Pasen

20 april 1965

Het is wat laat eigenlijk om over Pasen te praten, want het feest is voorbij. Maar het is eigenlijk met het Paasfeest net als met menige roman, daar waar het pas werkelijk begint daar houden de boeken, en in dit geval dus de openbaringen, praktisch op. Wanneer wij denken aan een herrezen Jezus, dan kunnen we natuurlijk, als goede christenen, dit zonder meer aanvaarden en voorbijgaan aan al datgene wat de geschiedenis ons leert in verband met juist deze herrijzenisverhalen en al wat erbij hoort.

Ik wil dit niet doen. Allereerst wil ik stellen dat Jezus leven, lijden en dood, evenals zijn herrijzenis, een typisch voorbeeld is van de zg. inwijdingsmythen en inwijdingslegenden die wij bij vele andere volkeren ook aantreffen, bv. Osiris, de Odysseus legende, we kunnen ons bezighouden met elk oud of nieuw inwijdingprincipe en steeds weer vinden we daarin hetzelfde eigenaardige beeld. Er is een streven ten goede, vaak door bovennatuurlijke krachten door leringen of mentors gesteund. Dit voert tot een conflict met het kwaad of het boze. Het boze overwint, maar de overwinning is niet blijvend want, nadat deze overwinning menselijk gezien volledig was, zien wij een opstanding een herrijzenis een terugkeer uit de onderwereld en wat dies meer zij. Er begint een nieuw leven dat echter een totaal ander karakter heeft en waarbij wij eigenlijk niet eens mogen spreken over het herrijzen van dezelfde persoonlijkheid in de stoffelijke zin van het woord. Dat dit door zo weinigen eigenlijk met nadruk wordt vermeld, is te begrijpen. Wanneer wij Jezus lijden, Jezus dood en opstanding willen beschouwen als een inwijdingsverhaal dan betekent dit voor ons dat wij dezelfde weg moeten gaan. Wanneer we Jezus daarentegen beschouwen als een uitzonderingsgeval en zijn historie niet willen beschouwen als een mysterie maar alleen als een doodgewoon gebeuren waarbij God ingrijpt, een mirakel dan kunnen wij er ons van afmaken met erop te wijzen dat Jezus is opgestaan uit de dood.

Ik zou dit punt niet hebben aangesneden, wanneer er in het menselijk leven en ook in het bestaan van deze wereld, niet zoveel gelijksoortige cycli voorkomen en wij juist daardoor een buitengewoon groot belang hebben bij het verhaal van die verrijzenis, want daarin wordt ons duidelijk gemaakt wat er eigenlijk kan gebeuren en ook een tikje van het waarom wordt ons toegelicht. Ik wil nu allereerst de mens noemen. Een mens wijdt zich geheel aan een taak, aan een geloof, aan een plicht.

Dat lijkt normaal en wij zouden willen zeggen, hier moet God een loon voor geven. Maar dat gebeurt niet. Zoals Jezus zijn hele leven wijdt aan de mensen en terwijl hij misschien in de ogen van de mensen nog aan belangrijkheid gewint, zelf reeds voelt dat de zaak aftakelt. Palmenzondag. Een mens aan wie eisen worden gesteld, waar hij niet kan op ingaan zonder zichzelf zijn taak zijn ziel a.h.w. te verloochenen. Dat is de bekende eis aan Jezus op die Palmzondag gesteld, dat hij de werkelijke lijfelijke koning der Joden zou worden.

Wij zien dan hoe het eigenlijk rustig wordt rond Jezus. Het is een tijd die je eigenlijk een tijd van smartelijke verveling kunt noemen. Dit gaat verder met het avondmaal waarop Jezus verraden wordt door een van zijn leerlingen. De eigenaardige figuur Judas. Wij zien dat het nog stiller wordt en wanneer Jezus in de hof van Olijven een nachtwake heeft, dan komt er zelfs niemand die met hem wil waken, of ze willen het wel en ze slapen in. Het is niet belangrijk. Het isolement is bijna volmaakt en wanneer Jezus dan na een laatste opleving van de trouw van zijn leerlingen wordt gebracht naar Herodes  en ook moet vertoeven dus in de kelders van het huis van Pilatus dan kunnen we wel zeggen dat er helemaal niets meer is. Voor het Sanhedrin spreekt Jezus alleen één enkel woord: “gij zegt het”. Hij wijst alle aansprakelijkheid voor de stellingen die naar voren zijn gebracht in dit godsdienstig gerecht terug. Maar hij is geïsoleerd, hij verdedigt zich niet, hij kan zich niet eens meer verdedigen. Bij Herodes zwijgt bij. Aan de geselpaal zwijgt hij. Bij Pilatus zwijgt hij . Het is eigenaardig dat dit isolement pas weer verbroken wordt in de kruisgang zelf. In die kruisgang vinden wij verschillende contacten met zijn moeder, met de wenende vrouwen, Veronica, Simon de kruisdrager (de Sirener) en pas eigenlijk aan het kruis, waar je dat isolement op zijn sterkst zou verwachten wordt het even weer verbroken. De bekende kruiswoorden, de woorden tot Johannes en Maria, al wat erbij hoort. En daarna de dood, zwijgen als een graf. Een mens die werkelijk het goede nastreeft zal juist doordat hij tracht goed te zijn eveneens vijanden vergaren. En wanneer het ogenblik komt dat hij het dichtst staat bij zijn eigen bereiking, bij de verwezenlijking van datgene waarvoor hij eigenlijk leeft, is hij het armst, het meest verlaten, en blijft hem weinig over. In dat isolement wordt hij dan nog vaak door degenen die hij vertrouwde, die hij toch meende te mogen zien als zijn medewerkers, verraden, terzijde gesteld, verlaten.

