Potentiaal

uit de cursus” Occulte filosofie’ (hoofdstuk 5) – februari 1975

Potentiaal

Als we proberen een klein beetje inzicht te krijgen in de mogelijkheden die een mens heeft, dan moeten we uitgaan van het volgende:
1.  elke mens heeft kracht.
2.  elke mens leeft te midden van kracht.
3.  elke mens kan elke kracht, die hij zelf geeft, aanvullen uit de omgeving. De wijze waarop hij openstaat en de wijze waarop hij werkt, zullen bepalend zijn voor de hoeveelheden kracht die hij in korte tijd kan ontvangen en doorgeven.
Nu we dit weten, moeten we proberen het een en ander over die krachten te stellen dat bruikbaar, hanteerbaar is. Ik stel dan:
Daar alles kracht bezit, is het mogelijk het potentiaal van de daarin aanwezige kracht te verhogen. De duur van verhoogd potentiaal zal afhankelijk zijn van de materie of van datgene wat ik gebruik om die kracht in vast te leggen.
Als ik kracht wil vastleggen, moet ik een onderscheid maken tussen de verschillende metalen, de verschillende vormen van steen (de zogenaamde edelstenen), daarnaast materialen als hout, baksteen, waaronder we ook wel porselein e.d. plegen te rekenen in dit geval. Ten laatste krijgen we te maken met vruchten, water en andere substanties die betrekkelijk snel deze kracht weer verliezen.
Elk metaal heeft een rigide structuur. Elke ontlading van onze kracht daarin betekent een lichte wijziging en verspringingspatroon per atoom en daarmee eveneens een geringe spannings-wijziging tussen moleculen. Als we werken met zeer edele metalen (goud, platina, zilver), dan zal het behoud van deze kracht tamelijk groot zijn. Een stuk goud (dit geldt ook voor platina en zilver) dat door een persoon sterk geladen wordt, behoudt die lading vele jaren, tenzij er een omstandigheid optreedt waardoor die kracht wordt afgetapt.
Hebben we b.v. basalt, graniet, dan blijkt dat deze stenen minder energie opnemen, maar dat ze hun energie zelfs eeuwenlang kunnen bewaren. Hier betekent dus het inbrengen van extra potentiaal een grote krachtsinspanning, maar het is ook een buitengewoon duurzaam product.
Edelstenen (ik denk hierbij aan robijn, smaragd, diamant voornamelijk, daarnaast ook halfedelstenen tot bergkristal toe) hebben een zodanig verdichte structuur dat het wel mogelijk is om binnen dit raster een kracht te leggen. Die kracht zal zich dan voortdurend aanpassen èn aan de steen èn aan de omstandigheden die van buiten op de steen inwerken. We kunnen hier dus wel een potentiaal inleggen dat zeer lang behouden kan blijven. In bergkristal kan dat lopen tot ongeveer 40 jaar. In een diamant kan dit tientallen eeuwen duren. De werking van die energie kunnen we praktisch niet bepalen omdat, gezien de wijze waarop in het gehele raster die energie wordt verwerkt, elke invloed of stemming van buiten daarop een stempel drukt. Voor de harde edelstenen geldt bovendien nog: Indien er een voortdurende werking (begeerte-elementen of iets dergelijks) plaatsvindt in de omgeving van de stenen, dan zullen deze de werking zeer sterk opnemen en deze ook bij voortduring uitstralen. Het opvallende bij de harde edelstenen is dat ze met een betrekkelijk geringe opname van het daarin vastgelegde potentiaal tamelijk grote en voor de mens suggestieve werkingen kunnen uitoefenen.
Hebben we te maken met hout, baksteen (ik denk hierbij ook aan alle vormen van porselein en aardewerk), dan moeten we zeggen: Deze materialen behouden de energie over het algemeen niet lang. Hout dat geladen is, zal bij een ladingsduur van 1 minuut (ik moet het hier nauwkeurig definiëren) een maximaal behoud van potentiaal vertonen van ongeveer 18 dagen. Voor de verschillende soorten van steen en aardewerk is dat nog een beetje afhankelijk van het daarin verwerkte materiaal. Porselein b.v. zal bij een stralingsduur van 1 minuut een behoud vertonen dat meestal ongeveer iets korter dan een maand duurt. Hebben we te maken met grof aardewerk, dan is de duur van het behoud van kracht waarschijnlijk 6 dagen. Dit betekent dat wij in deze vormen van steen en hout tamelijk veel energie kunnen leggen maar dat we er rekening mee moeten houden dat ze op zeer korte termijn worden ontladen.
Stoffen als water, bepaalde vruchten kunnen we laden maar hier hebben we te maken met een in zichzelf niet erg stabiele waarde. Als we een vrucht hebben, dan vindt daarin, als ze wordt bewaard, toch voortdurend een omzettingsproces plaats. Water heeft uiteraard een wat labiele samenhang. Water, dat u met kracht laadt (z.g. gemagnetiseerd water), kan deze kracht maximaal 2 dagen behouden. In de praktijk echter is 6 a 7 uur voldoende om tot ontlading te voeren, tenzij we gebruikmaken van speciale isolatiemethoden. Voor vruchten geldt hetzelfde. Een appel b.v. die u instraalt, behoudt die kracht nog tamelijk lang. Hij zal die instraling na ongeveer 12 dagen kwijt zijn. De extra energie die er nog overblijft is niet meer de moeite waard. Als ik dus werk met instraling van materie, dan moet ik er rekening mee houden dat het materiaal dat ik kies moet zijn aangepast aan het doel dat ik nastreef.
Als ik iemand een soort amulet wil geven, iets wat hij een lange tijd bij zich zal dragen en dat ook lange tijd werkzaam zal zijn, dan zal mijn voorkeur uitgaan naar edele metalen. Ik zal zink en lood vermijden. Zink en lood houden ook wel stralingen vast maar niet die stralingen welke wij beschouwen als levensenergie. Voor die soort dingen zijn deze metalen dus niet erg geschikt. Koper is weer wat beter, vooral het z.g. latoen (geel koper). Je kunt er in ieder geval iets mee doen.
Stel nu dat ik iemand een kleine hoeveelheid extra kracht wil geven. Bij gemagnetiseerd water komt dat nogal eens voor. Wat gebeurt er?
Water wordt opgenomen in het lichaam. Dat wil zeggen dat praktisch alle daarin aanwezige energie zal worden opgenomen in het lichaam. Verder: de energie vervalt nogal betrekkelijk traag; we hebben er een paar dagen de tijd mee. Hierdoor kunnen wij dus een regelmatige dosering van kracht toedienen. Maar als dat water nu in een omgeving staat waar alles zonder meer erover heen gaat, zoals lucht, dan neemt het dat op. We moeten het dus isoleren. Dat betekent dat we het ook niet in metaal moeten doen; metaal absorbeert namelijk de straling. Een van de beste materialen daarvoor is hard glas en als we niets anders kunnen vinden, dan kunnen we eventueel ook porselein nemen.
We doen het water in de kom en zorgen ervoor dat het van de lucht is afgesloten, ook dat is belangrijk, bij voorkeur weer met een soortgelijk materiaal. Dus dek het niet af met een stukje neteldoek, zet er liever, een schoteltje op. Plaats ook zo’n glazen kom niet ergens waar ze aan sterke temperatuurwisseling bloot staat. Verandering van temperatuur betekent een verandering van structurele verhoudingen in het glas. Al zijn die ook nog zo klein, ze zouden de absorptie van energie uit het water kunnen vergroten. Kies dus een stabiele omgeving, een stabiele temperatuur. Zorg ervoor dat het geheel afgeschermd staat. Zet bij voorkeur zelfs glas niet onmiddellijk op metaal. Leg er dan liever iets tussen, een stukje goed of wat stro of zet het gewoon op een stukje hout. Het kan belangrijk zijn.
Nu ik het er toch over heb, zou ik graag willen zeggen hoe men water magnetiseert en ook waarvoor men het kan toedienen. Dat is ook erg belangrijk.
Om water te magnetiseren brengt men zo mogelijk het water reeds in het reservoir waarin men van plan is het te bewaren. Dus niet water magnetiseren in een grote kom en dan flesjes daarvan vullen. Eerst water in de flesjes doen en dat dan magnetiseren. Het reservoir moet gedurende de instraling geopend zijn.
We nemen altijd aan dat we één gevende en één nemende hand hebben. De hand waarmee men geeft is voor de meeste mensen de rechter. Als u het anders voelt, dan moet u zich houden aan de aanduiding gevende hand.
De gevende hand wordt altijd boven het oppervlak van het water gehouden en wel op een afstand van niet meer dan 15 cm, bij voorkeur dichter bij. De andere hand omvat het reservoir; we houden dus de hand onder het reservoir. Wij kunnen het ook tussen de twee handen nemen, als u een drinkglas of een kleine fles zoudt nemen. Ik kan me voorstellen dat u zegt: Ik voel dat niet zo stabiel aan. Dan houdt altijd de nemende hand de basis van het glas vast, de andere hand (gevende hand) wordt op niet meer dan 15 cm boven het wateroppervlak gebracht. Dus niet een halfvol glas nemen als de afstand groter wordt, doe er dan liever wat meer water in.
U straalt in door sterke concentratie op een krachtstroom, die uit uw lichaam (uw hand) in het water gaat. Stel u niet voor dat er van een doorstroming sprake is, al zal dit in wezen wel enigszins het geval zijn. Verder dient u bij de instraling te weten wat u ermee wilt bereiken.
Neem dus ook nog een doel voor ogen: dit moet kracht geven, bijvoorbeeld. Straal nooit langer in dan 3 á 4 minuten. Straalt u namelijk langer in, dan is meestal uw eigen krachtstroom afnemend en bestaat de kans dat u, zonder het te willen, een deel van de energie weer gaat opnemen uit de vloeistof in het reservoir.

