Paradoxen

7 november 1988

Onze gastspreker is iemand die zich bezighoudt met, zeg maar, de paradoxen van tijd, van leven en de hele bliksemse boel. En nu weet ik daar niets van en daarom ga ik erover praten, wat geen paradox is, omdat de meeste mensen praten over iets waar ze weinig van af weten.

Kijk, wanneer je ‘tijd’ zegt, dan heb je het niet over een tijdsduur, dat een uurwerk meet, of dat je aan de loop van de zon meet; je hebt het over een ogenblik, één punt op een lijn van beweging. D.w.z. dat tijd eigenlijk een variabele factor is, die niet door vaste meetinstrumenten volledig kan worden geregistreerd.

Het wil verder zeggen, dat, wanneer je de lijn in de ruimte kunt volgen, je inderdaad ook de tijd volgt. Dat klinkt dan erg onwetenschappelijk en dat past dan ook precies bij me, maar wanneer je het licht ziet van een ster die lichtjaren ver weg staat, dan kun je uitrekenen, als dat 800 lichtjaren is, dat wat jij ontvangt, 800 jaar geleden is ontstaan. Dus daar blijkt al uit, dat er een relatie moet bestaan tussen tijd en, zeg maar, beweging en ruimte.

Datzelfde is met bepaalde geestelijke zaken. Wanneer je denkt, dat je als geest altijd vooruitgaat, dan heb je het net mis. Een groei in bewustzijn is niet alleen maar een groei naar voren toe. Dus ook gelijktijdig terug. Als ik dat op mijn simpele manier mag uitwerken: een geest die bewust wordt, gedraagt zich als een olievlek op de oceaan van het leven. Hij breidt zich naar alle kanten uit, de stroming en de golven doen er wel iets aan, maar in wezen wordt het eigenlijk een flinterdun laagje, en als dat nou bewustzijn is, dan is het zich van een groter oppervlak van de oceaan bewust.

Geestelijk is dat ook precies hetzelfde, want je leeft natuurlijk in gedachtensferen, dat hebt u al duizend keer gehoord. Een sfeer is een gedachtewereld, van een bepaald niveau meestal, van een bepaalde omvang, die wordt bepaald door degenen die erin leven, en is dus niet iets wat van buitenaf is vastgelegd, of wat een vaste waarde is.

Als je nu als geest meer bewust wordt, dan denken de mensen: “je gaat een stapje hoger”. Maar dat is niet waar; je groeit een stukje, je kunt meer overzien. En op die manier kom je eigenlijk allerhand tegen, waarvan je zegt: ja, is dat nu reëel?

Je gaat dood als een mens van de 20ste eeuw, en waar kom je in terecht? Misschien in een piratenbestaan, of als een galeislaaf in een triremen of iets dergelijks, en dan zeg je: “ja, maar dat kan niet, dat is een droom.” Nee, dat is ook echt geweest. Alle ervaringen die we hebben doorgemaakt, zijn in ons opgesloten. Maar op het ogenblik dat ze voor ons belangrijk worden, kan er een herhalingseffekt optreden, waarbij we dus een deel van een dergelijk leven, a.h.w. weer volledig doormaken, maar nu met een ander bewustzijn.

Onze gastspreker vindt dit zeer paradoxaal, “Want”, zegt hij, “als de kip er is en ze moet wéér weten wat het is om een ei te zijn, dan vraag je je af, is het dan nog een kip?” En zo zal het met een mens ook wel gaan, met een geest: Op het ogenblik dat je je bewust wordt van alles bij elkaar, zal je, dacht ik hoor, niet meer in staat zijn om te zeggen: ‘deze tijd’ of ‘gene tijd’. Je kunt alleen zeggen: een reeks van ervaringen.

Iets soortgelijks maak je door, wanneer je menselijk gezien alles in sferen, in stralen indeelt. De meeste mensen denken: ik behoor tot een bepaalde straal, maar eigenlijk behoor je niet tot een bepaalde straal, maar je huidige ontwikkeling heeft een kerntrillingsgetal, waardoor je vatbaar bent voor de ervaringen, die door een zekere straal bepaald worden.