In zijn zwaarste uren is een mens alleen. Men ziet zelfs zijn beste, zijn trouwste, sterkste voorstanders, als een Petrus hem verraden. Eenzaamheid is een kenteken van bereiking en de meeste mensen begrijpen dit niet. Zij denken dat het loon voor hun werken onmiddellijk moet worden gegeven. En dat brengt heel veel mensen, ook in deze dagen, ertoe een begin van bewustwording van inwijding terzijde te stellen. Zij zeggen het voert tot niets. Maar Jezus weg voerde toen ook tot niets. Misschien denkt men, maar ja Jezus was iets bijzonders. Anders dan ik, dat kan waar zijn maar in de ogen van zijn medemensen was bij een doodgewoon burger. En dat hij een heel doodgewoon mannetje was in de ogen van de meesten, kunnen we wel zien uit het feit dat er historisch niets over hem is vastgelegd. Pas wanneer het vele jaren later gaat over de Christenen is er een historicus, eentje die zegt “ja want deze mensen ontlenen hun leerstellingen aan een zekere Jezus uit Nazareth, die als misdadiger gekruisigd werd”. Dat is de enige referentie aan Jezus. Al het andere is lectuur van zijn volgelingen en meestal ook veel later gepubliceerd.

Dus denk niet dat je iets bijzonders bent, en misschien heeft Jezus zichzelf niet eens als iets bijzonders gezien. Ook hier zou je dus kunnen zeggen, zou de mens Jezus moeten opmerken: “ja wat heb ik eraan”. In het begin heeft hij de verleidingen weerstaan, de beproevingen in de woestijn waarvan we lezen, heel waarschijnlijk erg symbolisch uitgedrukt, maar dan blijft het erbij. Daarna krijgt hij geen loon naar werken. Hij krijgt niet de liefde en de genegenheid die hij zou kunnen verwachten. Wel doet iedereen een beroep op hem, wel probeert iedereen misbruik van hem te maken, wel verwacht iedereen van hem bevrijding, verlossing, inzicht. Maar hoe weinigen zijn er die hem de liefde geven en het begrip waaraan toch ook hij, als mens. behoefte heeft.

Ik geloof dat het goed is daaraan te denken wanneer je in een menselijk leven deze toestanden meemaakt, en denk niet dat het voorbij is wanneer je dat isolement, dit verliezen van alles ondergaat. Dan komt nog de dood, je moet veranderen, je moet herboren worden. Dat is inwijding, zoals we dat zeggen. Maar het is meer, het is ook beantwoorden aan Jezus zelf die tot zijn leerlingen, en niet tot iemand anders zegt: “Ik ben u de weg, de weg, de waarheid en het leven”. We kunnen nu wel denken dat hij dat tegen de wereld zegt maar hij zei het tot zijn leerlingen. Wij kunnen dat interpreteren. Maar Jezus is in zijn wezen, zijn leven, zijn consequent zijn, de weg. Maar alleen voor hen die zijn weg volgen, die hem kunnen aanvaarden, volgen, geloven. Zonder uitzondering even consequent als hijzelf.

U zult zeggen wat hebben we met deze voorgeschiedenis te maken wanneer we een nabeschouwing houden over Pasen. In de eerste plaats was de dood van Jezus, het lijden van Jezus noodzakelijk omdat zonder dit de verrijzenis geen zin zou gehad hebben, en ook niet bestaan zou hebben. Denk verder niet dat die Jezus onmiddellijk na zijn dood glorieus is opgerezen, met jubelende engelen om dan uiteindelijk welwillend terug te keren. Hij daalde af ter helle, maar dat betekent dat hij vanuit het lichamelijk duister, dat zijn lijden bracht, door het geestelijk duister heenging, en dat hij terugkeerde tot de lichamelijke wereld en bij zijn contact met Maria Magdalena nog moet zeggen: “raak mij niet aan want ik moet nog ingaan tot de Vader”. M.a.w. ik ben nog niet, zo menselijk, ik ben nog niet met God direct verbonden geweest, het is nog geen tijd om deel te nemen aan het leven. En ik geloof toch, al is dit een interpretatie, zeker geen al te boute is.