Toediening
Over het algemeen neemt men aan dat de minimum werkzame hoeveelheid van dit water ongeveer een borrelglaasje is. We nemen in ieder geval geen grote hoeveelheden tegelijk en we zorgen ervoor dat het water zeker niet koud is. De dosering hangt natuurlijk af van hetgeen u wilt bereiken. Nemen we aan dat het gaat om het geven van energie, dan zullen we een hoeveelheid water van energie voorzien die voldoende is voor anderhalf a twee dagen en daarvan vier tot vijfmaal per dag de persoon een glaasje laten drinken.
Hebben we te maken met bijzondere afwijkingen, die wij op deze manier willen benaderen (dat kan ook wel eens gebeuren, b.v. een tijdelijk dus niet chronisch te hoog bloedsuikergehalte), dan zullen we over het algemeen de voorkeur geven aan één grote dosis. Straal een glas water in en zeg: drink het leeg. Of neem een bijzonder groot glas en laat de inhoud daarvan in twee keer leeg drinken met een tussentijd van 3 á 4 uur. Hiermee bereikt u inderdaad resultaten. U moet ervoor zorgen dat de patiënt ook gelooft in de genezende werking of althans weet dat u die genezende werking eraan toeschrijft. Het laatste is belangrijk omdat de ontvankelijkheid van de patiënt voor die energie door middel van suggestie wordt vergroot.
In sommige gevallen zullen we gebruik willen maken van voorwerpen om iemand gemakkelijker te kunnen benaderen. We hebben hier niet te maken met een talisman, maar eerder met iets dat als een contactpatroon dient. In deze gevallen zorgen we ervoor dat we twee voorwerpjes nemen die qua vorm en als het even kan ook qua uiterlijk zoveel mogelijk identiek zijn.
We nemen beide voorwerpen tegelijk onderhanden. We nemen ze beide tussen de handen en stralen om de voorwerpen heer. Dus niet in de voorwerpen en niet van bovenaf, maar gewoon tussen de handen nemen en uw eigen straling en werking zoveel mogelijk continueren. De beste houding daarvoor, als het kleine voorwerpen zijn, is zo dat de vingers van de ene hand rusten tussen duim en wijsvinger van de andere hand en het geheel zo wordt omsloten. De vingers van de andere hand komen dus te liggen tegen de buitenzijde – pink ongeveer bij de handwortel – van de tweede hand.
Wie op deze wijze die voorwerpen instraalt, doet in feite niets anders dan zijn eigen trilling zo sterk mogelijk daarin vastleggen. Wij verhogen het eigen potentiaal van het voorwerp praktisch niet. Wat we wel doen, is een bepaalde vibratie erin vastleggen waarop ons eigen wezen is afgesteld. We geven nu het ene voorwerpje aan iemand en houden het andere zelf. Als wij ons nu instellen op het ene voorwerp, dan zullen we door onze concentratie en het weten dat er twee voorwerpen zijn, het andere daarin automatisch betrekken. Elke kracht, die we instralen in het ene voorwerp, wordt dus ook naar het andere voorwerp gezonden en in dezelfde verhouding. Hierdoor kunnen we de potentiële krachten die we bezitten, tot ontlading brengen op een zeer grote afstand en zullen daarbij geen last hebben van afstand of tijdsverschillen. Het kan een voordeel zijn, indien men iemand wil genezen. En het is vooral erg praktisch, indien men met mensen bepaalde geestelijke of telepathische contacten wil onderhouden.
De mogelijkheid dat we te maken krijgen met voorwerpen, die al geladen zijn en die ons wat onaangenaam aandoen, is natuurlijk ook groot. Het kan zijn dat we ergens een steentje in handen krijgen dat vroeger een deel is geweest van een offertafel waarop bloedoffers werden gebracht. Dat ding heeft dan geen prettige uitstraling maar het heeft meestal wel energie geabsorbeerd. Het kan ook een vereerd afgodsbeeldje zijn geweest. En als men die godheid zag als een erg wrede godheid, dan zal door dit geloof het voorwerp een zekere lading bezitten. Hierbij geldt natuurlijk wel: hoe ouder het voorwerp is en hoe intenser het betrokken is geweest bij verering, offers en dergelijke, des te groter de invloed is die het heeft en des te groter de energie plus de afstemming van die energie is.
Nu kunnen we een dergelijke energie zelden ontladen zonder daarvan allerlei onaangename nevenverschijnselen te krijgen. Indien u dus te maken heeft met een steen – het kan een sieraad zijn waarin die lading sterk aanwezig is – en de onaangename uitstraling kenbaar wordt, dan is het eerste dat we moeten doen: het kortsluiten. Gewoon afschermen door de kracht op zichzelf af te buigen. Dit kan over het algemeen worden gedaan door iemand, die als magnetiseur enig potentieel heeft.
Het voorwerp wordt op de nemende hand gelegd en met de gevende hand wordt daar doorheen enige malen een cirkel, getrokken, terwijl men gelijktijdig intens uitstraalt. Daarop wordt het voorwerp in de gevende hand gelegd en straalt men het geheel nog één keer door. Daarna wordt het voorwerp, als het kan, in zijde, in ieder geval in het een of andere materiaal gewikkeld (u kunt er ook papier voor gebruiken) en weggelegd op een donkere plaats. Zorg dat u daarna de handen reinigt onder stromend water en ze bovendien nog eens goed afslaat; er kan wat zijn blijven hangen. Heeft u het zover gebracht, dan is het voorwerp dus tijdelijk onschadelijk.
Nu moeten we nog een methode vinden om de energie, die nu is kortgesloten, zich te laten ontladen op een manier waarvan niemand last heeft. Eén van de meest eenvoudige methoden is deze:
Men dompelt het voorwerp in water en zorgt ervoor dat dat water zichzelf voortdurend ververst; plaats het b.v. in een kannetje of vaatje onder een kraan die met een dun straaltje loopt. Laat het ongeveer 12 uur daarin rusten, daarna wordt het eruit gehaald.