Je kunt ook niet zeggen: “ik wissel over naar een bepaalde straal”, je kunt alleen zeggen “ik word me plotseling van andere zaken bewust en mijn verdere bewustwording verloopt op een andere frequentie, maar ik ben nog steeds op die eerste straal eveneens aanwezig en waarschijnlijk op alle stralen tegelijk.”

De neiging die wij hebben om alles in te delen, die maakt het erg moeilijk om te begrijpen, dat iets één geheel kan zijn.

Of je nu kijkt naar de moderne architectuur bijvoorbeeld, of je kijkt naar moderne kunst, moderne muziek …. Ik denk altijd: “die mensen vergeten dat iets een geheel moet zijn.” Kijk, een gebouw, dat moet gelijktijdig een indruk zijn voor de voorbijganger, een veilige en prettige woongelegenheid voor de bewoner, en het moet een functie hebben, waardoor het een sociale reeks van kontakten mogelijk maakt. Op het ogenblik dat het niet aan die drie waarden volledig kan voldoen, is het geen goed huis. En dat geldt ook voor een kantoor. Voor al die andere dingen. Wanneer je kunst maakt, dan moet je een emotie, en als het even kan, een begrip uitdrukken, want als dat er niet is, dan kun je in de beschouwer niets wakker roepen. Het is een communicatie.

Moderne muziek, nou, daar zijn tegenwoordig soorten muziek bij, heb ik mij laten vertellen, die zozeer geconstrueerd zijn, dat er eigenlijk niets meer overblijft van melodie, harmonie of iets anders. En dan kan dat wel degelijk muziek zijn, natuurlijk. Maar, pas op het ogenblik dat het weer een emotie of een begrip kan oproepen, heeft het zin. Zonder dat blijft het een constructie. Op het ogenblik dat het in de mensen gaat leven, wordt het méér dan muziek, wordt het een deel van leven en beleven.

Voor mij is dat in de sferen veel gemakkelijker en anders, maar ik denk wel eens: op aarde zouden de mensen moeten leren, dat modernisme alleen dan zin heeft, wanneer het gelijktijdig dient voor alle functies waarvoor het ontworpen is.

Een leven is een reeks van contacten. Je kunt ze prettig vinden, of niet prettig, je kunt je erover beklagen of jezelf gelukzalig prijzen, dat maakt verder geen verschil uit.

Je leven, en alles wat er een rol in speelt, is gebaseerd op die contacten, mensen, voorwerpen, dingen, omgeving – alles bij elkaar. Tot, bij wijze van spreken, het stoombootje, waarmee je naar een eiland toe gaat. Al die dingen samen vormen jouw leven, en jouw leven is een bewustzijn dat voortvloeit uit al die kleine dingen, die je misschien onaangenaam hebt gevonden, of die je niet hebt kunnen verwerken, of waaraan je voorbij bent gegaan – maar ze spelen een rol.

De totaliteit is kenbaar in de details, niet in zijn geheel. Maar de details zijn zinloos, wanneer er geen totaliteit is. Totaliteit is onmeetbaar. Details zijn meetbaar. Mensen meten graag, ze verdrinken in de details. Maar de grote werkelijkheid kan alleen beleefd worden.

De kracht van de grote realiteit is geen energie, die kan worden uitgedrukt als een statisch potentiaal, of iets anders; ze is er gewoon. Ze kan zelfs niet beschouwd worden als een magnetisch veld zonder meer – al zijn er meer overeenkomsten met magnetische velden, dan met vele stralingen. Het is gewoon aanwezig. Het werkt in je. Het kan dóór je werken.

Maar kun je nu bepalen wat het is? Nee. Op het ogenblik dat je kunt bepalen wat het is, is het er niet meer.

Ik heb me laten vertellen – ik weet niet of het waar is, anders is het een leuke anekdote – dat een paar doctoren iemand op een baar hebben laten sterven, want daar hadden ze een weegschaal aan vast gemaakt om te kijken hoeveel de geest wel woog, als ie uit het lichaam ging.

