Paranormale kracht

19 maart 1974

Paranormaal, buitennormaal of bovennormaal, ook dat wordt daaronder gerekend.

Laten wij beginnen met het volgende te stellen: De menselijke werkelijkheid is zintuiglijk bepaald, niet feitelijk. De kennis van de mens, ten aanzien van zijn eigen wezen, is eveneens zintuiglijk en emotioneel bepaald, niet feitelijk.

Hiervan moeten wij uitgaan, wanneer wij ons geconfronteerd zien met allerhande verschijnselen als telekinese, telepathie en al die andere zaken. Het is natuurlijk gemakkelijk om hier eenvoudig te zeggen: dat zijn gaven. Maar gaven moeten een reden van bestaan hebben en wat meer is, er moet een mechanisme zijn, waardoor gaven beheersbaar en bruikbaar zijn.

Ik stel: Wanneer wij weten dat bv. de snelheid van licht niet de maximale snelheid is die bestaat. Er zijn namelijk partikels die zich kunnen versnellen, boven de snelheid van het licht uit. Wanneer wij ons verder realiseren dat in dit geval het partikel energie afgeeft en schijnt te verdwijnen, waarbij het restant nog als energie kenbaar is, zo is het aannemelijk dat er dus, buiten de beperking van het menselijk waarneembare, zowel ruimte als energie kan bestaan.

Dan wordt het een beetje eenvoudiger want, wanneer er een ruimte is die anders lijkt van structuur of mogelijkheid, dan de ruimte die u zintuiglijk kunt waarnemen; wanneer er verder krachten zijn, die anders van aard zijn dan de krachten die u normalerwijze gebruikt, hanteert, kunt controleren, dan zijn wij als vanzelf gekomen tot een soort tweede universum. Het is dan wel geen universum, zoals u zich dat voorstelt, met sterren en zo, maar het is een wereld die vanuit menselijk standpunt, onafhankelijk is, waarin wetten kunnen regeren die anders zijn dan de menselijke en waarin, bovendien, oorzaak en gevolg verschijnselen, op een andere wijze kunnen verlopen dan in uw wereld. Ik dacht dat u hier het belangrijkste punt had. Want wij kunnen nu wel enorm technisch gaan doen, maar daar kom je meestal niet zoveel verder mee.

Ik stel: Aannemende dat die extra ruimte er is en die extra kracht, dan zal de mens daar deel van kunnen uitmaken. Maar dan fungeert hij zelf als een soort verbinding tussen twee soorten van ruimten en dus ook tussen twee soorten van kracht. Het betekent dat die kracht in hem of door hem werkzaam kan zijn en daarmee in zijn eigen wereld kan optreden, zonder dat de oorzaak daarvan bekend is.

De aard van die kracht is natuurlijk erg interessant. Wanneer u ademhaalt neemt u iets op en nu gaan de primitieve volkeren daar spreken over prana, over od-kracht en dergelijke. Wat is dat eigenlijk? Ondermeer kunnen wij zeggen: het is luchtelektriciteit – die is er zeker bij betrokken – maar het schijnt méér te zijn. Het is mogelijk, door de ademhaling buiten de zuurstoftoevoer, een andere vorm van kracht tot je te nemen. Dan is mijn eerste bepaling dus: paranormale kracht, of krachten, zijn kennelijk verbonden aan het heelal dat wij kennen. Het is niet zo dat iemand die helderziend, helderhorend of telepathisch begaafd is ergens een nieuw heelal aanboort. Nee, hij boort gewoon iets aan dat verbonden is aan de wereld, waarin hij leeft, maar dat niet behoort en dat is het punt van onderscheid voor de mens – tot de wereld die, die mens als normaal waarneemt.

Wel, wanneer je het voorgaande kunt aanvaarden, dan zou ik het als volgt willen formuleren: U hebt in uzelf dus een kracht, die niet behoort tot datgene dat u zintuiglijk kunt kennen. Maar hoe kent u het dan wel? Praktisch alle paranormale verschijnselen blijken samen te hangen met de emotie. Telekinese blijkt in de eerste plaats, zeker als zij onbeheerst is, een resultaat te zijn van emotionele oproer, vooral in een mens die toch al organisch minder evenwichtig is. Kijken wij naar telepathie, dan blijkt ook die telepathie zeer zeker gebonden te zijn met bepaalde emotionele toestanden, ondermeer: aanvaarding van de zender bv. door de ontvanger, of omgekeerd.

Helderziendheid en helderhorendheid blijken ook selectief te zijn. Wanneer hier tien helderzienden samen zitten, is het mogelijk dat vijf niets zien, dat drie een figuur zien en dat er twee bv. een symbool of een kleur zien. Dan zien zij toch allemaal wel hetzelfde. Dat verschil is kennelijk weer een kwestie van hun eigen instelling, een emotionele instelling. Zou je moeten zeggen wat er werkelijk waarneembaar is, dan zal het al wat omschreven wordt omvatten en méér dan dat, maar je moet toevallig ook nog emotioneel in staat zijn om het waar te nemen.

Dan hebben wij hier voor de mens dus weer een regel gevonden: Paranormale kracht is voor de mens te verbinden aan emotionaliteit.

