leven die zich in de kerk van Rome proefondervindelijk als hanteerbaar en juist hebben bewezen. Dus geen hoer van Rome, geen verwerpelijk iets dat zetelt op de Palentijnse heuvelen. Neen, een bond van mensen die helaas de Christus vaak vergeten waarop zij zich beroepen, die naakte macht te vaak nog in de plaats stellen van werkelijke liefde. Maar ook een bond van mensen die ondanks dit al te vaak verzaken aan die werkelijke liefde voor de naaste het besef dat een offer noodzakelijk en onvermijdelijk kan zijn in leven weten te houden.   Als zodanig is de kerk van Rome een onverbrekelijk deel van de gehele westerse beschaving. En dat is dan mijn inleiding. U ziet dat ik heb getracht onpartijdig te zijn. Wat overigens, wel eens moeilijk is wanneer je hoort, wat sommige katholieke leiders over ons zeggen. Volgens hen komen wij uit de hel. En wij hebben wel eens de neiging tot hen te roepen: wanneer jullie zo optreden behoren jullie zelf daar zeker thuis. Je moet echter proberen onpartijdig te blijven, In het streven naar die onpartijdigheid heb ik mogelijk zaken buiten beschouwing gelaten die u belangrijk of noemenswaard vindt. Na de pauze zal ik daarop ingaan wanneer u vragen daarover stelt. Maar één ding kunt u met zekerheid niet van mij verkrijgen: een absolute veroordeling van de kerk van Rome. Want indien, ik haar zou veroordelen zou ik alle christelijke groepen evenzeer moeten veroordelen. Ook ik meen dat ondanks het vele wat veroordelingswaardig is in het geheel van de christenheid toch daarin nog zoveel van de Christus levend is gebleven dat wij omwille van Jezus, omwille van de Goddelijke Liefde zelf, het christendom moeten blijven respecteren. Zelfs wanneer wij menen dat de praxis daarvan maar al te vaak lang achterhaald is door de ontwikkeling van de mensheid, de groei van de geest en soms zelfs door een ingrijpen van de Goddelijke Kracht.

  • Geldt hetgeen u stelde over de Roomse kerk mutatis mutandis ook voor het daaruit voortgekomen protestantisme? Dus: meer belang hechten aan de vorm dan aan de inhoud?

Dit geldt naar ik vrees voor alle wereldgodsdiensten. Altijd weer krijgen wij te maken met fanatici. Een fanaticus is iemand die doof is voor alle argumenten die niet zijn argumenten onderstrepen. Wat betekent dat in alle godsdiensten zich grote eenzijdigheid pleegt te ontwikkelen. Hierdoor ontstaat een zekere verwijdering van de normale menselijke wereld. Dan heb je een houvast nodig. Dit nu vindt je dan in het volbrengen van riten, gestelde waarden en leerstelligheden, die onaantastbaar moeten, blijven daar zij je zelfrechtvaardiging betekenen. Overal tref je dan ook sekten en godsdiensten aan, bewegingen ook, die op een dergelijke wijze functioneren, uitgaande van behoudzucht, vorm aanbidding, en met een zekere blindheid voor de werkelijkheid en hetgeen men zelf daarin in de praktijk is en doet. Indien u vraagt of je andere christelijke groepen dezelfde verwijten kunt maken als de kerk van Rome, zo is dit slechts betrekkelijk waar. Beschouwen wij de wijze waarop een moderamen werkt, zo constateren wij ook hier wel degelijk behoudzucht. Maar meer dan in de kerk van Rome is hier toch sprake van een dialoog, hoe moeizaam en moeilijk die dan ook mag verlopen. En hier is geen al-beslissende stem die wel even uit zal maken, wat de waarheid is en waarom een ieder zich dan maar heeft te onderwerpen. Hierdoor ontbreekt in de meeste protestante bewegingen de absolute eenheid, maar gelijktijdig ook het absolute gezag dat de kerk van Rome kenmerkt en haar optreden naar buiten toe steeds weer bepaalt. Een nadeel staat hier ongetwijfeld tegenover: in het protestantisme in zijn verschillende vormen krijgen wij steeds weer te maken met pastores die zozeer overtuigd zijn van hun eigen gelijk dat zij niet bereid zijn te zien naar de nuchtere feiten. Zij eisen van hun gemeente een absolute aanvaarding en trachten van hun kant uit een conditionering van die gemeente tot stand te brengen waardoor deze de meest normaal menselijke zaken met afschrik verwerpen of bezien met een minachting, een zelfoverschatting die uiteindelijk voert tot een alles satanisch noemen wanneer het niet past bij eigen denken. De benadering van andersdenkenden past niet bepaald bij de christelijke leer. Ik moet trouwens bij alle godsdiensten tot mijn spijt constateren dat de wil tot gelijk hebben altijd weer de inhoud van de leer dreigt te verdringen.

