Paradoxen van deze tijd

image_pdf

12 juli 1985

Wij zijn niet alwetend, zijn niet onfeilbaar en u wordt daarom verzocht zelf na te denken. Ik zou iets willen zeggen over: Paradoxen van deze tijd. Er zijn in deze tijd nogal wat paradoxale zaken en reacties die je verwonderen wanneer je er attent op wordt. Weet u bv. dat er meer dan 10 % van uw Nederlanders niet gelukkig kan zijn wanneer zij niets hebben om over te klagen? En is het u wel eens opgevallen dat een enkel dier dat gedood wordt, meer gevoelens opwekt en meer verzet doet rijzen dan 1000 mensen die,  even wreed vaak, sterven in het dagelijkse verkeer?  En als u dit nog niet paradoxaal genoeg voorkomt, wat dan te denken van mensen die voortdurend spreken over het handhaven van de wereldvrede en daarom steeds meer wapens ontwerpen waarvan op de duur een enkel al genoeg zou zijn om de gehele wereld te verwoesten?

Nu ja, mogelijk is dit in uw ogen geen paradox en zijn voor u politici verstandige mensen die te goed beseffen dat werkelijke vrede op aarde alleen mogelijk is wanneer daarop nog slechts een enkele mens in leven is.

Nu ben ik natuurlijk maar een geest. Maar wanneer ik uw wereld bezie, bemerk ik steeds weer allerhande zaken waar je met je gezonde verstand niet bij kunt. Neem bv. het geval van de moslims. Allen hebben zij hetzelfde heilige boek, hetzelfde geloof. Alleen, de een volgt de interpretaties van de sjia, de ander van de soena. Enerzijds streven zij naar een steeds grotere invloed in de wereld en hopen zij steeds meer mensen tot hun geloof te bekeren. Aan de andere kant bestrijden zij elkander te vuur en te zwaard.

Kort geleden hebben volgelingen van de sjia zelfs bommen geplaatst in een van de belangrijkste steden voor de islam en haar macht, alleen maar omdat zij hoopten zo wat volgelingen van de soena te doden en gelijktijdig anderen te dwingen hen te volgen in wat zij beschouwen als de juiste gehoorzaamheid aan degenen die zij zien als de leiders van de gehele islam.

Het ging hierbij om een van de grootste machtscentra van de islam, de hoofdstad van de rijkste oliestaat, die echter haar macht alleen ontleent aan de behoefte van het westen aan olieproducten. Elke verzwakking van invloed van deze staat en haar verbondenen zou uitlopen op een terugvallen in grote onbelangrijkheid van de gehele mohammedaanse samenleving, die voornamelijk in de arme landen haar aanhangers vond.

Elders zie ik mensen die tot de conclusie kwamen  dat je geweld alleen met geweld kunt bestrijden. Aan de andere kant weten zij heel goed dat geweld geweld oproept. Zij zeggen dat zij streven naar een steeds beter en vrediger leven voor alle mensen.

Hoe kun je dit rijmen met het steeds beter bewapenen van allerhande politiemachten, het scheppen van paramilitaire machtsapparaten?  Volgens mij kan je meer geweld verwachten en meer terrorisme naarmate de politiemachten feller optreden.

Vanuit mijn standpunt zie ik ook overal weer mensen opkomen die menen dat zij de waarheid en de wijsheid in pacht hebben. Zij verkondigen allerhande mooie ‘waarheden’ maar blijken niet in staat te zijn ook maar iets daarvan waar te maken. En dan beroepen deze zelfgekozen wijzen zich op hun ideaal om daardoor hun falen in dc praktijk te verklaren.

Ook in de geest kom je vele schijnbare en werkelijke paradoxen tegen in deze dagen. Of hoe zou u het volgende noemen? Een mens gaat over en na een korte rustperiode in zomerland gaat deze aan het werk. Probeert hij echter zijn inzicht en kennis uit te breiden? Wel neen, deze geest ging onmiddellijk werken in lagere sferen, met als opdracht degenen die daar zijn en los willen komen van hun wereldbeeld, daarbij te helpen.

Tot zover is dit alles nog wel aanvaardbaar. Maar wanneer je de geest in kwestie nu vraagt waarom hij onmiddellijk voor een dergelijke toch zware en vaak onaangename taak heeft gekozen, luidt diens antwoord niet: Om anderen te helpen, of: om oude schulden af te doen. Neen, zijn antwoord is: je moet toch iets doen en in dit werk is het zo fijn weer thuis te komen. Hetgeen feitelijk is gebeurd, maar uiteraard is de uitwisseling van gegevens vrijelijk vertaald.

Op mij komt een dergelijke reactie niet bepaald gezond, ja, enigszins vreemd over. Maar wie ben ik uiteindelijk om te oordelen? Mogelijk is het gehele bestaan zoals wij dit kennen en beleven, wel een paradox. Wij leven, zien onszelf als zelfstandig handelende en denkende wezens, zien onszelf als de top van de schepping. Maar gelijktijdig moeten we steeds weer toegeven, dat wij niet eens in staat zijn ons  eigen lot te bepalen.

Wij verklaren dit door,  overigens volgens mij in overeenstemming met de feiten, te zeggen dat wij geschapen zijn door een kracht. Maar ofschoon men steeds weer stelt dat je die kracht niet kunt kennen, dat die kracht mogelijkheden bezit die voor geen mens te bevatten zijn, neemt men met de vaagheid van ‘dit is een kracht’, toch geen genoegen. Die kracht moet een persoonlijkheid zijn in overeenstemming met onze voorstelling van zoiets. Een God, een wezen met een menselijke gedaante dat weliswaar vele bovenmenselijke mogelijkheden en krachten bezit, maar toch door mensen gemanipuleerd kan worden.

Men kan dit psychologisch verklaren of zich afvragen: waarom? Maar het enige antwoord blijkt steeds weer te zijn dat wij ons niet kunnen losmaken van allerhande vooropgezette denkbeelden, ook wanneer deze door de feiten eerder worden tegengesproken dan bevestigd. Ons gevoel van grootheid, van uitverkorenheid komt in het geding en dus houdt men vast aan zijn denkbeelden. Maar ondertussen worden de moeilijkheden steeds groter.

Een andere paradox in mijn ogen is het feit dat een man die paranormale geneeswijzen en middelen gebruikte, kort geleden nog in uw land door de rechter hiervoor werd veroordeeld. Toch kon hij aantonen dat hij tenminste 7 mensen het leven had gered nadat zij door de medische wetenschap reeds waren opgegeven. Alleen, hij deed dit niet onder verantwoordelijkheid van en met toestemming van leden van de medische stand. Daarom werd hij, zij het symbolisch, veroordeeld. Wat neer komt op de uitspraak dat het beter voor u is medisch verantwoord dood te gaan dan door paranormale middelen langere tijd voort te leven.

De wetenschap heeft ook soms vreemde trekken en doet mij soms denken aan de boer die met zijn zoon naar de dierentuin ging. Toen de kleine naar een zebra wilde lopen, sprak zijn vader: daar moet je niet op letten, dat is alleen maar een ezel die ze geschilderd hebben. Toch  was het een zebra. Maar voor de boer konden dit soort dieren niet bestaan, want hij kende die niet en beschouwde zichzelf als deskundige.

Meer dan u denkt, komt het nog steeds bij wetenschappers voor dat zij op een hen onbekend verschijnsel reageren met een: Geen deskundige verklaring en wetenschappelijke beproeving is mogelijk? Dan bestaat zoiets eenvoudig niet. Dus …

Het woordje ‘dus’ is een van de meest gevaarlijke woorden in de Nederlandse taal en praktisch elke andere taal heeft een soortgelijke uitdrukking. Ik stel iets. Ergo, dus, is het zo en zo. Waarbij maar al te vaak uit het oog wordt verloren dat de eerste stelling onbewezen blijft. Ik ken dit niet, dus bestaat het niet. Ik geloof hierin vast, dus is het waar. U kunt de reeks zelf en naar eigen believen verder aanvullen.

Maar wanneer je eens nagaat hoeveel onzinnigheden uit een dergelijke benadering geboren worden, ook in deze dagen, begint het je mogelijk iets duidelijker te worden waarom de mens af moet van deze neiging alles naar zich toe te trekken, alles in zijn eigen vormen te gieten en alles op zijn eigen wijze uit te leggen.