Hoe kun je iets wegen wat geen gewicht heeft? Natuurlijk, er verdwijnt wel het een en ander, maar dat heeft meer te maken met miasma’s, die weg trekken, lucht die verder weg gaat, andere kleine vochtverliezen, e.d. Het heeft niets te maken met de geest. Je kunt een geest niet wegen.

Dus bestaat ze niet. Menselijk geredeneerd. Maar aan de andere kant, die geest is er wel. De geest is een bewustzijn. Dat bewustzijn kan zich manifesteren. Alleen, je kunt het weer niet onder laboratoriumcondities laten ontstaan, en waarom niet? Omdat de geest niet reageert op wat men wil meten, maar op wat men innerlijk aanvaardt en beleefbaar acht.

Nou, dan krijg je allerhande gekke situaties. Dan zeggen ze: “het bestaat niet” en het is er wel. Ze zeggen: “dit is onmogelijk”, maar het is eigenlijk veel logischer dan vele andere stellingen. Ze zeggen: “een mens kan niet vliegen.” Nu geef ik onmiddellijk toe dat er veel meer mensen zijn, die ze zien vliegen, dan mensen die de kunst van levitatie beheersen, maar waarom zou het onmogelijk zijn?

Wat is zwaartekracht? Ja, zwaartekracht is de aantrekking van de massa, afgemeten tegen de centrifugale kracht, die door de spin van een lichaam ontstaat. Klaar. Als je dat zo zegt, dan klinkt dat allemaal wel erg leuk. Maar is die zwaartekracht een veld? Kennelijk wel. Als het een veld is, kan het dan worden omgekeerd in betekenis? Ongetwijfeld. Maar er is nog niemand in geslaagd, dus kan het niet, dus bestaat het niet.

Ik denk dat ook in de esoterie een heel groot gedeelte eigenlijk van de twijfel en zijn verwerpingen, ook bij uzelf, voortkomt uit het feit, dat we het logisch willen zien. We willen een begin en een einde hebben. Als het even kan een goede vakindeling, zodat we bijvoorbeeld kunnen spreken over het groeiende bewustzijn. En als ze dan bezig zijn: ‘want we evalueren’.

Ik garandeer u dat die oer‑aap in u allen nog aanwezig is. Hij komt niet meer zo erg naar buiten. En vóór die tijd is het visje er ook, waar u uit voort bent gekomen. En als je nog verder teruggaat, dan hebben we de eerste cel, die door deling twee cellen werd. De hele geschiedenis zit ingebouwd. U bent het product, dat u als eindproduct beschouwt.

Maar u bent al die dingen tegelijk. Er zit een enorme herhaling in. Als je de verschillende embryonale stadia nagaat, dan kom je tot de conclusie, dat in de groeiperiode van de vrucht een groot gedeelte van de vroege stadia van wording, van het leven dus op aarde, eigenlijk worden geïmiteerd, zeg maar. Soms zijn het hele korte fases, soms duurt het lang, maar ze zijn wel aanwezig.

Waarom neem je dat aan, en neem je in de esoterie niet aan, dat alles wat je ooit bent geweest in jou aanwezig is, dat elke keer wanneer je bewustzijn zich weer projecteert, het zij in een stoffelijk lichaam, of voor het beleven en werken in een bepaalde sfeer, al die fasen weer doorlopen worden in je?

De mensen zeggen: “Ja, maar …”, ze hebben er geen zin in. Daar komt het eigenlijk op neer en daarom kan het niet.

Als ik dan praat met zo iemand over wat hij zelf paradoxaal vindt – want ja, wat is een paradox? Een paradox is iets wat wel kan en wat niet kan tegelijk. Zoiets als een politiek voorstel, dat haalbaar is maar praktisch niet te verwerkelijken. Dat komt ontzettend veel voor in de wetgeving.

We moeten gewoon begrijpen: wij zijn in essentie alleen maar kracht, alleen maar energie. Die energie is op een of andere manier afgeschermd tegen de rest. Eigenlijk nog niet eens, omdat er een omhulsel omheen zit, maar gewoon doordat die energie bij innerlijke wisselwerking zó betrokken is, dat ze maar zeer beperkt wisselwerkingen met alles wat daarbuiten is, aangaat. Dat is dan de werkelijkheid van ons bestaan, en dan mogen we wandelen in Zomerland, mooie huisjes, mooie bloemetjes, mooie vijvers, mooie bossen, mooie bergen, allemaal tot uw dienst, maar dat zijn beelden die in ons bestaan.