Ga je nog wat verder dan zeg je: wat doet die kracht? Wel, dat kan zijn: een “Poltergeist” verschijnsel, een mooi Duits woord waarmee ze alleen maar willen zeggen dat de niet zichtbare kracht er een rommeltje van maakt. Hier worden, zonder zichtbare oorzaak bv. potten en pannen in stukken gesmeten, deuren open en dicht gedaan, zware meubelstukken verplaatst enz… Wat hier aan energie wordt opgevoerd is, menselijk gezien, vaak zéér groot. Het is mogelijk dat zo’n telekineet, want dat is het dan meestal, een zware vleugelpiano met zijn emotioneel geestelijke kracht verplaatst, terwijl hij zelf nog niet in staat is om dat ding weg te duwen en, wanneer dezelfde prestatie door mensen zou moeten worden herhaald, zou je wel een stuk of zes sterk gebouwde kerels nodig hebben. Dus die energie, die wordt voortgebracht, is erg groot vanuit menselijk standpunt berekend. Maar je zou natuurlijk ook kunnen zeggen: Het is een deel van de kracht die de mens voortdurend uit zijn omgeving opneemt en die hij, van zichzelf uit, ineens tot werking brengt, zonder precies te beseffen hoe, en daarmee de oorzaak en gevolgverhouding in de normale wereld verandert. Dan is niet meer het onzichtbare van de kracht belangrijk, dat is eigenlijk een bijkomstigheid, dat kan de wind ook, die zie je ook niet. Het belangrijke is dat het arbeidsvermogen niet meer te bepalen is, volgens menselijke normen.

Het gaat mij erom om duidelijk te maken dat paranormale kracht, of krachten, niet gehoorzamen aan materiële wetten. Wanneer je nu gaat kijken naar bv. de magie, dan zie je dat een mens, die iets tot stand wil brengen, de handen aan het voorhoofd zich concentreert. Het is bijna of hij iets met veel moeite kwijt wil en dan is het verschijnsel er. Een ander die gaat er een dansje voor opvoeren of begint op een waanzinnig ritme heen en weer te schudden. Weer een ander tekent mooie patronen. Weer een ander gebruikt zijn stem om daarmee het een of ander te veroorzaken.

Wanneer zoveel verschillende middelen hetzelfde resultaat kunnen hebben, is de logische conclusie: Het resultaat wordt niet door het middel bepaald, maar door de instelling die, krachtens het middel, bij de mens bestaat.

Nu gaan we proberen om er een beetje eenvoudiger gevolgtrekkingen bij te vinden. U kunt niet redelijk bepalen wat u paranormaal presteert. Op het ogenblik dat u dit probeert, komt u in grote moeilijkheden. Dat hebben wij trouwens al eens eerder gezegd. Wanneer je echter begrijpt dat je eigen emotionaliteit en voorstellingsvermogen voor jou de sleutel zijn tot die kracht, die paranormale kracht, dan wordt het iets anders. Dan gaat het niet meer om een vaste procedure, het gaat eerder om een vaste instelling, een eigen relatiebepaling ten aanzien van de kosmos, zichtbaar en niet zichtbaar. Dan houdt dat in dat iedereen, die het juiste voorstellingsvermogen heeft, bepaalde krachten kan opwekken. De vraag die daar dan zou moeten op volgen is deze: Waarom zijn er dan zo weinig mensen die het kunnen? Wel doodgewoon: omdat je niet emotioneel kunt geloven in iets dat je rationeel verwerpt. Wanneer je redelijk zegt: Dit is onmogelijk, maak je ’t jezelf onmogelijk om het waar te maken, want je belet jezelf om te functioneren in die richting, dat is gewoon emotioneel.

Wanneer namelijk hetgeen je zelf onmogelijk noemt toch gebeurt, dan sta je namelijk voor jezelf in je hemd en misschien zou je dan geestelijk gezien in je blootje ergens snel moeten rondhuppelen en dat gebeurt dan en dat kun je emotioneel niet aan.

Je hebt een wereld als mens. Die wereld die moet volgens jou gehoorzamen aan wetten, anders kun je er immers geen weg in vinden. Het stellen van een tweede wereld daarnaast, die niet aan die wetten gehoorzaamt, is nog wel aanvaardbaar, maar op het ogenblik dat jij, door die wereld te betreden a.h.w. dingen veroorzaakt die niet meer redelijk begrijpbaar zijn, dan kun je, of roepen: wonder! En dan moet je een geloof vinden dat erbij past. Ofwel moet je het eenvoudig afwijzen, maar dan gebeurt het ook niet meer.

Kijk je naar de krachten zoals die opgewekt kunnen worden, in een gezelschap als dit, dan blijkt dat die krachten gemeenlijk nogal klein zijn. Waarom? Omdat u hier niet bezig bent met kracht. In wezen is ons contact voornamelijk redelijk dus: spreken, toehoren en daartussendoor op sublimaal vlak, dus ergens op het vlak van het onderbewustzijn, het uitzenden van bepaalde trillingen. Op het ogenblik dat u niet meer uzelf aan het redelijke gaat binden dan wordt de kracht die wij gezamenlijk kunnen opbrengen enorm veel groter.