Stel verder wanneer een mens dus door alle duister is gegaan, wanneer hij tot de calvarieberg is gegaan, dan zal hij nog verder moeten gaan. Golgotha is niet de eindfase van het duister, van het isolement, dan komt er de tijd waarin je jezelf in het duister, in het eenzame hervindt, geconfronteerd wordt met jezelf. Pas van daaruit kun je opstijgen.

Misschien dat dit alles voor een enkeling gemakkelijk te begrijpen is, maar we hebben niet alleen met enkelingen te doen. De mensheid als geheel, mogen we ook beschouwen als een entiteit. Een entiteit uit steeds wisselende bestanddelen samengesteld misschien en toch een wezen dat we in deze zin als een soort eenheid mogen beschouwen. En dan is het misschien wel aardig om erop te wijzen dat drie grote oorlogen de wereld reeds geteisterd hebben. Drie maal viel Jezus onder het kruis. Misschien is het een toevalligheid. 1870 was toen wel geen officiële wereldoorlog, maar zag er toch heel erg naar uit, 1914 en 1940. Drie maal heeft de mensheid haar onmacht moeten zien tegenover haar zelfgeschapen stoffelijke noodzaken en begeerten.

Drie maal is men gevallen en nu staat de wereld voor de vraag: wat moet ik verder doen. Zij kan natuurlijk zelfs nu nog proberen om er beter van te worden. En ik geloof dat als Jezus openlijk had gezegd, ik ben geen Messias, ik ben maar een eenvoudig oplichtertje uit Nazareth, dat iedereen had gezegd: laat hem dan maar vrij. Wij kunnen ook nu zeggen, wij kunnen het met onze materiële begeerten nog voortzetten, wij willen niet een begrip van vrijheid, van rechtvaardigheid, sociaal of anderszins, wij willen geen begrip van mensenliefde en verbondenheid, wij willen alleen ons eigen welzijn. Maar als die mensheid dan dat zegt dan zal zij misschien het calvarie van een totale sociale omwenteling kunnen ontgaan. Maar zij zal daarmede zichzelf vernietigen, zij zal vervallen tot decadentie. Zij zal de middelen die zij nu begeert zozeer gaan begeren, dat zij zichzelf vernietigd om deze te kunnen behouden.

Voor de mensheid kan ook steeds weer een inwijdingsgeschiedenis plaats vinden. En die inwijdingsgeschiedenis is er nooit een van de miraculeuze ommekeer. Het is niet zo dat nu de eerste beproevingen van dit jaar voorbij zijn en de volgende periode van dit jaar ook nog wel gunstig zal aflopen dat de mensheid kan zeggen, we gaan erbij zitten, het is voorbij. Zij zal dan in elk van de individuen die er deel van uitmaakt, veel verliezen ondanks alles. En zij zal zeker een periode kennen van een stilstand, van zelfbespiegeling voordat zij herrijzen kan. Zij zal eerst moeten herrijzen uit haar eigen materialisme en al wat ermee verbonden is, voor zij kan overgaan tot een waar contact met God. Pas daarna en nimmer voordien, kunnen wij ons een herboren mensheid voorstellen. Als de mensheid van vandaag meer en beter moet worden dan ze nu is, dan kan dat alleen doordat deze mensheid gaat tot Golgotha, tot zij al haar nu geheiligde en bestaande samenhangen – en niet zonder pijn -, verliest, tot zij in mensenliefde tot het laatste ogenblik als het ware begrip hebbend voor alle anderen, zeggen moet: “Nu weet ik het niet meer, ik ben volkomen radeloos”. “Geen wetenschap, geen politiek, zelfs geen godsdienst kan mij hier een uitkomst bieden”. Dan pas zal ze zichzelf zien, niet alleen de schimmen die ze voor zichzelf oproept, en dan pas kan zij herrijzen uit de jaren van verwarring en duister.

U ziet dat ik deze nabeschouwing over het Paasfeest niet alleen maar hou omdat het nu eenmaal gebruikelijk is een religieus onderwerp rond de feestdagen te behandelen. Ik zie in dit Paasfeest niet alleen maar de Verlosser van eens. Ik zie in zijn geschiedenis, zijn belevingen, een beeld van datgene wat van de mens en de mensheid geëist wordt. Ik zie in deze dingen en in niets ander de mogelijkheid tot overwinning tot vooruitgang. Wij zitten hier tezamen en we kunnen zeggen, ach we doen ons best. Maar laten we niet vergeten dat Judas ook zijn best heeft gedaan. Judas hield de beurs van de Meester en heeft dat jarenlang gedaan. Judas deed alles om die beurs te spekken, om te zorgen dat zijn Meester het goed had . Judas, vereerde Jezus boven alles. Maar toen Jezus niet de vorst wilde worden, toen ging hij zich afvragen of het niet beter was om deze Jezus. deze zoon Gods, deze mens-God op de proef te stellen. Wij kunnen dat verraad nu wel zien als iets erg lelijks en Judas als een door de duivel gedrevene. Maar ik geloof niet dat dit redelijk is. In de eerste plaats zou God dan erg onrechtvaardig zijn, in de tweede plaats zou zo iemand het geen jarenlang bij een meester als Jezus hebben uitgehouden. Daarom zeg ik: hij wilde resultaten en onmiddellijke resultaten en daarom nam hij het risico om Jezus aan te brengen om hem te verkopen, dat geld heeft hij alleen maar aangenomen om het ergens te beleggen in een stukje grond waarop later de meester en zijn leerlingen een kleine akker zouden hebben waar ze zich desnoods neer konden zetten als ze dit wensten, een soort rustoord. Maar Judas wilde directe resultaten, hij had niet het geduld om een lijdensweg te gaan. Hij meende dat het al mooi genoeg was geweest met zijn dienstbaarheid alleen. En het was deze Judas die, zoals het zo mooi staat geschreven, heenging en zich verhing.