En als je dan nog even verder gaat, dan kom je tot de vraag: “Is het leven nu een droom, of is het een werkelijkheid?”, en de mens die zegt: “Ja, het is werkelijk, want als je mij een klap op mijn hoofd geeft, dan voel ik dat. Dus dat is echt.”

Heeft u nog nooit een droom gehad, waarin u dacht: “Droom ik nou?”, en dus in uw hand kneep, of in uw arm kneep om te voelen of u nou droomde of wakker was? En dat u dacht: “Nee, ik ben toch wakker.” En dat u een uur later door de wekker gewekt werd? Er wordt al ‘ja’ geroepen. M.a.w. dat wakker zijn, dat is ook maar een betrekkelijke zaak. Wat is de werkelijkheid? Dan kun je alleen maar zeggen: de werkelijkheid is een wisselwerking, die bestaat tussen wat wij bewustzijn noemen en datgene wat niet direct tot dat bewustzijn behoort.

En dan komt de vraag natuurlijk ook: is deze begrenzing iets wat door ons wordt geschapen, of is het iets wat a-priori aanwezig is?

De mens, die erg op zijn ego is gesteld, die zegt: “Nou, dat is natuurlijk a-priori aanwezig.”

Maar ik zeg: nee, we scheppen het zelf. Wij scheppen de grenzen van ons bewustzijn. Wij scheppen de grenzen van ons gevoelsleven. Wij scheppen de grenzen waarbinnen we dromen kunnen. Wij zijn het, die onze wereld vormgeven. Er zal wel iets bestaan, natuurlijk. Want al het andere heeft ook een eigen leven. Maar dat eigen leven bepalen we niet, we bepalen alleen de wisselwerking tussen het andere en onszelf.

Dan kun je toch eigenlijk zeggen: het leven is een droom. Maar als het een droom is, wat voor zin heeft het leven dan? Zou de droom misschien de uitdrukking kunnen zijn van iets wat binnen in ons bestaat? Nu weet ik wel: God schiep de hemel en de aarde, afijn, maar scheppen wij ook niet onze eigen wereld? Zijn wij niet, zonder het te weten, gelijktijdig het scheppende Godje en het Duiveltje dat in onze wereld domineert?

Dan zijn het onze denkbeelden, die onze werkelijkheid bepalen. Dan is positief denken veel belangrijker dan iets anders. Omdat de positieve benadering gelijktijdig het positieve contact betekent met alles wat er om je heen is. Dat alle kracht en alle werking, die je hebt in je leven, niet bepaald wordt door iets buiten je, maar door datgene wat je zelf bent.

Ik spreek door een medium – erg leuk, per slot van rekening heeft iedereen zijn liefhebberij. Ik heb in een ver verleden iemand gehad, die voortdurend op een violoncel zat te krassen. Ik vond dat niet aangenaam, maar voor die man was het kennelijk een vervulling. En misschien vindt u het niet aangenaam, dat ik praat door een medium, maar het is mijn violoncel. Alleen kan ik er niet altijd bijkomen.

Ik uit me zoals ik ben. Ik doe dat door middel van een instrument. Ik ben dus gebonden aan de mogelijkheden die het instrument me geeft. De melodie wordt bepaald door het instrument, door de harmonische, die tussen mij en iets anders bestaat. Maar als mijn voorstelling van het medium zou veranderen, zou dan misschien ook mijn mogelijkheid in het medium veranderen? Ik weet het niet. Ik ben nog niet zover dat ik dat kan. Maar zou het toch mogelijk zijn?

U denkt waarschijnlijk: “Ja er zijn zoveel dingen op aarde waar iedereen over praat, maar is dat nou allemaal wel reëel?” Een geestelijke operatie, bijvoorbeeld. Kan dat? Kan de geest opereren, die heeft toch geen handen?

