Percentages

uit de cursus ‘Voorspellingen‘ (hoofdstuk 6) – maart 1980

Percentages

Het zal u duidelijk zijn dat men bij het doen van voorspellingen niet altijd gelijk zal hebben. Nu kun je op een bepaald terrein meer goed hebben dan op een ander. Dat is erg belangrijk, want daar kun je aardig wat mee doen. Je kunt gewoon intuïtief proberen iets vast te stellen. En kijk dan ook hoeveel keer je het goed hebt. Een voorbeeld.

U gaat met vakantie. U kent de hotels niet waar u zult logeren. Probeer elke dag dat u in een nieuw hotel komt van tevoren te zeggen wat er in uw hotelkamer zal zijn. Wat voor kleur sprei ligt er, wat voor lamp is er. Dat soort dingen. Dan gaat u dat controleren. Als u van de 10 voorzeggingen er 7 goed heeft dan zit u heel erg goed. U heeft 70 % gehaald, terwijl uw werkelijke kans gezien de veelheid van variatie en mogelijkheden waarschijnlijk ongeveer ligt bij 1 op 1000. U heeft dus ontzettend veel gepresteerd. Dan kunt u, uitgaande van een dergelijk bereikt resultaat op dat gebied, weten wat de mogelijkheid is van voorspelling.

Voorspellingen worden mede beïnvloed door allerlei factoren die eigenlijk in uzelf liggen; het zijn niet alleen de dingen van buitenaf. U kunt nu wel zeggen dat het allemaal inspiratie en berekening is, maar zelf heeft u ook kennis, subliminale kennis zoals dat heet. Deze kennis heeft u opgenomen van een radioprogramma waar u maar half naar geluisterd heeft, uit een krantenartikel waar u alleen overheen gekeken heeft, maar waarvan toch iets is blijven hangen. Al die dingen kunt u combineren.

Hoe verder u nu in de toekomst gaat, hoe groter het aantal onbekende factoren. Dat moet u goed onthouden. Dus hoe verder uw prognose in de toekomst ligt, hoe groter het onzekerheidselement is.

Dan is er nog iets anders. Als ik een prognose geef die over huis, tuin en keukenzaken gaat, dan is de kans dat ik gelijk heb veel groter dan als het gaat om iets buitengewoons. Als ik zeg: er komen dadelijk hier 5 voetballers met een toeter voorbij; dan is er 50 % kans dat het gebeurt. Maar als ik zeg dat hier over een uur een dame voorbij komt met een bloemetjes hoed waarop een pauwenveer staat, dan is mijn kans waarschijnlijk 1 op 20.000. Als prognose is dat veel belangrijker als dat uitkomt.

Een ander voorbeeld is wat voor weer zal het morgen zijn? Het zal geen mooi weer zijn. Er zullen een aantal regenbuien zijn, in de namiddag zal het iets opklaren. De temperatuur zal hoger zijn dan vandaag. Tegen de avond zullen er waarschijnlijk enkele hevige regenbuien vallen, vermoedelijk tegen het middernachtelijk uur. Nu ga ik even rekenen. Wat is de waarschijnlijkheid hiervan? De waarschijnlijkheid is 50. Weet u waarom? Omdat de door mij gegeven voorspelling strookt met de nu bestaande feiten. Er is dus een continuering van een situatie in het heden. Het is een continuering van een nu voornamelijk heersende windrichting die reeds is opgetreden, namelijk zuidwestelijk tot westelijk. Het is verder een uitgaan van datgene wat vandaag bekend is. Als ik daarin gelijk heb dan is dat helemaal geen bijzondere prestatie. Maar als ik datzelfde wil doen voor een dag over een maand, dan blijkt ineens dat mijn mogelijkheid om het goed te hebben slechts 1 op 100 is, omdat er teveel variabelen zijn.

Wanneer u zich bezighoudt met voorspellingen dan moet u begrijpen dat het waarschijnlijkheidspercentage een heel grote rol speelt in de betrouwbaarheid. Ik wil niet zeggen dat u geen prognose moet wagen. Op zichzelf is het stellen van een prognose niet zo moeilijk. Maar hoe verder het voorspelde resultaat van het heden af ligt, hoe groter de onzekerheidsfactor. Dat wil zeggen dat als u voorspellingen doet voor deze week en die komen allemaal uit, u ze niet met gelijke betrouwbaarheid kunt doen voor over een jaar. Het is erg belangrijk voor iemand, die zich met voorspellingen bezighoudt dat hij beseft in hoeverre hij/zij kan falen; wat dus de kans is dat het niet uitkomt. Daarom heb ik boven het onderwerp van vandaag ook als titel percentages gezet.

Wij gaan nu eens kijken of we wat percentages van waarschijnlijkheid kunnen berekenen. Wij nemen maar eens de gegijzelden en de gijzelaars in Iran. Wat is dan de waarschijnlijkheid dat zij binnen 30 dagen vrijkomen? Nu gaan we kijken. Aangezien er verschillende momenten zijn geweest waarop ze zouden vrijkomen en dat niet is doorgegaan, aangezien we verder weten dat enkele vijanden van de Sjah zeer belangrijk zijn in de z.g. Revolutionaire Raad en daarnaast dat de heer Khomeini een bijzondere en persoonlijke haat tegen de Sjah heeft, acht ik de waarschijnlijkheid voor vrijkomen binnen een maand op ongeveer 60 %. Ik houd hierbij rekening met alle pressies die er zijn en de noodzaak voor Iran om langzaam maar zeker toch zijn bewind enigszins erkend te krijgen. Doet men dat namelijk niet dan komt men in een steeds groter gevaar van een marxistische dominantie, vooral daar nu reeds enkele marxistisch reagerende groepen in het land aanwezig zijn en daarnaast verschillende nationalistische bewegingen voortdurend meer van zich laten horen, ook al hoort u daar niets van. Er is dus 60% kans dat over ongeveer een maand de mensen uit de ambassade vrij komen.

Wat is de kans dat dit gebeurt binnen een week? Gezien de huidige situatie zou het een wonder zijn indien dit op zeer korte termijn zou geschieden. De enige kans om dit te bereiken is een praktisch vrijkopen van de gegijzelden. Daar men dit althans officieel niet zo gemakkelijk doet is de kans dat ze vrijkomen binnen een week 15 %. Dat is nog tamelijk veel. Maar wij weten dat de omkoopbaarheid niet is uitgeroeid, al is ze ook in dit land sterk onderdrukt.

