Polariteit

uit de cursus ‘Praktisch occultisme’ (hoofdstuk 3) – december 1973

Polariteit

Wij hebben een paar lessen besteed onder meer aan gegevens hoe men bepaalde typen kan herkennen en vooral ook – dat was wel het belangrijkste punt – hoe de krachten die wij gebruíken moeten zijn afgestemd op de persoonlijkheid aan wie wij die krachten willen geven. Wij vergeten daarbij heel vaak dat er altijd iets bestaat wat wij dan maar ‘polariteit’ noemen, omdat het aangeeft dat er twee waarden zijn. Wij zouden het misschien zo kunnen stellen:

Geen enkele kracht kan functioneren, indien er geen tegenstelling bestaat, die wij uitdrukken in positief en negatief. Om u een voorbeeld te geven: ook de duivel heeft nog wel zijn goede kanten. Dat is een erkenning van het verschijnsel negatief-positief. Niets is ab­soluut, maar tussen alles bestaat een relatie. De duivel is de uitbeelding van het kwaad. Zelfs in het kwade schuilt soms iets goeds. En omdat dat het geval is, zullen wij ons dus moeten baseren op datgene wat wij kunnen bereiken, maar ook op datgene wat wij kunnen zien.

Wat is polariteit?

Sommige mensen hebben wat men noemt een sterk stralingsveld. Bij deze mensen zult u, als u een beetje helderziend bent, zien dat de aura iets verder van het lichaam af staat dan normaal. Zo iemand is positief voor zover het kracht betreft. Wij kennen mensen bij wie die kracht in mindere mate aanwezig is. Ten opzichte van een positief persoon zijn deze negatief, maar ten aanzien van een zwakkere blijven ze positief. Nu weet men nooit wat men zelf is. Het is heel moeilijk om te bepalen hoe u staat tegenover een ander. Het is mogelijk dat u ten aanzien van een ander de zwakkere bent. Het is evenwel ook mogelijk dat u ten aanzien van de ander de sterkere bent. Indien wij in staat zijn dit te beseffen, kunnen wij altijd werken. Het is dus helemaal niet belangrijk of wij nu meer of min­der kracht hebben dan een ander, maar het is erg belangrijk dat wij dit er­kennen.

Hoe erken ik hoe ik in de krachtrelatie sta tegenover een ander?

  1. Probeer het krachtveld, de levenskracht van de ander af te tasten. Gebruik daarvoor niet uw handen maar concentreer u even op die ander. Het verstandigst doet u, als u bij uw concentratie niet uitgaat van het voorhoofdchakra – dat overigens erg belangrijk kan zijn –  maar van het middenrif. Praktisch alle mensen hebben hier een actief chakra. Het zal geheel of misschien ten dele open zijn, maar het is altijd actief. Indien wij ons daarop concentreren, dan krijgen wij soms het gevoel ‘dat iets ons tegemoet komt’. In zo’n geval moeten wij aannemen dat de ander een sterkere levenskracht heeft dan wij op dat moment zonder bijzondere concentratie daarop kunnen bezitten. Als wij daarentegen het gevoel krijgen dat er niets is of zelfs dat de persoon eigenlijk een beetje van ons af gaat, dan zijn wij de sterkeren en zijn wij dus ten aanzien van deze persoon positief. Deze proef kan na enige oefening door bijna iedereen met succes worden gedaan. Er zijn echter situaties denkbaar waarin een dergelijke concentratie moeilijker te bereiken is.
  2. Dan is er ook nog de methode van aanraking. Hiervoor kunt u een gewone handeling nemen bv. een handdruk. Hierbij stelt u zich bewust in op kracht in uw eigen hand. Als u dit een paar keer heeft gedaan, behoeft u alleen maar te denken “mijn levenskracht vloeit naar mijn hand toe” en dan is dat het geval. Als u nu de ander beroert en er ontstaat een schok (net alsof er vonkjes overspringen), dan is die ander sterker. Krijgt u echter het gevoel van een prikkeling (“iets gaat van mij uit”), dan bent u de sterkere. Ook deze methode is zeer goed bruikbaar en kan gemakkelijk worden aangewend. Ze vergt, als u daarmee geoefend heeft, praktisch geen concentratie. Ze kan onopvallend plaatsvinden (bv. tijdens een kennismaking) en maakt het u mogelijk om u te oriënteren ten aanzien van degenen die rond u zijn.
  3. Deze methode kunnen wij alleen gebruiken, indien het gaat om af­stand. Wij kunnen dit doen voordat wij naar iemand toe gaan en als wij die persoon voldoende kennen om ons op hem in te stellen. Wij kunnen het ook doen, als wij iemand op afstand willen genezen en wij een voor­stelling van die persoon hebben. Wij nemen een kleur die wij goed kennen in gedachten. Neem maar uw lievelingskleur. Het is niet belangrijk welke kleur u projecteert. Het heeft ook niets te maken met de straal of de Heer van de straal. Indien de ander sterker is, zult u die kleur niet in gedachten kunnen houden. Als u zich daarop en op de persoon probeert te concentreren, dan verandert de kleur. In dat geval is de ander ten opzichte van u positief, dus sterker.

Met deze drie eenvoudige regeltjes kunt u – al vergt het in het begin enige oefening (het gaat de eerste keer misschien niet helemaal omdat u dan nog niet weet wat u voelt, u moet er ook even aan wennen) – nagaan: Hoe ligt de polariteit tussen mij en een andere persoon?
Hebben wij de polariteit eenmaal vastgesteld, dan zullen wij daarbij rekening moeten houden met het type van de persoon.

U heeft reeds een aantal eenvoudige richtlijnen gekregen. U heeft on­getwijfeld ook wel enige mensenkennis en als u sensitief bent, kunt u boven­dien wel iets aanvoelen van de sfeer die een ander omgeeft. En nu pas kun­nen wij aan het werk gaan.

Zijn wij positief ten aanzien van die ander, dan moeten wij erg voorzich­tig zijn dat wij bij de ander niet iets gaan domineren wat onbelangrijk is voor hetgeen wij willen bereiken. Je kunt iemand helpen omdat hij hoofdpijn heeft en hem zonder het te weten kramp in zijn tenen bezorgen. Dit klinkt gek, maar het is begrijpelijk. Als ik nl. de kracht, die ik voor de hoofdpijn wil gebruiken op het gehele lichaam richt, is het best mogelijk dat ik elders spiertrekkingen veroorzaak. Die spiertrekkingen zouden in een spierkramp kunnen ontaarden. Je moet dus wel uitkijken. Ben ik positief ten opzichte van die ander, dan is het van het grootste belang dat ik mij nauwkeurig concentreer op de kwaal, op de symptomen waar ik iets aan wil doen.

