Politiek

image_pdf

22 november 1963

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Als onderwerp koos ik voor heden: Politiek

Wanneer de doorsnee mens dit woord gebruikt, kan hij zich niet geheel realiseren, wat dit woord al zo inhoudt. Voor de sfeer op aarde en de mentale gesteldheid der mensen op aarde is politiek echter van het grootste belang. Men kan natuurlijk zeggen, dat dit niets meer of minder is dan de verhoudingen tussen land en land, of ons, zoals vriend Henri, van de zaak afmaken, door te stellen: “Politici zijn de mensen, die de problemen voor ons oplossen, die zonder hen niet zouden bestaan.”

De kern van de zaak is deze: Wanneer een mens gelijk denkt te hebben, is hij geneigd dit gelijk ook tot uitdrukking te brengen. D.w.z. dat hij probeert eigen visie en meningen aan anderen op te leggen. Dat hij daarbij in zijn voorstellingen en gedachtegangen zeer sterk wordt geleid door eigen belangen – ook al realiseert hij zich dit zelf niet altijd – ziet men meestal aan voorbij. Er zijn echter ook andere gronden, die de mensen drijven tot deze pogingen de massa te regeren en te beïnvloeden. Men wil bv. een zekere status genieten, wenst aanzien te verwerven. In andere gevallen tracht men bestaande toestanden te continueren, bestaande belangen te beschermen of te bevorderen. Dit alles is echter niet, zoals u misschien meent, iets nieuws onder de zon.

In Egypte kenden de priesters de “Grote raad van Ammon-Ra”. Deze had enige overeenkomst met een parlement, omdat daarin de hogepriesters van verschillende tempels en kloosters samenkwamen en hun wijze van optreden gezamenlijk vast plachten te stellen. Daarin kwamen fracties voor, die bv. te vergelijken zouden zijn met PvdA, KVP, CHU en zelfs met de partij van Koekoek. Dit is overigens begrijpelijk, overal treffen wij immers de vernieuwers en de behoudzuchtigen aan, degenen die de gemeenschap voor alles aansprakelijk willen stellen en de individualisten. Er is echter meer in het spel: Ook wanneer het zuiver politiek betreft, mengt zich in dit alles een element, dat het beste vergeleken kan worden met godsdienst.

Wanneer wij in deze tijd na willen gaan, in hoeverre politiek bepaald wordt door godsdienstige overtuigingen of soortgelijke meer materiële stellingen en daarnaast eigen belangen, zo blijkt, dat daarbuiten maar zeer weinig politiek bedreven wordt of zelfs maar schijnt te kunnen bestaan. Wanneer mensen als groep pressie op de gemeenschap uit willen oefenen, zullen zij dit altijd weer doen met alle middelen, die hen ter beschikking staan en voor hen zelf nog aanvaardbaar blijven. In de middeleeuwen was dit bv. een soort Robin-Hood-strijd, een vechten tussen baronnen. Later kwam hiervoor grotendeels de intrige in de plaats. Tegenwoordig is het vooral een zaak van public appeal en woordenstrijd in parlementen, ofschoon soms de vroegere methoden als revolutie en moord zich toch nog laten zien.

Bij het beschouwen van politici mogen wij wel uitgaan van het standpunt, dat tenminste de meesten onder hen het eerlijk menen. Wat zij tot stand hebben gebracht, is echter in hún ogen zeer belangrijk. Ook wanneer dit in wezen dwaas is als bijvoorbeeld een verbod op het gemengde zwemmen. Zo een dergelijke regel vooral belangrijk is voor hen vanuit een moreel en godsdienstig standpunt, zullen andere regelingen, zoals het al dan niet toestaan van stakingen, belangrijk vanuit het standpunt van gezag en macht zijn. Men ziet deze dingen dan als zo belangrijk, dat men eenvoudig weigert zijn inzichten en meningen aan te passen aan de werkelijke toestand en weigert rekening te houden met nu eenmaal bestaan de feiten.

Misschien meent u nu, dat in Nederland toch de meeste fracties wel erg plooibaar zijn en prettig samen kunnen werken. Uiterlijk is dit zeker waar. Maar aan de andere kant strijden zij elk voor zich om iets te bereiken of te behouden, wat door hen niet geheel wordt omschreven in hun verkiezingsprogramma. De nadruk valt hierbij vooral op een in standhouden van het huidige parlementaire stelsel en daarmede een behouden van de macht voor hen, die deze thans werkelijk of vermeend bezitten. De wijze waarop, blijkt o.m. uit de wijzigingen in kieswet en het ten koste van alles handhaven van een op zich niet erg juist kiesstelsel. De geschiedenis daarvan kunt u overigens voor uw eigen land in het staatsblad lezen.

Elke tendens, die tegen de nu bestaande machtsverhoudingen, rechtsverhoudingen, winstmogelijkheden of sociale zekerheden en systemen ingaat, wordt onmiddellijk aangevallen, representanten van dergelijke denkwijzen worden met alle middelen vervolgd, bespottelijk gemaakt enz.

Indien de politici hier bv. eerlijk zouden zijn, zouden zij toe moeten geven, dat de loonronde van 10% een grote dwaasheid is, terwijl zij te kort zijn geschoten bij het in de hand houden van de prijsontwikkelingen binnenlands. Men had echter niet de moed een aanval te doen op het recht van de ondernemer, terwijl men ook de moed niet had om de arbeider – die ook een belangrijke pressiegroep vertegenwoordigt – het recht te ontzeggen door onmiddellijk maatregelen te nemen tegen de “wilde” stakingen, waardoor de loonsverhoging werd afgedwongen.

Nu is een dergelijke houding nog aanvaardbaar, wanneer men alleen maar te maken heeft met een slag van de loon- en prijzenschroef. Nederland bedrijft misschien wel buitenlandse politiek, maar uiteindelijk heeft het op dit terrein weinig invloed in de wereld en zelfs in Europa. Het gaat hoofdzakelijk om eigen land, zodat dergelijke problemen en onjuiste instellingen uiteindelijk niet al teveel schade en strijd zullen berokkenen.