Zeggen we 2 weken dan blijkt de kans op te lopen tot 25 %, 1 kans op de 4. Met 3 weken zitten we al ongeveer op 35 %. Ik doe het nu maar heel globaal. De kans dat ze met grote zekerheid zullen vrijkomen is berekend alleen op grond van het voorgaande waarschijnlijk pas over 3 maanden.

Als je dat nu wilt interpreteren, dan zeg ik (mijn persoonlijke visie) dat de kans op een gedeeltelijke of gehele vrijlating van de gegijzelden in de Amerikaanse ambassade ligt binnen ongeveer 15 dagen. Ik neem aan dat er dan sprake is van vrijlatingen en dat tenminste enkele personen in vrijheid zijn gekomen. Ik neem tevens aan dat kort voor of kort na dit besluit enkele gewelddadigheden zullen plaatsvinden waardoor mogelijk enkele van de gijzelaars en misschien ook een of twee van de gegijzelden letsel krijgen. Die kans acht ik overigens weer veel geringer, maar ze is aanwezig.

Wat heb ik nu gedaan? Ik heb eerst de percentages van mogelijkheid beschouwd. Dat is de waarschijnlijkheid. Daarna heb ik tegen die waarschijnlijkheid een persoonlijk beeld geprojecteerd. Hieraan verbind ik dus ook dat de waarschijnlijkheid ervan niet meer zal zijn dan ongeveer 35. Dus een kans op de drie dat ik gelijk krijg. Voor u is dat minder belangrijk. Maar er zijn dingen waarmee u direct rekening zou moeten houden. Een eenvoudig voorbeeld.

U gaat een dagje uit en u wilt op die dag graag mooi weer hebben. Welke dag zult u kiezen? Aangenomen dat u kunt kiezen. Dan kunt u het best proberen daarin te verzinken en wel niet meer dan een maand van tevoren. Als u nu uw impulsen op drie opeenvolgende dagen vergelijkt, dan blijkt dat er een merendeel is voor erg mooi weer, mooi weer of slecht weer. Omdat u drie keer heeft gepolst zal de meerderheid van deze indicaties een waarschijnlijkheidsfactor geven van 1 tot 6 op 10. Dan kunt u de kans dat u mooi weer krijgt vergroten door op die manier te kiezen.

Nu zijn er mensen geweest in het verleden die met deze manier van voorspellen helemaal geen rekening hebben gehouden. Er zijn profeten geweest die zeiden: “Gods toorn zal u treffen en de pest zal uitbreken.” En dan breekt soms de pest inderdaad uit. Wat was nu de waarschijnlijkheid van hun voorspelling?

Als er namelijk in een bepaald gebied al pest was geconstateerd dan was de waarschijnlijkheidsfactor wel 90. Maar als er geen pest was in die buurt, dan was de kans ineens veel kleiner. Het optreden van pest of tyfus zou dan misschien maar 1 op 100 zijn geweest. Zij hebben zich nooit afgevraagd: is die prognose nu een redelijke? Het wonderlijke is dat er mensen zijn geweest die op deze basis, zonder enig begrip voor relaties en verhoudingen, toch juiste prognoses hebben gegeven en bij herhaling. Maar er zijn zaken bij waarvan je zegt: Hier is de marge zo klein, hier kan ik eigenlijk geen goede voorspelling geven.

Kijken wij eens naar bv. de presidentsverkiezingen in de U.S.A. Dat is een politieke kermis die ontaardt in baantjes weggeven. Zou Car­ter het halen? De kans dat hij het haalt, zou theoretisch 50 tot 60 % zijn, omdat hij als president een zeker voordeel heeft. Aan de andere kant heeft hij de economie tegen zich op het ogenblik.

Dan kijken we naar Kennedy. Kennedy heeft wel kansen, maar die zijn niet groot. De kans van benoeming tot kandidaat acht ik voor Kennedy hoogstens 1 op 4. Maar er zijn andere z.g. Dark horses. Er zijn twee mensen van wie een, een betrekkelijk jong advocaat, hij is 56 a 58 jaar, de beste kansen heeft. En wel omdat hij kan inhaken op de lopende tendens zonder besmet te zijn met functies of politieke meningen die hij in het verleden heeft verkondigd. Deze man heeft een heel grote kans van slagen. Als het komt tot een presidentsverkiezing, dan ligt de balans eigenlijk in een staat. Er is een staat met 14 kiesmannen die dit kan beslissen. Als die Dark-horse­man op de nominatie komt voor president en hij wordt als presidentskandidaat aangewezen door zijn Partij, dan is zijn kans om te winnen 70 %. Maar als Rusland voor die tijd een tweede stunt zoals Afghanistan zou uithalen en de U.S.A. zou daar onmiddellijk en krachtdadig op reageren, dan zakt zijn kans tot minder dan 10 %. Dit is nu percentage rekenen.

Wat denkt u er zelf van? Met voorspellen hebben we niet alleen te maken met percenten berekenen. We hebben ook te maken met onze intuïtie, met onze gevoeligheden, met onze voorgevoelens. Zeg niet dat u ze niet heeft. U heeft ze wel degelijk. Alleen, u heeft niet geleerd daarop te letten.

Neem u nu maar iets en u gaat erover nadenken. Wat zou er gebeuren? U schrijft dat eens op en kijk dan wat de waarschijnlijkheid volgens u ongeveer is. U slaat er maar een slag naar. Bijvoorbeeld de kans dat Wim Kok en zijn FNV ondanks alles de zaak doorzet en het wint, hoe groot is dan uw kans? Uw kans is dan ongeveer 2 op 100 of l op 50. Wat is de kans dat een aantal bedrijven als gevolg van acties gesloten worden? Die is ongeveer 1 op 10. Dan vraagt u zich af: wat is volgens mij de oplossing? Wat voel ik? Ga het niet beredeneren.

Als u bezig bent met te denken over treinreizen, vraag u eens af of er misschien op een bepaalde lijn een ongeval zal zijn en wanneer dat ongeveer zou kunnen plaatsvinden. Schrijf dat op. Als u op die manier werkt krijgt u gegevens en dan blijkt dat uw intuïtie lang niet altijd op elk gebied even zuiver werkt. Dat is iets waarmee we heel veel te maken krijgen.

Als iemand erg goed is in het voorspellen van bv. sterfgevallen of ziektegevallen en hij durft geen voetbaloverwinningen voorspellen, dan moet hij niet in de Toto meespelen. Hij moet ook niet proberen anderen te confronteren met zijn visie op wat een bepaalde club gaat doen.