Ben ik negatief (zwakker) in een dergelijk geval, dan is het helemaal niet belangrijk, of ik de kracht naar een speciaal deel stuur, want het lichaam als zodanig heeft toch een vitaliteit die de mijne overtreft. Ik moet dan uitgaan van een harmoniserend principe. Ik moet mij dan niet voorstellen dat ik met geweld de hoofdpijn even wegwapper, maar dat alles samenvloeit tot rust.

Indien ik positief (sterker) ben ten opzicht van de ander, dan kan ik de ander natuurlijk suggereren wat ik wil. Het is gemakkelijk genoeg om een denkbeeld uit te stralen en als je maar een persoonlijkheid hebt die sterk genoeg is, kun je de ander zonder meer daarmee overtuigen. Wat dus betekent, dat een handelsreiziger met een sterke persoonlijkheid die zwak­kere persoonlijkheden ontmoet een goede dag heeft.

Indien ik echter de zwakkere ben (dat komt veel vaker voor dan u misschien vermoedt) en ik wil toch overtuigen, dan kan ik dat alleen doen door uit te gaan van de ander. In zo’n geval is het zeer belangrijk dat de ander ertoe wordt gebracht zelf tot de conclusie te komen, die u hem eigen­lijk had willen suggereren. U moet dus meer indirect werken.

Indien ik meen, dat ik als zwakkere niet in staat ben om een resultaat te bereiken, dan kan ik natuurlijk de geest, God, de goddelijke Kracht of het Licht daarbij aanroepen. Hieruit krijg ik inderdaad een aanvulling van vermogen. Maar laten wij dan niet vergeten dat altijd, als wij een hoge­re macht of kracht aanroepen die sterker is dan wij, wij niet meer in staat zijn om zelf de werking te bepalen. Wij kunnen hoogstens voor onszelf de harmonie bepalen langs welke de werking mogelijk wordt.

Als het geestelijke krachten van hogere aard en levenskracht betreft, is de mens over het algemeen de zwakkere van alle entiteiten, de duistere zowel als de lichte. Dat laatste zal u waarschijnlijk een beetje vreemd in de oren klinken. Het is echter begrijpelijk, indien u zich realiseert dat wat voor u levenskracht is voor hen bevoertuiging, belichaming is. Het is dus niet een beperkt deel van hun wezen, het is een deel van hun wereld waarin hun belichaming is opgebouwd uit dezelfde kracht die hun om­geving vormt. Zij kunnen dit dus ook gemakkelijker aanvullen. Een duistere kracht is ten opzichte van een lichtere negatief, niet omdat zij over minder kracht kan beschikken, maar omdat de scala van harmonische trillingen, die door die kracht kunnen worden bestreken, aanmerkelijk min­der zijn. Daar entiteiten in deze gevallen dus altijd meer energie hebben dan een mens, zullen wij indien wij werken met entiteiten ervan moeten uit­gaan dat deze geesten beslissen wat er gebeurt. Wij kunnen hoogstens de aanleiding geven voor hun werken, maar wij kunnen hun werken niet bepalen. En daarmee zitten wij meteen in een probleem dat ik hier ook even wil aan­stippen.

Hoe bereik ik de harmonie met entiteiten?

Dat is gemakkelijk genoeg, zeggen de meeste mensen. Je kent er een, je stelt je daarop in en hij komt wel. Maar stel u nu voor dat u degene die u nodig heeft niet kent.

Dan bestaan er een aantal diagrammen. Deze diagrammen (ook wel magische diagrammen genoemd, ofschoon ze dat eigenlijk niet zijn) bevatten een aantal symbolische voorstellingen. De mens die zich daarop richt, komt in een bepaalde toestand te verkeren. Door concentratie op die voor­stellingen verandert de eigen harmonische instelling en definieert zich scherper op één bepaald terrein. Roep je dan entiteiten aan, dan zal die roep alleen kenbaar zijn op het terrein dat je door de beschouwing van het symbool van tevoren zelf hebt bestemd. En dan kun je in ieder geval er zeker van zijn dat de werkingen die ontstaan in overeenstemming zijn met hetgeen je wilt; nog niet dat de volvoering in overeenstemming is met de voorstelling, maar er gebeurt in ieder geval wat je wilt.

Welke voorstellingen zijn bruikbaar?

Er zijn enkele z.g. zegels, die algemeen bekend zijn. Als u de ster van Israël neemt (de zespuntige ster), dan heeft u de basisfiguur van het z.g. Grootzegel van Salomo. Dit Grootzegel bevat verder de voorstellingen van wapens, een zwaard, een dolk, soms ook een sabel en een degen. Daarnaast bevat dit Zegel een aantal Godsnamen, een paar heilige getallen en nog zo wat. Ze zijn eigenlijk niet eens zo erg belangrijk, indien u zich realiseert dat deze voorstellingen het beeld geeft van:

  1. goddelijke Kracht,
  2. afweer van het gevaar,
  3. overwinning van het kwaad.

Indien u dat kunt onthouden, dan kunt u zo’n symbool nemen (desnoods de ster van El Al) en u kunt dit als concentratiemiddel gebruiken. In dergelijke gevallen zal de afstemming altijd liggen op het niveau van de lichte geesten die thuishoren in de sfeer van zuivere kleur. Dit wil zeg­gen dat dergelijke entiteiten altijd zullen ingrijpen op basis van geestelijke waarden, nimmer op basis van zuiver stoffelijke toestanden.

Een tamelijk eenvoudig symbool waarmee u ook wat lagere krachten, die ook de materie willen beïnvloeden, gemakkelijker kunt oproepen, bestaat uit de vijfpuntige ster, vooral als u die stelt in wit tegen een achtergrond van zwart of rood. In deze gevallen heeft u een voorstelling waarbij u moet zeggen: Dit is de mens, de geest van de mens, de kracht van de mens.

Verbindt u deze associaties aan de voorstelling, dan bereikt u al degenen die nog steeds het mens zijn erkennen als waardevol en onder de mensheid ook werkzaam zijn, als u bv. mij of mijn vriend Henri zou willen oproepen en zou ons niet kennen, dan is de kans dat u langs dit symbool met ons in contact komt betrekkelijk groot. Dergelijke entiteiten kunnen ingrij­pen in stoffelijke disharmonieën. Zij zijn soms – maar niet altijd – ook in staat eventuele geestelijke disharmonieën op te lossen.