Je moet proberen elkander te begrijpen, hetgeen de ander of het andere kenbaar maakt, ook te verstaan. Op het ogenblik dat je alles steeds maar weer naar jezelf toe interpreteert, ontstaan er steeds weer paradoxale toestanden die je dan niet meer zo gemakkelijk kunt beheersen. Dan zie je dingen als een staat die volgens aller eerlijke overtuiging streeft naar gelijkheid en gelijke mogelijkheden  voor eenieder en dit nastreeft door van de armen te nemen om meer aan de rijken te kunnen geven. Iets wat u niet alleen in eigen land, maar in meerdere landen van de wereld op het ogenblik daar werkelijk kunt constateren.

Een ander voorbeeld is de redenering dat men bedrijven meer kapitaal moet geven omdat daardoor de werkgelegenheid aan zou trekken. Waarop die bedrijven reageren met een hartelijk ‘dank u’ en onmiddellijk hun productieprocessen gaan moderniseren en rationaliseren zodat zij meer zullen kunnen produceren met minder arbeidskrachten.

Ik zuig dit niet uit een al dan niet geleende duim. Deze dingen komen feitelijk voor, vele malen. Hoe komen de mensen die zo redeneren aan hun denkbeelden? Zij gaan uit van lang achterhaalde gegevens uit het verleden. Zij calculeren op grond van deze oude toestanden mogelijkheden en zijn  dan later zeer teleurgesteld dat de tijd verder is gegaan dan hun begrip voor omstandigheden.

Overal kun je voorbeelden van deze fout vinden. Neem als voorbeeld Den Haag. Men vond het te belastend voor de état van de vervoersmaatschappij om nog langer conducteurs op de wagens te betalen. Dus ging men over op eenmansbediening. Hierdoor verliep het instappen niet meer zo vlot. Er moesten dus meer deuren komen om in te stappen. Mensen die toch een meerrittenkaart kochten, moesten hier kunnen afstempelen, dus moesten er tegen een forse investering stempelautomaten worden gemonteerd. Om, toen men dit alles eindelijk in orde had gekregen, tot de conclusie te komen dat er steeds meer mensen meenden dat stempelen thuis hoorde in de oude crisisjaren en dus nu niet meer hoefde te worden gedaan.

Het resultaat was een toenemend aantal zwartrijders en ook een toenemend aantal mensen die wel afstempelden, mogelijk uit angst dat er toch nog controle zou kunnen komen, maar daarbij geen rekening hielden met de afstand die zij wilden afleggen. Deze noemde men toen maar grijsrijders. Ik weet niet waarom men dan niet meteen de betalende passagier witrijder heeft genoemd, maar voor mensen die alles doen zoals het moet, is gemeenlijk weinig of geen aandacht. De vraag blijft echter hoe men tot al deze vergissingen kon komen.

Kennelijk ging men uit van een principiële eerlijkheid bij de  burger die al lang niet meer feitelijk bestond. Een rol speelde ongetwijfeld ook een bij een steeds groter deel van het publiek heersende denkbeeld dat openbare voorzieningen voor eenieder er dienen te zijn en niet alleen voor degenen die deze ook kunnen betalen. Ook kosten speelden een rol: Naarmate de taxitarieven sneller werden achterhaald door die van het openbaar vervoer, werd de neiging ook geringer te betalen wanneer men daarvan zonder al te veel risico ook zonder betalen wel gebruik kon maken.

Wanneer ik dit alles naar voor breng, zullen steeds meer mensen zich af gaan vragen of een dergelijk betoog ook geestelijk enige zin kan hebben. Laat ons daarom eens even naar binnen kijken. Mogelijk dat wij hier ook wel enige paradoxale en vreemde toestanden ontdekken.

‘Wat ik doe, is goed’. Hoe weet je dat? Anderen vinden het goed, ja, maar hoe weet je of die anderen dit werkelijk en innerlijk overtuigd goed zullen vinden? Dat weet je toch niet?

In jezelf stel je: ‘Ik ben …..’ Maar men laat daarop niet volgen: ‘Dus moet ik dit alles wat ik in mij besef, ook buiten mij gebruiken.’ Er zijn wel mensen die dit doen, maar dat zijn er niet zo veel. Maar het merendeel herhaalt alleen maar in zich: ‘Ik heb dit, ik kan dit, ik mag dit …’

Het resultaat is zelfbedrog. Innerlijk bouw je een beeld op van geestelijke hoogheid, al dan niet compleet met inwijdingen terwijl je in wezen alleen maar je besef van de werkelijkheid steeds weer aan het verduisteren bent door een gebruik van woorden waarvan je gemeenlijk  de betekenis zelf maar amper begrijpt.

Ik zeg niet dat het altijd zo is en de hier aanwezigen hebben daar weinig of geen last van, zo zullen wij beleefdheidshalve maar aannemen. Wanneer u meent dat dit voor u toch zou kunnen gelden: niets daarover tegen anderen zeggen, maar stil voor jezelf er iets aan doen.

Velen zijn ook bezig in zichzelf te zoeken naar het innerlijke licht, naar de kern van het wezen, naar het ware ik. Maar hoe weet je dat wat je vindt, ook echt en waar is? Op het ogenblik dat wij het voor onszelf kunnen omschrijven, is die omschrijving al niet meer waar. Want het is toch wel duidelijk dat, zo wij terecht komen in een wereld met toestanden die niet behoren tot de stoffelijke ervaringen, wij niet over saillante gegevens daaromtrent beschikken. Wij kunnen dit dus niet omschrijven.

Het gevolg is dat onze omschrijvingen berusten op analogieën met het ons bekende. Daarbij tenderen wij altijd weer in de richting van alle beelden en gelijkenissen die bij onszelf het beste passen. Zoals de artiest die een kritiek las waarin zijn naam werd genoemd, gevolgd door de woorden: De wijze waarop deze de Jason speelde, was een opvallende maar belachelijke prestatie. Toen een collega opmerkte dat hij door dit oordeel wel teleurgesteld zou zijn, reageerde hij: Waarom? Hij heeft mijn naam genoemd en mij opvallend genoemd. Dat is toch een goede kritiek.

Op een dergelijke wijze reageren wij ook vaak wanneer het gaat om niet stoffelijke werelden. Wij menen dat wij het heus wel weten en dat onze visie de juiste moet zijn. In feite weten wij vaak niets of heel weinig.

Zodra wij tot de kern van ons innerlijk door gaan dringen, geschiedt er iets heel anders: er is geen sprake meer van ‘waarnemen’, maar van ‘voelen’. Ook in dit geval is omschrijving niet mogelijk. Het is een emotie, maar je kunt die niet vergelijken met iets wat je kent in de stoffelijke wereld. Maar er is iets, en vreemd genoeg beleef je dit zonder het te kunnen omschrijven of benoemen. Wanneer er in dit iets een kracht schuilt, dan kun je die gebruiken. Bevat dit iets licht, dan voel je innerlijk een diepe vreugde, maar gelijktijdig heb je nieuwe veerkracht gewonnen.

Je weet nog steeds niet wat het is, waarom het zo gebeurt. Maar je bent er zeker van dat je innerlijk een bron is van ongekende mogelijkheden, van niet omschrijfbare vermogens. Je beleeft deze, je kunt ze vaak gebruiken in je eigen wereld, maar je kunt ze nog steeds niet kennen, bepalen, in wezen of bron met grote zekerheid aanduiden. Er blijft je alleen nog het beleven dat geen redelijke achtergronden heeft. Je kunt zeggen: Ik voel de kracht in mij. Maar je kunt niet bepalen wat zij is of kan. Het enige wat je blijft, is de mogelijkheid om die kracht te nemen zoals zij aangevoeld wordt en te trachten daar iets mee te doen. Je merkt dan dat je  op bepaalde wijze die kracht kunt uiten.

Het komt echter vaak voor dat de wereld rond ons op een andere wijze op deze poging kracht te uiten, reageert dan wij veronderstelden. Dan geldt dat de reactie van die wereld waarschijnlijk juister is dan ons aanvoelen, zodat het nodig wordt ons af te vragen of wij ons gevoelen en de mogelijkheden die wij daaraan meenden te ontlenen, wel juist door ons werden geïnterpreteerd. Maar onze poging tot interpreteren bergt ook nog andere moeilijkheden in zich: ons is bekend dat een mens, naarmate hij hoger stijgt in geestelijke vermogens en erkenningen, het gevoel krijgt dat hij in feite steeds minder bekwaam en belangrijk wordt.

Dit is verklaarbaar en in zekere zin ook waar: naarmate je bewustzijn omvat je meer van het al en besef je juister de betrekkelijkheid van je eigen bestaan daarin. Wanneer je dus denkt dat je boven alles uittorent, ben je gemeenlijk nog niet zo ver op de weg naar bewustwording.