Wanneer de binnenlandse politiek van een grote en belangrijke staat als bv. de USA door pressiegroepen wordt beïnvloed, zoals de in wezen isolationistische groepen uit wat men wel het korenland noemt, de landbouwstaten dus, ziet het er anders uit. Deze groepen zijn in staat hun regering te dwingen maatregelen te nemen tegen bv. Europa. Zij zouden de USA willen brengen tot een politiek, die alleen op eigen welzijn gebaseerd is, terwijl tot op heden juist de belangrijkste politieke aspecten van de USA worden gevormd door het streven naar een wereldvrede. Of men nu Roosevelt heet, Kennedy, of Johnson, zo zal men niet in staat zijn in eigen land een redelijke oplossing te vinden, die de voortzetting van deze politiek van vrede ten koste van alles mogelijk maakt. Men kan misschien theoretisch iets gaan doen aan de rassendiscriminatie, maar gevestigde belangen en belangengroepen zal men toch niet geheel kunnen beheersen: Wanneer je de mensen aan hun portemonnee komt of aan hun persoonlijke opvattingen van juist leven, zijn zij als duivels…

De politici weten dit heel goed. Maar zij kunnen niet eenieder tevreden stellen en zullen dus steeds weer een compromis zoeken, dat lang niet altijd gebaseerd is op de belangen van een volk of de wereldvrede, maar in vele gevallen vooral is gebaseerd op de soms geheel verkeerde mening van een bepaalde groepering. Vaak ook is een dergelijk compromis gebaseerd op eigen belang en voert dan tot toestanden, die in een moderne samenleving eigenlijk niet meer passen.

Geestelijk is hierbij het volgende van belang. Wanneer men de mensen confronteert met een harde werkelijkheid, is dit voor hen erg pijnlijk. Dan zijn opstanden mogelijk, dan kunnen aanslagen gebeuren, dan kunnen er doden vallen. Maar het geheel zal in de werkelijkheid moeten leven en daardoor leren streven naar die dingen, die voor allen belangrijk zijn, de dingen, die waarlijk belangrijk en noodzakelijk zijn. Daarmede bereikt men voor zichzelf en de wereld nog de beste resultaten.

De politici hebben echter steeds weer moeten geven. Het klinkt misschien wat cru, wanneer ik stel, dat een politieke partij veelal tracht met beloften stemmen te kopen, al weet men ook, dat die beloften niet verwerkelijkt kunnen worden. Vroeger reden er zelfs koetsjes rond op de dag van de verkiezingen – en heus niet alleen in andere landen – waarin de stemgerechtigde arbeider met muziek en een flesje jandoedel naar de stembus werd gebracht op voorwaarde, dat de stem op één bepaalde groep zou worden uitgebracht. De politicus koopt dus in zekere zin zijn stemmen en zal daarvoor iets moeten geven.

In het begin zullen de mensen met deze gaven misschien nog wel blij zijn, maar al snel beschouwt men alles als zijn recht en eist steeds meer. Wat kan de politicus in feite echter geven?

Hij kan alleen geven ten koste van de gemeenschap. Wanneer uw vereniging een subsidie krijgt, dan is dit een geschenk, waardoor u goedkoper sport kunt bedrijven, op een koopje naar de opera kunt, of een redelijk inkomen gegarandeerd krijgt, dat maar in beperkte mate afhankelijk is van uw prestatie. Voor u heeft dit misschien voordelen. Maar in feite is het zo, dat de operaliefhebber een deel van zijn kaartje betaald ziet door degenen, die misschien nog liever dood zouden vallen, dan een opera bij te wonen.

Hoe meer je wilt gaan geven, hoe moeilijker het wordt, om de vrede te bewaren. Dit blijkt in vele landen. Er komt echter een ogenblik, waarop dergelijke bevoorrechting van bepaalde groepen zoveel gaat eisen dat men aan zijn verplichtingen tegenover het volk als geheel niet meer tegemoet kan komen en verdere bijdragen van dit volk aan de staatskas niet slechts weerstand wekt, maar eenvoudig onmogelijk worden. Een voorbeeld van een soortgelijke ontwikkeling vindt u in Indonesië. Nu mag men niet zeggen, dat een kleine groep opzettelijk deze toestand heeft veroorzaakt door eigen onverzadigbaarheid. De mensen hebben het heus goed bedoeld, ook al waren zij dan tegen de Nederlanders. Men beschikte echter eenvoudigweg niet over de middelen om de beloften, waarmede men steun voor zijn plannen enz. verworven had, te vervullen. Men werd genoodzaakt bepaalde groepen tevreden te stellen ten koste van het gehele volk. Daarmede loopt men vast. Om nu een aantasting van macht te voorkomen heeft men behoefte aan een vijand, een dreiging van buiten. Een tijdlang diende hiervoor het probleem West-Iran. Nu wordt dezelfde functie in de Indonesische politiek ingenomen door een strijd tegen Serawak en de Maleise federatie. Zou dit alles zo opgelost worden, dat niet meer van vijandigheden sprake kan zijn, dan zal Soekarno weer een andere vijand moeten zoeken. Want alleen door de mensen af te leiden van de toestanden en ontwikkelingen in eigen land, door hen te overtuigen, dat zij worden bedreigd, dat men hun natie – en daarmede henzelf – onrecht aandoet, kan men tijd kopen en de mensen er althans voorlopig toe brengen de verkeerde omstandigheden, die men door eigen verkeerd inzicht en onjuist optreden heeft veroorzaakt, nog te aanvaarden.

Wat betekent, dat bepaalde politici zelfs bereid zijn, hun volk in oorlog te storten, om een bepaald systeem, een bestaande machtsverhouding te kunnen handhaven. Hun persoonlijke stemmingen spelen vaak hierbij eveneens een rol. Hitler ‘s aanval op Polen werd niet, zoals men aanneemt, lang tevoren bepaald, ofschoon natuurlijk plannen door het hoofdkwartier waren voorbereid. Het gehele proces van besluiten, scheppen van troepenconcentraties enz. heeft zich binnen zes weken afgespeeld. De reden? Een van de enorme migraines van Hitler plus de hartige woorden, die hij zijn gevolg en het ‘commando der weermacht’ daarom toevoegde. Deze mensen moesten toen, wilden zij hun positie niet in gevaar brengen, hun führer iets bieden, een overwinning of zo.