Dat is een van de ergste dingen die een mens kan overkomen. Dicht bij het paradijs staan, dicht bij de vervulling van je leven, vlak bij de bereiking en dan geen geduld hebben en dan zeggen: “nou ja nu zal ik het forceren”. en dan in dat forceren mislukken. Dan denk je dat het allemaal jouw schuld is. Dan voel je je aansprakelijk voor die mislukkingen, dan ga je je aansprakelijk voelen voor die anderen die in die mislukking delen. Judas heeft zich niet alleen verhangen omdat hij Jezus verraden had, hij heeft ongetwijfeld zich ook verhangen omdat hij meende dat al het goede, dat in de leerlingen bestond, eveneens teniet was gedaan. Judas ging zijn eigen weg naar de schedelplaats. Ook al heette die dan de pottenbakkersakker. Judas stierf in eenzaamheid door zijn eigen hand, zelfmoordenaar. Voor de meeste mensen houdt dat in dat hij gedoemd is. Maar Jezus had zich aan de dood kunnen onttrekken, zoals vele later heilig verklaarde martelaren ook; die hebben ook in feite zelfmoord gepleegd, laten we dat niet vergeten. Hier is een noodlotspel aan de gang en wie zal ons zeggen dat ook een Judas niet herrijst. Al is het alleen maar gelouterd van zijn ongeduld.

De mensheid van vandaag is ongeduldig. We hebben geen tijd om te wachten tot morgen om een betere wereld te scheppen, het moet vandaag. En als die wereld dan niet voor iedereen kan bestaan, dan voor ons. Wij hebben geen tijd. Als we de mensheid in de wereld bekijken hebben de mensen geen tijd om te wachten tot langs de normale weg, de geleidelijkheid, datgene wat zij voorstaan, wat zo goed is, zijn plaats in de wereld voor goed gevestigd heeft. Ze willen het vandaag de dag. En dan gaan ze dingen doen die op het eerste gezicht zo dwaas niet zijn. Ze gaan bv. als een Maarten Luther King overal oproer kraaien. Het is goed bedoeld, edel, maar ze scheppen gelijktijdig een kloof tussen de mensen. Het is de Judas die de kloof schept tussen de Christenen en de anderen, juist door zijn verraad. Tot het ogenblik van dat verraad hebben de priesters niets te zeggen. Op het ogenblik van dat verraad kunnen ze zeggen, een van zijn leerlingen zelf heeft het bedrog doorzien. En dan valt de massa ook af. Luther King predikt de gelijkheid en met een geweldloosheid offert hij, zoals Judas eens zijn meester heeft geofferd en in zekere zin zichzelf, mensen op aan zijn idealen, maar dat moet vandaag bereikt worden. Dat kan niet bereikt worden.

Jezus was machtig door de invloed die bij had op het volk. Indien Judas zich niet tegen hem had gekeerd, had het volk Jezus beschermd. Judas meende dat Jezus zo machtig was dat hij het volk tegen de priesters en tegen de Romeinen zou kunnen richten en omdat dat niet waar kon worden heeft hij zich verhangen, daarom is zijn leven mislukt.

Men wil overal de dag vandaag onmiddellijk resultaat. We willen niet geleidelijk komen tot een andere samenleving. Vandaag, al is het alleen voor onze groep, moeten onze rechten er zijn. Vandaag al is het ook alleen maar voor ons land moet de politieke situatie veranderen, moet de economie veranderen. Vandaag moet de godsdienst gewijzigd worden, vandaag, nu, al zou ze eraan ten gronde gaan.

Dat is iets om over na te denken. Wanneer we teveel opeens eisen van de wereld, van anderen, wanneer we te weinig bereidheid hebben om onze eigen vaak duister schijnende weg te gaan, dan zal er een ogenblik zijn dat onze wereld ineenvalt als die van Judas. U zult kunnen zeggen dat dit alles alleen maar een spel is met woorden en symboliek. Maar laten we dan de feiten van vandaag nog eens bekijken.