  • Waarom zijn kerken vaak zo negatief en waarom lopen kerken en sekten op het ogenblik zo vol, lang niet altijd met positief resultaat.

Een vriend van mij sprak: je kunt merken dat er nu twee vastenbrieven uitgaan in Nederland; het kerkbezoek begint kenbaar te vermageren. Wat in tegenstelling staat tot uw bewering, dat de kerken vollopen. En volgens mij dichter bij de feiten staat. Wat de rest betreft: wanneer mensen in de wereld geen mogelijkheid meer menen te vinden om zichzelf waar te maken of te beantwoorden aan hetgeen zij menen te moeten zijn, zoeken zij vaak een stelsel of meester die zegt hen de begeerde meerwaardigheid te geven. En wanneer daarbij volgzaamheid wordt geëist en de eigen aansprakelijkheid voor eigen daden steeds kleiner wordt, zo is ook dit iets wat door de meesten in dank wordt aanvaard. Wanneer de meester immers zegt dat het goed is, behoef je zelf niet meer te denken. En wanneer je zelf niet meer behoeft te denken behoef je ook niet meer in strijd te zijn mét jezelf, en je wereld. Dit is de reden voor het vollopen van vooral sekten met een nogal sterke meester, de reden ook dat men tot aanhanger wordt van de meest krankzinnige inwijdingsleren e.d. Van veel sekten kan worden gezegd dat zij een vorm van hersenspoeling toepassen en de mensen overrompelen zodat zij hun de zelfstandigheid ontnemen. De volgers zijn daaronder echter vaak intens gelukkig omdat zij bevrijd zijn van aansprakelijkheid en de noodzaak voor zich te bepalen wat zij wel én niet kunnen doen. Ik ben het met u eens, dat dit ook in vele kerken gebeurt, maar dan toch wel in mindere mate en ook minder ingrijpend dan bij sommige sekten. Ik acht dergelijke sekten dan ook verwerpelijker dan de grotere en daardoor vaak ook gematigder kerken. U moet echter wel in het oog houden, dat de praktijk van sekten en kerk altijd weer anders zal zijn dan de leer die verkondigd wordt. De leiding is in alle gevallen al snel een instantie, die zich bezig houdt met de leer en de verbreiding daarvan. Het gaat echter dan lang niet altijd om de leer zelf. Deze leiding wenst echter wel geïdentificeerd te worden met de leer, omdat zij daaraan nu eenmaal haar betekenis, haar macht en haar gezag ontleent. Dit geldt ook voor sekten met een eenhoofdige leiding, want daarachter schuilt altijd weer een groep die leiding geeft. Besef wel dat u altijd wanneer u met een instantie, te maken hebt u ook met een bureaucratie te maken krijgt. En daarin is er altijd een onderlinge strijd om belangrijkheid, macht en gezag; dit aspect is en blijft onvermijdelijk, daar dit nu eenmaal een kwaliteit is die aan alle bureaucratische structuren eigen is. Zoals het begrijpelijk is, dat een ieder die enige macht verworven heeft, enige bijzondere plaats weet te verwerven, geneigd zal zijn het aantal personen waarover hij macht uitoefent of gezag bezit, zoveel mogelijk uit te breiden. Het is daarom ook wel te begrijpen dat voor deze leidinggevende personen in veel gevallen een onderlinge strijd, een prestigeslag belangrijker is dan de leer of het doel van de groep waaraan zij leidinggeven. Vandaar ook dat enerzijds tussen de leer en de structuur die beweert haar te verdedigen of in stand te houden, steeds meer verwijdering komt. Dit gaat zover dat kerken en sekten in de praktijk maar al te vaak werken op een wijze die feitelijk en volledig in tegenspraak is met hetgeen men zegt te leren of te vertegenwoordigen. Duidelijk is ook dat onzekere mensen juist in een dergelijke situatie van beheerst worden vaak de vrede vinden, die zij niet voor zich zelfstandig konden vinden.