Wacht even. Misschien kan je alleen iets veranderen van geaardheid. Als je sterk genoeg denkt. En daardoor het denken van een ander overtuigt, dan is de verandering een werkelijkheid geworden.

“Ja, en magnetiseren dan?” Ja, u kent die mensen wel. “Magnetiseurs, dat zijn allemaal oplichters.” Nou ja, dat zijn dan verduisterde geesten, zullen we maar zeggen.

Maar is magnetiseren mogelijk? Als ik denk dat ik kracht ben, of voel dat ik kracht ben, dan kan ik die kracht gebruiken. Als ik denk dat ik ze niet heb, dan gaat het niet. En als een ander aanvaardt dat ik die kracht heb, hoe dan ook, onbewust of bewust, dan neemt hij die kracht ook op. Die kracht is overal aanwezig. De magnetiseur is het middel, waardoor de verandering in de ander mogelijk wordt. Omdat de ander nog niet zo ver is, dat hij in zich de noodzaak tot verandering beseft.

U ziet, er zijn een hele hoop knopen die er allemaal aan vast zitten. En dan kunnen we natuurlijk weer terug vallen op de oude verhalen, dat staat in de Upanishaden ondermeer: Al wat wij zien van de wereld, is de weerkaatsing van datgene, wat wij uitzenden naar de wereld. Mooi.

Maar is die wereld er wel? Is die wereld misschien helemáál onze projectie? Nu zegt u: “Ja, dat is leuk, maar ik kan mezelf toch niet ineens in een andere situatie indenken.” Nee, want u hebt een programma, uw bewustzijn heeft een werkelijkheidsbesef, en aan dat werkelijkheidsbesef is uw werkelijkheid en uw beleving gebonden. Zou u het werkelijk kunnen veranderen, niet alleen met uw wil en met uw denken, maar in uw hele gevoel, in uw onbewust zijn, dan zou uw wereld waarschijnlijk ook veranderen.

En dan vraag ik me ook weer af – ja, ik ben idioot hoor, ik behoor tot die mensen die altijd vragen. U weet, die mensen die wijs willen lijken, die vragen niets, die doen alsof ze het begrijpen. En degenen die dwaas zijn in de ogen van anderen, die hebben de moed om vragen te stellen en komen er dan soms achter dat er nog iets meer is dan ze hadden gedacht – Nou ja, goed.

Ik stel alleen dit: Mijn wezen bepaalt mijn werkelijkheid. Mijn werkelijkheid bepaalt mijn ontwikkeling van mijn wezen. Het is een soort slinger‑kring, waarin één en hetzelfde signaal tot een voortdurend grotere sterkte wordt opgevoerd. Het is een uiting, die door zijn eigen beginsel bepaald wordt, maar die gelijktijdig de verandering van het beginsel mede inhoudt.

Kijk maar naar uzelf. Bent u veel veranderd in de loop der tijd? Bent u nu werkelijk anders geworden? Of is uw visie op de wereld veranderd? Toch de moeite om het je af te vragen. Als dat laatste het geval is, dan zitten we weer met datzelfde probleem. Maar waarom zouden we er een probleem van maken? Wanneer ik zeg: “Het worde licht” en het is licht, moet ik me dan afvragen waar het vandaan komt en wat de rekening zal zijn van de elektriciteitscentrale? Of moet ik gewoon aanvaarden dat het licht is.

Ik denk dat aanvaarding in een groot gedeelte van ons leven eigenlijk het beginsel is van alle ontwikkeling. Je moet gewoon aanvaarden dat iets er is, dat een mogelijkheid bestaat. En op grond van die aanvaarding is het voor jou werkelijkheid geworden. Wat voor jou een werkelijkheid is, kun je tegenover anderen demonstreren, maar je kunt de ander niet helpen om het zelf te doen, zonder dat ze eerst tot een aanvaarding van zichzelf zijn gekomen.