Zij boden hem dus de mogelijkheid als overwinning Polen binnen te vallen. Het is niet aan mij, een oordeel uit te spreken over de politiek van Duitsland of andere landen in die tijd. Ik wijs alleen op het feit, dat de stemming van een enkele mens, de dwangidee van een enkele mens, bepalend kan zijn voor oorlog of vrede, leven of dood, recht of onrecht.

Kleine groepen mensen, die politiek willen bedrijven, zijn niet voor het geheel van de mensheid gevaarlijk, ook al grijpen zij soms naar minder aanvaardbare middelen. Wanneer zij niet slagen in het opleggen van hun meningen aan anderen, hebben zij een vijand nodig, die hiervoor aansprakelijk gesteld kan worden. Grote groepen kunnen een dergelijke vijand niet vinden binnen eigen grenzen. Dan zoekt men een vijand buitenlands. Om deze vijand voor het volk aannemelijk te maken, worden vele onwaarheden verteld. Vaak ‘openbaart’ men niet bestaande feiten, die tot dan toe ‘verborgen’ waren. Ik denk hier o.m. aan de geschriften van de wijzen van Zion, die opeens ontdekt werden, toen een rechtvaardigen van de Jodenvervolgingen wenselijk was, of aan de vreemde documenten die men in Rusland opeens wist te vinden, toen het na de tweede wereldoorlog noodzakelijk leek de vriendschappelijke verhouding tot het westen te wijzigen, de recente vijand was immers verslagen. Zelfs denk ik aan de vreemde wijze, waarop in Frankrijk en Amerika opeens belastend materiaal tegen bepaalde invloedrijke mensen werd ‘gevonden’. Vreemd: Of men het geloven wil of niet, de basis van alle politiek is haat. Haat tegen iedereen, die de moed heeft anders te denken, te geloven, te reageren, te leven. Wij treffen duidelijke voorbeelden hiervan niet alleen in de staatkundige politiek terug, maar ook binnen de kerken of zelfs besloten groepen en verenigingen. Het kan voorkomen, dat een groep van academici zich verzet tegen een praktijk, methode, stelling, die op zich waardevolle resultaten geeft, alleen maar, omdat dit door academici niet wordt gecontroleerd en beheerst en men daarbij zo fanatiek tekeer gaat, dat dit alleen reeds een waarschuwing zou moeten zijn. Fanatici achten de waarheid niet en doden alles, wat zij niet kunnen overmeesteren of overtuigen. Om zijn doel te bereiken zaait men dan wantrouwen, haat. Wat denkt u, dat dit in een tijd als de huidige kan betekenen? Het is eenvoudig genoeg om te stellen, dat: Wij, onze groep, onze partij enz. altijd gestaan heeft voor rechtvaardigheid. Maar is dat wel waar?

Standpunten wijzigen zich snel in de politiek. Gezien de onderzoekingen op dit terrein door de Wiardi-Beckman stichting, waren regering en vakbonden ervan overtuigd, dat een jaarlijkse stijging van lonen met 2,7 tot 3% voor de Nederlandse economie het hoogst toelaatbare percentage waren. Nu berekent men opeens, dat de 10% er eigenlijk wel afkan. Maar als er morgen weer stakingen komen om meer loon en de arbeiders van Nederland vergen wederom 10%, dan is dit wederom eigenlijk niet verantwoord. En toch zullen de vakbonden ook dan weer vooraan staan. En de economen, die eens berekenden, dat dit niet mogelijk was, zullen ook dan wel weer ontdekken, dat het eigenlijk nog net wel mogelijk is. Toch meen ik niet, dat er in een dergelijk, geval sprake hoeft te zijn van opzettelijke volksmisleiding: Meent men het eerlijk, dan past men zich desondanks aan de onvermijdelijke feiten aan.

Wij kunnen alle mogelijke gevolgen van dergelijke ontwikkelingen over het hoofd zien. Wat wij echter niet over het hoofd mogen zien, is het kunstmatig aanwakkeren van begeerten – niet alleen bij de arbeiders, maar ook bij de anderen – waardoor tegenstellingen worden vergroot en men ten koste van anderen een strijd tracht te voeren om te blijven, wat men eenmaal meent te zijn. Dit betekent in de toekomst een steeds sterkere strijd tussen werkgevers en werknemers, ook in Nederland, waar zij tot nu toe op redelijke wijze hebben samengewerkt. Het betekent een strijd tussen Frankrijk en Nederland op politiek terrein en binnenkort een soortgelijke strijd tussen Engeland en de Verenigde Staten. Deze strijd zal voorlopig wel met woorden uit worden gevochten. Maar het resultaat daarvan is een beroeren van alle mensen en veel onnodige haat, angst en onzekerheid.

Wanneer je haat predikt, zijn er vele mensen, die dit haast onbewust aannemen. Voor hen wordt deze haat een zekerheid die geheel hun denken en leven voortdurend beïnvloedt en hen tot daden kan voeren, die degenen, die hen tot deze haat brachten, misschien zullen betreuren.

Dit denken straalt verder voortdurend uit naar de omgeving en heeft een vormende invloed op astraal terrein. Daar groeien dan de schrikgestalten die door een onverstandig handhaven van het oude, van ‘eigen gelijk’ ten koste van alles, geboren werden. Deze schikgeesten nemen de vorm aan van het menselijk denken: Een Duitser met Pickelhaube staat naast een nazi, een ‘politruk’ met zweep staat naast een Russische soldaat met machinepistool enz. Maar al doen deze schrikgestalten in de astrale wereld denken aan verschrikkelijke karikaturen, daarom zijn zij nog niet dadeloos. Het gevaarlijkste hierbij is wel, dat, naarmate het beeld de werkelijkheid dichter benadert – wat vaak voorkomt – niet alleen maar een resonans ontstaat in degenen, die haten, maar gelijktijdig een gestalte wordt geschapen, die zijn invloed op het gehate volk af kan gaan drukken.