  • De kerk van Rome kan worden gezien als een rem op de bewustwording. Hoe lang zal deze rem nog kunnen werken? Is het juist dat in de Vaticaanse bibliotheek geschriften bewust verborgen worden gehouden om zo eigen beeld van onaantastbaarheid te kunnen bewaren.

Wat punt één betreft blijkt reeds nu, dat de kerk van Rome in haar huidige opzet en vorm steeds minder houdbaar wordt en steeds minder religieuzen kan aantrekken. Dit vloeit voort uit het groeiende besef, de kennis, de erkenning van mogelijkheden door de mensen afzonderlijk.
Een tweede reden voor haar verminderende invloed is de wijze waarop die kerk vaak reageert op situaties die toch met al haar leerstelligheden feitelijk in strijd zijn. Het gevolg is, dat de oude kerk van Rome langzaam maar zeker, wordt uitgehold. Dat dit niet opvalt is mede te danken aan de velen die nog lip-belijders zijn zonder nog enig werkelijk gevoel te koesteren voor de gemeenschap die zij zeggen als de hunne te zien.
Opvallend is verder dat steeds meer mensen, zich nog wel met een bepaald geloof zeggen te vereenzelvigen maar in feite de kerk niet meer bezoeken. Mogelijk waren zij er met hun huwelijk, daarna mogelijk nog bij de doop van hun kinderen en mogelijk zullen zij er dan voor hun uitvaart nogmaals terugkeren. Deze verschijnselen maken al duidelijk, dat de werkelijke macht van de kerk in de komende tijd nog verder zal gaan tanen. Toch wil dit niet zeggen, dat daarmede ook het christendom met uitsterven bedreigd wordt. Integendeel. Het christendom bergt zoveel positieve waarden en mogelijkheden in zich, ook nog na 2000 jaren, dat een groot deel van de mensheid het voorlopig moeilijk zonder deze leer en het daaruit voortkomende denken zal kunnen stellen. De rem zal dus steeds minder pakken.
Wel vraag ik mij af, of het niet in de aard van Aquarius ligt al die verschillende sekten en denkwijzen binnen het christendom samen te voegen tot een eenheid waarin men minder zal spreken over een enige waarheid, maar meer aandacht zal hebben voor het dienen van die waarheid. En dat is iets wat alle christenen te samen kunnen doen. Op grond van dit alles neem ik aan, dat de beheersende rol van de kerk van Rome over 3 à 4 pausen wel afgelopen zal zijn.
Dan uw vraag over de Vaticaanse bibliotheek. Hier liggen inderdaad nogal wat geschriften die zorgvuldig geheim worden gehouden. Er is een afdeling waar slechts een tiental mensen toegang heeft en waaruit bij wijze van uitzondering daarvoor uitverkoren mensen een deel – meestal niet eens het geheel – van een bepaald geschrift mogen inzien. Of het hier alleen maar geheimen betreft die het aanzien van de kerk direct zouden kunnen schaden betwijfel ik ten zeerste. Wel zijn er heel wat geschriften die het beeld dat de mensen plegen te hebben van macht en machthebbers sterk zouden kunnen wijzigen. Er zijn nogal wat handschriften aanwezig waarin onderlinge afspraken, vreemd en willekeurig optreden van heersers, profetieën van heilig verklaarden e.d. zodanig zijn opgenomen, dat zij op het publiek zelfs nu nog grote invloed zouden kunnen hebben. Het nog steeds geldende standpunt van de rooms katholieke kerk in deze is nog steeds, dat je de mensen niet tot wantrouwen moet brengen omwille van iets wat in het verleden is gebeurd.
Verder zijn er geschriften die door de kerk niet als evangelie of authentiek worden erkend, maar waarin dermate concrete gegevens omtrent het leven en werken van Jezus zijn opgenomen – enkele zelfs historisch controleerbaar, dat het moeilijk zou zijn dergelijke gegevens zonder meer terzijde te schuiven ofschoon zij niet geheel overeenstemmen met de waarheid zoals de kerk die verkondigt. Ook hier redeneert men dat het voor de zielenrust van de gelovigen beter is, wanneer zij van dergelijke schrifturen geen kennis kunnen nemen en zo zonder twijfels de kerkelijk erkende evangeliën als letterlijke waarheid kunnen blijven aanhangen.
Ten laatste zijn er een aantal verslagen en gegevens omtrent schandalen die zich in de kerk zelf of bij met de kerk verbonden heersers hebben afgespeeld. Ook in dit geval is het wel duidelijk, dat niemand in Rome er enig belang bij heeft de vuile was buiten het raam te hangen. Dus houdt men het sub rosa tot men in staat is alles stralend wit te wassen. Voldoende?