Beste vrienden, alle esoterie is een streven om jezelf te herkennen. Maar hoe kun je jezelf kennen, als je daar je wereld niet bij betrekt? Esoterie is het begrijpen van de samenhangen. De kern van de esoterie is de verbondenheid tussen alle dingen, zoals die voor jou op dit moment tot uiting komt en beleefbaar is. En alles wat daar verder uit voortvloeit, is in overeenstemming met je eigen wezen. Dat wat je wezen aanvaardt, is voor jou uitbreiding van bewustzijn. Dat wat je wezen verwerpt, is een afremming, om niet te zeggen ontkenning, van een verdere ontplooiing.

En dan kom ik tot mijn eindconclusie: Alle dingen, die voor ons werkelijk belangrijk zijn, moeten we in onszelf voelen. We moeten geen voorwaarden stellen aan de wereld buiten ons, maar aan onszelf. Wanneer we dat doen met een volledige overtuiging, dan vinden we de middelen en de mogelijkheden, waar iedereen in de esoterie zo naar streeft. Dan vinden we zelfs al die paranormale kwaliteiten, uitingen en mogelijkheden, die voor anderen zo onwerkelijk lijken. We hebben in onszelf de mogelijkheid, om tot stand te brengen, wat we willen. Mits we het ook kunnen voelen. Dat wat we niet kunnen voelen, wat we niet kunnen aanvaarden, verstandelijk of emotioneel of anderszins, kan voor ons niet waar worden. En laat ons daarom de waarheid leven die in ons bestaat en proberen in waarheid en werkelijkheid onszelf te zijn, opdat we uit de kontakten met de wereld om ons heen gaan beseffen wat we zelf zijn.

Gastspreker

Alles in de wereld is gelijktijdig verklaarbaar en onverklaarbaar. Alles in de geest is gelijktijdig een droom en een werkelijkheid. De wijze waarop wij ons bewust worden van de dingen, wordt bepaald door de wijze waarop wij zelf denken en vooral ook voelen. Het is wonderlijk dat de emotie, die menselijk vaak zo overbodig en lastig lijkt, voor de mens op aarde één van de middelen is om deel te worden van zijn wereld en daarin veranderingen tot stand te brengen. Ik ben misschien ouderwets, wanneer ik zeg: In alle dingen is God. En waar God in alle dingen is, kan geen werkelijke tegenstelling bestaan.

In alle dingen is de Goddelijke Kracht en er is niets anders dan deze kracht waaruit en waardoor wij bestaan. Wanneer wij proberen onze eigen kracht af te meten aan andere krachten, dan limiteren wij de werkelijkheid die in ons bestaat. Het is daarom, dat ik u de wonderlijke paradox van de eeuwige kracht op deze avond kort wil proberen te belichten.

Wanneer u voor een ogenblik alleen wilt luisteren naar mijn stem, en aanvaarden wat ik u zeg, dan zou er voor u een verandering van beleving, of een verandering van bewustzijn mogelijk moeten zijn.

Er is één kracht. Deze kracht leeft in mij. De kracht die in mijn wezen is, is in al wat ik ken, waarvan ik het bestaan vermoed, aanwezig. Niets is zonder deze kracht. Wanneer ik mij bewust ben dat deze kracht in mij berust, zal ik daardoor de kracht kunnen wekken, in al wat ik erken, beschouw, zie.

Bewustzijn van de kracht is geen denken. Bewustzijn van de kracht is aanvoelen, een innerlijk ondergaan en beleven. Wij zijn samen te midden van deze kracht. Wij stellen ons voor, dat deze kracht nu Licht is, dat in ons gloeit, dat vanuit ons straalt, dat ons allen tezamen in een gulden schijn hult.

Wij aanvaarden de kracht zoals hij is. Wij stellen geen voorwaarden, wij beredeneren niet. In ons is de kracht en de kracht is gelijktijdig stilte en weten. Aanvaard de Goddelijke Kracht in u en weet dat deze kracht door u spreekt en werkt. Aanvaard de Goddelijke Kracht in u en laat haar door u werken, bepaal haar niet door uw bewustzijn, ten hoogste door uw verlangen.

Leef de kracht. Wees deel van de kracht. Versmolten met het Niet, bent u nu pas werkelijk. In de vergetelheid, waarin slechts één stem klinkt, verliest al zijn betekenis en is alle betekenis in u aanwezig en zal in u gewekt zijn op het ogenblik, dat ge delen daarvan – ook in het beperkte bestaan – van node hebt.