Paranormale kracht berust namelijk nooit op iets wat je zelf hebt, dat denken de mensen wel; je hebt het vermogen om die krachten te gebruiken, maar je hebt de kracht niet! Die kracht is altijd een wisselwerking. Zij kan nooit bestaan in één persoon. Zij kan slechts bestaan in een relatie tussen die persoon en een ander. Dat zien de meeste mensen weleens over het hoofd. Zo zijn er ook mensen die zeggen: gebruik van paranormale krachten dat moet gebonden zijn aan bepaalde gedragsregels en dat is niet waar! Gedragsregels zijn iets van de norm van de wereld en het gaat meer om de emotionele toestand van de persoon die die kracht hanteert en de relatie die hij op dat ogenblik stelt tussen zichzelf en een deel van die wereld. Of dat nu kwaad of goed is, maakt weinig verschil uit. Het is die relatie, die emotioneel wordt opgewekt, waar het om gaat. Wat die persoon verder is, doet niet ter zake. Een idioot kan net zo goed paranormale krachten gebruiken als een wijsgeer. Alleen is de kans groter dat de idioot het eerder doet, want de wijsgeer wordt meestal belemmerd door zijn eigen wijsgerigheden. Het is werkelijk waar. Je moet niet denken dat ik een verhaaltje vertel. Het is zo.

In de wereld van het kind is het paranormale normaal, omdat het kind uitgaat van de ervaring, sterk emotioneel leeft en de redelijkheid, althans datgene wat de mens eronder verstaat, eigenlijk pas leert hanteren wanneer het ouder wordt. Kinderen veroorzaken dan ook zeer vele verschijnselen, die wij als tekenen van paranormale krachten, of de aanwezigheid ervan, beschouwen. Telekineten zijn vaak kinderen of kinderen in de puberteit. Helderziendheid komt bij kinderen zeer veel voor, ofschoon het door de ouderen meestal wordt weggewuifd als een soort fantasie of een spelletje. Telepathie bestaat tussen een kind en degene waar het werkelijk aan gehecht is, op betrekkelijk sterke basis. Overdracht van denkbeelden, tussen ouders en kind, ook over afstand, komen regelmatig voor. Alleen men ziet het weer niet zo, maar het is aanwezig. Misschien dat je zo redenerende Jezus woorden nog eens moet beschouwen:”Voorwaar ik zeg u indien ge niet zijt zoals de kinderen, gij zult niet ingaan tot het koninkrijk’. Dat is niet alleen maar een kwestie dat je kinderlijk moet zijn en dat je gehoorzaam moet zijn, dat hebben ze ervan gemaakt. Nee het betekent dat je moet openstaan voor de totale wereld, dat je de krachten van die wereld kunt accepteren.

Wanneer wij nu eens kijken naar de apostelen bv., dan valt ons ook iets op: Vele van die apostelen hebben wonderen gedaan. Ze zeggen: zij hebben paranormale kracht gebruikt, maar hoe en waarom? Omdat voor hen die kracht uit Jezus kwam. Zij hebben zich niet afgevraagd waar komt het vandaan of wat is het? Zij geloofden in Jezus, dat was een gevoel. In dat gevoel was het noodzakelijk om iets te doen en dan geneest Paulus bv. een blinde of een kreupele, terwijl hij eigenlijk nooit les heeft gehad van Jezus, zomaar.

Maar dan komen wij weer aan een ander punt. Jezus zegt tot zijn apostelen “Ga uit, genees de zieken en drijf de duivelen uit in mijn naam en de naam des Vaders”. Waarom naam? Want we zeggen nu wel naam, maar wie weet de naam van God? Omdat de naam des Vaders en de naam van Jezus niet bestaat uit een klank, het is een ervaring in je wezen. Die naam dat is je eigen sleutel tot de wereld, waar alle krachten aanwezig zijn en waarin alle besef aanwezig kan zijn. Wanneer die apostelen niet zo kinderlijk geloofden in wat Jezus hen zei, hadden zij het nooit voor elkaar gebracht.

Wanneer Jezus dat heeft gezegd tot zijn apostelen, wanneer datzelfde is volbracht door mensen als Paulus, die Jezus zelf dus niet ontmoet had, maar ook door mensen als Franciscus van Assisië en er zijn er nog wel een paar, dan wordt de vraag: Geldt dat niet voor de hele mensheid? Het geloof verwerpt het. Maar is dat angst voor die kracht of is het begrip voor het gevaar dat die kracht kan opleveren? Misschien is er inderdaad een gevaar. Wanneer een kind met vuur speelt kan het brandstichten. Wanneer een mens paranormale krachten hanteert, zonder zich te realiseren hoe enorm groot ze zijn, ja, dan kan hij misschien iets teveel doen, vooral wanneer hij zelfzuchtig denkt, maar de kracht is er.

Over die kracht zouden wij nog het volgende kunnen opmerken:

1* Uitgaande van hetgeen ik gezegd heb over Jezus. Aanvaarding is de basis van de kracht, omdat alleen in de aanvaarding de emotie kan ontstaan, waardoor de kracht in je opbloeit. Op het ogenblik dat je die aanvaarding verliest, verlies je niet de kracht zelf, die blijft rond je aanwezig, maar je vermogen om die kracht te gebruiken. Aanvaardbaar?

2* Het is niet belangrijk welke leer je volgt, het is belangrijk hoezeer je je verbonden gevoelt met wat voor de mens onzichtbaar, misschien Goddelijk, onredelijk of bovennatuurlijk is. ’t Is dit gevoel van verbondenheid dat in de eerste plaats een grote rol speelt. Dan moeten wij nooit kijken naar de weg, maar wel naar de wijze waarop wijzelf het bovennatuurlijke als deel van ons geheel, van ons leven kunnen aanvaarden.