  • Is het juist wanneer ik begrijp dat dogmata in de kerk en alle andere christelijke groepen aan terrein verliezen en uiteindelijk zullen verdwijnen?

Ja. Dogmata zijn stellingen die je dient te aanvaarden, ook wanneer je die niet zonder meer innerlijk als volledige waarheid kunt beleven. Zoek je echter naar een werkelijke eenheid met God en de mens dan zul je allereerst moeten leven volgens de God die je zelf beleeft. Dit betekent, dat de leerstelligheden van anderen steeds minder belangrijk zullen worden en steeds minder invloed op je denken, beleven en geloofspraktijk zullen hebben terwijl de eigen innerlijke zekerheden, ervaringen en aanvaardingen een steeds grotere rol zullen gaan spelen bij steeds  meer mensen. Het zal u duidelijk zijn dat je, wanneer je zoekt naar God in de natuur, de mens, de wereld, je Hem voortdurend kunt ontmoeten, maar dan niet onder de voorwaarden die middels dogmata in feite daarvoor steeds weer gesteld worden en met aanvaarding van niet beleefbare zaken die door anderen als enige waarheid gesteld worden. Ik meen dat de ontmoeting met de Innerlijke Godheid, de tintelende beleving of hoe moet je het noemen, voor de mens zo belangrijk zal gaan worden dat hij de droge leerstukken en de toch altijd droge en wat vage speculaties van theologen zonder meer naast zich neer zal leggen. Om het vanuit mijn gezichtspunt eenvoudig te stellen: een god die is zoals dogmata hem bepalen en theologen hem ons voorstellen zou nooit de mens zoals deze is, geschapen hebben. Misschien is dit nu duidelijk genoeg.

  • Het is volgens u van belang te gaan naar de leer. Is de bijbel daar de basis van?