Ik meen dat u de trucjes kent, waarvan ook wij vaak in bijeenkomsten gebruik maken. U weet bv. dat je met suggestie heel veel kunt doen. Je suggereert dat je een ander geneest. Of je geeft misschien iemand je zegen. Dat laatste doen trouwens vele mensen, maar die geven de ander dan de zegen achterna.

Terug naar mijn betoog. Wanneer ik kracht gevoel en ik straal die kracht uit, zo kan ik hieraan wel  een denkbeeld of een bestemming verbinden, maar ik kan niet beschrijven wat die kracht zal doen. Deze kracht is en blijft onomschrijfbaar. Wat ik aan werkingen daarvan zal kunnen constateren, is altijd slechts een deel, nooit het  geheel van het werkelijke resultaat.

Laat mij als voorbeeld een wat suggestieve benadering gebruiken: Wij zijn hier allen samen, in ons is kracht. Wij kunnen een eenheid vormen. Wij kunnen die kracht uiten. In ons is licht. Ook dit licht kunnen wij nu als een meeromvattende eenheid beleven, iets wat uit ons allen gelijkelijk is geboren.

Stel dat u dit aanvoelt. Dan zal dit licht voor ons geen rustige straling zijn, vol van gelijkmatigheid. Het is eerder onrustig, want wij zijn met zo velen en elk van ons is een beetje anders, beleeft iets  anders. Het is geen bron van licht, maar herinnert meer aan een draaikolk van licht. Het wervelt, vonkt misschien. Maar in zich bergt het desalniettemin een enorme kracht.

Stel: deze kracht wil ik nu ondergaan. Niet mijn eigen kracht wil ik ondergaan, maar de afstemming van het geheel met de daarin gelegen kracht ervaren zoals ik hier en nu aanwezig ben. Probeer het eens een keer; er is inderdaad een aantal aanwezigen die nu hierop reageren, een vreemd gevoel, een wonderlijke geschiedenis, dit alles. Wanneer je dit nu eens menselijk logisch wil gaan zeggen, wat krijg je dan? Er zit een vent met zijn ogen dicht die wat suggestieve praatjes houdt en je krijgt opeens last van rillingen. Hoe kan dit?

U kunt natuurlijk denken dat het toch wel een wat hogere geest is, die door een medium doorkomt. Maar zelfs dan, hoe kan dit? Wij kunnen het desnoods met een soort drogreden weg verklaren. Maar wanneer wij eerlijk willen blijven, moeten wij toegeven: er ontbreekt ons iets, er is een verbinding, een werking die wij wel aanvoelen, maar die wij niet kunnen omschrijven.

De werkelijk oorzaak voor dit hiaat is waarschijnlijk gelegen in de wijze waarop wij naar de wereld kijken. Allen wensen vrede en menen dat de staten daarvoor dan maar hebben te zorgen. Gelijktijdig maken zij door eigen houding, gedrag en denken die vrede onmogelijk.

Men zou moeten beseffen dat vrede niet iets is wat bij een ander beginnen moet. Vrede is iets wat alleen vanuit ons voor ons kan ontstaan. En wanneer een ander ons soms enige vrede weet te geven, ervaren wij die  heel waarschijnlijk eerder als verveling. Vrede moet een activiteit zijn en bovendien van onszelf uitgaan.

Dat willen de mensen gemeenlijk niet inzien. Zij spreken over het geheel van de wereld, over de gehele mensheid, over de deskundigen en eindigen dan: Ik ben te onbelangrijk, die anderen moeten het doen. Materieel gezien kan dit soms de waarheid benaderen, maar geestelijk bezien kan dit nooit waar zijn.

Trouwens, in het gehele mensenleven geldt nog steeds dat je niet mag uitgaan van de veronderstelling dat er ergens wel iemand zal zijn die alles wat u wenselijk acht, kan doen en daaraan toevoegen: Die moet het dan maar doen ook. Schijnbaar zijn onze redeneringen logisch, maar in feite maken wij de fout die de oude paradox tot stand brengt van  het paard dat nooit de schildpad in kan halen. Het paard zal met elke pas de helft van de afstand tussen zich en de schildpad afleggen. Indien dit een wet is, heeft de paradox gelijk. Maar die wetmatigheid bestaat niet in de werkelijkheid.

Dergelijke regels kan men wel aannemen zoals bv. in de sociologie en de economie, maar zij bestaan niet werkelijk. Hoe meer je van dergelijke regels uitgaat, hoe groter de onzekerheidsfactor. Wat er in werkelijkheid bestaat, volgt uit de zeer persoonlijke relatie tussen elke mens en diens omgeving. Wanneer de relatie tussen een mens en diens omgeving verandert, zal die omgeving mee veranderen.

Eerst wanneer wij dit gaan beseffen, komen wij verder. Dan wordt ook duidelijk waarom het aantal paradoxen in deze dagen zo sterk oploopt. Denk aan de mensen die in deze dagen voor vrede zeggen te demonstreren en daartoe andermans auto’s in brand steken, ruiten ingooien en nog desnoods een aantal politiemensen in puin slaan, alles in naam van de vrede. Nog ongerijmder is het wanneer je dergelijke mensen zich later hoort beklagen omdat zij klappen hebben gekregen. Dat is volgens hen onrechtvaardig, want zij demonstreerden toch alleen maar voor de vrede?

Kennelijk is voor vele mensen geweld zelf niet meer verwerpelijk, maar alleen het doel waarmee men het gebruikte. Voor hen is geweld een normaal bestanddeel van het leven geworden. Hoe eenzijdig hun denkwijzen daarbij zijn, kunnen zij niet meer beseffen omdat hun stellingen en het met alle middelen doorzetten daarvan voor hen juist, elke andere toepassing van alle middelen echter verkeerd is.

U kunt dit verwerpen. Maar zijn wijzelf niet vaak op een soortgelijke wijze, zij het minder extreem, werkzaam? Wijzen wij anderen niet voortdurend op hun fouten — natuurlijk om het hen mogelijk te maken in het leven juister te gaan reageren — zonder ons af te vragen of wij dat wat wij bij die anderen zozeer verwerpen, op een andere wijze niet zelf steeds weer doen en denken?

Wij gunnen anderen hun mogelijkheid tot het opdoen van hun eigen ervaringen niet. Wij zullen wel even duidelijk maken wat juist en goed is. Maar beseffen wij daardoor dan niet dat het zo voor die anderen onmogelijk wordt op een voor hen juiste wijze zichzelf te zijn? Zoals wij steeds weer stellingen prediken en de aanvaarding daarvan zonder meer eisen – kennelijk niet beseffende dat wij het zo die anderen onmogelijk maken hun eigen conclusies te trekken.

De tendens van het hedendaagse denken is gericht op het verwijderen van de anderen van hun eigen wijze van leven, denken en ervaren en dan klagen wij er over dat wij daarmee die anderen ook van onszelf verwijderen en steeds minder onderling zien.

Men kan dan wel uitroepen dat men het zo goed bedoelt, maar wanneer men het dan verkeerd doet, gaat het toch verkeerd. Iets wat maar al te vaak vergeten wordt…. En bovenal vergeet men, of wil men niet weten, dat de waarheid van alle bestaan gebaseerd is op het feit dat alles vanuit jezelf beleefd en erkend wordt. Zoals men er ook meestal liever niet aan denkt dat alle beelden die je kent van je wereld, bij jezelf beginnen en niet bij iets of iemand anders.

Zelfs elk gezag waarop je je beroept, is niet precies zo als het volgens jou in je eigen interpretatie daarvan bedoeld is. Een voorbeeld? Zet Schillebeeckx tegenover Gijsen. Dan heb je twee mensen die in feite precies hetzelfde geloven, hetzelfde willen, maar het niet met elkaar eens kunnen worden omdat de een denkt in termen van een vrijere ontwikkeling en de ander zuiver disciplinair.

Ik gaf u als titel: Paradoxen van deze tijd. Is het niet de  paradox van deze dagen dat eenieder met de beste bedoelingen het anderen onmogelijk maakt goed te zijn en het goede te doen? En  toch. De meeste mensen op aarde hebben nog wel iets goeds. Zelfs in de moordenaar en de inbreker schuilt heus ook nog wel iets goeds. Maar de nadruk ligt niet op het wezen, maar op de uitingen daarvan.