Wanneer ik de aard van die kracht moet opsommen dan zit ik ineens vast; ik kan ze niet omschrijven. Ik kan alleen zeggen: Het is een energie die behoort tot datgene wat voor de mens, tot op dit ogenblik, schijnbaar ondenkbaar is. Wat ik u bv. heb gezegd over het partikel: sneller dan licht, dat is een theorie die op dit ogenblik hoogstens aanvaardbaar gemaakt kan worden, maar nog niet volledig bewijsbaar is. Men zegt het bewijs geleverd te hebben, maar het is niet waar. Het gaat hier dus doodgewoon om een soort tweede wereld die wij hebben. Wanneer wij leven in een tweede wereld, dan zou het wel eens kunnen zijn dat onze gedachten in die wereld eveneens kracht en werkelijkheid zijn.

Als u dit aanvaardbaar vindt, dan zeg ik het zoals ik het zie: Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, maar wij zien het een beetje anders dan u. Ik stel: De kracht die wij hebben is de essentie waaruit alle verschijnselen ontstaan, het schijnbare “niet”, waarin verschijnselen zich kunnen voortplanten. Verder: Datgene wat wij doen, wanneer wij die kracht tot ons trekken, is in wezen: de structuur van de ruimte rond ons veranderen. Wij maken dus de wereld een beetje minder werkelijk. Wanneer onze gedachten, los van het lichamelijke, in die wereld bezig zijn wat zullen zij dan doen? Dan zullen zij die kracht vormen geven die overeenstemmen met een menselijk begrip en een menselijk kenvermogen, althans ten dele. Wij bouwen uit die kracht werelden, die werelden zullen wij, soms in de slaap betreden. Zij zijn een deel van onze inspiratie, van onze fantasie. Haar hoe die kracht ook is en vanwaar zij ook komt, die kracht maakt het ons mogelijk om bepaalde schijnbare wetten op te heffen.

  • Betreffend het tweede universum (met een bepaling voor de mens). Die paranormale verschijnselen komen niet daaruit. U heeft gezegd: die zijn gebonden met ons heelal. Waarom sprak u dan van dat tweede heelal?

Omdat de kracht bestaat buiten de voor u zintuiglijke en redelijk kenbare wereld. En daardoor zeg ik, is het voor de mens – en vandaar ook mijn formulering – a.h.w. een tweede universum, dat gescheiden lijkt van uw stoffelijke wereld. Vervolgens stelde ik dat de mens een verbinding vormt tussen dit voor hem andere universum van kracht en zijn eigen universum van erkende vormen, toestanden en wetten. Omdat de mens de verbinding vormt, tussen deze beiden, is het voor hem, mogelijk om krachten uit dit zogenaamde tweede universum, uit deze wereld dus die voor hem niet kenbaar is, te projecteren in zijn eigen wereld, waarbij wij dan gevolgen zien waarvan de oorzaken onkenbaar waren.

  • Betreffend die kracht in het “niet”. Mogen wij die kracht dan zien als ruimte, of een deel van die kracht als tijd?

Ja, dat wordt moeilijk, want wanneer je spreekt over tijd, heb je ’t over beweging in ruimte. Zeg je: Die kracht is ruimte, dan maak je een fout, want dan bindt ge die kracht aan een bepaald voorstellingsvermogen. Dat is juist wat wij proberen te vermijden. Zou het misschien zo zijn dat wij kunnen zeggen: Het is deze kracht die de grondstof vormt van de verschijnselen die wij kennen als ruimte, tijd, ofschoon zij voor ons onkenbaar blijven en dus, wanneer wij ze ontmoeten, vanuit menselijk standpunt, een “niets” betekenen.

  • Kunnen wij ons ruimte voorstellen? Wel een afstand meen ik.

U kunt zich ruimte wel degelijk voorstellen. U ziet nl. ruimte als een onbeperktheid van afstand. Het is dus een feit dat, wanneer wij spreken over de ruimte, dat wij spreken over iets waarin wij een afstand kunnen afleggen. Dat is dus een bepaling die niet aan afstand zelf gebonden is, maar wel de mogelijkheid van beweging inhoudt.

  • Is het niet zo broeder dat er nu meer mensen, vooral jongere mensen, ontvankelijk zijn voor paranormale verschijnselen dan vroeger?

Dat ben ik met u eens. Er is een ommekeer in instelling, die vooral bij de jeugd zeer sterk telt, omdat er een verweer ontstaat tegen het materialisme. En dit impliceert eigenlijk ook een houding die een deel van de orthodoxe redelijkheid en redeneerkunst voor zich verwerpt. Ofschoon men die dus wel hanteert en daarmee ontstaan dus inderdaad bij vele jongeren de mogelijkheid iets meer van die paranormale kracht te ervaren en wanneer zij dat bewust zouden willen, ook te hanteren.

  • Hoe ziet u het gebruik van drugs om dit te stimuleren?

Ik zal een vergelijk maken voor de verduidelijking: Wanneer u in een vliegtuig opstijgt, dan vliegt u wel degelijk. U ziet het land beneden u, zoals een vogel het ziet, maar u vliegt niet zelf en dat wil zeggen dat u altijd van het vliegtuig zelf afhankelijk zult zijn, terwijl de vogel vliegt uit eigen kracht. Degene die zich van allerhande drugs en middelen afhankelijk maakt zal inderdaad ervaringen hebben, die volledig reëel zijn, inzichten hebben die volledig tot de werkelijkheid behoren, tot de zogenaamde hogere werkelijkheid, die wij beter een “andere werkelijkheid” kunnen noemen. Maar de gebondenheid aan het hulpmiddel, belet de mens om persoonlijk daarin op te gaan en wat meer is: het denkbeeld van afhankelijkheid remt hem af bij elk werkelijk gebruik van die krachten, zonder hulpmiddelen en dat is juist hetgeen dat voor hem toch het meest belangrijke zou zijn.