Er zijn heel wat rampen gebeurd in de laatste tijd. Maar de grootste rampen zijn niet bekend geworden. Ze komen zo nu en dan tot uiting. De mensheid moet blijven prijsgeven, blijven lijden, de mindere blijven tegenover anderen al vindt hij het nog zo vervelend, nog zo beroerd of zij zal aan haar haast ten onder gaan. Dat zijn pessimistische, waarschuwende woorden misschien, maar gelukkig is de mensheid niet alleen van deze openlijkheden, dit meer openlijk bestel, afhankelijk. De mensheid is opgebouwd uit mensen en wanneer voldoende mensen de inwijdingsweg kunnen gaan tot het einde zal de mensheid als geheel zich daaraan niet ontrekken. Het is niet zo dat de grote heren een oorlog of een verandering of een wijziging kunnen vaststellen en dat het dan daarmee uit is. Het zijn de mensen op de achtergrond die hier een rol spelen. Als de mensen geduld kunnen hebben wanneer ze getrouw kunnen blijven aan hun principes, aan hun ideaal, zonder het vandaag waar te willen zien, wanneer zij het leven een beetje kunnen bekijken op een minder materialistische grondslag, dan is er volgens mij wel degelijk een grote mogelijkheid dat de mensheid als geheel een inwijdingsgang gaat en dit betekent chaos zeker, maar ook herrijzenis, vernieuwing.

Het is gemakkelijk om te zeggen, nu ja dan is het afgedaan, de ene periode is voorbij en de andere begint. Maar in feite is het allemaal een kwestie van Pasen. Met Pasen is het paasei nogal een geliefd symbool. Het ei wordt kuiken, het kuiken wordt kip en wanneer de kip op een verstandige manier leeft dan komt eruit een edeler, een beter ei. Uit dat ei komt weer een beter kuiken, een betere kip enz. Dit is een cyclus. Zo is het met de mensheid. Een mensheid gaat ten onder, een cultuur een beschaving gaat ten onder. Maar die ondergang is niet alles. Zij is gelijktijdig het begin van het nieuwe dat afhankelijk is van het oude.

U heeft misschien weleens gehoord van de opgravingen van Troye en hoe men daar eigenlijk vele steden op elkaar vond. Elke keer was een oude stad ten onder gegaan, verbrand misschien, en daarop was een andere stad beter of minder goed herrezen. En boven daarop stond ergens een klein dorp, dat de moeite niet meer waard was, maar onder Troye lagen ook dorpen, er was een hoogtepunt geweest. Zo kunt u zich de geschiedenis van de mensheid voorstellen. Als geheel gaat zij fase na fase verder. Het oude is afgedaan maar het vormt de basis van het nieuwe, dat is herrijzenis. Jezus die op aarde leeft, is niet dezelfde Jezus die verheerlijkt herrijst. De Jezus die omgeven door geheimzinnigheid, bij het binnentreden in gesloten lokalen zijn wonden laat voelen aan Thomas, die opduikt op de meest onverwachte momenten en waarvan je eigenlijk niet weet waar hij de rest van de tijd blijft. Het is een heel ander wezen. Deze Jezus is ook niet meer de leraar die de volksmenigte toespreekt, het is de geheimzinnige factor die soms voor de leerlingen een ogenblik opduikt en weer verdwijnt. Een eigenaardige figuur. Helemaal niet meer de Jezus van voorheen, maar wel een Jezus die niet had kunnen bestaan zonder het leven en het lijden van die eerste Jezus. Dat is wat ik wil betogen vandaag.

Wij hebben allen de mogelijkheid om terug te zien op het verleden van ons eigen leven en zelfs van de wereld tot op zeker hoogte althans. Als we terugzien komen we telkenmale weer aan een beslissende dag en dan ontdekken we dat het niet zo gemakkelijk is geweest. Op het ogenblik zien we als normaal hetgeen gebeurd is, maar als we het nog eens proberen na te denken over die eerste beslissing, laten we zeggen bv. de eerste beslissing van het huwelijk, of de eerste beslissing van zelfstandig worden, zakendoen, de beslissing van een geestelijke weg aanvaarden en volgen en zo meer, dan kom je tot de conclusie dat het eigenlijk elke keer een soort kruiswegje in het klein is. En omdat je dat in het verleden kunt beseffen kun je ook begrijpen hoe het geheel van je leven moet zijn. Want Jezus heeft het ook niet gemakkelijk. Ook zijn weg is voortdurend met vijandschap en soms met mislukkingen bezaaid. Ik wil niet alleen spreken over Lazarus die dood was toen de meester kwam om hem te genezen, en die wel uit de dood werd opgewekt, maar eerst nadat er tranen om hem gestort werden. Maar ik wil wijzen op de strijd die Jezus elk ogenblik heeft, de strijd die hij met zichzelf en met de mensen heeft wanneer hij de wisselaars de tempel uitslaat. De moeilijkheden die hij heeft wanneer hij een politiek steekspel moet voeren. Die Jezus heeft elke keer die kleine teleurstellingen, ja zelfs het ogenblik dat hij de leprozen geneest en waar van de 9, 1 terugkomt om hem te bedanken. En zoals dat leven is opgebouwd, is uw eigen leven opgebouwd.