Voor de christenen de bijbel als geheel volgens mij niet. Ik wil u er aan herinneren dat Jezus heeft gezegd: Ik ben u het einde van het oude Verbond. Dit omvat ook de oude regels, wetten, openbaringen en profetieën die zij aantreffen in het Oude Testament.  Volgens mij betekent dit, dat Jezus zelf zijn leer en leven als de nieuwe werkelijkheid, het nieuwe verbond, beschouwt. Ik meen dat de mens van de toekomst die leer niet kan missen, maar wel de oude bekrompenheid die – neem mij niet kwalijk – vooral vanuit het Oude Testament in de mond van christenen naar voren blijkt te treden. Soms lijkt het er zelf op, dat men het Oude Testament vooral nodig heeft om middels teksten en spreuken de betekenissen en eisen van het Nieuwe Testament naar believen te kunnen ontkrachten. Simpel gezegd: Of Jezus nu wel of niet de ware Messias is geweest doet weinig terzake. De leer die Hij heeft gebracht is er een van de innerlijk verlichte mens die in een juiste verhouding met zijn God en met zijn medemens leeft. En juist dit acht ik geheel in overeenstemming met de geest, van Aquarius. Bezien wij het judaïsme en ontdoen wij het van alle aanhankelijkheid aan oude regel, uitleggingen en overleveringen, daarvoor in de plaats stellende het beleven van de God van Israël en het werken, met innerlijk als juist erkende waarheden en erkenningen als komende vanuit deze God, zo vinden wij ook daarin vreemd genoeg dezelfde humanitaire denkwijze die toch gedragen wordt door de innerlijk besefte Godheid. Dit geldt ook voor de islam, wanneer wij ook dezen ontdoen van allerhande bijkomstigheden en spitsvondigheden. Op grond van de God die wij in onszelf kunnen erkennen en beleven, op grond van de zuivere leer, ontdaan van bijvoegsels die daardoor ontelbare leraren op aarde aan toegevoegd zijn, kunnen wij komen tot een erkenning van de eenheid van de mensheid in die ene god, die wij allen mogelijk verschillend zien en beleven, maar die toch voor ons besef met alle godsbeelden ondeelbaar één en dezelfde is.

  • Is de zienswijze van de paapse kerk omtrent de seksualiteit juist?