Een derde symbool, dat voor de meeste mensen ook eenvoudig te vervaardigen is. U kunt het gewoon tekenen. U neemt een achtergrond van bij voorkeur kobaltblauw. U tekent daarop in geel een rad waarin een kruis; dus een cirkel met een kruis erin. Concentreer u op dit kruis en stel u daarbíj voor: dit is de verlossing van de bekende wereld. Door u hierop in te stellen bent u in contact met een groot aantal krachten, die vanuit het licht op aarde werkzaam zijn, en met de levenskracht, die ook deze aarde en de mensheid omgeeft.
In dergelijke gevallen kunt u door dit symbool en door het definiëren van uw wensen – althans ten dele – beïnvloeden wat er gebeurt. Uw eigen denken is dus van grotere invloed dan in de andere gevallen. De mogelijkheden echter die u heeft zijn gemiddeld iets kleiner omdat geestelijke disharmonieën dus hierin niet worden opgelost maar hoogstens gesublimeerd en omdat de stoffelijke werkingen door levenskracht overwonnen moeten worden. Dat betekent middels functies en de reacties van het lichaam van een patiënt.

U ziet het, indien wij negatief staan ten aanzien van een ander op het gebied van kracht, dan betekent dat nog niet zo erg veel. Wij hebben dan de middelen om desondanks goed te werken. Wij kunnen een ander genezen. Wij kunnen ondanks dit alles geestelijke harmonieën toch tot stand brengen. Het enige dat wij minder goed kunnen doen – en dat is eigenlijk niet zo erg, meen ik – is die andere te domineren. Hypnose bv. is dan veel moeilijker.

Nu is positief – negatief natuurlijk niet alleen in levenskracht uit te drukken. Het kan ook in denken zijn. Als je positief denkt, dan wil dit zeggen dat je alle lichtende en goede waarden erkent. Je ontkent niet dat er duistere of negatieve waarden zijn, maar je zegt doodgewoon: die zijn al­tijd onderworpen aan het licht. Dat is eigenlijk het oude recept van de de­tectievefilm “het recht moet overwinnen”. Op deze manier moet je dan ook denken. Deze positiviteit maakt het mogelijk om alle negatieve verschijnselen, waarmee je wordt geconfronteerd, af te wijzen.

Daartegenover staat het negatieve denken. Het negatieve denken ziet alles alleen in relatie met zichzelf. Het projecteert voortdurend minder­waardigheden naar buiten toe en erkent in alles voornamelijk de negatieve tendensen, de fouten. Wie zo denkt, vernietigt over het algemeen een deel­ van zichzelf. Want je kunt niet voortdurend kijken naar het kwade, zonder steeds meer door het kwade te worden gedomineerd. Je kunt voortdurend het goede zien en het kwade beseffen als aanwezig, zonder dat het de kans krijgt je aan te tasten. Het is dus belangrijk dat u ook hier begrijpt dat de polariteit “goed en kwaad” vanuit onszelf bestaat. Voor ons is alles goed wat beter is, wat meer omvattend is dan wijzelf. Voor ons is alles kwaad wat minder bevat, vooral aan licht, aan mogelijkheden dan wijzelf. Wij zijn zelf het criterium.

In de polariteit moeten we gewoon uitgaan van het standpunt “waar kan ik het goede zien”? Hoe meer ik het goede zie in alle dingen, des te meer antwoord ik op het goede. Als ik dan nog probeer om ook een verband met hogere krachten te zien, dan zal ik ook meer in staat zijn het goede duidelijk te manifesteren en kan ik het negatieve effect, dat in het leven altijd aanwezig is, als het ware verminderen en op den duur voor mijzelf en degenen waarmee ik in harmonie ben tot grote onbelangrijkheid reduceren.

Nu zult u zeggen: praktisch occultisme en nu kom je met polariteit aandragen. Wel, polariteit is voor onze handelingen van het grootste belang. Indien wij namelijk niet beseffen dat er voortdurend verschillen zijn, dat deze in het leven van de mens en van de geest een grote rol spelen en dat wij daarbij onze eigen plaats voortdurend moeten definiëren ten aanzien van de contacten die wij hebben, zijn wij niets waard. Dan worden wij geleefd; dan is niets van hetgeen wij proberen tot stand te brengen ons eigen werk. In het occultisme is het juist belangrijk dat je de geheimen kent. Die geheimen gaan soms wat verder dan alleen maar de vorm van een neus, van een voorhoofd en dergelijke. Als wij in ons de wil tot licht erkennen, dan kan dat bij sommige mensen gewoon intuïtief zijn – zij weten niet eens wat zij doen – bij anderen moet het soms een zeer overlegd proces zijn. Dan zullen wij door dit licht te erkennen dat licht voor onszelf ook toegankelijk maken. Anders gezegd: datgene wat in mijn actie voor mijn besef dominant is, ontsluit in mij gelijktijdig harmonische contacten in overeenstemming met hetgeen ik ben. Deze contacten zullen liggen in een sfeer waarin de waarde, die ik tijdelijk projecteer, als een continue waarde aan­wezig is.

Nu gaan wij een paar woorden gebruiken, die in het occultisme vaak worden vermeden:

God

Er bestaat geen definitie van God, behalve misschien deze: God is de voor ons grootst voorstelbare positiviteit ten aanzien van alle bestaan. Wij kunnen ons nooit zien als sterker dan deze God. Dat is ook niet belangrijk. Het is wel belangrijk dat wij, waar wij zelf tekort schieten, een beroep doen op krachten, die wij hoger achten dan wijzelf. God omvat het totaal van deze krachten en als zodanig is elk beroep op God dus gelijktijdig een vergroting van ons positief vermogen, waardoor wij echter – en dat mogen wij niet vergeten – in de werking van deze krachten voortaan onderworpen zullen zijn aan de beperkingen, de wetten en de gerichtheid, die uit ons Godsbeeld voortkomen. 

Seks

Seksualiteit is iets wat in het occultisme soms erg misbruikt wordt. Er bestaan zoals u weet heel wat riten, die de aangenaamheid van het lustleven des mensen soms onderstrepen met religieuze bijeenkomsten; maar daarop wil ik niet wijzen.
Wij zullen moeten beseffen, dat er een verschil bestaat tussen de seksen. In het occultisme is de man niet gelijk aan de vrouw of omgekeerd. Elk van hen heeft zekere specifieke kwaliteiten en eigenschappen, die misschien tijdelijk geëgaliseerd kunnen worden, maar die altijd weer vanuit zich onderlijnd worden.
Een man kan niet op dezelfde wijze in tijd en ruimte schouwen als een vrouw, ook al zijn de resultaten vaak vergelijkbaar. Het is dus belangrijk dat u ook beseft: ik kan niet alles. Ik moet het doen op mijn manier. Man en vrouw, dat is eigenlijk ook een polariteit. En dat is niet alleen een polariteit, die je kunt bepalen qua incarnatie en geest. Per slot van rekening, er zijn geesten, die man zijn geweest en als vrouw zijn geïncarneerd en omgekeerd. Dat maakt niet zoveel verschil uit, maar in het lichaam wel.
Het lichaam heeft zijn eigen samenstel van secreties (hormoonwerkingen). Het is nu eenmaal zo dat die bij een man anders zijn dan bij een vrouw. Deze lichamelijke verschillen betekenen ook verschillen in denken, in emotionaliteit, maar ook – wat helderzienden volgens mij beter zullen moeten onderstrepen – een verschil in de opbouw van vooral de dichtst bij het li­chaam liggende delen van de aura. Zuiver geestelijk is het verschil nihil.
Kijken wij echter naar het emotionele leven, dan is het verschil veel groter. En kijken wij naar het functioneren van de man en de vrouw inclusief het eigen denkvermogen, dan blijkt het verschil vaak zo enorm groot te zijn, dat het lijkt alsof man en vrouw een tegenstelling vormen. Daarom kunnen wij – ofschoon de door mij gegeven symbolen en richtlijnen voor beide seksen gelden – niet uitgaan van een volkomen gelijke werkmethode voor beide seksen. Ik mag hier eenvoudigheidshalve 2 tabelletjes geven. U kunt ze dan later eens vergelijken.