Wat is nu het geval? Doordat u op deze manier door uw intuïties leert waar u het meest gevoelig voor bent, vindt u dat terrein waarop u het best kunt werken met voorspellingen. U heeft een begin terrein nodig. U kunt niet maar een, twee, drie gaan voorspellen.

Natuurlijk, er zijn wel fenomenen geweest die zelfs in zeer duister rijm alles hebben voorspeld tot het jaar 2000 toe. Ze hebben ook gezegd dat er in deze jaren wel oorlog moet komen, want er staat iets over de Beer, over brandende steden en Trier zou vergaan. Dat betekent dit en dat betekent dat. Maar u kunt dat niet. Het is niet voldoende u alleen bezig te houden met wat er zal zijn.

Onthoudt u nog één ding: het is gemakkelijk te vertellen wat er in het jaar 2001 zal gebeuren. U bent er dan niet meer, degenen aan wie u het heeft verteld waarschijnlijk ook niet meer. Als u ongelijk krijgt, dan wordt het zeker vergeten. Krijgt u gelijk, dan is er misschien nog iemand die ergens een geschrift vindt waarin staat dat het inderdaad is voorspeld. Uw reputatie kan er alleen beter van worden.

Als u wilt voorspellen zonder dat u enige zekerheid of gave heeft, richt u dan op een toekomst die niet controleerbaar is. Wilt u voorspellen zonder enige gave en u doet dat op een gebied dat dichtbij ligt, kies daar dan zaken voor als theologie, economie, sociologie omdat u daarin altijd ten dele gelijk zult krijgen, gezien de vaagheid en de terminologie waarin het wordt uitgedrukt. Maar als u er niet voor voelt uzelf en anderen te bedriegen, dan gaat het er om eenvoudige dingen te kiezen. Dat wil zeggen dat u – zeker in het begin – het best eraan toe is, als u zich bezighoudt met wat men noemt de’ fifty fifty chances’. De kans van 1 tegen 1. Bijvoorbeeld: komt Han wel of niet vóór 7 uur thuis? Gaat Piet wel of niet naar de bioscoop op zaterdag? Dat zijn ja neen zaken. Zodra u met een ingewikkelder prognose komt kan iets maar ten dele juist zijn.

Wat wij hebben gezegd over het optreden van het leger in Amsterdam is redelijk vervuld. Er zijn tanks geweest. Militaire politie is er ook bij betrokken geweest. Wij hebben dus wel gelijk, maar niet helemaal. Wij hebben voor 80 % gelijk en dat is al heel mooi. Daarom, kies die kansen van ja neen om de zaak gewoon te leren zien. U gebruikt de prognoses op grond van krantenberichten e.d. om te zien op welk gebied u het best kunt reageren.

Dan zijn er nog een paar dingen waarop ik wil wijzen. Soms lijkt het of wij iets voorspellen, maar dan is er van voorspellen geen sprake. Wij noemen dat het telepathisch rapport. Wij hebben dan te maken met feiten, die voor ons nog niet bestaan, maar die door anderen al als zodanig geheel of ten dele zijn vastgesteld. Bijvoorbeeld wij gaan uit, wat zal hij/zij aan hebben? Dat is een gok. Maar als u dat, als u om 8 uur uitgaat, om 7 uur zegt, dan weet degene die uitgaat al wat hij/zij zal aantrekken. Met andere woorden u leest eigenlijk iets af wat er al is.

Voorspellingen op een dermate korte termijn zijn over het algemeen telepathisch. Ontdekt u dat u juist op korte termijn heel veel goed heeft, dan betekent dat dus niet dat u goed kunt voorspellen, maar wel dat u een bijzondere aanleg heeft voor een ten dele bewust of onbewust telepathisch rapport.

Gaat het over iets wat morgen moet gebeuren, dan bestaat de mogelijkheid van deze invloed nog wel, maar ze is kleiner omdat in de tussenliggende tijd er nog veel kan veranderen. De kans dat u dan als het redelijk, dus voor 80 % juist is, inderdaad iets uit de toekomst kunt aanvoelen is veel groter. Ze is minstens tienmaal zo groot als wanneer het op een uur gaat. Als het op 3 dagen tot 5 dagen gaat en daarbij om niet vastgelegde plannen, dan kunt u zeggen: nu kom ik toch al aardig in de richting van werkelijke pronostieken. Het gebied waarop ik deze nu kan doen met een redelijke zekerheid (100 % haalt u toch nooit) geeft mij aan op welk terrein ik ook op grotere afstand in de tijd dingen kan voorzeggen.

Wij gaan nu enkele dingen doornemen die ook belangrijk kunnen zijn. De natuur heeft voor u wel steeds wisselende invloeden, maar ze heeft gelijktijdig bepaalde vaste patronen. Die patronen zijn niet altijd berekenbaar, dat geef ik direct toe. Je kunt ze niet altijd interpreteren, maar wel vaak aflezen. Als ik een natuurpatroon aflees, dan is de geldigheid daarvan altijd tenminste 3 maanden, waarschijnlijk meer.

Als ik zeg dat er over 3 maanden een groot aantal vulkanische verschijnselen zullen optreden waardoor een deel van Europa met bevingen en uitbarstingen zal worden geconfronteerd, terwijl een groot deel van de Indonesische archipel ook erdoor zal worden getroffen en zeer waarschijnlijk ook vulkanen tot in de Hawaï eilanden zullen uitbarsten, dan ga ik uit van een bestaande tendens. De tendens is er; d.w.z. dat de waarschijnlijkheid groter is geworden. Als ik daarbij nog verder afga op hetgeen ik aanvoel in de natuur, dan zeg ik dat het merendeel van deze bevingen en uitbarstingen niet zeer hevig zullen zijn, tenzij voorbij de lijn van Afrika naar Azië. Wat buiten die lijn valt daar kan de werking intenser zijn. Het is een kwestie van zones met activiteit. De kans dat ik gelijk krijg is tamelijk groot. Ik acht de waarschijnlijkheid ervan toch zeker 4 op 5.

Gaan we verder kijken. Zullen daar rampen gebeuren? Nu moeten we pro­beren te interpreteren. We moeten met onze intuïtie werken. Die uitbarstingen komen wel; dat is bijna zeker. Maar zullen er ongelukken gebeuren? Dan kom ik met verbazing tot de conclusie dat waar het niet zo ernstig is. Ik neem aan dat dat op Sicilië zal zijn als gevolg van de uitbarsting daar wel een ramp zal zijn waarbij misschien 3 à 4 doden vallen, maar ook een 80 tal gewonden. Hoe kan dat? Dat weet ik niet, maar dat gevoel heb ik. De waarschijnlijkheid is minder, maar de voorspelling op zichzelf ligt nog altijd boven de 1 tegen 1 stelling, dus de ja neen stelling.