  • Raadt u yogapraktijken aan?

Ik zou niet graag alleen Yogapraktijken aanbevelen en wél omdat elk systeem bruikbaar is. Het gaat namelijk niet om de vorm die wij bereiken, het gaat om de emotionele verandering, waardoor wij tot een aanvaarding kunnen komen van dat andere, en vooral van de kracht die in dat andere bestaat en voor ons hanteerbaar wordt. Maar als je nu zegt: Yogapraktijk, dan zeg je: voor sommige zal dat inderdaad de beste weg zijn, maar anderen zullen juist langs die weg weinig kunnen bereiken. Het enige dat je kunt zeggen: er zijn geen kortere wegen, die niet enorm gevaarlijk zijn. Dat kun je wel zeggen. Conclusie: Naarmate de mens zich minder afhankelijk voelt van materiële omstandigheden en waarden en vooral van de hem opgelegde denkbeelden daaromtrent, zal hij gemakkelijker die eigen wereld kunnen betreden, waarin hij ook die krachten, die boven- en buitenzintuiglijk zijn, in zichzelf ervaart en vanuit zichzelf kan leren richten, zelfs in de wereld van de verschijnselen die rond hem is.

Nu wou ik een stukje terug naar de oudheid.

Wat vinden wij nu in het verre verleden? Daar vinden wij de periode die men wel noemt “totem en taboe”. Totem, dat is vereenzelviging met een bepaalde kracht. Taboe betekent het verboden zijn van een plaats, of alleen voor een bepaald doel geschikt zijn daarvan. Een vb. van taboe vindt je ook nog veel later; denk aan de heilige bossen die alleen door priesters en alleen met magische bedoelingen betreden zouden mogen worden. Zo zijn er meer van die dingen.

Wat is nu totem? Het is niet, zoals men weleens denkt, een familiegeest zonder meer. Het is het stellen van een relatie, tussen jezelf en een andere vorm van leven. Wanneer wij bv. aannemen: de jakhals, die overigens door de indianen (de coyote dan) vaak werd beschouwd als een zeer sluw en moedig dier, dan vinden wij een stam, bij de Hurons, die coyote als basis van haar totem gebruikt. Zij neemt aan dat zij de kwaliteiten van het dier daarmee overneemt. Het is dus een identificatie van de stam, niet met het dier zonder meer, maar met de achtergrond van het dier, de waarden, de eigenschappen, de ontwikkelingen die het dier tot stand hebben gebracht.

Hier is nu het leuke dat, bij die totemdenkwijze, je jezelf identificeert met iets anders en daaraan eigenschappen tracht te ontlenen. Maar het gaat verder, want die eigenschappen blijken inderdaad, voor een groot deel, door diegenen die zich met de totem verbonden weten, worden overgenomen, zoals bv. bij voornoemde Hurons, bekend voor hun scherpe speurzin en hun vermogen dus om op afstand te ruiken of te horen, wat er eigenlijk aan de gang was. Zij waren, wat dat betreft, aanmerkelijk beter dan de Sioux en werden dan ook daarom wel extra gevreesd, ofschoon het een redelijk vreedzame stam was.

Hier zit je met het overnemen van eigenschappen. Maar als ik dat nu stel, dan wordt ook iets anders begrijpelijk. Hoe vaak geeft een dokter je niet een geneesmiddel, dat alleen maar een zoethoudertje is, dat geen feitelijke werking heeft en toch werkt het. Waar ligt de oorzaak? Kennelijk in het feit dat wij eigenschappen toeschrijven aan iets, waardoor het voor ons werkt. In de oudheid was dat heel normaal. Men kende dan aan bepaalde bomen kracht toe. Het klinkt tegenwoordig krankzinnig natuurlijk, als je zegt dat er mensen waren die met een zieke naar een gespleten boom gingen en hem door de spleet trokken om hem zo van kwaad te zuiveren. Maar het is dan nog veel krankzinniger dat hierdoor, in vele gevallen, een genezing werd bereikt. Dat is kolder natuurlijk, hoe kan het trekken door een boom, van een arme hopeloze zieke, een verbetering tot stand brengen? Ja maar: de zieke en diegenen die hem brachten, geloofden dat die boom die eigenschap had.

Als wij dan een eindje verder gaan kijken, vinden wij wichelaars, die wicheltekens gebruiken die absoluut onredelijk zijn. Maar die uit die wicheltekens wel degelijk de waarheid kunnen lezen. Hoe kan dat nou? Je kunt toch niet aannemen dat de val van graankorrels, de val van staafjes, van benen, van een soort bikkels, een soort werpvoorwerpen dus, dat dat nu uitmaakt hoe de toekomst is, dat is zuiver een toevalsworp. Maar als ik geloof dat dit toeval bepalend is, dan is het voor mij daardoor mogelijk een afstemming te verkrijgen, waarbij ik los kom te staan van het normale tijdsaspect. Ik overzie de dingen anders en kom, noem het inspiratief voor mijn part, tot een bepaling van een toekomstig gebeuren, die voor een groot deel zich verwezenlijkt. Pas op het ogenblik dat ik, hetgeen ik zeg, redelijk probeer te maken bega ik een fout, dan klopt het niet meer.