Vrouw

  1. Grootste energieën door emotionele instelling.
  2. Het meest juiste schouwen en intuïtief ervaren, als geen interpretatiemogelijkheid wordt gezocht.
  3. De vrouw zal zeer grote hoeveelheden levenskracht kunnen uitstralen, mits haar voorstelling van die kracht vaag blijft en het doel van die kracht door haar scherp wordt omschreven.
  4. De vrouw kan harmonie vinden met vele sferen, maar zij zal deze eerder moeten zoeken in de richting van het aanvoelen van een sfeer dan in de richting van het opbouwen van een zuivere voorstelling van een van de waarden in die sfeer.

Man

De man zal, ook wanneer hij begint met magisch-occulte krachten te werken:

  1. een rationele voorstelling of een symboolvoorstelling daarvan in zichzelf moeten opbouwen. Zonder deze voorstelling is het voor hem zeer moeilijk resultaten te bereiken.
  2. als de man emotioneel wordt, verliest hij in tegenstelling tot de vrouw een groot gedeelte van zijn occulte beheersingsmogelijk­heid. Hij zal daarom altijd in de eerste plaats van het mentale beeld uitgaan.
  3. als de man helderziende waarnemingen doet in ruimte en tijd is het voor hem zeer belangrijk ze exact te omschrijven. Hij zal zich aan een interpretatie niet kunnen onttrekken, ook al zou hij dit willen. Deze interpretatie dient hij wel voorwaardelijk te stellen. Dus: ik zie, ik vermoed. Niet: zo is het. De vrouw zegt: Zo ís ­het en zij weet niet eens waarom. De man weet waarom hij iets zegt, maar hij weet niet zeker of het zo is.
  4. wanneer de man levenskracht nodig heeft en daarmee wil werken, dan is het voor hem zeer belangrijk dat hij een duidelijke voorstel­ling heeft van die levenskracht. Hij kan zich een stralenbundel voorstellen waarbij het object waarop deze wordt gericht desnoods in de schaduw blijft; hij bereikt een maximale werking.
  5. Bij de vrouw is de voorstelling van het middel niet belangrijk, alleen de voorstelling van het effect.

Met deze enkele voorbeelden hoop ik u duidelijk gemaakt te hebben dat sekse en seksualiteit inderdaad een grote rol kunnen spelen in occulte werk­zaamheden en het gebruik van occulte krachten.

Wij zullen nu proberen – mede in verband met polariteit – ook nog na te gaan hoe wij deze polariteit kunnen voelen ten aanzien van een andere plaats op de wereld.

Niet op alle plaatsen in de wereld gelden gelijke waarden en verhoudingen. Er zijn bv. verschillen in luchtelektriciteit, in magnetische densiteit van het aardmagnetisch veld, in luchtvochtigheid, in temperatuur, eventueel de aanwezigheid van aardstralen of andere straling.

Het is dus niet mogelijk te zeggen: wat op deze plaats zo bestaat, bestaat elders precies hetzelfde. Dan krijg je bv. iemand die zegt: Omdat het binnenshuis droog is, moet ik buiten een lucifer zonder meer in de stro­mende regen kunnen aansteken en daarmee alles in brand kunnen steken.

Dat gaat natuurlijk niet. Als ik mij instel op een andere plaats, dan mag ik niet uitgaan van wat ik in mijn eigen omgeving voel. Ik moet zelfs niet uitgaan van feitelijke vaststellingen ten aanzien van die andere plaats. Ik moet voor mij een beeld daarvan krijgen. Dat beeld kan zijn: nevel, regen, zonneschijn, betrokken hemel. Het beeld kan droevig zijn, blijmoedig of hoopgevend. Al deze indrukken, zoals wij die ontvangen, moeten wij gebruiken als basis voor alles wat wij op die plaats willen doen.

Als wij bv. het gevoel hebben “die plaats is duister”, dan kunnen wij niet zeggen “nu ga ik genezende krachten zenden” of “nu ga ik een gedachte daarheen uitzenden”. Dan moet ik eerst zorgen dat er licht is. U moet dus altijd een plaats zien als verschillend ten aanzien van uw eigen omgeving en uw eigen instelling. U moet proberen dit verschil te zien. Heb ik het gevoel dat zo’n plaats zeer helder is dat ik eigenlijk het gevoel heb van “ik sta in de schaduw”, dan is het duidelijk dat ik eerst in mij een beeld van licht moet oproepen voordat ik juist kan wer­ken op die andere plaats. Hier heeft u dus ook weer het zoeken naar har­monie.

De kernwaarde van alle occultisme is het zoeken van een harmonie, het handhaven van een harmonie of het herstellen van een harmonie. Alles wat wij tot stand brengen of het nu een suggestief beeld is, een hypnotische trance, een genezing, clairvoyance, somnambulisme of wat u verder nog aan occulte waarden wilt zien, u zult ontdekken dat dit al­tijd gebaseerd is op het vinden van eerst een harmonie.

Er is iemand geweest die zei: “Het is erg moeilijk rechtop te lopen op een hellend vlak”. Dat geldt voor ons ook. Indien wij die evenwichten niet tot stand weten te brengen, kunnen wij soms nog wel iets doen, maar ons maximum aan vermogen en aan mogelijkheden vinden wij alleen wanneer de gelijk waardigheid is ontstaan. Die zal dan gebaseerd zijn op twee polen, twee tegenstellingen, die harmonisch met elkaar verbonden worden. Het is voor ons dan erg belangrijk dat die verbinding absoluut harmonisch is en dat wij van deze erkenning van harmonie uitgaan.