Dat is moeilijk. Ik wil geen namen noemen, maar er zijn mij heel wat gevallen bekend van mensen die beweerden dat voor hen als priester het celibaat onvermijdelijk en noodzakelijk was en toch heel wat nageslacht hebben voortgebracht inclusief zonen die op vaders voorspraak later ook weer prebenden, inkomsten uit een geestelijk ambt, gekregen hebben. Wanneer wij de praktijk bezien en niet alleen de leer, wordt het dus wel wat moeilijker met die seksualiteit. Ik geloof echter dat de visie die de kerk heeft op seksualiteit grotendeels berust op het Oude Testament. In de oudheid was nageslacht belangrijk omdat de stammen zwak waren. De kinderen waren gelijktijdig de garantie voor het voortbestaan van stam en geslacht, van geloof en de zekerheid voor de oude dag van hun ouders. Onder dergelijke omstandigheden zal men inderdaad kinderen als onaantastbaar en grote zegen Gods ervaren. Een dergelijke visie sijpelt steeds weer door in alle uitspraken over de  seksualiteit die de kerk doet. Ook de binding van de seksualiteit aan zeer enge patronen is voor haar belangrijk, maar om andere redenen; het is een beheersingstechniek. Let wel, men heeft er niet zo heel veel op tegen dat u eens een keer, nu ja, buiten de pot … U weet wel. Dat is natuurlijk wel een zonde, maar daarvoor kun je absolutie krijgen en dan is er na een kleine penitentie verder niets meer aan de hand. Maar men mag zich natuurlijk niet proberen te onttrekken aan de gezinsbinding. Want deze vormt mede de basis van de kerkelijke macht en de volgens haar wenselijke sociale structuur. Zo iets van: “geef hen zorgen en zij zullen u dankbaar zijn dat zij met ons God om hulp mogen smeken”.
Ik geloof niet, dat men in staat zal zijn, deze sacramentaal bevestigde twee-eenheid man-vrouw als blijvend zonder meer te handhaven. Trouwens, wanneer ik kijk naar het aantal echtscheidingen valt het met de gelovigheid van de gelovigen juist in dit opzicht nogal mee. Ik meen dat je de seksualiteit eenvoudig moet beschouwen als: een de mens door God gegeven belevings- en uitingsmiddel. Je moet het zo uiten en beleven dat het in overeenstemming is en blijft met je eigen wezen, met je eigen inborst. Wanneer je dit doet zonder ooit andere te dwingen tot praktijken die voor hen onaanvaardbaar zijn, zo meen ik dat God vanuit Zijn Hemel zal toekijken en zeggen: “het is goed”. Zelfs wanneer de paus dan zegt dat het verkeerd is.
Het volgende moet mij ook nog van het hart, wanneer wij zien hoe de kerk in bepaalde tijden steeds weer fulmineert tegen homoseksualiteit en wij zien dan naar de vaak wel zeer Griekse praktijken van veel van haar verkondigers, zo constateer ik toch wel een heel groot verschil tussen de leer en de praktijk. Waarmede ik niet wil zeggen, dat veel priesters op het ogenblik homoseksuelen zijn, maar wel duidelijk wil stellen, dat dit in veel grotere mate soms het geval kan zijn dan men ooit zou willen toegeven. Met de eigen seksuele handelingen van veel verkondigers tot in de hoogste rangen heeft de kerk in mijn ogen reeds veel van haar uitspraken ontkracht. Zij kan m.i. niet terecht eisen stellen aan de gelovigen wanneer zij stilzwijgend duldt dat veel van haar priesters en verkondigers zich aan die regels niet houden.

  • Stamt de strenge moraal van de roomse kerk niet uit de 19e eeuw, terwijl voordien men niet zo streng was?

Correctie: de officiële moraal van de rooms katholieke kerk is als van rond 700 zeer streng geweest. Wel heeft zij lange tijd een scheiding toegelaten tussen de praktijk en de leer. Tot in bepaalde kringen de mensen zelf – mede een deel van de sociale vorming en de standenmaatschappij – strenger werden in hun moraliteit en meer aan bepaalde regels placht te beantwoorden. De kerk heeft van deze omstandigheid gebruik gemaakt om de praktijk meer te trekken in de richting van de leer die zij reeds lang verkondigde.

  •  Hoe groot acht u het percentage katholieke gelovigen dat oprecht gelooft?

De moeilijkheid ligt in het aantal van de gelovigen. De kerk gaat uit van het standpunt: wanneer je eenmaal katholiek bent gedoopt, blijf je je gehele leven katholiek, of je dit nu wilt of niet. Dus zoiets als een deelnemen aan de giroloterij: afzeggen is erg moeilijk. Wij kunnen echter ook uitgaan van de althans nog enigszins praktiserende gelovigen. Dan kun je de werkelijke gelovigen, die dus innerlijk en intens geloven en alle regels praktiseren, schatten op rond 16% à 17%. Degenen die – uiterlijk – mede uit gewoonte of uit emotionele uiting geloven maar niet innerlijk, vormen rond 40% van de praktiserende gelovigen. De rest is aangesteld uit mensen die in feite niet geloven maar voor anderen mogelijk nog iets er aan doen, bv. voor ouderen, en degenen die wel trouw ter kerke gaan maar voornamelijk vanwege relaties, mensen dus die het in de kerk gezien worden belangrijk achten.

  • Vindt u het juist de geconditioneerde gelovigen in hun geloof te laten? Of moet je hen op zwakheden en tegenstrijdigheden wijzen?