Wat kan er nog meer gebeuren? In Indonesië verwacht ik dat een of twee vulkanen nogal zeer actief zullen worden op korte termijn. Ik geloof niet dat het een langdurige activiteit zal zijn. De kans dat er wat schade ontstaat en dat er bv. dorpjes ontruimd moeten worden is redelijk groot.

Als echter de uitbarsting zou plaatsvinden op de Hawaï eilanden, dan moeten we weer rekening houden dat die spanningen verder zullen doorlopen naar het Amerikaanse vasteland. Dat zou een echo effect kunnen geven. Hier zou een zeer hevige uitbarsting van langere duur of een reeks van 2 of 3 uitbarstingen plaatsvinden waarvan zeer waarschijnlijk de laatste de grootste is. Als dat gebeurt, dan moet dat ook invloed hebben op het aardbevingsgedrag aan de kustlijn van het Amerikaanse continent. Gebeurt daar iets?

Ik moet tot mijn spijt constateren dat ik daar geen zekerheid over kan krijgen. Er is de waarschijnlijkheid van een aantal lichtere bevingen. Het schijnt dat een van die bevingen of reacties ergens bij Alaska in de buurt haar bron heeft; wat overigens tegen alle waarschijnlijkheid in is, maar verder kom ik niet.

Dan is dit het beeld van mijn prognose. Als ik dat moet uitdrukken moet ik voorzichtig zijn. Want een prognose geven, een voorspelling doen, is niet alleen een kwestie van gegevens bij elkaar rapen of uit jezelf putten. Het is wel degelijk ook een kwestie van formuleren. Hoe zouden we dit nu moeten formuleren?

De waarschijnlijkheid dat een aantal vulkanische verschijnselen zal optreden binnen 3 maanden acht ik zeer groot. Ik vermoed dat het zal komen tot een grote vulkanische activiteit op Sicilië, ofschoon het ook mogelijk is dat de Stromboli tegen alle verwachtingen in weer enige werking zal vertonen. Aardbevingen zijn mogelijk in deze omgeving. Wanneer dat gebeurt, dan zeer waarschijnlijk in de richting van Griekenland.

Daarnaast moeten we aannemen dat aan het einde van deze 3 maand periode er al tekenen zijn van vulkanische werking en mogelijk enige zeebevingen in de Stille Oceaan en de Indische Oceaan. Daarbij speelt een opeenvolgende reeks van bevingen en uitbarstingen, die mogelijk reikt tot het Amerikaanse continent, een rol.

Nu heb ik alles wat ik daarnet heb gezegd zodanig samengevat dat ik het gehele beeld overbreng. Maar ik heb ook door mijn woordkeuze een beeld gecreëerd waardoor een ander kan begrijpen waar het werkelijk om gaat. Dit zult u zich ook moeten aanwennen wanneer u dat op persoonlijke basis doet.

Het is natuurlijk heel aardig als u zegt: ik zal je uitkruisen over Mars en Uranus en ik zal je Venus extra goed belichten. Ik zie het al, er is kans dat een donkere man op je weg komt. Zo iemand kan tegen een creool oplopen. Maar als u werkelijk iemand wilt helpen, dan moet u iets meer kunnen zeggen. U denkt hoe kom ik aan die donkere man? Waarschijnlijk omdat hij uit het niets komt, dus laat mij dat donker maar weglaten. Hoe zie ik dit? Is dit een belangrijke invloed of niet? Dan zegt u aan de persoon: het zal misschien een emotioneel oproertje zijn, maar het gaat voorbij. Maar houd er rekening mee. Er zal onverwachts een man uit het verleden verschijnen. Er is kans dat u daardoor enigszins in de war zult raken. Trek u er niets van aan, het is in korte tijd voorbij. Dan heeft u iemand geholpen. Dat de opschudding komt is erg waarschijnlijk. Door nu te zeggen dat de ontwikkeling daarvan na korte tijd ophoudt en er dus geen verwachtingen of angsten aan behoeven te worden verbonden helpt u de ander om in de situatie die zich zal voordoen zich juister te oriënteren. Dat is de zin van het voorspellen.

Wie probeert een ander voor te lichten kan natuurlijk op gevoelen afgaan. Er zijn mensen die van tevoren kunnen zeggen: het wordt een jongetje of het wordt een meisje. Het vreemde is dat die mensen heel vaak gelijk hebben. Dat is een kwestie van zuiver aanvoelen. Hier is de prognose gebaseerd op een onbewuste waarneming. Aan dergelijke dingen kunnen we niets doen. Daar kunnen we ook niet mee manipuleren; dat komt gewoon op.

Als u denkt dat de ander in staat is het te verwerken, er interesse voor te hebben, gooi het dan eens een keer eruit. Desnoods zegt u, als u bang bent dat de ander u voor gek houdt: het is misschien gek, maar ik heb echt het idee dat ….

Wil je voorspellen, houd er dan rekening mee dat je het dan ook praktisch moet doen. Het is heel mooi om alle voorspellingen in je achterhoofd te hebben en dan te kijken of ze uitkomen, maar je moet er ook iets mee doen. Gebruik ze nooit suggestief. Zeg dus niet: als je dit doet, dan gaat dat gebeuren. Zeg hoogstens: als je dit doet, is dat mogelijk. Dat is minder suggestief.

Om weer terug te komen op de percentages. Als u weet op welk gebied u veel treffers scoort en op welk gebied heel weinig, dan moet u ook daarmee rekening houden. Een voorspelling die u doet op een gebied waar u normaal nooit resultaat heeft kan toch goed zijn of toch betekenis hebben.

Zeg dan: de kans is erg klein dat dit gebeurt, maar maak duidelijk onder voorbehoud hoe groot je percentage is. En vooral, leer beseffen wat de verhoudingen zijn tussen uitkomen en niet uitkomen.

Er zijn mensen die zeggen: kunt u mij niet voorspellen welk nummer in de loterij zal winnen? U moet onthouden hoe complexer een gegeven is, hoe moeilijker het wordt om het te voorspellen. Als u droomt welk lotnummer zal winnen (op de een of andere manier ontstaat het in u 9) noteer het en kijk of het wint. Probeer niet het te pakken te krijgen. Als u zelf in de loterij speelt, probeer niet te voorspellen, want alleen al door uw betrokkenheid zult u geneigd zijn alles in de richting van uw eigen voordeel om te buigen.