Experimenten

Nu heb ik nog een paar eenvoudige experimenten voor u in petto, die u te zijner tijd misschien kunt gebruiken. Het eerste experiment zou ik wil­len noemen:

1. Directe overdracht van kracht

Hier gaan wij uit van een contact met de aura van een proefpersoon.
Wij realiseren ons voordat wij beginnen wat wij tot stand willen brengen. Vanaf dat ogenblik maken wij contact en stellen ons in op onverschillig wat. Gaat u desnoods een praatje houden over de autoloze zondag; als uw patiënt een automobilist is, dan heeft u gegarandeerd de gewenste ont­spanning. De straling blijft dan doorgaan op basis van een gestelde harmo­nie. De resultaten daarvan zijn over het algemeen onmiddellijk merkbaar. Dat wil zeggen als u op deze manier reageert op iemand die hoofdpijn heeft of een tijdelijk reumatisch pijntje e.d, dan is die pijn na dat praatje (dat eigenlijk is een contact zoeken met de straling in de aura) verdwenen.

2. Accumulatief instralen

U kunt dat oefenen op mensen en op dieren. U kunt het zelfs op plan­ten en snijbloemen toepassen. Wat dat laatste betreft een voorbehoud, de snijbloem moet nog fris zijn, ze moet dus vers zijn. Als wij instralen, dan kunnen wij dat doen om een ogenblikkelijke werking tot stand te brengen en dan denken we aan het effect. Wij kunnen ook denken aan de kracht die nodig is om een bepaalde toestand zolang mogelijk te handhaven Ook hier is het belangrijk dat wij ons voorstellen wat wij doen. Zijn wij eenmaal be­zig met instralen, dan doen wij dat gewoon automatisch. Dus om het eenvou­dig te zeggen: u zingt een kerstliedje of u kijkt naar de kinderen buiten en ondertussen straalt u een bloem in. Als u dit enige tijd volhoudt –  dat moet u zelf maar voelen –  dan zult u daardoor zoveel energie geven dat een snijbloem ongeveer 4 tot 10 dagen – dat ligt aan uzelf – langer fris blijft dan normaal. U kunt daarmee bereiken dat in iemand een genezende werking ontstaat, die eigenlijk pas kenbaar wordt 20, 30, 40 minuten nadat ­u allang weer op iets anders bent overgegaan, maar die in het gunstigste geval dan wel een werkzaamheid behoudt van 48 tot 50 uur.

Nu zal ik vertellen hoe u instraalt.

Elke mens heeft twee handen. Als u die handen even van elkaar verwijderd houdt, dan kunt u het gevoel krijgen van een zekere spanning daartussen. Niet bij iedereen is de polariteit tussen de handen echter gelijk. Ze kan gereserveerd zijn. De hand, waarvan u het gevoel heeft dat er het meest van uitgaat, gebruikt u altijd als de hand voor instraling. Met deze hand straalt u dus in. Instraling bestaat uit het geven van kracht. U moet dus niet de andere hand daar naast leggen. Laat mij het zo zeggen: als u een bloem instraalt, dan moet u niet in de andere hand de vaas houden, want zo straalt u dóór en gaat uw levenskracht weer naar u terug. En dat is niet de bedoeling.

Een tweede trucje kunt u hierbij onthouden.

Waar een levensproces actief is, heeft instraling weinig zin; het kan zelfs schadelijk zijn. Laten we zeggen: neef Jan heeft een steenpuist. Dus stralen we die steenpuist in. We vitaliseren de heleboel in de omgeving daarvan en dat nog met opgestapelde energie die lang blijft doorwerken. Dan heeft onze neef na enige tijd geen steenpuist meer naar een negenoog. Wij vermenigvuldigen dus het kwaad. Dergelijke instralingen kun­nen alleen worden gedaan – dat moet u goed onthouden – voor effecten die wij inderdaad als volkomen goed zien. Wij kunnen nooit instralen om iets kwaads weg te nemen.
Ik heb wel een mensen bezig gezien die zeggen; “O, je bent zo benauwd, ik zal je even instralen”. Waarbij zij één ding vergaten: de oorzaak van de benauwdheid was een bronchiale catarre d w. z. overmatige slijmafscheiding in de bronchieën. Het gevolg was dat de slijmafscheiding na de instraling nog een beetje erger werd en het op ernstige astma begon te lijken. Je moet dus een beetje uitkijken wat je doet.

3. Instralen met eigen kracht en doorstralen

Dan wil ik u een derde proefje geven dat misschien het eenvoudigst is om uit te voeren, maar gelijktijdig – dat wil ik erbij zeggen – moet je er erg voorzichtig mee zijn.
Trek gewoon de handen van elkaar af totdat u een krachtveld voelt. Plaats tussen de handen een voorwerp. Kies bij voorkeur een voorwerp dat u beschouwt als goed of als heilig. Dat kan bv. een kruisje zijn, dat kan een voorstelling zijn van iets wat voor u het zuivere, het lichte is. Neemt u – wat mij betreft – een van die getekende foto’s die men van bepaal­de meesters heeft gepubliceerd. U trekt dan het veld rond het voorwerp en u laat uw levenskracht pulseren. Denk maar dat er een draaimolen van kracht is die van de ene hand uitgaat en in de andere hand trekt. Kijk goed naar het voorwerp en besef wat het voorstelt. Om dit goed te doen zult u in het begin tenminste 5 tot 10 minuten moeten instralen.­ Het vraagt dus wat tijd, maar het is verder doodeenvoudig. Het werkt voor iedereen, omdat men werkt met zijn eigen kracht.
Maar nu de aardigheid. Als u gaat slapen, breng dat voorwerp in uw nabijheid. Zet het op uw nachtkastje, hang het ergens boven uw bed en richt uw aandacht even daarop voordat u uw ogen sluit en zegt: Nu ga ik slapen. Geef uzelf bovendien de suggestie: als ik droom, moet ik dat toch naar eens onthouden. U zult ontdekken dat delen van die voorstel­ling ook een rol spelen in uw droom. Maar u zult ook ontdekken dat u daarbij zelf een rol speelt. U bent zelf functioneel in verband met het gekozen symbool. Let niet op uzelf en niet op het symbool, maar wel op de relatie die dan ontstaat. Dat kan een kwestie zijn van woorden, van gevoelen, van kleur. Het kan zelfs een soort mathematisch symbool zijn. Onthoud dit! Als u nu terugkeert uit de droom naar het dagelijkse leven, gebruikt u dit symbooltje. En als u het een paar keer ongeveer gelijk hebt gehad met wat u in de droom beleefde, dan straalt u met dit symbool bv. een plantje in. In deze tijd misschien een bol, dat iets sneller dan normaal moet groeien of een plantje waarvan u zegt dat is erg vervallen, ik wil dat graag weer herstellen.
Nu straalt u niet alleen in. U begint even in te stralen, daarna straalt u dóór. U probeert een innerlijk gevonden harmonie over te brengen op een levend wezen. U kunt het ook doen op een hond, een kat, een duif Als u de resultaten daarvan nagaat u heeft het dus enkele keren gedaan, dan zult u ontdekken dat u op deze manier een symbool heeft gevonden waarmee u met een eenvoudige doorstraling veranderingen tot stand kunt brengen. Deze veranderingen worden niet door uzelf – ik zeg het nogmaals – ­gecontroleerd, maar ze ontstaan uit uw besef van een hogere waarde. Daarom heb ik gezegd: Neem als voorwerp – als het even kan – iets wat voor u een belangrijke betekenis heeft ten aanzien van het Hogere.

