Persoonlijkheidsprojectie

uit de cursus ‘Occult practicum’ (hoofdstuk 8) – januari 1967

Persoonlijkheidsprojectie

Een persoonlijkheid kan zichzelf projecteren op het moment dat de scherp gedefinieerde persoonlijkheid kan worden uitgestraald. Waar geen zelfkennis is, of als deze onvolledig of verkeerd is, wordt deze ook zodanig aan de buitenwereld overgedragen. U zult begrijpen dat een dergelijke overdracht steeds onvoorziene gevolgen heeft. En daarom geldt wel:
Ten eerste: Indien ik wil werken met persoonlijkheidsprojectie, moet ik een redelijke mate van eerlijke zelfkennis bezitten. Heb ik deze echter, dan zal het mij mogelijk zijn mijn persoonlijkheid dominerend tot mijn omgeving te wenden.
Ten tweede: Alles wat niet actief is, is door zijn rust en op het moment van zijn rust ondergeschikt aan datgene wat actief is. Zelfs zwakke krachten, die actief zijn, zullen op het moment van hun actie sterker zijn dan grotere vermogens die in rust zijn. Zij zullen door hun actie dan ook kunnen bepalen op welke wijze hetgeen zich in rust bevindt in actie zal komen. Degene die bepaalt welke actie wordt uitgevoerd, is in feite de meester.

Als u met mensen of met geesten te maken heeft en u weet wie u bent en wat u wilt en u wijdt elk gebaar, elk gedicht, elk woord mede hieraan, dan legt u uw eigen wezen a.h.w. aan anderen op.

Men meent wel eens, dat persoonlijkheidsprojectie alleen mogelijk is door middel van woorden en veel gebaren. Iemand, die innerlijk een beeld van zichzelf heeft en dit met grote scherpte weet uit te drukken, zal zijn persoonlijkheid zelfs reeds kunnen opleggen aan een gezelschap, dat zich van zijn aanwezigheid op dat moment nog niet eens bewust is. Er is hier dus een grote mogelijkheid om onszelf door te zetten en zeker wanneer het ook de geest betreft, om een selectie mogelijk te maken uit de geestelijke krachten, die met ons eventueel in verbinding zouden willen of kunnen treden.

Wij zullen nu nagaan wat noodzakelijk is om deze projectie scherp en gericht te doen plaatsvinden. En dan moeten we allereerst zeggen:

  1. Een voortdurende projectie van de persoonlijkheid kan wel instinctief, maar niet bewust geschieden. Zij zal daarom voor hetgeen men bewust wil bereiken geen betekenis hebben.
  2. Alle projectie van de persoonlijkheid dient bewust te gebeuren, zo wij meester willen zijn over de daaruit voortkomende resultaten.

Indien ik mij geestelijk en lichamelijk instel, daarbij rekening houdende met de werkelijke waarden van mijn wezen, zo kan ik mij elk willekeurig doel stellen. Hierdoor zal ik in staat zijn een ieder, die niet zelf even intens bewust actief is, te dwingen tot het tijdelijk beschouwen of aanvaarden van mijn doel. Hiertoe begin ik mij natuurlijk geestelijk te richten ‑ aannemende dat ik zelfkennis heb.

Geestelijk richten is een proces van ontspanning van het lichaam. Het lichaam wordt ontspannen. Er wordt een voorstellingswereld opgebouwd, waarin het “ik” wordt erkend plus de acties en noodzaken die door het “ik” beseft zijn. Als dit beeld geheel en scherp in ons gevormd is, zullen wij ‑ dit beeld zoveel mogelijk behoudende ‑ overgaan tot actie. Onze toestand van rust wordt dan verbroken. Elke beweging die wij maken, elk geluid dat wij uitbrengen, ja, elk richten van onze aandacht brengt nu het in ons aanwezige beeld over aan de wereld. In die wereld zullen er bepaalde delen zijn die ons niet kunnen aanvaarden. Zij zullen over het algemeen worden afgestoten en zich dus van ons pad verwijderen. Dat er weerstand wordt opgeroepen geschiedt slechts zelden; en alleen dan, indien in de daadvoorstelling een element van agressie kenbaar aanwezig is. Datgene wat harmonisch met ons is, erkent dit streven voor het zijne én voegt zijn krachten bij de onze. Dit betekent een versterking van geestelijk en lichamelijk vermogen; lichamelijk door de samenwerking, geestelijk door de harmonie. Datgene wat niet actief is (dus geen beeld van zichzelf heeft en geen besluit heeft genomen), wordt ‑ zij het tijdelijk ‑ door ons meegesleept in de richting van ons denken. Het komt tenminste tot een geestelijk beleven van ons standpunt; daarnaast vaak tot een mentaal beschouwen van ons standpunt en een instinctieve reactie, die in overeenstemming is met ons meer stoffelijk streven.