Bij ons is het innerlijk precies hetzelfde. Wij zijn een bepaalde persoonlijkheid. Wij hebben bepaalde reacties op mensen en dingen. Maar dit is dan onze eigen reactie en geen norm voor anderen. Zodra wij ons eigen reageren algemeen gaan stellen, ontstaan allerhande werkingen die wij niet meer kunnen beheersen, scheppen wij tegenstellingen waar wij die zeker niet bedoeld hebben.

Al te vaak voert dit tot het bereiken van het tegendeel dat wij nastreven, worden wij ontnuchterd in ons eigen geloof en nog vaker wreken wij dit, al dan niet bewust, dan op anderen. Toch is de verklaring voor dergelijke dingen heel eenvoudig: men heeft innerlijke normen en geloofspunten toegepast op een werkelijkheid waarin deze  niet thuis horen, alleen omdat er emotioneel een bepaalde overtuiging  en een bepaalde behoefte bestaan. Waarbij bovendien dan nog vaak komt dat men zelf in de ellende komt omdat men zijn geloof gaat verwerpen, alleen maar omdat de feiten anders zijn dan men had verwacht.

Wanneer u weet dat er in u krachten leven, weet dat er in u iets bestaat dat evenveel of misschien zelfs veel meer waard is dan al uw  stoffelijk weten. Zo blijft de vraag waarom mensen dan proberen hun wereld tot een beeld van hun innerlijk te maken terwijl zij gelijktijdig innerlijk wel degelijk beseffen dat een dergelijke benadering niet reëel is. Kortom, waarom wilt u van de wereld een sprookjesland maken? Waarom wilt u het onmogelijke, zoals een wereld die veilig is van de wieg tot het graf? Overigens een geloofspunt dat op sterven schijnt te liggen.

Indien u mij zou vragen hoe een mens zekerheid kan krijgen van de wieg tot het graf, zou mijn reactie zijn dat dit alleen mogelijk is wanneer je in de wieg gesmoord wordt. Zekerheid bestaat in de stof eenvoudig niet, alleen waarschijnlijkheid, en die is weer van vele persoonlijke factoren afhankelijk. Zgn. statistische zekerheden kan men nog wel enigszins aanduiden wanneer men uitgaat van zeer grote massa’s en hun gemiddelde reacties onder de huidige omstandigheden. Maar voor de eenling is een dergelijke zgn. algemene norm maar heel zelden van toepassing. Realiseer u dit en besef eveneens dat uw innerlijke wereld en innerlijke kracht dingen zijn die alleen voor u persoonlijk gelden.

Wat er op neerkomt dat je je nooit moet afvragen of en hoe een ander iets kan doen, maar moet volstaan met de vraag wat en hoe je zelf kunt handelen. Je probeert het dan. Maar je zegt niet: ‘Omdat ik het zo voel en doe, is het dus goed’, maar je kijkt naar het resultaat. Aan de hand van de resultaten wijzig je dan je toepassing tot alles wat je in je kent en voelt in overeenstemming is gebracht met de mogelijkheden die je waarlijk in jezelf draagt en die je ook buiten je waar kunt zien worden.

Misschien is dit een moeilijke en moeizame weg. Maar het enige wat in het leven werkelijk en altijd gemakkelijk is, is aan anderen  de schuld van alles geven. Besef dat hoe groter de schuld is die je  anderen terecht of ten onrechte toedicht, hoe groter 00k de schuld zal worden die je zelf met je draagt. Wij moeten zelf zijn, zelf doen, zelf denken en desnoods onze eigen dwaasheden ook kunnen begaan. Want het is beter je eigen dwaasheid te begaan dan in goed geloof de dwaasheden van anderen na te volgen.

De mensheid schijnt in deze dagen soms bevangen te worden door een soort lemmingsdrang (zelfvernietigingsdrang, red.). Eenieder schijnt steeds verder te gaan op een pad van veroordelen, verwerpen, geweld plegen enz. Tot in de families toe kun je dit vaak constateren. Eenieder heeft vertrouwen in ‘experts’ en steeds weer blijkt dat de ene expert de ander van onbelangrijkheid beticht, enz.

De een verwerpt wetten die onfeilbaar moeten werken en de ander besteedt zijn leven om er gaten in te boren. Je zou de wetten van  de meeste landen als gruyèrekaas kunnen verkopen wanneer zij niet zo droog waren. En al deze tegenstellingen en paradoxen bestaan voornamelijk omdat de mensen maar niet willen aanvaarden dat er een werkelijkheid bestaat die eenieder geheel persoonlijk dient te beleven. Een werkelijkheid waarin eenieder persoonlijk zich waar moet maken, en dit niet aan de hand van regels of wetten kan doen. Een werkelijkheid waarin eenieder persoonlijk en voor zich mag lachen, spelen en plezier hebben maar waarbij men zich niet zal mogen beklagen wanneer er naast plezier ook moeiten ontstaan, wanneer met geluk ook vaak lijden gepaard gaat.

De werkelijkheid van het leven is vooral een zoeken naar evenwicht. Wat overigens een stelling is die ik u op deze wereld niet kan bewijzen. Een evenwicht is nu eenmaal toch iets anders dan zelfbehoud. Evenwicht betekent in menselijke termen: innerlijk een vrede zoeken en kennen die voor al wat je beleeft, aangenaam of niet, in stand wordt gehouden.

Innerlijke vrede kennen, betekent wanneer wij dit vroom willen zeggen: een gevoel van verbonden zijn met God. Maar dan tevens: uit dit gevoel leven en niet vanuit beredeneringen. Het betekent dat je bepaalde dingen niet doet, niet omdat deze misschien verboden zijn of omdat niemand anders deze dingen doet, maar 0mdat je gevoelt dat zij bij jou niet passen.

Zo leer je in de wereld. Wanneer je zo leeft, blijkt dat elk klein ding dat je ten goede meent te kunnen beoordelen, er ook iets is wat je dan ten kwade dient te duiden. Er is nooit een eenzijdige uitbreiding  mogelijk van het ik  tenzij wij ons bewustzijn zo weten te programmeren dat wij een groot deel van de feiten en van onze ervaringen ontkennen.

Is het niet een paradox dat een mensheid die beweert te streven naar steeds verdere ontwikkelingen, naar steeds grotere medemenselijkheid en in vele gevallen zelfs naar geestelijke bewustwording of een bereiken van de eeuwige zaligheid toch gelijktijdig voortdurend alles in het werk schijnt te stellen om deze ontwikkeling in zich tegen te houden? Dit dus in een voortdurende neiging tot een steeds verdergaande eenzijdigheid van beseffen, oordelen en beleven.

Voor mij persoonlijk is dit een van de grootste en meest onoplosbare paradoxen die er bestaan. De mens dient te beseffen dat hij als soort gedreven is tot een ‘behoren tot’. Maar dit kan nooit eenzijdig worden uitgelegd als het behoren tot een groep, een kerk e.d. Het gaat in feite eerder om een soort eenheid die berust op geestelijke verbondenheid. Een bestaan waarbij je jezelf in de wereld weerkaatst ziet en gelijktijdig door je aanvoelen het werkelijk beeld van anderen naar hen en je wereld kunt weerkaatsen. Wat een onvolledige omschrijving is, daar mensenwoorden hier tekort schieten.

Op de vraag waar men een werkelijke en omvattende eenheid zal kunnen vinden, kan ik dan ook alleen zeggen: Op het punt waarop alle  bewustzijn samensmelt. De toestand waarin ook voor u alleen nog slechts het ene zijn overblijft omdat u zich met alle deelvormen daarvan hebt verenigd tot een  gezamenlijk erkennen.

Dit is de kracht op de achtergrond die alle mensen drijft. Het is de zelfde waarde die alle andere bewuste wezens in de kosmos schijnt te drijven – voor zover ik deze ken althans. Eenieder geeft aan dit alles een eigen vorm, vindt er eigen omschrijvingen voor. Maar dit is, zover ik kan nagaan, het werkelijke beginsel, de werkelijk en altijd drijvende kracht in elk bewustzijn.

Het zal ons maar zelden mogelijk zijn deze drijvende kracht bewust, inclusief de reden ervan, te ervaren. Maar wanneer wij in het leven de neiging bezitten om ergens bij te horen, zoek dit dan in geen geval alleen binnen een beperkte groep, hetzij familie, geloof, partij of een andere streng omschreven groepsband. Laat ons het erbij behoren eerder baseren op een in ons ontstaan begrip  voor de anderen.