Nog even een raad: als een willekeurig voorwerp is gebruikt voor deze doorstraling, zo kan dat helpen om bepaalde droombeelden en erken­ningen te bereiken. Wanneer echter zo’n voorwerp weer in de roulatie komt­ en in handen van anderen belandt, blijft de band, die u daarin voor uzelf en met uzelf heeft gelegd, bestaan. Daarom is het goed in dergelijke geval­len het voorwerp te demagnetiseren. U kunt dit doen door de bekende afne­mende passes om het voorwerp te maken. U kunt het ook doen door het voor­werp enige tijd in stromend water te houden met de wil om de kracht weer naar u terug te doen vloeien. Dan kunt u het ook nog doen door met beide handen kort op het voorwerp in te stralen, daarna de kracht terugtrekken en als u de handen bij de schouders heeft gebracht (en niet eerder) de af­slaande passes te maken ter zijde van het voorwerp, nimmer schuin in de richting daarvan. Dus altijd van het voorwerp en uzelf af.

Dit zijn dan de proeven die ik u geef. Het is geen huiswerk. U hoeft het niet te doen, maar als u wilt experimenteren, probeert u dit eens.

Als u de laatste proef heeft gedaan en u heeft inderdaad uw symbool gevonden, probeer dan eens om u in het bijzonder daarop te concentreren. U zult ontdekken dat deze concentratie- en meditatieoefeningen u een enorme ontspannenheid geven en daardoor – dat is toch ook een voordeel meen ik – tevens de mogelijkheid om sneller te reageren, juister en beter te begrijpen en in vele gevallen om rationeler te werken dan u gewoonlijk doet. Op deze manier kunt u dus via eenvoudige proefjes, behorende tot het terrein van het occultisme, iets aan uzelf veranderen. Maar vergeet dan daarbij niet, dat u bij deze verandering mede dient uit te gaan van hetgeen ik heb gezegd omtrent polariteit, ook ten aanzien van uw eigen sekse.

Spoken

Spoken zijn – voor de meeste mensen althans – wezens, die doorzichtig zijn, griezelige geluiden uitstoten en onbegrepen wensen afvuren op onschuldige beschouwers. Dat deze instelling niet geheel juist is, zal u allen reeds duidelijk zijn.

Onder “spook” verstaat men mede aan onze zijde een aardgebonden geest of een geest uit een niet lichtende sfeer, die zich op aarde – op welke wijze dan ook – voortdurend manifesteert. Dat wil dus zeggen, dat spoken vaak bezield kunnen zijn. Aan de andere kant dient men te begrijpen dat zelfs een intelligentie uit een lagere sfeer of een aardgebonden geest er gewoonlijk geen behoefte aan heeft om met rammelende ketenen, het hoofd onder de arm, klagelijk loeiend door tochtige gangen te dwalen. Er zijn inderdaad wel verschijningen waarbij dit voorkomt, maar dan hebben wij eerder te maken met een reprojectie van in de omgeving vastgelegde emotionele waarden uit het verleden.

Een normaal spook kan optreden zonder dat ter plaatse een medium aanwezig is. De reprojectie of reproductie van een gebeuren uit het ver­leden kan alleen plaatsvinden, indien een mediamieke persoonlijkheid aan­wezig is en door haar kracht en gevoeligheid de voorstelling a.h.w. doet starten. Een spook kan altijd reageren op omstandigheden. Een reprojectie uit het verleden bestaat uit een gelijk blijvende voorstelling, die altijd in dezelfde sequentie en op dezelfde manier in dezelfde tijdsduur wordt ­herhaald. U zult met deze laatste verschijningen niet zo ontzettend veel te maken krijgen. Dergelijke voorstellingen zijn over het algemeen terug te vinden in huizen waar zeer emotionele gebeurtenissen hebben plaatsgevonden: een massamoord of andere vergelijkbare emotionele toestanden.

Heeft u met iets dergelijks te maken, realiseer u dan dat die personen niet echt zijn. U bent niet kwetsbaar voor wat zij doen, tenzij u meent dat zij reëel zijn en u kunnen beïnvloeden. In zo’n geval kunnen uw eigen krachten aansprakelijk zijn voor bv. het rondzweven van voorwerpen en an­dere poltergeistverschijnselen.

Indien u te maken heeft met een spook (een entiteit, die aardgebonden zijnde of zich op aarde manifesterende u probeert iets duidelijk te maken), dient u zich het volgende voor ogen te houden:

Een verschijning zonder meer kan u niet bereiken en kan u dus ook geen kwaad doen. Indien u daarop reageert, dan is dat omdat u in die entiteit een verlangen bemerkt en haar een dienst wil bewijzen. Indien een dienst wordt gevraagd, zo zal deze in vele gevallen mede ertoe bijdragen dat de persoonlijkheid minder aardgebonden wordt ofwel dat een entiteit uit het duister van bepaalde waanbeelden wordt verlost. Daarom, indien u door gebaren of op een andere wijze kennelijk een verzoek wordt gedaan om hulp, geef deze hulp, maar alleen dan, indien u zelf het gevoel heeft dat de hulp niet ten nadele gaat van anderen.

Spoken kunnen zich op vele manieren manifesteren.

De klopgeest

Een klopgeest klopt duidelijk en hard, maar niet altijd op dezelfde plaats. Als een bepaald meubel voortdurend klopgeluiden produceert, laat het eerst eens controleren op houtworm en zorg ervoor dat geen sta­tische electriciteit zich daarin kan opzamelen. Een op verschillende plaatsen en duidelijk klinken van rappings (klopgeluiden) betekent hoog­stens dat er iemand, of iets aanwezig kan zijn. Velen reageren door vragen te stellen waarbij men de eis stelt twee keer voor “ja”, drie keer voor “neen” of omgekeerd. Dit kan goed zijn, indien u zeker weet dat er een geest aanwezig is. Maar het kan ook iets anders zijn. Misschien is het wel een verdrogend stuk hout. U gaat dan door de antwoorden op de gestelde vragen allerhande vreemde conclusies trekken ten aanzien van uzelf, de omgeving, de toekomst of andere dingen. Vraag daarom altijd in geval van rappings of de entiteit eerst zijn volledige naam wil kloppen, daarbij uit­gaande van de bekende telling van letters, a 1, b 2, c 3 enz. Dat vergt wel enige tijd, dat weet ik. Maar als iemand energie genoeg heeft om elke avond in uw huis overal te kloppen, dan kan hij zich deze moeite ook geven. Als die naam inderdaad redelijk klopt, kunt u nog altijd verder gaan met uw vragen en met het spelletje: 2 keer kloppen is “ja”, 3 keer is “neen” of omgekeerd.
Vergeef mij dat ik hier een goede manier, van hen die met de geest willen communiceren, onderwerp aan enige kritiek. Er zijn veel verschijnselen, die uit andere dan geestelijke oorzaken kunnen voortkomen. Brengen wij deze zon­der nadenken onder het hoofd “dolende geesten of spoken” onder, dan is de kans groot dat wij onszelf misleiden en eventueel schaden.