Dan begint u aan de laatste fase: U straalt namelijk zo sterk u kunt uw eigen voorstelling van goed naar het voorwerp uit, dat u in dit geval niet beroert maar waarop u de gevende hand in volle concentratie richt. Indien u wilt, kunt u daarbij een gebaar maken dat voor u heilig is en lichtende kracht betekent. Voor een christen kan dat een kruis zijn dat u boven het voorwerp maakt. Het best is het als u dat in series van drie doet omdat voor de mens nu eenmaal drievuldigheid een bijzondere betekenis heeft.
U ziet dat we ook hier dergelijke slechte invloeden wel degelijk kunnen wegnemen. Maar de vraag is wel: met welk materiaal hebben we te maken?
Indien we te maken hebben met een diamant, die op deze negatieve manier is geladen, dan zal onze gehele procedure die kracht wel voor een groot gedeelte verminderen maar ze kan die niet totaal wegnemen. De structuur van de steen moet de energie afgeven. In een dergelijke geval gebruiken we na de procedure nog eens de z.g. ‘lek methode’: Deze methode is eigenlijk eenvoudiger dan u zoudt denken.
We brengen het voorwerp in kwestie in een doosje of leggen het op een voorwerp dat we met alle positieve kracht die we ons kunnen denken, hebben geladen. Dat herhalen we ongeveer een week waarbij elke dag ofwel een ander geladen voorwerp wordt genomen waarin of waarop voorzichtig het negatieve voorwerp wordt gelegd, dan wel we laden het doosje elke keer weer op. We nemen daarvoor iets wat energie langer kan behouden. Ik zou in dit geval willen aanbevelen een doosje van koper of, als u daarover niet beschikt, een afdekbaar porseleinen schaaltje waarin u eventueel nog een stukje ijzer kunt leggen dat u ook positief heeft geladen.
Ik ben ervan overtuigd dat dit alles een beetje bijgelovig klinkt. Maar we hebben nu eenmaal grote potentialen rond ons en niet alleen in ons. Als we rekening houden met het feit dat bijna alle voorwerpen, waarmee we te maken krijgen, op de een of andere manier geladen zijn, dan is het ook wel duidelijk dat we met deze in ons liggende krachten meteen moeten zorgen dat alles rond ons positief reageert.
U kunt zich misschien voorstellen dat u woont in een van die nieuwe moderne huizen, d.w.z. heel veel beton met een laagje baksteen voor het uiterlijk. Dat zal dan vaak ook nog gewapend beton zijn, er zit dus ook metaal in. Wat gebeurt er nu? Meestal zult u in dat huis in het begin u niet erg behaaglijk voelen want het duurt een tijdje voordat zo’n betonnen kast een beetje sfeer krijgt. Als die onaangenaamheden nu worden uitgestraald, dan zal het metaal dit absorberen en krijgt men de gekste resultaten. Er zijn b.v. mensen, die voortdurend pijn inde rug of in de schouder hebben wanneer ze in dat huis zijn. Gaan ze naar buiten, dan zijn ze dat binnen 10 minuten kwijt en het komt ook niet meer terug voordat ze weer een uur thuis zitten. Hier hebben we te maken met een woning die voor een mens negatief geladen is en wel vooral omdat hier spanningen op zijn zenuwstelsel worden geworpen, die in feite in autosuggestieve pijngevoelens ontaarden. Daar moeten we natuurlijk ook wat tegen kunnen doen. Een van de eenvoudigste methoden, als we met betonmaterialen te maken hebben, is dit:
We zetten gewoon een schaaltje met houtskool neer – we behoeven het niet aan te steken – en wel speciaal in die vertrekken waar we de meeste last ervaren. Elke dag concentreren we ons in dat vertrek op licht en wel zo sterk mogelijk. Voordat we de concentratie beginnen, hebben we de houtskooltjes in het schaaltje vervangen. Het behoeft niet veel te zijn, tien tot twaalf stukjes zijn meer dan voldoende. Het schaaltje mag van karton, van hout of van wat anders zijn, dat doet verder niet ter zake. Houtskool heeft namelijk een eigenaardige kwaliteit. Het onttrekt niet alleen vocht aan de atmosfeer, maar het heeft ook de neiging om zich a.h.w. in te stellen op bepaalde negatieve zaken daarin, vooral als daarbij dampen vrijkomen.
Hebben we te maken met een oud huis, dan zitten we daar misschien met een ‘bewoning’ van 30 á 40 jaar waardoor ook allerlei invloeden aanwezig zijn. Die kunnen we ook niet onmiddellijk door onze eigen sfeer vervangen. Zijn we bang dat hier meer demonische krachten zijn, dan bestaat daarvoor ook weer een klein trucje.
We nemen keukenzout (geen jodiumhoudend zout), als het kan zeezout, zo’n handjevol, dus de palm van de hand gevuld. We stralen dit zo goed en zo sterk mogelijk in en doen dit zeker gedurende 3 minuten. Daarna steken we een klein houtskoolcomfoortje aan en gooien dat zout op de brandende kooltjes, zoals men dat doet met een wierookvat. U zult zien dat het gaat branden. Het krijgt eigenaardige groene vlammetjes. U gaat dan daarmee, terwijl het damp afgeeft, door de vertrekken heen. De damp heeft namelijk een wonderlijke werking. Het zijn gassen die ontstaan bij de verbranding van het zout. Die gassen zijn geladen, ze dragen uw energie. Het resultaat is dat het grootste gedeelte van de wanden en de omgeving doordrenkt wordt met iets wat de frequentie van uw eigen energie overneemt en gelijktijdig door verhitting die energie a.h.w. explosief kan afgeven. En daar gaat het nu juist om. We krijgen dus een scherpe doordringing van de oude sfeer met uw eigen positieve kracht. Het gevolg is dat de sfeer van zo’n oud huis zich zeer snel kan veranderen en verder dat ook bepaalde negatieve verschijnselen, die er soms zijn in oude huizen, verdwijnen.
Ik heb erover gedacht dit onderwerp ‘Hoe?’ te noemen, want het gaat er hoofdzakelijk om: hoe doe je het? Het is niet voldoende om alleen te zeggen wat je met bepaalde krachten in bepaalde gevallen kunt doen. Je moet ook nog vertellen:

  1. wat die kracht is;
  2. hoe je die kracht in jezelf kunt opwekken;
  3. hoe je haar het best kunt richten.Nu is vooral dat laatste iets waarvoor­ verschillende methoden mogelijk zijn. U moet dit dus niet beschouwen als een bindend geheel maar als een beschrijving van de meest gangbare en daardoor voor de meesten de bruikbaarste methode.

De kracht die u gebruikt is een omzetting van uw eigen levenskracht. Het is een energie, die u overigens uit de omgeving weer tot u kunt nemen. De levenskracht zal niet bij ieder mens even snel pulseren. We kunnen echter het pulseren van levenskracht in het lichaam en voor ons ervaarbaar meestal aanmerkelijk verbeteren, indien we een paar keer diep ademhalen. Wilt u die kracht opwekken, begin dan altijd met een beetje adembeheersing. Dat helpt u over het algemeen heel goed.

Adembeheersing bestaat uit:
Eerst één of twee keer de longen zo goed mogelijk reinigen.
Dus niet zo diep mogelijk inademen, maar zo veel mogelijk uitademen. Daarna ademt u gewoon enkele malen diep in, als het kan in de frisse lucht of in de beste lucht die u nog kunt vinden en u concentreert u daarbij op kracht. Hierdoor heeft u in u de activiteit van uw levenslichaam vergroot. U heeft bovendien bereikt dat u zich door deze daad openstelt voor de krachten rond u. U komt tot een sneller absorberen van krachten uit de omgeving. Daarmee hebben we al twee punten genoemd:

  1. Wat is kracht? Het is je levenslichaam.
  2. Hoe verkrijg je die kracht uit de omgeving? Door je ervoor open te stellen en gelijktijdig de activiteiten van je levensstromen te stimuleren.