Wanneer je zegt, dat negers duivels zijn, die je daarom onder de knoet moet houden en je een schrikbeeld maakt van een neger, die alleen maar verwoestend, schreeuwend en blanke vrouwen verkrachtende door het land heen raast, schep je niet allen maar een schrikbeeld, waardoor je eigen leven beïnvloedt en bepaald kan worden, maar tevens een invloed, die op de negers in kan werken. Het beeld wekt in hen gedachten en neigingen, omdat het zoveel met hen gemeen heeft. Het is a.h.w. een suggestie, die op hen inwerkt.

Wanneer u gelooft, dat de Russen Europa zullen overspoelen en uitroeien, dan zal deze gedachte als suggestie in Rusland tot uiting kunnen komen op elk vlak, op elk niveau. Wij mogen daarom wel stellen, dat de politiek vaak schrikbeelden schept, die vanuit een politiek standpunt misschien nuttig en bruikbaar zijn, maar gelijktijdig de angsten, die men als boeman pleegt te gebruiken, dreigen om te zetten in een door de politici niet vermoede werkelijkheid. Helaas is dit een punt, waarover men niet nadenkt, waaraan men niet wil geloven, een beeld, dat men afwijst als onmogelijk.

Menigeen meent dit alles af te kunnen wijzen, omdat nu eenmaal in een groot deel van de wereld een parlementair stelsel bestaat, waardoor men, zo meent men, inzicht in de politieke werkelijkheid kan verkrijgen. Daarbij vergeet men echter, dat de werkelijke werking van een parlement in deze dagen zeker niet meer een openbaar en eerlijk uitwisselen van meningen is door politici, een openbaar en oprecht vertegenwoordigen van belangengroepen en partijen alleen, maar langzaam maar zeker een spreekgestoelte werd, waardoor men de menigte tracht te bereiken en te beïnvloeden, terwijl de belangrijke besluiten en meningen reeds binnenkamers tot stand kwamen. U zult misschien zeggen, dat deze sprekers lang niet altijd zo goede redenaars zijn, dat zij geen aandacht trekken ver buiten hun eigen omgeving. Dat moge waar zijn, maar toch spreken zelfs de slechtste sprekers niet alleen tot elkaar, maar over elkaar heen tot het volk.

Een parlement is dan ook een arena, een strijdperk, waarbinnen wij te maken kunnen krijgen met de meest eigenaardige verschijnselen. Er zijn mensen die op zich niet zo erg zijn, op zich iets zo erg nog niet vinden, maar wanneer ergens een beroep wordt gedaan op de democratische of christelijke beginselen – of dit nu terecht of ten onrechte geschiedt – voor de keuze staan om te zwijgen, of tegen eigen inzicht in op soortgelijke basis iets te stellen en te beweren. Men wil uiteindelijk ook de christelijke kiezers winnen. Dat men hierbij eigen eerlijke mening wel geweld aandoet, dat men stemt tegen eigen beter weten in en misschien zelfs schade toebrengt aan de genen, die door hun vertrouwen de persoon in kwestie zijn plaats in het parlement bezorgden, schijnt dan opeens van minder belang te zijn. Daarom kunnen wij stellen, dat alles wat openlijk in de politiek wordt gezegd, niet in de eerste plaats om feitelijke waarheid is. Het is een geredigeerde waarheid of halve waarheid, die speciaal bestemd is voor het volk en vaak weinig of niets te maken heeft met de werkelijke sfeer en de feitelijke ontwikkelingen binnen parlement en regering.

Dit omvat dus een groot deel van de wereld en geschiedt op zeer grote schaal. Wanneer u zegt: Daaraan kunnen wij weinig of niets veranderen, geef ik u onmiddellijk gelijk. Wel kan men aan iets anders wel wat doen: Wij zien steeds weer mensen, die zich enorm opwinden over bepaalde uitspraken en niet beseffen, dat die uitspraken juist met het doel opwinding te veroorzaken, werden gedaan.

Voorbeeld: schandaal over het afluisteren van telefoons in Nederland. Een nieuw lid van het parlement beweert, dat zijn gesprekken afgeluisterd worden. Bewijzen kan hij niets. En laat ons nu eerlijk zijn, alle ontkenningen van regeringsinstanties, PTT en BVD ten spijt, gelooft eenieder eigenlijk wel, dat dit afluisteren inderdaad plaats vindt, en is lang niet iedereen overtuigd, dat de wettelijke waarborgen iets waard zijn, tenzij men zelf een bewijs van deze praktijken zou leveren, wat praktisch onmogelijk schijnt te zijn. Zo wordt een gevoel van onbehagen geschapen. En emoties regeren nu eenmaal bepaalde krachten. De emotionele toestand van de mens bepaalt o.m. zijn innerlijke harmonische mogelijkheden, en daarmede dus ook de contacten, die hij met bepaalde werelden of sferen bewust dan wel onbewust kan hebben.

Stel nu, dat men een grotere groep mensen tot een toestand van grote emotionaliteit kan bewegen, bv. begeerte, angst, haat, en mogelijke rechten als middel hanterende. Dan heeft men daarmede tevens zelfzucht, wraakzucht enz. tot brandpunt gemaakt van het menselijk handelen en denken. Ongeveer 80% van degenen, die door een probleem beroerd worden, reageren in de eerste plaats egoïstisch hierop. Men heeft dus een klankbodem geschapen voor alle egoïstische tendensen, die vanuit de geest geprojecteerd kunnen worden. Is het dan een wonder, dat er zulke rare dingen gebeuren, dat overal sprake is van schandalen, doofpotten, van een gevoel van onbehagen, dat praktisch alle meer beschaafde landen beheerst wat betreft regeringen en gebeurtenissen?