De een heeft wat meer mislukkingen, de ander wat minder. De een heeft het wat geleidelijker, de ander wat minder. Maar iedereen kent diezelfde momenten. En iedereen zal uiteindelijk moeten komen tot dood en herrijzenis. Geestelijk gezien kan dat natuurlijk eeuwig duren. Je hebt al de tijd. Stoffelijk gezien kan tijdens het voortbestaan van een en hetzelfde voertuig de geest a.h.w. zich vernieuwen, kan er sprake zijn van een lijden waardoor een soort herrijzenis, een vernieuwing ontstaat. En het kan zo zijn dat pas de dood de eindfase is van het stoffelijk leven en de vernieuwing en de herrijzenis in de sferen plaats vindt.

Hoe het echter ook gaat met u persoonlijk, zonder die herrijzenis komt u er niet. Zonder die vernieuwing is geen bestaan en geen leven mogelijk. Ik hoop u althans daarvan overtuig te hebben.

Wanneer wij het Paasfeest alleen maar zien als een jaarlijks gebeuren of als een herdenking van Jezus overwinning, falen we. Wanneer wij menen dat dit alles in het verleden is, of dat we zoals sommigen dat zo mooi uitdrukken, zijn vrijgekocht met het kostbaar bloed van Jezus, falen we. Er is veel voor nodig om te beantwoorden aan datgene wat de meester van zijn leerlingen heeft gevraagd. Er is zeer veel voor nodig om te komen tot het besef van die noodzakelijkheden, te komen tot een begrip van de werkelijkheid. Wij slagen eerst dan, wanneer wij beseffen dat wij de weg moeten afleggen. En dat niemand het voor ons doet. Wij voorkomen ons falen eerst dan wanneer wij beseffen dat niet het ogenblikkelijk resultaat, het ogenblikkelijk gevolg maar de ontwikkeling in ons en daardoor rond ons belangrijk is.

En wanneer u meent dat ik hier overdrijf laat me u dan een vb. geven. Jezus sterft, wanneer we de legende aannemen in het jaar 33 na zijn geboorte. Het is bijna 200 jaar later wanneer het christendom een werkelijke macht wordt. Het is bijna 400 jaar later voordat dit christendom een maatschappelijke vorm kan gaan worden. Het is bijna 1000 jaar later voor dit christendom werkelijk de wereld gaat beroeren ook buiten de eigen omgeving van Jezus en enkele centra in Rome en Griekenland. Het is 2000 jaar later voor de mens aarzelend en beschroomd gaat beseffen dat christendom betekent: “dienstbaarheid” en niet het gezag of het verbeteren of bekeren van anderen. Zolang kan dat duren. Wat zich vandaag de dag afspeelt wordt ook niet onmiddellijk bevestigd.

Het is ook niet onze taak om nu iets onmiddellijks waar te maken. Het is onze taak nu het zaad uit te werpen voor de toekomst. Het is onze taak om nu, langs ons innerlijk begrip ons eigen besef van juistheid, en alleen aan de hand daarvan en aan niets anders, de weg te vinden tot wat je noemt het Koninkrijk Gods. het innerlijk contact met de Goddelijke Kracht en vandaar naar Golgotha en de hergeboorte, de herrijzenis, de vernieuwing die werkelijkheid is geworden. Dat we dan totaal andere wezens zullen zijn, doet niets ter zake. Het gaat erom dat wij zonder haast en overhaasting. zonder eisen, zoals Judas ze stelde, komen tot de rust die nodig is om God in ons te beseffen. Komen tot een levenshouding die de juiste is, binnen de mensheid. Dat wij in die mensheid zo de invloed van licht kunnen zijn als geest of stofmens, om die mensheid als geheel de schroom te doen overwinnen en die schreden te laten doen waarvoor zelfs Jezus geaarzeld heeft. Indien het Uw Wil is Vader dat deze kelk aan mij voorbij gaat, doch niet mijn wil maar Uw Wil geschiedde. Ook weer uit overleveringswoorden, waarvan het bestaan een beetje eigenaardig aandoet omdat niemand het gehoord kan hebbent volgens het evangelieverhaal, maar woorden die passen, woorden die de situatie toch wel heel goed omschrijven. Er komt een ogenblik dat we het aan God moeten overlaten, dat wij het niet meer kunnen doen. Er komt een ogenblik dat je machteloos bent en geketend en gekluisterd. zoals Jezus, en dat je misschien je van die kluisters vrij kunt maken en dat je moet zeggen tegen jezelf: “ik mag niet”.