En dit omvat het innerlijk evenwicht dat ons in staat stelt ‘goed en kwaad’ als persoonlijke betekenissen te beseffen zonder door een daarvan of beiden te zeer beroerd te worden of zelfs te worden gedreven.

Hoe omvattender het beeld wordt van het leven, hoe groter ons begrip zal worden voor het bestaan. Dit geldt zowel in de stof als in  de geest. Dat wordt het begrip voor het bestaan waardoor wij uiteindelijk in staat zullen zijn de grenzen die wij betrekkelijk willekeurig hebben getrokken rond hetgeen wij als onze persoonlijkheid beschouwen te overschrijden en misschien zelfs af te schaffen.

Vallen die grenzen weg, zo worden wij onderworpen aan vele belevingen die wij mogelijk in het begin niet zo leuk vinden, maar ontdekken aan de andere kant vele mogelijkheden die wij zonder dit alles nooit zouden bezitten.

Vele illusies worden dan opgelost. Maar wij krijgen er waarheid voor in de plaats. Naar mijn denken vormt dit het werkelijke doel van alle leven en beleven. Noteer hierbij dat ik zeg: naar mijn denken. Want u kunt anders denken en andere wegen gaan die voor u misschien duidelijker zijn. Want ik ben niet in staat te overzien wat uw plaats en functie is  in het geheel dat wij soms omschrijven als ‘de eeuwigheid’. Trouwens, dit besef ik zelfs voor mijzelf maar zeer ten dele.

Daarom zeg ik, beste vrienden: wanneer het leven in de moderne wereld omringd wordt door zo vele paradoxen, kunnen wij er ten hoogste naar streven van ons eigen beleven en handelen geen paradox te maken. In een eerlijke aanvaarding en uiting van hetgeen dat wij naar beste beseffen zijn, zullen wij ook in het heden dan kunnen zoeken naar die bereiking die voor ons een vervulling betekent: vrede. Of, indien u het anders wilt omschrijven, een bewustwording.

Ten slotte dit: hetgeen ik u heb voorgehouden, heeft meer in zich dan u misschien denkt. En zo u zo-even een ogenblik misschien iets meende te bespeuren van de gemeenschappelijke kracht, zo dient u daarbij te beseffen dat deze niet door mij werd opgebouwd. Zij was er, u werd u er alleen even iets meer bewust van. Dit werd mogelijk doordat uw aandacht er op gericht werd. Iets wat u ook voor u zelf kunt proberen.

Daarmede dank ik u voor uw aandacht. Goede avond.  (niet ter zake zijnde opmerkingen weg  gelaten, red.)

Deel 2.

Is er iets waarover u in dit deel van de bijeenkomst iets wilt horen of zeggen?

  • De toestand van vol bewustzijn.

Ik zal proberen hierover dan iets te zeggen. Maar dan wel menselijk bezien.

Zoals u weet, heeft de mens hersenhelften. De ene hersenhelft bergt voornamelijk de emoties, in de andere zetelt de ratio, de redelijkheid. Op het ogenblik dat beide invloeden samenkomen, ontstaat een aanvulling van de ratio uit het zgn. onderbewustzijn terwijl gelijktijdig een mens zijn emoties meer reëel kan beleven en omschrijven.

Een mens die dit regelmatig bereikt, beschikt menselijk gezien nog steeds over een vol bewustzijn. Helaas is het menselijke waarnemingsvermogen waaraan wij onze mogelijkheid tot omschrijven als mens ontlenen, nogal beperkt. U ziet bv. maar een betrekkelijk klein deel van het spectrum, hoort klanken alleen bewust binnen een zeer beperkt deel van het geluidsscala, u kunt maar een zeer beperkt aantal gegevens gelijktijdig in u opnemen en verwerken – met als gevolg dat u in feite uit het geheel van de mogelijke waarnemingen per ogenblik steeds selecteert.

Er zijn meer van die dingen. Uw tastzin is gemeenlijk maar slecht ontwikkeld. Uw gehoor bezit gemeenlijk psychologisch tot stand gekomen uitfilteringen – waarvoor men in de moderne wereld misschien eerder dankbaar zou moeten zijn. Er is zeer veel geluid en lawaai, dat wel rond u aanwezig is, maar door u niet meer bewust geregistreerd wordt. En dat betekent dat u er niet gek van kunt worden ook.

Alles samen maakt duidelijk dat hetgeen u als werkelijkheid pleegt te beschouwen, in feite maar een zeer beperkt deel van de werkelijkheid is zoals die in fenomenen en invloeden rond u bestaat.  Maar het lichaam is nu eenmaal in zijn mogelijkheden beperkt. Toch zijn er delen van uw werkelijkheid die u niet zintuigelijk bewust, maar wel astraal bewust kunt registreren. En er zijn nog veel meer invloeden, stralingen, werkingen die u met een geestelijk voertuig waar kunt nemen.

Indien een mens zo ver komt dat hij ook deze indrukken kan invoeren in zijn brein, dan ontstaat, mits het contact tussen de beide hersenhelften voldoende is en zonder overheersing van één daarvan,  een wereldbeeld dat de werkelijkheid sterk benadert en desondanks voor het grootste deel bestaat uit indrukken die niet meer zuiver sensorisch zijn. Ben je zo ver, dan zul je ontdekken dat er heel veel tekenen en kenmerken zijn waaraan je als mens normalerwijze voorbij pleegt te gaan. Een nevenverschijnsel is dat de geheugencapaciteit praktisch geheel toegankelijk wordt voor de rede.

En dat kan nog wel iets betekenen. Het onderbewustzijn registreert met een enkele blik de totale inhoud van een etalage en elke prijs die bij een der artikelen aangeduid werd. Stel dat het aantal artikelen 200 bedraagt, proeven met hypnose hebben uitgewezen dat de gemiddelde mens er daarvan rond de 160 heeft waargenomen en zich onbewust herinnert. Vraagt men de proefpersoon zonder hypnose zich de inhoud van de etalage voor ogen te stellen, dan blijkt zelfs een goed getraind mens slechts rond de 30 artikelen zich te herinneren, terwijl velen niet verder komen dan 3 of 4 die zij nog duidelijk kunnen beschrijven. Vraagt men aan te geven welke prijzen bij de herinnerde artikelen waren aangegeven, dan blijkt dat meer dan de helft daarvan verkeerd wordt herinnerd.

Zelfs indien je alleen deze onbewuste waarnemingsherinneringen steeds weer zou kunnen activeren, zou men reeds over een vollediger en waarschijnlijk ook veel juister wereldbeeld beschikken. En nu hebben wij het nog niet eens over al die indrukken die niet stoffelijk zintuiglijk worden gedaan en die het merendeel van de mensen daarom geheel voorbijgaan.

Maar zgn. paranormale waarneming vult het geheel nog aanmerkelijk aan. Aan de uitstraling van mensen kun je bv. zien in welke gemoedstoestand zij zich bevinden. Ook kun je daaraan zien of zij een bepaalde ziekte onder de leden hebben en deze constateren lang voor deze zich door duidelijke. symptomen kenbaar maakt. Voeg er nog vormen van helderziendheid aan toe en je krijgt een beeld van de wereld waarin steeds weer delen van het verleden en van de toekomst samenvloeien met de constateringen in het heden, zodat deze veel beter te begrijpen zijn.

Er is een ‘maar’ aan verbonden. Wanneer je dit kunt doen en doet, worden vele dingen die normaal erg belangrijk worden geacht, onbelangrijker. De ‘feiten’ die nog door de meeste mensen als het enige werkelijk belangrijke worden beschouwd, verliezen veel van hun betekenis omdat zij deel blijken te zijn van een proces. Het proces zelf wordt dan uitermate belangrijk, maar de afzonderlijke fasen en punten daarin vervagen eigenlijk wat zover het je belangstelling en gevoelens betreft.

Kun je aan dit alles ook nog andere waarnemingsmogelijkheden toevoegen, dan wijzigt het beeld zich wederom. Stel dat je een kans hebt om bewustzijn behorende tot de vormloze sferen in je waarneming te integreren. Je gaat dan ook nog allerhande kosmische tendenzen en invloeden herkennen die op een andere wijze niet volledig en meestal zelfs geheel niet waarneembaar zijn. Je krijgt dan te maken met werkingen die zich niet alleen over een grotere tijdsspanne schijnen te voltrekken, maar bovendien met ruimtelijk veel meer omvattende samenhangen.