De kunstmatig aangekweekte emotionaliteit wordt niet alleen maar gebruikt om een bepaald beeld te verstoren, maar versterkt een anarchistische drang, waardoor de mens zich tegen alles zal willen keren. Vergeet, hierbij niet, dat eenieder, die naar het duister streeft, in wezen naar chaos streeft. En wie naar chaos streeft, wil alles wat bestaat vernietigen, niet alleen enkele waarden of mensen. Duistere krachten hebben reeds in het verleden van deze tendensen en emotionele beïnvloedingen van de mens ruimschoots kunnen profiteren. De geesten uit het duister hebben al deze gevoelens van haat, angst, begeren misbruikt als bv. bij het opofferen van Tsjecho-Slowakije, bij de opstand in Hongarije enz.

De mensen vervreemden meer en meer van elkaar. Voor de meesten is het leven niet meer een zelf zoeken naar een prestatie, naar een bevestiging van eigen waarde in meer positieve zin, een waarde, die ook in anderen weerspiegeld wordt en niet alleen tot uiting komt in de overwinningen, die men zelf behaalt, maar ook in datgene, wat men aan anderen in positieve zin geeft.

Het negativisme van de mensen is langzaamaan ontstaan en gaat als glijdende voort, steeds verdere invloed winnende; de politiek, die dit alles geschapen heeft, kan niet meer terug. Zij moet voortgaan met het geven van nieuwe rechten, beloningen, subsidies, beloften, omdat zij weet anders te zullen vallen. En iemand die eenmaal hoog in het zadel zit, valt nu eenmaal niet graag. Op deze wijze worden vaak de belangrijkste waarden in de staat, in het menselijke leven en het menselijke gemoed, aangetast, vervormd en verwrongen tot men zelf ontsteld is over de gevolgen.

Ik herhaal nogmaals, dat wij niet hoeven te denken, dat de politici dit opzettelijk doen. Zij kunnen vaak zichzelf niet helpen: wat zij zichzelf of anderen in het verleden gedaan hebben, voert hen nu eenmaal hiertoe. Zij hebben in het verleden stellingen verkondigd, die direct met hun daden in strijd zijn. Zij roepen uit, dat atoomwapens belangrijk en noodzakelijk zijn en gelijktijdig, dat zij misdadig zijn. Zij hebben gesteld, dat atoomproeven voor geheel de mensheid gevaarlijk zijn en gaan gelijktijdig toch voort met het nemen van proeven. Men sluit verdragen om proeven met atoombommen onmogelijk te maken en gaat gelijktijdig toch voort met soortgelijke proeven “op andere schaal”. Net, of dit geheel zonder gevaren zou zijn. Men heeft steeds weer gesteld, dat de vrede ten koste van alles gehandhaafd moet worden en is daardoor ertoe gekomen, een aantal krijgsmachten te scheppen, die nu nog alleen aanleiding zijn tot politieke problemen, maar zo dadelijk ook tot meer feitelijke moeilijkheden aanleiding zullen zijn. Dergelijke moeilijkheden worden door geheel de mensheid aangevoeld. Op deze gemoedgesteldheid reageert men enerzijds met een zeker fanatisme, met een ten koste van alles door willen zetten, aan de andere kant is de reactie een zich nergens meer iets van aantrekken, alles langs de koude kleren af laten glijden.

Deze twee mentaliteiten, die u wel bekend zullen zijn, komen dus mede voort uit de inwerking van de politiek op de mensen. Nu meent u misschien, dat politiek alleen wordt gemaakt en gevormd door de mensen van heden. In wezen echter zal de politieke emotie van honderd en meer jaren geleden zijn invloed nog laten gelden in het heden. Waarden, die, redelijk gezien, niet meer kunnen bestaan, laten nog sterk hun invloed gelden. Zo weten wij bijvoorbeeld, dat het Nederlandse socialisme in vele gevallen nog terug grijpt op stellingen, benaderingen van feiten en een mentaliteit, die stamt uit rond 1900. Bepaalde christelijke partijen moeten toegeven – indien zij eerlijk willen zijn – dat zij zich baseren op beginselen, die reeds rond 1850 bestonden. De wereld is veranderd en de woorden, waarin men deze beginselen hult eveneens. De mentaliteit, het beginsel, het drijven van deze groepen – hier als voorbeeld geciteerd voor vele anderen – is vele jaren bij de werkelijkheid ten achter.

Belangrijk is hierbij de behoefte om niet te falen. Wanneer men dus eenmaal een bepaald standpunt heeft ingenomen, zal men dit slechts node veranderen. Wanneer ik tegen het kolonialisme ben en Engeland dwing zijn koloniale politiek te wijzigen, dan moet ik verder gaan om te voorkomen dat men mijn standpunt onjuist zou kunnen heten. Dan moeten dus Nederland, België, Portugal, Frankrijk en alle andere landen hun koloniën prijs geven.

Of dit goede resultaten zal hebben of niet, of dit voor de wereld als geheel gevolgen zal hebben of niet, doet in de politiek vaak minder ter zake: Men heeft een bepaald principe gehuldigd, dus moet het ook juist zijn. Zo de feiten de waarde van het door mij gestelde schijnen te logenstraffen, zo redeneert men, dat is dat een ieders schuld behalve de mijne, men heeft het volk niet goed opgevoed. Men heeft niet op de juiste wijze het dekolonisatieproces gevoerd enz. Desnoods moet men met wapens de bevrijde volkeren dwingen zich redelijk te gedragen – wat meer ellende betekent dan vele jaren koloniaal bewind – maar de onjuistheid van het gestelde is daarmede niet bewezen. U meent misschien, dat dit scherp is. Daarom zal ik maar geen onaangename vragen gaan stellen als: Wat te denken van mensen, die genotsmiddelen met zware accijnzen belasten en bepaalde levensmiddelen rustig laten stijgen, omdat voor hen dit niet zo belangrijk is en de vele partijtjes, die zij geven, toch niet uit eigen beurs betaald hoeven te worden? En wat te denken van mensen, die menen, dat men rustig deze en gene belasting wat kan verhogen, maar zelf alles belastingvrij ontvangen? Ik doel hier zeker niet in de eerste plaats of in het bijzonder op Nederland. De besproken toestanden zijn algemeen. Ik wijs u hier nogmaals op. In Nederland zijn dergelijke verschijnselen niet zo heel erg. Er zijn echter staten, waarin dergelijke toestanden wel zeer kenbaar voorkomen.