Een laatste cijfer voorspellen dat kunnen degenen die daarvoor bijzonder geschikt zijn soms heel aardig. Als er één nummer is dat eigen geld geeft, dan kunt u dat nummer nog wel te pakken krijgen. Onthoudt u echter één in ding: dit is het aanvoelen van een zeker ritme in een toevalsgebeuren. Zolang u dat ritme te pakken heeft kunt u keer na keer scoren. Als u echter 3 keer niet heeft gescoord moet u voorlopig minstens 5 à 6 maanden daar niets meer aan doen, want dan bent u het ritme kwijtgeraakt. Het is zeer waarschijnlijk dat uw betrokkenheid bij het winnen daarvan de oorzaak is. Door niet te spelen gaat u uw gevoeligheid voor het ritme langzaam herstellen. U controleert het eerst een of twee keer zonder dat u meespeelt. Heeft u het weer goed, dan gaat u weer spelen.

Onthoud verder dat men grotere combinaties van waarden of getallen heel moeilijk kan voorspellen. Als u te maken heeft met spelen zoals 6 uit 48, 6 uit 41 (dit zijn Duitse spelen maar u heeft ook iets dergelijks), dan moet u onthouden 1 of 2 getallen kunt u altijd wel aflezen. Als u daarvoor de juiste aanleg heeft dan gaat het. De rest blijft toeval. U vergroot het percentage van de kans op een prijs wel, maar zekerheid heeft u nooit. Dergelijke spelen zijn er niet voor geschikt.

Wilt u roulette spelen, alweer een toevalsspel, realiseer u dat het spel steeds opnieuw begint. Er kan geen systeem zijn, tenzij de roulette on­zuiver is. Maar als u voelt dat een bepaalde waarde uitkomt, dan kunt u rustig daarop spelen.

Speel bij voorkeur op waarden die meer algemeen zijn. Wie zich bezighoudt met even en oneven, met zwart en rood, zal indien hij gevoelig is waarschijnlijk op de 7 trekken er 5 goed hebben. Dat betekent dat de winst, zij het bescheiden, toch altijd groter is dan het verlies. Als u probeert te spelen en plein (op nummer), dan wordt het veel moeilijker. De kans dat het nummer uitkomt is namelijk veel kleiner, maar bovendien is de kans dat u door een bepaald getal, dat voor u persoonlijk betekenis heeft, wordt gedomineerd heel groot. Bij zwart en rood is die kans niet zo groot. Bij even en oneven bestaat ze praktisch niet. Maar iemand die bv. denkt: ­ach, wat was dat toch een heerlijke zomer in 1961, die kan zeggen 61=7. Ik ga op de 7 spelen. Zo zijn de mensen dan. De kans dat dat uitkomt is praktisch nihil.

Heb je een z.g. geluksreeks, dan moet je je ook realiseren dat een dergelijke reeks niets te maken heeft met geluk. Ze heeft te maken met het vatten van een ritme. Hoe complexer het ritme, hoe moeilijker ze is te vatten en vast te houden. Er zijn inderdaad mensen die in staat zijn om 7 à 8 keer achtereen bij het inleggen aan te voelen binnen welk carré het winnende nummer zal vallen. In dergelijke gevallen kun je spelen. Als u wilt weten of u die mogelijkheid heeft, dan kunt u het gewoon proberen met een kinderroulette. Speel dan op kleur. Op kleur heeft u de kans van betrouwbaarheid. Op nummers zullen de optredende fouten teveel een rol spelen.

Nu zullen er wel mensen zeggen: nu komen ze ook nog met die raadgevingen. Maar we hebben hier te maken met kansberekening, dat moet u goed onthouden. Kansberekening is dan wel iets wat meer bij de wetenschap hoort dan bij de prognose, maar ook wij met onze gevoelens hebben te maken met bepaalde waarschijnlijkheidspercentages. Het kennen van onze waarschijnlijkheidspercentages, het begrip voor de verschuiving van onze mogelijkheid om achter elkaar een aantal punten juist te definiëren en daarna misschien niets meer, dat moeten we gewoon weten. Bij roulette is het zo dat je zegt: ik heb dat 20 keer gekund en nu ineens gaat het niet meer. Ik ga eerst eens wat drinken en kom later misschien nog eens kijken. Als je verstandig bent ga je naar huis.

Het is duidelijk dat je met kansberekening altijd weer komt te staan voor de vraag: is de prognose die ik geef de juiste? Werken met intuïtie, werken met hulpmiddelen kan dit percentage vergroten. Een voorbeeld. Geeft u mij een voornaam. Jan.

Jan op zichzelf, als ik daar verder niets aan verbind, is gewoon een raadsel. Ik kan Jan herleiden tot een cijfer en dan krijg ik een eindresultaat van 1. Jan is dus eenzijdig gericht. Dat houdt in dat een keuze die gemaakt is in de toekomst zal worden voortgezet. Tot zover is het niet erg speculatief. Maar nu gaat het erom te erkennen wat bestaat er in Jan en daaruit af te leiden hoe zou het Jan verder gaan. Dan blijkt dat Jan verdergaat in een richting totdat het met hem absoluut spaak loopt. Op het ogenblik dat het absoluut niet meer gaat ontstaat er een plotselinge gedragswijziging die een zeer lange tijd wordt gevolgd. Kunt u aflezen wat er nu is en wat de tendens is, dan kunt u ongeveer aflezen wat de toekomst van Jan is in de nabije tijd. Merkt u dat daarbij een enorm spanningspatroon gaat optreden, dan kunt u ook op grond van de waarschijnlijke ogenblikken van de hoogste spanning zeggen: op dat ogenblik zal Jan veranderen. Het is misschien een beetje vreemd om zo te redeneren, maar het kan u helpen.

Nu heb ik hier gebruik gemaakt van cijfers. Ik kan hetzelfde doen op grond van een geboortedatum. Ik kan het doen op grond van bv. het eigen astrologische teken plus de ascendant. U kunt het zelfs doen door gewoon met een paar dobbelstenen te gooien. Neem 3 dobbelstenen. Kijk wat ze samen aan punten opleveren. Ga uit van dat getal. Herleid het tot een getal onder de 10 en ik garandeer u dat uw gedachten toch de goede richting uitgaan. Wat is namelijk het geval?