Hebben wij dit eenmaal bereikt, dan zullen wij onze projectie moeten staken. Het voortzetten van de projectie van dit “ik”, zijn wensen en inzichten op de wereld, impliceert het toenemen van steeds grotere ressentimenten en weerstanden. En daaruit zal ik geestelijk en lichamelijk grote moeilijkheden en schokken kunnen verkrijgen. Indien ik echter slechts volhoud, totdat ik een erkenning heb afgedwongen en niet verder, zal deze erkenning het feit van mijn bestaan en streven hebben verankerd in al wat er in geest en stof rond mij aanwezig is. Er kan dan door de wereld rond mij een eigen houding worden bepaald. Deze houding maakt het mij mogelijk te zien wat mijn juiste weg van streven is, wat mijn juiste mogelijkheden op dit moment zijn. Het doet mij daarnaast erkennen op welke wijze ik voor mijn wereld de grootste betekenis kan hebben. Ik heb dus een vergroting van zelfkennis, een bevordering van eigen juiste activiteit in geestelijke en stoffelijke wereld. Daarnaast heb ik een duidelijk beeld verkregen van al datgene wat mijn tegenstander is.

Wie zijn persoonlijkheid projecteert, mag nimmer uitgaan van het denkbeeld dat er vijanden zijn. Indien ik mijn persoonlijkheid projecteer en ik probeer daarbij het kwaad te bestrijden, dan zal ik daarmee a priori elk ‑ dus ook nog niet actief ‑ kwaad tot uiting brengen, want er moet een reactie komen. Een persoonlijkheidsprojectie dient altijd alleen gericht te zijn op positieve bestrevingen, op de positieve punten van het leven, op de positieve erkenningen van de geest. Dit zal u duidelijk zijn. Want stel dat u hier zit met 400 mensen. Die 400 mensen willen allen gelukkig zijn. Maar er is een groot aantal van hen, die dat geluk alleen op een bepaalde wijze wil benaderen. Indien u nu dus opvattingen, die dat geluk uwe inziens onmogelijk maakt, gaat bestrijden, dan heeft u de kans dat van die 400 mensen er 350 tegen u zijn. Dat is misschien geen volledig bewuste kracht, maar geestelijk is het een behoorlijk grote potentie. Het betekent verder stoffelijk een belemmering.

Want die mensen, die eerst passief waren, worden nu actief. Ze gaan zich ook meer stoffelijk tegen u verzetten. Indien u uitgaat van “geluk” en u bouwt het positieve beeld van geluk op zonder de belemmeringen te erkennen, dan zal bij de meesten van hen een harmonie mogelijk zijn. U krijgt dan misschien 350 mensen mee. U heeft een geestelijke kracht, een sfeer geschapen, waarin uw wil ‑ langzaam maar zeker versterkt misschien door het meer bewuste willen van velen in die gemeenschap ‑ in staat is alle geestelijke invloed van anderen eenvoudig terzijde te schuiven. Doordat er harmonie bestaat (een bevestiging), zal ook het gevaar voor bv. lichamelijk geweld of voor verkeerde stoffelijke handelingen in veel mindere mate aanwezig zijn.

Veel van hetgeen men massa‑hysterie en volksmennerij noemt is op persoonlijkheidsprojectie gebaseerd. Wij weten hoe gevaarlijk het kan zijn, wanneer een mens zijn wensdroom als werkelijkheid aan de mensheid oplegt. Hij kan daardoor hele revoluties ontketenen. Maar als die mens uitgaat van zichzelf, zoals hij zichzelf kent of van zijn wereld zoals hij die meent te kennen, als hij dus eerlijk is in zijn projectie, dan zal het resultaat nooit negatief zijn. Het blijft positief.

U vraagt zich misschien af, of er bij de persoonlijkheidsprojectie krachten worden voortgebracht, die u reeds kent of die nog niet genoemd zijn. Ik noem ze kort op.