Een andere vraag: Wat denkt u van mensen, die enerzijds zeggen zich op een geloof te baseren, dat als voornaamste deugd en eerste eis voor een juist leven de naastenliefde noemt, maar die toch concentratiekampen oprichten? Wat te denken van mensen, die voortdurend vrede prediken en zeggen de vrede boven al lief te hebben, maar gelijktijdig voortdurend geweld en agressie plegen? En deze dingen komen de wereld maar al teveel voor. Wat kan men met dergelijke mensen doen? Heeft men nog enig houvast? Of zal men steeds wantrouwender, steeds angstiger door het leven moeten gaan? Volgens mij vloeit dit hieruit zeker wel voort.

Nu ik dit alles gesteld en gezegd heb, wil ik eens even van de politiek zelf afwijken. U weet nu wel, hoe verwarrend dit alles op de mensen werkt, welke geestelijke invloeden en veranderingen dit met zich brengt. Daarom gaan wij nu eens van een ander standpunt uit: Elk mens is, wat het denken betreft, het product van zijn milieu. Hij zal daarbij weliswaar bepaalde geestelijke waarden, zelfs wijsheden bezitten, waardoor binnen het kader van dit beperkte en door milieu bepaalde denken zijn handelen en neiging bepaald wordt, maar zijn denken, de denkgewoonte, datgene wat mogelijk of onmogelijk wordt geacht, dat wat men gevoelt als plicht en goed, datgene wat als kwaad en onaanvaardbaar wordt beschouwd, zal echter in de eerste plaats gedefinieerd worden door zijn milieu. Indien de mensheid zich een milieu schept, waarin een zekere mate van onoprechtheid de boventoon voert – terwijl deze werking van menselijk leven en denken door gedachtekracht en invloeden uit de astrale sfeer versterkt worden – zullen er situaties ontstaan, waaronder de mens zelf lijdt. Zijn vermogens worden steeds beperkter door de hieruit voortvloeiende gedachtegangen, niet groter. De mogelijkheden van de mens tot creatief denken en handelen worden steeds kleiner, niet groter. Wat dit laatste betreft is het bv. opvallend, dat het aantal werkelijk nieuwe uitvindingen, die in 1600 in Nederland gedaan werden veel groter was dan de werkelijk nieuwe uitvindingen in ditzelfde land tussen de jaren 1959 tot  1963.  Voor andere landen zijn gelijksoortige gegevens beschikbaar, waaruit eenzelfde tendens blijkt.

De mens wordt dus, ongeacht de vergroting van zijn middelen, zelf beperkter. Dit betekent, dat zijn mogelijkheden om met andere mensen, geesten of de wereld, waarop hij woont, in harmonie te komen, eveneens vermindert. Eens kon een mens, die volgens de standaard van uw tijd eenvoudig en bijgelovig was, zijn God intens beleven en uit naam van die God een wonder doen. Tegenwoordig valt het de mens moeilijk waarlijk in een God te geloven en met Zijn Krachten te werken. Meestal zegt men te geloven en hoopt men in feite alleen maar, dat hetgeen men gelooft eens waar zal blijken, dat God eens zal tonen, werkelijk te bestaan. Eens konden mensen, die geen rekenmachines hadden, de omtrek van de aarde met een zelfs nu nog verbluffende nauwkeurigheid berekenen. Nu heeft men dergelijke dingen berekend, maar maakt men steeds weer rekenfout op rekenfout en baseert menigeen zich op de fouten, die de door hem als deskundig beschouwde voorgangers hebben gemaakt.

Volgens mij vindt er een deterioratie proces plaats, waarvan de politiek als voorbeeld, maar zeker niet als oorzaak beschouwd kan worden. Alles wordt steeds minder in kwaliteit en werkelijke waarde. Dit geldt voor de mens zelf, maar ook voor zijn producten. Stellingen, meningen, dogma’s zijn hiervoor aansprakelijk. Alleen de mens, die zich redelijk los kan maken van al deze beïnvloedingen en in plaats daarvan een harmonie kan vinden met de aarde, die tegenover de meeste mensen op het ogenblik vijandig staat, zal terug kunnen keren tot de oorspronkelijke vermogens van de mens. Alleen wanneer dit geschiedt, hebben de kennis en gegevens, die de laatste menselijke geslachten verzameld hebben, nog werkelijk zin en waarde. De mens, die zich vrij kan maken van massa-beïnvloeding, terugkerende tot zelfstandig denken, tot persoonlijk geloof en vooral zich vrij weet te houden van alle massaal gedirigeerde haat, alle massaal wantrouwen e.d. en steeds voor zich handelt naar beste weten, ongeacht de handelingen van de massa, schept de mogelijkheid, dat er een nieuwe mens geboren wordt. Een mens, die de volle beschikking heeft over de gehele capaciteit van zijn geestelijke vermogens en denkvermogens.

Men is geneigd zich af te vragen, hoe het er dan op het ogenblik voor staat. U leeft op het ogenblik aan de rand van het jaar 1964. Dit betekent dat tot het laatste crisisjaar, het jaar waarin alle belangrijke omwentelingen zich voltrokken dienen te hebben, nog enkele jaren resten. Het belangrijkste jaar is 1967, maar ik stel het jaar 1970 als einde van deze periode. In deze tijd zal zich de ondergang van de mensheid voltrekken, tenzij de mens leert vrij te worden van de grotendeels door hemzelf geschapen schrikbeelden. Lang is deze tijd niet. Daarom kan men wel aannemen, dat alle gebeurtenissen van belang in snelle opeenvolging plaats zullen vinden.