Dit moet je heel voorzichtig benaderen. Menigeen die gelooft heeft dit geloof ook hard nodig. Het is voor zo iemand een soort kruk die het hem/haar mogelijk maakt in het leven overeind te blijven. Het eist dus grote zorgvuldigheid en inzicht om te voorkomen dat je iemand de krukken wegneemt en vervolgens in de goot laat liggen. M.a.w.; wanneer je iemand zijn geloof ontneemt door bv. te wijzen op de tegenstrijdigheden daarin e.d. laad je daarmee ook een aansprakelijkheid tegenover die mens op je. Ben je niet bereid die aansprakelijkheid te dragen, dan moet je die mens met zijn geloof, hoe onjuist ook volgens jou, maar liever met rust laten. Een groot deel van de katholieken zoekt echter naar iets anders, ” iets erbij” a.h.w. In dat geval hebben zij zelf een keuze gemaakt en mag men hen weldegelijk wijzen op discrepanties. Zeg dus niet tegen de gelovigen:  “je geloof deugt niet”, al  dan niet met vermelding van redenen, maar wanneer zij zeggen ” ik vraag mij af” geef hen dan zo eerlijk mogelijk je mening en onderbouw die zoveel mogelijk met feiten. Daardoor zul je die mensen dan helpen nog zelfstandiger te worden en ook zelfstandiger over veel zaken na te denken. Iemand die eenmaal begint te twijfelen is op zoek naar een persoonlijk beleefde waarheid in plaats van een van buitenaf opgelegde indoctrinatie. Zo iemand moet je helpen. Waarmede naar ik meen de essentie van de vraag  reeds is beantwoord. Natuurlijk is er erg veel bij machthebbers en orthodoxen waarvan wij kunnen zeggen dat het verkeerd is. Maar val dan die machthebbers en orthodoxen aan op hun handel- en leefwijze en confronteer een eerlijk gelovige niet zonder meer met dergelijke feiten, waar hij ook geen raad mee weet. Kortom: probeer de kerk geen zieltjes af te winnen, maar probeer de onjuistheden, de komedie te ontmaskeren. Wanneer je dit kunt doen zullen vele gelovigen zelf na gaan denken. Maar zij hebben dan nog de mogelijkheid te ontkennen – desnoods tegen beter weten in – dat u gelijk hebt en zo neem je hen dan niet de krukken weg die zij nog hard nodig hebben.

  • Wat is het karakteristieke beeld van de katholiek in vergelijking met de calvinist?

Elk mens is anders. Wat ik zeg zal niet gelden voor alle katholieken of alle calvinisten, maar zal op een meerderheid van beiden wel enigszins van toepassing zijn. De katholiek is veelal iemand die gelooft, dat God met hem is. Dat God voortdurend ingrijpt in zijn leven, hem zal bijstaan en wanneer Hij zelf toevallig geen tijd of zin heeft nog een hele reeks heiligen ter beschikking heeft die als boodschappenjongens kunnen fungeren. Hierdoor voelt de katholiek zich in het leven wat vrijer. Bovendien, zijn God is vergevingsgezind, heeft hem lief, je bent niet voor altijd beladen met schuld. Je moet die erkennen, proberen die uit te boeten en dan kun je desnoods wel weer van voren af aan beginnen. De katholiek is dus iemand, die gemeenlijk het leven wat blijmoediger beziet, niet zo bang is om fouten te maken, maar zich steeds wel voor zal nemen deze zo snel mogelijk te herstellen. Daarom ziet hij de wereld ook als iets, waarvan je heel wat kunt en mag tolereren. De doorsnee katholiek is gemeenlijk tegen zijn omgeving nogal tolerant omdat hij ook tegenover zichzelf een grote mate van tolerantie pleegt te bezitten.
De calvinist is over het algemeen iemand die onzeker is tegenover zijn God, die zo vaak een toornige God is en daarom niet zeker is dat die God altijd bij hem zal zijn. Hij bidt God om steun, hoopt dat hij ze krijgt en vraagt zich af of hij ze wel waard is. Hij is dan ook voortdurend bezig zichzelf met preken en teksten te bestoken in de hoop zo meer zeker te worden van een samengaan met en gesteund worden door God. Hij zet dit als gewoonte naar buiten toe door. Juist om zijn innerlijke vrezen te overwinnen treedt hij tegenover anderen vermanend, intolerant en vaak wat hovaardig op. De stelling van de calvinist is: wat God zegt dat je moet doen doe je, de rest moet je laten. De katholiek zegt: zolang het niet duidelijk tegen Gods wil is, kun je het altijd proberen. Wat duidelijk maakt waarom de calvinist al te vaak een droefgeestigheid predikende pessimist met hoop op het hiernamaals is, terwijl de katholiek iemand is, die vreugdig in het heden levende probeert zoveel goeds met Gods hulp tot stand te brengen dat hij later de hemel ook nog mag beleven. Nogmaals, dit is een omschrijving van een gemiddelde, niet meer de roomse kerk steunde in het verleden bijna, altijd heersende machten.