Ik wil u enkele regels geven waarmee u rekening moet houden en waar­door u in staat zult zijn om werkelijke schade te voorkomen.

Wanneer die verschijnselen optreden, stel een vraag. Vraag een duide­lijk bewijs, dus een duidelijke handeling van die entiteit, welke niet destructief of schadelijk is. Heeft u te maken met bv. een poltergeist, vraag dan desnoods of deze het vaasje met de twee rozen van de piano naar het piëdestal wil brengen of omgekeerd. Als dergelijke dingen op uw verzoek gebeuren, kunt u in ieder geval aannemen dat rationele krachten aan het werk zijn.

Stel uw vragen verder zo dat binnen het kader van de opgetreden verschijnselen, een duidelijk en onmiskenbaar antwoord mogelijk is. In de meeste gevallen – dat wil ik u erbij zeggen – zal u dit niet gelukken. Dan kunt u beter eenvoudig de zaak negeren of zo u dit onmogelijk wordt gemaakt – en dat gebeurt wel eens – gebruik maken van bv. wat kerkwierook. Ik kan u daarvoor de mixtuur Agnus Dei of Sanctus van de katholieke kerk aanbevelen. Twee wierookmengelsels waarin onder meer mirre voorkomt. Daarnaast zet u een potje met wat brandende houtskool waarop u zout strooit in de vertrekken waar de verschijnselen plaatsvinden. U zult zien dat ze meestal verdwijnen en niet terugkeren.

Indien wensen of verlangens tamelijk duidelijk worden kenbaar gemaakt, ga daarop in voor zover dit niet betekent dat u tegen uw eigen gevoel van juist handelen, dan wel tegen de belangen van anderen in behoeft te gaan. Indien u niet aan een verzoek kunt voldoen, maak duidelijk waarom niet en doe dat in dergelijke gevallen maar hardop.

Stemmen

Indien u te maken heeft met stemmen, die u allerlei dingen bevelen of verzoeken te doen, wees voorzichtig en wat achterdochtig. Indien u toe­vallig van slagroomsoezen houdt en de stem beveelt u tien slagroomsoezen te gaan kopen, dan is dit ongetwijfeld uw onderbewustzijn. Met andere woorden: indien de stemmen erop aan dringen dat u iets doet wat u eigenlijk wel graag zou doen, maar waarvoor u geen reden kon vinden, onthoudt u van actie. Reageer niet op die stemmen. Indien die stemmen u voordeel beloven, reageer niet. Zelfs als ze werkelijke entiteiten zijn, proberen ze alleen maar macht over u te krijgen.
Indien zij u een verzoek doen dat redelijk is, vraag om een bewijs. Dat bewijs kunt u zelf bepalen. Kies daarvoor altijd iets kleins in uw eigen omgeving bv. het verplaatsen van een voorwerp, het aan en uit gaan van een licht, het doven of aansteken van een kaars. Ofschoon dit laat­ste door vele geesten niet gemakkelijk gedaan zal kunnen worden, zijn dit allemaal proeven, die u terecht kunt vragen. Maar u kunt zo’n geest niet het bewijs vragen te leveren dat het morgen om l0u20 in de ochtend gaat regenen. Die geest behoort niet bij een geestelijk weerkundig instituut en heeft daarover geen zeggenschap. Indien u het nodig heeft, zou hij een dergelijk bewijs kunnen leveren, maar dan is het weer niet denkbaar dat hij tegen u zit te bazelen en u vraagt iets te doen.

Wees in uw benadering van spoken en spookverschijningen vooral nuchter. Heel wat ratten, muizen en takken hebben lange tijd geestelijke waarden vertegenwoordigd voor mensen die graag daarin wilden geloven. Juist als u wilt geloven in zogenaamde spoken, in aardgebonden geesten en al wat daarmee samenhangt, moet u nuchter zijn. U zult ontdekken dat een groot gedeelte van de verschijnselen eenvoudig te verklaren of op te heffen is. Wat er dan nog overblijft is reëel genoeg. Daarmee kunt u werken en opbouwen.

Onze vriend Henri heeft spoken eens omschreven als nozems uit de geest. Hoe zeer dit voor sommige entiteiten ook mag passen, u moet zich realiseren dat een spook in vele gevallen alleen maar een geest is die tracht zich te oriënteren of een persoon, die door een hem obsederend denkbeeld ten aanzien van deze wereld of de ontwikkelingen daarop, aan uw aarde gekluisterd is. Een zeker medegevoel is dan ook mijns inziens wel terecht.

Degenen onder u die zo heel graag geestverschijningen willen zien (dat zijn er hopelijk niet velen), moeten zich verder realiseren dat een tafel, die opeens een two step danst of iets dergelijks, geen bewijs is van een hogere en lichtende kracht. Hoogstens is dat een speels verschijnsel. Maar iemand, die dergelijke dingen nodig heeft om te spelen, kan toch de aarde nog niet bepaald ver ontgroeid zijn. Onthoudt u, dat alle lichtende krachten en lichtende verschijningen een zekere waardigheid bezitten (het kenmerk van licht), ook als zij op aarde om aandacht vragen of zich proberen te manifesteren.

Realiseer u dat geesten die u vertellen dat u uitverkoren bent u waarschijnlijk bedriegen waar u zelf bij staat. Als u even nadenkt, weet u dat zelf ook wel. Juist als u een geest (een spook) even nuchter benadert als u een medemens benadert, kunt u in eventuele contacten daarmee voor uzelf groter inzicht, grotere kennis en vaak ook een juister begrip van de omstandigheden in de geest gewinnen. Als u echter de geest benadert alsof hij iets geheel anders zou zijn dan de mens, een soort super-wezen dat – al moet het dan rammelen en kloppen – alles beter weet, dan maakt u zichzelf tot veel minder dan u bent.