Ik zal trachten er een zo eenvoudig mogelijk voorbeeld bij te geven: Je loopt in een straat. Je ziet alleen het verkeer zoals het rond je is en met betrekking op jezelf verloopt. Sta je echter op het dak, dan zie je alle verkeer in de straat gelijktijdig en bemerkt dat het bepaalde ritmen en patronen pleegt te vertonen. Neem je een ballon en stijg je aanmerkelijk hoger, dan zie je ook de samenhang tussen het  verkeer in die ene straat en hetgeen er aan verkeer bestaat in vele andere straten. Ga je nog veel hoger, dan zie je het verkeer niet meer als een afzonderlijk verschijnsel, het is een functie van de stad die zich vanaf een dergelijke hoogte toont met vele kenmerken van een levend organisme.

Ik hoop dat dit mijn bedoeling iets duidelijker over doet komen. Want wanneer je mede geestelijke en astrale waarnemingen in je besef van werkelijkheid bewust verwerkt, kom je tot zaken die redelijk niet meer te omschrijven of uit te drukken zijn. Het gevolg is dat je reageert op waarheden die wel bestaan, maar menselijk niet meer aantoonbaar zijn. Ook begripsoverdracht wordt bijna onmogelijk, omdat de samenhangen die je ziet, zinloos worden zodra je die puntsgewijs probeert over te dragen.

Een mens die zover is gekomen, wil ik reeds ‘vol bewust’ noemen, ook al is hier nog niet sprake van een werkelijk volledig bewustzijn. Maar ja, dit volledige bewustzijn ken ikzelf ook niet uit beheerste ervaringen. Ik heb er wel eens iets van beleefd, iets over gehoord van anderen die een dergelijke bewustzijnstoestand op hun beurt meestal maar voor zeer korte tijd beleefden.

Wat uit deze uitwisseling van gegevens voortvloeit, is in mijn beseffen ongeveer het volgende: Je bent, je weet alle dingen. Je bent niet op één plaats, maar ervaart alle plaatsen samen als een geheel. Je bent ook niet meer één wezen, één kracht, maar beseft wel een vloed van alle leven waarvan je op jouw beurt zelf ook deel uitmaakt.

Je ervaart in het geheel bovendien een soort wetten, regels, hoe noem je het? Er is in feite geen menselijke term te vinden voor hetgeen het geheel beheerst. En op het ogenblik dat je dit willen gaat ervaren, ben je in feite jezelf niet meer. Je hebt alleen een totale visie op een fantastische kracht, een onvoorstelbare evenwichtigheid. En wanneer je daaruit terugkeert, schijn je er een soort heimwee naar te hebben. Tenminste, dat heb ik begrepen uit hetgeen mij werd getoond.

Nogmaals, dit alles heb ik van ‘horen zeggen’ en ongetwijfeld zal er zeer veel in de overdracht teloor zijn gegaan. En dan mag ik nog van geluk spreken dat wij in de geest met een totaalbeeld tot elkaar spreken, want daardoor kun je toch meer opnemen dan zonder dit het geval zou zijn.

Misschien zou je een vol bewustzijn, in de volle zin van het woord dus, nog het beste kunnen omschrijven als een bewustzijn van eenheid met God; een één zijn waarin je één bent met de gehele kosmos en meer. Het schijnt dat op het ogenblik dat je tot een dergelijk beleven komt, een grens wordt overschreden, waardoor de tijd wegvalt. Er ontstaat iets wat je zelfs geen gelijktijdigheid meer kunt noemen. Je ziet, kent, beleeft het geheel. Althans, dat heb ik er van begrepen.

Je zou het vergelijkend misschien in een soort platland-beeld uit kunnen drukken. Een watervlo ziet een stok door het water gaan. Hij kan alleen het stuk zien dat het oppervlak doorboort. Nu is er op de stok een spiraal.  De vlo spreekt van een wentelende en steeds van kleur veranderende schijf. Ben je iets verder gekomen, dan kun je zeggen: dit is dus een stok. Kom je nog een stap verder, dan zie je niet alleen de stok, maar beseft ook dat, en mogelijk zelfs hoe hij wordt bewogen. Kom je nog verder, dan weet je ook welke redenen er zijn voor de beweging en besef je wat het gebeuren in feite tot stand brengt. Daarnaast besef je hoe op elk vlak de stok en zijn beweging wordt ervaren. Je hebt dan dus een totaalbeeld.

De gehele schepping is een eenheid. Dat wij deze eenheid niet beseffen, vloeit voort uit het feit dat wij altijd slechts zeer kleine delen van het geheel gelijktijdig zullen kunnen waarnemen. Om weer een voorbeeldje te geven: Men spreekt in bepaalde kringen nog steeds over ‘het vliedende heelal’. Wij zien het iets anders en beseffen dat ongeacht de infraroodshift het al eerder ademend is: het valt een stukje terug naar de kern en zet dan weer uit.

Deze ritmen zijn echter zodanig traag dat het minstens 20 eeuwen zal duren voor men iets van dit verschijnsel op aarde zou kunnen constateren. Bovendien, het heelal is zo groot. Er zijn vele sterren waarvan mensen niet eens weten dat zij bestaan, ongeacht hun modernste mogelijkheden tot waarnemen. In het Al zijn vele bewoonde planeten waarvan u wel nooit zult horen.

Alles bij elkaar is dit alles echter in de grotere werkelijkheid niet veel meer dan het molentje van een kind, gemaakt van sterren en draaiende rond een voor mens en geest niet waarneembare as.

Dit te beleven en daarmee dan te denken en te werken, is voor mensen en voor vele geesten niet eens meer uit te drukken, naar ik meen. In het volle bewustzijn is de wenteling bovendien een eigenschap en niet meer een verloop van tijd of gebeuren. Voeg hierbij dat er geen tijdbesef meer aanwezig is. Alles is vanuit ons standpunt gelijktijdig. Ook ziet het geheel er anders uit dan men op aarde misschien zou menen. Alle mogelijkheden die maar denkbaar zijn, bestaan ergens in het Al ook werkelijk. Ergens zijn zij waar. In de eigen wereld zie je alleen maar één lijn van gebeuren omdat je daarin a.h.w. opgesloten bent. Maar al die andere lijnen bestaan.

In het geheel kun je mogelijk een Amerika zien waarin de indianen het tot een keizerrijk hebben gebracht en een dat geheel onbewoond door mensen is gebleven. Al die mogelijkheden bestaan voor jou gelijktijdig  als deel van een omvattender werkelijkheid.

Je kunt een Nederland zien waarin de Cananefaten de laatste bewoners waren maar ook een waarin een Atlantische beschaving domineert enz. enz. Want al die dingen zijn voorstelbaar, dus mogelijk, dus bestaan zij ergens. Maar het werkelijke beeld van Nederland is niet te vinden in één van die mogelijkheden. De werkelijkheid omvat hen alle en het dan kenbare maakt alleen maar een klein functioneel deel van de totale harmonie uit.

O, ik weet wel dat dit alles nogal vaag is. Maar ik weet niet hoe ik het beter, duidelijker, juister kan zeggen. Een totaal bewustzijn  in de volle zin van het woord omvat dit alles, en mogelijk nog heel veel meer. Maar zoals ik reeds meedeelde, gaat dit verder dan ikzelf kan gaan. En toch, wanneer ik geest ben, beschik ik over bepaalde voordelen die u niet bezit. Keer ik tijdelijk terug naar een menselijk lichaam, dan moet ik ook weer enigszins terugkeren naar de oude lichamelijke vorm en denkprocessen die eens mijn wereld uitmaakten. Zonder dit kun je een lichaam dat je in beslag neemt, niet goed bedienen.

Maar als geest neem ik bv. waar in een cirkel, of beter een bol. Ik heb een visie van 360° in elke richting. Duidelijker misschien: Ik ben het middelpunt van een wereld waarvan ik alles gelijktijdig kan constateren. Alleen wanneer ik bewust mijn aandacht op een enkel punt richt, vervaagt het andere tijdelijk enigszins. Zo ongeveer, alsof de belichting op alle punten buiten dat waarop ik mij richt, terugvalt. Het punt van belangstelling springt er duidelijker uit en toont meer details die je anders misschien toch zouden ontgaan.

Mogelijk meent u dat dit al een soort totale visie is, maar dat is onjuist. Ik zie er nog veel te weinig van tijd en tijdsverschijnselen bij, te weinig ook van andere mogelijkheids ontwikkelingen. Feitelijk blijft mijn waarnemingsvermogen nog zeer beperkt. Maar ik (ervaar) die anders dan u.