Hoe richt ik deze kracht? Daar levenskracht een vorm van energie is die eigenlijk op mentaal niveau het gemakkelijkst te beheersen is, moeten we stellen dat ons denken voor het richten van de kracht van groot belang kan zijn. Hierbij is het niet belangrijk dat we nauwkeurig omschrijven wat we willen doen. We moeten het a.h.w. voelen en gelijktijdig voor onszelf in een gedachte uitdrukken, al is het maar de hoop dat het zal helpen.
Een kracht hun je overal uitstralen. Het is dus mogelijk gewoon uit uw schouder, uw navel, uw voorhoofd je kracht te laten uittreden. De doorsnee mens echter is geneigd tot manipuleren; hij doet dus heel veel met de handen. Wat hij met de handen volbrengt, is voor zijn gevoel het gemakkelijkst beheerst. Daarom zullen we ons meestal concentreren op de handen.
Neem dan één hand en zeg: Hiermee straal ik de kracht uit. Neem de andere hand en zeg: Hierin neem ik de kracht terug die overtollig is. Dat laatste moet u er dan wel bij denken, anders krijgt u alleen maar een kringloop. Hierdoor heeft u eigenlijk een zekere suggestie in uzelf gewekt waardoor het uittreden van levenskracht wordt bevorderd en gelijktijdig het opnemen van eventueel verstrooide levenskracht en krachten van buiten vergemakkelijkt.
Richten doet men altijd op een bepaald punt. Dat punt behoeft niet noodzakelijk omschreven te zijn zoals: nu ga ik de lever van deze mens speciaal instralen, want ik heb een vermoeden dat hier sprake is van cirrose (Je krijgt het o.a. van te grote consumptie van alcoholica). Maar u kunt wel zeggen: deze mens heeft een bezwaar in zijn stofwisseling, in zijn ademhalingsorganen, in de rug; kortom, een eenvoudige voorstelling is voldoende, voor u zit daar de kwaal. Dan richt u uw attentie op die plaats met daaraan vastgekoppeld de voorstelling van de kwaal. Dit is voldoende, daar u over het algemeen zult worden gecorrigeerd door het eigen bewustzijn van het lichaam waaraan u de kracht geeft, dat als vanzelf de rest in orde maakt.
Mag ik u hierbij de raad geven: doe het niet al te gewichtig. Anders gaat u zich zo ontzettend magisch voelen dat u meer energie besteedt voor dit gevoel van magische macht dan u richt op het doel waarin u wilt werken.
Er zijn zonder meer krachten, potentialen rond ons. We kennen allen de astrologie. Astrologisch kunnen we zeggen dat op het ogenblik voor zeer veel mensen Saturnale krachten overheersend zijn. Die Saturnale werking heeft een bepaalde betekenis, die is omschreven. Nu kunnen we zeggen: dat is een spelletje. In zekere zin is het waar. We hebben namelijk niet te maken met een kracht met een bepaalde werking, maar met een kracht met een bepaalde mogelijkheid. Wat wij nu van die mogelijkheid absorberen, dat zullen we ervan opnemen en dat zullen we weergeven en dat zal ons leven beïnvloeden.
Een mens die bang is zal onder Saturnale werkingen meer angsten tonen. Een mens die zegt: “Ach wat, angsten bestaan eigenlijk niet maar we moeten nu een beetje beter aanpakken om te voorkomen dat anderen bang worden”, die put uit dezelfde energie een heel grote mogelijkheid om zelf betere krachten uit te stralen, suggestiever te reageren en juister te handelen. Ik geef hier maar een voorbeeld.
Er zijn rond ons allerhande krachten aan het werk. We hebben een aantal kosmische krachten. We hebben te maken met de krachten in het zonnestelsel. We hebben te maken met bepaalde geestelijke stralingen die de aarde bereiken. Al die stralingen hebben natuurlijk ergens wel een uitwerking maar als wij weten wat wij nu uit die krachten willen opnemen en dus ons niet onderwerpen aan alles wat ons beroert, dan zullen we gaan selecteren. Onze afstemming wordt tot een versterking van onze eigen trilling en daarbij tot een absorberen van alle krachten, die harmonisch zijn met die trilling terwijl alle niet harmonische factoren zonder meer worden afgestoten. Dit.houdt in dat de meest negatieve kracht rond u toch nog een positieve betekenis voor u kan hebben. Het betekent verder dat er geen enkele kosmische kracht bestaat waaraan u zich zult moéten onderwerpen, maar dat u wel uit elke kracht voor uzelf het positieve vermogen kunt verwerven om de werkingen, welke die kracht op anderen vertoont, te weerstaan en zelfs een deel van die werkingen voor anderen teniet te doen. Het is heel belangrijk dat u dit beseft.
Nu kunnen we ons er natuurlijk vanaf maken met te zeggen: Ja, lieve mensen, jullie behoren allemaal tot een bepaalde straal. Dat is waar. U heeft een bepaalde hoofdkleur, een bepaalde hoofdfrequentie, die u waarschijnlijk al zeer lang heeft. Dat is soms een kwestie van vele incarnaties. U zult binnen die straal reageren. Nu denken de mensen: ik ben eraan gebonden. Tot welke straal behoor ik? Zolang u nog niet zegt: wat ben ik een laserstraal, valt het nog wel mee. U behoeft die straal niet te weten. U bent die straal. U zult, door te behoren tot een bepaalde straal, inderdaad geneigd zijn om op een bepaalde manier te reageren, terwijl uw harmonie bepaalde boventonen heeft die u niet kunt veranderen; die zijn deel van uw wezen. Maar moet u zich nu daarover druk maken? Het heeft weinig zin. Want als u zich positief afstemt, dan doet u dat automatisch gezien de inhoud van uw wezen volgens de aard van uw straal. Het behoren tot die straal, betekent ook dat sommige werkingen, die voor een ander heel sterk en veelbetekenend kunnen zijn, voor u geen betekenis hebben. Ze slaan eenvoudig niet aan; u kunt met die energieën niets doen. Uw potentiaal is dus ook nog gelegen in uw eigen afstemming, die voornamelijk geestelijk bestaat, maar die in het lichaam haar weerslag vindt. Werk daarom altijd volgens uw eigen gevoel van positiviteit. Laat u nimmer verleiden tot werken en handelen op een wijze, die in strijd is met hetgeen u als juist aanvoelt. Probeer nooit te werken met krachten, indien u niet het gevoel heeft dat die krachten voor u betekenis hebben en dat u een greep kunt krijgen op die krachten. Dat geldt zowel voor de kracht in u als voor alle krachten buiten u.
Probeer nooit alles in de wereld te verklaren door de invloeden die optreden. Zeker, er is op het ogenblik een wit-invloed met een rood-invloed er achteraan en er komt binnenkort nog een blauw-invloed bij. Al die dingen hebben alleen betekenis voor de mensen die eraan onderworpen zijn. Waarom zou u zich onderwerpen aan die invloeden? Waarom zou u amorf, aarzelend, angstig staan tegenover al datgene wat uit de omgeving, uit de kosmos aan kracht op u toekomt? Waarom zou u uw potentiaal (energie) a.h.w. laten weglekken en vervangen door energieën waarmee u eigenlijk niet gelukkig kunt zijn? Afstemming op uw eigen trilling is belangrijk. Dat betekent:

  1. Bij al uw denken en handelen moet u uitgaan van uw eigen gevoel van juistheid en harmonie. Dit is de enige manier om voortdurend een juiste afstemming te verkrijgen.
  2. Probeer in uw leven hetzij in daad, in meditatie of anderszins elke dag tenminste eenmaal de nadruk te leggen op datgene wat voor u van betekenis is.
  3. Probeer zo weinig mogelijk de wereld af te wijzen. Afwijzen betekent selecteren. Maar een dergelijke selectie gebeurt altijd weer op zeer emotionele gronden: de gedachten en emoties van de mens. U gaat het beredeneren, dat is niet verstandig. U moet gewoon ‘ja’ of ‘neen’ kunnen zeggen. Spontaan. Indien iets goed is volgens uw begrip, stel u daarop in. Niet door overdenking alleen, maar vooral door de kracht daarop te laten inwerken, door te zeggen: “Hier, neem ik in mijzelf op.”
  4. Neem elke dag een paar minuten tijd om u af te vragen: wat voel ik op dit moment als het meest bij mij passend? Trek dan een ogenblik die kracht a.h.w. naar u toe. Gebruik daarbij eventueel de ademhalingstechniek, die ik u al eerder heb genoemd. Op deze wijze verhoogt u uw krachtpotentiaal, verbetert u de omloop van uw levenskracht en u zorgt ervoor dat ze voortdurend gestimuleerd is.