Met deze paar voorbeelden uit het verleden, hoop ik iets duidelijk te hebben gemaakt. Het geloof, de eigenschap die wij toekennen aan iets, kan voor ons in vele gevallen van even groot belang zijn, als de eigenschap die iets wezenlijks, dus ook zintuiglijk constateerbaar, bezit.

Dan zeg ik: Voorstellingsvermogen richt kennelijk paranormale kracht. En wat meer is, paranormale kracht zal, in zijn verschijningsvorm, zich voegen binnen de voorstelling die de mens heeft van de verschijning ervan. En dat wordt nu heel interessant. Want het is nu niet meer wat ik doe, maar hoe ik de oorzaak en gevolgwerking zie in wat ik doe. Het is de voorstelling in de mens die deze kracht voor hem hanteerbaar maakt, niet op zichzelf de bepaalde handelingen of het bepaalde voorwerp.

Nu weten wij ook dat, bij die taboeregelingen – en dat hebben wij ’t best kunnen zien op de Fiji-eilanden bv., waar het een lange tijd nog bestond, dat het overtreden van een taboe, een kwaal teweegbracht en daar konden zelfs de zendingsdokters niets aan doen. Hoe kan dat? Wanneer ik aanvaard dat er een kwaal ontstaat, dan zal ik eerst overtuigd moeten worden dat het niet zo is, voordat er zelfs maar een mogelijkheid tot genezing ontstaat. Dat is een heel interessant punt? Die paranormale kracht, die schijnt dus door onszelf, ten goede en ten kwade gericht te kunnen worden, zelfs zover dat de mens daaraan lichamelijk ten ondergaat, of lichamelijk bepaalde vermogens verliest. Moet ik dan over die paranormale kracht misschien zeggen, dat zij een in zich niet gevormd geheel is, dat zich binnen de denkbeelden van de mens laat vormen tot krachten, die eerst dan effect kunnen hebben in de stoffelijke wereld.

Dan gaan we nu proberen om dat een beetje praktisch te maken, want wat heb je alleen aan al die mooie woorden?

U kunt willekeurig denken. Maar als u denkt aan iets dat u intens en werkelijk gelooft, dan maakt u hetgeen waarin u gelooft waar, in een wereld die normalerwijze ongevormde kracht is. Wanneer ik geloof dat voor mij een bepaalde bescherming, werking of wat dan ook zal bestaan, breng ik deze zelf mee tot stand. De mens, die wil werken met paranormale kracht, is dus niet afhankelijk van anderen, die hem die kracht geven. Hij is afhankelijk van zijn eigen instelling; de wijze waarop hij in zichzelf, emotioneel, gevoelsmatig, in zichzelf, die kracht accepteert en de bewustheid waarmee hij die kracht in een bepaalde richting, of met een bepaald doel, in zijn eigen wereld kenbaar maakt.

Dan is de tweede stap: Elk van u gelooft in bepaalde zogenaamde paranormale kwaliteiten méér dan in andere, zeker voor zichzelf. Ga na, in welke verschijnselen van het paranormale u, voor uzelf, het meest intens kunt geloven. Dit is iets dat u aanvaardt. Concentreer u erop en probeer die kracht op te wekken, maar zorg altijd dat er een bestemming voor is. Probeer nooit alleen maar licht in jezelf te krijgen, probeer altijd licht te krijgen opdat er ergens anders licht is! Probeer in jezelf energie te krijgen, niet alleen om zelf sterker te worden, maar om met die kracht iets te doen in je wereld. Geef aan alle kracht, in welke vorm ook u deze probeert te beleven, een deel in uw eigen wereld.

Dan is er nog een laatste stap:

Wanneer u de wereld wilt verbeteren en u kiest  iets dat u niet kent en dat u niet begrijpt, dan  zult u daar met paranormale kracht nooit iets aan kunnen doen. Maar wanneer er iets is, dat u wel kent en dat u begrijpt, en bovendien dus vanuit uzelf wilt wijzigen, dan kunt u op het gekende die kracht wel richten. Dan kunt u daar inderdaad resultaat mee behalen.

Hiermee heb ik dan een inleiding gegeven over paranormale kracht. Zijn hierover vragen?

  • Broeder, zou u nog eens duidelijk emotie willen omschrijven?

Emotie is een gevoelsmatige reactie, waarbij dus, in het lichaam, bepaalde evenwichten veranderen en waarbij het geheel van het denken, door deze emotie – hoe u haar verder dan ook zou willen omschrijven – gericht wordt naar buiten toe. Emotie kan dus zijn: angst, begeren, dankbaarheid, liefde, genot enz. In al deze gevallen hebben wij te maken met iets dat, in zich, niet redelijk is, maar wat je in jezelf beleeft en wat dus als het ware de kleur is, die door je gedachten en zelfs je waarnemingen heen naar buiten toe treedt.

Door deze omschrijving van emotie is ook duidelijk geworden wat ik daarmee bedoel. Wanneer ik zeg: de mens leeft vanuit de emotie, zodra het om het paranormale gaat. Dan blijkt hieruit dus dat het een verandering is van zijn persoonlijkheid in wezen, zij het nog zo tijdelijk, door een verandering van bepaalde evenwichten in zijn lichaam plus een verandering van zijn relatie ervaring, ten aanzien van de omgeving.