  1. Door de geestelijke ontspanning en concentratie wordt het to­taal van de mentale wereld ingeschakeld en gericht. Daarnaast wordt de wereld van levenskracht eveneens grotendeels gebundeld en ge­richt, ongeveer voor 3/4. De beelden, die er in de astrale wereld ontstaan, zijn voor u een bevestiging, zodat uw astrale wereld de volledige weerkaatsing is van uw geestelijk streven.
  2. In uw lichaam zullen door de verschillende lichamen (waaron­der vooral het levenslichaam) stimuli worden gegeven, die ‑ uitgaande van de aura ‑ doordringen tot in het zenuwstelsel en de verschil­lende klieren en die daarmede uw lichaam in de.juiste conditie bren­gen om a.h.w. verder te gaan; om waar te maken wat u in uw persoon­lijkheid als juist heeft erkend. Op het ogenblik dat u een leugen gebruikt, is het mogelijk dat het geestelijk proces zich nog wel af­speelt, maar dan worden de stimuli voor de stof helemaal verkeerd en krijgt u dus averechtse resultaten. U wilt bv. sterk worden en in plaats daarvan krijgt u de slappe lach. Dergelijke resultaten moe­ten wij voorkomen. Daarom: absolute eerlijkheid.
  3. Dan spreken we heel vaak ook nog in dit verband van de goddelijke kracht. Dat is natuurlijk een naam en meer niet. Als ik mijn persoonlijkheid eerlijk en oprecht projecteer, dan geef ik dus mijn waarheid weer. Mijn streven is ook een deel van mijn waarheid.
    Waar-zijn wil zeggen: harmonisch zijn met de totaliteit van de schepping, voor zover je daarvan deel uitmaakt. Want je eigen waarheid is deel van de kosmische waarheid. Het betekent dat eventueel traag toegevoerde kosmische krachten door de harmonie minder wor­den geremd. De toevoer van kosmische krachten kan inderdaad groter worden en wij zien dan dat de geestelijke en daardoor ook de lichamelijke potentie hoger ligt dan de norm. De goddelijke krachten wer­ken dus ‑ zij het alleen in voorgaande zin ‑ met ons mee.

Als wij nu het vorige en dit hoofdstuk samen nemen (de communicatie en de projectie van de persoonlijkheid), dan hebben we dus het middel gevonden om één te zijn met de wereld. Eén‑zijn met de wereld is in het occultisme wel een heel belangrijke bereiking. Want de wereld is de bron van alle levende krachten. Ze wordt in de oudheid verpersoonlijkt door vele goden en godinnen. Maar zij kan ook worden omschreven als een samenstel van velden, potenties en chemische processen. Hoe wij dit ook doen, eenheid met de aarde wil zeggen dat de totaliteit van haar velden, haar potenties en haar chemische reacties met ons in verband staat. Ik hoef mijn persoonlijkheid toch niet alleen maar op de volksmassa te projecteren. Als ik voldoende mogelijkheid vind om mij aan de wereld rond mij kenbaar te maken, kan ik tegen het vuur zeggen: Ik wens geen oxygenatieproces aan mijn cellenweefsels. En dan ga ik ongedeerd door de vlammen. U kunt tegen het water zeggen: Verhoog uw oppervlaktespanning, totdat het in staat is het gewicht van mijn wezen te dragen. En het water bevriest a.h.w. onder uw voeten en draagt u. Dit zijn geen wonderen. Het zijn uitzonderlijke gebeurtenissen, inderdaad. In het occultisme hoort men daarvan, maar meer als een legende dan als een werkelijkheid. Maar waarom zouden wij alleen blijven stilstaan bij hetgeen mensen mogelijk noemen? Wanneer ik mij in mijn ware persoonlijkheid aan de aarde kan mededelen, dán zal de aarde op de eigenschappen van mijn ware persoonlijkheid reageren en zij zal zich voegen naar de behoeften daarvan, omdat de mens t.o.v. de delen van de aarde actief is, terwijl de aarde ‑ gezien haar veel tragere reactietijden voor denkprocessen ‑ passief is. Ik krijg een aanpassing, die zowel het weer kan omvatten als misschien het opbloeien van een plant of het ontluiken van een bloem. Ik ben meester over de situatie. Dit meesterschap wordt natuurlijk door weinigen geheel bereikt. En degenen, die het bereiken, zullen maar zelden de noodzaak zien om dergelijke “wonderen” te doen. Maar dat neemt niet weg, dat het vermogen om onze persoonlijkheid te projecteren in wat de z.g. dode materie of een lagere levensvorm is, voor ons van groot belang kan zijn. Al is het maar dat de slang ons niet bijt en de tijger ons niet verscheurt. Al is het maar dat de boom, die ons schaduw geeft, niet verdort maar weelderig groeit. Als wij uitgaan van onze werkelijke persoonlijkheid, dan kunnen wij ook iets geven wat blijvend is, elke illusie, die wij bij die projectie zonder meer krijgen, vergaat zodra ons denken ophoudt. Onze werkelijke persoonlijkheid is een constante; zij blijft bestaan. En dat wil zeggen dat de door haar tot stand gebrachte resonanties ‑ ook als geen bewuste wil of gedachte daarmee verbonden is ‑ een zeer lange tijd ongewijzigd kunnen voortbestaan en dat wil eveneens zeggen, dat wij een blijvende beïnvloeding van ons milieu tot stand kunnen brengen.