In de stilte wordt de waarheid geboren. In de uiting wordt de waarheid verhuld. Dat is het beginsel, dat is de werkelijkheid.

Hervat nu uw eigen denken. Denk na over wat ik zeg. Want wij kunnen ons werkelijke wezen niet aanvaarden, wanneer we tenminste niet delen daarvan kunnen omschrijven. Juist waar de werkelijkheid teloor schijnt te gaan in de woorden, wordt het besef geboren. Maar het is het besef, waaruit we kunnen groeien tot aanvaarding van de werkelijkheid. De kracht, die in u allen leeft, en door u allen geuit kan worden, kan alleen gestalte krijgen door uw bewustzijn. En het is uw bewustzijn dat het de kracht onmogelijk maakt zich volledig te openbaren en te uiten.

Zo zijn wij gevangen in de beperkingen van ons beseffen en gelijktijdig vrij in de totaliteit van kracht die ons omringt. Er zijn geen wetten die onze werkelijkheid regeren, zij is. Maar zonder wetten kunnen wij onze werkelijkheid niet omschrijven. Daarom bestaan zij voor ons.

Besef, dat leven, ook uw leven, in zichzelf oneindig is. Maar dat het niet beseft kan worden, dan juist door de eindigheid die er de grondslag van vormt. Sterven is leven. En leven is sterven. Want hij die geboren wordt, begint zijn weg naar de dood. En hij die sterft, begint zijn weg naar een levende werkelijkheid.

Wanneer wij beseffen, dat wat in ons leeft, wat in ons ervaren en gevoeld wordt, méér waar is dan al het andere, benaderen wij de werkelijkheid, waarvan ons bestaan slechts een deel is. Laat dan de kracht zich manifesteren. Laat de kracht uitgaan, ons vullen, tot de grenzen die voor ons mogelijk zijn, en aanvaarding. Laat ze vanuit ons spreken en werkelijk worden, opdat de gloed die nog steeds uit u allen straalt, verbonden tot eenheid, voor u een bron wordt, waaruit ge kunt leven, waarin ge kunt beleven, waardoor ge werkelijkheid gaat ervaren.

Er zijn vele vormen van kracht, maar elke vorm is de afspiegeling van één kracht. Er zijn vele graden en mogelijkheden van bewustzijn. Ze zijn allen de afleiding van één enkel bewustzijn of besef. Leer daarom te rusten in het geheel door uw deel zijn waar te maken bij het vergeten van uzelf. Niet wat ge op aarde zijt, niet wat ge als geest zijt, is werkelijk. Het is een voorbijgaande fase, die langzaam verdrongen wordt door andere voorstellingen, andere mogelijkheden. Maar ge kunt niet zijn, wat ge niet reeds zijt. Ge kunt niets beseffen wat niet reeds tot uw wezen behoort. En toch kunt ge het geheel beseffen, omdat ge, beseft ge het niet, mede het geheel zijt.

Vraag u niet af of ge iets kunt of niet kunt, vraag u af of ge voelt of iets noodzakelijk is, of niet noodzakelijk. En lééf uw noodzaak, want zo krijgt de kracht in u gestalte, zo werkt zij sterker door u, en zo wordt in het diepst van uw wezen de rust en de vrede groter, waardoor ge het geheel kunt aanvaarden en beseffen.

Het is moeilijk bondig te blijven zonder cryptisch te worden. Maar waar de waarheid in u woont, zult ge haar verstaan. Ook al begrijpt ge haar niet, maar waar ge de waarheid verwerpt, zult ge niet kunnen begrijpen.

Het raadsel van het menselijk bestaan is niet gelegen in hetgeen hij pretendeert of denkt te zijn, maar in de wezenlijkheid, waaruit hij voortspruit. De openbaringen van de hoogste geesten, de meest lichtende krachten, is niet iets wat een enkeling gegeven wordt, het is in u allen, door u allen kan het bestaan, wanneer ge uzelf kunt vergeten.