De aanleiding voor ons is in feite een concentratiepunt. Om te kunnen voorspellen is er een gedachteproces nodig. Dat gedachteproces moet be­ginnen. De aanleiding daartoe heeft op zichzelf weinig of geen betekenis, ook al denken we misschien anders. De reeks associaties die ontstaat zal in het begin rationeel zijn. Dat wil zeggen: in het begin is het maar een werken met een methode volgens een vaste uitleg. Zodra we echter bezig zijn gaan we steeds meer daarvan afwijken. Het eindresultaat i, dat we komen tot een voorspelling die niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke uitleg, de oorspronkelijke verklaringsmogelijkheid die bepaalde specifieke elementen aanduidt met een zekerheid die veel groter is dan wij op welk systeem we ons ook baseren zouden kunnen bereiken. Het kan u helpen als u dit onthoudt.

Als ik wil voorspellen en ik kan geen beginpunt vinden, dan ga ik beginnen met het willekeurig trekken van een kaart of een paar kaarten, het gooien met dobbelstenen of met welke andere methode dan ook, soms het optellen van de datum tot een getal. Ik probeer de verkregen waarde toe te passen op het probleem waarmee ik ben geconfronteerd. Hiermee ontstaat er een proces waardoor de waarschijnlijkheidskans in het begin beneden de 1 op 10.000 is. Ik moet dus niet mijn eerste impulsen zonder meer in dit geval als voorspellend beschouwen, maar ik moet proberen de zaak te ontwikkelen. Zodra er een beeld ontstaat dat voor mij voldoende zuiver en om­schrijfbaar is moet ik het vastleggen. De waarschijnlijkheidskans is dan zozeer toegenomen dat het misschien ligt tussen de 20 en de 70 per 100. Heb ik een speciaal gebied en ligt de prognose die ik zoek in dit speciale gebied, dan kan ik zelfs mijn waarschijnlijkheidsfactor nog opvoeren tot 90%. Dat is ongeveer het hoogste dat we kunnen halen.

Daarmee heb ik u geconfronteerd met een hele hoop getallen en waar­schijnlijkheidsgetalletjes. Ik heb u die gegeven omdat u niet alleen maar moet luisteren naar de voorspellingen van anderen. Nostradamus heeft heel veel zaken voorgezegd die in deze tijd waar zouden worden, zoals het verterende vuur dat uit de hemel zal vallen. Wanneer er een atoombom valt, dan is het inderdaad zo. Maar wij kunnen Nostradamus niet zo gemakkelijk verklaren. Wij kunnen de prognoses zelfs van de meest bekende waarzeggers en mediums niet vertrouwen als zijnde 100% juist. Maar wij kunnen proberen om onze eigen intuïtie te ontwikkelen. Als wij dan te maken krijgen met Nostradamus, met de oude Romeinse voorspellingen, met vormen van augurie, met waarzeggers, dan kunnen we door ons gevoel te gebruiken en uitgaande van hun voorspellingen komen tot een definitie van waarschijnlijkheid die zeer hoog is. Het is dus niet alleen maar dat u voor uzelf moet leren voorspellen. Het gaat er ook om dat voorspellingen, profetieën en dergelijke pas te begrijpen zijn indien u het voorspellingsproces in uzelf kunt voortzetten. En om dat op de juiste manier te doen moet u enigszins weten wat uw mogelijkheden en uw waarschijnlijkheden zijn.

Beschouwt u daarom de raad die ik u heb gegeven om op grond van kranten e.d. zelf aan het voorspellen te gaan niet alleen maar als een aardigheid. Beschouw het een beetje als huiswerk. Probeer na te gaan in welke gevallen u komt bij de toekomstige ontwikkeling. Het behoeft niet 100 % juist te zijn. Als u zegt: er gebeurt een ongeluk op rijksweg zoveel, dan kan het een groot ongeluk zijn en het kan een klein ongeluk zijn, maar het moet iets bijzonders hebben, anders is de voorspelling waardeloos.

Werk op die manier en u kunt uw gevoeligheid leren kennen. U kunt uw waarschijnlijkheidspercentage zien in verschillende richtingen. Dat betekent dat u zowel bij het interpreteren van prognoses en profetieën van anderen als bij het benaderen van problemen vanuit uzelf de toekomst gemakkelijker en juister kunt kennen.

  • Hoe komt u aan het getal 1 voor de naam Jan?

Dat is een kwestie van letterwaarde. Er bestaan voor die 3 letters verschillende waarden. Ik ben uitgegaan van de waarde a=1. j=4. n=5. Tezamen 10, herleid tot zijn basis 1. Er zijn ook andere waarderingen. Het is dus mogelijk dat u een ander getal krijgt. Maar als u dat andere getal intuïtief verder volgt, komt u toch tot een vergelijkbare uitspraak.

Dat is nu de aardigheid waarop ik u heb willen wijzen. Het beginpunt is nogal willekeurig. Maar door de wijze waarop wij daardoor worden geconfronteerd met een zeker probleem, kunnen we daaruit dingen afleiden die veel verder gaan dan redelijk kan worden verwacht. Dat is nu eenmaal een van de eigenschappen van prognostiek in deze zin.

Profetieën

Samuel was een profeet. Hij wist altijd precies te vertellen wat er zou gebeuren en vaak had hij gelijk. Eens zei zijn vrouw tot hem: “Samuel, wat gebeurt er morgen wanneer je met je kar de straat op gaat?” (Samuel handelde in Sinaasappels.) Hij zei: “Nou meid, ik kan die hele wagen kwijt aan iemand. Zei ze. “Hoe bedoel je dat?” Samuel antwoordde: “Ik krijg het geld en voor de wagen en voor de sinaasappels en ik heb geen wagen en geen sinaasappels meer.” Zei zijn vrouw “Hoe kan dat nou? Wie zou zo gek zijn om die rotwagen van jou en die verrotte sinaasappels te kopen?” Daar had ze gelijk in. Maar Samuel had ook gelijk. De volgende dag kwam er een koets langs die reed zijn sinaasappelenwagen onderste boven. En aangezien het gepeupel kwam aansnellen en verontwaardigd was, kreeg hij een vergoeding die inderdaad voldoende was voor de kar en de sinaasappels.

Waarmee ik maar wil zeggen dat Samuel dat zelf nooit gedacht zou hebben. Zijn vrouw zei: “Sam ik weet niet hoe je eraan gekomen bent, maar ik ben blij dat we centen hebben.”

Dat is nu het gekke met een profeet. Een profeet zegt altijd dingen waarvan hij denkt dat ze zullen uitkomen zoals hij ze bedoelt. En als ze uitkomen dan komen ze anders uit dan hij ze bedoelt. Hij mag al heel blij zijn als hij ondanks de andere bedoeling toch nog de resultaten ziet die hij verwacht. Dat geldt voor u natuurlijk ook.