  • Acht u het opkomen tegen junta’s in Zuid-Amerika als een opkomen voor de onderdrukten of als angst voor de achterban?

Een kerk is behoudzuchtig, maar haar orthodoxie betreft voornamelijk haar zelf. Zich in standhouden betekent dan ook een zich met de waarschijnlijk grootste macht vereenzelvigen. Daarom zal zij rustig partij kunsten kiezen voor onderdrukten, mits die een katholieke meerderheid vormen, zeker wanneer de leiders alleen lipbeleiders zijn, die zich niet te veel van die kerk plegen aan te trekken. Genoemde ommekeer lijkt mij niet zozeer voort te komen uit bezorgdheid door het lichamelijke heil van de onderdrukten, maar eerder een poging om te voorkomen dat de onderdrukten met hun verzet tegen de onderdrukking gelijktijdig tot een ontkenning van het gezag van de kerk zouden komen. Het spijt mij te meer dit zo te moeten stellen omdat veel van de vertegenwoordigers van de kerk met inzet van lichaam en ziel vechten tegen de onderdrukkers. Maar de kerk als lichaam moet je los zien van de handelwijze van degenen die haar leer op hun wijze proberen waar te maken en uit te dragen.

  • De paus die nu regeert is waarschijnlijk ook op de hoogte van de geheime documenten van het Vaticaan?

Ik betwijfel het. De man heeft zoveel te doen, zijn bemoeienissen nemen zelfs een voortdurend grotere vlucht, zodat ik niet aanneem dat hij de tijd had, zo hij al de wil heeft, om zich op de hoogte te stellen van het aard en inhoud van al dergelijke documenten. Hij weet wel, dat zij er zijn, maar meer niet, Trouwens, deze paus is iemand die, vooral naar buiten toe leeft.  Hij heeft wel geloof en innerlijk leven, maar zijn gehele wezen reikt naar de buitenwereld en niet naar de studie. Het gaat hem om het contact met de medemens, de verkondiging van de blijde boodschap en indirect mogelijk ook een scheppen van het bewijs dat hijzelf toch wel erg belangrijk is.

Wanneer wij de moed hebben conclusies te trekken uit al wat wij bespraken, dan hebben wij meer gedaan dan alleen maar doorzeuren over een onderwerp dat voor velen misschien al lang doodgepraat was. U bent een mens. U leeft met mensen. In u en rond u leeft iets wat u God noemt. Wanneer u uw medemensen verloochent, onrecht schept voor anderen, blind wordt voor de rechten en noden van anderen verwerpt u de God buiten u en in uzelf, ook al zit u elke dag in de kerk. Dan verwerpt u de werkelijkheid waarin u nu leven moet om eens tot de grote werkelijkheid van de geest te ontwaken.