Dat is voor u lichamelijk goed en het betekent ook astraal, mentaal, soms zelfs geestelijk een bepaald voordeel. Door op deze wijze te reageren kunt u, daar u selecteert uit hetgeen er rond u is, uw eigen wezen en uw eigen kwaliteiten aanmerkelijk verbeteren en gelijktijdig uzelf meer onafhankelijk maken van de invloeden, die van buitenaf op u inwerken.
Hiermede wil ik deze voordracht beëindigen.

Duiveltjes en engeltjes

Het is altijd aardig om te zien hoe de mensen proberen de wereld van de geest en de krachten die op de mensen inwerken, onder te verdelen in duiveltjes en engeltjes. Nu moet ik eerlijk zeggen dat de meeste engeltjes, zoals de mensen ze zich voorstellen, mij duivels zouden maken. Terwijl bepaalde duiveltjes mij ook wel de P……. in kunnen jagen maar mij dan in ieder geval stimuleren tot daadkracht. Als we onderscheid willen maken tussen. de geesten die de mensen kunnen beïnvloeden, dan zou ik zeggen: Datgene wat de mens een engeltje noemt, is over het algemeen stroop om de mond en verder niet veel. Datgene wat men een duiveltje noemt, is doorgaans dat wat in het licht bestaat, maar waarop de mens negatief pleegt te reageren. Stel nu dat u te maken heeft met een duivel, een demon, een duistere geest, dan heeft u in de eerste plaats te maken met iets wat vat op u heeft. Want als dat niet het geval was, zou u niet eens merken dat het er was.
Dientengevolge kunt u nooit zeggen dat de duivel u iets aandoet. U kunt hoogstens zeggen dat u in u bepaalde demonische kwaliteiten ontdekt. En als dat het geval is, dan moet u proberen de demonische kwaliteiten om te buigen in de richting van datgene wat u zelf als engelachtig pleegt aan te duiden. Dat betekent niet dat u dan een engel wordt. Als je van een mens zegt dat hij een engel is, dan bedrieg je hem of je overschat hem, één van de twee.
Als je een negatieve kwaliteit hebt, dan kun je die vaak positief gebruiken. Er zijn mensen, die zijn hatelijk geboren. Het eerste wat ze tegen hun moeder zeiden was niet “da da‘’, maar “ba ba”. En sedertdien zijn ze daarmee voortgegaan. Nu is dat natuurlijk een kwaliteit die de meeste mensen niet op prijs zullen stellen, dus zien ze het als slecht, als duivels, als negatief. Maar als diezelfde mens deze kritische kwaliteiten gebruikt om op een niet al te schokkende manier de tekorten aan te tonen die ergens bestaan en daarbij bovendien diezelfde analytische vermogens gebruikt om positieve wegen aan te duiden, die voor een ander begaanbaar zijn, dan is hij plotseling een goede raadgever geworden. Nu zijn goede raadgevers over het algemeen ook niet erg welkom, tenzij ze komen van Sociale Zorg, dan hopen ze er beter van te worden. Maar toch bereik je dan voor jezelf iets positiefs en is het duiveltje plotseling toch weer een beetje een engeltje geworden. Omgekeerd, als u voortdurend bezig bent om iedereen hoogheilig te houden, dan komt er een ogenblik dat u de mensen zo hoog houdt, dat ze te pletter kunnen vallen. Heel wat mensen zijn voortdurend bezig om anderen een handelwijze aan te preken waaraan ze niet kunnen beantwoorden. Met het gevolg dat ze te gronde gaan aan hun schuldgevoelens, die eigenlijk overbodig zouden zijn.
Als u het mij vraagt, duiveltjes en engeltjes zijn eigenlijk precies hetzelfde. Alleen, het is maar van welke kant je ze ziet.
Als iemand kritiek heeft en je bent erg kwetsbaar, dan heb je natuurlijk direct te vertellen dat die ander fout is. Maar als je wat eerlijker bent en je geeft toe dat die ander gelijk heeft, dan word je er beter van en kun je verdere fouten voorkomen. Het is maar hoe je het bekijkt, nietwaar?
Deze hele wereld zit vol geesten. Ik ben er maar eentje van. Ik kom wel zo nu en dan als geest optreden, maar er zin er een hele hoop die bijna continu met u en uw wereld bezig zijn. Deze entiteiten proberen allemaal iets te doen wat voor hen, en volgens hun inzicht, ook voor u goed is. Maar als u nu verkeerd reageert, dan gaat het fout. Laten we het heel eenvoudig zeggen: Als je op een gegeven moment een beetje uitgeput bent en je hebt een stimulans nodig, dan kan een borrel ontzettend goed doen, maar je moet er geen fles van nemen. Met een hele fles ben je totaal van de kaart.
Als een geest probeert je te helpen, dan moet je hulp aanvaarden op dat punt waar je die nodig hebt en alleen voor zover je haar nodig hebt om zelf de rest te kunnen doen. En dan zijn er alleen maar engelen. Elke geest wil u heus wel helpen, maar elke geest heeft zijn eigen visie van wat u eigenlijk zou kunnen doen; en dat is vaak niet dat wat u goed of juist vindt. Daarom moet u altijd uitgaan van het standpunt: een stimulans, best. Die kracht, graag. Maar alleen totdat ik zelf weer in staat ben mijn eigen weg bewust te kiezen en zoveel mogelijk met mijn eigen krachten te bereiken.
Nu zijn er heel veel mensen, die misschien simpele zielen zijn. Zij hebben een oom Karel gehad. En oom Karel was altijd lief en goed voor hen. Oom Karel is vast een heilige. Oom Karel wordt beschermgeest, geestelijke meester en Joost weet wat nog meer. Joost weet het misschien maar oom Karel niet en die zit er maar mee. Want hij kan niet beantwoorden aan hetgeen er wordt gevraagd. Ik maak er misschien een grapje over, maar dit geval is reëel en u moet er werkelijk eens over nadenken of u in uw omgeving ook niet iets dergelijks bent tegengekomen. Een ander voorbeeld:
Een vrouw; de man gaat over. De vrouw heeft hierdoor het gevoel alleen te staan en geïsoleerd te zijn. Ze maakt van de man, die geen heilige was en dat heeft ze hem zijn hele leven zelfs nadrukkelijk verteld, plotseling een heilige. Hij is een geest, die voortdurend tot haar moet komen, die haar lering en raad moet geven, die haar kracht moet toevoeren. En de arme vent was juist zo blij dat hij nu een beetje tot geestelijke rust kon komen! Hij kan dus niet aan de eisen voldoen. Al zou hij het willen, dan gaat het nog niet.
Stel dat die man werkelíjk van zijn vrouw heeft gehouden en dat hij zijn best doet, dan stelt zij steeds weer eisen waaraan andere entiteiten misschien op hun manier tegemoet willen komen. En dan ontstaat niet het contact met de overleden echtgenoot, maar met tien of twintig verschillende geesten, die door de vrouw allemaal worden gezien als een composiet figuur, de heilige echtgenoot. Daar zijn geesten bij, die graag eens wat anders willen zien, die aardgebonden zijn, die misschien een beetje kracht willen hebben, die willen uit bepaalde gebeurtenissen nog emotionele prikkels halen en die zitten daar allemaal dan ook te oreren, ze werken ook in. Wat moet die vrouw dus doen? Wat ze had moeten doen, was: eerlijk en bewust zèlf naar waarheid en wijsheid zoeken; niet een eredienstje maken. Ze deed het wel. De resultaten daarvan waren nu wel niet fataal of letaal (dodelijk), maar toch allesbehalve leuk. De helft van de dingen die ze deed, liepen in het honderd, juist omdat ze geestelijke raad volgde. Ze had het gevoel dat ze geestelijk alle dingen wist, want ze had een persoonlijke meester. Daardoor was ze niet in staat de geestelijke waarheden die haar bereikten, te begrijpen en te verwerken, Het eindresultaat was dat ze in moeilijkheden kwam.