Er waren in de oudheid profeten die erg beroemd zijn geworden zoals Samuel en niet te vergeten Ezra. Die kon het ook zo mooi zeggen. Er waren er nog wel meer. Als je dat allemaal zo bekijkt, dan lijkt het alsof die mensen precies hebben gezegd wat waar zou zijn. Vergeet dat maar helemaal. De mensen die optekenden hoe belangrijk hun profeten waren hebben natuurlijk alles terzijde geschoven waaruit kon blijken dat ze fouten konden maken.

De onfeilbaarheid van de Paus ontstaat door het feit dat men zijn vergissingen als een goddelijke opdracht gaat beschouwen. Als je dat nu maar goed in de gaten houdt, dan zie je dat er sommige mensen zijn, ook in de politieke omgeving, die onder eenzelfde charisma schijnen te lijden. Ook zij zeggen dingen die absoluut onjuist zijn met een aplomb waardoor ze voor juist worden gehouden en op grond waarvan men aanneemt dat hetgeen ze verder zeggen eveneens juist zal zijn, terwijl het de grootste stommiteit is die er bestaat. Maar omdat iedereen het gelooft wordt het ten dele waar. Er zijn ook mensen die een reuze vergissing maken. Ik herinner mij een zekere Joop, die zei “Nu weten wij dat er een tweede Kabinet komt.” Er kwam geen tweede Kabinet, zeker niet van zijn soort. De vraag is of het ooit een Kabinet is geweest wat er verder van kwam.

Profeten hebben het moeilijk. Als ik kijk naar hetgeen een profeet over het algemeen het best doet, dan moet ik eerlijk zeggen zijn mond houden. Dat is een beetje vreemd als u juist is verteld dat u allemaal moet gaan oefenen in het doen van voorspellingen. Maar laten we eerlijk zijn. Als u voorspelt en u kunt duidelijk maken dat het alleen maar een gissing is, dan kan het ermee door. Maar als u 3 keer gelijk heeft, dan zegt u de 4de keer: “Hier is de heilige waarheid.” Ze kopen dan dat blad en dan staat het er weer niet in. Dat is de grote moeilijkheid.

De zekerheid waarover werd gesproken is bij ons als profeten in het begin veel kleiner dan gerechtvaardigd is. Later is ze wat groter. Daarom is het goed je eens af te vragen hoe het dan zit met al die profeten die zoveel naam hebben gemaakt, o.m. Nostradamus.

Nostradamus heeft een groot voordeel, hij heeft namelijk zijn profetieën zo duister gesteld dat elke uitlegger, wanneer de zaak is gebeurd, wel kan zeggen dat het daarop slaat.

Hetzelfde is het met de lijnen in de Piramide. De piramidologen bekijken dat en zeggen: in dat jaar is dat gebeurd en als we dat nu zo interpreteren, dan zit daar een streepje, dus dan klopt het wel. Ik voor mij zeg: dan loopt er eerder een streepje door. Ik zeg niet dat daar geen kosmisch programma in kan zijn vastgelegd, maar het is geen voorspelling van feiten en van wereldoorlogen. Het is doodgewoon een voorspelling, van sterrenstanden. Nu kan men uit die sterrenstanden heel veel afleiden, maar dat klopt ook niet altijd.

Er was eens iemand die een aardig meisje benaderde en zei: “Ik zie het aan je uiterlijk, je bent een Maagd.” Het was helemaal geen Maagd, het was een Vis, zo glibberig als de pest. Er zijn mensen die wel Maagd zijn, maar daar kun je het niet aan zien. Menige Leeuw loopt er rond met een gezicht dat je eerder verwacht dat hij miauw zegt dan dat hij brult.

Je probeert alles zo mooi te regelen; alles in systemen. Maar dat is nu juist de aardigheid. Een profeet die een systeem opbouwt, bouwt daarmee een fout op. De werkelijkheid is wel niet chaotisch, maar het is ook niet menselijk systematisch. En als er dus een profeet opstaat die zegt: ik weet zeker dat morgen de wilde rode horden uit het westen zullen komen, dan zijn er ook mensen die zeggen: hij heeft al zo vaak gelijk gehad. En dan denken zij, dat zijn atoomduikboten van de Russen die naar Engeland gaan. Van Engeland steken ze over, dus het tegenovergestelde van wat de Duitsers hebben gedaan. Daar kan je dan hele verhalen aan vastknopen. Wat is nu de redelijke uitleg?

Als je kijkt naar zo’n profetie – e bestaat namelijk één – “Vlucht naar de hoge landen wanneer de rode vloed uit het westen komt.” Wat zou dat betekenen? Als er een grote natuurramp gebeurt, dan zou het wel eens kunnen zijn dat het water vies is en dat die tijdelijk een rode kleur krijgt vanwege klei en andere asproducten. Als dat het geval is kan er een zeebeving komen en dan kun je beter niet aan het strand liggen zonnebaden. Zo’n profetie wordt dan onmiddellijk omgezet in allerlei tendensen. Maar dat is eenvoudig niet mogelijk. Wat je wel kunt doen en dat is heel iets anders, sommige profeten hebben dat gedaan. Zij zeiden: indien dit zo is zal dat gebeuren. Zoals Jona heeft gedaan. De man die eerst in de walvis heeft gezeten, daarna op een eilandje heeft zitten kijken, nadat hij tegen zijn vijanden had geroepen: “Bekeert u.” Hij dacht: dat doen ze toch niet, dus God zal hun stad vernietigen. Maar zij hebben zich wel bekeerd. Jona had gelijk. Indien het gestelde, de toorn van een God die werkelijk bestond was gericht tegen de geesteshouding van Ninivé, dan zou een vernietiging van de stad denkbaar zijn geweest. Maar hij ging uit van de veronderstelling dat die gesteldheid niet kon veranderen.

Zo gaat het met onze profetie ook. Er zijn mensen die zeggen: wanneer de Russen ooit hier komen, dan is het gedaan met alle vrije onder­nemingschap, dan is er alleen nog maar ellende. Ik zie het andersom. Op het ogenblik dat de Russen hier naartoe komen, kunnen ze zoveel stelen dat de zwarte handel in Rusland zo sterk wordt dat langzamerhand het systeem verandert, waarna het vrije ondernemerschap zelfs in Nederland weer mogelijk wordt. Is dit een profetie? Neen, want ik heb niet gezegd dat ze zouden komen. Daar zit nu de aardigheid in.