Misschien mag ik nog in vromere termen mijn beeld duidelijk maken:

Toen Jezus in de Hof van olijven knielde, bad hij: “Vader, laat deze beker aan mij voorbijgaan.” Maar zich bewust dat het geheel belangrijker is dan elke uiting, liet hij daarop volgen: “Niet mijn, maar uw wil geschiede.”

God is de Kracht, God werkt in ons. Wanneer wij Gods wil stellen boven onszelf, ontstaat een werkelijkheid, waaraan anderen zelfs deel kunnen hebben. Denk niet, dat ge uw volmaaktheid met anderen kunt delen, maar ge kunt uit uw rust, uw vrede en uw volmaaktheid een kracht putten, die anderen zal helpen om meer zichzelf te zijn. Om meer vanuit zich deel te worden van anderen, van de wereld, van God

Enkele eeuwen bestudeer ik nu reeds deze materie, en nog kan ik geen afstand doen van wat ik denk te zijn. En toch: vervuld is mijn bestaan eerst, wanneer ik vergeet dat ik ben, ik slechts het geheel ben. En denkt: wanneer ik opga in het geheel, dan ben ik niet meer. Ik zeg u: dan zijt ge eerst werkelijk. Want door de voorstellingen langzaam te verliezen, die uw deelzijn van het geheel beperken, wordt ge werkelijk het geheel. Ge zijt dan nog steeds, maar niet meer als een tegenstelling tot al het andere, maar als een deel dat verbonden is met al wat in tijd bestaat. Al, wat in ruimte bestaat, al, wat in geestelijk werelden, en eventueel elders bestaat.

Zeg niet: ik heb er geen tijd voor. De tijd is uw slaaf, wanneer ge beseft dat ze geen betekenis heeft. Ze is uw meester, wanneer ge u erdoor laat beheersen. De tijd rekt en krimpt in overeenstemming met wat u bent op het ogenblik. Want de tijd is een illusie die de mens geschapen heeft om zijn eigen bestaan te kunnen indelen. Hij heeft de stoffelijke ritmen gebruikt om zijn ziel en zielenheil te meten.

Maar ik zeg u: Tijd is niet wáár. Ze is een verschijnsel uit het geheel. Een vorm van de kracht, die in alle dingen berust, die in de beweging van alle dingen, het zijn ervan, als volledige cirkels, als volledige wordingsgang, beheerst. Wees geen slaaf van de tijd. Wees geen slaaf van uw eigen dwaasheden. Wees meester over uzelf en al het andere. Richt u op het Licht. Het licht, dat nog steeds in u aanwezig is, nog steeds uit u schijnt, ofschoon sommigen van u dit beginnen te vergeten.

Richt u op het Licht. Ga onder in het Licht. Vergeet alle dingen buiten dat Ene:

Ik ben deel van alle kracht, alle kracht is deel van mij. En in mij spreekt de waarheid en de werkelijkheid, ook wanneer mijn rede het niet volgen kan. Ook wanneer mijn angst of begeren mij daarvan af wil houden.

Wees waarlijk deel van het licht en wees uzelf. Leer meester te zijn van uw tijd en uw wereld, niet om anderen te regeren, de vrijheid gewinnende uzelf te zijn en vanuit uzelf alle kracht en licht te openbaren, die deel zijn van uw wezen, die zijn de enige werkelijkheid, waaruit ge bestaat.

Bewust beperk ik mij, want woorden kunnen de werkelijkheid niet weergeven, ze kunnen ten hoogste enkele van haar grenzen aanduiden. Daarom, proberend duidelijk te maken wat waar is, zeg ik:

Er zij vrede in u lieden, moogt ge ontwaken tot de Kracht die in u woont, en moogt ge uit de openbaring daarvan zinrijkheid van uw eigen beperkt bestaan leren kennen.

Men heeft mij verzocht kort te zijn. Wat belangrijk is heb ik u gezegd, wat aan kracht bestond en bestaat, heb ik gewekt zo ver ik kon. Nu neem ik in uiting afscheid van u, met de zekerheid, dat zodra ge rust kent in uzelf, het Licht en de Kracht aanvoelt, ook ik met u verbonden zal zijn, zoals alle dingen.