Dit is geen voorbeeld uit uw omgeving, maar het is een voorbeeld dat je ontelbare malen herhaald ziet, ook bij vrome mensen. Zij zeggen:
Pa, je bent nu dood. Je bent vast bij Onze Lieve Heer. Pa, vraag voor ons aan Onze Lieve Heer of Hij dit of dat voor ons wil doen. Dan zeggen ze: Nu gaan wij rustig zitten, Pa zorgt er wel voor, want die heeft relaties. Maar Pa kan het niet. En als Pa zich nog gebonden voelt, dan komt hij in moeilijkheden want hij moet dingen herstellen die hij niet kan herstellen. Hij moet duidelijk maken dat ze fouten maken, maar ze willen het niet begrijpen. Pa wordt in zijn geestelijke ontwikkeling gestoord en de mensen hebben pech.
U, lieve mensen, waarom maken jullie van ons engelen zodra we dood zijn! Toen we leefden, dachten jullie er toch anders over. Blijf nu maar normaal denken. Iemand die overgaat, blijft toch ergens zichzelf, die heeft dezelfde kwaliteiten, dezelfde mogelijkheden. Waarom moet hij nu ineens meester zijn?
U moet het goed begrijpen. Er zijn veel goede en lichtende krachten die op deze wereld werken. Maar zij werken alleen op basis van harmonie en en niet op basis van oproep.
Er zijn van die mensen, die ’s avond ervoor gaan zitten. Foto, kaarsje aan, bloemetjes ervoor, op de grammofoon ‘Das Gebet einer Jungfrau’ of ‘Liebestraum’ en dan zitten ze te zwijmelen. Die mensen zwijmelen zichzelf naar de duivel: Zij maken van een kracht die ook vanuit de geest voor hen goed en levend wil zijn, een demon voor zichzelf omdat ze het negatief benaderen.
Je hebt in je leven genoeg zorgen en ellende. Dan kun je zeggen: Als dat nu maar anders was. Best. Maar je kunt ook zeggen: Hoe maak ik er het beste van? Dan kom je toch altijd veel verder. Eerst overal het beste ervan maken. En als je denkt: Dat kan ik niet, vraag dan raad en hulp, maar zeg niet wie het moet opknappen, want dan maak je van iets wat lichtend is, heel vaak een duiveltje.
De wereld en de hemelen zijn vol van engelen die u willen helpen. Maar ze kunnen en mogen u alleen helpen volgens de waarden, die in u bestaan en die ze in zichzelf weerkaatst vinden. Er moet een harmonie zijn. Op het ogenblik dat u meer eist, kunnen ze aan uw eisen niet voldoen. Dan zult u zelf gaan aanvullen en maakt u van het engeltje een duiveltje. Is het dan niet verstandiger om u niet al te veel bezig te houden met dierbare overgeganen zoals meesters en dergelijken? Het is maar een vraag. En nu we toch bezig zijn, als u een contract wilt afsluiten met een grote zaak, gaat u dan eerst vragen wat de portier ervan denkt of gaat u naar de directie?
Er is een lichtende Kracht. Die noemen we nu toevallig God. Wij hadden Hem net zo goed anders kunnen noemen. Het is die Kracht, die voor ons de bron van het bestaan is en de bron van alle mogelijkheden. Als we daar naartoe gaan, kan die Kracht wel uitmaken wat harmonisch is. Dan zal die harmonie voor ons worden geactiveerd en krijgen we voor een groot gedeelte wat we nodig hebben en voor een heel klein gedeelte wat we willen hebben. Maar we krijgen zeker alles wat we geestelijk nodig hebben.
Laten we proberen uit te gaan van de hoogste Kracht en ons niet afvragen wie of wat ons nu toevallig komt helpen of inspireren. Laten we alleen maar vragen naar die lichtende Kracht, die voor ons het meest positief is en proberen van daaruit te beleven en waar te maken wat voor ons noodzakelijk is. Op die manier zijn er alleen maar engelen.
Wie zich richt tot de Totaliteit, richt zich tot zijn harmonische mogelijkheid en krijgt uit de gehele wereld van de geest (zij die mens zijn geweest en zij die niet mens zijn geweest) al diegenen die bij hem passen, die waarlijk iets kunnen betekenen, die waarlijk kunnen helpen, die waarlijk kunnen inspireren.
Maak er dan geen meester van, geen bijzondere entiteit of kwaliteit. Houd je bij dat licht, dan houd je je bij de harmonie. Maar ja, wat gebeurt er als je met de mensen over harmonie praat? Zij knikken bevestigend en voordat je het weet, zijn ze met de muziek mee en laten ze je met je goede raad alleen zitten.
Ik heb heel veel mensen gezien, die van iets wat lichtend en goed was, voor zich iets demonisch maakten, alleen door er eisen aan te stellen waaraan niet kon worden beantwoord. Alleen doordat ze disharmonische waarden opriepen en dan daarvan verlangden dat die hun harmonie zouden versterken. Daarmee kom je niet verder.
Ik wil nu deze lezing besluiten met enkele opmerkingen:
Mensen, die demonen oproepen, zijn over het algemeen idioten die de negatieve elementen van hun persoonlijkheid gebruiken om een manifestatie te krijgen van alles wat negatief en chaotisch voor hen is in de kosmos.
Mensen, die engelen oproepen, zijn idioten die proberen hun eigen voorstelling van wat ze zouden willen zijn, op te roepen waardoor ze voor zichzelf werkingen ontketenen, die in strijd zijn met hetgeen ze kunnen en waarlijk zullen zijn, zodat ze daardoor eveneens vernietigende werkingen ondergaan.
Een mens, die nadrukkelijk en als het kan ook nog in het openbaar bidt, is over het algemeen iemand, die probeert van God, een boodschappenjongen te maken in plaats van in Hem een kracht te zien waartoe je niet bidt, maar die je gewoon aanvaardt, waarin je je wezen uitspreekt en eenvoudig neemt wat er komt.
Hij, die bidt tot God om te krijgen wat hij hebben wil, is een dwaas want wat hij krijgt, is meestal iets wat hem als een molensteen om de nek hangt.
Hij, die aan God vraagt dat Deze hem zal geven wat goed voor hem is, krijgt vaak niet wat hij graag wil hebben, maar wel datgene wat geestelijk, en vaak ook stoffelijk, het beste voor hem is en waarin hij tot de meest positieve ontwikkeling kan komen.
Als u dus behoefte heeft aan engeltjes en duiveltjes, mijne vrienden, werk er niet in de geest mee: Schilder ze, boetseer ze op het plafond wat mij betreft, maar laat ze verder met rust.
Houdt u bij de werkelijk lichtende Kracht, die alles omvat van chaos tot uiterste vorming en waarin elke harmonie mogelijk is voor elk wezen, waarin elke bereikingsmogelijkheid wordt veroorzaakt voor al het bestaande.