Nu zijn er profeten die vertellen dat wanneer de Russen komen en besluiten aan te vallen ze binnen 3 dagen aan de Noordzeekust zullen zijn. Ik geloof nooit dat die mensen gelijk hebben. Ik geloof nooit dat de Russen zo langzaam lopen. Ze gaan uit van een bepaalde stelling. En dan moet er nog bijkomen dat ze naar de kust willen. Die Russen zijn ook niet gek. Zij sturen geen leger als ze het met een Russisch circus af kunnen doen.

Toch kun je bepaalde dingen wel aardig ontleden. Als ik kijk naar hetgeen er zich nu in Nederland afspeelt, dan kijk ik naar al die profeten. De vakbondsprofeten zeggen dat het hele volk in opstand zal komen. Ja, tegen degenen die staken. De mensen willen veel nemen maar niet dat de t.v. radio of openbaar vervoer niet meer gaat. Anderen zeggen weer: de vakbonden zullen verstandig worden. Maar dat is ook geen goede profetie. De vakbonden op zichzelf denken niet, die laten voor zich denken door mensen die ze betalen om voor hen te denken. De mensen die tegen betaling voor de vakbonden denken, denken dat zij alleen door te denken meer macht hebben, de aandacht kunnen behouden van de vakbonden die dan denken dat zij terecht betalen voor het denken dat voor hen wordt gedaan en dat is dan verkeerd gedacht. Dat is de hele situatie.

Als ik een profeet zou zijn, dan zou ik als volgt redeneren: het is onmogelijk in Nederland om uit de nu bestaande sociale tendensen te komen tot een verbetering van de economische en sociale situatie. Dientengevolge zal men in een poging om de kool en de geit te sparen het zover brengen dat de geit de kool opvreet en dan aan een overladen maag bezwijkt. Anders gezegd het bedrijfsleven zal niet meer in staat zijn op een rendabele wijze zijn bedrijven in Nederland te blijven exploiteren, terwijl de staat niet meer in staat zal zijn om een zodanige subsidie op de exploitatie te geven dat men in Nederland wil blijven. D.w.z. dat er steeds meer mensen werkloos worden en wij op de duur alleen werkloze Nederlanders en gastwerklozen hebben.

Profeten zijn mensen die altijd uitgaan van een zekerheid die in hen leeft. Profeten zijn mensen die altijd weer vertellen wat volgens hen waar is. Maar is dat wel zo? Als we afgaan op de feiten die zij verkondigen zijn ze uitgekookt. Als we afgaan op de tendensen die ze verkondigen, dan deugd er geen pest van. Jesaja bv., deze heeft een paar enormiteiten uitgehaald. Maar toevallig is een aantal van zijn profetieën desalniettemin, als je ze interpreteert, toch wel uitgekomen. Maar dat was niet wat de man bedoelde.

Een profeet, waar dan ook, is iemand die vaak wordt gedreven door zijn behoefte om zijn innerlijke waarheden als zekerheden aan anderen voor te leggen. En juist daarin zit de fout.

Als je neutraal alleen datgene wat je vermoedt kunt voorleggen, dan zul je met je profetieën de mensen helpen, want je geeft aan wat er in de toekomst waarschijnlijk is. Op het ogenblik dat je het als een zekerheid stelt, misleid je jezelf en anderen, wek je verwachtingen die beschaamd worden en daardoor schep je ontwikkelingen die voor jou en voor anderen eerder schadelijk dan goed zijn. Nu wil ik u helemaal niet ontmoedigen.

Wanneer u met uw eigen gevoeligheid gaat werken in de richting van voorspelling, dan moet u heel voorzichtig zijn met de manier waarop u het doet. U moet wat u innerlijk als juist aanvoelt aan een ander misschien als mogelijkheid en soms als waarschijnlijkheid voorleggen, maar nooit als zekerheid. Want er is maar één ding zeker, dat geen enkele profeet zeker kan zijn dat zijn profetie volgens zijn eigen interpretatie ooit waar zal worden.

Waarachtigheid

Wat is waar? Waar is datgene wat onaantastbaar en voortdurend zichzelf is.

Wat is waarachtig? Datgene wat dicht bij datgene komt wat waar is. Wanneer wij waarachtig zijn, dan zijn we niet honderd procent waar. Maar wij proberen in datgene wat we zijn zoveel mogelijk van de waarheid tot uitdrukking te brengen.

Als wij zeggen dat de waarachtigheid van bv. een verklaring in twijfel mag worden getrokken, dan bedoelen wij daarmee niet dat die anders volledig waar zou zijn. Maar dan zeggen we alleen dat de wijze waarop zij wordt uitgesproken de vraag oproept of men wel de waarheid heeft willen zeggen of weergeven.

Als wij dus proberen waarachtig te zijn in ons werken en in ons streven, dan moeten we ons in de eerste plaats voor ogen stellen dat waarachtig zijn betekent: dat wij zo goed wij kunnen uitgaan van de waarheid voor zover wij die kunnen beseffen. Dat wil niet zeggen dat hetgeen wij als waarheid beseffen waar is. Het wil alleen zeggen dat wij de waarheid die wij kennen zo weinig mogelijk geweld moeten aandoen. Daarom geloof ik dat je ook moet begrijpen dat zelfs een waarachtige God niet een werkelijke God is. Een waarachtige God is een beeld dat ik op dit moment zo waar mogelijk ervaar. Maar het is niet noodzakelijk de waarheid. En de waarachtigheid van de God betekent niet dat Hij de waarheid kent. Het betekent alleen dat Hij zo goed mogelijk beantwoordt aan de waarheid voor zover Hij die beseft. En daaruit is dan onze eindconclusie zonder meer te ervaren.

De waarachtigheid van alle kracht die in het leven ligt is voor ons de onvolledigheid van ons beseffen en toch de ervaring van een deel van de werkelijkheid. Zolang wij aan dit deel werkelijkheid dat wij kunnen ervaren beantwoorden, zijn we niet alleen waarachtig, maar zijn we ook deel van het waarachtige, van het totale beeld dat benaderbaar is. Maar achter elk beeld van de waarheid schuilt het beeld van een andere grotere waarheid. Wij zijn niet in staat de Grote Waarheid te kennen. Laten we daarom alleen maar zo waarachtig als ons mogelijk is proberen de waarden en waarheden die wij persoonlijk als goed, als waarachtig ervaren te beleven en uit te dragen in ons eigen bestaan.

Ik heb getracht een ding duidelijk te zeggen. Wij weten de waarheid niet. Wij kennen de werkelijkheid maar ten dele, maar datgene wat wij menen te kennen of van de waarheid menen te beseffen, dat moeten we eren, achten en waarmaken zo goed we kunnen, al is het alleen maar om niet ten aanzien van onszelf en ons eigen besef tekort te schieten.