Lichtende geesten

Er is licht. Er zijn lichtende geesten en entiteiten. Maar wie in het licht leeft en de volle kracht ervan kent en ervaart, is niet meer gedwongen zich aan de mens te openbaren door het stukgooien van borden, het rammelen met ketenen of het doen kraken van al dan niet oude stukken houtwerk. Een lichtende geest heeft zijn middelen om de mens te bereiken en kan dit desnoods doen gedurende de slaap. Indien een lichtende geest zich openbaart aan een mens, dan geeft hij niet alleen maar belof­ten of voorschriften. Hij geeft ook inzicht, want inzicht is belangrijk.
Een lichtende geest zal u nooit bevelen geven. Een lichtende geest weet dat u voor uw eigen leven verantwoordelijk bent. Hij kan u ten hoog­ste een bepaalde wijze van denken of handelen suggereren. Maar dan zult u altijd nog zelf volgens uw eigen middelen moeten beslissen.

Indien u met al deze gegevens op de spokenjacht gaat, zult u ont­dekken hoeveel spoken er leven in de menselijke geest en voortkomen uit de behoefte van de mens om zichzelf te rechtvaardigen.

Men zegt tegen ons ook wel eens “spoken”. Maar wij leggen u alleen onze gegevens voor. Wij dwingen u niet. Wij vragen u niet te aanvaarden. Wij leggen voor en laten het aan u over daaruit de juiste conclusies te trekken. Vraagt u ons om ons oordeel daarover, dan wordt dit altijd gegeven met de omschrijving van de redenen waarom wij menen dat dit juist is. Nog steeds geen dwang, geen dwingende aanbeveling. Alleen van ons het voorschrift hoe iets zou kunnen gebeuren of zou kunnen worden ge­daan.

Werkelijke spoken zijn geobsedeerd. Een gebondenheid aan de materie komt voort uit iets wat in henzelf bestaat en dat hun vermogen tot aan­vaarden van de nieuwe toestand beheerst. Geesten die u alles voorschrij­ven zijn spoken, ook wanneer zij zich tooien met de meest fraaie titels; en in vele gevallen zijn dergelijke meesters niet eens echt.

Vele mensen creëren een Meester om zichzelf te ontdoen van een deel van hun verantwoordelijkheden. Vele mensen voelen zichzelf minderwaardig en creëren een geest, die hun veel belooft om zo een meerwaardigheid voor zichzelf te vinden en waar deze uitblijft deze niet meer aan eigen misdragingen of tekortkomingen wijt. Besef dit goed

Als u dan toch een spook ontmoet, vraag heel vriendelijk wat het spook zou willen en maak duidelijk dat u geen restaurant houdt, zodat u niet op elke wens zonder meer kunt ingaan. Vraag bovendien altijd aan een spook om even te bewijzen dat het gevraagde zinvol is.

Wisselwerking

Wat is, is niet alleen. Wat is, kan niet bestaan indien niet iets anders ook bestaat. En waar bestaan staat naast bestaan, zal elk bestaan door het bestaan van het andere beïnvloed zijn.

Je kunt niet zien zonder dat wat je ziet je beïnvloedt. Maar het feit dat je bent, beïnvloedt ook dat wat je ziet. Je kunt niet dromen zonder dat er een werkelijkheid mee in verband staat. Maar er is geen werkelijkheid waarover je niet zult kunnen dromen.

Alle dingen staan met elkaar in verband. Niets kan alleen en geïsoleerd bestaan, geen mens, geen bewustzijn,  ja, zelfs geen licht. Want licht dat niets onthult, is niet kenbaar als licht.  Het licht dat iets ontmoet wat in het duister staat en dat zichtbaar wordt, wordt eerst daardoor functioneel tot licht.

Wie dit beseft, kan aanvaarden dat de wisselwerking tussen al het be­staande, stof en geest, stof en stof, geest en geest, bepalend is voor een zijnsbesef. Hier is het dat wij beseffen dat wij zijn.

Kunnen wij uit het geheel der wisselwerkingen bepalen wat wij zijn in het geheel? Wie weet wat hij is in het geheel, kan de harmonie met het ge­heel vinden, waarbij de wisselwerking wordt tot een uitdrukking van dat­gene wat je mede zelf bent en zo de eeuwigheid manifesteert in een tijd die uit de wisselwerking wordt geboren.

Indien u hier niet was, zou het voor mij zinloos zijn om hier te zijn. Indien ik niet hier was, dan zou het, gezien de omstandigheden en uw in­stelling, voor u zinloos zijn om hier te zijn. Het feit dat ik hier ben en u hier bent, geeft zin aan datgene wat zowel u als ik proberen na te stre­ven.

Herinnering

In mijn herinnering rijst alles op in een klassieke schoonheid van voorbije tijd. De tijd heeft al het vuil weggewassen uit het verleden en heeft zowel de bitterheid als de vreugde doen treden buiten het kader van beleven in een eigen tijd.

Ik droom in mijn herinnering en bouw uit beelden, die nooit werkelijk bestonden, mijn beeld van eeuwigheid en van toekomstig zijn. En toch, al wat ik ben geweest heeft mij gevormd. En wat ik mij herinner van dat wat is geweest, geeft mij het bewustzijn van de krachten, die mijn wezen rich­ten en sturen in het bestaan.

Herinnering geeft aan waarom ik ben wat ik niet ben. En als ik mij­zelf erken in werkelijkheid, het is de herinnering die tot het erkennen mij geleidt en voortdrijft tot besef van dingen, die verder gaan dan mijn eigen “ik”.

Uit herinneringen is het heden opgebouwd en toch bevat het meer, want de herinnering is onvolledig. Het is wat belangrijk is voor mij. Het is mijn droom misschien omtrent wat vroegere tijd gegeven zou hebben. Het is mijn fantasie over wat nooit werkelijk bestond. En toch is het ge­lijktijdig datgene waardoor ik krachten vind, waaruit ik leef, waaruit ik verderga.

De herinnering is het die bepaalt hoe ik zal reageren, ook al is herinnering zelf maar zelden echt. Daarom is het goed, als je je niet teveel herinnert.

Er komt een ogenblik dat men rustend aan het ravijn der tijd onder de boom van eeuwigheid de herinnering hervindt van al wat men is geweest. Er komt een ogenblik, dat alle incarnaties zich aaneenrijgen tot een heel bestaan, waarin je dan weerspiegeld ziet hoe je geworden bent. Maar als je leven moet en streven moet, dan is er veel daarvan overbodig, ja, ge­vaarlijk. Omdat wie zich naar het verleden wendt, vaak vergeet te leven in de tijd.

Laat uw herinnering zijn een bron voor ervaringen van het heden. Maar niet een voortdurende bron van spijt, waardoor ge het heden wilt ver­treden en ontkennen. Wilt zelf wat gijzelve zijt.