  • Volgens de wetenschap zou mediumschap te maken hebben met de ontwikkeling van bepaalde hersencellen en zouden de paranormale gaven in alle mensen latent aanwezig zijn. Aanvaardt u deze stelling?

Ik aanvaard dit maar ten dele. Ik ben het eens dat onder andere in delen van de frontale hersenlobben centra zijn die van groot belang zijn, zowel voor de emotionaliteit van de mens overigens, alsook voor zijn contact met andere delen van de hersenen, bepaalde kencentra waardoor paranormale krachten eventueel ervaren en uitgedrukt en geleid kunnen worden. Maar ik stel: dat bij de meeste mensen deze kracht wel gebruikt wordt, maar niet bewust wordt gebruikt.

Ik stel dus niet, zoals de wetenschap, dat paranormale vermogens overal latent zijn en slechts bij enkelen tot ontwikkeling komen. Ik stel dat zij bij iedereen wel degelijk functioneren, maar dat die functie beperkt wordt door de rede, door het verwerpen van bepaalde denkbeelden, van bepaalde gevoelens en dat hierdoor de mens, voor zichzelf, een soort atrofie, een verzwakking dus van de relatie tussen de actief blijvende centra voor gevoeligheid en de rest van de hersenen veroorzaakt. Het is dus iets dat, in de vorming van de mens, vaak bevorderd wordt. Maar ik wil niet zeggen dat dat zonder meer het geval is. Ik meen dan ook dat de meeste jongere mensen een grote gevoeligheid hebben. Uit een telepathisch onderzoek, blijkt dat de telepathische gevoeligheid van een duizendtal kinderen, naar ik meen, 997 positieve reacties geven. Daarbij is verder opvallend dat er een vijftigtal, of iets meer, dus vooruitzien. Zij schrijven dus niet het beeld op dat de zender, in dit geval schooljuffrouwen, voor zich neemt, maar het daarop volgende. Zo zien wij dus een zekere waarde verschuiving, waarbij blijkt dat het tijdsbesef van alle kinderen niet gelijk is. Hierdoor krijgt men toch wel enigszins het bewijs dat het overal wel aanwezig is; het potentiaal bestaat; het is zelfs in de jeugdjaren actief. Het is alleen door een verkeerde opvoeding dat dat niet tot verdere ontwikkeling komt en bij vele mensen, die dus sterk op de maatschappij georiënteerd zijn en geen innerlijk leven meer overhouden, op de duur inderdaad atrofieert.

Anderzijds, bij exploitatie van paranormale kracht, gaat het begeerte-element een grote rol spelen. Maar die begeerte is niet meer gericht op een zo zuiver mogelijke prestatie, maar zij is dus gericht op een zo groot mogelijke verwerving. En dat betekent dat je jezelf dus steeds meer, door je eigen oriëntatie, eigen emoties, afsluit van de kracht die je nodig hebt om te presteren, wat je voor een bepaalde betaling zegt te zullen presteren. Nu wil dat helemaal niet zeggen dat een paragnost armoede hoeft te lijden, maar hij moet inderdaad genoegen nemen met de betrekkelijke onzekerheid waarbij hij elke dag genoeg heeft. Dat is natuurlijk voor velen een pijnlijk punt en zo zien wij dat vele professionele paragnosten op de duur een deel van hun gaven eigenlijk verliezen, juist door het commercialiseren ervan.

  • Is het waar dat een mens een persoonlijke geestelijke leider heeft?

’t Is waar en niet waar: Als u zegt er is één persoonlijkheid die u uw hele leven begeleid, dan is dat niet waar. Maar door uw eigen leven bent u a.h.w. harmonisch t.t.z.: u bent in overeenstemming met bepaalde wezens, die niet in de stof leven. Dat kunnen dus geesten zijn, die op aarde geleefd hebben, het zouden er ook andere kunnen zijn, andere wezens. Het is dus deze verbinding, door een zekere harmonie, een zekere gelijkheid van uitstraling enz., waardoor een beïnvloeding vanuit de geest ten aanzien van u kan ontstaan, maar omgekeerd vanuit u een beïnvloeding van die geest ontstaat. Wanneer die geest die binding als lastig gaat ervaren, kan hij ze verbreken. Wanneer u uw eigen benadering van de wereld verandert, dan moet hij ze verbreken.

  • Heeft “engelbewaarder” daar iets mee te maken?

Engelbewaarder is eigenlijk voortgekomen uit een wat wonderlijke interpretatie van een Grieks-filosofisch begrip namelijk daimon. Daimon betekent “licht” en niet “demon”. Het hoort thuis in de leer van Socrates: Daimon in mij. Men zei: maar dat kan nooit “mijn licht” zijn. Dat begon rond de vierde à vijfde eeuw. De filosofen, de denkers, zeiden dan: dat licht is een engel Gods die in ons woont. Een tweetal eeuwen later horen wij dat verkondigen door de vaak zeer eenvoudige en niet geleerde priesters, half-priesters, diakens. Zij verkondigen dat er een engel is die voortdurend bij u is. En wanneer dan de kwestie van schuld eigenlijk een beetje sterker wordt geformuleerd, dan gaan ze dus zeggen: ja, er is een engel en een duivel en die fluisteren je in en die houden boek van: goed en kwaad. Dat is bepalend voor wat je later in de hemel krijgt; waarbij overigens opvallend is, dat men in wezen teruggrijpt op het oordeel, zoals dat in de Egyptische leer bestaat. Daar komt het vandaan. En in het begin zijn engelbewaarders dus een soort beschermgeesten, die zelf niet veel doen.