Hoe de mensheid er voor staat, wanneer zij deze punten van crises weet te doorstaan? Dat is heel interessant: Op het ogenblik, dat een mens zich vrij maakt van massa-invloeden, veranderd zijn denken en zal hij zuiverder beleven. Hierdoor verandert zijn gedragspatroon aanmerkelijk in zeer korte tijd. Bij de enkeling zal een dergelijk proces tot voltooiing 3 à 4 jaren vergen. Daarna is de werking geheel kenbaar en zijn de effecten daarvan cumulatief. Inwerkingen uit de geest zijn reeds langere tijd op aarde merkbaar en zullen bij menigeen dit proces hebben ingeleid of bevorderd. Volgens mij zullen de resultaten van dit alles binnen 2 à 3 jaren merkbaar moeten zijn, wil voorkomen worden dat de mens door een verkeerd denken en fanatisme – gebaseerd op valse voorstellingen en waarderingen – zichzelf ten gronde richt. Grote schokken zullen hiertoe in deze tijd bijdragen.

Welke kans de mensheid heeft? Zover ik na kan gaan, zijn in het Westen per 1.000, in het Oosten per 3000 personen een paar mensen, die reeds actief aan de vernieuwing deelnemen en haast ongemerkt eigen leven, denken en invloed op omgeving, wijzigen. Misschien lijkt u dit een klein aantal, maar over geheel de wereldbevolking is dit toch reeds een zeer belangrijke groep. De neiging tot persoonlijk denken en reageren is echter niet tot de eenlingen beperkt, maar blijkt ook reeds nu invloed te hebben op vele grotere instanties, die politiek maken. Ofschoon dit de mensen vaak voor raadsels zal plaatsen en een groot gevoel van onzekerheid zal geven, kan worden gesteld, dat ook dit bijdraagt tot – zo niet noodzakelijk is voor – de noodzakelijke vorming van de mens en het tot stand komen van een nieuw en meer persoonlijk geloven en denken.

Ik doel hierbij niet alleen op wat zich in Rome, maar ook op wat zich op het ogenblik rond het Witte Huis afspeelt. Want hierin ligt de mogelijkheid een meer individuele benadering en beïnvloeding tot stand te brengen, die zelfs in zal werken op bepaalde geschillen, die op het ogenblik in het Pentagon bestaan. Het gaat hier om de eigenaardige en plotselinge veranderingen, die wij zien in vele regeringen, zelfs in de grote raad in Rusland. Niet alleen enkelingen worden beroerd, maar grote invloed groepen, wiens suggestieve werking zeer sterk was, zullen onder deze invloed langzaam maar zeker uiteen gaan vallen. Dit houdt in, dat in plaats van een grote kracht van de politiek en daarmee een sterke beïnvloeding van het milieu van de mens, een emotionele beïnvloeding ontstaat, die de mens zelf op meer persoonlijke wijze treft. Wij zullen zien, dat in de wereld in plaats van enkele zeer sterke en alles bepalende invloeden nu zwakkere beïnvloedingen komen, die deels met elkaar strijdig zijn en zo elkaar wat inwerking op de vrije denkwijze van de mens betreft, ten dele opheffen.

Gezien het voorgaande kan worden gesteld, dat in de komende 4 à 5 jaren een greep naar de suggestieve macht over de menigte gedaan zal worden, een zeer felle strijd veroorzakende – geen oorlog – die praktisch alle terreinen van het menselijke leven beroert. Dit geldt dus voor economie, politiek, godsdienst, onderricht enz. Alle strijdvragen zullen dan echter, omdat geen persoonlijkheid meer de mogelijkheid biedt tot overkoepeling van de tegenstellingen, in het openbaar worden uitgevochten. Een deel van de tot op heden voor de wereldvrede zo belangrijk geachte onwaarheid zal daarmede ongetwijfeld teniet worden gedaan. De mensen zullen gedwongen worden steeds realistischer te denken. Omdat zij met kleinere groepen te maken krijgen, zullen zij ook meer tot een zuiver persoonlijke keuze genoopt worden. Op grond hiervan meen ik, dat het menselijk milieu in de komende tijd grote veranderingen zal ondergaan.

Geestelijke invloeden spelen hierbij natuurlijk een zeer grote rol. Zelfs indien wij dezen buiten beschouwing laten, kan, op grond van alles wat plaats vindt, gesteld worden, dat de doorsnee mens, gedwongen tot een persoonlijke keuze, niet verder zal gaan in versuffing met een steeds kleiner worden van zijn interessegebied, maar langzaam en zeker open zal komen te staan voor andere krachten.

Misschien interesseert dit alles u op het ogenblik nog niet zo zeer. Het is echter noodzakelijk deze dingen te stellen, opdat u zo dadelijk zult weten, waar u zo ongeveer aan toe bent. Alles bijeengenomen zijn de eerste 2 à 3 jaren vanaf heden dus wel heel erg belangrijk. De verdeeldheid, die wij daarin op zien treden mag dan ook niet beschouwd worden als iets, wat men ten koste van alles dient te bestrijden. Laat ons niet de fout maken, dat wij het oude – of de resten daarvan – ten koste van alles in stand willen houden, op gevaar af, dat wij dit oude en onszelf daarbij ten gronde richten. Juist nu dient men open te staan voor het nieuwe. Juist nu moet men bereid zijn, op zich misschien minder wenselijk lijkende veranderingen en vernieuwingen te aanvaarden, als middel om waarheid, tot uiting te brengen. Kijk daarom ook niet te treurig, wanneer in de komende tijd daarbij wat cynisme, wat modderspuiterij, of zelfs ergere dingen te pas komen. Beter dit, en dan de mogelijkheid waarheid te vinden, dan altijd tegen maskers aan te moeten kijken, die valse mogelijkheden en verhoudingen suggereren.

Op dit gebied is er dan ook geen reden tot grote bezorgdheid. Het grote gevaar is, dat men ergens zal trachten een strijd, éérst beperkt maar daarna onbeperkt, zal trachten te forceren om eigen macht te behouden of verloren macht terug te winnen. Want de gevolgen kunnen niet overzien worden, indien de mens in een oorlogsroes wil trachten eigen recht en gezag te bevestigen. Daarom kan ik u maar één raad geven: Laat u niet bewegen tot haat en verachting voor welke groep en welk volk dan ook. Wees bereid desnoods zelf onrecht te ondergaan en te dulden. Geloof niet, wat eigen partij of andere partijen zeggen, maar realiseer u steeds, dat u tegenover elke medemens, zelfs de meest verachtelijke in de ogen van de wereld, met zoveel mogelijk begrip en naastenliefde dient te reageren. Op deze wijze zult u de neiging tot geweld en oorlog verminderen. Laat u niet beïnvloeden door hen, die stellen, dat alleen door met alle middelen en grote felheid te strijden tegen iets, dat buiten uw eigen milieu ligt, iets gewonnen kan worden.