Er zijn ogenblikken dat je misschien die wereld, in een korte tijd, aanmerkelijk zou kunnen verbeteren, maar dat dat werk geen betekenis zou hebben omdat het zou instorten. Dat je daarom in plaats van vorst te zijn, misdadiger aan een kruis moet worden. Het klinkt allemaal misschien een beetje overdreven maar dat zijn de feiten. Dat zijn de feiten van de kosmos, feiten van het leven, dat zijn de feiten van uw werkelijk bestaan, dat zijn de feiten van uw wereld. Dit zijn de krachten van de hedendaagse vernieuwing en alle proeven en beproevingen die daarmede gepaard gaan. En nu kunnen we elkaar misschien goed begrijpen wanneer ik u zeg: Omdat in de eeuwigheid het volmaakte beeld bestaat, omdat elke mogelijkheid en al het denkbare in die eeuwigheid gerealiseerd is, kun je eeuwig dwalen en dolen en zal zelfs de volmaaktheid van de schepping daardoor niet veranderd of geschaafd zijn. Er is geen noodlot dat u voert langs de u bestemde wegen. Er is voortdurend de keuze, vooral de innerlijk keuze, die bepaald wat voor u waar is, bepaalt wat uw aandeel is. De vernieuwing en de inwijding zijn niet een verandering zozeer als een achterlaten. Jezus laat zijn bestaan als stoffelijk leraar achter op het ogenblik dat hij, herrezen uit het graf, spreekt met de vreemdelingen, binnengaat bij de leerlingen, optreedt als een eigenaardige vurige schim die de vissers lokt van het meer van Tiberias. Deze Jezus is een ander. Wij moeten een ander worden. Jezus die op aarde leeft, is echt. Hij is een van de vele mogelijkheden. De Jezus die na de dood opstaat en leeft, is een van de vele mogelijkheden. Maar de volmaakte liefdekracht Gods die gestalte krijgt in zijn wezen, die zelfs boven zijn vorm die nu nog in de sferen kenbaar is, de eeuwige werkelijkheid vormt, is altijd geweest. Hij keerde daartoe terug langs de kortste weg. En gaat vandaar uit naar zijn eigen wil naar de vele mogelijkheden die bestaan. Wij zijn zover nog niet. Maar ook wij zullen moeten beantwoorden aan het Goddelijk ideaal, de Goddelijke gedachte, het denkbeeld van de “mens” die God heeft geschapen. De oervorm die de directe weerspiegeling is van zijn kracht en denken.

Wanneer we dat doen hebben we ons doel bereikt; hebben we alle dingen vervuld. Nu is het onze taak om tenminste niet verder af te wijken van dit ideaal in ons eigen leven en voorstellingsvermogen, dat is het belangrijkst. Het is gemakkelijker mensen op te roepen om de wereld te verbeteren, dan om mensen zich bewust te doen worden van het feit dat zij aan een ideaal in zichzelf moeten beantwoorden. Maar toch blijft het een zekerheid dat niemand waarlijk de wereld kan verbeteren. Op het gevaar af dat u mij pessimistisch noemt, zou ik u er even willen aan herinneren dat de vormen, de beschaving, de cultuur veranderd zijn, maar dat de mensen nog net zulke verscheurende dieren zijn ten opzichte van elkaar als vroeger, wanneer het erop aankomt. De wreedheden van de laatste oorlogen zijn niet meer of minder dan bv. in de Punische oorlogen. De haat, de angst, het geweld van mensen in paniek is heus niet veel groter bij onwillige slaven die elkaar in de arena’s moesten bevechten en de mensen die zich hier moeten redden uit een brandend stadion of weg moeten vluchten voor een ramp. De mens is niet veranderd, de vorm. We kunnen niet zeggen dat de wereld verbeterd is, wanneer we kijken naar de mens. We kunnen alleen zeggen, dat steeds meer mensen een inwijding kunnen ondergaan, een bereiking voor zich verwerven, waardoor zij boven deze dierlijke mensheid komen te staan die nog steeds het kenteken is van uw wereld.

Persoonlijk geloof ik dat uw wereld, wanneer zij ook maar even goed gericht is en even goed kiest, een dergelijke omvorming van de mensheid als geheel kan doormaken. Het is eens zover geweest. Eens in de dagen van het fabelachtige Atlantis. Het is weer zover. Een cyclus is voleind, een ras gaat zijn laatste fase tegemoet voor het plaats moet maken voor een volgend ras. Nu zal moeten blijken of men in staat is deel te hebben aan wat men “de verlossing” noemt. Of men in staat is liefde te stellen boven al het andere. Of men bereid is liefde en dienstbaarheid tegenover de totale mensheid te zien als iets belangrijk in eigen leven. Of men bereid is en in staat is eenzaamheid, bespotting, verachting, lijden en zelfs dood te trotseren en trouw te blijven aan wat men in zichzelf als de waarheid heeft gevonden.