In u schuilt ook een geest. Ik ben van mening dat mensen over het algemeen veel meer waarnemen dan zij beseffen. In elke mens schuilen een groot aantal geestelijke voertuigen. Wij zeggen gemeenlijk ‘voertuigen’ daartegen, ofschoon het in feite eerder waarnemingstoestanden zijn, volgens mij. Mits wij maar in ons bewustzijn verbonden zijn met deze voertuigen, dragen 00k zij bij aan de gegevens die wij uit de omgeving in ons opnemen.

Wie dit kan volgen, begrijpt ook dat de termen waarin wij vanuit de geest over onze werelden spreken, in feite onjuist zijn. Wanneer je zegt van laag zomerland naar hoog zomerland te zijn gegaan, zeg je in feite: Mijn waarneming is veranderd en daarmee mijn reactie op het bestaan.

Mensen bezien de zaken volgens mij vaak vreemd. Je hoort mensen stellen dat zij nu 68 keren zijn geïncarneerd en dus nu tot het licht op zullen gaan. Ik denk dan maar: Zoveel keren terug geweest en nog steeds hier in deze toestand? Nu ja, op school is het zittenblijven er uit. Maar in het werkelijke leven nog niet, en dat voert dus tot hoge aantallen incarnaties.

Mensen denken kennelijk ook dat je voor een bewustwording of inwijding een loskomen van het tot nu toe gekende beseffen nodig hebt. Dit is niet waar. Ook dit is niet juist. Ik neem als voorbeeld mijzelf. Ik leef nu in een wereld van klanken en kleuren, een wereld waarin vormen geen rol meer spelen. Maar gelijktijdig ken en beheers ik alle zgn. lagere toestanden als zomerland en zelfs een deel van het menselijk zijn.

Dit zit alles in mij. Normaal zal ik dit niet afzonderlijk gebruiken. Maar wanneer ik communiceren wil met iemand die bv. in laag zomerland leeft of zelfs schaduwland, dan moet ik mij wel beperken tot dit deel van mijn bewustzijn. Ik ben dan dus tijdelijk één met die sfeer. Het schijnt dan dat ik mijn eigen wereld heb achtergelaten. Dit is niet werkelijk zo.

Bezit ik dan een totaal bewustzijn? Vanuit mijn eigen standpunt zeker niet. Aan de andere kant bezit ik wel degelijk een bewustzijn dat veel verder gaat dan dat van degenen die in hoog zomerland, laag zomerland of zelfs schaduwland leven. Zij zijn beperkter, hun wereld is kleiner. Dat mijn wereld groter is, maakt mij echter niet beter of slechter dan die anderen. Wel betekent het dat ik de dingen anders beleef, anders zie.

Ik meen daarom dat u, wanneer u spreekt over een totaal bewustzijn, niet mag proberen dit boven het menselijke te plaatsen, maar het moet zien ais een aanvulling’ op al datgene wat normaal het menselijke bewustzijn wordt genoemd.

Overigens blijft het voor mij de vraag of men iets dergelijks menselijk bewust kan beleven. Ik heb het gevoel dat een mens die geconfronteerd wordt met een grotere wereld, eenvoudig termen en beelden niet meer bezit om dit voor zich te omschrijven. Het zal m.i. dus blijven bij een aanvoelen. Maar dat maakt de waarde van een dergelijk bewustzijn niet minder concreet, niet minder deel van je werkelijkheid. De grootste wereld die je kent, is dan voor jou een wereld waarin spanningen wegvallen. Je hebt dus rust terwijl gelijktijdig toch je bewustzijn van alle dingen kan blijven bestaan.

Heb ik daarmee al voldoende over het onderwerp gezegd? Of wilde u er nog iets over zeggen of vragen?

  • Heeft die toestand nog invloed op de omgeving?

Dit is alleen denkbaar wanneer zij gebruikt wordt met een bepaald doel dat in de menselijke wereld ligt. Een eenvoudig voorbeeld: Stel dat hier een infrarode belichting is. Kunt u daardoor beter zien? Neen. Want uw ogen registreren dit niet voldoende. Maar indien u nu eens een juiste filter zou gebruiken, dan kunt u wel zien, ook wanneer alle andere lichtstraling ontbreekt.

Een  ‘sniper scoop’ bv. (telescoop bevestigd op een geweer, red.)  is op dit effect gebaseerd.  Je zou kunnen zeggen dat mensen zonder dit extra de invloed dus mogelijk ondergaan, maar niet beseffen. Maar zoals degene die de filter voor heeft, zich ongehinderd kan voortbewegen in een ruimte die voor alle anderen duister en onoverzichtelijk is, zo kan de vol bewuste dingen weten, zien, doen, die voor anderen onder de omstandigheden niet mogelijk waren.

Iemand met een vol bewustzijn zal daarom in de ogen van de  ‘gewone mensen’ altijd een buitenbeentje zijn. Ik kan mij best voorstellen dat men je, wanneer je van je extra mogelijkheden gebruik gaat maken, nog griezelig  gaat vinden ook. U kent het wel, dames: die vent schijnt alles van te voren al te weten. Wat een engerd. Waarmee uw vraag, naar ik meen, voldoende duidelijk is beantwoord.

  • Iemand die veel uittreedt, vertelde mij dat hij in deze toestand heel anders ziet dan normaal. Hij ziet meer en bv. ook gelijktijdig achter zich.

Een aardige omschrijving. Maar wanneer je uittreedt en dus als geest waarneemt, is dit alles heel normaal. De meeste mensen komen echter niet zo ver omdat zij bij een uittreding blijven denken vanuit hun stoffelijke persoonlijkheid en mogelijkheden. Kennelijk heeft degene die u aanhaalt, daarvan geen last meer. Deze laat zich a.h.w. opgaan in de waarden die die nieuwe wereld welke hij betreedt, eigen zijn. En dat betekent dan dat hij opeens. ook over de vermogens gaat beschikken die bij die wereld behoren, zo ver zijn begripsvermogen die kan overdragen.

Veel zal zo iemand niet duidelijk kunnen beschrijven en men zal u bv. niet duidelijk kunnen maken welke kleuren men ‘ziet’ of wat voor klanken worden ‘gehoord’. Zo iemand kan u alleen maar vertellen dat het anders is en enkele vergelijkende beelden gebruiken om die verschillen duidelijk te maken, zonder daarmee ooit het geheel van de feiten en belevingen aan die andere kant te kunnen overdragen. Wat mij voldoende lijkt. Zijn er nog meer vragen?

  • U stelde als voorwaarde voor de communicatie tussen bewustzijn en onderbewustzijn een soort overbrugging. Hoe kun je dit stimuleren?

Normalerwijs bestaat er bij u een splitsing tussen emotie en rede. Uw rede heeft de neiging de emotie terug te stellen als minder feitelijk. Doe dit niet of zo weinig mogelijk, en probeer steeds uw emoties te integreren in uw denkbeelden – dit zonder hieraan gelijktijdig een rechtvaardiging voor daden of zo iets te willen ontlenen. Als u iets ‘aanvoelt’, neem dan aan dat het waar kan zijn. Beredeneer verder niet of dit dan wel of niet waarschijnlijk is. Reageer er eenvoudig op.

Hoe meer u reageert op dergelijke impulsen, hoe gemakkelijker en vollediger de overdracht zal worden tussen de beide hersenhelften. Wat impliceert dat uw onderbewustzijn dan veel gemakkelijker aanspreekt. U zult ontdekken dat je alleen bij het zien van een enkel ding of het horen van een enkel woord, opeens vele herinneringen die daarmee verband houden, in je op voelt komen. Iets wat normaal alleen zal gebeuren wanneer het ding of woord voor u een sterk emotionele betekenis heeft.

Nu wordt het echter steeds meer een normaal verschijnsel dat bij elke waarneming, bij elk gesprek meespeelt. U ziet er a.h.w. beelden bij. U ziet a.h.w. programma’s  waarvan een woord of ding deel uit kan maken. Kortom, door op die gevoelens te reageren als een deel van de werkelijkheid, zult u steeds meer op zich nietszeggende zaken gaan associëren met vroegere waarnemingen en ervaringen en daardoor een ander patroon van verwachtingen en reacties kunnen gaan vertonen. De betekenissen wijzigen daarmee niet alles, maar je krijgt ook veel meer gevoel voor samenhangen. Dus door op deze wijze uw denken en reageren te scholen, krijgt uw onderbewustzijn steeds meer toegang tot de redelijke helft van uw brein en besef.