Daarom heb je heiligen nodig, voorspraak van anderen om zelfs maar die engelbewaarder tot actie te bewegen. Langzaam maar zeker wordt de engelbewaarder steeds meer geïdentificeerd met de mens zelf. Hij wordt de vertegenwoordiger van de Christus. Zoals de Christenen dat in die tijd geloofden (rond l600), dat die Christus, vertegenwoordigd door een hemels wezen, voortdurend bij je is om je te helpen en in te grijpen in je leven. Het is dus niet meer alleen de rechterlijke notariële functie (zou ik haast zeggen), waarbij acte wordt opgemaakt van al wat je goed en kwaad doet, het is werkelijk een actie geworden. Het wonderlijke is dat, in de manier waarop men die interactie, tussen mens en beschermengel probeert te stellen, nu weer iets naar voren komt van het oude vooroudergeloof, waarbij wordt aangenomen dat de voorouders hun nakomelingschap voortdurend beschermen en proberen contact met hen op te nemen. Zo zie je maar dat in religieuze vormen oude denkvormen steeds herleven, maar natuurlijk aangepast aan het kader van de godsdienst, waarbinnen dit geheel bestaat.

  • Zijn paranormale krachten verdrongen door…… in toekomst en verleden?

Ja, in zekere zin. Tijd, zoals u die beleeft, bestaat niet feitelijke. Tijd is dus zeg maar: een ruimtelijk aspect waarbij bovendien gebeurtenis-parallellen kunnen optreden. Dat is iets heel ingewikkeld. Laat ik het zo zeggen: Elk moment dat door u beleefd is, is voor u een werkelijkheid van waaruit vele wegen van mogelijkheid verdergaan. Het is mogelijk, wanneer je je terugtrekt in deze kracht, die buiten de tijd staat, bepaalde elementen van een toekomstmogelijkheid te realiseren. Aangezien de parallellen over het algemeen, in de zeer nabije toekomst, betrekkelijk dicht liggen bij je eigen werkelijkheid, zullen die verschillen niet zeer groot zijn en zul je dus, ongeacht de afwijkende afloop van het visioen, toch altijd voldoende gegevens kunnen verwerven om, rekening, houdend met het visioen, in je eigen werkelijkheid, je toestand feitelijk te veranderen of te verbeteren. Maar het is dus niet zo dat er een gefixeerde, werkelijkheid is die je kunt voorzien, zonder meer.

  • Als het redelijk denken een hinderpaal is voor paranormale kracht, zou u dan een alternatieve kritische instelling kunnen aangeven, die deze redelijkheid vervangt?

Ik kan geen alternatieve kritische instelling geven, omdat het paranormale juist niet kritisch, maar volledig aanvaardend beleefd wordt. ‘k Zou echter dit willen aanbevelen: Om alle kritische vermogens, zoveel mogelijk, uit te schakelen, gedurende de tijd dat wij werken met paranormale vermogens, om daarna de resultaten kritisch te beschouwen. Dan kan men dus zijn eigen normen van redelijkheid, voor een groot gedeelte, toch wel gebruiken. Maar je kunt dus niet gelijktijdig kritisch een bepaalde kracht benaderen en verwachten dat die kracht zich, zonder meer en onbeperkt, zou kunnen openbaren.

  • Wat is de oorzaak in de opvoeding bij kinderen, waardoor het paranormale wordt afgeremd of uitgesloten?

De ouders proberen het kind te oriënteren op een wereld zoals die bestaat. Bovendien, en dat is bij heel veel ouders een belangrijke factor, wensen zij een gezag over het kind, dat zij als een stukje van hun bezit zien, en waarvan zij bij voorkeur een gehoorzaamheid zien, zoals zij ook bij een hond zouden eisen. Dat wil niet zeggen dat dat altijd gebeurt, maar de neiging het kind te dresseren is groot en bij die dressuur wordt het kind voortdurend onderworpen aan de norm van de volwassene, waarbij het geen mogelijkheid krijgt voor zichzelf op te groeien. In het onderwijs zien wij ook dat het kind gedwongen wordt een bepaald curriculum af te werken, zonder dat het zelf precies weet waarom. Ik dacht dat je, met betrekkelijk weinig moeite, maar wel met heel veel meer geduld van de ouderen, in staat zult zijn om het kind in een school een eigen gemeenschap en maatschappij te laten beleven, waarin het uit eigen interesse bepaalde dingen gaat leren, zoals lezen, rekenen en dergelijke en dan begrijpt waarom, waarbij het kind bovendien in staat is zijn agressies af te reageren en dus gelijkmatig blijft en opmerkend en bewust en zelfbewust door de wereld te gaan. Dit is iets dat bij het disciplinair onderwijs, helaas vaak teniet wordt gedaan. Het zelfbewustzijn van het kind wordt vaak gekraakt, om het te doen passen in een kader waar het qua karakter, qua capaciteiten eigenlijk niet thuishoort. Daarin gaan inderdaad de meeste paranormale kwaliteiten langzaam maar zeker verloren In het begin blijven ze nog als een soort droom bestaan, maar op de duur wordt zelfs die droom verworpen omdat men een erkenning zoekt, volgens de normen die door dressuur aan het kind zijn bijgebracht.