Het zijn geen geringe eisen die worden gesteld, dat weet ik. En toch geloof ik dat er in de mensen van deze dagen grootheid genoeg schuilt om daaraan te beantwoorden. Om te zeggen: ik houd mij eraan dit te volbrengen, wat het mij ook kost. Ik geloof in de mensheid van vandaag, niet in de wereld van vandaag zoals ik geloof in Jezus de lichtende, die drager van een onmetelijke Goddelijke liefde voor en na zijn dood en toch niet geloofd in het afgodsbeeld dat men van Hem gemaakt heeft, dat wat de wereld van hem kent en ziet. Het is dit geloof dat mij de zekerheid schept, hoezeer ik ook misschien als geest zal moeten offeren en lijden, dat ik die mensheid zal zien herrijzen, dat ik haar zal zien gaan, zoals zo mooi staat in een van de psalmen, door het duistere dal van de schaduwen des doods, zonder te vrezen. Ik geloof niet dat daarmee mijn paasboodschap helemaal klaar is. De nabeschouwing van het Paasfeest daarmede werkelijk afgedaan is. Er hoort nog iets bij.

De herrezen Jezus en zelfs de stervende Jezus, kennen vreugde, ze kennen een grootheid en een zelfvergetelheid die onwerkelijk aandoet. Ik geloof dat ook wij, geest en stof, vreugde moeten kennen. Neem me niet kwalijk dat ik eventjes afdool en terugdenk aan Jezus die gaat met zijn volgelingen door het land en dat ik hem woorden in de mond leg die niet zo, dichterlijk mooi zijn als het in de evangeliën staat. Jezus zegt, “kijk zie je daar die bloemen, ze voeren niets uit, de hele dag niet, je zou eigenlijk kunnen zeggen, het zijn parasieten ze groeien alleen maar en toch zijn zij schoner gekleed dan Salomo in zijn heerlijkheid”. God kijkt  niet naar wat je presteert volgens menselijke normen, hij kijkt ernaar hoezeer je je bestaan vervult. Jezus die deel heeft aan een bruiloft in Kana op een bijna fantastische manier. Die als ze zeggen “Heer de wijn is op”,niet zegt: “nu ja dat is maar goed ook jullie dronkenlappen, jullie moeten tot bezinning komen”, maar die zorgt dat er wijn komt dat het feestvieren verder gaat. Maar is het geen feit dat die Jezus zich eigenlijk van niemand iets aantrekt; die een zekere vreugde heeft in een gesprek met die zo zondige Samaritaanse vrouw aan de bron, want zij was vele malen, gehuwd geweest. Jezus die heel rustig, zich verheugen kan in het feit dat Maria naar hem luistert, terwijl Martha de zuster zich dood loopt te draven en die het niet eens belangrijk vindt dat Maria ook eens aanpakt. Jezus die eigenlijk zo doodnuchter zo normaal is weet u. Jezus die het leven heus niet met een lijdend gezicht doortrekt. Die in elke dag weer vreugde vindt.

Ik geloof vrienden om mijn Paasboodschap te beëindigen daarop ook de nadruk te moeten leggen. Jezus was een vreugdig mens en als hij de smart van zijn sterven overwint, dan is hij nog steeds ergens een vreugdig mens. Want is er geen groot vertrouwen, geen innerlijke vreugde en zekerheid bv. in zijn antwoord aan de moordenaar: “Voorwaar, voorwaar ik zeg u nog heden zult gij met mij zijn in het paradijs”. Dat is toch helemaal niet het teneergeslagen zijn van iemand die sterft en toch weet hij heel goed dat er duisternis komt, toch blijft hij in die vreude. Ik geloof dat dat een van die dingen is die we in deze dagen weleens over het hoofd zien. Het is gemakkelijk om pessimistisch te zijn over al wat er gebeurt. Het is heel gemakkelijk om te zeggen dat de wereld zo slecht is en dat we zo hard moeten werken. Het is waar, maar wij moeten ook die wereld kunnen aanvaarden in vreugde. We moeten blij kunnen zijn met het kleine. We moeten de kracht vinden voor de beproeving die we steeds weer moeten ondergaan in de vreugde voor elke dag.

Daarom geloof ik dat het niet kompleet is dit betoog zonder daaraan nog toe te voegen: De weg naar Het Koninkrijk Gods is misschien een moeilijke, maar is een vreugdige weg. Slechts hij die uit de kleine vreugden zich de kracht voor de grote ontwikkelingen en daad kan putten, bereikt. Wees vrolijk verheug u, wees blij. Niet omdat het Pasen of Pinksteren is, maar omdat je leeft. Omdat tussen het vele dat moeilijk is, altijd weer een kleine vreugde ligt. Dat is de kracht die Jezus in staat stelt zijn weg te gaan, via de schedelplaats en door het graf naar een verheerlijking. Dat is de kracht die de mensen van heden in staat kan stellen, door al hun moeilijkheden heen, de weg te vinden naar een werkelijke bereiking, een werkelijk beantwoorden aan het beeld dat God schiep, als zijn denkbeeld van de ware mens.

Ik dank u voor uw aandacht en ik hoop dat deze aandacht niet alleen blijft stilstaan bij mijn woorden, maar verder grijpt naar uw eigen leven en problemen, opdat u de kracht moogt vinden in uzelf de zware weg tot het licht volledig te gaan en niet uzelf en het edele, wat ge in u kent, te verloochenen door uw eisen en uw haast als eens de beklagenswaardige Judas heeft gedaan.