Indien men stelt, dat er iets gebeuren moet, kunt u immers altijd antwoorden: Dan zullen wij eerst hier orde op zaken moeten stellen? Op deze manier draagt u bij tot verbreken van de elders aangekweekte psychosen, die gebruikt kunnen worden voor een koude of misschien zelfs warme oorlog. Het is zeer belangrijk, dat u hierop acht geeft. Want blijven de tegenwoordige krachten regeren, dan is een oorlog binnen de komende drie jaar niet uitgesloten. Denk niet, dat een beperkte oorlog nog mogelijk is. Zodra men, zogenaamd uit ideaal of economische noodzaak, overgaat tot een ingrijpen in de strijd der kleinen, is het ontstaan van een wereldomvattende oorlog haast niet meer te vermijden. Denk niet, dat de aarde zelf hier genoegen mee neemt. Ook de aarde zelf zal dan tonen, dat zij kan vernietigen en over groter geweld beschikt dan de mensen, die op haar wonen.

Breek dus met elke gedachte aan geweld. Want ten laatste wil ik nog opmerken, dat men zeer sterk speculeert op uw angsten en onzekerheden. De angst voor Rusland. De angst dat men economisch niet mee zou kunnen komen, de angst voor werkeloosheid. Angst en onzekerheid in overvloed. Laat u echter door niets angstig maken. De mens, die in deze tijd bevreesd is, is het willige slachtoffer van hen, die macht en status begeren, van hen, die bezit zoeken. De mens, die weigert angst te koesteren, zich ongerust te laten maken, zal zich daarmede niet alleen aan dergelijke ongewenste invloeden onttrekken, maar gelijktijdig vanuit zichzelf een harmonie kunnen vormen met goede en Lichtende krachten. Zo iemand zal openstaan voor de werkelijke invloeden van Licht, die deze aarde beroeren en niet alleen maar de verschijnselen buiten zich bezien, om deze, zoals zovelen doen, voor zich weg te verklaren.

Wees ook niet bang om iets onoverlegd te doen. Wanneer je een blindedarmontsteking hebt, moet men ingrijpen. Men grijpt operatief in en wacht niet af, of geleerden ondertussen misschien een aangenamer en meer passende geneeswijze gevonden hebben. Men weet dan, zo men te lang wacht, dat men buikvliesontsteking zal krijgen en misschien reeds dood zal zijn, voor de geleerden het eerste woord hebben gesproken. Toch wordt u gesuggereerd, dat tegenover andere, even dringende problemen een dergelijke houding wel gerechtvaardigd, ja, zelfs de enige verantwoorde methode zou zijn. Juist nu is het noodzakelijk, elk probleem zo snel mogelijk op te lossen, zo snel mogelijk in te grijpen, zelfs indien de oplossing misschien later een voorlopige blijkt te zijn.

Wen u eraan, om steeds vandaag te denken, te besluiten, om vooral steeds vandaag te leven. Zonder angsten. Tracht zo vreugdig en gelukkig mogelijk te leven en anderen daarin te laten delen. Dan voert u voor zich de enige politiek, die op deze wereld nu verantwoord is.

Tot besluit, evenals in het begin, een citaat van onze vriend Henri: “Bedenk, dat de mens, die u een glimlach schenkt, u een werkelijker en kostbaarder geschenk heeft gegeven dan hij, die u de gehele wereld beloofde, zonder deze ook te leveren.”

  • U stelt, dat de mensen beperkter worden. Komt dit misschien door de techniek en de daarmede gepaard gaande specialisatie, waardoor eigen belangstelling tot een zeer klein terrein beperkt wordt?

Neen. Eerder is een zekere zelfvoldaanheid hiervan de oorzaak.

Dit voert tot eigenaardige gevallen. Zo hoorde ik kortgeleden een medicus in Frankrijk uitroepen, dat een paranormaalgenezer voor elke patiënt van hem, die succombeert, tot 10 jaren tuchthuis veroordeeld dient te worden. Ik vraag mij af, of de man zich realiseerde, dat de mensen dan ook zouden kunnen eisen, dat hetzelfde zou gelden voor een arts. En dan vrees ik, dat er op den duur geen artsen meer zouden zijn.

Specialisatie kan een beperking van beroepskennis inhouden. Maar de mensen zijn in deze dagen steeds meer geneigd vol voldoening op hun kennis te wijzen en daarbij af te gaan op stellingen enz. van anderen, die zij nimmer hebben getoetst op hun waarheid. Wanneer men bv. op grond van theorieën en begeerten u vertelt, dat men om de mens steeds gelukkiger te maken, hem steeds meer zekerheden moet geven, neemt men zonder meer aan, dat dit juist is en baseert zijn streven geheel daarop. De prikkel van het onzekere, die vooral psychologisch voor de mens belangrijk is en hem aanspoort tot bereiken, valt daarbij echter geheel weg. Men neemt te snel aan, dat wat door “geleerden” en “bekwamen” wordt gezegd, zonder meer waar is. Dit is de hoofdoorzaak van een vervlakking, die steeds toe zal nemen, naarmate men leert meer op anderen en minder op zichzelf te betrouwen.

Zelfstandig denken en onderzoeken betekent, dat men zijn hersenen ontwikkelt in hun combinatiemogelijkheden en niet alleen in hun herinneringskwaliteiten. Zelfs filosoferen ontwikkelt geest en hersenen. Want dit betekent zelf de mystieke mogelijkheden naspeuren en trachten dezen te baseren op de logische en bekende waarden van eigen wereld.

Wanneer men dit niet meer doet, zal men geen zelfstandig leven meer kennen en wordt men tot het product van degenen rond u, die u hanteren.

image_pdf