Overigens is het omgekeerde niet mogelijk: je kunt rede niet overdragen naar een gevoelswereld. Maar gezien het voorgaande is een steeds verdergaand contact mogelijk tussen beide hersenhelften. Op de duur ontstaat tussen deze beiden een soort evenwicht waarbij elke indruk die redelijk wordt opgenomen en verwerkt, gelijktijdig ook reacties en herinneringen wekt in de andere hersenhelft.

Er ontstaat zo een verandering in uw wereldbeeld, welke steeds meer waarden van het onbewuste gaat omvatten. Ik vermijd in dit verband de term ‘onderbewustzijn’ omdat dit een te beperkt gebied omvat. ‘Onbewuste’ omvat echter alles wat niet tot het redelijke denken behoort. Vanuit dit beleven van het onbewuste wordt steeds meer voor u beleefbaar en zelfs interpreteerbaar. Daarom acht ik het voorgaande nog de beste methode voor mensen die naar een grotere toegang tot het onderbewustzijn streven.

  • Men zegt vaak: De eerste indruk bleek toch de beste…

Een wat moeilijke opmerking. Een eerste indruk wordt gemeenlijk mee bepaald door een aantal onbewuste waarnemingen. Wanneer u deze onbewuste associaties bij opgedane indrukken echter niet kent, is het  mogelijk dat u iemand zult afkeuren omdat deze bv. ongepoetste schoenen heeft en men u vroeger ingehamerd heeft dat een fatsoenlijk mens altijd goed gepoetste schoenen heeft of zo iets. Dit, terwijl de persoon in kwestie er mogelijk normaal veel beter verzorgd uitziet. U gaat dus op een eerste indruk af die,  gezien de samenhangen, onjuist is. Dit komt nogal eens voor en in dergelijke gevallen geldt het door u gestelde natuurlijk niet.

Ben je echter zo ver gekomen dat je de uitstraling van een ander duidelijk aanvoelt, dan is het zo dat de eerste indruk meestal de beste is. Wij zullen later vaak gaan beredeneren aan de hand van vele gegevens en redelijke veronderstellingen, en daarbij voorbijgaan aan de voor de rede verborgen kwaliteiten en inhouden van de persoonlijkheid, die echter in eerste instantie wel werden aangevoeld en in de waardering verwerkt. Zodra wij geheel redelijk en alleen op grond van uiterlijke waarnemingen gaan reageren, zal daaraan vaak de juistheid ontbreken die bij het eerste aanvoelen aanwezig was.

  • Hoe kan men de rede sterker maken?

Ik zie daarvoor niet zoveel redenen. Maar het kan wel wanneer u  zich aanwent om steeds logische processen van denken te volgen. Je gaat  niet uit van gevoelswaarden en zodra je ook maar vermoedt dat zij aanwezig zijn, stel je die bewust terzijde.

Overigens, mensen die de rede sterker willen maken, zijn in leven en beleven gemeenlijk door hun gevoelens te zeer gedomineerd. Dan kan het in het begin wel eens erg moeilijk zijn om je reacties uit te stellen en eerst zo redelijk mogelijk en met zo groot mogelijke kennis van feiten alles te beredeneren. Waar je geen voldoende gegevens bezit, tracht die te verkrijgen of stel uw reactie uit.

Redeneer ongeveer als volgt: Punt A brengt hier punt B met zich mee, waaruit de mogelijkheid of waarschijnlijkheid voortvloeit dat C hieruit volgen zal. Daar mijn instelling echter D is, zal ik bij het bepalen van mijn houding t.a.v. de punten A tot C rekening houden met D. Uw emotie zal dan gemeenlijk u doen gevoelen dat u iets over het hoofd hebt gezien of het geheel mis hebt. Trek u daarvan niets aan tot u op grond van redelijke gegevens en ervaringen uw oordeel kunt bepalen of herzien. Wilt u echter de rede sterker ‘maken, dan zult u een dergelijke procedure steeds weer moeten houden en dus niet alleen incidenteel gebruiken.

Toch is een waarschuwing op zijn plaats: de kans is groot dat u na enige tijd het gevoel hebt dat u vroeger met uw emotioneel reageren veel vaker gelijk had dan nu met uw beredeneringen. Treur daarom niet, want uw oefeningen in redelijk denken hebben u reeds een veel betere achtergrond gegeven om uw gevoelens te formuleren en te verwerken.

  • Wanneer een totaal bewustzijn bereikt is en men gevoelt te kennen, te ervaren, te weten, is er dan nog enige behoefte om iets te doen, te communiceren?

Er is geen behoefte meer om te doen, want je bent (volledig). Deel hebben in een totaal ervaren kan niet anders uitgedrukt worden  als ‘zijn’. Je kunt daarin niets veranderen, doen heeft dus geen zin. Wel kun je tijdelijk je aandacht richten op delen van het geheel. Doen kan dan voortkomen uit de behoefte het geheel ook voor het andere bewust beleefbaar te maken.

  • Dit houdt dus in dat iedere geest die tot totaal bewustzijn is gekomen, gelijk is aan elke andere geest die dit bereikte, omdat beiden immers hetzelfde zitten te beseffen.

Neen, niet geheel. Weet u wat pointillisme is? Het is een schilderwijze waarbij kleurgradaties schijnbaar bereikt worden door puntjes van de volle kleuren eenvoudig naast elkaar te zetten. Je kunt dan zeggen dat de ene punt geheel gelijk is aan de andere. Dit is tot op zekere hoogte zelfs waar. Maar zij vormen samen de voorstelling en de plaats van elke punt in het geheel bepaalt de kleurwaarde die zij voor het geheel vertegenwoordigt.

In uw stelling is elk ik deel van het geheel en ervaart ook dit geheel. De ervaring is inderdaad gelijk aan die van elk bewust deel van het geheel. Gelijktijdig wordt echter de functie en relatie van het eigen bestaan vanuit het ik-standpunt omschreven, daar de persoonlijkheid in besef van het geheel eigen functie gelijktijdig als eigen zijnsrede ervaart.

 Er is geen scheiding van bewustzijn. Er is alleen een ander ankerpunt voor de op zich gelijke ervaring. Er is dan ook sprake van een zekere differentiatie tussen vol bewusten, zij het dat deze niet meer door het bewustzijn wordt bepaald, maar door functie-erkenning binnen het geheel.

En hiermee kom ik aan het einde van mijn bijdrage. Sluiten doen wij weer op de u bekende wijze.

  • Beeldhouwen, toekomst, vrede.

Je zou dus kunnen zeggen: De beeldhouwer schept nu het beeld van de vrede maar droomt van de toekomst. Want:

verborgen in de ruwe steen zijn vormen, nu reeds goed beseft terwijl je nog de hamer heft en schilfers weg Iaat slaan opdat in het wegvallen juist ontstaan kan wat eens verborgen was, tot waarheid wordt die ieder kent.

Omdat je zo je hamer slaat en zo je beitel wendt, polijst, weer zoekt en breekt, ontstaat iets in je dat je spreekt van toekomst. In jou heeft bestaan wat, anderen nog droom en waan , in de steen verborgen was en nu daaruit geschapen wordt. Maar het proces duurt al te lang vaak, het erkennen van de volheid kort

Maar heb je dan je werk gedaan, zeg je: “ik kan niet meer”, dan keert het ik zijn denken om en daalt er vrede op je neer: voldoening die haast leegte schijnt tot heel je wezen al weer smacht naar nieuwe ideeën, naar nieuwe kracht, naar nieuw herscheppen, nieuw ervaren opdat het sinds duizenden jaren verborgene onthuld kan worden, de toekomst behorend, weer vrede je geven, vervullend je wezen, inhoud je geven. Wanneer je nu maar, juist op de draad, ook juist op de nerf met beitel stuk na stuk verbrijzelt en naar de vormen zoekt.

Wij zoeken naar de vrede? Zoeken dus naar vorm die kenbaar niet bestaat, die verborgen is in al, in deugd zowel als kwaad. Toch steeds weer ondergaat het ik het zijn dat vrede heet. Dan, in de plaats van zoeken naar de vorm, worstelen met materiaal, vergeet men dat men verdergaat, moet gaan terwijl men voor de ruwe stenen staat. Dan spreekt men, ware het een leer, mistroostig uit: o mens, de vrede keert nooit weer. Maar zoek je in de steen, in eigen zijn en ziel en doe je zelf het werk, dan zie je meer en meer: de vrede leeft ook morgen nog. De vrede is te sterk. Wie zichzelve werken laat, ziet hoe uit ruwheid, wreedheid, strijd uiteindelijk de vrede ontstaat die onze toekomst beeldt.

image_pdf