Speldenprikken

Speldenprikken worden veroorzaakt door een speld. Een speld is een heel nietig metalen instrumentje. Eén prik vaneen speld kan misschien even pijnlijk zijn, maar eigenlijk is ze onbelangrijk. Toch blijken er meer mensen kapot te gaan aan speldenprikken dan aan een operatie. Hoe komt dat?
Een speldenprik is geestelijk ook iets wat eigenlijk niet belangrijk is. Iets waardoor je je een klein beetje geschokt voelt of wat je niet prettig vindt om te horen. Als je dat kunt aanvaarden, gebeurt er verder niets. Je wordt hoogstens een beetje wijzer. En als je vindt dat de spelden-prikken van een ander niet op zijn plaats zijn, nu ja, heb er medelijden mee dat iemand zo idioot is om je zo te miskennen, maar maak er alsjeblieft niet een opeenstapeling van verwijten van. Want als je dat doet, gaan al die speldenprikken samenkomen. Er ontstaat één punt van overgevoeligheid dat zo groot is, dat je daarom niets meer kunt verdragen, zelfs niet datgene wat redelijk noodzakelijk zou zijn.
Als wij speldenprikken ervaren, moeten we zeggen: Nu ja, goed, ik heb een steek gehad, volgende keer beter. En we gaan rustig verder.
Als we weten dat die speldenprik, als het dan een mentale is, niet geheel ten onrechte was, doe er eens wat aan. Het voorkomt misschien volgende pijnlijkheden. Maar ga vooral niet voortdurend je ermee bezighouden. Want per slot van rekening, er zijn mensen die van een mug een olifant maken. Maar er zijn ook mensen, die van een paar speldenprikken voor zich een geestelijk overlijden weten te fabriceren. Het is beter om niet aan het nietige te gronde te gaan.

Zelfwerkzaamheid

Ik ben. Ik ben mijzelf. Maar wat ben ik zelf? Al datgene wat ik besef als deel van mijn wezen, niet meer en niet minder. Het is mijn besef dat het begrip zelf bepaalt.
Indien ik zelfwerkzaam wil zijn, moet ik dus uitgaan van hetgeen ik besef omtrent mijzelf. Maar daar mijn ‘ik’ mee bestaat door de waarnemingen die ik rond mij doe, zou mijn begrip vanzelf mee bepaald zijn door de wereld. Zelfwerkzaamheid impliceert dus het uiten van hetgeen ik besef te zijn in de wereld zoals ik die rond mij zie.
Veel mensen denken dat zelfwerkzaamheid betekent een voortdurende activiteit. Dat is over het algemeen krachtverspilling, want wij moeten ons realiseren dat een zelfwerkzaamheid spontaan wordt geboren uit een situatie die wij beleven. Wij kunnen dus hoogstens zeggen: Dit is mijn innigste wens, dit is mijn gehele leven en dan rustig zeggen: Wanneer er een situatie ontstaat waarin dit tot uiting kan komen, dan zal ik onmiddellijk mijn totale krachten en mogelijkheden gebruiken en omzetten in een werkelijkheid, die buiten mij bestaat zowel als ook in nieuwe beelden en nieuwe ervaringen, die in mij ontstaan. Zolang ik die maar tot stand breng, zal de zelfwerkzaamheid een uitbreiding van mijn ‘ik’-besef bereiken.
Hieruit blijkt dus dat datgene wat ik ‘mijzelf’ noem, steeds meer contacten heeft met wereld en kosmos en steeds meer mogelijkheden in zich draagt, ook als volgens menselijk inzicht deze misschien sterk zouden moeten verminderen omdat het geheel van mijn verbindingen niet alleen berust op mijn stoffelijke mogelijkheden en capaciteiten, maar vooral op het besef dat ik heb en de geestelijke reflex daarop. Deze blijft voor elke mens gedurende het gehele leven even sterk mogelijk, zodat het Zelf zich voortdurend kan uiten en bij een constateren van werkingen ook zijn begrip omtrent eigen ‘ik’ en wereld steeds kan aanpassen aan een grotere werkelijkheid.